logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Stereolab
Suede 12-03-26

Queen + Paul Rodgers

Queen feat. Paul Rodgers: Queen viert overwinning samen met Paul Rodgers in Sportpaleis

Geschreven door

Afgelopen dinsdag stond de Engelse Rockband Queen in een goed gevuld Sportpaleis. De band heeft naar schatting 300 miljoen albums verkocht en behoort nog steeds tot een van de meest succesvolste bands aller tijden. Eind 1991 stierf de wereldbefaamde frontman van deze band en zo kwam er definitief een einde aan de vaste groepsbezetting die sinds 1971 dezelfde was gebleven. Na het overlijden van zanger Freddie Mercury onttrok ook bassist John Deacon zich uit het publieke leven waardoor slechts gitarist Brian May & drummer Roger Taylor onder de naam Queen doorgingen. Sinds 2000 gaven May & Taylor regelmatig acte de présence op verschillende festiviteiten. Maar de heren kwamen vooral in de publiciteit door het uitbrengen van re-recordings en het restylen van oude songs. Pas in 2004 is er de vernieuwde samenwerking met Free & Bad Company zanger Paul Rodgers. In 2005 ging de band als Queen + Paul Rodgers toeren doorheen Europa. De tour was zeer succesvol en Rodgers werd als vaste frontman ingelijfd. Midden deze maand verscheen het nieuwe studioalbum (het eerste in twaalf jaar!) ‘The Cosmos Rocks’ onder de naam Queen + Paul Rodgers met daarop aansluitend een nieuwe Europese tournee.

Queen zonder Freddie Mercury is Queen niet meer hoor ik U al zeggen. Deels klopt deze stelling natuurlijk wel maar naar mijn mening is zanger Paul Rodgers in staat om de zware erfenis van de band met veel eerbied opnieuw live tot bij de fans te brengen. Rodgers is allesbehalve een imitatie van Mercury. Hij beschikt over een totaal ander stemgeluid en heeft ook niet dat extravagante van Freddie. Rodgers is echter wel een van de allerbeste Classic Rock zangers en verdiende zijn sporen bij bands als Free & Bad Company. Vele fans moeten er net zo over gedacht hebben want vele Queen fans van het eerste uur vonden de weg naar het Sportpaleis. Trouwens de ziel van Mercury was in het Sportpaleis uitdrukkelijk aanwezig…..je voelde hem, je hoorde hem, je zag hem.

Het concert opende met een erg bombastische visuele intro. Na al dat gedonder en geknetter werd er geopend met “Surf’s Up….School’s Out”, een nieuwe track uit het nieuwe album. Naast May, Taylor & Rodgers stonden ook nog Spike Edney (Keyboards/Vocals), Jamie Moses (Guitar/Vocals) en Danny Miranda (Bass Guitar/Vocals) op het podium. Stuk voor stuk echte rasmuzikanten! Het podium werd vrij klassiek opgebouwd met een catwalk tot in het midden van de zaal. Tevens werd er gebruik gemaakt van een indrukwekkende lichtshow samen met enkele prachtige, goed gedoseerde videoprojecties. In de openingsfase waren er nogal wat technische geluidsproblemen. Microfoons deden het niet en ook de eindmix was niet al te best, maar vanaf “Fat Bottomed Girls” werd de juiste balans gevonden en ging de zaal een eerste keer massaal uit de bol. “Another One Bites The Dust”, commercieel gezien Queen’s grootste hit, werd met veel enthousiasme uitgevoerd. Rodgers dankte het Sportpaleis voor ‘the beautiful singing’.
Nog meer vuurwerk volgde met “I Want It All” & “I Want To Break Free”. Vertrouwde songs die toch een tikkeltje anders klonken doorheen de stembanden van Rodgers.
Hierna verwelkomde Brian May ons en hij liet meteen ook weten dat reeds drie mensen (waar ik er een van ben) het nieuwe album hadden aangekocht. De nieuwe single “C-Lebrity” volgde maar het publiek reageerde hier toch een stuk terughoudender op
. Daarna was het beurt aan elk lid om zich in de kijker te spelen. Paul Rodgers deed dit met een akoestische versie van de Bad Company song “Seagull”, waarin hij vooral liet horen welke klasbak hij is! Daarna nam ‘Doctor’ Brian May plaats op de catwalk, midden in de zaal. Brian erkende niet werelds beste zanger te zijn en vroeg het publiek hem te begeleiden in het prachtige “Love Of My Life”. Deze song ontpopte zich tot een van de allermooiste, intiemste concertmomenten die ik ooit mocht beleven. Zo intens, zo warm en met zoveel respect voor de overleden zanger Freddie Mercury , die Brian May een eerste keer uitvoerig bedankte. De folksong “’39” sloot hier naadloos bij aan. Deze song werd diverse keren onderbroken en werd terug hernomen door telkens een bandlid in de uitvoering toe te voegen. Roger Taylor op basdrum werd zo tot dicht bij het publiek gebracht. De op het eerste zicht wat afwezige Taylor bewees nadien het tegengestelde door een erg gesmaakte en originele drumsolo weg te geven. Zo bespeelde hij de bascello van Danny Miranda met zijn drumsticks. Leuk was het stukje van “Under Pressure” dat in de solo verweven zat . Toen Taylor’s volledige drumkit vooraan was opgebouwd verraste hij met een stevige versie van “I’m In Love With My Car” en zong hij ook de leadvocals van de ’sad song’ “Say It’s Not True”. Deze laatste song staat ook op het nieuwe album maar werd al eerder uitgebracht ter gelegenheid van Wereld Aidsdag.
Terug met zijn allen naar het grote podium waar Paul Rodgers achter de piano had plaats genomen voor de klassieker “Bad Company”. Geen Queen song maar toch erg gewaardeerd door het publiek. “Time To Shine” werd voor de eerste maal live gespeeld maar maakte weinig indruk. Daarna liet Brian May ook nog eens horen welk bedreven gitarist hij nog steeds is.
“Bijou” & “Last Horizon” waren wondermooie ‘instrumentals’. Met “Crazy Little Thing Called Love” begon de finale die afsloot met misschien wel Queen’s bekendste song: “Bohemian Rhapsody” in een semi-live uitvoering. Freddie Mercury mocht ons vanuit de hemel (via de videoscreens) nog eens toezingen. Geen mens die het erg vond dat dit eigenlijk slechts opgenomen videobeelden waren. De Queen fan van het eerste uur genoot intens want Freddy Mercury is en blijft ongeëvenaard als frontman van Queen, ook vele jaren na zijn dood.
Bissen deed men met de knallers: “All Right Now” van Rodgers band Free, “We Will Rock You” en afsluiter “We Are The Champions”. Het Sportpaleis vierde deze overwinning voluit.

Zelden heb een band oude rockers met zoveel enthousiasme op het podium gezien. De formule Queen + Paul Rodgers is dus duidelijk een shot in de roos. Oude Queen fans erkennen in de live uitvoeringen de sound van weleer, terwijl Paul Rodgers sterk wist te overtuigen als nieuwe zanger voor de band. ‘Queen…..they are still the champions’!’

Setlist:
*Surf’s Up…Schools Out!, *Tie Your Mother Down, *Fat Bottomed Girls, *Another One Bites The Dust, *I Want It All, *I Want To Break Free, *C-Lebrity, *Seagull, *Love Of My Life, *’39, *I’m In Love With My Car, *Say Its Not True, *Bad Company , *Time To Shine, *Bijou, *Last Horizon, *Crazy Little Thing Called Love, *Show Must Go On, *Radio Ga Ga, *Bohemian Rhapsody
BIS: *Cosmos Rockin’, *All Right Now, *We Will Rock You,
*We Are The Champions

Organisatie: AJA concerts


Mauro Pawlowski

Mauro & The Grooms: aanschouwen is bezwijken

Geschreven door

Driewerf hoera, Democrazy Gent is alive and kicking! Getuige de voortreffelijke programmatie op allerhande locaties de komende maanden. We keken al een tijdje uit naar het drieluik Manngold - Johnny Berlin - Mauro & The Grooms. Niet in het minst omdat laatstgenoemden een zeldzaam najaarsconcert (dEUS trekt straks immers terug Europa in) speelden waarbij Musiczine niet kon ontbreken. Stiekem hoopten we dat de band ons opnieuw zo erg zou overdonderen als op die avond ergens in februari 2004. Een optreden dat bij ondergetekende nog altijd als 'het beste optreden ooit gezien in de Handelsbeurs' geboekstaafd staat! Zowaar geen geringe verdienste!

Mauro & The Grooms staken meteen van wal met het uitbarstende “Doing Something Right”,  het geschifte “Corruption”, het roestige “Make it Complicated” en het angstzweet veroorzakende “Fear Life” vanop de gitzwarte 'debuut'plaat 'Black Europa'. Het publiek werd koud gepakt en bezweek voor het charisma van de grootmeester en zijn bruidegommen. Na “What it takes” (die beweging van Mauro bij het uitzingen van "Walk like a rock'n'roll star"!), “Days To burn” en “Visions” was het tijd voor het lichtelijk fantastische “Trip to Beg” waarbij stilstaan onmogelijk werd en we zelfs Mauro betrapten op éénmalig loos gaan. Het grimmige “Ghost Rock” en “Slow Bones”, respectievelijk van de onmisbare 'Ghost Rock EP' en de  'Tired Of Being Young EP'(als onderdeel van 'Set Sail To Dream Riot') werkten naar een duivels hoogtepunt. Hierna zochten Mauro & Co kalmere wateren op met o.a. “Comes With A Feeling”, “Stay Awake”, “Leavin' Montreux” en “Out Of The Storm”. Een rustige, maar niet minder sferische, tip van de sluier van het nieuwe werk dat er ergens in de toekomst zit aan te komen. Na een overdonderende en asgrauwe toegift met o.a. “Weapon Of Beauty” viel het doek.
Overdonderen zoals een paar jaar geleden deed Mauro & The Grooms ons echter niet. Het was merkbaar dat de band een hele tijd niet had gespeeld. De oudere nummers waren iets minder uitgewerkt als een paar jaar terug en bezorgden ons ook minder kippenvel als toen in de Handelsbeurs. Niettemin: Mauro & The Grooms blijven imponeren! We kijken al uit naar de volgende doortocht van multitalent Mauro en zijn duivelszonen van The Grooms!

Manngold, de nieuwe Gentse formatie rond de onvermijdelijke gitarist Rodrigo Fuentealba mocht de spits afbijten. Ze deden dat op een indrukwekkende manier met een sterke instrumentale prestatie en twee simultaan spelende drummers. De muzikanten van Manngold verdienden al sporen bij bands als Motek, Vive La Fête, Gabriël Rios en het nog niet vergeten Fifty Foot Combo. Te volgen dus!

Johnny Berlin deed een slordige poging om een combinatie te maken van postpunk en 80's new wave. Hun album mag het dan wel goed doen in de lijstjes, live brachten ze een maar weinig boeiende set. Enkel single “Four” oversteeg het niveau enigszins.

Organisatie: Democrazy, Gent

Calexico

Carried to dust

Geschreven door

Het combo rond Joey Burns (zang, gitaar, bas) en John Convertino (drums) heeft een nieuwe frisse plaat uit; ‘Carried to dust’ doet het middelmatige ‘Garden ruin’, de vorige cd, wat vergeten en concurreert met platen als ‘The black light’, ‘Hot rail’ (hun doorbraak cd) en ‘Feast of wire’. Ze bieden een ruime kijk op americana door het toevoegen van warme, exotische, zuiderse klanken, waarbij het combo creatief en broeierig klinkt; accordeon, de Spaanse gastzang van Jairo Zavala en de Mexicaans klinkende trompet van Jacob Valenzuela zijn daar verantwoordelijk voor.
Een swing en groove horen we in songs als “Victor Jara’s hands”, “Writer’s Minor Holiday”, “Inspiracion”, “House of Valparaiso” en “El Gatillo”, wat een amalgaan aan stijlen samenbrengt binnen hun kleurrijke americanapop: mariachi/latino, jazz, folk en spaghetti western. Ze wisselen dit moeiteloos af met sfeervol, ingetogen songs: “Two silver trees”, “Slowness”, “Hole in your head” en “Fractured air”.
Een klasse album en een band in topconditie. Da’s Calexico in een notendop momenteel!

The Dodos

Visiter

Geschreven door

Een ontdekking is het Californische duo The Dodos. Ze debuteren na het doodgezwegen ‘Beware of The Maniacs ‘ met ‘Visiter’, een rauw, robuust, indringend en energiek album.
Het duo speelde z’n songs in op een rammelend klinkende akoestische gitaar en een spaarzame metaalpercussie. Resultaat is een kaal lofi aandoend geluid. De bezwerende, opzwepende drumslagen vormen de rode draad in de songs. Af en toe is er een trompet of een elektronica/pianotoets te horen. Een boeiende aanpak alvast, wat het duo uiterst origineel, avontuurlijk en eigenzinnig maakt in die zompige, freakende oase van bluesrock, folk, americana en psychedelica.
De onvaste, zweverige vocals van Meric Long, de nerveuze, gejaagde ritmes en het warme geluid passen mooi in dit concept. De langere nummers als “Joe’s Waltz”, “Paint the rust”, “Jodi”, “’The season” en “God?” zijn gewoonweg schitterend en behouden de aandacht door hun aanstekelijke ritmes, pschedelicatoets en gitaargetokkel.

HushPuppies

Silence is golden

Geschreven door

Hushpuppies is een jong Frans beloftevol bandje uit Bordeaux. Ze bieden aanstekelijke postpunkdie nauw leunt aan Franz Ferdinand, Kaiser Chiefs en de ‘70’s vervlogen Britse Only Ones. De ‘70’s toetsen verraadden een bredere aanpak en een psychedelicatoets. De groep biedt vaardig, fris uptempo materiaal als “A trip to Vienna” en “Moloko Sound Club”,en “Bad taste and gold on the doors”. Maar met songs als “Lost organ”, “Down, down, down” en “Hot shot” klinkt de band broeierig, intens en toegankelijk. Het kwintet onderscheidt zich van de doorsnee ‘flauwe’ Franse bandjes in het genre en lijkt met dit album aardig op weg naar een internationale carrière.

Volbeat

Guitar Gangsters & Cadillac Blood

Geschreven door

Volbeat heeft een erg succesvol jaar achter de rug. Niet alleen zijn ze er in geslaagd veel nieuwe zieltjes te winnen en erg in populariteit te stijgen. Het is ze ook nog eens gelukt een album op te nemen dat niet moet onderdoen voor zijn twee voorgangers. Al is de sound wat radiovriendelijker geworden, elk nummer blijft hangen en van fillers is er dus geen sprake.
Na een westernachtige intro vliegen de heren van Volbeat er onmiddellijk in met het titelnummer, “Guitar Gangsters & Cadillac Blood”. Wat een lekker nummer is dit! Alles klopt, de zang, de riffs, alles. “Back To Prom” is zo’n opgewekt, snel pretpunknummer en tevens het nummer met de kortste speelduur van het album(als je de intro niet meerekent). Namelijk nog geen twee minuten. “Mary Ann’s Place” is het vervolg op de nummers “Danny & Lucy”, “Fire Song” en “Mr. & Mrs. Ness” van de twee vorige albums. Er hangt een soort trieste ondertoon in dit nummer, toch triest naar Volbeats maatstaven tenminste. Hier wordt topzanger Michael Poulsen bijgestaan door zangeres Pernille Rosendahl, wat het nummer toch iets extra’s geeft.
“Hallelujah Goat” is weer zo’n typische Volbeatbeuker met heavy riffs en energieke zang. Hier krijg ik bij de zanglijnen en riffs voor het eerst een déjà vu naar de vorige albums. Deze ervaring kom ik nog een paar keer tegen op dit album. Maar zolang ik me er niet aan erger, hebben we niets te klagen. Dan komen we aan bij “Maybellene I Hofteholder”, waar ook een videoclip voor gemaakt werd. Het nummer gaat over een stalker die volledig in de ban is van een stripster genaamd “Maybellene”. Wat er verder gebeurt kun je lezen in de lyrics natuurlijk. Maar dit is één van de beste nummers van de plaat en qua stijl komt het overeen met ‘The Gardner’s Tale’ van Rock The Rebel / Metal The Devil.
Dan weer zo’n nummer waar de country invloeden erg naar boven komen. Verbazingwekkend hoe Michael Poulsen er telkens weer in slaagt zijn zanglijnen zo interessant en boeiend te houden. “Still Counting” start als een soort van reggaenummer en dan vliegen de gitaren er plots in… Lekker! “Light A Way” is gewoon een mooi nummer waar de heavy elementen ingeruild worden voor wat meer emotie en dramatiek. Er wordt zelf gebruik gemaakt van enkele strijkinstrumenten. Bij “The Wild Rover Of Hell” keren de riffs en het tempo terug en krijgen we een song die Metallica invloeden niet onder stoelen of tafels probeert te schuiven.
Ten slotte krijgen we nog een leuke cover van Hank Williams’ “I’m So Lonesome I Could Cry”, en de twee ietwat ‘mindere’ nummers van het album, namelijk “A Broken Man And The Dawn” en “Find That Soul”. Voor zij die de limited edition bezitten is er nog een extra cover voorzien in de vorm van Kelly Wells’ “Making Believe”.
Dat Volbeat een topband is die het nog wel eens kan schoppen tot headliner van Graspop hebben ze weer eens bewezen met dit album, dat ik gerust het beste tot nu toe durf noemen. Hopelijk krijgen we nog meer van deze werkjes voorgeschoteld in de toekomst!
Te zien op 11.10 in Hof ter Lo. Doen!

Ross The Boss

New Metal Leader

Geschreven door

True Metal people, raise your fists in the air. A King Of Metal has returned!
Met deze woorden start ik deze review van het eerste album van Ross The Boss, de voormalige snarenplukker van Manowar die zijn passie voor Heavy Metal terug gevonden heeft.
Na intro “I.L.H.” opent Ross The Boss sterk met “Blood Of Knives”, een lekker heavy nummer met een riff die me wat doet denken aan Manowars “Violence And Bloodshed”. Ik heb Ross The Boss altijd al Manowars beste gitarist gevonden, omdat hij boeiende solo’s kan maken zonder een overvloed aan noten te gebruiken. Hij is het blijkbaar nog niet verleerd. Na het leuke “I Got The Right” komen we aan bij “Death & Glory”, waar de snelheid wat opgedreven wordt. Het nummer zelf vind ik niet zo speciaal, maar het bevat wel een typische Manowaroutro, met de shredding van Ross en een hoge uithaal van zanger Patrick Fuchs. Er bestaat  nu eenmaal maar één Eric Adams, dus moest Ross The Boss het stellen met Duitser Patrick Fuchs, die mij toch niet kan boeien met zijn wat saaie zang.
”Plague Of Lies” kon qua stijl en opbouw op Manowars debuut ‘Battle Hymns’ gestaan hebben. De riff heeft zelf veel mee van het nummer Shell Shock. “God Of Dying” is dan weer zo’n episch nummer in de stijl van Gates Of Valhalla, zo heb ik het graag. Want ik heb dit soort epische nummers altijd al de hoogste troef van Manowar gevonden. Na het vrolijke “May The Gods Be With You” wordt het weer wat heavier in de vorm van “Constantine’s Sword”. Dit is tot nu toe het slechtste nummer van de cd, vooral de zang is beneden alle peilen.
”We Will Kill” is ook weer zo’n middelmatig nummer dat niet kan tippen aan de hoogdagen van weleer, ook de backing vocals zijn niet wat ze zouden moeten zijn in een nummer als dit. Matador is een mid-tempo nummer met een Spaans sfeertje, wat uitstekend past bij de lyrics natuurlijk. Na nog een laatste akoestische solo komen we aan bij “Immortal Son”, het laatste nummer van dit album.
Net zoals de oude Manowar albums afgesloten worden met een episch nummer, krijgen we er hier ook één voorgeschoteld. Goed geprobeerd Ross, maar dit nummer kan zeker niet tippen aan klassiekers als ‘Battle Hymn’ en ‘Bridge Of Death’.
Is dit album nu de oude Manowarstijl waar Ross The Boss ons warm voor gemaakt heeft?
Ja en nee. Er zijn veel verwijzingen naar de jaren ’80, zowel qua stijl als lyrics. Maar daarnaast klinkt dit album ook wat als een typische hedendaagse Power Metal band, zoals er zoveel zijn in Duitsland.
Dit album is beter dan Manowars laatste werkje, maar haalt het bijlange niet bij topalbums als ‘Battle Hymn’ en ‘Sign Of The Hammer’.

Members Of Marvelas

Tuxedo Theory

Geschreven door

The Members Of Marvelas debuteerden een kleine twee jaar terug met een ideale kruisbestuiving van hiphop, rock, jazz en ‘70’s funk/soul. Hun crossover klonk opwindend, fris, hip en leuk.
De opvolger ‘Tuxedo Theory’ is minder direct, maar breder van opzet en klinkt persoonlijker, gewaagder en meer avontuurlijk. Ondanks het funk rockende, zomerse karakter kan de plaat alvast niet tippen aan hun overtuigende debuut. Overwegend is de plaat minder aanstekelijk  en broeierig. Een handvol songs beklijven door net die groove samen te brengen van een Urban Dance Squad, Massive Attack, DJ Shadow en Nas. “Zapper & the beast”, “Little Louie” en “The come down” zijn de Marvelous songs van hun tweede plaat.
Info op http://www.myspace.com/membersofmarvelas

Polysics

We ate the machine

Geschreven door

We staan graag even stil van wat uit Tokyo, Japan komt; het blijkt altijd wel iets speciaal te zijn: Electric Eel Shock, Mono, Guitar Wolf, Boredoms, Melt Banana en ook deze Polysics. Gegroeid uit de spirit van Rychiu Sakamoto experimenteert het viertal met synthesizers en laat een diep dreunende bas en strakke opzwepende drums doorklinken, overspoeld door frêle, gillende schreeuw- en vocodervocals in Engels gebrabbel en de eigen moedertaal. Flitsend, energiek noisy geweld waarbij songs als “Kagayake”, “Arigato” en “Irotokage” de pijlers zijn van deze plaat.
Als een wervelwind jagen ze door de songs heen. ‘Technicolor pogo punk’ omschrijft het  krankzinnig kwartet zich, dat al tien jaar bezig is. Invloedrijk waren Devo, The Tubes, Bad Brains en Living Colour.
Info op http://www.polysics.com

Wire

Een concert van ups & downs: Wire

Geschreven door

Een stevige brok muziekgeschiedenis konden we met Wire het afgelopen weekend bewonderen. Na Gent was er vanavond afspraak te Brussel. Dertig jaar terug lag het songschrijversduo Newman/Lewis en drummer Gotobed aan de basis van de huidige rits postpunkbands; hun melodieuze arty punkyrock klonk rechttoe-rechtaan, uptempo, snedig en broeierig, had pakkende refreintjes en was af en toe iets subtieler. Op Pukkelpop 2003 kwamen deze vijftigers opnieuw samen en bundelden hun overtuigende EP’s ‘Read & Burn’ en de ‘Send’ cd met enkele oudjes samen, en gaven lik op stuk aan jonge bandjes door een hels moordende korte set. Na talloze projecten waaronder Newmans Githead brachten ze onlangs een nieuwe plaat uit ‘Object 47’. Het vierde origine bandlid Bruce Gilbert is vervangen door een gitariste, die op het podium het verst van de andere drie leden stond.

Een overwegend ouder publiek zag z’n helden van weleer aan het werk, en een handvol jongeren zagen waar een Franz Ferdinand, Pigeon Detectives en ga zo maar door de mosterd vandaan haalden. Newman had in z’n aktetas de tekstvellen mee, om deze tijdens het concert onder z’n leesbrilletje af en toe eens te spieken.
Een klein anderhalf uur lang grossierde het kwartet in hun materiaal en speelde een concert van ups& downs: er waren songs met een intense broeierige spanning, retestrak snel materiaal en enkele stuurloze niemandalletjes. Wisselend kwalitatief materiaal dus, waarvan de miltante noise injectie, die hun songs tijdens de vorige tournee prikkelden, afwezig bleek. Ze trokken alvast meteen de aandacht met “Our time”, “Too late” en “Comet”. En songs als “Being sucked in again”, “The Agfers of Kodack”, “Circumspect” en “I don’t understand” hielden hun muzikale zoektocht tijdens de set overeind. Hun directe, to the point en sfeervoller materiaal werd niet uitgesponnen en kreeg geen dreunende repetitieve ritmes mee.
Een prachtige bisronde onderstreepte de ‘eeuwige’ muzikale jeugdigheid van het kwartet met het opbouwend dreigende “Boiling boy”, het broeierige “Lowdown” en de springerige krakers “12 XU” en “160 beats That”. Wat Wire als een icoon binnen de punkwave plaatste en actueel hield binnen de Britpop en postpunk!

Support was de Londenaar Duke Garwood, die op z’n gitaar enkele experimentals en bluesslides ten beste tokkelde en speelde . Eerder was hij al zien in ‘a trubute to Gram Parsons’.

Organisatie: Botanique Brussel

Pagina 904 van 963