logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Gavin Friday - ...
Hooverphonic

Tien Ton Vuist

Kick It Like We Can -single-

Geschreven door

We hebben hier al vaker de lof gezongen van Oudenaarde’s finest Tien Ton Vuist en hun nieuwe single is er weer boenk op. Deze “Kick It Like We Can” roept vooral herinneringen op aan “Tick Tick Boom” van the Hives. Dezelfde explosieve kracht, dezelfde catchyness die voorbeeldig aan een pogo-ritme gekoppeld wordt. Luide gitaren en bulderende drums, wat wil een mens nog meer?
Er is in Vlaanderen nog wel plaats naast Sons en Equal Idiots. Als ze zich bij Stubru en Willy nu eens achter deze single zetten, dan staat deze band volgende zomer op alle grote festivalpodia. En daar is waar dit trio zonder meer thuishoort.

https://www.youtube.com/watch?v=8nOh3CKNfg0

Viorel

Flandriens

Geschreven door

Hartwin Dhoore (diatonische accordeon) en Jeroen Geerinck (akoestische gitaar) toeren al enkele jaren als solo artiesten doorheen Europa. Jeroen Geerinck is ook betrokken bij diverse projecten als muzikant en producer (Geronimo, Spilar…). Beiden kennen elkaar als lang als vrienden en muzikant.

Met dit project hebben ze inspiratie gevonden in elkaars volharding om nieuwe muziek te maken, ondanks de moeilijke covid-periode. Zo komen ze met album ten berde waarin ze originele balfolk brengen.
Elf originele melodieën waarin ze de energie van hun live optredens willen in weergeven. Dat laatste lijkt wel te lukken. Vooral dan omdat hun muziek heel direct en naturel klinkt. Nochtans is het niet zo dat het allemaal uptempo songs zijn. Nee soms zijn ze ook dromerig en melancholisch. Er zitten enkele walsjes, scottischen Mazurka liedjes zitten. Het album bevat enkele mooie tracks zoals “Willow Fields” waar je bij momenten haast de wilgentakjes hoort meedeinen met de wind. Ook “Le Due Torri” is heel geslaagd met die slepende diatonische accordeon.
Een kwalitatief, melancholisch en naar live optredens smachtend album.

Marble Sounds

Marble Sounds

Geschreven door

Pieter Van Dessel neemt onder de naam Marble Sounds in 2007 in Canada een EP op. Die wordt door o.m. Ayco Duyster, die toen bij Studio Brussel zat, opgemerkt en in haar programma gedraaid. Later trouwens ook bij Radio 1. Bij terugkomst in België verzamelt hij een band rondom zich met leden uit Soon, General Mindy en Isbells. Vanaf 2010 verschijnt er op geregelde tijdstippen een full album. Ze worden als post-rock band wel eens vergeleken met Pinback, The Notwist, Sigur Ros of Eels. Ken je ze niet? Dan misschien wel als ik het nummer “Leave a Light On” vernoem. Die heeft veel airplay gekregen op de radio en tijdens de StuBru’s warmste week …

Het is een diep en doordringend album geworden. Een album met songs die willen onder je huid kruipen. De piano speelt een belangrijke rol in de composities. Hier en daar zijn de orkestraties overvloedig aanwezig. Soms experimenteert hij heel subtiel; zoals het heel miniem gebruik van auto-tune op “Jacket”. Zo krijgen de songs ook een wat modernere toets. Op “Soon You’ll Make Us Laugh” wordt gebruik gemaakt van een Hongaars koor en zingen ook de dochters mee. Een nummer dat mij qua opbouw wat aan Ozark Henry doet denken. Ook de manier van zingen doet mij bij momenten aan Goddaer denken. Maar verder staan ze muzikaal zonder twijfel elk op hun eigen benen.
“Quiet” zullen sommigen herkennen, want die deed dienst tijdens de seizoensfinale van de netflix-reeks ‘Undercover’.
Thematisch zijn de teksten heel verschillend en gaan ze zowel over zijn vrouw (“Jacket”), het klimaat (“A Drop in the Bucket”) als over tegenslagen in je leven die achteraf mooie verhalen opleveren. Muzikaal vormt het album een mooi en warm geheel. Soms klinkt het ietske donker en dan weer wat lichter. Er is voldoende afwisseling en muzikaliteit aanwezig om een hele tijd te blijven boeien.
Een aanrader? Ja zeker en vast!

Decombel - Van Mierlo

Marafiki

Geschreven door

Maarten Decombel en Toon Van Mierlo zijn al 20 jaar compagnons in onder andere het Naragonia Quartet. Een band dat internationale weerklank en appreciatie krijgt. Met de lockdowns viel, zoals bij zovele bands en muzikanten, hun leven bestaande uit repeteren, muziek maken en optreden stil. Ze hebben gebruik gemaakt van deze periode om samen met hun tweeën iets bij elkaar te spelen. ‘Marafiki’ is een ode aan de vriendschap. Een instrumentale en melodieuze folk plaat bestaande uit hoofdzakelijk gitaar, mandoline en diatonische accordeon.
Op “7h Swim/Salut les Grues” horen we gastmuzikant Olle Geris op de doedelzak. Op vlak van compositie kregen ze hier en daar hulp van onder andere Toon Van Mierlo, Gaston Bueno Lobo, Roger Tallroth en Alexandro Morelli.
Het geheel klinkt heel authentiek. Het folk maar eerder in de richting van volksmuziek met, zoals eerder gezegd, veel aandacht voor melodie en sfeer. Een heel warme plaat die de boodschap van vriendschap uitdraagt. Met een aantal liedje die mij aan het vroegere Frankrijk doet denken. Daar zal de accordeon wel voor iets tussen zitten denk ik.
“Kom Hem” is de openingstrack en ook hun eerste single. Hier krijgt de gitaar de ruimte om met melodielijnen te strooien.
 Op “Marafiki/Happily Lost” krijgt dan de accordeon de hoofdrol toebedeelt en krijgen we een levendige compositie.
“The Swim/Salut Les Grues” heeft met de doedelzak dan weer een andere inkleuring. Je zou denken dat het erg Schots of Iers zal klinken maar dat vind ik eigenlijk niet. Het instrument past mooi in het geheel van het album.
Negen mooie en pretentieloze stukjes muziek liggen te wachten op jouw ontdekking.

Folk
Marafiki
Decombel - Van Mierlo
Trad Records

 

The Others Of Invention

The Others Of Invention - Frank Zappa tribute - Met liefde voor de artiest

Geschreven door

The Others Of Invention - Frank Zappa tribute - Met liefde voor de artiest

Ik heb nog al eens een optreden meegemaakt waar er weinig volk was maar wat ik zaterdag mocht beleven tart alle verbeelding. Voor het optreden van de Zappa tributeband The Others Of Invention uit het Nederlandse Zoetermeer daagden welgeteld twee mensen op, ik en mijn maat. Gebrek aan promotie zal wellicht één van de oorzaken zijn maar ik denk dat ze domweg op de verkeerde plaats stonden in een club die het vooral van metal moet hebben, geprangd tussen een Marilyn Manson en een Rammstein tribute. Doodzonde want het werd een fantastisch concert!

Normaal moet ik eigenlijk niets hebben van tributes  maar als het om Frank Zappa gaat, maak ik graag een uitzondering. Bij een eerbetoon aan the moustache weet je, dankzij zijn onoverzichtelijke oeuvre, immers nooit van te voren wat het gaat worden in tegenstelling tot andere tributes die gewoonlijk doodsaai en o zo voorspelbaar zijn. Bovendien biedt zijn muziek veel ruimte voor eigen interpretatie wat voor de nodige spanning kan zorgen.
The Others Of Invention hadden niets aan het toeval overgelaten en waren met een complete bezetting (2 gitaren, bas, drums, zang, toetsen, tenorsax, klarinet en trombone) naar Eernegem afgereisd. Er stond dus letterlijk meer volk op het podium dan in de zaal waarin we naast de twee bezoekers helemaal achteraan ook nog de soundman, iemand van de club en een roadie konden ontwaren.
Maar het bonte gezelschap liet dit niet aan het hart komen en speelde zich maar liefst een uur en veertig minuten de naad uit de broek. Soms werd er wel eens verwezen naar de nogal lage opkomst ("dit was ons eerste internationale optreden en meteen ook ons laatste") maar voor de rest leek het alsof ze voor een bomvolle club speelden.
De set werd geopend met het soulvolle "City of tiny lites" gevolgd door "Easy meat" waarin de blazerssectie een eerste keer in alle glorie mocht schitteren. Qua songkeuze lag de nadruk op de eerste helft van de jaren zeventig met maar liefst zes van de zeven nummers uit ‘Over-Nite Sensation’. Terecht want ook ik vond dit zijn creatiefste periode. Heikel punt bij een onderneming als dit is uiteraard de zang. Zappa liet zich immers altijd omringen door een stel uitnemende zangers maar Jorgen van de Burgt wist zich aardig uit de slag te trekken. "Village of the sun" was misschien net iets te hoog gegrepen maar zijn geforceerd gruizig en rauw klinkende stem in "Fifty-Fifty" en "Zomby Woof"  maakte zeer veel goed en moest echt niet onderdoen voor Ricky Lancelotti destijds.
Verrassendste keuze vond ik het hilarische "Stick it out" uit ‘Joe’s garage’ waarin een poging werd gedaan om het Duitstalige gedeelte van de tekst in het Vlaams te zingen. Dit waren stuk voor stuk schitterende muzikanten waarvan ik er twee een extra pluim wil toewerpen: toetsenist Peter Caspers die geregeld origineel en onvoorspelbaar uit de hoek kwam en gitarist Marcel Chrétien, de bezieler van dit project.
Dit in meerdere opzichten wonderlijke optreden werd afgesloten met een uitzinnig "Muffin man".  Wat heb ik hier zoveel meer van genoten dan van The Bizarre World Of Frank Zappa, het megalomane project van Ahmet Zappa dat ik enkele jaren geleden zag in het Kursaal, Oostende. Hier was geen plaats voor egotripperij of gepruts met hologrammen maar werd de muziek van Zappa zonder gezever en met veel liefde levend gehouden.

Setlist: 1 City of tiny lites 2 Easy meat 3 Trouble every day 4 Village of the sun 5 My guitar wants to kill your mama 6 I'm the slime 7 Cletus Awreetus-Awrightus 8 Zomby Woof 9 Uncle Remus 10 Dinah-Moe Humm 11 onbekende instrumental + flard Don't eat the yellow snow 12 Fifty-Fifty 13 Montana 14 Peaches en regalia 15 Big Leg Emma 16 Stick it out 17 Oh no 18 Catholic girls 19 Dancin' fool 20 Camarillo Brillo 21 Muffin man

Organisatie: B52, Eernegem

The Spyrals

The Spyrals - Bluesy psychrock

Geschreven door

The Spyrals - Bluesy psychrock

Nu de Meat Puppets hun concert in De Zwerver voor de zoveelste keer uitstelden kwam er een plaatsje vrij in mijn agenda en trok ik nog eens naar Podium De Piek, een gezellig zaaltje in Vlissingen dat al 52 jaar bestaat. Wat meteen opviel was dat het overgrote deel van de aanwezigen eruit zag alsof ze de opening destijds nog meegemaakt hadden. De vorige keer dat ik er was had ik er ook al op gelet maar toen stonden er een bende grijsaards (Captain Beefheart's Magic Band) op het podium en dacht ik: 'hmm, allemaal Beefheart kenners!'.

Dit keer stond er een relatief jonge band op datzelfde podium maar dat had duidelijk geen invloed op de opkomst. Nu spelen The Spyrals wel het soort muziek dat een oudere jongere best nog kan pruimen. Ik zag dit trio uit L.A. precies een week eerder nog schitteren in Lille en hoopte op een herhaling. Dat gebeurde net niet. De bluesy psychrock waarin de vintage klinkende gitaar terecht alle ruimte kreeg, kon me weer mateloos bekoren maar de euforie bleef toch uit.
De drie hadden er een vermoeiende reis uit Engeland opzitten maar dat leek me niet echt de oorzaak. Zanger-gitarist Jeff Lewis zag er in Lille trouwens minstens even vermoeid uit. Hoofdoorzaak was de geluidsmix die op zijn zachtst gezegd soms wat sputterde. De ene keer stond het orgeltje van Georgia Feroce veel te hard, een ander moment hoorden we nauwelijks de gitaar en de zang maakte soms de gekste bokkensprongen alsof er iemand met het volumeknopje zat te spelen. Achteraf vertelde Lewis me dat de klank op het podium abominabel was. Gelukkig liet hij daar tijdens de set niets van merken en viel het eigenlijk al bij al nog best mee.
De setlist (die er in feite niet was) werd flink door elkaar geschud en ik hoorde op zijn minst één nummer dat er de vorige keer niet bij was. Dat alleen al maakte mijn verplaatsing meer dan de moeite waard. Lewis ging opnieuw volledig op in zijn onweerstaanbare, psychedelisch klinkende gitaarspel terwijl de heerlijk roffelende drums van Dash Borinstein en de zoemende sixtiesklanken uit het orgel van Georgia Feroce ervoor zorgden dat de rock-'n-roll factor overeind bleef.
Dit had uren mogen duren maar Jeff Lewis maakte er verrassend vlug een einde aan waarna het applaus ook al meteen uitstierf en de muziek aanfloepte. Gelukkig riep de presentator van dienst hen terug en kregen we nog twee schitterende bissen. Wat niet zonder slag of stoot gebeurde want de nieuwe gitaar die hij omgorde deed het niet naar behoren zodat hij terug naar zijn Fender Mustang moest grijpen waarop een snaar ontbrak. Daarbij kloeg hij wat over vervelende technische problemen maar vertelde er niet bij dat hij de gewoonte heeft om na de laatste noten zijn gitaar rond te zwieren en in de lucht te gooien. Dat deed hij hier niet maar wel in Lille waar hij het ding miste bij het opvangen en het kletterend op de planken smakte. Intrigerende kerel, die Lewis!

Organisatie: Podium De Piek, Vlissingen

Ufomammut

Ufomammut - Metal-noise in space

Geschreven door

Ufomammut - Metal-noise in space

Ufomammut heeft al enkele jaren een patent op massieve doom-metal met een psychedelische onderlaag. Hun sound is brutaal, loodzwaar en bezwerend. Hun songs zijn giftige sluipmoordenaars.

De nieuwe plaat ‘Fenice’ is een machtige brok die zicht het best in één ruk laat beluisteren, een trip om volledig in opgezogen te worden. En dat is precies wat Ufomammut live doet, met brute power hun publiek meesleuren in een genadeloze en bloedstollende vertolking van ‘Fenice’, een album dat we na vanavond nog meer gaan koesteren.
De imposante sloophamer “Duat” zet de toon, bloedzuigers al “Pysychostosia” en “Pyramind” beuken daarna nog wat steviger door de muur. Daar tussenin laat Ufomammut het nog wat donderen in space met enkele sluipende noise-momenten waarin ze klinken als de Swans van de doom-metal.
Ufomammut vertoeft in een genre waarin zich zo stilaan een overaanbod voordoet, het wordt steeds moeilijker om het kaf van het koren te scheiden. Maar de Italianen onderscheiden zich van de rest van het peloton dankzij een immer aanzwellende repetitieve onderlaag die hun mokerslagen van songs telkenmale naar een climax doet groeien. Een almachtige trip.

Organisatie: Grand Mix, Tourcoing

Billy Ocean

Billy Ocean - Back to the 70’s and 80’s with Billy Ocean

Geschreven door

Billy Ocean - Back to the 70’s and 80’s with Billy Ocean
Frank Gevaert

Billy Ocean heeft waar voor zijn geld gegeven in een uitverkocht Kursaal in Oostende. De ondertussen 72-jarige Britse zanger, geboren in Trinidad, heeft nog steeds een prachtige stem en kan zowaar nog goed dansen. Hij beschikte over een uitstekende 9-koppige live band.

Het duurde even voor iedereen op zijn plaats zat maar uiteindelijk kon hij eraan beginnen. Hij is ondertussen een grijze rasta en heette ons welkom in de naam van Jezus Christus. Hij spoorde ons aan ‘fun’ te hebben. “One world” was zijn eerste song. Het is de song van het gelijknamige album dat hij uitbracht in 2020. Daarna begon hij direct waar de meesten voor gekomen waren. Nostalgie uit de jaren 70 en 80. Met “Love Really Hurts Without You” uit 1976 was dat direct een schot in de roos. Het werd duidelijk dat Billy Ocean veel interactie wou met het publiek. Wat resulteerde in het uitvoerig meezingen van deze. Na “Nights (Feel like Gettin’ Down)” vroeg hij of we in zijn wagen wilden stappen. Met “Get Outta My dreams, Get into my car” was er geen houden meer aan. Een groot gedeelte ging niet alleen staan maar stoof naar voor tot aan het podium om te dansen en natuurlijk de beste selfie te nemen. Je kon niet anders dan zelf ook recht te staan als je nog iets wou zien. De man naast me met wandelstok in de hand, kon uiteraard niet direct recht. Maar hij nam het sportief op. ‘Als ze maar fun hebben’.
Hierna werd het met het nummer “The Color of Love” uit 1988 weer wat rustiger. De specifieke sound uit de jaren 80 bracht je probleemloos terug naar die tijd. Ook hier liet hij het publiek uitvoerig meezingen. Met “Red Light” uit 1977 werd iedereen weer laaiend enthousiast en er stonden nu zoveel mensen voor het podium dat de medewerkers toch probeerden om ze terug naar hun zitje te doen terugkeren. Ondertussen was Billy toe aan de cover van Bob Marley & The Wailers. “No Woman, No Cry”. Als iemand die song aankan is hij het wel.
Met nog een song uit zijn laatste album ‘Mystery’ kwam de rust wat terug.
Verschillende vrouwen riepen “I love you Billy” waarop hij repliceerde met “I love you more”. De toon was gezet voor de eindspurt. Na “Suddenly” uit 1985, nog steeds één van de beste ballads, vroeg hij “Can I be your Loverboy”. Het publiek ging nu terug helemaal uit de bol.
Hij sloot een eerst keer af met “When the going gets Though, the Though Get Going”. Dit nummer was afkomstig van de soundtrack van de film ‘The Jewel of the Nile’, een film waarin Michael Douglas, Kathleen Turner en Danny De Vito de hoofdrollen vertolkten. Het werd een grote hit in vele landen. Deze plaat was de eerste nummer één-notering voor Billy Ocean in België en Nederland.
We kregen echter ook nog een bis nummer. “Caribbean Queen” was de kers op de taart. Tijdens het zingen nam hij uitgebreid afscheid van het publiek via handjes schudden, poseren voor selfies. Ik heb het niet vaak gezien dat zoveel mensen zo dicht bij een artiest kwamen tijdens het optreden zelf.

Dit concert met een nostalgische partysfeer was er één die me nog lang zal bijblijven. Een pluim ook voor de medewerkers die doordacht probeerden een oplossing te zoeken voor al degenen die spontaan naar voren liepen en het zicht belemmerden van de anderen die wel bleven zitten. Het was een 70’s/80’s party. Meer dan geslaagd!

Setlist: One World - Love Really Hurts Without You - One Of Those Nights - Get Outta My Dreams, Get Into My Car - The Colour Of love - Red light - No Woman, No Cry (cover Bob Marley & The Wailers) – Mystery – Suddenly – Loverboy - When the Going Gets Tough, the Toug Get Going - Caribbean Queen

Neem gerust een kijkje naar de pics @Frank Gevaert

https://www.musiczine.net/nl/photos/category/4303-billy-ocean-21-09-2022.html

Organisatie: Greenhouse Talent ism Kursaal, Oostende

The Cavemen

The Cavemen - Onbesuisde garagepunk

Geschreven door

The Cavemen - Onbesuisde garagepunk

The Cavemen - Mijn favoriete Nieuw-Zeelandse groep was nog eens in het land en dat was een feestje dat ik absoluut niet wou missen. Plaats van de afspraak: The Pit's, waar anders?

Easy Ego, het soloproject van het Brusselse fenomeen, Max Poelmann, die ik onlangs nog met Warm Exit aan het werk zag op Rock Zerkegem, mocht openen maar haakte in laatste instantie af. Zo werden de lokale helden, Chiff Chaffs, nog eens opgetrommeld. Een vorige keer, zowat een jaar geleden, konden ze me maar matig enthousiasmeren maar hier leken ze duidelijk van plan om me dat te laten vergeten.
Met een duivelse grijns beet zanger-gitarist Gilles Deschamps zich vast in het stompende openingsnummer. Dit was het soort ranzige rock-'n-roll waar ook The Cramps een patent op hadden. Gestuwd door een dwingende bas en strak roffelende drums kon Deschamps zich naar hartelust uitleven op zijn bekoorlijk authentiek klinkende gitaar in de rug gedekt door een dreinend orgeltje. Lappen smerige rock-'n-roll werden afgewisseld met wat minder furieuze surf. Met het spookachtig klinkende "Red light" hadden ze een zelfs een knaller bij die in de jaren zestig een novelty hit had kunnen zijn. Dat momentum konden ze helaas niet vasthouden en naar het einde van de set toe begon die mooi opgebouwde intensiteit wat af te brokkelen en daar kon zelfs een korte, nijdige punk song, gezongen door de bassist niets aan veranderen.

Eerste nummer van The Cavemen bestond uit welgeteld één zin die voortdurend herhaald werd: "Who's gonna win the war" (geen Hawkwind cover). Meteen werd duidelijk dat we The Cavemen niet al te serieus moeten nemen.
De vier uit Auckland hebben nog steeds hetzelfde doel voor ogen als toen ze tien jaar geleden begonnen: lol trappen op een podium mits wilde rock-'n-roll. Iets wat met een podiumbeest als Paul Caveman altijd lukt. Opgesmukt met een weergaloos glamour hemdje en een hondenhalsband dook hij al snel van het podium om met het publiek kennis te maken.
Met een krachtige, schorre stem sleurde hij zijn al even gretige kompanen mee door een set onbesuisde garagepunk. Daarin hoorden we duidelijk invloeden uit de seventiespunk en af en toe ook, net als bij Amyl and The Sniffers, uit de hardrock van diezelfde periode. Hun razende energie werd gebald in korte, explosieve, niet zelden meebrulbare songs.
Eén nummer werd opgedragen aan Fred Cole en Andrew Loomis, de gevallen helden van Dead Moon. Een Dead Moon cover wellicht (die ik niet meteen kan thuiswijzen) want de groep speelde ooit (in 2013 konden we lezen op het t-shirt van de drummer) op een ‘Dead Moon Night’ in Auckland. Intussen waren de aanwezigen genoeg opgehitst om uitzinnig te gaan hossen.
In een tumultueus slot trakteerde de Chiff Chaffs-drummer me nog op een spuitende bierdouche die ongelukkigerwijs pal in mijn ogen terecht kwam. Nadat ik heel even het noorden kwijt was, werd ik daarna meteen geconfronteerd met een door mijn stramme botten gevreesde "sit down" (de vierde in amper twee weken tijd). Het zijn de risico's die erbij horen maar toen ik druipend van het bier naar buiten wandelde, overwoog ik toch of ik een volgende keer niet in regenkledij moet komen.

Organisatie: Pit’s Kortrijk

Riptunes

Riptunes

Geschreven door

Riptunes is een nieuw muzikaal project dat startte bij Luc Dufourmont (Ugly Papas, Idiots, Two Russian Cowboys, …). Een fan stapte naar hem toe en vroeg of die een nummer kon maken voor June, zijn pasgeboren dochtertje. Het kind werd zo goed als doof geboren en de vader wou een gezongen nummer als geboortekaartje. “Ik kan wel iets schrijven voor uw kindje, maar mijn vriend Wouter Spaens heeft altijd wel wat muziek in zijn schuif zitten”, zei Dufourmont. Spaens is eveneens actief in Idiots en speelde al studioalbums in voor Bruce Bherman en Mooneye.
Zonder grootse plannen nam het duo in één dag hun eerste song op en Riptunes was geboren. Met producer Pieterjan Maertens (Tamino, Het Zesde Metaal) werd vervolgens een volledig album opgenomen met cellist Frans Grapperhaus (The Wallace Collection, Broeder Dieleman, Wannes Capelle), pianist Gunter Callewaert (Waar is Ken ?) en drummer Ruben Vanhoutte (Tamino, Faces on TV), die ook deel uitmaken van de liveband. Ook Sarah Devos (Selah Sue, Filip Kowlier) en James de Graef (Loverman, Shht) speelden het album mee in.
Matthew Swanson van Lambchop is fan en zei na een eerste beluistering: “If songwriter Tim Rose were still alive and he took a time machine to meet fellow time traveler Stuart Staples at a dark Belgian bar in the mid 1970’s to hear an obscure chanson singer and discuss heartbreak and former girlfriends over many drinks and cigarettes, I’d imagine the soundtrack to this imaginary movie scene would be capably provided by Riptunes.”

Tot zover het promopraatje. Een album heeft tegenwoordig een mooi verhaal nodig om uit te stijgen boven de grijze massa. En het zou wel eens allemaal waar kunnen zijn, mogen zijn. Het bijzondere is dat dit album over negen dames gaat, maar dat er geen “June” – die de aanleiding was – te bespeuren is. Wat we wel te horen krijgen zijn grote brokken verdriet en soms wat vreugde over de liefde in al zijn vormen en gedaantes aan de hand van negen vrouwennamen. A white man’s blues met eenvoudige begeleiding en heel zuinige arrangementen. Wie Dufourmont’s eerdere werk kent, ziet in deze absurde eenvoud van vorm en tekst misschien een provocatie naar de fans of naar de muziekbusiness en de rest van de maatschappij. Moegestreden of gewoon het geweer van schouder veranderd.
Wat het ook zij, het debuut van Riptunes loopt over van authenticiteit en eerlijke emoties, met die zachte stem als een warm deken tegen de aankomende winterkou. Op een paar nummers lijkt die stem hard op die van Dirk Dhaenens van Derek And The Dirt, op andere momenten denken we eerder aan een jonge Tom Waits, toen die nog niet zo hard bromde, of aan Pat Fish van The Jazz Butcher.

Ik hoop dat deze Riptunes mag uitdijen naar een volgend album, al moeten daarom niet noodzakelijk nog meer vrouwenharten gebroken worden, en met misschien een paar murderballads of een paar duetten waarin de vrouwen weerwerk mogen bieden.

Pagina 159 van 964