logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15472 Items)

Testament

Testament laat Hof ter Lo op zijn grondvesten daveren

Geschreven door

Leve de gevestigde worden in onze teerbeminde metalscene! Testament is één van die groepen die sinds jaar en dag zijn publiek weet te verwennen met prachtige CD’s en geniale live-optredens. Woensdag 22 Augustus was het weer zover. De band kreeg na 2 jaar afwezigheid de kans om Hof ter Lo te laten ontploffen.

De eer om te mogen openen voor Testament was weggelegd voor het Nederlandse Polluted Inheritance.  De zaal was al aardig gevuld toen de heren de aftrap gaven. Met hun mix van Death en Thrash metal konden ze het volk wel een tijd blijven boeien, maar na de helft van de set zag je toch de aandacht in het publiek verslappen ondanks de bij momenten mooie riffs. Ook mij kon het niet echt blijven boeien. Deze band is zeker niet slecht, maar miste heel wat enthousiasme om de vonk over te brengen naar het publiek. Ik bleef de band tussen het praten door wel wat te volgen maar niets kon mij nog echt verrassen.

Na een relatief korte break was het eindelijk de beurt aan de heren voor wie we deze avond waren gekomen. Met bijna de volledige line-up uit de tijd van hun debuut-CD ‘The Legacy’ uit 1987, kon het bijna niet anders dan een schitterende avond worden. Bij het inzetten van “The Preacher” werden mijn vermoedens dan ook al bevestigd. Wanneer de set daarna zonder tussenpauze werd vervolgd met “The New Order” en “The Haunting”, konden we al meteen zeker zijn van een aantal aardige klassiekers.
Daarna werden een viertal nieuwere nummers voorgeschoteld die nog altijd van uitstekende kwaliteit waren, maar waarvan de meeste mij net iets minder konden boeien dan de rest. Na “Electric Crown”, “Low”, het beukende “D.N.R.” en “Three Days In Darkness”, greep de band terug naar de klassiekers. Met “Practice what you preach” werd voor de eerste keer echt beroep gedaan op het publiek om uit volle borst mee te zingen! Wat dan ook met overtuiging werd gedaan. Na het nummer kondigt de groep aan dat het deze avond een langere setlist zou spelen en er een hoop klassiekers tegenaan zou gooien.
Ze hebben in elk geval niet gelogen. Vanaf dan werden enkel nog klassiekers gespeeld, waarvan de nummers “Into The Pit” en “Over The Wall” er ver boven uitstaken. Tijdens “Into The Pit” ontstond een niet onaardige moshpit die Chuck Billy en de rest van de band aanzetten om nog harder te gaan spelen. Bij het aankondiging van “Over The Wall” kregen de geïnteresseerden de toelating om het podium te betreden. Dit resulteerde in een bomvol podium waarop gemosht, gebangd en gestagedived werd. De sfeer werd er van dan af alleen maar beter op.
Met het al even geniale “Alone In The Dark” werd een eerste einde voorzien in de geniale show van de heren. Tijdens dit nummer lieten de heren en het publiek zich volledig gaan. Vooral Het meezingbare refrein werd uit volle borst meegezongen door het uitzinnige publiek. De band kon niet anders dan nog enkele toegiften doen. Deze kwamen er in de vorm van “Burnt Offerings” en het goede oude “Desciples Of The Watch”. Een schitterend einde van een geniale show.

Anderhalf uur na de start van het optreden konden de heren voldaan het podium verlaten. Iedereen was het er over eens dat Testament er alweer een schitterende Thrash avond van gemaakt had. Ondanks de voortreffelijke prestaties van de volledige band, deed het mij vooral deugd om Alex Skolnick eens aan het werk te zien. Dit optreden behoort met gemak tot één van de betere optredens die ik reeds heb mogen meemaken.

Setlist:
01 The Preacher - 02 The New Order - 03 The Haunting - 04 Electric Crown - 05 Low - 06 D.N.R. - 07 Three Days In Darkness - 08 Practice What You Preach - 09 Souls Of Black
- 10 The Legacy  - 11 Into The Pit - 12 Over The Wall  -13 Alone In The Dark  - 14 Burnt Offerings - 15 Disciples Of The Watch.

Organisatie: CC Luchtbal/Hof ter Lo, Borgerhout

Two Gallants

The Scenery Of Farewell (EP)

Geschreven door

Met  ‘What the toll tells’ hadden deze twee heren al voor één van de meest aangename verrassingen gezorgd van 2006. Amper een jaartje later komen ze aanzetten met dit interessant tussendoortje, een EP met 5 overwegend akoestische songs, 5 pareltjes als je ’t ons vraagt. Het zijn stuk voor stuk doorleefde songs die zichzelf zonder blozen een plaatsje mogen geven tussen het betere werk van Bob Dylan, Neil Young, Green On Red en The Drones. Alle nummers zijn van de hand van Adam Fontaine die voorzien is van een snijdende stem en die overigens ook de gitaar, harmonica en piano voor zijn rekening neemt. Hij wordt enkel bijgestaan door zijn buddy Hyde Edneud op drums en percussie. Fontaine’s songs ademen een rauwe schoonheid, het zijn onversneden en scherpe edelstenen die ons tot op het bot raken.  Afsluiter “Linger On” is het mooiste nummer van deze EP, een sublieme mijmerende ballad waarvan het haar op onze armen recht komt te staan.
Deze EP legt de lat wel erg hoog voor de Full CD die er zit aan te komen. We kunnen haast niet wachten.

Shy Child

Noise won't stop

Geschreven door

Het New Yorkse duo Shy Child, Pete Cafarella (vocals/toetsen) en Nate Smith (drums) brengen een avontuurlijk geluid van pop, punkfunk, nu rave en psychedelica. De elf songs worden bepaald door de opzwepende drums van Nate, en de keyboards van Pete, een keytar, ‘80’s synths in de stijl van Suicide en Devo, die ruimte biedt voor psychedelicasynths. Een energiek, fris geluid, groove en beats.
‘Noise won’t stop’ klinkt als dansbare garagerock …zonder gitaren.
De titelsong, “Astronaut” en het afsluitende “Cause & effect” zijn prijsbeestjes, die inwerken op de dansspieren. “Drop the phone”, “Generation Y (we got it)”, “Good and evil” en “Summer” getuigen van muzikale inventiviteit door een aanstekelijk, rauw melodieus geluid van elektronica en drums, ergens tussen The Rapture, Klaxons en zZz. “Volume” en “What’s it feel like” zijn dromerig en sfeervoller, gekenmerkt door een trancegerichte beat.
‘Noise won’t stop’ mag een terechte doorbraak naar Europa betekenen.

Korpiklaani

Tervaskanto

Geschreven door

Met ‘Tervaskanto’ is de Finse ‘Forest clan’ ofte ‘Korpiklaani’ toe aan zijn vierde langspeler sinds de oprichting van de band in 1999. Afgaand op de CD-hoezen zou je al snel kunnen vrezen voor een sterke achteruitgang in die tijd. Toch blijkt dit absoluut niet te kloppen.
Korpiklaani heeft zich in de loop der jaren opgewerkt tot één van de grootste folkmetalbands. Ook op ‘Tervaskanto’ bewijst de band, dat ze die plaats meer dan verdienen. Gebruik makend van tal van oude volksinstrumenten, die door het grootste deel van de bevolking al lang vergeten zijn, in combinatie met een ruige metalsound, brengt de groep 42 minuten luisterplezier.
Bij de vorige CD’s had ik het vaak wat moeilijk met de vocalen en het tempo van het album. Een nummer of drie vier ging er bij mij vlot in, maar daarna had ik het wel gehad. ‘Tervaskanto’ daarentegen kan mij van begin tot het einde blijven boeien. Dit komt hoogstwaarschijnlijk doordat er meer aandacht werd besteed aan de melodieën dan aan het ruigere aspect. Dit resulteert in een vrolijk klinkend en goed in elkaar gestoken album, waardoor de muziek nog aanstekelijker werkt dan voordien.
Ondanks het vrolijke gevoel dat het album nalaat, blijken de teksten niet altijd even vrolijk te zijn. Zo handelt “Veriset äpärät” (Bloody Bastard Children) over de wenende geesten van bastaardkinderen, die in lang vervlogen tijden in de bossen werden achtergelaten. Natuurlijk zijn er ook weer de pure feestnummers waar Korpiklaani al sinds hun ontstaan voor bekend is. Zo ligt “Let’s Drink” in de lijn van DE Korpiklaani klassiekers “Beer Beer” en “Wooden pints” en sluit het instrumentale “Nordic Feast” het album schitterend af waardoor je onmogelijk kan blijven stilzitten.
Liefhebbers van het eerste uur zullen ‘Tervaskanto’ volgens mij niet altijd met open armen ontvangen door de “wat rustigere” richting die de groep is ingeslagen. Wie de groep echter nog niet kende of vond dat de folkelementen te veel werden verdrongen door de ruwheid, moet dit album zeker een kans geven!

Gogol Bordello

Super Taranta

Geschreven door

Als u echt eens een spetterende fuifplaat wil horen dan bent u bij Gogol Bordello aan het juiste adres. Gogol Bordello is de band van Eugene Hütz, een Oekrainer die al de hele wereld heeft rondgereisd om uiteindelijk in New York te belanden en daar met de meest rare kwieten een bandje op te richten. De drank en een chronische goesting om te fuiven deden de rest.
Hütz verloochent geenszins zijn afkomst, zijn Engels met veel Oekraiens haar op en de immer aanwezige gypsy invloeden zorgen ervoor dat dit voor New York wel een heel ongewoon groepje is, ook al zijn ze daar veel gewoon. De prettig gestoorde zigeunerpunk van Gogol Bordello heeft net lang genoeg in een marinade van vodka gelegen om zodanig ons humeur op te pompen dat we het tot een stuk in de nacht op een fuiven van jewelste willen zetten. Prop Mano Negra, Arno, The Pogues, Goran Bregovic, The Dropkick Murphys en Bob Marley in een ton buskruit, steek de lont aan en wat je krijgt is ‘Super Taranta’, explosief, geestig, bronstig en pittig. Een bonte mengeling van gypsy, flamenco, reggae, punk en folk, met bovendien een gezonde dosis humor.
Dit is een heerlijke funplaat van een band die u ook vooral live aan het werk moet zien. Op de laatste Pukkelpop editie was dit negenkoppig gezelschap immers briljant. En als u ons nu wil excuseren, we gaan er nog eentje inschenken.

Exterminator

Slay your kind

Geschreven door

Dat er nog te veel parels van bands verdoken liggen in België wordt met het nieuwe album van Exterminator opnieuw bewezen. De band bestaat ondertussen al 16 jaar en deelde het podium met namen als Entombed, Grave, Immolation, …Toch kon de band tot nog toe bij geen enkel label terecht. Ook het nieuwe ‘Slay Your Kind’ werd in eigen beheer uitgebracht.
Dat deze band afkomstig uit Peer veel over heeft om een goede cd uit te brengen wordt mij al snel duidelijk. Het boekje is mooi uitgewerkt en sluit goed aan bij de duistere en goed uitgewerkte teksten. Hoewel men dit maal niet voor een conceptalbum koos, loopt er toch een duidelijke rode draad doorheen het album, namelijk en protest tegen alle walgelijke wandaden waaraan de mensheid regelmatig zondigt.
Zo klaagt men in “Inside The Pyramid” de slavernij en het machtsmisbruik van mensen aan de macht aan. Dit goed uitgewerkt nummer is meteen ook één van de uitschieters op het album. De krachtige thrash riffs en zware vocalen worden in dit nummer afgewisseld met cleane melancholische zanglijnen en melodieuze gitaarlijnen. Hiermee wordt een “relatief” rustpunt geboden in een rauw en agressief album.
Ook “732 Potiers” liet bij mij een indruk na, met zijn slepend en zware begin en de Franse gesproken tekst doorheen het nummer naar het einde toe. Ook muzikaal steekt dit nummer goed ineen na een trage slepende start raakt het nummer op gang om vervolgens melodisch zijn weg voort te zetten. Wie na twee nummers al besluit dat het te zwaar is voor hem, zou ik toch dit nummer nog aanraden. Wie weet kan de melodieuzere kant van Exterminator hen wel bekoren. Ook het daarop volgende “La Souffrance” wist mij te verrassen. Ook hier worden de zwaardere stukken afgewisseld met rustigere en melodische en zelfs met prachtige cleane vocalen die een ritmisch refrein brengen tussen de slepende zware vocalen door.
De overige nummers op het album moeten zeker niet onderdoen maar vertonen mindere opvallende zaken. Toch zijn de overige nummers er zeker niet minder om. Wie zijn metal al eens graag zwaar en snoeihard heeft, maar er ook wel een melodieus stuk tussen kan appreciëren kan zich zonder twijfel de nieuwe van Exterminator aanschaffen.
En voor wie graag een optreden meepikt, kan ik alvast vertellen dat deze mannen live snoeihard en strak uit de hoek komen! Mijn nekspieren hebben het geweten! Meer van dat beste Belgen!

Pukkelpop 2007: zaterdag 18 augustus

In de Club onderscheidde het Amerikaanse drietal Home Video zich als frisse indie elektronica, ergens tussen The Notwist en Kings Of Convenience, onder een hemelse zang. Live staken ze meer groove, dynamiek en noise in hun sound, wat aanstekelijk werkte op de dansspieren. Een aangename kennismaking.

Sparta (Mainstage), gegroeid uit At The Drive-In, nam een paar jaar geleden de keuze toegankelijke emocore te spelen. Ze hebben een nieuwe cd uit ‘Threes’. Met de muzikale geest van Quiksand speelden ze stevig, gebalde gitaar pop, onder diverse tempowisselingen en een helder emotievolle zang van Jim Ward. De afsluitende songs “Taking back control” en “Air” mochten er duidelijk zijn.

Albert Hammond Jr (Marquee) maakt deel uit van het Amerikaanse The Strokes die al een paar jaar de retrorock doen herleven. De vorige cd ‘First impressions on earth’ had niet de verhoopte respons wat gitarist Hammond Jr ietwat ruimte gaf een soloplaat op te nemen,… in het verlengde van de doorleefde sound van The Strokes. Een herkenbare sound van de ‘krullenbol’ gitarist. Hammond Jr solo was goed, maar had weinig muzikale identiteit.

Het uit Toronto, Canada, afkomstige mathrock-kwintet The End was één van de smaakmakers op de Skatestage op zaterdag.  Bij ons zijn ze voor velen nog een grote onbekende, maar dat kan niet lang meer duren.  Hun combinatie van metal, mathrock en hardcore klonk zeer krachtig en overtuigend.
Het begin dit jaar uitgebrachte 'Elementary' (op Relapse Records) bracht het beste van bands als The Dillinger Escape Plan, Converge, Tool, The Mars Volta en Neurosis samen op 1 album.  Uit die plaat werden “Dangerous”, “Animals”, “Dear martyr”, “The never ever aftermath”, “Throwing stones” en “My abyss” gebracht.  Van de eerste twee albums (‘Transfer trachea’ en ‘Within dividea’) werd niets gespeeld, maar dat vonden de aanwezige fans niet erg. Zanger Aaron Wolff was een goede frontman die moeiteloos overschakelde van een schreeuw- naar een meer melodieuze zangstem.  Bij een 2-tal songs bespeelde hij niet onverdienstelijk een drumtom. Met enkele sferische, ambient-achtige keyboardpartijen, zorgde hij voor een rustpunt.  Het samenspel van de band was hecht en zeer strak.  Kortom, een band om in te gaten te houden!

Soapstarter (Wablief) uit het Gentse, met ex leden van Vive La Fête, Soulwax en dEUS, kunnen een mooie toekomst tegemoet gaan. De groep brengt een zuiders, zomers zwoele midnightsummerdreammusic, met een vleugje funk, country, folk en hiphop. Een diversiteit aan stijlen die refereert aan Manu Chao, Lalalover en Prince. Hun debuut ‘Naked wheelz’ mag je alvast in het oog houden, want deze prikkelende pop heeft me duidelijk nieuwsgierig gemaakt. Een schitterende finale speelden ze met “Bad news”, “Crack” “Nugateen” en “UV lights”.

Het Duitse duo Booka Shade (Dance hall) slaagde er ondertussen in de tent op z’n kop te zetten door hun trancegerichte dance, bleeps en opzwepende percussie; het zette iedereen aan tot dansen en handgeklap. Eén van de hoogtepunten was toen het duo met hun neo trance geluid “Oh Superman” van Laurie Anderson sampelde. Het duo refereerde ook aan Underworld.

Het Britse hippop collectief The Streets (Main stage) van Mike Skinner, spelen de laatste jaren evenwichtige sets. Skinner had op Pukkelpop nog iets goed te maken na het débâcle van 2005. Het ging al vorig jaar de goede kant op te Werchter en tijdens de clubtournee. Een geheel van pop, hiphop, r&b (dub)reggae, 2step en orkestraties onder Skinners (neuzelende) spervuur aan raps en de soulfulle stem van de tweede zanger, waren uiterst genietbaar en konden het publiek ophitsen. Skinner liep heen en weer op het podium, ging in op elke prikkel van de eerste rijen, en reeg dit aaneen aan de gespeelde songs. Hij slaagde er zelfs in het publiek op de knieën te krijgen. Het ging er allemaal in als zoetenkoek. “Let’s push the thing forward” linkten ze aan “Outta space” van Prodigy, er waren de 2 step songs “It’s supposed to be easy en “Fit but you know it” en de gospels “Never went to church” en “Weak become heroes”. Ze zorgden voor een fijne afwisselende en opwindende - soms rommelig aandoend - set.

In een goedgevulde Wablief speelde het Antwerpse indierock/noisegezelschap White Circle Crime Club (genoemd naar een New Yorkse misdaadgroep uit begin vorige eeuw) een intense set.  De muziek werd gekenmerkt door hortende gitaren, bizarre breaks, 'vuil' klinkende keyboardstukken, lange instrumentale passages en een samenzang.  Voornaamste referenties zijn Sonic Youth, At the Drive-In, Unwound en het al lang vergeten The Jezus Lizard en Drive Like Jehu.  WCCClub heeft al 3 platen op hun conto staan, waarvan het eind vorig jaar in eigen beheer uitgebrachte 'A present perfect' de sterkste indruk naliet. Vernieuwend of grensverleggend was het niet, en bij momenten was het zoeken naar echte songstructuren, maar al bij al was dit een degelijk optreden.

De Bromheads Jacket (Club) klinken rauw, snel en ze zijn communicatiever dan hun Sheffieldse stadsgenoten Arctic Monkeys. Hun debuut ‘Dits from the commuter belt’ klonk als een sneltrein; live hielden ze hetzelfde tempo aan, met een vleugje fuzz op z’n Mudhoneys. Een stevige, potige set, waarbij zanger/gitarist Tim Hampton op het eind nog gedragen werd door het publiek. Beloftevol groepje.

De Deen Anders Trentemöller (Dance hall) besloot onlangs zich toe te leggen op het live aspect. De remixer/techneut was te zien met een bassist/gitarist en drummer. Aanvankelijk hoorden we een rustige set, als het vroegere Royksopp en Biosphere, waar de klemtoon kwam op trance en subtiele soundscapes: donker, dreigend  en koel. De projecties op het achterplan met zwart/wit ’30’s cabaret gaven elan aan deze bevreemdende elektronica. Gaandeweg klonk Tentemöller forser en krachtiger,en liet hij de beats op het voorplan treden. Een hoogtepunt naar de single “Moan” (evenwel zonder Ane Trolle).

Het Noorse 120 Days werd verplaatst in loop van de namiddag naar de Wablief. We ontbraken niet op de afspraak om dit beloftevolle kwartet aan te werk te zien met hun intrigerende mix van pop, ‘80”s wave, dance, psychedelica, galm, fuzz, en noise ondersteund van stroboscoopeffects . Een filmisch dreigende brij, gekenmerkt door een schitterende opbouw en eindigend in huiveringwekkende distortion en dance in een gepaste groove. De songs werden lang uitgesponnen en ze gingen naar een climax met “Come out, Come down”. Een ontspoorde sound van een band die zich meteen meette met My Bloody Valentine en Archive.

De Newyorkse zusjes Casady van CocoRosie (Marquee) zorgden ervoor dat ze ons deden meestappen in hun wondere sprookjes- en droomwereld. Hun freefolk/elektronicableeps werden verwezenlijkt door piano, akoestische gitaar, harp, allerhande geluidjes en de twee aparte stemmen van de zusjes (operastem en kreunende zegrap), het beatboxen van Tez en verder piano, akoestische gitaar en harp. Een origineel en avontuurlijk geluid dat overeind blijft. En dan spraken we nog niet over de kledij van de zusjes die tot onze verbeelding spraken.
Een wonderlijke klankenwereld op “Houses”, “Animals” , “Promise” en “Werewolf”. “Rainbowwarrior” en “Japan” hadden de sterkste groove en mijmerden naar ‘Wizard of Oz’ of de Familie Trapp. “K Hole”, “Beautiful boyz” en “By your side” werden gedragen door de tegengestelde stemmen van de zusjes.  Een knusse magische droomwereld, die opnieuw kon rekenen op een sterke respons.

Het Limburgse Krakow (Wablief ) waren een aangename verpozing. Slowcore  in de beste traditie van At Close of Every Day, het oude Low en Sophia. Een sfeervolle, traag opbouwende set onder de warme, hemelse stem van een hoogzwangere Niné Cipoletti, aangevuld met haar mannelijke collega.  Een tweetal americana songs  deden denken aan Bonnie Prince Billy en Cowboy Junkies. Fijne muziek van een gevoelige band.

The Sounds (Club) is een Zweedse beloftevolle band met zangeres Maja Ivarsson. Het vijftal speelt melodieus bedreven, potige rock’n’roll met ophitsende toetsenpartijen, binnen de huidige nu-rave, bepaald door de schreeuwende vocals van de knappe blonde zangeres, die wel de nieuwe Debbie Harry lijkt. In een sneltempo volgden de songs elkaar op en kon de band rekenen op een uitgelaten menigte. “7 days a week”, “Night after night”, “Painted by numbers”, “Rock’n’roll” en de single “Tony the beat” waren alvast veelbelovend.

LCD Soundsytem, het New Yorkse dancepunk-kwintet onder leiding van James Murphy, zette de Marquee op zijn kop.  De combinatie van dance, punk, funk, electro,disco en rock werkte aanstekelijk; zelfs tot ver buiten de tent werd er gefeest. Van het gelijknamige debuut uit '05 kwamen het onweerstaanbare “Daft Punk is playing at my house”, het heerlijke “Tribulations” en “Yeah”, in een superlange en opzwepende versie aan bod; stilstaan was niet aan de orde.  Van het begin dit jaar verschenen 'Sound of silver' werden “Time to get away”, het politiek getinte “North American scum”, het groovy en dreunende “Get innocuous”, en het poppy en rustige “New York, I love you” gebracht.
De band was goed op elkaar ingespeeld: drummer Pat Mahoney was zeer strak, en ook gitarist Al Doyle (tevens lid van Hot Chip), keyboardspeelster/vocaliste Nancy Whang en bassist Phil Skarich zorgden voor een vette live sound.
LCD Soundsystem zette een uiterst dansbaar, energiek en knap optreden neer op Pukkelpop.
See you next year!

Eindelijk, na bijna 20 jaar, heeft Chokri Nine Inch Nails (Main stage) op Pukkelpop gekregen!  Voor velen was dit één van de absolute headliners (getuige de 'ontelbare' NIN-t-shirts op de wei).  Frontman/zanger Trent Reznor en zijn invloedrijke industrial-rock band NIN waren naast Ministry, Skinny Puppy (Canada) en KMFDM (Duitsland) één van de belangrijkste en gezichtsbepalende bands van het genre.
Van de debuutplaat 'Pretty hate machine' kwamen het onvermijdelijke “Head like a hole” en “Sin” aan bod.  Doorbraakalbum ‘The downward spiral' werd vertegenwoordigd met het allesverwoestende “March of the pigs”, het mooi opgebouwde “Eraser” en het breekbare, sobere en door Johnny Cash gecoverde “Hurt”, (wat een wereldnummer).  Ook “Burn” (van de 'Natural Born Killers soundtrack'), “Gave up” (van de 'Broken' EP), “The hand that feeds” en het dansbare “Only” (beiden van 'With teeth' ('05)) kwamen aan bod.
Van 'Year zero', het laatste album dat handelt over het mogelijke einde van de wereld,  passeerden “Hyperpower”, “The beginning of the end”, de single “Survivalism” en het noisy-electronische “The great destroyer'” de revue.
Trent werd live bijgestaan door Twiggy Ramirez (ex-Marilyn Manson en A Perfect Circle), gitarist Aaron North (ex-Icarus Line), keyboardspeler Alessandro Cortini en drummer Josh Freese, zeker één van de sterkste line-ups ooit.  NIN verkeerde in bloedvorm en zette een krachtig en explosieve show neer, waarbij het geluid zuiver was.  Ook de lichtshow en het decor waren een lust voor het oog.
Spijtig dat de band maar 70 minuten speeltijd toegewezen kreeg, dus geen “Closer”, “Starfuckers inc.”, “Terrible lie”, “Something I can never have” of “Suck”.  Maar geen nood, het was zeker één van de indrukwekkendste optredens van de drie dagen Pukkelpop!

Sonic Youth (Marquee). Twintig jaar geleden bracht Sonic Youth op vinyl de dubbelaar ‘Daydream Nation’ uit, een baanbrekend album van ‘alternative’ rock, noise, distortion, fuzz en experiment. Het zorgde ervoor dat Sonic Youth, die al een paar jaar bezig waren, gerespecteerd werden voor wat ze deden met hun gitaren, diepe bas en de bezwerende, opzwepende percussie.
Het was de uitgelezen kans om de gierende gitaren, galm en noise aan geluidsversterkers te zien, zoals twintig jaar terug op Futurama.
En net als Dinosaur Jr, verbleekte Sonic Youth vele jonge bandjes met hun rock’n’roll interpretatie.
Ze speelden de plaat integraal. Ik fronste meteen de wenkbrauwen op “Teenage riot” en “Silver rocket” door de strijkstokken op de snaren en de schurende gitaargevechten van Thurston Moore en Lee Renaldo. Een overwaaiende gitaarsound!
Kim, al de vijftig voorbij, nam het voortouw op “The sprawl” en “Cross the breeze” en Lee op “Eric’s trip”. Hun trip ging verder met o.a. “Total trash”, “Hey Joni”, “Rain king” en “Kissability”. “Candle” was mooi om aan te zien door de gitaarsound tegen de versterker te horen.
Bewonderend hoe Sonic Youth dit Magnus Opus speelde, net vóór hun overstap naar een major label. Afsluiter was de trilogie “The wonder”/ Hyperstation/Eliminator”.  Wat een belevenis.
Als bis trakteerden ze ons op “Reena” en “Pink steam” van hun recentste plaat. Mark Ibold van het vroegere Pavement vervoegde het viertal, net als op de optredens in de Hallen Van Schaarbeek, december ll.
Sonic Youth schreef geschiedenis.

Tool (Mainstage) liet wat op zich wachten …tot Sonic Youth had gedaan. Respect!
Voor wie hen afgelopen november zag, was dit praktisch dezelfde set en visuals (vier schermen achter de bandleden). Respect wat Tool presteerde om perfect de donkere, spannende sound onder diverse tempowisselingen en onverwachtse wendingen te spelen. Muziek en visuals van de waanachtige onderwereld van Tool. Maynard James Keenan stond zoals gewoonlijk midden achteraan en gaf met z’n vocale zegzang en voordracht zeggingskracht aan de songs.
Als één concept stelden ze de songs voor, waarvan de klemtoon kwam op het recente ‘10000 days’, naast ouder bekender werk “Stinkfist”, “Schism”, “Lateralus” en “Aenima”. Tool stond garant voor een adembenemende sound en show. Unieke band!

Het vuurwerk mocht het intens driedaags festival besluiten. Moe, voldaan en verzadigd van zo’n pak bands konden we huiswaarts keren!

Organisatie: Pukkelpop, Hasselt-Kiewit

Pukkelpop 2007: vrijdag 17 augustus

Geschreven door

Devotchka (Club) ligt muzikaal in de lijn van Arcade Fire en Dresden Dolls. Een tof instrumentarium van akoestische gitaar, accordeon, viool en bastuba zorgden voor een Oost-Europees aandoend geluid. Hun cabaresque poprock intrigeerde.

The Van Jets (Mainstage) is één van de meest geboekte Belgische bands op de festivals. Vorig jaar was de eer weggelegd voor An Pierlé & White Velvet. 2007 is dus het jaar van de winnaar van Humo’s Rock Rally 2004. Hun retrogitaarrock’n’roll werd smaakvol onthaald. Een uitgekiende afwisselende set, met een paar stevige rockers en sfeervolle songs door toetsen. David Bowie’s “Fashion” pakten ze uiterst origineel aan. Puik werk van het viertal onder de broers Verschaeve.

Reverend & The Makers (Dance hall) is een Brits gezelschap dat we in de gaten mogen houden met hun groovende en aanstekelijke popelektronica. Ergens te situren tussen de Britpop van Blur, Oasis en de psychedelica bleeps van Primal Scream. Er was ruime belangstelling om deze nieuwe danspopsensatie aan het werk te zien. “Heavyweight champion of the world”, “Miss Brown”, “Bandits”, “Open your window” en “He said he loved me” maken ons nieuwsgierig naar het debuut dat in september zal verschijnen.

The Rifles (Marquee) zijn een jong bandje uit Londen, die met “Peace & quiet” een aardig rock’n’roll hitje scoorden. Muzikaal uitgangspunt van de band: melodieus sprankelende en energieke korte rocksongs. Live miste het kwartet pit en dynamiek, wat een lauwe set opleverde. De soundcheck tussen de nummers verslapte de vaart en de aandacht. Net zoals The Kooks op Werchter zal het eventjes wachten zijn op een definitieve doorbraak. De band speelde dit voorjaar sterker in de Petrolclub.

Het Britse Fujiya & Miyagi (Chateau), wat een groepsnaam, was één van de ontdekkingen van de dag. Ze verrasten met hun indie elektronica tussen The Notwist, Kraftwerk, Blonde Redhead en Spiritualised. De songs waren repetitief opbouwend; beats en een vleugje experiment werden niet geschuwd. Avontuurlijke band.

Blackstrobe (Dance hall) verbaasde vorig jaar met de instant clubhit “Italian fireflies”. Het duo is ondertussen een full band geworden en speelde voor een  talrijk opgekomen publiek een combinatie van rock, dance, trance  en electro. Een aanstekelijke, opzwepende set, wat de band plaatste naast een Simian Mobile Disco, Justice en Digitalism. Spil Arnaud Rebotini zag eruit als een jonge Lemmy van Motörhead. Blackstrobe slaagde erin als groep te boeien.

Een andere ontdekking was het Schotse The View (Marquee) onder Kyle Falconer en Kieren Webster. Het gezelschap speelde rauw rammelende, melodieuze gitaarrock in het verlengde van Babyshambles, doch mooier, verfijnder en evenwichtiger. De samenzang  gaf elan aan de uptempo gitaarsongs. “Comin’ down”, “Don’t tell me”, “Street lights” en “Same jeans” zijn maar een paar voorbeelden van hun getalenteerd songschrijverschap. En ze zijn niet vies om hun rock’n’roll sound 360 ° te draaien zoals op het intieme “Face for the radio”. De band kon rekenen op een sterke respons. Met stip genoteerd binnen onze ontdekkingstocht op Pukkelpop.

Badly Drawn Boy (Marquee) Damon Gough uit Manchester onderneemt een even uitgebreide tournee met de nieuwe cd ‘Born in the UK’ als ten tijde van het debuut ‘The hour of the bewilderbeast’. Hij grossierde in z’n oeuvre met sfeervolle, dromerige en fris sprankelende popsongs. Fijnzinnige pop onder Dough’s emotievolle weemoedige stem: “Everybody’s stalking”, “Born in the UK” (ingeleid door het Britse volkslied) en “Journeys from A to B”. Waarschijnlijk door het lange touren liet Gough een vermoeide indruk na, waardoor Badly Drawn Boy pas écht op dreef kwam halverwege de (ietwat te korte) set. Hoogtepunt was “Silent Sigh”, na enkele sfeervolle songs op piano “Further I slide” en “All possibilities”.

De Zweedse garagerockers The Hives (Mainstage) zijn vaste klant op Pukkelpop. Ze stonden garant voor veertig minuten energieke en springerige gitaarrock’n’roll onder de excentrieke zanger Howlin’ Pelle Almqvist.
‘The black & white album’ verschijnt binnenkort, waarvan we een paar song te horen kregen, maar het waren vooral de strakke en felle instant klassiekers “Walk idiot walk” en “Main offender” die entertainment ondersteepten.

Het Londense  garagetrio The Noisettes (Club) trad in de voetsporen van The Bellrays en The Yeah Yeah Yeahs, en speelden rauwe rock’n’roll blues. Een glansrol was weggelegd voor de zwarte zangeres, een hyperkinetische dame met een helder overtuigende verbeten soulstem, die op haar hoofd een soort Cleoapatra hoofddeksel droeg. Als een black panther bewoog ze op het podium op zoek naar haar prooi. “
Monte christo”, “Don’t give up”, “Break free”, “Mind the gap” en “Sister Rosetta” waren scherpe, venijnige songs, met een dans- en meezinggehalte. Wat een muzikale wervelwind!

Het was van De Nachten te Antwerpen geleden (zes jaar terug in de tijd!) dat Sophia (Marquee) van Robin Proper-Sheppard zich lieten omringen met een heus strijkerensemble en blazersectie, naast de gebruikelijke opstelling van een (contra) bassist (Malcolm Middleton (vroegere Arab Strap)), toetsenist en drummer. Er was wel achttien man op het podium.
De songs van Sophia werden in een intiem pakkend klassiek kleedje gestopt, waaraan we gewend moesten worden, want het duurde een paar songs vooraleer iedereen op elkaar was afgestemd. “Lost”, “Where are you now” en “Oh my love” werden sober gehouden in deze muzikale garderobe en spijtig genoeg kwamen de backing vocals van het Brusselse zangeresje Melanie niet door.  Pas vanaf “Desert song” kwam alles op z’n plooi, waarbij Proper-Sheppard er nog een lap kon aan geven met z’n pedaaleffects. “Bastards”, “The sea” en “Directionless” waren een prachtige finale.

Het Canadese gezelschap Arcade Fire (Mainstage) geraakte maar moeilijk op gang en had te maken met een slechte geluidsafstemming, en op de koop toe had de zanger Win Butler  stemproblemen. Songs als “Black mirror”, “Intervention” en “Keep the car running” gingen de mist in. Een rommelige set! Zelfs het contact met het publiek bleef uit.  Het was een gemiste kans voor het bonte gezelschap om definitief een breed publiek aan te spreken.
Enkel vocaliste/multi-instrumentaliste en Butlers partner Régine Chassagne kaapte de hoofdprijs weg.  Het was pas op het eind met “Neighborhood” en “Rebellion lies” dat Arcade Fire kon overtuigen, maar dan was het kalf al half verdronken. Spijtig. Hun memorabel optreden van twee jaar terug in het Koninklijk Circus, tijdens de Nuits Bota, waar ze speels, gezellig, ingetogen en wild waren, lijken ze niet meer te herhalen. Pluspunt: het mooie decor van het kerkorgel, de nachtlampen en het grote doek van de cd ‘Neon bible’.

Het Amerikaanse Dinosaur Jr (Marquee) is de laatste jaren te bewonderen in de originele line up van gitarist J. Mascis, bassist Lou Barlow en drummer Murph. Het trio is de gezegende leeftijd van de veertig voorbij, maar gold nog steeds als stichtend voorbeeld voor elk beginnend gitaargroepje. Ze lieten de ‘90’s grunge herleven. Het was genieten van  een stevige brok gitaargeweld van J.Mascis, het martelende basspel van Barlow en de strakke drums van Murph. J. Mascis liet z’n gitaar spreken en speelde de ene aardige solo na de andere, aangevuld met een overwaaiende sound van fuzz en noise aan de versterkers en op de pedaaleffecten.
Ze groeven in hun roemrijke verleden met nummers als “Out there”, “Feel the pain”, “The wagon” en “Sludge”. Nieuw werk van ‘Beyond’ werd niet vergeten met volgende songs “Almost ready”, “Back to your heart” en “Been there all the time”.

Smashing Pumkins (Mainstage), bepalende gitaarband in de ‘90’s,  zijn na een kleine tien terug bij elkaar met twee van de vier oorspronkelijke leden (zanger/gitarist Corgan en drummer Chamberlain). Ze brachten in het voorjaar een nieuwe plaat uit ‘Zeitgeist’ , die enkele stevige nummers bevat, maar ook een handvol niemandalletjes. In het begin trok het viertal de aandacht met “United States”, “Bleed the orchid” en oudjes “Cherub rock” en “Zero”. Maar dan verslapte de aandacht, doordat Corgan de vaart uit het optreden nam met enkele uitgesponnen nummers. Na “Bullet with butterfly wings” verloor hij zichzelf in oeverloos (vervelende) soli. Na “To Sheila” en “Tonight tonight” herstelde het viertal zich met een pittig gekruid laatste half uur van nieuwe songs: “Tarantula”, “Doomsday clock” en “Heavy metal machine”.
Smashing Pumpkins als headliner kon duidelijk beter en aangenamer…

Organisatie: Pukkelpop, Hasselt-Kiewit

Pukkelpop 2007: donderdag 16 augustus

Pukkelpop biedt acht verschillende podia om je ‘alternatieve ei’ van muziekkeuze kwijt te geraken. Een driedaagse ‘airshow’ die eigentijdse, opmerkelijke en progressieve muziek weet te brengen op die mooie locatie te Hasselt-Kiewit. Ons uithoudingsvermogen werd zwaar op de proef gesteld. Het festival werd een groots succes, want de organisatie kon rekenen op zo’n 135000 bezoekers en een pak bands die een puike prestatie leverden.

Muzikale wegwijzer over de drie dagen:
- op de eerste Pukkelpopdag slaagde Iggy er als rock’n’roll animal in om anderen het nakijken te geven. Voor jongere bands is en blijft het een uitdaging om Iggy’s rock’n’roll spirit in de aderen te hebben (en hij toont er veel op z’n gerimpelde lichaam!).
Gogol Bordello, Liars, Battles en Balkan Beat Box waren aangename ontdekkingen. Afsluiter Basement Jaxx gaf een soul getint dansfestijn.
- dag twee was een aangename ontdekkingstocht als aanloop van closing acts Arcade Fire, Dinosaur Jr en Smashing Pumpkins, waarvan Dinosaur Jr het duidelijk haalde.
- de afsluitende dag was gekenmerkt door puike acts van ‘upcoming‘ bands als Home Video, 120 Days, The Sounds en dance acts Booka Shade en Trentemöller. Nine Inch Nails, Sonic Youth en Tool bewezen tenslotte dat zij terecht op hun plaats stonden op de affiche!

Alvast tot volgend jaar op de volgende muzikale ontdekkingstocht van Pukkelpop.

Seasick Steve (Marquee) kon Pukkelpop 2007 voor geopend verklarend. Hij speelde met drie ‘doorwinterde’ bluesgitaren en een houten doos als voetdrum ; doorleefde rock’n’roll blues, zoals enkel een Ted Hawkins of RL Burnside het hem voordeed. De bebaarde zestiger met pet en houthakkersoverall, was onder de indruk van de respons van een volle Marquee, aangezien hij maar gewoon is voor een klein zaaltje te spelen.

Silversun  Pickups (Mainstage ) is een opkomend Amerikaans groepje die zich de afgelopen weken nestelde in ons geheugen met de single “Lazy eyes” uit hun debuut ‘Carnavas’. Het viertal speelde gitaarpop met een rauw tintje en onderscheidde zich naar het eind voor enkele begeesterende soli van zanger/gitarist Brian Aubert. “Future Foe Scenario”, “Common reactor” en de single waren toffe nummers. De bassiste leek een herboren Kim Deal met haar basspel en backing vocals. Goed, maar niet verrassend.

Opener op de Skatestage was het Eindhovense Peter Pan Speedrock, een band die al 10 jaar garant staat voor een mengeling van no-nonsense rock 'n' roll, hardrock en punkrock. Voornaamste referenties zijn Motorhead, The Ramones, Zeke en The Datsuns.
Uit hun zes albums werden o.a.."Go, Satan, Go", “Gotta get some”, “Better off dead” en “Resurrection" gespeeld.   Het verbod tot crowdsurfen werd door enkelen aan hun laars gelapt.  Er werd ook een nieuw nummer gespeeld "Heatseeker" van hun album ‘Pursuit until capture’, dat begin september verschijnt.
Johnny Cash werd geëerd met "Ghostriders in the sky". Afgesloten werd er met "Schoppen aas", hun bewerking van "Ace of spades" van Motorhead met als gastzanger/mascotte Dikke Dennis. Peter Pan speelde een korte, maar krachtige set waar het speelplezier en enthousiasme van afdroop, en waar veel jonge bands nog wat van kunnen opsteken!!

Bonde Do Role (Dance hall)  overdonderden met een salvo aan dancebeats, kitsch, disco en oldschool hiphop (Run DMC en oude Beasties stijl). Een wulpse zangeres en twee MC’s  haalden een pak ‘80’s tunes als Europe, Salt’n’Peppa, 2 Live Crew en Daft Punk door de mallemolen. We werden getrakteerd op een resem sexuele uitspattingen vroeg op de middag . Bonde Do Role was bal populaire. Leuk.

Gogol Bordello (Mainstage) was vorig jaar al te zien in de Marquee, maar heb ik niet aan het werk gezien. Deze maal was ik paraat om het feest van zigeunermuziek, punk en Balkan te horen van het naar de VS uitgeweken bonte gezelschap onder Eugene Hütz. Een zwierige sound door gitaar, percussie, accordeon en viool, met een hyperkinetische zanger en twee dansende en zingende meisjes (waarvan één zelfs op krukken!).
Dit was een muzikale samenvatting van Les Negresses Vertes, de Sergent Garcia’s en Manu Chao’s. Ook niet te vergeten: de prachtige fel gekleurde kledij. Sommige songs zweepte Hütz nog op door trom en cymbalen en hij sloeg z’n micro aan de binnenrand van een emmer. Volgend jaar naar Folkdranouter?

In de Chateau werd de aftrap gegeven door Apse, een Amerikaanse 5-tal uit Newton, Connecticut, die in ons landje nog vrij onbekend is, maar toch al acht jaar aan de weg timmert.  Ze hebben reeds een 4-tal EP's en 1 full-length uit.  'Spirit' is een plaat die eind '06 door een klein Spaans label werd uitgebracht, en die elementen uit de post-rock, ambient en experimentele muziek bevat.  Thema's van de band zijn spiritualiteit, relaties, macht en controle. Invloeden van Apse zijn Sigur Ros (de grotendeels vervormde zangpartijen), Mogwai, Sonic Youth, Slint en Cocteau Twins (het etherische).  Er werd veel gewerkt met de 'stil-luid' combinatie,  repetitieve/opbouwende gitaarriffs en drumritmes.  Tamboerijnen en castagnetten zorgden voor een toegevoegde waarde tijdens het intense optreden dat fel gesmaakt werd door het aanwezige publiek.

The Cribs (Marquee)
onder de broertjes Jarman speelden enerzijds energiek, bedreven retrorock, anderzijds waren een paar songs subtieler en verfijnder. Het drietal speelde nu niet écht beklijvende rocksongs, maar hun vitaliteit maakte veel goed. “Men’s needs” en “Wrong way to be” waren de beste nummers. 

Liars (Chateau) was vorig jaar al te zien op Leffingeleuren. Toen al was ik onder de indruk van het New Yorkse trio met hun avontuurlijk geluid en experiment, die nauw leunde aan het oude Swans van Michael Gira. Een apocalyptische soundtrack door hun donkere filmische sound, met repetitief opzwepende drumritmes, vervormde gitaarloops en elektronica, ondersteund door een hemels zoemende praatzang. Postrock op z’n Liars! Af en toe klonken ze directer en strakker, geënt op emocore. Prettig gestoord, een duiveluitdrijving nabij...
 
The Pigeon Detectives (Club) is een jong Brits bandje uit de stal van Kaiser Chiefs; het zijn dezelfde ambiance makers en mannen die gaan voor energie en dynamiek. Springerige uptempo gitaarrock die Kaiser Chiefs, Hot Hot Heat en The Strokes herbergt, en een zanger die net als Ricky Wilson de drive heeft z’n publiek op te jutten. Fijn setje met enkele opvallende songs “I found out” en “I’m not sorry”.

Het Britse Editors (Mainstage), onder zanger/gitarist Tom Smith, stond vroeg op de affiche en speelde in een kleine 50 minuten een ‘best of’ van hun twee cd’s. Editors bewezen dat ze alle kwaliteiten hebben om groots te worden; hun donker bedreven waverock wisselden ze af met enkele subtiele songs (aangevuld met piano). “Bones” opende, gevolgd door “All sparks”, wat de aanzet was van een afwisselende set met o.a. “An end has a start”, “blood”, “Munich”, “Bullets”, “Weight of the world”, “Smokers outside the hospital doors” en “Fingers.  Puik werk met een stemvaste Smith in een hoofdrol.

Rye Jehu, een jong kwartet uit het Gentse die vorig jaar derde werd in Humo's Rock Rally, speelde een gevarieerde set in de Wablief.  De band schakelde moeiteloos over van melodieuze pop, tot surfrock, rock 'n' roll en psychedelica.  Nummers van hun titelloze EP “Three calls for alcohol”, “Girls with curls”, “Lampadare” en “White streets”, werden aangevuld met Deflower en Borat (een ode aan acteur/komiek Ali G aka Borat).   Zanger Wannes Eggermont had een warme stem, die bij momenten veel melodrama bevatte en veel indruk maakte. The Shadows, Calexico, Chris Isaak, Dick Dale en ons eigen Absynthe minded zijn enkele namen die me te binnen schieten tijdens het optreden, zeker niet van de minsten dus.  Kortom, een beloftevol Belgische bandje.

Just Jack (Club) is de volgende Britse hoop. Jack Allsopp is de spil en zorgde voor een klein uur vrolijke ambiance van groovy pop, rock, soul, disco, hiphop en een bezwerende beat, onder mans zalvende zang en vertelrap, aangevuld met een uitstekende zangeres.
Just Jack trad in de voetsporen van The Streets, maar is minder fel,  verbeten en neuzelend. Just Jack toverde een handvol sterke songs als “Writer’s block”, “Glory days”, “Disco friends” en “Starz in their eyes”, waardoor we dit bandje zeker in het oog moeten houden.

Het uit Brighton afkomstige zestal (met twee drummers)  The Go! Team stond voor de tweede maal op Pukkelpop in de Dance hall geprogrammeerd (na '05)  en bracht een eclectische en frisse mix van pop, indierock, old school hiphop, dance/electronica, funk en sampling.  Kortom, een band die niet in hokjes denkt en alle regels aan zijn laars lapt.
Er werd teruggegrepen uit het debuut 'Thunder, lightning, strike' uit '04 (genomineerd voor een Mercury Price Award in '05) via “Flashlight”, “The power is on”, “Panter dash”, “Bottle rocket” en “Junior kickstart”.  Het zijn korte, opgewekte en dansbare feelgood-nummers die de dance-hall flink uit zijn voegen deed barsten en waarbij het moeilijk was om stil bij te staan. Uit het nieuwe album 'Proof of youth', dat in september verschijnt, werden ook enkele tracks geplukt: “Grip like a vice”, “Doing it alright” en “Flashlight fight”.
Rapster/zangeres Ninja en de rest van de band brachten een energieke performance die bij het publiek ook zijn effect niet mistte en die zorgde voor een dansfestijn.

Arquettes (Wablief ) was een fijne ontdekking. Het viertal uit Gent met een bevallige bassiste speelde broeierige grungerock met sfeervolle toetsen.

Veel jonge kids/hiphodheads keken uit het naar het optreden van het fenomeen Dizzee Rascal (eche naam Dylan Mills) in de Dance hall.  De 22-jarige wonderjongen van de Engelse grime/garage/hiphop-scene lostte de verwachtingen grotendeels in.  Hij werd live bijgestaan door MC Scope en DJ Semtex, die ervoor zorgden dat de performance extra cachet kreeg.
Er werd afgetrapt met “Jus a rascal”, “I luv U”, “Fix up” en “Look sharp” (met aanstekelijke Billy Squier-sample) uit het alom bejubelde en bekroonde 'Boy in da corner' uit '03.
Het onlangs uitgebrachte 'Maths and English'  werd vertegenwoordigd middels “Bubbles” (over sneakers), het reggae-achtige “Temptation” (samenwerking met Arctic Monkeys), “Stand up tall” en de huidige single “Sirens” met gesamplede metalgitaren.   Ook het sombere en serieuze “Paranoid”, het drum'n' bass-achtige “Flex” en expliciete “Pussyole” werden in sneltempo afgevuurd.
Dizzee liet de huidige generatie rappers/MC's ver achter zich met zijn sterke, originele en onnavolgbare rhymes.  Kortom, een krachtige performance waarbij aangetoond werd dat er nog toekomst is in de rap-grime wereld.

The Blackbox Revelation (Wablief) is een jong tweetal uit Dilbeek, die een tweede plaats op Humo’s Rock Rally in 2006 behaalden. Ze waren de ideale warming up voor Iggy & The Stooges met hun rauw opzwepende en intense ‘70’s retrorock blues. Het waren jonge wolven, die sterk op elkaar waren ingespeeld en bewezen dat ze veel in hun mars hebben: een gitaar, een imposante drums en een overtuigende stem.  Eenvoudig en doeltreffend.

Iggy & The Stooges (Mainstage) Iggy vatte nog maar eens samen met z’n invloedrijke band The Stooges wat fxx rock’n’roll inhoudt; vunzig, zompig en fun hebben. De dolle zestiger is en blijft een podiumbeest en slaagde erin  jongere bands het nakijken te geven. Zijn rock’n’roll spirit zullen zij met de jaren nog in de aderen moeten hebben. Hij gaf er een lap op met een ‘best of’ van de drie cd’s die hij met de broers Ron en Scott Asheton opnam. Ze werden bijgestaan door Mike Watt, een begenadigd bassist.
Hij bewoog, kronkelde en sprong  met z’n gerimpelde lichaam, in een niet aflatende explosiviteit, op het podium. Midden de set konden een pak jongeren hun idool bewonderen op de stage zelf. “Loose” opende, snel gevolgd door “1969”, “I wanna be your dog”, “TV Eye”, “Real cool time”, “No fun”, “Funhouse” en “Skullring”, aangevuld met een tweetal nieuwe songs, die duidelijk minder inhoud en vuur hadden. Besluit van de set: Iggy rock’n’roll animal!

Battles (Club) is het muzikaal avontuur van John Stanier (ex Helmet drums), Ian Williams (ex Don Caballero gitarist), Dave Konopka (ex Lynx gitarist/bas) en Tyondai Braxton (vocals/gitaar/keyboards). Het Amerikaanse viertal sloeg ons met verstomming met hun grotendeels instrumentale mix van avantgarde, grillige pop, symfo, prog, jazz en ga zo maar voort, geschaard rond de drumkit van Stanier. Een weirdo klankkleur, af en toe ondersteund door de vervormde spacevocals van Tyondai. Een geluid, die zich gaandeweg meester maakte in je brein en inwerkte op de dansspieren. Ze werkten naar een hoogtepunt met “Tonto”, “Race: out”, “Tij” en “Atlas”. We waren onder de indruk van het drumspel en -stel van Stanier en met welk een begeestering hij te werk ging. Meesterlijk.
Battles is de verfijnde formule van The Mars Volta.

En van de ene verbazing vielen we in de andere. Het New Yorkse  Balkan Beat Box (Chateau) zette de kleine tent op z’n kop met hun dance van world, Balkan pop en dub. Het zestal kneedde een vervolg op de worldsound van Transglobal Underground, Asian Dub Foundation en Lionrock. Een feestje met de juiste groove in the heart!

Het was eventjes aanpassen om van zo’n helse sound over te stappen naar de slowcore van het uit Minnesota afkomstige drietal Low (Club), onder de spil Sparhawk- Parker. Rode draad van Low is het spelen van innemend en sfeervol materiaal door een spaarzame begeleiding van gitaar – bas – drums:  repetitief, traag opbouwend en een slepend ritme, doorspekt van distortion en fuzz.
Ze stelden een handvol nieuwe songs voor van de in het voorjaar verschenen plaat ‘Drums & Guns’ als “Belarus”, “Breaker”, “Dragonfly” en “Murderer”. Wat het drietal presteerde, was beklijvend en huiveringwekkend. Kippenvelmoment was de afsluiter “Do you know how to waltz this?”
in een gedempt donker lichtdecor en gitaarfuzz. “Dinosaur Act” lieten ze terzijde, ook al werd meermaals om dit nummer geroepen.

Het Braziliaanse Soulfly met ex-Sepultura frontman Max Cavalera mochten de Marquee op donderdag afsluiten.  Ze deden dit met keiharde, strakke thrash en nu-metal en de nodige Braziliaanse en Afrikaanse wereldmuziek invloeden.  Ze gaven een bloemlezing uit hun vijf albums, o.a.: “Inner Babylon”, “The prohpecy”, “Seek and strike”, “Bleed” en “Back to the primitive” passeerden de revue in sneltempo.
Het Sepultura-verleden kwam aan bod met enkele classics: “Refuse/resist”, “Roots bloody roots” en “Attitude”.  De geluidsmix was bij momenten nogal onevenwichtig, maar dat kon het aanwezige publiek niet deren.
Marc Rizzo (ex-Ill Nino) bracht een fel gesmaakt flamenco-latin intermezzo, waarbij hij acceleerde op de gitaar.  Bij het verplichte instrumentale drum/percussie nummer werd een jongen uit het publiek gevist die het beste van zich zelf mocht geven aan de zij van Max Cavalera.  Ook drummer Joe Nunez mocht zijn kunsten vertonen met een korte drumsolo, waarbij de tribalritmes centraal stonden. Afgesloten werd er met de Motorhead-hymne “Orgasmatron”, het supersnelle “Policia” en “Eye for an eye” uit het titelloze Soulfly-debuut van '97.

Basement Jaxx (Mainstage), het Britse dansconcept onder het talentrijke duo Buxton/Ratcliffe, weet als geen ander pop, soul, latin/Brazil en techno te combineren. Op het podium zagen we  twee goed uit de kluiten gewassen soulzangeressen, een Braziliaanse rapper en nog een zangeres. De twee stemvaste soulzangeressen dansten en sprongen en lieten het publiek genieten van hun groovende party. De verkleedpartijen gaven elan.
Toch liet Basement Jaxx de soul meer doorklinken dan bij hun vorig optreden te Werchter, zoals een gospel getinte “Romeo”, “Do your thing” en “Cish Cash”.“Red alert” en “Oh my gosh” en in de bis “Good luck” en “Bingo Bango” waren de feeststampers. En “where’s your head at?” van Buxton was de kers op de taart!

Organisatie: Pukkelpop, Hasselt-Kiewit

Lokerse Feesten 2007: dag 10: De Heideroosjes, The Lemonheads en The Pogues

Geschreven door

Vanavond trok de organisatie de kaart van punkrock, folk en grunge. Bands die pit en bedrevenheid combineren met een boodschap: De Heideroosjes, The Lemonheads en The Pogues (…met Shane MacGowan!). Hoewel, … de boodschap van de laatste twee bands namen we na de optredens met een korreltje zout, want de artiesten behoorden op het podium niet echt meer tot deze wereld.
Een ludieke, fijne afsluiter van de tiendaagse Lokerse Feesten, die zo’n 100.000 bezoekers aan de Grote Kaai mocht begroeten.

De Heideroosjes, onder Marco Roelofs,  zijn al van ’89 bezig en gaven als vanouds een stevige, stomende  set. Ze staan in voor melodieuze punkrock en hardcore onder diverse tempowisselingen, afwisselend in het Engels en het Nederlands, met maatschappijkritische bindteksten en het hart op de juiste plaats. Een punkattitude en een visie.
De Heideroosjes brachten in het voorjaar een nieuwe cd uit ‘Chapter eight golden state’ en toeren uitgebreid. Op de Lokerse Feesten hielden ze de vuist en middelvinger omhoog. “We’re all fucked up”, “Iedereen is gek behalve jij”, “Time is ticking away”, “Scapegoat revolution” en “Damclub hooligan” waren de meezingers. “I’m not deaf, I’m just ignoring you” was het lijflied.
Continu betrok Roelofs en z’n band het publiek bij de songs. Uit de nieuwe cd speelden ze “My funeral”, “I don’t wanna wake up” en het intieme “Ik zie je later”; Toch vreemd aandoend, Heideroosjes goes intiem. Met de “Johnny & Marina’s” blikten ze terug naar hun begindagen en Johnny Cashs “Ring of Fire” jaagden ze in een sneltempo erdoor. Sympathieke band.

Het was lang wachten op The Lemonheads, want eerst was er het vuurwerk, die in het centrum de Feesten besloot.

The Lemonheads, van songwriter/gitarist en zanger Evan Dando, doken  vorig jaar terug op met de titelloze comebackplaat. The Lemonheads herleefden na ruim tien jaar. Na ‘Car button cloth’ ging Dando spijtig genoeg roemloos ten onder door drank- en drugmisbruik.
The Lemonheads waren een belangrijke pijler in de grungepop van uit de Dinosaur Jr stal; Dando kon de meisjesharten sneller doen slaan door z’n lieflijke uitstraling en pakkende melancholische stem.
Hun comeback liet het beste vermoeden, maar Dando maakte er een potje ontregeld, rammelend potje van, met de pedaaleffecten op het verkeerde moment en een onvaste, soms vals klinkende stem. Een muzikale warboel die na een klein half uur z’n charme begon te krijgen. Een band die op het podium van de LF z’n repetities en gitaarjam rustig aan verder zette; Dando liet het niet nauw aan z’n hart komen. De subtiele songs (“It’s a shame about Ray” en “It’s about time”) uit de succesvolle platen ‘It’s a shame about Ray’ en ‘Come on Feel The Lemonheads’ lieten een beginnende band horen. “Rick James style (I don’t wanna get stoned)” en “My drug buddy” waren op het lijf gespeelde nummers vanavond! Recenter waren “No backbone” en “Poughkeepsie”, leunend aan Dinosaur.
Na een klein uur hielden Dando en de zijnen het voorbekeken; ‘Thank you, good night” schreeuwden ze kinderlijk. Een leuke boel was het daar vooraan! Toen Dando solo nog een paar nummers wou spelen, hadden ze vooraan al de versterkers uitgeplugd. Een verbaasde Dando, die op wat boegeroep werd getrakteerd en werd genoodzaakt af te druipen. Een spijtig voorval, maar wel een memorabel moment!

Na dit optreden konden we van Shane MacGowan en The Pogues ook nog wat verwachten. The Pogues waren één van de bepalende bands, die de folk medio de jaren ’80 een vooraanstaande plaats gaven in de poprock. ‘Rum, Sodomy & The Lash’, ‘If I should fall from grace with God’ en ‘Hell’s ditch’ waren drie puike platen van het Londense collectief. Creatieve spil Shane kon met z’n doorleefde, grauwe, melancholische Engelse dialectvocals de songs elan geven. Nadeel: Shane slaagde er niet meer in om de sets tijdens hun succesperiode te beëindigen door het overmatig drinken van whisky en cocktails, waardoor hij tenslotte uit de groep werd gezet (’91). Na het wisselvallig avontuur onder The Popes hoorden we een kleine tien jaar niks meer van hem  en The Pogues… en kijk, momenteel trekken The Pogues …met Shane op tournee!
Ze speelden een ‘best of’, waar de klemtoon kwam op de zwierige en speelse folkpop, waarbij Shane op en van het podium strompelde, als een Lanegan zich vastklampte aan z’n microstatief, een glas gin in de hand had, af en toe zwaaide naar z’n publiek en …de songs tekstvast bleek te zingen. Het was een prestatie meer dan waard om de ruim anderhalve uur durende set te vervolmaken. 
“Streams of whiskey”, uit hun debuut ‘Red roses for me’ opende de set, meteen gevolgd door “If I shoulfd fall from grace with God” en “Broad majestic Shannon”. De banjo, accordeon en tin whistle  gaven kleur aan de songs. Ze speelden op hun ‘best’ met “A pair of brown eyes”  “Kitty”, “Sayonara”, “Sunnyside of the street” en “Bottle of the smoke”; de klassieker “Dirty old town” werd luidkeels meegezongen, wat het enthousiaste publiek uit de bol deed gaan. “Tuesday Morning” werd vocaal aangepakt door Spider Stacey en “Young ned of the hill” door Terry Woods. “Sickbed of Cuchulainn” besloot de set.
De groep speelde nog een uitgebreide bis met de traditional “The star of the county down”, het sfeervolle “Rainy night in Soho” en de  feestelijke afsluiter “Fiesta”.

Er werd geschiedenis geschreven op de Lokerse Feesten: was Dando stoned en Shane dronken, de tweede kon tenminste een evenwichtige set bieden aan z’n publiek.

Organisatie: VZW Lokerse Feesten, Lokeren

Idlewild

Make Another World

Geschreven door

‘Hope is important’ (’99) was de debuutplaat van deze Schotse band, onder songschrijver Roddy Woomble. Het vijftal onderscheidde zich met vaardige en snedige gitaarrock door de fris, sprankelende emotievolle aanpak en een goede melodie. Het recente ‘Make Another World’ doet het ingetogen doch tegenvallende ‘Warnings/Promises’ vergeten en refereert aan het debuut en ‘100 broken windows’. Er zijn invloeden te horen van U2,  R.E.M., The Frames en een afgelijnde Guided By Voices. 
Meteen zit de vaart erin: een stevig, venijnig tempo op “Competition for the worst time” en “Everything as it moves”, die een mooi refrein en gedoseerde gitaarsoli hebben. Ze houden dit aan met “No emotion”, “If it takes you home” en “A ghost in the arcade”. De band klinkt geraffineerd en subtiel op de afsluitende track “Finished it remains” en de titelsong.
Woomble is een songschrijvertalent: “Future works”, “You and I are both away” en “Once in your life” zijn sfeervol en broeierig en hebben een puike opbouw. In de songs verloochent de band z’n folkroots niet, met als gevolg dat ‘Make Another World’ een gevarieerde poppy plaat is geworden.

120 Days

120 Days

Geschreven door

Een aangename kennismaking gebeurde met de Noorse band 120 Days, die een combinatie bieden van pop, ‘80’s wave, dance, psychedelica, galm, fuzz en noise. 120 Days is een muzikale ontmoeting van Suicide, Joy Division, The Cure, My Bloody Valentine, Orbital, BRMC, Primal Scream en Archive.
De Noren maken er een intrigerende, filmische, donker dreigende brij van. Opener “Come Out, Come Down”, “Fade out” en “Be gone”  tonen al meteen wat de band in z’n mars heeft; muziek en stroboscoop effects. Een heerlijk groovend geluid hoor je op “Be mine” en  “Sleepwalking”. Hoogtepunten naast de opmerkelijke opener zijn “Get away” en “I’ve lost my vision”, gekenmerkt door een schitterende opbouw en eindigend in huiveringwekkende donkere distortion dance. Het instrumentale “Sleepless night” is een verademing.
De bonus cd heeft twee bewerkingen van songs in verschillende remixen, die er nog maar op duiden in welk een dansconcept 120 Days zich probeert te plaatsen.
Het Noorse band heeft een fris spannend debuut uit, waarin talrijke invloeden zijn te horen in een gepaste groove. Fijn debuut!

Dekapitator

The storm before the calm

Geschreven door

Als reactie op heel wat False Thrash-Metalbands, richtten (ex-) leden van Repulsion, Exhumed, Cretin en Citizin een band op om de ware Thrash Metal terug op de kaart te zetten. Oorspronkelijk zou de band Hammerfall heten, maar deze naam was reeds bezet. Bijgevolg werd in 1996 de band omgedoopt tot Dekapitator. Na het in 1999 uitgebrachte ‘We Will Destroy … You Will Obey’ is men met ‘The Storm Before the Calm’ toe aan hun tweede wapenfeit. En wat voor één …

Als band afkomstig uit de Bay Area liggen de verwachtingen erg hoog om de ware Thrash weer op de kaart te zetten. Met voorgangers als Metallica, Exodus, Megadeth, Testament, … moet de kwaliteit van de muziek wel erg hoog liggen om met recht en rede te kunnen zeggen dat ze de ware Thrash spirit vertolken. Hier is echter absoluut geen gebrek aan. Dekapitator brengt vette Thrash die je onmiddellijk bij de ballen grijpt. Combineer de scherpe riffs en de agressie die bij Exodus en Slayer te horen zijn, met bij momenten melodieuzere stukken die aan het goede oude Metallica doen denken en je kan je ongeveer wel een beeld vormen van Dekapitator.

Met dit album levert Dekapitator een strakke plaat die met gemak tussen de grotere Thrash-Metalplaten kan geplaatst worden. Een klassieker zal het wel niet worden, maar dat was waarschijnlijk ook niet hun bedoeling. Het enige minpunt aan dit album is de nogal matige productie die mij bij de eerste luisterbeurt nogal stoorde. Na het album ondertussen al een aantal keer gehoord te hebben valt dit echter niet meer op en is het nog moeilijk om het hoofd (en de rest van het lichaam) stil te houden. Het album haalt exact minuten lang een hoog niveau met als rustpunt het 2 minuten durende melodieuze “Eye Of The Storm”. Hoogtepunt van het album is opener en titeltrack “The Storm Before the Calm”. De opdracht die de band voor ogen had is bijgevolg meer dan geslaagd te noemen.

Iron Fire

Blade Of Triumphs

Geschreven door

Iron Fire is nu niet bepaald een band die het in zijn beginjaren erg gemakkelijk heeft gehad. Na het veelbelovende debuut  ‘Thunderstorm’, sprak men niets dan lof over deze band. Opvolger ‘On The Edge’ werd echter door het gros van de pers door het slijk gehaald, waardoor de platenmaatschappij uiteindelijk besloot hun derde album niet eens uit te brengen. Geleidelijk aan viel de band uiteen. Martin Steene liet zich hierdoor echter niet kennen en zocht nieuwe bandleden om vervolgens bij Napalm Records hun derde album ‘Revenge’ uit te brengen. Met ‘Blade Of Triumph’ is Iron Fire ondertussen zelfs al aan zijn vierde album toe en bereikt daarmee ondertussen wellicht een hoogtepunt in zijn carrière.

‘Blade Of Triumph’ mag dan misschien wel bol staan van de cliché’s, toch heeft de plaat iets speciaals die een bijzondere aantrekkingskracht heeft. Of het nu de aantrekkelijke stem van Martin Steene is, met zijn ietwat grappig accent (al zou ik goed kunnen begrijpen dat niet iedereen het voor zijn stem heeft), of het speelplezier dat afdruipt van dit album, blijft voor mij nog altijd een raadsel. Waarschijnlijk zal een combinatie van beiden niet ver naast de waarheid zitten.
Zoals eerder vermeld hoef je dus op de voorgenoemde elementen na niets te verwachten wat niet eerder door iemand anders is voorgedaan. Vooral de invloeden van Rhapsody Of Fire zijn niet ver te zoeken. Toch moet ik hierbij opmerken dat Iron Fire geen gebruikt maakt van de theatrale epische stukken die bij Rhapsody Of Fire naar mijn mening soms in overdaad aanwezig zijn. Ook op tekstueel vlak moet je niet al te veel diepgang verwachten. Zoals de clichés al deden vermoeden handelen de teksten voornamelijk over heldendaden, Goden, “metalfists”, …

Het album loopt als een trein. De flitsende solo’s laten nog duidelijker blijken dat de heren van Iron Fire wel degelijk met hun instrumenten overweg kunnen. Ook de opbouw van de cd is goed uitgewerkt. Net voordat de flitsende cliché-metal wat zou kunnen beginnen vervelen, brengt men met “Legend Of The Magic Sword” een aangenaam rustpunt. Het nummer mag dan wel één van de mindere van het album zijn, het kwam voor mij toch aangenaam over.
Wie met andere woorden niet vies is van een cliché meer of minder, maar graag ook eens pure speelvreugde en enthousiasme hoort door mannen die goed weten waar ze mee bezig zijn, moet zeker niet laten om dit album te kopen. Voor wie het echter altijd vernieuwend moet zijn, moet zelfs niet de moeite doen om hem eens te beluisteren.

Lokerse Feesten 2007: dag 9: Kosheen, Kelis en Snoop Dogg

Geschreven door

Jaren geleden stond het Britse Kosheen al op Lokerse Feesten als headliner met hits als “Hide U” en “Catch”. Ondertussen is Kosheen niet meer dé groep waar België wild voor loopt. Beste bewijs daarvan is het beperkte succes van singles als  “All in my head” en “Ages”. Ondertussen heeft de groep met ‘Damage’ wel een nieuw album uit. Een goede reden voor het viertal om de plas nog eens over te steken en Lokeren opnieuw te veroveren.
Al ging die veroveringstocht aanvankelijk moeizaam. Want traditiegetrouw vindt het grote publiek om acht uur nog niet de weg naar de Grote Kaai. Gelukkig verraste Kosheen aangenaam. “Damage” en “Chances” (van het nieuwe album) werden met veel energie en enthousiasme gespeeld. Ook het stemgeluid van zangeres Sian Evans blijft een troef die de groep perfect uitspeelt. Echt sfeer kwam er met die hits die het ook al bij de vorige doorkomst deden. “Hide U” deed de menigte een eerste keer ontploffen. “Hungry” en afsluiter “Catch” bekroonden een geslaagd optreden van een groep die bewees dat ze nog geen geschiedenis is.  

Ook voor Kelis was het een blij weerzien met Lokeren. Enkele jaren geleden veroverde de Amerikaanse R&B-zangeres de harten met een verzorgde show en een indrukwekkende stem. Het was dan ook met een bang hartje afwachten of dat opnieuw zou lukken.
Die vrees bleek in het begin terecht. De zangeres, met een onbehaaglijk kort wit baljurkje, kon in het begin niet helemaal overtuigen en zong ook niet altijd even stemvast. Maar langzaam aan herpakte ze zich. Daarna was vooral kwaliteit de rode draad. Met een vol geluid en een vastere stem pakte Kelis het publiek in. Voor het gezapige “Lil star” ging de dame rustig zitten (‘De nieuwe schoenen bleken toch nog wat te wringen’) en “Milkshake” zorgde voor een wild shakend publiek. Met bisnummer “Trick me” plaatste Kelis dan toch een vet uitroepteken achter haar optreden. Een knap einde van een optreden dat heel aarzelend startte.

Waar Kelis het publiek nog moest overtuigen met een sterke prestatie, ging het publiek al plat nog voor Snoop Dogg al één noot had gespeeld. Er is al zoveel geschreven en gezegd over de omstreden rapper. Maar één ding staat als een paal boven water: de man weet hoe hij zijn publiek moet bespelen. Van begin tot einde blies de rapper de massa omver met een ‘wall of sound’ en een show die er mocht zijn. Een show waarbij alle details tot in de puntjes verzorgd waren: een micro met diamanten die zijn naam vormden, vocale ondersteuning van vier andere (jongere) rappers en twee potige bodyguards die lusteloos aan de zijkant toekeken.
Als een echte Master of Ceremony leidde Snoop Dogg de massa in een baan die alleen hij bepaalde. Nummers als “Beautiful”, maar ook ouder werk als “Snoop's upside ya head” gingen er bij het publiek als zoete koek in. Een eerbetoon aan overleden collega-rapper 2 PAC en “Jump Around” van collega’s House of Pain zorgden dat in geen tijd het speekwoordelijke dak er af ging. Snoop Dogg speelde geen bisnummers, maar verzorgde zichzelf een stijlvol afscheid van het publiek met het snoeiharde trio “Drop it’s like it’s hot”, “That’s that” en “What’s my name”. Als u er nog aan zou twijfelen: Snoop Dogg was elke euro waard.

Organisatie: VZW Lokerse Feesten, Lokeren

Lokerse Feesten 2007: dag 8: Audio Bullys en The Prodigy

Geschreven door
De Lokerse Feesten trok vanavond de kaart van een rockend dansconcept, waarvan het Britse Prodigy zich nog steeds wist te onderscheiden tav de huidige sliert bands in z’n genre.

Audio Bullys
, zanger Simon Franks en DJ Tom Dinsdale, concerteren tav hun vorige tournee, nu met een full band. Het duo bracht een mix van dance, hiphop en funk. Het is bemoedigend hoe de neuzelende vertelzang van Simon Franks zich een weg baande door de beats van Tom Dinsdale, wat refereerde aan Mike Skinners The Streets.
Het Londens duo speelde geen denderende set. Net als in FeestInHetPark, Oudenaarde, vorig jaar,  was er sprake van een onverschillige houding en een monotone, saaie, inspiratieloze set. Af en toe was er een opflakkering, zoals op “We don’ care, “Shot you down/bang bang” en “The things”. Dit was beslist geen goede promo voor de te verschijnen nieuwe plaat, en was een bewijs te meer dat het gezelschap er live serieus op achteruit gaat.  

Ed & Kim
sleuren al een tijdje hun platenkoffer mee van festival naar festival. Hun trukendoos zat vol  electro, house, disco en funk. Zij waren de ideale aanzet naar The Prodigy.

Een afgeladen Grote Kaai was er voor het Britse rockdance trio The Prodigy, die met ‘Music for the jilted generation’ een baanbrekend album uitbracht. Ruim 15 jaar zijn ze samen met Underworld en The Chemical Brothers de inspiratie voor de huidige sliert (dance) bands en DJ’s. Onder het muzikale brein van Liam Howlett en de MC’s Maxim Reality en danser/zanger Keith Flint zorgde Prodigy voor een totaalspektakel. Ze trokken al meteen de aandacht met “Breathe”, een eerste vroeg hoogtepunt die iedereen tot dansen aanzette. Een ‘best of’ hoorden we met “Firestarter”, Spitfire” en “Voodoo People”, de ideale stroomstoot die het plein letterlijk in vuur en vlam zette.
Prodigy was Brood & Spelen: een partysfeer op “Poison, “ Smack my bitch up” en “Out of Space”. Het waren net die nummers die het publiek schreeuwde en geserveerd kreeg!
Dat ze één van succesvolste dance-acts van de jaren ’90 waren,  bewezen ze nog maar eens door deze passage in ons land.

Organisatie: VZW Lokerse Feesten, Lokeren

Lokerse Feesten 2007: dag 7: Garland Jeffreys, Gabriel Rios en Bryan Ferry

Geschreven door

Garland Jeffreys is niet bepaald de meest productieve artiest.  De man heeft in de laatste 25 jaar amper 4 platen gemaak en geeft ook maar met mondjesmaat optredens weg. In Lokeren bracht hij een mengeling van rock, soul, reggae en blues.  Jeffreys is zelf al een man van respectabele leeftijd, zijn band daarentegen bestond uit jonge kerels die geweldig goed overweg konden met hun instrumenten. We zagen vooral een schitterende gitarist die zich voor twee mooie bluesparels met Garland Jeffreys afzonderde en daarna overschakelde op een aanstekelijk reggaeritme, alsof het niets was. Verrassing van de avond was toen tijdens “Hail hail rock’n’roll”, één van de zeldzame hits die Garland Jeffreys scoorde,  plots Lou Reed uit de coulissen kwam opduiken om op zijn eigenste coole manier een stukje te komen meezingen, nou ja, zingen, zeg maar mompelen. Jeffreys daarentegen kon een pak beter zingen dan zijn buddy en is gezegend met een krachtige soulvolle stem waarmee hij alle genres die hij verwerkt in zijn muziek perfect aankan. Een geslaagde set van een respectabele ouwe knar.

Van Gabriel Rios hadden we niet echt veel verwacht. De man is in Vlaanderen meer bekend omwille van zijn mooie smoeltje dan om zijn muziek. Want het dient gezegd, afgaande op zijn twee cd’s die variëren van matig tot zelfs lauw en slap, hadden we nog geen reden tot juichen. Maar kijk, de man wist ons aangenaam te verrassen met een levendig, gevarieerd en swingend optreden. Ook de uitstekende band was daar verantwoordelijk voor. Rios wisselde Engelstalige en Spaanstalige songs met elkaar af en zorgde zo voor een optreden die niet één minuut verveelde. Het is alsof alles wat mank loopt in de studio hier binnen zijn plooien valt. De songs zijn live vooral harder, zwoeler, heter, intenser en feller dan de  lauwe versies op Rios zijn platen.  Hij sloot de set in zijn eentje af op een prachtige manier met een schitterende versie van “Voodoo Chile” op akoestische gitaar. Respect.  Als hij de vitaliteit van zijn live optredens naar de studio kan vertalen, dan zit er toch nog een schitterende Gabriel Rios plaat aan te komen.

Ook Bryan Ferry had zich omringd met een stelletje klassemuzikanten en een paar dikbilnegerinnen voorzien van een flink stel stembanden. Bryan Ferry heeft nog steeds de stijl en de klasse van de oude dagen, zijn stem en danspasjes zijn er geenszins op achteruitgegaan.  Ferry putte rijkelijk uit zijn laatste cd ‘Dylanesque’.  Zijn interpretatie van klassieke Dylan songs werkt echt wel, hij geeft de songs een eigen schwung en doet ze veel meer ‘Ferry’ dan ‘Dylan’ klinken.  Zo een achttal Dylan songs passeerden de revue waaruit we als hoogtepunten “All along the watchtower” en een intiem en prachtig “Make you feel my love” pikken.  Roxy fans bleven die avond wel een beetje op hun honger zitten en konden enkel bij de bisnummers “Love is the drug” en “Lets stick together” even de beentjes uitslaan.
Een mens kan zich inderdaad afvragen waarom een artiest van dit kaliber met een repertoire prachtsongs waarmee hij makkelijk drie optredens van twee uur kan volmaken meer dan de helft van zijn optreden met Dylan songs vult. Toch zal dit concert ons bijblijven als één van de allerbeste van deze editie van de Lokerse Feesten.

Organisatie: VZW Lokerse Feesten, Lokeren

Lokerse Feesten 2007: dag 6: The Van Jets, Zornik en Pink

Geschreven door
Er was een pak volk afgezakt naar Lokeren, en dat was hoofdzakelijk te wijten aan Pink.
Niet zo’n makkelijke opgave dus voor The Van Jets om voor dergelijk publiek als enige echte rock’n’roll act van de avond de boel op te warmen. The Van Jets trokken zich er niets van aan en deden vol overgave hun ding. Luide, strakke rock’n’roll zonder omwegen. Qua gitaargroepen is dit zowat het beste wat België vandaag te bieden heeft, een heel stuk energieker dan over het paar getilde bands als Sioen, Admiral Freebee en uiteraard Zornik.

Zornik speelde krek hetzelfde optreden als vorig jaar. Waarmee we bedoelen: even lawaaierig, vervelend en bombastisch en in de verste verte geen song te bespeuren. Opgezwollen lucht. Muse is nog ver, heel ver.

De ster van de avond was natuurlijk Pink, toch wel een grote naam die kan worden bijgevoegd in de analen van de Lokerse Feesten. Toch met enige terughoudendheid het optreden afgewacht, want het zou de eerste keer niet zijn dat vedetten van dat allure live volledig door de mand vallen. Niet dus.
In tegenstelling tot veel van die r&b trutten is Pink wel degelijk een fel mokkel die af en toe flink rockt en het niet moet hebben van slijmerige MTV pop met bijbehorend kontschudden. Pink heeft namelijk présence en een stem die er mag zijn, een beetje rauw en dat komt de muziek alleen maar goede. De drive zat er ook meteen al in, de hits volgden elkaar in sneltempo op, want hits heeft ze genoeg om een ganse set mee te vullen. Hoogtepunten waren “Last to know” en een bijzonder fel “Get the party started”. Gas werd teruggenomen met het akoestische “Dear Mr President”, bijzonder gesmaakt door het enthousiaste publiek. Met een cover van “What’s up”, de wereldhit van one hit wonder The 4 Non Blondes (weet u nog wel!) kreeg ze het volledige terrein aan het zingen. Pink had zich omringd met een pak uitmuntende muzikanten waaronder een gitarist die zich soms wel eens in een hardrock band waande.
Ze speelde een goed geoliede set die wel heel Amerikaans klonk maar toch nooit verveelde of over the top was. Waarmee we willen zeggen, ook wie niet echt Pink fan is kon hier echt wel van genieten.

Organisatie: VZW Lokerse Feesten, Lokeren

Folkdranouter 2007: zondag 5 augustus

Geschreven door

ManManMan (Palace) Comedy en cabaret werden het afgelopen weekend sterk ontvangen. Het cabaresque duo ManManMan stond het ganse weekend met hun oude woonwagen opgesteld aan de ingang van Folkdranouter, waar een dertigtal mensen telkens hun voorstellingen konden bijwonen. Op zondag was het hoogdag en trok het duo naar de grote Palace tent.
Het duo trok de kaart van de ambiance door kolder, sketches en een aaneenschakeling van liedjes op akoestische gitaar, accordeon en contrabas. Ontspannend, leuk en spitsvondig, wat kon rekenen op heel wat respons, denk maar op ‘Hun bed van rozen’ en ‘Wij zijn niet mooi, maar wij bestaan’. 

Sergent Garcia (Kayam tent)
‘Sergent’ Bruno Garcia is van Spaanse origine, maar leeft in Frankrijk. Hij brengt een zomerse cocktail van pop, rock, reggae, salsa, ska, afro en Caribische klanken. Sergent Garcia  straalt de energie uit van Manu Chao’s Radio Bemba Sound System.
Een uitgebreid gezelschap, die swing en dynamiek brachten door toetsen, blazers en accordeon, opgezweept door dubbele percussie, sensuele danspassen en heupbewegingen, onder een spervuur aan raps en samenzang. Een exotisch geluid! Dit was ‘fiesta’ zoals folkpunkpopband The Pogues het in één van songs aankondigden.

Tom Pintens (Palace) Een klein half uur hielden we halt bij de intimistische Vlaamstalige pop van Tom Pintens. Al lang speelde het idee bij hem om een Nederlandstalige plaat te maken, die in het voorjaar werd opgenomen. Pintens is één van spilfiguren van Zita Swoon en stond al in voor het werk van Billie King. De muziek had een minimalistische aanpak van piano, gitaar, bas en een sober gehouden percussie, onder de bewerende zegzang van Pintens. Het voelde vreemd aan om Pintens in het Nederlands te horen. Een rustige, sfeervolle set.

The Levellers (Kayam tent) Het Britse punkfolkpopgezelschap uit Brighton, onder de tandem Chadwick/Miles, The Levellers, heeft een nieuwe cd uit. Ze bliezen beginjaren ’90 een verfrissende  wind in de folkrock. Op Folkdranouter was de groep al te zien, na desuccesvolle cd’s ‘Levelling the land’ (’91) en ‘The Levellers’ (’94). Het waren net de songs van deze platen die ervoor zorgden dat The Levellers overtuigden en het nodige enthousiasme in de grote tent brachten. ‘There’s only one way of life and that’s your own’, scandeerde het publiek. Een positieve uitstraling heerste er op “15 years”, “Beautiful day”, “Boatman”, “Dog train”, “Carry on” en “The game”; hoogtepunten waren “The liberty song” en “Riverflow”, bepaald door een begeesterend violist en een ontketende bassist.
Er was heel wat beweging in de tent en op het podium. Wat een ontlading. De mindere nieuwe songs waren een welgekomen rustpunt. 
Ze trakteerden ons nog op “The warning”, “Belaruse (wat refereerde aan Kris Kristoffersons ‘The Convoy’)  en “Devil went down”, wat de zomerse temperaturen in de tent bijna tot een kookpunt bracht. Tav de onverschillige set te Labadoux in 2005, was dit alvast een sterke terugkeer.

Arno (Kayam tent) kon alvast het feestje van The Levellers verder zetten; al 30 jaar is hij bezig en hij is nog maar weinig wilde haren kwijt. Als een Iggy slaagt hij er in om aanstekelijke, frisse en ingetogen funkende rock te bieden. Samen met z’n band beschikt hij over de  ‘jus’ (de box)  om de kaart van de ambiance en meezinggehalte te trekken.
Na het openingsnummer “Enleve” leek het er even op verkeerd te gaan, want de groep werd door een technisch probleem twintig minuten van het podium gehouden; maar de terugkeer was des te venijniger en door enkele zinspelingen vloog Arno er meteen in en leverde een pittig, snedige set af met enkele sfeervolle, ingetogen kippenvelmomenten als “Les yeux de ma mere”.
In het eerste deel grossierde hij in z’n uitgebreid oeuvre met “From Hero to Zero”, “Mourir à plusieurs”, “No job”, “Meet the freaks”, en “I’m not into hiphop”. Vanaf “Ratata” kregen we een Arno als vanouds, die van de ene grootse song naar de andere ging: “Que passa”, “Mon sissoyen”, “Bathroom singer”, “Ooh lala” en uitgesponnen versies van “Putain Putain” en “Les filles du bord de la mer” in de bis …als we nu niet ons volkslied kennen…

Think Of One (Kayam tent) Deze ‘Artist In Residence’ speelde in het weekend  op verschillende locaties op het terrein en kon besluiten in de grootse tent met hun multi-culturele sound van Balkan, world, zigeunermuziek en hoempapa, samen met hun Braziliaanse en Marokkaanse vrienden, wat het feest in de tent nog meer elan gaf. Een dosis avontuur en durf bleef behouden. Zelfs Brahim rapte mee. Alles kan en mag bij Think Of One.

Om middernacht sloot ’t Hof Van Commerce  in de Palace het festival af, die intussen tijd was omgedoopt tot een biertent pur sang. 
De West-Vloamse Izzegemse raps van de twee MC’s Buyse en Kowlier en de beats en sounds van draaitafelspecialist 4T4 blijven iets uniek om te horen. 
We zagen een ‘t Hof aan het werk met live band (bassist/gitarist, toetsenist en een drummer), waarbij zelfs 4T4 hier en daar een baslijntje speelde. ‘Ezoa en niet anders’, hun laatst verschenen plaat, maakte het drietal populairder dan ooit. Ze zetten met hun band het publiek naar hun hand met hiphopschlagers “Slaet ip min gat”, “Kom mor ip”,  “Zonder niet”, “Lop mo doaere”, “Niemand grodder” en “Dommestik en levrancier”. Brahim rapte een woordje West-Vloams mee.  Anderhalf uur leute en plezier, meer moest da nie zijn om Folkdranouter in 2007 in schoonheid te eindigen. Hoe hiphop, pop en folk elkaar kunnen vinden zonder “Totetrekkerie”.

Organisatie: Folkdranouter, Dranouter

Lokerse Feesten 2007: dag 3: Tom Helsen, Suzanne Vega en Hooverphonic

Geschreven door
Singer-songwriter Tom Helsen uit Leuven timmert al enkele jaren aan zijn weg in het muzieklandschap. Met zijn vierde album ‘Hilite Hotel’ lijkt dat ook écht te lukken. Met als gevolg behalve op Studio Brussel ook de nodige airplay op andere radiozenders. Voldoende om de zanger uit Leuven te inspireren tot een karaktervolle set met een goed evenwicht tussen up-tempo en tragere nummers. “Rocket” swingde als vanouds en ook de nieuwe nummers klonken bijzonder fris. Eerste hoogtepunten waren “Slowly”, (wat blijft dat een briljant nummer in al zijn eenvoud), de pakkende nieuwe single “Easy”, naadloos opgevolgd door het gekende “Change yourself”.
Toen had Helsen het publiek al op zijn hand en maakte hij met een gezonde dosis arrogantie (“op scherm zie ik er echt niet goed uit”) het werk af met een poppy-versie van “Sun in her eyes” en gaf hij bij slotnummer “More than gold” de muzikanten de eer om het werk in stijl af te ronden. Klassewerk van een songsmid die wij bij elk optreden beter zien worden.

De rode loper was dan ook uitgerold voor levende muzieklegende Suzanne Vega. De New-Yorkse singer-songwriter heeft er ondertussen al een carrière van meer dan 20 jaar op zitten en bracht dit jaar met ‘Beauty & Crime’ opnieuw een album uit. Starten deed ze evenwel met ‘Marlene on the wall’. Naar eigen zeggen om de spanning en angst bij het publiek weg te nemen, zodat ze op dat nummer alvast niet hoefde te wachten. In alle eenvoud, die de dame siert, bracht Vega daarna een mengeling van oude en nieuwe nummers. Ouder werk als het jazzy “Caramel” en een akoestische versie van “Left of centre” deden de ondertussen talrijk opgekomen menigte heupwiegen. Maar ook nieuwe nummers als “Frank & Ava” (over de relatie Frank Sinatra en Ava Gardner) en “New York is a woman” konden de menigte bekoren.
Toch kwam het nooit tot de vonk zoals we die kenden van de doorkomsten van Vega in Werchter. Daarvoor bleef het publiek iets te afwachtend en was de akoestische aanpak van de vorige optredens van Vega toegankelijker voor een breed publiek. Met haar hits “Luka” en “Tom’s dinner” sloot Vega af met de hits waar de menigte al een heel optreden op wachtte. Puik optreden van een klassedame.

Voor Hooverphonic van frontman Alex Callier (uit Sint-Niklaas) waren de Lokerse Feesten gewoon een thuismatch die niet kon fout lopen. Bovendien zijn Alex, Geike en co aan het touren met hun ‘greatest hits’. Zodat herkenning ook geen probleem kon zijn. Maar Hooverphonic startte flauw. Tijdens de eerste nummers was alleen het korte rokje van zangeres Geike Arnaert het enige adembenemende dat er te beleven viel.
Ook hits als “Eden” en “World is mine” werden iets te routineus gespeeld en zonder heel veel bezieling gebracht. Naar het einde ging het al een stuk beter met hits als “Mad about you” en “You hurt me”.
Maar het was pas echt prijs toen Alex Callier zichzelf even in de schijnwerpers zette en zich tijdens het eerste bisnummer samen met alle andere muzikanten een tien minuten durende muzikaal intermezzo permitteerde. Toen Geike Arnaert daarna nog nieuw materiaal bracht van het nieuwe album dat we tegen de herfst mogen verwachten (wat spatte daar plots veel speelvreugde van af!) en andere hits als “The last thing I need is you” en “Sometimes” bracht, was de massa helemaal overwonnen en klaar voor nog een spetterend feestje met Discobar Galaxie.

Organisatie: VZW Lokerse Feesten, Lokeren

Folkdranouter 2007: zaterdag 4 augustus

Geschreven door

Een gretige Absynthe Minded (Kayam tent) speelde een pittig, bedreven, gevarieerde set. De band, onder Bert Ostyn, bracht in het voorjaar hun derde cd ‘There is nothing’ uit, een combinatie van subtiel, uitgewerkte gitaarpopsongs, Balkanpop en grillige avontuurlijke pop, die onverwachtse wendingen kunnen ondergaan. Een hoofdrol was weggelegd voor de fors klinkende vioolpartijen van Renaud Ghilbert. 
Het vijftal legde de klemtoon op de recente cd met het fijne “On a plane”, een stevige “Stuck in reverse” en een avontuurlijk klinkende titelsong. Ouder werk was er met “To the boredoms dying slowly”, “I like you when you’re sad”, “Substitute” en het intiem, pakkende op “Mia” geënte “My heroics, part one”. Ze gooiden er een vleugje Balkan tegenaan op “The great height” en “I am a fan”.

Think of One
kwamen we tegen op de festivalweide. De ‘Artist In Reverse’  speelden op hun automobiel fanfare, hoempapa en zigeunermuziek, wat door de  voorbijgangers ferm werd gesmaakt.

Isobel Campbell & Mark Lanegan (Kayam tent), vergezeld van vier muzikanten, waren toch wel de vreemde eend in de bijt op Folkdranouter.  Onder het ‘Beauty & the Beast’ imago refereerden ze aan Nancy Sinatra & Lee Hazelwood en Nick Cave & Kylie Minogue: intieme luisterliedjes door een huiveringwekkende, dreigende sound door de engelen-/elfenzang van de Schotse Campbell en de grauwe, doorleefde vocals van Lanegan.
Een bruidspaar onstage, maar één van elkaar geen blik gunnen: Lanegan ratelde op coole wijze z’n teksten, ook wanneer Campbell giechelde toen ze op het eind van één van de songs haar tekst kwijt was.
De donker, lieflijke songs “Revolver”, “Deus ibi est” en “The false husband” werden mooi uitgebalanceerd en hadden een perfecte samenzang. Lanegan nam een hoofdrol op “I ll take care of you” (controverse naar Campbell?!), “Circus is leaving town” en “Little Sadie”; Campbell op haar beurt deed het op  “Saturday’s gone” en “Do you wanna come walk with me”. “Come on over” was een veelbelovende nieuwe song. Het duo besloot met het bluesy bebopachtige “Ramblin’ man” van Hank Williams. 
Lanegan & Campbell: twee verschillende werelden, met tussen hen een denkbeeldig ijzeren gordijn, hebben elkaar ontmoet op het podium.

Toumani Diabaté & the Symmetric Orchestra (Kayam tent) kon rekenen op erkenning door de samenwerking met Ali Farka Touré en Gorillaz. Ze zijn met Tinariwen en Amadou & Mariam de muzikale verademing binnen de afroworld pop. Samen met z’n twaalfkoppig gezelschap trekt de band uit Mali door Europa.
Diabaté werd aangekondigd als de Jimi Hendrickx van de kora, een speciaal snaarinstrument. De worldpop kreeg kleur door de dans en zang, opgezweept door een begeesterende djembé speler. De songs werden op die manier mooi uitgesponnen. Minpunt: de ietwat te lange vocale voordracht van Diabaté over z’n snaarinstrument.

Teitur (Flamundo) was één van de eerste artiesten uit de Faroer-eilanden die te Dranouter concerteerde. Fijnzinnige, pakkende singer/songwriterpop met een etno tintje, die aan de Ijslandse pop van Sigur Ros en Mum deed denken. 

Admiral Freebee (Kayam tent) treedt op in verschillende muzikale gedaantes. Tom Van Laere, in grunge plunje met houthakkershemd, had Bjork Erikson, een op Murph (van Dinosaur Jr.) lijkende drummer en zangeres Nina Babet mee. Op Dranouter kozen ze voor een semi-akoestische aanpak, maar de huiskamerpop klonk gaandeweg krachtiger en kon worden aanzien als een rock’n’roll tuinfeest. 
In een sober aangepast kleedje begonnen ze met “Admiral for preseident”, “Recipe for disaster”,  “Ever present” en “Oh darkness”. Enkele evergreens en meezingers als “Breath in, breath out” en “Hope alone” schroefden het tempo omhoog. Het was de aanzet van een finalereeks van een real rock’n’roll/americana feestje: “Living for the weekend”, “Einstein brain”, “Lucky one” en “Rags’n’run”. Glansrol had Nina Babet op “Boy you never found”.
Gelimiteerd of niet: het resultaat was een ontketende zanger en een uitgelaten publiek!

Sinead O’Connor (Kayam tent) zagen we twee jaar geleden aan het werk met de dubreagge techneuten Sly & Robby, in het kader van de cd  ‘Throw down your arms’. ‘Theology’ is haar nieuwe cd met sfeervolle en ingetogen religieuze songs, de leefwereld die de priesteres na ‘Universal mother’ (’94) er op nahoudt.
Ze speelde een afwisselende set solo en met haar band, die haar 20 jarige carrière overbrugde, gedragen door haar helder, emotievolle stem. 
Ze putte uit haar succesvolle platen ‘I do not want what I haven’t got’ , ‘Universal mother’ en ‘Faith & Courage’, in combinatie met een handvol nummers uit ‘Theology’.
Maar de set dito stem gingen wat de mist in door een erbarmelijke versterking,  wat een domper was om volledig te kunnen opgaan in haar muzikaal concept. De intieme songs “Healing room”, “Black boys on mopeds” en “Junkie lies”, gedragen door haar stem en akoestische gitaar, kwamen onvoldoende tot hun recht, wat een teneur was! Maar ze was goedlachs en onder de indruk van de respons. “Emperor new clothes”, “Stretched on your grave” en “Lamb’s book of live” waren een goede start. “Throw down your arms”  was de meest groovy, dansbare song met reggae tunes.  Naar een hoogtepunt ging het met “Nothing’s compares to U”, “Thank you for hearing me” en “In this heart”, haar lofbetuigingen aan God. “Something beautiful” en “If you had a vineyard”, uit ‘theology’, waren de mindere songs van de set.
Ze eindigde alvast in schoonheid met “The last days of our acquaintance”, “We people” en “Rivers of Babylon”, de spiritual, groots gemaakt door Boney M.   Sinead O’Connor: een uniek zangtalent, doch haar muzikaal religieus pad was effen, als de ‘goddamned’ geluidsversterking beter kon worden afgestemd…

Organisatie: Folkdranouter, Dranouter

Pagina 492 van 500