logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Hooverphonic
Kreator - 25/03...

Wovenhand

Ten Stones

Geschreven door

Al een hele poos zei de domineeszoon en religieus predikant Dave Eugene Edwards 16 Horsepower vaarwel en kwam voor de dag met het (nog meer) mystieke en mysterieuze Woven Hand, die een geheel brengt van americana, gospel, kerkmuziek, gothic en pop. De vorige cd klonk huiveringwekkend door de begeesterende gitaartokkels, de diepe bas, de bezwerende percussie, banjo, accordeon en toetsen. Een duistere sound, dat bij ‘Ten Stones’ iets minder het geval is.
Woven Hand rockt als 16 Horsepower van vroeger. De songs zijn directer, ondanks dat de onderhuidse spanning en de verbijsterende vocale voordrachten van Edwards behouden blijven; hij verloochent die gospelachtige kerkmuziek niet. ‘Ten Stones’ bevat dreigende rock met een beklemmende melodie, iets minder subtiel en donker dan vroeger. Het blijft een adembenemende en unieke overrompelende luisterervaring: “The beautiful axe”, “Not one stone”, “Cohawkin road” en “Kicking bird”. Variatie is er met het dromerige “Quiet nights of quiet stars” en het sfeervolle “Iron feather”. Edwards geeft op “White knuckle grip” een zwierige tint. De donkere soundscapes op “Kingdom of ice” en de huiveringwekkende outtro hebben dan terug iets apocalyptisch.
Hemel, aarde, hel en verdoemenis, je hebt ze allemaal samen op de zondagsmis van deze songschrijver Dave Eugene Edwards. Verbijsterend plaatje!

Oceans Of Sadness

The Arrogance Of Ignorance

Geschreven door

Het gebeurt heel zelden dat er in België een album wordt uitgebracht dat origineel en dan nog eens supergoed is ook. Zo’n momenten moeten we koesteren. Want Oceans Of Sadness, die al jaren aan de top van de Belgische Metalscene staat, heeft onlangs zo’n album uitgebracht. Dit met de titel ‘The Arrogance Of Ignorance’. Eenzijdige zielen hoeven al niet verder te lezen, want dit is een album met inhoud en diepgang.
Opener “Roulette” maakt ons meteen al duidelijk dat dit geen basic Metalplaat is. Na een jazz organ intro gaan we over van rust naar… tjah, Metal natuurlijk! Naast de gebruikelijke tempowisselingen krijgen we ook weer voldoende meezingelementen. ”Self-Fulfilling Prophecy” is zo’n nummer dat wat moet groeien. Maar na enkele luisterbeurten weet het me toch vast te grijpen met o.a. het refrein en enkele experimentele riffs die hand in hand gaan met het keyboard. “Subconscious” kan door gaan als de ‘single’ van het album(moest die er geweest zijn). Deze blijft lekker hangen. Ook hier krijgen we de eerste guest appearance op dit album, namelijk die van Annlouice Loegdlund, wiens passage voor een leuke aanvulling zorgt. Haar tweede zangstuk doet me zelf wat denken aan het oude werk van Nightwish.
”Some Things Seem So Easy” is een nummer van een heel ander kaliber. Dit is het meest complexe en afwisselende nummer van de plaat, wat toch al iets wil zeggen. Het is een sfeervolle reis doorheen zacht en hard, agressie en emotie. En zanger Tijs Vanneste bewijst dat hij het lang niet slecht zou doen als zanger van een Black Sabbath/Ozzy Osbourne coverband. Dit kan gerust tot één van de beste Oceans Of Sadness nummers gerekend worden. “The Weakest Link” is dan weer voor het grootste deel lekker up-tempo en tot mijn verbazing zitten er enkele polka invloeden in. Maar verwacht daarom nog geen Finntroll toestanden. Het is en blijft Oceans Of Sadness, dat doorheen de jaren toch een eigen sound en stijl heeft weten te verwerven. ”Between The Lines” start met een riff die me wat doet denken aan een nummer op Therion’s laatste album, “Gothic Kabbalah”. Ook komen er enkele Oosters klinkende lead guitar stukjes voorbij de revue. Volgende nummer is “In The End”. Wat een riff! Dit is gewoon een catchy nummer dat ook een gastbijdrage bevat van niemand minder dan Johan Liiva. Met “From Then On” komen we aan bij het zwakste, euh… ik bedoel minst goede nummer van de plaat. Allemaal wel heel sfeervol en zo, maar dit nummer is toch wat minder als je het vergelijkt met de andere nummers. Maar misschien is dit gewoon een nummer dat nog wat langer moet rijpen. “Failure” is een heavy nummer met o.a. roepkoorzang(ik weet niet hoe ik dit anders moet beschrijven) en een gezonde dosis Oceans Of Sadness om ons nog eens duidelijk te maken dat dit album gerust in de cd-speler mag blijven zitten. Helaas zijn we met “Hope” aan het einde gekomen van deze trektocht door het muzikale kunnen van Oceans Of Sadness. Een sfeervol pianostukje dat ideaal is als outtro vertelt ons dat het tijd is om weer naar nr. 1 te gaan.
Is er dan werkelijk geen punt van kritiek te bespeuren op dit album? Ik ben van mening dat dit hier niet het geval is. Met ‘Arrogance Of Ignorance’ heeft Oceans Of Sadness werkelijk zijn hoogtepunt bereikt. Het is in ieder geval al uitkijken naar de volgende plaat, laat ons hopen dat dit hoge niveau behouden zal blijven…

The Last Shadow Puppets

Een magistraal The Last Shadow Puppets

Geschreven door

We waren al onder de indruk van de samenwerking tussen de twee muzikale jeugdvrienden Miles Kane (The Rascals) en Alex Turner (Arctic Monkeys), onder The Last Shadow Puppets
Er is er totaal geen sprake van postpunk, want we horen zwierige en subtiel uitgewerkte georkestreerde ‘60’s pop. The Walker Brothers en The Beatles waren invloedrijk voor hun debuut ‘The age of the understatement’.
Een al lang op voorhand uitverkocht Koninklijk Circus was dan ook het uitgekozen plekje om het kwintet aan het werk te zien. Achter een flinterdun zwart gordijn stond een symfonisch orkest opgesteld; de dirigent maande z’n orkestleden aan in een rood/blauwe gloed. De ingenieus gevarieerde, dromerige popcomposities kregen kleur, warmte en diepte. Songs die het zang –en compositorisch talent van het duo onderstreepten en pasten in een nieuwe ‘007’-film of in een moderne spaghetti western van onder het stof zittende cowboys, huppelende paarden, whiskey en ‘red beans’.

Van een ‘fxx British Oasis mentality’ was er geen sprake, ze drukten de eerste rijen jonge meisjes aan het hart, wat het gegil nog deed toenemen. Als een volleerd McCartney- Harrison duo trokken Turner –Kane meteen de aandacht met “In my room” en  hun eerste impressionante single en titelsong van de cd “The age of the understatement”. Het semi-akoestische gitaarspel, de toetsen en de bezwerende soms krachtige drums waren in harmonie enerzijds met de strijker- en blazersectie, anderzijds met de afwisselende vocals of de perfect op elkaar afgestemde zang. De blazers leidden “Calm like you” in en door de zalvende strijkers kreeg het nummer duidelijk een bombastisch tintje; “Black plant” klonk binnen deze muzikale noemer wat gewaagder.
We zagen een lachbekkende Kane en een nonchalante Turner, die weliswaar in een wansmakelijk Engels dialect hun stijlvolle, flitsende songs aan elkaar praatten. Anderhalf uur lang intrigeerde dit grappende duo het publiek. In een wervelwind speelden ze een poppy “Only the truth”, een steviger klinkend “Separate & ever deadly” en een sfeervol bombastisch “My mistakes were made for you”; wat ze mooi afwisselden met enkele opmerkelijke covers: het sensueel zwoele “Paris Summer” (van Nancy Sinatra /Lee Hazelwood) met de zangeres van de support Ipso Facto, een rauw gespeelde “She’s so heavy” van The Beatles’ “Abbey Road” en Leonard Cohen’s “Memories” (die net dezelfde avond voor een tweede concert optrad in Vorst Nationaal!) in de bis. En de dreigende b- kantjes “Gas danse” en “Hang the cyst” bevestigden het talent van het duo.
De magistraal ongedwongen speelsheid besloten ze overtuigend met een handvol fijnzinnige songs: “The heat of the morning”, “Time has come again” en “The meeting place”, die telkens een zwierige flirt meekregen. En tenslotte kreeg het afsluitende “Standing next to me” krachtige “oohs” en “aahs” mee.

The Last Shadow Puppets liet de festivalzomer in ons landje totaal links, maar sloegen met verstomming door een bikkelhard in te lijsten clubconcert.

Het vrouwelijke kwartet Ipso Facto had veel mee van Ladytron door hun ‘80’s sound, de zwart gehulde avondkledij en koele image. Hun bezwerende rockende wavetrip had een donker dreigende ondertoon, maar klonk achterhaald en kon maar matig boeien!

Organisatie: Live Nation

Motorpsycho

Een stomende trip van twee en een half uur van het Noorse Motorpsycho

Geschreven door

Motorpsycho gaat al mee van begin jaren negentig en heeft qua stijl al menige watertjes doorzwommen, van psychedelische hippie muziek tot de meest extreme Sonic Youth erupties. Op vandaag zit de band terug midden in de wereld van de uitfreakende gitaren. Hard, ruig, psychedelisch en lekker freaky zijn op heden de trefwoorden.

De band trok live de lijn door van de laatste twee platen ‘Black hole – black canvas’ en ‘Little lucid moments’, alhoewel ze van deze laatste niets speelden. Om het plaatje helemaal te doen passen hebben de heren ook hun haren en baarden laten groeien. Ze zien er uit als noeste neanderthalers en klinken ook zo. Lang uitgesponnen nummers, soms heel ver verwijderd van de albumversie, waar alle toeters en bellen uit gewist zijn en vervangen door felle gitaarklanken.
Om u maar een idee te geven, Motorpsycho speelde een set van 13 nummers in zo twee en een half uur. Wie een beetje kan rekenen weet al gauw hoelang een gemiddelde song duurt, zei daar iemand ‘70’s? Een unieke sound toch wel, als we een en ander een beetje proberen te situeren dan komen we ergens uit tussen Kyuss, The Doors, Sonic Youth, Black Mountain, Hawkwind en Blue Cheer. Elke song baande zichzelf een weg naar de apocalyps langsheen scheurende gitaren en een bloedstollende ritmesectie. Amper drie muzikanten zorgden voor deze fantastische sound.
Het deed deugd om nog eens een band te horen die er zich niets van aantrok dat lange gitaarsolo’s onhip zouden zijn. De heren van Motorpsycho maakten van hun optreden één lange trip die nog extra versterkt werd door de psychedelische kleurrijke visuals die op groot scherm achter de groep werden geprojecteerd, alsof ze in Andy Warhol’s factory stonden te spelen. En dat de heren niet echt voorzien waren van een begenadigde stem, daar stoorden we ons niet aan, de gitaar was hier de baas. Een werkelijk fenomenale kanjer van een optreden.

Organisatie: Het Depot, Leuven

Port O’Brien

Port O’Brien en Son Of Dave: samen goed voor een boeiende performance

Geschreven door

Muzikale indrukken
Ben Darvill
mocht het feest in gang schieten in de 4AD. Dat deed hij met behulp van zijn knotsgekke, voetenstampende zelve als ‘Son of Dave’. Samen met een koffertje mondharmonica’s, rammelaars, een delaypedaal en…het publiek waarvan hij dacht dat ze net ‘from church’ kwamen. Na enig aandringen kreeg hij toch een tweetal op het podium, waarvoor hij prompt een tafeltje met een glaasje neerzette, in ruil voor wederdiensten op enkele carnavalstoeters. Maar naast een boeiende performance zat hij er muzikaal ook niet naast. Hij gaf al beatboxend een nieuwe interpretatie aan de blues, en hij mengde daar zowel funk, soul en rock’n’roll doorheen; in de 4AD werd zijn act dik gesmaakt.

Port O’Brien dan. Zij hadden Diksmuide blijkbaar verkend en staken hun bewondering voor de Westmalle en de plaatselijke chocolatier niet onder stoelen of banken. Ook zij hadden er zin in. Gitarist Zebedee mocht openen met “Lonesome Boulevard. Daarna voegde de rest van de band zich bij hem en zetten “Don’t take my advice in van het debuut ‘All we could do was sing’. Muzikaal hanteert Port O’Brien een folky aanpak. Melancholische indieballads en nummers met stevigere riffs wisselden elkaar mooi af, maar dan zonder de strijkers die op het album toch een belangrijke plaats innemen.
Live kunnen ze nog wat ervaring gebruiken, maar dat mocht in de 4AD de pret niet deren. Op het eind voegde zelfs Son of Dave zich bij de band en onderstreepte met een vreugdedansje de intens broeierige set van het gezelschap.

Fotoshoots: zie live foto's

Organisatie: 4AD, Diksmuide

Don Caballero

It’s all about the drums (link The Ting Tings) voor Don Caballero

Geschreven door

De Antwerpse ring zat weer eens vol op vrijdagavond: De Kreuners en Regi traden namelijk op in de Lotto Arena en het Sportpaleis. Daarvoor waren we echter niet naar Antwerpen gekomen. Nee, de bestemming was Scheld’apen, een nieuwe club, net naast de Petrol, met de allure van een alternatief jeugdhuis. Veel alternatief volk, een oude tegelvloer in de café, banken gemaakt uit zetels van autobussen, zware alternatieve punk waarvan het van de Radio Scorpio fuiven in Leuven geleden was dat ik dat nog gehoord had, en naar het schijnt een goeie keuken. Ideaal dus voor een vrijdagavondje alternatieve rock.

Kazuamsumaki zijn een viertal uit Mol, (het is de laatste keer dat ik die groepsnaam uitschrijf!), en brengen instrumentale punkrock waar de groove centraal staat. De drummer had duidelijk de tics van Ben Crabbé overgenomen, maar het geluid stond als een huis: Fugazi & Shellac zijn duidelijk referenties zodat we ons terug in de eind jaren tachtig, begin jaren negentig waanden. Overtuigende set van K!

Don Caballero heeft ook een frontman op drums (en wat een knoert van een drumstel!), maar bij dit drietal zijn gitaar en een tweede gitaarklinkende bas minstens even belangrijk in hun complexe composities. Don Caballero bestaat al 15 jaar, was een aantal jaren gesplit, ligt aan de basis van de math-rock (zie Battles, en in mindere mate Foals) en bracht dit jaar een nieuw album uit met ‘Punkgasm’, dat maar matig beoordeeld wordt. In tegenstelling tot het concert in ‘t STUK de avond voordien, zat hier alles goed. Er volgde een uitgebreide set, waarbij soms van instrumenten gewisseld werd en het publiek ging een heel eind mee in de groove. Na ruim anderhalf uur werd Don Caballero dan ook door het publiek teruggeroepen voor een bisrondje. Sterke revanche voor de misser in ‘t STUK de avond daarvoor in een nieuw alternatief zaaltje waar we zeker nog sterke club optredens zullen meemaken.

Playlist Don Caballero
Shop, Dick, Bulk, Shit kids, Groove, Acting, Wicked, Palm, Dirty, Gasm, DC3/Afro, Jive Skip
Bis: Slaugh, Barges, Puddin

Organisatie: Scheld’Apen, Antwerpen

Don Caballero

Don Caballero lost hoge verwachtingen niet in

Geschreven door

Maps & Atlases is een kwartet uit Chicago dat zich uitstekend toeleende om deze avond het podium met hun voorbeeld helden te delen. Ze pasten dan ook naadloos in het straatje van de experimentele mathrock en zouden tijdens hun buurtfeest gemakkelijk met bands als Don Caballero, Hella en Battles de boel in vuur en vlam kunnen steken. Na hun debuut EP 'Tree, Swallows, Houses' uit 2006 teerden ze ook uit hun recentste EP 'You And Me And The Mountain'. Ondanks het nog weinige uitgegeven werk bekoorde Maps & Atlases als een volleerde band en namen ze, zoals hun naam omschrijft, het publiek mee in een reis doorheen een landschap van dynamische gebergten, gelaagde stromingen van wijdse rivieren, exotische en melodieuze nachtgeluiden van een nog uit te vinden fauna, en dit aan tempowissels waar Superman alleen maar jaloers kon van zijn. Niet enkel het polyritmische drum-percussie-en (op kousen!) voetenwerk van Chris Hainey maakte indruk, ook de kunst om dit muzikale avontuur in de structuur van een vier minuten popsong te steken, geflankeerd door de catchy zangpartijen van Dave Davison, die met zijn honkvaste stem klonk als Nick Drake in de reïncarnatie van brilsmurf, maakten van deze vijftig minuten durende show een hoogstaand samenhangend geheel. Mits wat extra groeischeuten uit Popeye's groentenblik kon Maps & Atlases deze avond gerust van plaats in de line-up wisselen. Een band om in de gaten te houden.

Het Amerikaanse Don Caballero uit Pittsburg rond Damon Che dat in 1991 het levenslicht zag en de term mathrock aan de wereld introduceerde stelde in de kleine en gezellige Labozaal van het STUK te Leuven hun recentste langspeler 'Punkgasm' voor. Buiten de toevoeging van zang bij enkele songs als “Celestial Dusty Groove” bleef Don Caballero met deze meest rustige plaat van hun oeuvre trouw aan hun vaste formule en klonk het werk als een logisch vervolg op 'World Class Listening Problem' uit 2006, zonder het vermoeden van grote staatshervormingen te wekken. Niets was echter minder waar. Jason Jouver ruilde voor deze live set zijn eclectische basvingers in voor een plectrum en gitaar. Ik hoor uw hersenen al pruttelen, en met een simpele math-telling komt u nu uit op de berekening dat Damon zich bij deze show liet omringen door twee puzzelende gitaristen. Live boette de band soundgewijs hier absoluut niet in door een kleine ingenieuze ingreep waarbij Jason met behulp van een disto en octaver effect zijn gitaar als een noisy bas deed klinken. Dat Damon als frontman even sociaal en vlotjes overkomt als de schildpad van uw buurmeisje is algemeen wereldbekend, en met deze kwalificaties kan men dan ook nooit voorspellen wat een DC show brengen zal.
Zo ook deze avond. De sfeer in het STUK zat al ietwat raar van in het begin door de, jammer genoeg, magere opkomst van een kleine honderd man, waarvan het merendeel vóór de show op de grond ging zitten al was het een klein Woodstock voor de Leuvense studentenverenigingen. De konten liften zich op bij de inzet van “Who's a Pupy Cat” als intro-sample. Op de set stonden voornamelijk werk uit het recente 'Punkgasm' en voorganger 'WCLP'. Ook de sfeer op het podium zat wat vreemd door onder andere een Damon Che, in ontbloot Cola-papperig bovenlijf en knalrode short, die na het eerste “Awe Man That's Jive Skip” prompt van het podium stapte om zijn oordoppen in te pluggen en zich bij te tanken met Vodka Cola, alsof er geen publiek was om mee rekening te houden. Met een droog “Thank you for coming, you won't regret it” volgden “Bulk Eye”, “Skit Kids Galore”, ”Celestial Dusty Groove” en “Hmm Acting [...]” elkaar probleemloos op. Bij “I Agree ... No! ... I Disagree” liep het echter volledig mis als Gene Doyle met zijn gitaar loops zodanig in de knoop raakte, en hierdoor het nummer opnieuw ingezet werd. Zowel “Acting” als “I Agree”
klonken door de twee gitaren bezetting stukken ruwer en steviger dan het originele met bas. Verder werden onder meer “Wicked”, “Punkgasm” en het fantastische “Loudest Shop Vac In The World” door de speakers geblazen en klonk Don Cab bij momenten echt geniaal, terwijl de totale set een nogal rommelige indruk naliet. Wanneer Damon plots door zijn microfoon “How many minutes do we have to play??” riep, en zeer geïrriteerd raakte als niemand hem een deftig antwoord gaf, besloot hij na amper vijfenveertig minuten met een “No, I'm fucking serious! How many minutes do we have??” te eindigen met “Okey, this is our last song!”.

Was het de magere opkomst en weinige respons, een vergeten drum micro of het slordig spelen dat de meester zodanig irriteerde? We hadden er alleen het raden naar. Wat we wel met zekerheid konden besluiten was dat Don Cab in het sfeervolle STUK jammerlijk teleurstelde en de hoge verwachting van een vlekkeloos en virtuoos ritmefeest NIET kon inlossen.

Organisatie: STUK, Leuven

The Cranes

Hartverwarmende The Cranes

Geschreven door

Het Britse The Cranes, uit Portsmouth, onder Alison en Jim Shaw, debuteerde twintig jaar terug met de EP ‘Inescapable’ en de daaropvolgende cd ‘Wings of joy’. In de beginjaren ‘90 scoorden ze hoog met hun pakkende, melancholische en ontroerende, hartverwarmende zweverige wave gothicpop die een plaatsje kreeg binnen The Cocteau Twins en The Swans (onder de Gira -Jarboe periode). Bepalend in hun geluid zijn de piano/synthi toets, het semi-akoestische gitaargetokkel, de diepe bas en de bezwerende percussie, gedragen door de broze, ijle, hemelse stem van Alison. Ze debuteerden op een Belgisch podium tijdens het toen fel gesmaakte Futuramafestival in de Brielpoort te Deinze. Een mooie toekomst was hen weggelegd, want ze speelden voor uitverkochte clubs met de platen ‘Forever’ en ‘Loved’, medio de jaren ‘90. De sound klonk breder en krachtiger, maar behield de donker spannende dreiging, nét door het karakteristieke samenspel van instrument en stem.. Na ‘Population’ uit ‘97 verloren we deze onwennig aanvoelende broer –zus band wat uit het oog.

Onlangs verscheen hun titelloze nieuwe plaat, waarbij het sprookjesachtige geluid niet verloren ging, maar wat achterhaald en minder beklijvend klonk. En toch zagen we anderhalf uur lang een goed spelende band, die in de eerste vijf nummers werd geconfronteerd met technische problemen: de bas dreunde en de stem van Alison ging totaal de mist in. Een teneur voor songs als de dromerige waverockers  “Clear” en “Jewel”, en de sfeervolle - met elektronica soundscapes nota bene - “Vanishing point” en “Future song”. Vanaf “Worlds” zat alles goed; de lieflijke intens broeierige nummers “Wires”, “High & low” en “Sunrise” kwamen goed uit de verf.
Broer/zus Shaw en hun band genoten van de respons. De bassist en de gitarist hadden het duidelijk ook naar hun zin en zochten het gepaste evenwicht met de elektronica en het subtiele of het meer uptempo werk: van het intieme “Far away”/ “Collecting stones” (stem –pianotune) tot het snedige “Adrift”, wat hoogtepunten waren in de set.
Ze trakteerden ons op een uitgebreide bis: van het ingetogen, sober gehouden “Here comes the snow” naar de lome , slepende beats van “Flute song” tot het rockende “Everywhere” (doorbraak van de groep in ’93 trouwens!) en het repetitief opbouwende “Paris & Rome”. In het akoestisch toongezette “Tangled Up” werd de elfjeszang van Alison onderstreept en in een golf van een galmende gitaarsound besloten ze en verve.

Geen verbazingwekkende set, maar voor wie wou weten waar de huidige Nightwish-ers en Within Temptations de mosterd vandaan haalden, waren The Cranes geen onaardige band waar het zaadje ontkiemde…

Support was Cecilia: Eyes, die ons onderdompelden in een hallucinerende postrock trip: boeiend, fris en aanstekelijk door de opbouw en de tempowisselingen, van traag, slepend naar een meer krachtige aanpak en distortion. Beloftevol bandje die geestesgenoten naar de kroon stak …

Organisatie: VK, Sint-Jans Molenbeek

Juana Molina

Juana Molina bracht ons van ons STUK

Geschreven door

Gareth Dickson mocht de spits afbijten in een dan nog grotendeels lege Soetezaal. Zijn intimistische set kon ons maar matig bekoren. Enkele extra gitaarlessen zouden van pas kunnen komen om later wat meer indruk te kunnen maken. Na een drietal steriele songs wou hij ons middels ‘a Celtic tune’ voorzichtig aanmanen tot één of andere collectieve vreugdedans, het verhoopte effect bleef echter uit want de toeschouwers bleven roerloos in hun (trouwens heel comfortabele) zetels zitten. Onze harde conclusie is dus dat de set van Gareth Dickson niet overtuigend was. Wakker hoeft de best sympathieke man daar echter niet van te liggen want - zoals zijn slotnummer luidde - “It’s all nothing”. (Of om het vrij vertaald te zeggen:”Het is allemaal niks, jongske”.)

Een kwartiertje later slaagde Juana Molina er in om ons wel meteen op het puntje van onze stoel te krijgen. De Argentijnse stak namelijk van wal met het titelnummer van haar laatste CD “Un dia”. Geruggesteund door een bassist en een drummer slaagde ze erin om met dit opzwepende lied duidelijk te maken waaraan we ons mochten verwachten. Molina bediende zich volop van haar synthesizer, stem, gitaar en pedalen om middels multitracking ‘loops’ in gang te steken die toelaten om een enorme zuiverheid en kracht te verlenen aan de vaak repetitieve muziek. Ook de twee daaropvolgende nummers waren afkomstig van haar jongste worp waarbij opnieuw opviel dat de tekstpassages het onderspit moesten delven tegen de klanknabootsingen die haar muziek - net dankzij de loskoppeling van één specifieke spreektaal - een universele verstaanbaarheid gaven.
Juana Molina blijkt door de jaren (en haar 5 soloplaten) heen geëvolueerd van een eerder traditionele singer-songwriter naar een vernieuwende artieste, die vrijuit experimenteert met de geluidsmogelijkheden die de elektronica biedt. De nadruk kwam dus almaar meer op de klank te liggen en het stond buiten kijf dat ze deze evolutie aankon. De enkele nummers die ze solo bracht beklemtoonden trouwens dat haar (op zichzelf verdienstelijke) band eigenlijk een overbodige rol vervulde.
Zelf zijn wij niet echt vertrouwd met ’s vrouws oeuvre, noch met de Spaanse taal, dus we gaan ons deze keer niet wagen aan een opsomming van de vele titels die de revue passeerden. Kenners vertelden ons dat ze slechts één ouder nummer bracht en voor het overige putte uit haar recentste albums (‘Son’ en ‘Un dia’).

Het reeds vermelde repetitieve karakter van haar muziek wordt nooit enerverend dankzij het feit dat elk nummer op zichzelf uit een ander vaatje tapte: één enkele keer hoorden we tribale ritmes waartussen schelle synthesizerklanken geweven werden, een andere keer werd het erg ‘groovy’, nu en dan hoorden we een flard “Head hunters” van Herbie Hancock voorbij waaien, één nummer werd gelardeerd met stomende beats en op het laatste meenden we zelfs heel even dat onze eigenste Stijn de knoppen bediende (waarbij Juana echter veel franjelozer op het podium staat dan showbeest Stijn).

Wie dit leest, zal beseffen dat het geheel soms desoriënterend dreigde te worden, maar de aanwezigen die bereid waren tot overgave en zich lieten meeslepen door de maalstroom van klanken, verlieten het STUK met “een smile van Leuven tot in Buenos Aires”. De fysiek frêle Molina stond stevig haar mannetje op het podium, het was een voorrecht om haar van kop tot teen te kunnen aanschouwen want vooral haar voetenspel was vaak fenomenaal. Het zou ons dus niet verwonderen indien ze in haar jonge jaren een balletje trapte met landgenoot Maradonna.

De bisronde werd ingeleid door een ingestudeerd nummertje: met behulp van 1 tafel en 3 plastic bekertjes bracht ze met de band een door ritmisch geklap ondersteund intermezzo dat even origineel als onbenullig was. We durven vermoeden dat hier één of andere weddenschap aan verbonden was (”wedden dat jullie het niet durven om….?”).
Haar half verlegen, half verontschuldigend lachje achteraf maakte immers duidelijk dat we niet al te veel belang moesten hechten aan dit “folieke”. Het publiek zag er echter geen graten in want de enkeling die gedurende het optreden meermaals de moed had om tijdens de liedjes zelf mee te klappen, kreeg na afloop van elk nummer telkens gezelschap van de hele zaal. Die dappere klapper was terecht verbaasd over het feit dat zijn voorbeeld niet massaal werd opgevolgd want af en toe was het inderdaad onmogelijk om de ledematen stil te houden tijdens het overweldigende concert. Het feit dat we nauwelijks bewogen, betekent echter allerminst dat we onbewogen bleven. Of, om het wat toepasselijker uit te drukken: Juana Molina heeft ons in Leuven gewoonweg van ons STUK gebracht. We twijfelen er niet aan dat ze daags nadien ook de Antwerpenaren van hun Arenberg gebracht heeft, als je begrijpt wat we bedoelen…

Organisatie: STUK, Leuven

Metallica

Death Magnetic

Geschreven door

Ik wil deze review niet zo cliché beginnen met bv. woorden als “Na bijna twintig jaar…” en blablabla over ‘St. Anger’. Eigenlijk is een review over het meest besproken album van het jaar wat overbodig, want de meningen over deze plaat zullen ongetwijfeld heel verdeeld zijn. Maar ja, hier is hij toch!
Is Metallica er in geslaagd weer een lekkere Metalplaat op te nemen? Ja!
Is St. Anger vergeven en vergeten na het beluisteren van deze cd? Jazeker!
Is dit een tweede ‘Master Of Puppets’ of ‘Ride The Lightning’? Nee.
Ondanks het feit dat het er soms weer lekker thrashy aan toe gaat en enkele elementen uit de eighties om de hoek komen kijken, is Metallica er in geslaagd iets nieuws te creëren in plaats van een kloon te maken van één van hun oudere werkjes. ‘Death Magnetic’ is een heel gevarieerde plaat geworden met voldoende afwisseling tussen thrashy riffs, ’90 era riffs en zelf soms eens een riff die niet misstaan zou hebben op ‘St. Anger’, wat zeker geen minpunt is natuurlijk.
Deze langverwachte plaat begint strak met het thrashy “That Was Just Your Life”, gewoon een lekker nummer in de stijl van nummers als “Battery” en “Blackened”. Zelf de zang van Hetfield doet terug wat denken aan …And ‘Justice For All’. En we zijn natuurlijk heel blij dat de harmonic passages en old skool solo’s terug zijn, wat toch wel een sterk gemis was op de vorige platen. “The End Of The Line” start met de riff die we al kenden van “The New Song”. Hier komt soms al eens een riff langs die nieuw is voor Metallica. Het enige minpunt aan dit nummer is de cleane passage, dat toch wel onpassend overkomt mijns inziens.
Met “Broken, Beat And Scarred” gaat Metallica dan weer een totaal andere kant op dan we van ze gewend zijn, maar het klinkt allemaal heel leuk en dynamisch. Dit wordt een klassieker.
”The Day That Never Comes” was de eerste single van dit album en dat wat denken aan een moderne versie van “One”. Het begint als een ballad in de stijl van “Fade To Black” en “Welcome Home (Sanitarium)”, maar gaat verder in een chaos van riffs waar je toch wel even aan moet wennen.
”All Nightmare Long” is één van mijn favorieten van het album, dat zeker live veel succes zal kennen. Dit nummer heeft gewoon alles. Lekkere riffs, een bijzonder catchy refrein, de nodige solo’s en een hoog verslavingsgehalte(wat op heel dit album van toepassing is eigenlijk).
”Cyanide” was het eerste nummer dat we te horen kregen van ‘Death Magnetic’, maar dan in een live versie. Toen leek dit nummer een topper, maar nu je het op het album hoort tussen de andere songs klinkt het een beetje als het zwakke broertje. Wel enkele lekkere riffs en een solo om u tegen te zeggen, maar de volmaaktheid van nummers als “All Nightmare Long” ontbreekt.
”The Unforgiven III” is een nummer dat ongetwijfeld voor veel reacties zal zorgen. Na een piano- en trompetintro krijgen we een nummer voorgeschoteld dat niet misstaan zou hebben op ‘Reload’, maar dan als het nummer dat net te goed was om op het album te mogen staan. Want ik vind dit een klassenummer, vooral de overgang naar de solo en de solo zelf zijn zoals ik het graag heb.
Dan is het tijd voor alweer een knaller, getiteld “The Judas Kiss”. Heavy riffs, een killer refrein en de langste solo die op heel dit album te vinden is. Heerlijk!
Met “Suicide And Redemption” hebben we er een instrumentaaltje, maar het lijkt eerder op een opgenomen jamsessie. Zelf na meerdere luisterbeurten weet dit nummer me maar niet te boeien en het kan in de verste verte niet tippen aan een “Call Of The Ktulu” of een “Orion”. Het is duidelijk dat Cliff Burton zorgde voor dat speciale element in de instrumentale nummers van Metallica. Daar kunnen we gewoon niet onderuit. En tenslotte zijn we aangekomen bij “My Apocalypse”, wat het laatste nummer van dit album is. Zelf de grootste Metallica basher moet toegeven dat weer pure klasse is!
Metallica is duidelijk terug Thrash met dit nummer, en James Hetfield klinkt soms zelf als Tom Arraya van Slayer. Kortom, een waardige afsluiter voor een album van topformaat. Metallica heeft de weg naar de Metal terug gevonden, misschien kunnen we over een goeie vijf jaar wel een album verwachten dat nóg beter is en het oude werk nóg dichter benadert. Maar een album met dezelfde kwaliteit als ‘Death Magnetic’ zou ook al heel goed zijn voor mij.

Pagina 901 van 963