Het Depot Leuven - concertinfo 2026

Het Depot Leuven - concertinfo 2026 events 02 + 03 + 04-04 Metejoor (ism Live Nation) 05-04 Dub unit 06-04 The Damned 08-04 Luna 10-04 What-U-On-About: Enei, Simula, Skeptical 11-04 The Perfect Tool, Bulls On Parade 14-04 Klaas Delrue 50 17-04 Avaion 18-04…

logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Hooverphonic
Kreator - 25/03...

Bon Iver

De herfstige eucharistieviering van Bon Iver:

Geschreven door

Bon Iver - ’For Emma, Forever Ago’: prachtplaat, een immense schoonheid; een nieuw songschrijvertalent is opgestaan onder Justin Vernon, die de plaat opnam na 3 maand totale afzondering in een hut in de bossen, Noordwesten van Wisconsin. Meeslepende en intieme songs van een pakkende weemoed; waren de songs op plaat soms spaarzaam begeleid, dan werd elke song live stevig uitgediept: een intense songopbouw, een broeierige spanning, een repetitief ritme, aanzwellende partijen, een vleugje experiment en galmende noise, wat we te horen kregen op uitgesponnen versies van “Creature fear”, “Lump sun” en “the wolves (act I and II)”, waarbij we aangemoedigd het refrein “What have been lost” telkens zachtjes meezongen.
Maar met z’n band bracht hij ook enkele nummers (opener “Flume” en de singles “Skinny love” en “For Emma”) in een elegante, uiterst sobere begeleiding, bepaald door bakken melancholie en een Gregorgiaans aandoende stemmenpracht (z’n hemels, hoge zang en de warme zang van tweede vocalist Mickey Coyne).
Twee nieuwe songs stelden ze voor: het krachtiger klinkende “Blood bank” en het weerbarstige “Baby’s”, die een dwarrelend pianoriedeltje en een onverwachtse breaks meekreeg. “B side” werkte aanstekelijk op de dansspieren door de dreunende, repeterende beat; het gitaargetokkel, de toetsen en de stemmen waaiden er over heen. Tweede gitarist Mickey kreeg de kans z’n eigen zangtalent te laten horen op Graham Nash’s “Simple man”; een pianotune en Vernon’s dwarsfluit droegen het nummer. Bloedmooi besloot Vernon solo met een prachtversie van “Stacks”, een song over het gevoel dat een persoon heeft na de eerste keer dronkenschap …
Sfeer creëren was de opdracht waar hij met z’n band en verve in slaagde. Het gitaargetokkel, de dobro, de zachte drumslagen, de klankkleur van de toetsen en de meerstemmige zang. Het was immens stil in de Bota; iedereen liet zich meeslepen in dit apart geluid. Wat een spanningsboog verwezenlijkte hij tussen band en publiek, wat deed denken aan Dave Eugene Edward’s Wovenhand.
We zagen een charmante band met een vriendelijke uitstraling, die aangenaam kon grappen en op relaxte wijze hun songs speelde, wat de nodige ontlading gaf. De herfstige vrijdagavond eucharistieviering kreeg een schitterende apotheose, want Bon Iver en Bowerbirds gingen samen voor een intieme acapella/gospel!
Vernon, - talentrijk artiest - , Bon Iver, - grootse band -, zorgden samen voor een tijdloos optreden!

Het Amerikaanse trio Bowerbirds, genoemd naar de gelijknamige Australische vogel, speelde folky americana en hield het midden tussen een Band Of Horses, Mountain Goats en South San Gabriel, met een ‘60’s referentie . Hun materiaal klonk sfeervol, rustig en innemend, waarbij hun songs eenvoudig omlijst werden door een akoestische gitaar, viool, accordeon en een minimale drum, die soms acapella uitdeinden. Net als bij Bon Iver, was er sprake van een dankbaar, aandachtig luisterpubliek, dat in de ban was van deze dromerige, herfstige muziek. Een charismatische band, die hun plaat ‘Hymns for a dark horse’ live onderstreepte.

Organisatie: Botanique, Brussel

Steve Wynn

‘Steve Wynn goes classic’

Geschreven door

Paisley Underground legende Steve Wynn doet het de jongste tijd met zowat iedereen. In het drinkebroersproject Danny & Dusty vergezelt hij de flamboyante Dan Stuart (Green on Red), met Paco Loco (Australian Blonde) vormt hij het vooralsnog onbekende Smack Dab, en met Scott McCaughey (The Minus Five) en Peter Buck (R.E.M.) deelt hij een levenslange obsessie voor baseball wat eerder dit jaar resulteerde in de eerste muzikale worp van The Baseball Project. Waar en met wie Wynn ook lijkt te vertoeven, keer op keer leiden zijn avonturen tot tijdloze nummers. Voor zijn recentste opus ‘Crossing Dragon Bridge’ ruilde Wynn zijn vertrouwde New Yorkse flat in voor een kamertje nabij de studio van Walkabouts-opperhoofd Chris Eckman in het Sloveense Ljubljana, om ter plekke een dozijn nieuwe nummers uit zijn mouw te schudden. Eckman vertrok vervolgens met de akoestische opnames richting Praag alwaar strijkers en occasioneel zelfs een vrouwenkoor werden toegevoegd, en ziedaar, Wynn’s meest introverte en melancholische album in jaren was geboren. Hoe dat alles live moest klinken ging ondergetekende graag persoonlijk verifiëren in de AB tijdens zijn enige Belgische passage deze herfst.

Als betrof het een geroutineerde maestro stelde Wynn bij aanvang van het optreden en met gepaste trots zijn Dragon Bridge Orchestra voor aan een amper half volgelopen AB Club. Naast vaste levensgezellin Linda Pitmon op drums maken verder ook Chris Eckman, orgelvirtuoos Chris Cacavas (Green on Red), bassist Eric Van Loo (Blue Guitars) en de illustere Braziliaans-Italiaanse violist Rodrigo D'Erasmo de dienst uit in dit gelegenheidsensemble. Met een kleine knipoog naar Queen werd de set geopend met “Slovenian Rhapsody I”, op de voet gevolgd door “Bring the Magic”, de eerste single “Manhattan Fault Line” en “God Doesn’t Like it”, allen uit het nieuwe album. De sfeer zat er van meet af aan in door het speelplezier dat vooral Wynn en D'Erasmo uitstraalden tijdens hun wat ongewone doch zeer begeesterende gitaar-viool duels. Eckman van zijn kant, die eerder op de avond het voorprogramma had verzorgd, lijkt de introverte tegenpool van de immer guitige Wynn en koos duidelijk voor een eerder serene rol op de achtergrond. Voorafgaand aan het oudje “Here on Earth as Well” kroop Wynn heel even in de huid van een opjuttende gospelpredikant en liet enkele enthousiaste toehoorders naar hartelust hallelujah’s scanderen. Op deze manier leidde hij het uitgelaten publiek naar onuitgegeven symfonische uitvoeringen van het Byrds-achtige “Tears Won’t Help” uit zijn solo-debuut ‘Kerosine Man’ (’90) en het meeslepende “The Deep End”, het onbetwiste hoogtepunt uit Wynn’s vorig solo album ‘...Tick…Tick…Tick’ (’06).
Op D'Erasmo na mocht het voltallige Dragon Bridge Orchestra even rusten tijdens “Punching Holes in the Sky”, een bloedmooi staaltje melancholie over de vergankelijkheid van de mens die zo leek weggeplukt uit de Nick Drake catalogus. Eckman & co mochten vervolgens terug aantreden tijdens een cover versie van “She Came”, oorspronkelijk van de (althans in onze contreien) illustere Sloveense singer-songwriter Tomas Pengov, op de voet gevolgd door het dronkemanslied “Wait Until You Get to Know Me”. De talrijke dertigers en veertigers onder het publiek werden tegen het eind van de set op hun wenken bediend toen Wynn een aantal onvermijdelijke Dream Syndicate klassiekers boven haalde. Het onverslijtbare “That’s What You Always Say” (’82) kreeg een speels vioolarrangement aangemeten dat wondermooi contrasteerde met Wynn’s jachtige gitaarspel. Tegen het einde van “The Medicine Show” (’84) waande het publiek zich heel even het zesde lid van de Dragon Bridge Orchestra en improviseerde ter plekke een eigen acapella versie van dit nummer. Wynn & co besloten de set zoals die begonnen was; alle bandleden verzamelden vooraan het podium op één rij voor een acoustische versie van “Slovenian Rhapsody II”.

Wie het luidst een verzoeknummer richting podium kon schreeuwen werd tijdens de bisronde prompt op zijn wenken bediend. Deze maal viel de eer te beurt aan een beklijvende uitvoering van “Silence is Your Only Friend” uit Wynn’s vierde solo album ‘Melting in the Dark’ (’96) en een mooi opbouwende versie van de Dream Syndicate evergreen “Boston”. Een strak en opzwepend “Amphetamine”, gedragen door Wynn’s simpele levenswijsheid ‘I’m gonna live until the day I die’, vormde de slotsom van ‘s mans zoveelste triomfantelijke halte langs het Vlaamse clubcircuit. Na goed een kwarteeuw blinkt Steve Wynn dus nog steeds uit door zijn aanstekelijk enthousiasme en muzikaal vakmanschap, voorwaar een zeldzame combinatie in het vaak duffe en ééntonige singer-songwriter landschap.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

American Music Club

Een staalkaart uit het ruime oeuvre van American Music Club

Geschreven door

Parkeerproblemen zorgden ervoor dat het voorprogramma zijn laatste noten bracht toen wijzelf de Handelsbeurs betraden. Veel valt er door ons dus niet te vertellen over het optreden van het Nederlandse Blaudzun, behalve dan dat de enkelingen die we na afloop spraken een tevreden indruk overhielden aan hetgeen zij meteen als de ontdekking van de maand bestempelden. Op de eerste dag van de maand is zulks uiteraard nogal relatief, maar diezelfde enkelingen durfden ons op basis van hun kennismaking garanderen dat we in de nabije toekomst nog wel zullen horen van de groep rond Johannes Sigmond. Op 29 oktober concerteert Blaudzun samen met Swell in de Ancienne Belgique, bij deze beschouwen we dit dus meteen als onze tip van de maand…

In tijden van economische malaise is het niet verwonderlijk dat de mensenmassa de beurzen mijdt, maar het verraste ons desondanks wel dat de Handelsbeurs zo’n schaars publiek (hooguit 200 toeschouwers) mocht ontvangen voor de herenigde American Music Club. Niet enkel de beurscrisis treft blaam, de magere opkomst zal ook wel te maken hebben met het feit dat Mark Eitzel dit jaar al voor de derde keer met zijn bende in een Belgische concertzaal opduikt. Deze keer verschilde de bezetting echter dankzij het toevoegen van Jonathan Heine (gitarist) en Dana Schechter (bassiste, ook bekend als spil van Bee and Flower) aan de vertrouwde namen (gitarist Vudi en drummer Steve Didelot). Heine bewees zijn meerwaarde o.a. door al spelende een spectaculaire koprol uit te voeren, Schechter door zich met haar beheerste basspel naadloos te integreren in de subtiele sound die haar mannelijke collega’s uit hun instrumenten toverden.


Het gebrek aan publiek betekende echter niet dat er ingeboet werd aan sfeer, temeer daar de organisatoren perfect inspeelden op het thema van de avond door de zaal in te richten als een stijl- en sfeervolle club. Voor het podium konden een 50-tal gelukkigen comfortabel plaatsnemen aan lage tafeltjes (met kaarsverlichting!), de latere vogels konden rechtstaand hun drankje koel houden dankzij enkele tafeltjes op elleboog-hoogte. Men waande zich waarlijk in ‘a real American music club’, één waarin het heel aardig toeven was. Applaus dus voor diegenen die het interieur zodanig ingericht hadden dat het iets oudere publiek in comfortabele omstandigheden kon genieten van het optreden. Ook Mark Eitzel voelde zich duidelijk in zijn sas en stak van wal met “What holds the world together” (uit ‘San Fransisco’). Na het eerste van de vele welverdiende applausjes bracht men met
“What Godzilla said to God…” een nummer uit ‘Mercury’, het donkere album uit 1993 dat de grootste bron van de avond bleek, want later in de set volgden ook nog “If I had a hammer”, “Gratitude walks” en “Apology for an accident”. Ook uit het recentste album (‘The Golden Age’) werden er uiteindelijk vier songs gebracht (waaronder een bloedmooi “All my love”). Gewoontegetrouw excelleerde de frontman even veel tijdens de bindteksten als tijdens de liedjes zelf. Naast een flard van “Dreamer” (een cover van het door hem verguisde Supertramp) trakteerde hij ons op allerhande anekdotes. ‘s Mans liederlijke levensstijl (die hij ondertussen in grote mate afgezworen zou hebben) heeft zijn verhalentrommel aardig gevuld en hij liet niet na om het publiek te plezieren met een selectie eruit die o.a. duidelijk maakte dat hij gefascineerd is door vensters (ieder zijn afwijking, nietwaar?). Muzikaal viel er verder nog genot te puren van “Fearless”, “Animal Pen”, “Nightwatchman” en “Another morning”.
De reguliere set werd na een uur afgesloten door “Windows on the world”. Tijdens de inleiding van dit laatste nummer ondernam sympathieke Mark – net als enkele maanden terug - opnieuw een poging om de verbijstering te beschrijven die hij ervaarde toen hij een half jaar voor 9/11 op een decadent feestje bovenaan de WTC-torens belandde. Zijn soms cynische commentaren vonden bijval bij het tolerante publiek, iets wat naar verluidt niet overal het geval zou zijn.
Als bis-nummers noteerden we het heerlijke “Home” (uit comeback-plaat ‘Love Songs for patriots’) en “Outside this bar” (dat ons gisteren duidelijk maakte waar de Counting Crows de mosterd gehaald hebben voor het niet-zeurderige gedeelte van hun repertoire). Op het einde bracht Eitzel solo-versies van “The sleeping Beauty” en “Jesus’ Hands”.

Zijn soms krakkemikkige gitaarspel stoorde niet, vooral omdat je een aimabel man met tonnen zelfkennis, -kritiek en -relativering weinig verwijten kan. Zeker niet na een simpelweg geslaagd optreden dat variatie bracht door een staalkaart te puren uit het ruime oeuvre (maar liefst zeven verschillende albums kwamen aan bod!). Crisis of niet, we blijven eeuwig sparen want American Music Club zal altijd op onze bijdrage voor het lidmaatschap kunnen rekenen.

Organisatie: Handelsbeurs, Gent

The Black Angels

Directions to see a ghost

Geschreven door

Voor een psychedelische retrotrip in de beste traditie van Spacemen 3, Spiritualised, Rocky Erickson en BRMC kunnen we terecht bij het Texaanse kwintet The Black Angels. Ze hebben hun tweede cd uit en zorgen voor een hallucinante, hypnotiserende nighttrip van bezwerende ritmes, repeterende drumpartijen, gitaargalm en drones, onder een bezwerende zang. Sommige songs klinken dromerig, zijn opbouwend, mooi uitgesponnen en brengen je in een andere realiteit: “Mission district”, “Deer-ree-shee” met sitar, “Never/ever”, “You in color” en het afsluitende “Snake in the grass”, dat ruim 15 minuten doorborduurt, traag slepend klinkt en loom is. De band lijkt af toe beïnvloed door de ‘90’s Manchester Britpop: een directer poppier geluid horen we op “Doves”, “18 years” en “The return”. En Joy Division kijkt goedlachs op “Vikings”. De band heeft alvast met “You on the run” en “Science killer” twee overdonderende songs uit. Tof bandje samen met Black Mountain en Dead Meadow.

The Breeders

Mountain battles

Geschreven door

Het Amerikaanse The Breeders, onder de zusjes Kim en Kelly deal, brengen na ruim vijf jaar een nieuwe plaat ‘Mountain battles’ uit, die ‘Title tk’ opvolgt. Als volgt kunnen we de cd omschrijven: charmant speelse, ontroerende rammelende, rauwe lofi gitaarrock, die net het repetitiekot uit zijn. Luister maar eens naar “Overglazed”, “German studies”, “Istanbul en “No way”. Maar binnen die aanpak zijn er ook een handvol sfeervolle melodieuze songs: “Night of joy”, “Spark” en de titelsong. Ze kunnen zelfs hun oude Pixies jaloers maken met “We’re gonna rise”, “Walk it off” en “It’s the love”. En ze variëren trouwens met het intieme “Here no more” en het warme Spaanstalig gezongen “Regalame esta noche”.
Pretentieloos album, gezapige band, die het graag houdt op een gezellig onderonsje!

Nicole Atkins

Neptune City

Geschreven door

Uit New Jersey waaide het toffe debuut over van Nicole Atkins, ’Neptune City’. Muzikaal leunt haar muziek aan een Twin Peaks sfeertje en de oude Hooverphonic. Een aanstekelijk dromerige sound, (“Maybe tonight”, “Kill the headlights” en “Party’s over”) die soms wat donker dreigend kan zijn, - “The way it is” en de titelsong -, of door de orkestraties fris en zwierig zijn en een poppy geluid hebben (“Together”, “We’re both alone” en “Love surreal”). Bewust of niet, deze nummers hebben net een Eurovisie gehalte. De plaat werd geproduced door Tore Johansson (Franz Ferdinand, Cardigans en New Order).
’Neptune City’ is een onweerstaanbare gevarieerde plaat, waarbij de songs gedragen worden door haar heldere, krachtige stem.

Destruction

D.E.V.O.L.U.T.I.O.N.

Geschreven door

Destruction viert dit jaar zijn vijfentwintigste verjaardag, en dat willen de Duitse Thrashgiganten vieren door een nieuw album uit te brengen, getiteld ‘D.E.V.O.L.U.T.I.O.N.’
Laten we eens zien hoe ze het er van af gebracht hebben.
Na een akoestische intro barst de hel los met het titelnummer “Devolution”. Een heerlijk nummer waarbij ik spontaan de neiging krijg om te gaan headbangen. “Elevator To Hell” is een prima nummer, maar weet me gewoon niet te boeien. Soms klinkt het wat langdradig naar mijn mening.
Heel dit album staat eigenlijk vol typische Destructionnummers die naar eigen zeggen al het goede uit hun carrière combineren. Maar het geheel werd in een modern jasje gestoken, weg ‘old skool’ sound dus. We kunnen wel nog steeds genieten van Mikes solowerk en Schmiers typisch stemgeluid.
Naast Schmiers solo’s kunnen we ook genieten van enkele gastbijdrages, zoals Annihilator’s Jeff Waters tijdens “Urge(The Greed Of Grain)” en UFO’s Vinnie Moore in de titelsong.
Ik heb me nooit echt toegelegd op de Duitse Thrashgroepen, maar dit album bewijst dat ik me bijvoorbeeld eens wat meer moet verdiepen in de werkjes van Kreator of Destruction natuurlijk.
Prima werk geleverd, nog eens vijfentwintig jaar zou ik zo zeggen!

Artas

The Healing

Geschreven door

Na enkele jaren van oprichtingsverschijnselen is het Oostenrijkske Modern Metal gezelschap Artas klaar om de wereld te veroveren. Dit willen ze doen met hun debuutalbum ‘The Healing’. Maar voor ze dat kunnen doen, moet hun muziek op iets trekken ook natuurlijk.
Gelukkig voor Artas is dit het geval. We kunnen al van een goeie start spreken met de nummers “Barbasso” en “Bastardo”, die gedeeltelijk Spaanse lyrics bevatten. Het zijn beide harde, afwisselende nummers die enkele lekkere Death Metal en moderne Thrash Metal riffs bevatten. Hier wordt me al duidelijk dat de zang zo gevarieerd is dat we zowel grunts, screams als cleane zang te horen krijgen. Ik wordt pas echt verrast bij het derde nummer, dat begint als een heuse Black Metal beuker. Het is maar bij het refrein dat ik plotseling hoor dat de jongens van Artas een soort Black/Death Metal versie gemaakt hebben van Coolio’s “Gangsta’s Paradise”. Hiphop heeft nog nooit zo goed geklonken! Titelnummer “The Healing” is dan weer zo’n nummer dat agressie weet te mengen met een tikkeltje melodie.
Met “Fick Das Fett” krijgen we het eerste nummer van het album dat Duitstalige lyrics bevat, zo volgen er nog een paar. En die nummers klinken absoluut niet als Rammstein. Want veel mensen zouden dat automatisch aannemen bij een Duitstalige groep die dan nog eens moderne Metal maakt ook. Ik hoor soms zelf enkele Amon Amarth invloeden bij sommige nummers.
Is deze plaat wereldschokkend en origineel? Nee. Deze plaat is gewoon een heel goed begin voor de jongens van Artas, waar we ongetwijfeld nog van zullen horen. Een aanrader voor mensen die liefhebber zijn van melodische Death Metal, hardcore of groepen als Pantera.

The Charlatans

You cross my path

Geschreven door

The Charlatans zijn trotse overlevers uit de Manchester scene. Dit is al hun elfde plaat sedert 1990, veel wordt er niet meer om gemaald, want hip zijn ze al lang niet meer. Nu ja, in de UK kan je ook nooit veel langer dan een jaartje hip zijn. The Charlatans zullen er niet wakker van liggen, en terecht. Ze hebben immers terug een sterke plaat afgeleverd. De uiterst herkenbare Charlatans sound heeft zich in een paar straffe songs gewurmd als “A day for letting go”, “You cross my path” en “My name is despair”. Ze zijn catchy, fris, bezwerend en op en top Brits, maar nergens zeurderig.
‘You cross my path’ haalt het niveau van hun beste periode in de tweede helft van de jaren negentig, maar bij nader inzien hebben deze heren eigenlijk nooit een slechte plaat gemaakt en kunnen ze bijgevolg terugvallen op een mooi repertoire, alleen nu zijn ze vooral in de Britse pers gereduceerd tot een banaal bandje en zijn ze al lang niet meer The Next Big Thing. Maar vroeg of laat overkomt het al die hippe groepjes. Als de Arctic Monkeys binnen 15 jaar hun pakweg twaalfde plaat uitbrengen zal daar ook niemand meer van wakker liggen, wat niet wil zeggen dat het misschien hun zoveelste meesterwerkje zal zijn. Om maar te zeggen, ervaren ratten als The Charlatans maken nog steeds bijzonder goede platen, ook al heeft niemand dat gemerkt, ‘You cros my path’ is het levende bewijs.

Kings of Leon

Only by the night

Geschreven door

Toen wij de eerste indrukken van deze nieuwe Kings Of Leon in de pers lazen, moesten we toch wel even slikken.  Namen als U2, Bryan Adams en stadionrock zijn niet bepaald dingen waar wij Kings Of Leon mee zouden willen associëren. Bryan Adams is platte kaas bestemd voor Donna-luisteraars, bij stadionrock moeten wij meestal denken aan draken als Live, Nickelback of Meat Loaf  en U2 daarentegen vinden wij nu nog wel te pruimen, maar bands die als U2 proberen te klinken zijn meestal niet om aan te horen. Om maar te zeggen, met enige argwaan haalden wij dit nieuwe schijfje uit  zijn doosje en we werden toch wel al vrij snel gerustgesteld via ijzersterke songs als de dreigende opener “Closer”, een weerbarstig  “Crawl” en de vooruitgestuurde single “Sex on fire” die bij elke beluistering steeds beter wordt. Met zo een trio een plaat openen, dat is om problemen vragen. The Kings Of Leon kunnen die kwaliteit immers niet de ganse plaat door aanhouden,  het blijft niet overal spetteren, zo zijn songs als “Revelry” en “17” te middelmatig. U2 hebben wij inderdaad meerdere malen ontdekt, meer bepaald in “Be somebody” alsook in het hitgevoelige “Use somebody”  (de U2 boter is er hier wel een beetje te dik op gesmeerd) en in de galmende gitaar van “Manhattan” (waarin wel iets subtieler met de invloeden is omgesprongen). Het album eindigt ook zeer mooi met “Cold desert”, een mijmerende woestijnballad met schitterende flirtende gitaren en weer is The Edge niet ver af. Bryan Adams hebben we gelukkig nergens tegengekomen en met die stadionrock valt het ook best mee.
Ok, de Kings hun sound is wat wijdser en epischer geworden maar om te spreken van opgeblazen stadionrock, neen, dat is echt wel te ver gezocht. Zie ook My Morning Jacket, een verwante band die andere en vooral bredere paden inslaat en hier zeer goed mee wegkomt. Kings Of Leon hebben hun horizonten verbreed, de rechttoe rechtaan benadering van de eerste dagen is voor het grootste deel weg (en hiermee dus ook die vervelende Strokes vergelijkingen), maar de angel is er niet helemaal uit verwijderd en die fantastische schuurpapieren stem van Caleb Followill is wederom uitdrukkelijk aanwezig. De songs zijn toegankelijker en zeer zeker hitgevoeliger geworden zonder dat er gezichtsverlies wordt geleden. Deze ‘Only by the night’ gaat nieuwe richtingen uit (minder seventies, meer eighties) , doch de ziel van de Kings Of Leon blijft behouden. Een interessante stap zouden wij het durven noemen en wij verwedden er onze volledige Led Zeppelin collectie op dat deze creatieve band het roer nog wel eens omgooit en dat de volgende plaat een gemene vuile rocker wordt, en als Kings Of Leon aan dat tempo voortdoen zal dat niet zo gek lang meer duren.

Pagina 903 van 963