logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Gavin Friday - ...
Gavin Friday - ...

Iced Earth

Something Wicked Pt II: The crucible of man

Geschreven door

Ik kon werkelijk mijn geluk niet op toen ik het fantastische nieuws las dat Matt Barlow terug ging keren naar Iced Earth. De manier waarop Jon Schaffer Tim Owens dit nieuws heeft gemeld laten we even buiten bespreking, want bij hier doet dit helemaal niet ter sprake!
The story goes on. Dit album begint waar Framing Armageddon geëindigd was: de geboorte van Seth Abominea, die de hoofdrol zal vertolken in deze saga. Na de dramatische koorintro “In Sacred Flames” komt opener “Behold The Wicked Child”, een typisch Iced Earth nummer waarbij we al snel horen dat Matt Barlow in topform is. Bij de volgende nummers “Minions Of The Watch” en “The Revealing” merken we dat Barlow zijn stem wat gevarieerder durft te gebruiken dan op een album als ‘Something Wicked This Way Comes of Horror Show’. “A Gift Or A Curse” haalt de Pink Floyd invloeden weer naar boven en deze keer mag bandleider Jon Schaffer de lead vocals tot zich nemen, wat geen slechte keuze was overigens.
Na het wat normale “Crown Of The Fallen” krijgen we “The Dimension Gauntlet”, een lekker nummer met coole riffs en op het eind keert er zelf iets terug uit “The Coming Curse”. “I Walk Alone” kenden we al vanop de single “I Walk Among You”. Het is best wel een goed nummer, maar kan ik desondanks niet tot mijn favorieten van dit album rekenen. Welk nummer ik daar zeker wel bij kan rekenen, dat is “Harbinger Of Fate”. Dit is weer zo’n typische Iced Earth ballad met een leuk meezingrefrein en er is zelf een dramatische koorpassage, wat het nummer toch iets extra’s meegeeft.
”Crucify The King” is mid-tempo, maar desonkanks lekker heavy en de instrumentale passage doet me wat denken aan “Demons And Wizards”. Aan het volgende nummer, “Sacrificial Kingdoms” moet je toch wat wennen eer het tot je door kan dringen, maar ook dit nummer is een flinke knipoog naar “Demons And Wizards”. “Something Wicked Pt. 3” vind ik het slechtste nummer van het album, het is een saai en log nummer dat we na heel wat luisterbeurten nog steeds niet weet te boeien.
Met “Divide And Devour” krijgen we het enige up-tempo nummer van deze plaat. Heerlijk! En ook weer zo’n knallerrefrein dat blijft hangen.
Vooraleer we bij de epiloog aankomen is het eerst nog tijd voor “Come What May”, een prachtig nummer dat je qua stijl en opbouw wat kan vergelijken met “A Question Of Heaven”. Hier waarschuwt Schaffer dat de mensheid de Sethians enkel maar kan overwinnen als ze in vrede en eensgezind met elkaar kunnen samen leven. Een nummer met betekenis. Ook de zang is hier weer enorm goed, vooral de hoge uithalen wat meer naar het einde toe. Om kippenvel van te krijgen!
Kortom, Iced Earth is er weer in geslaagd een goede cd uit te brengen zonder zichzelf volledig te herhalen. Wel jammer dat de verhaallijn een open einde heeft, maar dat maakt het verhaal juist realistischer.

Riffs’n’Bips Festival 2008: vijfde editie van deze aangename mix van electro en rock

Geschreven door

De organisatoren van het Riffs’nBips Festival te Mons waren aan hun vijfde editie toe van deze gezellige happening in de Lotto Expo met een evenwichtige mix van rock en electro. Volgende bands passeerden al de revue: Vive La Fête, BRMC, Millionaire, Black Strobe, Magnus, Daan, The Young Gods en Agoria. Line up dit jaar: The Von Durden Party Project, Starving, White Rose Movement, Nada Surf, Arid, Cali, Front 242 en Dr Lektroluv. Een fijne, afwisselende affiche en een succesvolle formule, die 6000 belangstellenden lokte…bijna 3000 meer dan vorig jaar. Een groots succes.

Als aanzet naar de ‘grotere’ namen, werd de namiddag aangevat met The Von Durden Party Project, een beloftevol bandje die met de plaat ‘Death Discotheque’ een energieke, bedreven melodieuze rocksound spelen, ergens tussen Subways, Franz Ferdinand en Arctic Monkeys. Trouwens, om de hoek schuilde de Britpop van Blur. Kwalitatief songmateriaal van een groep die op zoek is naar een eigen identiteit.

Het andere Waalse bandje Starving, uit de eigen streek trouwens, liet de ‘80’s wave over zich heen waaien in hun melodieus traag slepende rocksongs. In de spotlights stond de zangeres Claudia die zich als een jongere Jo Lemaire of Alison Shaw (The Cranes) onderscheidde met haar hemelse vocals.

Ook het Britse White Rose Movement liet zich inspireren door de ‘80’s synthirock van The Human League, Depeche Mode en New Order, en de dreigende sounds van The Cure, Bauhaus, Killing Joke en Joy Division. Een aanstekelijke sound met een pompend beatje.

Het sympathieke New Yorkse Nada Surf, onder zanger /componist Matthew Caws, is erg populair bij onze Waalse vrienden. Hun ‘alternative emotional vier minuten collegerock’ was net als het Gentse Arid een aangename verfrissing binnen die electrowave. Spijtig genoeg wordt de band te pas en te onpas gelinkt aan hun wereldhitje “Popular”, die ze vrij vroeg in hun set speelden. We hoorden een gevarieerde set van gitaarrock ‘met ballen’, droom’bubblegum’pop en liefdesliedjes. Snedig, hapklaar en meezingbaar! Van het sfeervolle “Inside of love”, “Always love” en “Weightless” naar de groovende rockers “Hi-Speed soul” en “Fuck it”. Caws babbelde in het Frans alsof het een koud kunstje was, wat sterk werd geapprecieerd.

En Arid kon die emotievolle rockaanpak van Nada Surf rustig verder zetten. Jasper en z’n crew zijn terug ‘alive & kicking’, na de solo uitstap van de zanger en diens langdurig herstel van toxoplasmose. Ze hebben de langverwachte opvolger klaar ‘All things come in waves’ na ‘All is quiet now’ (’02).
Na de stevige recente rockers “When it’s over” en “Tied to to the hand”, bekoorde het kwintet alvast de jonge meisjesharten met hun instant klassiekers “Too late tonight” en “Believer”. Ze speelden een stomende set, waarbij sommige broeierige nummers als “You are”, “Body of you “ en “Why do you run” ietwat krachtiger klonken. De vocals van Jasper mogen dan uniek hoog zijn, ze blijven beperkt, wat het geheel nerveus en vervelend maakt! Arid maakte een goede act de présence in Wallonië met hun romantische zieltjes pop!

De Franse zanger Bruno Cali, uit Perpignan met Catalaanse roots, is in Vlaanderen een nobele onbekende, maar de man is een echte rockster in Frankrijk en Wallonië. Franse aanstekelijke rock met een sectie blazers afgewisseld met enkele intieme songs. Cali was een podiumbeest en groots entertainer … een beetje onze Vlaamse Bart Peeters. Hij flirtte met stijlen, reeg medleys aan elkaar en toonde politiek engagement. Een hyperkineet! Muzikaal niet direct my cup of tea, maar respect voor deze ‘charme’zanger.

Topact van het vijfde Riffs’n’Bips Festival was het Brusselse Front 242, een invloedrijke en baanbrekende band (opgericht in ’81 btw!) binnen de huidige dance/electro/techno/industrial scene; de gedroomde closing act van de organisatie.
Hun electronic body music kon rekenen op een trouwe fanschare.Net als op FihP te Oudenaarde zagen we hen een uitgebalanceerde set spelen; een dynamisch kwartet die het publiek opzweepte en hen onderdompelde van het pompende “Take-one” en “Welcome to Paradise” naar de trance van “Moldavia”. En met songs als een “Religion” en “Headhunter” naar een schitterende finale afstevende. Vooraan slaagden die-hards erin om te pogoën als in hun oude dagen! Spijtig dat het na een klein uur al gepasseerd was en dat sommige klassiekers in de koelkast bleven.

De pulserende, monotone techno- en electrobeats van Dr. Lektroluv, -the man with the green mask -, in maatpak, wit hemd, strik, grote bril en koptelefoon (een hoorn van een oude telefoon!) in de hand, mochten op overtuigende wijze het feestje tot vroeg in de morgen besluiten.

Organisatie: Riffs’n’Bips, Mons

The Musical Box

The Musical Box Performs Genesis – ‘A Trick Of The Tail’ Tour: Legaal en met

Geschreven door

In 1974 bracht Genesis het dubbelalbum ‘The Lamb Lies Down On Broadway’ uit. Deze conceptplaat in de ware zin van het woord mag algemeen beschouwd worden als een hoogtepunt in de progressieve rockgeschiedenis maar de keerzijde ervan was dat dit muzikaal knappe werkstuk meteen de aanleiding vormde voor het vertrek van frontzanger Peter Gabriel en daarmee een tijdperk binnen de groep moest worden afgesloten.
Over het waarom en hoe Peter Gabriel het besluit nam om het jaar nadien Genesis te verlaten en zijn weg solo verder te zetten, is al voldoende geschreven maar aan de directe basis lagen onder meer de moeilijke zwangerschap van zijn vrouw en de geboorte van hun eerste kind, het feit dat Gabriel minder en minder compromissen wou sluiten met de andere groepsleden en hij toe was aan het verkennen van nieuwe horizonten, zoals onder meer het laten verfilmen van het verhaal van ‘The Lamb Lies Down On Broadway’ (een project dat trouwens nooit werd gerealiseerd). Gabriel werkte uit loyaliteit weliswaar nog de 102 shows van de met het album gepaard gaande tournee af, maar daarna zei hij de band vastberaden vaarwel.
Omdat Gabriel niet alleen de zanger maar door zijn excentrieke look eigenlijk ook het boegbeeld van de band was, lag op ieders lippen de vraag hoe de band hierop zou reageren en of Genesis nog wel een commerciële maar vooral ook een artistieke toekomst had. Even werd overwogen om als instrumentale groep verder te gaan maar uiteindelijk werd besloten dat de vocalen voortaan voor rekening zouden komen van de drummer, zijnde Phil Collins. Niet dat deze stond te springen om de plaats van Gabriel in te nemen, maar na tal van mislukte audities bleek hij gewoon de beste oplossing te zijn.
Er werd niet getalmd en tegen eind van hetzelfde jaar 1975 werd nog een nieuwe plaat, ‘A Trick Of The Tail’ afgewerkt. Ondanks de vele twijfels betekende het 7de studioalbum van de band een schot in de roos. De plaat verkocht niet alleen dubbel zoveel als haar voorgangers, ze werd ook nog eens erg goed ontvangen door de critici. Ook de bijhorende tournee (1976) kon de fans bekoren.

Jammer genoeg voor het Belgische publiek deed Genesis daarbij indertijd ons land niet aan maar hierin is 32 jaar later verandering in gekomen. Afgelopen weekend werd namelijk de show tweemaal in België opgevoerd, op zaterdag in Luik en de avond nadien ook in Brussel. Niet door Genesis zelf voor alle duidelijkheid, maar wel door het in Canada opgerichte The Musical Box (inderdaad, genaamd naar de gelijknamige track uit het album ‘Selling England By The Pound’).

Sinds 1993 legt deze groep zich toe op het uitvoeren van de shows die Genesis tijdens het Peter Gabriel tijdperk opvoerde. Hen daarbij een gewone tributeband noemen, zou te simplistisch uitgedrukt zijn, temeer daar The Musical Box zo gedetailleerd te werk gaat dat niet alleen de nummers vlekkeloos nagespeeld worden maar ook de kostuums, de decorstukken, de belichting en zelfs iedere beweging en bindtekst een perfecte en vlekkeloze kopie is van wat de echte Genesis tientallen jaren terug op de planken brachten. Daarbij kan zelfs gerekend worden op de volledige steun en medewerking van Genesis zelf, in die mate dat The Musical Box als enige een beroep mag doen op originele stukken uit het archief van de groep. Tot welk prachtig resultaat dit kan leiden, heeft ondergetekende nog eind vorig jaar mogen ondervinden toen The Musical Box de zogenaamde Black Show van de ‘Selling England By The Pound’ tournee kwam naspelen.
Sinds dit jaar heeft de groep een nieuwe uitdaging aangegaan door voor het eerst in haar bestaan ook een show na te spelen van het Phil Collins tijdperk. De keuze viel daarbij dus op - de chronologie in acht nemend - de ‘A Trick Of The Tail’ tour.
En opnieuw werd er op hoog niveau gemusiceerd. David Myers (Tony Banks), keyboards, mellotron en 12-string gitaar; François Gagnon (Steve Hackett), 6- en 12-string gitaar; Gregg Bendian (Bill Bruford, ex-Yes en King Crimson), drums en percussie; Sébastien Lamothe (Mike Rutherford), bass (pedals) en 12-string gitaar en Denis Gagné (tijdens de tournee afgewisseld door Marc Laflamme voor de drumpartijen) (Phil Collins), zang, tamboerijn en percussie, brachten de nummers alsof de ware Genesis aanwezig was en bezorgden de fans een opwindende trip naar het verleden.
Qua setlist vanzelfsprekend geen verrassingen omdat ook deze integraal gevolgd werd. Bijgevolg werd er aangevat met het openingsnummer van het album ‘A Trick Of The Tail’, “Dance On A Volcano”, om nagenoeg exact twee uur later af te sluiten met “It” dat verweven werd met een instrumentale versie van “Watcher Of The Skies”.
Er waren af en toe wel wat verkleedpartijen en er werden projecties getoond (zoals onder meer tijdens “Robbery, Assault & Battery” waar in de clip de originele leden van Genesis een rol vertolken), er was een tapdansende Phil Collins (Denis Gagné) tijdens het bij Led Zeppelin aanleunende “Squonk”, maar algemeen bekeken is deze tournee natuurlijk minder theatraal en visueel dan de vorige. Wel vielen deze keer de groene laserstralen (zelfs letterlijk) in het oog tijdens het meer dan twintig minuten lange “Supper’s Ready” (uit ‘Voxtrot’). De lasers verwezen niet alleen nog maar eens naar de meer mysterieuze voorstellingen tijdens de periode met Peter Gabriel, het betrof indertijd zelfs de eerste lasershow ooit door een rockgroep gebracht tijdens een concert.
Nummers die verder in het bijzonder te vermelden zijn, waren onder meer het prachtige “Entangled”, voorzien van mooie harmonieën en zacht door François Gagnon en David Myers bespeelde 12-string akoestische gitaren om uiteindelijk door de mellotron van Myers tot een bombastische finale te leiden, “Firth Of Fifth” en het verhalende “The Cinema Show” (allebei uit ‘Selling England By The Pound’), alsook natuurlijk het instrumentale “Los Endos” dat altijd een live favoriet is gebleven in de geschiedenis van Genesis en dat – zoals “The Cinema Show”– gekenmerkt werd  door een dubbele drumpartij.
De zang van Denis Gagné was bij momenten (nog) iets teveel Gabriel gericht (en dat zou dus niet de bedoeling mogen zijn) maar feit is dat The Musical Box er nog steeds met bravoure in slaagt om het publiek de shows die Genesis indertijd bracht, te laten (her)beleven.

Wat het volgende project behelst, wist zelfs de groep nog niet te vertellen maar ze gaven zijdelings wel te kennen zin te hebben om nog eens opnieuw de tournee van ‘The Lamb Lies Down On Broadway’ te brengen. Mocht dit inderdaad het geval zijn, dan herhaal ik gewoonweg de tip van vorig jaar. Aan wie houdt van Genesis en/of liefhebber is van progressieve en symfonische rock, kan The Musical Box en het spektakelstuk dat ze brengen, sterk aanbevolen worden.

Setlist: Dance On A Volcano, The Lamb Lies Down On Broadway, Fly On A Windshield, The Carpet Crawlers, The Cinema Show, Robbery, Assault & Battery, White Mountain, Firth Of Fifth, Entangled, Squonk, Supper's Ready, I Know What I Like (In Your Wardrobe), Los Endos, It / Watcher Of The Skies

Organisatie: Spirit Of 66, Verviers

Motek

Met Motek een sfeervolle, ‘Duystere’ avond

Geschreven door

Er zit iets in het Vlaamse kraantjeswater dat talentvolle postrock en emo bandjes voortbrengt. De Cactus bracht vanavond een mooie selectie nieuwe talenten die aantoonden dat er iets aan het bewegen is en we wellicht van een Vlaamse underground scène kunnen spreken. Eat your heart out Holland!…HmmHmm …

Moses zijn een viertal uit Zedelgem, die al sinds 2004 bezig zijn en dit jaar een EP’tje uit hebben. (Check it out op http://www.myspace.com/thebandmoses). Ze hadden een aantal knap verlichte wereldbollen meegebracht en speelden hoofdzakelijk instrumentale, sfeervolle uitgesponnen nummers. Vooral naar het einde van de set hielden ze onze aandacht vast met epische, melodieuze songs. We raden ze aan in die richting door te gaan, omdat dit in het postrock genre de enige manier is om op te vallen tussen de vele Europese en Amerikaanse bands die door bands als Mogwai, Explosions in the Sky en andere beïnvloed zijn.

Penguins know why komen dan weer uit het Meetjesland, hebben een EP uit (verkrijgbaar aan de toog van Bilbo records), en tappen uit een heel ander vaatje. Hier kregen we geen postrock, maar noise en emo. De zanger vroeg bij de soundcheck of het luid genoeg stond, en daarna vlogen ze door de nummers van hun EP. Bij vlagen deden ze mij aan At-the-drive in denken, of aan Sonic Youth in hun meer punky nummers. Goe bezig!

Het was de tweede keer dat ik Motek kon zien dit jaar. In de MaZ kwamen ze sterker over dan deze zomer in de Wablief tent op Pukkelpop; de multimediale aanpak werkt gewoon beter in een concert zaal. Hoewel Motek duidelijk melodieuze postrock speelde, deden ze mij in hun aanpak nogal aan Tool denken: de interactie met het publiek is minimaal; en het zijn vooral de nummers en de visuals die het publiek naar een andere wereld voeren. Zo kregen we beelden van lichamen in een aquarium, die me sterk aan de op formol bewaarde mensenhaai van Damien Hirst deden denken. Hoogtepunten waren natuurlijk de single “Tryer” en het afsluitende “I am your son” van een eerdere EP, waarin Motek zijn duivels ontbond.

Playlist Motek: Swallow, Maybe, Combi collina, Epoxy, Ponderosa, Resist, Another seaman song, Immer blei, Tryer, Corvo, I am your son

Een sfeervol en geslaagd avondje Belgische Underground!

Organisatie: Cactus Club, Brugge

De Jeugd Van Tegenwoordig

Leuven, laat je hóóren

Geschreven door

Vieze Fur, P. Fabergé en Willie Wartaal …velen zullen het horen donderen in Keulen maar als ik “Watskeburt” uitspreek, dan rinkelt er een belletje! Met dat nummer uit hun debuutalbum ‘Parels voor de zwijnen’ uit 2005 stak De Jeugd Van Tegenwoordig meteen het vuur aan de lont. Ze zijn de smaakmaker bij de jongeren en zetten de toon voor een uur onvervalste, Hollandse ambiance. De jongeren zongen de refreinen luidkeels mee, hoe onverstaanbaar ze soms ook waren, en dansten het zweet van hun lijf op de clubbeats die de Neger des Heils, aka Majoor Vlosshart uit zijn synthesizer toverde.
Wat in 2005 leek af te steven op een ‘one hit wonder’ is nu drie jaar laten een hechte rapband geworden, die kan rekenen op een trouwe aanhang. Een uitverkocht bordje ging dan ook aan de deur van Het Depot.
Naast “Watskeburt” waren “Wopwopwop”, ”Kerk (wat werden hier bidhandjes gemaakt!)” en “Hollereer”, uit het recente ‘De machine’ hoogtepunten in dit uurtje fun. De drie MC’s porden aan tot handjeszwaaien, besprenkelden de eerste rijen fans met Red Bull, jutten hen op tot skydiven en prikkelden met de “Hollands Hoeren” bindtekst. Op het eind dook zelfs de 130kg van Willie Wartaal het publiek in.
Vunzige, sloganeske taal die wat achterhaald klinkt, maar net die ongedwongen eenvoud en de pretentieloze attitude sierde hen. Vier Hollandse lefgozers die zichzelf een weg banen tussen soul, hiphop, r&b en drum’n’bass, wist aan te slaan bij ‘de jeugd van tegenwoordig’, en zette Het Depot op z’n kop met hun praktisch onverstaanbare raps en simpele ‘beatjes’!

Het publiek werd opgewarmd dor de hits’n’beats van Mixfitz en met de DJ set van Willie Wartaal himself, de kers op de taart van een geslaagd avondje “Leuven, laat je hóóren…”.

Organisatie: Het Depot, Leuven

Steak Number Eight

Een avondje brute power met Pelican, Torche en Steak Number 8

STEAK NUMBER EIGHT: Toch ronduit verbijsterend dat zulke jonge snaken zo een verpletterende sound teweegbrengen. Volgens ons is het volkomen terecht dat die gasten Humo’s Rockrally hebben gewonnen, ook al hebben we dan de rest niet gehoord of gezien. En wat ons betreft hebben ze vanavond in Le Grand Mix ook de eerste prijs ‘simultaan headbangen’ weggekaapt, drummer inclusief. De muziek zouden we durven omschrijven als bulldozerrock met brains, dus geen hersenloze metal maar een fijne variant ervan, sommigen hebben het over post-metal (hardrock voor facteurs, denkt u dan, maar dat is het niet echt –sorry voor de flauwe woordspeling, ik kon het echt niet laten), het gaat vooral om brute power met af en toe een welkome adempauze. Ze teren echter niet op hun rockrally-succes en hebben ook een tweetal nieuwe nummers gebracht die je , ook niet als postboderocker,  meteen naar de strot grijpen. Onze Brent (zanger/gitarist) mocht gezellig zijn gitaar mishandelen en zoals gewoonlijk enkele snaren naar de filistijnen helpen.
Trouwens, onze steaks komen er vlotjes voor uit dat Isis, Godspeed en Mogwai hun grote voorbeelden zijn en dat is er duidelijk aan te horen, maar dat mag, want Isis en co zijn fantastisch en dit getuigt van een goede smaak. Verder hoorden wij ook flarden Karma To Burn en zelfs The Smashing Pumpkins in het heetst van hun dagen (era ‘Siamese dream’). Het blijft natuurlijk iets voor de liefhebbers van het genre want, maak u geen illusies, zowel Isis als Steak Number Eight zal u nooit of te nimmer op de radio horen, zelfs niet op Studio Brussel. U bestelt dan maar beter Steak Number Eight hun voortreffelijke debuutplaat via Myspace (een recensie kan u hier op uw gemak nog eens gerust nalezen op deze site). We zagen ook de heren van Torche en Pelican tijdens het concert goedkeurend knikken naar deze jonge West-Vlaamse kids van gemiddeld zestien. Een beter compliment kan het achtste biefstuk niet krijgen.

Ook TORCHE zal u niet gauw bespeuren op de radio. Dit viertal grossiert eveneens in een soort lome en zware metal maar houdt de songs vooral kort. Helmet, maar dan met gitaarsolo’s, daar moesten wij nu eens aan denken zie. Toch was deze set niet zo geslaagd als de laatste cd ‘Meanderthal’ deed vermoeden omdat de zang er maar heel flauwtjes doorkwam en het geheel een beetje te veel als een compleet dichtgeplamuurde brei klonk. De gitarist was de enige met lang haar, waarin hij dan weer overdreef, en speelde met de klassieke metal gitaarposes, zijn midlife crisis bevechtend. Maar slecht ? nee, dat hoort u ons niet zeggen.

PELICAN moest zich helemaal niks aantrekken van zangproblemen, omdat er in hun muziek gewoonweg niet gezongen wordt. De band klonk gelaagder, iets subtieler en vernuftiger dan hun twee voorgangers van vanavond, doch hard en zwaar was het alweer. Pelican is de Mogwai van de metal, als u zich daar ergens iets kan bij voorstellen. Wij vonden het allemaal bijzonder indrukwekkend en imposant, net als op hun laatste plaat ‘City of Echoes’. Pelican’s laatste song was een minutenlange formidabele bijtende gitaareruptie, gebaseerd op het eeuwenoude –nou ja- hippie-esk schemaatje in de E D A – akkoordjes, de perfecte apotheose van een geslaagde avond heavy rock. Geen voer voor facteurs.

Organisatie: Grand Mix, Tourcoing

Stephen Stills

Stephen Stills: invloedrijke artiest gehinderd door stem

Geschreven door
Afgelopen maandag stond met de in Dallas geboren Stephen Stills een – gelukkig nog - levende legende uit de rock- en folkgeschiedenis op de planken van de AB. De muzikale piekmomenten van deze inmiddels 63 jarige singer-songwriter zijn in de eerste plaats te situeren tussen eind de jaren ’60 en begin de jaren ’70 toen hij niet alleen deel uitmaakte van de spraakmakende, invloedrijke groepen Buffalo Springfield en Crosby, Stills & Nash (&Young), maar daarnaast ook enkele prachtige soloplaten op zijn naam heeft staan, die niet alleen op de appreciatie, maar nog belangrijker op de medewerking van grootheden als Jimi Hendrix en Eric Clapton konden rekenen.
De laatste twee decennia is het werk dat Stills heeft uitgebracht van een veel minder consistent niveau. Zo was de ‘comeback’ plaat ‘Man Alive!’ uit 2005, erg degelijk maar niet te bestempelen als een klassieker.
Interessantere feiten waren er vorig jaar te noteren. Zo verscheen half 2007 het album ‘Just Roll Tape: April 26th, 1968’, een verzameling songs die Stills 40 jaar geleden solo en akoestisch opnam na een Judy Collins sessie en die nadien uitgewerkt terug te vinden zouden zijn op diverse platen. Ondanks de wat minder geluidskwaliteit, is het een waardevol tijdsdocument dat de diverse grootse nummers in hun eenvoud laat horen en dat door de fans enthousiast onthaald werd. Minder opbeurend nieuws volgde enkele maanden later toen Graham Nash liet weten dat er bij Stills prostaatkanker vastgesteld werd. De muziekwereld hield de adem in en in januari van dit jaar werd hij geopereerd. Gelukkig met succes. In die mate zelfs dat de tournee verder gezet werd en ook België mocht rekenen op zijn bezoek.
Net zoals wat zijn (ex-)kompaan Neil Young bij zijn recentste zaalconcerten deed, deelde ook Stills zijn set op in enerzijds een akoestisch gedeelte, gevolgd door elektrisch uitgevoerde versies van zijn nummers. Qua concept en idee was dit veelbelovend. Maar waar het bij die Canadese grootmeester wel lukte, blijkt dit dezer dagen veel minder goed uit te pakken bij Stephen Stills. Dit is niet te wijten aan zijn zo gereputeerde gitaarspel (het Amerikaanse tijdschrift Rolling Stone verkoos hem in 2003 namelijk niet voor niets als 28ste beste gitaarspeler ooit) maar wel aan zijn stem.

Uit Amerika ontvingen we al dreigende geruchten van het twijfelachtige niveau van de shows die Stephen Stills bracht, in de eerste plaats dus te wijten aan zijn bij momenten erbarmelijk toononvast geworden stem. En ja, om meteen duidelijk te zijn. Dit bleek ook in Brussel het geval te zijn.
Toen hij tien minuten eerder dan voorzien het podium op kwam en begeleid door zijn band, “Helplessly Hoping” inzette, bleek dit al meteen erg duidelijk een euvel te worden. Stephen Stills lachte dit aanvankelijk nog wat weg met de mededeling dat de voorbije show en het verblijf in Parijs heel wat inspanningen gevergd hadden en dat als zijn stem al na één dergelijke show zo klinkt, hij het nut van tijdens een tournee sober te blijven, niet inzag. Maar er is zeker meer aan de hand. Het rockbestaan is zijn tol aan het eisen en zijn voorbije ziekte en operatie zullen daar zeker ook niet in goede zin aan bijdragen.
Stephen Stills is nooit dé uitmuntende zanger geweest maar het was bij momenten pijnlijk om zien en vooral om horen hoe de hogere noten gewoon niet meer gehaald werden en er bij nagenoeg ieder nummer een duidelijke zucht van verlichting kwam van hem dat het nummer afgerond was.
Het was niet dat hij er geen zin in had of zijn show als een bepaalde verplichting afwerkte. Integendeel zelfs, Stephen Stills speelde erg gedreven en geconcentreerd en er kon genoten worden van zijn utstekende, vlugge gitaarspel dat duidelijk intact is gebleven. Bovendien was hij uitermate goedgezind, in voor een babbel en het enthousiasme was overduidelijk aanwezig maar het kostte hem fysisch zoveel moeite. Dit werd des te duidelijker toen meteen na het openingsnummer de nummers solo en enkel akoestisch begeleid op gitaar werden gebracht.
”Blind Fiddler Medley” werd nog pakkend gebracht en “Johnny’s Garden” (een nummer indertijd uitgebracht in samenwerking met een andere bijzondere groep, Manassas) klonk goed. Maar daarmee hebben we het zowat gehad voor wat betreft het akoestische gedeelte. “Treetop Flyer”, “Girl From The North Country” (een Bob Dylan cover), “Change Partners”, “4+20”, en “Daylight Again / Find The Cost Of Freedom” klonken onzuiver en hortend. Ook het sublieme “Suite: Judy Blue Eyes”, geschreven voor en over zijn toenmalige ex-liefje, de folkzangeres Judy Collins en indertijd nog erg knap uitgevoerd tijdens het legendarische Woodstockfestival, kon niet bekoren. Door de inbreng van de band kreeg deze klassieker wel nog een stevige finale en werd het publiek een motief toegeschoven om naar het tweede, elektrische deel van de set uit te kijken.
Na een korte pauze verschenen Stephen Stills en zijn bandleden, Todd Caldwell (keyboard) en oude getrouwen Joe Vitale (drums) en Kenny Passarelli (basgitaar), op de planken om er meteen stevig tegen aan te gaan met het swingende “Love The One You’re With” (afkomstig van Stills’ solodebuut uit ‘70).
Verrassend was dat vanuit een bewondering voor Tom Petty vervolgens een potige versie werd gebracht van diens “The Wrong Thing To Do”, terug te vinden op het eerder dit jaar uitgebrachte album van de opnieuw bij elkaar gebrachte band Mudcrutch.
Wat nadien volgde, was gitaar- en bluesrock uit de oude doos. Stills liet zich niet onbetuigd en nam enkele solopartijen voor zijn rekening (vooral tijdens “Isn’t It About Time”), daarbij steeds geruggensteund door de drie strak musicerende bandleden.
Net zoals gedurende het eerste deel werd vervolgens gegrossierd uit het omvangrijke oeuvre van Stills, gaande van nummers van hem als soloartiest (het door Stills aan de piano vertolkte “Ole Man Trouble”), Crosby, Stills & Nash (“Dark Star”), The Stills-Young Band (“Make Love To You”) en Buffalo Springfield (“Rock n’ Roll Woman” en het onvermijdelijke “For What It’s Worth”). Wat dit laatste betreft, bracht de uitvoering ervan in Brussel niet de verhoopte magie. Het psychedelische effect werd totaal meegesleurd in een bluesgetinte gitaargolf en ook van de zo fameuze, uit de duizend herkenbare intro was geen enkel spoor terug te vinden. Dezelfde sfeer uit de jaren ’60 terughalen is ondoenbaar en ook geen vereiste, maar nu ademde het nummer zelfs geen sfeer uit. Weg kans om er alsnog een onvergetelijke afsluiter van te maken. Ook de toegift “Wounded World” (uit Man Alive!) dat verweven werd met “Rocky Mountain Way”, een nummer van Joe Walsh, kon daar geen verandering in brengen.

Er werd de gehele avond door het publiek steeds vriendelijk geapplaudisseerd en uitbundig gereageerd op het inzetten van al die klassiekers, maar we hadden toch de indruk dat het vooral te maken heeft met het respect voor deze artiest die ons al zoveel schitterende momenten heeft geschonken. Misschien werd er wat teveel van verwacht, maar wat ondergetekende betreft, was het concert van Stephen Stills in de AB verre van om in te lijsten en te koesteren. Het had zijn momenten maar de teleurstelling kreeg duidelijk de bovenhand. Volgende keer toch maar weer de twee heren Crosby & Nash meenemen op tour? En waarom dan ook niet meteen een uitnodiging sturen naar die legendarische Canadees?

Organisatie: Live Nation


Endless Boogie

Focus Level

Geschreven door

Kan een groepsnaam ooit beter gekozen zijn ? Deze New Yorkers noemden hun band naar een plaat van wijlen John Lee Hooker en zitten er hier mee patat op. Eindeloze boogie in songs die zonder moeite de 10 minuten grens overschrijden. Lange lellen , prettig gestoorde jams voorzien van geschifte vocals, denk hierbij aan Captain Beefheart of aan een ontspoorde Mick Jagger. Wat dacht u hiervan : 10 songs, 80 minuten !! Moordend  slepende brokken als “Executive Focus” en “The mainley vibe”, hypnotische en bezwerende trips met kronkelende gitaren die steeds dieper in uw aderen sluipen. We hebben het de laatste tijd niet veel bands weten doen, met uitzondering van de geweldige Black Mountain dan, of Brightblack Morning Light misschien, maar dan beschouwen deze laatste toch wel als de light versie van Endless Boogie.
Opener “Smoking figs in the yard” is zowat de strafste dirty rocker die we dit jaar al gehoord hebben, de vuilste Stones die in een samenzwering met Captain Beefheart de duivel oproepen en de meest smerige gitaren die van geen wijken willen weten. Endles Boogie bedient zich verder van een soort desert boogie in “Gimme the awesome”, alsof Kyuss zich aan de blues waagt. Op “Steak rock” is een AC/DC riff in de koffiemolen blijven haperen en is dat uitgegroeid tot een sluimerende motherfucker van een song.
“Coming down the stair” is Status Quo op hun smerigst en in “Jammin’ with top dollar” wordt Canned Heat’s “fried hockey boogie” nog eens overgedaan maar dan onder invloed van een kilo spacecake en liters Jack Daniels. Wat er met ZZ Top zou gebeurd zijn als die samen met Captain Beefheart drie dagen aan een stuk onophoudelijk aan de drank, drugs en slechte wijven hadden gezeten hoort u op de 16 minuten-lange LSD trip “Low life”, waarin de groep klinkt alsof ze iets voorbij halverwege de song in slaap tuimelen en ondertussen de meest fantastische klanken uit hun gitaren blijven rollen.  De zanger  gorgelt, kreunt en gromt meer dan ie zingt, stel u min of meer een gedrogeerde brulkikker voor met een voorliefde voor dirty rock’n’roll en mean ass blues. De plaat eindigt met een vlammend  “Move back”, zowaar een song van minder dan drie minuten die rockt als de beesten (ratelslangen, pitbulls en hondsdolle bizons).
Geweldige plaat is dit, maar als u niet van lange uitgesponnen geschifte seventies rock en ontspoorde bluesjams houdt dan blijft u hier beter af. Wij daarentegen zijn er compleet zot van.

Katra

Beast Within

Geschreven door

Katra heeft een goed jaar achter de rug. Na het succes van hun single “Sahara” volgde hun debuutalbum en een tour door Finland. Daarna kregen ze nog eens een aanbod van platenlabel Napalm Records ook. Met dat label hebben ze een nieuw album opgenomen, getiteld ‘Beast Within’.
De Finse Gothic Metal formatie is trouwens niet genoemd naar de gerechtsdeurwaarder van de Nationale Loterij, Meester Katra, maar naar zangeres Katra Solopuro. Wat wel vaker het geval is bij dit soort bands…
Starten doen we met “Grail Of Sahara”, wat mijns inziens toch een ietwat saai nummer is dat me niet kan boeien. Ook Katra’s stem heeft me nog niet weten vast te grijpen, ondanks het feit dat ze soms wat klinkt als een kruising tussen de huidige en vorige zangeres van Nightwish. Het is altijd zo geweest en zal altijd zo blijven, elke Gothic Metal zangeres zal worden vergeleken met Tarja Turunen. Daar kunnen we nu éénmaal niet onderuit. “Forgotten Bride” is ook zo’n tamelijk rustig nummer met de typische Gothic Metal sfeer. Na het al even middelmatige “Beast Within” wordt het tijd voor wat zwaarders. “Fade To Gray” begint lekker heavy, maar weet me toch niet bij de strot te grijpen. Had Katra de zanglijnen wat anders aangepakt, dan kon het nummer mij misschien nog overtuigd hebben.
”Swear” begint als het nummer waar ik op zat te wachten, met een tamelijk folky intro. Dit is het beste nummer tot nu toe. Het enige minpuntje is de zang in de strofes, die naar mijn mening toch wat hoger of gevarieerder had mogen zijn. Na een zeikerig “Promise Me Everyting” komt “Mystery”, wat ook tot de betere nummers van dit tot nu toe heel middelmatig album behoort.
Eigenlijk hoef ik niet verder meer te gaan. Ook de rest van het album kan mij maar niet overtuigen. Dit is een heel middelmatig en ongeïnspireerd album dat beslist geen luisterbeurt waard was. Fans van Gothic Metal, ga jullie nog wat gaan amuseren met een plaat van Epica, After Forever of Within Temptation. Dit geval kunnen jullie gerust links laten liggen, tenzij jullie nog een onderlegger nodig hebben natuurlijk.

Shearwater

Rook

Geschreven door

Een interessante plaatje is afkomstig van Shearwater, rondom zanger/componist Jonathan Meibur en Will Sheff, die vroeger deel uitmaakten van het onvolprezen Okkervil River. Shearwater is een beminnelijke band, die doet denken aan Beirut door gevoelige, breekbare en sfeervolle indiefolk/americana te spelen, onder de hoge vocals van Meiburg. De band is vernoemd naar een zeevogel, want Meiburg houdt zich naast liedjesschrijven graag bezig met vogels bestuderen.
Shearwater biedt kleurrijke songs, “Leviathan, bound” en “The hunter’s star”, die klinken als een Elbow, door de strijkerpartijen, blazers, xylo en piano. Een intieme aanpak horen we op “I was a cloud”, “Home life” en de titelsong. Of je word wakker geschud met “Century eyes, een stevige rocker. Opvallendste nummer is “The snow leopard”, een aan Radiohead gelinkte song door de intens broeierige opbouw en sterke vocals.
’Rook’ is een toegankelijk overtuigend plaatje van een band die het verdient door te breken …

Pagina 902 van 963