logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Gavin Friday - ...
Stereolab

Mark Lanegan

Mark Lanegan - Film noir sfeerzetting in een zweterig Gent

Geschreven door

Mark Lanegan, gothfather van de grunge,  en performer van smerige ballengrijpende rock toen de dieren nog spraken, treedt tegenwoordig in theaterzalen met fluwelen stoeltjes en redlight district verlichting op, wat in de jaren 90 waarschijnlijk tot verhitte discussies onder gelovers in de zuiverheid van rock’n roll had geleid, discussies die het punt dachten te moeten maken dat stoeltjes enkel voor mietjes zijn , die in stadions naar stadionrock of Limp Bizkit of zoiets luisteren, zonder dat ze dan al van bij het begin met die vermaledijde stoeltjes hoorden te beginnen gooien.
Verleden tijd zijn dus de stank als een miasma van blauwe rook, verschaald bier en lijfgeuren die vroeger onlosmakelijk met een rockconcert verbonden was en de te kanaliseren agressie die liefhebbers zich al op vroege leeftijd tot het genre deed bekeren. De enige mislukte poging om dat gevoel te doen herleven was het overschakelen op plastic bekertjes in het café van de Vooruit, wat minder dan minnetjes was.

O nee, tegenwoordig hebben we het over iets heel anders. Denk aan softpornosfeerzetting door middel van veel David Lynchblauw aangevuld met vegen boudoirrood en het comfort van een culturele ervaring die je doet mijmeren met meer melancholie dan nodig is dat rebelsheid ook wel zijn beste dagen gehad heeft. Dat is zo kort geschetst de sfeer waarin je tegenwoordig bij een Mark Lanegan concert terecht komt en dat is op straffe van ironie te worden verdacht een heel aangename plek.
Op het podium was zelfs geen drumstel te bespeuren, enkel de tourneebassist Fred Lyenn Jacques en gitarist Duke Garwood die het hele concert behoorlijk op de achtergrond bleven, een eigenlijk beperkte rol hadden, want alles werd gedomineerd door de soms wat al te dominante spacerockgitaar van Jeff Fielder en door natuurlijk die stem, één van de waarschijnlijk meest iconische stemmen van de hedendaagse muziekwereld , nu ze sneuvelen bij bosjes.
Zijn hese, grauwende stem die het gevolg zou moeten zijn van een zondig leven en de altijd weer daarop volgende boetedoening ware het niet dat Lanegan al op zijn 20ste zo klonk, overheerste alles behalve op die momenten dat Fielder loos ging op gitaar, wat wel spectaculaire solo’s opleverde, maar ook een niet te onderschatten stijlbreuk met de sfeer van de songs. Matter of opinion.
Wat valt er zeggen over de nummers die uitgepuurde versies waren van soms op plaat hardere versies, terwijl tijdens het zingen de instrumenten enkel als begeleiding dienden bij de doemverhalen die zo uit Poe of een Zuidelijke swamp weggelopen lijken? Het was recent werk, niet altijd even makkelijk te herkennen want soms echt anders gebracht, maar het is ten andere ook haast niet meer bij te houden in welke verschillende projecten Lanegan allemaal actief is.

Eigenlijk moet je je laten meevoeren met gesloten ogen naar de andere plek waar deze muziek vandaan komt, een plek die je zomaar bleek te kunnen bereiken, een plek die op een hete meiavond zomaar eventjes in Gent bleek te liggen.

Organisatie: Democrazy ism Vooruit, Gent

Compact Disk Dummies

Compact Disk Dummies- Feestje met een grimlach

Geschreven door


De voormalige Rock Rally winnaars stelden afgelopen woensdag hun debuutalbum ‘Silver Souls’ voor in de AB. De twee broers zijn met hun nieuwe plaat een toch wel volledig andere weg ingeslagen. Live weten ze de sfeer erin te houden, een stomend concert af te leveren , de AB op hun kop te zetten, en toch … enkele onverwachtse wendingen lieten ons een beetje op onze honger zitten en doorkruisten de lijn van onze verwachtingen.

Over de opener “Silver” konden we niet klagen. Een typische Compact Disk Dummies track waar iedereen op zat te wachten. Een gespierde gitaar die door het nummer raasde en voor de nodige power zorgde. Live dan toch, want op hun album komt dit nummer toch niet helemaal tot zijn recht. Over “Run” en “The Girls Keep Drinking” maakten we ons ook wel een beetje zorgen. Bij beide nummers zat de power verborgen in een veel te klein hoekje, wat meteen een bron van irritatie werd. Al wist Lennert de meisjesharten in het publiek toch te veroveren met zijn wervelende en toch wel aparte danspasjes.
“Monster” kunnen we dan wel bekronen als dansnummer van ‘Silver Souls’, vanaf deze track brak de sfeer los en waren we vertrokken ... op weg naar een stomend feestje. Ook wanneer “Mess with us” terug opgerakeld werd en onze trommelvliezen mocht betreden,  werden we spontaan gelukkig en begonnen onze heupen heen en weer te wiegen.
“Holy Love”, hun laatste en allernieuwste single kwam hier ook even tussen piepen met enkele verassende blazers. Maar de echte en oprechte winnaars van de avond waren “The Reeling” en “F.E.E.R.S”. Hiermee bewezen ze hun eerste plaats op Humo’s Rock Rally.

Enfin, aan enthousiasme ontbrak het niet. Maar we moeten toch toegeven dat Lennert en broer Janus even de weg zijn kwijtgeraakt tussen enkele pijnlijke disco elementen verscholen in hun nieuwe songs. Maar dit zal ons zeker niet weerhouden om tijdens de zomerfestivals terug even een kijkje te nemen als zij de tent op zijn kop zetten.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/compact-disc-dummies-11-05-2016/
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/hong-kong-dong-11-05-2016/

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

The Fire Harvest

Singing, Dancing, Drinking

Geschreven door

Dit album is samen met Canadese producer en country artiest Daniel Romano opgenomen, die de band ontmoette in Duitsland. Wat begon als het soloproject van We vs Death zanger en drummer Gerben Houwer, is sindsdien uitgegroeid tot deze band. Met deze volledige bezetting namen ze, terwijl de Tour de France door Utrecht raasde, een album op: 'Singing, Dancing, Drinking'. (Alt)country meets (post)punk. Noem het trage, logge en melancholische slowcore.
Opener “Working Man” heeft het van een trage opbouwende intro die meteen de toon voor de hele schijf zet. Ballads ala Nick Cave of zelfs Steward Staples. De combinatie van Gerbens prachtige innemende stem en zijn heerlijk vervormd gitaargeluid valt best te pruimen en is zwaar om te verteren. Gerben zingt in een soort steenkoolmijnengels. De band bestaat naast Houwer uit Jacco van Elst (This Leo Sunrise), Gibson Houwer (de broer van, Lost Bear), Nicolai Adolfs en Bart Looman (Audiotransparent). Ondanks tempowisselingen is er nergens uptempo te bespeuren. “Sorry For The Mess” zal met zijn 80ies sound lang in mijn lader mogen blijven. Zo ook “Runner” en “Simple Solutions”. Onderhuids is er steevast een vulkanische spanning die net niet wil ontploffen. Beklemmend passioneel zonder in arty farty gezeik te vervallen. Alles is mooi minimalistisch en gelaagd opgebouwd en de luisteraar wordt ras meegenomen naar diepe zielenroerselen. Het vergt dus wel enige inspanning om dit mooie debuut in één ruk uit te luisteren.
Tracklist: Working Man/The Patient/Singers/Sorry For The Mess/Runner/Simple Solutions/Flowers/Empire Watertree

Band of Skulls

By Default

Geschreven door

De vierde plaat al van Band Of Skulls, maar het ziet er zo naar uit dat ze steeds verder afdwalen van het niveau van dat wervelende debuut ‘Baby Darling Doll Face Honey’, een plaat die rockte als een losgelagen tiet.
Met opener “Black Magic” lijkt het nog wel te gaan lukken, maar de halfbakken glamrock van “Back Of Beyond” heeft maar weinig om het lijf en ook andere pogingen om een nieuwe richting in te slaan lopen op een sisser uit. De lauwe Duran Duran- pop van “Bodies” ruikt naar bedorven vis en de funkuitstapjes die we horen op “So Good” en “Erounds” komen er maar wat slapjes uit. De titelsong is een geforceerde poging tot Britpop maar gaat volledig op zijn bek en “Something” lijkt wel een afleggertje van de betreurde Prince, eentje van het soort die hij zelf nooit zou durven releasen hebben. “This Is My Fix” is een moedige poging om de dansspieren in gang te zetten, wat hier zelfs deels lukt, maar iets meer vet tussen de funk zou wonderen gedaan hebben.
Onrustwekkend is dat de songs die nog het meest de rauwe en pittige sound van de originele Band Of Skulls benaderen (“Little Mamma” en “Embers”) ook maar als lauwe doorslagjes klinken van de stevige rockers die op hun veelbelovende debuut het mooie weer maakten.

Op ‘By Default’ lijkt Band Of Skulls te worstelen met een knoert van een identiteitscrisis. Ze weten dat ze niet eeuwig kunnen blijven doorbomen op hun aan Black Keys en White Stripes gelieerde sound, maar het twijfelachtige alternatief dat ze hier aanbieden is ook niet echt iets om op verder te bouwen. Een reanimatie dringt zich op.

Dez Mona

Origin

Geschreven door

Dez Mona, onder de tandem Gregory Frateur (zang) – Nicolas Rombouts (contrabas), vielen op met een sterke combinatie van pop, jazz, blues, gospel en chanson in het verlengde van o.m. Gavin Friday, Antony & The Johnsons, Marianne Faithfull en Moondog Jr.
Ze zijn al zo’n tien jaar bezig en de veelzijdigheid is een straffe troef . Kwalitatief  en creatief sterk dus , gevoeligheid en ontroering als rode draad . Een pop noir, vaudeville ervaren we nu meer op het recenter werk . De stem en de (contra) bas zijn de oude waarden , die we hier terug vinden in een bredere opzet . Leden van DAUU, Dans Dans , Sir Yes Sir, Roosbeef en Black Cassette vullen het duo aan.
De openers “Does it make you, happy?”, “Dirty language” zijn zwaarder van opzet, griezelig paranoïde zelfs  . Daarna val je voor hun  broeierige , donkere pop en ingenomenheid . Op “Great time “ worden we uitgewuifd waarbij de piano en de geweldige stem van Frateur je weten in te nemen .
Inderdaad, die stem en de theatrale voordracht van Frateur bieden zeggingskracht. Dez Mona behoudt z’n originaliteit , heeft opnieuw een zoveelste een uitstekende plaat afgeleverd , songs met sierlijke , broeierige melodieën, een donker romantische inhoud , een gevoeligheid met weerhaken …

Amörtisseur

Lemmium

Geschreven door


Muzikale geniën als Bowie en Prince ten spijt waren wij toch nog altijd het meest van onze melk door het overlijden van onze dierbare Lemmy, een legende die Obelix-gewijs bij zijn geboorte in een vat met whisky doordrenkte rock’n’roll gevallen is.
Op vandaag kunnen we nog troost zoeken in onze batterij Motörhead platen die we om de haverklap loeihard door de boxen knallen, maar live zullen we het moeten stellen met een resem tribute-bands. Amörtisseur is er zo eentje, en ze doen het in het Antwerps. Op zich niet zo een slecht idee, en nog goed uitgevoerd ook.
De Antwerpse Lemmy benadert op een straffe manier de hese strot van het legendarische rock’n’roll icoon en de band weet het vet en de ranzigheid van Motörhead op een getrouwe manier te reproduceren. De heren hebben zich overwegend vastgebeten in Motörhead’s beste periode (ergens tussen 1979 en 1982) en de Antwerpse interpretaties van de songs getuigen van smaak, humor en een stel ferme kloten. “Damaged Case” heet voortaan “Daar Zen Kosten Aan” , “Overkill’ is “Véél The Hard” geworden, “We Are The Road Crew” vertaalt zich in “Mannen Van De Baan” en “Schuppenaas” behoeft natuurlijk geen verdere uitleg. Voor wie het iets moeilijker heeft met het taaltje is er een fijn tekstvelletje bijgevoegd waarmee u naar believen kan meebrullen, … of er bier op morsen, maakt niet uit, dit is tenslotte Motörhead-stuff.
Met zo’n songkeuze en een respectvolle weergave van de gortige Motörhead-sound kan er eigenlijk weinig mis gaan. Zie het als ‘Best Of’ van Motörhead waarbij Lemmy in het ‘Aantwaarps’ zingt. Lemmy de dokwerker, zeg maar.
Mooi eerbetoon.

Italian Boyfriend

Facing the waves

Geschreven door

Eenvoud siert, dat moet zonder twijfel het motto van de Waalse indiepopband Italian Boyfriend zijn. Het trio houdt helemaal niet van moeilijkdoenerij, popliedjes moeten gewoon eenvoudig zijn, het mag best wat melancholisch zijn, maar ze moeten vooral leuk blijven. Het is een ingesteldheid die hun alvast geen windeieren heeft gelegd, zo staan ze dit jaar op het podium van de Nuits Botanique, en hebben ze na het uitbrengen van hun titelloze EP een eerste plaat uit.
De hoes van dit debuut verraadt meteen de stijl die je hierop mag verwachten: een tekening die is ingekleurd met kleurpotloden. Speels, naïeve, dromerige en vooral eenvoudige indiepop waarin ieder getrainde muziekfan met zijn ogen dicht de invloeden van The Pastels, Pavement, The Delgados en bij momenten Belle & Sebastian kan in ontdekken.
Dat levert soms geslaagde mooie liedjes op, zoals “Everything That I Want of Dance For Two”. Er staan zelfs een paar pareltjes op dit debuut, zo zijn de C86-gitaartjes in “Questions Running Through My Head”, het rommelige “When I Come Home” of het hartbrekende “When I Come Home “ echt verslavend. Helaas vind je er ook tracks op terug die net iets te veel in de middelmaat blijven hangen, (“Taken By The Wave” of het niemendalletje “So French”) waardoor deze cd uiteindelijk een half geslaagd debuut is geworden.

Lucas Hamming

Ham

Geschreven door

We lezen er bitter weinig over, toch kun je bij onze Noorderburen eveneens  geregeld een leuke indieplaat met internationale allures ontdekken. Lucas Hamming bijvoorbeeld. Als die naam je niet onbekend in de oren klinkt, dan zou dat misschien kunnen zijn omdat je al eens naar het Nederlandse praatprogramma ‘De Wereld Draait Door’ op de VARA keek, want het viertal is er sinds kort de vaste huisband.
Hoewel bij ons nog zo goed als volslagen onbekend, ontving de band met de vorige singles heel wat mooie prijzen, en nu is de tijd gekomen voor dat debuut. ‘Ham’  is een ideaal product, zelfs een beetje gepolijst, maar dankzij de ijzersterke composities vergeef je dat de Nederlander.
De elf composities die door Jurriaan Sielcken (Jett Rebel) zijn geproduceerd, lopen mooi binnen de lijntjes van de radiovriendelijke indiepop en je merkt dat de band met plezier op de trein springt van populaire alternatieve bands (“Fast and Loose” klinkt zo Tame Impala!), maar is dit erg?
In ieder geval niet in het geval van Lucas Hamming. “Heading Nowhere” speelt wel opvallend buurtje leen bij The Beatles (net als “Make Me Care” dat verduiveld veel op “Come Together” lijkt), wel zijn het songs van wereldklasse.
Tegendraadse rock’n’roll met een hoek af zoals in de meezingbare single “Never Let You Down”, de Oasis-achtige Britpop van “Bedroom Eyes”, ouderwetse Ziggy Stardust-glamrock in “Fool”, of “Don’t You Go” dat je wat aan Jake Bugg herinnert. Het staat allemaal op dit debuut. De mosterd waarvan het komt proef je in een oogopslag, maar goed blijft goed!

Animal Collective

Painting with

Geschreven door

Het NYse collectief Animal Collective kwam in de belangstelling met ‘Strawberry jam’ , en wist in 2009 definitief door te breken met ‘Merriweather Post Pavilion’, hun meest toegankelijke plaat . De groep haalt de mosterd bij ‘60’s Beach Boys en de psychedelica van Flaming Lips en het oude Mercury Rev en is zowat het oudere broertje van een Yeasayer!
Zoveel jaar later is het gezelschap (nu tot een trio gereduceerd) nog steeds kleurrijk bezig met hun indietronica, een aparte en unieke mengeling van elektronica, psychedelica, grillige freefolk en avantgarde. Jawel ze houden van die dwarsliggende geluidjes , die bizar, averechts, dolgedraaid kunnen klinken in hun klankenspectrum .
De helft van de plaat behoort hiertoe met die kenmerkende prikkelende , gejaagde , stekelige , weirde ritmes.
We kunnen even op adem komen op toegankelijker materiaal , en maar goed ook om het evenwicht te behouden . We horen dit op nummers als “Floridada” , die de cd opent en de afsluitende reeks “Golden gal” en “Recycling” . De andere “Vertical” , “Natural selection” en “Spilling guts” zitten middenin de luisteroefening die Animal Collective ons voorschotelt . De vocale partijen gaan in laagjes over de ritmes heen .
Kijk hier hebben we te maken met  (geniaal) geflipte gekte en plezierig beheerste kunstjes …

Ephy

Small things and bigger nothings

Geschreven door


  Ephy is het alter ego van multi-instrumentalist Ephraïm Cielen . Al jaren zingt, arrangeert en speelt hij muziek voor andere groepen en artiesten als Liesa Van der Aa, Ellen Schoenaerts Kwartet en ga zo maar door .
Hij heeft al eerder een paar eigen nummers uitgebracht . “Lips” en “In your eyes” waren er alvast twee die werden gebruikt in de afleveringen van ‘Crimiclowns’.
Op het debuut voelen we een mooie afwisseling van intens broeierige songs als “Comin home”, “Thoughts & songs” en de titelsong die een orkestratie of blazers toegevoegd krijgen,  Intimiteit, rust en tederheid heerst op “Reverie” en “Gloomy nights” . En “Holy” is er eentje die een filmische tune heeft .
Sfeerschepping noteren we met fijne dromerige , zalvende ritmes in de sing/songwriting van Ephy . De nummers zijn minutieus uitgewerkt , hebben een spannende opbouw ,  kunnen verrassende wendingen ondergaan en zijn mooi verpakt . De samenzang verhoogt de kwetsbaarheid. Isbells , Bon iver en Sigur ros behoren tot de invloedssfeer . Melancholie ingebed met een warm hart … Een mooi geheel .

Info op www.ephy.be

Pagina 489 van 964