Botanique, Brussel - concertenreeks

Botanique, Brussel - concertenreeks 2026Stoned Jesus, Wheel, woensdag 1 april 2026, Orangerie, 20h Oliver Symons, zaterdag 4 april 2026, Witloof Bar, 20h Koma, woensdag 8 april 2026, Rotonde, 20h Son Little, vrijdag 10 april 2026, Orangerie, 20h Chalk,…

logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

The Wolf Banes ...
Kreator - 25/03...

Andrew Bird

Andrew Bird - Een muzikaal staaltje magie

Geschreven door

Een aangename en zachte lenteavond mocht -op eigen vraag- plaats maken voor muzikaal vertier in de Handelsbeurs. Een jongedame van slechts 22 jaar, zou het voorprogramma verzorgen. Singer-songwriter Madison Cunningham kwam alleen, maar toch rustig en zelfverzekerd het podium op. Haar vrij zachte, doch volle sopraanstem kon mijn oren meteen bekoren. Haar gitaarwerk klinkt helder en vrij stoer tegelijkertijd, met een knipoogje naar Nick Drake. Het gevoel voor ritme waarmee ze complex gelaagde songs brengt, daagt mij als luisteraar uit en doet mij verlangen naar meer. Maar lang zal ik niet lang op mijn honger moeten zitten, want 16 augustus komt haar nieuwe album ‘Who are you now’ (Verve Rec.) uit. Madison Cunningham, een belangrijke tip voor iedere luisteraar die graag wat uitdaging te horen krijgt.

Even soundchecken… En iets later stapte de grote man van de avond -letterlijk met een ironische glimlach- doorheen een scheef geknutselde deur van het decor naar voren. Het duidelijk enthousiaste publiek onthaalde Andrew Bird met een royaal applaus. Nu stond ook ieder bandlid op het podium en een korte, ietwat mysterieuze, intro stak van wal. En toen werd het stil… En begon Andrew B-i-r-d na enkele akkoorden te fluiten. Bijna iedereen begon optimistisch te bewegen, want publiekslieveling “Sisyphus” was opener van het optreden! …

Ook na deze prachtige opener bleef diezelfde vibe van positiviteit aanwezig. Dat Andrew Bird al sedert jonge leeftijd klassiek geschoold is, maar zijn muziek toch een geheel eigen stempel geeft valt bij het volgende nummer, “Bloodless” heel duidelijk te horen. Het nummer start met een jazzy deuntje maar krijgt dankzij Andrew zelf of zijn band steeds bijkomende of vervangende muzikale elementen. Heel kenmerkend voor Andrew Bird is het opnemen van live loops en hier steeds meer live loops aan toevoegen tot hij ook zonder zijn band klinkt als een prachtig één mans orkest. Verschillende keren, in vele verscheidene songs, was ik hier vol bewondering getuige van. Meneer Bird is duidelijk een immens straffe muzikant.
Nu volgden verschillende nummers van Andrew’s nieuwe plaat ‘My finest work yet’ (Loma Vista Rec.) elkaar op. Ieder nummer mocht rekenen op een aandachtig publiek dat nadien altijd een stevig applaus gaf. Zijn dit weldegelijk Andrew’s fijnste werken? Ik denk dat ze meer dan een beetje in aanmerking komen…
Toch werd de voorstelling van ‘My finest work yet’ even onderbroken. Na een vijftal nummers kondigde Andrew aan dat het nu tijd was voor enkele oldies. De gekleurde lichten verdwenen uit beeld en de gewone, gele verlichting ging aan. De band stond nu letterlijk in zijn nakie, maar dit kon hen duidelijk niet deren. Meer zelfs… Andrew vertelde in een persoonlijke anekdote dat zijn laatste verblijf in ons land een intens miserabel gevoel veroorzaakte. Door die ellende, stond hij stil bij alles wat er niet om deed, in plaats van wat er wel toe deed. Bijvoorbeeld… bij de vraag waarom er geen bergen in België zijn. Op dit laatste is het nummer “Danse Carribe” gebaseerd. Zogezegd zo gedaan bracht Andrew samen met z’n voltallige band die song, maar dan akoestisch. Het nummer nam ons mee op pad en deed mij af en toe denken aan de wereldse sound van Beirut. Nadien reageerde de zaal met een applaus om U tegen te zeggen. En we zaten nog niet eens halverwege de set!
In diezelfde kwalitatieve lijn, speelde Andrew met zijn ‘camaraderie’ alle nummers van zijn laatste plaat, stuk voor stuk verder. Er heerste een gevoel van verbondenheid, dankbaarheid en contentement in de zaal.

Om af te sluiten in stijl, bracht Andrew nog verschillende topsongs vanuit zijn gevarieerde oeuvre. De song van de avond werd voor mij zonder twijfel “Three white horses”: de emotie waarmee Andrew dit nummer zong, de warme dynamiek tussen de verschillende muzikanten, de wisselwerking tussen Andrew en het publiek… Ik kreeg er gewoon kippenvel van.

Het was een fantastisch geslaagde avond. Zeker voor herhaling vatbaar.

Setlist: Aminor - intro-Sisyphus-Bloodless-Olympians - Cracking codes-Fallorun - Danse caribe - Give it away-Archipelago - Proxy war-Manifest - Don the struggle - Bellevue bridge club - Why? - Truth lies - Roma Fade - 3 white horses-Capsized - Anything but love - Orpheo looks back -  Pulaski

Organisatie; Democrazy (ism Handelsbeurs), Gent

Andrew Bird - Een muzikaal staaltje magie
Andrew Bird & Madison Cunningham
Handelsbeurs
Gent
 

Foxwarren

Foxwarren - Ode aan de vriendschap

Geschreven door

Als de naam Foxwarren ergens in uw bovenkamer een belletje doet rinkelen dan bent u (i) indrukwekkend sterk in aardrijkskunde om dit onooglijk klein stadje meteen correct te situeren in Manitoba, Canada en/of (ii) een liefhebber van melancholische treurwilgen zoals Elliott Smith en Sufjan Stevens en bijgevolg ook fan van de gelijknamige band die de Canadese singer-songwriter Andy Shauf ruim tien jaar terug heeft opgericht met drie jeugdvrienden. Het aantal platen in de discografie van Foxwarren is totnogtoe niet bepaald indrukwekkend; door de solo exploten van Shauf bleven demo’s en onafgewerkte nummers bedoeld voor het tweede Foxwarren album jaren lang op de plank liggen tot ze op de valreep van 2018 alsnog het levenslicht zagen. De 10 vakkundig in elkaar gekunstelde softrock miniatuurtjes op die titeloze schijf laten zich beluisteren als één lange dream sequence waarin Shauf zich opnieuw etaleert als één van de meest miskende talenten van zijn generatie.

Andy Shauf lijkt aan zijn vorige triomftocht in DOK Gent, nu drie jaar geleden tijdens de voorstelling van diens magistrale solo plaat ‘The Party’, niets dan goede herinneringen te hebben overgehouden. Afgelopen maandagavond stond de timide Canadees daar immers opnieuw, deze keer geflankeerd door zijn oude makkers van Foxwarren aangevuld met een huurling op keyboards. Tijdens de schuchtere starter “To Be” leek het nog wat zoeken naar de juiste melancholische toets en sputterde de elektrische gitaar van Dallas Bryson nog wat tegen, maar laat dat meteen de enige smet zijn op wat we voor de rest gerust een grand cru optreden mogen noemen. Niet dat we er bijzonder veel gespot hebben, maar liefhebbers van vakkundig gepolijste 70ies intellectuelen als Steely Dan en Randy Newman konden vanavond nergens beter af zijn dan in DOK Gent.
Foxwarren afschilderen als een typische retroband die zich louter beperkt tot het recycleren van het verleden is, zo bleek, een grondige misvatting. In elk nummer van de Canadezen zit er immers wel één of ander subtiel muzikaal experimentje verborgen, gaande van start-stop ritmes, ambient tussenstukjes tot tegendraadse baslijntjes. Bijna als vanzelf ontstaan er dus raakvlakken met bands uit de recentere muziekgeschiedenis. Neem nu de combinatie van in reverb gedompelde close harmony, een kurkdroge piano en een minimale drumbeat tijdens het eerste hoogtepunt “Lost In A Dream”, een succesformule waarmee de New Yorkse collega’s van Grizzly Bear een heuse carrière hebben uitgebouwd. Nog straffer was “Fall Into A Dream”, dat uit te startblokken schoot als een wulps alt.country deuntje zoals Wilco er ooit een paar dozijn uit hun mouw hebben geschud om vervolgens in de lange outro radicaal van koers te veranderen richting Air’s psychedelische loungepop. Dat de doorwinterde Canadezen hun hand niet omdraaien voor een tempowisseling meer of minder bewezen ze door de subtiele spacepop van “Lost On You” naadloos te laten overlopen in het door een motorik krautrock beat opgejaagde “Everything Apart”.
Met songs over vertwijfeling, verlies en onbereikbaar verlangen kan je de ondertoon in het Foxwarren universum bezwaarlijk uplifting noemen. Helemaal haaks daarop stond het ontwapenend enthousiasme van de breedlachende Canadezen die écht leken te genieten van hun avond. Shauf is te mensenschuw om zich te profileren als volbloed frontman, maar vanonder zijn guitige rode pet zocht hij toch met mondjesmaat contact met het publiek: “Do you have any questions for the band”? vroeg hij zich een paar keer af. Wie de kurkdroge humor van Filip Geubels kan smaken , werd vanavond op zijn wenken bediend.
Ook de uitdaging om een concertuur te vullen met een album dat reeds afklokt na 35 minuten ging Foxwarren met verve aan. De Canadezen hadden een stuk of drie nieuwe nummers in de aanbieding, waarvan eentje met de vermoedelijke titel "I Wanna Hear Your Voice Call” amper zou misstaan op de volgende plaat van Midlake. Als enige encore deed ook Shauf in zijn dooie eentje een duit in het zakje met de Belgische première van het ontwapenende liefdesliedje “Judy”.

Foxwarren etaleerde zich vanavond als een vriendenclubje dat erg spaarzaam omsprong met muziek en woord: elke noot raakte een zenuw, elke quote was meteen raak. “This place is nice, just a couple of old pals playing some tunes” liet Shauf zich ergens ontvallen. Geen loze woorden, maar een treffende ode aan vriendschap in moeilijke tijden.

Organisatie: Democrazy, Gent

Metallica

Metallica - WorldWired Tour 2019 - The Metallica family is alive and kicking

Geschreven door

Na een eerdere passage in Antwerpen met hun recente album ‘Hardwired… to self destruct’ begin november 2017 was het nu de beurt aan het Brussels ‘Koning Boudewijnstadion’. Het was inmiddels meer dan 30 jaar geleden dat deze Amerikaanse metalband nog eens te zien was in onze hoofdstad.

James Hetfield en zijn companen hebben de tand des tijds overleefd, al heeft het links of rechts dikwijls aan een zijden draadje gehangen. Problemen (drank en drug) hebben deze band tot aan de afgrond gebracht maar gelukkig bleef de fatale val telkens uit. Meer nog, de jaren hebben grijze haren meegebracht maar aan kwaliteit wordt er niet ingeboet. Iets wat de trouwe Metallica-fan weet te waarderen. Een trouw publiek en ook een ouder publiek. De fans van het eerste uur zijn inmiddels ook al vijftigers maar blijven op post. Het is een soort familiesfeer die rond de band hangt en het wordt ook zo gepromoot door de band zelf. De eerste 1000 die met de fiets kwamen , kregen een cadeau, een plectrum met ‘Manneke pis’ op. De chemie tussen band en fans is waar Metallica al jaren hard op hamert.
De Belgische kleuren op de ledwall, t-shirts in Belgische kleuren, Belgische plectrums en dan nog die cover van een plaatselijke band. Zoals twee jaar geleden in het Sportpaleis mocht Robert Trujillo zijn beste Frans boven halen om een cover van ‘Plastic Bertrand’. “Ca plane pour moi” kreeg een stevige basslijn door Robert met aan zijn zijde Kirk Hammett op gitaar. In Nederland was het een cover van “Bloed, zweet en tranen”, van Andre Hazes. Je kan je dan afvragen welke cover ze gaan spelen in Estland of Finland.
Deze tour begon op 1mei in Lissabon (Portugal) en eindigt op 25 augustus in Mannheim (Duitsland) en brengt hen op plaatsen waar ze nooit eerder zijn geweest zoals Slane in Ierland, Göteberg in Zweden en Tartu in Estland. Ondanks op zondagavond het grootse concert , waar menig aanwezige fan de dag erna de werkweek aanvat,  hadden we toch liever het concert later zien beginnen. Het eerste uur begon in de zon met “Hardwired”. Dat is bemoedigend maar niet hetzelfde als in een zaal. Je mag als band nog zo je best doen, het plaatje klopt niet 100% en zo dreig je te verzuipen in je eigen gigantische repertoire. “The Unforgiven” kunnen we nog smaken tussen donker en klaar maar het hardere werk, daarvoor was het wachten op de duisternis. “Sad But True” kwam eraan en het was “St. Anger” van hun gelijkaardig album dat het tweede uur een boost gaf.
De nacht begon te vallen en de band kwam tot leven, het had wel iets weg van een vampierfilm. Het hek was van de dam, achtereenvolgens “One” en dan het oersterke “Master of Puppets”, “From Whom the Bell Tolls”, “Creeping Death” en “Seek and Destroy”. En dan allemaal samen op adem komen. Dat er geen enkel nummer van ‘Death Magnetic’ werd gespeeld , was niemand rouwig om.

Het zijn de echte klassieker waarom de fans altijd opnieuw naar een concert van Metallica gaan. Die nummers die hun gelijke niet kennen in de metal-scene. “Nothing Else Matters”, eerst niet geliefd maar ondertussen de grootste meezinger van de band om dan op het einde de definitieve genadeslag te geven met “Enter Sandman”. Vuurwerk knetterde boven het stadium alsof de Rode Duivels het WK gewonnen hebben maar niet was minder waar. Het waren de ridders van de nacht die Brussel hadden neergesabeld met hun steengoede klassiekers.

SETLIST: Hardwired - The Memory Remains - Disposable Heroes - Harvester of Sorrow - The Unforgiven - Here Comes Revenge - Moth Into Flame - Sad But True - Fade to Black - St. Anger-One - Master of Puppets - For Whom the Bell Tolls - Creeping Death - Seek and Destroy
ENCORE: Lords of Summer - Nothing Else Matters - Enter Sandman

Organisatie: Live Nation

Snail Mail

Snail Mail - Op de richel tussen moed en overmoed

Geschreven door

Muzikale kindsterretjes, het is een mensensoort waar we per definitie in een wijde boog omheen wandelen. Het uit Baltimore, Maryland afkomstige indietalent Lyndsey Jordan vormt de spreekwoordelijke uitzondering op die regel: op vijfjarige leeftijd ruilde ze haar Barbie collectie in voor een elektrische gitaar, ze was amper 16 toen ze vermomd als Snail Mail haar eerste EP ‘Habit’ uitbracht op het label van neopunk helden Priests, en vorig jaar scoorde Snail Mail’s full album debuut ‘Lush’ nagenoeg in elk zichzelf respecterend eindejaarsoverzicht. Genoeg adelbrieven dus om amper een jaar na haar eerste optreden alweer present te tekenen in de Brusselse Botanique.

Jordan herinnerde zich haar vorige doortocht in de bescheiden Witloof Bar nog alsof het gisteren was, en leek oprecht tevreden met de upgrade naar de Rotonde die afgelopen vrijdagavond afgeladen vol zat. Het frêle blondje van toen heeft intussen plaats geruimd voor een meer zelfzekere zwartharige adolescent. Ook haar begeleidingsband is intussen uitgebreid en huist naast een onopvallende ritmesectie nu ook een keyboardspeelster wiens taak er vooral in leek te bestaan om de tuning tijd tussen de nummers door op te vullen met spooky soundscapes. We zien er vooral een manoeuvre in van Jordan om op tijd en stond de aandacht van haar persoon af te leiden; wie ‘Lush’ een aantal draaibeurten gunt , komt er immers vlug achter dat de Amerikaanse tot het introverte type behoort en het podium dus niet haar favoriete habitat is.
Na een korte instrumentale intro begon Snail Mail’s set erg moedig door meteen één van haar prijsbeesten “Heat Wave” te serveren. Alle ingrediënten die ‘Lush’ zo genietbaar maken , klonken akelig perfect door in dit ene nummer, inclusief de tussen wanhoop en verwardheid oververslaande misthoorn van Jordan en haar kristalheldere -aan The Sundays schatplichtige- gitaarspel. Ook vroege nummers uit Snail Mail’s debuut EP zoals “Dirt” en “Slug” getuigden van een hoog gehalte aan perfectionisme.
Wat Jordan op een uur tijd vocaal presteerde was erg sterk, zeker tijdens de meer zwaarmoedige stukken zoals “Let’s Find An Out” en “Deep Sea”, maar wie op enige interactie met het publiek zat te wachten kwam van een kale reis thuis. Het publiek bleef Jordan & co onverminderd met applaus belonen, maar het oppergeconcentreerde Amerikaanse wonderkind bleef er al bij al eerder onbewogen bij. Het grootste herkenningsapplaus dat uit de Rotonde opsteeg viel te beurt aan “Pristine”, een indiepopparel met een onmiskenbare 90ies feel die even goed op een best-of van Juliana Hatfield of Liz Phair had kunnen staan.
Encores zijn voorlopig niet aan Jordan besteed, dus om de set toch met een waardig artistiek statement te besluiten stuurde ze haar band vroegtijdig naar de kleedkamer en liet ons kennismaken met twee nieuwe songs. Wat begon als een moedig avontuur verzandde echter al snel in een daad van overmoed. Eens buiten de comfortzone van haar vaste begeleidingsband bleek het toch niet evident voor de 20-jarige Amerikaanse om de belofte ook in haar dooie eentje waar te maken: Jordan greep al eens naast een gitaarakkoord en schudde regelmatig het hoofd als een gestresseerde student tijdens een examen notenleer.

Op zich overtuigden de twee onuitgebrachte nummers ons wel; ineens klonk Jordan hier een stuk zelfverzekerder, en ja, zelfs radiovriendelijker. Als ze nu ook nog eens verlost kan geraken van die groeipijnen, dan wordt Snail Mail beslist een blijvertje. Ik maak het thuis alle dagen mee: geef de jeugd het nodige krediet en alles komt (hopelijk) wel goed.

Organisatie: Botanique, Brussel

Kevin Morby

Kevin Morby - Troubadour van de grootstad

Geschreven door

Onmiskenbaar als songwriter beïnvloed door traditionele muzikale ambachtslui als Leonard Cohen en Bob Dylan, en met die laatste zelfs een weelderige krullenbol als extra   gemeenschappelijke troef. Op zich al meer dan chapeau, zou je kunnen zeggen, maar Kevin Morby sloeg er in de Ancienne Belgique ook nog eens in om met verve de brug te slaan naar eigentijdse ‘freak folk’ artiesten die zich liever in de underground verschuilen zoals Mac Demarco, Ty Segall, of, iets ouder, M. Ward, en dit zonder ook maar ergens geforceerd over te komen.

Om maar meteen te zeggen: ‘Oh My God’, de jongste worp met Kevin Morby, op de platenhoes trouwens licht obsceen poserend met niet al te mediageniek ontbloot bovenlijf - zien we hier een parodie op de narcistische, zelf verheerlijkende social media cultuur? - is alweer een schot in de roos, tenminste voor diegenen die nog naarstig op zoek zijn naar een luie, gezapige soundtrack bij een zomerse BBQ die onverwacht dankzij uitgelaten ritmische wendingen kan ontaarden in een spontaan dansfeestje, en heus niet alleen voor de zatte nonkels.
“This life is a killer, but oh what a ride”, het refrein van opener “Congratulations” kon de toon en opzet van het concert van deze licht excentrieke Amerikaan met 6 koppige band met gospel allures alvast niet beter samenvatten.
Single “No Halo”, eveneens van de nieuwe plaat, klonk als de perfecte soundscape bij een wilde nacht door een kosmopolitische grootstad als Brussel, waarbij kurkdroge mijmeringen in de trant van New Yorker Lou Reed het voorspel bleken voor een warme, sensuele saxofoon climax.  Idem dito voor de ingetogen liefdesverklaring “Savannah”.
Maar ook de oudere nummers werden niet vergeten en zelfs op uitbundig herkenningsapplaus van de fans van het eerste uur onthaald. Neem “City Music” bijvoorbeeld, die avond slechts één van de meerdere hoogtepunten in de live set, dat een gezapige, instrumentele start nam, denk aan de eigentijdse hipster band Kruanghbin bijvoorbeeld, om vervolgens steeds sneller te demareren tot een wilde jazz improvisatie die niemand in de zaal onberoerd liet.
Of “Dorothy” van het veelgeprezen album “Singing Saw”, dat zelfs knipoogde naar de ouderwetse  rock&roll van The Jesus and Mary Chain in zijn gloriedagen.

Slechts één bisnummer kregen we afsluitend te horen, “Harlem River” van de gelijknamige debuutplaat, maar dat klonk wel opwindender dan het ganse oeuvre van een pak minder getalenteerde geestgenoten samen.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Meat Puppets

Meat Puppets - Reünie van een charmerend vijftal

Geschreven door

Meat Puppets, de band vergaarde enige roem wanneer Kurt Cobain hen vroeg mee te spelen tijdens de MTV Unplugged sessies van Nirvana . Nirvana speelde er samen met de broers Kirkwood drie originele songs van hen , “Plateau”, “Oh me” en “Lake of fire”; deze drie songs werden in deze reünie in de originele bezetting van de  tour , en hier vanavond, niet vergeten. Meat Puppets kon rekenen op een warm onthaal.

De band na al die jaren terug aan het werk zien , werd dus sterk onthaald . Een uitverkocht N9 deed de intussen grijs bebaarde broers deugd . Anderhalf uur konden we genieten van een mengeling rock/grunge/hardcore/punk/rockabilly, roots en country .
Het kwintet heeft een nieuwe plaat uit ‘Dusty notes’ , het eerste sinds 2013 . De single “Warranty” zat al in het begin van de set en de klemtoon komt hier op americana/roots  in al z’n variaties. De zang van Curt en de samenzang met broer Cris heeft door de jaren nog maar weinig ingeboet.
Ze lieten in loop van de set nog enkele nieuwkomers los , als “Nine pins” en de titelsong , die doorduwen op country/hillbilly , “The great awakening”, die dromerige indierock laat horen en “Sea of heartbreak” , die rijkelijk vloeit in 70s retro .
Ook vanavond kreeg je heel wat stijlvarianten van de broers en hun band Meat Puppets , het hoempapa klinkende “Coming down” als opener, “Sam” knipoogt naar de aanpak van Violent Femmes en “Up on the sun” doet mijmeren naar het oude Soul Asylum . “Seal whales” en “Flaming heart” hadden dan een rauwer kantje . En met “Lake of fire” en “Backwater”,  waarmee de groep hier in de Afrekening geraakte , slaat resoluut op de grunge.
Nostalgie? Hier waren weinig jonge gasten te bespeuren . Hier waren veertig- vijftigers postgevat om deze band in de voetsporen van de 90s grunge nog eens aan het werk te zien .

Een heerlijk afwisselende set van een charmerend vijftal die zich ontspannend  door de set laveerde!  

Organisatie: N9, Eeklo

Wiegedood

Wiegedood - Een rit door de hel, en terug.

Geschreven door

Het voorprogramma van deze avond werd verzorgd door Elles. Dit muzikaal project bestaat uit twee straffe dames: Ine Clerckx (gitaar) en Emelie De Bruyne (viool). In 2019 behaalde dit duo hun masterclass in huiskamerconcerten en werkten ze reeds samen met verschillende muzikanten (vanuit fel uiteenlopende genres). Van klassieke muziek tot volkse wereldmuziek, Elles is in staat om ieder concert op maat van de huidige context te geven. Deze avond werd hen gevraagd om ons voor te bereiden op Wiegedood. Dit laatste bleek echter geen evidente opgave. Toen Ine & Emelie het podium opkwamen , wisten volgens mij slechts enkelen in de zaal wat te verwachten. Het volume stond niet luid, maar toen de gitaar begon en daarna de viool, kon ik alleen maar met open mond kijken. Mijn oren werden gestreeld door zeer gevarieerde muzieklijnen en het viel mij op hoe goed ze op elkaar ingespeeld zijn. Emelie beheerste haar viool zo goed dat zelfs de hoogste, fijne klanken ook mijn oren streelden. Ik werd meegezogen in hun uitdagende, klassieke tot moderne, muziek en met ogen dicht nam mijn intense beleving enkel maar toe. Jammer genoeg was er toch vrij veel rumoer in de zaal, volgens mij totaal onverdiend. Elles kwam op, speelde, verbaasde en waren vooral: heel moedig! Ik kijk uit naar hun eerste plaat, hopelijk komt die er vroeg of laat.

Een half uur later stond Wiegedood klaar om onze trommelvliezen te vermorzelen. Voor de ietwat kenner van het hardere werk, hoef ik niet meer te vertellen dat Wiegedood alleen maar bestaat uit leden die zich reeds goed bewezen hebben binnen het genre. Zo drumde Wim Coppers zich al te pletter in volgens mij één van de beste hardcore/punk bands van België: Rise and Fall. Maar hij drumde ook al voor The Rott Childs, White Jazz en Supergenius. Levy Seynaeve (zang/gitarist bij Wiegedood) kennen we ook van Amenra en Hessian. En tot slot is Gilles Demolder (gitarist bij Wiegedood) ook vaste basgitarist bij Oathbreaker. Je denkt het juist: Wiegedood in een black-metal superband.

Mijn verwachtingen waren hooggespannen en dit bleek niet onterecht te zijn. De set begon meteen met de beukende intro van “Ontzieling”. De hiërarchie werd a la minute duidelijk: Wiegedood zou ons allen platspelen en wij zouden, moesten maar bezwijken. Het drumwerk van Wim (met dubbele basdrum) was keihard en dit nog meer dan op de originele plaat. De gitaren speelden perfect in elkaar verweven en ook de vocalen van Levy lieten geen twijfel groeien over de intensiteit waarop ze hun muziek (wilden) brengen. Al na het eerste nummer moest ik even op adem komen.  
Maar veel tijd om te bekomen was er niet. Meteen speelde Wiegedood verder, de snoeiharde gitaren brachten “Svanesang” tot de bovengrond. Het publiek was ook hard mee: in de zaal zag ik veel hoofden meebewegen op de golven van dit hellegezang. Ook de belichting was puik in orde, rode en goud schakeringen wisselden aan hoog tempo af met hypersnelle stroboscopen. Foto’s nemen was bijna een onmogelijk opgave. Een toppunt van deze catharsis kwam er toen “Prowl” startte: Levy liet zijn vocalen ijzig koud doorheen de zaal snijden en toen de gitaren invielen kwam alles tot een climax van jewelste. Wat mij ook opviel is de mate van distortion, waardoor Gilles z’n gitaarwerk alleen nog maar rauwer klonk.
Aan dit hoge tempo, verliep het optreden verder. Er was bijna geen ademruimte, alsof iedereen de pijn en verdriet vanuit de muziek moest en zou voelen. En net toen ik dacht dat er een einde aankwam, kondigde Levy aan dat ze nog een laatste nummer, “Onder gaan” gingen spelen. Dit nummer nam ons nog een laatste keer stevig mee en eindigde langzaam, maar hard. Een perfecte afsluiter voor een avond vol black metal van de bovenste plank.

Wiegedood… een rit door de hel, en terug.

Setlist: Ontzieling - Svanesang - De doden hebben het goed II - Cataract - De doden hebben het goed III - Prowl - Onder gaan

Organisatie: Vooruit, Gent

Zerodent

Zerodent - Postpunk met een sprankelende gitaar

Geschreven door

Eerste band was Schleu (mof in het Nederlands), een viertal uit Lyon waarvan Lars Ulrich beweerd zou hebben dat het de beste groep aller tijden is. Dat moet dan wel in een erg nare droom gebeurd zijn. Toen ze eraan begonnen stonden er nauwelijks zeven mensen te kijken en hun hysterische noiserock was niet van die aard om veel meer volk naar binnen te lokken. Beefheart’s ‘Trout mask replica’ achterstevoren op 78 toeren afgespeeld zal wellicht nog toegankelijker klinken dan hetgeen we hier hoorden. Heel even liet de zangeres ons hopen dat we het Franse antwoord op Melt Banana zouden krijgen , maar de lawine aan dissonante noten bleek toch nog een stuk moeilijker te verteren. The Flying Luttenbachers leek me een beter referentiepunt. Ons tolerantievermogen werd danig op de proef gesteld maar af en toe viel er ook echt wel wat te genieten. De gitarist , wiens gitaar soms klonk als een ontregelde sirene, wist met een minimum aan effectpedalen steeds verrassend uit de hoek te komen. Ook de andere instrumenten (bas en drums) konden individueel ontzag afdwingen. Alleen vroeg ik me soms af of ze wel wisten dat ze met zijn vieren waren. Op de momenten waarin ik dan toch enige vormen van structuur meende te ontwaren, lieten ze me zowaar mijmeren over Trumans Water, een band die me nog steeds nauw aan het hart ligt. Ik ging ervan uit dat Schleu een relikwie uit een ver verleden was maar bij nader toezien bleek dit om een geheel nieuw project, weliswaar met een stel veteranen in de rangen, te gaan. Na deze set hadden ze er alvast twee fans bij: de zanger en de drummer van Zerodent die er tot de laatste noot bij bleven headbangen.

Zerodent is een viertal uit het Australische Perth met twee platen op Alien Snatch! Records en een doortocht op het befaamde Gonerfest op het palmares. Het intussen wat talrijker geworden publiek zag een sympathiek en gretig bandje waarvan drummer Dylan Prossor blijkbaar dezelfde kapper als Amyl and The Sniffers frequenteert. Als dat maar geen trend wordt!
Postpunk met de nadruk, gelukkig maar, op punk waarbij ik dan niet denk aan groepen als Protomartyr of Preoccupations maar eerder Wire in gedachten heb.

Korte, aanstekelijke songs die behoorlijk sprankelden en dat kwam eerder door de instrumenten dan door de half gezongen half gesproken woordenstroom van Lee Jenkins. Het grootste aandeel daarin had gitarist Predag Delibasich. Hij leek wel het buitenbeentje in de groep, volledig in het zwart terwijl de andere drie voor wit opteerden terwijl hij ook een stuk ouder leek. Maar vergis je niet: hij is samen met Jenkins (tevens de twee enige originele leden) duidelijk de spil van de groep en bepaalt hij met klaar klinkende en rinkelende gitaarakkoorden de richting die Zerodent uit wil. En dat was een koers die zich niet halsstarrig aan postpunk vastklampte maar waarin ook andere invloeden zoals de slacker rock van Pavement getolereerd werden. Dat deed hij sober, onopvallend bijna en zonder de alom tegenwoordige batterij pedalen aan de voeten maar o zo doeltreffend.

Delibasich, van Servische afkomst, was trouwens bijzonder gelukkig dat hij in de Pit’s mocht spelen, niet in het minst omdat hij uitgerekend hier zijn broer terugzag. Niet alle nummers waren even geslaagd maar enkele briljante parels lieten me dat snel vergeten.

Organisatie: Pit’s, Kortrijk

WildHeart (Belgium)

No Love

Geschreven door

Binnen het aanbod van bands die hardrock, sleaze en glam in hun oldschool-vorm brengen, vinden we al te vaak flauwe afkooksels tot ronduit gewone kopieën van de artiesten uit het wilde verleden. Maar soms, heel soms kom je onontgonnen parels tegen die je versteld doen staan, je murw slaan en je door middel van het brengen van de ene na de andere adrenalinestoot plots weer 16 doen voelen. Eén daarvan is WildHeart. Deze jonge topmuzikanten zien er niet alleen uit alsof ze even vanuit de jaren '80 naar het heden zijn geflitst, ze klinken ook zo aanstekelijk als bands als Mötley Crüe, Skid Row en dergelijke in hun topjaren. In 2016 waren we al danig onder de indruk van WildHeart’s titelloze debuutalbum waarover we schreven: ''Zowel technisch - op wat een hoog niveau worden die songs toch één voor één gebracht - als spontaniteit en gedrevenheid blinkt plaat en band volledig uit. We komen het heel zelden tegen dat we van begin tot bitter einde, bij het beluisteren van een debuut plaat, compleet murw worden geslagen.  Maar bij WildHeart was dit zeker het geval. Een aanrader van formaat!"
Er komt nu een nieuw pareltje op de markt, 'No Love', waarop WildHeart begane wegen verder blijft bewandelen. Lekker groovy klinkende gitaarlijnen die klieven door je vege lijf. Drumsalvo's die je als kanonschoten wakker schudden en die verdomd heldere en heel hoge vocale aankleding, waarbij de haren op je armen rechtkomen van puur innerlijk genot. Het is ook anno 2019 nog steeds de manier waarop WildHeart de aanhoorder murw slaat. Vanaf “The Mirror”, eigenlijk een eerder zachtmoedige intro, zijn we vertrokken voor wat niet anders kan genoemd worden dan een lekker oldschool heavymetalfeest van zeldzaam hoog niveau. “A Strangers Eyes” hakt er stevig in en ook bij “Nothing But Trouble” krijg je prompt de neiging die song uit volle borst mee te brullen. Je haalt de luchtgitaar boven en begint stevig te headbangen tot de vroege uurtjes. Het is eenvoudig, maar o zo spontaan op de heupen werkend, dat je hierop onmogelijk kan stilzitten. Dat is de rode draad op deze schijf. WildHeart doet ook anno 2019 dus niet aan experimenteren of stijlbreuken, zo blijkt. Waarom zou je een stijl waarmee je zoveel heavymetalliefhebbers een oorgasme bezorgt veranderen? WildHeart doet met songs als “No Love”, “One Way Ticket To Paradise”, “Rumours” en “The Winner's Always Right” dan ook wat het altijd heeft gedaan: ons rockhart enorm diep raken. “Tonight We Rock” is niet alleen de afsluiter van deze schijf, maar vat deze plaat goed samen.
WildHeart voegt aan zijn sound van drie jaar geleden wellicht niet zoveel toe, maar is duidelijk wel volwassener geworden. Alle gezichten kijken meer dan ooit dezelfde kant uit en dat resulteert in een perfecte, pure oldschool hardrock/heavymetalschijf die kan geplukt worden uit die jaren '80, moest je niet weten dat het een recent schijfje is. Doordat WildHeart echter de aanhoorder bewust meesleurt naar enkele vroegere decennia die al ver achter ons liggen, en daar enorm veel sausje spontaniteit en spelplezier aan toe voegt. Waardoor de ene na de andere adrenalinestoot je heavymetalhart in vuur en vlam zet.  Komt WildHeart daar gewoon mee weg en trekken ze ons andermaal compleet over de streep.

Ornamentos Del Miedo

Este No Es Tu Hogar

Geschreven door

Ornamentos del Miedo uit Spanje is een one-man band die atmospheric funeral doommetal brengt. Angel Chicote heeft eerder het mooie weer gemaakt bij bands zoals Graveyard Of Souls, Mass Burial, Ad Nebula Nigra, Ultimo Gobierno, Sinergia, enz. ‘Ornamentos del Miedo werd medio 2017 geboren als de noodzaak om de realiteit te ontdoen van alle ornamenten en luchtspiegelingen die we hebben gebouwd. Lezen we in een biografie. En ook: ''om ons aan te passen, aan een ellendig bestaan over een diep en donker geluid." Met 'Este No Es Tu Hogar' levert Ornamentos del Miedro zijn eerste album af. Hij neemt ons letterlijk mee op reis naar de diepten van ons onderbewustzijn. Waar leven en sterven elkaar de hand reiken. Binnen een intens mooie omkadering. Zoals dat hoort bij funeral doommetal.
Op mijn 54ste ben ik daar uiteraard nog niet mee bezig, maar op de vraag welke muziek ik zou willen dat er op mijn begrafenis wordt gedraaid, is het antwoord doorgaans enkele van mijn grote idolen. Echter puur muzikaal past funeral doommetal perfect in hoe ik heb geleefd. Een vat boordevol emoties en overgevoeligheid, met toch wel een donker randje. Ornamentos Del Miedo doet op deze schijf niets nieuws met die muziekstijl, maar brengt die wel op een zodanige intensieve wijze dat hij u, eens onder hypnose gebracht, tot tranen toe weet te dwingen.
Dat merken we al bij die eerste, circa elf minuten lange track “Este No Es Tu Hogar”. Meteen is deze song een schoolvoorbeeld van hoe de complete schijf in elkaar steekt. Daaropvolgende lange songs van circa tien twaalf minuten, gaan namelijk diezelfde intensieve weg op. “Ornamentos Del Miedo” voelt aan alsof je geladen je lot tegemoet ziet, zelfs met een glimlach op de lippen. Want hier worden geen geluidsmuren op een oorverdovende wijze afgebroken, noch komt een dreigende ondertoon naar boven, waardoor het angstzweet je op de lippen zou staan. Eerder brengt Ornamentos De Miedo de aanhoorder tot een zekere gemoedsrust, uiteraard binnen die donkere omkadering. Alsof de dood het rustig laat worden in je hoofd, zo voelen die intensieve donkere funeral doomsongs als “Carne”, “Caminos Perdidos”, “Raices Podridas” allemaal aan. De eindspurt wordt ingezet met het veelzeggende “Frágil”. Een songtitel die eigenlijk perfect omschrijft hoe deze volledige schijf echt in elkaar steekt. Breekbaar, zeer breekbaar.
Ornamentos Del Miedo brengt een typische funeral doommetalschijf uit. Breekbaar als porselein, zoals ook het leven breekbaar kan zijn. Zodanig intensief dat er een donkere gemoedsrust over jou neerdaalt die je tot tranen brengt, waarna je je lot zelfs met een gelukzalig gevoel vanbinnen in handen neemt. 'Este No Es Tu Hogar' is dan ook gewoon een schoolvoorbeeld van hoe een funeral doommetal schijf echt moet aanvoelen. De ziel verwarmen binnen een duistere omkadering, waardoor sterven niet aanvoelt als iets pijnlijk maar eerder als een zacht deken dat je tot eeuwige rust brengt. En daarin slaagt Ornamentos Del Miedo dus op zijn eerste schijf met brio.

Tracklist: Este No Es Tu Hogar, Ornamentos Del Miedo, Carne, Caminos Peridos, Raices Podrida, Fragil

Pagina 319 van 964