logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Epica - 18/01/2...
Deadletter-2026...

Evita

Evita - A monumental show

Tim Rice en Andrew Lloyd Webber’s musical meesterwerk Evita is in het land voor 14 voorstellingen, de Europese première in de originele Engelse versie . Shakalaka slaagde erin deze musicaltopper naar hier te halen , na Cats en Mamma Mia , die op een even groot succes kan rekenen.

Evita is één van de bekendste musicals ter wereld en vertelt het verhaal van Evita Peron , de echtgenote van de Argentijnse president Juna Peron na WOII, de levensloop van haar nederige afkomst van fotomodel tot actrice naar de rijkdom , de macht in de sociale rangen en de status van ‘first lady’ die de bevolking van haar maakten, tot het verval en de kanker , die zich van haar lichaam meester maakte . Op 33 jarige leeftijd overleed ze en het land werd in diepe rouw gehuld . “Don’t cry for me Argentina” werd dan ook dié wereldhit uit de musical/theatergeschiedenis.
Evita werd gelauwerd met meer dan 20 belangrijke awards . De verfilming met Madonna en Antonio Banderas  (’96) won ook een Oscar.

De toeschouwer wordt in een ingenieus decor ondergedompeld in een perfecte afstemming van snelle scènewissels, de swingende choreografieën, de dynamiek , de friste en de vaardigheid in het verhaal, de knappe , sterke acteer- en zangprestatie en de heerlijk moderne orkestraties , die nergens bombastisch aandoen.
De emotionaliteit en de gevoeligheid die errond zweeft , krijgt vooral in het tweede deel de bovenhand. Santa Eva staat hier dan als persoon nog meer in de picture , met haar talent en de verbrokkeling van haar eigen functioneren.
De creativiteit, de overgangen op het podium , het filmisch kader , het danstalent , de acteerprestaties en de zangpartijen , vooral in het eerste deel zijn dan ook enorm, met oog voor detail ; een streling voor oog en oor .
We werden moeiteloos meegesleept in het ganse verhaal . Hoogte punt is natuurlijk als zij in een glinsterende witte jurk op het balkon verschijnt en helder , indringend, overweldigend  “Don’t cry for me Argentina” zingt .
Knap allemaal hoe het is in elkaar gestoken en is uitgewerkt , wat niemand onberoerd liet. Prachtig hoe het samenspel en de individuele prestatie met meer dan 40 betrokkenen op elkaar is ingespeeld; ook de figuranten kwamen hier goed uit de verf .

Kortom, dit is ‘pur sang’, een aanrader om U volledig in deze topproductie  te laten opgaan . Shakalaka mag als initiatiefnemer in België terecht trots zijn … Evita speelt van 29 juli tem 10 augustus 2014

Organisatie: Shakalaka (ism Kursaal Oostende)

Lokerse Feesten 2014 – DAG 07 – Blink-182 – Millencollin

Geschreven door

Lokerse Feesten 2014 – DAG 07 – Blink-182 – Millencollin
Lokerse Feesten 2014
Grote Kaai
Lokeren
2014-08-07
John Van De Putte

Blink-182 kan het nog!

Millencolin , sinds jaar en dag het uithangbord van de Zweedse punkrockscène, kreeg een mooie spot toegemeten net vóór de headline van de avond, Blink-182. Ontgoochelen deden ze allerminst, hun wisselvallige livereputatie indachtig, maakten ze in hun uurtje speeltijd duidelijk dat een pak knallers op hun 7 studioalbums staan. Ook al werden de voorste rijen reeds ingepalmd door Blink fans, het punkpopkwartet deed gewoon z'n ding en deed dat goed.
Ze openden met "Penguins & polarbears" , wat meteen de toon zette van een wel opgebouwde en zwierige set.
Helaas weinig plaats voor werk uit hun beginperiode, ‘Life on a plate’ en “For Monkeys', 2 classic albums. Toch stonden oudjes “Olympic” en “Bullion” terecht op de playlist en bleken ze nog steeds de snelste en snedigste riffs te hebben. Naarmate de set vorderde kwam er meer animo en werden de eerste crowdsurfers gespot.
We kregen alvast strak en genietbaar luistervoer en meezingers waren er met "No cigar", "Blackeye" , "Kemp" en "Mr clean".
Van een goede opwarmer gesproken

Na hun 2 tegenvallende passages op Werchter en Pukkelpop stonden we een beetje sceptisch tegenover de gig van Blink-182.
Na een pak intense strubbelingen, huwelijksproblemen en andere muzikale projecten werden opnieuw de plooien gladgestreken tussen het trio. Resultaat: een korte Europese tour met stopplaats Lokeren waar ze een nieuwe kans kregen een puike prestatie af te leveren.
Zonder veel woorden werd er furieus en strak geopend, het triumviraat: "Feeling this", "What's my again" en "Rockshow" sloegen gensters en deden het beste verhopen voor het vervolg van de avond.
Als in hun beste dagen rockten Mark Hoppus en co, wat resulteerde in een ‘crowdsurf-tsunami‘ boven de Grote Kaai; de security mocht overuren draaien.
Het was vooral drummer Travis Barker die gezwind de hoofdrol op zich nam. De intensiteit en gedrevenheid die hij uitstraalde, tilde de band naar een hoger niveau en moffelde de zwakke zang van Tom Delonge volledig weg.
Een dik uur denderde de hitmachine als in zijn beste dagen door de playlist en slechts af en toe was er wat plaats voor Amerikaanse humor.
Een imposante lichtshow met bewegende videowalls maakten het plaatje compleet. “Miss you”, “Dumpweed” en “All the small things” zorgden voor massa's singalongs hier in Lokeren.
De band amuseerde zich kostelijk en reflecteerde dat op het uitgelaten publiek.
Een energieke punkrockshow uit de oude doos werd het; tja; ahw een echte 'family reunion'!

Playlist: Feeling This, What's my age again, Rockshow, Up all night, Down, Miss you, Dumpweed, Wishing well, Disaster, Always , Stay together for the kids, After midnight, First date, Dogs eating dogs, Hybrid moments, Natives, Man overboard, Ghost on the dancefloor, All the small things, Carousel, Violence, Dammit, Family reunion.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/lokerse-feesten-2014/
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/lokerse-feesten-2014-07-08-2014/
Organisatie: Lokerse Feesten, Lokeren

Lokerse Feesten 2014 – DAG 06 – Patti Smith & Band

Geschreven door

Lokerse Feesten 2014 – DAG 06 – Patti Smith & Band
Lokerse Feesten 2014
Grote Kaai
Lokeren
2014-08-06
Sam de Rijcke

Zoals gisteren overduidelijk de dag was van Neil Young & Crazy Horse, was het nu deze van de al even legendarische Patti Smith, een pure rock’n’roll dame met een punkhart en met een backcatalogue om U tegen te zeggen.

Veel concurrentie was er ook niet vandaag in Lokeren. Het weerwerk, nu ja weerwerk, moest komen van de Balthazar klonen Girls In Hawai, van de brave pop van Intergalactic Lovers (een soort light versie van The Breeders), van een melige singer/songwriter met een knoert van een Coldplay fixatie (Novastar) en van de kitscherige nichtenpop van Oscar And The Wolf, een over ’t paard getild bandje die op basis van één song (en dan nog niet eens een goeie) een stekje kreeg toebedeeld op zowel Rock Werchter en De Lokerse Feesten.  Allemaal Belgische bands dus die enige vorm van rock’n’roll gehalte ontberen en die even ongevaarlijk zijn als een pluchen beer in een Ikea ballenbad.

Ook Patti Smith leek in het begin van haar set wat van haar rock’n’roll pluimen te zijn verloren, ze bracht wel meteen de klassiekers “Dancing Barefoot” en “Redondo Beach” maar deze mistten wat punch, hoewel ze met brio gebracht werden. Patti Smith, die beter en helderder zong dan ooit, was aanvankelijk te lief voor haar publiek en liet niet meteen haar scherpe tanden zien. 
Maar ouwe diesels komen altijd wat trager op gang, vanaf het schitterende “Beneath The Southern Cross” kwam er immers withete stoom naar boven. De bruisende song werkte zich dankzij een uitmuntende gitaarsolo naar een ware climax toe en Smith begon alsmaar meer de kwade helleveeg van weleer te worden. Van toen af leken zij en haar voortreffelijke band voorgoed vertrokken. “Pissing In A River” was een verbluffend kippenvelmoment en publiekslieveling “Because the Night” haalde Lokeren volledig over de streep.
De legendarische tante was helemaal in haar sas met een ophitsend “Horses” dat vloeiend overliep in “Gloria”. Hier stond terug dat felgebekt wijf van de jaren zeventig op het podium, een woest vrouwmens die graag tegen iedereens schenen schopt en de stinkende potjes van deze wereld zonder omzien van hun deksel ontdoet.
Dat het grootste venijn in de staart zat werd duidelijk met een overweldigend, furieus en uit al zijn voegen barstend “Rock’n’Roll Nigger”, het ultieme statement van een grote madam die mee de term ‘punk’ heeft grootgemaakt zonder daarbij echt punkmuziek te spelen. Maar “Rock’n’Roll Nigger” was wel degelijk woeste heetgebakerde punk, een uiterst dynamische lel van een song om een krachtig punt achter een beresterk concert te zetten.
De felle griet is nog niks van haar wilde haren verloren, die zijn alleen wat grijzer geworden.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/lokerse-feesten-2014/
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/lokerse-feesten-2014-06-08-2014/
Organisatie: Lokerse Feesten, Lokeren

Elbow

The take off and landing of everything

Geschreven door

Nog steeds imponeert de uit Manchester afkomstige Elbow onder Guy Garvey. Ze zijn toe aan de zesde cd . Inderdaad de groep is net als The National populairder per plaat geworden, en heeft momenteel een wereldstatus bereikt . ‘The seldom seen kid’ uit 2008 was de aanzet .
De band sleept je mee in een ongeëvenaarde luistertrip met hun knap ingenieuze, subtiel uitgewerkte en uitgebalanceerde sfeervolle songs , die groots , majestueus als dromerig, innemend zijn, een intense spanning hebben of doodleuk een gewone popervaring kunnen zijn.
Het zijn elegante hemelse popsymfonieën , waarbij elk lid van de band een belangvolle bijdrage heeft geleverd op zijn unieke manier om deze composities in elkaar te boksen , wat respect afdwingt . Ze refereren hierbij aan een Beatlesque aanpak .
Het geheel klinkt nostalgisch, vertederend, ontroerend , en balanceert van romantiek tot grootse dramatiek, wat hun handelsmerk intussen is geworden, zonder echt bombastisch kitsch  aan te doen .
Oorstrelende pop die ons moeiteloos meevoert in Elbow’s beleven, er voldoende variaties op nahoudt in het genre en het dus boeiend maakt. We hebben de broeierige “The blue world” , “Fly boy blue/lunette”, “My sad captains” en “Colour fields”  en verder klinken “Charge”, “New York morning” en de titelsong sfeervoller . Middenin de cd ervaren we een kleine dip . Het ingetogen ,breekbare “The blanket of night” trekt een mooie, dikke streep onder deze overtuigende cd!

Damon Albarn

Everyday robots

Geschreven door

Damon Albarn - een man van vele samenwerkingen als muzikant en producer, een muzikale kameleon die zijn muzikale ervaringen samenbalt op deze soloplaat . De veelzijdige ‘do-it-all‘ heeft ons al onderhouden met werk van Blur naar Gorillaz,  The Good , The Bad , The Queen, Rocket Juice & The Moon tot nu die broeierig, innemende soloplaat ‘Everyday robots’, de meest ingetogen totnutoe . Zijn vakmanschap wordt nog maar eens geëtaleerd.
De nummers zijn subtiel uitgewerkt  en hebben onderliggend een speelse ritmiek . We hebben een stijlvol amalgaan van sing/songwriting , Britpop, elektronica, soul, gospel, Afrikaanse ritmes en dubsounds. “Mr tembo” , “Heavy seas of love” en de titelsong springen het sterkst in het oog door de leuke, ontspannende soms zwierige deuntjes; een lichte groove en swing intrigeert verder op “You & me” en “Photographs (you are taking now)”, jazzy  tunes hebben we op “The selfish giant” en op “Hostiles”, “Lonely press play” en “The history of a cheating heart” scoort de intimiteit en emotionaliteit hoog. En tussenin zijn er de paar instrumentaaltjes.
Op die manier horen we allerhande varianten en krijgen we een uitermate boeiende plaat , die duidelijk inwerkt op onze stemming. Enorm veel respect dus voor wat deze charismatische Brit met z’n band (The Heavy Seas) presteert op deze soloplaat.

The Afghan Whigs

Do to the beast

Geschreven door

De ‘men in black’ van Greg Dulli zijn sinds  twee jaar aan hun volgende adem toe en er kwam nu uiteindelijk een nieuwe plaat‘ Do to the beast’. Van Greg Dulli konden we intussen al eens genieten van zijn uitstapjes met Gutter Twins en Twilight Singers , waar die andere nachtburgemeester ‘grootheid’ Mark Lanegan graag van de partij is .
Midden de jaren ’90 intrigeerden ze met drie meesterwerken ‘Congregation’ , ‘Gentlemen’ en ‘What jail is like’ . In hun diep getrokken, broeierig , donkere rocksound is doorleefde soul verweven , is er een intense spanning te noteren en durft de song te exploderen .
Live kan de band strak , krachtig zijn, boeien ze door die extatische uithalen en een Dulli die de ziel uit zijn lijf schreeuwt . 
Op plaat is er meer ruimte voor emotionaliteit en gevoeligheid , maar die spooky neurotische invloed is nooit veraf .
We hebben alvast een heel sterke plaat , met nummers als “Parked outside”, “Matamoros”, “Algiers”, “Lost in the woods” , “The lottery” en “Can rova”.  Enkel op het eind zakt het ietwat en boet de band wat in , maar die innemende , sfeervolle songs zijn nog goed genoeg. Blazers en orkestratie vullen soms aan en zorgen voor de nodige variatie.
Die Dulli is een fenomeen en zorgt ervoor dat Afghan Whigs aan een prachtreturn is begonnen , die er even scherp als vroeger op staat .

Scheisse Minelli

Sorry State Of Affairs

Geschreven door

Voor de iets oudere liefhebber van Amerikaanse skatepunk raden we graag  de nieuwe plaat aan van Scheisse Minelli!  Ervaring troef alleszins want het viertal is al aan haar vierde album en trad meer dan 500 keer op in Europa, Mexico en de VS. 
De naam doet vermoeden dat we met een Duitse band te maken doch dit is maar de halve waarheid: Scheisse Minelli bestaat met bassist Dash en drummer Dudel uit twee Duitsers. Met  zanger Sam Mc Guire en gitarist Mikey Porter zijn er ook  2 Amerikanen die opgroeiden in de punkscene van Californië in de eighties.  De invloed van die twee  is onmiskenbaar want de twaalf songs op ‘Sorry State Of Affairs’ ademen duidelijk invloeden uit van Amerikaanse punk uit de vorige eeuw. 
De mix van skatecore en trashpunk refereert daarbij zeer sterk naar Suicidal Tendencies (vooral de vocalen doen erg denken aan die van Mike Muir) en  aan Dead Kennedys.  Het is vooral op basis van sterke openingstracks als “Lost In Translation”, “Bad Luck” en “Looking Glass” dat we deze mooie vergelijking maken.
 Jammer genoeg houdt het viertal niet de hele plaat dit hoge niveau aan en verliezen we vooral naar het einde toe een deel van onze aandacht. 
Wie meer wil ontdekken van Scheisse Minelle surft daarvoor best naar www.scheisseminelli.com .

Lokerse Feesten 2014 – DAG 05 – Neil Young & Crazy Horse – Admiral Freebee

Geschreven door

Lokerse Feesten 2014 – DAG 05 – Neil Young & Crazy Horse – Admiral Freebee
Lokerse Feesten 2014
Grote Kaai
Lokeren
2014-08-05
Geert Huys

De Lokerse Feesten blazen dit jaar 40 kaarsjes uit, en dus werd extra diep in de buidel getast om een absolute top (lees peperdure) act naar de Grote Kaai te halen. Met Neil Young & Crazy Horse haalde deze jubileumeditie meteen één van de grootste iconen uit de rockgeschiedenis binnen, waardoor de organisatie reeds in december vorig jaar het bordje ‘uitverkocht’ mocht bovenhalen voor dag 5 van het festival.

Dat er afgelopen dinsdag nog drie andere bands naar Lokeren waren afgezakt leek voor de meeste toeschouwers op de wel heel erg dicht bevolkte Grote Kaai louter bijzaak. Mede door een monsterfile vanaf de afrit Lokeren zagen we alvast de etherische folk van The Bony King Of Nowhere en de tenenkrullende stadionrock van Lonely The Brave door de neus geboord.

Voor Tom Van Laere aka Admiral Freebee (***) moet het van kleins af aan een (natte) jongensdroom geweest zijn om ooit in het voorprogramma van zijn Canadese held te mogen staan. De Admiraal schuimt deze zomer menig festival af met ‘The Great Scam’ onder de arm, met voorsprong het zwakste en minst beklijvende album uit zijn intussen 5 platen tellende discografie. Het eerste deel van de set bevatte nogal wat nummers uit dat recentste album, wat niet meteen bevorderlijk was voor de feestvreugde. Het rond een flauwe woordspeling opgebouwde “Nothing Else To Do” en het makke “Breaking Away” zijn wat dat betreft bevoorrechte getuigen. De live reputatie van Admiraal Freebee lijkt daarentegen nog redelijk intact na een lange periode van afwezigheid, en dat is niet enkel de verdienste van de entertainer en de ietwat schunnige would-be filosoof in Van Laere. Met Senne Guns op toetsen en de stoïcijns bassende Jasper Hautekiet (zoon van) injecteerde de geboren Antwerpenaar zijn gloednieuwe band met een ferme dosis jong muzikaal talent, maar hét geheime wapen op het podium bleek uiteindelijk toch de tweekoppige blazerssectie te zijn die aan zowel nieuwe nummers als oude krakers een extra punch gaf. En van oude krakers gesproken, die werden netjes opgespaard tot op het eind. Met “Einstein Brain”, “Oh Darkness”, “Rags ‘N’ Run” en “Ever Present” slaagde Admiral Freebee dan toch ruimschoots in zijn opzet: zichzelf en het publiek warm laten lopen voor de iconische slotact.

Begin vorige maand zag het er even slecht uit voor het fanlegioen van Neil Young & Crazy Horse (****). Aan de vooravond van een uitverkochte Europese tour diende de 70-jarige bassist Billy Talbot wegens een milde hartaanval het Crazy Horse kamp tijdelijk te verlaten, en met de annulatie op Pukkelpop 2013 nog vers in het geheugen was het maar de vraag of de nukkige Canadees deze keer wel een waardige vervanger zou vinden voor één van zijn viervoetige maatjes. In de persoon Rick Rosas, een gevierd sessiemuzikant en ooit lid van één van Young’s tientallen andere begeleidingsbands The Restless, werd uiteindelijk een waardige noodoplossing gevonden. Rosas stond er in Lokeren wat onwennig en kleurloos bij, maar dat de man samen met de oorspronkelijke drummer Ralph Molina een stevige fundering kan bouwen die zelfs Young’s meest brutale gitaarerupties kan trotseren staat buiten kijf.

Zoals gewoonlijk was het podium terug een maatje of tien te groot voor Dinosaur Sr. en zijn maats. Een handvol vierkante meter, meer hebben deze veteranen niet nodig om met gekromde rug en zonder veel oogcontact hun noeste arbeid te verrichten. Met een wapperende piratenvlag in aanslag en geflankeerd door een levensgroot beeld van het indianen opperhoofd Crazy Horse als fictief extra groepslid staken de heren van wal met het monumentale “Down By The River”. Dit nummer neemt zo al epische proporties aan op het debuutalbum van de band, ‘Everybody Knows This Is Nowhere’ (‘69), maar de fabelachtige versie van 28 (achtentwintig!) minuten met Young’s expressionistische gitaarspel in de hoofdrol deden in Lokeren elke rechtgeaarde muziekrecensent prompt naar de gepaste superlatieven happen. Ook de daaropvolgende countryrocker “Powderfinger” kreeg een uitgesponnen en erg doorleefde versie mee, en nam meteen alle twijfels weg over het herstel van gitarist Frank ‘Poncho’ Sampedro. Voor de iets jongere lezers, Sampedro is de man met de handblessure die ons vorig jaar opzadelde met het gedrocht Major Lazer als ‘vervanger’ van Neil Young op Pukkelpop. Met Young als de wat nors ogende dirigent voerde Sampedro in Lokeren een fysische uitputtingsslag, laverend tussen ervaring en improvisatie wat maakt dat er wel elke avond andere versies van hetzelfde nummer worden opgediend.

Het feit dat een goed drie kwartier ver in de set Young & co amper twee nummers op de teller hadden staan zaaide langzaam maar zeker enige verdeeldheid onder het publiek. De moderne consument die kwam voor een vlotte opeenvolging van de ‘hits’, als die er al zijn, leek eraan voor de moeite en liet de aandacht gaandeweg verslappen richting een gesprek met de buurman of ging snel even de mailtjes checken. Voor de devote fans die zich uren lang kunnen laven aan Young’s expressieve gitaarexploten was dit dan weer een feest tot morgenvroeg. Wij voelen ons, voor alle duidelijkheid, eerder verwant met de tweede groep, al valt er zeker wel wat te zeggen over sommige songkeuzes die de immer eigenwijze Canadees had gemaakt. Als je gedurende ruim 2.5 uur amper 15 nummers veil hebt, dan lijkt elke verkeerde songkeuze er immers één teveel. Tijdens het nog te verschijnen “Standing In The Light Of Love” konden de twee ferm uit de kluiten gewassen zwarte achtergrondzangeressen dan wel hun liefde voor een stevig potje soul etaleren, een onmisbare bijdrage tot de catalogus van Young is het nummer zeker niet. Ook toen een orgeltje voor de voeten van Sampedro uit het plafond kwam neergedaald tijdens het ronduit flauwe “Living With War” leek maar één verdict mogelijk: overbodig.

Maar eerlijk is eerlijk, tegenover die paar missers die de dynamiek van de set niet altijd ten goede kwamen stonden dan weer een aantal aangename verrassingen. Uit de alom verguisde Crosby, Stills, Nash & Young comeback plaat ‘American Dream’ (‘88) werd “Name Of Love” gelicht, een zondermeer aangenaam weerzien met een melancholische rocker die Young voor het eerst in ruim een kwarteeuw nog eens van onder het stof haalde. Nog een pak indrukwekkender was het potige “Love To Burn”, waar de wetenschappelijk moeilijk te achterhalen alchemie tussen de groepsleden nagenoeg het kookpunt bereikte. Geen spek voor eenieders bek, maar voor wie de trip volledig uitzat was de uitslag duidelijk. Passie-langdradigheid: 1-0. En wat te denken van “Barstool Blues” uit ‘Zuma’ (‘75), dat na een valse start werd stilgelegd en de immer zwijgzame Young zowaar een cynische sneer richting zijn roadie slingerde toen die kwam aandraven met een fout getunede gitaar.
‘People will want their money back if we play these guitars. Anyway, if I’m singing the song, it’s already out of tune’. Het was een zeldzame poging tot interactie met het publiek, én een typisch staaltje van Young’s aangeboren gevoel voor zelfrelativering.

Dat er tijdens elk concert van Neil Young een intiem kampvuurmoment wordt ingelast is intussen genoegzaam bekend, en ook hier liet de Canadees misschien een kans liggen om écht te scoren. Natuurlijk behoren Dylan’s “Blowin’ In The Wind” en de enige echte hit “Heart Of Gold” tot het muzikale wereldpatrimonium, maar Young unplugged kan zoveel meer zijn dan dat.

“Cortez The Killer”, een episch relaas geïnspireerd door de Spaanse verovering van de Nieuwe Wereld, is door de jaren heen uitgegroeid tot één van de absolute sterkhouders in Young’s live repertoire én tekende in Lokeren meteen ook voor het laatste echte hoogtepunt van de avond. De felle garagerock van “Rockin’ In The Free World” leek meer dan het traditionele slotsalvo van deze tour, het zal later misschien de geschiedenis ingaan als het ultieme credo waarmee de veteranen tijdens hun wellicht laatste wereldtournee afscheid hebben genomen van hun publiek.

Tijdens de afsluitende bisronde had de muzikant in Young inmiddels plaats geruimd voor de milieuactivist die van elke gelegenheid gebruik wil maken om zijn boodschap wereldkundig te maken. “Be The Rain” en “Who’s Gonna Stand Up And Save The Earth” waren dus allicht niet bedoeld als muzikale hoogstandjes, maar eerder als een warme oproep tot het verkleinen van eenieders ecologische voetafdruk. Tja, waarom niet? Young gaf eerder op de avond immers al zelf het goede voorbeeld door aan de eerste paar duizend festivalgangers een bio-katoenen T-shirt kado te doen met daarop het opschrift ‘Earth’. Koppel daaraan het al even veelzeggende ‘Protect’ op het bezwete shirt van Young, en je hebt een al even simpele als krachtige boodschap voor het collectief geheugen. Het publiek een geweten schoppen zonder preek: Bono, eat your heart out!

Het verjaardagskado van Neil Young & Crazy Horse aan de Lokerse Feesten bleek er één met veel pieken en een paar missers. Zeker, de meningen waren verdeeld, maar een gegeven paard en al zeker geen Crazy exemplaar kijk je nu eenmaal niet in de bek. Of hoe artistieke eigenzinnigheid en sociale bewogenheid het uiteindelijk hebben gehaald van een al te nadrukkelijke neiging tot crowd-pleasing.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/lokerse-feesten-2014/
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/lokerse-feesten-2014-05-08-2014/
Organisatie: Lokerse Feesten, Lokeren

Lokerse Feesten 2014 – DAG 04 – Triggerfinger – Miles Kane – Johnny Marr – The Sore Losers -


Lokerse Feesten 2014 – DAG 04 – Triggerfinger – Miles Kane – Johnny Marr – The Sore Losers
Lokerse Feesten 2014
Grote Kaai
Lokeren
2014-08-04
Emile Dekeyser en Sam De Rijcke

The Sore Losers lieten nog maar eens blijken dat zij een meer dan degelijke down to earth rockband zijn, eerlijk, gedreven en zonder kapsones. De band trakteerde ons op een stel strakke en potige songs (met als onze favorieten “Girls gonna break it”, “Gold in them Hills” en “Silver Seas”), maar toch zaten wij met het gevoel dat die gasten nood hebben aan wat meer ballen, meer vuur, meer peper in het gat, eigenlijk gewoon meer seks, drugs & rock’n’roll. Ze hebben potentieel, en wat ze ook zeker hebben is een verdomd goede leadgitarist.

In Engeland zouden ze eens goed lachen als ze zouden zien dat Sir Johnny Marr voor Miles Kane moet aantreden. Wie op papier de beste van de twee is laten wij in het midden, maar Johnny Marr is een levende legende. Op zijn eentje verantwoordelijk voor de legendarische gitaarsound van The Smiths en na wat omwegen bij o.a. The Cribs, The The en The Pretenders, sinds vorig jaar eindelijk solo. Aangezien hij slechts uit 1 solo-album kan putten, het vorig jaar verschenen en uitmuntende ‘The Messenger’, zaten er ook heel wat Smiths nummers in de set, die zodanig goed gespeeld én gezongen waren dat we ons afvroegen waarom mensen in godsnaam nog hopen op een Smiths-reünie. De versies die Johnny, piekfijn uitgedost in roze hemd, bracht van “Panic”, “Stop Me If You Think You’ve Heard This One Before”(an old folks song from Manchester, England), “Bigmouth Strikes Again”, “Please, Please, Let Me Get What I Want”, “How Soon Is Now” en “There Is A Light That Never Goes Out” moesten allesbehalve het onderspit delven voor de versies van Morrissey en band dezer dagen. Alsof al die Smiths nummers nog niet genoeg waren coverde hij ook nog eens “I Fought The Law” van The Clash (of ja, voor de muggenzifters: The Crickets) dat hij opdroeg aan Joe Strummer. Kijk, zó verover je ons hart. En of hij ook nog solonummers speelde? Jazeker, hij plukte met o.a. “Upstarts”, “The Right Thing Right”, “Generate! Generate!” (dedicated to René Descartes) en “New Town Velocity” de beste nummers uit zijn plaat. Zoals we al aangaven: een levende legende. (met dank aan Emile Dekeyser)

In België heeft Miles Kane, het maatje van Alex Turner, ondertussen al heel wat harten veroverd dankzij pittige concertjes in Botanique, AB en Rock Werchter. Wat ons betreft is hij helemaal uit de schaduw getreden van zijn wereldberoemde vriend. Op vandaag durven we gerust stellen dat een supercoole Miles Kane live een stuk frisser, vinniger en vooral minder pretentieus voor de dag komt dan Arctic Monkeys.
Ook in Lokeren was het Miles Kane om de fun en het speelplezier te doen en bracht hij algauw de sfeer erin met een attitude en een stel opzwepende songs die een broek vol goesting verraadden. Er zat flink wat tempo in de set, en dat ging nooit naar beneden dankzij bijzonder aanstekelijke songs als “Inhaler”,  “Better Than That”, “You’re gonna get it” en natuurlijk “Don’t forget who you are”. De man kent ook zijn klassiekers, in “Give Up” had hij een flinke brok “Sympathy For The Devil” verweven (als Stones fan waren wij hier enorm mee te paaien)en over gans de lijn haalden wij ons geregeld een jonge bevlogen Paul Weller voor de geest.
Met zijn opwindend uurtje Britpop en glamrock mocht Miles Kane zich tot winnaar van de avond kronen en was zijn plaatsje op de affiche na de legende Johhny Marr dan toch niet gestolen, hoewel de aanwezige Smiths fans daar wel anders zullen over gedacht hebben, of waren die al naar huis?

Wat valt er nog te vertellen over Triggerfinger ? Op heden nog steeds de meest gloeiende rockband van ons landje. Beetje voorspelbaar, akkoord, kan ook niet anders, iedereen die in Vlaanderen geregeld een festivalletje bezoekt, heeft Triggerfinger al meer gezien dan De Kampioenen. Wij ook dus, en steeds komen we tot dezelfde conclusie : Ruben Block rockt als de beesten en blaast vuurwerk uit zijn gitaar, “My Baby’s got a gun” is steevast het hoogtepunt van het concert en “On My Knees” schittert en bruist omwille van die eeuwige moordriff. Helaas komen ook altijd dezelfde steenpuisten roet in het eten gooien, de flauwe grap “I follow” haalt altijd de vaart uit de set en Mario Goossens’ drumsolo is even overbodig als Justin Timberlake op Graspop. Maar voor de rest knalt Triggerfinger als een vliegtuig in het Oekraïense luchtruim en heeft het levendige trio wel degelijk dat heilige rockvuur in zich waar The Sore Losers nog altijd hardnekkig naar op zoek zijn.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/lokerse-feesten-2014/
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/lokerse-feesten-2014-04-08-2014/

Organisatie: Lokerse Feesten, Lokeren

 

Lokerse Feesten 2014 – DAG 04 – Triggerfinger – Miles Kane – Johnny Marr – The Sore Losers
Lokerse feesten 2014
Grote Kaai
Lokeren
2014-08-04
Emile Dekeyser en Sam De Rijcke


The Sore Losers
lieten nog maar eens blijken dat zij een meer dan degelijke down to earth rockband zijn, eerlijk, gedreven en zonder kapsones. De band trakteerde ons op een stel strakke en potige songs (met als onze favorieten “Girls gonna break it”, “Gold in them Hills” en “Silver Seas”), maar toch zaten wij met het gevoel dat die gasten nood hebben aan wat meer ballen, meer vuur, meer peper in het gat, eigenlijk gewoon meer seks, drugs & rock’n’roll. Ze hebben potentieel, en wat ze ook zeker hebben is een verdomd goede leadgitarist.

In Engeland zouden ze eens goed lachen als ze zouden zien dat Sir
Johnny Marr voor Miles Kane moet aantreden. Wie op papier de beste van de twee is laten wij in het midden, maar Johnny Marr is een levende legende. Op zijn eentje verantwoordelijk voor de legendarische gitaarsound van The Smiths en na wat omwegen bij o.a. The Cribs, The The en The Pretenders, sinds vorig jaar eindelijk solo. Aangezien hij slechts uit 1 solo-album kan putten, het vorig jaar verschenen en uitmuntende ‘The Messenger’, zaten er ook heel wat Smiths nummers in de set, die zodanig goed gespeeld én gezongen waren dat we ons afvroegen waarom mensen in godsnaam nog hopen op een Smiths-reünie. De versies die Johnny, piekfijn uitgedost in roze hemd, bracht van “Panic”, “Stop Me If You Think You’ve Heard This One Before”(an old folks song from Manchester, England), “Bigmouth Strikes Again”, “Please, Please, Let Me Get What I Want”, “How Soon Is Now” en “There Is A Light That Never Goes Out” moesten allesbehalve het onderspit delven voor de versies van Morrissey en band dezer dagen. Alsof al die Smiths nummers nog niet genoeg waren coverde hij ook nog eens “I Fought The Law” van The Clash (of ja, voor de muggenzifters: The Crickets) dat hij opdroeg aan Joe Strummer. Kijk, zó verover je ons hart. En of hij ook nog solonummers speelde? Jazeker, hij plukte met o.a. “Upstarts”, “The Right Thing Right”, “Generate! Generate!” (dedicated to René Descartes) en “New Town Velocity” de beste nummers uit zijn plaat. Zoals we al aangaven: een levende legende. (met dank aan Emile Dekeyser)

In België heeft
Miles Kane, het maatje van Alex Turner, ondertussen al heel wat harten veroverd dankzij pittige concertjes in Botanique, AB en Rock Werchter. Wat ons betreft is hij helemaal uit de schaduw getreden van zijn wereldberoemde vriend. Op vandaag durven we gerust stellen dat een supercoole Miles Kane live een stuk frisser, vinniger en vooral minder pretentieus voor de dag komt dan Arctic Monkeys.
Ook in Lokeren was het Miles Kane om de fun en het speelplezier te doen en bracht hij algauw de sfeer erin met een attitude en een stel opzwepende songs die een broek vol goesting verraadden. Er zat flink wat tempo in de set, en dat ging nooit naar beneden dankzij bijzonder aanstekelijke songs als “Inhaler”,  “Better Than That”, “You’re gonna get it” en natuurlijk “Don’t forget who you are”. De man kent ook zijn klassiekers, in “Give Up” had hij een flinke brok “Sympathy For The Devil” verweven (als Stones fan waren wij hier enorm mee te paaien)en over gans de lijn haalden wij ons geregeld een jonge bevlogen Paul Weller voor de geest.
Met zijn opwindend uurtje Britpop en glamrock mocht Miles Kane zich tot winnaar van de avond kronen en was zijn plaatsje op de affiche na de legende Johhny Marr dan toch niet gestolen, hoewel de aanwezige Smiths fans daar wel anders zullen over gedacht hebben, of waren die al naar huis?

Wat valt er nog te vertellen over
Triggerfinger ? Op heden nog steeds de meest gloeiende rockband van ons landje. Beetje voorspelbaar, akkoord, kan ook niet anders, iedereen die in Vlaanderen geregeld een festivalletje bezoekt, heeft Triggerfinger al meer gezien dan De Kampioenen. Wij ook dus, en steeds komen we tot dezelfde conclusie : Ruben Block rockt als de beesten en blaast vuurwerk uit zijn gitaar, “My Baby’s got a gun” is steevast het hoogtepunt van het concert en “On My Knees” schittert en bruist omwille van die eeuwige moordriff. Helaas komen ook altijd dezelfde steenpuisten roet in het eten gooien, de flauwe grap “I follow” haalt altijd de vaart uit de set en Mario Goossens’ drumsolo is even overbodig als Justin Timberlake op Graspop. Maar voor de rest knalt Triggerfinger als een vliegtuig in het Oekraïense luchtruim en heeft het levendige trio wel degelijk dat heilige rockvuur in zich waar The Sore Losers nog altijd hardnekkig naar op zoek zijn.

Neem gerust een kijkje naar de pics

http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/lokerse-feesten-2014/ http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/lokerse-feesten-2014-04-08-2014/
Organisatie: Lokerse Feesten, Lokeren

Binic Folk Blues Festival 2014 van 01 t/m 03 augustus 2014 - Rock-‘n-roll springlevend in Bretagne

Geschreven door

Binic Folk Blues Festival 2014 van 01 t/m 03 augustus 2014 - Rock-‘n-roll springlevend in Bretagne
Binic Folk Blues Festival 2014
Festivalkaai
Binic (Bretagne)
01 t/m 03/08/2014
Ollie Nollet

Binic Folk Blues Festival 2014 van 01 t/m 03 augustus 2014

De zesde editie van Binic Folks Blues (Côtes D’Armor, Bretagne) was opnieuw een voltreffer. Zowel artistiek als wat de opkomst betreft. Duizenden bezoekers (vooral op zaterdag kon men op de koppen lopen) voor een festival waarvan de headliners op andere dagen enkel kroegen als de Pit’s frequenteren. Ok, het Parijse Cheveu zal wel in grotere zalen spelen en de populariteit van Left Lane Cruiser is bij onze zuiderburen een stuk groter maar toch... Ligt de verklaring voor dit enorme succes bij het feit dat dit een gratis festival is? Niet altijd een garantie op veel volk maar hier zal het wel meespelen en dat terwijl je ongehinderd hele voorraden drank op het terrein kan sleuren en de sfeer tijdens de optredens niet zelden uitzinnig is.

vrijdag 1 augustus 2014
Mijn parcours langs de drie podia begon aan de Place de la Cloche met Stop II (Bordeaux). Twee niet meer zo jonge en al evenmin erg fris ogende mannen brachten zittend rammelende countrybluestrash. Twee gitaren, een stompbox en occasioneel een washboard volstonden ruimschoots. Mooie cover van Blind Willie Johnson’s “In my time of dying”.

Pete Ross & The Sapphire (uitvalsbasis Milaan) bestaat uit zanger-gitarist Pete Ross (uit Sydney), de Nieuw-Zeelandse bassiste Susy Sapphire en de Italiaanse drummer Alessandro Deidda. Oubollige rock met enkele progrocktics en een gezwollen stem van Pete Ross kregen mijn handen niet meteen op elkaar. Een onberispelijke start was het dus niet maar gaandeweg werden de songs een stuk meer bijdegronds en met “The devil inside” dwong de groep meteen haar bestaansrecht af. Verder hoorden we nog een opmerkelijke cover van “Somebody to love” (Jefferson Airplane), gezongen door het bloemenmeisje Sapphire.

Lilith Lane (Melbourne) viel me toch wat tegen ondanks haar uitstekende begeleidingsband Many Wives (staande bas, gitaar en drums). Enige schuldige was Lilith zelf die veel te theatraal klonk (in een poging om de vrouwelijke Nick Cave te worden?) en daar kon de nochtans bijwijlen smerig klinkende gitaar niets aan verhelpen.

Het Franse duo Harold Martinez (Nîmes) deed hard hun best om te klinken als Sixteen Horsepower wat niet zo’n goed idee was.

Van The Pussywarmers uit Zurich aangevuld met de Hongaarse zangeres-toetseniste Réka had ik niet al te veel verwacht. Daarvoor klonk hun plaat die ik kende te krampachtig en bevatte ze te veel gepingel. Maar het zestal (twee gitaren, bas, drums, keys en trompet) zorgde zowaar voor het eerste hoogtepunt van het festival. Waar ze het vroeger meestal in de jaren ‘30 en ‘40 zochten lag de focus dit keer meer op de jaren ‘60 en dat zorgde voor een milde nostalgische sfeer die me zelfs enkele keren aan Shannon & The Clams deed denken.

Jerry Teel (Chrome Cranks) en zijn vrouw Pauline vormen de vaste spil bij Chicken Snake (New Orleans). Terwijl in vorige bezettingen gekende cultfiguren als Bob Bert (o.a. Chrome Cranks, Sonic Youth) en Nicholas Ray (Viva L’American Death Ray Music) de dienst uitmaakten waren het nu de minder gekende Josh Lee Hooker (gitaar) en Jessica Melain (staande drums) die de groep vervolledigden. Minder gekend maar daarom zeker niet minder goed. Josh Lee Hooker ontpopte zich als de absolute revelatie (schitterde later ook nog met zijn eigen groep) van het festival terwijl Melain voor het nodige showelement zorgde. Chicken Snake staat voor heerlijk midtempo voortdenderende trashy swampblues. We hoorden al eens een riffje dat gepikt was van de Stones maar wie zou daarom balen? En als ze al eens iets coverden werd het nummer met veel smaak gekozen : “Cowgirl blues” van de ten onrechte vergeten blueszangeres uit Memphis, Jessie Mae Hemphill. Naar het einde toe durfde de samenzang tussen Jerry en Pauline ietwat zeurderig te gaan klinken maar dat is echt wel detailkritiek op een grandioos optreden waarin vooral Josh Lee Hooker, die soms aan en paar noten genoeg had om een song een wat groter rock-‘n-rollgehalte te geven, ontegensprekelijk de uitblinker was. Ik zag Chicken Snake de volgende dag terug op het grote podium waar ze een stuk steviger uithaalden (of was dat slechts een indruk). In ieder geval werd hun prestatie van de dag voordien bevestigd, mocht ik mijn puntje van kritiek inslikken en droop het spelplezier er in beken vanaf. Deze ene keer vond ik het jammer dat de organisatie zich strikt aan het strakke tijdsschema hield en het optreden abrupt stillegde. Gelukkig volgde na enig overleg toch nog extra nummer.

Vrijdag werd er op het hoofdpodium afgesloten met The U.V. Race (Melbourne) die enkele platen uitheeft op het befaamde ‘In The Red’-label. De band was al bezig toen ik arriveerde en ik werd meteen geconfronteerd met de enorme, blote, zwabberende pens van de zanger. Geen zicht en tot overmaat van ramp draaide hij zich zodat we dan ook nog eens de helft van zijn reet mochten bewonderen. Enkele songs verder had hij enkel nog zijn boxershort aan. En de muziek? Korte meebrulbare bulldozerpunksongs. Soms had het wel wat maar meestal vond ik het orgel de boel verpesten of was ik nog te zeer onder de indruk van Chicken Snake?

zaterdag 2 augustus 2014
Dag twee begon alweer uitstekend met Destination Lonely (Toulouse, Bordeaux). Groepsnaam gevonden bij de eerste LP van Cheater Slicks, die net nu opnieuw is uitgebracht? De twee gitaristen en drummer stonden garant voor vuile, vette garagebluesrock.

Het Frans/Australische The Outside bestond uit ex-leden van Screaming Tribesmen, Radio Birdman en TV Men. Mooi volk dus dat zorgde voor hersenloze turborock (waarin je vaag echo’s van The Ramones of Cosmic Psychos kon horen). Kon mooi geweest zijn maar dat was duidelijk niet het geval.

Neen, geef mij dan maar Weird Omen uit Limoges. Na een chaotische start met enkele onverteerbare nummers viel na een tijdje alles in de plooi. Garagerock, surf, punk en artrock en dat alles meestal in één en dezelfde song. De zanger had energie te over en kwam in al zijn enthousiasme zelfs een paar keer ten val terwijl we saxofonist Fred Rollercoaster nog kenden van Head On en King Khan & The Shrines. Opmerkelijke cover : “20th Century boy” (T-Rex).

Bob Wayne (Seattle/Nashville) heeft zijn Outlaw Carnies blijkbaar gedumpt maar de line-up is nagenoeg dezelfde gebleven : staande bas, viool, gitaar met dit keer ook een drummer die zo geplukt leek uit een verlaten berghut in het Appalachen gebergte. Die laatste mocht er dan al uitzien als een verwaarloosde neef van Seasick Steve, drumlessen hoefde hij zeker niet meer te volgen. Bob Wayne, met een grote tattoo van Neurosis op de onderkant van zijn voorarm!, hield het verrassend strak. Hillbilly en alternatieve country voorzien van spitante teksten, we kennen het intussen maar het blijft steeds zeer amusant. Jammer van die verveeld voor zich uitstarende gitarist die blijkbaar enkel (en met lichte tegenzin) zijn job kwam doen. Wat had ik graag die man een trap voor de kont gegeven.

Go!Zilla is een trio uit Firenze dat duidelijk naar de nieuwe lichting psych rockers (Ty Segall, Mikal Cronin, Thee Oh Sees) heeft geluisterd maar een stuk potiger dan de geciteerde namen voor de dag komt. Twee gitaren en drums (stilaan de nieuwe klassieke opstelling) waren ruimschoots voldoende voor een indrukwekkende sound. Voeg daarbij een zanger-gitarist (Luca Landi) die werkelijk alles gaf en het plaatje klopt helemaal. Op het einde vroeg hij een 15-tal mensen bij zich op het podium. Dat werd uiteindelijk een veelvoud en de chaos werd compleet wat niet wegneemt dat Go!Zilla een ijzersterke set had gespeeld.

Na Chicken Snake (waar ik het al eerder over had) zag ik nog net de finale van de set van een verbluffende Harlan T Bobo (verder meer over het volledige optreden dat hij zondag gaf). De tonnen elektronica van Cheveu (Parijs) werden ontiegelijk luid de Esplanade de la Banche opgejaagd. Vreemde eend in de bijt die ik niet kon smaken hoewel ik moet toegeven dat ik ze nooit echt een kans heb gegeven.

Afsluiter op zaterdag was Mr. Quintron & Miss Pussycat uit New Orleans (Mr Quintron zou je kunnen kennen van de derde Obliviansplaat ‘Play 9 songs with Mr. Quintron’). Hoe lang zou het geleden zijn dat ik die twee in de Pit’s zag? En toch leek er niet veel veranderd sinds toen. Miss Pussycat opende met een poppenkastspel waarin de speciale effecten en de zelfgemaakte poppen best leuk waren maar wie zag dat achteraan? Na de gebruikelijke technische problemen ging Mr. Quintron oorverdovend van start alsof hij Cheveu de loef wou afsteken. Het leek erop alsof zijn Drum Buddy (zijn zelf uitgevonden analoge drummachine met duizelingwekkende mogelijkheden) zelf het heft in handen had genomen. Maar na verloop van tijd begon zijn orgel steeds meer organisch te klinken en kregen de nummers meer structuur. Naast de eerder genoemde instrumenten bediende hij ook nog een hi-hat en een lapsteel die dienst deed als slaginstrument. Miss Pussycat hield het wat bescheidener bij de maracas. Het volk was gekomen om eens flink uit de bol te gaan en dat gebeurde dan ook massaal. En vreemd genoeg leken de toch eerder ongewone klanken ideaal om de massa op te hitsen. Ondanks de valse start werd dit uiteindelijk toch nog een schitterend optreden!

zondag 3 augustus 2014
Dead Horse Problem is slechts één van de vele projecten van zanger Boogie, tevens baas van Beast Records en zo leverancier van vele groepen aan dit festival. Samen met twee gitaristen, een saxofonist en een drummer brachten ze smerige rock die soms net iets te dicht geplamuurd was. Niet echt overtuigend maar ze coverden toch maar mooi twee geweldige songs, beide van de hand van Greg Cartwright: “Sour and vicious man” (Compulsive Gamblers) en “Straight shooter” (Reigning Sound). Mijn middag kon al niet meer stuk.

Het Frans, Duits, Nieuw-Zeelandse trio met residentie in Berlijn, Canyon Spree, serveerde vederlichte garagepop. De drie piepjonge meiden hadden krek dezelfde sound (minus de harmonieuze samenzang) als La Luz en daar kon ik echt niet rouwig om zijn. Met slechts een handvol goeie nummers onder de arm was er duidelijk er nog veel werk aan de winkel maar ze hebben uiteraard nog tijd zat.

Toen The Luxurious Faux Furs (New Orleans/ Brooklyn) het podium opwandelden bleek dat gewoon de helft van Chicken Snake te zijn : Josh Lee Hooker, de man met de mooiste schoenen op het festival en drumster extra-ordinaire Jessica Melain die er alles aan deed om er vervaarlijk uit te te zien. Het zag er niet alleen goed uit, het klonk zo mogelijk nog beter. Dit was zonder meer de revelatie van Binic dit jaar. Uitgebeende rock-‘n-roll : Alan Vega op de (straffe) koffie bij The Gories, zoiets. We hoorden ondermeer een briljante cover van The Staple Singers, “Swing down, chariot” en op het einde een ellenlange, uitgemergelde boogie (met een naam als de zijne kon dat niet uitblijven). Adembenemende set!!!

Na The Luxurious Faux Furs (die zelf ook helemaal vooraan stonden) zag ik meteen al een nieuw hoogtepunt. Harlan T. Bobo bleek samen met zijn drie Franse begeleiders in de vorm van zijn leven. Dit jaar maakte hij in Memphis met zijn nieuwe band The Fuzz (niet te verwarren met Fuzz, ook al een nieuwe band met Ty Segall) een halfslachtige plaat maar hij was wel zo verstandig om daaruit slechts de beste nummers te puren : “Merry-go-round” en “When I die”. Daarnaast had hij het beste uit de rest van zijn platen geselecteerd waarbij mijn favoriet “Left your door unlocked” niet over het hoofd werd gezien. Harlan T. Bobo, voortdurend buiten adem en nogal wat whiskeys binnenkappend schitterde zowel in de zeer ingetogen nummers als de uitbundige rockers. Heerlijk artiest!

Na nog een flard Reverend Beat-Man (klonk zoals we hem kennen) werd het tijd voor headliner Left Lane Cruiser (Fort Wayne, Indiana). Talloze keren zag ik ze en het was toch even slikken toen tijdens de opstelling tot me doordrong dat drummer Brenn Beck er niet meer bij was. Freddy J. IV had hem vervangen door het duo White Trash Blues Revival: zijnde drummer Pete Dio en bassist Joe Bent. Er werd geopend met een song van Hound Dog Taylor (Hound Dog Taylor met bas, brrr!). Maar het dient gezegd: met dit duo erbij had Left Lane Cruiser nog meer power en songs als “Mr. Johnson”, “Big Momma” en “Cheyenne” zijn niet stuk te krijgen en klonken furieus. En toch begon het te knagen. Pete Dio is ongetwijfeld een superieur drummer maar ik miste de eenvoud van Brenn Beck en zijn koebel, en zijn washboard... Bassist Joe Bent leek verdacht veel op Alex Agnew en metselde de sound te veel dicht (of het een wat met het andere te maken heeft weet ik niet). Toen hij zijn bas ruilde voor een skiddely-bo (een skateplank met daarop een fles en twee snaren gemonteerd) leek het tij te keren. Helaas zong hij dan (wat een vlakke stem) zijn eigen songs die absoluut niet konden tippen aan de originele Left Lane Cruiser songs.
Ach, misschien ben ik aan het zeuren: Left Lane cruiser speelde het plein gewoon plat. Het zwerk werd doorkliefd met crowdsurfers en een jonge deerne sprong zelfs op het podium om meteen haar t-shirt uit te trekken zodat iedereen kon genieten van de wonderen der natuur. Nooit iemand zo snel zien afvoeren! De jonge snaak van Dirty Deep beleefde de tijd van zijn leven toen hij de twee laatste nummers mocht meeblazen op mondharmonica terwijl er nog een verrassend coda volgde waarin de drummer zich liet kennen als een volleerd rapper, iets wat hij zo’n 15 minuten volhield, olé!

Heel vreemd maar Binic was weer eens mooi geweest!
Organisatie: Binic Folks Blues Festival

Pagina 568 van 964