logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Hooverphonic
Kreator - 25/03...

Arno

Arno in zijnen puren

Geschreven door

Gepaard gaande met een ronduit fantastische tentoonstelling naar aanleiding van het veertig jarig bestaan van de Brielpoort, moest en zou onze lokale prettig gestoorde lokale legende Arno passeren. Je zou verdomme al vergeten zijn welke artiesten hier al de revue hebben gepasseerd: Lenny, Black Crowes, Iggy, Jesus and Marychain, en noem maar op.

Onze Man Die Stotterend Pist En Praat kwam voor de negende keer naar de bunker, ook Brielpoort genaamd. Het was boenk er op ! Een eivolle zaal (vooral grijsharigen) was getuige van deze ‘wall of sound’. Arno liet zich omringen door zijn vaste bassist van de laatste jaren, Mirko Banovic en door twee jonge muzikanten : drummer Laurens Smagghe, die ik vroeger ook al zag drummen bij Arno en gitarist Bruno Fevery, die voor de eerste keer samen met de godfather op het podium stond.

Mirko was de orkestleider, de dirigent, die alles in zeer goede banen leidde. Samen met deze jonge snaken bracht hij de TC Matic sound weer tot leven : old school rock, bluesrock met een industriële sfeer erin. Vreemd genoeg geen Sege Feys te bespeuren. Ze gaven de hoekige pop van TC Matic nieuw leven.

Arno zei bij het begin van het concert dat hij “godverdomme goeste had” . Arno  liet 18 nummers op ons los, 12 uit het TC Matic repertoire, 4 vettige, gedreven bluesrock nummers van Tjens Couter en 2 nummers uit 2 zij projecten (Charles and the White Trash European Blues Connection en Arno & The Subrovnicks).

Anderhalfuur stevige stuwende rock, luid maar niet te…, sobere belichting,… “Arno in zijnen puren” zou ik durven zeggen. Hij vierde tevens ook het veertig jarig bestaan van zijn ‘Gimme What I Want’ in een fantastische versie. Zoals vermeld een fantastische band achter hem. Maar toch kregen we even het gevoel dat Arno zichzelf aan het parodiëren was, vooral met zijn uitsmijter waarbij hij voorspelbaar zogenaamd halfdronken zijn twee cymbalen aanslaat. Blijf verder borduren op de try out met Tjens Matic in de AB Box.

Organisatie: Live Nation (ism Stad Deinze)

 

Simple Minds

Simple Minds – Uitgekleed maar nog niet uitgezongen

Geschreven door

 Artiesten die tijdens radio- en televisieprogramma’s één of meer nummers akoestisch brengen, dit bestaat al enkele decennia maar de populariteit hiervan nam sinds eind de jaren ’80 zienderogen toe. Aanvankelijk werd dit vooral beschouwd als een meer praktische manier voor groepen om nieuw materiaal te promoten (minder personeel en materiaal diende mee te reizen) maar gaandeweg werd een ‘unplugged’ sessie zelfs als een doel op zich gezien. Niet alleen aangestuurd vanuit de media maar ook de muzikanten zelf vonden in deze formule een welgekomen afwisseling na het afhaspelen van een zoveelste interview met almaar dezelfde, terugkerende vragen. In die voedingsbodem ontstond overigens de Nederlandse ‘2 Meter Sessies’ dat volgende maand met ruim 1550 sessies op de teller, 30 kaarsjes mag uitblazen en ook ver buiten de grenzen van de Lage Landen een bijzonder hoge reputatie geniet.
Het ‘unplugged’ gebeuren groeide in de jaren ‘90 internationaal zelfs uit tot een ware hype toen ook muziekzender MTV met bijzonder grote bijval een apart programma hieraan wijdde. De grootsten der aarde kwamen er op bezoek en grepen binnen een intieme setting de kans om hun oeuvre maar ook - en bovenal – hun bankrekening te verrijken, gretig aan. Want de albums die er uit voortvloeiden, ging vlotjes over de toonbank en bepaalde nummers werden in hun uitgeklede versie nóg beroemder dan ze in vol ornaat al waren. Treffende voorbeelden hiervan zijn “Layla” van Eric Clapton of de covers die Nirvana bracht tijdens hun sessie enkele maanden voor het overlijden van Kurt Cobain. Daar tegenover stonden dan weer de tegenstanders van dit genre die opwierpen dat het niet meer dan een forum was om artiesten die zich in de herfst van de carrière bevonden, nog een laatste stuiptrekking te gunnen vooraleer zij in een diepe winterslaap vielen.


Toen eind vorig jaar Simple Minds ‘Acoustic’, hun 18de studioalbum (inclusief de intussen niet meer zo ‘verloren’ plaat ‘Our Secrets Are The Same’), uitbracht met daarop uitgeklede en herwerkte versies van enkele van hun grootste successen of favoriete nummers, kon dit dan ook bezwaarlijk vernieuwend genoemd worden. Maar het verschafte wel een nieuwe inkijk op het werk van deze groep die het doorgaans vooral moet hebben een dikke laag synthesizers, elektrische gitaarriffs en strakke drumslagen.   

Naar eigen zeggen ging er volgens de groepsleden geen echte commerciële drijfveer aan vooraf en van een palliatieve begeleiding bij een mogelijks carrièrebeëindiging zou er al helemaal geen sprake zijn. Simple Minds loopt reeds 20 jaar met het idee rond om ‘iets’ akoestisch te doen (met als exponent de eerste 2,5 minuten van « Belfast Child » uit 1989) maar alle verdere initiatieven werden steevast in de kiem gesmoord bij het beeld dat de groepsleden hierbij hadden van enkele oudere mannen die uitgeblust, op stoelen gezeten en omringd door kaarsen met akoestische instrumenten in de weer gingen met zicht op een indommelend publiek. Maar toen zij in 2014 naar aanleiding van de promotie van hun vorige plaat ‘Big Music’ akkoord gingen om een viertal nummers akoestisch te brengen tijdens The Chris Evans Breakfast Show op BBC Radio 2, kwam alles in een stroomversnelling. De reacties van de luisteraars bleken overweldigend positief te zijn en dit nam nog toe na hun optreden tijdens het Zwitserse festival Zermatt Unplugged. Dit mondde uit in een volledig ‘Acoustic‘ album en er werd een uitgebreide tournee aan verbonden die de groep ook driemaal naar ons land zou brengen. Meer bepaald werden er twee concerten in Kursaal Oostende en eentje in de Brusselse Bozar ingepland. En dat Simple Minds sinds hun doortocht in de jaren ’80 op het dubbelfestival Torhout-Werchter hier ten lande 30 jaar na datum nog steeds op handen gedragen worden, kwam tot uiting toen alle tickets in een mum van tijd uitverkocht waren en zelfs een extra concert niet voldoende bleek om aan de vraag te voldoen.

Afgelopen vrijdag vond in Oostende het eerste deel van het Belgische drieluik plaats en meteen werd duidelijk dat de groep niet zou nalaten om het publiek bij het nekvel te grijpen en ook al hadden ze hun stadionstatus in Glasgow achtergelaten, om een staaltje van entertainmentkunst aan de zeedijk te komen etaleren.
Zo werd meteen ingezet met « New Gold Dream (81-82-83-84) ».
Terwijl deze klassieker in een reguliere set naar het einde toe als extra troef uitgespeeld wordt, werden nu meteen alle kaarten op het podium gegooid. Nieuwkomer Cherisse Osei (o.a. Mika, Paloma Faith en Bryan Ferry) zette met volle overtuiging het nummer in op percussie waarna de overige groepsleden haar kwamen vervoegen. Frontman Jim Kerr betrad als laatste het podium en ging zich meteen een weg banen doorheen de zaal om aan te tonen dat akoestisch geen synoniem van dufheid hoeft te zijn en waarbij het publiek zich spontaan uit de knusse rode zeteltjes hees. Ook nadien zou Kerr nog geregeld de tijd nemen om tussen de nummers door  anekdotes te vertellen over hun 40-jarig (!) bestaan waarbij niet zelden vergezeld van een kwinkslag, teruggeblikt werd op hun prille jaren waar haar- en overgewichtproblemen nog niet aan de orde waren maar evengoed op de periodes toen de groep commercieel minder goed in de markt lag.
Door deze aanpak verkleinde de afstand met de volgelopen zaal nog meer en voelden de nummers veel persoonlijker aan dan de versies zoals te horen op het nieuwe ‘Acoustic’, een album fijn om te beluisteren maar geen absoluut hoogtepunt binnen de discografie van Simple Minds.
Hierdoor was wat volgde in de set, niet minder dan goed: « See The Lights » met subtiel gitaarspel van Charlie Burchill en « Glittering Prize » dat een extra soultoets meekreeg door de achtergrondvocalen van Sarah Brown en fraai ingekleurd werd door de fingerpicking techniek van bassist Geb Grimes (ex-Danny Wilson). Zelfs een uitgesponnen « Mandela Day » dat live soms wat vreemd aanvoelt bij de rest van de setlist, kwam nu beter tot zijn recht. Maar echte uitblinkers vormden de nummers die een volledige transformatie ondergingen zoals « Chelsea Girl » dat ontdaan werd van alle uiterlijk vertoon van new wave en klonk alsof het steeds akoestisch bedoeld was, en « Big Sleep » dat subtiel laag per laag opgebouwd werd en (letterlijk) uitmondde in een melodica bespeeld door Gordy Goudie (die al ruim 15 jaar met de groep samenwerkt en ook met o.m. Echo & The Bunnymen getourd heeft). En dan moest « Waterfront » nog de revue passeren waarbij de wervelwind der klanken gebaseerd op een repetitieve baslijn,  plaatsmaakte voor een zomers en dromerig briesje.
Er was traditiegetrouw ook ruimte voor enkele covers. Dat Simple Minds altijd al de veelzijdigheid van David Bowie hoog in het Schotse vaandel draagt, is al langer bekend (hun groepsnaam is overigens ontleend aan een fragment uit « The Jean Genie ») en afgelopen vrijdag zong Goudie dan ook als eerbetoon Bowies « Andy Warhol » (uit ‘Hunky Dory’). Inclusief  een stukje intro waarop Bowie te horen is als hij in de studio uitlegt hoe de naam Warhol uitgesproken wordt. Aansluitend nam Sarah Brown « Let The Day Begin », oorspronkelijk van The Call en inmiddels terug te vinden op twee albums van Simple Minds, voor haar rekening.
Vooraleer richting de toegiften te gaan, werd het vuur dan weer aan de lont gestoken met het soul- en gospelgetinte « Stand By Love », het onvermijdelijk « Don’t You (Forget About Me) » en het opzwepende « Sanctify Yourself ».

Op weg naar de finish riep men ook centrale gast KT Tunstall erbij om net als in het voorprogramma waarbij ze gedurende een halfuurtje als één brok energie en een vat vol enthousiasme een erg aanstekelijk optreden weggaf met o.a. « Two Way » en « It Took Me So Long To Get Here, But Here I Am » uit haar vorige album ‘Kin’ (2016) alsook haar twee hits
« Black Horse And The Cherry Tree » en « Suddenly I See ». Daarbij verschafte ze heel wat achtergrondinfo bij de nummers, goochelde met de effectpedalen alsof het een lieve lust was (wat zeker de goedkeuring van experten ter zake zoals Joseph Arthur of Ed Sheeran weggedragen had) en drapeerde een onbezonnen en uitgelaten sfeer over het Kursaal. Dit laatste was zeker ook het geval toen Tunstall als een jong en uitgelaten veulen meezong en -danste tijdens « Promised You A Miracle » (ook op het ‘Acoustic’ album verzorgt zij de achtergrondvocalen) en dit nog eens mocht overdoen bij « For What It’s Worth » toen ze samen met de groep een onderhoudende maar eigenlijk overbodige cover van het onovertroffen origineel van Buffalo Springfield vertolkte.

Een spetterend « Alive And Kicking »
deed het voormelde minpunt snel vergeten en bezorgde een kolkend Kursaal een afsluiter waar het op gehoopt had. Qua symboliek kon dit overigens tellen want Simple Minds toonde aan nog niet aan pensioen toe te zijn (er zouden al enkele afgewerkte nummers voor een volgend album op de plank liggen). Na vier decennia met hoogte- en dieptepunten en diverse personeelswisselingen, zijn zij er in geslaagd overeind te blijven en bieden ook live hun fans nog steeds (bij wijlen nostalgisch) entertainment. Op de tonen van « Let’s Stick Together » van Bryan Ferry (een knipoog naar drumster Osei?) nam de groep afscheid van hun aanhang. België en Simple Minds zullen wellicht altijd innig verbonden blijven.

Setlist
New Gold Dream (81-82-83-84) / See The Lights / Glittering Prize / Mandela Day / Chelsea Girl / Big Sleep / Stand By Love / Someone Somewhere In Summertime / Waterfront / Andy Warhol / Let The Day Begin / The American / Don't You (Forget About Me) / Sanctify Yourself
Honest Town / Promised You A Miracle / For What It's Worth / Alive and Kicking

Organisatie: Live Nation
 

The Blind Shake

The Blind Shake - Eén brok tomeloze energie

Geschreven door

Voor een iets te magere opkomst (daar zal de moordende concurrentie van zowel De Zwerver als The Pit’s, die diezelfde avond allen in dezelfde vijver visten, wel voor iets tussen zitten) mochten eerst Doorniks fijnsten, Sects Tape, hun nieuwe plaat met de heerlijke titel, ‘We’re all pink inside’, voorstellen. Deze religieuze organisatie, bestaande uit The Guru en vier volgelingen getooid met roze KKK-mutsen, vlogen er meteen in met een ongecompliceerde mix van garagerock, punk, hardcore en surf. Immer voortdenderende nummers gestuwd door pompende drums en voorzien van lekker galmende surfgitaren , konden ons hart wat sneller laten kloppen maar de uitzinnige taferelen die hier doorgaans mee gepaard gaan bleven wegens een wat overmaatse zaal uit. Net toen het wat teveel van hetzelfde dreigde te worden haalden ze het tempo naar beneden en dat zonder op hun bek te gaan. Wel integendeel, vooral dat ene traag startende nummer met een gitaar die gepikt leek uit het graf van Link Wray moet zowat het beste van de ganse set geweest zijn.

De muziek van The Blind Shake, het trio rond de broertjes Blaha uit Minneapolis, wordt nogal eens omschreven als surfpunk. Veel surf heb ik evenwel niet gehoord, dit was vooral postpunk met veel noise invloeden gebracht met een garage attitude. Misschien moeilijk te catalogeren maar één ding werd wel meteen duidelijk : dit was een echte live band. Wat een brok tomeloze energie!
Vanaf het eerste nummer, “I shot all the birds”, wist je dat dit goed zat. Catchy, fuzzed out punksongs voortgestuwd door waanzinnige drums en de voortdurend prominent aanwezige, wild resonerende bariton gitaar van Mike Blaha. Geen bas dus maar deze bariton gitaar is een stuk soepeler en zorgde voor het opzwepend karakter van hun eigenzinnige sound.
Broer Jim liet op zijn beurt zijn gitaar bijna verzuipen in spacey effecten terwijl hij zijn teksten nijdig krijsend door de microfoon joeg. En of dit werkte... Dit klonk verrassend aanstekelijk en liet zelfs de heupen niet onbewogen. Wat springerig ook waardoor ik meende wat invloeden van Devo te horen.
Slechts een paar keer liep het wat minder toen het echt wel te poppy werd. Maar dat werd dan weer snel goedgemaakt door een paar nummers waarin het gaspedaal wat gelost werd en die gehuld waren in een mysterieuze en broeierige atmosfeer. Wat bewees dat ze zoveel meer zijn dan zomaar een punkbandje. Na een strakke en verrassend sterke set sprong Mike Blaha meteen van het podium om koers te zetten naar de merchandise stand.
Geen ruimte dus voor bissen en daar kon het enorme gebulder van het publiek, dat lang bleef aandringen, niets aan verhelpen.

Organisatie: 4ad, Diksmuide

HO99O9

United States Of Horror

Geschreven door


We hebben het al meermaals geprobeerd, maar neen, wij zijn niet into hip hop. Verwijt ons gerust dat we oogkleppen op hebben, het kan ons geen moer schelen, maar hip hop is niets voor ons. Als er één genre is waarop de uitdrukking ‘dertien in een dozijn’ van toepassing is, dan is het dit wel. Hip hop artiesten sloven zich met zijn allen uit om er zo stoer mogelijk uit te zien, zetten om de haverklap hun goorste bek op en brullen er vaak idiote teksten uit waarbij the bitches en the nigga’s met een dozijn per minuut de deur uitvliegen. Maar een keertje origineel uit de hoek komen, dat is iets te veel gevraagd.  De formule is immers al jaren dezelfde. Men zoekt (of jat) gewoon een vette beat (maar nu ook weer niet te vet want de hitparade lonkt), men verzint een hitgevoelig refreintje en een paar vunzige raps, men haalt er een aantrekkelijk kontschuddend mulatvrouwtje bij die voor de geile achtergrondvocals zorgt, en klaar is kees. Wat het hem ook altijd doet zijn special guests met klinkende namen, het maakt niet uit wat die sukkels op de plaat komen uitvreten, als hun naam maar in de credits staat. Kassa!
Wij laten ons echter niet vangen. Als de uitvoerders nu Drake, Kendrick Lamar of Kanye West heten, voor ons is het allemaal eenheidsworst met een boze blik.
Pas als de hip hop echt gevaarlijk wordt en verstrengeld geraakt met de meest urgente hardcore, dan schieten wij terug wakker. Enter Ho99099, een bende pitbulls die zowel de platen van Public Enemy en NWA als deze van Black Flag, Ministry, Bad Brains en Minor Threat in hun kast hebben staan. Hip hop is hier niet het doel, maar wel het middel om de agressie er uit te spuwen. Bij Ho9909 voel je dat dit geen pose is, maar dat die gasten echt kwaad zijn. Het is er hen niet om te doen om de spierballen, bitches en tattoo’s te showen, maar wel om het kot in de fik te steken.
Ho99o9 begeeft zich in dezelfde onfraaie achterbuurten als Show Me The Body en Death Grips, maar daar waar Death Grips meer een chaos creëert van loodzware beats en gortige raps, gaat Ho99o9 het nog wat dieper in een hardcore underground zoeken. Dingen als “Street Power”, “Sub-Zero”, “City Rejects” en “New Jersey Devil”  zijn regelrechte straight-in-your-face-hardcore splinterbommen die snakken naar uitzinnige moshpits. “Face Tatt” en “Bleed War” zijn ontspoorde industrial tracks waar hoge vlammen uit komen, Nine Inch Nails op 1000 Volt. En wanneer de heren zich echt eens vastbijten in de de hip hop, dan hangt er klaar bloed aan hun tanden. “War Is Hell”, “Moneymachine”, “Splash”, “Hydrolics” en “United States Of Horror” zijn bijzonder heavy en moordzuchtige hip hop tracks, gebouwd op loodzware beats, dreunende bassen en raps die rechtstreeks naar de ballen mikken. De meeste rappers houden het bij blaffen, Ho99o9 bijt.

‘United States of Horror’ is een gedynamiteerde kruisbestuiving van hip hop en hardcore, een staatsgevaarlijke beenharde kopstoot ! Very punk, als je ‘t ons vraagt.

Depeche Mode

Depeche Mode – Net niet goed genoeg …

Geschreven door

Ze staan geboekstaafd als één van de populairste groepen uit de elektronische muziekgeschiedenis, en dinsdagavond hadden ze een afspraak met hun fans in een al maanden uitverkocht Sportpaleis. We hebben het uiteraard over Depeche Mode, ooit nog bijna weggehoond toen ze als one hit wonder in de jaren tachtig van vorige eeuw voor de eerste maal de affiche van Torhout-Werchter sierden. De tijden zijn (gelukkig) veranderd…

Antwerpen was de Belgische halte van de ‘Global Spirit’-wereldtournee die de band momenteel onderneemt, naar aanleiding van hun veertiende studioalbum ‘Spirit’ dat in maart van dit jaar het levenslicht zag. We betwijfelen echter of iedereen in de zaal de nieuwe nummers die gespeeld werden, zoals opener “Going backwards”, het poppy dansriedeltje “So much love” of “Poison heart”, al gehoord had op voorhand. Met uitzondering wellicht van de single “Where’s the revolution”, die zeker de potentie in zich draagt om uit te groeien tot een toekomstige klassieker in het oeuvre van DM. Misschien besefte de band zelf ook wel dat de meeste bezoekers niet echt zaten te wachten op materiaal uit hun meest recente platen, en dat weerspiegelde zich dan ook in de setlist van dit optreden.

Een optreden dat ons om meerdere redenen zal bijblijven trouwens. Dat het dinsdag de 55ste verjaardag van zanger Dave Gahan was, werd door zijn mede-bandleden (special voor de weinige toeschouwers die er nog niet van op de hoogte waren) geëerd door een obligaat ‘Happy birthday’ in te zetten. Gahan zelf genoot vanzelfsprekend van de extra aandacht, en als volleerd volksmenner had hij er weinig moeite mee om de fans te doen meezingen en -dansen. Zijn gekende pirouettes waren ook weer van de partij, maar voor het overige moet ons toch van het hart dat de zanger (net als de andere bandleden trouwens) weinig communicatief was vanavond en bijvoorbeeld ook opvallend weinig gebruik maakte van de uitloopbrug voor het podium. Bij momenten bekroop ons zowaar een ‘automatische piloot’-gevoel en leek het alsof Depeche Mode hier een verplicht nummertje stond af te werken…
Van de eerste, wisselvallige helft van de show - waarin niet toevallig ook het merendeel van het recente songmateriaal geconcentreerd zat - onthouden we vooral goeie versies van “Barrel of a gun”, “A pain that I’m used to” en vooral “In your room”.
Daarna nam gitarist Martin Gore gedurende twee knappe, ingetogen songs de hoofdrol over van Dave: “Home” en vooral de akoestische versie van “A question of lust” konden ons meer dan bekoren. Iets later schakelde de groep dan weer een versnelling hoger en kregen ze (eindelijk) gans de zaal mee, met bekende nummers als “Wrong”, “Everything counts” en “Stripped”. En met publieksfavorieten “Enjoy the silence” en “Never let me down again” werkten ze naar een voorspelbare maar gesmaakte climax toe.
In het eerste bisnummer, het mooie “Somebody”, mocht Martin weerom schitteren. En na “Walking in my shoes” bewees Dave dan weer dat hij in staat is om op een respectvolle manier “Heroes” van David Bowie live te zingen zonder uit de bocht te gaan. Niet evident.

Met “I feel you” en “Personal Jesus” kwamen we vervolgens aan het eind van een goed optreden, maar… het had iets meer mogen zijn in ruil voor de ticketprijzen die tegenwoordig voor dit soort massaconcerten gangbaar zijn.
We zijn misschien verwend na al enkele keren Depeche Mode gezien te hebben in het verleden, maar van een groep die al zo lang meedraait op dit niveau mag je toch verwachten dat ze wat minder routineus, wat verrassender en wat vernieuwender uit de hoek komen. Of niet soms?

Met dank aan Darkentries www.darkentries.be
http://bit.ly/2pVNnXB  

Organisatie: Live Nation

True Widow

Avvolgere

Geschreven door

Al een kleine zeven jaar zijn ze bezig , het Texaanse trio True Widow, twee heren en een dame, die hun sound omschrijven als ‘stone gaze’ , waar indie , shoegaze , doom , psychedelica , stoner , metal in een wonderschone duisternis worden gedropt . Een boeiende trip creëren ze door  een lome , slepende , repetitieve , opbouwende, aanstekelijke  ritmiek en geluidslandschappen . De lagen worden op elkaar gestapeld. De vocals van Dan Philips en Nikki Estill wisselen elkaar af of vullen aan en graven zich een weg in die intens broeierige sound, die dreigend , dromerig , emotievol klinkt.
Hun slowcore pop is afgelijnder, toegankelijker dan het ouder materiaal , en in de uur durende trip , krijgen we maar liefst tien songs . “Back shedder” is een prachtige opener , die het spel van gitaar , bas , drums triggert en op elkaar afstemt . Het trio durft hier wel eens een versnelling hoger gaan  , “Sante” en “Grey erasure” zijn feller, gedrevener.
True Widow staat nog steeds garant voor een intrigerende, adembenemende trip !

Beach Slang

A loud bash of teenage feelings

Geschreven door

Beach slang draait rond een veertiger die z’n jeugdigheid nog niet heeft verloren en klinkt als een  jonge wolf. De uit Philadelphia afkomstige formatie rond James Alex Snyder mag dan al een hobbelig parcours achter de rug hebben in personeelsbezetting , de muziek zit goed elkaar en is situeren binnen de indiegrungepunk. Tien songs in een dertigtal minuten. Ergens waait hier de wind van ‘good oldies’ Husker Du (Bob Mould) , Wipers (Greg Sage), Replacements (Paul Westerberg ) en Built to Spil (Doug Martsch).
Hij weet die invloeden te integreren in een reeks meeslepende , uptempo nummers, met die kenmerkende gruizige ondertoon . Ze komen ook terecht in de buurt van Blood Red Shoes in die aanpak. “Art damage” , “Punks in a disco bar”, “Wasted daze of youth” en “Young hearts” zijn pareltjes die een broeierige opbouw en emo-intensiteit hebben . Af en toe zet hij er met z’n band vaart achter ; het korte , snedige “Atom bomb” geeft letterlijk een krater gevoel.
Beach Slang heeft een fascinerende, spetterende plaat uit!

Pixies

Head carrier

Geschreven door

De uit Boston afkomstige Pixies lieten een kleine tien jaar terug van zich horen en stelden  hun eerste platen opnieuw voor . Het spelplezier , de belangstelling , de reünie werd zo positief ervaren dat er in 2014 een nieuwe plaat kwam ‘Indie Cindy’ .
In de originele bezetting trok men terug op tour , maar zangeres/bassiste Kim Deal zag een nieuw album niet meer zitten en ze werd vervangen door Paz Lenchantin (die we kennen van A Perfect Circle van James Maynard Keenan van Tool  en Zwan van Billy Corgan) . Een waardige opvolgster , die nog wat zoekende was tijdens de tour toen, maar nu volledig haar gang kan gaan ; op ‘Head carrier’ is de door haar gezongen ballade “All I think about now is” een veelbelovend bedankje aan Deal . Mooi .
De plaat is al bij al een charmante plaat , we hebben hier oerdegelijke broeierige , aanstekelijke , sfeervolle poprock , met een melancho trekje . Niet meer , niet minder . Het vuur van hun succesperiode 87 – 93 zit er niet meer in , ook niet in de livegigs .
“Classic masher”, “Baals’s back” , “Um chagga lagga” en de titelsong zijn ouderwetse Pixies songs , waar we van houden. Het zijn net die songs  die de gezegende heren op leeftijd nog af en toe een venijnig speldenprikje en explosie toedienen . Op die manier brengen ze nog alle leeftijden samen .
Toegegeven , tijdsgenoten Dinosaur Jr , Thurston Moore , Swans leggen ons nog steeds  het vuur aan de schenen , Pixies doen het nu op een gezapiger tempo .
Goede plaat , dat wel , Pixies staan garant om zich nog eens uit te leven ,  te genieten en oude herinneringen te koesteren.

Angström

The echoes of my mournful song

Geschreven door

Angström - The echoes of my mournful song - Geniaal knoppenwerk
Een knoppenman en een misthoorn van een stem. Het ideale en tegelijk geniale recept van Tom Moons en Gudrun Roos om de luisteraar in hun utopisch wereldje te brengen en niet meer los te laten. Men schrijft terecht dat dit duo nog potten zal breken. Deze triphop jazz pop ruikt naar Bjork, Goldfrap, Roisin Murphin, Hooverphonic enzovoorts. En toch klinken ze heel origineel.
“Inhale” opent met een heel strakke beat en de synths brengen je meteen naar hogere sferen. Tom en Gudrun gaan als het ware in duel met hun verschillende muzikale achtergronden (elektronica en jazz). Met “Obsessed” raak je al snel geobsedeerd door de zeemzoete melodieën en zanglijnen , versierd met de nodige effecten en klanktapijten. Titelsong “The echoes of my mournful song” heeft het dan eerder van een rock en popachtig gitaarrifje en barst van het hitpotentieel.
Heel de schijf borduurt verder op dit elan met als absoluut hoogtepunt het beklijvende “Pills”. Heerlijke effecten en dubbele stemmen blazen je serieus van je sokkel.
Angstrôm zien we graag spelen op Gentjazz, Pukkelpop en Cactus. Je leest het goed: veelzijdigheid troef.
Info  - www.blueearmusic.be

Green Day

Revolution radio

Geschreven door

De poppunkers van Green Day van Billy Joe Armstrong hebben de flop van ‘Uno/Dos/Tré’ van vier jaar terug kunnen doorspoelen . Ze staan er nu opnieuw met een ouderwets goede rockende plaat , die power  en pop met elkaar kruist.  De nummers klinken fris, vitaal , jeugdig en ontspannend. Een maatschappijkritische ondertoon durft te schuilen in het materiaal en de catchy hooks , refreinen doen het nog steeds. “Somewhere now”, “Bang bang” , “Still breathing”, “Youngblood”, “Too dumb to die” zijn de uptempo makers op de plaat .
Gewoon rocken met z’n drie , niet meer , niet minder. Af en toe wordt gas teruggenomen en krijgen we enkele dromerige , sfeervolle songs . Het innemende , akoestische “Ordinary world” sluit de cd af .
Angry young men zijn het door de jaren niet meer , het zijn hitschrijvers die erin slagen jong en oud bij elkaar te brengen.

Pagina 442 van 964