Het Depot Leuven - concertinfo 2026

Het Depot Leuven - concertinfo 2026 events 02 + 03 + 04-04 Metejoor (ism Live Nation) 05-04 Dub unit 06-04 The Damned 08-04 Luna 10-04 What-U-On-About: Enei, Simula, Skeptical 11-04 The Perfect Tool, Bulls On Parade 14-04 Klaas Delrue 50 17-04 Avaion 18-04…

logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

The Wolf Banes ...
The Wolf Banes ...

Wilco

Drie op een rij voor Wilco

Geschreven door

Wilco was dit jaar al tweemaal te bewonderen in ons land, namelijk op het Dour Festival en eind mei in de Gentse Vooruit. Vooral dat laatste concert werd door pers en publiek alom met superlatieven overladen en blijft nog steeds nazinderen.

De vraag was dan ook of Wilco in Brussel die status zou weten te behouden en hoe het gesteld zou zijn met de gemoedstoestand van Jeff Tweedy. De zanger en spilfiguur van de groep was de voorbije jaren verslaafd aan pijnstillers in de hoop aldus zijn regelmatig terugkerende migraine te bestrijden en bovendien had hij ook af te rekenen met paniekaanvallen, wat er toe leidde dat tournees afgelast dienen te worden en op een bepaald ogenblik de toekomst van de groep sterk gehypothekeerd werd. Jeff Tweedy kreeg zijn problemen gelukkig onder controle, er kwam dit jaar  een nieuw, op roots rock geënt album ‘Sky Blue Sky’ uit en zoals al aangegeven, gaf de groep de voorbije maanden het beste van zichzelf op de podia.

Al snel werd afgelopen dinsdag duidelijk dat er geen reden tot twijfel diende te zijn en dat ook het publiek in Brussel zou beloond worden op een prachtige muzikale avond.
De opening van de set was enigszins verrassend te noemen met “Sunken Treasure” uit het album ‘Being There’ en met “When The Roses Bloom Again”, een onuitgegeven song uit de ‘Mermaid Avenue’ sessies, waarbij Wilco samen met Billy Bragg enkele teksten van Woody Guthrie van muziek voorzag. Met “You Are My Face” en “Side With The Seeds” werd vervolgens een eerste keer in ‘Sky Blue Sky’ gegrossierd.
Via “She’s A Jar (Summerteeth)” werd een rustig moment ingelast waarbij Jeff Tweedy, getooid met een witte Stetson, het nummer een extra mooie klankkleur gaf via mondharmonica. Nadien werd enkele versnellingen hoger geschakeld. Het op luid applaus onthaalde “I Am Trying To Break Your Heart”, afkomstig van het uitstekende ‘Yankee Hotel Foxtrot’ album, werd voorzien van een chaotisch maar berekend elektronische intro en een uitzinnig rockende outtro en hiermee werd meteen de toon gezet. “Pot Kettle Black”, “Handshake Drugs”, “A Shot In The Arm” (gitaren werden zelfs tegen de versterkers aangeschuurd), “Impossible Germany” (dat in het middenstuk zelfs wat weg had van The Eagles en waarbij de input van gitarist Nels Cline zeker dient vermeld te worden) en vooral “Via Chicago” (waarbij het leek alsof Jeff Tweedy het gezelschap had gekregen van The Crazy Horse) ondergingen allemaal een extra stevige rock and roll behandeling.
Er werd via “Too Far Apart” ook teruggegrepen naar het debuut ‘A.M.’ waarvan Jeff Tweedy er – verkeerd - van overtuigd was dat dit album in België nooit was verschenen. Ietwat ingetogener nummers zoals “Jesus, Etc.” en “I’m The Man Who Loves You”, allebei uit opnieuw ‘Yankee Hotel Foxtrot’, “Walken” uit het recente album en “Hummingbird” uit ‘A Ghost Is Born’ sloten het eerste deel van de set af.
Maar de trouwe fans wisten dat er nog een mooi toemaatje zou komen en de groep vulde via twee uitgebreide bisrondes de verwachtingen in. Passeerden de revue: “Hate It Here”, “Poor Places”, een ruim tien minuten durende “Spiders (Kidsmoke)”, “Califonia Stars” (een nummer uit het ‘Mermaid Avenue Vol.1’ album), het erg knappe “Heavy Metal Drummer” om uiteindelijk af te sluiten met drie nummers uit ‘Being There’, zijnde “Red-Eyed And Blue”, “I Got You (At The End Of The Century” en “Outtasite (Outta Mind)” waarbij alle groepsleden zich de naad uit het lijf speelden.
Jeff Tweedy beroerde zijn gitaar, kon/wou een glimlach niet wegsteken en genoot duidelijk van het enthousiaste en naar zijn zeggen gedisciplineerde publiek. “Ik wil iedereen gelukkig maken in de zaal”, liet hij weten.

Welnu, 24 nummers en 2 uur verder, was de slotsom dat hij dit ook verwezenlijkt had. Maar niet alleen hij, op het podium stond de gehele avond een collectief sterke, op elkaar ingespeelde groep waarvan elk lid zijn rol te vervullen heeft.
Wilco deed het dus opnieuw en scoort een duidelijke drie op drie!

Organisatie: Live Nation.

Happy Mondays

Uncle Dysfunktional

Geschreven door

The Happy Mondays, met als onbetwiste frontman Shaun Rider en de nog steeds totaal nutteloze Bez, bestaat al sinds 1980. Ze braken door met een cover van de klassieker “Step on You” en werden zo de hoofdrolspelers van wat men nu de ‘Madchester scene’ pleegt te noemen. Beschouw ze maar als een alternatieve funk-rock band. Na hun tweede incarnatie hebben ze sinds 1992 met ‘Yes, please’ geen volwaardige cd meer uitgebracht.
En daar zijn ze nu weer, nog steeds met Bez, maar zonder broer Paul Rider: de vraag is maar of ze er nu weer staan of niet. De fans zullen wellicht deze energieke schijf toejuichen, anderen zullen het waw-gevoel wel missen.
Let op, er staan heel mooie, opzwepende en zeker interessante nummers op – luister bijvoorbeeld naar “Deviant” met als gastzanger rapper Mickey Avalon – maar helaas, ze zijn niet meer vernieuwend en dreigen op te gaan in de zovele andere talloze stukken die zovele andere talloze bands op de markt gooien. Leuk zijn wel de twee verborgen tracks, maar deze truck kennen  we ook al jaren.
Sorry, folks, de eens zo verbijsterende Mondays zijn niet meer wat ze zijn: een referentie. Potten breken zullen ze nooit meer doen.
Kortom, Madchester P-Funk, om er maar een etiket op te plakken.

O’Death

Head Home

Geschreven door

Het New Yorkse kwintet O’Death  krijgt voet aan grond te Europa met de tweede cd ‘Head Home’. De groep brengt een opvallende combinatie van rauw, rammelende rock’n’roll, country , punk en folk. Ze  bouwen je huiskamer om tot  een stamcafé, waar welig kan gepintelierd worden. Dit is muziek van uitbundigheid tot ambiance of van traag, meeslepend tot intiem pakkend.
De groep is sterk op elkaar ingespeeld en elk instrument neemt een rol in die afwisselende sound: het gitaarspel, de fors tokkelende banjo, een zwierige viool en een opzwepende percussie, die strak of metaalachtig klinkt (dit door het ranselen van een ketting op de drums en cimbalen!).
Vocaal wordt ingehaakt op de onvaste zweverige zang van Jamie. Op die manier is er zelfs sprake van meezingliederen. Luister maar eens naar “Down to rest”, “Adelita”, “Allie Mae Reynolds”, “O Lee O”, “Busted old church”, “Only daughter”, “All the world” en “Nathaniel”.
O’Death is een opwindende, feestelijke als ingetogen band die ergens laveert tussen The Pogues, Arcade Fire, Tom Waits en The Pixies. Een band bij uitstek om de Biertent van Folkdranouter af te sluiten.

Blanche (USA)

Little amber bottles

Geschreven door

Blanche, onder het muzikale echtpaar Dan John en Tracee Mae Miller, nam voldoende de tijd om aan de opvolger van hun debuut uit 2004 ‘ If we can’t trust the doctor’ te werken. De songs worden getypeerd door steelpedal, banjo, toetsen en een afwisselende en tweestemmige zang. Ze geven elan aan de sound en zorgen voor goed in elkaar zittende, intens sfeervolle, melancholische en broeierige americana/alt.country.
Dertien puike songs sieren de cd, van “I’m sure of it” tot “Scar beneath the skin”, waarvan enkele korte tussendoortjes.
Het vijftal uit Detroit refereert aan bands als Gun Club, Stan Ridgway, Timbuk 3 en 16 Horsepower. Fijne herfstplaat.

The Earlies

The Enemy Chorus

Geschreven door

Na wat gerommel met ambient music  richtten Christian Madden en Giles Hatton en nog 9 (negen!) andere muzikanten in 2004 de Brits Amerikaanse band The Earlies  euh… niks te vroeg op. Drie jaar na hun veelbelovend debuut krijgen we een portie niet bijster originele maar zeer sterke portie psychedelica met ‘The Enemy Chorus’.
Ok, ik weet nu niet of dit LSD-freaks zijn, maar ze hebben in ieder geval een overdosis Sergant Peppers geconsumeerd en gecombineerd met techno-toestanden.
Dat ze goed naar bijvoorbeeld ‘A Day In A life’ hebben geluisterd kan je duidelijk horen op “Burn the Liars”: speelse harmonieën die ook aan Neil Young doen denken. De stridente beats op “No love in Your Heart” ruiken dan eerder naar Daft Punk. De titelsong gaat duidelijk richting ‘The Piper at The Gates of Dawn’ van de enige echte Pink Floyd (met Syd Barret dus). Zoals het psychedelici betaamt, gaan ze veel spelen met allerlei vreemde doch herkenbare geluidjes en harmonietjes.
Hoe besluiten? Het betere jatwerk en voer voor mensen die liever niet nuchter door het leven gaan. O ja, en live krijg je alles full option, vloeistofdia’s incluis.
The Earlies = Redelijk sublieme psychedelische experimentele pop.

Tourettes

Treason Songs

Geschreven door

Het Australische kwartet Tourettes steekt met zijn tweede langspeler ‘Treason Songs’ een vette vinger op naar alle hokjesdenkers! Probeer deze cd maar eens in een hokje te stoppen! Hoewel we voor het grootste deel van de tijd stevige death-metal te horen krijgen, passeren tal van andere invloeden de revue.
Zo zijn op ‘Treason Songs’ ondermeer invloeden te horen uit de thrash-scene, heavy-metal, krachtige power-metal, … Een mengeling van invloeden die onwaarschijnlijk lijkt, maar Tourettes toont het tegendeel aan! Het album is een voorbeeld voor bands die steeds hetzelfde nummer herproduceren. Variatie is de sterkste kant van deze band, maar zeker niet de enige!
De smerige metal en rauwe grunts zijn een plezier voor het gehoor en variëren van pure razernij naar melodiestukken. Niemand die ooit zou denken dat dit een female-fronted band is! Toch blijkt Angela Gossow niet de enige vrouw die hevige en gruwelijke diepe grunts uit haar strot kan persen! Naast frontvrouw Michele Madden, blijken de gitaren ook door een vrouwelijke hand betast te worden. Ashley Manning, de adoptiezus van Madden, vult de muzikale ideeën van haar zus uitstekend in.
Het complexe geheel bruist van de kracht, agressie en energie en wordt op een feilloze manier gebracht. Instrumentaal loopt het geheel erg strak. De nummers vloeien vlot in elkaar over en laten geen enkele riff terugkeren. Producer Rob Hill leverde hier schitterend werk. Op de productie valt namelijk niets aan te merken.
Hoewel het album bol staat van de hoogtepunten en schitterend varieert tussen verschillende stijlen, blijft “Seasoned In Destruction” mij het meeste bij. Waarschijnlijk omdat hierin het ‘cleanst’ gezongen wordt. Toch boeien de smerige grunts mij van het begin tot het einde.
Dit eigenzinnige album is een sterke aanrader voor wie van een stevige pot, rauwe, smerige metal houdt! Moest de term nu-metal niet verwijzen naar een hele hoop bands die de naam metal niet waardig zijn, zou deze geschifte band met veel eer dragen! Helaas durf ik de muziek niet zo omschrijven, Tourettes is namelijk 1000 keer beter dan iedere band die ooit het label Nu-metal opgeplakt kreeg! Zeker checken die handel!

Neil Young

Chrome dreams II

Geschreven door

Neil Young heeft alweer een onvergetelijke knaller van een song aan zijn indrukwekkende repertoire toegevoegd . Het nummer heet “Ordinary people”, het duurt maar liefst 18 minuten en is ronduit geweldig. De song heeft alles in zich wat Neil Young zo uniek maakt. Alles wat als Young’s eigenste fantastische handelsmerk kan beschouwd worden is hierin vervat, superieur gitaarwerk afgewisseld met soulvolle blazers (de briljante blazerssectie van ‘This note’s for you’ is hier aan het werk) en Young zelf die vocaal enorm goed op dreef is. De song zorgt er op zijn eentje voor dat ‘Chrome dreams II’ alweer een onmisbaar Neil Young document geworden, ook al is de rest van de plaat bij momenten slap en veeleer onsamenhangend. 
Doch, laat ons vooral ook nog die andere prachtige gitaarsong “No hidden path” niet vergeten, weer zo’n typische 14 minuten durende pur sang Neil Young kraker, een track die we nog het best kunnen vergelijken met “Down by the river” en “Cowgirl in the sand” (jawel, zo goed is ie). Verder vermelden we de oerdegelijke maar ietwat simpele rocker “Spirit road”, een track zoals Neil Young er op zijn gemak wel altijd een handvol uit zijn mouw kan schudden, niet echt wereldschokkend, maar een beginnend bandje van veel minder allooi zou hiervoor wellicht een moord begaan. En dan is er ook nog het smerige en grungy “Dirty old man”, een ruige song van het kaliber van “Piece of crap”, zo eentje waar Neil Young zijn versleten houthakkershemd voor uit de kast haalt.
Tot zover het positieve nieuws, want helaas is het niet allemaal om met luide vreugdekreten van in de lucht te springen, want veel te vaak komen de pijnlijke zwakheden van Neil Young  naar boven. Er staan hier immers een paar van die tenenkrullende ballads op zoals alleen Neil Young die kan maken, slijmerige draken van countrysongs als “‘Ever after” en “Shining light” waar Young echt staat te janken dat het geen naam meer heeft. Om helemaal de muren van op te lopen zijn de hectoliters stroop op afsluiter “The way” waarin -oh gruwel-  zowaar zelfs een koor aan het zingen slaat. Neen, we verzinnen dit niet, het is huiveringwekkend slecht.
U heeft het al gemerkt, op ‘Chrome dreams II ‘ krijgen we de allerbeste en de allerslechtste Neil Young te horen. Begrijpt u meteen waarom we hier van een onsamenhangende plaat spreken. “Chrome dreams II” is daarom geen klassieker, wel een losse verzameling van 2 briljante parels, een paar degelijke songs en enkele hemeltergende ondingen die voor ons part nooit aan het daglicht mochten worden blootgesteld.

O’Death

O’Death doopte MaZ om tot hun stamcafé

Geschreven door

Het New Yorkse gezelschap O’Death krijgt voet aan grond met hun tweede cd ‘Head Home’. Hun rauw rammelende rock’n’roll, folk, country en punk is zowel opwindend, feestelijk als ingetogen. Een weirdo, waanzinnig boeiend geluid! De intieme MaZ doopten ze om tot hun stamcafé; het ging hier van intiem pakkend, traag meeslepend tot ambiance en uitbundigheid.
Als een stoomtrein konden ze tekeer gaan door een fors tokkelde banjo en een opzwepende percussie, die soms strak of metaalachtig kon klinken door het ranselen met een ketting op de drums en cimbalen (de cimbalen werden praktisch na elk nummer omgewisseld (lees: op de grond gegooid!)).
In de songs zaten zanger/gitarist Jamie en banjospeler Darling eerst rustig op hun stoel en veerden, in het opgevoerde tempo, plots recht; evenals in de onvaste zweverige vocals van Jamie, die eerst de toon zette, haakten de anderen vocaal  in, zongen en schreeuwden luidkeels, en klapten mee. “Down to rest”, “Allie Mae Reynolds”,  “Olee O” en “Busted old church” waren de smaakmakers van deze feestelijke band. In het midden van hun klein uur durende set waren er een paar sfeervolle songs als “Travellin man” en “Jesus look down”.
O’Death laveerde ergens tussen The Pogues, The Pixies (ze trakteerden ons zelfs op “Nimrod’s son”), The Sadies, Arcade Fire en Tom Waits.
O’Death was de band bij uitstek voor een geslaagd kroegentochtfeestje en lonkt naar de komende festivalzomer, met de Biertent van Folkdranouter als orgelpunt.

Organisatie: Cactus Club, Brugge

Strange Death of Liberal England

Strange Death of Liberal England raast als een orkaan

Geschreven door

Strange Death of Liberal England is een beloftevol Brits vijftal. Ze debuteerden onlangs met de  EP ‘Forward March!’, die ze live kwamen voorstellen aangevuld met enkele nieuwe songs. Ze behielden die avond alvast het explosieve karakter van hun voorganger O’Death: een uitstraling van een 65daysofstatic en een energieke en een uiterst gedreven sound, soms kleurrijk door toetsen en xylofoon. Ze raasden, bezield en vol overgave, als een orkaan door hun korte set van 45 minuten heen, wisselden gretig van instrument, en er was geen enkele meter op het podium hen teveel. Hun songs kondigden ze aan op borden, o.a “Just another folk song” en “Oh solitude.
Ook zanger Adam Woolway onderscheidde zich: de hoge, zweverige schreeuwzang van deze jonge Roger Daltrey (The Who)/Andrew Stockdale (Wolfmother) krullenbol/loolalike, kon door merg en been gaan en was bij deze rammelende, melodieus ontketende sound ideaal geschikt. “In a day another day” porden ze het publiek aan het refrein “We are bandini” mee te schreeuwen. Ze gingen naar een climax met “Goddamn broke & broken hearted” , “An old fashioned war” en “I saw Evil”, in te lijsten songs van hun EP. Overrompelend!
In het oog te houden, dit bijzonder bandje uit Portsmouth.

Organisatie: Cactus Club Brugge

The Musical Box

The Musical Box Performs Genesis: een nog steeds prima functionerende teletijdmachine

Geschreven door

Nauwelijks een jaar na ‘Foxtrot’ bracht Genesis in 1973 het al even indrukwekkende ‘Selling England By The Pound’ uit. Dit album kan - net als haar voorganger - niet enkel als één van de hoogtepunten uit de artistieke carrière van de groep beschouwd worden maar mag zelfs tot één van de absolute meesterwerken uit de geschiedenis van de progressieve en symfonische rock gerekend worden.
De kwaliteit van de epische songs kwam ook tijdens de daarop aansluitende tour duidelijk naar voor, niet in het minst omdat Genesis een nieuwe dimensie wilde geven aan het begrip rockconcert en via een kruisbestuiving tussen muziek en theater een – zeker voor die tijd - schitterend spektakel bracht.
Genesis startte de ‘Selling England By The Pound’ tour in september 1973 met enkele concerten in Europa waarna men ook naar de VS en naar Canada ging om nadien in januari tot midden februari 1974 opnieuw enkele bijkomende voorstellingen in Europa te geven (waaronder eentje in Brussel). Deze concerten staan bekend als de ‘White Shows’. Vanaf maart tot mei 1974 voegde Genesis ook nog eens een aantal shows toe in de VS en Canada maar zij veranderden daarbij heel wat aan het visuele aspect ervan. Zo kwamen er bijvoorbeeld zwarte gordijnen, twee grote ronde projectieschermen en alle instrumenten en accessoires werden zwart geschilderd. Deze voorstellingen, de zogenaamde ‘Black Shows’, werden nooit in Europa gebracht en er bestaan ook slechts enkele foto’s van.
Toen eind vorig jaar werd aangekondigd dat Genesis na 15 jaar opnieuw op tournee zou gaan, werd door de fans van de ‘vroege Genesis’ (de periode dat Peter Gabriel nog deel uitmaakte van de groep) gehoopt dat dit in de topbezetting zou zijn, namelijk: Tony Banks, Phil Collins, Peter Gabriel, Steve Hackett en Mike Rutherford. Maar al snel werd duidelijk dat de droom geen werkelijkheid zou worden want zowel Peter Gabriel als Steve Hackett haakten af, allebei om de officiële reden dat zij al een overdruk programma af te werken hadden.

Gelukkig is er ook nog de Canadese groep The Musical Box die zich sinds halfweg de jaren ‘90 toelegt op het met minutieuze precisie nabootsen en -spelen van concerten die Genesis begin de jaren ’70 gaf. En dat dit tot in de kleinste details gebeurt, getuigt het feit dat élke noot, élke beweging, élke make-up, maskers, kostuums en élke projectie of lichtshow wordt gekopieerd. Er wordt daarbij zelfs gebruik gemaakt van originele stukken (zoals de geprojecteerde dia’s) die zij als enige via een officiële licentie mogen gebruiken van Genesis en Peter Gabriel. Zelfs de verhaaltjes die Peter Gabriel als bindtekst tussen de nummers vertelde, worden door de zanger Denis Gagné woord voor woord nagesproken (in Brussel weliswaar in het Frans).
The Musical Box is dus veel meer dan een gewone covergroep en wil het publiek via een virtuele teletijdmachine dertig jaar terug in de tijd slingeren en daarbij de illusie wekken dat zij de echte Genesis te zien en te horen krijgen. Afgelopen zaterdag toen ze in het Koninklijk Circus de voormelde legendarische ‘Black Show’ van de ‘Selling England By The Pound’ tour brachten, trokken ze alle registers open om in hun opzet te slagen.
Op de tonen van de mellotron bespeeld door David Myers werd in aanvankelijke volle duisternis geopend met “Watcher Of The Skies” afkomstig uit het ‘Foxtrot’ album. Terwijl alle andere groepsleden in een wit kostuum getooid waren, was zanger Denis Gagné gehuld in een lange cape voorzien van vleermuisvleugels. Zijn ogen waren omringd door fluorescerende make-up en keken de toeschouwers indringend toe, terwijl op de grote ronde schermen ook nog eens ogen werden geprojecteerd die zijn voorbeeld leken te volgen.
Bij “Dancing With The Moonlit Knight” dat gaat over het mythologische verleden van Engeland, verscheen Denis Gagné op het podium met een ridderhelm op het hoofd en met een borstplaat met daarop de afbeelding van de Union Jack.
Vervolgens werd na het vertellen van een aangepaste versie van het Romeo en Julia verhaal, “The Cinema Show” ingezet met een harmonieus gitaargeluid waarbij een draaiende glitterbal verlicht door twee lampen, het Koninklijk Circus voorzag van een intieme sfeer.
“I Know What I Like (In Your Wardrobe)” werd via een verhaal over de vijf rivieren opgevolgd door het prachtig gespeelde “Firth Of Fifth” waarbij een klassiek aandoende piano intro onder meer werd aangevuld met dwarsfluit en een lange gitaarsolo van François Gagnon. Nadien kwam ‘The Musical Box’, een surrealistische song handelend over dood, reïncarnatie en lust uit ‘Nursery Cryme’ (1971), aan de beurt.
Volgend op “Horizons”, een kort instrumentaal stukje uit ‘Foxtrot’ dat solo gespeeld werd door François Gagnon, werd onder luid applaus “The Battle Of Epping Forest”, ingezet. Bij dit nummer werd niet alleen erg knap gemusiceerd maar het werd ook expressief uitgebeeld.
Een meer dan 20 minuten uitgevoerde versie van “Supper’s Ready”, het afsluitende nummer van ‘Foxtrot’, vormde het orgelpunt van de set door onder meer de klank van drie simultane gitaren, waaronder een authentieke Rickenbacker double neck (bass en een semi-akoestische gitaar) bespeeld door Sébastian Lamothe. Ook werd hier opnieuw voorzien in een visueel mooi spektakel omdat Denis Gagné – een constante gedurende het volledige concert trouwens - geregeld van kleding wisselde, zoals het bekende bloemenmasker en het fluorescerende rode geometrische masker.
De échte Genesis hield er van om af te sluiten met “Supper’s Ready” maar in enkele shows werd ‘The Knife’ uit het album Trespass (1970) als toegift gebracht. Ook The Musical Box deed dit in Brussel. Het meest rockende nummer uit de Peter Gabriel periode slaagde er ook nu weer in om via een krachtige riff, doeltreffend keyboard, zware bas, dwarsfluit en een aldoor goede drumpartij van Gregg Bendian een publiekslieveling te zijn.

Was het nu 1974 of 2007? Als toeschouwer kan men best voor zichzelf uitmaken in welke mate men zich laat meeslepen door het spektakel van The Musical Box maar een concert van deze Canadezen is voor al wie houdt van Genesis, en in de eerste plaats van het meer arty deel van hun discografie, alsook voor iedere liefhebber die progressieve en symfonische rock een warm hart toedraagt, een sterke aanrader.
We geven alvast mee dat The Musical Box volgend jaar opnieuw naar België zou komen, en meer bepaald op 11 en 12 oktober. Zij brengen dan respectievelijk in Luik (Le Forum) en Brussel (Koninklijk Circus) een voorstelling van de ‘A Trick Of The Tail’ tour.

Het voorprogramma werd overigens verzorgd door het Italiaanse The Watch, die hun nieuwe album ‘Primitive’ kwamen voorstellen en die, afgaande op hun groepsgeluid, duidelijk óók zijn beïnvloed door de vroege Genesis.

Setlist:
Watcher Of The Skies, Dancing With The Moonlit Knight, The Cinema Show
I Know What I Like (In Your Wardrobe), Firth Of Fifth, The Musical Box, Horizons, The Battle Of Epping Forest, Supper's Ready, The Knife

Organisatie: Spirit Of 66, Verviers

Pagina 936 van 962