AB, Brussel programmatie + infootjes

AB, Brussel programmatie + infootjes Concerten 01-04-26 – Kofi Stone 01-04-26 – Klaas Delrue 50 01-04-26 - Nightlab 03-04 t-m 06-04-26 – BRDCST 2026 – jaarlijkse hoogmis voor muzikale avonturiers (curatoren: Keeley Forsyth, Ichiko Aoba, Stephen O’Malley)…

logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15418 Items)

Les Nuits Botanique 2011 - Congotronics vs. Rockers - Congotronics brengen de wereld mee

Geschreven door

Les Nuits Botanique 2011 - Congotronics vs. Rockers - Congotronics brengen de wereld mee

Officieel net niet meer, maar naar mijn gevoel toch zo’n beetje de openingsavond van Les Nuits Botanique met een wel heel interessant project rond Konono n1 en Kasai Allstars (samen dan Congotronics voor de voor geïnteresseerde leek gewenste duidelijkheid) die een hoop op het eerste gezicht niet per se gerelateerde artiesten opgetrommeld hadden voor deze eerste van een reeks concerten die straks ook nog Couleur Café mag opvrolijken en erna de hort opgaan voor een groot stuk van Europa tot in Japan toe.

Konono n1 is al een paar jaar een erg hippe naam en ze maken dat muzikaal ook waar met uitgesponnen percussieve en multi-instrumentale sessies waarin me vooral het aparte geluid van, naar wat ik vernomen heb, een vingerpiano heet, opgevallen was.
Vrij geweldige atonale ritmiek, zoiets, U moet het gewoon eens horen.
Hun platen waren in ieder geval voldoende opvallend om in de selectie van meesters als Gilles Peterson en François Kevorkian terecht te komen. De bedoeling vanavond was om met alle gasten een alternatieve benadering door een aantal eerder rock-georiënteerde bands of artiesten te bereiken. O.a. een stel gestoorde Belgen die manisch, door een wel erg laaiend vuur bezeten aan de slag gingen met daar niet per se voor uitgerust materiaal, de Argentijns Juana Molina die haar liedjes door veel meer geluid mocht laten begeleiden dan ze gewend is en dan misschien ook goed is voor haar, en dan nog een hoop gitaristen bij, waarschijnlijk Deerhoof en Wildbirds & Peacedrums.
Resultaat was een man of twintig op het podium met nog een aantal dansers die er af en toe tussen kwamen gesprongen. De beste Funkadelic-traditie dus.
De Congolezen hadden nog zoiets als traditionele kledij aan, wat bij mij het duistere vermoeden wekte dat een zekere vorm van ironie hier toegepast werd, maar er kan best wel een verhaal aan vastzitten.
De vent met het petje en het vreselijke ruitjeshemd vond ik eigenlijk leuker, behalve dan de oude vent die een poging tot sensualiteit uit zijn smalle heupen schudde die best wel geslaagd was te noemen, als het effect niet door het enigszins door ouderdom aangetast gezicht teniet was gedaan.
Aphex Twin-video’s kwamen spontaan in mijn gedachten. Een van de trommelende Belgen wist nog zijn ‘15 minutes of fame’ te bereiken om - als apart te catalogeren poging -  motorisch uiting te geven aan zijn diepste zelf. Lichte verbijstering en enthousiasme voor zoveel authenticiteit alom.
Het leukste waren eigenlijk de uitgesponnen jams die maar door en door gingen waarbij drums en gitaren elkaar naar steeds grotere hoogtes voerden. Mocht eindeloos blijven doorgaan wat mij betreft. Feestje zonder meer. Het publiek kon zich daarin vinden.
Minder vond ik de vocale nummers door zowel de zangeres van Congotronics als onder meer Juana Molina. Weinig memorabele songs gehoord, en de melodieën zijn, nu ja soms nogal Congolees om het zo te zeggen, maar dit kan ook een kwestie van smaak zijn.

De zomer was al helemaal daar, en ik ben eigenlijk wel benieuwd wat zo’n act op een groot zomerfestival allemaal teweeg kan brengen.

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Botanique, Brussel (ikv les Nuits Bota)

  

Crystal Fighters

Crystal Fighters leidt een ‘hotte, zotte” zomer in de AB Club …

Geschreven door

Het Londense kwintet Crystal Fighters zorgde met het nieuwe jaar dat de koude winteravonden iets draaglijker waren. Hun aanstekelijke, frisse electropop en dance krijgt elan door traditionele Baskische instrumenten als de txalaparta (een soort xylofoon met dikke balken waar je met korte dikke stokken op slaat) en de txistu (een fluit met drie gaten).
Een multicultureel geluid van een even multi-culturele band (Baskische Britten,!) door bezwerende, broeierige en opzwepende tribal ritmes/- drums en warme zangpartijen van zanger Sebastian en de wulpse zangeres Laure.

Live werd het materiaal in een aangepast kleedje gestopt door de opzwepende dubbele percussie, drum’n’basses en dubstepgrooves. Ze slaagden erin het tempo hoog te houden en de AB Club om te toveren tot een dansketel.
Invloedssferen van Fischerspooner, Massive Attack, Manu Chao, Amadou & Mariam, Crystal Castles, Hot Chip, MIA, Vive La Fête en Buraka Som Sistema zijn niet vreemd na de live set. Een stomend, stevig concertje zagen we dus van een dolenthousiaste band, die z’n publiek verblijdde, ‘heyho’s’ liet meebrullen, refreinen meezingen en aanzette tot dansen en feesten. Een Zuiders temperament, die de Spaanse accenten niet onder stoelen of banken stak.
Meteen was het erop met “Solar system”, “Champion sound” en “Follow”. Spijtig genoeg kwam de zang van Laure minder goed door, maar geen probleem, Sebastian ving het des te meer op en hitste z’n publiek op. Een strak tempo hielden ze aan, en we vermaakten ons verder met de grooves van “Swallow” (op plaat een mindere song!) en “I Love London”; “I do this everyday” had eerst een broeierige opbouw, maar explodeerde ergens middenin door de dubbele percussie; iedereen hield de handen in de lucht. Ook onder de indruk waren we van het meeslepende, aanstekelijke “Plague”, die zacht begon en gaandeweg ‘harder & faster’ klonk.
Ze namen was gas terug om de melodie wat meer armslag te geven zoals op “With you”; een glansrol was weggelegd voor de bevallige zangeres en “In the summer” sijpelde de trippop van Massive door. Aan variatie, ritme en melodieuze wendingen geen gebrek dus.

Crystal Fighters tekende voor fijne taferelen die de festivalzomer ‘hotter’ kunnen maken. De afsluitende stuwende “At home” en “Xtatic truth” deden de temperatuur naar een hoogtepunt stijgen … Freaky, wild & en ontspannend! Een ‘Kristallen’ Band, die van zich afbeet, zich onderscheidde en hun muzikale vechtlust in bruisende dynamiek en enthousiasme omzette. Gewoonweg Schitterend …

We werden eerder al opgewarmd  door de gebroeders Didier en Cedric Engels, Hermanos Inglesos, die stijlvol en pretentieloos te werk gingen en overtuigden met hun dansbare electro, dubstep, house, techno, pop, beat’s’pieces en bleeps; de sound kreeg elan door beelden en projecties met hun instrumenten. De twee DJ’s zijn al jaren gevestigde waren in het danscircuit en veel gevraagd voor (after) parties …

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Gérald de Palmas

Gérald de Palmas – fijne comeback in de AB!

Geschreven door

Gérald de Palmas stond na tien jaar nog eens op de planken van de AB. Deze Franse zanger heeft een Bretoense vader en een moeder afkomstig van het idyllische Franse eiland la Réunion, van waaruit het gezin op zijn tiende verjaardag verkaste naar Aix-en-Provence in Zuid-Frankrijk. Het was ook in Aix-en-Provence dat ik voor het eerst zijn melodieuze popsongs door de radio hoorde schallen, we spreken 2001, toen hij net het succesvolle album ‘Marcher dans le sable’ had uitgebracht. In 2009 verscheen zijn laatste plaat ‘Sortir’, maar het succes van weleer heeft hij niet weten te overtreffen. De Palmas is ook actief als songwriter en als zanger, o.a. als funkzanger voor Bob Sinclair.

Niet zo heel erg veel volk kwam op de been in de AB, de concertzaal stond halfvol, de zitjes op het hoger gelegen platform waren dan wel weer volzet. De sympathieke de Palmas stak meteen van wal met “Tomber”, gecovered in het Engels door Céline Dion en luidkeels meegezongen door het publiek dat vooral was gekomen om mee te zingen en te dansen.
De Palmas bracht nummers uit zijn hele repertoire, waarvan vooral “Pandora’s box” bijbleef, een akoestische song met een hele catchy melodie, dat op ‘Sortir’ werd opgenomen in duo met Eagle-Eyed-Cherry.
Plezier maken op het podium kan de Palmas wel, opvallend was zijn goedgeluimdheid en zijn overgave bij het spelen. “Marie”, geschreven voor het album ‘A la vie A la mort’ van Johny Halliday, onderlijnde nog maar eens de gave van de Palmas om goede melodieën te componeren. Afsluiten deed hij met een cover van “The Joker” van de Steve Miller Band (een beetje een bizarre keuze misschien) en een uitgesponnen versie van “Sur la route”.

Een fijn concert, niet meer en niet minder!

Setlist: Tomber, Au Paradis, Les lois de la nature, Mon coeur be bat plus, Au bord de l’eau, Johnny et Joe, Pandora’s box, J’en rêve encore, Elle danse seule, Marie (Johnny Hallyday), Dans une larme, Regarde moi bien en face, Elle habite ici, Marcher dans le sable, The Joker (Steve Miller Band), Sur la route

Organisatie: Live Nation


Eva De Roovere

Eva De Roovere - cd voorstelling ‘Mijn huis’

Geschreven door

…“ Eva De Roovere nodigt je uit in ‘Mijn huis’.  Ze laat  je proeven van ‘Chocolat’, genieten van  de zon op je gezicht en meewiegen op haar eigen geschreven muziek, alsook op nummers van haar ‘helden’”…

Met haar 3e cd laat Eva het publiek deze keer de kans binnen te kijken in haar huis. De plaat  klinkt zoals achter de muren van vele huizen … verrassend, triest maar ook hoopvol, opgewekt, warm,…dit  toch nog net iets anders, à la Eva in haar hoofd.
Een avond in De Handelsbeurs waar een verscheiden publiek -onverwacht staand- kon genieten van een Eva met 5-koppige band zoals we hen reeds kenden. Een rustig, teder begin waarin Eva ons meenam ‘op reis’ naar een wereld waarin ze zich als een klein elfje in haar witte kleedje groot toonde tussen haar  muzikanten.  Ze straalde, oogde soms gevoelig - frivool en klonk tegelijk kwetsbaar en opgewekt. Keurig! Dat ze houdt van de kleine dingen is duidelijk aangegeven in haar teksten alsook op het podium.
Ze bespeelde doorheen de set de mondharmonica,  een mini- xylofoon/klokkenspel  en tamboerijntje. Haar klarinet liet ze deze keer links liggen.
Eva bracht  nieuwe nummers  zoals “De keizer van de nacht” en de titelsong “Mijn huis” met een gevoelige bijklank, afgewisseld met hits als “Fantastig  toch” en “Mijn ogen toe”. Opkikkers  als “Chocolat” en het vrolijke hitje “Poupée de cire, Poupée de son” zorgden voor een aangenaam verrassend Franstalig intermezzo. Ook haalde ze oude nummers uit de kast zoals “Laat me je lied zijn”.
Typerend in haar  nieuwe plaat  is  de wanhoop die o.m. te horen is in de klaagzang “Elegie” alsook de tegenstrijdigheid  van  opgewekte  melodieën met beladen tekst zoals in “Orpheus”.      Van haar ‘held’  Thé Lau speelde de band “Rechttoe en frontaal” en bij de intro  van het nummer “Antwerpen” herkende je de stevige  muzikale klanken van de componist Ozark Henry die dit nummer (per toeval) voor mevr. De Roovere schreef.
Eva’s stem zat goed sterk, met haar humor zong ze jammer genoeg een toontje lager. Qua muzikaliteit  uitstekend: Eva liet zich leiden door  haar uitstekende muzikanten. Zowel op countrydeuntjes, vrolijke wijsjes om mee te fluiten, mysterieuze  en ingetogen melodieën tot het iets stevigere werk.  De nieuwe drummer Simon Segers  scoorde met zijn eerste optreden. 
De elektrische gitaren en citer werden sereen gebracht  door Filip Wauters. Marc  Demaeseneer  was de man met ‘het groot klokkenspel’, een kleine  fluit ( melodica) en bracht  de zeemzoeterige saxofoonklanken  in “Ik ga op reis”.  Aan de toetsen bracht Eva  Niels Verheest  mee en de bastonen werden intens gebracht door Tim Vandenbergh.

Na een rondleiding in ‘Mijn huis’ bracht  ze als bisnummers een 3e  Franse chanson waarmee ze het publiek erg  bekoorde “Au coeur  au corps”. Dit prachtige nummer  versmolt  zich met “Zoals in dat ene liedje”. Een fijne hartverwarmende afsluiter.

Playlist: Ik ga op reis?
De keizer van de nacht? Rechttoe en frontaal, ‘k Weet niet wat het is, Laat me je lied zijn, Elegie, Antwerpen, Mijn ogen toe, Anoniem, Slaapt de zon, Fantastig toch, Niemand zoals wij, Chocolat, Poupée de cire, poupée de son, Mijn huis, Orpheus, De  jager
Bisnummer: Au Coeur au corps, Zoals in dat  ene liedje

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Handelsbeurs, Gent


Collection d’Arnell-Andrea

Vernes-Monde

Geschreven door

Ondertussen bestaat het Franse collectief Collection D’Arnell-Andrea reeds zo’n twintig jaar en is deze ‘Vernes-Monde’ hun negende cd geworden.
Gedurende deze jaren konden oprichters Christophe d’Arnell en Chloé Saint-Liphard op een ruime aanhang rekenen waarbij hun neoklassieke klanken vooral succes hadden in gothicmiddens. Dit viel vooral te verklaren door de vaak sombere en melancholische geluiden die deze groep uit Orléans wist te brengen en natuurlijk ook door hun verwantschappen met andere darkwave-acts als Opera Multi Steel.
Nadat op vorige platen werd geëxperimenteerd met een geluid waarin gothgitaren de bovenhand haalden is deze ‘Vernes-Monde’ eerder een terugkeer naar hun vroeger geluid en voor wie daar met vertrouwd is, weet meteen ook dat je dit in de cdkast mag gaan klasseren naast Dead Can Dance.
Prachtrelease dus!


Duff McKagan’s Loaded

The Taking

Geschreven door

Duff McKagan moet in het rock-n-roll-wereldje een echte ‘survivor’ zijn… dat lijkt ons toch de enige, juiste conclusie als je ziet welke rij verslaafden z’n muzikale pad kruisten.  Hij was het laatste originele lid die het zinkende schip van Axl Rose en Guns N’Roses verliet. Verder  speelde hij in Velvet Revolver samen met Scott Weiland, een graag geziene gast in tal van ontwenningsklinieken.  Tenslotte was  hij in 2010 eventjes actief in Jane’s Addiction, de band van veelbesproken figuren als Navarro en Pery…
De man heeft in ieder geval nog altijd iets te zeggen en hij doet dat met z’n eigen Loaded-band.  Na eerder werk in  2001 en 2009 is deze ‘The Taking’ het derde full-album.
Gelieve niet te vergelijken met Velvet Revolver of Guns N’ Roses, niet alleen is Duff McKagan’s kwalitatief iets minder maar ook muzikaal zeer sterk verschillend.
Duff McKagan en zijn band maken muziek die je zo in de jaren negentig zou kunnen situeren en in het verlengde ligt van groepen als Smashing Pumpkins, Foo Fighters, Alice In Chains en The Stooges. 
We horen invloeden uit de punkrock (vooral dan in de zeer herkenbare stem van Duff), grunge, stoner  en alternative rock.  De ene keer komt de band vrij complexloos uit de hoek, de andere keer doet ze dat vrij agressief en met het nodige pit.  Heel wat songs klinken zeer radiovriendelijk en  dat geldt met name voor “We Win”, “Indian Summer” en “King Of The World”.  De meeste nummers hebben slechts 1 of 2 luisterbeurten nodig en blijven meteen hangen in je geheugen. 

Kortom, Duff McKagan maakte met ‘The Taking’ een verdomd lekker plaatje waarmee hij meer dan zomaar uit de schaduw van z’n vorige bands treedt!

Wendy James

I came here to blow minds

Geschreven door

Niemand die het ooit zou verwachten maar de blonde stoot van Transvision Vamp, Wendy James, is weer helemaal terug  De grote hamvraag blijft weliswaar wie er anno 2011 nog op deze dame zit op te wachten.
Zoals vroeger het geval was, zinspeelt Wendy terug op de factor ‘uitdaging’ want in tijden dat de heren van de volksgezondheid er alles proberen aan te doen om de bevolking van de kankerstok af te houden, zit Wendy ongestoord op de hoes haar sigaretje paffen.
Dus jawel heren, ook al verkochten de laatste wapenfeiten van Transvision Vamp voor geen meter, blijft ze nog steeds een rockchick eerste klas.
Muzikaal vertaald zich dat in een cd die ergens het midden houdt tussen een verloren 80's plaat en een mindere versie van pakweg Nancy Sinatra. Zo is "One evening in a small cafe" zowaar in het Frans gezongen en lijkt het erop of ze een beschermelinge van wijlen Gainsbourg geworden is.
Of ze het nu allemaal meent of dat het niet meer is dan wat pose is om in het kielzog van andere 80’s sterren nog een graantje mee te pikken van het tanend succes, wie zal het zeggen?
‘I came here to blow minds’ is een aangename plaat met een gezicht die we maar al te graag terug zien, maar of we er onze slaap gaan voor laten?

Francis International Airport

In The Woods

Geschreven door

Indie pop uit Oostenrijk, ‘t is eens iets anders … Francis International Airport is met deze ‘In the woods’ al aan zijn tweede album toe. Het eerste is aan ons -en ongetwijfeld ook aan u- volledig voorbijgegaan, doch dat ligt gewoon aan het feit dat het plaatje nooit tot aan onze geoefende oortjes is geraakt.
Op ‘In the woods’ haalt de band uit met vernuftige indie pop aanleunend tegen een aanvaardbare vorm van bombast. Fijne gitaartjes, prettige samenzang, luchtige strijkers en een frisse sound. U mag het raar vinden, maar wij denken zowel aan Pinback als aan Genesis (met Gabriel, geen Collins).
Hoewel de songs lekker in elkaar steken en voor aardige zijstapjes en omwentelingen zorgen, blijven ze toch niet echt hangen. Het is allemaal (te) netjes in laagjes op elkaar gestapeld, maar ergens ontbreekt de furie. Arcade Fire en Elbow zijn de grote voorbeelden die vooralsnog onbereikbaar zijn, Francis International Airport mankeert de passie die deze bands wel hebben.
Na beluistering hebben we niet het gevoel dat we onze tijd verspeeld hebben maar hebben we ook niet meteen de neiging om het plaatje onmiddellijk opnieuw op te zetten, met uitzondering misschien dan van een fijne song als “Solaris”.
Geen slecht ding dus, dit schijfje, maar iets meer uitspattingen waren wenselijk geweest. Om hiermee als Oostenrijkers internationaal door te breken is een nogal heel optimistische gedachte. Een mens weet maar nooit.

Iron & Wine

Kiss each other clean

Geschreven door

Sam Beam, de talentrijke Amerikaanse singer/songwriter achter Iron & Wine, is een bezige bij hoor. Naast de ingetogen folkamericana liet hij op de vorige cd ‘The Shepherd’s Dog’ (2007) al een bredere, extraverte aanpak horen en ook de dubbelaar ‘Around the well’ van twee jaar terug, omvat een mooie compilatie van b kantjes en materiaal dat door de jaren niet eerder werd uitgebracht.
Op die manier is de muzikale rit van ‘Kiss each other clean’ te begrijpen, want Beam is ondertussen uitgegroeid tot een popsmid, die varieert van ingenomen naar brede, frisse en luchtige variaties van pop, americana, folk, psychedelica en een vleugje afro. Hij blikt terug naar de ‘70s retrorock en valt op met talrijke composities als “Walking far from home”, “Me & Lazarus”, “Half moon”, “Rabbit will run”, sfeervolle americana naar de intens broeierige “Big burned hand” en de groots opgezette, prachtige afsluiter “Your fake name is good enough for me”, die maar liefst zeven minuten duurt. De intimiteit ontdek je tussenin, in de geest van Cat Stevens, Donovan, Nick Drake en Paul Simon, gedragen door z’n warme, melancholische stem.
Deze interessante Amerikaanse singer/songwriter blijft niet per plaatse trappelen in zelfingenomenheid, maar zorgt voor een brede horizont en invloedssferen, rijk, avontuurlijk en toegankelijk. Hij kan achterom kijken naar artiesten als Sufjan Stevens en Midlake, en weet ons nog steeds te verbazen in z’n tienjarige carrière.

Suuns

Zeroes QC

Geschreven door

Uit Montréal, Canada zijn ze afkomstig, dit weird collectief Suuns die indierock moeiteloos mengt met krautrock …door dromerige, knisperende, trancegerichte en repeterende elektronicatunes, grommend (elektronisch) vernuft, verdwaalde, schurende gitaren en een zwevende, ijle soms onverstaanbare praatzang van Ben Schermie … Suuns, voor wie houdt van Holy Fuck, Battles, Liars of Caribou, of het zoekt bij oudjes Spacemaen 3, Suicide en Kraftwerk.
Een spannend, broeierige, intrigerende sound, doeltreffend, dreigend en onheilspellend; de songs, twee tussendoortjes niet inbegrepen, zijn avontuurlijk én toegankelijk, maar ook een beetje spooky. De toegevoegde sax vormt in dit concept een meerwaarde en doet terecht een Lost Highway sfeertje oproepen.
We houden er wel van en ze zijn zeker een toegevoegde waarde … Te koesteren!

Hundreds

Hundreds

Geschreven door

Het Hamburgse duo Eva en Philipp Millner hebben een sfeervol, dromerig, melancholisch debuut uit, een palet van een elektronische klankkleur, waarin trippop en etherische pop sluimert. Ze halen invloeden aan van landgenoten Notwist en Lali Puna, door o.m. de knisperende elektronica. Die Duitse elektronicascène roert best aangenaam in dezelfde stijl. De eerste drie songs, “Solace”, “Grab the sunset” en “Happy virus” vormen het cachet van de plaat. “Song for a sailor”, ergens middenin en “Let’s write the streets”, op het eind, klinken iets aanstekelijker en krachtiger dan de doorsnee ‘donkere’ droompop van het duo.

Fitz & The Tantrums

Fitz & The Tantrums - Positieve ‘funksoulbrothers’ met een boodschap

Geschreven door

De Amerikaanse soulgroep uit LA, Californië van Michael Fitzpatrick staat op het punt een groot publiek te bereiken; met de aanstekelijke single “Moneygrabber” hebben ze een grootse hit op zak en het debuut ‘Pickin’ Up The Pieces’ klinkt als een soultrein … Ongecompliceerde, vermakelijke, zwoele retrosoul die de Motown soul, de eighties soulrock van Hall & Oates en een swinging Macy Gray nieuw leven inblaast.

En inderdaad , de Fitz heeft een bevallige soulzangeres, Noelle Scaggs , en als zij hun stemmen verstrengelen, dan gaan stem en sound ongekende hoogtes tegemoet … dit is een zangformule die telt in het genre.
Muzikaal zonder gitaren, maar met basses en een speciaal oud (Hammond) orgel geven ze aan de stijl een eigen twist, die gevoel en emotie loslaten. Een sterke live band trouwens, want in een mum van tijd was het concert voorbij.
Al meteen werden we gegrepen door vaardige songs als “Don’t gotta work it out”, “Breakin ‘ the change of love” en “Wake up”, die door de handclaps en de groovy uptempo ritmes opwindend en bruisend klonken. Intens broeierig en spannend waren “Winds of change”, “Rich girls”, “Love” en “Dear Mr President (heu Pink? – check it out (loud)), die een maatschappijkritische toon niet schuwt.
Het zangduo was al een goede combinatie, maar ook de band, een goed geoliede band trouwens, moest niet onderdoen; de basses, toetsen en blazers vloeiden mooi in elkaar over en elan gaven aan de sound. Aloe Blacc en Cee-Lo Green zouden zeker op de eerste rij staan om het debuterend bandje aan het werk te zien, die nog twee covers sterk in de verf plaatsten, “Steady as she goes” (The Raconteurs) en “Sweet dreams” in de bis, lekker fris en vettig. “Tighter” was de ‘slow song’ in de lijst, sfeervolle soulpop die diep in de ‘70s groef …
De ‘funksoulbrother’ werd terug opgerakeld met de titelsong van de cd, “6AM” en “Moneygrabber”, die overtuigend de set besloot.

Positieve vibes met een boodschap … Fitz & The Tantrums hebben er ons bewust van gemaakt. Mooi zo, dit collectief stond terecht in de spotlights en kan een fijne, succesvolle  toekomst tegemoet gaan. En we waren er al bij …

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Laibach

Laibach - Koude wondermooie industriële klanken

Geschreven door

Onbekend is onbemind naar het schijnt en zo trokken we op aanraden van onze hoofdredacteur richting Lille om eens een concert in de l’ Aéronef mee te pikken en we wisten meteen bij het betreden van deze Franse rocktempel dat het niet bij dit ene bezoekje zou blijven.

De andere reden waarom we over de Belgische grens waren getrokken was natuurlijk Laibach. Verleden jaar vierden deze Sloveniërs hun dertigste verjaardag en met hun huidige toernee zijn ze nu al meer dan een half jaar op doortocht. Gisteren werd er een tussenlanding gemaakt in Lille, want de dag ervoor stonden ze in de stad van de Eiffeltoren.
Net als bij hun Belgisch optreden tijdens het BIMfestival vorig jaar begonnen deze industriële pioniers met een bombastische versie van “Boji”. Koude klanken, een streng toeziende Milan Fras en waarbij je op grote videoschermen beelden kon gadeslaan die je normaal enkel in een fabriek tegenkomt.

Hun ‘Neue Slovenische Kunst’ heeft reeds meerdere mensen geschokeerd en dat was gisteren niet anders want al gauw zag je beelden opduiken uit horrorfilms, porno en oude beelden die voortstammen uit een tijd waarin een dictator met een snor de wereld om zeep wou helpen.
Het optreden begon mooi atmosferisch waarbij we Laibach van hun meer avant-gardistische kant te zien kregen, maar meteen bij de clubhit “Tanz mit Laibach” ontplofte de zaal waarbij de loodzware EBM-beats duidelijk maakten dat alle Rammsteins van deze wereld hun mosterd te danken hebben aan dit Sloveens instituut.
Wie Laibach zegt, heeft het natuurlijk over de talrijke covers. Een van de meest indrukwekkende albums van dit kunstenaarscollectief is “Volk” waarbij internationale volksliederen de revue passeren. Gisteren kon het ook niet anders dan het Franse volkslied zijn dat in de Aéronef weerklonk, ook al was het “Amerika” die voor de nodige maatschappijkritiek van de dag zorgde.

Laibach kwam tot tweemaal terug voor een volle zaal die met volle teugen van hun nihilistische boodschap genoot en waarbij het concert afgesloten werd met  de culthit “Life is life”, inderdaad de gebalde Teutonische versie van de carnavalskraker die ooit (godbetert) het Zwitserse Opus had gecomponeerd.
We waren misschien niet de gelukkigste wezens op aarde na het verlaten van de zaal maar hoe zwartgallig hun levensvisie ook mag zijn (want neen,  humor bestaat niet in de Laibachwereld), indruk maakt het wel.

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Aéronef, Lille


Labadoux 2011: zondag 8 mei 2011

Geschreven door

Labadoux 2011: zondag 8 mei 2011
FIESTA
Op moederdag kwamen we net op tijd in de pubtent aan om te horen hoe Fiesta de reeds zomerse temperaturen nog enkele graden de hoogte injoeg. Je denkt direct aan sangria ipv Guinness of aan Zuiderse stranden ipv Ierse rotskusten als je deze bende aan het werk hoort. Maar liefst 25 mannen en vrouwen stonden op het podium als haringen in een ton. Het plezier dat ze zelf hebben bij het musiceren sloeg over naar het publiek! Wat ons betreft mogen ze volgend jaar in de concerttent staan, al was het maar omdat ze daar dan meer plaats hebben en misschien zelf eens een danspasje kunnen wagen op hun podium!

KADRIL
Toen Fiesta hun laatste adem hadden uitgeblazen (wat betreft Labadoux dan toch) haastten we ons naar de grote tent waar Kadril net begonnen waren. Zij zijn één van de sterkhouders op gebied van Folk(rock). Met hun tournee dit voorjaar ‘That’s All Folk!’, samen met nieuwe zangeres Karla Verlie waren ze al te gast in diverse zalen in het land. Ook Labadoux mocht vaststellen dat ze lang nog niet aan het einde van hun Latijn zijn.
Eerst kregen we enkele nummers die ooit nog door Patrick Riguelle gezongen werden: “Vogel in de muite” en “Seelands Daal”. Toen volgde een zeer sfeervol nummer uit het Indiaans vertaald. “De stem van de donder, de stem van de sprinkhaan”. Daarbij kwam een soort Indiaanse bodhran prominent aan bod.

Toen kwam gastmuzikant Daithi Rua, een Ierse singer-songwriter een prachtige versie brengen van “The Long Journey Home”, (soundtrack van de gelijknamige film werd ingespeeld door de Chieftains). Een kippenvelmoment voor ondergetekende.
Ze sloten af met “Louise”, maar kwamen op aandringen van het publiek nog met enkele bisnummers, waaronder een “Oud vuil Westvloams liedje” dat we moesten meezingen omdat ze er zelf te beschaamd voor waren... de tekst zullen we hier niet herhalen... Wie er meer van lust kan hen terug zien in onze provincie op 03/09/11 om 22u30 in Wervik op de Celticnight 
!

TEACHERSBAND
Die Foyer op Labadoux is een mooie kweekvijver voor talent! Ook de Teachersband waren blij met het podium dat ze hier kregen. Leerkrachten van allerlei achtergrond (ook andere van muziek) speelden samen volksmelodieën op een heel assortiment aan instrumenten. Wat ooit begonnen was met een kerstconcert, wordt nu stilaan een voldragen repertoire. Achteraf spraken we met de bezieler, Peter Mergaert, en zijn kritiek voor het festival was zeer lovend. Wij kunnen hem alleen maar bijtreden.

FLIP KOWLIER
De Gentse Izegemnaar (of hebt u liever Izegemse Gentenaar?) speelde in Ingelmunster nagenoeg een thuismatch. Hij begon heel ernstig op de melodica en oude akoestische gitaar, een instrument dat duidelijk al een heel leven achter de rug had. Na enkele nummers sloeg de vlam in de pan en begon hij aan een reeks hits in het bekende reggae-ritme: “Bistje” zat in zijn hoofd en wie er in nog het “Zwembad” zat, kreeg het zeker koud want de temperaturen op die avond waren al serieus aan het dalen.
De kort, gebalde West-Vlaamse uitdrukkingen worden door de rapper-zonder-dreadlocks in catchy melodieën gegoten: “’t Zweet van ne leegaard zit gauwe g’reed”. “Mo ba nin” zong de hele zaal uit volle borst mee. En hier moesten er geen refreintjes in het Engels of het Gaelic voorbereid worden.  Zo gaat dat als je voor eigen volk speelt.
Hij eindigde solo met “In de fik” en “Min moaten”. Daarvan waren er veel die hij niet bij naam kende!
De grote concerttent mocht voor dit jaar afgebroken nadat Flip zijn fans naar huis stuurde met nog drie bisnummers: “Donderdagnacht”, “El mundo kapotto” en “Smetvrjis”. Hopelijk had de opkuisploeg geen smetvrees...


Ochestre International du VETEX
Eigenlijk hadden we al zo’n band gezien, enkele uren geleden. Toch kregen de Fransen en Belgen van de Vetex hun publiek aan het dansen. Een sterke afsluiter van een mooi festival die waarschijnlijk nog uren kon doorgaan. Wij hebben het niet gecheckt hoe lang... Moe maar tevreden reden we de ondergaande zon tegemoet.
Benieuwd wat Labadoux volgend jaar zal brengen...


Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Labadoux, Ingelmunster

Bart Peeters

Bart Peeters - De Ideale Man -

Geschreven door

Bart Peeters is van alle markten thuis en beschikt over een grenzeloze creativiteit. De dolle vijftiger onderscheidt zich als tv presentator, acteur, entertainer en zanger/multi-instrumentalist.
Qua muziek ruilde hij Engelstalig werk voor het Nederlands. Hij is toe aan de vierde cd in de reeks, na vorige veroveringstochten ‘Hemel in het Klad’ en ‘Slimmer dan de zanger’. ‘De Ideale Man’ herhaalt het doodleuk. Bart Peeters heeft een sterk charme offensief en  reputatie als Vlaamse zanger opgebouwd!


Een prachtige locatie, een immens Concertgebouw, een zwoele en uitzonderlijke lenteavond, Moederdag en …een concert van Bart Peeters. Meer moet het niet zijn om als ‘Ideale Partner’ een ‘Ideale Man’ te zijn … Een ‘Ideaal Avondtje uit’ dus .

Samen met z’n lievelingsmuzikanten heeft hij een ‘ideale’ muzikale formule klaargestoomd,  een subtiele mix van pop, folk, kleinkunst en chanson, waarin een vleugje jazz, funk, afro, tango en hiphop te horen zijn, in een uitgebreid instrumentarium van gitaar, accordeon, viool, klokkenspel, derboeké (variant op de djembé ) en allerhande tierlantijntjes.
Bart bewijst een wereldburger te zijn. Een snuifje reggae horen we op " Lag ik maar in de bovenste la" en "Heist-aan-Zee", Arabische ritmes in "Het menselijk brein" en een africa gevoel in "Matongé". Het wordt met veel overtuiging en ambiance gebracht.
Hij schuwt het coveraanbod niet: een nummer van Alicia Keys, "Rhythm Stick" van Ian Dury (zijn all-time favoriet) en "Denk je soms nog aan mij ", een song van Bob Dylan, erg emotioneel, pakkend en eenvoudig vertolkt.
Een surplus waren de bindteksten, humoristisch en melancholisch, waardoor het publiek wat kon verademen.
Ongelofelijk tot wat hij als cabaretier en muzikant allemaal in staat is …
Percussionist Abdellach Marrakchi kreeg ruimte en kon een nummertje uitvoeren, als toegevoegde waarde op de ambiance.

Peeters kent als geen ander de klappen van de zweep … Hij is in luttele tijd één van de ‘hotte’ Nederlandstalige artiesten geworden. Peeters & Band boden kwaliteit met een rits goede, afwisselende songs en onderhielden een nauwe band met het publiek. Wat legt deze ‘ideale man’ de lat toch hoog …
Een geslaagd optreden en een daverend enthousiast publiek, zo zie je maar …

Organisatie: Concertevents

Labadoux 2011: vrijdag 6 mei 2011

Geschreven door

Laboux 2011 - Op het eerste zicht bood het programma van 2011 niet echt veel uitschieters. Geen onbereikbaar icoon zoals Garland Jeffries bijvoorbeeld. Maar wel bekende namen zoals Gorki, Arid, Kadril en Kowlier. Toch werden we verrast door nobele onbekenden zoals Mutefish of Daniel Champagne. En ook de grote namen bevestigden.
Het prachtige weer maakte van Labadoux een soort Klein Dranouter. Op gras van de Peloeze waanden we ons in de maand augustus.
Alleen de gedachte aan maandag weer school of werk verstoorde het vakantiegevoel. Zelfs toen Flip Kowlier de laatste avond opriep om nog drie dagen te blijven... Iedereen was akkoord, maar wie er op maandag weer van de partij was, zal wel bij de opkuisploeg geweest zijn.
Labadoux is een klein maar fijn familiefestival waar grootouders en kleinkinderen samen naartoe komen. En de kleine oortjes worden meestal beschermd met stevige koptelefoons of oorbeschermers zodat ze op latere leeftijd nog kunnen genieten met intacte trommelvliezen.
Mooi is dat!

dag 1 - vrijdag 6 mei 2011
BALOJI
Deze Belgische rapper van Congolische kreeg de ondankbare taak om het festival te openen. In een mengsel van Frans en Engels en een snuifje Nederlands kreeg hij het kleine publiek in de ban van zijn muziek. Op de website lezen we: In zijn debuutalbum ‘Hotel Impala’ komt zijn dichterstalent waarmee hij al poëziewedstrijden gewonnen heeft, naar boven en vertelt hij zijn rumoerige levensverhaal.
Zijn tweede cd ‘Kinshasa Succursale’ kwam vorig jaar uit.
Ondanks de Congolese temperatuur in de tent danste hij alsof zijn leven ervan afhing. Net als Elvis gebruikte hij de pelvis om zijn songs kracht bij te zetten. dat werd ten zeerste gesmaakt door de meisjes achter de dranghekken! Zoals het een echte rapper betaamt ging hij politieke thema’s niet uit de weg. Hij had het ook over de verontwaardiging (‘indignation’) over de mistoestanden in Afrika, o. a. de ‘vuile’ verkiezingen in Nigeria. In ieder geval een ferme opener van dit festival.

BERT GABRIELS
Tijd om de concerttent even te verlaten voor wat komedie. Multitalent wiens laatste show, Gestorven Onzin, de onzin van het bestaan blootlegt. Comedy over de pijn van het zijn, en plastieken verpakkingen die je met je vingers niet open krijgt, lezen we. Blijkbaar was die verpakking voor onze vingers te moeilijk om te openen. we hebben niet echt genoten van dit optreden. Absurde humor kan leuk zijn, maar dit konden we maar matig smaken: “Ik had gedronken lag aan de kant van de weg. Toen begon ik te bellen... Want iemand nam me op en zei: Hallo?” Als het publiek dan niet lacht wordt het als dom afgedaan. Daarop volgde wat onderbroekenlol waarmee hij toch enkele lachers op de hand kreeg. “Aha, zijn jullie van dat slag?” was het besluit van de komiek. Tijd om de tent te verlaten...

KOSHKA
Onze verwachtingen waren iets hoger gespannen toen we inde pubtent ginggen kijken naar dit multinationaal trio met al even wijdverbreide multimuzikale invloeden. Vorig jaar stond één van hen, vioolvirtuoos Oleg Ponomarev, nog op het podium van Labadoux als gastmuzikant bij de Ierse band No Crows. En dat waren we nog niet vergeten! Geflankeerd door twee Russische violisten speelde jazzgitarist Nigel Clark uit Glasgow, rustig maar virtuoos. Ze brengen samen een World Gipsy & Jazz geluid voort dat niet te evenaren is. En het is geen woord gelogen! De vijftiger Clark speelde reeds een mooi palmares bijeen, samen met grootheden uit de jazz zoals John Scofield, uit de folk zoals Maire Brennan (van Clannad) en uit de rock zoals Jan Akkerman. Misschien mocht dit trio wel in de concerttent geprogrammeerd zijn?

FRANCES BLACK
Deze Ierse zangeres startte haar carrière in de jaren '80 met The Black Family, waarbij ook haar (beter gekende) zus Mary Black speelde. De hits die ze ten gehore bracht waren prachtige nummers die ons echter onbekend in de oren klonken. Maar dat kon de pret niet drukken. Ze vertelde telkens waar ze haar inspairatie haalde en even mocht de tent een kijkje nemen op het Noord-Ierse Rathlin Island waar ze ook werkzaam is. Kijk even mee op http://www.youtube.com/watch?v=LRcqPZB-sZU
Het publiek liet zich inpakken door haar complimenten en zong gewillig het aangeleerde refrein mee van “Wall of tears” dat ook verheen op ‘Only a Women’s heart’ met o. a. haar zus Mary Black, Eleanor McEvoy en Sharon Shannon. Een mooi optreden, en een pluim op de hoed voor haar begeleiders op gitaar en contrabas!

YGOR
Toen we ons gingen aanmelden op het secretariaat van het festival liepen we Filip Haeyart tegen het lijf. We zagen hem nog in het najaar van 2010 in een zeer serieus programma rond de oorlog. Even wisten we niet waar we hem in welke tent we hem straks aan het werk zouden zien. Toen we in de clubtent kwamen herkenden we hem in de gekke Ygor met bivakmuts. Dit keer bleven we met plezier luisteren naar de heel herkenbare verhalen over kapotte straatlantaarns die weer blijken te werken als ze plots uitgaan overdag. Ook de biologen onder ons werden weer wat wijzer na de les over de knieën van de pinguïn. HUmor van de bovenste plank van dit multitalent

DANIEL CHAMPAGNE
In de foyer lagen enkele Oosterse tapijten die betere dagen gekend hadden. Maar met het talent dat op die tapijten voor ons kwam spelen was het gelukkig beter gesteld! Tot onze grote spijt hebben we het optreden van Tyberware gemist. Deze sympathieke Ingelmunstenaars hadden beter verdiend. Volgend jaar een ehrkansing (voor ons dan)?
Deze Australische Daniel Champagne zagen we wel. Misschien staat deze jonge gitaarvirtuoos volgend jaar op heel wat grotere podia. Een aanstormend talent voor fijnproevers. Daar rekenen we ons graag bij. We herkenden in ieder geval een vreemde versie van “That Spoonful” van Willie Dixon en “Pogeniomen” in 1960 door Howlin’ Wolf. Een ode aan twee bluesgoden door een jonge aanstormende god...

GORKI
Voor Luc Devos en de zijnen op het podium verschenen konden we het LED-scherm bewonderen dat als achtergrond diende. Patronen in diverse kleuren werden digtaal door het scherm gestuurd zodat op de hele achterwand een soort film werd afgespeeld. Mooi effect voor op de foto’s.
Het concert zelf was een zoveelste bevestiging van het succes van één van onze grootste Vlaamse bands. De gitaren stonden hard en luid en Luc Devos was goed bij stem, dankzij een gezonde dosis keelspoeling. Eerst werd vooral werk gespeeld uit de gloednieuwe cd ‘Research & Development’. Tussendoor kregen we de ‘oude’ nummers die ook meegebruld werden door een publiek dat nog in de bloemkool vertoefde toen die voor het eerst te horen waren! Kan je een betere maatstaf voor kwaliteit verzinnen dan dat je muziek de decennia overleeft en gesmaakt wordt door diverse generaties?

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Labadoux, Ingelmunster


Labadoux 2011: zaterdag 7 mei 2011

Geschreven door

Labadoux 2011: zaterdag 7 mei 2011
AN ERMENIG
Een streepje Bretoense muziek is altijd mooi meegenomen. Sedert Alan Stivell in de seventies een wereldster werd met zijn Keltische harp, zijn we verkocht aan de muziek uit het land van Asterix en Obelix.
De groep bracht dansen uit het heel Bretagne, maar uitleg over de danspassen hoefde niet.
Een kleine kern dansers was goed op de hoogte van het vereiste voetenwerk. Ze bleven hardnekkig meedansen met de nummers waarvan we u de titels zullen besparen. Daarmee kregen we niet alleen harp en doedelzak of bombarde te horen. We kregen ook nog een gratis schouwspel bij. Met dank aan de dansers die in het zweet ‘huns aanschijns’ de augustustemperaturen trotseerden.

CAMAXE
Migual Allo begon met de aankondiging dat de tijd voor het concert beperkt was en dat hij niet veel uitleg zou geven. Aangezien dit in het Spaans gebeurde, was daanra waarschijnlijk niemand rouwig om. Met de typische doedelzak van Galicia kreeg de kleine energieke Spanjaard de hele tent in zijn ban. Soms deed het wat denken aan Hevia. Toch vertelde hij tussendoor honderduit. Gitarist Filip Lambrechts vertaalde telkens kort (voor zover hij het zelf begrepen had ...). Zo begrepen we dat het nummer “Stem van de zee” over het voortbestaan onze planeet ging. In Galicia, in het noorden van Spanje, kunnen ze van milieurampen meespreken sedert het zinken van de Prestige, bijna 10 jaar geleden.
Voor elk concert nodigt Camaxe een zangeres uit, een keuze die maakt dat elk concert een uniek accent krijgt. Dit keer was dit de bevallige Montse Ogando, die een mooie ballade bracht in ¾ maat.

LIGHTNIN’ GUY
Toen wij de pubtent betraden was de Belgische bluesman al bezig met een fantastische versie van “Voodoo Child” toen de geest van Jimi Hendrix roet in het eten kwam gooien. De stroom viel uit en zowel Guy als zijn gastzangeres Aminata Seydi uit Senegal zaten in het donker en het werd stil... Na een tweede mislukte poging, kwamen ze met de voltallige groep op het podium en gaf Aminata een prachtige versie ten beste van “Take me to the river” (van Al Green of voor het jonge volkje van de Talking Heads). Daarop volgde “Ain’t No Sunshine” (van Bill Withers en 144 covers) waarin plots een stuk “No woman no cry” van Bob Marley doorklonk. Gelukkig bracht deze geest geen nieuw panne want de soul bleef in de tent met “Papa was a rollin’ stone” van de Temptations gevolgd door een ode aan Luke Walter Jr. Van Blue Blot: “Who is she...”
Lightnin’ Guy haalde slide-gitarist Marino Noppe van achter de coulissen en we doken weer de blues in. Met Guy op harmonica werd het “Boogie Time” en de dansvloer stond vol “doing the Hip Sake Baby”. Bliksemse Guy had de hele tent intussen bij de strot en gaf nog een lesje in verleiden, dat hij van Sklim Harpo had: “If you meet a woman, don’t talk too much, you only have to find her rythm” en “If the man is a harp, the woman is a guitar!” Daarop volgde een solo van Marino. Ze hadden de smaak goed te pakken en gaven nog twee bisnummers. “Ze moeten anders maar de prieze uittrekken” sneerde Guy nog eens goedlachs...

MORRISON TRIO
Na de ruige blues waren de drie Schotten een verademing om op het grote podium van de concerttent. Fred Morrison is één van 's werelds meest bekende doedelzakspelers. Hij bespeelde op Labadoux vooral de Ierse ‘Uilleann pipes’. Niet voor niets wordt hij ‘the Jimi Hendrix of the pipes’ genoemd. Terwijl hij in de jaren ’90 deel uitmaakte van de groep Capercaillie, speelde hij ook de muziek in voor de film ‘Rob Roy’ met Liam Neeson en Jessica Lange in de hoofdrollen. Met een stem als die van de bekende schot Billy Connolly en invloeden uit alle windstreken, maakt hij een mengsel van jazz en folk. Op het einde van het optreden speelden ze een opzwepend ritme dat steeds verder opgedreven werd tot de handen van het publiek roodgloeiend stonden. Een verdiende ovatie volgde!

DOUGIE MACLEAN
Als we een man solo op een groot podium zien staan, gewapend met enkel een gitaar, dan hebben we altijd bij voorbaat sympathie voor de eenzame bard die het publiek gaat bespelen. Dougie Maclean kon dit als de beste. Zijn bindteksten duurden smos even lang als zijn nummers en toch verveelde hij geen minuut. Zoals bij het nummer “Talking to my father”: hij vertelde hoe zijn vader tegen het eind van zijn leven in een stadium gekomen was dat niets hem nog wat kon schelen en tegen iedereen fucking honest was. Iedereen die hij niet mocht, kreeg dat meteen te horen.
Toen zette hij een mondharmonica in een brace, niet omdat hij zo’n virtuoos is op dit instrument –zoals hij zelf zei- maar omdat hij één van Dylan is. Na een verhaal over een Schots eiland zonder bomen waar hij de natuurelementen kan voelen, werd het tijd om weer eens mee te zingen: “I feel so near to the howlin’ of the wind, to the crasgin’ of the waves, to the flowers in the field”. De tent zong gewillig mee en zelfs toen Dougie er het zwijgen toe deed, klonk het refrein verder uit honderden Vlaamse kelen. “Belgen zijn de beste zangers.” Vond hij...
Met de onlangs afgelopen Schotse verkiezingen kregen we nog een verzuchting naar onafhankelijkheid mee: “We got rid of the dead head politicians”. “Caledonia” werd de afsluiter. Was dit een hint voor de Belgische politiek?

MUTEFISH
Op de Oosterse tapijten in de foyer kwamen enkele twintigers doorleefde folk spelen. Mutefish is een vijfkoppige band uit Dublin, Polen, Litouwen en Oekraïne. Het leken ‘The Young ones’ wel uit de Engelse serie met een hippie en een punker zij aan zij. Een fluitsolo met enkel een ritmesectie sneed door merg en been. Jigs en reels volgden elkaar in snel tempo op. Geen bindteksten, enkel retestrakke muziek. Op zondag kwamen ze voor een groter podium in de pubtent.

BLACK PROPHET
Dit kan alleen op Labadoux: slechts vijf minuten wandelen over de ‘peloeze’ en je komt vanuit Ierland terecht in Jamaica. De reggaeklanken passen perfect bij de tropische temperaturen. Maar Black Prophet is een Ghanees die in Accra, de hoofdstad zijn geluk zocht en vond. Hij werd al op vijftienjarige leeftijd zanger en voorman van de reggaeformatie Vibration Boys. Zijn laatste album ‘Prophecy’ is gevuld met Roots Reggae, traditionele Afrikaanse invloeden en positieve lyrics. Zowel in de pubtent als op de peloeze werden de tropische klanken gesmaakt!

MOYA BRENNAN
Met een zeskoppige band stond het podium van de concerttent weer vol. Prominent vooraan: twee Keltische harpen. Dit werd één van de toppers worden van Labadoux. De stem van Clannad bracht afwisselend bekend en (voor ons toch) minder bekend werk. Wie de pure folk verkiest, zal de synthesizerklanken misschien minde kunnen smaken. Maar de Romeinen wisten al dat over smaken niet te twisten valt. De Kelten misschien niet?
In ieder geval kregen de fans waar voor hun geld. Ze had het publiek reeds horen zingen bij Dougie Maclean en kreeg ook haar zin: een zingende tent aan haar voeten. “Theme from Harry's Game”, “She moved through the Fair” zijn maar enkele van de vele nummers die Moya Brennan bracht.

ARID
De afsluiter van de zaterdag was opnieuw een grote Vlaamse naam. Jasper Steverlinck en de zijnen deden wat het publiek van hen verwachtte. Ze speelden een strakke set en honderden kelen brulden de gekende nummers mee. Zoals de avond ervoor bij Gorki waren de stoelen in de eerste helft van de tent weggehaald. Zo kon het jonge volkje lustig rondspringen en meehossen op de tonen van de rockmuziek.
Net zoals in Dranouter wordt stukje bij beetje de folktraditie losgelaten door het populaire genre te programmeren op de late avond. Het is een wandeling op een slappe koord om een gevarieerd aanbod in evenwicht te houden met de financiën. Wij zullen ons dan ook niet mengen in dit debat waar teveel verschillende meningen met elkaar botsen. En mochten de organisatoren zomaar kiezen wie ze willen, zonder op gages te laten, wie zouden ze dan programmeren. Die vraag stellen we volgend jaar eens...

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Labadoux, Ingelmunster

Luka Bloom

Luka Bloom - Niet anders dan verwacht: prachtig!

Geschreven door

Zo een twee jaar geleden zagen we Luka Bloom in de Brusselse AB zowaar met een begeleidingsband aan het werk. Leuk, maar Luka Bloom heeft geen band nodig, dat was de belangrijkste les die we uit dat optreden trokken.

In Leffinge trad hij dan ook naar goede gewoonte helemaal in zijn eentje aan, en dat hij ons niet ging ontgoochelen daar waren we ook al zeker van.
Het decor en de akoestiek van De Zwerver leken trouwens op maat gemaakt voor de intieme pracht van Luka Bloom zijn liedjes. Parels als “Exploring the blue”, “Cold comfort”, “Monsoon”, “Lord Franklin” en “See you soon” kwamen volledig tot hun recht in de intimiteit van de helaas niet volgelopen zaal.
Een hele resem klassiekers die zowat altijd de revue passeren mochten ook nu niet ontbreken, alom herkenningsapplaus dus voor “Gone to Pablo”, “The Acoustic Motorbike”, “You couldn’t have come at a better time” en natuurlijk “Sunny Sailor boy”, een song waarin de publieke bijdrage met de jaren belangrijker is geworden en die zo een eigen leven is gaan leiden.
Wie Luka Bloom een beetje volgt weet dat hij sommige prachtsongs nogal eens achterwege laat, maar vanavond verraste hij ons toch op een haarfijn “Rescue Mission”, de song waarmee het voor hem destijds allemaal begon maar die hij om onbegrijpelijke redenen sinds jaren steeds links liet liggen.
Waar wij echter helemaal stil van werden is de Dylan song “Make you feel my love” die hij zich op een fantastische wijze heeft toegeëigend. Nog zo een opmerkelijke cover was “Bad”, een juweeltje van U2 die hier ook al een even fluwelen versie meekreeg.
Alsof wij na al dat moois nog niet genoeg overtuigd zouden zijn, bleek Bloom nog een wondermooie afsluiter in zijn achterzak te hebben, het werkelijk adembenemende “Be Well” was misschien wel de beste song van de avond.

Alweer een heerlijke avond met de immer sympathieke Luka Bloom, moge hij nog lang met zijn gitaar naar onze contreien komen. En geloof ons, dat zal hij ook doen, geen plaats waar hij meer met open armen ontvangen wordt dan ons Belgenlandje.

Organisatie: de Zwerver, Leffinge

Popallure 2011 – Ontpopt! met Belgisch Talent en Toekomstige Heroes

Geschreven door

Popallure 2011 – Ontpopt! met Belgisch Talent en Toekomstige Heroes
Een beetje een pijnlijke kwestie voor de organisatie van Popallure 2011 om de wel heel magere publieke opkomst te moeten aanschouwen. Hier in Vlaanderen mag men nog zo zijn best doen om een voortreffelijke affiche in mekaar te boksen, het is altijd afwachten of er wel genoeg volk zal komen opdagen. Niet dus, en dat is jammer, want hier stonden toch een paar aardige bands op het podium.

Zoals Drums Are For Parades bijvoorbeeld, die met hun rauwe mix van prille grunge (denk hier meer aan The Melvins dan aan Nirvana) en brutale stonerrock (zoek het vooral bij Karma To Burn) de zaal trachtten op te zwepen. Het trio bracht met een uiterst energieke en luide set met agressieve gitaren en dito zang het publiek toch wat in vervoering. Op hun hitsige debuutplaat ‘Master’ krijgen de songs nog soms wat verzachtende keyboards, sax of zelfs violen mee, maar live gooiden ze die in hun rauwste versie te grabbel. Hard, fel en furieus. Zo rauw lustten wij het wel.

Hoogtepunt van de avond waren The Sore Losers, die men ergens in de verte ook wel eens de Belgische Black Crowes durft te noemen. Doch wij zouden het veeleer houden bij The Raconteurs of The White Stripes. The Sore Losers klonken vooral zeer vinnig en levendig, hun songs stonden bijzonder sterk op hun poten en de elektriciteit droop er van af. Wij meenden hier het ontluikende enthousiasme van The Who in hun jongere tijden in te herkennen.
Quasi gans die uitmuntende debuutplaat werd er met een volle dosis power doorgejaagd en de zaal ging gewillig mee in dit rock’n’roll feestje. Bijzonder sterk, wat ons betreft mag dit een van de meest getalenteerde Belgische bands van het moment genoemd worden.

Wie te veel zijweggetjes inslaat, kan al eens de hoofdweg kwijt geraken, en dat is nu precies het probleem bij Tim Vanhaemel. Als wij hier al zijn nevenprojectjes en bandjes zouden gaan opsommen, dan komen we aan drie bladzijden, dus gaan we dat maar zo laten. Met zijn vriendje Pascal Deweze amuseert hij zich misschien te pletter in zijn nieuwste speeltje Broken Glass Heroes, maar van ons mag hij dringend zijn maatjes van Millionaire terug halen, want Broken Glass Heroes is niet veel meer dan een half geslaagde (dus ook half mislukte) sixties pastiche. Net als veel bandjes vinden die van Broken Glass Heroes het cool om te dwepen met The Beach Boys, The Beatles en The Byrds, maar vanavond bleek duidelijk dat het jonge publiek daar geen boodschap aan had, de sixties waren voor hen veel te ver af, iets voor ouwe mensen zeg maar. Gevolg, terwijl Vanhaemel en co zich naarstig verder amuseerden op het podium, droop het meeste volk af en stond de groep voor een nagenoeg lege zaal te spelen. Wij bleven wel tot het einde en zagen dat het slot toch nog de moeite waard was. De groep sloeg in het laatste nummer aan het jammen en dit resulteerde in een bezwerende psychedelische sound waar de Velvet Underground met vroege Pink Floyd (Syd Barrett periode) in zee ging. Helaas te laat.

Organisatie: Popallure, Nazareth-Eke

Earth

Earth – kosmische trip

Geschreven door

Het Amerikaanse Earth, uit Seattle, is al actief van ’90. Centrale pion van de band is gitarist Dylan Carlson, die een beetje lijkt op Howe Gelb van Giant sand. De groep was in die jaren één van de grondleggers van de drone/doom en laat in die donkere en dreigende sound traag slepende, broeierige filmische trips horen. Postrock avant la lettre of avantgarde. Ze gooien er zelfs fraaie stukjes psychedelica en progrock tegenaan, wat de muzikale schoonheid onderstreept. Ze roepen beelden op van een desolaat landschap, met in de verte een ‘petite maison dans la prairie’. Earth is zowat de Ennio Morricione van de drone en heeft een western uit zonder acteurs.

De Stadsschouwburg in Brugge fungeerde als een ‘prairie’decor van deze groeisound, gekenmerkt door uitsluitend instrumentale, minimalistische, lange en repetitieve structuren. Het kwartet dat naast Carlson bestond uit drumster en tevens vrouw, Adrienne Davies en ‘nieuwe’ leden, Lori Goldstone op cello en bassiste Angelina Beldoz, plaatsTen het pas verschenen ‘Angels of light, demons of darkness 1’ voorop. Deze songs, waaronder “Blackwater site”, “Descent to the Zénith”, “Father midnight” en “Old black” stralen rust en gemoedelijkheid uit én zijn toch vinnig door de apocalyptische ondertoon van het gitaargetokkel, het ietwat scherper gitaarspel, de gepaste, (licht) dreunende basstunes, de donkere cello en de ingehouden, sobere, golvende drums en cimbaalslagen.
Het oudere werk was dreigender en onheilspellender en hier kon het kwartet wat forser, en krachtiger gaan op “Code maestro in flat minor” uit ’96, of “Ouroboros is broken” uit ’91. Huivering en elegante schoonheid waren hier op z’n plaats.
Mistige achtergrondbeelden konden er wel bij om de instrumentale muziek van Earth beter tot z’n recht te laten komen. De cultband hoeft niet onder te doen van de huidige ‘boom’ postrock/metal/drones & doom en wordt dan ook gegeerd door de fans binnen deze stijlen ...

We kregen een deels uitgesponnen versie te horen van de titelsong van de recente cd, omgeven van fuzz - en galmbewegingen, om dan feilloos over te gaan naar toegankelijke ‘onheil’ pop; na een klein anderhalf werd hiermee de set besloten. Gerust mocht de kosmische Earth trip nog wat langer duren.

Earth had op hun tournee Sabbath Assembly mee . Het kwartet grossierde in ‘70s psychedelische rock van o.m. de Velvet Underground & Nico, is niet vies van hardrock en trippop op z’n David Lynch’s. De indringende vocals van de bevallige zangeres Jessica Toth waren dan ook bepalend binnen het muzikaal concept. Ze klonken duidelijk krachtiger dan hun grootmeesters, maar behielden een repetitieve structuur en spannende, slepende, broeierige ritmes met een donkere, onheilspellende, verdwaasde ondertoon.
De wierook die ze vooraan op het podium leidde de mystieke avond in …

Organisatie: Cactus Club, Brugge

London Wainwright III

London Wainwright III – geslaagd concert dat emotioneel raakte

Geschreven door

Het avondje met London Wainwright III begon eerder bescheiden. Dochter Lucy mocht de spits afbijten, speelde wat aardige nummers bijeen maar hier bleef het bij.

LW III pakte het dan ook anders aan. Hij stapte resoluut het podium op gewapend met gitaar, een heerlijk warme stem en tonnen charisma. Vanaf opener “Being a dad” had hij het publiek onmiddellijk bij zijn nekvel: leuk verhaaltje als intro, oerdegelijke song en gebracht alsof hij alles nog te bewijzen had. Dit stramien herhaalde zich keer op keer. Sentiment en cynisme waren steeds in balans en veelal gingen zijn songs over persoonlijke familiale relaties (o.a. “White winos” over zijn moeder – “Your mother and I” over zijn relatie met zijn ex Kate). Soms haalde het cynisme het volledig (“The morgue”), toch één van de hoogtepunten van de avond.
Lucy mocht nog enkele nummers meezingen nadat LW III ook al zijn kunsten op banjo en piano had gedemonstreerd (“My God, I am so talented” – een bemoedigend woordje voor zichzelf omdat hij ook met de piano overweg kon). Mooi allemaal maar hoe hij daarna met gitaar weer eens uitpakte in “Primrose Hill”, waar een mens er toch eventjes stil van wordt. Kortom, een zondermeer geslaagd concert (anderhalf uur) dat in momenten piekte zoals de Dow Jones in betere tijden.

Organisatie: Cultuurcentrum, Brugge

Pagina 409 van 498