Botanique, Brussel - concertenreeks

Botanique, Brussel - concertenreeks 2026Stoned Jesus, Wheel, woensdag 1 april 2026, Orangerie, 20h Oliver Symons, zaterdag 4 april 2026, Witloof Bar, 20h Koma, woensdag 8 april 2026, Rotonde, 20h Son Little, vrijdag 10 april 2026, Orangerie, 20h Chalk,…

logo_musiczine_nl

Cactus Club, Brugge - concerts

Cactus Club, Brugge - concerts 2026 02-04 The Hickey Underworld, Bed rugs 05-04 Breaking waves: Knives, The Rats 09-04 Tom Smith @Sint-Jakobskerk 11-04 Tortoise (ism Kaap) 12-04 The Tool Experience (FKA The Perfect Tool), Carneia (Org: Devil in a box) 13-04…

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Kreator - 25/03...
Suede 12-03-26

Good Charlotte

Good Charlotte – Punkrock still lives!

Geschreven door

Good Charlotte zakte gisteren samen met Sleeping With Sirens af naar Brussel. Hmm, dat hebben we precies al eens eerder meegemaakt. Nog geen twee jaar geleden deelden beide bands eveneens de bill in dezelfde zaal. Poppunk is nog steeds in leven, maar nieuwe bands wagen zich zelden aan de oude recepten die door bands als blink-182 en Green Day geschreven werden. In 2017 namen beide bands nog ISSUES mee op sleeptouw, gisteren kreeg het Brusselse publiek, in een andermaal nagenoeg uitverkochte Ancienne Belgique, af te rekenen met The Doze en het Britse Boston Manor.

Eerstgenoemden moesten we helaas aan ons voorbij laten gaan, maar we waren gelukkig net op tijd voor de laatstgenoemden. Veel podiumruimte hadden ze, door de reeds opgestelde instrumenten van de twee hoofdacts niet. Het viertal moest hierdoor manoeuvreren op beperkte ruimte, maar gaf alles wat ze in huis hadden. De korte, maar pittige set begon met een focus op nieuwer werk ging stapsgewijs terug in de tijd. De muziek van Boston Manor zou je kunnen omschrijven als een erg sterk uitgevoerde kruisbestuiving tussen de poppy punk van bands als Simple Plan en de tearjerkende emotracks van bands als American Football. Zanger Henry Cox bewees zich meer dan voortreffelijk als frontman. De zanglijnen waren ‘on point’ en hij gaf zich - voor een op dat moment nog maar voor één derde gevulde AB - al speelde hij voor een uitverkochte zaal. Boston Manor deed wat we niet frequent meer zien bij support acts, een indruk nalaten die overtuigt om hen asap nogmaals aan het werk te willen zien.

Vervolgens werd de eerste lichting doeken van de opgestelde instrumenten gesleurd, en kreeg Sleeping With Sirens het podium. Zanger Kellin Quinn, die in het milieu bekend staat om zijn hoge, fragiele stemgeluid, had het niet onder de markt in het begin van de set. Vocaal moest ie stevig opbotsen tegen de stormachtige gitaren van zijn bandmaats, waardoor hij vaak net aan kracht tekort schoot om goed hoorbaar te zijn. Enkele tracks verder, bij “Better off Dead” en “We Like It Loud” liep alles uiteindelijk weer gesmeerd. Her en der ontstond er een gezellig, woelende moshpit. Geen hardbeukend gedoe, maar daar zal het - gemiddeld genomen – tenger gebouwde publiek eerder blij om geweest zijn. Sleeping With Sirens kreeg de poppen helemaal aan het dansen bij het zeer sterk overkomende “Congratulations”. De lont was nu ontstoken. Perfecte timing, want meteen hierop volgden emoklassiekers als “If I’m James Dean, You’re Adurey Hepburn” en “If You Can’t Hang”. Tracks die op hun eigen manier een tijdloos karakter hebben, en in Ancienne Belgique zonder twijfel degelijk gebracht werden. Finaal kregen we nog een goeie schop onder ons gat met het pittige “Kick Me”.

Headliner van de avond Good Charlotte betrad netjes op tijd het podium. Het broederpaar Benji en Joel Madden mag dan wel truckerlooks hebben. In de AB bleken ze ook over een peperkoeken hartje te beschikken. Op zich verschilde de gespeelde setlist nauwelijks met die van twee jaar geleden, met het verschil dat de minder populaire tracks van toen nu vervangen waren door tracks uit hun nieuwste plaat ‘Generation RX’. De titeltrack was tevens ook de opener van de set. De ondertussen volgestouwde zaal, bleek tijdens één van de awkward bindtekstmomentjes netjes opgedeeld te zijn tussen mensen die Good Charlotte al eerder, of nog nooit aan het werk zagen. Best bijzonder om te merken dat een genre, als poppunk/punkrock, die tegenwoordig erg moeilijk aan airplay raakt in onze contreiren, nog steeds nieuwe fans weet te bereiken en aan te spreken. Hallo, invloed van Spotify/Apple Music?
Lang moesten we trouwens niet wachten op de eerste popkleppers, met “The Anthem” als derde, en “Keep Your Hands Of My Girl” als vijfde gespeelde track. De sound die het vijftal neerzette was ruig, hard, maar werd nergens een chaotisch boeltje, zoals bij Sleeping With Sirens wel wat het geval was. De Madden broertjes behielden alle controle over de groep. Joel kon daarnaast ook – op enkele uitzonderingen na – zijn vocals meer dan goed laten doorklinken doorheen de gitaarwoesternij.
Nadat de keet door een ander ‘oud hitje’ “Girls & Boys” al voor een derde keer in een springfestijn was veranderd, ging het tempo een stuk omlaag. Het nieuwe “Actual Pain” kwam in eerste instantie wat vreemd binnen, maar kon ons toch voldoende overtuigen. Na al die jaren heeft frontman Joel Madden weliswaar nog steeds moeite met zijn bindteksten entertainend te houden. Wat hij zegt mag dan wel grappig, gepassioneerd of lief overkomen. De stiltes tussen zijn mogelijks weldoordachte zinnen, zorgden voor een wat awkward overkomen. Tegenwoordig lijkt het ook obligatoir om als Amerikaanse band je gal te spuwen over het Trump-bewind, zoals ook Good Charlotte deed alvorens “Prayers” in te zetten. We hadden stiekem gehoopt dat we ondertussen dat punt al voorbij zouden zijn, want politiek gezwets tijdens punkshows heeft zelden een maatschappelijke meerwaarde gehad. Gisteren zorgde het vooral voor een tempodrukkend intermezzo.
Ook de emotionele intro voor “Hold On” – weliswaar met een veel zinvollere, maatschappelijke boodschap – zorgde voor een moment van rust.
Tijd voor actie, zo vonden wij, zo vond gelukkig ook de band. “Walfdorf Worldwide” was de ideale track om terug wat peper in de kont te krijgen. De track ademt ‘American highschool vibes’ en doet meteen denken aan matig-komische films als ‘American Pie’. Ook deze track hield vast aan de hoge kwaliteit van uitvoering van het optreden. Ten slotte kregen we nog een nagenoeg identiek slotsalvo te verduren als twee jaar geleden. Maar waarom ook niet? Never change a winning team, weet U wel. “Little Things” en “The River” deden een al wat-kolkendere moshpit ontstaan en geen aanwezige kon blijven stilstaan toen we achtereenvolgens “Dance Floor Anthem”, “I Just Wanna Live” en “Lifestyles of The Rich & Famous” geserveerd kregen.

Good Charlotte bewees eigenhandig, en met de steun van enkele degelijke bands uit hetzelfde milieu, nog steeds een sterke live act te zijn. Muzikaal zat alles goed in elkaar en genoten we van mogelijks een van de betere punkrock concerten sinds lange tijd. De vele interactiemomentjes met het publiek zorgden voor een gemoedelijke sfeer, maar zorgden toch soms voor wat awkwardness. De set week tenslotte niet zoveel af van de set van enkele jaren terug, maar dat zal de aanwezigen worst gewezen hebben.
Good Charlotte bezorgde een nagenoeg volgepakte AB een erg vermakelijke avond en bewees dat punkrock, ondanks de afnemende relevantie, bijlange niet ten dode opgeschreven is.

Neem gerust een kijkje naar de pics
The Dose
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/concert/ancienne-belgique-brussel/the-dose-07-02-2019
Boston Manor
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/concert/ancienne-belgique-brussel/boston-manor-07-02-2019
Sleeping with Sirens
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/concert/ancienne-belgique-brussel/sleeping-with-sirens-07-02-2019
Good Charlotte
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/concert/ancienne-belgique-brussel/good-charlotte-07-02-2019

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Years & Years

Years & Years - Return to Palo Santo

Geschreven door

Voor de derde keer in minder dan een jaar strijken de mannen van Years & Years neer op Belgische bodem. U weet wel, die Britse electropop groep met de extravagante zanger en de vreemde dansmoves. In 2015 bracht de band rond Olly Alexander hun debuutplaat uit met daarop hits als “King” en “Desire”. In 2018 volgenden nieuwe hits zoals “If You’re Over Me” en “Sanctify”. Deze maken deel uit van de tweede langspeler ‘Palo Santo’. Voor de lp in de rekken verscheen, stonden ze op Werchter Boutique. Daar werden we voor het eerst voor het eerst verwelkomd in het universum van ‘Palo Santo’. Enkele weken later bracht de band hun tweede album uit. Sindsdien zijn de jongens aan het toeren geweest. Years & Years sloot hun jaar af op de Warmste Week waar een duizendtal gelukkigen opnieuw te gast waren in ‘Palo Santo’. Vandaag keren we terug naar het koninkrijk van Olly Alexander in de Lotto Arena. Return To Palo Santo.

Om stipt acht uur betreed een DJ het podium, na wat rustgevende geluiden komt er een beat. Nog wat later loopt zangeres/rapster Martha Da’ro het podium op. Haar set komt wat traag op gang, maar na een klein kwartiertje weet ze wel de zaal te boeien. Martha Da’ro droomde als kind dat wanneer zij “What’s my motherfucking name?” zou roepen, er luid gereageerd zou worden met haar naam. In haar dromen was het waarschijnlijk iets enthousiaster, maar de zangeres van Angola krijgt het grootste deel van de Lotto Arena wel mee. De aangename beats en teksten met inhoud doen wat een voorprogramma moet doen: opwarmen. Met slechts een handvol nummers weet Martha Da’ro zo een plezant sfeertje te creëren.

Om klokslag negen gaan de poorten van Palo Santo open. Years & Years - We worden (opnieuw) onthaald met “Sanctify” door Olly Alexander en zijn vijfkoppige band. Tijdens “Shine” wordt er luider meegezongen en meer meegedanst. De gekke moves van Olly zorgen voor enthousiast geschreeuw. De Lotto Arena heeft er zin in en zit tot de nok gevuld met energie, maar op het podium ontbreekt er soms wat energie. Tijdens nummers als “Karma” en “Preacher” zien we hoe de vermoeidheid van het touren toeslaat. België is de laatste stop van de ‘Palo Santo Tour’. Hierna kunnen de jongens genieten van welverdiende rust.
Met “Eyes Shut” wordt het allemaal wat rustiger als Olly Alexander plaats neemt achter de piano. Hier toont de Britse zanger zijn zangkwaliteit. Ook tijdens de hoge noten op het einde van “Lucky Escape” probeert hij dat. Olly Alexander zijn stem is niet altijd even zuiver, maar niemand die zich eraan stoort. We zijn hier om te feesten en “Desire” is hier een schoolboek voorbeeld van. Het dak gaat er net niet af. Daarna wordt het opnieuw wat rustiger met “Palo Santo”. Olly gaat hier met een meters lange jurk de lucht in. De Brit gaat van de grond en we hangen allemaal aan zijn lippen. Tijdens nummers als “Preacher” en “Ties” komen we weer met onze voeten op de grond. Deze weten net iets minder te boeien.
Tijdens “Hallelujah” wordt er dan weer veel gedanst om daarna mee te zingen met “Like A Prayer”. Madonna en Ariana Grande passeren in de rapte terwijl Olly Alexander een andere extravagante outfit aantrekt. Het schaduwspel tijdens “Worship” is niet het enige visuele hoogtepunt van de avond. De visuals op het scherm achter de band zijn een prachtige rondleiding in het koninkrijk van Years & Years. Als de reis naar Palo Santo er bijna opzit, wordt iedereen bedankt en er een einde aan gebreid met “If You’re Over Me“. Dat gaat gepaard met nog meer gekke dansmoves en enthousiasme. Wederom gaat het dak er bijna af.
Years & Years had een missie, het plafond van de Lotto Arena aan grut spelen en dus volgen “All For You” en het recente “Play”. We moeten het niet meer zeggen, maar nog meer vreemde moves van Olly. Naast ons wordt er een opmerking gemaakt over hoe schattig Olly is als hij naar het publiek lacht. We gaan akkoord. Afgesloten wordt er met (hoe kan het ook anders) “King”. Nu gaat het dak er helemaal af! Er wordt gezongen, gedanst en nog meer van dat. Het perfecte nummer om het feest mee af te sluiten en afscheid te nemen van Palo Santo.
Olly Alexander zingt misschien niet altijd even zuiver, maar door zijn eigenaardige bewegingen vergeten we dit snel. De vermoeide, maar schattige zanger weet een feest op poten te zetten in zijn koninkrijk met zijn dansbare muziek. Ja, hier en daar zakte het wat in, maar dat vergeten we snel door de vele hits die in de setlist zaten. Years & Years opende vandaag voor de derde keer in België de poorten naar Palo Santo en ja, Olly is nog steeds de king van de dansvloer.
Wie geen ticket kon bemachtigen voor de show in de Lotto Arena of er gewoon niet bij kon zijn krijgt een vierde kans om de wereld van Years & Years te betreden op Rock Werchter.

Setlist: SanctifyShineKarmaMeteorite - Eyes Shut - Lucky EscapeGoldDesire - Palo SantoTiesPreacherHallelujah - No Tears Left To Cry/Like A Prayer (backing vocals)WorshipRendezvous - If You’re Over Me - All For YouPlayKing

Met dank aan Dansende Beren http://www.dansendeberen.be

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/concert/lotto-arena-antwerpen/years-and-years-07-02-2019
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/concert/lotto-arena-antwerpen/martho-daro-07-02-2019

Organisatie: Live Nation

Black Midi

Black Midi - De opwindende toekomst van de Britse Rock

Geschreven door

Je houdt het niet voor mogelijk, een bende schuchtere piepjonge gozers die de meest waanzinnige, tintelende en frisse rock van het moment spelen.
Je kent ze wel, de uitdrukkingen die voornamelijk van de opgefokte Britse pers komen : “The best band you never heard of in your life”, “The next big thing”, en weet ik veel wat nog allemaal. Maar godverdomme, deze keer is het voor geen cent gelogen.
Er zit geen nochtans enkele marketingcampagne achter, Black Midi heeft nog niet één noot op plaat geperst, voor zover wij weten hebben ze zelfs nog geen platenlabel. U zal ook tevergeefs op zoek gaan in Spotify, er valt nergens wat te streamen.

Wat er wel te vinden is op het internet is een geweldige sessie bij het befaamde KEXP live, hét platform voor elke getalenteerde band die zich in het indie-wereldje een weg wil banen. En met die geweldige KEXP live sessie is de bal aan het rollen gegaan. Check het meteen op You Tube en stel vast wat voor een buitengewone en excellente band dit is.
Hebben wij ook gedaan, en als de bliksem zijn we vertrokken naar Lille, waar Black Midi in het clubzaaltje van l’Aéronef hun wonderlijke klasse bovenhaalt. Dit zijn jongens die een unieke sound hebben gedistilleerd uit het beste van Fugazi, Slint, Ought, Pere Ubu, Television en Sonic Youth. Het prikkelt, het stuitert, het gutst en het klotst, maar het klinkt fantastisch. De spontaniteit, de bezieling en klasse waarmee de jochies hun instrumenten beroeren is ongezien. En die drummer ! check die gast, gewoon uitzinnig. De kerels gaan volledig op in hun set, communicatie met het publiek is nul komma nul. Vinden wij niet erg, want dit is voor één keer geen Britse arrogantie of de zoveelste PR stunt, maar gewoon de beste manier voor een clubje bescheiden jonge gasten om zich uit te drukken.
De muziek spreekt voor zich, de rest is bullshit.

Een klein uurtje volstaat om ons te overtuigen. Dit is de toekomst van de Britse rock.

Organisatie: Aéronef, Lille

Ghost

Ghost - Te veel van het goede

Geschreven door

Zelden weten nieuwe bands binnen het metalgenre zich op te werken tot zaalvullende acts. Festivals als Graspop of Alcatraz moeten hierdoor sinds jaar-en-dag steeds dezelfde konijnen uit de headliner-hoed trekken. Al lijkt er, bij name van Ghost, Zweedse verandering aan te komen. Het heeft er alles weg van dat ze het zullen klaarspelen om zich te nestelen tussen de Iron Maidens en Metallica’s van de wereld. Een nagenoeg volgepakte Lotto Arena vol zwarte shirts, denimjasjes volgenaaid met bandpatches en sporadische groepjes als nonnen verklede dames achtte zich bereid om hun ziel en oorkanalen ten dienste te stellen van Cardinal Copia en zijn Nameless Ghouls.

Alvorens Ghosts ceremonie ingeluid werd, kreeg een ander Zweedse exportproduct Candlemass drie kwartier de tijd om ons te overtuigen. De band gaat al mee sinds de jaren ’80, wat deels verraden werd door de beerbods van het gezelschap. Al kan er wel niet gesproken worden van een gebrek aan uitstraling. De frontman van dienst leek wat op een bastaardzoon die genen erfde van zowel Alex Agnew (Diablo Blvd) als James Hetfield (Metallica) en paradeerde vol flair over het podium. Desondanks de vele personeelswissels die ze de afgelopen decennia hebben doorgemaakt, klonk Candlemass ook sterk als collectief, waarin vooral de dreunende dubbele bass drum een heerlijke hoofdrol speelde. Hoogvlieger in hun set was het nieuwe “Astorolus – The Great Octopus” waarbij de dreun heerlijk tegen onze ribben ging plakken.

Ghost begint hoe langer, hoe meer ook door te sijpelen bij het Studio Brussel publiek. Dat hebben ze deels te danken aan de Hotshot-status van “Dance Macabre” en het catchy “Rats”, beide afkomstig uit hun meest recente plaat ‘Prequelle’. Maar, laten we eerlijk zijn, mensen die gebaseerd op deze twee nummers afzakten naar Antwerpen, zullen hoogstwaarschijnlijk niet voldaan huiswaarts gekeerd zijn, alsook niet de mensen die houden van pittige, intense sets.

De hitzoekers werden wel snel op hun wenken bediend, want na opener “Ashes”, waar zanger Tobias Forge vooral nog op zoek was naar zijn stemgeluid, gooide de band meteen al “Rats” op het altaar. Hitje of niet, echt veel leven zat er niet in het publiek. In een poging de boel op te stoken, werd “Absolution” nagenoeg volgestouwd door Forge die zijn geografische kennis deelde. ‘Antwerpen! Belgium!’ Na enkele keren was de meerwaarde hiervan echt wel gaan vliegen. Om te kunnen ontkennen dat de kardinaal een meesterlijke entertainer is, zouden we daarentegen gekke argumenten moeten bovenhalen. Ontkennen dat Ghost één van de sterkste conceptuele bands van het moment is, dat is nagenoeg onmogelijk.
Het impressionante podium werd intens gebruikt door zowel Cardinal Copia als zijn gitaarspelende Ghouls. De kitsch droop er weliswaar van af, zelfs Forge wees op subtiele wijze op de plastieken uitstraling van zijn speelveld. Geen mens die zich eraan stoorde, want ook aan special effects geen gebrek bij Ghost. Een erg sterke lichtshow, duivels podiumrook, enkele steekvlammen en vooral de machtige kostuums ontbraken niet in de Lotto Arena.
In het eerste deel van de dienst ging het niveau na het matige “Absolution” weliswaar vlotjes de hoogte in. “Ritual” werd gekenmerkt door een intensere, lagere zanglijnen waarin Forge zijn stem dermate pakkender overkwam, en “Per Aspera ad Inferi” werd door een significant deel van het publiek meegebruld. Het was toch het epische “Cirice” – dat na een best wel lange en overbodige intro werd ingezet – dat ons kippevel bezorgde. Het werd ons persoonlijk hoogtepunt van de set. Weliswaar hadden we dan nog maar één derde van de show achter de rug. Ging Ghost ons nog tot het einde kunnen blijven boeien, verrassen en entertainen?
Het antwoord hierop is niet zo eenduidig. Qua entertainende factoren kwamen we zeker aan onze trekken, flashy kostuumwissels en een sporadische saxsolo door Papa Nihil, Cardinal Copia’s mentor als het ware, boden ons het nodige visuele vermaak. Muzikaal verdween de spanning weliswaar mondjesmaat. Daar kon het akoestisch sterk uitgevoerde “Jigolo Har Megiddo” helaas niet zo veel aan veranderen.
Van begin af aan hadden we de indruk dat Ghost ergens tussen twee werelden zweeft. Aan de ene kant de wereld van stevige gitaren en een ‘metal performance’ neerzetten, aan de andere kant lijkt het gezelschap een doodse variant op de Phantom Of The Opera musical op te voeren. De momenten dat we muzikaal omver werden geblazen werden, waren vooral erg schaars voor een 25-tracks durende ceremonie.
Na een korte break hoopten we dat er terug wat vuur in de set zou gepompt worden en het geen vervolg van de afhaspeling aan nummers zou gaan worden. Vuur kregen we letterlijk, maar ook figuurlijk. “Spirit” werd meesterlijk theatraal ingezet, maar net zoals bij het merendeel van de songs, kwamen de vocale lijnen geluidstechnisch niet zoals het hoorde tot bij het tribunepubliek. Iets wat vooral bij “From The Pinnacle To The Pit” en “Majesty” erg storend werd. De show begon zich eindelijk als een duiveltje in een wijwatervat te gedragen toen er wat ‘woef’ in de set werd gestoken. Met “Faith” en fan-favorites “He Is” en “Mummy Dust”, zat het venijn andermaal in de staart. Vurig, speels en headlinerwaardig materiaal. Al klonk Forges stem in “Mummy Dust” misschien eerder als een slechte, Italiaanse ober, dan als een dreigende frontman.
In plaats van op dit vermakelijke stevige elan verder te gaan en in een rotvaart de set te besluiten, werd er aan de noodrem getrokken. Elke nameless Ghoul, werd tijdens een best-wel-overbodige “If You Have Ghosts”-cover (Roky Erickson) door Cardinal Copia voorgesteld. Iets wat in een mum van tijd geklaard kan zijn, al deed onze kardinaal er op zijn gezegende leeftijd een dikke tien minuten over. Veel te lang, en ronduit overbodig. Na ruim twee uur recht te staan, of oncomfortabel neer te zitten, wil je nog een laatste keer overdonderd worden door een spetterend slotsalvo. Niet een tergend lange lezing uit de bindtekstbijbel ondergaan. Gelukkig werd ons geduld beloond met een indrukwekkend sterke uitvoering van hit “Dance Macabre”, waar het geluid voor het eerst in de volledige zaal nagenoeg perfect klonk. Klap op de vuurpijl werd “Square Hammer”. Intens, gepassioneerd en hard. De ideale afsluiter voor een metalshow, zo vonden wij.
Zo dacht Ghost er helaas niet over. Er volgde vervolgens nog een hoop gelul over vrouwelijke orgasmes en valse showeindes, alvorens de groep “Monstrance Clock” inluidde. Deze track kon bijlange niet de intensiteit van “Square Hammer” evenaren, waardoor we met een erg wrang gevoel de zaal verlieten. Het was toen ruim half twaalf en het leven was zichtbaar uit het grootste deel van het publiek gezogen. We ervaarden weinig adrenaline-rushes bij onszelf als bij de rest van de aanwezige mensen en geesten, ergens moet het dus fout gegaan zijn, lijkt het ons. Na het optreden werd er vooral veel gepraat en geanalyseerd, aan extase was er een gebrek.
Had deze show een compactere uitvoering gekregen, met een grotere focus op muzikale kracht dan op entertainment, we zouden de Zweden hoogstwaarschijnlijk overladen hebben met complimenten. Tracks als “Faith” en “Cirice” hielden de set met verve overeind en nummers als “Rats” en “Dance Macabre” pleaseden de sporadische luisteraar. Wat de meerwaarde van ruim de helft van de rest van de set was, daar stellen we ons vragen bij.

Ghost bewees in de Lotto Arena over de kwaliteiten te beschikken om een volwaardige (metal)headliner te worden. Ze leverden een show met hoog entertainmentwaarde af, maar wisten onze aandacht geen 150 minuten te behouden. Het tempo en het wow-gevoel schoten enkele malen de hoogte in, maar doken ook meermaals de diepte in. Wanneer de show eenmaal echt op gang was getrokken, haalde frontman Tobias Forge het tempo er vervolgens zelf met ellenlange, overbodige bindteksten uit, wat vooral het slot van de show vergalde.

Setlist: Ashes – Rats – Absolution – Ritual - Con Clavi Con Dio - Per Aspera ad Inferi - Devil Church – Cirice – Miasma - Jigolo Har Megidda (acoustic) - Pro Memoria - Witch Image - Life Eternal – Spirit - From The Pinnacle To The Pit – Majesty - Satan Prayer – Faith - Year Zero - He Is - Mummy Dust - If You Have Ghosts - Dance Macabre - Square Hammer - Monstrance Clock

Met dank aan Dansende Beren http://www.dansendeberen.be

Organisatie: Live Nation

The Wombats

The Wombats – samen met Circa Waves een indie rock hoogdag

Overmorgen is het precies één jaar geleden dat ‘Beautiful People Will Ruin Your Life’ op de wereld werd losgelaten. De vierde plaat van The Wombats gaf hen een plaatsje op Pukkelpop en nu ook een nagenoeg uitverkochte grote zaal van Trix. Dat ze daarbij nog Circa Waves meenamen (die nota bene ook binnenkort met een plaat komen en een Afrekening-hitje scoren momenteel), was een hele mooie toevoeging.
Beide bands deden waarvoor ze gekomen waren: aanstekelijke indie rock serveren dat zowel dansbaar als meezingbaar was.

Circa Waves opende de dans en dat deden ze een halfuurtje lang. Spijtig, want bij ons kon er gerust nog een extra halfuurtje in. Dan maar strak en met een hoog tempo er acht nummers doorjassen. Er valt een duidelijk onderscheid te merken tussen de nummers van de band uit Liverpool. Zo heb je de heel aanstekelijke met een simpele gitaarlijn, en daarnaast heb je de meer bombastische. Het valt op dat het vooral de nieuwe songs zijn die zich meer lagen hebben aangemeten. Beide geven wel de nodige portie energie, en is het dat niet wat iedereen nodig heeft?
“Fossils” was catchy, strak en snel, “Movies” bevatte een sterke opbouw en “Somebody Good” was een atypische stadionanthem die de band makkelijk weet te integreren in hun korte set. Want met slechts een halfuur op de klok, verlangden we nadien gewoon naar meer. Afsluiter “T-Shirt Weather” zorgde voor het eerste gigantische meezingmoment, en we voelden het al aan ons water dat er ook bij The Wombats meerdere zo’n momenten zouden volgen. Circa Waves bleek dus de perfecte opwarmer, al hoeven ze dat tegenwoordig al lang niet meer te zijn.

Anderhalf uur kreeg The Wombats om ons te overtuigen van hun discografie, die ondertussen vier albums rijk is. Het publiek, inmiddels helemaal warm door de fijne warming-up onder leiding van Circa Waves, kreeg meteen nieuw werk voorgeschoteld. De Britten staken van wal met “Cheetah Tongue”, en werden per direct getrakteerd op het gelukzalig enthousiasme dat zich in Trix had opgestapeld. Toch viel op dat het nummer weinig bijdroeg tot die optimale sfeer, maar dat het vooral het publiek was dat er veel goesting in had. Met “Moving To New York” was het hek echter al snel van de dam: de grote zaal van Trix ontwikkelde zich tot een stuiterend en brullend geheel. ‘Christmas came early’, en het eerste hoogtepunt in de set gelukkig ook.
In het tussenstuk viel vooral op dat de nieuwe nummers live wat dash missen om het enthousiasme een hele set op een gelijk niveau te houden. De nonchalance waarmee nummers als “Black Flamingo” of “I Don’t Know Why I Like You But I Do” werden gebracht, gaven de nummers ook te weinig speelsheid mee om live helemaal te overtuigen. “Lemon To A Knife Fight” was dan weer een tegenvoorbeeld, aangezien deze single wel doorgespeeld werd, en naarstig werd meegebruld door de bijna uitverkochte Trix. Ook “Ice Cream” werd met het spreekwoordelijke mes tussen de tanden aan het publiek gepresenteerd, en was veruit het nummer van ‘Beautiful People Will Ruin Your Life’ dat live het meest bleef hangen. Er werd zowaar een ietwat vettige riff op het publiek losgelaten, terwijl “Ice Cream” op plaat eerder een kneusje dan een topnummer is.
Met “Kill The Director” en “Techno Fan” dropte het drietal respectievelijk een tweede en een derde bom, en die waren wat ons betreft perfect getimed. Alweer werd duidelijk dat oudere nummers de sleutel naar het hart van het Trixpubliek waren, want de blijdschap en het geluk viel weer van de mensen hun gezicht en dansbewegingen af te lezen. Die eerste werd als een ware indie anthem meegebruld door al wie voor The Wombats naar Borgerhout was afgereisd, en dat enthousiasme werkte besmettelijk.
Het drietal uit Liverpool was goedgeluimd aan de set begonnen, maar geraakte nummer na nummer meer bevangen door het enthousiasme van het publiek, en ging hier meer en meer in mee. Toen er ook nog een dozijn kleurrijke ballonnen op het publiek werd afgevuurd, konden we ons moeilijk voor de geest halen hoe ‘een mindere dag hebben’ precies voelt…
“Let’s Dance To Joy Division” zette de kroon op het werk, en liet de voltallige Trix kirren van plezier. Voor het eerst in de set werd het moeilijk om door de sing-a-longs de instrumenten en stemmen van het drietal te horen, en als je dat kan waarmaken als band, heb je volgens ons een straf nummer in je repertoire zitten. Tijdens de bisronde werd even gas terug genomen, en kwam Matt Murphy met akoestische gitaar “Lethal Combination” brengen. Daarna vervoegde de rest van de band hem nog voor “Turn” en (definitieve) afsluiter “Greek Tragedy”, en daarbij viel vooral op dat die eerst genoemde zeer vol en overtuigend werd gebracht. Ook een deel van het publiek wist “Turn” grotendeels mee te zingen. Gezien dit geen uptempo nummer is volgens het gekende recept, was dit een positief verrassende vaststelling.
The Wombats maakten het zichzelf vocaal en instrumentaal niet al te moeilijk. Toch wist het drietal een zeer professionele en goed uitgevoerde set aan het publiek te presenteren, waarbij op gepaste wijze gespeeld wordt met ups en downs in energie en enthousiasme. Zowel instrumentaal als vocaal zat de performance van de heren wel snor. Aangevuld met enkele absolute klassiekers, kreeg je zo’n band die live heel moeilijk kan teleurstellen. Trix at uit de hand van de Britten, en deed dat mede door de uitstekende set die Circa Waves er al had opzitten.

Wat een hoogdag voor de indierock liefhebber moest worden, loste ongetwijfeld de hoge verwachtingen in. We kregen twee zeer fijne bands, waarvan beiden eigenlijk een headline tour verdienen.

Setlist Circa Waves: So Long – Fossils – Movies - Somebody Good – Stuck - Stuck In My Teeth - Fire That Burns - T-Shirt Weather
Setlist The Wombats: Cheetah Tongue - Moving To New York - Jump Into The Fog - Give Me A Try - Black Flamingo – Emoticons - Lemon To A Knife Fight - I Don’t Know Why I Like You But I Do - Pink Lemonade - Bee-Sting - Kill The Director - Ice Cream - Techno Fan - Your Body Is A Weapon - Tokyo (Vampires & Wolves) - Let’s Dance To Joy Division - Lethal Combination – Turn - Greek Tragedy

Met dank aan Dansende Beren http://www.dansendeberen.be

Organisatie: Trix, Antwerpen

The Wombats – samen met Circa Waves een indie rock hoogdag
Circa Waves + The Wombats

Parkway Drive

Parkway Drive - Melodieuze ruwheid

Geschreven door

Het centrum van de metal(core)scene bevond zich dinsdagavond even in Brussel waar Parkway Drive er naar aanleiding van hun laatste album ‘Reverence’ (2017) het podium van Vorst Nationaal inpalmde. Met Killswitch Engage en Thy Art is Murder in het voorprogramma was dit optreden al voorbestemd om een van de betere metaloptredens van het jaar te worden.

De aftrap van een avondje muzikaal geweld werd gegeven door Thy Art is Murder. De Australische deathcore band uit Sydney, of ‘Shitney’ zoals zanger Chris McMahon het graag noemt, mocht in een  twintigtal minuten bewijzen wat die in zijn mars had.  Wie een rustige set verwachtte om gestaag op te warmen richting headliner was eraan voor de moeite. Met nummers als “Dear Desolation”, “Reign of Darkness” en “Puppet Master” werd Vorst namelijk onmiddellijk hevig door elkaar geschud. Mooi gebrachte brutaliteit die het publiek duidelijk kon smaken.

Daarna was het tijd voor Killswitch Engage, een band die al ruim een decennium helder aan het metalcorefirmament schijnt en voor een deel van het publiek ongetwijfeld de doorslag gaf om op een doordeweekse werkdag richting Brussel te tuffen.  Zoals we brulboei Jesse Leach kennen, schreeuwde hij ook nu weer de longen uit zijn lijf en kon daarbij op heel wat hulp rekenen van de fans. Gitarist Adam Dutkiewicz liep als een hyperkinetisch konijn rond, maar was daarbij opvallend zwijgzaam. Iets wat we niet van hem gewoon zijn. Een strakke set werd geserveerd waarbij vooral de vroegere hits als “My Curse”, “Rose of Sharyn” en “My Last Serenade” op veel bijval konden rekenen. De Amerikanen bewezen nog maar eens dat ze nog lang niet ‘uitgeschakeld’ zijn als vertegenwoordigers van het genre.  Na dit strak afgewerkte optreden is het watertandend uitkijken naar het achtste album dat in de loop van 2019 gelanceerd zal worden.

Dat Parkway Drive veel aandacht besteed aan appearance en performance, werd duidelijk aan de manier waarop de Australiërs aan hun set begonnen. In plaats van het podium gewoon op te komen, verschenen de bandleden achterin de zaal en baanden zich zo een weg door het publiek. Nadat ze zich keurig opgesteld hadden op het verhoogje van het podium werd “Wishing Wells” ingezet, de ideale opener. Na een rustige inleiding van een minuut grunt zanger Winston McCall voor de eerste keer de ziel uit zijn lijf en ‘is de kop eraf’ voor een anderhalf uur durende set. De keuze om “Prey” als nummer twee op de setlist te plaatsen, noemen we nu eens het ijzer smeden terwijl het heet is. Deze meezinger uit het laatste album ‘Reverence’ (2018) is een mooi voorbeeld van de melodieuzere koers die Parkway Drive volgt sinds het album ‘Ire’ (2015). Een keuze die hen geen windeieren gelegd heeft en de fanbase alleen maar vergroot heeft. Een eerder ingetogen hit als “Cemetery Bloom” zou vroeger trouwens nooit de setlist gehaald hebben, en “Writings on the Wall” en “Shadow Boxing” al helemaal niet. Deze laatste twee werden voor de gelegenheid door een waar snaarkwartet vergezeld.
Na het opzwepende “Wild Eyes” en “Chronos” verdween McCall van het podium om iets later op een platform achterin de zaal te verschijnen vergezeld door een celliste. Even wat gas terugnemen was een understatement, want in het licht van een schijnwerper werd het akoestische “The Colour of Leaving” als laatste nummer voor de bisronde gebracht. De kracht van het lied zat hem in de eenvoud waarmee het gebracht werd maar helaas werd de intimiteit hier en daar wat doorbroken door een valse noot van McCall. Brullen is hem duidelijk meer op het lijf geschreven.
Na een korte pauze werd op de boeddhistische begintonen van “Crushed”  een groot logo boven het podium gehesen waarna het lied losbarstte en de weg vrijgemaakt werd voor “Bottom Feeder” dat met vuurwerk en een vuurzee het einde van de avond bezegelde. Na het publiek uitgebreid te danken viel het doek tot slot letterlijk over de show.

Parkway Drive bewees (wederom) dat ze tot het kruim van de metalscene behoren. Door de strategische keuze van nummers op de setlist en een tot in de puntjes georkestreerde show werden de verwachtingen meer dan ingelost. De Australiërs lieten geen spaander heel van Vorst en lieten ons het emotionele ontslag van minister Schauvliege eerder op de avond snel vergeten.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/concert/vorst-nationaal-brussel/thy-art-is-murder-05-02-2019
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/concert/vorst-nationaal-brussel/killswitch-engage-05-02-2019
http://www.musiczine.net/nl/foto-s/concert/vorst-nationaal-brussel/parkway-drive-05-02-2019

 Organisatie: Live Nation

Ben Sluijs Quartet

Particles

Geschreven door

We schrijven oktober 2016. Toen zakten we af naar W.E.R.F. labelnight in Concertgebouw in Brugge. We waren diep onder de indruk van de manier waarop een zekere Ben Sluijs zijn saxofoon bespeelde, alsof hij een onderdeel van dat instrument is geworden. Vanaf die avond waren we hevig fan van deze jazzvirtuoos. Op 9 februari zakte Ben Sluijs af naar de Lokerse JazzKlub en kwam daar zijn album 'Particles' onder de naam Ben Sluijs Quartet voorstellen. Dit leek ons een goede gelegenheid om die schijf, ook al is die al in 2018 op de markt gekomen, nog eens onder de loep te nemen. Met Bram De Looze (piano), Dré Pallemaerts (drum) en Lennart Heyndels (contrabas) weet Sluijs weer muzikanten rond zich te verzamelen die zijn intens mooie muziek tot een hemels hoog niveau doet opstijgen.
In alle bescheidenheid is Ben aan de weg blijven timmeren. In Ben Sluijs huist een uitzonderlijk getalenteerde muzikant die letterlijk zijn instrument tot leven brengt. Waardoor hij eerder thuishoort in de hoge regionen binnen dat jazzgebeuren i.p.v. veilig verborgen voor de buitenwereld. Maar we vermoeden dat de man heel bewust voor deze weg heeft gekozen, en ook dat siert hem. Op de schijf is het dan ook die (alt)fluit en saxofoon die de toon aangeven van de plaat. Echter blijkt dus de inbreng van zijn medemuzikanten een enorme meerwaarde te zijn in het geheel. Getuige daarvan een sprankelend mooie “Air Castles” waar Bram zijn pianoklanken je een ware krop in de keel bezorgen, laat klinken als een warme gloed tegen koude winteravonden. Die lijn wordt eigenlijk doorheen de volledige schijf doorgetrokken.
In de Lokerse Jazzklub waren we danig onder de indruk van Dré zijn uitzonderlijke drumwerk. Dat hoor je ook op deze schijf terug. Luister maar naar songs als “Cell Mates” en “Mali” twee songs die worden gedragen door een uitzonderlijk gevarieerd drumwerk, van uiteenlopende kwaliteit, met zelfs een zekere zin tot experimenteren en vooral heel intensiviteit gebracht. Breekbaar als porselein, maar ook net energiek genoeg om je niet in slaap te wiegen is de rode draad in de songs maar ook op de gehele schijf. De zin tot improviseren tot in het oneindige, iets wat ik zo bijzonder vind aan jazz, keert eveneens terug op deze plaat.
Meermaals tuimel je van de ene adembenemende verrassing in de andere. Ben Sluijs laat niet direct in zijn kaarten kijken, waardoor je deze schijf toch enkele luisterbeurten moet geven, om dan weer andere ontdekkingen te doen. Zwevend, adembenemende songs als “Mali”, waarbij dus dat perfecte drumwerk wordt aangevuld met een fluit/saxfoon-inbreng die je onder hypnose brengt, is daar een mooi voorbeeld van. Het doet wat denken aan rituelen waar een fluitspeler de aanhoorder in een soort diepe trance doet belanden door middel van spelen met emoties van de aanhoorder.
U hebt nog niets gelezen over de inbreng van de contrabas? Nu, als je een kers op de taart zoekt in deze schijf dan is het net dit. De baslijnen van Lennart zorgen er namelijk voor dat een warme gloed neerdaalt over je hart. Telkens opnieuw. Tot je, eens in die trance beland, niet wil ontsnappen. Waardoor zijn inbreng van al even grote meerwaarde kan genoemd worden in het geheel.
Ook al ligt de focus enorm op de saxofoon en (alt)fluit van Ben zelf, je hoort hier een band waarvan elk van de leden hun instrument niet bespelen. Nee, ze brengen dat instrument letterlijk tot leven waardoor een perfecte jazzplaat ontstaat. Fragiel als de glimlach van een kind, en net ruw genoeg om je zodanig te hypnotiseren op een zelfs lichtjes dreigende wijze, dat je murw wordt geslagen. Niet door het optrekken van een geluidsmuur, maar door net op die plaats je hart diep te raken waardoor je wegzakt in een andere, mooiere wereld die dit kwartet je aanbiedt.
Tracklist: Particles, Song For Yusef, Miles Behind, Air Castles, Cell Mates, Mali, Jemima, Ice Chrystal.

Blues/Jazz
Particles
Ben Sluijs Quartet
On Purpose Records

The Very Very Danger

Witness the Legitness

Geschreven door

Nu Ian Clement zijn band Wallace Vanborn voor onbepaalde duur in de diepvries heeft gestoken, is er wat meer tijd voor iets anders. Terwijl hij solo als singer/songwriter met gevoelige songs door het land trekt, haalt hij elders terug de sloophamerriffs boven. Dit met het nieuwe bandje The Very Very Danger. De sluizen gaan wagenwijd open en er worden schuimbekkende vuile riffs doorgejaagd. Er zit bovendien ook flink wat gekte in het geheel verpakt en dat maakt het er alleen maar interessanter op. Het klinkt bij momenten alsof Triggerfinger koud in de reet wordt gepakt door Raketkanon.
Voor de riff van opener “G.G AFK Noob” is men nog wel even leentje buur gaan spelen bij Rage Against The Machine, maar dat zien we door de vingers. Daarna gaat het met de uit zijn voegen gebarsten riff-punk van “Lite My Litah” echt hard. Ook “Tesla Spoil” lijdt aan hondsdolheid, een ultra smerige klomp van een song die met een kwak tegen de muren uiteenspat. En “Watashi To Kite” komt rechtstreeks uit de Japanse psychiatrie. Prettig gestoord, psychotisch en compleet in de war.
‘Witness The Legitness’ duurt amper een half uurtje. Wel een half uurtje feesten met het schuim op de mond.

Amgala Temple

Invisible Airships

Geschreven door

Amgala Temple is de samenwerking tussen drie klassevolle artiesten uit de streek rond Trondheim. Het gaat hier namelijk om multi-instrumentalist Lars Horntveth, de gitaarcapriolen van Amund Maruud en de drumcapaciteiten van Gary Nilsens. Dit alles werd in slechts enkele dagen opgenomen. Alles kwam er vrij naturel op zonder al te veel poespas en bijsturing.
Het doet wat aan de seventies denken. Opener “Bosphorus” heeft zo wat gitaarstukken die mij aan Santana doen denken. De track is bijna 13 minuten lang, maar wel goed opgebouwd en toch vrij melodisch. “Avenue Amgala” heeft een boeiend en zuiders ritme. De gitaarklanken hebben ver weg iets met die van The War On Drugs. Namelijk diezelfde galm en weidsheid in de sound. Alle vijf de tracks hebben een beetje diezelfde sound, maar de drummer legt er telkens een andere vibe in door telkens een andere ritme aan te geven. De muziek drijft echt op sfeer en is haast filmisch.
‘Invisible Airships’ is goed opgebouwd en is aangenaam luistermateriaal. Heel verhalend ondanks dat het volledig instrumentaal is. Het goede nieuws is dat ze nog enkele releases zullen loslaten op de wereld, vooral wanneer het telkens van dit niveau is. En het is ook toegankelijk voor mensen die niet naar jazz luisteren.

Blues/Jazz
Invisible Airships
Amgala Temple
Pekula Records/PIAS

 

Ancient Bards

Origine (The Black Crystal Sword Saga Part 2)

Geschreven door

Het nieuwe album van de Italiaanse metalband Ancient Bards heeft liefst vijf jaar op zich laten wachten, maar het was het wachten waard. ‘Origine (The Black Crystal Sword Saga Part 2)’ bouwt voort op de weg die deze band reeds eerder ingeslagen was: die van de bombastische, symfonische powermetal.  De ondertitel (met … Part 2) verwijst nog naar het eerste volledige album uit 2010 van deze symfonische metalband, ‘The Alliance Of The Kings (The Black Crystal Sword Saga Part 1)’, maar ondertussen staat deze band een heel eind verder.
Muzikaal leunt dit opnieuw aan bij Rhapsody of Fire, Imperial Age en Nightwish, maar dan met nog meer pathetiek en drama. De hoofdrol in deze band is zonder meer weggelegd voor zangeres Sara Squadrini en zij kan dat gewicht aan emotie, power en details, makkelijk dragen. Niet alleen is Squadrini stemtechnisch een toptalent (groot bereik, heel helder, toonvast, …), ze weet ook perfect de juiste emotie te leggen in wat ze zingt. De rest van de band doet heel hard zijn best om niet de hele tijd in haar schaduw te moeten staan, en dat levert muzikaal vuurwerk op.
Op dit nieuwe album verkent Ancient Bards de grenzen van het subgenre dat ze voor zichzelf gecreëerd hebben. Van powermetal gaan ze naar  speedmetal, dan naar progmetal en dan naar breekbare, trage ballads, als tegengewicht voor de heldere stem van Sara en de typisce symfo-metal-koortjes komen er al eens agressieve grunts langs, in de lyrics gaan ze van Scandinavische mythes naar Japanse legendes en science fiction, … Als luisteraar moet je wel het kopje erbij houden om de verhalen te kunnen volgen. Of je kan je ook gewoon laten meedrijven door deze Italianen.  Productioneel hebben ze voor een knappe prestatie gezorgd. Elke track op zich en alle tracks onderling hangen heel organisch aan elkaar.
Enkel de laatste track springt er wat uit. Op “The Great Divine”, een song in drie delen, trekken de Italianen in het tweede deel de kaart van de groove-metal en vallen ze een beetje uit hun rol, want daar verliezen ze in alle power de zorg voor de details. Ze blinken uit in hun vertrouwde setting, maar hun opgefokte groovemetal is een beetje doorsnee. Maar toch extra bonuspunten omdat ze de risico’s niet uit de weg gaan.
Het lange wachten is niet vergeefs geweest. Maar een volgend album moet niet nog eens vijf jaar duren.

Pagina 343 van 964