logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Suede 12-03-26
Deadletter-2026...

Psychedelicafestival in de Ancienne Belgique, Brussel - Minifestival vol psychedelisch vertier

Geschreven door

Psychedelicafestival in de Ancienne Belgique, Brussel - Minifestival vol psychedelisch vertier Psychedelicafestival 2014
Ancienne Belgique
Brussel
2014-09-21
Johan Meurisse

- Minifestival vol psychedelisch vertier -
Ook de AB  houdt vinger aan de pols qua psychedelische rock . Na een Roadburn, het Psych Lab, Incubate of verder nog Desertfest en LeGuessWho , konden we op deze autoloze zondag terecht voor een reeks beloftevolle bands in het genre met Goat als absolute headliner. Een aangename ervaring!
Aanbod: Crows – Bo Ningen – White Hills – Madensuyu – Moon Duo - Goat

We sloten aan bij de tweede band deze namiddag , het uit Japan afkomstige  Bo Ningen, al een viertal jaar bezig , die ons letterlijk overspoelden met een wall-of-sound van ‘70s retro, psychedelica en acidsounds. Een snedig, krachtig , explosief geluid - van zwevende, galmende, gitaren , een diep grommende, dreunende bas en bezwerende , opzwepende drums -, intrigeerde door een repetitieve ritmiek, had verrassende wendingen , kon ontsporen en klonk naar het eind noisy, ontregeld, geschift en gek! Adembenemend heerlijk dus.
De nummers werden tot op het bot uitgediept en kregen door de dromerige soms piepende vocals van Taigen Kawabe een toegevoegde waarde .
De zwiepende, zwierende gitaren , de lang wapperende haren, de handbewegingen en de gewaden van twee van de vier, voerden ons in een ruimteschip ver weg van de realiteit.

Het Amerikaanse White Hills zijn live anders en beter. Hun laatst verschenen cd’s worden  in het genre te pas en te onpas gestoord door freaky geluidsuitstapjes, niemandalletjes en tierlantijntjes, die het hectisch geheel van hun hypnotiserende, psychedelische, kosmische trip onderdrukken .
Je wordt letterlijk meegevoerd , meegezogen in hun handvol gespeelde , uitgesponnen nummers als “No game”, “The condition of nothing”, “Underskin” en “In your room”; dit is gruizige, bedwelmende en supersonische spacerock , niet vies van een bulldozergeluid op z’n Cosmic Psychos. Hallucinant.
Fans van Hawkwind, het oude Monster Magnet, Black Mountain, Burning Brides en Warlocks hebben aan dit trio een vette kluif. Ze zijn enorm op elkaar ingespeeld en met de bevallige Ego Sensation , een blonde sensuele dame op z’n Poison Ivy’s, dwaalden we makkelijk af in een erotiserende fantasiewereld .

Madensuyu was hier de enige Belgische vertegenwoordiging. 5 jaar na de vorige cd ‘D is Done’ staat het Gentse duo De Gezelle – Vervondel met ‘Stabat Mater’ meer dan ooit op scherp . Hun unieke noisepop/postrock is door stuiterende, stuwende  elektronica omgeven, heeft een broeierige intensiteit , een ondraaglijk dreigende spanning , kan aanzwellen en wordt overstelpt door geluidsstormen. De stroomstoten , explosies, die worden toegediend en de verbeten, zalvende zanglijnen , de schreeuwzang , de kreten, of ze nu apart of samen zijn, injecteren het geheel.  Huivering!
Indrukwekkend klinkt als het allemaal op z’n plaats terecht komt . Gisteren op Leffingeleuren kregen we kippenvel; werden we op Swans wijze omvergeblazen en sloegen ze ons murw. Onovertroffen!
De verwachting naar vandaag was dan natuurlijk even hoog. Ondanks dat zij steeds naar de keel grijpen, was het ietsje minder beklijvend maar dan nog heb je een uitmuntende Madensuyu.
Eerst moesten ze nog wat op dreef komen , maar na het tweede “On the long run”, hadden we opnieuw die intensiteit ten top met o.m. “Mute song” , “Crucem” en “Give days & a day” .  Ook op oudjes “Oh frail”, “Tread on tread light” en die prachtsingle “Ti:me” ging het duo diep . Hoedanook , Madensuyu stond garant voor een energiek , opwindend, geniaal optreden!

Werden we letterlijk door Madensuyu naar de hel gestampt , dan werden we naar hoge regionen gevoerd en geleid door Moon Duo , het groepje van keyboardspeler Sanae Yamada  en songwriter/gitarist Ripley Johnson, tevens frontman van Wooden Shjips, die we eerder in juni nog in de Magasin 4 zagen .
Een welig vertier van slepende , voortdrijvende , repetitieve, monotone ritmes,  psychedelische tunes en aanzwellende , forsere krachtige ‘repeat’ beats. Aangename drums en dwarrelende gitaarloops vulden aan en durfden wel eens gieren, maar uiterst beheerst . Op de achtergrond zagen we psychedelische lijnen, patronen, cirkels , die meteen ook het lichtdecor vormden .
Bezwerende ‘paddo’ muziek in de sfeer van Spacemen 3, Sonic Boom, Spiritualized en Suicide, die de samenhorigheid, sensualiteit bevordert en rustgevend is door de ritmische onderbouw en de zalvende , ingehouden zang .
Het klonk allemaal lekker ontspannend en het nummer “Circles” blijft er eentje binnen die 60s psychedelica/spacerock om te koesteren.

Absolute headliner was het Zweedse Goat (zie pics), die zou voortkomen uit een vroegere occulte voodoosekte. Bon soit, in underground kringen worden ze al legendarisch omschreven. Ze zijn weinig live te zien en ondernemen  steeds maar een korte tour.
Na ‘World Music’ verscheen net ‘Commune’, ietsje minder ontvlambaar dan het debuut . Maar Goat is iets unieks en magisch , een mélange van een psychedelische, funky, groovy, kosmische 70s retro worldtrip.
De inkleding maakt de sound nog intenser en meer bezwerend. We geraakten nog sneller in die trance en dat sfeertje . De leden zijn gesluierd op z’n Touraegs of met boerka en de twee zangeressen/danseressen hebben een afromasker op.
Meer dan aannemelijk lijkt het na Moon Duo dat met Goat een feestje kan worden uitgebouwd. Het ensemble creëert een hypnotiserende trance - die ergens de Master Musicians Of Bukkake en Tinariwen doen opborrelen -, door de repetitief , opbouwende , huppelende , hitsende ritmiek, de drums , de bongo’s , het pompende basspel en de galmende , fuzzende ‘wahwah’ gitaren, fris , aanstekelijk  sensueel , betoverend , erotiserend én natuurlijk uitermate dansbaar.
Hel wat dynamiek en opwinding hadden we door de dans (heksen) pasjes van de dames op het podium; moeiteloos zetten ze de AB in beweging. Het publiek ging uit zijn dak op de ‘Goat’songs als “Talk to God” , “Let it bleed” , “Goatlord” , “Diarabi”  en “Goathead” . Wat elektro/discokitsch kon worden toegevoegd en met die afrobeats viel alles wel op zijn plaats . Naar het eind walsten, dansten en feestten we nog meer door de tribals en de jams, wat het geheel wervelend maakte.
Goat is goed geoefend en heeft het goed uitgekiend . Niet voor niks was één van afsluiters het verslavende “Goat- slaves”. Wat een beleven. Fenomenaal sterk!
Een passage die we niet gauw zullen vergeten!

De AB heeft alvast een goede zet gedaan om het genre in z’n totaliteit te introduceren en ze hadden met Goat een exclusiviteit.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Leffingeleuren 2014 - zondag 21 september 2014

Geschreven door

Het was rustig op de laatste zondag van de festivalzomer in Leffinge. Geen over en weer geloop op de afsluitende dag tussen de zaal en de festivaltent, alles was te doen in de grote festivaltent , perfect dus voor een relaxte zondagnamiddag aan ‘het zeitje’. De eerste groep begon pas om halfvier, tijd dus voor taart en koffie, en ook voor lokaal talent uit Oostende, op het kerkplein van Leffinge, in de Busker Street: Poorboys en Pilgrims, een folkband, zong in het lokale dialect en bracht onder meer een cover van het controversiële “Zelfmoord” van de Kreuners.

Het festival zelf begon met een band van de andere kant van de provincie, die in avant-premiere al een aantal nummers van de nieuwe plaat lieten horen die op 26 oktober verschijnt. Het Zesde Metaal, de band van Wannes Cappelle, ook met Tom Pintens op keyboard en gitaar, begon met het melancholische “Last van u”. Cappelle speelt met taal, een zin zoals “Mijn leven es ne cross, ke al spikes an, maor min rykoorden angen los”  in “In de plaaster” was een mooi voorbeeld. Ook de nummers van de nieuwe plaat zoals “Nie voe kinders”, “Gie den otto en ik” en “Dag zonder schoenen” staan vol rake, bitterzoete observaties. “Ier bie oes” was melancholisch en herfstig, net als de lofzang op het leven van Frank VDB, “Ploegsteert”.  Capelle en co duwden dan weer het gaspedaal in op “Ik haat u nie” en zo was het een geslaagde algemene repetitie van de nieuwe plaat.
Last van U–In de plaaster­-Nie voe kinders-Gie den otto en ik – ier bie oes-Dag zonder schoenen-rap gemaakt-Ploegsteert-zet mie af-ik haat u nie- toe nu maar

Tom McRae waren we een beetje uit het oog verloren na zijn tweede plaat. Hij heeft er ondertussen al vijf op zijn conto staan en treedt zowel met band als solo op. In Leffinge was het solo, en McRae bewees in ware Luka Bloom stijl dat hij een ras-entertainer is die ook solo een hele festivaltent rond zijn vinger kan winden. Zo liet hij het publiek zingen, (“Dose me up”), fluiten “Boy with the bubblegum” en klappen “One Mississippi” en in dit laatste nummer verwerkte hij nog een stukje “Graceland” van Paul Simon. McRae zei dat hij vooral triestige liedjes speelt, maar wat ons betreft doet hij dat met grote klasse.
For the restless – Karaoke Soul – Summer of John Wayne – dose me up – wont lie –deliver me –strangest land – boy with the bubblegum – One Mississippi

We stonden redelijk vooraan bij de ons onbekende Delta Saints, maar de drums veroorzaakten zo veel luchtverplaatsing, dat we wijselijk terugdeinsden tot aan de PA, waar het geluid goed zat. Deze vijf heiligen komen uit Nashville, Tennessee, en niet uit Louisiana, zoals de bandnaam zou laten vermoeden. De zanger klonk enigszins als Joe Newman van Alt-J, maar dat was dan ook de enige overeenkomst met die alternatieve, nerdy popband. Zelf omschrijven ze zich als “Bourbon fueled, Bayou rock” en dat is niet ver naast de waarheid.”Sometimes i worry” was een blues uit het diepe zuiden met slidegitaar. Het titelnummer van hun plaat “Death Letter Jubilee” passeerde vervolgens de revue en we waanden we ons terug in “The Dukes of Hazzard” toen de zanger een nummer aankondigde van ‘a couple of fellows called Gnarls Barkley’. Jawel, “Crazy”, werd hier een slepende blues, met een grollende stem gezongen, Charles Bradley waardig, en had alles met tempoversnellingen en vertragingen en een stomende climax. Cee-Lo Green was redelijk schabouwelijk op Feest in het Park, dit was andere koek. Vervolgens kregen we met “Get up” geen cover van James Brown, maar wel een boogie, zompige Chicago blues met slide gitaar. Voor deze southern rock waren veel festivalgangers speciaal naar Leffinge gekomen, en we kunnen ze alleen maar gelijk geven.

Voor de meest intense set van de dag moest je bij Woven Hand zijn. De twee laatste platen van Dave Eugene Edwards “The laughing stalk” en “Refractuary obdurate” zijn veel zwaarder, met veel meer heavy gitaren dan wat hij vroeger gedaan heeft.
Live steekt hij nog een tandje bij, het was dus heftig, luid, een intense ervaring. Edwards en de rest van de band bleven heel de set in duisterblauw licht gehuld en de ene song vloeide over in de andere, zodat Woven Hand je bij je nekvel nam, Edwards als een sjamaan die een rituele reiniging uitvoerde.
De man maakte spastische handgebaren en mompelde vreemde woorden, duivels moesten uitgedreven worden. Ja, even nam Edwards de banjo ter hand, maar zelfs een nummer van 16 Horsepower kwam er zwartgeblakerd uit.
Gekletter op de tom drums kondigde naderend onheil aan, er moest boete gedaan worden. Woven hand was een spirituele totaalervaring, verdwaasd liet Edwards Leffinge achter met een Navajo-chant.

Hoofdkaas en afsluiter van Leffinge was Admiral Freebee. De admiraal was beter bij stem dan twee weken terug op Crammerock. Behalve de bindteksten, viel Tom Van Laere niet in herhaling. De blazersectie kleurde het optreden, maar het was toch minder Staxfunk dan twee weken geleden.
De band begon er aan met “Blues for a hypohondriac” waarin Van Laere hoopte op een worst, die je kon krijgen in de restauranttent van het festival en die werkelijk uitstekend was, maar dit volledig terzijde.
Terug naar de muziek, “Last song about you” had een mooie orgelpartij, “Always on the run” werd opgefleurd met wahwah-gitaar en een saxsolo, terwijl “Nothing else to do” dan weer een mooie trompetsolo had. “Breaking away”met zijn akoestische en electrische stukken was het beste nummer vanavond. Van Laere speelde vrij veel keyboards, in het begin nogal aarzelend, een grote keyboardspeler is er niet aan hem verloren.
De finale was vrij gelijk aan wat ik op Crammerock gezien had met “Bad year for rock ’n roll”, “Einstein Brain”, “Oh darkness”, het rustige “Rags ’n run” met sax outro en de epische afsluiter “Ever present” die Van Laere maar niet wou beeindigen zodat hij maar door bleef gaan onder het motto “Trouble and desire”.

Voila, de festivalzomer zat er op, wij waren content dat we hem afgesloten hadden op Leffinge, op naar de concertzalen nu.

Neem gerust een kijkje naar de pics (dag 2)
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/leffingeleuren-2014/
Organisatie: VZW De Zwerver – Leffingeleuren, Leffinge

Leffingeleuren 2014 – zaterdag 20 september 2014

Op deze zaterdag hadden we een heel gevarieerde affiche en konden we nog maar eens het aangename en amicale van het pittoreske festival onderstrepen …

We konden nog iets meepikken van de Trashcan Blues Collective , die de ‘Verse Vis’-  wedstrijd won in Leffinge . Ze werden eerder al gerespecteerd in de Humo’s Rock Rally. Het uitgebreid collectief speelt doorleefde, zompige bluesrock, luchtig , fris en speels . Een breed instrumentarium van gitaar, banjo , piano, keys , contrabas en toegevoegde blazers zorgen voor een spannend indringende sound . Ze zijn goed op elkaar ingespeeld en gaan een fijne toekomst tegemoet . Sterke opener. (Johan)

Onverwachts moest BRNS hun optreden cancellen , waardoor Busker street , een nieuw initiatief onder het motto ‘Speel zelf op Leffingeleuren’ wat meer in de picture kwam . Op een heel klein podium op het marktplein, kon je jong sing/songwritertalent uit de eigen streek bewonderen ; stem , gitaar of ander instrument was welkom . Interessante vondst … (Johan)

De Nederlandse sing/songwriterpop wordt de laatste tijd in ons landje ferm geapprecieerd . Eerder waren we al te vinden voor de psychedelische retro van Jacco Gardner , en vorig jaar  brak Blaudzun definitief door .
Recent worden we overspoeld door de gevoelige pop van Dotan , die met “Home” een ‘(wereld) hit op zak heeft . Tja , die trend van Bastille, Imagine dragons of American Authors van  opzwepende percussie en singalongs bereikt iedereen wel .
Dotan Harpenau wordt evenzeer begeleid door een uitgebreid collectief en was voor de eerste keer op Belgische bodem te zien . Meteen in de vroege namiddag was de tent in Leffinge al bijna te klein. Het jonge volkje droeg deze bijna dertigjarige gast op handen . De muziek mag dan inwisselbaar zijn , de sound is hip .
Innemende , broeierige luisterpop met een folky tune , wordt bepaald door semi-akoestisch gitaarspel en mans indringende , heldere stem . Een breed instrumentarium , samenzang en handclaps op z’n Blaudzun’s , geeft de songs meer emotionaliteit en sterkte . Hij werd warm onthaald met “Home II” en “Let the river in”. Zijn debuut komt hier binnenkort uit en het was duidelijk dat hier meer potentieel te horen was dan enkel maar die befaamde single “Home” , die de set natuurlijk op schitterende wijze besloot , door de troms  en de handclaps; fladderende handen brachten het nummer letterlijk naar ongekende hoogtes .
Er viel dus meer te rapen, “Hungry”, “Fall of tonight” waren fijngevoelige songs. Dotan was niet vies om “Stolen dance” van Milky Chance deels om te dopen in een a capella versie . Zijn  optreden ging hier niet onopgemerkt voorbij … (Johan)

Het jonge Britse Childhood opende in de zaal na de BRNS cancel. Het kwartet, met een jonge Kele -Bloc Party- lookalike, mengt rauwe indie , Britpop, shoegaze/wave , psychedelica en dreampop . Ze halen van alles wel iets en brengen een reeks afwisselende , boeiende, creatieve songs , die op die manier Bloc Party, Palma violets, Tame Impala en The Horrors samenperste. Op het eind waren ze enorm op dreef en overweldigden ze met een song als “Solemn skies . Bandje die meteen in de Botanique terecht kan. (Johan)

Bombino
kan je situeren binnen de uit Afrika overgewaaide woestijnblues. Waar bands als Tamikrest en Tinariwen zich eerder op sfeerschepping en trance richten, zorgt  Bombino wel voor wat meer tempo en ritme. In combinatie met zijn uitmuntend soleerwerk (de man is echt wel een begenadigd gitarist, een soort nomadenversie van Jimi Hendrix) zorgde dit voor een knappe set, maar iets meer variatie had wel gemogen. De ritmes en gitaren werkten ergens wel verslavend en ophitsend, maar er werd iets te veel op dezelfde patronen verder geborduurd waardoor onze aandacht soms wel wat ging verslappen. Maar goed, er zat flink wat beweging in het volk die hier met volle teugen en swingende heupen van genoot, dus Bombino was met glans in zijn opzet geslaagd. (Sam)

In Leffingeleuren wisten ze al dat Blood Red Shoes voor een hitsig en uiterst opwindend feestje kon zorgen. Op de editie van 2011 was dit voor ons dé revelatie, het was onze vuurdoop met dit energieke duo en we werden toen compleet achterover geblazen. Anno 2014 bleek dat de twee nog niks van hun pluimen en explosiviteit verloren zijn, wederom raasden zij met de snelheid van een TGV (geen Fyra) door de tent. De set was zowat een kopie van hun stomende passage in april dit jaar in de Botanique (check onze review), de verrassing was er dus misschien een beetje af, maar de gedrevenheid en het vuurwerk waren onbegrensd. Dus ging Leffinge alweer plat. Ze mogen altijd terugkomen! (Sam)

Wat gebeurt er als je de vuilste grunge en de smerigste garagerock door de geluidsmixer haalt, daar een portie ongebreideld jeugdig enthousiasme aan toevoegt en er een laag feedback en distortion onder zet ? Dan krijg je zo iets als The Wytches. Dit wild langharig tuig combineerde Dinosaur Jr, Mudhoney en The Cramps met Nirvana en kwam naar boven met een brok opwindend lawaai. Het scheurde, het brieste, het gierde en het ging regelmatig uit de bocht. Dat zijn van die zaken waar een mens zich zou kunnen aan ergeren, maar die wij uitermate fantastisch vonden. Te meer ook omdat wij nogal wild zijn van dat fameuze debuutplaatje ‘Annabel Dream Reader’ dat er hier zowat volledig werd doorgedraaid.
…Zij die halfweg de set de zaal verlieten om Gabriel Rios te gaan checken, waren niet goed bij hun hoofd. (Sam)

Tja, … die Sam …
De allround sing/songwriter Gabriel Rios , is uiteindelijk toe aan de nieuwe plaat ‘The marauder’s midnight’. Al van vorig jaar kregen we elke maand een nieuw nummer als single te horen. De Wedding Present in de jaren 90 deden het hem al voor .
Door de jaren was hij in allerlei gedaantes te zien . Na zijn trip naar New York , komt hij nu terug fascinerend voor de dag en was hij tijdens de zomer al op verschillende festivals te zien. De cluboptredens kunnen we jou ten stelligste aanraden .
De Belgische ‘El Sympathico’ Puertoricaan doet al menig vrouwenhartje sneller slaan. Ook hier hadden we een volle tent . Leffinge weet z’n sing/songwriters ta appreciëren!
Natuurlijk kwam de nieuwe plaat in de spotlights met een (contra) bassist, cello , af en toe aangevuld met een blazerssectie. De nummers bieden een vernieuwende kijk en balden emotionaliteit , intensiteit  en beleven samen o.m. , “Holy water”, “Police sounds” en “Song n°7”. Een ‘waauw’ gevoel hadden we met “Gold” en “Work song” . Straf ook wat er in het begin  werd gepresteerd op “Straight song”, “Skip the intro”,  “City song” en de start die Gabriel Rios solo aanvatte , een schitterende eigen bewerking van Jimi’s “Voodoo chile” ; een meesterlijke zet!
Oudjes  “Angelhead” en “Broad daylight” werden opgefrist, kregen een aangepast jasje en hadden een broeierige spanning. Een levendige en gevoelige Rios hadden we, die ons solo uitzwaaide . Wat een return . (Johan)

Een mens kan al eens de foute keuzes maken. Wij wilden snel wel even een glimp van de frisse psychedelica van Woods meemaken, wat ons trouwens echt wel beviel, vooraleer we naar levende legende en trip-hop icoon Tricky trokken.  Hier werd retrorock mooi afgewisseld met gevoelige neofolky; het samenspel onder deze drie  boeide en intrigeerde. (Sam en Johan)
Want omdat wij stiekem verwachtten dat de onvoorspelbare Tricky wel eens een wonderlijk concert zou kunnen geven (wij zijn eerder al eens high geworden van een Tricky concert zonder dat wij ook maar één gram verboden product naar binnen hadden gewerkt), wilden wij er geen seconde van missen.
Waren wij hier lelijk bij de neus genomen. Wat een domper, dit was een pijnlijk zielloze vertoning, de naam Tricky onwaardig. De ogenschijnlijk verwarde geest leek steeds maar op te bouwen naar een climax die nooit kwam en brak zijn songs abrupt af. Tot overmaat van ramp kwamen een paar Limp Bizkit achtige gitaren onnodig de weg versperren. Als er dan eens een zeldzame keer een greintje van de magie van weleer naar boven kwam, smoorde Tricky deze onmiddellijk de kiem in door de boel terug plat te leggen.
Aan de uitdrukking en verbijstering van zijn muzikanten was duidelijk te merken dat deze niet in hun nopjes waren met de warrige grillen van hun baas. Het leek zaterdag alsof het Tricky zijn betrachting was om zo veel mogelijk zijn eigen set te saboteren, waar hij helaas ook perfect in slaagde.
Met voorsprong de ontgoocheling van het weekend. (Sam)

Onze reputatie als belgenverdelger ten spijt willen we er u even fijntjes op wijzen dat er in ons landje wel degelijk frisse en originele bands rondlopen, maar het zijn niet deze bands die u tot vervelens toe op Stu Bru hoort passeren. Madensuyu bijvoorbeeld, het best bewaarde geheim van de binnenlandse alternatieve rock. In Leffinge was het al de derde keer dit jaar dat we dit geniale duo mochten aanschouwen (na De Kreun en Boomtown), en de geestdrift en spanning die deze Gentenaars veroorzaken blijft ons boeien tot in het diepste van onze tenen. Stijn Degezelle’s gitaarpartijen sneden door merg en been, PJ Vervondel haalde de meest opwindende klanken uit zijn drums en deed dat even hitsig en overtuigend als Steven Ansell, het driftige drummertje van Blood Red Shoes die enkele ogenblikken geleden de tent al op zijn kop had gezet. Songs als “Days and a Day”, “Crucem” en “Time” zijn wat ons betreft al eeuwige monumenten geworden. Madensuyu schitterde van de eerste tot de laatste seconde en toch haalden enkele verwaande nichten het in hun ijle kop om vroegtijdig de zaal de verlaten om de fake palmboomkitsch van Oscar & The Wolf te gaan bekijken, maar niet vooraleer ze hun haar in de juiste plooi gelegd hadden. (Sam)

… Tja, die Sam alweer … Oscar & the Wolf (Marquee) rond Max Colembie is erg populair geworden op korte tijd . De sound is uitnodigend naar een zorgeloze mood en daar houden de jongeren van . Deze band brengt hemels dromerige, zweverig toegankelijke theatrale indiepop, gepusht door een bezwerende beat. Hij plaatst je in een aparte droomwereld, van palmbomen en glitters, en breidt er zelfs een leuke, overtuigende act aan , wat het materiaal naar een hoger niveau tilt. Er schuilt hier iets sensueels , exotisch, teder , en daar tekenen jongeren voor. Een volle tent ging ervoor,  gaande van “Joaquim”, “Somebody wants you” naar een “Undress” en “Strange entity , die sterk extravert, dansbaar klonk . Ook een fijn, gevoelig “Freed from desire” van Gala werd in een pianoversie uitgediept, alsook een nieuw nummer. Verder een prachtig uitgewerkte versie van de single “Princess” met heel wat snippers en confetti.
Na een overtuigende Rock Werchter , Lokerse Feesten  en Pukkelpop volgden de andere festivals. Hier werden hartjes met de handen gevormd . Dat zal wel bijdragen tot het succes van deze Oscar en zijn Wolfjes! (Johan)


Nog meer broeiende pokkenherrie van eigen bodem, de wonderlijke duizendpoot Mauro met zijn hyperkinetische bende Gruppo Di Pawlowski : potig, compleet geschift, geniaal, verbijsterend. 
Pawlowski smeet zich helemaal, ging als een halve gek tekeer, vond ter plekke de indianendans opnieuw uit, kronkelde meermaals als een slangenmens over de podiumvloer en werd bij zijn wilde act in de rug gesteund door een stel dwarse muzikanten die een extreem strakke en hoekige sound neerpootten.
Op de verbluffende plaat ‘Neutral Village Massacre’ zijn de Albini invloeden niet weg te denken, live was dit iets minder uitgesproken. Het combo ging daarentegen nog iets geweldiger tekeer, Gruppo Di Pawlowski ging gewoon volledig loos en hun buitengewone sound leek eigenlijk met niets te vergelijken. Voor dit soort groepen werd speciaal het woord ‘uniek’ uitgevonden. Het moge trouwens een eer zijn voor Marcel Vanthilt en zijn jaren tachtig groepje Arbeid Adelt om op zo een fantastische manier gecoverd te worden via een uit al zijn voegen barstend “Jonge Helden”, met dank aan het vernuftige brein van Her Pawlowski. Nog een geluk dat er lui zijn als Mauro die de Belgische rockmuziek voortdurend in de ballen stampen.
Zo werd de zaterdag in Leffinge met een splinterbom afgesloten, zelfs de Irakezen kunnen ze zo explosief niet produceren.


Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/leffingeleuren-2014/
Organisatie: VZW De Zwerver – Leffingeleuren, Leffinge

Leffingeleuren 2014 – vrijdag 19 september 2014

Geschreven door

Onze Belgische artiesten en bands zijn erg succesvol op de festivals .  Ook op het bijzonder sympathieke festival Leffingeleuren worden zij in de armen gesloten . Maar Leffinge biedt meer dan dat , want de organisatie pakte opnieuw uit met een boeiende affiche over de drie dagen. Ze heeft een neus voor (beloftevolle) bands, die niet vies zijn van wat psychedelica, garagerock’n’roll en gekte, wat we uitermate sterk appreciëren! Een mishmash dus en dat maakt nu net Leffingeleuren een gezellige, leuke, toffe ,wonderschone (ontdekkings) trip om de festivalzomer rond de kerktoren af te sluiten .
13000 bezoekers waren er, goed spelende bands , een dynamisch publiek, veel sfeer en een warme gloed. Dit festival is en blijft iets unieks en magisch …

dag 1 – vrijdag 19 september 2014
Werkomstandigheid belette dat we pas konden aansluiten bij Intergalactic Lovers . De grillig onderhouden indie van Geppetto & The Whales en  de breekbare dreampop van Hydrogen sea, openers van het festival, moesten we aan ons laten voorbijgaan . Niet getreurd , met Intergalactic Lovers hebben we één van de festivalbands  van de voorbije zomer . Ze waren wel op elk plaatsje te zien . Wat opvalt is dat hun
charmante, dromerige en fris aanstekelijke gitaarpoprock met een rauw randje, steeds op even enthousiaste wijze wordt gespeeld . Een bandje rond de bevallige Lara Chadraoui die er steeds voor gaat. Lara, met haar lang wapperende haren, zingt sierlijk en beweegt, kronkelt expressief rond haar micro .  De singles zaten mooi verdeeld. “Northern rd” , “Islands” uit de recente ‘Little heavy burdens’ hoorden we in het eerste deel en naast “She wolf” , zorgden de andere oudjes “Bruises” en “Delay” voor een schitterende finale; ze kregen zelfs een dansbare groove mee .  De songs kregen nog wat meer elan door de beheerste gitaar effects . Het broeierige materiaal werd smaakvol ontvangen . Intergalactic Lovers is een lieflijke rockband, die meer verdient en terecht groots mag worden .

Een apart bandje is Amatorski toch wel uit Gent/Lier . Fraaie , kunstzinnige , sfeervolle, breekbare synthpop , die houdt van wat experimentjes en tegendraadse ritmes . Met de nieuwe cd ‘From Clay to figures’ klinkt het trio , onder Inne Eyserans en Sebastiaan Van den Branden, directer, minder ijl, ijzig en huiverend dan vroeger. Dat gevoel ervaarden we duidelijk en we waren nauwer betrokken bij hun materiaal.
Songs als “Uturn”, “Warszawa”, “Hudson”, “Deer the wood” en “She became Ballerina” zijn meer dan zomaar wat fluisterpop, postrock, trippop of Scandinavische soundscapes. Ze banen zich een weg in je hersenen door hun intrigerende opbouw en sfeerschepping. “Come home” of “Soldier” zijn live al lang opgeborgen; het belet niet dat Amatorski een ‘must see’ blijft.

We waren al ferm onder van de  Deen Anders Trentemöller op Rock Werchter. We waren meer dan tevreden dat hij hier als één van de headliners stond geprogrammeerd . Hij is al ruim vijftien jaar bezig en is meer dan zomaar een DJ. Hij heeft een heuse band achter zich met een zangeres er bovenop; in z’n toegankelijke , aanstekelijke muziek mixt hij ‘80’s dance waveklassiekers aan die kenmerkende Scandinavische koele elektronica, ijzige soundscapes en doom. Tja , hier komt natuurlijk The Knife wel wat bovendrijven . 
Een bezwerend groovy optreden hadden we met vele zweverige psychedelica geluidjes , trance, bleeps en pedaal effects. Onmiskenbaar is die ‘80s wave , die een zekere dreiging omvat. Het heeft iets mee van een duistere roadmovie soundtrack, verweven van flarden Cure, New Order en Talking Heads
.
De vocale nummers waren sterk ,  “Candy tongue” , “River of life“ en zeer zeker “Moan”, één van de hoogtepunten. Een schitterende finale hadden we met het ontregelde , sch€urende, eigenlijk wel geschifte “Silversurfer, ghostrider go!”. Dit was absoluut top .

Ook fronsten we de wenkbrauwen bij het Brusselse Robbing Millions , die in Vlaanderen nog wat van de grond moet komen . De songs van dit creatieve bandje  hebben iets mee van de  poppsychedelica van het vroegere MGMT en Grandaaddy , maar rockten ook en waren dan directer , ruwer en snedig . En daar zit het ‘em net, ze bieden een ondraaglijk boeiende spanning door de verrassende wendingen , de avontuurlijke geluidjes en experimentjes; toch valt er een catchy geluid op, met een onweerstaanbare groove, wat de dansspieren tintelt . Band met potentieel , die bij ons verdient in de spotlights te staan .

Een glimp zagen we nog van Holy wave in het café van de Zwerver . Op basis van een paar songs kunnen we natuurlijk niet veel zeggen , maar psychedelische rock en garagerock’n’roll zijn nauw met elkaar verbonden en werd uiterst aangenaam ervaren .

Tot slot , vóór het nachtwerk van de Nederlandse hiphop van de Opposites en de Britse knoppenfreak Lapalux , hadden we Magnus in de tent, het dance electroproject van CJ Bolland en Tom Barman, die terug van onder het stof werd gehaald met ‘Where neon goes to die’,  tien jaar na ‘The body gave you everything’. En het was meer dan de moeite waard!
Ze beschikken over een volwaardige  band, o.m. met de gitaarcapriolen van Tim Van Hamel.
De twee singles “Puppy” en “Singing man” (op plaat met Tom Smith!) of een ouder als “Summers’s here” waren uitnodigend, dansbaar rockend , met een knipoog naar Depeche Mode, én een CJ Bolland , die af en toe zich de ruimte toe-eigent om de bezwerende trance kracht bij te zetten .
Verder een rockgroep in een elektrobody,  die een onderhoudende sound speelt, aanstekelijk, smachtend , dampend , kreunend en krakend in een juiste drive, friste en overtuiging .
Met Magnus besloten we een aangename , leuke avond …

Neem gerust een kijkje naar de pics (dag2)
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/leffingeleuren-2014/
Organisatie: VZW De Zwerver – Leffingeleuren, Leffinge

The Besnard Lakes

The Besnard Lakes: Starship Enterprise landt in Opwijk

Geschreven door

De Nijdrop was er weer eens in geslaagd een verborgen parel naar Opwijk te halen. Net zoals Low en Yo la Tengo, bestaat de kern van het Canadese The Besnard Lakes uit een koppel. Live zijn ze een vijftal, terwijl ze het op plaat met vier redden. Hun gitarist Richard White besloot in augustus om te stoppen met touren, maar vervanging was voorzien vanavond, en bovendien kregen we er nog een keyboardspeelster bij. De titel van The Besnard Lakes’ vierde album, “Until in Excess, Imperceptible UFO”, was het resultaat van een Google Translate van een Franse concertreview, bij deze de volgende suggestie voor hun vijfde album: ‘Starship Enterprise lands in at district’.

De Nijdrop had The Besnard Lakes aangekondigd als shoegaze, maar wij hoorden toch iets heel anders toen de boomlange frontman met warrige haardos en gekleurde bril, Jace Lacek, en zijn band, de instrumenten inplugden. 
The Besnard Lakes openden met een atmosferische groove, een mix van psychedelica en krautrock, waarboven de ijle stem van Lacek zweefde. De vloeistofdia’s ontbraken, maar de rookmachine was wel aanwezig, zodat de band bijna verdween in de donkere Nijdrop. Het tweede nummer begon met een monotoon akkoord dat eindeloos herhaald werd, om dan open te bloeien in een 4-stemmige popsong.
In die eerste nummers deden The Besnard Lakes een beetje denken aan andere neo-psychedelische bands als Temples en Tame Impala, maar dan wel met een veel kleurrijker klankenpallet en een openheid om buiten de lijntjes te kleuren van de geplogenheden van het genre. Een nummer beginnen met piano, dan overgaan in zonnige westcoast-pop om te eindigen met een smerige gitaarsolo, was daar een mooi voorbeeld van.
Ook Olga Goreas, bassiste en mevrouw Lacek, zong een paar nummers, zoals eentje met een mooie fifties-twang gitaargeluid, dat mij terugvoerde naar Pulp Fiction en de scene met Miss Mia Wallace in Jack Rabbit Slim’s restaurant. Urge Overkill en Chris Isaak waren plots niet ver weg, waarna het nummer toch nog een spaced out gitaarclimax kreeg, alsof Jack Rabbit Slim’s restaurant de ruimte ingeschoten werd in het zog van het spaceship Enterprise.
Met het volgende nummer, werd “Dinosaur Act” van Low opgeroepen, maar niet in een Spartaanse Mormoonse versie, maar op een bedje van LSD. Toen vond frontman Lacek het tijd om eens een praatje te slaan met het publiek, en hij deed dat door een absurde monoloog af te steken over een Bounty-reep.
Na deze korte pauze kregen we eindelijk iets dat op shoegaze leek, maar met een twist: het was alsof My Bloody Valentine en Belly door elkaar geklutst werden in een omelet met een vreemde toonaard. Vervolgens werd het lekker zompig, spacerock, Monster Magnet in de mix met Throwing Muses, een vette groove en een lekkere brok feedback.  
De finale en de bisronde gingen verder op dat spaced out gevoel, “Devastation” had een onheilspellende smerige Mogwai –riff en dito orgelpartijtje en deed nog het meest aan de geschifte orchestratie van de vroege Mercury Rev denken. Als er al een band is waar The Besnard Lakes de mosterd haalden, dan moet het wel bij Jonathan Donahue en co. zijn.

We waren gekomen voor een uurtje shoegaze, maar we werden verrast door een avontuurlijke retro-futuristische mix van fifties-rock, psychedelica, zomerse pop, shoegaze en uitzinnige spacerock. Nooit gedacht dat we dat in Opwijk zouden meemaken.

Organisatie: Nijdrop , Opwijk

The Horrors

Luminous

Geschreven door

Al van de vorige plaat ‘Skying’ klinkt de Britse Horrors toegankelijker . De lijn wordt hier verder doorgetrokken naar vakkundig onderhouden , elegante dreampop , die de donkere goth/shoewave rock op de achtergrond hebben geduwd . De synths en sequencers nemen een prominente rol in de reeks gezwollen eighties wave en epische shoegazepop.
Op beheerste wijze zweven uitgesponnen soundscapes en (galmende) pedaaleffects over de gelaagde nummers. De spooky sounds en het mistige rookgordijn lijken meer en meer opgetrokken.
Een subtielere klinkende Horrors dus , die nog steeds overtuigen hoor , want check maar eens volgende songs, “So now you know”, “Jealous sun” , “I see you”, “Change your mind” en “Mine & yours”; het zijn  een handvol broeierig, dromerig zalvende juweeltjes .
The Horrors stralen een warme gloed in hun materiaal uit, een afslag die nu definitief lijkt genomen?!

Zoot Woman

Star climbing

Geschreven door

Het Britse Zoot Woman draait rond de synthbroertjes Adam en Johnny Blake en Stuart Price (= beter bekend van Les Rythmes Digitales/Jacques Lu Cont) ; ohja, hij stond ook al in als producer van Madonna .
Zoot Woman probeert opnieuw aansluiting te vinden bij de huidige electropopclash , maar blijft ook op deze nieuwe plaat wat treuzelen .
Nummers als “Living in a magazine” en “It’s automatic” vinden we niet direct terug, maar “Don’t tear yourself apart”, “The stars are bright” en “Lifeline” hebben de juiste groove, een pompend beatje en zijn trancegericht . Kortom, er zweeft ook altijd wat discokitsch in de songs als “Rock’n’roll symphony”, voor de rest kabbelt het album rustig voort met sfeervolle tracks; lekker in het gehoor liggende popelektronica dat wat minder koel en afstandelijk klinkt.
Een goed gepolijst plaatje , dat wel , maar blijft minder aan de vingers kleven …

Triggerfinger

By abscence of the sun

Geschreven door

Triggerfinger - Drie heren in maatpak spelen rock’n’roll zonder scrupules. Ze zijn toe aan de vierde cd en gingen terug aankloppen bij Greg Gordon uit LA , gekend als rechterhand van producer Dave Sardy (Barkmarket ).
Live slagen ze erin de clubs , de tenten en de festivalweides in vuur en vlam te zetten . De heren gaan er live  voor en klinken energiek en gedreven. Er is ruimte voor de volvette riffs van Ruben Block , de dreunende , grommende, bezwerende bas van Monsieur Paul van Bruynstegem en de ‘animal’ meppende drumtics van Mario Goossens.
Op plaat mag het iets gematigder . Triggerfinger brengt groovy, stevige rock en pakkende pop, vooral de tweede helft van de cd is gevoeliger, intenser, ja zelfs ietwat gelikter!
Geen nood , de eerste vier songs “Game”, “Perfect match” , “Big hole” , de titelsong , en ook iets verderop “Black panic” behoort tot het rijtje zinderende garage rock’n’roll en behouden die rauwe , ruwe , zompige tics.
Triggerfinger is intussen een grootse band geworden , die de (kleinere) clubs ietwat is ontgroeid , maar hun roots verloochenen ze niet .
Triggerfinger is op plaat minder overdonderend , maar brengen nog steeds staaltjes fijn werk, vinnig, slepend , emotievol en die zelfs een elektronische toets durft te verdagen .
Heerlijk genietbare muziek is het nog steeds van deze ‘ruwe bolsters – blanke pits’!

Spiral Shades

Hypnosis Sessions

Geschreven door

Wat is Ozzy hier toch geweldig op dreef ! En wat een vlijmscherpe en gortige riffs schudt Tony Iommi  uit zijn mouw ! Black Sabbath is scherper dan ooit !
Alleen, dit is Sabbath niet, maar Spiral Shades, een Noors-Indisch duo die zich heeft ingegraven in de doom metal van de prille jaren 70.
Tot onze grote verbazing vernemen we dat deze plaat eigenlijk  een specailleke is, want beide heren hebben geen minuut samen met elkaar in de studio doorgebracht. Ze hebben hun bronstige gitaar-, drum en baspartijen via internet en het nodige é mail verkeer in elkaar geknutseld.  Dergelijk virtuele platen zijn schering en inslag in de wereld van de elektronische muziek, maar voor de metalwereld is dit toch wel uniek. We weten zelf niet echt wat we daar moeten van denken maar we moeten alleszins kwijt dat het album heel organisch, consistent en vooral fantastisch klinkt. Het is er dus hoegenaamd niet aan te horen dat dit met computers aan elkaar is gelast, integendeel.
Dit is de beste Black Sabbath plaat die niet door Black Sabbath gemaakt werd, de gelijkenissen (die stem ! die riffs !) zijn zo treffend dat je bezwaarlijk van een nieuw geluid kunt spreken, maar de songs zijn zo monsterlijk goed dat je hier absoluut niet omheen kan.
Virtuele metal, het kan.

Robert Plant

Lullaby and… The Ceaseless Roar

Geschreven door

Wanneer gaan al die critici en recensenten eens ophouden met het bejubelen van Robert Plant zijn solowerk ? Als men diens platen blijft de hemel in prijzen, dan zal ie waarschijnlijk nooit meer Led Zeppelin terug in het leven roepen, waarom zou hij ?
Het is al langer dan vandaag gekend dat Plant een voorliefde heeft voor folkdeuntjes, Keltische tonen en Afrikaanse ritmes, een mens wil al eens wat verandering. Maar het is nu al sedert ‘Dreamland’ uit 2002 dat hij met al die invloeden zit te klooien, en hij blijft maar koppig volhouden. De wereld blijkt dit dan nog fantastisch te vinden ook. Wij niet.
Wij kregen terug een sprankeltje hoop toen Plant in 2005 op ‘Mighty Rearranger’ terug aan het rocken sloeg, maar dat was helaas maar tijdelijk. Daarna dook hij op ‘Raising Sand’ samen Alison Krauss in de country stroop en trad hij op ‘Band Of Joy’ terug het folk circus binnen, wederom werd hij bedolven onder de lovende recensies, wij maakten ons daarentegen snel uit de voeten.
Ook nu weer wordt ‘Lullaby and… The Ceaseless Roar’ alle lof toebedeeld. Wij snappen er niks meer van, we horen brave vocals, softe pianoriedeltjes, ongevaarlijke afro ritmes (voor de gevaarlijke moet je bij Goat zijn), belegen Irish Pub folk, geblondeerde exotische instrumenten en afgestofte banjo’s. Allemaal fijn om gezellige theekransjes mee op te fleuren op het Engelse platteland, maar wat is er in hemelsnaam met de rocker in Robert Plant gebeurd ? Deze is alweer in geen mijlen te bespeuren op dit album. Het is niet omdat Plant koppig blijft weigeren om naar de coiffeur te gaan, dat hij daarom zijn wilde haren niet kan kwijt zijn. Met deze verzameling brave songs begint hij trouwens meer  en meer op beertje Paddington te gelijken.
Naar het schijnt heeft Robert Plant een weergaloos en bijzonder krachtig concert neergezet op de laatste Rock Werchter editie. Het verbaast ons dan ook niet dat hij daar nauwelijks iets gespeeld heeft uit deze nieuwe plaat, maar wel onder andere een zestal onvervalste Zep klassiekers. Er is dus nog hoop.

Pagina 564 van 964