logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Deadletter-2026...
Hooverphonic
Festivalreviews

Les Nuits Botanique 2013 - Energiek live , die Beach Fossils

Geschreven door

Les Nuits Botanique 2013 - Energiek live , die Beach Fossils
Les Nuits Botanique 2013 - Beach Fossils en The Phoenix Foundation
Botanique (Rotonde)
Brussel

Beach Fossils - The Phoenix Foundation – Een double bill om U tegen te zeggen die de 20ste editie van Les Nuits Bota definitief besloot . The Phoenix Foundation en Beach Fossils kregen evenveel tijd toebedeeld om zich te ontpoppen tot twee aangename ontdekkingen …

Beach Fossils - Hier geen sprake van uitgedost, uitgediept meeslepend materiaal, gezien we bijna twintig songs hoorden in een klein uur . Korte puntige ‘60s rock’n’roll en dreamsurfpop door de rinkelende gitaarlijntjes en reverbpedalen .
Live klinkt het kwartet rond Dustin Payseur duidelijk energiek, snedig , rauw tot messcherp. Vooral de eerste en de laatste nummers boden nogal wat dynamiek en vaart .
We werden meteen getrakteerd op enkele knallers als “Generation synthetic”, “Daydream”, “Shallow” en “Clash the truth”, de titelsong van de recente cd; de eindrun kon worden ingezet met “Pleasure” , “Careless” en “Crashed out”  . Tussenin voelden we het opwaaiend zand en een zeebries in het gezicht door het stampend gitaargetokkel. Hier ergens zweefde Real Estate en The Drums rond .

Het kwartet speelde een uiterst aangename, ontspannen set en genoot van de warme respons. Tof bandje. Te koesteren!  

Organisatie: Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Botanique 2013)

Les Nuits Botanique 2013 – Johnny Hostile – Savages (Girlpower voor gevorderden!)

Geschreven door

Les Nuits Botanique 2013 – Johnny Hostile – Savages (Girlpower voor gevorderden!)
Les Nuits Botanique 2013
Botanique (Orangerie)
Brussel

De wereld zal nooit meer hetzelfde zijn sinds 2 oktober 2012. In het weinig benijdenswaardige gezelschap van o.a. Lisa Marie Presley, Neil Sedaka en Mumford & Sons kreeg BBC2 icoon Jools Holland die avond het Londense Savages over de vloer voor wat later een spraakmakend televisiedebuut zou blijken. Het jonge all-female kwartet kreeg toen nauwelijks drie minuten toebedeeld, maar dat bleek ruimschoots voldoende om het nietsvermoedende publiek met een furieuze versie van hun debuutsingle “Husbands” vlotjes van haar sokken te blazen.
Zowat gans postpunkminnend England heeft intussen door dat Savages misschien wel het langverwachte gezelschap is dat het ingedommelde genre nieuw leven kan inblazen. De rest van de wereld moet en zal volgen, dus waren de samenstellers van Les Nuits Botanique er zoals gewoonlijk als de kippen bij om deze nieuwe sensatie naar een net niet uitverkochte Orangerie te lokken. De timing kon echt niet beter, want Savages heeft sinds begin deze maand met ‘Silence Yourself’ een kopstoot van een eersteling gebaard die nu al druk solliciteert naar de hoogste regionen van menig eindejaarslijstje.

Met de verbeten opener “City’s Full” leverde het kwartet meteen een indrukwekkend visitekaartje af. Muzikale echo’s van iconische postpunk pioniers als Siouxsie & The Banshees, The Slits, The Fall en The Au Pairs klonken dan wel redelijk vertrouwd in de oren, toch kan je de groep bezwaarlijk een copycat noemen. Met Savages lijkt namelijk eindelijk nog eens een jonge band met een eigen filosofie te zijn opgestaan wiens songs niet zelden in de eigen ziel kerven, en die nummers live ook nog eens overtuigend en zelfverzekerd kan neerzetten.
Alhoewel de groep met Gemma Thompson (gitaar), Ayse Hassan (bas) en Fay Milton (drums) drie gepassioneerde muzikanten in huis heeft, is het toch overduidelijk dat Savages valt of staat met de enigmatische girlpower van zangeres Jehnny Beth. In een vorig leven heette deze naar Londen uitgeweken Française nog Camille Berthomier en verdiende ze de kost als actrice, maar het gitaarminnend volkje is maar wat blij dat ze de cameralens intussen heeft ingeruild voor een microfoon. Met haar tenger lijf, kort zwart piekhaar en indringende blik lijkt ze overigens wel de vrouwelijke verpersoonlijking van Ian Curtis, met dit verschil dat Beth rondhuppelt als een dartel veulen en niet vies is van een rondje shadow boxing. Vocaal leunt ze afwisselend aan bij collega drama queens Siouxsie Sioux, PJ Harvey, Anna Calvi en Yeah Yeah Yeahs’ Karen O, maar als het op emotionele geladenheid en verbetenheid aankomt wint Beth het met de vingers in de neusgaten van haar voorgangers.
Na een verschroeiende start duwde de groep met “I Am Here” en “She Will” nog eventjes verder op het gaspedaal, en liet het publiek pas na een kwartier een eerste keer op adem komen met het nieuwe en voorlopig onuitgegeven “Fuckers”. Althans, daar leek het aanvankelijk toch op. Beth dolde een beetje in het rond door het publiek te waarschuwen dat deze te mijden mensensoort altijd en overal, en ja zelfs in de Orangerie kan opduiken. Wat begon als een soort militante white rap song, drijvend op de repetitieve mission statement “Don’t Let The Fuckers Get You Down”, barstte uiteindelijk toch los in een gecontroleerde woede aanval van Beth in een decor van dissonante noise. Na de bevlogen punk van “No Face” volgden met “Strife” en “Waiting For A Sign” de enige twee relatieve rustpunten van de avond, waarin de getormenteerde uithalen van een theatrale Beth en de abstracte gitaareffecten van Thompson de hoofdrol opeisten.
Toen het tempo in de laatste concerthelft opnieuw genadeloos de hoogte werd ingejaagd kwam het gevreesde spook van de eenvormigheid toch heel eventjes de kop opsteken. Nummers als  “Flying To Berlin”, “Another War” en “Hit Me” zijn op zich prima postpunk uppercuts, maar herbergen in deze volgorde iets te weinig variatie om de opgebouwde spanning lang vast te houden. Dat laatste lukte wel met het brutale “Shut Up” en een stomende versie van “Husbands”, dat intussen is uitgegroeid tot dé signature song van Savages.
We hadden jullie maar wat graag verder laten watertanden over hoe fantastisch de bisnummers wel klonken, maar dat was buiten de eigenzinnige filosofie van Savages gerekend waarin voorlopig geen plaats is voor encores. En eigenlijk, waarom iets opsparen tot de tweede ronde als je alles in één stomend muzikaal orgasme kwijt kan? Het publiek maalde er niet om, in de wetenschap dat het net één van die zeldzame grand cru optredens had meegemaakt die nog lang zal blijven nazinderen.

Het olijke Pukkelpop duo Chokri en Eppo knikten goedkeurend vanuit een donker hoekje in de Orangerie, al zijn ze er volgens ons nog lang niet aan uit in welke tent ze Savages straks gaan huisvesten nabij het anders zo vredige Kiewit. Een middagspot op de Main Stage zou een fatale vergissing zijn, de afsluiter in de Club om Eminem door te spoelen daarentegen een zegen.

Als opwarmer hadden Savages gewoon de producer van hun viersterren debuut, ene Nicolas Congé aka Johnny Hostile, meegetroond naar Brussel. Samen met Savages frontvrouw Jehnny Beth vormde hij trouwens tot voor kort het lofi indie duo John & Jehn, en in 2011 richtten ze hun eigen Pop Noire label op waar o.a. Savages ondertussen onderdak heeft gevonden. In een pikdonkere Orangerie vergreep Hostile zich wat te vaak aan de back catalogue van Suicide om echt van een eigen muzikaal smoelwerk te kunnen spreken. Enkel bij vlagen sloeg de manische electropop wat gensters, met als enig echt memorabel moment het door Beth voorgedragen “Pricks”. Én producer, én platenbaas én performer? Een mens moet niet alles willen.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/savages-13-05-2013/
Organisatie: Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Botanique 2013)

 

Les Nuits Botanique 2013 – Roscoe - Two Gallants ( erg goeie nummers, maar vergeten het in een vloeiende set te smeden!)

Geschreven door

Les Nuits Botanique 2013 – Roscoe - Two Gallants ( erg goeie nummers, maar vergeten het in een vloeiende set te smeden!)
Les Nuits Botanique 2013
Botanique (Chapiteau)
Brussel

Het was verlengd weekend, maar het weer was niet echt schitterend geweest, dus waarom niet op zondagavond naar Les Nuits voor een goed concertje in de beschutting van de Chapiteau-tent?

Het Luikse Roscoe is een Waalse band die voor ons part in Vlaanderen veel meer aandacht mag krijgen. Dit vijftal stelde zijn album ‘Cracks’ voor, dat overal heel goed onthaald werd, en wij waren ook verkocht. We zien af en toe wel Waalse bands in de Botanique staan, en meestal zijn die een stuk minder dan de bands uit het noorden van het land, maar bij Roscoe is dat zeker niet het geval. Een volle sound, sterke nummers, veel afwisseling, kortom, goeie alternatieve rock die er staat als een huis.

Two Gallants,  zijn een folk/rock duo uit San Francisco, en brachten vorig jaar na vijf jaar pauze hun vierde album ‘The Bloom and the blight’ uit. Adam Stephens neemt de zang en gitaren voor zijn rekening, terwijl Tyson Vogel de vellen van zijn oversized drumstel teistert. Je denkt dan onmiddellijk aan The White Stripes of The Black Keys, maar Two Gallants doen iets compleet anders met de beperking van het rockduo: dit is veel meer folkrock dan blues- of garagerock, en hoewel de speelstijl veeleer rauw is, ligt de nadruk op melodie in de songs, eerder dan op het neerzetten van een groove.

Stephens begon vanavond met zijn Gretsch-gitaar (dat denk ik toch gezien te hebben van aan de PA, niet dat ik zo een gitaar-expert ben), en dat is altijd een goed teken, we hebben nog geen enkele gitarist gezien die die gitaar gebruikt die slechte nummers brengt, denk maar aan Richard Hawley). Stephens zang was vrij hoog, maar om Alex Callier te citeren, wel met een ‘grain’, die karakter aan de zanglijnen gaf. De man zijn stem deed mij denken aan Feargal Sharkey of één van de zangers van de Britse indie rootsrockers Gomez.
Two Gallants waren nog maar net uit de States toegekomen, en misschien zaten ze nog met jetlag, in ieder geval sputterde de machine vanavond een beetje, door de vele pauzes tussen de nummers bij het wisselen van de vele gitaren die Stephens meegebracht had. Het positieve aan die vele instrumentenwissels was dan weer dat Two Gallants nooit eenvormig of eentonig klonk, ondanks de beperking van het duo. Ook Vogel legde veel inventiviteit in zijn drumspel, met onder meer gebruik van maracas en paukenstokken. In een aantal nummers kregen we een mooie duo-zang, Stephens liet naar het einde van de set zelfs de gitaren voor wat ze waren, en bracht nog een tweetal nummers op piano, en Vogel nam een akoestische gitaar ter hand, wat hem goed af ging. De cover van de avond was er eentje van Tom Petty, met “A thing about you”.

Het begon buiten redelijk sterk te regenen, dus buiten een pintje gaan halen, zat er niet meer in, maar we zaten gezellig in de Chapiteau met een band die de aandacht er bij wist te houden als ze aan het spelen waren, maar iets te veel tijd nodig had tussen de nummers, en dat haalde wel de vaart uit het optreden. Niettemin dit minpunt, was het grootste deel van het publiek heel dankbaar om wat Two Gallants hun vanavond serveerde. De band zelf was ook heel tevreden en wist ons te vertellen dat ze altijd heel graag in Belgie spelen.Hun volgende passage in ons land is op 26 mei in Leffinge, deze zomer passeren ze ook in Dour. De homo turisticus zou zeggen, “Checkt dat af”.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/two-gallants-12-05-2013/
http://www.musiczine.net/nl/fotos/roscoe-12-05-2013/

Organisatie: Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Botanique 2013)

Les Nuits Botanique 2013 – AlunaGeorge – Kan groots worden!

Geschreven door

Les Nuits Botanique 2013 – AlunaGeorge – Kan groots worden!
Les Nuits Botanique 2013
Botanique (Rotonde)
Brussel

We kregen de afgelopen periode al een paar BBC talenten voorgeschoteld als Chvrches , Laura Mvula en natuurlijk niet te vergeten deze AlunaGeorge. Nog geen cd uit , ‘Body Music’ verschijnt pas in juli (!), was het concert als één van de eerste tijdens Les Nuits Bota uitverkocht . Bijgevolg , in een volgepakte Rotonde konden we een kleine 45 minuten kennismaken met het kwartet, dat draait rond het duo, de bevallige schone Aluna Francis en elektrotechneut George Reid . Ze zorgt er alvast voor dat de hiphop en r&b breder kan en mag geïnterpreteerd worden , stevig gekruid van zalvende , prikkelende , zwierige , dansbare soul/electrobeats van synths, van de effectsmodule , de diepe basses en  de opzwepende drums , die zelfs de 2step/drum’n’bass van een paar jaar terug wat nieuw lieven inblazen. Tja, in de UK omschrijven ze het als ‘advanced minimalistic polyrhythmic beats as well as bashment, experimental hip-hop, ’90’s R&B and house’. Kwestie van weten!

Terecht een revelatie als je intussen de handvol singles en samenwerkingen op nahoudt . Onlangs in de belangstelling met Disclosure’s “White noise” , die hier vanavond niet kon ontbreken, en wat meer diepte kreeg door een repeterende diepe basstune , forsere beats en haar soulfulle stem .
In het clubcircuit houdt AlunaGeorge het momenteel graag nog intiem, knus en gezellig, vandaar hun optreden in de pittoreske Rotonde . Ze konden de Orangerie zelfs uitverkopen, want met songs als “Just a touch” , “You know you like it” , “Attracting flies” en “Your drums your love” heeft dit Engelse gezelschap al interessant materiaal uit! Live staan deze songs meer dan overeind door de elektronische loops , de verrassende wendingen, tintelen ze de dansspieren en krijgen ze nog een dwingend dampend sfeertje door de sensuele danspassen van deze schone , die tot de verbeelding sprak met haar lange benen, topje en haar kort leren schortje . Een jong huppelend (duracell) konijn, die elke m2 van het kleine podium benutte , af en toe zich achteroverboog  en tipte aan haar plastic flesje water. Ze kwam wel wat verlegen over en hield het telkens op een welgemeend ‘thank you’.  Maar het kwartet genoot van de warme respons, het sterke onthaal en de dansbare rijen vooraan.
Niet alle nummers spraken de dansspieren aan en konden wat ‘chill’ relaxt zijn als “We are chosen” , “Kaleidoscope love” en de titelsong van het debuut  , maar de voortdurende switch van de nummers zorgden net dat het (korte) optreden bleef boeien , en broeierig hot klonk.

Niks verkeerd dus aan hun toegankelijke pop met duidelijk hitpotentieel , waarbij we moeiteloze wisselingen van dansbare grooves en relaxte sounds noteerden  . Het was heerlijk genieten van deze pop en de honingzoete verschijning van Aluna Francis namen we er maar al te graag bij!  

Organisatie: Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Botanique 2013)

Les Nuits Botanique 2013 – Lou Doillon - Engelstalige folk uit Frankrijk

Geschreven door

Les Nuits Botanique 2013 – Lou Doillon - Engelstalige folk uit Frankrijk
Les Nuits Botanique 2013
Koninklijk Circus
Brussel

Na halfzus Charlotte Gainsbourg,  waagt zich nu ook model en actrice Lou Doillon aan een muzikale zijsprong. Vorig jaar bracht deze telg uit de Birkin-clan het debuutalbum ‘Places’ uit, geproduced door Etienne Daho. Het leverde haar bij de zuiderburen meteen een Victoire op voor beste vrouwelijke artiest. Lou Doillon vertoefde jaren in de schaduw van haar succesvolle bloedverwanten, tot ze in 2006 de Orpheus in zich ontdekte in New York. Sindsdien sleutelt ze voortdurend aan nieuwe nummers en groeide het zelfvertrouwen voor een eerste soloplaat.

In tegenstelling tot haar zus – die zich het liefst verbergt achter een mengpaneel – lanceert Lou Doillon zich als een volwaardige singer-songwriter, begeleid door een uitstekende live-band. In het Koninklijk Circus plaatst ze zichzelf schijnbaar zonder moeite in de schijnwerpers, alhoewel haar bindteksten en stage attitude nog wat onzekerheid niet kunnen verbergen. “One Day After Another”, een mid-tempo nummer over het hectische leven van alledag en de nood om af en toe halt te roepen, heeft een leuke melodie en kabbelt als een bergbeekje. De zangeres zingt niet echt – ze spreekt poëtisch melodieus op het ritme van de muziek – met een stem die varieert van hoog en scherp naar laag en zwoel. Soms laat ze die lage bas uitspinnen, wat erg grappig klinkt. De ballad “Jealousy” heeft een jazzy ondertoon, terwijl “Make a Sound” dan weer heel erg folky klinkt. De single “I.C.U.”  over een onbeantwoorde liefde die ze ten onrecht waarneemt in het stadsgewoel, is een waardige ballad met catchy refrein die  luidkeels wordt meegezongen.
Een concert van anderhalf uur kan ze nog niet brengen met haar debuutalbum, dus laat ze ook wat covers op ons los, een akoestische versie van “Should I Stay and Should I Go” van The Clash en ook “I Go To Sleep” van de Pretenders passeert de revue.
Hoogtepunten van de avond komen op het einde met onder meer “Hushaby”, een song over hoe kinderen op een bepaald moment in het leven de verzorgende rol van hun ouders overnemen. Lou Doillon refereert daar misschien naar de momenten waarop ze stiefvader Serge Gainsbourg  in bed moest leggen na een nachtelijke escapade met teveel drank? “Places” heeft een mysterieus pianomelodie en leidt tot een soort psychedelische climax, waarbij de zangeres mee beweegt met lijf en haar – stijlvol en charismatisch in een wit hemd met opgestroopte mouwen, bretellen en jaren ’80 blazer – wat nog extra cachet aan het nummer geeft.
Bij het derde bisnummer geeft Lou Doillon nog haar ongezouten mening over het dronkenschap.
“J’adore les moments pathétiques”, declameert ze, “Si on est bourré, on le sait et on est fier!”, waarna ze de prachtige ballad « Real Smart » inzet.

Ondanks het atypisch stemgeluid overtuigt Lou Doillon moeiteloos met haar zelf geschreven repertoire, waaraan altijd een donker kantje zit. Ze hoeft zich nu alvast niet meer de ‘vilain petit canard’ van de familie te voelen.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/lou-doillon-12-05-2013/
Organisatie: Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Botanique 2013)

Les Nuits Botanique 2013 - Suuns - Apparat ‘Krieg und Frieden’ (Music for Theatre) – Aufgang – Drie geslaagde acts met een unieke sound

Geschreven door

Les Nuits Botanique 2013 - Suuns - Apparat ‘Krieg und Frieden’ (Music for Theatre) – Aufgang – Drie geslaagde acts met een unieke sound
Les Nuits Botanique 2013
Koninklijk Circus
Brussel

Apparat en Suuns samen in het Koninklijk Circus? Je zou voor minder naar Brussel afzakken, beide hebben immers al bewezen over tonnen talent te bezitten en hebben de gave om experimentele, intrigerende muziek te maken.  Apparat is een Berlijnse producer die onlangs nog het album ‘Krieg und Frienden’ uitbracht, een vervreemdend, eclectisch geheel dat hij live ging brengen in het Koninklijk Circus in combinatie met visuals, een celliste en wat gitaar. Suuns daarentegen is een echte  band die een combinatie van postpunk, psychedelica en new wave brengt, maar dan in een zeer modern kleedje.

De avond werd echter geopend door Aufgang, een Frans drietal waar we nog nooit van gehoord hadden. 1 drum, 2 vleugelpiano’s en wat synthesizers meer hadden ze niet nodig om ons met momenten helemaal weg te blazen. Vooral de drummer geselde als een gek zijn toestel en zorgde ervoor dat het tempo verschroeiend hoog lag. De twee pianisten wisselden ondertussen simpele, maar effectieve piano-akkoorden af met wat gepruts aan hun synthesizer, een combinatie die verrassend goed uitpakte. Geef die jongens een indrukwekkende lichtshow en ze kunnen volgens ons in de late uurtjes elk festival in vuur en vlam zetten.

De Canadese groep Suuns (zie pics homepag) wist vervolgens ook te overtuigen met hun elektronische rock. De tegendraadse ritmes, donkere melodieën, en lijzige zang zijn schatplichtig aan de postpunk van de jaren ’80, maar de synthesizers gaven het geheel een futuristisch kleedje. De band was op zijn sterkst in de meer dansbare nummers zoals in het groovy “2020” en het prikkelende “Bambi”, die allebei waren gezegend met een enorme spanningsboog. De songs kwamen nooit echt tot ontploffing, maar de dreiging bleef wel telkens in de lucht hangen, vooral door de basgitaar die steeds de ruggengraat vormde van de nummers.
Minpuntje was het hallucinante “Edie’s Dream” dat ijzersterk begon met zijn bezwerende baslijn, maar vervolgens veel te lang uitgerokken werd. Toch vonden we het jammer dat de band maar 45 minuten kreeg om zijn ding te doen.
Suuns heeft een unieke sound en als ze nog wat groeien in hun songwriting, kan het een zeer grote band worden.

Apparat was vervolgens de afsluiter van de avond. De Duitse wonderboy  Sascha Ring is een alleskunner. In zijn beginperiode maakte hij dansvloergerichte techno, nu richt hij zich meer op ambient, noise en zelfs klassiek. Zijn laatste album ‘Krieg Und Frienden’ kwam hij integraal voorstellen en wij werden er compleet door weggeblazen. De show was een indrukwekkende totaalervaring die ons voor een uurtje deed wegdromen. We luisterden na een tijdje niet meer, maar ondergingen de muziek. De luide noisesecties, bevreemdende ambient, hypnotiserende bassen en intrigerende visuals hielden ons in een ferme houdgreep.  Tijdens de toegankelijkere laatste twee nummers werden we rustig terug op aarde gezet.

Wij beleefden een schitterende avond in het Koninklijk Circus met drie geslaagde acts die er resoluut voor kiezen om niet de geplaveide wegen te bewandelen. Ze maken stuk voor stuk uitdagende muziek maken die ons deed wegdromen en dansen en ons bovendien nog wist te ontroeren ook.

Pics homepag: Met dank aan Bart Vander Sanden @ShootTheStage.com (http://www.indiestyle.be)

Organisatie: Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Botanique 2013)

Les Nuits Botanique 2013 – Pale Grey – La Femme – Chvrches (koel en warm tegelijkertijd!)

Geschreven door

Les Nuits Botanique 2013 – Pale Grey – La Femme – Chvrches (koel en warm tegelijkertijd!)
Les Nuits Botanique 2013
Botanique (Orangerie)
Brussel

Van subtiele arrangementen voorziene popliedjes die een pak kleurrijker klonken dan de groepsnaam liet vermoeden. Pale Grey opereert in alle bescheidenheid en behaaglijkheid vanuit de Hoge Venen, maar merkwaardig genoeg maakte dit viertal het meest indruk met het nummer “Seaside”. Een fijne eerste kennismaking met een band die tijdens “Green” een heel nadrukkelijke doch vruchteloze poging ondernam om naar Grizzly Bear te lonken.  

Een door synthesizers aangevuurde energieke mix van surf, jachtige post punk en new wave, inclusief de gekke molenwiekende danspasjes die dit donkere decennium zo typeerden. De live show van het Franse collectief La Femme stoomde behoorlijk, maar begon door een gebrek aan variatie halverwege helaas ook te vervelen. Het eerste album ‘Psycho Tropical Berlin’ is onlangs pas verschenen en wat we daaruit te horen kregen was jachtige muziek die op het lijf geschreven lijkt van de hedendaagse jachtige mens.   

“Accessible electro-pop that's only just short of truly briljant”, schreef The Observer. Een Britse hype dus, zeker en vast, maar wel eentje die een stevige live indruk naliet bij haar eerste Belgische doortocht in een afgeladen Orangerie. Geflankeerd door twee licht bebaarde bouwvakkers uit de Glasgowse electro fabriek (die atypisch voor Schotten een afkeer voor Tennant’s Lager deelden) zong de kleine frontdame  Lauren Mayberry van Chvrches (zie pics homepag) zowaar de eighties iconen Cindy Lauper (waarschijnlijk), Kim Wilde en Madonna (zeker) naar huis. Het arme schaap had haar linkerpols gebroken, maar dat bleek geen enkel beletsel voor haar stem die genoeg had aan een slokje Spa Reine om ontwapenend te klinken.
Van opener “Recovery” over “Lies” tot afsluiter “The Mother We Share”… het waren stuk voor stuk retro futuristische schotten in de roos, opgebouwd rond weemoedige, koele synths waar we het desalniettemin erg warm van kregen.
Muziek die naar de toekomst reikt zonder haar wortels in het verleden te verloochenen en een pak toegankelijker klinkt dan Purity Ring of Grimes maar daarom niet minder ambitieus dan Robyn. Geen wonder dus dat Chvrches onlangs uitverkoren werd door niemand minder dan Depeche Mode om hun The Delta Machine Tour te openen.

Pics homepag: Met dank aan Bart Vander Sanden @ShootTheStage.com (http://www.indiestyle.be)

Organisatie: Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Botanique 2013)

Les Nuits Botanique 2013 – Woods (- Phosphorescent: Puike prestatie)

Geschreven door

Matthew Houck doorworstelde na de tour volgend op ‘Here’s to taking it easy’ een moeilijke periode. Nadat zowel zijn huisbaas als zijn vriendin hem de deur gewezen hadden, overwoog hij zelfs om er muzikaal de brui aan te geven. Gelukkig vond hij terug zijn draai en inspiratie in Mexico waardoor Phosphorescent (zie pics homepag) onlangs ‘Muchacho’ in de platenrekken dropte. Een wekenlang op voorhand uitverkochte Rotonde keek reikhalzend uit naar de live-versie van die uiterst positief onthaalde plaat.

Daar waar Houck in het verleden op plaat en podium weinig belang hechtte aan een cleane sound en regelmatig solo de hort op ging met zijn lo-fi-muziek, laat hij zich tegenwoordig bijstaan door maar liefst vijf muzikanten: twee toetsenisten (één die vooral pianoklanken uit zijn keyboard puurde en de – als we ons niet vergissen – halfnaakt op de hoes van ‘Muchacho ‘poserende vrouw die de synthesizersound voor haar rekening nam), een bassist, een drummer en een bongo-speler die eveneens bij momenten de computer mocht bedienen.
Met openers “Terror in the Canyons” en het sublieme, heerlijk lang gerekte “The Quotidian Beast” begeeft men zich op het terrein van de alt.country waar Phosphorescent zich de laatste jaren erg thuis is gaan voelen.
Het meer mistige “A new Anhedonia” dompelt ons een eerste keer onder in de ijle sfeer die - mede dankzij het perfect uitspelen van de breekbare stem van Matthew Houck – tot het unieke geluid leidt dat de muziekliefhebber eind 2007 kon ontdekken op doorbraakalbum ‘Pride’. De perfecte overgang dus naar het uit die klassieker stammende “A picture of our torn up praise”. Live krijgt dit op plaat hartverscheurende lied nu echter een iets meer swingende versie waardoor het in onze oren meteen ook minder beklijvend klinkt.
Geen paniek echter want met “Song for Zula” wordt meteen duidelijk dat de toekomst van Phosphorescent er rooskleurig uitziet. Daar waar we tijdens “A picture of our torn up praise” nog betreurden dat de volledige groep zijn duit in het zakje deed, zorgt de inzet van die uitgebreide bende nu wel voor een flinke meerwaarde. De afwezigheid van de op plaat hemels klinkende violisten wordt bijvoorbeeld heel aardig opgevangen door de vakkundig van haar synthesizer gebruik makende jongedame.  Houck struint tijdens het eerste deel van “Song for Zula” als een ervaren crooner over het podium om naar het einde toe de elektrische gitaar te omgorden en met virtuoos spel de rijkdom van die prachtsong te accentueren.
Tijdens het lekker funky gebrachte “Right on/Ride on” stelden we vast dat de Duvelflesjes van de toetsenist op korte tijd zorgwekkend leeg geworden waren. Het hoefde dus niet te verbazen dat hij met een almaar meer verwonderde blik om zich heen zat te kijken en hoe langer hoe meer aan het zwalpen (of laat het ons met wat goeie wil gewoon dansen noemen) sloeg. Een geluk dus dat de toetsen een minder prominente rol toebedeeld kregen tijdens afsluiter “Los Angeles” (uit ‘Here’s to taking it easy’) waarin de nadruk vooral kwam te liggen op de verscheurende gitaarsolo die Houck door de boxen joeg. Een subliem slot van een na drie kwartier veel te vroeg beëindigd concert.

In de bisronde keerde de frontman terug in de tijd door solo een indrukwekkende versie van “Wolves” te brengen, dit naar oude gewoonte zelfs met inbegrip van de extra laagjes (vervormde) stem en gitaar die hij naar het einde toe als handige knoppenman injecteerde. Wie dus gekomen was voor een snuifje ‘Pride’, kreeg uiteindelijk toch nog waar voor zijn geld. Het van Randy Newman geleende “Days of Heaven” blijkt al anderhalf jaar op ‘s mans setlist te prijken omdat hij naar eigen zeggen niet anders kan dan het steeds maar opnieuw te spelen. En maar best! Voor het laatste lied van de avond, het meer als soft country klinkende “Down to go”, betreedt de voltallige groep opnieuw het podium. Geen onaardige afsluiter, alhoewel het gitaargewijs een extra geut lapsteel zou kunnen verdragen.

Deze passage van Phosphorescent leidde niet tot een echt onvergetelijk optreden maar bevatte zeker wel voldoende hoogtepunten om het als een puike prestatie te klasseren. Mede omdat Matthew Houck nu middels ‘Muchacho’ stilaan tot een sterk oeuvre begint te komen, durven we er geld op verwedden dat zijn groep een lang leven beschoren is. Men weet echter maar nooit dat hij de komende jaren alsnog het slopende leven on the road inruilt voor een sedentair bestaan.
Wie geen risico wil nemen en de man zelf nog eens live aan het werk wil zien, begeve zich dus best op 22 mei naar de Genste DOKbox.

Het viertal genaamd Woods bracht in het voorprogramma een licht verteerbare brok folkrock. De vaak vrolijke muziek deed bij momenten denken aan wat The Magic Numbers enkele jaren terug op de mensheid loslieten. Best verfrissend en onderhoudend voor even, maar uiteindelijk met te weinig weerhaken om een vaste stek in ons geheugen te veroveren.
Spijtig dat zanger-gitarist Jeremy Earl na een half uurtje vocaal versleten was. Al van bij het begin kon men zich trouwens de vraag stellen of de falsetto van Earl de juiste stemkeuze is voor deze groep.
Ook het feit dat er iets te veel op veilig gespeeld wordt, maakt het niet verwonderlijk dat Woods na acht jaar en zeven platen nog niet meteen een wereldwijde doorbraak hoeft te verwachten.
Tijdens het laatste nummer, dat gestoeld was op een best pulserend ritme, duurde het bijvoorbeeld te lang vooraleer men zijn muzikale duivels ontbond. Als Woods het aandurft om zijn frontman wat meer naar de achtergrond te duwen ten voordele van wat intenser en experimenteler gemusiceer, dan zijn we bereid om ze nog een kans te geven. Zo neen, dan bedanken we vriendelijk doch resoluut.

Organisatie: Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Botanique 2013)

 

Pagina 89 van 143