logo_musiczine_nl

Wilde Westen, Kortrijk – events

Wilde Westen, Kortrijk – events Concerten 2026 02/05 Spoetnik @Textielhuis 06/05 Alan Sparhawk (solo ‘with trampled by turtles’ / Low), camille camille 07/05 Brennt Vanneste, Pieter-Paul Devos 08/05 Scott McCloud ‘make it forever” album, Head on stone 09 +…

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

avatar_ab_06
Epica - 18/01/2...

Aquilo

Aquilo – Emoties werden nog nooit zo muzikaal perfect verwerkt.

Geschreven door

Tom Higham and Ben Fletcher zijn al vrienden sinds hun kindertijd. In het begin van hun carrière waren ze lid van enkele rockbands. Dit werd al snel geruild door laptops, wat het begin van Aquilo betekende. Hun hemels zoete muziek wordt vaak omschreven als fabelachtig, dromerig en vooral wondermooie R&B gemixt met ambient geluiden. Het best te vergelijken als een mix van Londen Grammar en Coldplay. Het is dan ook vanzelfsprekend dat deze band gemaakt is om schoonheid te creëren en best wel emotionele nummers op hun naam heeft. Zo verscheen hun muziek al in een trailer van een Hollywoodfilm . Maar om deze schoonheid ook live tot zijn recht te laten komen is er natuurlijk nog meer kennis van zaken nodig.

La Péniche blijkt het perfecte decor voor muziek als deze. Op een boot luisterend naar drijvende muziek het lijkt uit een sprookje weggeplukt. Toch is dit wel degelijk waar, want met hun sprookjesachtige muziek zorgt Aquilo ervoor dat de boot aangenaam gevuld is. Beginnen doen ze met de titeltrack van hun eerste EP, “Human” zorgt er meteen voor dat de zaal begint te trillen. Want de intro heeft wat weg van Explosions In The Sky, alleen volgt daarna de hemelzoete stemmen van het duo. Om hun muziek live nog wat extra kracht bij te zetten werd ook een bassist en een drummer aangeworven. Deze worden weliswaar goed achteraan weggestopt want zij zijn slechts achtergrond.
De liefhebbers van het alternatieve genre konden zeker hun ding vinden. Want live komt hun gelijkenis met Chet Faker en Alt-j zeker bovensteken. Alleen de hoge stem van de ene zanger zorgt ervoor dat ze zelfs geen vrouwelijke stem meer nodig hebben. De twee stemmen van de heren vullen elkaar perfect aan. Het gevolg is, ook live, een hemelse schoonheid. Soms was het zelfs moeilijk om de emoties te bedwingen wegens de schoonheid die deze twee heren kunnen voortbrengen.
De stilte in de zaal verraadt hoe verbaasd iedereen is van het geluid dat de band kan voortbrengen. Het is genieten met de mond open. Ook hun deprimerende teksten komen zeer goed tot hun recht in de sfeer van hun muziek. Ze weten perfect hun gevoel in muziek te steken, en dat is wat een meerwaarde geeft aan deze band. Na acht nummers houdt de band het voor bekeken, hun volledige twee EP’s werden dan ook al gespeeld. Toch blijft het publiek meer willen en keert enkel het duo terug, om met een akoestisch nummer te eindigen. Met veel piano en nogmaals dat geweldig gevoel van deze wonderbaarlijke muziek verlaat de band het podium.

Live bevestigt het nogmaals dat het zeer goed is in het maken van muziek. Ze hebben alles in huis wat hen tot een wereldster kan maken, een goede stem en goeie songs, nu alleen nog het publiek.
Organisatie: Agauchedelalune, Lille

 

The Tea Party

The ocean at the end

Geschreven door

The Tea Party was vooral in de eerste jaren 90 goed voor een paar interessante platen , die intrigeerden door een donkere broeierig geluid , die een intense spanning behielden . Na wat ups en downs was er sinds 2004 geen studiomateriaal van het Canadese trio meer; na een reünie en live registratie laten ze opnieuw van zich spreken . Die Midden-Oosten motiefjes zijn definitief op de achtergrond geraakt.
Wat ons boeit , is net die kenmerkende retrosound , een 70s Led Zeppelin , een Pink Floyd psychedelica en een Masters Of Reality stoner geluid , mooi verdeeld over de twaalf songs . Daniel Lanois wordt hier geëerd met “The maker” cover .
The Tea Party overrompelt nu niet meteen, maar die ouderwetse sound is nog steeds meer dan de moeite .

Ibeyi

Ibeyi

Geschreven door

De Cubaanse percussionist, congaspeler Anga Diaz mag fier neerkijken op zijn tweelingdochters Naomi en Lisa , die net hun debuut uithebben . Ze creëren ergens een sing/songwriting freefolky world geluid . De Frans-Cubaanse dames houden het bijzonder sober met piano/keys , slaginstrumentatie, ritmebox en vingertics, maar hebben een stemmenpracht die het materiaal naar een hoger niveau tilt . Ze zingen zowel in het Engels als in het Yoruba, de Nigeriaanse taal. We voelen linken naar een Cocorosie en ons eigen Zap Mama. Een harmonieus geheel dus.
Het omzetten van hun multi-culturele achtergrond in een reeks elegante nummers , weet te raken , ze verrassen en het voelt naturel aan , zonder al te veel poeha  en opsmuk . De single “Stranger/lover” zorgde voor de doorbraak ,  maar met een song als “The river” geraken ze zeerzeker even ver . De a capella’s van “Eleggua” en “Ibeyi” zelf geven elan .
Op plaat gaat het duo af en toe iets breder , live wordt de soberheid onderstreept , wat de emotie en gevoeligheid aanscherpt. De volksmuziek van deze twins verbaast …

The Pop Group

Citizen Zombie

Geschreven door

Het Britse uit Bristol afkomstige The Pop Group rond multi-instrumentalist en dubfreak Mark Stewart was een kort en krachtig leven van nog geen drie jaar beschoren van 77 tem 80. Na 35 jaar vond men elkaar opnieuw , en de muzikale vriendschap resulteerde in een nieuwe plaat, die een avontuurlijke groovende kruising bevat van postpunk , punkfunk en triphop. De funk , jazz , dub, hiphop , rocken  industrial zorgen nu net voor een levendige , intens broeierige sound. Bands als een PIL, Cabaret Voltaire en Gang Of Four zaten in die tijd in dezelfde stijl interessant materiaal uit te brengen .
En de heren gaan verbeten te werk op deze reünie. De songs zijn scherp , snedig , hebben een rauw , gortdroog lofi-randje en zijn niet vies van wat experiment en vocoders , zonder die kenmerkende ritmiek en melodie uit het oog te verliezen .
Een heerlijke comeback van elf nummers met een “Mad truth”, “S.O.P.H.I.A.”, “St. Outrageous” (met een knipoog naar het oude PIL ten tijde van ‘Metal Box’)  en de titelsong, een handvol tracks, die hun invloed in het genre meegeven …

Wolf Alice

My Love Is Cool

Geschreven door

De debuutplaat van de nieuwe Britse hype Wolf Alice is een album die de luisteraar van bij de start op het verkeerde been zet. Aanvankelijk neigt de band in “Turn To Dust” en “Bros” naar de gezwollen pathos van Florence & The Machine en het nog flauwere aftreksel daarvan London Grammar. Maar in de meer subtiele momenten komen algauw Cocteau Twins en Daughter om de hoek lonken en als de gitaren stevig mogen uitrukken hangt er zelfs een kwade PJ Harvey in de gordijnen (de vroegere PJ Harvey wel te verstaan, niet dat hoogdravend wicht van vandaag), zo neigt onze baskuul terug naar de goede kant.
Helaas komen ook platte stoorzenders als The Cardigans en -oh gruwel- The Cranberries door de wolken piepen (“You’re A Germ”). En zo gaat dat op en af, straffe songs worden afgewisseld met kleffe kandijsuiker.
Wolf Alice weet nog niet echt welke richting ze uit willen, de band eet van verschillende walletjes en balanceert op de lijn tussen bedenkelijke hitgevoelige deuntjes (“Freazy”) en scherpe indierock of postpunk (“Giant Peach”, “Fluffy”).
De superlatieven van de Britse pers zijn dus alweer fel overdreven, maar we kunnen niet ontkennen dat er talent schuilt in dit bandje, het moet alleen nog wat rijpen en in de juiste richting gekanaliseerd worden, wat op ‘My Love Is Cool’ maar sporadisch is gelukt.

St Paul & The Broken Bones

St. Paul and The Broken Bones - Wooh, my soul!

Geschreven door

SPATB ontstond ergens in 2012 in Burmingham Alabama, hebben dezelfde smaak en roots als Alabama Shakes en openen straks de heilige grond in Werchter. Zanger Paul Janeway en bassist Jesse Philips zijn soulmates van het eerste uur en weten hun muzikanten heel verzorgd uit te pikken. Twee jaar laten brengen ze hun eerste ‘Half The City’ uit en sedert gaat het enkel maar voorwaarts, uitverkochte concerten, ook Botanique inbegrepen. Nu kwamen ze even generaal repeteren voor hun passage op ’s werelds beste festival.

Zanger en Meuris lookalike heeft meer soul in zijn linker teen dan alle Tina’s samen. Met de nodige zelfrelativatie en humor weet hij ‘Browns’ - gewijs zijn ziel op het podium uit te schreeuwen  en met de spreekwoordelijke vingerknip het publiek in brand te steken. Deze soulvolle rockband of rockvolle soulband is het gewoon om de lat heel hoog te leggen en voor deze passage doen ze verre van onder.
Een kort gesprek met de drummer leert mij dat ze bij god weet waar niet eens wisten waar ze terecht gekomen waren : een locatie aan de Gentse dokken, no nonsense die deed denken aan de betere alternatieve decors in pakweg Berlijn.
Ze beginnen redelijk klassiek met een funky soul groove van ons aller The Meters waarbij de zanger met het nodige-net-niet-erover-vertoon het podium op komt.  Denk aan de legandarische film The Commitlments. Nostalgie met perfectie, het kan. Ze gaan ervoor en de interactie met het publiek is met de perfecte humor gekruid. “Shake your ass”. Met All Gamble krijgen we coolness als was het dat Charlie Watts even de toetsen bediende. 
Eigen nummers als “Like a Mighty River”, “It’s Midnight”, “Call me” en “Grass is Greener” worden afgewisseld met kanjers van Sam Cooke en Otis Redding.

Pure professionaliteit, vakmanschap en performance van soul classics. Zelfs de man in een rolstoel bleef niet zitten. Dit belooft voor Werchter.

Organisatie: Democrazy, Gent

Neil Diamond

Neil Diamond – Neil Has Left The Building

Geschreven door


Toen Neil Diamond in 2008 ondanks een carrière van ruim vier decennia en miljoenen verkochte albums, pas voor het eerst concerteerde in ons land, bleek hij een van de zeldzame artiesten te zijn waarvoor mijn moeder (bijzonder snel overigens) in de wagen plaatsnam om samen met ondergetekende naar het Antwerpse Sportpaleis af te reizen. Het bleek uiteindelijk een meer dan geslaagd familiearrangement te worden.
We zijn 7 jaar verder en Diamond voegde intussen twee nieuwe studioalbums toe aan zijn omvangrijk oeuvre, mocht via toetreding tot de befaamde Rock and Roll Hall Of Fame een zoveelste prijs in ontvangst nemen en stapte voor de derde maal in het huwelijksbootje. Ook al is hij 74 geworden, deze Amerikaanse liedjesschrijver, muzikant en zanger blijft op vele vlakken dus erg actief en onder de aandacht. Dit bleek eens te meer ook afgelopen zondag bij zijn derde passage in een zo goed als uitverkocht Antwerpse Sportpaleis (ook in 2011 deed hij dezelfde zaal aan).


Reeds vanaf opener « I’m A Believer » trok Neil Diamond, die tegenwoordig mét baard door het leven gaat, samen met zijn begeleidingsgroep (bestaande uit dertien muzikanten) alle registers open en maakte duidelijk nog steeds garant te staan voor een wervelende show vol hits en klassiekers. En ‘show’ is inderdaad een goedgekozen woord want Diamond ook wel eens de ‘Joodse Elvis’ genoemd, is nooit vies geweest van enige bombast en leek dit zodanig te onderstrepen dat gevreesd kon worden dat dit concert zou uitdraaien op een avond met een hoog Las Vegas-gehalte. Het podium dat niet zou misstaan op een luxueus cruiseschip, baadde in felle neonverlichting en werd gekenmerkt door een geprojecteerde diamant (de link spreekt voor zich) die toen de set aanving, begon te glinsteren en te draaien tot deze zich opende en Neil Diamond aldus ten tonele verscheen. Wie houdt van randanimatie, kon dit ongetwijfeld smaken maar een artiest als Diamond behoeft dit niet echt.

Ook de nummers zelf leken aanvankelijk aan het euvel van protserigheid te lijden. « I’m A Believer », dat Diamond neerpende in 1966 en een gigantisch succes betekende voor The Monkees (ook met het door Diamond geschreven « A Little Bit Me, A Little Bit You » zouden ze overigens een hit scoren), klonk te gepolijst waarbij alle spankracht uit het oorspronkelijke rocknummer weggeslepen was. « Love On The Rocks » en « Hello Again » waren in hetzelfde bedje ziek. Hoewel Diamond bij de uitbouw van zijn discografie veelal niet op een strijkersarrangement meer of minder keek, klonken de gesamplede exemplaren hier bij momenten te afgelijnd.

Daarbij leek aanvankelijk ook de - weliswaar toonvaste, zuivere - stem van Diamond niet op volle kracht te zijn. De fans lieten het alleszins niet aan hun hart komen want trakteerden hun ‘held’ Diamond meteen vanaf de eerste noten op een staande ovatie.   
Met « Pretty Amazing Grace » kenterde gelukkig alles. Dit nummer uit het schitterende, door Rick Rubin geproduceerde album ‘Home Before Dark’ (2008) waarmee Diamond een nieuw publiek bereikte (het al even knappe ’12 Songs’ uit 2005 werd jammer genoeg links gelaten), werd via accordeon en percussie afgewerkt met een laagje Latin maar bovenal werd het live-gevoel sterk opgekrikt. Dit gebeurde al helemaal met een swingend « Kentucky Woman » (ooit nog gecoverd door Deep Purple) waarbij Diamond voor de eerste maal zelf zijn vertrouwde, zwarte gitaar ter hand nam en onderstreepte hoe goed hij nog bij stem is. Naarmate het optreden vorderde, zouden zijn baritonvocalen zelfs alleen maar verbeteren of werden ze door inbreng van de achtergrondzangeressen Julia en Maxine Waters, aangesterkt zoals tijdens het soulvolle « You Got Me ».
Met « Girl, You’ll Be A Woman Soon » en « Red Red Wine » kwamen nogmaals twee nummers aan bod die extra bekendheid genoten dankzij andere artiesten. De eerste kreeg wereldwijde bekendheid doordat de cover van Urge Overkill een sleutelmoment uitmaakte in Quentin Tarentino’s cultfilm Pulp Fiction (1994), terwijl de reggaeversie van « Red Red Wine » een groot succes betekende voor UB40 in de jaren ’80. Het publiek ging op vraag van Diamond (die zowaar zelfs begon te hiphoppen) flink aan het dansen. Ondertussen sloop er via « Play Me » dat door Hadley Hockensmith opgesmukt werd met een bluesy gitaarrifje, ook wat ironie in de set toen Diamond het nummer aankondigde als “Ik hou van dit nummer. Het is 40 jaar oud en het verbazingwekkende is dat ik me de woorden nog herinner”.

Na de klassieker « Beautiful Noise » uit de gelijknamige plaat uit 1976, kreeg het publiek  twee songs als uit het leven gegrepen: het prachtig gezongen « If You Know What I Mean » en het al even fraaie « Brooklyn Roads ». Bij laatstgenoemde mag het realiteitsgehalte zelfs letterlijk genomen worden. Diamond, opgegroeid in Brooklyn (New York) liet aan de hand van beeld- en filmmateriaal van zijn vader, uitzonderlijk voor die tijd, op het scherm fragmenten uit zijn jeugd zien en bracht een dermate verstilde versie van het nummer dat het muisstil werd in de zaal. Her en der werd zelfs een traan weggepinkt omdat elke aanwezige die zich liet onderdompelen, een stukje jeugd leek te herbeleven. Momenten die nooit meer terugkomen. Nostalgie ten top.


« Shiloo » vormde de inleiding tot drie nummers uit zijn recentste, romantische album ‘Melody Road’ (2014), geproduceerd door Don Was en Garret ‘Jacknife’ Lee: « Nothing But A Heartache », « Something Blue » en « The Art Of Love ». « Something Blue » leek nog het meest te passen binnen het gekende repertorium van Diamond maar schurkte bij momenten toch vervaarlijk dicht tegen de grenzen van het schlagergenre aan. Mooi gebracht in ieder geval, maar het was toch in de eerste plaats wachten op een nieuwe laag tijdloze hits.
Deze boden zich aan via « Song Sung Blue » dat uitmondde in een waar zangfeest alsof het een hymne betrof, en « Forever In Bluejeans » waarbij de blazerssectie het tempo de hoogte injaagde.
De hoogtepunten volgden elkaar op, zeker toen Diamond voor de tweede maal besloot zelf gitaar te spelen: « Cherry, Cherry » (waarna de volledige band voorgesteld werd en waarbij elk lid zoals ook oud-Presley drummer Ron Tutt, mocht genieten van een solomoment), « Crunchy Granola Suite » (met een symbiose van jazz, funk en rock en waarvan ook een wervelende versie terug te vinden is op het live dubbelalbum ‘Hot August Nights’ uit 1972 dat Diamond’s carrière opnieuw lanceerde) en het orkestrale « Holly Holy ». « I Am … I Said » nog innemender dan op plaat, kon als afsluiter van het eerste deel van de set, zelfs als een climax van de avond beschouwd worden.
Bij de toegiften staken het onvermijdelijke en massaal meegezongen « Cracklin’ Rosie » en « Sweet Caroline », inclusief reprise. Met het patriottische « America » (Vrijheidsbeeld en witkopzeearend inbegrepen), « Brother Love’s Travelling Salvation Show » (voorzien van heel wat gospel en soul) en het rustige « Heartlight » kwam na 2u15’ een einde aan een hitmachine die nauwelijks haar gelijke kent. Zeker als men het zich kan permitteren om  nummers als « Solitary Man » of « Skybird » op de reservebank te plaatsen zonder daarbij de setlist onrecht aan te doen.

Diamond etaleerde zijn kunnen en toonde aan dat hij van vele markten en genres thuis is. Aan charisma heeft hij nog niks ingeboet. Hij hoeft maar eventjes met zijn vingers te knipperen, te wuiven, te buigen of zijn hand op zijn hart te leggen en het publiek (vooral het vrouwelijke deel ervan) heeft hij meteen mee. Ook zijn typische stem is ondanks de hogere leeftijd, nagenoeg intact gebleven. Een niet geringe prestatie van een levende legende.

Het klinkt als een cliché door te stellen dat het publiek van Neil Diamond van alle leeftijden is maar er vielen toch vooral grijze(nde) (restanten van) haardossen te bespeuren. Het verlaten van de tribunes ging dan ook niet zelden gepaard met
verkrampte grimassen en weerbarstige rug of benen. Maar die werden al even snel ingeruild voor een voldane glimlach, fonkelende ogen en een tourprogramma onder de arm. Ook dat is de verdienste van deze geslepen  diamant.  

Setlist:
I'm A Believer - Love On The Rocks - Hello Again - Pretty Amazing Grace - Kentucky Woman - You Got To Me - Girl, You'll Be A Woman Soon - Play Me - Red Red Wine - Beautiful Noise - If You Know What I Mean - Brooklyn Roads – Shilo - Nothing But A Heartache - Something Blue - The Art Of Love - Song Sung Blue - Forever In Blue Jeans - Cherry, Cherry - Crunchy Granola Suite - Holly Holy - I Am ... I Said
---------------

Cracklin' Rosie - Sweet Caroline – America - Brother Love's Traveling Salvation Show – Heartlight

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/neil-diamond-21-06-2015/
Organisatie: Live Nation

Graspop Metal Meeting 2015 – zondag 21 juni 2015 – dag 3

Geschreven door

Graspop Metal Meeting 2015 – zondag 21 juni 2015 – dag 3
Graspop Metal Meeting 2015
Festivalterrein
Dessel
2015-06-21
Frederik Lambrecht

Graspop Metal Meeting  2015 – zondag 21 juni 2015 - Lamb of God trok ten oorlog terwijl Lemmy de oorlog lijkt te verliezen

De laatste dag van de jubileumeditie vanGgraspop 2015 was weeral aan zet, grappig hoe tijd toch altijd te rap gaat als je jezelf amuseert. Ikzelf was pas rond 13u45 op de weide en dus was mijn openingsband Tremonti. De gitaarspecialist heeft onlangs een nieuw album uitgebracht, met tot dusver hoge scores voor ‘Cauterize’. Maar meer nog waarmee hij een belletje zal doen rinkelen is het feit dat hij destijds oprichter was van de band Creed, maar ook van Alter Bridge. Wel, live klonk de rock van deze Amerikaan als een klok. De eerste maal dat ik hem aan het werk zag, en het was een aangename eerste kennismaking!

Ik bleef gezellig staan, want het was op main 2 de beurt aan de hardcore/metalcore band Parkway Drive uit Australië. Zelf zou ik daar nooit direct een album van kopen, maar bij het live aanhoren van deze band kon ik het af en toe toch niet laten om mijn voet te laten meegaan op de deuntjes.
Black Stone Cherry was als volgende aan de beurt, maar opnieuw kon de rock mij niet echt boeien. Spijtig genoeg moest ik in het begin van deze zondag niet veel aanhoren van bands die mij konden raken.
Maar ik ging vlug eens polsen bij Ensiferium en was toch blij om te zien dat het publiek altijd zelf hun eigen keuze kan maken en dat er toch altijd bands te vinden zijn op graspop die hen kunnen bekoren. Jap, de folk/pagan/viking metal van deze Finnen spaarde de kuiten niet van de vele aanwezigen in de Marquee, want dansen op nummers als “Twilight Tavern”, “Lai Lai Hei” en “From Afar” was een must.

Ik ging nogmaals langs de Mainstage om enkele nummers van Papa Roach mee te pikken, en ik moest zeggen dat het meeste volk toch deze band aan het aanschouwen was. Papa Roach is uiteraard een band die vele jonge zieltjes voor zich heeft gewonnen in de loop der tijd en ik ben er zeker van dat tijdens “Between Angels & Insects”, “Broken Home” en “My Last Resort” de aanwezigen er een feestje van hebben gemaakt, af te leiden aan de reacties later op het festival.
Maar zoals gezegd was ik daar niet voltijds, want ik trok met nog enkelen opnieuw richting Marquee voor SepticFlesh. De mix van black en death metal op Griekse wijze smaakte alvast beter dan een brokje fetakaas, want de klank zat immens goed en het bier begon opnieuw te smaken bij de vele aanwezigen. De grafstem van zanger Spiros Antoniou klonk venijnig en de death metal werd lekker rechtdoor in je strot  geramd! Headbangen was een vereiste bij deze muziek.
Lamb of God
was net bezig toen ik terugkwam van de Griekse dodenmars en ik had al direct in het snotje dat de boel ging ontploffen. Frontman Blythe kon blijkbaar zijn privé ergernissen kwijt tijdens deze show want hij was in bloedvorm. De circlepits vlogen je om de oren en het stof ontspruit uit de menigte! Met nummers als “Ruin”, “Redneck”, “Laid to Rest” en het machtige “Walk with me in Hell” kon dit feestje niet anders dan goed zijn en was dit optreden een oorlogsgebied waarin de voorste mensen zich vertoefden.

Jah, de moeilijkste keuze voor mij tijdens editie 2015 was aangebroken voor mij…Motörhead of de hardcore van Terror. Na vele dagen/weken piekeren besloot ik toch maar om mij te smijten in de pit van Terror op de Jupiler Stage, waar hardcore bands altijd de moeite lonen om erbij te zijn. Maar toen het eerst nummer uit de microfoon gebruld werd, begon ik toch wel direct te twijfelen….was dit Scott Vogel? Wat heeft hij gedaan met zijn stem? Maar neen, de zanger van dit moment was blijkbaar de bassist, omdat Scott Vogel een rugblessure zou hebben, en hij was dus de vervanger. Ofwel hadden de duistere Goden moeite met het feit dat ik kon kiezen, maar luisteren naar Terror zonder de huidige zanger, is zoals luisteren naar Pro-Pain zonder Gary, Iron Maiden zonder Bruce, …noem maar op.
Dus ging ik vliegensvlug richting hoofdpodium om Lemmy aan het werk te zien. Maar toen ik toekwam kreeg ik toch plots de tranen in mijn ogen want Lemmy stond daar…meer niet. De wilskracht, stoere body en taal, de dynamiek en passie…waar was het gebleven. Oké, op gezondheidsgebied wisten we dat hij niet meer in de beste papieren zat, maar dat het zo erg gesteld was met hem, neen, dat wist ik niet. De stem had alle pit verloren en zijn medemuzikanten moesten meestal de nummers aan elkaar praten. Hij leek er echt vermoeid en lusteloos uit te zien, en ik denk dat de meeste toeschouwers compassie hadden met hem spijtig genoeg. Op de setlist stonden nochtans de nodige krakers zoals “Damage Case”, “Stay Clean”, “Metropolis” en “Rock it”.
Afsluiten deden we met de hitjes “Ace of Spades” en “Overkill”. Neen, ik zie dit helaas niet meer goed komen, dus ik denk dat 2015 misschien wel het jaar teveel kan zijn voor Lemmy Kilmister. Zelfs “Iron Fist” stond niet op de setlist, toch ietwat zijn levensspreuk… Konden er maar toverdranken bestaan zoals in Astrix & Obelix, zodat de tijd van Motörhead nieuw leven kon ingeblazen krijgen. Het zou spijtig zijn als ik mijn laatste optreden van hen zo zal moeten herinneren.
Soit, je kunt er niet blijven aan denken, want het was de beurt aan Children of Bodom. De Finse death metal ‘kids’ waren destijds top of the bill, maar jaren later bleef er nog maar weinig over van hun sterke songs als je hun laatste albums beluistert. Maar hoop doet leven, dus ging ik toch efkes gaan checken. En het is mij meer dan goed bevallen, want de klank was levendig en de energie straalde van het viertal af. Maar ja, de laatste albums heb ik niet beluisterd, dus kon ik maar enkel de moshpit aandoen tijdens de nummers “Silent Night, Bodom Night”, “Lake Bodom”& “Downfall”. Maar het was een optreden die ver boven mijn verwachtingen uitsteeg!
De oude rockers van The Scorpions waren nu aan zet op main 1, en deze set begon al direct met een flagrante fout…op de achtergrond was de vlag van Frankrijk verschenen, dus blijkbaar hadden ze nog niet direct door dat Graspop op Belgische grondgebied doorgaat. Wie mist er ne keer nie hé ;-)
En ja, in het begin waren ze blijkbaar niet goed van deze misser, want hun vizier stond jammer genoeg niet op scherp. “Going Out with a Bang”, “Make it Real” en “The Zoo” waren blijkbaar niet zo gekend bij het publiek, maar toen sloeg opeens de sfeer om…bij “Winds of Change” gingen alle monden open en werd er luidkeels meegebruld. Als dan ook nog eens hit “Big City Nights” hierachter gekoppeld werd, was het enthousiast publiek niet meer te houden. Maar ja, Scorpions is dus meer gekend van hun zeemzoete ballades en bij ondergetekende ging de aansteker aan bij het aanhoren van “Still Loving You”. Maar niet getreurd, want ’s anderdaags kon iedereen opnieuw naar zijn geliefden toe
J Afsluiten deden we in stijl, door samen mee te brullen met het refrein van “Rock you Like a Hurricane”.

De laatste plaats op de affiche was voorbehouden voor Faith No More, dus je kunt inderdaad zeggen dat de zondag in het teken stond van rockiconen. Faith No More, nog een band, die zoals sommige andere, op een gegeven moment de fun en ziel niet direct meer in zich had en het eind de jaren ’90 voor bekeken hielden…tot dat ene moment in 2009 waar opnieuw geruchten de kop opstaken van een comeback van deze Amerikanen. Ze deden uiteindelijke enkele shows en hadden de smaak terug te pakken, met als ultieme bewijs hun nieuwe album uit 2015 getiteld ‘Sol Invictus’.
Op het podium bewezen ze dat ze geen meelopers zijn, want hun witte pakken en fleurige bloemstukken die het podium bevolkten kun je moeilijk linken aan het publiek van Graspop. Maar ja, als de muziek aanslaat, dan mag je daar nog een gabber naast Patton op het podium zetten, hij zal niet meer opvallen dan. Openen deden ze met “Motherfucker” van hun nieuwe release, en enkele tellen later kwam “Caffeine” ook op ons afgevuurd.
De eerste hit zag het licht na de 5e ronde met “Epic” en wat later met “Easy”, twee bekende nummers die nog steeds gekend waren onder het publiek. Er werden betrekkelijk veel nummers gespeeld van hun nieuwe plaat, en hierdoor werd album ‘The Real Thing’ toch over het hoofd gezien…Leuk optreden, maar misschien volgende keer toch ook de oudere albums in ere houden.

Zo, Graspop 2015 zat er weeral op…opnieuw mogen de combats, rare outfits, en dergelijk terug een jaartje in de kast voor editie nummer 21! Ik zal er alvast bij zijn, bij leven en welzijn tenminste!

Topband(s) zondag 21 juni: Lamb of God, SepticFlesh, Scorpions

Organisatie: GMM, Dessel   

Graspop Metal Meeting 2015 – zaterdag 20 juni 2015 – dag 3

Geschreven door

Graspop Metal Meeting 2015 – zaterdag 20 juni 2015 – dag 2
Graspop Metal Meeting 2015
Festivalterrein
Dessel
2015-06-20
Frederik Lambrecht

Graspop Metal Meeting 2015 – zaterdag 20 juni 2015 - herontdekking van The Haunted, At the Gates toont hoe Gothenburg death metal moet klinken en Slipknot verbaast vriend en vijand!

Dag twee beginnen we in de Metal Dome waar The Haunted hun opwachting maakt. De Amerikaanse death/thrash vijfkoppige band leek rond 2012 af te stevenen op een breuk, maar door de terugkeer van oude bandleden (Marco Aro & Adrian Erlandsson) werd deze gedacht in de prullenbak gesmeten. En wat een geluk was dat voor ons, want verdorie, want speelden deze mannen retestrak! Jaja, The Haunted heeft zichzelf opnieuw in de kijker gespeeld, en man, wat was ik toch allemaal vergeten van die mannen. Nummers zoals “Hollow Ground”, “My Enemy”, “No Compromise”, “Bury Your Dead” en afsluiter “Hate Song” die een vet refrein heeft, zaten ergens diep verscholen in mijn geheugen. Jap, het was er bonk op!

Kon een dag nog beter beginnen? Ewel ja, want in de Marquee ging ik richting stage om Morgoth te ‘ontdekken’. Had hen tijdje geleden al eens gezien, maar met de creatie van een nieuw album getiteld ‘Ungod’ sinds hun reünie van 2010, welke dus theoretisch gezien hun nieuwe ‘debuutalbum’ betreft, kregen deze Duitser hoge punten in diverse media. En ze gingen door op hun elan, want na hun sterke release, blijkt dat deze mannen live meer dan hun slag kunnen slaan. Zanger Jagger staat achter zijn microfoon en heeft het typische uiterlijk van een echte death metal type, met een zang die diep de Marquee doordrong. Na een goeie vijftig minuten was de set gedaan en bleven vele toeschouwers vol verwondering achter in de Marquee, wat dus evenveel wil zeggen dat ze gerust nog wat langer hadden mogen spelen!

Ik was benieuwd of er nog meer te ontdekken viel en besloot om terug te keren richting Metal Dome om te peilen naar de kunsten van Shining. Helaas niet met het onverhoopte succes, want zodra de klarinet of saxofoon en de jazzstukken in mijn trommelvlies weergalmden, had ik het rap gehoord. Sommigen zullen deze Noorse black/avant-garde metal wel leuk gevonden hebben, en het was inderdaad een ietwat vreemde eend in de bijt, maar dit was absoluut niks waar men mij mee kon plezieren! Terug richting Marquee dan maar, waar de Canadese death metal machine Kataklysm hun kunstjes mocht showen. En de klank zat goed, iets wat niet altijd het geval is bij deze band. De meest bekende nummers - voor mij dan, waren “Crippled & Broken” + “In Shadows and Dust”. Meer dan aangename show.

Als je  strakke old school thrash wil horen, dan moest je tijdig een plaatsje zoeken voor hoofdpodium twee waar Exodus klaar stond om je een oorgasme te geven. Enkele weken geleden had ik ze al gehoord, en toen was ik niet tevreden, maar vandaag klonk het alvast beter. In het begin zat de klank niet perfect, maar na een eindje klonken de nummers duidelijk door uit de boxen en werd er stevig gefeest. En dat er gemoshed werd, dat was zichtbaar tijdens hitjes als “Blacklist” en “Blood in, Blood out”. Maar de vuisten gingen veel hoger, net zoals het stof, tijdens krakers “Bonded By Blood” en “The Toxic Waltz”.

Ik kon kiezen tussen oude rot in het vak Alice Cooper of de jeugdigere moderne thrash van Arch Enemy. Mijn optie viel op nummer twee omdat ik Alice Cooper al meermaals heb aanschouwd en ik tenslotte toch de beste hitjes kon meepikken de laatste twintig minuten van zijn set. Arch Enemy werd het dus in de Marquee, met nieuwe zangeres Allisa White-Gluz sinds 2014 achter de microfoon. En het klonk goed, deftig, maar niet zo agressief als ik had gehoopt. Halfweg de set verliet ik het schip om een hapje te eten en bij aankomst aan main 1 kon ik nog net “Poison” en “School’s Out” meepikken van Mr. Cooper.

Ik was tijdig ter plekke in de Marquee (samen met nog een stuk of 30 andere enthousiastelingen) om een dansje te wagen op At The Gates. Met één dame nog voor mij, stond ik dus al bij al een halve meter verwijderd van zanger Tomas Lindberg. En dat het er hard aan toeging, das een kleine understatement…als je niet oplette had je opeens een been, hiel, knie, elleboog of een homp haar van vrouw in kwestie voor jou in je mond. De agressieve en supersnelle Gothenburg death metal met een fikse toevoeging grindcore was opzwepend en met “Slaughter of the Soul”, “At War With Reality” (titelnummer van hun nieuwe album die 19 jaar op zich had laten wachten), “Under a  Serpent Sun” en “Blinded By Fear” zaten we gebeiteld voor een uurtje zweten en moshen. Dit optreden was af!

Ik haastte mij terug richting hoofdpodium 2 waar de Metal God zijn opwachting ging maken. Judas Priest, de band die alles al heeft overleeft, ooit dood was gewaand, bijna ging stoppen, dan uit de doden herrees, om uiteindelijk nog jaarlijks en over ganse de wereld te bewijzen dat de ‘oudere’ bands nog steeds het nodige vuur in hun hart hebben. Gebaad in een lange lederen jas  en wandelstok kwam Rob Halford het podium op met de begintonen van “Dragonaut”. Qua spektakel was het allemaal ietsje minder, minder vuurwerk, enkele beelden op de achtergrond en 1 nummer op de Harley Davidson, maar muzikaal klonk het uitstekend.
Ik wist persoonlijk niet dat er nog zoveel poer in de stembanden van Rob Halford zit, al weet je dat uiteraard nooit met zekerheid te zeggen.  De setlist die Rob en co hadden gekozen was niet met de meest bekende nummers, althans toch niet de nummers die je live zou verwachten van deze Britten. Denk maar aan “Victim of Changes”, “Turbo Lover”, “Beyond The Realms of Death” (blijft een prachtig nummer, dus ik was alvast blij dat het erop stond), “Devil’s Child” en “You’ve Got Another Thing Coming”.
Maar de meezingmomenten bleven toch gespaard voor oudgediende nummers als “Hell Bent For Leather”, “Breaking the Law”, “Painkiller” en “Living After Midnight”. Sterke prestatie van Judas Priest, alhoewel ik toch wat meer vuurwerk wilde voelen branden op mijn voorhoofd.

De weide werd nu drukker en drukker qua volk, het was effectief koppenlopen (wat wil je, met een uitverkochte zaterdageditie), want de bende van Slipknot stond te springen achter de bühne om de weide in extase te brengen. Na de dood van Paul Gray (RIP) zat de band rond frontman Corey Taylor serieus diep in de put, maar met het uitbrengen van ‘The Gray Chapter’ in 2014 maakte ze de perfecte eerbetuiging voor hun voormalige bassist en sloop de passie en venijn opnieuw meer en meer in hun aders.
En live is dit overduidelijk hoorbaar, zeker met de teksten die gaan over het onrecht en dergelijke in de wereld, iets wat ze door wijze van hun muziek willen aanvechten. De toeschouwers gingen voor de eerste keer draven als een meute wilde bizons op de tonen van “Psychosocial”, gevolgd door “Devil in I”. ”Wait and Bleed” was een ander topmoment want je hoorde de kelen meebrullen van begin tot einde. Met de nodige showelementen, drums die draaien, vuurwerk, rookkanonnen, … bleef de sfeer er deftig in gekoekt,  ook tijdens “Before I Forget” en “Duality”. Toen “Spit it Out” ook nog uit de boxen ontsproot was het hek helemaal van de dam, en bewees Slipknot dat ze in deze huidige generatie tot de topbands behoren. Wie na enkele minuten stilte dacht dat het over en out was, mocht zich direct herpakken tijdens de woeste uithalen van Taylor bij “’(Sic)’ & ‘People = Shit”. Een laatste warmtegolf gecombineerd met het strakke instrumentale werk van de band raasde een laatste maal over de weide bij het 4e bisnummer getiteld “Surfacing”. Slipknot was overduidelijk in hun nopjes, en iedereen mocht het weten.

Naderhand kon je nog terecht in het Rock Hard Café (wat ik ook deed), maar na een tijdje had ik in het snotje dat er in de Metal Dome een coverband aan het spelen was. Stormrider verscheen sporadisch op het podium om de hitjes van Slayer, Queensrÿche, Overkill, Pantera, Metallica, …op de aanwezigen los te laten, dewelke een leuke afsluiter was voor mij van dag 2!

Topband(s) zaterdag 20 juni: At the Gates, Slipknot, Morgoth, The Haunted

Organisatie: GMM, Dessel   

Graspop Metal Meeting 2015 - donderdag 18 juni 2015 (voorbeschouwing) + vrijdag 19 juni 2015 – dag 1

Geschreven door

Graspop Metal Meeting 2015 - donderdag 18 juni 2015 (voorbeschouwing) + vrijdag 19 juni 2015 – dag 1
Graspop Metal Meeting 2015
Festivalterrein
Dessel
2015-06-18 +19
Frederik Lambrecht

Graspop Metal Meeting 2015 - voorbeschouwing + donderdag 18 juni 2015 - Ducks of Thrash en coverbands die de Marquee in lichterlaaie zet

‘Graspop it’s your birthday, happy birthday Graspop’…jaja, anno 2015 was het een jubileumjaar voor Graspop, omdat het reeds 20 jaar bestond om Belgen, Nederlanders, Duitsers, …. te voorzien van hun jaarlijkse dosis rock- en metalmuziek. En voor de 1e keer in hun bestaan was er volgens mij ook een primeur te bespeuren, want de zaterdag was volledig uitverkocht. Ik weet niet of dit reeds eerder is gebeurd in hun geschiedenis, maar zoals ik het mij kan herinneren was dit nog nooit het geval. Persoonlijk had ik de omgekeerde situatie verwacht, wegens nog examens voor de jongeren, het feit dat het 1 week vroeger was opgeschoven, … maar gelukkig  was ik verkeerd in mijn beoordeling haha.

En ja, ook dit jaar waren er diverse verrassingen voorzien voor het publiek van Graspop met tal van randactiviteiten op het programma. Laten we beginnen met de niet-op-muziek-geschoolde dingen nl. een reuzenrad om hoogtepunten te beleven (of – om toch maar eerlijk te zijn – in de decolletés van de vrouwkes te gluren), de boksauto’s die jaarlijks menig pret ontlokken, maar de verrassing dit jaar was toch wel de ‘Ducks of Thrash’. Om het festival milieubewust te houden kon je, na het verzamelen van 20 lege bekers, een gooi doen met je hengel naar het lelijkste eendje, om leuke prijzen in de wacht te slepen, zoals bv. Fastlanetickets, een ticket voor een backstage rondleiding of een plaatsje op de skydeck, waar je de bands op een rustige, maar qua uitzicht leuke manier kunt aanschouwen. Voor menig toeschouwers dus kans genoeg om zich eens uit te leven. Maar dit was nog niet alles, want er waren reeds bands die het festival vroeger op gang mochten trappen, en hieronder vind je mijn relaas terug van mijn ervaring op Graspop 2015 (20-jarige editie)…

Op donderdag 18 juni stonden reeds bands geprogrammeerd in de metaldome, jupiler stage en de marquee. Door file op de doorrit begon mijn Graspop dit jaar bij de coverband The Art of Pantera. De originele band met boegbeelden Darrell Dimebag & Phil Anselmo had destijds een live-reputatie om U tegen te zeggen en met een handvol hits vol agressie was ik uitermate tevreden dat de kwaliteit van deze nummers niet verbrod werd door deze coverband. Ik zal zelfs meer zeggen, ze lieten mij ervaren welk gemis Pantera is en zal blijven in de wereld van metal. Nummers als “Walk”, “Hold Your Mouth for the War”, “This Love” en uiteraard “Cowboys from Hell” zorgden voor de nodige sfeer en moshpits bij de aanwezigen!

Een twintigtal minuten wachten was de boodschap, maar toen ging voor mij persoonlijk het dak er volledig af, want het was de beurt aan Up the Irons. Een hitjescarrousel van nummers van de kings of NWOBHM was wat je voorgeschoteld kreeg en de truc was gewoon om je ogen te sluiten, op je knieën te gaan zitten en mee te brullen met de volledige setlist waaronder “The Trooper”, “Hallowed be thy Name”, “Running Free”, “The Number of the Beast”, “22 Acacia Avenue”, …hoppa de 1e echte festivaldag was nog niet begonnen en ik mocht direct gaan zoeken naar mijn stembanden.
Gelukkig vond ik ze tijdig terug (na het smeren ervan met een smoothie) want Present Danger was aangeduid om het publiek een laatste keer van live-muziek te voorzien vooraleer ze richting de fuif in de metaldome te sturen. Present Danger aka Metallica, zo moet je het zien. Iets minder goed als verwacht, maar toch een redelijk plezier om een soort Metallica-kloon te mogen aanschouwen op Graspop. Helaas blijft de wens er naar het echte materiaal en dus een live prestatie van Hetfield, Ulrich, Hammett en Trujilo ooit eens op Graspop te mogen aanschouwen (en dan nog liefst bij het spelen van ‘Kill ‘Em All’ intergraal).
Ander minpunt, voor mij persoonlijk dan, was het feit dat ik een tweetal weken terug Metallica heb gezien in Duitsland, en dan kan ik helaas het contrast tussen deze coverband en de band zelf duidelijk aanvoelen.
Soit, de menigte trok zich daar uiteraard geen bal van aan, en bij hitjes als “From Whom the Bell Tolls”, “Master of Puppets”, “Seek & Destroy”, “One” & “My Friend of Misery” werd de Marquee zo goed als afgebroken.

Graspop was afgetrapt, en na nog een klein dansje te placeren in de Metal Dome, kon men moe en tevreden hun tent opzoeken om ’s anderdaags tijdig wakker te zijn voor festivaldag 1!

Graspop Metal Meeting 2015 – vrijdag 19 juni 2015 – dag 1 – Snot de onbekende topper, Slash in topvorm en Kiss haalt alles uit de kast!

Ontwaken deden we in een redelijk bewolkt sfeertje, met tussendoor een regenbui die het stof deed verharden, zodat we regelrecht richting Mainstage 2 stapten met onze regenjas en sweater aan.
Daar begonnen The Dead Daisies aan het ochtendritueel van rustige hard rock om rustig te ontwaken en te beginnen aan de gewenning van de geur van eetkraampjes die één voor één hun luifel/gordijnen open deden. Zoals gezegd, niet zo speciaal, maar toch stond er redelijk wat volk deze band te aanschouwen.
Ook H.E.A.T. konden we via de eetbanken voor de twee hoofdpodia aanschouwen en voor mij persoonlijk waren de ritmes van deze Zweedse rockband meer aanstekelijker dan  van hun collega’s.
Aborted was de volgende band die op mijn lijstje stond, en dus ging ik nu richting Marquee om de Belgen die Death metal ademen te aanhoren. Helaas ging de trip richting Marquee niet volgens plan, want de dames van Butcher Babies waren net zoals sirenes (halfgodinnen) omdat iedere mannelijke festivalganger richting het podium en scherm (met een close-up van hen) werd gezogen. Jah, metal & tetten, de perfecte combinatie blijkbaar.  Nuja, een mix van metalcore en nu-metal is niet echt mijn ding, dus hopelijk wordt deze band niet gequoteerd op hun uiterlijk, maar krijgen ze door de kenners een eerlijke beoordeling op hun muzikale kwaliteiten.
Soit, later dan gepland arriveerde ik bij Aborted en de Marquee stond stampvol, blijkbaar is de fanschare van deze Belgen groot! Nummers als “Coffin Upon Coffin”, “Cenobites” en afsluiter “The Saw and the Carnage Done” waren de blikvangers voor mij.
Op de Jupiler Stage was het de beurt aan SNOT, een hardcore/punk band uit de Verenigde Staten. Ongekende band voor mij, maar mijn metgezellen wilden deze band per se zien. En jawel hoor, de band klonk lekker uptempo en stilstaan was uit den boze.
Ik pikte nog een stukje Epica mee op het hoofdpodium, vooraleer ik opnieuw richting Marquee trok om Gaahl & collega’s mij te laten meenemen in de duisternis. Maar eerst dus Epica…zoals te verwachten veel volk voor deze gothic/power metal band uit de lage landen. Deze band heeft al veel zieltjes voor zich gewonnen, maar mij spreekt het wederom niet echt aan. Tja, ik ben verslaafd aan de hardere genres…
Wel, Gaahl en collega’s die dus meer mijn smaak zijn bespreek ik liever…en neen, ik heb het niet over de band Gorgoroth, maar God Seed dus. Details over de breuk tussen de frontman en voormalig collega Infernus laat ik jullie liever zelf ontdekken op het internet, maar dat het niet meer goed komt tussen beiden is het minste wat je kunt zeggen. Dit gezegd zijnde, de black metal van deze Noren geeft je de rillingen op de rug, zeker met de imposante verschijning van de frontman die duidelijk in vorm was. All hail satan droop van hun gezichten!
Ik was niet meer weg te slaan uit de Marquee want een goed half uur later stond Cannibal Corpse geprogrammeerd. Old school American Death metal, rechttoe, rechtaan, das het enigste wat je jezelf moet voorstellen bij deze band. De helse drums, gitaren en nekbrekers vlogen je om de oren en de sfeer zat goed.
Helaas heb ik deze band niet volledig uitgekeken (maar wel gewacht tot na het sublieme “Hammer Smashed Face”, “Make them Suffer” en “I Cum Blood”) …
Want ik wou toch nog een stukje van Cavalera Conspiracy bekijken. Helaas heb ik Max Cavalera al in betere doen gezien (en zeker ook in magerdere tijden), maar traditiegetrouw is één van de bisnummers “Roots Bloody Roots”, en dit nummer werd moeiteloos meegebruld. Navraag bij andere aanwezigen leerde mij dat er in feite redelijk wat covers in hun setlist stonden, dusja, misschien kan je dan beter de vraag stellen waarom hij een nieuwe band heeft opgericht en niet gewoon bij Sepultura was gebleven ;-) Ik zal het nooit begrijpen…

Mijn hoofd moest gewoon naar rechts draaien want op het 2e hoofdpodium waren ze de boel aan het klaarzetten voor Body Count. De Amerikaanse hardcore band met frontman/acteur Ice T had in hun glorieperiode geen moeite om de zaal plat te spelen en respect af te dwingen voor hun muziek, maar helaas heb ik dit gevoel op Graspop wat gemist. Oké, het is een bekende band met een resem hits die plat gespeeld werden op MTV, maar ja, bij sommige bands is een reünie geslaagd en lukt het wonderwel goed, en bij sommigen is dit minder het geval. Ik ga nu niet verkondigen dat ik ze afschrijf op basis van dit ene optreden die ik heb aanschouwd, maar misschien waren mijn verwachtingen te hoog gespannen. Het nummer “Cop Killer” was in de jaren ’90 al in sommige landen een taboe (denk maar aan de heruitgaven van album Body Count waar ze dit nummer hebben geschrapt), maar op Graspop was het toch lekker de afsluiter van hun set. Maar wat ik wel raar vond, was het feit dat ze “Born Dead”  niet op hun setlist hadden geplaatst. Hopelijk kunnen ze mij volgende keer meer overtuigen.
Slash mocht opnieuw opdraven en dit reeds voor de 3e keer in de laatste 5 jaar. Ik ben niet echt fan van zijn gitaarmuziek, maar als oude hitjes van Guns ’n Roses boven worden gehaald dan kan je mij soms wel eens dichtbij hun podium zien vertoeven. Slash was bovendien niet alleen, want hij had als zanger Myles Kennedy meegebracht en zijn kompanen van The Conspirators. Al bij het tweede nummer werd de boel op stelten gezet want “Nighttrain” werd ingezet. “You Could Be Mine” toonde opnieuw dat hij zijn instrument nog steeds met bravoure kan bespelen en de toon werd verder gezet met hitjes als “Sweet Child of Mine” en “Paradise City”. Ook zijn eigen werk werd niet vergeten want “Back From Cali” schalde ook uit de speakers. “Slither” van Velvet Revolver werd ook losgelaten op de meute en dus kan ik, en hoogstwaarschijnlijk met nog een ganse massa besluiten dat dit een goed optreden was, waar de passie van afstraalde. Goed gedaan!

Kiss mocht als voorlaatste dag 1 van GMM 2015 afsluiten en dit deden ze met de nodige overtuiging. De show was één spektakelstuk en de vonken vlogen er letterlijk vanaf (ze hadden een gans arsenaal aan vuurwerk mee). Dat ze zichzelf hoog inschatten is ook gebleken want allen hebben ze de kracht om boven het podium uit te stijgen ;-)
Qua nummers mocht het publiek niet klagen, want met parels als “Detroit Rock City”, “Psycho Circus”, “I Love it Loud”, “War Machine” met een vuurspuwende Simmons, “Love Gun”, …zat de sfeer er goed in.
Kiss bewees wederom waarom ze zo’n populaire band zijn en hun laatste kruit werd afgeschoten met “I Was Made For Lovin You” en “Rock and Roll All Nite”. De flamboyante Simmons en Stanley waren overduidelijk in goeie doen en met deze leuke afsluiter was het hoogtepunt van dag 1 dan ook een feit …
Marilyn Manson ten spijt, want niet iedereen bleef staan om zijn muziek te aanschouwen, nee, helaas zelfs ik niet.  Misschien volgende keer de effectieve hoofdact tot het laatste moment te sparen, want Kiss kon niet meer overtroffen worden deze openingsdag. Ik ging opnieuw de nacht in, richting Hard Rock Café om wat op te warmen en te klinken op een leuke dag.

Topband(s) vrijdag 19 juni:  Snot, God Seed, Slash, Kiss

Organisatie: GMM, Dessel 

Pagina 528 van 964