logo_musiczine_nl

Democrazy Gent - events

Democrazy Gent - events Concerten Big next: Leather.Head, Rimov Rimov, Trefpunt, Gent op 1 april 2026 Dressed like boys, Frans Kalk, Ha Concerts, Gent op 2 april 2026 Luna, Line, Club Wintercircus, Gent op 2 april 2026 Wild style: a night w/ Grandmaster Caz,…

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

dEUS - 19/03/20...
Hooverphonic

Gov’t Mule

Gov’t Mule - Een Mule show blijft een belevenis

Geschreven door

Ze vallen bij bosjes tegenwoordig: Onze helden van weleer, de mannen die de tumultueuze jaren '60 & '70 mee gestalte en vooral kleur -en wilde verhalen- gaven. 'Classic Rock' noemt men het tegenwoordig. Verleden week viel deze twijfelachtige eer te beurt aan Gregg Allman, voormalig patron van Gov't Mule's Warren Haynes.
Weinig aandacht aan besteed in de (Europese) media, maar met het overlijden van Gregg Allman verloor de rockwereld één van zijn krachtigste, meest doorleefde en meest soulvolle blues-stemmen ooit. Eind jaren 60 samen met wijlen jongere broer Duane oprichter van de legendarische Allman Brothers Band. Slide gitaaarwonder Duane belandde veel te vroeg in de eeuwige jachtvelden (1971, motorongeluk), maar Gregg Allman hield de ABB met wisselend succes draaiende tot enkele jaren terug. In oktober 2014 speelde de legendarische band hun afscheidsconcert in het New Yorkse Beacon Theatre, met Warren Haynes, dan al 25 jaar vaste ABB gitarist en ondertussen naast Gregg Allman spilfiguur van de band geworden. Het was Haynes die begin jaren 90 de slabakkende Allman Brothers vervoegde en Gregg & co meteen een strakke schop onder de kont verkocht, die hun terug katapulteerde naar waar ze thuishoorden: in de topregionen van het Southern Rock en Jam Band walhalla.

Parallel met zijn Allman Bros carrière startte 'Duiveltje doet het al' Haynes halverwege jaren 90 samen met ABB kompaan Allen Woody GOV'T MULE.  Het hobbyclubje is ondertussen uitgegroeid tot waar een instituut op zich, en was dinsdag 6 juni ll. aan zijn achtste passage in Belgenland toe (Eerste Belgische show ooit was in Rivierenhof hier iets verderop in 2004).
Wat me min of meer verwachtten, en ook wel een beetje hoopten, werd niet waargemaakt: Geen tribute aan wijlen patron Gregg Allman en de ABB. Ook geen vermelding, maar erg spraakzaam was Haynes sowieso niet. Doet er ook niet toe: let the music do the talking. Naar goede gewoonte zo een twee en half uur lang. Nooit geen voorprogramma bij Gov’t Mule, daar is gewoonweg geen tijd voor met de alhier tegenwoordig geldende tijdslimieten voor concertzalen in 'bebouwde kom'. Waar de gemiddelde band na een dik uur aan de bissen begint, is het bij de Mule steevast 'We’ll take a short break, be right back', waarna ze nog anderhalf uur doordenderen.
Ons kwartet ging ietwat traagjes van start met de Staple Singer's “Hammer and nail” en het door een reggaebeat  gedragen “Time to confess”, maar daar tussenin zat wel een stampend “Rocking Horse” van de debuut plaat uit 1995, en in 2003 hernomen op ‘Hittin' the Note', de laatste studioplaat van de Allman Brothers Band (dus toch een link...). De Ray Charles cover “I Believe to my Soul” was héél sterk: een heavy bluesy take van deze soul classic, eigenlijk veeleer een cover van de Humble Pie versie uit de jaren 70 dan van het origineel. Humble Pie, wijlen Steve Marriot's tegenwoordig bijna godvergeten fabuleuze 70's band, maar sinds lang een all-time favourite van Haynes, zo blijkt ook verder in de set. “Sco-Mule” verkende jazzier paden, het origineel was immers ook een samenwerking met John Scofield. Knaller van set één was “Jacksaw Jezebel”. Naar Mule maatstaven een snelle rocker, knap en lekker lang uitgesponnen, met een scherp solerende Haynes. De hele show draait uiteindelijk wel rond de gitaristische hoogstandjes van de opper-mule, maar “Jezebel” stak er toch bovenuit. Ander sleutelmoment in de show was een ronduit weegaloos “Mother Earth”: midden in de song werd het even muisstil in de amper halfvolle Roma, ten volle genieten geblazen van de door merg en been snijdende, immens mooie en subtiele solo’s van Haynes. Onze Southern boys bewezen ook absolute meesters te zijn in het leveren van een sterk potje authentieke slowblues.
De nieuwe plaat 'Revolution come .. Revolution Go' (uit op 9 juni) moest uiteraard ook worden gepromoot. In set één werden we al op de schitterende titelsong getrakteerd, een klasbak van formaat, het slappe “Sarah, Surrender” daarentegen kon allerminst boeien. Minpuntje echter direct gecounterd met het zwaar rockende “Stone Cold Rage”, samen met de titelsong geheid een nieuwe live-klassieker binnen het toch al zo immens uitgebreide Mule repertoire. 'Dark was the night, cold was the ground', ook van de nieuwe langspeler, was goed voorzien van oren en poten en een lekker groovende beat. Ergens daartussen zat ook de obligate drumsolo van Matt Abts, drummer van het eerste uur. Met Humble Pie's (daar zijn ze weer!) “30 days in the hole” en een paar flarden “I don't need no doctor” werd majestueus afgesloten.
In het kwartuurtje bissen trok de mighty Mule nog eens alle bluesregisters open in de typische Gov’t Mule bluesrocker “New World Blues” en de Ann Peebles cover “Feel Like Breaking Up Somebody’s Home”. Geen overdonderende apotheose, maar degelijke afsluiters van een alweer uitmuntend concert van de onbetwiste nummer één onder de jam bands.

Een Mule show blijft een belevenis: niet echt iets voor de occasionele concertganger (te veel jammen, te veel solo’s, te lang, te langdradig, ...), maar voor de doorwinterde die-hard fans en liefhebbers van pure old-style bluesrock altijd een festijn, nooit wetende met wat Haynes en de zijnen nu weer zullen uitpakken! Grote klasse! We kunnen er weer efkens tegen, afspraak op passage #9!

Set 1: Hammer and Nails, Rocking Horse, Time To Confess, Million Miles From Yesterday, I Believe To My Soul, Sco-Mule, Revolution Come … Revolution Go, Slackjaw Jezebel
Set 2: World Boss, Mother Earth, About To Rage, Sarah Surrender, Stone Cold Rage, Drums, Dark Was The Night Cold Was The Ground, 30 Days In The Hole / I Don't Need No Doctor
Encore: New World Blues, Feel Like Breaking Up Somebody’s Home

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/govt-mule-06-06-2017/
Organisatie: De Roma, Antwerpen

Buffalo Tom

Buffalo Tom – 25 th Anniversary Show – ‘Let me come over’ - De betere 90-ies revisited

Geschreven door

Buffalo Tom – 25 th Anniversary Show – ‘Let me come over’ - De betere 90-ies revisited
Buffalo Tom
Ancienne Belgique
Brussel
2017-06-06
Lode Vanassche en Johan Meurisse

Alle goeie dingen bestaan uit 3 : een drummer, een bassist en een gitarist. Bill Janovitz, Chris Colbourn en Tom Maginnis uit Boston zijn de drie-eenheid van Buffalo Tom; dit overgoten met een vettige saus enthousiasme en je hebt het ideale recept voor een no-nonsense-gitaarrockavond. Het trio klinkt nog altijd alsof ze in hun garage staan te repeteren, en vocaal hebben ze nog niks ingeboet …

Ook het concert bestond uit 3 delen : het eerste uur hielden ze vrij voor een soort ‘greatest hits’ of beter ‘most valuable songs’, want megahits scoorden ze niet. “Tree House” , “Summer’s here”, “I'm allowed”, “Sodajerk”, “Wiser”, “Rachael”, “Kitchen door” en “Tangerine”  passeerden de revue en werden bijzonder gesmaakt door de overjaarse pubers, die zich weer 17-jarige rockertjes voelden, wijzelf inbegrepen …
Deel 1 werd gespeeld in een sober decor,  met minimale belichting . Hier was een geoliede machine bezig. Buffalo Tom klonk gesmeerd , grungy zelfs . De songs waren  rauw, intens, broeierig, verbeten , licht explosief, kortom extravert, zonder de elegante schoonheid van de melodie te verliezen. Er zijn toch nog overlevenden van de grungescene buiten Eddie Vedder gerekend, samen met J. Mascis. De drie waren verdomd vitaal bezig . De backcatalogue van hun succesvolste periode was dus al meer dan overtuigend.
De groep werkt aan een nieuwe cd en liet ons kennismaken met “Freckles”, een nieuwe song in open D gespeeld, die een beetje aan 'War On Drugs' deed denken.
Na een korte pauze was het tijd voor een integrale weergave van het 25-jarig pareltje ‘Let me come over’ uit 92. In de achtergrond beeld- en videomateriaal, keurig uitgekozen en gemonteerd door de dochter van een van de bandleden. “Stapels”, “Taillights Fade”, “Mineral” “Larry” en “Velvet Roof” waren de hoogtepunten. Alle songs kregen bovendien een steviger arrangement. De intimiteit , gevoeligheid drong sterk door in “Porchlight” en “Frozen lake” . Pit en dynamiek dus in dit tweede uurtje met bovenop een “Saving grace” die je een schop onder kont gaf!  We kregen een, leuk, gezellig en goed concert. Nostalgie ten top.
Zijn we niet kritisch? Jawel, Bill Janovitz is een goede zanger, maar van zodra bassist Chris Colbourn achter de micro staat, krijg ik een ambetant gevoel. Verkracht hij met zijn melig stemmetje de sterke songs ? Nee, maar hij verneukt ze wel een beetje ...

De sympathieke knullen kwamen nog terug voor 2 bissen en wuifden ons uit met een stevige “Birdbrain” , dat imposant klonk! “Sunflower suit” uit het debuut bleef opgeborgen , al werd ie af en toe gescandeerd .

Buffalo Tom is - 25 jaar later -  een rockband pur sang , strak, rechttoe – rechtaan, aangenaam slordig en meeslepend, hartbrekend. Wat kan het leven toch mooi zijn …

Setlist : TAILLIGHTS FADE/MOUNTAINS OF YOUR HEAD/MINERAL/DARL/LARRY/VELVET ROOF/I’M NOT THERE/STYMIED/PORCHLIGHT/FROZEN LAKE/SAVING GRACE/CRUTCH/BIRDBRAIN

TREEHOUSE/SUMMER/I’M ALLOWED/LATE AT NIGHT/SODA JERK/RACHAEL/WISER/FRECKLES/YOU ‘LL NEVER CATCH HIM/KITCHEN DOOR/TANGERINE

Neem gerust een kijkje naar de pics  - Met dank aan Pieter Verhaeghe - MLM – http://www.motherlovemusic.be
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/buffalo-tom-06-06-2017/
Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Millionaire

Sciencing

Geschreven door

Tim Vanhaemel heeft zijn nieuwe plaat terug onder de naam Millionaire uitgebracht. Goede zet, zo blijkt, de plaat krijgt sowieso meer aandacht en de ticketverkoop voor de aangekondigde concerten loopt als een trein. Stel dat het album gewoon de naam ‘Tim Vanhaemel’ had gedragen, het zou natuurlijk allemaal zo geen vaart gelopen hebben. Maar goed, Vanhaemel is Millionaire en Millionaire is Vanhaemel, waarom ook niet.
Eerlijk gezegd hadden wij het in het begin nogal moeilijk met dit album. De plaat is zo divers dat de samenhang nogal ver te zoeken lijkt, maar na een paar beluisteringen beginnen we het beetje bij beetje te snappen. Nu, eerlijk gezegd was ons verwachtingspatroon ook heel anders ingesteld na de aardedonkere en opgejaagde stonerrock van ‘Paradisiac’ uit 2005.Hoewel ‘Sciencing’ dezelfde groepsnaam draagt, met ‘Paradisiac’ heeft dit album niets meer mee te maken, dat is ons nu wel duidelijk. Op ‘Sciencing’ worden de deuren niet langer bruusk ingetrapt, maar worden die voorzichtig opengedaan om te kijken wat er achter schuilt. En dat is heel wat.
Vanhamel schiet al meteen met zijn scherpste pijlen, met de fenomenale en furieuze opener “I’m Not Who You Think You Are” legt hij de lat torenhoog, een zwevende gitaarsolo in de staart van de song zet de toon voor een avontuurlijk album. Vanhamel’s hoge stemmetje in het opborrelende “Under A Bamboo Moon” flirt met Curtis Mayfield terwijl de gitaar lekker door de modder blijft scheuren. Ook “Love Has Eyes” heeft twee gezichten, eentje van de tintelende popsong en eentje van de LSD trippende oerwoudvogel. Weeral is de gitaar hier een hoofdrolspeler, vooral wanneer de song twee minuten lang mag uitfaden in pure Funkadelic modus. Wij durven er onze felgekleurde zonnebril op verwedden dat Vanhamel urenlang heeft zitten freewheelen op “Maggot Brain”.
We zijn nog maar drie songs ver en Vanhamel heeft zich al in rock, pop, soul, funk en psychedelica gewenteld, en dat gaat zo maar door. De zijwegen zijn minsten even belangrijk als de hoofdweg, vandaar dat wij eerst een beetje dreigden te verdwalen, maar nu bevalt het ons hier best in Tim Vanhamel’s pretpark. We passeren terloops ook nog even langs triphop (“Back In You”) en krautrock (“Little Boy Blue”) om dan met “Bloodshot” tot een nieuwe hoogtepunt te komen, de song dreigt, stoomt en stuwt zonder echt te ontploffen, een ware teaser.
Er zijn ook wat minder goden te vinden, “Silent River” dwarrelt langer dan 5 minuten door zonder ergens naar toe te gaan en “L’homme Sans Corps” is een pijnlijk mislukte Gainsbourg pastiche. 
Vanhamel herpakt zich echter met brio en gaat er uit zoals ie is binnengekomen, met enkele van zijn meest viriele bommetjes. “Busy Man” swingt als Prince in betere tijden en rockt als QOTSA, en het instrumentale “Visa Running” maakt het dansende aapje in ons volledig los.
‘Sciencing’ is straffe kost, avontuurlijk, levendig en eigenzinnig. Vanhamel ten voeten uit.

Local Natives

Sunlit youth

Geschreven door
Het Californische Local Natives kwam in 2010 in de belangstelling met de cd ‘Gorillaz manor’ en de single “Airplanes” , die al meteen een plaatsje innam in ons muzikaal geheugen; warme, dromerige, opbouwende indiepop/folk/americana, die een ‘joie de vivre’ ademt . Op de opvolger ‘Hummingbird’ liet de band een gerijpte, volwassen indruk na; de songs waren mooi uitgewerkt , klonken voller en gelaagd en hadden een aangenaam , donker randje . Bitterzoet werd de muzikale noemer. “Heavy feet” was hier één van de smaakmakers. De nummers intrigeerden minder en de response viel algemeen tegen .

Met de derde plaat , drie jaar na de tweede , zit het vijftal terug op het (goede) spoor van hun debuut met sfeervolle , broeierige , dromerige en meeslepende songs . “Dark days” , “Fountains of youth” , “Mother Emanuel” en “Ellie Alice” zijn de mooiste songs , toegankelijk en spannend . De subtiliteit , finesse is er in het materiaal,  samen met de stemmige zangpartijen en de kleurrijke keys en pianoloops.
Local Natives blijft een apart plaatsje innemen met die wisselende stemmingen , de gevoelige, bedreven instrumentatie  en de stekelige, dwarrelende, ophitsende,  gevoelige , melodieuze ritmes en hun ontroerende vocale pracht! Kortom, Local Natives is back!

Cass McCombs

Mangy love

Geschreven door

De Amerikaanse sing/songwriter Cass McCombs heeft al een pak platen uitgebracht, in wisselende sterkte . De songs op de achtste nestelen zich in indiefolk , rootspop en psychedelica en hebben uitstapjes richting soul , funk en jazz. Heit is een mooi album , met een maatschappijkritische blik .
“Bum bum  bum”, “Rancid girl” openen sterk de plaat , zijn gelinkt aan Kurt Vile , daarna krijgen we een aangename,  sfeervolle reeks , om dan in het tweede deel wat intens broeierig , compact uit de hoek te komen met “Run sister run” en “In a chinese alley” . McCombs onderschrijft met deze dat hij na al die jaren aan de top staat van sing/songwriting.

Paul Weller

Paul Weller - Weller in an excellent good mo(o)d

Geschreven door


Paul Weller - Je zal maar een van je grootste helden in een van de beste zalen  kunnen zien. Na zijn overigens schitterende passage in hetzelfde AB vorig jaar waren de verwachtingen zeer hoog. Met verve is deze levende legende erin geslaagd. Een slordige dertig nummers werd op een zo goed als uitverkochte AB losgelaten.

Onze Modfather had, zoals hij gewoon is, een resem topmuzikanten bij zich en begon aan een retestrakke versie van “I’m Where I should be” uit ‘Saturns Pattern’. In de beste zaal van het oude continent dus. Puur professioneel speelplezier met een dubbele percussie, toetsenist, bassist en twee gitaren; Hij weet niet alleen zijn muzikanten uit te kiezen, maar ook zijn instrumenten; Likkebaardend horen we Vox versterkers, Sheraton II’s, Telecasters, SG’s enzoverder. Zijne Grijsheid Met Eeuwige Jeugd dirigeert en leidt alles in de goede banen. Bewijze hiervan “Nova”. Iedere noot klopt en de overgangen en wissels zijn gewoonweg weergaloos. Even ‘tuning my guitar right’ en met de typische Britse humor, zonder in het arrogante Oasis-gedoe te vervallen, de klassieker “Every Changing Moods” aankondigen.  Op “Long Time” proeven we van een overtuigend  gitaarduel. It’s going cool, weet Britpopman ons te vertellen.
We weten nu al dat zijn vorige passage, zo het nog kan, ruimschoots zal worden overtroffen. Hij heeft maar te kiezen uit een ongelofelijk arsenaal van oud en nieuw werk en kan niet betrapt worden op een minder en zwakker nummer. Tjonge, wat heeft die man bij elkaar geschreven. Weer een mokerslag met een fun ©ky “Saturns Pattern” met een heuse jam als outro. Je leest het goed: Het publiek geniet met volle teugen van wat we zonder overdrijven wereldklasse kunnen noemen.
De hoogtepunten worden met de vingers in de neus aan elkaar geregen en het Modfeest kan niet meer stuk. “Woo Se Mama” en “Peacock Suit”  slaat knock out. Hij en zijn gevolg eindigen met de modpunk “Star”, vooraleer aan drie bisrondes te beginnen.
Eentje in de akoestische sfeer ( oa “Wildwood”),  eentje opbouwend naar wat meer rock ( oa “Changing Man”) en een afkoelingsronde met onder andere “You do something to me”. Variatie troef door in heel zijn rijk verleden graven uit zijn verschillende bands (The Jam en Style Council). Dit alles subtiel gekruid met verschillende genres : punk, rock, funk, jazz, soul en R’n B . Pure klasse.

You do something to me and Paul did  something to us.

I’M WHERE I SHOULD BE /NOVA/EVER CHANGING MOODS/LONG TIME/SATURNS PATTERN/GOING MY WAY/ONTO TOMORROW/SHE MOVES/EVER HAD IT BLUE/SUZIES/IMPOSSIBLE IDEA/WILD BLUE YONDER/CLOUDS/WOO SE MAMMA/CRANES/WHITE SKY/FRIDAY STREET/PORCELAIN GODS/PEACOCK SUIT/START!
Encore 1 ( akoestisch): WILD WOOD/MONDAY/WHAT WOULD HE/SINKING
Encore 2 THESE CITY STREETS/HUNG UP/COME ON LETS GO/CHANGINGMAN
Encore 3:  YOU DO SOMETHING TO ME/FLOORBOARDS/BROKEN STONES

Organisatie Live Nation ism Ancienne Belgique, Brussel

The Besnard Lakes

The Besnard Lakes - Back tot he sixties (psychedelica)!

Geschreven door

The Besnard Lakes - Back to the sixties (psychedelica)!
The Besnard Lakes + Endz
Kreun
Kortrijk
2017-05-31
Didier Becu

Exact 24 uur nadat Albini met zijn Shellac De Kreun deed daveren, had Wilde Westen twee nieuwe gasten in Kortrijk: een Belgische band waarvan we weldra veel zullen horen en vijf Canadezen die nog altijd denken dat we in 1966 zijn, maar tussen de vele psychedelische snoepjes ook flink wat shoegaze hebben opgesnoven.

Eigen volk eerst, en niet omdat we dat willen, maar gewoon omdat Endz de eerste band aan zet was. Een Brussels trio die we een tweetal weken geleden nog zagen schitteren in de Rotonde tijdens Les Nuits Botanique als het voorprogramma van Cherry Glazerr. In de wandelgangen (soms hoor je daar wel wat), bleek dat dit optreden een belangrijk staartje had voor de drie Brusselaars, al was het maar om te zeggen dat je Endz binnenkort meer en meer op Vlaamse podia zal aantreffen. First we take Brussels, then we take Kortrijk om de hoogpriester van het pathos te citeren. Alleen jammer dat de hoofdact blijkbaar over zijn hoogtepunt heen is, ten minste op vlak van populariteit toch.
Mensen komen niet buiten voor een voorprogramma, de meeste toch niet, en dus moesten Fabrice ‘Fabiola’ Detry, Loïc Bodson en Kevin P. Guillaume zich tevreden stellen met een handjevol geïnteresseerden. Wat we veertien dagen geleden neerpenden, geldt vandaag nog (natuurlijk!). Wie tuk is op jaren 90 indiepop zal ongetwijfeld een boontje hebben voor dit trio. En tja, wat we zagen in Brussel werd honderd kilometer verder en veertien dagen later nog eens bevestigd, al was het maar om nog eens te onderstrepen dat er toekomst zit in Endz. En het maakt hun geen zier uit of dit nu voor vijftien of honderdvijftig man is, that’s the spirit!

Soms kun je niet naast de feiten heen kijken. Was The Besnard Lakes zeven jaar geleden nog een hype toen ‘The Besnard Lakes Are the Roaring Night’ op Jagjaguwar uitkwam, dan schiet daar vandaag nog amper iets van over. Zanger Jace Lasek, qua looks een merkwaardige combinatie van Ian Hunter en Michel Polnareff, kan het geenszins deren dat zijn fanbasis als even snel krimpt als de ozonlaag. Met een intro die lijkt alsof we in een aflevering van Star Trek zijn terechtgekomen wordt de gewillige luisteraar twee uur lang in een psychedelisch sfeertje gedumpt.
Wie hun vijfde plaat ‘A Coliseum Complex Museum’ heeft gehoord (te oordelen naar de opkomst niet al te veel mensen dus), zal ondertussen al lang hebben gemerkt dat The Besnard Lakes tot hun laatste snik hun ‘bekende’ toverformule zullen blijven toepassen: poppy psychedelica die refereert naar de jaren 60, omhuld met shoegazegitaren. Zelf zullen ze het in alle talen ontkennen, maar wie de ogen sloot, kon zelfs voor eventjes denken dat hij Slowdive hoorde…zo shoegaze dus!
Een coole band. Zo staat Olga Goreas (echtgenote van zanger Jace) de hele tijd op het podium met een zonnebril op, of lijkt het alsof keyboardspeelster Sheenah Kov de nieuwste aanwinst is van The Human League. Net zoals onze vrienden van Endz maakt het aantal bezoekers hun geen fluit uit. Volk of geen volk, The Besnard Lakes speelden ruim twee uur lang het mooiste (en soms ook het saaiste) uit hun vijf platen.
Meteen ook een knelpunt. The Besnard Lakes klinkt best grandioos, maar twee uur is net iets te veel van het goede. Gewoon de volgende keer een schaar meenemen en het kan één van de beste optredens worden (die je nooit hebt gezien). En uiteraard wat meer media-aandacht, hoewel dat niet aan ons zal liggen.

Met dank aan Luminousdash.com http://www.luminousdash.com

Organisatie: Wilde Westen, Kortrijk

Roger Waters

Is This The Life We Really Want?

Wim Guillemyn

Pink Floyd. Een naam als een klok. Je mag van de band vinden wat je wilt maar qua muzikale invloed is het zonder twijfel één van de belangrijkste bands van de 20ste eeuw. En de sterkte van de band lag eveneens in de som der delen. Allen wel heel getalenteerde delen, dat wel. Hoewel David Gilmour de laatste decennia het boegbeeld van de band was kun je niet om Roger Waters heen. Waters zorgde o.a. voor het geweten van de band, denk maar aan ‘The Wall’ om één voorbeeld te noemen. Daarnaast zorgde hij ook voor de breuk en de doorstart van Pink Floyd zonder hem. Het is nooit meer helemaal goed gekomen tussen Gilmour en Waters. Een samenwerking met de oude bezetting zat er niet meer in. En na het overlijden van Wright werd dit al helemaal onmogelijk.
In 2014 kwam er enigszins verrassend nieuw materiaal van Pink Floyd uit. Het nogal schetsmatige ‘The Endless River’. De laatste tijd kwam Roger Waters al meer in de media met o.a. zijn tirade tegen de huidige streamingdiensten etc… Een bewijs dat hij nog altijd scherp en gevat is ondanks zijn 73 lentes. Zo komen we bij zijn nieuwe album. Zijn vierde solo album sinds 1984.

Ik had mij voorgenomen om alle historie achterwege te laten bij een eerste beluistering om zo een genuanceerder oordeel te kunnen vellen over zijn werk. Dat was niet eenvoudig. Je merkt meteen tijdens het beluisteren de invloeden en raakvlakken met albums van Pink Floyd zoals ‘Wish You Were Here’, ‘The Wall’, ‘The Final Cut’. Zo weet je ook meteen dat hij een grote invloed had in het making-process van die albums. Hier op ‘Is This The Life We Really Want?’ krijgen we ook van die typische intro en outro stukjes vol met geluiden en veldopnames die heel doeltreffend in elkaar werden gezet. Waarschijnlijk wel digitaal geknutsel tegenwoordig. Bij momenten klinkt het ook als nieuwsflitsen op de radio wanneer je de gesproken zinnen tussen twee tracks hoort.
Het songmateriaal dan. De opener is “When We Were Young”. Het is een gesproken tekst dat soms in repeat lijkt te gaan met wat spaarzame bas en synthsounds. Sfeerrijk. En het loopt naadloos over in “DeJa Vu”. De eerste echte song. We horen echo’s van oudere Pink Floyd albums. Maar Waters zingt het met een zekere warmte. “Picture That” heeft een sterke tekst en baslijn. Daarnaast leuke keylijnen die Gilmours typisch gitaargeluid vervangen. Een tekst dat binnenkomt als een mokerslag. En dit zonder grunts of geschreeuw. De thematiek op het album is vrij zwaar en donker: gedwongen scheiding tussen ouders en kind, terrorisme, aanklacht tegen de gevolgen van het nastreven van de Amerikaanse droom en tussen de lijnen door een aanklacht tegen de Amerikaanse president Trump. De meeste songs drijven op een ingehouden tempo, aanzwellende en wegdeemsterende keys en andere sfeermakers. Enkel “Picture That” en “Smell The Roses” zijn steviger en snediger. Is het album daardoor wat éénvormig of saai? Eigenlijk niet, maar je moet het op zijn minst enkele luisterbeurten geven. De teksten zijn niet meteen subtiel maar de muziek zit wel vernuftig en ingenieus in elkaar. En dat staat dan ook garant voor talrijke keren aan luisterplezier.
‘Is This The Life We Really Want?’ biedt ons twaalf tracks aan die muzikaal soms dicht tegen bepaalde Pink Floyd albums aanleunen. De donkere en soms scherpe teksten doen de luisteraar nadenken. Een meesterwerk is het niet maar wel een heel goed album van een intussen 73 jarige Waters. Hopelijk wacht hij iets minder lang om ons te verrassen met nog wat werk van dit niveau. Intussen hebben we onze handen vol aan dit album.

Sam De Rijcke

De nieuwe van Roger Waters in één ruk proberen beluisteren. Aartsmoeilijke opdracht. Niet gelukt. Halverwege in slaap gevallen. Meer van hetzelfde. Clean en glad. Produced by Mr Proper. Tot in de puntjes uitgedacht. Niets aan het toeval overgelaten. Muzikale hoogstandjes. Solootje op tijd en stond. Bombastische trekjes. Strijkers zwellen aan. Niets nieuws aan de horizon. Keurig binnen de lijntjes. Een mens geeuwt zich te pletter. ‘The Wall’ nog altijd als ijkpunt. ‘The Wall’ is 38 jaar oud. Stilstand is geen vooruitgang. Roger Waters ten voeten uit. Kwijlen voor de fans. Not what we really want. Slaapwel.

Shellac

Shellac - God bestaat dan toch, het is een tenger ventje, draagt meestal een overall en heeft een zuinig brilletje op

Geschreven door

Shellac - God bestaat dan toch, het is een tenger ventje, draagt meestal een overall en heeft een zuinig brilletje op
Shellac
Kreun
Kortrijk
2017-05-30
Sam De Rijcke

Wij kennen een pak fantastische platen waarop de Albini stempel overduidelijk doorweegt (Pixies, Nirvana, The Jesus Lizard, Godspeed You Black Emperor, Gruppo Di Pawloski,…), maar het lijkt er op dat diegene die de Albini sound het best op een podium kan brengen…  Steve Albini zelf is. Daarom is het telkenmale bijzonder goed nieuws wanneer de legendarische producer de deur van zijn studio achter zich dicht trekt en met zijn eigen band Shellac de hort op gaat.

Een compleet volgelopen Kreun denkt er net zo over en hangt de hele tijd aan Albini zijn lippen. Dit is weer zo één van die concerten waar ieder zichzelf respecterend muziekliefhebber gewoon moet bij zijn, en eentje die verdomme nog lang zal nazinderen.
Shellac weet immers als geen ander die rudimentaire, compromisloze en droge straight-in-your-face-sound op het podium doortastend neer te poten. Kurkdroge urgente drums, brandende door merg en been snijdende baslijnen en daarbovenop de striemende gitaaruitbarstingen, rauwe riffs en uitgespuwde vocals van de briljante Steve Albini. Een unieke krachttoer die wordt ontwikkeld door drie muzikanten die in al hun eenvoud een geniale, onvermurwbare en pure sound neerzetten die ongeëvenaard is en meer punk is dan al de platen van Green Day en Blink 182 samen.
Shellac heeft weinig nieuw werk in de aanbieding -daarvoor heeft een volgeboekte Albini gewoon de tijd niet- maar de band brengt de oude en ietwat minder oude songs met een stootkracht en verbetenheid waar menig alternatief bandje een punt kan aan zuigen. De songs klinken fris van de lever en rauw van de vleeshaak, check de oerkracht van “Squirrel Song”, de uitgebeende power van “Riding Bikes”, de bloeddorstige vechtlust van “Watch Song”, de opgejaagde punk van “Copper”, de ongebluste woede van “All The Surveyors” en de vernielzucht van het fenomenale “Dude Incredible”.
Een strak en uiterst energiek Shellac is vanavond nergens minder dan fantastisch en de heren hebben naast een gezonde portie zelfrelativering ook flink wat humor in hun creatieve brein zitten, getuige de bindteksten waarin ze onder meer hun afkeer voor opperimbeciel Donald Trump niet onder stoelen of banken steken.
Steve Albini, een invloedrijk en respectvol figuur waar zowat de hele wereld van de alternatieve muziek met grote bewondering naar opkijkt, komt hier trouwens leukweg samen met zijn bandleden het boeltje zelf opzetten en afbreken. Bijzonder sympathiek en down to earth vinden wij dat, we zien het Bono zo nog niet te gauw doen. Of Beyoncé, dat zou pas lachen zijn (“oei oei oei, oh ramp, mijn nagel is gescheurd, snel, waar is mijn styliste ?”).

Voor een prestatie als deze van vanavond halen we met plezier het woord ‘legendarisch’ uit onze fichebak met superlatieven. En al de rest ook, fichebak leeg.

We hebben ook nog een pluim voor het Franse meidentrio Decibelles dat de zaal mag opwarmen. De wilde meiden zitten er vocaal behoorlijk naast maar de frisse en vlammende punkrock die ze voortbrengen maakt veel goed. Hun korte, snelle en vaak uitzinnige songs doen wel eens aan Cocaine Piss denken. Waarmee we willen zeggen : hard, luid, snel en vooral rechtdoor.

Organisatie: Wilde Westen, Kortrijk

Akroma

Apocalypse

Geschreven door

Akroma onderscheidt zich van ander gelijkaardige bands door het gebruik van in Latijn gezongen passages. Die passages worden door Laura Kimpe ingezongen en zorgen voor een vrij groot kontrast met de vocals van Alain Germonville. Die van Laura zijn eerder engelachtig en neigen naar opera. Terwijl Alain zijn zang voornamelijk uit grunts en geschreeuw bestaan. De teksten zijn dan ook vrij donker, bruut en gewelddadig. Achter de drums vinden we niemand minder dan Dirk Verbeuren van Megadeth terug.
Zes songs staan er op ‘Apocalyps’. Samen goed voor 45 minuten muziek. Muzikaal is het vrij snedig en straalt alles power en energie uit. De orkestraties zorgen voor de nodige melodische kanten. Een goed voorbeeld hiervan is “Offertorium”. Meteen één van de betere en meest progressieve songs uit het album.
Op de achtergrond van elk lyric in het tekstboekje staat er een gekend schilderij afgebeeld (o.a. Breughel, Bosch en Turner).
De vocals van Alain kunnen mij niet volledig overtuigen. Teveel geschreeuw dat nergens naartoe leidt. De zang van Laura is op zich goed en past in sommige tracks beter dan in sommige andere. Muzikaal is alles wel beter en is alles wel vrij goed opgebouwd. ‘Apocalyps’ is, wanneer je de vocals kunt pruimen, een aardige symfonische black metal plaat.

Pagina 438 van 964