Botanique, Brussel - concertenreeks

Botanique, Brussel - concertenreeks 2026Stoned Jesus, Wheel, woensdag 1 april 2026, Orangerie, 20h Oliver Symons, zaterdag 4 april 2026, Witloof Bar, 20h Koma, woensdag 8 april 2026, Rotonde, 20h Son Little, vrijdag 10 april 2026, Orangerie, 20h Chalk,…

logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15418 Items)

Dwayne Dopsie & The Zydeco Hellraisers

Dwayne Dopsie & The Zydeco Hellraisers bevestigen hun glansprestatie in Peer van vorig jaar

Geschreven door

Zydeco is een soort dansmuziek die ontstaan is in Zuid-West Louisiana uit een versmelting van de muziek van de Franstalige Cajuns en de Afrikaanse ritmes van de Creolen waarin we verder ook nog invloeden terugvinden van de blues, soul, funk en tegenwoordig zelfs hiphop. Muziek die eigenlijk best door een groot publiek gesmaakt kan worden maar waarvan je zelden de kans krijgt om ze live te beleven. Ooit was er wel een cajunfestival in Essen maar dat was geen lang leven beschoren en sindsdien is het Belgium Rhythm 'n' Blues Festival in Peer zowat de enige plaats waar men een zydecoband wel eens zou kunnen aantreffen. Zoals vorig jaar waar Dwayne Dopsie (spreek uit ‘Doepsie’) & The Zydeco Hellraisers één van de hoogtepunten waren. Die wetenschap lokte toch wat volk naar de N9 en die kregen beslist waar voor hun geld.

Dwayne Dopsie is één brok dynamiet die de meest halsbrekende notenreeksen uit zijn accordeon wist te toveren. Hardcore zydeco noemde iemand het en daar had hij wel een punt. Dwayne en vooral washboardspeler Alex McDonald bleken over een gezonde dosis punkattitude te beschikken. Die laatste gaf regelmatig een solo die ondanks de zeer beperkte mogelijkheden van zijn ‘instrument’ toch telkens het publiek wist op te hitsen.
Een andere uitblinker in de zeskoppige groep was saxofonist Damon Sonnier, heel wat conventioneler weliswaar maar een welgekomen verrijking van de sound. Het werd een bijzonder opzwepend feestje met ongeveer halverwege een wat rustiger moment toen ze met zijn drieën (washboard, drums en accordeon) wat authentieke zydeco brachten, meteen een kippenvelmoment.
Toch werd een paar keer de bal misgeslagen door verkeerd gekozen covers als "Beast of burden" en het tenenkrullende "Let's go dancin'" van Kool & The Gang. Maar wat ze dan weer uitspookten met "Shake your body" van The Jacksons grensde aan het fenomenale. Uiteraard mocht ook de koning van de zydeco, Clifton Chenier, niet ontbreken en kreeg diens "All night long" een stevige beurt. Mooi!

Organisatie: N9, Eeklo

Pias Nites 2011 – Experience Music differently

Geschreven door

Pias Nites 2011 – Experience Music differently
Neem gerust een kijkje naar de pics van Trigger Thief , die er die avond bij was … onder de rubriek ‘festivals’

Pias Nites – vrijdag 25 maart 2011
Cassius, Buraka Som Sistema,  The Jim Jones Revue, Matt & Kim, Aeroplane, The Van Jets, Mustang, Crystal Fighters
Cassius was headliner
Matt & Kim , Crystal Fighters – sensaties
Buraka Som Sistema, Aeroplane, Mustang waren de injecties om de nacht door te komen

Pias Nites – zaterdag 26 maart 2011
Faithless + Junior Jack & Kidcreme, Kid Noize
Faithless – last concert in Belgium
Junior Jack & Kid Creme besloten de Pias Nites … Kid Noiz warmde op …

INFO http://www.piasnites.com

Mogwai

Mogwai - Buitenaardse klasse

Geschreven door

Met ‘Hardcore will never die, but you will’ heeft Mogwai alweer een prachtige nieuwe plaat uit. Hoewel het geheel op en top als Mogwai klinkt is het toch geen herhalingoefening geworden en worden er weer met succes andere horizonten verkend.

Dat er gretig uit dit nieuwe album geput werd was niet verwonderlijk. Het nieuwe materiaal vond trouwens perfect zijn plaats tussen oudere parels. Wat ons doet vaststellen dat quasi alles wat Mogwai aanraakt goud is. Een song als “Death Rays” bijvoorbeeld klonk hemels ondermeer door een adembenemend vioolintermezzo waar de hele zaal stil van werd en “You’re Lionel Ritchie” en “How to be a werewolf” brachten ons evengoed in hogere sferen. Zo perfect en schitterend klonken de nieuwe songs.
Ongeacht van de opeenvolging van een pak tot de verbeelding sprekende songs ervoeren wij dit Mogwai concert toch weer vooral als een ware atmosferische totaalbeleving. Mogwai bouwde de spanning op en hield die moeiteloos aan tot het eind, ook al werd er, met uitzondering van wat vocalen die door een stemvervormer gejaagd werden, geen noot gezongen. Die vertrouwde sound van ingetogen naar uitbarstend en dan weer terug is uiteraard hun handelsmerk waar zij als geen ander op een glansrijke manier weten mee om te springen (of ja, ’t is ook nog waar, begin dit jaar Godspeed You Black Emperor gezien, qua intensiteit moesten die gasten niet onderdoen).
De ultieme Mogwai song “Mogwai Fear Satan” was zoals steeds geniaal en het overweldigende naar post metal neigende “Batcat” sloot als een bom het eerste deel af. Wij waren toen al helemaal in vervoering gebracht en kregen als toemaat een apocalyptische bisronde met onvolprezen klassiekers als “Auto rock” en “Hunted by a freak”. Het nieuwe ophitsende “Mexican Grand Prix” zorgde voor een knoert van een slot, de song eindigde in een ware geluidseruptie waar onze oren pijn gingen van doen, maar voor zo een klasbakken namen wij dat er graag bij.

Mogwai was van buitenaardse klasse. Gelieve uw ticket voor het Cactusfestival in Brugge (op zondag! Of voor het ganse weekend) al te bestellen.

Setlist : White Noise – Rano Pano – Death Rays – Christmas Steps – How to be a werewolf – San Pedro – George Square Thatcher Death Party – Mogwai Fear Satan – You’re Lional Ritchie – New Paths to Helicon, Pt 1 – 2 richts make 1 wrong – Batcat – Auto Rock – Hunted by a freak – Mexican Grand Prix

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Live Nation

Novarock 2011 - Festivalzomer stevig op gang getrokken

Met Novarock trok Kortrijk alweer de festivalzomer op gang. De tiende editie was het, maar een super jubileum werd het – door omstandigheden – niet echt. Niet uitverkocht (iets meer dan 4.000 man) en niet de groepen van hét moment, maar het publiek genoot en we vonden toch enkele (stevige) hoogtepunten en verrassingen. De aanzet voor een muzikale zomer.

Traditioneel programmeert het indoorfestival Novarock een line-up die streekgebonden is. Van de opwarmers We are Lions tot (bijna) afsluiter DJ Wim Opbrouck, zo’n 70 procent van de performers hadden er op hun kilometerteller tot aan de Kortrijk Xpo nog geen veertig kilometer op zitten.

Silent Disco Room
Vier zalen, waarvan je er twee een sidekick kon noemen en die ook beiden grappig waren. Of toch die bedoeling hadden. De Silent Disco Room, waar de meute koptelefoons op heeft en twee DJ’s tegen elkaar in meezweep-dance draaiden, gaf een olijke aanblik. En de jeugd bulderde het bij momenten uit. Weinig ‘Silent’ dus. Maar grappig om als buitenstaander naar te kijken. En te luisteren.

Dat was ook de bedoeling van de comedy stage met Youssef, Steven Mahieu en een flink stuk later David Galle. West-Vlaming Steven Mahieu, de inmiddels naar Gent uitgeweken comedian en winnaar van o.a. Humorologie, bracht zopas z'n eerste zaalshow 'Mahieustieus' uit en mocht in een halfuur tonen wat hij waard was.

Door wat herschikkingen in de zaal bleek de comedyruimte een pak groter geworden en was het niet evident om de intimiteit en sfeer van een echte comedyshow te benaderen. Maar Mahieu kweet zich behoorlijk van z'n taak en met stukken uit z'n eerste zaalshow in combinatie met actuele items kon hij het aanzwellende publiek bekoren en naarmate de set vorderde bleek duidelijk dat hij de ‘coming man’ is uit het comedymilieu.

Iets wat van z'n voorganger op de comedystage Youssef  niet kon gezegd worden, maar hij had een geldig excuus, want de Marokkaan gaf er na een 10-tal minuten de brui aan daar de soundcheck van de 'Discoveryzone' te storend was om z'n act duidelijk te brengen. Jammer.

Novarockrally
Het tweede podium kreeg de naam de Nova Discover Zone en dat zegt genoeg. Naar goeie gewoonte organiseert Novarock ook een concours voor beginnende (streek)groepen. Matador, King Sigh en Daytona dongen mee naar de titel die hen op de volgende editie– net zoals Adyssa vorig jaar – meteen een plaatsje in de line-up verzekeren.

Matador - met twee gitaristen en een knopjesman op een rij en de drummer achterin - bracht een tweetal echt goeie nummers, maar ze hadden wat problemen met de mix en de klank was niet je dat. En dat hebben ze net nodig voor hun dancepop met ballen.

King Sigh brengt instrumentale postrock. Geestig (met een leuke cover van de ‘Miami Vice’ - tune), maar nogal onregelmatig in hun set. De sound was goed, maar de nummers iets te repetitief.

Toen moest Daytona nog komen en al na de eerste gitaarsneren werd duidelijk dat de twee andere bands eraan waren voor de moeite. «Merci om niet naar Mintzkov te gaan en naar ons te komen luisteren», klonk het uit de frontman van het vijftal Kenneth Chambaere, Jasper Depoortere, Jelle Demeulemeester, Wannes Desramault en Jeroen Termote. De thuismatch werd een makkie. De Wevelgemnaars kaapten de eer van Novarockrally 2011 terecht weg.

Intussen waren er in de Main Hall al drie gigs gepasseerd. We are lions is een Kortrijkse groep, ontsproten uit Captain Compost. Stevig en catchy, zoals ze aangekondigd werden en ondanks het vroege uur (14u40) was er al behoorlijk wat volk opgedaagd. «Stukken meer dan de vijftig man die we vooraf gevreesd hadden. En dat was meegenomen», zo klonk het na hun eerste live sessie. Poprock met punkinvloeden, het beviel wel.

De Afrekening
Amatorski mocht hen opvolgen en dat was risky. Dat besefte ook zangeres-componiste Inne Eysermans. «Ik had dit niet zo groots verwacht en ook de klank viel niet echt mee. Ik weet dat festivals moeilijk liggen voor ons. We zullen toch voor iets anders zorgen de volgende keer». Moeilijker was het inderdaad voor het intimistische, bijna breekbare repertoire dat opgevoerd wordt met een reeks fijne instrumenten als daar zijn saxofoon, xylofoon en contrabas die ze onder elkaar zelfs afwisselden. Toch kreeg het fabelachtige geluid de babbelende jongeren bijwijlen stil, zeker als ze “Come home” en “The King” ten berde brachten.

Minder fabelachtig, minder mysterieus, maar gewoon rechttoe - rechtaan, dat is Mintzkov, heel (te?) herkenbaar. Ze snakken duidelijk naar (nog) grotere herkenning, want frontman Philip Bosschaerts kondigde hun nieuwe single aan met de smeekbede voor de jonge garde om die – net als “Opening Fire” (uit hun derde en laatste cd ‘Rising Sun, Setting Sun’) – in de Afrekening van Studio Brussel (omhoog) te stemmen. Na een halfuur trokken we naar Daytona in de hoop op meer variatie. Een goeie zet, zo bleek (zie hoger).

Adyssa mocht Daytona opvolgen. Over de winnaar van de Novarockrally van de vorige editie  schreven we een jaar geleden dit: ‘Een boeket van episch-symfonische rock, een vleugje Coldplay erin, maar in elk geval krachtig en met een zanger vol overgave. Présence en grappig. Een terechte winnaar, al was het close’.
Veel is er niet veranderd bij Adyssa. Niet hun werk (al brachten ze intussen hun eerste single «State of Flux» uit), maar gelukkig ook niet hun gedrevenheid op het podium. Al was het choreografietje halverwege een beetje erover, de sfeer zat er wel in. Mede door de luide bende groupies die alles op commando meezongen. Het werkte dus wel, maar bij momenten hadden we toch het gevoel dat het in een jaar tijd ‘net niet (beter)’ was geworden.

Intussen was De Jeugd van Tegenwoordig al vlotjes aan het lullen en het jonge publiek jumpte aardig op en neer. Gesmaakt feestje van het Nederlandse viertal, al ging de decibelmeter constant vet in het rood. Met een piek van 112. Zelfs de walls of sound van Drums are for parades en Steak nr 8 hielden het (gelukkig) beschaafder.

Maar voor het Gentse Drums are for Parades keken we uit naar de komst van ‘Buzze’ aka Serge Buyse van 't Hof Van Commerce, op de 'Discoveryzone' onder de noemer Buyse en met z'n verse debuutplaat 'Buyse' onder de arm. Het album in een productie van ...Flip Kowlier is wellicht een opwarmertje voor de nieuwe ’t Hof-plaat die in het najaar verschijnt. In deze bezetting met DJ Black Frank achter de decks en Riemeloare (ex-Nihilisten) als partners in crime kregen we meer de old skool hiphop te horen, al ontdekten we bijwijlen ook een light versie van het bovenvermeld Izegems trio. Dit was slechts het tweede optreden van de band en dat was te merken aan enkele schoonheidsfoutjes – de try-out in Ardooie de dag ervoor ten spijt - maar dit kon de pret niet drukken.
Met af en toe hilarische rhymes en een gedreven inzet kon het toegestroomde publiek dit zeker appreciëren en tracks zoals “ De busn van Borneo” en nieuwe single 'Oerepoeper' bleken absolute voltreffers.

Stevig en ruig
Inmiddels waren The Van Jets in de Main Hall hun set op gang getrokken. Strak in het pak en met een gedreven Johannes Verschaeve als orkestmeester is dit viertal de jongste jaren als een komeet naar de hoogte van de vaderlandse pop/rockscene geschoten.
Met keer op keer schitterende albums en een ijzersterke livereputatie palmden ze op hun kenmerkend manier moeiteloos de zaal in. De Jets - momenteel weer druk aan het werk aan nieuwe nummers - spelen slechts een handvol optredens dit jaar en deze doortocht mocht alvast gezien worden. Het werd een 'Greatest Hits' set met o.a. “The Future”, “What's going on”, “Down below “ en “Our love = strong” die luidkeels meegezongen werden, zelfs met een eigenzinnige versie van Bowies «Fashion».

Het Gentse Drums Are For Parades maakte de laatste maanden brokken met hun debuut 'Master'. Live maakten ze deel uit van de ‘Soulwasmass Tour’ en stonden ze vorige week nog in het voorprogramma van Slayer en Megadeth in Vorst.
Met hun vuile mix van noise/metal/punk en stonerrock grepen de baardmannen ook nu iedereen direct bij de keel en creëerden ze een geluidsmuur die niet meer zou geëvenaard worden die avond. We kregen een zeer explosieve en vette set onder leiding van de broers Reygaert met duivelse vertolkingen van “The Law”, “Another kind of bad” en “The Beast”. Menig circle- en moshpits ontstond en in een hels tempo werd hun debuut-cd door de speakers geblazen. Zonder veel tierlantijntjes maakten ze hun livereputatie waar en deelden ze een uppercut uit die nog lang bleef nazinderen. Met veel tegenlicht in de zaal, waar een pak pogo’ers op risico van eigen lijf en leden zelfs probeerden te crowdsurfen. «Nog geen bloed?», klonk het van op het podium, «dan doen we er nog wat bij». ‘Battle Music’ van het zuiverste soort.

Het pad was geëffend voor de jongste Humo’s Rockrally-winnaars ooit: Steak Number Eight, die even later dezelfde bühne bestegen. Hun debuut-cd verscheen een maand geleden en werd opgenomen in de States onder leiding van Matt Bayles (Isis, Pearl Jam).
De vier jonkies hadden wel zin in deze thuismatch en na een onheilspellende intro trokken ze direct hard van leer. Opener “Dickhead” zette de toon voor een uurtje sludge/doom/postrock met enerzijds beukende, loodzware riffs in combinatie met sfeervolle, meeslepende melodieuze stukken.
Ook “Pyromaniac” en “Stargazing” waren rauwe, logge meesterwerkjes waarin frontman Vanneste meermaals met z'n oerschreeuw uitpakte en waarin flarden Amen Ra en Mastodon nooit ver weg waren. De wervelstorm was niet te stoppen en kreeg een absoluut hoogtepunt met “The sea is dying”. Klasse!

Moe maar voldaan
Tussen de twee heavy’s in de Discovery Zone door had Arid een aardig volgelopen Main Hall voor de voeten. Jasper Steverlinck duwde direct enkele hits in de kelen van de toehoorders, te beginnen met “Broken Dancer”. Hij had er duidelijk zin in en maakte een meezingstonde van “Too late”. Het werd een pretentieloos concert dat menigeen plezierde.

Tom Van Laere en de zijnen werden als headliner uitgespeeld op de mainstage. Admiral Freebee - voor het eerst op Novarock - legde de nadruk op z'n laatste album ‘The honey and the knife’ waaruit o.a. “Look at what love has done” en “My hippie ain't hip” vertolkt werden.
Flip Kowlier tokkelde terug als een gek op z'n bas en de band zette met veel variatie een warme, emotievolle en bijwijlen stevig rockende performance neer. Een dik uur werd nieuw werk afgewisseld met krakers “Einstein Brain”, “Oh darkness” en “Lucky one”.
Lucky ones, dat waren de aanwezigen want die zagen een zeer strakke en geoliede machine met de immer geschifte Van Laere als uitmuntend entertainer.


Sound of Stereo en Mumbai Science sloten af in de Main Hall, terwijl streekman Wim Opbrouck als DJ met Jim Tonic ook een pak volk naar de Discovery Zone lokte. Het feest duurde - ondanks de invoering van het zomeruur – nog ettelijke uurtjes.

Het rookverbod – dat al bij al behoorlijk werd opgevolgd - mede dankzij attentvolle stewards – moest er wel steeds vaker aan geloven. Novarock liep moe maar voldaan naar zijn einde en dat moet de organisatoren een goed gevoel gegeven hebben. Eerder die avond hadden ze al negatieve geruchten in de pers omtrent de toekomst de kop in geslagen door meteen de volgende editie aan te kondigen op 17 maart 2012 !
We’ll be there ! Met identiteitskaart, want die had je nodig om binnen te geraken. Een initiatief om amokmakers buiten te houden. En ook dat was een succes.

Neem gerust een kijkje naar de pics onder de rubriek ‘festivals’

Organisatie: Novarock, Kortrijk

Trans-Siberian Orchestra

Trans-Siberian Orchestra: Amerikaanse rockoperasensatie TSO voor het eerst in België

Geschreven door

Trans-Siberian Orchestra of kortweg TSO is een formatie die al vele jaren in thuisland Amerika hoge toppen scheert. Oprichter Paul O’Neill, die we kennen als manager van o.a. Savatage, had nooit durven hopen op een platenverkoop van meer dan 7 miljoen exemplaren. Bovendien zijn de legendarische TSO kerstshows in de V.S. een begrip geworden.
Mede dankzij Greenhouse Talent stond deze Amerikaanse rockoperasensatie voor het eerst op de Belgische planken. Geprogrammeerd tussen de musicals ‘Oliver’ & ‘Spamalot’ konden de schouwburgabonnees zich vergapen aan TSO’s ‘Beethoven Last Night’. Voor de talrijk opgekomen die-hard metalfreaks was het in eerste instantie wat wennen aan de luxueuze omgeving. Nochtans bleken de zeer comfortabele rode zitjes van de Antwerpse Stadsshouwburg ideaal om dit spektakel van dichtbij mee te maken.

Het meesterwerk ‘Beethoven’s Last Night’ uit 2000 werd integraal (op enkele songs na) live gebracht, aangevuld met een vijftal songs uit het recentste TSO album ‘Night Castle’ uit 2009.
Savatage boegbeeld Jon Oliva kon er om persoonlijke redenen niet bij zijn maar verder vormde de volledige Savatage line-up het kloppende hart van TSO met Jeff Plate op drums, John Lee Middleton op bas en Chris Caffery en Al Pitrelli op gitaar. Deze laatste mocht ook als bandleider fungeren. Tel daarbij nog een volledige strijkerssessie, twee keyboardspelers en een ganse reeks zangers en zangeressen en je begrijpt dat het podium aardig vol stond.
Reeds vanaf de openings “Overture”, was het duidelijk dat dit een onvergetelijke avond zou worden. In het prachtige Middeleeuwse decor werd het waanzinnige verhaal verteld van Beethoven’s laatste nacht. Dit mag je gerust ook letterlijk nemen wat naast het muzikale werk nam Bryan Hicks, als verteller, een groot deel van de avond voor zijn rekening. Aanvankelijk kwam dit erg luisterrijk over maar wat verder in de show werden de vertellingen wat minder boeiend en haalden ze de vaart uit de show. Maar het hielp natuurlijk wel om door het hele verhaal te komen en dat was best wel een stevige noot om te kraken! Het spektakel sloeg echter in als een bom. De mix tussen klassiek en rock was geniaal en benaderde de perfectie. Zelden heb ik zo’n perfect geluid gehoord. Angstaanjagend helder maar met een bijna nooit gehoorde gelaagdheid en bombast. De sterke muzikale uitvoeringen werden kracht bijgezet door een indrukwekkende laser en lichtshow (inclusief pyro en HD visuals). We kwamen werkelijk oren en ogen te kort!
Hoogtepunten waren er in overvloed. Vooral de instrumentale klassieke duels tussen gitaar en viool waarbij ‘Andre Rieu on speed’ Roddy Chong zich in de kijker speelde waren meesterlijk. Vocaal waren Jeff Scott Soto (vervanger voor Jon Oliva) als de duivel Mephistopheles en vooral ‘Broadway Musical performer’ Rob Evan als Beethoven het sterkst in hun rol.
Na meer dan twee uur viel het doek over de Beethoven rockopera en kwam er een al even overweldigende bisronde met enkele tracks uit ‘Night Castle’ en enkele twee minder bekende Savatage songs. Vooral het akoestische “Sleep”, gezongen door J.S. Soto bleek een verademing na een avond vol bombast, theatraliteit en dramatiek.

TSO liet metal en klassiek perfect samensmelten. Het begrip rockopera kreeg een nieuwe dimensie in deze perfect georkestreerde Amerikaanse show.
Laten we hopen dat bandleider Al Pitrelli woord zal houden want dan krijgen we eind dit jaar misschien een van TSO’s legendarische kerstshows te zien.

Setlist: (Child of the Night) *Overture *Midnight *Fate *What Good This Deafness *Mephistopheles *What Is Eternal *Mozart and Memories *Vienna *Mozart / Figaro *The Dreams of Candlelight *Requiem (The Fifth) *The Dark *Für Elise *After the Fall *A Last Illusion *This Is Who You Are *Beethoven *Misery *Who Is This Child *A Final Dream

*Toccata - Carpimus Noctem *The Mountain *Sleep (Savatage cover) *Carmina Burana *Another Way You Can Die *Chance

Video Live Reports: (Videoplaylist TSO @ Antwerpen 2011: (Part 1 - Part 4)
http://www.youtube.com/view_play_list?p=F81B4970D84ADBC2
Photo Slide Show: http://www.slide.com/r/JKn4UY9S3T-auvQNScwO4TWZXTeWneil?previous_view=lt_embedded_url

Organisatie: Greenhouse Talent

Charles Aznavour

Charles Aznavour – Trip to memory lane

Geschreven door

Het moet wellicht van Adamo geleden zijn dat ik nog zoveel wandelstokken en permanents rond mij heb gezien, zaterdagavond in een afgeladen Vorst Nationaal. Toegegeven, de ticketprijzen waren aan de hoge kant maar een kenner, welke leeftijd dan ook!,  kijkt op geen frank als het op Aznavour aankomt.
De Parijse klassebak met Armeense roots - die dit jaar de gezegende leeftijd van 87 jaar bereikt – staat al, sinds hij in de jaren ’40 van vorige eeuw door ene Edith Piaf van straat werd geplukt, quasi onafgebroken op de planken. Aznavour kan gerekend worden tot de groten der aarde: hij werkte samen met Frank Sinatra en Bob Dylan, nam staande ovaties in ontvangst van New York tot in Sao Paolo, van Moskou tot in Japan, verdiende zijn strepen als acteur en regisseur, is Buitengewoon Ambassadeur van Armenië voor Zwitserland en werd in 1998 door CNN uitgeroepen als entertainer of the century… Niet mis dus voor een immigrant van amper 1m60. Dit decennium bracht Aznavour nog 6 albums uit, het laatste ‘Charles Aznavour and the Clayton Hamilton Jazz Orchestra’ dateert van 2009.

Dat het concert een trip to memory lane zou worden was geen verrassing: Aznavour werkt sinds 2007 zijn afscheidstournee getiteld ‘Charles Aznavour en toute intimité’ af. Brussel, waar hij, zoals hij zaterdag verkondigde, in zijn jonge jaren veel phrases aan te danken heeft, mocht natuurlijk niet ontbreken.
Een eenvoudige setting met een minimalistisch orkest en twee achtergrondzangeressen was het kader waarin de crooner, af en toe zittend op een barkruk, een goede twee uren het beste van zichzelf gaf. Opmerkelijk: qua stembereik en stemvastheid heeft Aznavour nog niets van zijn elan verloren! Hij trapt de avond af met Les Emigrants en de klassieker Paris au mois d’août, l’Ortographe (Je t’aime A.I.M.E.) en het bloedmooie C’est triste Venise. Aznavour wisselt up-tempo nummers zoals Mon ami, mon Judas af met diepgewrongen liefdesbalades zoals Mourir d’aimer en humoristische tussenpozen zoals de dansdemonstratie met zichzelf op de tonen van The old-fashioned way. Met zijn  dochter Katia bracht hij het mooie Je voyage én ook een nieuw nummer Tu ne m’aimes plus, wat zijn status als ultieme minnezanger definitief in zijn voordeel beslecht.
Kenmerkend voor Aznavour zijn de melancholische teksten, vaak met een nostalgisch trekje, vb. in “Hier Encore”: hier encore, j’avais vingt ans, mais j’ai perdu mon temps, à faire des folies, qui ne me laisse au fond, rient de vraiment précis, que quelques rides au front, et la peur de l’ennui.
Naast een aantal chansons in het Italiaanse, bracht Aznavour ook  het oogstrelende She, een nummer dat in 1974 op één binnenkwam in het Verenigd Koninkrijk en nog niet zo heel lang geleden gecovered werd door Elvis Costello voor de film ‘Notting Hill’.
Absoluut hoogtepunt, naar mijn mening, was het subliem gebracht Non, je n’ai rien oublié, over een ontmoeting met een oude liefde die na jaren opnieuw je pad kruist. Hier was Aznavour op zijn best, als verhalenverteller, met een perfect getimede piano en dwarsfluit die het verhaal in muziek vertaalden.

Conclusie: het was een prachtige reis door de tijd met doorwinterde muzikanten als compagnons de routes en dus zeker niet te missen nu het nog kan! Charles Aznavour tourt in 2011 nog intensief door Frankrijk.

Setlist (er zijn er een paar die ik niet herkende

Les Emigrants, Paris au mois d’aôut, Je t’aime A.I.M.E., C’est triste Venise, (Italiaans), Mourir d’aimer, Je voyage (en duo avec Katia Aznavour), Mon ami, mon judas, L’Amour c’est comme un jour, (Italiaans), Tu ne m’aimes plus, (la guerre???), Il faut savoir, Mes Emmerdes, She, Non, je n’ai rien oublié, Désormais, Ave Maria, The old-fashioned way, Hier encore, Les deux guitares, La Bohème, Emmenez-moi, Les Bons Moments

Organisatie: C-Live


Jools Holland & His Rhythm And Blues Orchestra

Jools Rules!

Geschreven door

Na zijn overigens sublieme passage enkele jaren geleden in de Handelsbeurs in Gent verwachtte ik veel van onze Jools. Hij heeft alle verwachtingen overtroffen.

We kregen als voorgerechtje ene Sarrah Perri voorgeschoteld. Deze Vlaamse Italiaanse had voor de gelegenheid haar zeskoppig bandje niet meegebracht, maar wel haar zus als tweede stem en een gitarist Jan die zichzelf her en der ‘loopte’. Sarrah heeft een heel mooie stem (denk aan een betere Dani Klein versie), zingt ook in die richting. Het geheel heeft echter een ‘arty farty’ sfeertje en zou niet misstaan in een of andere jazzkroeg, bevolkt door een Knacklezend pseudo-intellectueel publiekje. In Brugge mocht ze slecht enkele beleefdheidsapplausjes ontvangen.

Stipt op tijd werd door de puike organisatie het grote feest aangekondigd.  Jools Holland and his rhythm and blues orchestra hebben maar een boodschap: Muziek is feest. Punt. Jools had naast enkele gastzangeressen een slordige negentien muzikanten mee van alle rassen, leeftijden en kledingstijlen. Wat op het eerste zicht overkomt als een bont allegaartje, blijkt dan wel een stel stuk voor stuk professionele muzikanten te zijn: 12 blazers, 2 toetsenisten (Jools incluis), 1 drum (Gilson Lavis), 1 bassist, 1 gitarist en 2 besjes van zangeresjes.

Het hoeft geen betoog dat deze band er meteen invloog met een heerlijke boogie woogie en het overigens zeer verscheiden publiek meteen volgde en na enkele nummers uiteraard niet meer kon stilzitten. Wat kan die Jools spelen, man! ‘Eat your heart out Jerry en co’. En wat zo heerlijk is: het warm water wordt niet heruitgevonden en speelplezier troef. In die mate dat Jools blijkbaar niets verkeerd kan doen en dat zelfs zijn scheten worden onthaald op applaus.
Met het derde nummer, Muddy Waters’ “Mojo”, kwam de eerste gastzangeres Rosin May ons kippenvel bezorgen met een bloedstollende versie. Vervolgens alweer een portie van wat Jools voor de gelegenheid “Bruges Woogie” noemde, waarbij iedereen eens mocht tonen hoe goed ze wel konden spelen. Resultaat: Het publiek begint zowat aan het plafond te hangen.
Jools schuift zich dan achter zijn Fender Rhodes en laat ons met onvervalste jaren vijftig blues met tweede gastzangeres Louise Marchal gedurende een drie tal nummers de nekharen rijzen. Dan trakteert de waanzinnige drummer Lavis (Squeeze) ons zo maar even op een drumsolo zoals het hoort: perfect, niet te veel en retestrak. De prettig gestoorde schuiftrompettist Rico Rodrigues maakt van “What A Wonderfull World” een loepzuivere reggae.
Onze Jules kan ook een aardig handje weg met de gitaar en zorgt ervoor dat blijven zitten (toch jammer dat er stoelen stonden) onmogelijk blijkt. Tijd dan maar voor de ultieme gast. Een brok (ook letterlijk) Boogie Woogie Queen: Ruby Turner. Deze rondborstige uiteraard zwarte lady heeft meer soul, blues en boogie woogie in haar kleine teen dan haar naamgenote Tina. CC rider “Cry me a river en een handvol andere klassiekers passeren door deze misthoorn.

En zo gaat het feest lekker stomend door tot de obligate climax in de bisronde. Is er dan geen enkele kritische noot? Neen. Ze spelen inderdaad reeds geschreven nummers, soms eigen nummers, we horen her en der van die clichés – je weet wel: “Do you feel ok?’, ‘oh my soul!” – en de obligate solo’s waarbij iedereen eens zijn ding mag doen,  bijster origineel zijn ze niet, maar alles gebeurt met zo’n enthousiasme en ongeforceerd speelplezier. Ze voelen zich geen gram beter dan hun publiek, en dat is het hem nu net wat zo aanstekelijk werkt. Vijf sterren dus.

Cultuurcentrum Brugge, Brugge


White Lies

White Lies - Indrukwekkend - Groots

Geschreven door

White Lies-frontman Harry McVeigh was in de bovenste wolken toen hij zag hoe ook Brussel voor de voeten viel van dit nieuw neopostpunk-wonder. Onze hoofdstad was namelijk de plek waar alles begon, de plaats waar destijds hun debuut werd ingeblikt maar gisteren betekende dat ook daar te zijn waar de toer zou eindigen. En zo was het voor Crocodiles meteen in de AB de laatste keer dat zij als voorprogramma van White Lies mochten dienen.

Crocodiles - In undergroundkringen is de band uit Californië al tamelijk bekend omdat ze één van de vele groepen waren die het shoegazegenre nieuw leven inbliezen en dit het liefst, net als landgenoten A Place To Bury Strangers, met de nodige portie noise. Hun laatste cd ‘Sleep Forever’ bracht echter een nieuw geluid teweeg want ze gingen minder en minder als Ride klinken maar wel meer en meer als een psychedelische versie van MC5.
En dat merkte je ook, ook al mocht de groep slechts zo’n zeven nummers brengen bezaten ze wel allemaal een hoog rock ’n rollgehalte waarbij het bijhorende orgeltje ons deed denken aan dingen die Sonic Boom destijds met zijn Spacemen 3 deed. Dertig minuten speeltijd blijft kort om een groep op zijn volle waarde te schatten maar het smaakte in ieder geval naar meer.

En hoeveel meer kunnen die kerels van White Lies eigenlijk nog? Leken ze twee jaar geleden nog wanhopig op zoek naar de succesformule die Editors en Interpol reeds lang gevonden hadden, dan prijkt nu hun tweede album ‘Rituals’ overal bovenaan de hitparadelijsten waarbij hitsingle “Bigger than us” niet meer weg te branden van is van TMF. ‘Rituals’ is jammer genoeg ook een album die met gemengde gevoelens onthaald werd want hoe klasse vol de songs ook mogen zijn, blijft het een album die gebukt gaat onder een makke productie.

Wie daar gisteren schrik van had, kon echter met een blij gemoed de zaal verlaten want White Lies klonken vanavond als een band met ballen aan hun lijf en waar de zelfzekerheid (zonder enige vorm van arrogantie) van afdroop.
Meteen bij opener “A place to hide” wisten we dat het snor zat want Harry McVeigh is misschien niet de grootste als het op gestalte aankomt, diens stem is dat wel. Meteen daarna werd “Holy Ghost” gespeeld en eigenlijk meteen het startschot van een set die grotendeels uit de tweede cd bleek te bestaan, ook al ontplofte de zaal bij “Farewell to the fairground” die van hun debuut de gedroomde bestseller makte.
Uit het nieuwe album kregen we ook heel wat  indrukwekkende versies te horen waarbij plots “Strangers” door de 80’s-synths niet zo ver afstond van Duran Duran, ook al werd het als een punksingle aangekondigd. De synthetische geluidjes hoorde je ook in “The power and the glory” of in de majestueuze albumopener die “Bad love” is.
Visueel is White Lies niet bepaald de opwindendste band die er rondloopt maar ze weten dit door een geluidsmuur mooi te camoufleren waarbij zowel gretig gebruik wordt gemaakt van de new wave en de new romance-invloeden van vergane gloriën.
Het lijkt misschien goedkoop maar het publiek onthaalde hun gisteren als helden en van ons mogen ze gerust plaats nemen op de hoogste troon van de neopostpunkbeweging. Nu alleen maar hopen dat ze begrepen hebben dat voor hun derde album dat het af en toe gepermitteerd  is om de producer een schop onder zijn kont te verkopen.

Organisatie: Live Nation

The Bony King Of Nowhere

Eleonore

Geschreven door

Van de vorige cd ‘Alas my love’, debuut van The Bony King Of Nowhere, schreven we nog het volgende: ‘broeierig spannende groeisongs, waarbij de groepsnaam z’n ‘King’ waardig draagt; hij plaatst zich geruisloos tussen een Bonnie ‘Prince’ Billy, Iron & Wine, Bon Iver, Low en Cowboy Junkies’.
Die opvolger ‘Eleonore’ plaatst de sing/songwriter/arrangeur Bram Vanparys nog meer in de schijnwerpers En terecht, want de plaat bevat negen fraai indringende nummers, gedragen door het melancholische stemgeluid van Bram.
Inderdaad, klaaglijke keelklanken over de prachtig gearrangeerde, overtuigende songs en bepaald door het akoestisch gitaarspel en de sfeervolle omlijsting van toetsen en synths en een ingehouden, beperkt maar treffend instrumentarium en soundscapes. “Sleeping Miners”, “The garden” en de titelsong zijn klassesongs, maar ook het vollere geluid op “Hear them calling” en “The poet” intrigeren en zorgen voor diepgang en variatie. Eindigen doet onze ‘King’ in alle intimiteit met “Some are fearful” en “Mother”.
Wat doet besluiten dat hier een groots talent bezig is, die een grootse toekomst verdient … 

Crystal Fighters

Star of love

Geschreven door

Het Londense vijftal Crystal Fighters steekt z’n roots en z’n voorliefde van de Baskische cultuur niet onder stoelen of banken. Simpel, er zitten twee Engelsen, een Amerikaan en twee (wulpse) Spaanse vrouwen in de band.
Hun aanstekelijke, frisse electropop en dance krijgt elan door traditionele Baskische instrumenten als de txalaparta (een soort xylofoon met dikke balken waar je met korte dikke stokken op slaat) en de txistu (een fluit met drie gaten).
Een multicultureel geluid door bezwerende, broeierige en opzwepende tribal ritmes/- drums en warme zangpartijen.
Op het debuut horen we prima songs. Meteen treken ze de aandacht met “Solar system” en “Xtatic truth”. “I do this everyday”, “I love London” en “Follow”  kunnen regelrecht op de dansvloer. “In the summer” en “With you” durven te raken aan een melodieuze Crystal Castles of een doordeweekse Vive La Fête; ook de bezwerende dromerige pop als “Champion sound”, “Plage” en “At home” zijn de moeite. Af en toe laten ze een steek vallen zoals “Swallow” die overal en nergens heen gaat.
Crystal Fighters neemt de diverse invloedssferen zeker mee en verder kijken Fischerspooner, Hot Chip, MIA en Buraka Som Sistema om de hoek.
Kijk, overal waar ergens ‘Crystal’ in de groepsnaam voorkomt, neigt naar geslaagd en overtuigend!

Murder

Gospel of Man

Geschreven door

Integere, broeierige en gemoedelijke kamermuziek horen we van het Deense duo Murder van Jacob Bellens en Anders Mathiasen. Zij putten voor hun ‘murder ballads’ op de nieuwe plaat ‘Gospel of Man’ uit de rijke americanatraditie.
Semi-akoestisch materiaal, vernuftig in elkaar gestoken songs met een sterke melodie en een folky ondertoon, gedragen door indringende vocals, die neigen naar de sound van Midlake; ze voegen er graag geluidjes van piano, cello, flute en orkestraties aan toe, die het geheel uiterst mooi en fleurig maken.
We horen een handvol pareltjes als “Providence”, “Milk & honey”, “No room for mistakes” en “Picker of cotton”; ietwat forser klinkt “Excelsior”.
‘Gospel of Man’ is een uiterst genietbare plaat, die voldoende variaties in het genre tracht te bieden, het duo uit de onvergetelheid moet brengen en de Scandinavische folk americana een grotere, bijzondere rol moet toebedelen, ondanks de beladen groepsnaam.

Road to Consciousness

Road To Consciousness

Geschreven door

Opera met metal gaan mengen is niks nieuws, in het verleden hadden  platen van bands als After Forever en Therion bewezen dat deze combinatie helemaal niet zo gek was alsof ze op het eerste zicht leek.
Dit project is echter iets geheel anders waarbij men een gehele waslijst van muzikanten over verschillende landen samenbracht en waar zelfs mensen zitten die eerder hun verdiensten bij bands als Epica hebben gemaakt.
Bovendien is dit meer dan zomaar een concept en wil men Road To Consciousness ook op scène gaan brengen waarbij we meteen hopen dat deze band een voller kwalitatief geluid krijgt, die ze op basis van de geleverde composities best verdienen.
‘Road to consciousness’ is een eigenzinnige plaat geworden die op wat clichématige teksten en een paar schoonheidsfoutjes na, beslist de liefhebbers van het genre zal weten aan te spreken.

www.myspace.com/roadtoconsciousness

New York Dolls

Dancing backwards in high heels

Geschreven door

Voor old school NYD fans is deze ‘Dancing backward in high heels’ wel even slikken, en dit omdat The Dolls (of wat er van over blijft, met enkel nog Sylvain Sylvain en David Johansen als originele leden in de rangen) nu helemaal zijn afgestapt van het oorspronkelijke geluid. Enkel de fijne hoes roept nog herinneringen op aan het woelige verleden.
Het zat er al aan te komen met de vorige plaat ‘Cause I sez so’ waarop ze ook al gretig dweepten met sixties en doowop geluiden. Toch waren er op die plaat nog duidelijke raakpunten met de oorspronkelijke proto punk van begin jaren zeventig. Die zijn nu helemaal verdwenen.
Eén en ander kan ook te maken hebben met het vertrek van Steve Conte, een gitarist die steeds trachtte om de geest van Johnny Thunders bij The Dolls in leven te houden.
Met de exit van Conte zijn de gitaren naar de achtergrond geschoven ten gunste van een opzwepende sax en een zinderend orgeltje, wat resulteert in een handvol aanstekelijke songs waarmee we ons in het hartje van de sixties wanen. Dingen als “Round & round” en “I sold my heart to the junkman” konden volgens ons meer dan veertig dertig jaar geleden makkelijk in de hitparade belanden ergens tussen Smokey Robinson, The Beach Boys en The Supremes.
Het fungehalte is alweer belangrijker geworden en de stempel van David Johansen is nog nadrukkelijker aanwezig.
‘Dancing backwards in high heels’ ligt dichter bij diens alter ego Buster Poindexter dan bij de originele Dolls. Johansen, wiens zangcapaciteiten onaangetast blijven, herneemt hier trouwens “Funky but chic” uit zijn eigen solo carrière, zij het daarom niet echt beter.
De plaat is onmiskenbaar meer soul dan rock, laat staan punkrock. We kunnen de Dolls dus niet verwijten dat ze krampachtig blijven vasthouden aan de sound die ze zelf gecreëerd hebben begin jaren zeventig. Misschien is dit ook wel verstandig, want wat ze toen voor mekaar gekregen hebben zouden ze op vandaag toch niet meer kunnen evenaren. Eigenlijk grijpen ze nu zelfs terug naar dezelfde prille sixties invloeden en voorbeelden, er komen alleen heel andere dingen uit.
‘Dancing backwards in high heels’ is dus een gedurfde onderneming waarmee The Dolls hoegenaamd niet op hun bek gaan, maar wij zullen als fan van het eerste uur toch eerder teruggrijpen naar onze exemplaren van ‘ New York Dolls’ (1973) en ‘Too much too soon’ (1974).
Dit hier is gewoon een andere groep.

White Wires

WWII

Geschreven door

Als u vindt dat The Thermals een pak van hun pluimen verloren zijn en veel te braaf zijn geworden, dan moet u beslist eens dit plaatje proberen.
De simpele maar zeer doeltreffende rechttoe rechtaan rock van White Wires is volledig bereid volgens het ongeschreven recept van de eerste twee Thermals platen. Garage rock met een flinke scheut punk, een rauw geluid zonder veel franjes, een lo-fi productie, gure riffs en korte sprankelende catchy songs voorzien van de nodige dosis vuur en woede. Het plaatje duurt amper 27 minuutjes en bevat 12 killers van songs die met zijn allen richting onderbuik razen. Hoe heerlijk simpel rockmuziek kan zijn.

Weekend

Sports

Geschreven door

Geen idee waarom het genre nu terug zo hot is en waar al die nieuwe shoegaze bandjes blijven vandaan komen, maar deze Weekend nemen we er graag bij. Qua nieuwe bands in het genre komt Weekend dicht in de buurt van het zinderende A Place To Bury Strangers, en dat wil wat zeggen.
Nogal opmerkelijk, dit trio komt uit het zonnige San Francisco, maar zomerse deuntjes zijn niet echt aan hen besteed. Wij zouden eerder spontaan geneigd zijn hen in een donkere Britse steeg te situeren, ergens waar My Bloody Valentine en Joy Division door de speakers loeien. De noise gitaren snijden en scheuren, de zang komt half van achter de coulissen en de pompende ritmesectie zorgt voor een gure geluidsmuur.
Het onheilsspellende geluid van “Landscape” lijkt zelfs rechtstreeks vanuit een onrustwekkende kelder te komen. “Coma summer” en “Age class” klinken als de Velvet Underground na een elektrocutie, “Youth Haunts” is een wilde jacht op het vel van Sonic Youth en “End times” is Joy Division die het met Husker Dü aan de stokken krijgt.
Er worden dus geen nieuw paden betreden bij Weekend maar ze maken het soort lawaai waar wij van houden.

Rob Skane

Phantom Power Trip

Geschreven door

Scott Kempner, de man die ooit aan het roer stond van de Amerikaanse rocklegende The Del-Lords noemde deze Rob Skane rock'n’roll zoals God het geschapen had.
Weliswaar grootse woorden, maar zoiets is nu eenmaal te verwachten bij een man die zijn inspiratie zocht bij Paul McCartney, The Replacements of Graham Parker.
Allemaal traditionele waarden maar het zijn allemaal één voor één iconen die weten hoe je een goed nummer uit de mouw moet schudden en dat is blijkbaar ook wat deze New Yorker van plan was te doen op diens cd ‘Phantom Power Trip’ die trouwens geheel in eigen beheer werd opgenomen.
Een cd die 11 nummers telt, allemaal volgens de gouden regel van de drie minuten en het soort rocksongs dat zonder kapsones is. Omwille van de eerlijkheid die hier van uitgaat is dit zonder twijfel een cd die vooral een ouder publiek moet aanspreken want Rob is niet het soort muzikant die droomt van stadions. Te oordelen naar deze cd is hij al best tevreden met een podium tussen de barkrukken. Cd zonder verassingen maar wel een degelijke rockplaat van de oude school.

Gang Of Four

Gang Of Four: wie betaalt krijgt waar voor zijn geld

Geschreven door

Wat typeert een invloedrijke band? Dat pers en publiek in de loop van de muziekgeschiedenis steevast met hetzelfde selecte kransje namen dwepen is natuurlijk mooi meegenomen, maar de referenties die er pas echt toe doen zijn toch wel deze van collega’s artiesten. Neem nu het geval van de Engelse postpunk legende Gang Of Four. De liner notes van hun heruitgegeven mijlpalen ‘Entertainment’ (’79) en ‘Solid Gold’ (‘81) liegen er alvast niet om: als we de lyrische getuigenissen van Flea, Michael Stipe, Michael Hutchence en Page Hamilton mogen geloven dan zou een planeet zonder Gang Of Four wellicht ook Red Hot Chili Peppers, R.E.M., INXS en Helmet op de missing species list hebben staan. Of wat te denken van LCD Soundsystem, The Rapture en Radio 4 die na een overdosis Gang Of Four New York terug omtoverden tot de hipste muziektent ter wereld?

De veteranen uit Leeds bleven er al die tijd stoïcijns kalm bij, tot in 2005 een verzamelaar met heropgenomen oudjes verscheen en de groep zich ook live liet opmerken in het betere nostalgie circuit. Zo kon het Vlaamse Gang Of Four fanlegioen reeds op Sinner’s Day ’09 en de Lokerse Feesten ’10 vaststellen dat hun helden geen schrik moeten hebben van het jonge grut dat notabene bij hen de mosterd haalde.
Maar nog waren de fans niet tevreden en klonk het verzoek om een echt nieuw album almaar luider, zo luid zelfs dat bepaalde fans er grof geld veil voor hadden. Het nagelnieuwe ‘Content’ album is dan ook in verschillende opzichten opzienbarend. Het consolideert niet enkel de terugkeer van één van de meest cruciale bands uit de eerste postpunk golf, maar is uniek in zijn soort omdat het voor een groot deel werd gefinancierd met fandonaties. Of de inhoud van ‘Content’ ook werkelijk de verpakking waard is gingen we afgelopen zaterdag zelf ondervinden in de Brusselse Botanique.


Alhoewel groepsleden van het eerste uur Jon King en Andy Gill de middelbare leeftijd reeds geruime tijd hebben bereikt bleek van meet af aan dat de heren niet bepaald naar de overvolle Orangerie waren afgezakt voor een gezondheidswandelingetje. De forse nieuwe single “You’ll Never Pay For The Farm” gevolgd door de dubbele uppercut “Not Great Men” en “Ether” uit het must-have debuut ‘Entertainment!’ konden wat dat betreft wel tellen als openingssalvo. King eiste van meet af aan de rol van angry old man op en spuwde zijn cryptische maatschappijkritiek uit in één van de vele microfoons langs de frontlinie van het podium. De hyperkinetische frontman liet er alvast geen twijfel over bestaan dat hij en de al even opgefokte gitarist Andy Gill anno 2011 nog steeds de creatieve spil en het kloppend hart van de groep vormen. Voor hun jonge ritmesectie Thomas McNeice (bas) en Mark Heany (drums) lijkt het nog wat wennen aan zoveel 50+ geweld, en eigenlijk mochten beide jonkies al blij zijn dat ze vlotjes bij de les konden blijven.
Het publiek moest toch wel wat naar adem happen na een ronduit verschroeiende start. Met de slepende funk van “Paralysed”, met Gill in de rol van spoken word artiest, en het nieuwe verdraaide reggaedeuntje “A Fruitfly In A Beehive” was de groep dan ook meer dan verdiend toe aan een relatieve rustpauze. Het bleek tevens de voorbode van één van de absolute hoogtepunten van de set. Ja, het moet wat geweest zijn toen in ’79 Gang Of Four een nummer als “Anthrax” op het nog prille postpunk publiek los liet. Ingeleid door een dissonante gitaareruptie en drijvend op het weinig verhullend chorus “Love Will Get You Like A Case Of Anthrax” vormt deze dreigende lap postpunk het epische sluitstuk van hun eerste album. Ruim drie decennia later slaagt Gill er wonderwel in om even geloofwaardig als toen dezelfde dreiging uit zijn gitaar te knijpen, al is schoppen wellicht een beter werkwoord om diens kunstjes op het podium te beschrijven. Alsof dat nog niet genoeg was haalde King op zijn beurt een vocoder boven voor “It Was Never Gonna Turn Out Too Good”, met voorsprong het meest experimentele nummer uit ‘Content’. Op dat nieuwe album staan nochthans een pak andere meer hapklare brokken, maar het typeert de eigenzinnigheid van de groep om nu en dan de vaart uit het optreden te halen zonder dat er ook maar iets aan live vibe verloren gaat. Trouwens, van tempo gesproken: de verslavende beat van het punkfunk anthem “To Hell With Poverty” kreeg tegen het einde van de set zelfs het gros van de aanwezige grijze/kale (schrappen wat niet past) vijftigers aan het swingen.

De postpunk veteranen bleken hun energie netjes te hebben gedoseerd en hadden nog wat lekkers opgespaard voor de twee encore rondes. Na een puntig “At Home He’s A Tourist” stal King opnieuw de show door tijdens “He’d Send In The Army” een zelf ineengeknutselde percussiebox te mishandelen totdat de splinters in het rond vlogen. In schril contrast hiermee stond het verplichte nummer “I Love A Man In A Uniform”, het enige Gang Of Four anthem dat in het collectieve geheugen is blijven hangen maar eigenlijk niet paste in een set die het in de eerste plaats van metalige gitaren, averechtse baslijnen en hakkende drums moest hebben. Maar ach, na een okselfrisse versie van afsluiter “Damaged Goods” waren we die kleine smet op een voor de rest voortreffelijk optreden al lang vergeten.

De vier heren namen beleefd afscheid van de Orangerie met een diepe buiging daar waar ze zelf eigenlijk een staande ovatie verdienden. Want laat er over één ding vooral geen twijfel bestaan: Gang Of Four slaagt er net als generatiegenoten Killing Joke nog steeds in om na dertig jaar het heilige vuur brandend te houden. En ja, ik weet het, het staat wat haaks op de politieke ideologie van de groep, maar de eerlijkheid gebied ons om hier zelfs een dankwoordje richten tot de kapitaalkrachtige fans…

Organisatie: Botanique, Brussel

Gang Of Four

Gang Of Four - Als een bende jonge wolven

Geschreven door

Met de voortreffelijke nieuwe plaat ‘Content’, die aardig in de buurt komt van het niveau van de klassiekers ‘Entertainment’ en ‘Solid Gold’, heeft het legendarische Gang Of Four alle redenen om zich terug op de podia te storten. Dankzij bands als The Rapture, !!!, LCD Soundsystem, Franz Ferdinand en Bloc Party is het oorspronkelijke Gang Of Four geluid terug ‘hot’ geworden en is het volledig terecht dat de groep terug op tournee gaat.

In de Botanique was het maar al te duidelijk dat het hier geen fossielen betreft en dat de band moeiteloos de spanning en intensiteit van hun beste werk in een puntige en zweterige live set weet om te zetten. Wij durven ons zelfs luidop afvragen of de hier voormelde volgelingen op een podium even sterk voor de dag zouden komen als deze huidige versie van Gang Of Four (de laatste keer dat we The Rapture aan het werk zagen voelden we niet half zoveel energie als vanavond, trouwens, waar zitten die gasten eigenlijk op vandaag ?).

Voor we hier met alle superlatieven voor de dag gaan komen, willen we u -muggenzifters als we zijn- eerst wijzen op de minpuntjes van de avond: Gang Of Four heeft een uiterst knappe en vitale nieuwe plaat uit met amper een paar uitschuivers. Toch hadden ze er voor gekozen om althans één van die uitschuivers, het experimentele niemendalletje “It was never gonna turn out too good”, in de set op te nemen. Ook het matige “A fruitly in the beehive” was om onbegrijpelijke redenen in de setlist verzeild geraakt. Een pak goeie songs van die plaat werd achterwege gelaten, een betere keuze was dus welkom geweest. En wat we een beetje gevreesd hadden, ze vonden het ook nodig om het blijkbaar onvermijdelijke maar voor ons overbodige “I love a man in a uniform” te spelen, een song die de ware Gang Of Four fans eigenlijk kunnen missen als kiespijn wegens niet relevant voor zo een schitterend groepje. Als dit voor u het enige Gang Of Four nummer is dat je kent, gelieve dan nu te stoppen met lezen en u met het schaamrood op de wangen terug te begeven naar uw Simple Minds collectie.
Tot zover het mierenneuken, voor de rest : Amai !! Wat een spetterend concertje.
Ze drukten op de startknop met de venijnige punkfunk kopstoot “You’ll never pay form the farm” uit ‘Content’ en begonnen dan met volle overgave aan een reeks weergaloze klassiekers als “Not great man”, “Ether”, “Paralysed” en “Anthrax”. Het ronduit schitterende “What we all want” sneed ons de adem af en van dan af ging het crescendo. De intensiteit die uitging van uppercut “To hell with poverty”, met voorsprong het hoogtepunt van de avond, was buitenaards. Tussen al die geweldige klassiekers door bleef het nieuwe “Do as I say” mooi overeind, de song kreeg de zelfde springerigheid en stootkracht mee van zijn grote broertjes. Kleppers als “At home he’s a tourist” en “Naturals not in it” zetten de eindspurt in om er tenslotte een definitieve lap op te geven met een genadeloos “Damaged goods”.
De twee oudgedienden zanger Jon King, nog steeds prettig gestoord, en vooral gitarist Andy Gil vormen de hoekstenen van het Gang Of Four geluid. Gil bleek gewoon een wervelende gitarist te zijn met een flitsende, scherpe en spitse eigen staccato stijl, wat ons betreft het handelsmerk van die fantastische Gang Of Four live sound. Als aanvulling kon de fenomenaal pompende bas van Thomas Mc Neice wel tellen. Zo was de totaalsound fel, opwindend en uitermate bruisend. De energie die uit dit viertal ontsproot was een stuk indrukwekkender dan hetgeen we soms bij veel jongere bandjes mogen aanschouwen.

Geen seconde moesten we denken dat hier eigenlijk een stel gezette vijftigers aan het werk waren, als een bende jonge wolven raasden ze doorheen hun ophitsende songs.
Het was ons een waar genoegen.

Setlist : You’ll never pay for the farm – Not great men – Ether – I parade myself – Paralysed – A fruitly in the beehive – Anthrax – I was never gonna turn out too good – What we all want – It’s her factory – Return the gift – We live as we dream, alone – To hell with poverty – Do as I say – At home he’s a tourist – He’d send in the army – I love a man in a uniform – Naturals not in it - Damaged goods

Organisatie: Botanique, Brussel

Mogwai

Mogwai – een instrumentaal gelaagd klanktapijt

Geschreven door

Mogwai – een instrumentaal gelaagd klanktapijt
Mogwai en RM Hubbert
Aéronef
Lille
2011-03-18
Johan Meurisse

Het Schotse Mogwai wakkerde het postrockvuur terug aan met de vorige cd ‘The hawk is howling’. Op de recente ‘Hardcore will never die, but you will’ (opnieuw een treffende cd titel!), houdt de band het bij een ingehouden spanningsboog en een broeierige intensiteit. Ze brengen een combinatie van een zacht, sfeervol en krachtig geluid, repetitief opbouwend, aanzwellend om net niet te exploderen. Een dromerig filmisch, zwevende aanpak door een gelaagd gitaargordijn en klankkleur via keys en percussie. Op die manier kwam het onlangs verschenen ‘Hardcore will never die …’ voorop; we kregen bijna de ganse plaat te horen in de ruim anderhalf uur durende set. Af en toe toonden ze projecties op het achterplan, gewoon fragmenten van dagdagelijkse gebeurtenissen, gebouwen, landschappen of van een fietser die op z’n tocht kijkt, observeert, geniet en … afziet.

Moeiteloos stortten de heren Mogwai zich in dit boeiend, magnifiek muzikaal avontuur, lieten ze zich meedrijven in die filmische melancholie, ingehouden emoties en sfeerschepping, waaronder een apocalyptische tendens schuilt. De recente “White noise” (een violist vervoegde de band bij deze openingssong), “Rano pano”, “I’m Jim Morrison, I’m dead”, “Death rays” en “San Pedro” zaten dan ook in het eerste luik. De band kon steeds rekenen op een warm onthaald en in een Schots dialect van “Cheers thank you” werden we op onze wenken bediend.
“Haunted by a freak”, - met vocoder vocals -, was de sfeervolle turn-over naar het tweede luik. Mogwai zette zijn tanden in meer tempowisselingen, een zacht – krachtige aanpak en explosies. Geconcentreerd gingen ze te werk in die opbouw en waren net als hun publiek gefocust op de weerkerende ritmes. Mooi. Oudjes als “New paths to the helicon” en “Mogwai fear Satan” konden in dit concept niet ontbreken. Ze werden net als nieuwe(re) songs “How to be a werewolf”, “Lionel Richie” en “George Square Thatcher death party” uitgekristalliseerd en  uitgesponnen. Ook het eerste echte vocal nummer “Mexican GP” ontbrak niet, en refereerde deels aan Bloc Party door de elektronicaritmes. Een beetje een andere muzikale look van Mogwai, die niet écht uit de boot viel.
In de bis behielden ze dit muzikaal uitgangspunt met “Like heroid” en “Batcat”, snedig, scherp en vitaal krachtig, die net als eerder gespeeld materiaal kon overstelpt worden van feedbackgeraas, noise, delays en pedaaleffects, elementen die net die apocalyptische destructieve ondertoon ademen.

Mogwai zorgde voor een boeiend geheel, gaf voldoende variaties aan hun postrockgeluid, putten rijkelijk uit het recente materiaal en lieten enkele oudjes niet onbedeeld. Een totaalconcept, de basis van hun huidig broeierig, uitgewerkt gitaarklanktapijt. ‘Mogwai likes you’ en ‘We like them’ ...See them at Cactusfestival, 10 july in Bruges …

Eerder hadden we een instrumentaal folky akoestisch intermezzo van RM Hubbert. Het publiek lustte wel van het intense, emotievolle gitaargetokkel en mans verhalen. Hier mag Festival Dranouter eens op de schouder getikt worden …

Organisatie: Aéronef, Lille

Woods

Woods – Muzikale rijdom

Geschreven door

Een mooi bewaard muzikaal geheim in de Amerikaanse lofi alternative americanafolk is Woods, uit Brooklyn NY , gecentraliseerd rond Jeremy Earl, die met Jarvis Tavernier sinds 2005 de kern vormt. Ze zijn al toe aan de vierde cd ‘At Echo Lake’ en waren onlangs te vinden op de compilatie ‘Welcome home diggin’’, met eerder niet uitgebrachte nummers.
In een DIY - attitude zijn ze geëvolueerd van lofi trash folk pop tot meer indie/ psychedelische rock; kwalitatief puike pareltjes van songs met een hoge stemmenpracht, vooral die falsetto stem van Earl.
Earl is ook nog beeldend kunstenaar, zorgt voor illustraties en van zijn hand verscheen nog het boek ‘Skull’, met daarin een selectie van zijn tekeningen.

Niet te onderschatten dus, dit bandje die een fris geluid bracht met semi-akoestisch materiaal, die door klanken en voices van home tapes en cassettes kleur krijgen. Op een mengpaneel zijn ze een klankbron, en het inspireert hen op het moment zelf. Ze worden in de nummers gemanipuleerd. Ook pedaaleffects en een vervormde, hoge stem in een oude koptelefoon als micro vormt een absolute, toegevoegde waarde.
Woods ademt de sfeer van Guided by Voices, Sebadoh, Fleet Foxes en Local Natives en biedt deels meezingpareltjes. Onderschatte huiskamerpracht waarbij de nummers mooi in elkaar vloeien. Een klein uur lang genoten we van die originele, dromerige aanpak van o.m een “Sufferin’ season” en “Time fading lines”; galm en echo’s vulden aan en er was ruimte voor hun instrumentatie en soundscapes.

In de kleine Maison des Musiques kwam de zelfingenomen band ideaal tot z’n recht. Een breder publiek kan bereikt worden.

Eerder al bracht Sylvester Anfang II een overweldigende, langgerekte, bezwerende trip van postrock, retropsychedelica en donkere folk; hier ook de nadruk op improvisatie. In het handvol nummers dat ze speelden, hoorden we repetitieve ritmes, drones, schemersoundscapes en aanzwellende gitaar - en synthpartijen; een transfusie van klanken. Instrumentale muziek met een grauw, zwart randje.

Organisatie: Vk*, Sint-Jans Molenbeek

Interpol

Interpol gaat terug back to basics in hun ‘80s waverock

Geschreven door

Met hun derde album ‘Our love to admire’ lonkte Interpol heel eventjes naar de stadions, maar met de sobere laatste plaat ‘Interpol’ zijn ze terug met beide voetjes op de grond beland. Het album heeft ook niet zoveel commotie losgeweekt en geeft maar mondjesmaat zijn pareltjes vrij (zoals “Lights” bvb, een song die alsmaar beter wordt). De Lotto Arena in Antwerpen was dan ook niet uitverkocht maar de trouwe fans mogen absoluut terugdenken aan een fraai optreden.

Net als op de laatste plaat is ook de live sound teruggebracht tot de essentie, ‘back to basics’ zeg maar. Bovendien heeft Interpol voor deze tour gekozen voor een niet zo voor de hand liggende setlist met minder bekende maar weliswaar knappe songs als “C’mere”, “The new”  en “Lenght of love”. Vooral “Not even jail” werd driftig en puntig geserveerd, een song die er op ‘Antics’ niet echt uitspringt maar die vanavond tot één van de hoogtepunten mocht worden gerekend.
Klassiekers als “Evil”, “Slowhands” en “The Heinrich Maneuver” werden dan weer in een hitsige en ietwat snellere versie gespeeld, de songs werden ontdaan van alle franjes en overtuigden in deze primitieve aanpak. Dat Interpol teruggrijpt naar hun eigen roots bleek ook uit de greep songs die uit de debuutplaat werd genomen, zo was “Say hello to the angels” jachtig en gedreven en klonk “Untitled” ronduit fantastisch.

Eén en ander laat ons concluderen dat Interpol -in tegenstelling tot verwante bands als White Lies en Editors die voorzichtig de weidse geluiden en het bombast opzoeken- vasthoudt aan een pure eighties sound zonder al te veel galm en echo’s (vergelijkingen met The Chameleons en The Sound gaan nog altijd op).
Wat ons betreft hebben zij hiermee de juiste keuze gemaakt en blijven zij onze absolute nummer één van het trio Interpol – Editors – White Lies.

Een aangename opener van de avond was Matthew Dear, een netjes in kostuum en haargel gestoken gentleman die ook al teruggrijpt naar een eighties sound, deze keer meer verwant aan Fad Gadget, Gary Numan en een ferme brok Bowie.
Zijn elektronische muziek werd aangenaam opgefleurd door een attent trompetje en de songs kregen een tamelijk ophitsende dansbare vibe mee. In een kleinere club zou dit echt wel een stomend concertje geweest, maar ook in de Lotto Arena bleef het geluid overeind, al zijn Interpol fans natuurlijk geen uitbundige fuifbeesten en bleef de sfeer dan ook beperkt tot wat voorzichtig heupwiegen.
Maar hetgeen wij hier vanavond hoorden was best wel interessant. Matthew Dear heeft serieus wat in zijn mars en wij voorspellen hem een mooie toekomst binnen de wereld van de elektronische muziek. Wij vinden dit trouwens veel beter klinken dan het overschatte gepingel van de sufgehypete James Blake.
Check even Matthew Dear’s puike laatste plaat ‘Black City’ en u zal begrijpen wat we bedoelen.

Organisatie: .Live Nation

Pagina 413 van 498