AB, Brussel programmatie + infootjes

AB, Brussel programmatie + infootjes Concerten 01-04-26 – Kofi Stone 01-04-26 – Klaas Delrue 50 01-04-26 - Nightlab 03-04 t-m 06-04-26 – BRDCST 2026 – jaarlijkse hoogmis voor muzikale avonturiers (curatoren: Keeley Forsyth, Ichiko Aoba, Stephen O’Malley)…

logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Deadletter-2026...
Deadletter-2026...

Harmony Metal Fest 2025 - Een sprookjesachtige confrontatie met ons innerlijke zelf

Geschreven door

Harmony Metal Fest 2025 - Een sprookjesachtige confrontatie met ons innerlijke zelf
Harmony Metal Fest 2025
Kavka
Antwerpen
2025-05-31
Erik Vandamme

Wie dacht dat het zogenoemde 'female voice 'metal op zijn retour is, werd zaterdagavond in de Kavka, Antwerpen op z’n wenken bediend. Met bands als Ad Infinitium, Solitude Within en Skeptical mind beloofde het een top avondje te worden voor de liefhebbers van het genre.
Het publiek genoot van de aanstekelijke riffs, de sprookjesachtige taferelen, de verbluffende vocals en het donkere kantje van het genre. Er heerste een optimaal clubsfeertje.

We waren net op tijd om de lichtgevende vlinder in de vorm van een mooi zingende fee aan het werk te zien. Anna Kiara viel meteen op in deze mooie visuele start. Het lichtgevend pakje vloog dan aan de kant. Beetje jammer achterna gezien. Het gaf nochtans elan aan hun symfometal sound in riffs en hoge vocals. “Blood of Heroes” en “Exalibur” waren groeisongs. Spannender klonk het emotievol prachtige “Poetry of Despair”. De symfonische metal registers werden nog een laatste keer compleet open getrokken, met als apotheose “Symphony of Rage”.
Setlist: God of War - Blood of Heroes - Excalibur - Archangel - Broken Illusions - Icy Wasteland - She-wolf - Loneliness - Poetry of Despair - Stardust - Viking - Symphony of Rage

Qua podium présance kreeg Skeptical Minds de optimale score. Skeptical Minds is een symfonische metal band met leden uit verschillende Europese landen. De Brusselse formatie combineert melodieuze vrouwelijke vocals, elektro- industrial en (gothic) metal. De groep is al actief sinds 2002, en brengt heel wat variatie aan in hun energieke sound. Er steekt ook heel wat speelsheid en humor in. O.m. op een song als “Skeleton Key”. Er heerst ook een luguber kantje als op “The Beauty must die”.
Hoedanook er was hier sprake van een wervelend feestje. Zeker op het eind met “Ace of Spade” (Motorhead), waarbij de fans het podium opklommen om de song luidkeels mee te brullen. Lemmy genoot en headbangde mee …

Setlist: Alcohol - Old Man - Desert - No Way Out - Reunion - Skeleton key - Broken Dolls - The Beauty Must Die - Living in a Movie - Ace of Spades


Was Skeptical Minds eerder 'lichtvoetig', dan dompelde Solitude Within ons onder in donkere en rauwe atmosfeer. “In the Dark” was al meteen een mokerslag, met vlijmscherpe riffs. Op “I'm Lost” en “Burn” laaiden donkere vurige emoties verder op. Prachtig hoe de band kon hypnotiseren en wegvoeren in diepe gedachten. Een goed ingespeelde band. De liefelijke, zachtmoedige zangeres Emmelie Arents laat haar demonen op het podium de vrije loop. Het publiek gaat poeiteloos mee in de trance naar de donkerste hoekjes van haar onderbewustzijn. Verbluffende songs als “Ice and Fire” en “In the grave” zijn kippenvelmoment. Duisternis en licht kruisen elkaar voortdurend. Het afsluitende “Fade Away” tekende een indrukwekkende set!
Setlist: In the Dark - Blame - When Kingdoms Fall - Further Away - I'm Not Lost - Burn - Disappear - Turn Away - Land of Disarray - Ice and Fire - To the Grave - Astray - Fade Away


Ad Infinitum sloot af en zitten ook ergens tussen licht en donker, op angineuze wijze. De Zwitsers-Duitse symfonische metal band werd in 2018 opgericht door Melissa Bonny . Haar teksten gaan over onderwerpen die te maken hebben met geschiedenis, revoluties en romantiek. In brede emo vorm. “Follow Me down” is een muzikale invitatie naar de Hel.  Maar ook de hemelpoorten durven hier opengaan.
Het klonk vertrouwd, de scherpe, vuurkrachtige aanpak intrigeerde. Een grimmig sprookjesbos als het ware, met als spil zangeres Melissa Bonny, terecht in de spotlight met haar brede vocals, die clean als diepe grunts bevatte. Naast haar knappe prestatie waren we ook onder de indruk van de riffs van gitarist Adrian Thessenvitz en bassist Korbinian Benedict. Al die aspecten samen zorgden voor een voortdurende botsing van donker en licht.
Als een niet te stoppen pletwals, denderde de Zwitserse wervelstorm over iedereen heen. “Live Before you Die” en “Into The Night” waren de ideale afsluiters van een bijzonder boeiend avond van een sprookjesachtige confrontatie met ons innerlijke zelf.
Setlist: Follow Me Down - Aftermath - Your Enemy - Upside Down - Somewhere Better - Architect of Paradise - Anthem for the Broken - Outer Space - Surrender - Animals - Seth - See You in Hell - The One You'll Hold On To - My Halo - Unstoppable - Live Before You Die -Into the Night

(dank aan Musika.be)

Organisatie: Harmony Metal Fest

The Flaming Lips

The Flaming Lips - Yoshimi, confetti en Ware Liefde

Geschreven door

The Flaming Lips - Yoshimi, confetti en Ware Liefde

Wie The Flaming Lips zegt, denkt meteen aan overvloedige confetti, felle kleuren, opblaasbare reuzenfiguren, verkleedpakjes en een flinke portie glitter en spacy vrolijkheid. Muzikaal zit het doorgaans degelijk tot sterk, met een selectie nummers uit hun eigenzinnige, breed uitgesmeerde discografie.
Frontman Wayne Coyne – inmiddels het enige overgebleven originele bandlid sinds de oprichting in 1983 – houdt daarbij steevast de touwtjes stevig in handen. Ook deze keer werd het publiek in de – bijna uitverkochte – Roma ondergedompeld in een vertrouwd universum vol visuele prikkels.
Toch had de avond iets bijzonders: het eerste deel van het concert was een verjaardagsfeestje voor ‘Yoshimi Battles the Pink Robots’ (2002), het album dat de band destijds eindelijk brede bekendheid opleverde.

De gigantische ledwand, opblaasbare pink robots, confettikanonnen en laserlichten speelden vanaf opener “Fight Test” een even grote rol als de muziek zelf. Technische problemen zorgden voor een verlate start, maar zodra de eerste confetti neerdaalde, was dat snel vergeten. Opvallend was dat Coynes zang in de eerste nummers soms wegviel in het spektakel, maar dat werd ruimschoots goedgemaakt door de warme ontvangst van het publiek, dat zich gretig liet meevoeren in de dromerige mix van glitchy elektronica, spacy intermezzo’s en melancholische bombast. De sfeer zat meteen goed tijdens meezinger en eerste hoogtepunt “Yoshimi Battles the Pink Robots Pt. 1”, waarin Coyne zijn confettipistool boven haalde terwijl grote ballonnen door de Roma stuiterden.
Wayne en zijn band dompelden de bloedhete zaal in een trance tijdens “Are You a Hypnotist??”, waarbij een reusachtige discobal ontelbaar veel lichtstralen de zaal in stuurde. Tijdens “It’s Summertime” riepen vogelgeluiden en trompetpartijen een exotisch universum op, terwijl het publiek zichtbaar genoot van het met liefde overgoten megahit “Do You Realize??” – hét emotionele ankerpunt van de avond. Toch viel op dat niet elk nummer even sterk overeind bleef: “Ego Tripping at the Gates of Hell” miste wat overtuiging, en de lange monologen tussendoor haalden af en toe het tempo uit de set. Gelukkig herpakte de band zich richting het einde van deel één met het atmosferische “Approaching Pavonis Mons by Balloon (Utopia Planitia)”, waarna Coyne met hernieuwde energie het podium op kwam voor een waardige afsluiter van die geweldige plaat.
Na de pauze en onder de beats van Technotronic’s “Pump up the Jam” kwam de band terug het podium op om in een meer ontspannen stijl nog een reeks publieksfavorieten te brengen. Het voelde frivoler aan, zonder de magie te verliezen of confetti te sparen. Opener was de oude classic “She don’t use Jelly”. Coyne trok voor “Flowers of Neptune 6” een ludiek bloemenpak aan en leidde het nummer lang in met een anekdote over Kacey Musgraves en vuurvliegjes.
Even tussendoor kwamen ook dansende aliens het podium op. Muzikaal bleef het boeiend: “The Spark That Bled” was gelaagd en kende verschillende tempowisselingen. Diepgang zat ook in het eerder duistere “Pompeii Am Götterdämmerung”, waarin de frontman met een slingerende koplamp en vallende donkere confetti als as de toon zette.
In een Wonder Woman-pak zorgde Coyne voor luchtigheid in het tragische “Waitin’ for a Superman”, waarna hij – voor de zoveelste keer die avond – het publiek aanspoorde om te blijven juichen en roepen. En als het nog niet gek genoeg was, verschenen er dansende ogen en opgeblazen lippen op het podium om het heerlijke “The Yeah Yeah Yeah Song” extra schwung te geven.
Coyne en de zijnen hadden nog genoeg jus over voor een korte maar krachtige bisronde. Als eerbetoon aan Daniel Johnston brachten ze “True Love Will Find You in the End” met hun eigen psychedelische toets.
Tijdens de afsluiter “Race for the Prize” ontbrak het allesbehalve aan confetti, slingers en ballonnen.
Daarmee bevestigde de band dat het – ondanks alle chaos – toch een wondervolle wereld kan zijn.

Setlist
Set 1
Fight Test - One More Robot/Sympathy 3000-21 - Yoshimi Battles the Pink Robots, Pt. 1 - Yoshimi Battles the Pink Robots, Pt. 2 - In the Morning of the Magicians - Ego Tripping at the Gates of Hell - Are You a Hypnotist?? - It's Summertime - Do You Realize?? - All We Have Is Now - Approaching Pavonis Mons by Balloon (Utopia Planitia)
Set 2
She Don't Use Jelly - Flowers of Neptune 6 - The Spark That Bled - Pompeii Am Götterdammerung - Waitin’ for a Superman - The Golden Path (The Chemical Brothers) -  Riding to Work in the Year 2025 (Your Invisible Now) - The Yeah Yeah Yeah Song
Bisronde
True Love Will Find You in the End (Daniel Johnston cover) - Race for the Prize

Organisatie: De Roma, Antwerpen

Blowers

Blowers - Wonderbaarlijke garagepunk

Geschreven door

Blowers - Wonderbaarlijke garagepunk

Mijn eerste kennismaking met cultuurhuis Boegie Woegie, dat zo'n twee jaar bestaat, was er eentje om niet licht te vergeten …

Eerst kregen we LS Gatekeeper op ons bord, een gezelschap dat zijn basis heeft in zowel Amsterdam, Rotterdam als Berlijn. De zanger, Lui Surreal, bleek dan ook nog eens een Brit te zijn. Een man met zwarte lippen, gekleed in een stijlvol zwart jasje met daaronder een groezelig hemdje dat net boven de buik was afgeknipt, die meteen alle aandacht naar zich toe zoog. Met een robotachtige motoriek stuiterde hij zowel vóór als op het podium als een losgeslagen Duracell-konijn in het rond.
Het eerste nummer bleef hij nog aan de kant want dat was een instrumental waarin een zwaar vervormde gitaar met een homp loodzware psychedelica ons op het verkeerde been probeerde te zetten. Daarna stuurde LS Gatekeeper resoluut haar koers richting punk die tegen de hardcore aanschurkte hoewel die gitaar zijn psychedelische trekjes bleef behouden. Het bleef een vreemde combinatie: die wat wereldvreemde gitaar met de krachtige punk vocals, die soms net geen rap waren, van Lui Surreal en de uitermate strakke drums van Bobby Boycott maar het werkte. Ondanks de afwezigheid van de bassist wist LA Gatekeeper een gesmaakte set neer te poten.


Blowers zag ik voor het eerst twee jaar geleden en ze konden me ondanks de hooggespannen verwachtingen na hun schitterende tweede plaat, ‘Blown again’, maar half overtuigen. Er waren wel verzachtende omstandigheden: de grote zaal van Trix, waar ze het voorprogramma van The Chats waren, was nog zo goed als leeg.
Ik kwam toen tot de conclusie dat ze waarschijnlijk veel beter zouden gedijen in een propvol café. Nu bleek cultuurhuis Boegie Woegie geen café maar een knus zaaltje te zijn en propvol zat het ook al niet, toch werd ik dit keer compleet van de sokken geblazen door dit viertal uit Melbourne.
Naast frontman Kit Convict (zang, gitaar), weeral in een Wipers t-shirt, en tweede zanger-gitarist Andrew Porter zagen we twee nieuwe gezichten: bassiste Shannon Cannon en de drummer, die zich blijkbaar net voor de tour  bij de groep kwam vervoegen. Zijn naam moet ik jullie schuldig blijven, maar wat ik wel weet is dat hij jarig was, er ongelooflijk veel zin in had en veel nummers luid schreeuwend op gang trok.
Blowers heeft een van alle subtiliteit ontdane en zelfs boertige benadering van rock-'n-roll die wonderbaarlijk goed uitpakt. De enige momenten waarop ze blijk gaven van enige verfijning, was tijdens de gracieuze samenzang tussen de twee gitaristen en de bassiste.
Hun laatste plaat, ‘Blowmania’, uit op het Portugese Chaputa Records en het Australische Trash Cult Records, viel me na een enkele beluistering wat tegen wegens te poppy en hoewel zowat de helft van de gespeelde nummers uit die plaat kwam kon ik geen enkele misser noteren. De op infantiele melodieën gestoelde nummers werden met zo veel gruis overgoten en met zoveel lust gebracht dat ze stuk voor stuk klonken als verloren gewaande garagepunkparels. 
Vergelijken lijkt me zo goed als onmogelijk maar als het dan toch moet, hou ik het bij een onoordeelkundige mix van Reatards, Oblivians en Ramones.
Dit keer hield Kit Convict het, buiten die ene mislukte poging tot braken, vrij beschaafd en deed hij er alles aan om het vuur erin te houden. Zo dreigde hij zelfs een drietal nummers minder te spelen indien het publiek niet dichter kwam. En tijdens het laatste nummer, het bijzonder wilde "Everybody in the room hates me", zette hij zijn gitaar aan de kant om tussen het volk te gaan dansen.
We hadden dan al een set vol hoogtepunten, inclusief mijn favoriet "Shut the fuck up", achter de rug. Voor de bis mochten twee extra muzikanten (van het Berlijnse S.U.G.A.R., met wie ze samen op Europese tournee zijn maar die hier in Menen om één of andere reden niet speelde) het podium op om er nog een indrukwekkende cover van "New race" van het legendarische Radio Birdman uit te knijpen.

Organisatie: Boegie Woegie, Menen


Komatsu

Komatsu - Het is dus een onderhuidse plaat geworden. Het is een donkere plaat, maar niet in de zin van negatief. Maar het is wel een plaat met een weemoedig kantje, zeker en vast

Geschreven door

Komatsu- Het is dus een onderhuidse plaat geworden. Het is een donkere plaat, maar niet in de zin van negatief. Maar het is wel een plaat met een weemoedig kantje, zeker en vast

De Nederlandse Stoner band Komatsu is al sinds 2010 bezig. Het was een vrij hobbelig parcours, met heel wat line up wissels. Ondertussen bewees Komatsu dat ze niet moeten onderdoen voor de internationale namen binnen de scene; ze bliezen ons reeds in 2016 omver op Desertfest.
We zijn de band op de voet blijven volgen. Nu komt er een gloednieuwe plaat uit genaamd ‘A Breakfast For Champions’. Een plaat waarop je een sterke homogene formatie hoort, goed op elkaar ingespeeld. Als trio trekken ze een ondoordringbare muur op, met heel wat emotie.
We hadden een mooie babbel met de drie bandleden Maurice Truijens, Martijn Mansvelders en Jos Roosen. Uiteraard keken we ook naar de verdere plannen en polsten we of er iets staat te gebeuren rond het 15 jarig bestaan.

Komatsu is ontstaan in 2010. Er is ondertussen wel wat gebeurd. Vertel eens
Komatsu is in 2010 begonnen als vervolg op Repomen. Repomen kende leden van Borehole en Peter Pan Speedrock. Toen Repomen werd opgericht zou het Repomen of Komatsu heten. Het was dus logisch om Komatsu te kiezen voor de band die eigenlijk voortvloeit uit Repomen. Toen Komatsu begon nam Erik van Schenk Brill de zang voor zijn rekening. Na verloop van tijd hield Erik het voor gezien en heeft Mo de zang overgenomen. Daarna hebben we behoorlijk wat bezettingswisseling gekend, enkel op de drums. We hebben ook een Belgische drummer gehad. Jelle Tommeleyn heeft gedrumd tijdens de 6 weken lange Europese tour met John Garcia. Niet lang na deze tour is hij op tragische wijze overleden.We hebben het hier binnen de band nog regelmatig over. Jelle was een zeer getalenteerde en enthousiaste drummer. Een hele aardige en sociale jongen die we enorm missen.
Het intensieve touren bleek de voornaamste reden voor de drummers om te stoppen met de band. Dit bleek moeilijk te combineren met werk en het privéleven. Jos is in 2018 bij Komatsu gekomen en we kende hem van Pendejo!. Hij had eerder met onze toenmalige gitarist Matthijs Bodt in deze stoner band gespeeld. Met hem wisten we dus wat we in huis haalden. 

Ik heb jullie twee keer live gezien, op Desertfest in 2016 en in 2018 in de 4AD Diksmuide. Ik heb van beide optredens enorm genoten, maar in de 4AD was het wel absoluut top door de intiemere locatie?
Toen we op Desertfest speelden waren we op tour met Duel (USA). We kwamen net uit Itali
ë en zijn in één ruk door moeten rijden. We hebben die nacht in de bus moeten ‘slapen’. Toen we aankwamen moesten we direct opbouwen en de linecheck doen. We hadden niet eens een ontbijtje gehad. Snel een banaan in de mond en puur op adrenaline de show gedaan. We waren die dag de opener in de kleine hal. Het was afgeladen vol en buiten de zaal stond iedereen op de gang te dringen om naar binnen te kunnen. We merkten dat we die dag wel iets losgemaakt hadden op Desertfest. Het is altijd lastig te ‘meten’ wat je aan een show hebt overgehouden. Het is niet zo dat we daarna makkelijker of meer geboekt werden voor shows. Wel spraken we veel mensen die onze show gezien hadden en er van genoten hadden of zeiden dat ze het een van de hoogtepunten van het festival vonden. Ook de recensenten schreven positieve dingen over ons optreden, dus we zullen vaker te laat moeten arriveren en weinig moeten slapen voorafgaand aan een show.

De nieuwe plaat nu … Er is ondertussen een tweede single uit “Savage”, het té vroeg verliezen van vrienden en dierbaren, de zoektocht naar het doel en de betekenis in het leven. Het nummer is geïnspireerd door het overlijden van Tom Davies (bassist Nebula/The Freeks); kun je er wat meer over vertellen?
We zijn een paar weken lang door Europa op tour geweest met The Freeks (USA), waarin Tom Davis basgitaar speelde. Ook hebben we diverse malen met Nebula gespeeld (waarin Tom Davies ook actief is). Tijdens de tour hebben we enorm met Tom gelachten en een fijne band opgebouwd. Na de tour zijn we contact blijven houden en zagen we elkaar altijd als hij in de buurt moest optreden. Toen we hoorden dat hij leukemie had sloeg dat in als een bom. Nadat hij is overleden heeft Mo ‘Savage’ geschreven. Deze song is geïnspireerd door de machteloosheid, de triestheid die we toen voelden.

Ondertussen zijn jullie met drie, maar wat een energie. Was ‘A Breakfast For Champions’ een moeilijke bevalling?
We hebben, met twee gitaristen altijd een muur van geluid gebouwd. Met deze plaat zijn we er achter gekomen dat er heel veel achter die muur verstopt zit. Door die muur van geluid hebben we nooit echt gehoord hoe goed en subtiel Joos op drums is. Op deze plaaat komt zijn drumwerk beter tot zijn recht en hoor je deze subtiliteiten.
En dat we met ons drie zoveel energie kunnen voortbrengen?  Is een zeer fijn compliment, we vinden dat trouwens zelf ook eerlijk gezegd. Het is zelfs energieker en bruter dan met vier. Als je met twee of meer speelt, kun je in elkanders weg zitten. Met ons drie zitten we allemaal op diezelfde lijn. Waardoor het nog steeds een muur is, maar een nieuw opgebouwde. De plaat is feitelijk meer een registratie dan een opname. Er is nauwelijks gebruik gemaakt van overdubs en er is weinig geknipt, gedubbeld etc. Het is een vrij ‘naakte’ registratie/opname waarin alle instrumenten naar onze mening goed hoorbaar zijn. Dat is het grootste verschil met onze voorgaande platen. 

Jullie zijn een geoliede machine nu. Ik volg jullie al vanaf het prille begin en dacht dat ik jullie kwijt was (eerlijk gezegd). Dit is duidelijk een nieuwe bladzijde. Voelt deze plaat een beetje aan als ‘het verleden achter jou laten en vooruit kijken’. Hoe moet ik het zien?
Dat klopt wel hoor. Toen Matthijs Bodt de band verliet zijn we met 3en gaan repeteren. Aanvankelijk vonden we het bandgeluid wat kaal en leeg klinken maar dit wende al snel. We besloten om niet op zoek te gaan naar een tweede gitarist. Ook omdat de klik tussen ons drieën zo goed was en de sfeer zo prettig was. We merkten dat we met ons 3en sneller konden musiceren. We zijn nieuwe ideeën gewoon gaan proberen onder het mom van “de vetter de better”. Als het niet werkte dan gingen we gewoon verder. We durfden meer dan voorheen dingen uit te proberen en eerlijk tegen elkaar te zijn als iets niet werkt. Dit zorgde voor veel meer samenhang en interactie. Als band hebben we dus veel meer dan voorheen de nummers samen uitgewerkt en ‘ingekleurd’. Met 3en is het ook totaal anders musiceren door de ruimtes die er ontstaan. Voor ons is het dus wel een nieuwe uitdaging dat ons fris houdt en nieuwe energie geeft.

Jullie bouwen een ondoordringbare geluidsmuur op. Er zit ook een gevoeliger kantje verborgen op deze plaat. Een bewuste keuze? Zit er een persoonlijk verhaal in?
Het gaat niet alleen over persoonlijk frustraties, maar over wat er in de wereld omgaat. Daar gaan de meeste teksten over.  En dat brengt uiteraard heel wat emoties met zijn mee sowieso. En dat keert dus ook terug in onze muziek op deze plaat, maar echt persoonlijk niet direct of niet altijd. Het is dus zeker een onderhuidse plaat geworden. Het is een donkere plaat, maar niet in de zin van negatief. Maar het is wel een plaat met een weemoedig kantje, zeker en vast.
Het is niet allemaal heel positief wat er in de wereld om ons heen gebeurd. Dit zit in deze plaat verstopt zonder het heel expliciet en tekstueel te duiden. 

Wat is het grote verschil tussen deze release en de vorige?
Deze plaat is meer het resultaat van een complete band waarin alle neuzen dezelfde kant op wijzen. Daarnaast hebben we in de loop der jaren ook de nodige ervaring opgedaan in het schrijven van nummers en het opnemen van albums. Op onze vorige platen stonden in onze ogen uitschieters maar ook wat ‘vullers’. Op ‘A Breakfast For Champions’ staan in onze ogen geen ‘vullers’. De plaat is meer in balans en kent 8 sterke nummers die alle kanten van Komatsu belicht, inclusief ook een instrumentaal nummer (die op elke plaat één staat). We hadden 10 nummers opgenomen en 2 nummers zijn afgevallen omdat ze wat sfeer betreft minder bij de rest paste. We gaan ze zeker nog, in welke vorm dan ook, uitbrengen.
Op deze plaat zijn we meer dan voorheen met dynamiek gaan spelen.

Zijn er al reacties op de plaat? Wat zijn de verwachtingen?
Jazeker. De eerste recensies overstijgen onze verwachtingen. Deze zijn zeer positief.
Los van de hoge cijfers of punten die de plaat krijgt (19 /20 in Yam Yeti, 9/10 Musipedia of Metal, 85 punten in Aardschok Magazine en #6 in Doomcharts en #2 in Poolse Charts) zijn we blij dat de recensenten de plaat ‘begrijpen’. Het is fijn om te lezen dat men de energie lekker en de productie goed vindt. We lezen veelvuldig dat men dit ons beste album tot nu toe vindt en dat het een kanshebber is voor album van het jaar.
Als je zo lang met een album bezig bent kun je zelf de waarde van de songs en het album inschatten. Het is altijd fijn om te zien dat het zo positief ontvangen wordt. We hebben er immers lang en hard aan gewerkt. We zijn vooral blij dat de keuzes die we gemaakt hebben zo goed zijn uitgepakt. Door als trio te spelen hoort men nu meer dynamiek, een andere energie en alle instrumenten afzonderlijk. Dit blijkt in de smaak te vallen.

Ik ben fan, maar binnen de stoner kan het soms een beetje teveel van hetzelfde zijn; wat maakt jullie na al die jaren nog steeds uniek?
Als je als fan bent hoef je niet meer te kiezen toch?
Ach, we zijn niet zo bezig met dat stoner water en al wat daar in zwemt. We doen al vanaf 2010 ons eigen ding. In onze ogen spelen we ook niet typissche stoner muziek, al zijn er natuurlijk stoner invloeden. We spelen muziek die in ons opkomt en en eruit moet en dit blijkt lastig te ‘categoriseren’. De ene recensent noemt het ‘keuzestress’, wij noemen het een luxeprobleem. We spelen waar we trek in hebben en wat we leuk vinden en zijn niet zo met genres of hokjes bezig. Ook niet met wat mensen er van zullen vinden. Als mensen het leuk vinden wat we doen dan waarderen we dat enorm. Zo niet, dan even goede vrienden, dan zijn er genoeg andere bands die ze kunnen checken.

Is het een struikelblok om door te breken als Nederlandse band tav Engelse of Amerikaanse?
We weten niet of dit echt een struikelblok is maar het is zeker niet makkelijk om als Nederlandse internationaal band door te breken, zeker niet in het genre waarin wij opereren. Het zou zeker makkelijker zijn wanneer we uit Amerika of Engeland zouden komen maar we veranderen hier nu niets aan. Het is wat het is en we hopen gewoon dat zoveel mogelijk mensen onze nieuwe plaat checken!

Wat zijn de verdere plannen?
Dit jaar willen we veel spelen om de nieuwe plaat te promoten. De plaat gaat in Indonesië uitgebracht worden en we zijn aan het bekijken of we daar twee weken kunnen gaat touren om de plaat te promoten. Daarnaast gaan we in augustus een weekend naar Zweden en in oktober een Europse tour doen, waarbinnen we op drie Heavy Psysch Sounds Festivals in Dresden, Berlijn en London spelen.
Voor komende jaren zijn we momenteel plannen aan het maken. We zouden graag voor een 3e keer naar Brazilië gaan maar willen ons ook oriënteren op een geheel ander avontuur. We kiezen niet altijd voor de gemakkelijkste weg en soms moet je ook buiten de gebaande paden dienen te treden.

Volgend jaar (2026) bestaan jullie 15 jaar; staat er iets speciaal op de planning?
Nee, maar wel een goed plan om daar iets mee te gaan doen!

Na 15 jaar hebben jullie veel zien veranderen binnen de scene, wat is de grootste verandering?
Positief is dat er nog steeds een scene bestaat en dat de mensen naar shows blijven komen. Na de corona pandemie is er wel veel veranderd. Voor een band is het vandaag de dag niet eenvoudig om het hoofd boven water te houden. Optredens kunnen niet meer zo eenvoudig geregeld worden, gages zijn laag en kosten zijn hoog. Een tour plannen is lastig want op een doordeweekse dag spelen lukt voor een band van onze status moeizaam. We hebben daarom vaak lange weekenden gepland in plaats van tours. Dit jaar gaan we voor het eerst na de corona pandemie weer een tour doen zonder lege dagen erin!
Binnen de scene zijn veel venues, booking agencies, labels etc omgevallen. Het wordt steeds lastiger om je ding als band te kunnen blijven doen. Je kunt bijvoorbeeld wel ergens gaan optreden maar om het voor desbetreffende venue rendabel te maken hanteren zij een zeer hoge entreeprijs. Als band wil je voor je bezoekers geen hoge entreeprijs. Soms moet je als band dan besluiten om tóch niet te spelen, hoe graag je ook zou willen spelen. Een entreeprijs van bijvoorbeeld 30 euro is té hoog en spelen voor een slecht gevulde zaal is niet bevredigend. Als band blijf je dus zoeken naar oplossingen of opties en moet je soms creatief zijn of soms risico’s nemen.

Je kan social media niet meer uitschakelen binnen een band; hoe belangrijk is het voor jullie? Hoe ga je ermee om?
Dit wordt steeds belangrijker voor een band. We merken dat we niet zijn opgegroeid met sociale media dus moeten hier aan wennen. Gelukkig krijgen we hulp van mensen op dit vlak en leren we iedere dag bij. We beseffen dat we mee moeten ontwikkelen en dit kost soms best veel tijd en energie. Je moet een homepage bijhouden, Spotify, Bandcamp, X, Facebook, Instagram en hebben onlangs zelfs een Bluesky pagina aangemaakt. We beseffen ons ook dat sociale media enorme mogelijkheden biedt dus dit maakt het wel makkelijker om het te blijven doen. Dus misschien moeten we maar een stoner dansje gaan instuderen en viral gaan op TikTok!  

Wat zijn jullie ambities? Is er een soort ‘doel’ dat je nog voor ogen hebt?
We mogen tevreden zijn als we (financieel) gezond blijven en als trio muziek kunnen blijven maken de komende jaren. We zouden het te gek vinden als we kunnen blijven touren want we houden er van om avonturen te beleven en mensen te ontmoeten on the road. Niets is fijner dan samen dat busje in te stappen en op avontuur te gaan!
We zouden graag wat vaker op (stoner-)festivals spelen in de toekomst. Mensen vragen ons wel eens waarom we bijvoorbeeld nooit op een stonerfestival als Roadburn (niet ver van Eindhoven) gespeeld hebben? Nou, natuurlijk hebben we ons daar in het verleden aangeboden. In 2016/2017 zijn we daar bijvoorbeeld afgewezen met als reden dat er wat meer rondom Komatsu moest gebeuren. In dat desbetreffende jaar deden we 2 Europese tourtjes, een Braziliaanse tour en brachten we een plaat uit met een gastbijdrage van Nick Oliveri.
We zijn niet een band die dan gaat lopen klagen of mopperen, maar kijken verder naar opties of mogelijkheden. Als een programmeur je bandje of muziek niet leuk vind, dan is dat zo, daar doe je verder niets aan.
We zouden komende jaren graag wat meer op festivals (met name in) Duitsland spelen . We merken dat onze muziek daar gewoon goed ontvangen wordt. We zijn gewoon ‘lucky bastards’ dat we dit al bijna 15 jaar mogen doen en hopen dit gewoon nog een tijdje te kunnen doen. Zolang onze gezondheid het toelaat blijven we hier voor gaan. We zijn f*cking trots dat we weer een nieuwe plaat uit hebben kunnen brengen in deze roerige tijden en gaan deze songs graag live spelen, waar dan ook! 

Luister de plaat via Spotify: https://open.spotify.com/album/0r0opNzPsHvPUqomPR6Akl?si=-j7QOF4nQ4uKmxxV_gq29g
Bestel de plaat via Bandcamp
https://komatsu.bandcamp.com/album/a-breakfast-for-champions

Argonaut (Belgium)

Argonaut - Iason Passaris - ‘Je baby tot rust brengen met een nummer dat je zelf schreef, is iets magisch’

Geschreven door

Argonaut - Iason Passaris - ‘Je baby tot rust brengen met een nummer dat je zelf schreef, is iets magisch’

Argonaut is het project rond Iason Passaris. Na zijn laatste metal-avontuur besloot hij in 2021 te beginnen met de pre-productie van een Indiefolk conceptalbum met producer en muzikant Ruben Lefever (Float Fall). Begin 2021 viel Iason echter uit met een burn-out, waardoor het project op de lange baan schoof. De voorbije jaren werd er met mondjesmaat aan verder gewerkt, maar omdat hij tot op heden niet volledig hersteld is – en recent voor het eerst vader werd – moeten de laatste opnames nog worden afgerond.
In de tussentijd was het schrijven van nieuwe nummers voor hem een vorm van therapie. Bovendien leerde Iason een aantal muzikanten kennen via online songwritingcursussen. Hij nam enkele nummers thuis op en werkte de arrangementen uit, terwijl zijn Amerikaanse collega-muzikanten ook hun steentje bijdroegen.
De mix werd uitbesteed aan een Portugese producer die hij tijdens dezelfde cursus leerde kennen. ‘Réveries’ verscheen op 23 mei. Wij spraken met Iason over zijn bijzonder avontuur, de EP, maar ook over de toekomst: de langverwachte conceptplaat én een album waarop hij die verduivelde burn-out van zich af probeert te schrijven.

De voorbereiding van je in 2025 uit te komen conceptplaat is een werk van zeer lange adem. Je had me er al over gemaild, ik hoor het van je graag?
Ik kwam van intense, luide muziek en zocht mijn weg (terug) naar sfeervolle meer akoestisch-getinte nummers. De eerste echte nummers die ik toen schreef, balanceerden ergens tussen de twee: organisch en gelaagd zonder conventionele songstructuren. Ik stond op het punt om met die nummers de studio in te gaan maar net op het moment dat we aan de pre-producties begonnen, viel ik uit met een burn-out. Het project lag stil nog voor het goed en wel begonnen was. Uiteindelijk hebben we er de voorbije jaren met mondjesmaat aan kunnen werken. Dat was niet altijd evident in combinatie met mijn herstel, maar tegen het einde van de zomer zouden de finale opnames eindelijk afgerond moeten zijn. Het wordt een conceptplaat van elf nummers, die  - als alles goed loopt - begin volgend jaar zal uitkomen.

Dat album staat dus los van de ‘Rêveries’ EP die in mei jaar uitkwam, als ik het goed begrijp?
Inderdaad, de EP die in mei uitkomt, staat er volledig los van. Doordat het grotere project zo lang aansleepte, ontstond het idee om alvast een paar nummers volledig af te werken. Na een tijdje verzamel je een resem demo’s – ik schreef ontzettend veel in die periode – maar er gebeurde niets mee. Dat illustreert ook de tweestrijd waar je als muzikant met gezondheidsproblemen in zit: je hebt inspiratie voor de creatieve output, maar niet voldoende energie om het helemaal af te werken en het naar buiten te brengen.

Voor de EP werkte je samen met enkele Amerikaanse muzikanten, en de mix was in handen van een Portugees producer. Hoe is dat juist in zijn werk gegaan?
Ik ontdekte toevallig een Amerikaans platform genaamd ‘The School of Song’, waar je online songwritingcursussen kan volgen. De eerste cursus die ik volgde was een ontzettend fijne ervaring, vooral omdat de lesgever - Robin Pecknold van Fleet Foxes - super enthousiast en inspirerend was. Tijdens de cursus leerde ik enkele gelijkgezinde muzikanten kennen, waaronder Kevin uit Texas (Velocity Of Tears), Andrew uit Pennsylvania (Drew. A. Will) en Diogo uit Portugal (Himalion). Vooral met  multi-instrumentalist Andrew klikte het meteen. Ik ging door mijn bestanden en vroeg hem om mee te werken aan enkele songs. Het feit dat ik van thuis uit een klik kon hebben met een muzikant aan de andere kant van de wereld is opmerkelijk. Ik heb hem nog nooit in levende lijve ontmoet en toch klinken die nummers alsof we daadwerkelijk samen in de kamer zaten toen we die nummers schreven. Dat vind ik toch bijzonder.

Ik hoor veel humor in de songs en ze klinken bij momenten ook dansbaar. ‘Als er niet meer kan gelachen worden, wat dan … humor is de perfecte uitlaatklep om je rugzakje in het leven een plaats te geven’, zei iemand me in een interview; heeft het daar iets mee te maken of niet?
Muziek is voor mij toch vaker een uitlaatklep voor mijn donkerdere emoties. Ik ben dus meer geneigd om die donkere kant in mijn muziek te verstoppen, als een soort catharsis om in het dagelijkse leven gewoon mijn ding te kunnen doen. In de afgelopen jaren heb ik echter geleerd dat het ook wel fijn kan zijn om eens een dansbaar nummer te schrijven. Zo zijn het eerste nummer op de EP, A Last Date With Destiny, en het laatste nummer, My Head Is Your Summer House, eerder van de lichtvoetige variant.  A Last Date With Destiny klinkt trouwens heel luchtig maar heeft toch een surrealistisch tintje. Ik had net een roman gelezen over de derde wereldoorlog, die begon door een conflict tussen Amerika en China. De president drukt op de knop waardoor de raketten worden gelanceerd. Het idee was dat, terwijl de wereld op het punt stond te eindigen, een man in dat halfuur vóór de bom inslaat op weg was naar een date met zijn vriendin. Daarom heet het nummer ook A Last Date With Destiny. Je zou kunnen zeggen dat het gaat over de kleine, dagdagelijkse menselijke handelingen en emoties in een globaal, geopolitiek kader waar we geen vat op hebben. De twee andere nummers op de EP klinken wat zwaarder en melancholischer. Vooral American Dreamer dan, een maatschappijkritische song waarin ook verwezen wordt naar zelfdoding, een onderwerp waar in onze maatschappij nog steeds een taboe op rust.

Wat me ook opvalt, enerzijds klinken de songs heel toegankelijk, anderzijds is het nergens te kitsch of te zeemzoetig, het blijft spannend. Is het de bedoeling een ruim publiek hiermee aan te trekken?
Eigenlijk niet, of toch niet bewust. Mijn oorspronkelijke plan was dus om meteen dat volledig conceptalbum uit te brengen met meer obscure nummers, in de lijn van Steven Wilson en Ben Howard. Maar omdat die opnames zo traag verliepen, wilde ik toch al sneller iets afgewerkt uitbrengen. Toevallig schreef ik in die periode wat meer toegankelijke, soms vrolijk klinkende, nummers en die kwamen dan op deze EP terecht. Rêveries is eigenlijk een samenraapsel van gedachtenspinsels, zonder een duidelijke rode draad erin. Als ik deze EP aan een label zou voorleggen, denk ik dat de reactie zou zijn: ‘Je hoort een muzikant die nog niet weet welke richting hij uit wil.’ En dat is OK voor mij. Deze EP was een zoektocht, een manier om dingen uit te proberen. Voor mij voelt het als een soort collage van ideeën en daar is het artwork ook een knipoog naar. Specifiek in verband met het aanspreken van een breed publiek spiegel ik me graag aan Ben Howard. Die bracht in 2011 een zeer toegankelijke en succesvolle plaat uit waarmee hij de grote stadia vulde terwijl zijn volgende twee platen veel obscuurder en experimenteler waren. Hij koos bewust voor een andere richting, niet doen wat het publiek of de media verwachten, en dat blijft hij met elke nieuwe release doen. Dat moet je durven, en dat wil ik ook doen: niet in herhaling vallen, steeds nieuwe wegen uitstippelen en mijn publiek verrassen of op het verkeerde been zetten.

Naar dat soort muzikanten ben ik steeds bewust op zoek, maar je weet ook dat een bepaald deel van wie je EP goed vond, zal afhaken met de plaat volgend jaar. Dat is een risico dat je bewust neemt?
Ik hoop dat de mensen die nu de EP beluisteren ook mijn volgende releases zullen appreciëren maar als dat niet zo is, is dat ook maar zo. Het is de avonturier onder de muziekliefhebber die ik vooral wil aanspreken. Mijn muzikale netwerk is vrij beperkt, omdat ik altijd in de metalwereld heb gezeten. Toch heb ik destijds enkele kennissen een demo van die conceptplaat doorgestuurd. Ik merk dat het progressieve rockpubliek openstaat voor dit soort muziek, omdat ze appreciëren dat ik iets interessants probeer te schrijven. Nu release ik een toegankelijkere EP, terwijl ik in de aankomende conceptplaat de complexiteit meer opzoek. Die evenwichtsoefening blijft een constante in mijn werk en weerspiegelt mijn diverse invloeden.

Als ik het goed begrijp is de EP een verlengde van wie je nu geworden bent, en met je  debuutplaat keer je terug in de tijd?
Ja, zoiets. De nummers op deze EP zijn ongeveer twee jaar oud, terwijl die van het conceptalbum al zo’n zes jaar teruggaan. In zekere zin weerspiegelen ze inderdaad wie ik was in die periodes. Meskerem Mees zei het ooit treffend: “Ik ben blij dat die plaat uit is, dan kan ik eindelijk aan de volgende beginnen.” En zo voelt het ook—tegen de tijd dat een album uitkomt, ben je vaak al even met iets nieuws bezig en sta je mogelijk al heel anders in het leven. Dat is hoe het sowieso verloopt, maar bij mij heeft alles nog veel langer geduurd. Momenteel broed ik op een plaat met zeer persoonlijke nummers over mijn burn-out. Die zou ik ook heel graag nog afwerken en uitbrengen maar ook dat zal nog wel een tijdje duren.

Wat zijn je ambities nu?
Daar ben ik heel realistisch in. Ik ben een papa van 34 met een kindje van 9 maanden en heb chronische gezondheidsproblemen. Daarom moet ik mijn ambities intomen. Een liveband samenstellen en de EP live promoten is moeilijk. Een label vinden om mijn debuutplaat op uit te brengen lijkt me ook redelijk onrealistisch. Hoewel, Malvin Moskalez (Nico Goethals) bracht pas op zijn 55ste zijn eerste plaat uit via een label (PIAS). Als hij op die leeftijd een label kon overtuigen, dan heb ik zelf nog zo’n 20 jaar de tijd (lacht). In een interview over zijn tweede plaat las ik dat zowel Live Nation als PIAS, geen marge meer zagen om hem verder te promoten. Dat zette me wel aan het denken: een label en een boekingsagentschap klinken misschien als de heilige graal, maar dat werkt niet voor elke muzikant. Toevallig vroeg een kennis me onlangs om in Malvin’s voorprogramma te spelen op een huiskamerconcert. Hij is iemand die graag kleine, intieme huiskamerconcerten speelt en ik heb vanop de eerste rij mogen ondervinden hoe geweldig goed hij daarin is. Er zit amper een verdienmodel in maar hij kiest er bewust voor en dat vind ik wel inspirerend.  Mijn hoop is dat mijn eigen persoonlijk verhaal ook mensen inspireert om, ondanks beperkingen en tegenslagen, toch iets te blijven creëren en ondernemen. Dat is misschien nog mijn grootste ambitie.

Dus als ik het goed begrijp gaan mensen je niet meteen live aan het werk kunnen zien?
Momenteel is veel optreden inderdaad wat moeilijk. Onze dochter brengt elke week wel een nieuw virus mee van de opvang. Het huiskamerconcert dat ik laatst speelde, smaakte wel naar meer ook al eindigde het met een buikgriepvirusje van bovengenoemde dochter (lacht). Het was mijn eerste optreden in twee jaar en ik kreeg er veel fijne reacties van het aandachtige publiek. Er bestaat een heel circuit van huiskamerconcerten en ik zou het fijn vinden als ik vaker voor zo’n publiek zou mogen spelen. Mijn muziek leent er zich in ieder geval wel toe.

Ga je je debuutplaat wel actiever promoten?
Dat kan ik nu nog niet zeggen. We weten niet hoe het leven zal lopen dus probeer ik er nu ook nog geen vaste ambities aan te koppelen. In eerste instantie wil ik gewoon die plaat afwerken. Daarna zie ik wel hoe en waar ik ze ga releasen, en of ik via een label ondersteuning kan krijgen op het vlak van distributie en promotie. Het belangrijkste zal voor mij zijn dat ik, na vijf jaar, deze nummers eindelijk heb kunnen afwerken. De rest laat ik op me afkomen.

Heeft het vaderschap gezorgd voor een andere kijk op het leven en invloed gehad op je schrijfproces?
Ik las een interview met Gertjan Van Hellemont (Douglas Firs) waarin hij zei: “Het vaderschap is de slechtste inspiratiebron voor een songwriter.” En ergens snap ik dat wel. Zeker in die eerste maanden draait alles om routine en is er sowieso weinig tijd een ruimte voor creativiteit. Het enige nummer dat ik tot dusver over het vaderschap schreef, is nogal donker van toon. Het was een manier om een moeilijkere periode van me af te schrijven—iets waar veel ouders in het begin mee te maken krijgen. Het is niet altijd makkelijk, en dat is oké. Wat wel heel bijzonder is: het laatste nummer op de EP, “My Head is Your Summer House”, zongen we wel eens voor mijn dochter toen ze nog in de buik van haar mama zat. We hadden gelezen dat baby’s tijdens de zwangerschap al stemmen herkennen en muziek op een bepaalde manier opslaan. Na de geboorte opende ze voor het eerst voor een langere tijd haar ogen toen we samen dat nummer voor haar zongen. En nu is het ‘het’  liedje geworden dat we zingen als ze moeilijk in slaap valt. Het is magisch: je geeft de fles, merkt dat ze onrustig wordt, en zodra je “My Head Is Your Summer House” begint te zingen, kalmeert ze helemaal. Het is een van mijn weinige echte liefdesnummers en het is best bijzonder dat het ons liedje is geworden om onze dochter tot rust te brengen.

Dat is een mooi verhaal om dit interview in schoonheid mee af te sluiten…

Laurence Cousseau & Clément Cerovecki

Laurence Cousseau & Clément Cerovecki - Het is belangrijk om verschillende projecten te doen, onszelf tevreden te houden en ook andere manieren te vinden om muziek te maken. Het draait allemaal om passie

Geschreven door

Laurence Cousseau & Clément Cerovecki - Het is belangrijk om verschillende projecten te doen, onszelf tevreden te houden en ook andere manieren te vinden om muziek te maken. Het draait allemaal om passie

We citeren even uit de bio ‘Fluitiste Laurence Cousseau en pianist Clément Cerovecki vormen een muzikaal duo dat klassieke muziek en jazz organisch in elkaar laten overvloeien. In september 2022 brachten ze het album ‘Crépuscule à bascule’ uit, waarin ze werk van componisten zoals Sergej Prokofjev, Claude Debussy en Olivier Messiaen interpreteren en combineren met eigen composities. Andere liedjes zijn gebaseerd op bestaande gedichten, waarbij ze zich eerder laten inspireren door de textuur van woorden dan door de letterlijke betekenis’.  
De Lokerse Jazzklub was de 'place to be' om het unieke duo te ontdekken. Lees gerust https://www.musiczine.net/index.php/nl/item/98450-laurence-cousseau-clement-cerovecki-milde-botsing-van-uitersten
We hadden een fijne babbel met het duo, over het optreden, de connectie tussen jazz en klassieke muziek, plannen en ambities.

Stel jezelf even voor, hoe os alles begonnen?
Clément: Ik speel piano sinds mijn tienerjaren. Vroeger begon ik met improviseren in de jazz, en daarna deed ik ook klassieke muziek. Nu speel ik in veel bands en projecten in Brussel, in veel meer stijlen
Laurence: in mijn geval ben ik eigenlijk begonnen met drummen. Ik hield al vroeg van jazz. Na een tijdje wilde ik melodieuzere muziek spelen. Ik begon met fluitspelen toen ik ongeveer 24 was. Ik heb jazz en klassieke muziek gedaan in de academie in Brussel en ik ben nu bezig met een master in jazzfluit aan het Koninklijk Conservatorium van Brussel.

Zowel jazz als klassieke muziek bevinden zich nog steeds in een niche ... heb je nooit iets meer popmuziek geprobeerd om een groter publiek te bereiken? Of is dat niet jullie ambitie?
Laurence: popmuziek is nooit echt het soort muziek geweest waar ik naar luister, dus ik voel er geen sterke band mee. Mijn gevoeligheid en nieuwsgierigheid gaan meer uit naar originele muziek, vaak akoestisch en kamermuziekachtig. We zijn niet echt geïnteresseerd in het bereiken van een groot publiek. Voor ons is de lokale gemeenschap heel belangrijk. De jazzscene in Brussel is ongelooflijk divers en creatief en het bijwonen van concerten in kleine zalen is echt een geweldige ervaring.

Wat is volgens jullie het verband tussen jazz en klassieke muziek; vanwaar de passie voor deze stijlen?
Clément: Het gaat niet echt om ‘de stijlen’, ik denk dat het meer om de verschillende soorten muzikanten gaat. Jazzmuzikanten improviseren graag, in klassieke muziek is er ook enige vrijheid in de interpretatie, maar het gaat er meer om de compositie te spelen zoals die is geschreven. Wat betreft verbinding, hum... dat is een heel ingewikkeld onderwerp ?. Ik denk dat een aspect dat ze op de een of andere manier delen het concept van “kamermuziek” is, in de zin van instrumentale en akoestische muziek voor klein ensemble, met een zekere intimiteit, expressiviteit. Hoewel jazz een vrij recent fenomeen is, heeft het een vergelijkbare positie bereikt als klassiek, zoals we kunnen zien dat conservatoria over de hele wereld nu vaak twee hoofdsecties hebben: klassiek en jazz. Er zijn ook veel technische connecties, bijvoorbeeld de harmonische taal van jazz is voornamelijk geërfd van klassieke muziek die vroeg door Europeanen naar Amerika werd gebracht, aan de andere kant werden moderne “klassieke” componisten beïnvloed door een aspect van ragtime, jazz. Maar goed, dit is zeker een zeer gecompliceerd onderwerp omdat het veel afhangt van wat een juiste definitie van jazz is, een andere zeer gecompliceerde vraag ?

Ik las over het album ‘Crépuscule à bascule’ . We lezen ‘het interpreteren van werken van componisten zoals Sergei Prokofiev, Claude Debussy en Olivier Messiaen  en ze combineren met  eigen composities.’ Hoe ben je op dat idee gekomen?
Laurence: We vinden deze componisten erg inspirerend. Het combineren van klassieke componisten en eigen composities is een manier om een dialoog te hebben tussen nu en toen, improvisatie en geschreven muziek, op een manier die zo coherent mogelijk klinkt. Soms spelen we ook stukken van Charles Mingus (een jazz contrabassist die erg geïnspireerd was door klassieke vormen) of andere jazzcomponisten, om nog verder met deze grenzen te spelen.
Clément: In feite is er een historisch verband tussen jazz en klassieke muziek. De geschiedenis van de jazz begint in het begin van de 20e eeuw en is in wezen een Amerikaans verhaal. Er was echter ook een klein direct verband met Europa : de meeste jazz standards, (d.w.z. het repertoire dat door alle jazzmuzikanten werd gespeeld in die tijd maar ook tegenwoordig) waren muziek gecomponeerd voor het theater in de eerste helft van de 20ste eeuw, vooral in New York, broadway... en eigenlijk waren deze tunes vaak gecomponeerd door nieuw aangekomen immigranten (bv. Vernon Duke, Bronisław Kaper, Kurt Weil) die de verschillende problemen ontvluchtten die zich voordeden in Centraal- en Oost-Europa, veel joods natuurlijk... Als gevolg daarvan kan je in de jazz bijvoorbeeld Afro-Amerikaanse muzikanten horen spelen in een nieuwe muzikale taal die het resultaat is van de fusie van verschillende culturen (Afrikaans, lutheriaans) en sommige melodieën lenen die gecomponeerd werden door deze nieuwe Europese migranten... deze ingewikkelde fusie heeft ons altijd gefascineerd... Er zijn zelfs enkele beroemde Europese componisten (Prokofiev, Rachmaninov, Bartok) die naar Amerika verhuisden in dezelfde context maar er ook in slagen hun eigen artistieke carrière voort te zetten zonder echt voor theaters te werken.

Ik ontmoette je in Lokeren Jazz Klub, in mijn geboortestad, samen met Laurence Cousseau. Jullie werken al een tijdje samen en brachten een album uit in 2022; heeft dit deuren geopend?
Laurence: Het heeft niet direct deuren geopend, ook al helpt zo'n project ons te groeien als muzikant. We begonnen dit project in de kamermuziekklas op het conservatorium, onder leiding van Marine Horbaczewski die ons subtiele dingen bijbracht, zoals een bepaalde houding ten opzichte van muziek, en hoe we het geschreven materiaal en improvisatie op een coherente manier in balans konden brengen. Toen dachten we dat het geweldig zou zijn om dit op te nemen, om een spoor van ons werk achter te laten. We dachten er toen niet aan om het op enige manier te promoten, en we hebben gewoon een paar cd's geperst en de muziek op Bandcamp gezet. Natuurlijk doen we soms concerten, zoals in Lokeren, en het is erg leuk om deze muziek weer op te nemen en op het podium te spelen. Maar we kunnen niet zeggen dat we veel feedback hebben gehad over dat album.

Het constant aftasten tussen klassiek en jazz viel me ook op tijdens het concert; waar ligt die grens eigenlijk volgens jullie?
Laurence: Dat is een lastige en zeer subjectieve vraag. Voor mij ligt de grens tussen klassiek en jazz deels in de relatie tussen compositie en uitvoering. In klassieke muziek voert de componist zijn eigen werk meestal niet uit, de partituur is het eindproduct, bedoeld om geïnterpreteerd te worden door uitvoerenden. De muziek wordt overgebracht via de geschreven pagina. In jazz is de uitvoering zelf het eindproduct. Vaak is de componist ook de uitvoerder en is het proces meer collaboratief, met ideeën die in realtime worden uitgewisseld tussen de muzikanten. Dat gezegd hebbende, wordt jazzimprovisatie vaak gezien als een ruimte voor individuele expressie, waar muzikanten om de beurt soleren, bijna alsof ieder in de schijnwerpers staat. Hoewel dit persoonlijke stemmen kan benadrukken, kan het soms aanvoelen als een reeks afzonderlijke optredens, enigszins losgekoppeld van de oorspronkelijke compositie. Wij proberen die grens te vervagen. We proberen het geschreven materiaal te verinnerlijken zodat de improvisatie er organisch uit groeit, waardoor het moeilijker wordt om te onderscheiden wat geschreven is en wat geïmproviseerd, en dat alles met behoud van onze individuele stemmen en vrijheid. In die zin proberen we de traditionele scheidslijn tussen klassieke en jazzvormen te overstijgen.

Er was helaas niet veel publiek, hoe waren de reacties achteraf?
Clément: Dat was prima voor ons, er waren toch nog wat mensen, en we kregen veel enthousiasme achteraf. We apprecieerden het, vooral omdat we een heel persoonlijke muziek zonder concessies voorstelden.  En we hebben wel wat cd's verkocht ?

Het project zal doorgaan hoop ik, wat zijn de verdere plannen? Andere projecten ?
Clément: We hebben het idee om ons duo repertoire om te zetten naar een 4tet met meer “free jazz vibes” (we hebben een keer gespeeld bij Roskam). We zijn allebei actief in verschillende jazzbands. Maar er is in ieder geval één nieuw project dat sterk gerelateerd is aan klassiek/jazz-verbindingen dat ik net heb geïnitieerd: Het gaat over Alexandre Scriabine een Russische componist tijdgenoot van Ravel en Schönberg. Ik heb acht jazzmuzikanten bijeengebracht (zeven blazers met sterk contrasterende klankkleuren en een contrabas) om samen dit repertoire te verkennen via een veelzijdige aanpak: nauwgezet herschrijven, vrije improvisatie, heruitgevonden interpretaties en het opnieuw vormgeven van harmonisch en melodisch materiaal. Door deze muziek, die geworteld is in strikte compositie, opnieuw te bekijken met musici uit een meer orale traditie, die gewend zijn om een individuele toets te geven aan het creatieve proces, kunnen conventionele grenzen, die vaak als tegenstellingen worden gezien, vervagen: populair en klassiek, groove en rubato, harmonie en melodie, compositie en improvisatie, enzovoort. Dit is werk in uitvoering ?

Jullie doen veel projecten, hoe best te combineren?
Ik weet niet hoe we het doen (haha), het is belangrijk om verschillende projecten te doen, om onszelf tevreden te houden bij  muziek maken en ook andere manieren te vinden om muziek te maken. Het draait allemaal om passie.

Als er ooit een nieuw album zou komen als duo, wat zou dan het volgende zijn? Zijn er al ideeën?
Laurence: Op dit moment is er geen concreet plan voor een nieuw album. Zoals Clément al eerder zei, richten we ons nu op het ontwikkelen van het project voor grotere formaties. Maar het klassieke repertoire is enorm en het is spannend om te denken dat dit duo een nieuw hoofdstuk zou kunnen beginnen, met de focus op verschillende componisten. Tijdens het concert in Lokeren speelden we enkele stukken van Scriabin die niet op het album staan.
Clément: Er zijn ook andere componisten waar we van houden maar die we nog niet hebben kunnen ontdekken, zoals Bartók, Schönberg, Jolivet of Milhaud. Dat zouden geweldige inspiratiebronnen kunnen zijn voor een toekomstig album.

Wat zijn de verdere ambities, is er een soort doel?
Laurence: Ik heb mijn eigen project (een jazzkwintet genaamd Les Groseilles de Novembre) dat ik graag verder zou zien ontwikkelen. Gezien mijn achtergrond in ecologisch onderzoek, ben ik geïnteresseerd in het integreren van ideeën uit dat veld in mijn muziekcompositieproces.
Clément: geen specifiek doel, behalve het artistieke proces individueel en collectief voortzetten. Als pianist wil ik vooral mijn eigen harmonische taal ontwikkelen, mijn “eigen kleuren”. Dit kan ik doen door alleen piano te spelen, maar ook door muziek voor anderen te schrijven. Recentelijk heb ik bijvoorbeeld gewerkt aan verschillende orkestraties/arrangementen (muziek van Charles Mingus, Scriabine etc.), dit is super spannend voor mij.

https://laurencecousseau.bandcamp.com/album/cr-puscule-bascule

Bedankt voor de leuke babbel, ik hoop jullie snel terug op het podium te zien
Veel succes

Fat Bastard

Fat Bastard - Jorn (Fat Bastard) - Er is geen mooier compliment om vergeleken te worden. Maar we proberen niet Motorhead of Peter Pan Speedrock te zijn, we zijn Fat Bastard! We maken de muziek die we zelf graag horen

Geschreven door

Fat Bastard - Jorn (Fat Bastard) - Er is geen mooier compliment om vergeleken te worden. Maar we proberen niet Motorhead of Peter Pan Speedrock te zijn, we zijn Fat Bastard! We maken de muziek die we zelf graag horen

Fat Bastard werd opgericht in 2007. We zagen hen pas voor het eerst live aan het werk bij de release van hun EP in 2018. De invloed van Peter Pan Speedrock en Motörhead is onmiskenbaar aanwezig in hun geluid — een link die ook op hun nieuwste plaat, ‘Barely Dressed’, duidelijk hoorbaar is. Maar deze keer verrassen ze ook met frisse, onverwachte wendingen.
We spraken met zanger en frontman Jorn over de nieuwe release, de persoonlijke verhalen achter enkele nummers, de gemiste kansen door COVID, en hun plannen en ambities voor de toekomst. Het werd een boeiend en openhartig gesprek.

Jorn, ik volg jullie al sinds het prille begin in 2007. Ondertussen is er heel wat gebeurd. Kun je kort schetsen hoe het parcours van Fat Bastard eruitzag totnutoe?
Fat Bastard startte met vijf man. Maar onderweg krijg je soms te maken met tegenslagen, en dan haakt er wel eens iemand af. In ons geval zijn er twee bandleden gestopt, en in 2009 lag de band zelfs volledig stil. Kurt en ik zochten versterking… In 2010 kwam onze bassist Geller erbij — en die is gelukkig gebleven. Vanaf dat moment zijn we opnieuw beginnen bouwen. Oorspronkelijk hadden we Wannes Vinck en Sven Stoelen op gitaar, maar zij zijn om uiteenlopende redenen uit de band gestapt. Daarna is Jan (opnieuw) ingestapt, en sinds 2014 hebben we een stabiele line-up, soms met 5, maar de laatste tijd met 4.

Was het door die wissels in de line-up dat het zo lang duurde voor jullie eerste EP er kwam? Er zit behoorlijk wat tijd tussen de oprichting en jullie eerste echte release
Onze eerste officiële release kwam er in 2013 met ‘Feel the Pain’. Toen klonken we trouwens nog een stuk meer “metal” dan nu. Die plaat werd geproduceerd, gemixt en gemastered door Martin Furia (Destruction, Bark, Furia). Maar eigenlijk hadden we in 2009 al wat opnames gemaakt. We waren toen nog behoorlijk groen achter de oren en eigenlijk helemaal niet klaar voor een studiosessie — en dat hoorde je ook. Uiteindelijk hebben we wijselijk beslist om die opnames niet uit te brengen. Dus ja, de personeelswissels én het feit dat we nog moesten groeien als band hebben zeker bijgedragen aan die vertraging.

In 2018 besprak ik jullie EP en was ik onder de indruk van de dosis energie. En toen kwam corona... Heeft dat jullie groei geremd? En heb je ooit overwogen om ermee te stoppen?
Corona heeft voor veel bands een rem gezet op hun groei, en bij ons was dat niet anders. Je brengt een cd uit en weet dat het vaak een jaar duurt voor je daar echt de vruchten van plukt. Net op het moment dat we in een mooie flow zaten en regelmatig geboekt werden, sloeg de pandemie toe. We waren volop bezig met het plannen van een Europese tournee, met optredens in Tsjechië, Frankrijk en Duitsland. Dan is een lockdown natuurlijk een serieuze domper.Maar ondanks alles hebben we nooit overwogen om de handdoek in de ring te gooien. Integendeel, ik heb die periode aangegrepen om iets nieuws te leren: hoe je muziek opneemt. Om dat te oefenen hebben we vier Fat Bastard-nummers volledig herwerkt in een akoestische versie. Die heb ik samen met telkens één bandlid opgenomen in onze repetitieruimte, en daarna zelf gemixt. Een superleerrijk proces! Maar ja, wat doe je dan met die nummers? We hebben ze uiteindelijk op YouTube gezet — maar niet onder de naam Fat Bastard. We hebben een fictieve Poolse band bedacht: Smokin’ Jay & His Rizla’s, en de nummers op hun kanaal gegooid. (lacht) Die vier tracks staan daar nog steeds, en ik denk dat hun Facebookpagina ook nog bestaat!

We zullen het eens opzoeken….Wat me persoonlijk opvalt op de nieuwe plaat, is dat het concept overeind blijft. Maar ook dat er een meer melodieus, zelfs donker kantje verbonden is aan deze plaat. Is dat om de voortdurende vergelijking met Motorhead en Peter Pan Speed Rock een beetje te ontlopen of is dat kort door de bocht?
Die vergelijkingen storen ons niet — we zijn allemaal fan van die bands. Het is een compliment. Maar we proberen niet hen te zijn. We zijn Fat Bastard. We maken muziek die we zelf graag horen. En ja, we worden ook een dagje ouder. Het is nog steeds snel, maar eerder 95 dan 100 km/u. We willen gewoon klinken zoals wij.

We waren al over de nieuwe plaat begonnen. De plaat klinkt gevarieerd, en naast het donkere kantje blijft er die rock-’n-roll spirit, waardoor ik jullie heb leren kennen. Maar er zitten ook persoonlijke verhalen in, oals het eerbetoon aan Jan Kilowatt, de bezieler van Frietrock
Klopt. Het nummer “Hammer” is een ode aan Jan Kilowatt van Frietrock, die drie jaar geleden uit het leven stapte. Ik schreef het nummer eind mei, kort na zijn overlijden. De tekst kwam snel, en we hebben de muziek aangepast aan de emotie van de tekst. Het laatste nummer, “Kill My Soul”, gaat over iemand in de band die in zijn jeugd slachtoffer was van kindermisbruik. Tijdens corona, als gevolg van het gebrek aan veel menselijk contact, kwam dat opnieuw naar boven. We hebben als band hier veel over gepraat en besloten er iets mee te doen. Het is geen donker nummer geworden — bewust niet. De boodschap is er één van hoop: “You couldn’t kill my soul.”

Wat me ook nu weer opvalt is hoe jullie er steeds in slagen die ‘live sfeer’ op plaat weer te geven. Dat lukt niet elke band
Dat is een heel bewuste keuze geweest. We hebben samengewerkt met Ira Black, maar we wilden absoluut geen afgekuiste, gepolijste band zijn. We willen klinken zoals we écht zijn. Daarom hebben we geen studio geboekt, maar gewoon alles opgenomen in ons repetitiekot. Eén van de weinige voordelen van corona was dat ik de tijd had om te leren hoe je zelf muziek kunt opnemen. Die kennis hebben we meteen toegepast: deze plaat is volledig in eigen beheer opgenomen. We hebben de tracks daarna doorgestuurd naar Ira. Samen hebben we enkele nummers besproken, hij gaf ons tips en tricks, en we bekeken hoe we bepaalde zaken eventueel anders konden aanpakken. Maar in elk gesprek benadrukten we hetzelfde: het moet eerlijk klinken. Het moet klinken zoals we live spelen. Je kunt in een studio allerlei trucjes gebruiken om je sound te verbeteren, maar dat is niet wat wij willen. We willen geen illusie verkopen. De titel van de plaat, ‘Barely Dressed’, vat dat perfect samen: geen foefkes, geen franjes — gewoon wij, zoals we zijn.

Ondanks dat jullie ook ‘andere wegen verkennen’, is er nog altijd die heel herkenbare Fat Bastard sound
Ik ben nog altijd zeer trots op die nummers van onze EP ‘Junk Yard Fest’. Dat blijft een belangrijk deel van wie we zijn. De stijl die we spelen is sindsdien gewoon wat geëvolueerd. Op ‘Barely Dressed’ hoor je een iets andere kant van ons, maar het is eerder een natuurlijke groei dan een breuk met het verleden. Onze roots laten we zeker niet los — integendeel. De mensen die ons live zien, appreciëren wat we doen. En zolang dat zo blijft, is er geen reden om daar veel aan te veranderen.

Met de muziek die jullie brengen is het bijzonder moeilijk om grote zalen uit te verkopen, maar dat is wellicht ook niet de ambitie?
We willen natuurlijk altijd blijven groeien — groter en groter gaan. En ja, uiteraard dromen we ervan om ooit op Graspop te staan. Maar die ambitie is niet onze hoofdzaak. Wat voor ons telt, is spelen, ons amuseren en het publiek een goeie tijd bezorgen. Als de mensen die ons willen zien, met een glimlach naar huis gaan, dan is onze avond geslaagd. Zolang we zalen zoals de Barok in Brugge kunnen uitverkopen, zijn we tevreden. Daar hebben we trouwens onze tweede releaseparty gehouden, samen met Speedmobile — dat is de band met leden van Peter Pan Speedrock en Batmobile. Een geweldige avond!

Wat zijn de verdere plannen voor dit jaar, eventueel Alcatraz?
Voor dit jaar staat Alcatraz helaas niet op de planning, maar we hopen er in 2026 bij te zijn. Line-ups voor festivals liggen meestal al lang op voorhand vast, vaak al het jaar ervoor. Als je vroeg in 2025 een plaat uitbrengt, is het doorgaans moeilijk om datzelfde jaar nog op de affiche van zo’n festival te belanden. We hopen volgend jaar zeker een aantal mooie dingen te kunnen doen, zowel in eigen land als daarbuiten.

Als Belgische band is het nog steeds bijzonder moeilijk om op de affiche van Graspop terecht te komen, ook bij jullie?
Graspop zou eigenlijk een voorbeeld kunnen nemen aan Alcatraz, waar ze een volledig podium wijden aan Belgische – of op z’n minst locale - bands. Begrijp me niet verkeerd — ik snap dat een groot festival als GMM bepaalde normen hanteert en dat de bookers zorgvuldig selecteren wie er op de affiche komt. Maar het blijft jammer dat het aantal Belgische bands op zo’n groot, internationaal festival zo beperkt is. Net omdat Graspop zo’n breed en internationaal publiek aantrekt, zou het een enorme duw in de rug kunnen zijn voor de Belgische scene. Meer lokale bands programmeren zou niet alleen een sterk signaal zijn, maar ook een vorm van erkenning. Iets van: support your locals ofzo.

Ligt het ook niet aan de Belgische mentaliteit, de Belg is niet chauvinistisch genoeg , denk je?
Als je diezelfde vraag stelt aan Nederlandse bands over waarom ze zelden op Pinkpop staan, hoor je hetzelfde verhaal. En ook bij Duitse bands die proberen door te breken op Wacken is het niet anders. Het is gewoon erg moeilijk om als band uit eigen land op de affiche van een groot festival te geraken. Dat is dus geen typisch Belgisch probleem, maar een algemeen fenomeen. Lokale bands krijgen vaak minder kansen op de grootste podia in hun eigen land, terwijl net die podia een springplank zouden kunnen zijn.

Je krijgt nog voldoende andere speelkansen, maar toch is er een probleem bij festivals die afhaken door tegenvallende ticket verkoop … meer dan vroeger
Voorverkoop werkt vandaag de dag nauwelijks nog. En festivals die geen financiële buffer hebben, trekken dan vaak de stekker eruit. Volgens mij is daar echt iets fundamenteels aan de hand. Wat speelkansen betreft, is het dubbel. Er zijn zeker genoeg evenementen, maar er zijn ook veel bands die bereid zijn om voor een appel en een ei te spelen. En dat doet de scene pijn. Het ondermijnt de waarde van live muziek en maakt het voor bands die een eerlijke gage vragen veel moeilijker om nog geboekt te worden. Dat vind ik persoonlijk een groot probleem.

We hadden het al even over de nieuwe plaat. Ik las al positieve recensies. Hoe zijn de algemene reacties tot nu toe?
De meeste reacties zijn positief. Natuurlijk zijn er ook wat kritische stemmen — sommigen geven ons een 6 op 10. Er was zelfs een website die ons een “sub-standaard Motörhead” noemde (lacht). Hun insteek is dat we Motörhead proberen te kopiëren, terwijl dat net is wat we níét doen. We maken gewoon muziek die wij zelf graag horen. Gelukkig is zo’n 80% van de reacties wél positief. Rock Tribune gaf ons bijvoorbeeld een mooie 8,5.

Ik merk dat je soms wat afwijkt van de vroegere sound, maar tegelijk trouw blijft aan je roots. Nooit overwogen om, puur commercieel, een compleet andere richting uit te gaan?
Wat die twee persoonlijke nummers betreft: ik zou liever hebben dat er géén vrienden van mij sterven, dan hoef ik ook geen ode te schrijven. En ik hoop ook dat er geen andere pijnlijke verhalen meer naar boven komen binnen de band. Die nummers ontstaan uit pure emotie, niet uit planning. En uit commerciële overwegingen iets anders doen? Nee, dat is niets voor ons. We doen gewoon ons ding. Eigenheid is voor ons veel belangrijker dan iets maken waar je hart niet in zit, alleen maar om er wat meer geld mee te verdienen.

Zijn er plannen om met deze plaat ook in het buitenland op te treden?
Nog geen concrete plannen, maar er beginnen wel deuren open te gaan. We speelden onlangs samen met Speedmobile en dat opent perspectieven. Die speedroc/rockabilly-scene voelt wel wat voor het kantje van onze muziek dat in die richting neigt. We hopen daar een paar deuren open te trappen.

Jullie zouden perfect passen op een festival als Sjock, dat ook punk, hardcore, country en rockabilly programmeert. Maar jullie worden vaak in het metalvakje geduwd. Is dat een probleem?
Als er één festival is waar we thuishoren, is het Sjock. Maar tot nu toe is het, ondanks alles, nog niet gelukt om daar te spelen. En ja, we worden vaak in het vakje “metal” gestopt, terwijl de metalfestivals ons dan weer als een “rockband” zien. We zitten een beetje tussen de stoelen. Toch blijven we trouw aan wie we zijn. We gaan geen andere richting uit, alleen maar om ergens binnen te raken. Commercieel klinken als Regi? Dat zie ik mezelf toch echt niet doen. (lacht)

Jullie hebben een mooi parcours afgelegd. Zijn jullie tevreden met de weg totnutoe? Of zou je, met de kennis van nu, de dingen anders aanpakken?
Wij hopen nog altijd op werelddominantie! (lacht) Al mag dat gerust nog zeventig jaar duren. De weg ernaartoe is eigenlijk veel leuker dan de bestemming zelf. Wat je vraag betreft: iedereen maakt fouten. We zijn begonnen als een groepje vrienden die gewoon muziek wilden maken. We wisten totaal niets van de scene. Nu, zoveel jaren later, weten we een klein beetje meer. We maken nog elke dag fouten, maar dat is niet erg. Ofwel win je, ofwel ben je aan het leren. En wij leren nog altijd heel veel.

Tot slot: wat is jullie meest realistische ambitie nu?
We mikken op een plek op Sjock Festival en op Alcatraz in 2026. En als het even kan, zouden we ook graag eens op een degelijk festival in pakweg Barcelona spelen. Buitenland mag gerust verder gaan dan de Benelux — Portugal bijvoorbeeld, dat zou ook geweldig zijn.

Ik hoop dat je de doelen kan bereiken
bedankt voor dit fijne gesprek…en veel succes in alles wat je doet

Emmy d’Arc

Emmy d'Arc - Er was eerst het live verhaal, de plaat is er op gebaseerd. Dus ik probeer het verhaal zo goed mogelijk te vertellen ‘live’ nu

Geschreven door

Emmy d'Arc - Er was eerst het live verhaal, de plaat is er op gebaseerd. Dus ik probeer het verhaal zo goed mogelijk te vertellen ‘live’ nu

Wij leerden Emmy d’Arc kennen in 2021, toen stond ze aan het prille begin van haar carrière. Lees gerust het interview.
Ondertussen hebben we haar zien uitgroeien tot een volwassen parel, die klaar is om de wereld te veroveren. Emmy bracht haar nieuwste plaat uit ‘Braving Fears’. Ze staat deze zomer o.a. op Rock Werchter.
Op de dag van dit interview kwam het nieuws dat ze volgend jaar in AB mag aantreden als headliner. Het kan dus niet meer stuk.
We hadden een fijne babbel over hoe snel ze aan het evolueren is naar de top. Verder over de nieuwste plaat en/of haar doelen van toen nu zijn bereikt. We polsten naar haar plannen en ambities. Benieuwd? Lees gerust!

Ons laatste interview was in 2021, er is veel gebeurd intussen.
Een overzichtje is welkom. Je bracht toen een EP uit, die breekbaar, weemoedig maar evenzeer positieve energie uitstraalde. Heeft dit deuren geopend voor jou?
Ik heb toen veel live shows mogen spelen, je bent op dat moment niet per se bezig met ‘deuren openen’, maar leert sowieso veel nieuwe mensen kennen. Een heel nieuw publiek dus!

Ik zag je enkele keren live, o.a. in het voorprogramma van Kids With Buns. Je hebt nu je eigen weg afgelegd.
Je zei me toen ‘’
Iedereen die bezig is met muziek wil denk ik ‘gehoord’ worden, tenzij je ’t enkel voor jezelf maakt natuurlijk. Ik zie wel waar ik uitkom wat dat betreft. Ik blijf gewoon verder werken. Het zo goed mogelijk doen, dat is mijn ambitie dus. Ik zie dus wel wat er op mij afkomt.”
Z
ijn je doelen tot nu toe bereikt?
Ik ben gewoonweg heel dankbaar voor het parcours dat ik tot nu toe mocht afleggen. Ik heb de laatste jaren een aantal dingen kunnen afvinken op mijn bucketlist, dat is super.

Toen had je het ook over ‘op Rock Werchter staan’. Momenteel is dat doel bereikt. Ik las op je Facebook dat je volgend jaar ook in de AB staat. Het gaat écht goed vooruit
Ja, het gaat door in AB Box. En inderdaad ook op Rock Werchter , op zondag 6 juli. Het is een mijlpaal.

Ik herinner me je als support van Amy Macdonald, iedereen werd er stil van  … De apotheose was toch die Sinead O’connor cover, emotioneel pakkend!
Wat was jouw ervaring? Voor mij alvast de ultieme ontdekking
Ik kom wel vaker mensen tegen die ook aanwezig waren op dat specifieke optreden, dus ik denk dat dit concert er wel heeft voor gezorgd dat ik nieuwe mensen heb kunnen bereiken.

Het gaat dus goed vooruit …Tevredenheid?
Nee, ik heb het gevoel dat alles heel natuurlijk verloopt. Ik blijf gewoon veel live optreden, mijn albumreleaseshow in het Wintercircus (Gent) uitverkopen was een beetje een mijlpaal. Dat was voorlopig onze grootste live show. De AB, volgend jaar in mei, is nu de volgende stap. Ik ben heel blij met de reacties op de nieuwe plaat en de shows.

De nieuwste plaat ‘Braving Fears’ is er één van weemoed en luchtigheid, die een breed publiek kan aanspreken. Is dit de juiste weg voor je carrière?
Ik weet natuurlijk niet wat de toekomst me brengt. Maar als het over de instrumentale invulling gaat, denk ik dat bij deze plaat de identiteit vooral nog in de stem ligt. De plaat is erg gebaseerd op mijn live performance. Volgende stappen zijn dus ook het muzikale universum verbreden. Eerst de EP, dan het debuutalbum en nu de volgende stappen… maar vooral dicht bij de oorsprong blijven.

In een interview las ik:’’
12 nummers met elk een eigen identiteit, een eigen emotie. 12 delen die teruggrijpen naar een periode in mijn leven. De silhouetten op het albumcover staan in een bepaalde volgorde en die volgorde hangt vast aan Romeinse cijfers.
Persoonlijk ervaar ik dat elke song wel een eigen verhaal heeft …
Het is eigenlijk heel eenvoudig, ik probeer de dingen altijd zo puur mogelijk te doen. Het begint met live spelen, dan wil je een plaat maken en dat wil je ook zo goed mogelijk doen. En de beste manier is dat zo persoonlijk mogelijk houden, het zijn allemaal stukjes uit mijn eigen leven en wat ik heb meegemaakt. Of iets dat ik in mijn omgeving waargenomen heb. Tenslotte zitten we allemaal in hetzelfde schuitje, en dat wou ik de mensen laten horen door mijn persoonlijke verhalen te vertellen. Het kunnen evengoed gebeurtenissen van iemand anders zijn, want zonder dat we altijd goed beseffen maken we vaker vrij gelijkaardige dingen mee.

‘De muziek verbindt ons en laat ons zien hoe we één kunnen zijn in deze broze wereld’ denk ik bij jouw materiaal . Wat vind je zelf?
Opvallend veel, en dat heeft me aangenaam verrast. Ik hoopte uiteraard dat het zo zou binnen komen, dus daar kan ik enkel blij om zijn.

Ik heb ook gelezen dat je nogal een perfectionist bent …
(haha) dat kan wel kloppen. het gevoel moet juist zitten, en als dat niet 100% strookt met het resultaat, ben ik niet tevreden. Ik heb elk nummer zodanig geschreven en bewerkt, tot het daadwerkelijk volledig af was. Op momenten dat ik dacht ‘dit is de waarheid’ dan was het voor mij ok. En daarin zoek ik steeds de rand op; het moet voor mij in de eerste plaats eerlijk en oprecht zijn. Anders kan ik het live niet brengen zoals het hoort. 

Wil het zeggen dat er bepaalde nummers zijn die in de koelkast zijn blijven liggen voor een volgende keer omdat ze nog niet 100% zijn?
Ik zal ze zeker boven halen, maar ga ze herwerken tot het verhaaltje weer klopt. Ik zit nu in een strakke planning, het is vrij pittig. Maar er zijn nog nummers die ik verder ga uitwerken, dat is zeker…

Hoe waren de reacties tot nu toe op deze plaat?
Het is fijn om mooie reviews te lezen. Mensen komen na de show vaak een plaatje kopen, en dan is het fijn dat ze met me delen wat hun persoonlijke verhaal is of wat de plaat voor hen betekent.

Je hebt een eigen fanclub op Facebook; hoe belangrijk is sociale media voor jou?
Ik ben reeds 15 jaar bezig. Die fanpage zit vol mensen die me in al die jaren zagen optreden, en gewoon gebleven zijn. Het is ook niet per se dat dit ‘de fanclub’ is, het is eerder een groep mensen die graag volgen wat er allemaal gebeurt. Het is heel fijn om te zien hoe alles wordt gedeeld, samen beleefd, hoe er onderling wordt gecommuniceerd op die pagina... zeker een meerwaarde.

Je hebt onlangs in de Club Wintercircus in Gent gespeeld; hoe verloopt de tour tot nu toe?
Goed. Alles verloopt naar wens, ik ben een tevreden mens. 

Je staat helemaal alleen op het podium, is het– zeker als je in een grotere zaal terecht komt – geen risico? Publiek dat een praatje inslaat? Geroezemoes?
Dat laatste heb ik nog niet meegemaakt. Ik veronderstel, als mensen kaarten kopen in een grote zaal, weten ze waaraan ze zich mogen verwachten. Ik heb er in elk geval tot nu toe geen last van. Ook niet in de wat grotere zalen waar ik voorprogramma’s speelde. In het sportpaleis stond ik ook helemaal alleen, en merk vaker dat het net het ‘solo’ spelen is wat mensen zo tof vinden.. om maar een voorbeeld te geven. Ik maak me daar niet al te veel zorgen om. Ik sta daar ook niet alleen hé, ik heb een hele hoop mee, waaronder mijn ‘loopstation’ en ‘stompbox’.

Wat zijn de verdere plannen?
Er staan eigen shows en festivals op de planning. Rock Werchter, Blues Peer, Rijversfestival, Zeverrock, Thorpark Genk, etc. De zaal concerten in het najaar gaan o.a. door in Brugge, Kortrijk, Het Depot (Leuven), Beernem, Maasmechelen en Hasselt. En daar komt allicht nog wat bij.

De doelen die je voor ogen had in 2021 zijn intussen bereikt; lonkt het buitenland of wat kan het volgende doel zijn?
Blijven doen wat ik nu doe is het voornaamste doel dat ik voor ogen heb. En als dat lukt, ben ik een blij mens. Dat er steeds meer mensen bij komen en dat we samen de liefde voor muziek kunnen delen. En uiteraard streven we naar meer en meer publiek kunnen bereiken.

Nog veel succes in wat je doet!

Whores.

Whores. - Need some noise?

Geschreven door

Whores. - Need some noise?
Whores. + Help

Als binnenkomer kan de bijtende noise-rock van het trio Help wel tellen. Dit klinkt een beetje als Metz met dynamiet in de kuiten of Pissed Jeans op een bedje van steroïden. Luid, hard, intens, furieus en soms iets te schreeuwerig, maar wel bijzonder energiek en vinnig. Ietwat meer variatie zou welkom zijn, maar dit is toch een bandje om in ’t oog te houden. 

Whores. is een band die duidelijk de mosterd heeft gehaald bij iconische groepen als Helmet, Melvins en The Jesus Lizard. Hun naam doet misschien niet zo veel belletjes rinkelen als voornoemde legendarische bands, maar hun sound klinkt even verbeten, fel, vermorzelend en krachtig.
Met het geweldige ‘War.’ releasten ze in 2024 pas hun tweede volwaardige album, en dit 8 jaar na voorganger ‘Gold.’, daartussenin waren er de EP’s ‘Ruiner.’ En ‘Clean.’ En daarmee hebben we het zowat gehad wat betreft discografie. Niet echt de meest productieve band dus, maar elk van deze plaatjes hebben Whores wel heel wat positieve respons en een stevige reputatie opgeleverd.
Met een fijne selectie uit deze 4 splinterbommen komt Whores. hier een knoert van een visitekaartje afgeven. Mokerslagen als “Fake Life”, “Quitter’s Fight Song”, “Baby Bird” en “Charly Chaplin Routine” komen binnen als welgemikte stampen in de onderbuik. Het genadeloze riffmonster “Hostage Therapy” doet l’Aéronef daveren op zijn grondvesten en met de onverbiddelijke bulldozer “Imposter Syndrome” worden ook nog eens de muren gesloopt, Melvins zijn hier wel heel dicht in de buurt.
“I Am an Amateur at Everything” en afsluiter “I Have a Prepared Statement” wringen zich als twee meedogenloze sluipmoordenaars doorheen een giftig doom-metal bad. Whores. laat zo een spoor van vernieling achter met deze korte doch verpletterende set.

Organisatie: Aéronef, Lille

Les Nuits Botanique 2025 - WU LYF – Stereolab - Moin – Een experiment aan gevoelens en emoties

Geschreven door

Les Nuits Botanique 2025 - WU LYF – Stereolab - Moin – Een experiment aan gevoelens en emoties

Les Nuits Botanique 2025 zit erop. Het nieuwe concept, het organiseren van telkens een thema avond, was een schot in de roos. Op enkele minpuntjes na, zoals het vaak lang aanschuiven voor toilet, drinken of eten op heel drukke momenten en als een zaal als de Orangerie of Museum overvol loopt voor een band, was het soms onbehagelijk staan.
Toch moeten we toegeven dat de formule aanstekelijk werkt.
Meer nog, die laatste festival dag/avond met WU LYF, Stereolab en Moin bleek zelfs op een vijfsterren avond uit de te draaien. Een experiment van gevoelens en emoties.

Het was verzamelen geblazen in de Museum voor Chaton Laveur (****) een uit Luik afkomstig Krautrock duo. Julie en Pierre zijn in het dagelijkse leven een koppel, en vullen elkaar muzikaal ook ideaal aan. De oogstrelende meppen van Pierre op zijn drumvellen, zachtmoedig oorverdovend zijn perfect op de inbreng van multi-instrumentalist Julie, die gitaarlicks en een aanstekelijke pianoklank toevoegt.
Er werd in het Frans gezongen wat het boeiender maakte. Die muzikale versmelting, speels, ongedwongen, groovy was top.

Toen we het fragiele meisje helemaal op haar eentje zagen staan op de Fountain Stage vreesden we dat ze helemaal door de mand zou vallen. Maar Quiet Light (****) wist iedereen diep te ontroeren.
Quiet Light is de projectnaam van de 24-jarige elektronische folk artieste Riya Mahesh, die in Boston woont. Haar muziek brengt folk intimiteit met ambient geluidscollages en pop songwriting. Ze maakt gebruik van samples via haar laptop, die een meerwaarde zijn. Haar muziek krijgt nog meer gestalte door de gestructureerde arrangementen van gitaar, bas en drums en de teksten. Maar het was toch vooral Riya’s breekbare, soms krachtige engelenstem die intrigeerde. Een erg interessante ontdekking.

We zakten af naar de Orangerie voor Acopia (*****) "Acopia nodigt luisteraars uit om hun hart te openen en weg te zinken in hun gevoelens, en voert ze mee in een wazige droomwereld vol zwoele zang, peinzende synthese en smeulende baslijnen." lezen we in de biografie.
Het trio zoekt ons bang hart op, om een baken van troost te bieden. Muzikaal te situeren tussen shoegaze en de betere trip-hop. De vurige vocals waren een deken tegen de donkere gedachte. De warme, aanstekelijke refreinen spraken de dansspieren aan. Een goed gevulde Orangerie wiegde van begin tot eind mee.

Op de Fountain stage bezorgde Mark William Lewis (****) ons een kampvuurgevoel, door die warme gitaren en drums. De band stond wel apart op het podium, maar gaf je het gevoel alsof je neervlijend in het gras zat te luisteren naar dit gitaargepingel van gitaren, omringd van gelijkgestemden. Opmerkelijk alvast op het grotere podium in de buitenlucht.

Dorian Dumont 'La Volte' (****1/2) is geen onbekende, als pianist zagen we hem in enkele projecten schitteren. Een uitzonderlijk talent. In de Museum brengt hij met 'La Volte ' een overtuigend project. Er wordt voortbouwend op zijn werk met de groep ECHT!, die de grens tussen jazz, elektronische muziek en hiphop doorbreekt; op zijn solo pianoproject ‘Dorian Dumont plays Aphex Twin’, tilt Dorian zijn muzikale verkenningen naar een nieuw niveau.
'La Volte' vermengt verschillende invloeden en verlegt de genregrenzen.
Zijn doel is om organische clubmuziek te maken met alleen akoestische instrumenten, zonder gebruik te maken van effecten of elektronica, lezen we in debiografie.
Samen met twee drummers en een bassist slaat Dorian Dumont een brug tussen elektronische en akoestische muziek. Hij biedt een frisse, moderne geluidservaring. Wat een improviserend karakter van dit project, met bijzonder warme, groovy sounds. Iedereen staat in de spotlight , maar z’n brede, uiteenlopende piano virtuositeit, al dan niet met een hoekje af, van Dumont zelf dus, valt nog het meest op. Dit was een uurtje aparte jazz ten top, voor fijnproevers.

Het trio Still House Plants (****), met Jess Hickie-Kallenbach op zang, Finlay Clark op gitaar en David Kennedy op drums, is erop uit om een bepaalde groove te creëren, en je te hypnotiseren met hun unieke geluid. Betoverende zanglijnen, spanningsbogen creëren zijn de rode draad doorheen dit concert. Gemakkelijk in het gehoor liggende muziek brengt het gezelschap niet; het is genieten van die avontuurlijk aanpak , iets wat Les Nuits siert. Ze kleurden buiten de lijntjes en hier hield men van!

In een vrij donkere Orangerie stond het duo Julie Rains (*****) niet op het podium, maar middenin de zaal, met het publiek rond hen opgesteld. Julie Rains, aka Julie Rens zat nog bij Juicy, en gooit het nu solo over een andere boeg. De multi-instrumentaliste/zangeres overweldigde door haar diverse aanpak, soms intiem, dan weer lichtjes dreigend, maar vooral gekenmerkt van een bevreemdende, donkere wolk. Het duo deed ons wegdrijven in duistere gedachte.
De oorverdovende beats van de keyboardspeler waren opvallend. De aanpak boezemde geen angst in. De warme, veelzijdige vocals klonken intrigerend in dit concept. Toch wel iets magisch.

Terug naar de Fountain Stage … WU LYF (****) - De Britse alternatieve band WU LYF zorgde letterlijk voor een muzikale aardverschuiving. Het rauwe, lo-fi debuutalbum 'Go Tell Fire to the Mountain’ is er eentje om te koesteren. Na jaren stilte is er nu een nieuwe single uit: "A New Life Is Coming."
De band uit Manchester werd opgericht in 2008 en bestond uit Jeau (Joe Manning), Lung (Tom McClung), Elle Jaie (Ellery Roberts) en Evnse (Evans Kati). In 2012 stopten ze en leek het einde verhaal. Maar nu zijn ze dus terug. Een geëmotioneerde geordende muzikale  chaos in heavy pop kun je zeggen, met een streepje Pink Floyd experiment, rauw, krachtig en atmosferisch. Boeiend Sterk .

'Weerbarstige klankentapijtjes in groen licht' schreven we over MOIN (*****). De Museum stond helemaal vol voor dit gezelschap. We zagen de band in 2024 op het BRDCST festival in de AB. We herinneren ons ''Binnen de set waren de gitaar en de keys en de hemelse percussie belangvol. Ze overtuigden door het uitgesponnen instrumentarium en ze tastten hun eigen mogelijkheden voortdurend af. Het geheel was pittig gekruid.''
In de Museum klonk het nog rauwer, intenser, spannender. Het ging naar lang uitgesponnen oorverdovende climaxen en intieme soundscapes die beiden even dreigend konden klinken. MOIN was geen voer voor tere zieltjes en deelde uppercuts uit in die bredere, gevarieerde aanpak.

Hoe later in de avond, hoe meer publiek er kwam opdagen. Dé absolute publiekstrekker van was Stereolab (*****), die recent hun nieuwste plaat op de markt brachten, ‘Instant holograms on metal Film'.
De band werd opgericht in 1990 door Tim Gane (gitaar, keyboards) en Laetitia Sadier (zang, gitaar, keyboards). In 2002 overleed bandlid Mary Hansen (achtergrondzangeres, keyboard, gitaar) nadat ze op haar fiets werd aangereden in Londen. Het album' Margerine Eclipse' was opgedragen aan haar. Na de tournee rond het album 'Chemical Chords' (2008) besloot de band een pauze in te lassen.
De nieuwe plaat luidt een nieuw hoofdstuk in, zonder te raken aan de basis waarrond de muziek van de band is ontstaan. Het wordt omschreven als ‘cerebraal, glibberig, speels en uitdagend.
Ook live ervaarden we dit. Uiteraard kwam de nieuwste plaat het meest aan bod. Nummers als “If you remember I forgot how to dream 1” en “If you remember I forgot how to dream 2” klinken even fris en monter als gekende klassiekers “Peng !33” of “Miss Modular”. Stereolab zette de puntjes op de 'I' en voegde in de bis er het knappe “The way will be opening” en “Imortal hands”- eveneens van de nieuwste plaat, aan toe.
Het speelse, uitdagende kwam voorop. De band had er duidelijk zin in en had een nauwe (muzikale) verbondenheid met z’n publiek. Stereolab is niet verdwenen , integendeel ze eigenen zich terug een plaatsje op. Iedereen was overtuigd. Mooi.

Afsluiten deden we met POiSON GiRL FRiEND (****). De stormloop was echter zo groot dat we werden weggedrukt, naar de uitgang. POiSON GiRL FRiEND is een solomuziekproject van nOrikO; als zangeres, liedjesschrijfster, componiste, producer en DJ, voornamelijk in Japan, vormde ze in 1990 The Poison Girl Friends met haar vrienden. Eind 1991 werd dit haar solo-eenheid als POiSON GiRL FRiEND. De naam wordt sindsdien vaak gebruikt als alias voor nOrikO.
We besloten, nog even te genieten van een flard pompende beats en ijzingwekkende vocals, niet vies van het kenmerkend Oosters tintje. POiSON GiRL FRiEND refereerde aan de ondergaande zon uit het verre Midden-Oosten. Haar stem en de muziek prikkelde en maakte deze link onmiskenbaar.

Wat een boeiende Les Nuits Bota vanavond, een experiment aan gevoelens en emoties!

Organisatie: Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Botanique)

Pagina 51 van 963