logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15472 Items)

Little Man Tate

About what you know

Geschreven door
Little Man Tate is afkomstig uit de Mekka stad van Arctic Monkeys Sheffield. Het jonge dynamische Britse viertal brengt poppy gitaarrock, leunend aan de postpunk en de ‘90’s Blur/Oasis Britpop: rauw en springerig op nummers als “Man I hate your band”, “European lover” en “Sexy in Latin; “This must be love”, “House party at Boothy’s” en “Court report” is subtiel, fijne pop en “Who inventend this lists”, “3 day rule”  en “This girl isn’t my girlfriend” zijn aanstekelijk, frisse songs.
‘About what you know’ is een aardig klinkend plaatje over wat elke jongere bezighoudt …in zijn vrije tijd: meisjes, uitgaan, drinken, voetbal en plezier maken…of niet?!

 

The Five O´Clock Heroes

Bend to the breaks

Geschreven door

The Five O’Clock Heroes zijn een half Amerikaanse, half Britse band; vier jonge gasten van nog geen twintig debuteren met frisse, kernachtige catchy rock’n’roll popsongs. Ze passen niet direct in het rijtje van de huidige postpunk. De groepsnaam werd gehaald van één van de songs van The Jam en zij refereren met hun broeierige en aanstekelijke sound naar ‘70’s The Clash, Joe Jackson Band, The Ramones , The Police en natuurlijk Paul Wellers The Jam.
Ze bezitten alvast de kunst goede melodieuze rocksongs te schrijven; luister maar naar “Head games”, “Anybody home”, “Time on my hands”, “Run to her”, “Good lovers”, “Skin deep” en “Got to give up”. “Corporate boys”, “White girls” en de semi-akoestische extra track zitten verfijnder en subtieler in elkaar.
Band die alle troeven heeft om door te breken...

Black Rebel Motorcycle Club

Baby 81

Geschreven door

Na de ijzersterke en verrassende rootsplaat ‘Howl’ is BRMC teruggekeerd naar de sound van hun eerste twee albums. Dit betekent opnieuw donkere, meeslepende en bezwerende gitaren en een diep doordringende bas. En ook al klinkt de sound ons bekend in de oren, toch is deze  ‘Baby 81’ een sterk en fris album geworden. Wij zouden zelfs durven spreken van hun beste tot nu toe. BRMC is er met name in geslaagd hun meest toegankelijke album te maken zonder aan kwaliteit en drive te moeten inboeten en dat is vooral te danken aan een hoop kanjers van songs.
De splijtende opener “Took out a loan” is zowat het enige nummer die nog enkele naweeën van ‘Howl’ bevat in de vorm van een moordende bluesriff. “Berlin” en “Weapon of choice” zijn al even heftig en tonen een BRMC in bloedvorm. Andere knallers zijn het dreigende “666 conducer”, een snedig “Need some air” en vooral “American X”, een negen minuten durende prachtsong waarin de gitaren heerlijke kronkels maken. Om niet helemaal te bezwijken misschien toch een beetje detailkritiek : “Windows”  en “Not what you wanted” neigen lichtjes naar de Beatles en helaas ook een beetje naar Oasis. Maar voor de rest géén slecht woord over deze plaat.
U herinnert zich misschien dat deze heren samen met de sufgehypete Strokes hun kopje kwamen opsteken in 2001. Met deze ‘Baby 81’ hebben BRMC al hun vierde schot in de roos in 6 jaar. En The Strokes ? Yep, één klassieker en twee twijfelgevallen. Tussenstand BRMC - The Strokes 4 - 1


Schwung 2007: Classic Rock is still alive and kickin’!

Geschreven door
Het jaarlijkse Rock & Roots festival Schwung te Roeselare slaagde er terug in om enkele schitterende namen bij elkaar te sprokkelen. Dit West-Vlaamse rockfeestje was al aan zijn negende editie toe. Het begon allemaal in 1999. Toen had men reeds Uriah Heep & Golden Earring op de affiche staan. Doorheen de jaren profileerde dit festival zich als een volwaardig Classic Rock festival. Bands zoals Deep Purple, Status Quo, Thin Lizzy, Cheap Trick, Thunder, Europe, Scorpions en Alice Cooper stonden allen op de Schwung podium. Dit jaar was het vooral uitkijken naar REO Speedwagon. Want waarin zelfs het grote Arrow Rock festival niet slaagde, deden de Schwung organisatoren wel en ze haalden de Amerikaanse band REO Speedwagon naar België. Opmerkelijk want deze band was al meer dan 20 jaar niet meer in onze contreien live te zien. Het monsterlijke Lordi moest toch ook wat volk naar Roeselare brengen. Terwijl Megadeth niet bij elke Classic Rock fan werd onthaald als een gepaste afsluiter.

Toch kwam er weer heel wat volk (zo’n 7000 man) opdagen voor deze Schwung editie. Schwung is ook een erg relaxt festival. Hier geen heen en weer geloop naar de verscheidene podia, geen optredens die elkaar overlappen. Nee, Schwung eert de oude festival formule: één dag, één podium. Tussen de optredens van de negen bands zat er een korte pauze waarin je naar hartelust je opnieuw kon opladen of eventjes op adem kon komen in de frisse buitenlucht. Nieuw dit jaar waren twee videoprojectieschermen aan beide zijkanten van het podium. Organisatorisch had dit festival dus een zeer sterke basis.

Toen we aankwamen in Roeselare hadden al twee bands hun set afgewerkt. De Nederlandse Guns & Roses tribute band Gunz & Rozes en gitaarwonder Paul Gilbert hebben we jammer genoeg moeten missen.
We waren net op tijd voor het optreden van de Nederlandse symfo formatie Focus. Deze formatie die in 1969 werd opgericht door de organist/fluitist Thijs van Leer had ik nog nooit eerder live gezien. Vooral het schitterende melodieuze gitaarspel van Niels van der Steenhoven was adembenemend. De solospots die van Leer voor zijn rekening nam drongen bij mij iets minder door. “Hocus Pocus” mag dan wel hun grootste hit zijn, van het gejodel van van Leer ben ik echt geen groot liefhebber. Focus bracht een leuk uurtje instrumentale symfo rock.
Daarna was het de beurt aan de heavy rock van het Zwitserse Krokus. De band speelde een stevige set in de goede ‘Alive & Screamin’ traditie. Terug in de Krokus bezetting was gitarist Mandy Meyer die, na enkele jaren dienst als tweede gitarist bij Gotthard, ons verraste met erg stevig gitaarwerk. Toch was het vooral zanger Marc Strorace die met zijn strot à la Bon Scott het meest imponeerde. Vanwege zijn illuster stemgeluid waanden we ons AC/DC te horen. AC/DC, Saxon, Iron Maiden het zat allemaal erg dicht bij. “Rock City” Roeselare ging voor het eerst echt uit zijn dak.
Vervolgens was het de beurt aan de Nederlandse wereldklasse van Golden Earring. Deze band die actief is sinds 1961 is nog steeds niet uitgespeeld. Deze band stond al voor de derde keer op Schwung en had dan ook niet de minste moeite om het publiek te overtuigen. Hay, Kooymans & co brachten een energieke set, fris en jeugdig. De Golden Earring jukebox draaide op volle toeren en de fans genoten met volle teugen van: “When The Lady Smiles”, “Twilight Zone”, “Long Blond Animal” en een wel erg uitgesponnen versie van “Radar Love”. Deze rocklegenden bieden dus nog steeds waar voor hun geld. Al zal de band waarschijnlijk ook wel iets duurder geworden zijn in vergelijking met het Schwung openingsjaar 1999.
Van totaal ander fabrikaat waren de monsters van Lordi. Deze Finse melodische heavy rockband werd bij het grote publiek vooral bekend na hun Songfestival overwinning van 2006. Origineel zijn ze niet echt. Liefhebbers van de creaturen van GWAR verwijten Lordi een slap afkooksel te zijn en ook muzikaal heeft deze band weinig om het lijf. Alhoewel, de monsters treden op in loodzware kostuums en maskers en dat op zich mag toch wel verdienstelijk genoemd worden. Hun ware identiteit is dan ook hun best bewaarde geheim. Geen geheim dat ze muzikaal hun mosterd halen bij acts zoals Alice Cooper  (“Who’s Your Daddy”). Toch was er duidelijk een publiek voor de groteske, doch zeer vermakelijke show. Tussen de nummers door was er net iets te weinig schwung. Maar ja, de heren hadden het bijzonder druk om de verschillende moordtuigen en attributen bij elkaar te zoeken. Tonnen vuurwerk en een gigantische hoeveelheid papiersnippers zorgden voor een wervelende finale. “Hard Rock Hallelujah”, blij dat we dit overleefd hebben! Van UFO ben ik nooit een grote fan geweest. Alleen van het A.O.R. getinte album ‘Misdemeanor’ (een album dat door de meeste UFO fans als bijzonder zwak werd onthaald) uit 1985 was ik erg onder de indruk. Ook na enkele malen UFO live te hebben gezien, heeft deze band mij nog nooit echt kunnen charmeren. Deze Britse Classic rockformatie heeft ontelbare groepswissels gekend. De huidige bezetting is er een zonder Michael Shenker maar wel met gitarist Vinnie Moore. Phil Mogg en Pete Way vormen nog steeds de spil van deze band. Mogg was opmerkelijk goed bij stem en vooral er was geen ruzie op het podium. UFO bracht echter een onopvallende, vlakke set. Enkel tijdens de klassieker “Doctor Doctor” gingen de handen tot midden in de zaal de lucht in.
Rond 21.30 was het dan eindelijk de beurt aan REO Speedwagon. De band waar we gans de dag naar uit hadden gekeken. Deze Amerikaanse band uit Illinois is reeds bedrijvig sinds 1967 en toch waren ze slechts een handvol keer te zien in Europa. Ruim 25 jaar was het geleden dat ze nog in België te zien waren en net zoals bij Journey was dit voor de fans een droom die in vervulling ging. Muzikaal ligt Journey mij nog iets nauwer aan het hart maar toch had ik tijdens het REO Speedwagon optreden vaak diezelfde intense gevoelens. Vanaf opener “Don’t Let Him Go” tot afsluiter “Ridin’ The Storm Out” heb ik intens genoten van deze pure Amerikaanse classic rockshow. Zanger/gitarist Kevin Cronin was erg onder de indruk van zoveel enthousiasme en gaf dan ook het beste van zichzelf. De set bevatte de ene hit na de andere. Een enkele keer (met “Smilin’ In The End”) werd er gegrepen naar nieuw muziekmateriaal. De band heeft namelijk, na elf jaar!, met ‘Find Your Own Way Home’ een nieuw album uit. De REO klassiekers volgden elkaar in snel tempo op. Opvallend was dat enkele jongeren naast mij de meeste Speedwagon songs erg goed onder de knie hadden. De ballades “Keep On Loving You” en “Can’t Fight This Feeling” bereikten natuurlijk nog meer zielen en werden luidkeels meegezongen. Naast deze rustpunten liet REO Speedwagon echter horen een goed geoliede machine te zijn, die bovendien erg stevig kon rocken! Gitarist Dave Amato trok stevig van leer en ook bassist en blonde God Bruce Hall liet zich erg verdienstelijk opmerken. Deze laatste mocht ook de song “Back On The Road Again” voor zijn rekening nemen. REO Speedwagon voldeed aan alle verwachtingen. Met de belofte om heel vlug opnieuw naar Europa te komen toeren kwam er voor ons een einde aan deze schitterende Schwung editie.
Even bleven we nog kijken naar de trash metal van Dave Mustaine & co. Doch Megadeth is Metallica niet. Een objectief oordeel kan ik over het Megadeth optreden niet vellen. Dat laat ik liever over aan de echte Megadeth fans die toch nog talrijk hun band gadesloegen. Ook de safety mensen hadden plotseling heel wat meer werk met crowdsurfende Megadeth fans.

Dit Schwung festival eindigde voor mij met REO Speedwagon. Afsluiten in schoonheid noem je zoiets. Schwung 2007 was een zeer geslaagd festival. Op naar de tiende editie, waarbij ik hoop dat de organisatie opnieuw zal uitpakken met enkele verrassende namen!

Foto's: http://www.pixagogo.be/5993714199

Organisatie: Schwung, Roeselare

Silver Junkie

Midtown Walk

Geschreven door
Silver Junkie is het muzikaal alter ego van singer/songwriter Tino Biddeloo. ‘Midtown Walk’ bevat vijf intens broeierige songs, die passen binnen het filmdecor van David Lynch en Quentin Tarantino. De band stoeit met diverse stijlen binnen de innemende poprock met soul, jazz en americana.
‘Midtown Walk’ is alvast een spannende EP, nighttownmusic van een kandidaat nachtburgemeester. Hebben Arno, Daan en Tom Waits er een konkurrent bij?!

Info: www.silverjunkie.be

Folgazán

Invading from the West

Geschreven door
Folgazan is een bijzondere combinatie van jeugdige en rijpere talentvolle muzikanten, die zich binnen de traditionele folk en poprock bewegen, ergens tussen Kadril, Sois Belle, Ambrozijn en Aedo.
‘Invading from the West’ bevat bedreven zwierige, aanstekelijke en sfeervolle muziek, met een tweetal instrumentals. Accordeon, violen en fluiten geven kleur aan het geheel.
De band sleepte een tweede plaats in de wacht op de Folkrally op Dranouter Aan Zee. Folgazan is Galicisch en betekent  ‘zalig niets doende persoon’.  Aan hun muziek te horen lijkt dit me alvast een controverse...

Info: www.folgazan.be

 


Evanescence

Evanescence speelt afgelijnd concert bij z’n eerste doortocht

Geschreven door
Evanescence uit het Amerikaanse Arkansas deed voor het eerst Noord-Frankrijk en ons landje aan. Ze ondernemen een grootse tournee nav de tweede plaat ‘The Open Door’, opvolger van ‘Fallen’. Ze hielden halt in le Zénith, Lille en in de Lotto Arena, Antwerpen (Live Nation concert) ; een uitgelezen kans om deze band, die al een vier jaar bezig is, onder songwriter/gitarist Ben Moody en zangeres/pianiste Amy Lee, aan het werk te zien. Hun bombastische popgothicmetal, aangevuld met orkestraties, barok (en soms koorzang), omschreven als kasteelromantiek, leverde al een paar grootse hits op als “Bring me to life”, “Tourniquet”, “Call me when you’re sober”, “Lithium” en het uiterst pakkende “My immortal”, gedragen door de helder, overtuigende fluwelen stem van Amy Lee. Tori Amos goes metal leek me hoe dan ook een fijne uitdrukking. Een band die alle leeftijden aansprak, afgaand op het publiek.

‘The Open Door’ werd bijna integraal voorgesteld in de bijna uitverkochte Zénith. Ze startten venijnig en pittig met songs uit de recente cd:  “Weight of the  world” en “Sweet sacrifice”, ondersteund van voorgeprogrammeerde strijkers. Amy Lee liep heen en weer op het podium als een Roodkapje, vluchtend voor haar boze wolven; zij was de verschijning in de ‘not happy ending’ sprookjesverhalen. “Going under” en “The only one”  klonken sfeervoller en broeierig, voorzien van een snedige gitaarloop en strakke drums. Amy Lee leidde vervolgens “Lithium” en “Good enough” in op piano die dan krachtiger losbarsten in een finale van tempowisselingen, orkestraties en pianopartijen. De herkenbaarheid kwam naar voor in “Tourniquet”, “Call me when you’re sober” en “Bring me to life”; de afsluitende songs “Whisper” en “Lacrymosa”  kregen een boeiende gothic tint en koorzang. In de bis kon “My immortal” niet ontbreken, gedragen door stem en piano van Amy Lee, dat explodeerde in popmetal. “Your star” besloot orkestraal de set.

De groep speelde een afgewerkt concert en show met Amy Lee in een hoofdrol,  en kon rekenen op een sterke respons.
Als support act trad Mass Hysteria: snedige rock met een wave tint, een fijne opwarmer in de theatrale wereld van Evanescence.

Org: Agauchedelalune, Lille

Sigur Ros brengt boek uit

Geschreven door
Vandaag verschijnt 'In A Frozen Sea - A Year With Sigur Rós'. In het boek staat het verslag van de concerten  in Ijsland tijdens de 'Takk'-tournee. Er staan heel veel foto's in van de band, maar ook van Ijsland.
Er komt ook een speciale gelimiteerde uitgave (5000 ex.). Naast het boek krijg je dan ook een exemplaar van de albums 'Agaetis Byrjun', '( )' en 'Takk'. Die zitten voor de gelegenheid in een nieuw jasje. Daar bovenop zit er een exemplaar van "Smaskifa" bij, de eerste 12" uit een reeks van zeven met nieuw materiaal.
Dit jaar verschijnt ook de film 'Hlemmer' en bijhorende soundtrack.

Motörhead

Motörhead on speed

Geschreven door
Het Britse drietal Motörhead van Lemmy & C° liet ons anderhalf uur genieten van hun compromisloze, loeiharde en strakke rechttoe-rechtaan rock’n’roll. In een snelvaarttempo speelden ze een twintigtal moordende songs. De laatste cd’s ‘Inferno’ en ‘Kiss of death’ grijpen terug naar hun hoogdagen van onvervalste hardrock.

Het sterk op elkaar ingespeelde drietal stond op scherp: een bedreven gitaarspel, een drums van mokerslagen en het intrigerende basspel van Lemmy, gedragen door z’n rauw doorleefde stem. Motörhead zweepte z’n publiek op en testte onze trommelvliezen met hun harde, gebalde sound. ‘We are Motörhead and we play rock’n’roll’. Die boodschap was alvast duidelijk met songs als “Snaggletooth”, “Stay clean”  en “Killers”. Op kruissnelheid waren oudere songs als “Metropolis”, “Over the top” en “I got mine”, afgewisseld met recenter materiaal waaronder “Tragedy” en “Sword of glory”. “Rosalee” was een eerbetoon aan soulmate Phil Lynott (Thin Lizzy). Naar een finale ging het met “Sacrifice”, waarbij de drummer een solo ten beste gaf, het maatschappijkritische “Power” en straight forward gitaarrock’n’rollers “Killed by death” en “Iron fist”.
In de bis kregen we een onvervalste bluesrocker “Whorehouse blues”, Motörhead op akoestische gitaar en mondharmonica, om tenslotte te eindigen in ‘harder en faster’ klinkende “Ace of spades” en “Overkill”.

Dit was fxx rock’n’roll van een trio die nog maar weinig ouderdomstekenen vertoonde ook hebben ze al dubbel en dik geleefd. Na nota bene 30 jaar bezig zijn klonken ze nog steeds messcherp.

Support act was het Duitse  Skew Siskin, die het publiek opwarmde met hun potige ‘70’s  metal rock. Verdienstelijk maar kon niet bij de keel grijpen.

Organisatie: FLP, Lille

Wolfmother

Wolfmother als echte wolven

Geschreven door
De AB te Brussel zal binnenkort voor onbepaalde tijd terug dicht gaan voor herstellingswerken, Wolfmother heeft namelijk het dak er af geblazen. De power, dynamiek en explosiviteit die deze band uitstraalt is ongeëvenaard. Wolfmother speelt het soort seventies hard-rock die tot voor enkele jaren totaal onhip was, maar nu terug hot is. Gierende gitaren en hoge stemmetjes, psychedelische orgelpartijen, het mag allemaal weer, en dat is maar goed ook.

Boegbeeld van deze band is zanger/gitarist Andrew Stockdale, een showman eerste klas die vooral weet hoe de rockclichés uit te vergroten, hierbij het publiek op te zwepen en toch geloofwaardig te blijven. Stockdale is een rockbeest die geboren is voor het podium en hier gretig gebruik van maakt. Het is misschien allemaal een beetje theatraal, maar er is tenminste geen pretentie of arrogantie mee gemoeid, wat je wel eens tegenkomt bij vele nieuwe Engelse bandjes. Zijn maats staan ook niet bepaald stil, en dan vooral bassist Chris Ross, die zijn basgitaar al eens omruilt voor de keyboards om er een flinke lap op te geven.
Wolfmother heeft welgeteld één album op hun repertoire, een kanjer als je ’t ons vraagt, en deze passeerde dan ook quasi volledig de revue. Vuurwerk vanaf de eerste minuut met een heftig “Dimension” tot de laatste met een gloeiend heet “Joker and the thief”. Alles wat daar tussen zat was even opzwepend, denderend en ophitsend. Welgeteld één nieuwe song hebben we gehoord, “Pleased to meet you”, een verpletterende kopstoot die het verlangen naar hun tweede plaat sterk aanzwengelt.
Wolfmother haalt het beste uit Black Sabbath en Led Zeppelin en voegt daar een flinke scheut White Stripes aan toe. Een formule die echt werkt, dit was meer dan duidelijk in een laaiend enthousiaste AB.
De pompende en energieke sound van deze Australiërs is meer dan welkom dezer dagen. Laat die gitaren maar gieren tegen een huizenhoge wall of sound, we kunnen er niet genoeg van krijgen.

Wolfmother is een rockband zoals er nog veel te weinig zijn, gasten die hun klassiekers kennen en een bruisende lap rock’n’roll produceren met een vette knipoog naar de seventies maar toch met hun beide poten in de hedendaagse rockmuziek staan. Zie ook The White Stripes. Duiken in de het rijke rockverleden en daar een wervelende nieuwe sound uit puren.

Wolfmother is hot, dat is een feit. Mijnheer Schueremans, waarom vraagt u deze band niet naar Rock Werchter?!

Organisatie: Live Nation

Tom McRae

Intrigerende, bloedmooie set

Geschreven door

Met een bagage van vier cd’s, variërend van goed naar ronduit schitterend, trekt de singer/ songwriter Tom McRae deze dagen op tournee. In het sympathieke zaaltje te Tourcoing zat het al meteen goed, vanaf de eerste seconden had McRae het publiek in zijn greep. Het werd meteen muisstil in de zaal en we voelden het al onmiddellijk, de Tom was vertrokken voor wat een memorabel concert zou worden. 

Een vrij sobere bezetting van piano, cello en Tom’s akoestische gitaar (en heel af en toe eens elektrisch), meer hadden de man en zijn twee bandleden niet nodig om het publiek stevig bij het nekvel te grijpen. Maar het belangrijkste instrument is zijn formidabele stem die hier nog meer dan op zijn albums de intieme en mooie songs een extra impuls geeft. Qua stemtimbre is hij voor ons nog één van de enigen die in de buurt komt van de legendarische Jeff Buckley (nota bene net tien jaar geleden het loodje gelegd).
Tom McRae weet zelf maar al te goed dat zijn debuutplaat ontegensprekelijk zijn beste is en hij putte er dan ook rijkelijk uit. Prachtsongs als “You cut her hair”, “Bloodless”, “Second law” (helemaal in zijn eentje op toetsen, kippenvel), “A & B song” en vooral “The boy with the bubblegum” waren bloedmooi. Het wonderschone “End of the world news” had hij sober ingekleed. Zonder microfoon en met de hulp van een zachtjes meezingend publiek maakte hij er een bijzonder knap en intiem moment van. Prachtig !
Uiteraard speelde hij ook een vijftal songs uit zijn nieuwste ‘King of cards’, een album waarvan we nu al weten dat het bijlange niet zo zal blijven hangen als die uitmuntende debuutplaat uit 2000. Maar de nieuwe songs vielen echter niet uit de toon en kregen stuk voor stuk een betere behandeling dan wat ze in de studio gekregen hebben. Wat ons deed besluiten dat je Tom Mc Rae in de eerste plaats live moet zien, voelen en ondergaan om de pracht van zijn songs in vol ornaat te kunnen vatten.
Tom Mc Rae had twee uitstekende bandleden mee, maar de keren dat zij even achter de coulissen verdwenen om de Tom in zijn muzikale blootje alleen verder te laten doen, ging het haar op onze armen pas helemaal rechtstaan.
We hebben de man al meerdere malen aan het werk gezien, maar dit moet toch de meest intrigerende set zijn die we hem ooit zagen spelen. Voor herhaling vatbaar op Cactusfestival! 

Als opwarmer kregen we ene Steve Reynolds voorgeschoteld die helemaal in zijn eentje mooie dingen deed op zijn akoestische gitaar en ook een aardig potje kon zingen. Niet toevallig in het voorprogramma van Tom McRae, want dit was duidelijk hoorbaar één van zijn grote voorbeelden, naast Luka Bloom, want daar moet Steve Reynolds naar onze mening wel wat gitaarloopjes van afgekeken hebben. Toch wel een aangename kennismaking met deze singer-songwriter.

Organisatie: Grand Mix, Tourcoing

Joss Stone

Introducing Joss Stone

Geschreven door
Joss Stone verbaasde al in 2004 met ‘The soul sessions’, coversongs ondergedompeld in een soulbad, en ‘Mind Body & Soul’, veertien eigen songs. Muzikaal uitgangspunt: warme, intens pakkende melodieuze soulpop onder haar helder overtuigende stem. Inmiddels is de mooi ogende dame 19 geworden, in een volgende levensfase (levenservaring opgedaan, intense relatiebreuk verwerken) en heeft ze een nieuwe look (vuurrood haar). Er is sprake van een sterke twee eenheid met haar producer Raphael Saadiq. ‘Introducing Joss Stone’ is haar meest broeierige en dynamisch swingende plaat geworden: groovende soulpop, een vleugje hiphop en fijne harmonieën, kleur gegeven door vrouwelijke backing vocals. Aangenaam, fris, leuk en ontspannend om te horen. Ze kreeg de steun van Lauryn Hill op “Music” en Common is te horen op ”Tell me what we’re gonna do now”; een duidelijke meerwaarde! Dit is een onweerstaanbaar plaatje met een pak hitpotenties als “Guy, whey won’t believe it”, “Tell me ‘bout it” en “Put your hands on me”.   

Seasick Steve

Doghouse music

Geschreven door

Géén mens die al gehoord had van Seasick Steve, tot hij plots op een avond op BBC in Jools Hollands muziekprogramma mocht aantreden. Hij stond geprogrammeerd tussen groten als Paul Weller en Kaiser Chiefs in, speelde er de geweldige boogie blues “Dog house boogie” op een gammele gitaar voorzien van drie snaren en met een zeepkist als drumstel. Met zijn allen stonden ze er met open mond naar te kijken, zo iets puur en heftig hadden ze nog nooit gezien. Sedertdien is het voor de man, die reeds de pensioengerechtigde leeftijd voorbij is, allemaal in een stroomversnelling gegaan. Zijn agenda bulkt over van de concerten en zelf begrijpt hij er helemaal niks meer van. Zijn straffe stoot van die bewuste avond “Dog house boogie” staat hier natuurlijk ook op en is ook hier de uitschieter van het geheel. De rest is doorleefde blues zoals men die graag pleegt te horen bij Fat Possum artiesten als RL Burnside, Junior Kimbrough en T- Model Ford, rechtstreeks uit het moeras geplukt en waar nog vette modderkluiven aanhangen. Meestal akoestische mijmeringen van een eenzame zwerver on the road met hier en daar een elektrische gitaar die gemeen uithaalt. Seasick Steve treedt op deze “Dog house music” in het voetspoor van grote voorbeelden John Lee Hooker en Lightnin’ Hopkins. Kortom, de echte blues zonder franjes, maatpakken of gladgestreken gitaarsolos. Een baard, een gitaar, een vracht songs die uit het niet altijd romantische straatleven komen, meer heb je niet nodig om de authentieke blues in je lijf te hebben. Seasick Steve heeft het.

 

Pain Of Salvation

Scarsick

Geschreven door

Pain Of Salvation mag gerust de meest inventieve Prog Rock band van deze aardkloot genoemd worden. Want alweer heeft de band met 'Scarsick' een indrukwekkend album uitgebracht. Voorganger 'Be' was een zware brok Prog Metal vol pathos maar het was tevens een album dat zo briljant en geniaal was. Uit het meesterbrein van  Daniel Gildenlöw - (die na het vertrek van zijn broer Kristoffer (die nu in Nederland woont), nu ook op dit album basgitaar speelt) - is opnieuw een meesterwerk ontstaan dat opnieuw totaal anders klinkt dan elke vorige Pain Of Salvation plaat, maar tegelijkertijd toch alle vertrouwde POS elementen in zich heeft. 'Scarsick' is een album dat tien songs telt en in twee delen (Side A / Side B) opgedeeld wordt. Het album opent vrij traditioneel met de titelsong waarna we met "Spitfall" een eerste hoogtepunt krijgen. Een stevige, agressieve song met een krachtige boodschap. Hier klinkt de band als een kruising tussen Soulfly & System Of A Down. "Cribcaged" kan ook wel de 'fuck' song genoemd worden. Ontelbare keren haalt men brutaal uit en spuwt men kritiek op diverse aspecten in onze maatschappij. Ook in het daaropvolgende "America" neemt men de huidige Amerikaanse politiek en visie stevig op de korrel. Bovendien zitten er muzikale verwijzingen naar het America thema uit Bernstein's 'West Side Story'. Waanzinnig knap. En het beste moet dan nog komen. Dat krijgen we met "Disco Queen" wat een gedurfde, humoristische en avontuurlijke song is. Controversieel dat wel !,  want de gewaagde mix tussen disco en metal zal bij de fans niet door iedereen gesmaakt worden. Op Side B schotelt Pain Of Salvation ons nog 5 nieuwe songs voor die meer in het verlengde liggen van wat de band vroeger bracht. Dit deel is eigenlijk het langverwachte vervolg op het succesvolle album 'The Perfect Element Part 1' uit 2000. Het rustige, wondermooie "Kingdom Of Loss" en het epische slotstuk "Enter Rain" zijn ook zeker het vermelden waard. Eigenlijk kent dit album geen enkel zwak moment. Is het bovendien zo afwisselend en avontuurlijk dat het de luisteraar tot ver in dit jaar zal bezighouden om de 'Scarsick' puzzel op te lossen. Een nieuwe creatieve, artistieke wending in de toch al zeer indrukwekkende carrière van deze Zweden. Het zal moeilijk worden om in 2007 met nog een sterker Prog Metal album op de planken te komen. Indrukwekkend over de ganse lijn.

 

Great Lake Swimmers

Ongiara

Geschreven door

Het Canadese Great Lake Swimmers intrigeerde vorig jaar met de tweede cd ‘Bodies & Minds’. De getalenteerde singer/songwriter Tony Dekker zet de muzikale lijn door van sfeervolle en weemoedige americanapop onder z’n klaaglijke zang. De songs zijn geënt op het intiem semi-akoestische gitaarspel en  -tokkels, af en toe ondersteund door banjo, steelpedal en viool zoals op “Put there by the land”, “Where in the world are you” en “I became awake”. “Backstage with the modern dancers” en “Catcher songs” zijn de sterkste nummers en met “I am part of a large family” heeft de band een  ultieme popsong op zak. ‘Ongiara’ bevat dromerige en melancholische americana ergens tussen Timesbold, South San Gabriel, Songs: Ohio, My Morning Jacket en artiesten als Drake, Buckley en Will Oldham.

 

Band of Horses

Band Of Horses op z’n My Morning Jackets

Geschreven door

Welkom in het wereldje van de (alt.)country/americanapop. Twee interessante bands stonden geprogrammeerd in de Trix te Antwerpen en bezorgden ons door hun doorleefde, meeslepende, broeierige en aanstekelijke emotievolle sound een fijne avond.
The Hellsayers
leunden het nauwst  aan het sfeervolle Calexico en My Morning Jacket, mede door de aan Jim James refererende hemelse stem. Het vijftal heeft een tragere muzikale aanpak dan Band Of Horses. Ze namen evenveel ‘speelrecht’ voor handen. Een dromerige, pakkende sound die af en toe iets krachtiger klonk. We hoorden een paar pareltjes als “Island of Malta” en “The lonesome sea”. Op het eind vervoegde de toetsenist van Band Of Horses hen, wat de sound kleurrijker maakte.

Uit Seattle, USA,  is er de band rond Benjamin Bridwell, Band Of Horses. De band grijpt terug naar de sound van eind’80’s groepen als Green On Red, The Long Ryders en The Triffids, en onderscheidt zich van My Morning Jacket, Wilco en landgenoten Arcade Fire: emotievolle songs, die verslavend inwerken en een prachtige opbouw hebben. Vorig jaar verscheen hun debuut ‘Everything all the time’; de band werkt nu naarstig aan de tweede plaat. Het zijn mannen met baarden, houthakkershemden en een lichaam vol tatoeages. Het zijn lieve, spontane en relaxte gasten, die er een fijn en (te) kort feestje van maakten (een klein uur!). Het was een enthousiaste band, die duidelijk genoot van de respons.
Net zoals My Morning Jacket bij hun laatste doortocht (op Pukkelpop) koos voor een snedige, fel bedreven en subtiele aanpak, deed Band Of Horses het hen wonderbaarlijk na: fijne melodieën, een puik gitaarspel en een sterke zang. “The great salt lake” en “the weed party” kregen een extravert tintje.
Zanger Bridwell wisselde verschillende malen van gitaar, speelde steelpedal of  - zoals op “Monsters” - een 3 snarige bas, waarbij de band refereerde naar Morphine. Naar een hoogtepunt gingen ze met de single “Funeral”, die een schitterende opbouw had: van intiem, sfeervol tot krachtig en dynamisch.
Bridwell en z’n band schudden songs uit hun mouw alsof het kinderspel was; ze stelden voor de helft van de set nieuwe songs voor,  warme intense en fel bedreven americanapop die het publiek boeide.
De band speelde twee nieuwe songs in de bis, “Writers” en “Ronnie”, waarbij de toetsen op het voorplan kwamen en er zelfs een vleugje gospel was te horen.

Overtuigende sets van twee bands die een ticket doorbraak verdienen!

Organisatie: Trix, Antwerpen

CocoRosie

The Adventures of Ghosthorse and Stillborn

Geschreven door

De sprookjes-/droomwereld van de zusjes Casady is een wonderbaarlijke wereld: hun freefolk/elektronicableeps heeft sinds 2004 een heuse beweging op gang gebracht. CocoRosie brengt een origineel en avontuurlijk geluid van schrapende elektronica, bas, piano, harp, beatbox en allerhande geluidjes, naast de twee aparte stemmen van de zusjes (Sierra heeft een klassiek geschoolde zang en operastem, en er is de kreunde zegzang/raps van Bianca, die op de huidige cd een hoofdrol inneemt) Op de derde cd klinkt CocoRosie toegankelijk, waardoor ze tav de voorbije cd’s aan belangstelling kunnen winnen. CocoRosie goes pop: de bevreemdende stemmenpracht wordt omlijst door elektronicabeats en beatbox, zonder sterkte in te boeten. CocoRosie kan meer airplay verkrijgen, met songs als “Rainbowwarriors”, “Werewolf” en “Japan”. Songs als “Bloodyturns”, “Sunshine”, “Blackpoppies”, “Houses” en de extra track “Childhood” worden gedragen door de stemmen van de zusjes. De wondere klankenwereld is te horen op “Promise”, “Raphael” en “Animals”. In het slotnummer “Miracle” komt  Antony (van The Johnsons) nog eens langs, waardoor de muzikale cirkel van CocoRosie rond is en aantoont dat we te maken hebben met een overtuigend derde cd. Toegegeven, hun muzikale magische knusse leef- en droomwereld is alvast iets waarvoor je vinden moet zijn bent. De zusjes Casady en hun harem zijn de nieuwe ‘Wizard of Oz’.

Built To Spill

De kunst van Neil Young and Crazy Horse

Geschreven door

Opvallend veel jong volk met (bakke)baarden kwam afgelopen vrijdagavond afgezakt naar de Trix Club voor de eerste showcase van Built To Spill op Belgische bodem sinds hun doortocht op Rock Herk in 1999. Liefhebbers van de betere independent indierock keken dus halsreikend uit naar de komst van deze semi-legendarische groep, wiens geluid sinds jaar en dag wordt getypeerd door de melancholische en breekbare stem van frontman en opperbaard Doug Martsch en de meerlagige lang uitgesponnen gitaarpartijen.

Net als Neil Young & Crazy Horse verstaat Built To Spill de kunst om dromen en emoties over verlies en verlangen te integreren in epische gitaarnummers. Niet toevallig dus dat Martsch & co live wel eens durven uitpakken met een 20 minuten durende versie van Young’s ‘Cortez the Killer’! Martsch verklaarde bij aanvang van het optreden dat zijn band geen playlist had samengesteld, waarop het publiek dolenthousiast reageerde met een regen van verzoeknummers. Ondanks herhaaldelijk aandringen werd ‘Cortez the Killer’ dan toch niet ingezet, maar een uitgebreide bloemlezing uit hun zes studioalbums maakte dit verzoek al snel overbodig. Uit het klassieke album ‘Perfect From Now On’ (1997) onthouden we vooral “Randy Described Eternity” en “Made-up Dreams”, stuk voor stuk memorabele gitaarbrokken die live afklokken op ruim 6 minuten. Op recentere albums opteert de groep eerder voor compacte gitaarsongs zoals “Center of the Universe”, “Carry the Zero” en “You Were Right”die allen op eenvoudig verzoek in de setlist opdoken. Tot die laatste categorie behoort ongetwijfeld ook de huidige single “Conventional Wisdom”, nu al één van de gitaarparels uit 2007 en live goed voor een versie van net geen 10 minuten waarbij drie gitaristen ‘duel eerden’ alsof Sebadoh en Dinosaur Jr. tegelijk naar huis moesten gespeeld worden.  Tussen de nummers door werd ruimschoots de tijd genomen om geluid (en licht) bij te stellen en het gitaarzweet even weg te vegen, maar echt storend kon je dit bezwaarlijk noemen. Na goed anderhalf uur werden Marthsch & co uiteraard teruggeschreeuwd voor meer ... en meer kregen we. Het laatste bisnummer, waarvan ondergetekende spijtig genoeg (nog) geen titel op de kop kon tikken, mondde uit in een jamsessie van een goed kwartiur waar de groep een laatste maal haar epische gitaarkunsten kon demonstreren om vervolgens het publiek verweesd achter te laten.
Laat het aub geen acht jaar meer duren vooraleer deze zeer sympathieke indierockers nog eens voet zetten op Vlaamse concertbodem!

Enkel afgaand op het laatste deel van de set van opwarmer The Arquettes bleek dat de meeste laatkomers ongelijk hadden. De melodieuze doch niet van scherpe randjes gespeende powerrock kwam bijzonder goed uit de verf op het podium van de Trix Club. Bovendien beschikt dit talent van eigen bodem met zijn vrouwelijke bassiste en de harmonische samenzang à la Posies en Beatles over twee sterke troeven voor de toekomst.

Organisatie: Trix, Antwerpen

Shellac

Adembenemende belevenis van de drie-éénheid Shellac

Geschreven door

Shellac, de band van de bekende producer Steve Albini, al zo’n 15 jaar bezig, en nota bene nog maar vier cd’s uitgebracht, is muzikaal een goed bewaard alternatief geheim. Ze zijn gegroeid uit de hardcore/noiserockscene van Big Black (Albini’s eerste groep), No Means No, Black Flag (Henry Rollins), Fugazi, Sonic Youth, Butthole Surfers, Helmet en latere bands The Jesus Lizard en  Barkmarket.

Shellac zette alvast deze muzikale stijl verder: een neurotisch aanstekelijk metaal klinkende gitaar (een ‘prikkeldraadgitaarklank’), een grommende, dreunende, repeterende, diepe bas en gortdroge powerdrums. Shellac, al van in het begin onder de vaste bezetting Albini (zang/gitaar), Bob Weston (bas/zang) en Todd Trainer (drums), weren publiciteit en promo af. Ze besloten een korte Europese tournee in te lassen waarbij ze tweemaal halt hielden te Nederland, De Vooruit te Gent (www.vooruit.be) en Le Grand Mix te Tourcoing, nav de te verschijnen vierde cd ‘Excellent Italian Greyhound’. Fijn om zo’n unieke band in een straal van 250 km vier keren aan het werk te kunnen zien!

Het drietal, dicht bij elkaar opgesteld, beschikt over aluminium (oubollig) lijkende versterkers en een eenvoudig aan Dead Moon denkend drumstel. Het draait ‘em om ‘geluid’ bij Shellac; ze stralen power en oerkracht uit. Intrigerend! Ze boeiden een kleine twee uur lang, waarbij ze putten uit hun oeuvre van vier minutensongs, een paar instrumentale tussendoortjes en soms lang uitgesponnen nummers, gebaseerd op die repetitieve bastune, Albini’s unieke gitaarspel (stevig en snedig, snaren doen afzien en er zelfs z’n tanden inzetten!),  z’n blik op oneindig en z’n rauwe onvaste zegzang, opgezweept door de harde, strakke drumslagen. Verbazingwekkend toch wat het trio aan het uitvoeren was. Albini’s hoofd- of vingerknikje naar de anderen deed een song van tempo  veranderen of zorgde voor een onverwachtse wending. Da’s Shellac live dus. Een greep uit het songmateriaal: “Pull the cup”, “The Black Ass” en “Minute” van ‘At Action Parc’, een prachtig uitgewerkt  “Didn’t we deserve a look at you…” en “Canada” uit ‘Terraform’,  de oudjes “Rambler song”, “Billiard player song” en de dubieuze “Doris” en “Wingwalker”, combineerden ze met een pak ‘1000 Hurt’ songs: “Prayer to God”, “Squirrel Song”, “Mama Gina” en “Shoe Song”. Nieuw waren alvast “Steady as he goes” en “The end of radio”. Afsluiter “Watch song” (opnieuw van ‘1000 Hurts’) mondde uit  op een cymbalenveldslag!
De teksten van Albini zijn soms à l’improviste, en kunnen sarcastisch en bizar zijn zoals de monoloog over kleine meisjes en bejaarde vrouwen (“Mama Gina”) en vogels en vliegtuigen. En dan is er Weston, grappenmaker van het drietal, die een tweetal maal een vragenronde hield: “Are there any intelligent questions that you wanna know ‘bout us?“. Intelligent questions met een vleugje zottigheid!

We hadden te maken met een donker, dreigende noisetrip van drie weirdo’s, die sterk op elkaar waren ingespeeld; de eigenwijze drie-éénheid Shellac was een adembenemende belevenis.

Organisatie: Le Grand Mix, Tourcoing


Wovenhand

Donker en innemend…In de ban van David Eugene Edwards

Geschreven door

Het Nederlandse Alamo Race Track had de eer en het genoegen het voorprogamma te mogen spelen van wat later een heugelijke avond zou worden. Het stond in de sterren geschreven dat Wovenhand zijn trouwe schare fans niet in de steek zou laten. En zo geschiedde. Alle goeie pogingen van The Race Track ten spijt moet gezegd dat hun moedige pogingen het onderspit moesten delven voor wat later zou uitgroeien tot een werkelijk schitterend concert. The Track deed soms denken aan A Brand, mooie gitaarmelodieën, tweestemmige zanglijnen, falsetto gitarist, swampy nummers. Kortom, voor Nederlanders: puik werk, al is nog niet gezegd of hun startende tournee in Australië veel zoden aan de dijk zal brengen.

Wovenhand
heeft op zijn dooie gemak de Gentse HA ingepakt. Niet dat dit zo’n makkie is, maar door uit te pakken met een snoeiharde en strakke, anderhalf uur stomende set, werd je meegezogen in een onheil adembenemende vertoning. Als er al duivels in de HA aanwezig waren, dan zijn zij nu voorgoed uitgedreven. In half Gent bovendien ook! David Eugene Edwards is als het ware een religieus fenomeen; zoveel moet gezegd worden. Als sinds zijn vorige doortochten met 16 Horsepower en later met zijn huidige band, heeft hij een trouwe schare fans opgebouwd, die hem op handen dragen. Met een stem als een klaxon, nu eens vervormd, dan eens clean, maar steeds loepzuiver, sneed hij zijn set aan, bijgestaan door zijn muzikanten; een snoeiharde bas en dito leadgitaar, waarvan deze laatste ten gepaste tijde de pianopartijen en andere toebehoren die op cd te horen zijn, geruisloos verving door subtiel gitaarspel. Eugene nota bene, een Gretsch Tennessee Rose in handen hebbende, moest hier niet voor onderdoen, al laat hij het graag wat breed hangen met veel feedback en slidegitaar. Zo creëert hij zijn eigen uniek, bijna religieus geluid. Songs werden steevast ingezet met een tune-momentje (was ook nodig, er werd nogal aan die snaren getrokken!), vergezeld van een kleine redevoering, als was het de zondagsmis met bijhorende preek – maar dan een stuk boeiender!
Een snoeiharde intro “Roma” zette de toon voor wat komen zou. Nummers volgden elkaar op, in een zekere hiërarchie, als was het de logica zelve. “Whiter Shaker”, “Truly Golden” en het prachtige “Whistling girl” uit ‘Mosaic’; “Tin Finger” uit het alom bejubelde ‘Consider the Birds’, en het op verschillende opnames terugkerende “Your Russia”. Afsluiter en dubbele bis “Dirty Blug” uit ‘Puur’ maakte er een strak einde aan.

Het nakende Pinksterweekend bood met Wovenhand een concert met een strikje errond!

Organisatie: Handelsbeurs, Gent

Madonna schrijft song voor Live Earth concerten

Geschreven door

Madonna heeft speciaal voor de Live Earth-concerten een liedje geschreven. Hey you! werd samen met Pharell Williams geproduceerd en zal op 7juli door de zangeres voorgesteld worden tijdens haar optreden op Live Earth, concerten voor een beter klimaatbeheer die in alle werelddelen meer dan honderd groepen en artiesten optrommelen. De optredens vinden plaats in New York, Sydney, Tokio, Shanghai, Johannesburg, Rio en Hamburg. Madonna zal naast de Red Hot Chili Peppers en Genesis in het Londonse Wembley Stadium optreden.

Pagina 495 van 500