logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15472 Items)

Crowded House

Time On Earth

Geschreven door

Crowded House maakt deel uit van de gezegende 2007 reünies. Na veertien jaar zijn ze opnieuw samen, na het laatste reguliere album ‘Together alone’ (’93). Deze reünieplaat begon als een volgende soloplaat van singer/songwriter Neil Finn, maar na de zelfmoord van drummer Paul Hester (’05) kreeg deze plaat met de andere vroegere groepsleden Mark Hart (toetsenist) en  rechterhand Nick Seymour (bas) vaste vorm. Nieuwe drummer is Matt Sherrod. We horen veertien subtiel uitwerkte songs.
‘Time On Earth’ kent een sterke start: “Nobody wants to”, “Don’t stop now” en “The called up”, typische Crowded House songs: fijn gitaargetokkel, sfeervolle toetsen, een repeterende bastune en een softe percussie, onder de emotievolle, melancholische stem van Neil. Intiemer klinkt het viertal op “Pour le monde”, “Heaven that I’m making”, “English trees” en “A sign”, een handvol ideale herfstsongs. Forser en krachtiger zijn “Even a child” en “Silent house”. Op het eind, vanaf “Walked her way down”, daalt de spanning.
Crowded House blijft garant staan voor sfeervolle, fris sprankelende popsongs; luistersongs om te ‘ontstressen’ na een helse werkdag!

Leffingeleuren 2007: zaterdag 15 september

Geschreven door

De winnaar van ‘Verse Vis’ The Outskirts (Concerttent) vatten de tweede dag aan. Het Londense Oi Va Voi (Concerttent) verrasten al op Werchter met hun zomers exotische cocktail van pop, wereldmuziek, hoempapa en Balkan. Naast de afwisselende vrouw (soul) -man (hemels) zang, (wat deed denken aan de Faithless zang) intrigeerde het instrumentarium van viool, melodica en blazersectie. De concerttent was al aardig volgelopen, wat meteen een vroeg feestje opleverde. Een hoofdrol was alvast weggelegd voor de mooi ogende violiste en haar begeesterende vioolspel. Oi Va Voi onderscheidde zich duidelijk. Nu Folkdranouter nog!

The Van Jets (Concerttent) vielen vorig jaar in en stelden toen, ietwat onwennig, hun nog te verschijnen debuut voor. Eén jaar later hebben we te maken met een sterk geoliede band, die weet in te spelen op het publiek en ze betrekt om er een fijn concertje van te maken. Een dynamische start met “Ricochet”, “Johnny Winter” en “Fashion/Heroes”, een eigen bewerking op de David Bowie’s songs, dat een vleugje Chris Goss, Millionaire en Barkmarket bevatte; uiterst origineel aangepakt! Na de sfeervolle “What’s going on” en “Our love = strong”, besloten ze overtuigend met een lang uitgesponnen “Electric soldiers”.

The Veils (Concerttent), gecentraliseerd rond zanger/gitarist Finn Andrews,  brengt op ‘Nux Vomica’ (’06) evenwichtig materiaal gaande van lieflijke, breekbare popsongs tot weerbarstige, spannende americanapop, ergens tussen Nick Cave, het oude 16 Horsepower, The Triffids en V.U.
We waren vorig jaar onder de indruk van hun concerten. Ze trokken minder belangstellenden, maar op Leffingeleuren bevestigden ze opnieuw met een intens meeslepende, bedreven set. Een pittig, frisse aanpak, waarin ruimte was voor gitaarsoli: een verbluffende start met de titelsong “Nux Vomica”, die fel en snedig klonk naar het eind. Die toon zetten ze verder op “Calliope” en “The tide that left & never came back”. De single “Advice for young mothers to be” was één van de poppier songs. “Lavinia” en “Not yet” besloten op 16 Horsepower-iaanse wijze. The Veils zijn een uitstekende liveband: bezield, gedreven en gepassioneerd. Prachtconcert!

The Scene (Concerttent), onder The Lau en Emilie Blom-Van Assendelft, gaven vóór de festivalzomer al een reünie concert in de AB. Na vijftien jaar zijn ze er live terug bij. Nostalgische Nederlandstalige pop, met een meezinggehalte: “Samen”, “Blauw”, “Maan”, “Zuster”, “Open” en intieme songs als “Rigoureus” en “Brand” konden rekenen op een sterke respons. The Lau liet een vermoeide indruk na, maar het belette niet om een overtuigend concert te spelen. “Iedereen is van de wereld” werd luidkeels meegezongen.

De verrassing van de avond was John Butler Trio Cconcerttent). De belangstelling groeide tijdens de stomende set die het drietal speelde, muzikaal te situeren tussen Jimi Hendrickx, Ben Harper, G Love en Luka Bloom; een sterk op elkaar ingespeeld drietal, met enkele begeesterende gitaarsoli en -slides, ondersteund door contrabas en drums. Imponerend!

Vive La Fête (Concerttent) was de ideale opwarmer voor het avondfeest in de concerttent met hun electrokitschpop, die opvallend veel poppy kenmerken had. Een goed uurtje ontspanning, van de tandem Pynoo/Mommens, die hun recente ’Jour de chance’ indachtig waren, naast hun gekende, traditionele feestnummers. Spijtig dat we het concert maar deels konden bewonderen, want Vive La Fête stond tegelijk geprogrammeerd met het fel bejubelde Britse Ghosts (De Zwerver), die pas hun debuut uithadden. Van de melodieuze gitaarpop van het vijftal konden enkel de aardige hitsingles “Stay the night” en “The world is outside” zich onderscheiden. Belofte met een groot vraagteken…

Het Gentse Soapstarter (De Zwerver), met ex leden van Vive La Fête, Soulwax en dEUS, bracht een aanstekelijke sound van zoete, zomerse deuntjes van hun debuutcd  ‘Naked Wheelz’; midnightsummerdreammusic met een vleugje funk, country, folk en hiphop. Een diversiteit aan stijlen, die de moeite waard was. Hun prikkelende pop was ideaal om de nacht te besluiten.

Organisatie: Leffingeleuren, Leffinge

Leffingeleuren 2007: vrijdag 14 september

Geschreven door

De afsluiter van de festivalzomer, Leffingeleuren, in het pittoresque Leffinge, was aan z’n 31ste editie toe en had een gevarieerde affiche klaar van artiesten van eigen bodem en internationale bands.
De locatie nodigt uit om een kijkje te nemen. Het festival is letterlijk rond de kerktoren gelegen, met langs de ene kant zaal De Zwerver, langs de andere kant het festivalterrein, dat naast de concerttent,  mooi was opgedeeld met eet- en drankstandjes. En net vòòr De Zwerver kon je terecht in de spiegeltent voor de ‘1 Minute Awards’ en enkele muzikale films van The Police, Talking Heads en Neil Young & Crazy Horse.
Het weer zat mee en er waren ruim 15000 bezoekers over de drie dagen, wat de organisatie uiterst tevreden stemde.

Een overzicht

’t Hof Van Commerce (Concerttent)
opende het festival, wat meteen een schot in de roos was. Een volle concerttent! De twee MC’s & One DJ waren toe aan hun laatste optreden en behaagden het publiek met hun Westvloamse raps, hihphop, scratches en sounds. “Slaet ip min gat”, “Kom mor ip”, “Zonder totentrekkerie” en “Niemand grodder”, ze werden allemaal luidkeels meegezongen. Special guest was Gabriel Rios; z’n Zuiderse raps werden smaakvol ontvangen. Al vroeg in de avond was er sprake van een hoogtepunt, getekend: ’t Hof!

Het Amerikaanse Rooney (De Zwerver) werd aangekondigd als één van de beloftevolle bands. Hun melodieuze gitaarpopsongs met een hitpotentie en stadionallures kon maar matig boeien, maar wist menige meisjesharten te bekoren!

Het Nieuw-Zeelandse The Datsuns (Concerttent) zijn close friends van de organisatie geworden. In het voorjaar stonden ze nog geprogrammeerd in de zaal  om hun cd ‘Smoke & Mirrors’ voor te stellen. Ze stonden garant voor snedige en vettige retro rock’n’roll. Ze refereerden met hun ‘1, 2, 3, 4’ aanzet en Dolfs hoge stem vooral aan Led Zeppelin. “MF from Hell”, “Generator”, “Feeling allright” en “who are stomping your foot for?” wisselden ze af met enkele, fijne subtiele rocksongs en een tweetal covers, waaronder eentje van The Misfits.

Baloji (De Zwerver) maakte in een vorig leven deel uit van de vroegere Starflam hiphopcrew; hij stelde z’n eerste soloplaat voor, geruggensteund door een heuse band surplus backing vocalisten. Hij speelde een fijne mix van pop, soul, jazz, funk en mellowhiphop. Baloji kwam beter tot z’n recht in De Zwerver, dan in een grote concerttent, zoals op FihP. “Coup de gaz”, een kort bluesy tussendoortje van Depeche Mode’s “Personal Jesus”, “Entre les lignes” en de titelsong “Hotel Impala” bevestigden een groots artiest. (volgende afspraak: Bota midden november!)

Een uitgelaten menigte genoot van de cathy kauwgomballen ‘60’s gitaarpoprock van Razorlight (Concerttent).  Johnny Borrell zat qua stem op dezelfde golflengte als Dolf van The Datsuns. Ze speelden een boeiende, afwisselende en afgewerkte set. “In the morning” opende. Het was een strakke eerste deel, waaronder “Hold on” en “Golden touch”, vervolgens klonken ze iets subtieler met “Back to the start” en “Vice”. “Can’t stop this feeling” had een broeierige opbouw en was de aanzet van een schitterende finale: “America”, “Who needs love”, een “Stumble & fall” op z’n Gloria’s van Patti Smith en “Falling into pieces”.

Discobar Galaxie en Dub Pistols mochten de nacht besluiten. Discobar Galaxie mixten hun platenkast voor een volle concerttent en Dub Pistols (De Zwerver) mixten rock, dubreggae, hiphop, funk, bigbeats en Britpop, ergens tussen Asian Dub Fondation, Stereo MC’s, Happy Mondays en Fatboy Slim. Spijtig genoeg was er maar een matige belangstelling meer!

En in de afstand tussen de concerttent, de kerk en De Zwerver kon je in de spiegeltent de selectie van ‘1 Minute Awards’ zien. Een absolute aanrader.

Organisatie: Leffingeleuren, Leffinge

Joan As Police Woman

An EVENING with Peggy Sue and the Pirates, Mark Eitzel en Joan As Police Woman: THE FREAK DIVA SHOW

Geschreven door

Joan As Police Woman (dekmantel voor Joan Wasser) was één van de aangename ontdekkingen van vorig jaar.  Met ‘Real Life’ leverde ze een fraai debuut af dat op algemeen gejuich in de pers werd onthaald.  Dat Joan Wasser voor dit debuut al heel wat muzikale watertjes doorzwom, is geen geheim meer.  Ze speelde samen met Antony and the Johnsons, Rufus Wainwright, Sparklehorse,.. en ontpopte zich als een musicians’ musician.  Joan was dan ook zo blij als een kind in Wonderland dat ze de kans kreeg van de Handelsbeurs om zelf een muziekavond samen te stellen.  Ze koos voor aanstormend en legendarisch, opgewekt en ingetogen.  Joan beschreef de avond met een zelfrelativerende kwinkslag als “the freak diva show”.

Gretig graaien in de stemmetjesdoos.
De groepsnaam Peggy Sue and the Pirates doet onwillekeurig denken aan de jaren vijftig.  En toegegeven, één van de twee meisjes lijkt zo weggelopen uit een fifties-feelgoodmovie en de sound is opmerkelijk fris en sprankelend.  Maar de invloeden van de meiden liggen zeker ook verder: Björk, Erykah Badu, Nina Simone,.. om er maar enkele te noemen.
Peggy Sue and the Pirates staat voor 1 gitaar, aanstekelijke melodieën en vooral twee wonderlijke stemmen.  Die stemmen plagen en stoten maar blijven steeds in mooie harmonie met elkaar.  In de laatste nummers worden de remmen losgegooid (“we doen een beetje alsof we rock’n’roll spelen”.  Leuk, want dan mogen we een beetje roepen.”)  De stemmetjes en de gekke geluidjes worden uit de kast gehaald: creatief en speels maar altijd in functie van het nummer.

Sorry…
Na dit opkomend talent was het de beurt aan levend icoon Mark Eitzel.  Met American Music Club zette hij een aantal poëtische meesterwerken zoals ‘Everclear’ en ‘Mercury’ neer en verwierf hij een cultreputatie.
Dat Mark Eitzel nooit geen vrolijke frans zal worden, is na vrijdagavond meer dan duidelijk.  Hij voelde zich niet zo lekker en leek zich haast te verontschuldigen voor zijn performance.  “Don’t worry, I won’t be long”.  Toch tekende hij bij momenten (“Patriots heart”) voor een indringende en doorleefde schets van ‘lonely souls’ en onmogelijke liefdes.  Maar soms leunde hij met zijn eerder beperkt gitaarspel gevaarlijk tegen de monotoniegrens aan.
Na het laatste akkoord prevelde hij vlug sorry en weg was ‘the restless stranger’.

Diva op sneakers
Vorig jaar maakte Joan As Police Woman in een uitverkochte Handelsbeurs een overweldigende indruk.  En dat was niemand vergeten.  Haar optreden leek wel één ‘homecoming party’.  Het publiek sloot haar vanaf het openingsnummer warm in de armen.  Haar kleine uitschuiver in het begin (even de tekst kwijt en dan gewoon herbeginnen) maakte het contact zelf nog intenser.  De uitstraling van Joan laat dan ook weinigen onbewogen: warm, innemend, toegankelijk en altijd in voor een praatje mét aanstekelijke giechel.  (“Hoe is het eigenlijk om te leven in een museum als Gent?”, “ik voel me toch veel comfortabeler in sneakers dan in deze feestjurk”,… ) Nog even en er werden telefoonnummers uitgewisseld.
Joan ziet het als een subversieve daad om ‘eerlijke en mooie’ muziek te maken.  Ontwapenend mooie muziek.   Haar nummers (aan de piano of alleen op  gitaar) brengt ze intens en met een zekere gelaagdheid.  Frêle maar ook fel,  met hoge uithalen van haar krachtige stem maar ook rustig en zacht.  Verwijzingen naar andere invloeden kan je gerust maken (Joni Mitchell, Beth Gibbons, Nina Simone,..)  maar Joan As Police Woman klinkt vooral als, nou ja, Joan As Police Woman.  Haar vaste begeleidingsband zou de set wellicht hier en daar wat meer slagkracht gegeven hebben, maar wie zijn wij om te klagen.  Het was heerlijk gezellig toeven in de sofa van Joan in Gggent.

Organisatie: Handelsbeurs, Gent

Paul Weller

Eigenzinnige Weller niet overweldigend

Geschreven door

Precies 30 jaar na zijn eerste muzikale wapenfeit met de legendarische punkrock band The Jam onderneemt Paul Weller dit najaar een kleinschalige akoestische tournee onder de titel ‘Variations of a Dream’. Enkel begeleid op gitaar en synth door ex-Ocean Colour Scene gitarist Steve Cradock citeert de Modfather of Britpop langsheen Europese concertzalen uit drie decennia Britse rockgeschiedenis, van The Jam over The Style Council tot zijn eigen succesvolle solo carrière.

Wie afgelopen donderdag naar de al maanden op voorhand uitverkochte Ha’ te Gent kwam afgezakt voor een feest der herkenning kwam echter bedrogen uit. Alhoewel Weller inmiddels een paar dozijn radiohits op zijn palmares heeft prijken, had de oude rot welgeteld één single, de ballad “You do something to me”, in zijn setlist opgenomen. Al snel werd duidelijk dat Weller voor de ‘Variations of a Dream’ tour een zeer eigenzinnige selectie uit zijn back-catalogue heeft gemaakt die enkel door echte kenners op herkenningsapplaus worden onthaald. Uit de indrukwekkende catalogus van The Jam werd bijvoorbeeld gekozen voor “English Rose” uit ‘All Mod Cons’ (1978) en voor de twee illustere B-kantjes “The butterfly collector” en “Liza Radley”. Naast een tweetal minder evidente nummers van The Style Council, waarbij Weller nog eens de hoge stem aanhief die zo kenmerkend was voor de sound van deze groep, werd voorts vooral geput uit de eerste drie solo albums van Weller. Uit het titelloze debuut herkenden we o.a. “Into tomorrow” en uit zijn doorbraak album ‘Wild Wood’ koos de modfather wederom niet voor de evidente titeltrack maar wel voor “Foot of the mountain”, “Hung up” en een lang uitgesponnen door Cradock psychedelisch mooi ingeklede versie van “Shadow of the sun” die het eerste deel van het optreden op indrukwekkende wijze afsloot.
De modfather staat live niet bepaald bekend om zijn interactie met het publiek, en behalve een beleefde ‘thank you’ viel er inderdaad weinig te beleven tussen de nummers door. Ook het al wat oudere publiek was er één van het beleefde soort, en liet zich pas echt gelden om Weller terug te roepen voor een paar bissen. Het ijs leek heel even gebroken toen beide Britten de eerste en overigens enige bisronde aanvatten met een korte rookpauze waarbij Weller spontaan een die-hard fan op de eerste rij trakteerde op een smoke. De nicotine werkte alleszins niet inspirerend op het hitgevoel van Weller, die publiekslievelingen zoals “Going Undergound” en “That’s Entertainment” ook tijdens de bissen in de kast liet. In de plaats haalde Weller o.a. zijn versie van “Wishing on a star” boven uit het in 2004 verschenen coveralbum ‘Studio 150’, het onbetwiste hoogtepunt van de bissen.

Na goed anderhalf uur bleef ondergetekende met een halfverzadigde concert appetijt achter: ja, dit was een goed optreden waarbij de chef echter zodanig veel lekkere aperitiefhapjes serveerde dat hij dan maar besloot om het hoofdmenu niet op te dienen...

Organisatie: Handelsbeurs, Gent

Indrukken Leffingeleuren 2007, Leffinge: zaterdag 15 september

Geschreven door

Indrukken Leffingeleuren, Leffinge: zaterdag 15 september

Meer dan 5500 bezoekers konden genieten van een succesvolle tweede dag. Er worden over het driedaags festival wel 15000 bezoekers verwacht, wat de organisatie uiterst tevreden zal stemmen.

De winnaar van Verse Vis The Outskirts vatten Dag 2 aan. Het Londense Oi Va Voi verrasten al op Werchter in de Marquee en zetten nog een tandje bij te Leffinge. Oi Va Voi maakten er al vroeg een feestje van, dat oversloeg naar een aardig volgelopen concerttent. Ze speelden sfeervolle pop, Balkan en hoempapa, opgezweept door blazers en viool; een hoofdrol was weggelegd voor de mooi ogende violiste en haar begeesterende vioolspel; de  afwisselende vrouwelijke (soul )en mannelijke zang (soms hemels) deden denken aan Faithless. Oi Va Voi onderscheidde zich duidelijk. Nu Folkdranouter nog!

The Van Jets vielen vorig jaar in en stelden ietwat onwennig hun nog te verschijnen debuut voor. Eén jaar later hebben we te maken met een sterk geoliede band, die weet in te spelen op het publiek, en hen betrekt om er een fijn concertje van te maken. Een dynamische start met “Ricochet”, “Johnny Winter” en “Fashion/Heroes”, een eigen bewerking op David Bowie’s songs, dat een vleugje Chris Goss, Millionaire en Barkmarket bevatte; uiterst origineel aangepakt. Na de sfeervolle “What’s going on” en “Our love= strong”, besloten ze overtuigend met een lang uitgesponnen “Electric soldiers”.

The Veils trok minder belangstellenden, maar net als bij hun vorig optreden in de Bota, speelde het viertal een intens meeslepende, bedreven set. Een pittig, frisse aanpak, waarin ruimte was voor gitaarsoli: “Nux vomica”, “Calliope”, “The tide left…”. De single “Advice for …”was één van de poppier songs. “Lavinia” en “Not yet” besloten op een 16 Horsepower on speed.

The Scene, onder The Lau en Emilie Blom-Van Assendelft, gaven vóór de festivalzomer al een reünie concert in de AB. Na vijftien jaar zijn ze er live terug bij. Nostalgische Nederlandstalige pop, met een meezinggehalte: “Samen”, “Blauw”, “Maan”, “Zuster”, “Open” en intieme songs als “Rigoureus” en “Brand” konden rekenen op een sterke respons. The Lau liet een vermoeide indruk na, maar het belette niet om een overtuigend concert te spelen. “Iedereen is van de wereld” werd luidkeels meegezongen.

De verrassing van de avond was John Butler Trio. De belangstelling groeide tijdens de stomende set die het drietal speelde, muzikaal te situeren tussen Jimi Hendrickx, Ben Harper,  G Love en Luka Bloom; een sterk op elkaar ingespeeld drietal, met enkele begeesterende gitarsoli, -slides, contrabas en drums. Schitterend!

Vive La Fête was de ideale opwarmer voor het avondfeest in de concerttent met hun electrokitschpop, die opvallend veel poppy kenmerken had. Een goed uurtje ontspanning, van de tandem Pynoo/Mommens, die hun recente ’Jour de chance’ indachtig waren, naast hun singles en enkele traditionele feestnummers.

In zaal de Zwerver zelf konden we twee bands meepikken nl. het fel bejubelde Britse Ghosts, die hun debuut pas uithebben; “Stay the night” en “The world is outside” zijn al twee aardige hits. Melodieuze verfijnde gitaarpop van het vijftal!

Tenslotte was er nog het beloftevolle Gentse Soapstarter. Een aanstekelijke sound van zoete, zomerse deuntjes. Ideaal om de nacht te besluiten.

Dag 3: Shannon Wright, Absynthe Minded, Rachid Taha, Admiral Freebee en Gabriel Rios.

Info op www.leffingeleuren.be

Face Your Underground Fest III 2007: Nostalgie met Demon, Tankard en Sabaton

Geschreven door

Doorgaans is 1 September voor heel wat jongeren niet echt een dag om naar uit te kijken. Dit jaar was dit net iets anders. De organisatie van het ‘Face Your Underground Fest’  had er namelijk alles aan gedaan om jong en oud een onvergetelijke avond te bezorgen. Naast enkele Belgische en Nederlandse bands die de dag mochten openen, viel er die avond heel wat speciaals te gebeuren. Zo namen de heren van Demon afscheid van het Belgische publiek met hun ‘farewell tour’ . Terwijl de mannen van Tankard er hun 25 jarig bestaan kwamen vieren samen met de release van ‘Best Case Scenario: 25 Years In Beer’. Maar dit is zelfs nog niet alles. Sabaton kwam er ook om hun eerste DVD op te nemen, die ergens in december beschikbaar zal zijn. Veelbelovend dus.

Met hoge verwachtingen zakte ik op 1 september af naar Hof ter Lo om er de laatste vier bands te aanschouwen. Dragonland was de eerste band die ik zag en wist mij al onmiddellijk te overtuigen. Ik had al veel lovende woorden over deze band gehoord, maar kende de muziek niet. Hun symfonische power metal, beviel mij wel. De mannen combineren hardere riffs met prachtige melodische stukken ondersteund door een typische power-metal zanger die het in zijn stijl heel goed doet. Toch was de klank tijdens het optreden niet altijd even goed en konden ze mijn verlangen naar wat mij later op de avond te wachten stond niet onderdrukken. Een meer dan mooie opener, die jammer genoeg door de genialiteit later op de avond in het niets zou verdwijnen.

Het eerste hoogtepunt die dag kwam er van het Britse Demon. Na een dikke 20 jaar actief te zijn in de metalscene, besloot deze ‘New Wave Of British Heavy Metal Band’ om nog een allerlaatste tour te doen. Ongeveer 25 jaar geleden leverden deze heren drie schitterende albums af waarvan vooral de debuut-CD ‘Night Of The Demon’ mij en heel wat andere metalheads al heel wat plezier heeft bezorgd. Mijn verwachtingen waren dan ook bijzonder hoog. Toch bleken mijn verwachtingen nog niet half zo hoog te liggen als de prestatie die werd geleverd. De band opende met “Night Of The Demon” en zette zo meteen de basis voor een uur ouderwets metalplezier, waarbij het op dat moment aanwezige publiek stilaan meegetrokken werd en uiteindelijk het grootste deel van het volk het moeilijk had om stil te blijven staan. Heel wat jongeren waren verbaasd door de genialiteit van Demon, terwijl heel wat ouderen nostalgisch meegenoten. Op die manier konden jong en oud meegenieten van schitterende nummers die voornamelijk uit de eerste drie cd’s kwamen, met als hoogtepunten “One Helluva Night”, “Into The Nightmare” en het prachtige “Don’t Break The Circle”, dat uit volle borst werd meegezongen. De band zelf had er duidelijk ook zin in. De 60-jarige Dave Hill (Zanger) entertainde het publiek als een jonge Metalgod. De spelvreugde straalde ervan af en met zijn theatrale bewegingen bracht hij deze vreugde meermaals over op het publiek. Jammer dat deze band niet meer zal touren, maar naar verluidt zullen ze wel hier en daar nog optreden zonder een echte tour op poten te zetten. Laat ons hopen dat België in deze feestvreugde zal mogen meedelen.

Op naar het volgende hoogtepunt dan maar. Tankard bewees dat het na 25 jaar nog altijd zijn publiek een echt Oldschool Beerthrash optreden kan voorschotelen met een enorm hoog feestgehalte. Daar zorgde zanger Gerre op geniale wijze voor met zijn bindteksten, bewegingen, gortige streken, … je kan het zo gek niet bedenken of Gerre zou het doen. Dit mocht ook een jongen ondervinden die het podium beklom, na meermaals tegen zijn “vette pens” gedrukt te worden, draaide Gerre hem vrolijk een tong en duwde hem terug in het publiek. Toch wou Gerre bewijzen dat ze niet zomaar een “Beermetal-band” zijn, maar ook serieuze nummers hebben. Namelijk een nummer over doodgaan. Vervolgens werd het nummer “Die With A Beer In Your Hand” ingezet. Verder werd een mengeling van oude en nieuwe nummers gebracht met als hoogtepunten “Rectifier”, “Chemical Invasion”, “Zombie Attack” en de schitterende vrolijke afsluiter “Empty Tankard” waarop veelvuldig gedanst, geheadbanged en gemosht werd. Na afloop van het optreden sprong Gerre in het publiek om zijn fans te begroeten of ermee te dansen, om zich vervolgens zo snel mogelijk naar de toog te begeven. De klank was niet altijd even zuiver, maar paste perfect binnen het oldschool gebeuren. De schitterende combinatie van bier, metal en humor zorgden voor een uur feestvreugde om u tegen te zeggen.

En zelfs dan was de avond nog niet voorbij. Het was ondertussen al middernacht geworden, maar daar hebben metalheads geen last van. De zaal was voor een 3/4e gevuld toen de heren van Sabaton aftrapten met “Panzer Battalion”. Al meteen werd duidelijk dat men kosten nog moeite had gespaard om deze avond te doen slagen. Met een mooi opgebouwd podium, een prachtige lichtshow en een goede klank kon het al niet meer stuk gaan. Ook deze keer waren de mannen van Sabaton in een uitstekende vorm en konden ze het publiek in geen tijd op hun hand krijgen. Nadat ik eerder dit jaar al verbaasd stond hoe ze iedereen in de ‘Biebob’ meekregen, was ik nu nog verbaasder toen ik zag dat het volledige publiek uit de bol ging op hun nummers. Alle aanwezigen bangden en zongen vrolijk mee, ramden hun vuisten door de lucht en sprongen wanneer het hen gevraagd werd. Zelfs de oudere garde die aanwezig was in de zaal deed aardig mee! De setlist bestond uit een mix van nummers uit hun drie albums. Het absolute hoogtepunt voor mij was het nummer “Attero Dominatus”. Hoewel ik van de band krachtige muziek gewend ben, is het de eerste keer dat ik zo’n krachtige versie van dit nummer hoor. Ook de rest van de set moest eigenlijk niet onderdoen. Zo kende elk nummer wel zijn eigen hoogtepunt door flitsende gitaarsolo’s (“Into The Fire”, “Purple Heart”), melodische genialiteit (“Wolfpack” en “Rise Of Evil”), rakende lyrics (“Purple Heart”), krachtige sing-along nummers (“Primo Victoria”, “In The Name Of God”, “Masters Of The World”), killer-riffs (“Back In Control”, “Hellrider”), …
Kortom alles om een schitterende prestatie neer te poten was aanwezig. De groepsleden waren duidelijk tevreden met de reactie van het publiek en droegen “A Light In The Black” op aan het aanwezige publiek. Dit wordt ongetwijfeld een DVD die we ons blind kunnen aanschaffen en er nog jarenlang nostalgisch van zullen genieten.

Na de show konden de fans ook nog terecht bij de band voor een handtekeningensessie en een praatje met de leden. Dit was trouwens de hele dag mogelijk met alle groepen die er speelden. De leden van deze bands kwamen namelijk vaak in het publiek en kenmerkten zich stuk voor stuk door hun sympathie en bescheidenheid. Ook de sfeer in de zaal was de hele avond schitterend. De organisatie van dit feest mag trots zijn op wat ze gepresteerd hebben! Ze zorgden waarschijnlijk voor het grootste deel van het publiek voor het optreden van het jaar! Op naar de volgende editie zou ik zeggen!

Organisatie: CC Luchtbal/Hof ter Lo, Borgerhout

 

Yo La Tengo

Yo La Tengo: onkruid vergaat niet

Geschreven door

Yo La Tengo heeft al twintig jaar een eigen unieke kijk op de gitaarpsychedelica, met groepen van toen: 11 th Dream Day, Seam, Flowerhead, The Wedding Present, Firehose, The Fall en Slint; een muzikaal verkenningspad van een poppy dromerig, sfeervol en loungy geluid tot een bedreven, noisy sound in een tapijt van fuzz en distortion. Avontuurlijk, boeiend en intrigerend. Het drietal uit Hoboken, NYC, Ira Kaplan (gitaar/toetsen/elektronica), vrouwlief Georgia Hubley (knipoog naar Moe Tucker van V.U.) en Jamers McNew op bas zorgen voor variatie. Vorig jaar verscheen ‘I am not afraid of you and I will beat your ass’, die de groep nu al meer dan een jaar op tournee houdt.

Live putten ze uit hun muzikale veelzijdigheid en legden de klemtoon op het recentste album. Het sympathieke drietal had meteen af te rekenen met een technisch probleem op de keyboards, wat ze onmiddellijk counterden door drie nummers van een sobere, intieme aanpak te voorzien.
Eénmaal de toetsen in orde waren, startte Yo La Tengo met een paar knallers als “The room got heavy” (vleugje zZz/Suicide), het ruim tien minuten durende “Pass the hatchet, I think I’m goodkind”, bepaald door een repetitief diepe bas, een bezwerende en opzwepende percussie en Ira’s virtuoze gitaarspel, dat opbouwend en  subtiel was, gekruid van gitaar feedbackgeraas. En tenslotte speelden ze “Flying lesson”, gekenmerkt door een schitterende opbouw en een bedreven einde.
Wat een start, die ons al een half uur verder bracht in het concert. Hier was sprake van V.U. meets Slint, Sonic Youth en Dinosaur Jr.
Het trio nam wat gas terug door enkele sfeervolle, dromerige indiepopsongs: “The weakest part” , “Beanbag” en de luchtige single “Mr tough”.
Ze wisselden regelmatig van plaats en instrument. Georgia kwam in de spotlights met het intiem pakkende, sober gehouden “I feel like going home”. Ook qua zang wisselde Yo La Tengo voldoende af.  Vanaf “Sugarcube” klonken ze opnieuw krachtiger, wat leidde naar “Big day coming” (één van hun instant classic nummers), een punky rock’n’roll versie van “Watch out for me, Ronny” en het filmisch, sfeervol als het broeierige, felle, lang uitgesponnen “This is YLT”; de pedaaleffecten werden stevig ingedrukt. Sonic Youth meets Joy Division!
Ruim anderhalf uur lang trad Ira in interactie met z’n versterker en pedaaleffects, Georgia bepaalde eenvoudigweg de maat van de drums en James hield een repetitief basritme aan.
In de bis klonken ze als een Cowboy Junkies met “Take care” als hoogtepunt.Tenslotte kwamen ze nog een tweede maal terug met enkele lofi songs als “Did I tell you”.

Yo La Tengo was een must. Ze hebben door de jaren nog niks ingeboet en gaan totaal op in hun gevarieerde, soms fors krachtige sound. Yo La Tengo liet niemand onberoerd. Respect dus!

Organisatie:  Botanique, Brussel

Dinosaur Jr.

Beyond

Geschreven door

Het Amerikaanse Dinosaur Jr, de gezegende leeftijd van de veertig voorbij, is de laatste jaren te bewonderen in de originele line up van gitarist J. Mascis, bassist Lou Barlow en drummer Murph. In 2005 gaven zij een indrukwekkende comeback op het podium, door hun materiaal van in deze oorspronkelijke bezetting (van vóór ’87) te spelen. Op die manier zijn ze nu toe aan het vierde album, en het achtste onder J. Mascis zelf.
Dinosaur Jr laten de ‘90’s grunge herleven door hun rauwe, broeierige en bezwerende gitaarpoprock: J. Mascis laat z’n gitaar spreken en speelt de ene aardige solo na de andere, er is het martelende basspel van Barlow en er is de strakke drums van Murph. Een sterk samenspel, wat opnieuw een tof plaatje oplevert.
Af en toe is er de typerende, overwaaiende sound van fuzz en noise aan de versterkers en van de pedaaleffects. Het zijn tevens de hoogtepunten van de cd: “Almost ready”, “Been there all the time” en het afsluitende “What if I knew”. Tweemaal klinkt het drietal ingetogener: “We’re not alone” en “I got lost”. Barlow neemt twee songs voor z’n rekening: “Back to your heart” en “Lightning bulb”. Het is steevast een herkenbare formule op de Dinosaur platen.
‘Beyond’ haalt misschien niet het niveau van het ‘oude’ Dinosaur Jr maar ze zijn nog steeds het stichtend voorbeeld voor elk beginnend gitaargroepje.

Widow

Nightlife

Geschreven door

In de winter van 2000 besloten de John E. Wooten IV en Chris Bennett om hun voorliefde voor horror om te zetten in muziek. Hiervoor richtten ze de band Widow op, om in 2003 hun eerste album ‘Midnight Strikes’ uit te brengen. In 2005 brengen ze het album ‘On Fire’ uit en ondertussen zijn ze met ‘Nightlife’ toe aan hun derde album. De band zegt beïnvloed te zijn door bands als King Diamond, Crimson Glory, Iron Maiden, Judas Priest en zelfs Yngwie Malmsteen. Gewaagde maar veelbelovende referenties.
Wanneer we het schijfje in de CD-lader stoppen horen we al snel dat Widow niet aan zijn proefstuk toe is. Naast een uitstekende productie beschikt deze cd over een aantal sterke en afwisselende nummers. De bovengenoemde invloeden zijn er grotendeels in terug te vinden. Ook al worden de solo’s rond uw oren geslingerd, toch blijft een referentie met Yngwie Malmsteen wat ver gezocht! Het nummer gaat namelijk niet verloren door het overdreven soleren.
Een belangrijk referentiepunt die deze band zelf niet vermeldde zou 3 Inches Of Blood kunnen zijn. De ‘Death-vocals’ van Chris Bennet doen namelijk sterk denken aan hun zanger (ook al zingt hij minder hoog) en zorgen voor een unieke afwisseling met de uitstekende pot heavy metal die we hier voorgeschoteld krijgen. Daarnaast speelt de man ook nog uitstekend als lead-gitarist binnen deze band, waardoor we heel wat flitsende solo’s te horen krijgen. Ook de vocale prestatie van John E. Wooten IV is bijzonder sterk. Op deze CD bewijst hij meermaals dat hij met zijn krachtige stem ook heel hoog kan uithalen.
Van bij het openingsnummer “First Born” werd mijn aandacht opgeëist. Het nummer kenmerkt zich door de krachtige vocalen van Wooten en een meezingbaar refrein dat zich al snel in mijn hoofd nestelde. Het is meteen ook het hoogtepunt van het album. Hoewel de rest van de nummers zeker niet slecht zijn, halen ze toch net het niveau niet meer van het openingsnummer, al komt het meezingbare “Beware The Night” met zijn snijdende gitaarsolo’s toch aardig in de buurt. Met “Teachers Pet” en het melodische “Cult Of Life” wordt een relatief rustpunt voorzien in het voorbijrazende album. In het eerstgenoemde nummer worden de solo’s wat teruggeschroefd waardoor alles wat minder snel lijkt te gaan. In “Cult Of Life” wordt het tempo dan volledig terug geschroefd om het vervolgens geleidelijk aan melodisch terug op te bouwen en uiteindelijk weer uiterst rustig te eindigen.
De eigen nummers eindigen ook sterk met “Beauty Queen” en titeltrack “Nightlife” waarin alle groepsleden zich opnieuw van hun beste kant laten zien. Na 40 minuten vlot wegluisterende heavy/power metal, maakt de groep ook nog plaats voor een eerbetoon aan Van Halen en Kiss door respectievelijk de nummers “Ain”t Talking Bout Love” en “I Stole Your Love” te coveren. Het eerste nummer ligt minder in de aard van de band waardoor het nogal stroef klinkt zonder echt slecht te zijn. De versie van “I stole your love” daarentegen is een echte knaller die perfect aansluit bij het spel van Widow. Hierbij valt ook op dat de kracht die men in dit nummer kan leggen tevens ook aanwezig is in de betere nummers op dit album.
Een aanrader voor fans van afwisselende heavy metal met schitterende flitsende gitaarsolo’s!

Jamie T.

Panic Prevention

Geschreven door

Nog zo een jonge gast uit de UK die met een eigenzinnige plaat komt aanzetten. Met Arctic Monkeys heeft hij het platte taaltje gemeen, met The Streets de arrogante raps, met Billy Bragg de prominent aanwezige vocals en met The Specials de opgehitste ritmes. Een talentrijke kerel dus met een neus voor frisse en originele songs zoals het lekker voortdenderende “Salvador”, het pittige “Brand new bass guitar” en het aanstekelijke en hitgevoelige “Calm down desert”. De band zorgt voor steeds verrassende baslijntjes, leuke synths en frisse orgeldeuntjes, maar de beste song is toch deze waar Jamie T. het helemaal in zijn eentje doet, namelijk het akoestische “Back in the game”. Het fijne “If you got the money” had van The Kooks kunnen zijn, afsluiter “Alicia Quays” neigt naar The Streets, een band waar deze Jamie T. wel vaker mee wordt vergeleken, onterecht menen wij want Jamie T. klinkt veel  meer geïnspireerd, een pak frisser en stuk minder vervelend dan The Streets. Kortom, hier schuilt talent in, daar waar The Streets al na 3 nummers eindeloos op de zenuwen beginnen te werken wegens een chronisch gebrek aan variatie op hun platen.

Ozzy Osbourne

Black Rain

Geschreven door

We mogen niet vergeten dat Ozzy Osbourne met Black Sabbath een viertal essentiële platen heeft gemaakt, platen die de wereld echt nodig had.  Deze legendarische band waren pioniers maar zijn helaas door een hoop stompzinnige bands verkeerd begrepen. Sabbath introduceerde met name als eerste het occultisme en exorcisme in de rockmuziek maar dat is naderhand nogal uit de hand gelopen via een duizendtal death-metal, black-metal en weet ik veel wat voor metal-bands die het genre hebben uitvergroot tot ver boven de grenzen van het belachelijke. Ook Ozzy zelf is na zijn avontuur als zanger van Black Sabbath en na een aantal overbodige platen een karikatuur van zichzelf geworden, wat hij bovendien zelf nog wat sterker heeft in de verf gezet heeft door zijn vaak zielige optreden in de MTV reality-soap over hem en zijn familie.
Ozzy’s nieuwste cd ‘Black rain’, zijn eerste nieuwe werk in zes jaar, hangt aan elkaar van de hard-rock en metalclichés. Het is zo’n typische genreplaat waarvan er jaarlijks enkele honderden passeren om al even onopgemerkt terug in de vergetelheid te verdwijnen. Was een beginnend groepje met deze cd op de proppen gekomen, er had geen haan naar gekraaid, maar dit is nu eenmaal Ozzy en er mocht dus marketinggewijs al wat geld tegenaan gegooid worden om dit ding te promoten. Enkel het stevige gitaarwerk van woesteling Zakk Wylde houdt deze cd nog enigszins overeind want Ozzy zelf is al lang zijn geloofwaardigheid als (hard)rocker verloren, ook al staat hij hier niet slecht te zingen. De songs die hij op vandaag vervaardigt stijgen nergens boven de grijze middelmaat uit. Er zijn hier zelfs een paar pijnlijke dieptepunten te bespeuren zoals de tenenkrullende en stroperige ballads “Lay your world on me” en “Here for you”, je zou haast denken dat die poedelrockers van The Scorpions hier aan het werk zijn. Lichtpuntje op deze ‘Black rain’ is het venijnige “11 silver”, meteen ook het hardste nummer van de plaat. Ook opener “Not going away”, afsluiter “Trap door” en het titelnummer kunnen er nog net mee door maar de tijd dat Ozzy echte klassiekers schreef is al lang vervlogen.
We hopen voor hem, en we gunnen het hem echt, dat hij zelf nog plezier mag beleven aan het maken van deze muziek, maar voor ons hoeft het al lang niet meer.

Air Traffic

Fractured Life

Geschreven door

Het Britse Air Traffic  speelde in avant première hun debuutcd op Rock Werchter. Het jonge bandje uit Bournemouth, Zuid-Engeland, onder Chris Wall brengt melodieus opgebouwde gitaarpopsongs, die door een intens pianospel gevoel en kleur krijgen. Air Traffic is  geen Sow Patrol, Keane of Coldplay, daarvoor is er teveel pit en dynamiek in hun songmateriaal.  “Just abuse me”, “Shooting star” en “No more running away” ontkrachten dit. Enkel op “Empty space”  is Air Traffic het jonge broertje van Keane of Coldplay. Ze laten alvast de gitaren rechttoe-rechtaan klinken op de single “Charlotte”, “Get in line” en “I like that”.
De songs hebben een sterke opbouw en zijn broeierig en intrigerend. Luister maar eens naar  “Time goes by”, “Never even told me her name”, “I can’t understand” en de titelsong. Op geen enkele song slaat verveling toe.
Fraai debuut!

Mumm-Ra

These things move in threes

Geschreven door

Mumm-Ra is een beloftevol jong Engels bandje, die net als Air Traffic debuteert op een major label. De groepsnaam heeft een ‘lookalike’ ruige naam, maar is gehaald van een karakter uit een Amerikaanse tekenfilmserie ‘Thundercats’. Het vijftal brengt sfeervolle, broeierige indiepopsongs, met een vleugje bombast en orkestratie; luister maar eens naar de eerste twee songs van de cd:
”She’s got you high”, “Starlight”, en “This is easy” zijn popgericht en het gezelschap klinkt strakker op “Song B”.
De groep probeert voldoende afwisseling in hun songmateriaal te brengen. Het afsluitende “Down Down Down” is alvast het hoogtepunt van de cd: beklijvende postrock en een puike opbouw.
Mumm-Ra laveert ergens Arcade Fire, Flaming Lips, Polyphonic Spree en doorsnee gitaarpopbands. Een fijn debuut. Een bandje om in het oog houden.

Rush

Snakes & Arrows

Geschreven door

Rush is in thuisland Canada en in de USA al sinds de jaren zeventig een grote naam, in Europa is de band al even lang totaal onhip. In onze contreien staat het niet echt om te dwepen met een band als Rush als je enige geloofwaardigheid aan je muzikale smaak wil geven. Bullshit, zo ook volgens Muse frontman Matthew Bellamy die dezer dagen overal gaat verkondigen dat Rush echt wel rockt. Waarom zouden wij dit dan ook niet mogen ? Bellamy heeft immers gelijk en voortgaande op de sound van Muse kunnen we niet anders dan vaststellen dat hij nog geen klein beetje heeft afgekeken van dit Canadese trio.
U zal Rush misschien kennen van ‘Moving pictures’, hun pièce de résistance uit de jaren tachtig die in tegenstelling tot hun andere platen ook in Europa wat potten heeft gebroken. De band krijgt al jaren het lelijke etiket ‘symfo-rock’ opgekleefd, een genre met een klef imago die aanbeden wordt in de States en in Canada maar in Europa enkel bij de Duitsers een beetje voet aan de grond krijgt (Duitse fans, het is niets om fier op te zijn, maar het is nu eenmaal zo).
Bij deze ‘Snakes & arrows” melden we u graag dat de symfo wat plaats heeft moeten ruimen voor de rock, dat de nummers niet meer struikelen over hun eigen ingewikkelde structuren en dat hier we geen ellenlange en uitgesponnen songs terugvinden (het langste nummer duurt amper een goeie 6 minuten, Rush heeft zelf nooit geweten dat ze dit ooit voor mekaar zouden krijgen).  Je moet nu ook gaan niet denken dat Rush regelrechte garage-rockers zijn geworden. De songs zijn steviger, compacter en directer dan wat we van hen gewoon zijn. Uiteraard staan deze drie gasten hier nog steeds virtuoos te spelen, het zijn daarvoor ook klassemuzikanten, maar het beoefenen van die virtuositeit klinkt nergens langdradig en staat de songs nooit in de weg.  Kortom, we bemerken nergens het “kijk eens mama, zonder handen” -syndroom die dergelijke bands wel eens parten kan spelen. Onze favorieten zijn de openingssong “Far city” en de geweldige instrumental “The main monkey business”, maar eigenlijk halen alle songs een hoog niveau en kunnen we hier spreken van de beste Rush plaat sinds jaren.

Wilco

Sky Blue Sky

Geschreven door

We houden Jeff Tweedy’s Wilco altijd in het oog als er nieuw werk verschijnt. Deze Amerikaanse band heeft al een paar schitterende cd’s afgeleverd als ‘Summerteeth’, ‘Yankee Hotel Foxtrot’ en ‘A ghost is born’. De alt.country/americana groep speelt intense, doorleefde retrorock en intieme pop, onder Tweedy’s melancholisch zalvende stem. Het zijn dromerige, sfeervolle meeslepende luistersongs bij valavond, die mooi zijn uitgewerkt, enkele magistrale gitaarsoli bevatten en kleur krijgen door steel pedal, keyboards en piano.
Dit zevende album van Wilco neemt doodleuk de muzikale rol van The Jayhawks en The Black Crowes over. Ze gaan als een jonge volleerde Neil Young & Crazy Horse te werk.
Het is genieten van “Impossible Germany”, “Side with the seeds” en “On and On and On”. “Walken” is een regelrechte kraker om in een donkere kroeg aan of op de toog whisky te drinken. “Hate it here” is de meest poppy song. Het ingetogen “Please be patient with” (enkel akoestische gitaar en stem) is de treffende zelfloutering van Tweedy om te kunnen leren omgaan met z’n migraine en paniekaanvallen.
‘Sky Blue Sky’ klinkt als de titel van de cd, gewoonweg hemels.

Tokyo Police Club

A lesson in crime

Geschreven door

Tokyo Police Club is een beloftevolle band uit Toronto, Canada die met de 8 songs op de EP een beloftevol visitekaartje afleveren. 8 songs, 18 minuten, dit betekent ‘to the point’ melodieuze gitaarsongs, die energiek, krachtig, scherp, snel klinken of melodieus onderbouwd zijn. Postpunk op z’n Futureheads waarin een vleugje Bloc Party en Strokes is verwerkt in het gitaarspel en in de zang van bassist David Monks (neigt naar Julian Casablancas).
“Cheer it on”, “Nature of the experiment”, “If it works” en “Cut cut paste” zijn frisse gitaarpopsongs onder een opzwepend ritme. “Be good” en “La ferrassie” (intrigerend orgeltje en gitaarspel) lijken voor Bloc Party de afwezige nummers op hun platen en “Citizens of tomorrow” en “Shoulders and arms” zijn broeierig en hebben een puike opbouw.
‘A lesson in crime’ is een afwisselend kort, kernachtig plaatje; uitkijken wordt het naar de full CD!

Slough Fey

Hardworlder

Geschreven door

Mijn verrassing was groot toen ik hoorde dat  ‘The Lord Weird’ Slough Feg nieuw materiaal uithad. De opvolger van het geniale en melodische ‘Atavism’ kreeg de titel ‘Hardworlder’ mee. Een naar mijn mening nogal vreemde naam. Ook het artwork deed mij niet meteen het beste vermoeden. Gelukkig bleek opnieuw dat het uiterlijk vertoon rondom de CD in sommige gevallen alleen maar bijzaak is.
De CD zelf is namelijk net als zijn voorganger ‘Atavism’ van uitstekende kwaliteit. Ondanks de kenmerkende melodieuze gitaarlijnen die gebleven zijn, heeft men met deze nieuwe plaat serieus wat gas teruggenomen. Dit wil echter niet zeggen dat de kwaliteit van de band erop achteruitgegaan is. Integendeel. Naar mijn mening is de band er zelfs nog een serieuze stap mee vooruit gegaan.
Waar ‘Atavism’ bij momenten te druk overkwam voor mij, kan ik ‘Hardworlder’ met gemak in mijn bed beluisteren en er blijven van genieten alvorens in slaap te vallen. Begrijp mij echter niet verkeerd, de snellere stukken zijn nog steeds aanwezig, bijvoorbeeld in “Poisoned Treasures”, maar worden beter afgewisseld met wat meer ‘ingehouden’ melodische stukken.
Ondanks het algemeen ‘tragere’ tempo blijft de CD er vlot ingaan. De ruim 40 minuten klassemetal, die de heren van Slough Feg ons voorschotelen, vliegen werkelijk voorbij. De CD verveelt dan ook geen seconde. Wie niet op de hoogte is van vorige albums van Slough Feg, kan zich aan melodieuze US heavy/power metal, met hier en daar wat aan metal aangepaste invloeden uit het folkgebeuren, verwachten. De ervaring die de groep in de voorbije 17 jaar heeft opgedaan en hun voorliefde voor de underground scene is ook in dit album duidelijk te horen.
Dit laatste door een nummer van het al even geniale Manilla Road in een eigen jasje te stoppen. Hiervoor werd de klassieker “Street Jammer” gekozen. Daarnaast werd ook “Dearg Doom” van de Ierse Folkrockband ‘Horslips’ in een eigen Slough Feg jasje gestopt. Ere wie ere toekomt, het nummer is prachtig geschreven, maar de metalversie komt toch stukken beter uit dan het oorspronkelijke folkrocknummer. Daarnaast dient ook het nummer “Insomnia” een eervolle vermelding te krijgen. Het nummer blijft door de tempowissels meer dan interessant en is dan ook nog eens voorzien van een aangenaam meezingstuk, waardoor het nummer wel eens zou kunnen uitgroeien tot een ware klassieker tijdens de optredens.
Indien mijn woorden u nog niet hebben kunnen overtuigen, dan raad ik u zeker aan om zelf eens na te gaan wat er van klopt, al ben ik er tamelijk zeker van dat heel wat metalheads deze plaat zullen appreciëren.

Mark Ronson

Version

Geschreven door

De Britse Amerikaan Mark Ronson maakte al naam als producer van Christina Aguilera, Lily Allen, Amy Winehouse en Robbie Williams.
Ronson heeft zo z’n eigen kijk op bekende nummers van artiesten; hij coverde ze niet, maar doopte elf songs om in eigen versies en zette ze op plaat; een fijn overgang gebeurde door een drietal instrumentals.
De songs hebben een groove en zijn souljazzy gekruid: “Oh My God” (met Lily Allen), “Toxic” feat Tiggers, “Pretty green” (Santo Gold) en “Amy” feat Kenny.
Sommige nummers dompelt hij doodleuk onder in trance: “Just” (met Phantom Planet)en “Apply some preasure” (Paul Smith goes beats) of er is een vleugje swing: de instrumentale opener “God put a smile upon your face” (feat The Daptone Horns). En tenslotte behoudt Ronson de psychedelica in een paar songs die ze net groots heeft gemaakt: “The only one I know” (feat Robbie Williams) en “LSF” (met Kasabian). Hoogtepunt is “Valerie” door Amy Winehouse, de missing song op haar platen!
Om maar te zeggen dat deze befaamde producer een originele kijk en aanpak op zijn ‘versions’ toepaste.

Les Rita Mitsouko

Variéty

Geschreven door

Les Rita Mitsouko , onder het Franse duo Cathérine Ringer en Frédéric Chichin, zijn al van de beginjaren’80 actief en hebben al een paar interessante singles uitgebracht als “Marcia Baila”, “Andy”, “C’est comme ça” et “Les histoires d’A”. Ze onderscheiden zich als een Dresden Dolls avant la lettre. Hun eigenzinnige composities zijn een bonte mengeling van poprock, wave en dance waarin een vleugje hiphop en jazz zijn verwerkt en een punky attitude uitstraalt.
Het nieuwe album ‘Variéty’ liet vijf jaar op zich wachten en volgt ‘La femme trombone’ op. De plaat verscheen eerst in de Franse moedertaal en onlangs is er een re-issue in het Engels.
‘Variéty’ bevat sfeervolle, broeierige mooi uitgewerkte songs. “L’ami ennemi”, “Communiqueur d’amour”, “She’s a cameleon” en “Ding ding dong ( ringing at you bell)” hebben de meeste hitpotentie, en getuigen nog steeds van de muzikale creativiteit van het duo. Afsluitende song is het cabaresque “Terminal beauty” met medewerking van Serj Tankin van System of A Down..
Het duo wordt terecht geapprecieerd voor hun muzikale prestaties; de concerten zijn keer op keer uitverkocht.

The Icarus Line

Black lives at the golden coast

Geschreven door

The Icarus Line staan niet meteen garant voor de meest toegankelijke rockmuziek, dat weten we van twee vorige platen ‘Penance Soiree’ en het compleet overstuurde ‘Mono’.
Ook nu zijn ze weer heftig, geschift, uitgelaten en rommelig maar toch zit er wat meer structuur in hun nummers en zijn er zelfs hier en daar wat strijkers en blazers naar binnengeslopen. Op deze ‘Black lives at the golden coast’ gaat de band zo een beetje alle richtingen uit, van psychedelica tot shoegazer-rock tot felle punk, waardoor de eenheid in deze cd soms wel wat ver te zoeken is. Wij meenden achtereenvolgens Pil, Primal Scream, T-Rex, Sonic Youth, The Mars Volta, Jesus and The Mary Chain en The Stooges te horen, tussen dan nog een hele boel andere dingen die we niet meteen kunnen thuisbrengen. “Victory gardens” is zelfs een onvervalste ‘80’s song en afsluiter “Kingdom” is een geflipte jamsessie van acht minuten die bol staat van de experimenteerdrift. Maar die verscheidenheid tussen de songs is ook wel een troef en illustreert de boeiende evolutie die deze band doormaakt, waardoor we kunnen besluiten date deze ‘Black lives at the golden coast’ zeker de moeite waard is.

Pagina 491 van 500