logo_musiczine_nl

Democrazy Gent - events

Democrazy Gent - events Concerten Big next: Leather.Head, Rimov Rimov, Trefpunt, Gent op 1 april 2026 Dressed like boys, Frans Kalk, Ha Concerts, Gent op 2 april 2026 Luna, Line, Club Wintercircus, Gent op 2 april 2026 Wild style: a night w/ Grandmaster Caz,…

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Kreator - 25/03...
Epica - 18/01/2...

The Wedding Present

The Wedding Present: The ‘George Best’ 20th Anniversary Show

Geschreven door

The Wedding Present ,onder zanger/componist en gitarist David Gedge, is een goed bewaard Brits muzikaal geheim uit Leeds. Het kwartet tovert goed in het gehoor liggende, fris sprankelende rockende gitaarpopsongs, zonder écht te kunnen doorbreken, net als een Go-Betweens of The Chills. De band, doorheen de jaren in wisselende bezetting, is al twintig jaar bezig, bracht na ‘Take fountain’ uit 2005, enkel nog live- of compilatieplaten uit.

In functie van hun 20ste verjaardag werd de debuutplaat ‘George Best’ integraal gespeeld. De groep, gekend om geen bissen te spelen, trad en klein anderhalf uur op. Gedge nam tussen sommige nummers de tijd een babbeltje te slaan en oude herinneringen op te halen. En trouwens, hij bedankte z’n fans voor hun jarenlange trouw.
Eerst grossierden ze door hun uitgebreide oeuvre, waaronder “Blonde” (uit ‘Seamonsters (’91)) –die de set opende -, “Brassneck”, “Convertible” en “Yeah yeah yeah yeah yeah” (’94), meeslepende melodieuze popsongs die ietwat krachtiger konden klinken en net niet overstuurd.
Een roadie bunny telde samen met het publiek af naar het debuut ‘George Best’, Gedge’s favoriete Britse voetbalspeler uit de jaren ‘70. Ze speelden numeriek de songs van de plaat: van “Everyone thinks he looks daft”, “What did your last servant died of”, naar “A million miles”, “My favourite dress”, “Shatner”  tot “Anyone can make a mistake” en “You can’t moan you can”, de laatste song van de plaat. Op elk van de nummers kon het kwartet rekenen op een sterke respons. Dit betekende een 40 tal minuten nostalgie in een uitverkochte Rotonde.
Tenslotte speelden ze nog een paar gevarieerde popsongs: een sfeervolle “Perfect blue”, een snedige “Kennedy” en hun popparel “Flying saucer”, die definitief de set besloot. “Corduroy” of “Montréal” bleven in de schuif liggen…

The ‘George Best’ 20th Anniversary Show was alvast een aangename (her)ontdekking, de bron van het getalenteerd songschrijven van Gedge, en een close meet & greet in de Rotonde. Want God knows wanneer we hen nog eens zullen zien …

Organisatie: Botanique, Brussel

Beirut

Beirut: balorkest zorgt voor een klein uurtje entertainment en speelplezier

Geschreven door

Beirut is de beloftevolle band rondom de jonge talentvolle singer/songwriter Zach Condon uit Albuquerque, New Mexico. Op een goed jaar tijd bracht hij twee cd’s uit ‘Gulag Orkestar’ en ‘The flying club cup’.
De charismatische Zach slaagt erin verschillende culturen samen te brengen van zigeunerpop uit de Balkan, wereldse ritmes en melodieën, indiefolk, americana en pop, onder z’n melancholisch zweverige, dwarrelende stem, die nauw leunt aan Buckley. Het achtkoppig gezelschap toert praktisch onophoudelijk; het was zelfs zo dat begin dit jaar de tournee even moest worden stopgezet door uitputtingsverschijnselen. 
Zach heeft alvast iets met Frankrijk, luister maar naar de talrijke verwijzingen aan Franse chansonniers (Charles Aznavour, Françoise Hardy en ons eigen Jacques Brel) op de recente cd. Een mondje Frans was hem niet vreemd, wat door het publiek sterk werd geapprecieerd.

Beirut was een soort balorkest, dicht bij elkaar opgesteld, die een kernachtige set speelde van een klein uur en er maar liefst zestien nummers door draaide. Een instrumentarium van blazers (van trompet tot trombone), gitaren (akoestische gitaar, ukele, mandoline en banjo), accordeon, viool, toetsen, bas en drums. Sommige leden wisselden van instrument, het deed allemaal wat chaotisch aan, en toch kwam alles op zijn pootjes terecht met uitgebalanceerde, soms zwierige Balkanpop, die af en toe een meezinggehalte hadden.
Ze putten afwisselend uit de twee cd’s en speelden zelfs een handvol nieuwe songs, wat de muzikale creativiteit onderstreepte bij dit ensemble. Ongelofelijk tot wat ze allemaal in staat waren om het publiek een fijne en leuke avond te bezorgen. Een klein uurtje entertainment en speelplezier.
Meteen was de noemer balorkest op zijn plaats want “Nantes” en “Brandenburg” waren twee zwierige openers. “A sunday smile” en “Scenic world” klonken sfeervol door xylofoon en een uiterst beheerst vioolspel. Blazervertier hoorden we op “Postcards from Italy” en op “After the curtain” kwam elk soort gitaarinstrument op het voorplan. “Mount Wroclai” en “In the mausoleum” hadden een frisse aanpak en met “La fête (forks & knives)”, “Carousels”,  Brels “Le moribond” en “Cherbourg” (refererend aan F. Hardy) bedienden ze het Franse publiekje op hun wenken. De verkoudheid deed geen afbreuk aan Zachs weemoedige vocals. Zelfs met zijn trompet blies hij de songs nieuw leven in.
Een enthousiast publiek riep de band al snel terug, wat hen ertoe bewoog nog een nummer te spelen, de titelsong van de vorige cd, vol blazerornament.

Beirut tekende voor een geslaagd zigeunerfeestje, ergens tussen  Les Negresses vertes, Kaizers Orkestra en Goran Bergovic, een band die op Folkdranouter 2008 niet mag ontbreken!

Org: Grand Mix, Tourcoing

Róisín Murphy

Roisin Murphy: supersexy, zwoel en sensueel

Geschreven door

Roisin Murphy maakte samen met componist Mark Brydon en knoppenfreak Matthew Herbert deel uit van het uit Sheffield afkomstige Moloko; samen brachten ze vier platen uit. In 2004 viel deze trippop/disco/funk/soul band uiteen, na het succesvolle ‘Statues’ met o.a. “Forever more” en “Familiar feelings”.
Murphy, de veelzijdige diva met Ierse roots, kon niet stilzitten en al gauw verscheen met multi-instrumentalist Herbert, haar eerste soloplaat ‘Ruby blue’, die met songs als “Sinking feeling”, “Leaving the city”,  “Sow into you” , “We’re in love” en “Ramalama” aardig uit de hoek kwam. 
Maar onovertroffen klinkt haar tweede album ‘Overpowered’, een combinatie van electro’kitsch’pop, disco soul, funk en dance. Een gegoochel van klanken en ritmes en trancegerichte, soms pompende dansbeat. Een freaky clubplaat! Niet verwonderlijk, want Groove Armada en Bugz in the Attic hielpen mee.
Terwijl haar concerten in de AB in een mum van tijd waren uitverkocht, konden we terecht te Lille, waar het concert ook was uitverkocht voor …250 man. Ongelofelijk waanzinnig, dit was een ideale kans voor een dampend concertje van deze sensuele godin, die maar op een paar metertjes van het publiek stond. Iedereen stond dicht bijeen in dit jeugdhuis/clubje voor een twee uur durend concert, wat refereerde aan een try out of een opnamesessie.

Het clubsfeertje werd meteen omgezet on stage. Het zaaltje La Maison de Moulins leende er zich optimaal toe…want dit was een supersexy, zwoel en dansbaar feestje! De outfits en acts van de lieflijke, verleidelijke blonde Murphy en haar backing vocalistes, de danspassen, een Herbert die een showke komt geven, en de muziek, het paste allemaal perfect. We waanden ons in de clipwereld van Fedde Le Grand.
De klemtoon kwam live op het recente ‘Overpowered’. ”Cry baby” en “You know me better” waren twee aanstekelijke 'rave'knallers die de set aanvingen en inwerkten op de dansspieren. In een aan Village People denkende outfit klonken “Checking up on me” en “Dear Miami”  warmer en sfeervoller door de toetsen en de fijne gitaarloops. Subtiele popelektronica hoorden we met “Primitive”, “Footprints”, “Scarlett ribbons” en “The truth”.  Murphy balanceerde tussen deze twee muzikale richtingen; de prachtige projecties op het achterplan boden een meerwaarde.
Een paar maal werd teruggeblikt naar ouder materiaal, “Saw into you” en “Ramalama”, afsluiter van de set, onder een opzwepende beat en percussie. “Forever more” van Moloko, in een aangepast kleedje gestopt, nestelde zich in je hersenpan. Het was de aanzet naar een climax met “Let me know” , “Overpowered”, een rappend “Tell everybody” en “Ramalama” met fors klinkende dansbeats.

Moloko is vergeten! Roisin Murphy’s clubsound bracht een ongekende saunatemperatuur in een ideaal passend zaaltje …België, je bent gewaarschuwd voor haar concerten …

Organisatie: La Maison Folie de Moulins ism Agauchedelalune, Lille

Bloc Party

Bloc Party messcherp en genadeloos

Geschreven door

We zagen de Britse beloftevolle band Bloc Party voor de derde maal aan het werk op een kleine acht maand tijd: in het voorjaar te Lille, toen ze hun Europese tournee startten, op het Werchterfestival en woensdag ll  in de Lotto Arena. Het toont de groei en de erkenning aan van het kwartet onder zanger/gitarist en componist Kele Okereke.
De tweede cd ’A weekend in the city’ was een verfijnde, bedachtzame plaat binnen een gekruide mix van energieke, frisse en sfeervolle postpunkpop. Live bleek het viertal perfect op elkaar afgestemd: een gesmeerd, messcherp, overtuigend en genadeloos optreden, waarbij de groep een mooi evenwicht speelde uit hun twee cd’s en  met de huidige “Flux” een vernieuwende aanpak aandurfde, wat hun muzikale creativiteit en diversiteit onderstreepte. Hun muzikale beperkingen van het voorjaar waren als stof in de wind…

De band kon rekenen op een uitzinnig publiek, wat hen duidelijk motiveerde het beste van zichzelf te geven. Wat een wisselwerking en wederzijds enthousiasme! Een ongekende spontaniteit. Iedereen zat in de juiste stemming. Een stevige “Song for Clay (disappear here)” vatte bezield en vol overgave de anderhalf durende set aan, gevolgd door oudjes “Positive tension” en “Blue light”, die een broeierige opbouw hadden en diverse tempowisselingen ondergingen. Een vleugje elektronica, beats en xylofoon hoorden we op de recente “Hunting for witches” en “Waiting for the 7.18”. “Banquet” werd luidkeels meegezongen.
De verbondenheid met het publiek en intense spanning behielden ze met “This modern love”, het dreigende “The prayer” en het groovend dansbare “Flux”. Op “Uniform” volgde een liefdesverklaring van twee meisjes aan de zanger (weten ze wel z’n seksuele geaardheid?!). Het meeslepende “So here we are” lieten ze naar het eind ontaarden. “Like eating glass” beeïndigde handjeswuivend en –zwaaiend de set.
Een feestelijke bis werd het, waarbij Okereke eerst verkleed was in een rood pluchen apenpak. Op de koop toe liep hij van de ene naar de andere kant en dook het publiek in. Ze speelden een krachtige finale: “Luno”, “Sunday (twee drums)”,  “She’s hearing voices” en “Helicopter”. Onder luid applaus kwamen ze  een tweede keer terug; een snedig, noisy klinkend “Pioneers” besloot definitief de set.

We hadden nog maar en goed wel het optreden van Editors verteerd of  het volgend groots optreden van 2007, Bloc Party, werd in ons geheugen gegrift. Ze palmden de Lotto Arena in!

I Love Techno heeft nog maar net z’n laatste beat vorige zaterdag erdoor gejaagd of daar was Metronomy met een batterij elektro, ‘80’s wave, trancegerichte soundscapes en repeterende ritmes van traag, meeslepende, monotone beats. High in the sky music en een vleugje Kraftwerk die door het publiek voldoende respect afdwong. Ze leken me de  ideale elektronicasoundtrack voor “La soupe aux choux” met Louis de Funès, twintig jaar terug met marsmannetjes die ajuinsoep maakten voor de aardbewoners …en een betere leefwereld…

Organisatie: Live Nation

The Kissaway Trail

The Kissaway Trail

Geschreven door

The Kissaway Trail is een Deense band uit Odense, die hun Scandinavische roots moeiteloos linken aan de Britse indiepop; het vijftal biedt mooi in het gehoor liggende, dynamische en bezwerende gitaarpop: dromerig, sprookjesachtig, sfeervol en fris sprankelend.
De songs hebben een sterke spanningsopbouw en worden gedragen door een zweverige (samen) zang. Elf puike songs, die ergens hangen tussen het onvolprezen The Music, ‘90s  Britse bands The Pale Saints en The Wedding Present, de postrock van Mogwai, de indie van Broken Social Scene en Arcade Fire en de psychedelica van Mercury Rev.
Een gevarieerde en afwisselende sound dus. Op “Tracy, “Lala song”, “Soul assassins”, “61”, “Sometimes I’m always black” en “In disguise” horen we fijnzinnige, subtiele poprock, die af en toe forser klinkt en een vleugje fuzz en distortion bevat. In andere momenten komt de dromerige psychedelica voorop, en zijn The Kissaway Trail de jonge broertjes van Mercury Rev: “Smother + Evil = Hurt” , “Eloquence & Elixir” en “Bleeding hearts”.
De titelloze debuutplaat klinkt als een klok. Te onthouden.

The View

Hats off to the buskers

Geschreven door

Britpop op en top, deze band. Beetje Libertines, vleugje La’s, sneetje Blur, stukje Kooks, kruimeltje Razorlight, portietje Arctic Monkeys, scheutje Jam en ga zo maar door. Waarmee we willen zeggen : dit is een fris, soms poppy, soms punky plaatje met compacte en complexloze liedjes. Naar onze bescheiden mening zou het soms een beetje snediger en brutaler mogen, maar toch staan hier sterke staaltjes van songs op. Er schuilt talent in The View, dat is zeker. De volgende plaat zal moeten uitwijzen of ze boven het overaanbod van nieuwe Britse bandjes zullen uitstijgen. Inmiddels is dit debuut een fijne poging. Afwachten maar.

I Like Trains (iLiKETRAiNS)

Elegies to lessons learnt

Geschreven door

Het Leedse vijftal iLiKETRAINS onderscheidde zich vorig jaar al met het beklijvende ‘Progress/Reform’, wavepostrockpop, die Joy Division en The Chameleons aan Interpol linken, de postrock van Mogwai of Explosions in the Sky aanhalen, tippen aan het hemels sferisch geluid van Cocteau Twins, Sigur Ros of Radiohead, en de aanzwellende noisepop van My Bloody Valentine weten te integreren.
Een pak invloeden worden dus verwerkt in hun traag, slepende, logge songs, die donker, dreigend zijn en een dramatische ondertoon bevatten, bepaald door de baritonzang van David Martin (ergens tussen N. Cave/T. Smith/P. Banks en M. Gira).
Het uitgangspunt van de elf songs: verloren gewaand gitaargetokkel, een diepe bas, een softe percussie, piano, toetsen en blazers. “We all fall dawn”, “The deception (this is a devil’s game)” en “Spencer Perceval” zijn de uitschieters, door de spannende dreigingen, het repetitief ritme en de aanzwellende opbouw. Het lijkt erop dat we aan de laatste halte staan van deze wereld. Is het eind nu écht in zicht bij iLiKETRAINS?!

Black Diamond Heavies

Every damn time

Geschreven door

Vunzige blues zonder gitaren. U had het nog nooit gehoord ? Wij ook niet. Het kan, deze Black Diamond Heavies doen het op ‘Every damn time’ en het klinkt absoluut te gek. Hun gitarist is het afgestapt en de twee koppige heren hebben besloten hem niet te vervangen en alleen verder te doen. Met geweldig resultaat, moeten we zeggen. De gitaar missen we hier geenszins, en dat komt door het smerigste orgel dat u in uw leven al gehoord heeft. Een duo, zegt u ? die bovendien nog rauwe rock en blues speelt ? de onvermijdelijke vergelijkingen met White Stripes, Black Keys en The Kills dringen zich dus op. Yep, en wat dan nog ?
Wat betreft intensiteit zitten deze BDH immers op hetzelfde niveau van voormelde bands. Qua gruizige rock en blues gaan we de referenties nog wat dieper in de modderpoel van de underground zoeken, namelijk bij de vettige distortion blues van The Black Eyed Snakes of van The Immortal Lee County Killers. Geen toeval blijkt, want zanger/keyboardspeler John Wesley Myers zou in een vorig leven nog bij de ILCK gespeeld hebben. De blues en soul die dit duo speelt is doorleefd, ruig, vuil, vet en korrelig.
Kortom, rechtstreeks vanuit de modder.  Myers’ stem is voorzien van een regelrechte Tom Waits rochel (de gelijkenissen met de grootheid zijn vaak akelig close), zijn orgelpartijen zijn vies, smerig en funky as hell en ze geven de plaat een bij momenten lekker zompig seventies karakter.  De drums van Van Campbell roffelen als de beesten. Deze combinatie werkt dus allerbest.
Fenomenaal hoogtepunt is de 8 minuten lange trage blues “All to hell”, perfecte titel als je ’t ons vraagt. Voor de rest gaat er wat sneller en heter aan toe en klinkt de band  als The Doors die Jim Morrison hebben buitengewipt en vervangen door Tom Waits en dan ergens in een ondergronds donker hol een jamsessie hebben gehouden nadat ze eerst een kist van de strafste whisky hebben soldaat gemaakt.
U raadt het al, dit plaatje stemt ons bijzonder tevreden.

The National

The National: Grootse set van een charismatische band zonder hits

Geschreven door

Het Amerikaanse kwintet The National heeft geen echte hits op zak, maar brengt hartverwarmend, subtiel uitgewerkt, songmateriaal, die de ene maal ingetogen, de andere krachtig kan klinken. De songs hebben een onderhuidse spanning en worden bepaald door een breed instrumentarium van gitaren, toetsen en viool, gedragen door de bariton zang van Matt Berninger (die nauw verwant is aan de zang van Stuart Staples).
We horen de ‘80’s wave en de donkere dreiging van geestesgenoten Interpol en Editors terug en ze weten in hun puike songopbouw elementen aan te halen van een Tragically Hip, Lambchop en Willard Grant Conspiracy.

We zagen een sympathieke band aan het werk, die onder de indruk was van een bijna uitverkochte AB. Ze namen gretig die kans om een uitmuntende liveset neer te poten. Hoofdrollen waren weggelegd voor de ‘zesde’ man van de groep,  violist/toetsenist (en backing vocals) Padma Newsome en zanger Matt  Berninger, die door hun bezielde overgave de songs zeggingskracht gaven; het leverde een anderhalf uur durende emotievolle set op!
Ze putten rijkelijk uit de recente ‘Boxer’ plaat met sfeervolle, aanzwellende  opbouwende songs als “Start a war”, “Mistaken for strangers”, “Slow show” en “Apartment story”; “Brainy” en “Squalor Victoria” klonken forser. Een mooi evenwicht.
De groep had voor de gelegenheid een blazersectie (uit Brussel trouwens!)  mee om in een paar songs de herfstige weemoed te laten horen: “Racing like a pro”, “Ada” en het afsluitende “Fake empire”; een geslaagde fijnzinnige, muzikale aanpak! “Abel” was één van de stevige rockers in de songkeuze.
The National speelde een ruime bis, en wisselde met “Mr November”, “Virginia” en “About today” hun harder en zachter ouder werk af .
Berninger versterkte het charisma van de band door  z’n gevoel voor humor: de rode draad tijdens de set was de plakband aan z’n schoenen om niet uit te glijden op de gladde vloer, en de reacties van het eerste verdiep deed hem denken aan Statler & Waldorf, the two old guys van The Muppet Show.

The National ontpopte zich als een talentvolle band met hun  mooi uitgewerkte, herfstige pop, americana en folk, gestopt in een ‘80’s wavekleedje.

Support act was de Canadese singer/songwriter Hayden, die een handvol zachte, ingetogen ‘travellin’ songs’ speelde op piano, akoestische gitaar en mondharmonica. Een sober, ingehouden setje.

Organisatie: Live Nation

Future Of The Left

De muzikale wervelwind van Future of the Left

Geschreven door

Moederschip Millionaire stuurt z’n zijprojecten de muziekwereld in. Weyers amuseert zich momenteel met Radio Infinity en de heren Aldo Struyf en Dave Schroyen hebben Creature With The Atom Brain. De naam ontleenden ze aan een jaren ’50 B-film. Toen ik ze in 2005 voor de eerste maal aan het werk zag, lieten ze een sterke indruk na: vontuurlijke stoner’woestijn’rock refererend aan het oude Kyuss, QOSA, Butthole Surfers en natuurlijk Millionaire. Op de koop toe waren ze gekleed in witte overalls, gehuld met pleisters en zwarte plakband en het gezicht omwonden met  plasticfolie. De sound was aanstekelijk, hard en noisy.
Twee full EP’s en een debuutcd ‘I am the golden gate bridge’(met hulp van Mark Lanegan en Tom Barman) verder, toont CWTAB z’n ware gelaat en klinken ze meer gestroomlijnd. Live had dit z’n weerslag: ze boetten in aan kwaliteit en puik materiaal; hun rauwe gitaarrock was minder boeiend en er was te veel gesoleer, wat de spanning deed afnemen. Het waren vooral “Mind your own God”, “Broken flowers grow”, “Blackened roses, …” en “Funker”, die als vroeger meeslepend, dreigend, duister en messcherp klonken. The Creature  is braver geworden en is z’n tentakels kwijt!

Andere koek was het noisepoptrio uit Wales Future of the Left, ontstaan uit McLuskey. Ze leverden één van de debuutcd’s van het jaar af met ‘Curses’. Ze laveren ergens tussen ‘80’s Virgin Prunes en ‘90’s Shellac/Barkmarket en voegen er soms een vleugje leuke psychedelicatoetsen aan toe.
Live hoorden we een sterk op elkaar ingespeeld trio, een geoliede machine, energiek en gebald. Dit was één brok dynamiet: een scherpe, venijnige gitaar, een allesomvattende dreunende en ronkende bas en een opzwepende percussie. De verbeten samenzang injecteerde de broeierige, spannende noisepopsongs. Zelfs de meer gemoedelijke psychedelica songs, “Manchasm” en de single “Suddenly, it’s a folk song” moesten eraan geloven en kregen een dosis push forward; de songs raasden in een snelvaart tempo voorbij. De bassist nam een prominente rol in, en z’n hoekige danspassen namen we er maar al te graag bij!
Het trio slaagde en verve het tempo hoog en strak te houden. Ze speelden een vijftiental songs in een klein uur, waaronder één nieuwe “Cat”. Elke song, van opener “Kept by bees” tot  afsluiter “Adeadenemyalwayssmellsgood” overdonderde… The lord hates a coward”, “Plague of onces”, “Fuck the countryside alliance” en “Small bones, small bodies” waren een muzikale wervelwind.

Dit is een band die ‘er staat’ en zeker niet mag ontbreken op Pukkelpop.  Een gemiste kans voor wie hen niet aan het werk zag. Je bent gewaarschuwd…

Org: De Zwerver, Leffinge

Pagina 935 van 962