logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Hooverphonic
Stereolab

Olafur Arnalds

Olafur Arnalds - Een zorgeloze zondagavond met de geur van wafels

Geschreven door

Eén vleugelpiano, twee buffetpiano’s en een keyboard of drie. En toch maar één pianist. De podiumbezetting van Ólafur Arnalds blijft keer op keer imposant. De IJslandse componist was gisteren in het Koninklijk Circus in Brussel te horen en trakteerde het aanwezige publiek op een zorgeloze avond.

Het prachtige Koninklijk Circus werd zondagavond gevuld met een zeer divers publiek. Zowel liefhebbers van klassieke muziek als elektronicaliefhebbers kwamen in Brussel hun weekend afsluiten op de tonen van Arnalds’ muziek. De 32-jarige IJslander weet vele mensen te charmeren met zijn enorm uiteenlopende discografie, en dat was gisteren niet anders.
In een losse witte t-shirt komt Ólafur Arnalds perfect op tijd het podium op. Hij begint zijn concert met het prachtige en emotionele “Árbakkinn”, een nummer uit zijn ‘Island Songs’-project. De ontroerende pianomelodie moest het live zonder het gedicht van Einar Georg doen, maar de warme tonen van de strijkers maakten dat meer dan goed. Op kousenvoeten verwelkomde Arnalds zijn publiek, dat vanaf de eerste noot meegenomen werd in zijn hoopvolle, muzikale wereld.
Het concert begint prachtig, maar met wat – onopgemerkte – technische problemen. Terwijl twee van zijn technici in de coulissen discussiëren over mogelijke oplossingen, vult de IJslander de tijd op met verhaaltjes en anekdotes. De zenuwachtige lachjes tussen zijn verhalen door charmeren het publiek en zorgen ervoor dat de sfeer in het Koninklijk Circus warm en gemoedelijk aanvoelt.
Met “Only The Winds” uit ‘For Now I Am Winter’ uit 2013 haalt Arnalds voor het eerst op de avond beats en lichteffecten boven. De strijkers geven het beste van zichzelf en bespelen hun instrumenten vol gevoel. Dat is het best hoorbaar op het imposante “3326”, een geweldige vioolsolo die het publiek noot na noot gefocust houdt.
Tussen de nummers door vertelt de sympathieke componist over zijn nieuwste album ‘re:member’ dat in augustus verscheen. De nieuwe technologie die hij op dat album gebruikte, creëerde een heel nieuwe dimensie in zijn muziek. Een dimensie die voortkwam uit een writers’ block, zo vertelt hij. Daar kwamen mooie dingen uit. Een mooi voorbeeld is het prachtige “nyepi”, dat ontstond uit een dag vol stilte. De opbouw in Arnalds’ nummers is vaak hetzelfde, maar verveelt niet. De hoop die in ieder nummer weerklinkt is nooit bombastisch, maar steeds spontaan en onbevangen.
Het watervaleffect dat de STRATUS-technologie genereert zorgt voor een speelsheid in de muziek. “Doria”, “re:member” en “undir” worden vederlicht gespeeld. De drum klinkt live extra door en zorgt voor een duidelijk en vrolijk ritme. Met “ekki hugsa” geeft Arnalds de essentie van zijn concert mee. De titel, die vertaald ‘niet denken’ betekent, straalt tonnen optimisme uit. De lichtshow maakt het plaatje af en stopt het publiek 90 minuten lang in een collectieve, veilige bubbel.
Arnalds genoot van zijn passage in Brussel, de stad die volgens hem naar wafels ruikt. Zijn bedanking voor het publiek was hartelijk en persoonlijk. Het Koninklijk Circus kreeg een emotioneel verhaal over zijn grootmoeder, Chopin en pannenkoeken, waarna hij de avond afsloot met zijn meest oprechte nummer; “Lag fyrir ömmu”.

Na de laatste noot bleef het nog even stil in de zaal. Die stilte klonk luider dan het gulle applaus dat erop volgde. Ólafur Arnalds bezorgde zijn publiek een prachtige avond met zijn gevarieerde setlist. Het publiek genoot zichtbaar en sloot het weekend op een rustige manier af.

Met dank aan Dansende Beren http://www.dansendeberen.be   

Organisatie: Live Nation

Doomsday 2019 - Onderdompelen in een intensieve doom atmosfeer, binnen een gevarieerde, verdovende setting

Geschreven door

VZW The Lizard organiseerde op zaterdag 23 februari voor de tweede keer een doom metal avondje.
Wie zijn VZW The Lizard? We citeren even deze introductie op de facebook pagina van deze organisatie: ''Vzw The Lizard doelt op het organiseren van evenementen zoals concerten, clinics enz ... binnen de sector van de zware metalen met als doel entertainment en het bewust maken van niches binnen de globale noemer van ‘de Metal’.
Na een geslaagde eerste editie met Marche Funebre, Splendidula, Loose License en Growing Horns mocht The Finish in Zwevegem nu Welcome to Holyland, FAAL, Den., Famyne en uiteraard Loose License zelf, verwelkomen.
Het uiterst gezellig zaaltje was aardig vol gelopen voor deze avond, al zou dat vooral voor Loose License zijn, die hier een thuismatch spelen. Maar ook Welcome To Holyland en Famyne - wat mij betreft de meest aangename verrassing van de avond - konden op heel wat bijval rekenen.

Ons laten onderdompelen in een intensieve doomatmosfeer, al dan niet binnen een gevarieerde of eerder verdovende setting, is de rode draad van deze avond.
Openingsact Den.(***1/2) mocht tonen hoe dat moet. We citeren even uit de biografie op de facebook pagina van het evenement: ''Den. is een jong, beloftevol en getalenteerd tweekoppig psychedelisch orkest uit het Verenigd Koninkrijk dat we hebben weten te strikken om de bill te openen. Nog vrij onbekend, maar steevast klaar om daar verandering in te brengen zullen ze ons laten genieten van een mix van stoner, sludge en psychedelica.''
Dit duo beschikt over een drummer die niet alleen de vellen bedient op een verschroeiende wijze, maar ook over een stembereik beschikt waardoor de haren op je armen recht komen. Gerugsteund door zijn kompaan die met een eerder cleane vocale inbreng ervoor zorgt dat er enige variatie gevormd wordt binnen de set.
Den. is bovendien een band dat perfect stoner elementen vermengt met sausjes psychedelische doom, maar duidelijk nog kan groeien in zijn kunnen. Want ondanks de gedeeltelijk verdovende en anderzijds verschroeiend setting, kon dit duo ons vooralsnog niet compleet over de streep trekken. Het potentieel echter, om potten gaan breken binnen dat stoner/doom en psychedelisch muziekgebeuren komt wel naar boven drijven. Vooral als drummer en gitarist hun talenten als muzikant en vocalist samensmelten tot één geheel, ontstaat iets magisch waardoor de poorten van de Hel voor het eerst deze avond helemaal open zwaaien. Een band om in het oog te houden naar de toekomst toe dus deze Den.

Welcome To Holyland (****) bleek één van de publiekstrekkers op deze avond. Dat is gezien hun status niet zo verwonderlijk. Als er een band is die typische doom brengt, op een monotone maar enorm intensieve wijze, an is het Welcome To Holyland wel. De uit Aalst afkomstige band bracht in 2018 zijn eerste EP 'Welcome to holyland' uit en liet een diepe indruk na bij de globale doom liefhebber die houdt van trage, slome doom omgeven door walmen van verdriet, pijn en weemoedigheid.
Binnen en eerder melancholische omkadering, waarbij ook soms stevig wordt uitgehaald, haalt de band alles uit de kast om het publiek in complete duisternis onder te dompelen. Waar het bij Welcome To Holyland vooral om draait , is de aanhoorder bij de keel grijpen, hypnotiseren en doen wegdrijven naar de meest donkere oorden van zijn of haar ziel. Om dat doel te bereiken, moet je dan ook helemaal open staan voor de steeds diezelfde lijn opgaande inbreng. Dat dit een niet voor iedereen even gemakkelijke brok vlees is om te verorberen, kunnen we dan ook goed begrijpen. Wie zich echter gewillig liet meeslepen door dat verdovend klankenbord, vertoefde voor een kleine drie kwartier in een heel andere wereld. Omgeven door zijn eigen demonen, zonder dat je pijn voelt , maar wel een zekere gemoedsrust over jou voelt neerdalen, binnen diezelfde duistere omkadering. Dat alles diezelfde lijn uitgaat, en de band niet echt doet aan bindteksten , stoort daardoor allerminst.

Wie houdt van doom metal binnen een eerder gevarieerde omkadering zal bij Loose License (*****) eerder zijn gading hebben gevonden. De band dweept met bands als Black Sabbath en dat is ook te merken, aan de instrumentale en vocale knipogen links en rechts naar die laatste.
Loose License speelt een thuismatch en laat The Finish zo goed als compleet vol lopen. Een thuismatch dient natuurlijk altijd gespeeld te worden, weten we ondertussen. Bij voorbaat deze winnen is onmogelijk. Nu, deze band bestaat uit één voor één klasse muzikanten van eenzaam hoog niveau, die weten waar ze mee bezig zijn. Waardoor ze met het grootste gemak iedereen uit hun hand doen eten. Dat bleek al in het verleden, maar ook in eigen huis - bij wijze van spreken - zet Loose License de puntjes op de 'i', binnen een set die verschroeit, verdooft of je eventueel tot waanzin drijft. Die waanzin vinden we vooral terug in de stem van Piet ‘Pietn’ Verstraete die zoveel emoties verstopt in die vocale inbreng dat je enerzijds tot tranen toe wordt bedwongen, en anderzijds met de krop in de keel je laat meevoeren naar zijn donkere wereld. Gerugsteund door eeuwig verschroeiend solerende gitaristen Koen ‘Biezie’ Biesbrouck en Marc ‘Markie’ Vangheluwe die hun instrument niet zomaar bespelen, maar de riffs zodanig tot leven brengen, dat ook jij tot diezelfde waanzin zal worden gedreven.
De kers op de taart wordt naar goede gewoonte afgeleverd door het verschroeiende drumwerk van Vincent ‘Mille’ Millecam.
Om maar te besluiten: Loose License brengt het soort Doom metal waar geen speld valt tussen te krijgen, en etaleert instrumentale en vocale perfectie waardoor ze elk beetje fan van dat genre het ene oorgasme na het andere bezorgen. Dat deden ze bij ons in het verleden al enkele keren, ook dat laatste zet de band in eigen huis nog maar eens in de verf.
Volgende afspraak: Stormram in Zulte - https://www.facebook.com/events/689561174761752/ - met op het programma Growing Horns en Welcome To Holyland; Een niet te missen avond voor de doorsnee Doom Metal liefhebber.

We hebben de gewoonte van maximum vijf sterren te geven, sommige bands verdienen echter meer dan dat. Famyne (*****) liet een zodanig diepe indruk achter in ons hart, dat we daar nu nog steeds van nagenieten … luisterend naar die schitterende schijf ‘Famyne' die zodanig veel emoties naar boven brengt dat we prompt in een kleurrijke - hoewel dat eerder een understatement kan genoemd worden door de duistere atmosfeer die wordt geschapen - fantasiewereld terecht komen, boordevol waanzin.
Famyne brengt een zodanig gevarieerde set, dat je als aanhoorder enerzijds wordt ondergedompeld in een eerder intieme en verstilde atmosfeer die je een krop in de keel bezorgt, anderzijds wordt het tempo zodanig de hoogte in gestuwd dat je met een kwak tegen een geluidsmuur terecht komt tot je compleet murw geslagen zelf tot waanzin wordt gedreven.
Tom Vane beschikt over een zeer uiteenlopend stembereik, zijn stem hypnotiseert je trouwens letterlijk. En doet je naar adem happen, telkens opnieuw. Gerugsteund door een instrumentale inbreng van gitaristen Alex Tolson, Martin Emmons en de bas virtuositeit van Chris Travers tot de drum salvo's van Jake Cook , lijken we naar alle hoeken van de kamer te stuiteren, in golvende bewegingen. Alsof je varende op kalme wateren plots wordt geconfronteerd met het ontstaan van een wervelstorm. Eens de rust teruggekeerd , blijf je totaal verweesd achter, binnen de  ingetogen setting. Waarna de band je nogmaals meesleurt in een volgende orkaan uitbarsting die je naar de bodem van de wilde zee meesleurt. Waarna de rust weerkeert in je hart, maar niet te lang. Zo blijft de band maar doorgaan met schipperen tussen mokerslagen uitdelen en je hart strelen en diepe ontroeren, tot je compleet van de kaart achterblijft in de meest donkere gedachten. We moesten dan ook letterlijk even op adem komen buiten de zaal, bekomende van zoveel uiteenlopende emoties waarmee de band ons enerzijds bedwelmd en anderzijds tot waanzin drijft. Indrukwekkend! En zelfs dit is een understatement van formaat.

Nog steeds onder de indruk van dit bijzonder veelzijdig concert was het wachten op FAAL (****) die de avond mochten afsluiten voor een plots toch iets minder gevulde zaal, omstreeks half twaalf bijna. Toen we de band in 2017 zagen optreden in Oostende schreven we daarover: ''Traag, als een ratelslang die haar prooi elk moment zal verscheuren, drijven angstaanjagende klanken de aanhoorder tot pure waanzin. Waarna bulderende tot hartverscheurende vocalen je uiteindelijk de adem ontnemen.'' Laat dit laatste nu ook de rode draad vormen in het optreden van FAAL op Doomsday II. Afsluiten binnen een sfeertje dat je doet denken aan een intensieve begrafenis, waar de tranen vloeien maar je ook met een glimlach terugkijkt op het verleden van je geliefde. Het is een andere omschrijving van wat we hier beleefden.
Ik maakte dan ook de bedenking dat deze muziek gerust mag gedraaid worden op mijn begrafenis - binnen vijftig jaar, dan ben ik pas 104. FAAL verstaat de unieke kunst om zijn Doom muziek zodanig krachtdadig te laten klinken dat geen geluidsmuren worden afgebroken, maar telkens die gevoelige snaar van de aanhoorder diep wordt geraakt, waardoor je hart alsnog in gruzelementen geslagen op de vloer van de zaal terecht komt.
Het is ook niet zo dat het er stil en onbewogen aan toe gaat. De heren drijven het tempo op tot op de grens van het onaardse, waardoor je recht in de ogen van de dood kijkt. Echter zonder je angst in te boezemen, eerder voel je een duistere gemoedsrust over jou neerdalen die ervoor zorgt dat je je lot aanvaardt.
Een betere afsluiter van deze doom avond kon de organisatie zich dan ook niet dromen.

Besluit: Ondanks de sterke prestatie van elk van de bands op deze affiche is de grote overwinnaar het festival zelf. Doomsday is namelijk een klein en heel gezellig festival, binnen een intieme omgeving in een al even gezellige zaal The Finish. Waar de duisternis eerder aanvoelt als een warm deken tegen koude winterdagen. Die aparte atmosfeer zorgt ervoor dat elk van de doom bands op deze affiche tot hun recht komen. 
Het genre floreert namelijk nog het best binnen een atmosfeer van intimiteit. En daardoor is Doomsday het perfecte festival voor elk beetje doom metal fan die ook de underground van het genre eens wil bezoeken. We zien al uit naar de derde editie van dit uiterst gezellige evenement, op poten gezet door mensen met kennis van zaken.

Organisatie: VZW The Lizard

Ásgeir

Asgeir - Woord voor woord geloofd

Geschreven door

De IJslandse muziekscene is rijkelijk gevuld, zoveel is zeker. Er wordt dan meteen gedacht aan Björk, Ólafur Arnalds en Sigur Rós, maar het best verkochte album op het eiland is van geen van hen. Dat record staat op naam van Ásgeir Trausti, de vriendelijke grote man die op zaterdag 23 februari de kerk van Sint-Denijs probeerde te betoveren.

De Dionysiuskerk in het kleine Sint-Denijs ontvangt sinds enkele jaren binnen- en buitenlandse artiesten voor de reeks In Heaven-concerten. Na o.a. Angel Olsen en Amenra viel de eer gisteren te beurt aan Ásgeir. De IJslandse artiest bracht zijn laatste plaat ‘Afterglow’ uit in 2017, na een gesmaakte debuutplaat uit 2013. ‘Dýrð í Dauðaþögn’ brak potten in IJsland en spoorde Ásgeir aan om het ook in het Engels te proberen. Alle teksten werden vertaald en met ‘In The Silence’ richtte hij zijn pijlen op de rest van de wereld. Een paar singles schopten het hier tot op de radio, met als bekendste “Torrent”.
Na een paar jaar stilte, begint de IJslander dit jaar terug te touren met de ‘Day After Tour’. Tijdens deze tour brengt hij enkele nieuwe nummers voor in aanloop naar het nieuwe album, dat we in september mogen verwachten. In Sint-Denijs bracht de IJslander een goeie mix van oud en nieuw, waardoor hij de afstand met het publiek enorm klein kon houden.

De sfeervol verlichte kerk leende zich perfect tot een concert van dit kaliber. De IJslander kwam in de mist van de rookmachine op en begon helemaal alleen met een nummer uit de eerste plaat. Het IJslandse “Þennan Dag” zette de toon en zorgde ervoor dat de hele kerk meteen in een lieflijke sfeer baadde. De hoge stem en de simpele gitaarpartij trokken meteen de aandacht. Net als op zijn debuutplaat mixte Ásgeir IJslandse en Engelstalige nummers in zijn setlist en het publiek hing aan zijn lippen. Ook al verstaan maar weinig mensen wat hij in het IJslands zingt, je zou ieder woord geloven.
De eerste twee platen van Ásgeir liggen heel duidelijk in één lijn. Nummers als “Hærra”, “Nýfallið Regn” en “New Day” zijn allemaal gekenmerkt door het folkachtige ritme. De nieuwe nummers die hij in Sint-Denijs speelde, waren net iets anders. Door de extra toegevoegde elektro, zijn die nieuwe nummers voller, zekerder en robuuster. “Lifandi Vatnið”, “Besta Gjöfin” en “Pictures” passen nog steeds bij de twee oudere albums, maar kregen elk een eigen extra dimensie. Extra elektro, wat jazzinvloeden en zelfs een duidelijke R’n B-sound; Ásgeir vond zichzelf opnieuw uit. In Sint-Denijs werd de interesse voor het nieuwe album absoluut gewekt.

Het gefocuste publiek onthaalde de nieuwe nummers goed en de IJslander voelde zich zichtbaar steeds meer op zijn gemak in de West-Vlaamse kerk. Na een staande ovatie keerde Ásgeir met zijn tweekoppige band terug voor twee bisnummers. Met het nieuwe “Hringsól” en het oude “King and Cross” sloot Ásgeir het concert af.
Het is nu wachten geblazen op de eerste singles en de nieuwe plaat in het najaar.

Met dank aan Dansende Beren http://www.dansendeberen.be

Organisatie: Wilde Westen, Kortrijk

Death Valley Girls

Death Valley Girls - Adembenemende psychrock

Geschreven door

Het Londense Calva Louise bestaat uit een Venezolaanse zangeres, een Franse bassist en een Nieuw-Zeelandse drummer. Het sprak ook tot mijn verbeelding maar buiten één volledig in het Spaans gezongen nummer leverde dat geen verrassende uitvalshoeken op. Er was ons bubblegum punkrock beloofd maar dit had in de verste verte niets met punk (zoals ik die toch ken) te maken.
Punk, het klinkt natuurlijk chique maar laten we het toch maar houden bij bubblegum pop die ondanks de internationale uitstraling van de band bijzonder Brits aanvoelde. Het klonk zeker energiek terwijl het er bovendien fris en sexy uitzag, toch kon dit mijn hart geen tel sneller laten kloppen. Daarvoor was het veel te gestroomlijnd terwijl de muziek op het podium bijna verzoop onder de meelopende tapes die de geluidsman er telkens bovenop gooide. Vooral de gitaar van zangeres Jess Allanic was bij momenten nauwelijks te horen of was dat doelbewust? Ik vond er niets aan maar gelukkig voor Calva Louise dachten de meeste aanwezigen daar anders over.

In 2016 maakten Death Valley Girls ‘Glow in the dark’, een plaatje dat uitgebracht werd door Burger Records en die ik bij de tien beste van dat jaar vond horen. Maar een goeie plaat is absoluut geen garantie voor een goed concert terwijl groepen die door Burger Records zijn opgevist al eens door de mand durven te vallen. Het was dus nog even nagelbijtend afwachten maar al snel kon ik alle reserves overboord gooien.
De vier uit Los Angeles begonnen hun set met een soort ritueel dat me enigszins aan Dead Moon deed denken en uiteindelijk uitmondde in een vreemd tafereel. De zangeres en bassiste stonden in een rijtje voor de drumster die bezwerend begon te roffelen en zo “Abre Camino” inzette. Een donker, melancholisch nummer dat onderhuids bleef etteren tot er onverhoopt toch nog een uitbarsting via de gitaar van Larry Schemel kwam.
De toon was meteen gezet: doomy, sludgy psychrock uit de garage waarbij de vraag of het wel radiovriendelijk genoeg zou klinken nooit gesteld werd.
Death Valley Girls lieten alle heersende trends aan zich voorbijgaan en zochten het in de onhippe (hoewel het tij stilaan aan het keren is) seventies. Tussen de oorsplijtende riffs van Schemel ontwaarden we echo’s van The Stooges of Black Sabbath zonder dat we hen ook maar één seconde konden verdenken een retroband te zijn.
De inspiratie mocht dan wel uit het verleden komen, het eindresultaat klonk eigentijds en nooit eerder gehoord. Vooral zangeres Bonnie Bloomgarden, tevens op gitaar en piano, bleek onnavolgbaar met haar hoog kirrende stem. Een beetje van de wereld, dat is dan nog zacht uitgedrukt maar het stoorde nooit. Integendeel, het hoorde er gewoon bij.
Nadat ze ons eerst bedankte omdat we de juiste t-shirts droegen leek ze plots dekking te zoeken. Zo dook ze eerst onder haar piano om later tussen de bevallige benen van de bassiste op te duiken.
Niet alleen de muziek sneed ons de adem af, ook visueel werd onze aandacht voortdurend geprikkeld. Voor de obligate bis liet la Bloomgarden ons kiezen tussen een happy of een scary song. Een overbodige vraag want “happy” leek me niet te associëren met Death Valley Girls. Hoewel ze met “Disco” toch één opgewekte song, die zelfs uitnodigde tot dansen, in de zwartgeblakerde set hadden gemoffeld.

Organisatie: 4AD, Diksmuide

Reena Riot

Reena Riot - Albumrelease - Al het goede van de plaat werd op het podium waargemaakt

Geschreven door

Het heeft wat aarde in de voeten gehad vooraleer er een debuutplaat kwam na het behalen van de finale van Humo’s Rock Rally in 2012. Eerst was er het overlijden van haar vader (Fons Sijmons van The Scabs) in 2013 en daarna kwam het maar niet van de grond. Maar eigenwijs en doelbewust werd er samen met Jan Myny (gitarist van het eerste uur) verder gewerkt en een nieuwe band op poten gezet. Met Alan Gevaert (bas), Bernd Coene (drum) en Thomas Werbrouck (Organelle, gitaar, …) was de band compleet. Zo werden er vervolgens opnames gemaakt die resulteerden in ‘Nix’. Een hoogstaand debuut.

Om de avond te starten kwam eerst nog Ila haar ding doen. We zagen haar vorig jaar aan het werk in Humo’s Rock Rally en waren wel onder de indruk van het kleine vrouwtje met haar elektrische gitaar en massieve stem. Een ongeslepen diamant vonden we haar toen en dat is ze nog steeds. Ze moet dringend werk maken van een band rond haar. Dit zal haar grillige en eigenzinnig nummers goed doen en zou haar ritmisch binnen de lijntjes houden.

Daarna kwam Reena Riot, het was tenslotte hun avond, het podium op. Zichtbaar en voelbaar met de nodige spanning werd het eerste nummer ingezet. Eerst een kabbelend begin om dan in de finale groots te klinken. Dit zullen we nog enkele keren horen. Bijvoorbeeld bij het wondermooie “Mountains”. Het pompende “All Systems Down” maakte indruk. Er werd een meezingmoment ingelast op het catchy “Shadow of The Sun”. Het was een moeilijke en intense maand geweest zei Naomie en daarom werd “Bird” opgedragen (ik denk dat ze het over Willy Willy had) aan de mensen die er niet meer waren maar waar hun muziek ervan verder zou leven. “Waiting” met bluesy en trein geïnspireerde ritme was ook meer dan de moeite.
De band speelde haast feilloos en met de nodige maturiteit. De muziek straalt energie, intensiteit en warmte uit. Dit was een release en een performance van internationale allure.

Jawel. Reena Riot is een band om te blijven volgen. Waarschijnlijk zullen we op radio 1 wel nu en dan een song van ‘Nix’ voorbij horen komen. Ze verdienen het en ze hebben het zelf afgedwongen. Reena Riot is klaar voor meer.

Organisatie: Gentlepromotion + Handelsbeurs, Gent

White Lies

White Lies - Geen wit, maar blauw

Geschreven door

Even leek het alsof de carrière van White Lies er opzat. Na de flop van het album ‘Friends’ uit 2016, leek niemand nog te geloven in een toekomst voor White Lies. Maar ze bewezen ons van het tegendeel met een geweldige nieuwe plaat ‘FIVE’. Het zorgde ook voor een boost in de ticketverkoop voor hun show in de Ancienne Belgique, want het bordje uitverkocht mocht worden bovengehaald. En de band werd als helden onthaald, en gaf een strakke show waarin ze toonden dat ze helemaal herboren zijn.

Voorprogramma Boniface mocht ons opwarmen met opgewekte indie pop, overtuigen deden ze minder. De band kwam speciaal van Canada om mee te gaan op tour met White Lies. Sympathiek van de band om zo’n beginnende groep te ondersteunen, maar vocaal wist Boniface wel niet uit te pakken. Het waren wel heel vriendelijke gasten en ze waren zichtbaar onder de indruk door de grote opkomst, maar misschien was het net daardoor dat de stem van de frontman er niet helemaal doorkwam. We geven de band alvast het voordeel van de twijfel, want potentieel hebben ze.

White Lies moest zichzelf terug weten te bewijzen in de Ancienne Belgique en met “Time To Give” gingen ze meteen gewaagd van start. Gehuld in een blauwe waas, startte het nummer met een simpele repetitieve synth gevolgd door de uitgesproken stem van Harry McVeigh. De man was duidelijk in zijn nopjes en al van bij het begin zagen we een uitgesproken smile op zijn gezicht verschijnen. Verrassend voor een band die in het verleden vooral depressieve nummers schreef. Tegenwoordig is dat depressieve aspect bijna volledig verdwenen, ze maken nummers die opgewekt klinken en zorgen ook voor een kleurrijke lichtshow. Blauw het centrale kleur dat bijna constant terugkwam, geen zwart/wit meer, dus die tijd zijn ze gepasseerd.
De band was duidelijk naar de Ancienne Belgique gekomen om te heersen en met “Farewell To The Fairground” werd meteen een eerste meezinger op het publiek afgevuurd. Ook “Believe It” van de nieuwe plaat bevatte dezelfde portie energie, 1en gaf duidelijk aan dat de groep er heel veel zin in had. Het was pas vanaf dat de band nummers uit ‘Friends’ begon te spelen, dat de set wat inzakte. Zo merkten we al bij “Hold Back Your Love” de nodige kitsch op en dat was jammer. In de rest van de songs overheerste kracht en hier moest een overdreven foute eighties sound de bovenhand nemen, gemiste kans.
Ook bij “Swing” hoorden we dit terug, het met voorsprong zwakste nummer uit de hele set. Een nummer dat een ware marteling was en waarbij we de seconden aftelden vooraleer het voorbij was. Gelukkig was dit van korte duur en wisten de andere nummers wel te boeien. Dat viel ook op aan het publiek. Iedereen stond van begin tot eind alles mee te zingen en als McVeigh vroeg om te klappen, dan deden ze dat ook gewoon. Eerste single ooit “Unfinished Business” zette de zaal in uur en vlam , “Take It Out On Me” bracht nog eens heel wat energie in de set.
Die energie werd ook heel hard versterkt door de fantastische lichtshow die de band had meegebracht. Gigantische lichten die achter hen stonden verlichtten het podium nu eens fel, dan eens donker, maar altijd met een blauwe gloed. Het versterkte de sfeer bij ieder nummer en zelfs nu nog staan die lampen op ons netvlies gebrand. Bij grootse nummers zoals “Big TV” of “Take It Out On Me” kregen we alvast hoopvolle lampen die ons helemaal warm maakten.
Er was een goed evenwicht tussen heel strakke, harde nummers en iets meer naar ballad neigende songs. Die laatste zijn soms wel moeilijk om toonvast bij te blijven, zo bleek bij “Kick Me”. Niets om ons zorgen over te maken, want opvolger “Death” begroef dat euvel en knalde de AB bijeen. Een furieus einde trouwens, want ook “Tokyo”, een heel leuke aanstekelijk nummer en “To Lose My Life” brachten de zaal aan het zingen en springen.
Het publiek wilde en kreeg meer. Eerst Harry alleen achter zijn piano om daarna een stadionanthem van jewelste uit zijn gitaar te laten knallen. “Fire And Wings” is vurig en klinkt even groots als andere bands in hun genre dat kunnen maken. Zou het feit dat White Lies met een plectrum van Editors speelde daar voor iets tussen zitten? Het zou zomaar eens kunnen, maar het zorgde ervoor dat het nummer alvast van de punch en intensiteit miste die het nodig had . Afsluiter “Bigger Than Us” gaf iedereen nog een hoopvol gevoel alvorens ze voldaan naar huis konden.

White Lies bracht iets meer dan anderhalf uur een bloemlezing uit hun discografie met de nadruk op de laatste twee platen. Als ze de voorlaatste plaat binnenkort uit hun setlist halen, dan zien we het wel terug helemaal goed komen met de band. Ze lijken goed in hun vel te zitten, brengen hun muziek zoals het hoort en weten ook perfect hoe je een publiek naar hun hand zet. Met een geweldige lichtshow en heel wat strak gebrachte nummers, was de volledige zaal van begin tot eind mee in het verhaal van White Lies. Meer van dat deze zomer op Pukkelpop.

Setlist: Time To Give - Farewell To The Fairground - Believe It - There Goes Our Love Again - Is My Love Enough - Hold Back Your Love - Unfinished Business - Jo? - Don’t Want To Feel It All - Take It Out On Me – Swing - Big TV - Never Alone - Kick Me – Death – Tokyo - To Lose My Life – Change - Fire & Wings - Bigger Than Us

Dank aan Dansende Beren http://www.dansendeberen.be

Organisatie: Live Nation

Tears For Fears

Tears For Fears - Rule The World-Tour – Korte, veilige, professionele set!

Geschreven door

Tears For Fears verkocht in de jaren ‘80 zo’n dertig miljoen albums. “Everybody Wants to Rule the World” is bekend bij het jongere publiek vanwege de begintune in een tekenfilmreeks, ook vanwege Kanye West (sample van “Memories Fade”) en “Mad World” werd in 2003 terug een hit in de vorm van een remake door Gary Jules en Michael Andrews. De twee kenden ook een woelige samenwerking dat na drie albums tot een breuk leidde. Orzabal maakte daarna nog twee albums onder de naam van de band. Intussen zijn de glooien al een tijdje glad gestreken en treden ze terug op. Ditmaal om een nieuwe ‘greatest hits’ album te promoten (waar ook twee nieuwe songs op staan) … Een jaar later dan voorzien. Orzabal verloor immers zijn vrouw vorig jaar.

Eerst kregen we Justin Jesson. Een soort van Justin Bieber. Een man met een heel sterke stem maar met nummers die in de traditie van boys bands thuishoorden. Ik ben er zeker van dat hij menig tienermeisje wild zou gekregen hebben. Helaas was hij mis cast want het publiek bestond voornamelijk uit vijftigers.

Tears For Fears -
Er werd gestart met een ‘Lorde’-versie van “Everybody Wants To Rule The World”. Om dan met de eigenlijke versie van start te gaan wanneer al de leden op het podium waren gekomen. Wat opviel was dat Curt Smith er heel mager bij loopt dezer dagen. Daarnaast was het van het begin duidelijk dat ze allebei nog steeds goed bij stem waren. Ook in de hogere passages. Het totaalgeluid was haast perfect. We kregen ook een mooie lichtshow aangevuld met filmpjes op een groot screen achteraan. De backings werden verzorgd door Carina Round (een Britse singer-songwriter). Een vrouw met een geweldige stem die nu en dan wat meer dan enkel backings mocht brengen.
Halfweg de set kregen we een cover. “Creep” van Radiohead werd hier heel subtiel en prachtig opgebouwd. Erg mooi gedaan. We kregen veel hits natuurlijk: “Change”, “Woman in Chains” (heel gevoelig gezongen), “Pale Shelter”, “Sowing The Seeds”… en het minder bekende “Badman’s Song”.
Na amper een uur kwam het laatste nummer “Head Over Heels/Broken”. Ze kwamen terug voor één bisnummer: “Shout”. Dat massaal werd meegezongen.

Tears For Fears staat nog altijd voor kwaliteit. Goede vocals, topmuzikanten en dito uitvoeringen van hun nummers. Voor mensen die zelden een concert doen (zoals er ongetwijfeld veel waren deze avond) was dit een topconcert. Ikzelf vond de set wat kort (75 minuten). Er werd ook op veilig gespeeld. Er kwam geen enkel van de twee nieuwe songs aan bod alsook geen tracks uit hun album uit 2004. Ik had ook ergens wel een speciale versie van een hit of zo verwacht. Met het vakmanschap dat ze hebben zou dat wel mogen. Voor de rest was het kwaliteit en topentertainment.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/concert/lotto-arena-antwerpen/tears-for-fears-20-02-2019
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/concert/lotto-arena-antwerpen/justin-jesso-20-02-2019

Organisatie: Greenhouse Talent

Modeselektor

Modeselektor - Radicale beats van vrije geesten.

Geschreven door

De Berlijners Gernot Bronsert en Sebastian Szary maken al meer dan twintig jaar hun onconventionele beats als Modeselektor. Deze Oost-Duitsers groeiden op in de DDR, net buiten Berlijn, en organiseerden al underground party’s in de jaren negentig nog voor er sprake was van Modeselektor. Ze namen hun tijd om de stiel te leren, en releasten hun eerste EP’s op het Bpitch Control label pas rond 2002. Hun naam haalden ze van een knopje op een Rolandsynthesizer. Ze bouwden gestaag hun live-reputatie op, en werden al vroeg opgepikt door Thom Yorke van Radiohead.
Van in het begin waren de visuals voor dit electronica-duo heel belangrijk, van in de tijd dat ze samenwerkten met het video-collectief Pfadfinderei in hun underground-club Kurvenstar nog voor er sprake was van Modeselektor. Pfadfinderei ontwierp ook hun Monkey-logo voor hun Monkeytown label. Modeselektor mixen techno, break-beats en hiphop en gebruiken graag gastzangers op hun producties.
Modeselektor en Apparat vormden samen Apparat, maar na drie platen en passages in Vorst-Nationaal hield Moderat het voor bekeken en gaat dit duo weer verder als Modeselektor met dit jaar hun nieuwe plaat ‘Who Else’. Modeselektor is net bevestigd voor Pukkelpop, maar woensdag had je de kans ze te zien in de Botanique, een buitenkansje omdat ze meestal in veel grotere zalen spelen.

Modeselektor speelden in de Botanique een uitgebreide set, waarin ze veel nummers van de nieuwe plaat speelden, die net iets toegankelijker klonk dan hun vroegere werk, met bijvoorbeeld het pompende “Who” met de zanglijnen van Tommy Cash, een nummer dat zich kan meten met Major Lazor, of de hiphop-grime met Flohio in “Wealth”, dat het dan weer bij Dizzee Rascal ging gaan zoeken.
Kenmerkend voor Modeselektor zijn de dubbele baslijnen, maar nergens hoor je een simpele 4-kwarts beat, alles is veel grilliger, met beats als aan elkaar geklikte legoblokjes. Sebastian Szary was de volksmenner van dienst, die het publiek opjutte.
De visuals waren weer top, met de vlaggen van de Verenigde Naties in “One United Power”, en verder de zo kenmerkende Modeselektor typografie inclusief de “Monkey” in een Egyptische tempel.
Climax was het tweeluik, “I am your god”, een woeste electro-anthem en “Evil twin” uit ‘Monkeytown’. De melancholie van Moderat kwam enkel terug in een nummer, “Wake me up when it’s over”, met Bronsert  op zang, maar dat was enkel de eerste minuten zo, want daarna ontaarde het nummer in een geontspoorde drillcore waar Aphex Twin patent op had.

Modeselektor speelde al zijn troeven uit, en kreeg de handjes van het publiek met gemak in de lucht. De Orangerie was woensdag getransformeerd naar een groezelige Berlijnse underground-club, en daarvoor moesten we niet eens 800 kilometer noordwaarts rijden.

Organisatie: Botanique, Brussel

 

Pale Lips

Pale Lips - Ideale schoondochters

Geschreven door

Eerst hadden we The Brittle Brothers uit Zwevegem en die deden me toch even de wenkbrauwen fronsen. Wat was dit? Een verdwaalde carnavalsband in de Pit’s? Mooie opstelling nochtans: bas, gitaar/zang en staande drums en een al even mooie intentie op hun visitekaartje: punk ‘n roll garage! Ik hoorde eerder een ratatouille van genres telkens opgejaagd door een drammerige bas. Tussen de nummers door leek de zanger te solliciteren voor een rol in ‘Eigen kweek’. Wil iemand hem vertellen dat er geen vierde reeks komt? Was dan alles kommer en kwel? Toch niet. Tijdens een paar instrumentale nummers, waarin de zanger zich duidelijk wat meer op zijn gitaar kon concentreren, kwam het tot een bevreemdende symbiose van jam band music en garagepunk.

Pale Lips uit Montréal, Québec kwamen hun nieuwe, tweede plaat (‘After dark’) voorstellen. Vier frisse meiden op het podium in de Pit’s, ik was er volledig klaar voor en het begon meteen straf met “I’m a witch” waarin een stukje “The Witch” van The Sonics verweven zat. Ze kenden duidelijk hun klassiekers want later volgden nog een nummer vol verwijzingen naar oude rock-‘n-roll helden en een hommage aan de Ramones. Jammer genoeg volstond dit niet om van Pale Lips een grootse band te maken. Nochtans deden ze het verre van slecht. Hun strakke bubblegum punk, rammelende rock-‘n-roll of hoe je het ook noemen wil liep als een denderende trein. Jackie Blenkarn zong zich de ziel uit het lijf terwijl de rest haar feilloos volgde maar wat klonk dit toch braaf. Té braaf voor een gore club als de Pit’s. Wat had ik gitariste Ilona Szabo, die zich beperkte tot slaggitaar, graag eens een vuile riff uit haar gitaar zien wringen.
Nee, deze ideale schoondochters hielden het netjes en daar was op zich niets mis mee. Alleen lagen de verwachtingen hier enigszins anders.

Organisatie: Pit’s, Kortrijk

Ben Sluijs Quartet

Particles

Geschreven door

We schrijven oktober 2016. Toen zakten we af naar W.E.R.F. labelnight in Concertgebouw in Brugge. We waren diep onder de indruk van de manier waarop een zekere Ben Sluijs zijn saxofoon bespeelde, alsof hij een onderdeel van dat instrument is geworden. Vanaf die avond waren we hevig fan van deze jazzvirtuoos. In februari zakte Ben Sluijs af naar de Lokerse JazzKlub en kwam daar zijn album 'Particles' onder de naam Ben Sluijs Quartet voorstellen. Dit leek ons een goede gelegenheid om die schijf, ook al is die al in 2018 op de markt gekomen, nog eens onder de loep te nemen. Met Bram De Looze (piano), Dré Pallemaerts (drum) en Lennart Heyndels (contrabas) weet Sluijs weer muzikanten rond zich te verzamelen die zijn intens mooie muziek tot een hemels hoog niveau doet opstijgen.
In alle bescheidenheid is Ben aan de weg blijven timmeren. In Ben Sluijs huist een uitzonderlijk getalenteerde muzikant die letterlijk zijn instrument tot leven brengt. Waardoor hij eerder thuishoort in de hoge regionen binnen het jazzgebeuren i.p.v. veilig verborgen voor de buitenwereld. Maar we vermoeden dat de man heel bewust voor deze weg heeft gekozen, en ook dat siert hem. Op de schijf is het dan ook die (alt)fluit en saxofoon die de toon aangeven van de plaat. Echter blijkt dus de inbreng van zijn medemuzikanten een enorme meerwaarde te zijn in het geheel. Getuige daarvan een sprankelend mooie “Air Castles” waar Bram zijn pianoklanken je een ware krop in de keel bezorgen, laat klinken als een warme gloed tegen koude winteravonden. Die lijn wordt eigenlijk doorheen de volledige schijf doorgetrokken.
In de Lokerse Jazzklub waren we danig onder de indruk van Dré zijn uitzonderlijke drumwerk. Dat hoor je ook op deze schijf terug. Luister maar naar songs als “Cell Mates” en “Mali” twee songs die worden gedragen door een uitzonderlijk gevarieerd drumwerk, van uiteenlopende kwaliteit, met zelfs een zekere zin tot experimenteren en vooral heel intensiviteit gebracht. Breekbaar als porselein, maar ook net energiek genoeg om je niet in slaap te wiegen is de rode draad doorheen voornoemde songs maar ook doorheen de gehele schijf. De zin tot improviseren tot in het oneindige, iets wat ik zo bijzonder vind aan jazz, keert eveneens terug op deze plaat.
Meermaals tuimel je van de ene adembenemende verrassing in de andere. Ben Sluijs laat niet direct in zijn kaarten kijken, waardoor je deze schijf toch enkele luisterbeurten moet geven, om dan weer andere ontdekkingen te doen. Zwevend, adembenemende songs als “Mali”, waarbij dus dat perfecte drumwerk wordt aangevuld met een fluit/saxfoon-inbreng die je onder hypnose brengt, is daar een mooi voorbeeld van. Het doet wat denken aan rituelen waar een fluitspeler de aanhoorder in een soort diepe trance doet belanden door middel van spelen met emoties van de aanhoorder.
U hebt nog niets gelezen over de inbreng van de contrabas? Nu, als je een kers op de taart zoekt in deze schijf dan is het net dit. De baslijnen van Lennart zorgen er namelijk voor dat een warme gloed neerdaalt over je hart. Telkens opnieuw. Tot je, eens in die trance beland, niet wil ontsnappen. Waardoor zijn inbreng van al even grote meerwaarde kan genoemd worden in het geheel.
Ook al ligt de focus enorm op de saxofoon en (alt)fluit van Ben zelf, je hoort hier een band waarvan elk van de leden hun instrument niet bespelen. Nee, ze brengen dat instrument letterlijk tot leven waardoor een perfecte jazzplaat ontstaat. Fragiel als de glimlach van een kind, en net ruw genoeg om je zodanig te hypnotiseren op een zelfs lichtjes dreigende wijze, dat je murw wordt geslagen. Niet door het optrekken van een geluidsmuur, maar door net op die plaats je hart diep te raken waardoor je wegzakt in een andere, mooiere wereld die dit kwartet je aanbiedt.

Tracklist: Particles, Song For Yusef, Miles Behind, Air Castles, Cell Mates, Mali, Jemima, Ice Chrystal

Blues/Jazz
Particles
Ben Sluijs Quartet
Ben Sluijs
On Purpose Records

Pagina 340 van 964