logo_musiczine_nl

Trix, Antwerpen - events

Trix, Antwerpen - events - 01 april: Dirty sound magnet - 01 april: Minding dolls, Stryke, Gloom - 02 april: Nova Twins - 02 april: Hifive: Lefty Parker - 02 april: Spoor series: Caroline De Meyer, Dennis Tyfus - 03 april: Deathcrash - 04 + 05 april: Samhain…

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Gavin Friday - ...
Hooverphonic

Hollywood Burns

Invaders

Geschreven door

Voor wie heimwee heeft naar de soundtracks bij films als Top Gun, Ghostbusters, Fame of Flashdance kunnen we ‘Invaders’ van Hollywood Burns aanbevelen. Dit project van Parijzenaar Emeric Levardon recycleert de meest verguisde elementen uit de cinematografische disco met synthwave en eurodance. Het is onvoorwaardelijk dansbaar, bijzonder aanstekelijk en het klinkt alsof je de hele tijd op een ‘foute’ party staat.
Zelf zegt hij de mosterd te halen bij films als ‘Psycho’ en ‘Alien’, maar creepy wordt het nergens. Voor wie op zijn Facebookpagina zegt dat hij Dimmu Borgir goed vindt, had het allemaal wat extremer mogen klinken. Dan klinkt dit toch eerder als Harold Faltermeyer, Jean-Michel Jarre, John Williams of Giorgio Moroder.
Een beetje jammer dat hij voor zijn retro-elektro bijna nergens afwijkt van zijn standaard-formule. Zo zijn bijna alle tracks instrumentaal, behalve “Came To Annihilate” (met een stemvervormer die weinig heel laat van de vocalen) en een sample van een stem op “Revenge Of The Black Saucers”.  De enige echt als dusdanig herkenbare vocale bijdrage staat op “Survivor”, meteen ook de beste track van dit album. Het niet-echt overtuigende Engels nemen we er dan graag bij.
Een paar gastzangers of zangeressen had dit project naar een veel hoger niveau kunnen tillen. Of een of andere metalgitarist die een stevige solo komt geven. Levardon kent zijn klassiekers en zijn formule om die te recycleren tot iets nieuws is buitengewoon efficiënt. Maar zonder goede vocalen blijft het wat hangen in vrijblijvend slaapkamergeknutsel.
Voor fans van Perturbator en Dan Terminus en voor fans van soundtracks uit de jaren ’70 en ’80.
https://www.youtube.com/watch?v=fR4sOLWlJ_Y&feature=youtu.be

Tommy Stewart’s Dyerwulf

Shadow In The Well (EP)

Geschreven door

De oudere metalheads kennen Tommy Stewart misschien nog van Hallows Eve, de Amerikaanse thrashband die in de jaren ’80 o.m. Drie albums uitbracht op Metal Blade Records. Sindsdien gaat het Stewart minder voor de wind.
Met Tommy Stewart’s Dyerwulf zit de Amerikaan ook op een ander spoor dan dat van de thrash. Dit startte als eenmansproject, maar werd na de eerste release aangevuld met drummer Eric Vogt van Armed Chaos. De single “Shadow In The Well” is de voorbode van het tweede album van Tommy Stewart’s Dyerwulf, dat pas in november zal uitgebracht worden. Het duo brengt hierop slepende doom met cleane vocalen. Het ritme van drum en bas heeft het iets van postmetal, al had het ook stoner of sludge kunnen zijn, maar de vocalen en gitaren duwen het toch een andere richting uit, meer naar het atmosferische.
Ook best te genieten voor wie niet elke dag een plak doom tussen zijn boterhammen legt.
https://tommystewartsdyerwulf.bandcamp.com/

 

 

Partisan

We Have Been So Terrible Betrayed (EP)

Geschreven door

Een trio Gentse muzikanten bestaande uit ex-leden van Oathbreaker, Maudlin en Rise And Fall hebben samen een debuut gemaakt vanuit een geheel andere invalshoek. Geen post-metal, Hardcore of punk op dit album. Wel melodieuze en energieke poprock muziek met elementen uit postpunk, rock and roll etc… Partisan is Cedric Goetgebuer (gitaar en zang), Ivo Debrabandere (drums) en Thijs Goethals (bas).

“You And I” opent de EP energiek met een catchy powerpop song. “No Last Surrender” brengt mij terug naar de Belgische rock ten tijde van eind de jaren 80 en begin de 90’s met bands zoals The Romans. Maar ze lijken ook beïnvloed te zijn door bands als Ride en Mudhoney. “Change” bezit wat shoegaze elementen. “Sometimes” heeft fragiel gitaarwerk en een heerlijk zingende lage bas. Het drumwerk op al de tracks zijn stuwend en sporen de songs aan. “Forget” is melancholische en eerder slome track die het gevoel lijkt weer te geven van een man diep weggedoken in zijn eigen gedachten. We eindigen met “We Have Always Loved You” en dat is een track bestaande uit een spoken words sample en gitaar/bassounds. Hier gaat het meer om impressie en sfeer ipv songschrijverij. Geschikt om o.m. een optreden mee te starten.

Partisan presenteert hier een heel fijne EP. We zagen hen een tijdje terug in de Grote Post aan het werk en ze kunnen de energie van dit album zeker overzetten op het podium. Een goed geluid hierbij is van vitaal belang want het zit hem soms in de subtiele klanken. Maar een band waar ik alvast meer wil van horen.

 

Buffalo Tom

Quiet And Peace

Geschreven door

‘Quiet And Peace” is niet meteen een geruststellende titel voor de fans van het oudere werk van Buffalo Tom. In de jaren ’90 werd de Amerikaanse alternatieve rockband bij de grunge gerekend dankzij luide gitaren en hoog oplopende passie. Denk aan “I’m Allowed” of  “Taillights Fade” en je denkt niet meteen aan rust en vrede.
Buffalo Tom vierde vorig jaar de 25ste verjaardag van hun doorbraakalbum ‘Let Me Come Over’ en speelde dat album tijdens een uitverkochte show in de AB in Brussel.
Voor ze dat doorbraakalbum integraal brachten, was er een opwarmronde met hun andere hits en met één nieuw nummer. “Freckles” (sproeten) kon zich toen maar met moeite staande houden tussen oudjes als “Sodajerk”, “Tree House” en “Summer”. Het nummer ademde uit elke porie onschuld en heeft geen scherp randje, geen ‘sense of urgency’ en geen volledig opengedraaide versterker die de emotie nog wat dieper in je onderbuik duwt. Het kabbelde rustig voorbij. Je kon tijdens “Freckles” makkelijk naar de toog achter de volgende pintjes zonder het gevoel te hebben dat je iets van de show had gemist. Niet echt een nummer dus om de fans met veel vertrouwen te laten uitkijken naar het nieuwe album.
Toch is dat nieuwe album een sterk Buffalo Tom-album. Niet alleen omdat “Freckles” nog flink opgeruwd werd, maar vooral omdat er voldoende betere songs staan op “Quiet And Peace”.

De eerste tracks, “All Be Gone” en “Overtime”, zijn gewoon degelijk en herkenbaar, maar blinken nog niet uit. De passie en het drama zijn grotendeels weg, maar er is vakmanschap voor in de plaats gekomen. Op een aantal tracks mag bassist Chris Colbourn de leadvocals voor zijn rekening nemen. Dat doen ze al langer. Zo kan Janovitz tijdens optredens zijn stem wat laten rusten. Op een album klinkt het toch wat smooth en doorsnee en mis je de grove korrel van Bill Janovitz. Het maakt dat “Roman Cars” en “See High The Hemlock Grows” niet helemaal hun potentieel benutten. Nog dieper zinkt de band weg op het melige “Only Living Boy In New York”, een op Simon & Garfunkel-leest geschoeide samenzang van Janovitz en Colbourn. Maar dat is maar een schoonheidsfoutje. Als ze dat nummer live brengen, weten we dat het moment is om de volgende pintjes te gaan halen.
Waar zijn dan al die goede songs op ‘Quiet And Peace’? Grofweg vanaf de tweede helft van het album slaat de slinger in de juiste richting. “In The Ice” en “Least We Can Do” zijn gewoon heel degelijke songs in de traditie van de vroege REM en Replacements. Stevig rocken als in de jaren ’90 doet Buffalo Tom op “Little Sister (Why So Tired)” en op het vurige “The Seeker”. “Slow Down” is ten slotte het beste nummer op het album. Het had 26 jaar geleden niet misstaan op ‘Let Me Come Over’.
Buffalo Tom komt deze zomer naar het Cactusfestival in Brugge.

Editors

Violence

Geschreven door

We weten dat de Editors meteen al een grote fanbase wisten te verzamelen met hun debuut ‘The Back Room’. Een album dat postpunk, donkere indierock en geweldige songs bevatte. Hun opvolger ‘An End Has A Start’  maakte hun succes nog wat groter met singles als “Smokers Outside the Hospital Door”. Hun derde album ‘In The Light and On This Evening’ brak met de postpunk en bevatte, naast een kleurrijke hoes, veel electro. Het werd op gemengde gevoelens onthaald door de fans van het eerste uur maar het bevatte wel de geweldige single “Papillon”. Het succes bleef dus nog groeien, ze speelden op grote festivals en verkochten de grote zalen uit. Mede door hun uitstekende live reputatie. De liveversie “No Sound But the Wind” werd een gigantisch succes en zo werden de Editors een grote mainstream band die albums maakte waarmee ze meer en meer op de grote podia mikten en verder weg van hun beginjaren lagen. Zo is de band commercieel en muzikaal wat op het niveau van Coldplay gekomen. Je mag het leuk vinden of niet , maar klinken zoals in hun beginjaren gaan ze niet meer doen. Als je daar op wacht mag je afhaken. Nu, wat valt er van hun zesde album te zeggen?
Ook op ‘Violence’ wordt er nogal bombast gebruikt. De single “Magazine” is daar een voorbeeld van. Maar het is wel een degelijke single. Verder wordt er verder gegaan waar ‘In Dreams’ stopte. Het geluid is wat breder geworden en er is subtiel wat moderner geluid ingeslopen. Hier en daar wat verwijzingen naar hedendaagse bands zoals een The War On Drugs. Tom Smith moet gedacht hebben we steken ook wat van hun elementen in de muziek om de jonge massa aan te trekken en up to date te klinken. Wel dat is vanuit dat perspectief zeker en vast gelukt. Hun volgende single “Hallelujah (so low)” is een beetje een gelijkaardige song als “Magazine”. Het presenteren van “No Sound But The Wind” op ‘Violence’ lijkt toch wat op gebrek aan inspiratie te duiden. Het album bevat slechts negen songs waarvan één dus die tien jaar oud is. Geef mij dan maar de openingstrack “Cold”. Een song dat meteen aanspreekt en blijft hangen. En met voldoende elementen om te blijven boeien. Een geschikte single kandidaat. De teksten zijn nog steeds wat donker en zwaar op de hand. Muzikaal proberen ze dit toch wat te ontlopen. Nog een sterke track is de afsluiter “Belong”. Met de nodige strijkers en sentiment maar wel perfect gebracht. Met een mooie synthlijn die doorheen de song loopt. Op “Nothingness” komt de electro naar de voorgrond en kon het een song uit ‘In The Light and on This Evening’ zijn.
Met ‘Violence’ continueren de Editors hun status. Voor wie niet blijven hangen is bij “The Back Room” en voor de gemiddelde muziekluisteraar die zijn gading vooral bij de radio haalt is ‘Violence’ terug een pareltje met vlotte en deskundig gemaakte tracks. Editors bieden net dat beetje meer kwaliteit dan de meeste bands in de ultratop. Wie ‘In Dreams’ en ‘The Weight of Your Love’ goede albums vonden kunnen deze zich blindelings aanschaffen. Ikzelf zal nog eens ‘The Back Room’ boven halen.

Slow Pilot

Gentle Intruder

Geschreven door

Slow Pilot brengt op zijn debuutalbum ‘Gentle Intruder’ dromerige (f)luisterpop met een dikke gouden rand. Denk aan het beste van Tim Finn of Crowded House, aan Dadawaves of aan Hooverphonic  en Fleetwood Mac, maar dan met een fijne, zachte mannenstem. Gesneden koek voor het publiek van Radio 1, Radio 2 en Duyster, mocht Stubru dat programma ooit opnieuw willen invoeren.
Slow Pilot is nog geen klinkende naam bij het grote publiek, maar daar kan binnenkort verandering in komen. De band is opgebouwd rond Pieter Peirsman. Die schuimde een paar jaar de lokale rockrally’s af om dan te ontdekken dat hij toch geen ambitie heeft als rockster. Hij heeft er wel een paar knappe rocksongs aan overgehouden. “Little Boy” stamt uit die periode. Het nummer refereert openlijk naar dEUS ten tijde van ‘Vantage Point’. Dat probeerde zowat elk beginnend bandje dat in die periode, maar in de versie van Slow Pilot lijkt het ook allemaal te kloppen.
Slow Pilot heeft veel tijd en moeite gestoken in de arrangementen en in de integratie van strijkers in zijn dromerige popmuziek. Hoe ze die laagjes aan violen opbouwen doet soms vaag wat denken aan de manier waarop Led Zeppelin daarmee aan de slag ging op pakweg Kashmir. De strijkers geven heel wat songs een extra dimensie. “Parade” zou zonder strijkers een Britpopnummer zonder eigen gezicht zijn. Single “Gentle Intruder” zou nooit zoveel warme weemoed uitstralen zonder die bijna oosterse, melancholische violen.
Dat de nummers van Slow Pilot ook zonder al die toeters en bellen overeind blijven, hoor je in de tweede helft van het album. Dan rijdt deze trage piloot eerder op het baanvak van Pauwel De Meyer en Crowded House, met iets meer aandacht voor de teksten en misschien net iets minder uitgewerkte arrangementen, hoewel. Het blijft wel altijd heel poppy, overgeproduced en radiovriendelijk. Alles is mooi gladgevijld en elke opgenomen seconde werd ingevuld. Elk nummer zou een single kunnen zijn. Alleen het afsluitende “Dance The Night Away” klinkt misschien net iets te donker om bij een breed publiek aan te slaan, maar dan nog is het één van de beste nummers op dit album.
‘Gentle Intruder’ maakt zijn naam helemaal waar. Deze tijdloze popmuziek slaat je niet in één keer knock out, maar sluipt heel gewiekst, op kousenvoeten, binnen in je wereld. Slow Pilot verstaat als geen ander de kunst om luisteraars te laten genieten zonder dat die het zelf beseffen.

Gura

Caligura

Geschreven door

Sludge kan al behoorlijk heftig klinken. Wat dan met experimentele sludge? Wel, het Belgische trio Gura maakt al sinds 2004 experimental sludge. Maar wat betekent dat dan concreet? Wel één van de grootste verschillen met veel bands uit dit genre is dat ze niet zozeer leunen op gitaren maar dat ze een teamlid (Ludo) hebben die free jazz saxofonist is en dit verwerkt in de muziek van Gura. Daarnaast doet hij ook de vocals. Leentje speelt bass en David op de drums.
Met ‘Caligura’ zijn deze Gentenaars aan hun derde release toe. Verwacht je aan intense muziek. De sax vult een belangrijke rol in en klinkt best neurotisch bij momenten. Het is dus geen al te gemakkelijke muziek om naar te luisteren maar wel origineel en eigenzinnig. Vooral in het genre waarin ze zich begeven. Maar de schijnbaar structuurloze songs en de vervormde klanken, alsook de bij momenten overheersende percussie maakt dat je bij een eerste luisterbeurt murw geslagen wordt. Het lijkt alsof ze alle wetmatigheden over muziek maken overboord smijten en vanaf nul alles opbouwen. Grooven doen ze wel zoals op “Come On, Francois!”. Een dikke vette bas en de percussie leggen hiervoor de basis. De sax en vocals lijken eerder aankleding te zijn. De vocals klinken alsof ze door een waanzinnig duivel gezongen worden. De twee laatste tracks duren telkens meer dan tien minuten en zijn nogal donker en episch. Vooral “Eternal Black Gurgle” dat neigt naar doom en black metal kan mij bekoren.
Gura heeft een album gemaakt waarvoor de doorsnee luisteraar zal voor wegzappen. Wie houdt van sludge en doom zal wanneer hij enige moeite doet zich hier kunnen in vinden. In elk geval is dit een vrij eigenzinnig en originele release.

Desert Storm

Sentinels

Geschreven door

Al tien jaar werkt deze Oxfordse band aan hun muzikale carrière. Met ‘Sentinels’ zijn ze intussen aan hun vierde album toe. Ze omschrijven henzelf als sludge maar ik zie ze eerder als een metal/stoner band. Hun vette en zware riffs vinden hun oorsprong wat in de muziek van Black Sabbath. Muzikaal zitten ze ergens tussen Black Revolver en Mastodon. Matt Ryan heeft een imposante en brute stem die heel goed past bij de muziek. Songsgewijs weten ze het spannend te houden door de nodige tempowisselingen (“Convulsion”), gitaarsolo’s of mooie intro’s (“Too Far Gone”). Dat is nodig aangezien ze meerdere tracks hebben die de zeven minuten overschrijden. Een hoogtepunt is ongetwijfeld “Kingdom of Horns” dat vertrekt vanuit een mooie sfeervolle intro en die doorheen de song trekt. Af en toe komt er een uitbarsting om dan terug te keren naar de haast feeërieke beginsfeer. En trouwens wondermooi gezongen door Matt Ryan die hier bewijst van meerdere markten thuis te zijn op het vlak van vocals. Een echt prijsbeest dit nummer. Ook “Capsized” is een eerder rustige maar mooi uitgewerkte track.
Op “Sentinels” bewijst Desert Storm hun bestaansrecht meer dan voldoende. Acht machtige songs en een intro en outro die het album compleet maken. Geef hen een podium op enkele grote festivals. Ongetwijfeld gaat het dak eraf met deze songs.

Dead Astropilots

New control

Geschreven door

Simon Dak en Rachel Biggs vormen Dead Astropilots en hebben hun thuisbasis in het Franse Lille. Net over de grens dus. Heel veel meer weet ik over hen niet. Ik vermoed dat dit hun debuut is want ik vond niets anders terug over hen.
Simon zorgt voor de gitaren, programming en de vocals. Rachel Biggs zorgt voor de programming en de vocals. Ze wisselen elkaar dus af voor de vocals. Rachel heeft een aangename stem dat sensueel alsook gedecideerd kan klinken. In opener “Giallo” klinkt ze bijvoorbeeld vrij gedecideerd. Het nummer is voorzien van een strakke beat en een gothic gitaarlijntje. Het refrein klinkt vrij catchy. “Libertine Patrol” heeft een wat spacy karakter. Op “Cities” krijgen we wat scherpere gitaarklanken en een samenzang van Simon en Rachel. Bij “Soul Beats” staat er tussen haakjes live. Als dit idd een live track is dan klinkt die wel goed. Tien songs presenteren ze ons met telkens een stevige beat, synthbas, gothic gitaar, synthwerk en vocals. Geen enkele song is een opvuller. Rachel is wel iets sterker in de vocals dan Simon. Dat merk je vooral op “Inside A Dream” waar hij de vocals zo goed als alleen doet. Gelukkig zijn de meeste vocals in samenzang of door Rachel gedaan en is het songmateriaal goed en voorzien van een goede productie.
Een heel degelijk electro album met invloeden uit cold wave, post punk en aanverwante genres mooi verwerkt in een eigen geluid. Een duo dat ik graag eens live aan het werk zou zien. In het begin van het jaar stonden ze enkele malen in Lille en op 2 maart in Parijs samen met NU:N en Trouble Fait.

Date at Midnight

Songs To Fall And Forget

Geschreven door

Deze Romeinen bestaan sedert 2007 en zijn met hun nieuwste telg toe aan release nummer 2. Erg productief zijn ze dus niet maar als het gaat om kwaliteitsvolle gothic albums zoals ze hier presenteren dan wordt hen dat zeker en vast vergeven. Immers liever kwaliteit dan kwantiteit.
De heren van Date at Midnight maken een soort gothic rock dat goed in het gehoor ligt. Weg van de metal of EBM invloeden. Echte klassieke gothic rock met galmende en warme gitaarklanken, een wat donkere stem, dromerige passages en teksten die typerend voor het genre zijn. Melancholie en melodie vind je zeker terug in deze release.
Verdeeld over 12 songs weten ze je mee te nemen in songs die soms naar poprock neigen en dan op een andere keer wat nijdiger uit de hoek weten te komen zonder mensen echt af te schrikken. Ben je liefhebber van bands zoals The Mission, 69 Eyes, London After Midnight, The Danse Society? Dan moet je beslist deze eens uitproberen. Wil je nog de vinylversie dan ga je snel moeten zijn om nog een exemplaar te kunnen aanschaffen want ze is gelimiteerd. Ook verkrijgbaar als digipack en download.

Pagina 396 van 964