logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Deadletter-2026...
Kreator - 25/03...

Weather Systems

Weather Systems - Welcome back, Anathema

Geschreven door

Weather Systems - Welcome back, Anathema

Let’s face it, Weather Systems is eigenlijk Anathama 2.0. De nieuwe groepsnaam is een voormalig Anathema album, frontman Daniel Cavanagh is de songwriter en ook drummer Daniel Cardoso is terug mee aan boord gehesen.
Bovendien waren de songs van de nieuwe plaat ‘Oceans Without A Shore’ oorspronkelijk bedoeld voor een nieuw Anathema album, maar een groepsruzie kwam roet in het eten gooien en de band werd voor onbepaalde duur op non-actief gezet. Daniel Cavanaugh besloot dan maar het album onder een nieuwe groepsnaam te releasen en om na 5 jaar stilte eindelijk nog eens op tournee te trekken. Het kan dan ook weinig anders dan dat het hier een setlist betreft waarbij de nieuwe songs netjes verdeeld zitten tussen een hoop Anathema klassiekers.

De tijd heeft alleszins al wat vat gekregen op Daniel Cavanagh, hij lijkt in die sabbathperiode behoorlijk wat kilo’s te zijn aangekomen en heeft zichzelf nu een stel dreadlocks laten aanmeten waar zelfs de meest doorwinterde rastafari van achterover valt. Het belangrijkste is echter dat Cavanagh er terug de volle goesting in heeft en dat hij blij als een kind terug op een podium staat. Een immens contrast met de laatste keer dat we Anathema aan het werk zagen, toen zat de mot er volledig in en stonden de heren overduidelijk met een zak vol tegenzin op het podium van de Antwerpse Trix.
Cavanagh heeft dezer dagen wel heel wat meer werk on stage, de keyboards zijn volledig voor zijn rekening en nu broertje Vincent er niet meer bij is moet hij zelf al zijn vocale kunsten uit de kast halen. Daarvoor heeft hij naar eigen zeggen gouden tips gekregen van zijn broer die trouwens ook al naar de show is komen kijken en bijzonder onder de indruk was, deze plooien zijn dus alvast gladgestreken.
Het mag gezegd, op Daniel Cavanagh’s zangcapaciteiten valt weinig aan te merken, hij haalt misschien niet zo goed de hoogste noten als broertje lief maar hij loodst zichzelf zonder veel problemen doorheen de songs en slaagt erin om heel wat gevoel in zijn stem te leggen. Daarin wordt hij naar goede Anathema gewoonte bijgestaan door een puike zangeres, hier is dit Soraia Silva die zonder veel moeite en met evenveel passie de partijen van haar voorgangster Lee Helen Douglas overneemt en het publiek daarbij maar al te vaak in haar enthousiasme meeneemt (wij zijn doorgaans geen voorstander van handjesgeklap, maar wat hebben wij te morren als de band er zelf meermaals om vraagt?).

Opwarmer “Deep”, al meteen eentje van het Anathema-vat, laat zien dat deze nieuwe band er staat met die welgekende, glasheldere en bij momenten best wel stevige progrock-sound. Daarna past een serie nieuwe songs perfect in het plaatje. “Still Lake” en al zeker het lange “Synaesthesia” en “Do Angels Sing Like Rain”, waarin Cavanagh stevig uitpakt op de gitaar, staan hun mannetje en zetten Weather Systems op weg naar een bijzondere avond.
Anathema klassiekers als “Springfield”, “A Simple Mistake”, “Closer” en “Flying” klinken frisser en gedrevener dan ooit en brengen het publiek naar hogere sferen. Daartussenin klinkt het nieuwe “Oceans Without a Shore” al even hemels en dat is op zich een verdomd knappe prestatie tussen al die pareltjes.
Het epische drieluik “Untouchable Parts 1,2 &3” is meer dan een kwartier kippenvel, een uitbundig “Fragile Dreams” duwt in de finale nog eens stevig door en zorgt zo voor een spetterend einde van deze welgekomen comeback (want zo willen we het toch noemen) die ons toch twee uurtjes in de ban houdt.

Welkom terug, zouden wij zeggen, maakt niet wat nu de effectieve groepsnaam is …

Organisatie: 013, Tilburg

Les Nuits Botanique 2025 - The Jesus Lizard, The Ex, Mclusky,... - Feest van gitaren

Geschreven door

Les Nuits Botanique 2025 - The Jesus Lizard, The Ex, Mclusky,... - Feest van gitaren
Les Nuits Botanique 2025
Botanique
Brussel
2025-05-18
Ollie Nollet

Deze zondag op Les Nuits Botanique stond in het teken van de wederopstanding van twee spraakmakende groepen uit de sector luide gitaren.

… Maar er was nog meer moois, zoals Snõõper, dat vorig jaar nog de tent op Leffingeleuren liet daveren. Dat overrompelende van toen was er dit keer evenwel niet bij. De attractieve chaos voor en op het podium bleef hier achterwege. Er was duidelijk geen animo om zo vroeg op de middag een moshpit te starten maar ook op het podium leek het er een stuk beschaafder aan toe te gaan.
Zangeres Blair Tramel had haar potsierlijke rekwisieten blijkbaar thuis gelaten, enkel de reusachtige pop uit papier-maché, waarmee ze op het einde van de set kwam opdraven, was er nog bij. Gelukkig had de muziek van dit jonge vijftal uit Nashville niets aan explosiviteit ingeboet.
Korte, venijnige punk erupties gestut door twee stevige, af en toe naar de hardrock lonkende gitaren waarboven de hoge heldere stem van Blair Tramel sierlijk kronkelde. Hun razende egg punk moest het vooral hebben van de tomeloze energie en van de voortdurend stuiterende zangeres.
De overige groepsleden stonden er, buiten dat ene danspasje dan, nogal statisch bij. Maar dat kon de pret niet drukken, mooie opwarmer!

Mclusky zag het levenslicht in 1996 in Cardiff en schreef in 2002 geschiedenis met het door Steve Albini geproducete ‘Mclusky do Dallas’. Nauwelijks drie jaar later was het sprookje reeds uit maar vorig jaar verrees de groep uit haar as en begin deze maand verscheen er na meer dan 20 jaar zelfs een nieuwe plaat: ‘The world is still here and so are we’. Net als Snõõper had Mclusky met hun passage vorig jaar op Leffingeleuren een onuitwisbare indruk nagelaten en ook zij wisten die glansprestatie van toen niet helemaal te evenaren. Nochtans begon het drietal de set met "Lightsabre cocksucking blues", de uitzinnige opener van hun meesterwerkje, ‘Mclusky do Dallas, waaruit later maar liefst nog zes nummers zouden volgen. Maar de klank zat niet meteen goed en de heren, die zichzelf aankondigden als Kings Of Leon, leken nog niet helemaal bekomen van hun middagdutje zodat de stormram toch even op zich liet wachten.
Maar eenmaal op temperatuur was er opnieuw geen houden meer aan. Hun mix van post hardcore en noiserock bleek nog even urgent als twintig jaar geleden en het nieuwe "Onpopular parts of a pig" had zeker niet misstaan op ‘Mclusky do Dallas’.
De inmiddels ook al 50-jarige Andrew Falkous heeft nog steeds die opgefokte maar tevens heerlijke stem terwijl zijn gitaar nog niets aan scherpte heeft verloren. De knappe nummers werden van een woeste energie voorzien door de scheurende bas van Damien Sayell en de mokerende drums van Jack Egglestone. Ongeveer halverwege ruilde Sayell zijn bas even voor een tweede gitaar en zo ging de storm even liggen voor "She will only bring you happiness", dat zowaar een ballad leek maar toch van een in vitriool gedrenkte tekst was voorzien met de als een mantra herhaalde regel "Our old singer is a sex criminal".
Daarna werd het volume opnieuw meedogenloos opgetrokken en volgden nog een rits parels als "Alan is a cowboy killer" en "Chases" om te eindigen met het toepasselijk getitelde "To hell with good intentions".
Het was misschien niet meteen het mooiste zicht: een drummer verborgen achter een scherm van plexiglas en een zanger met een immense koptelefoon op. Maar als Andrew Falkous, die met serieuze gehoorproblemen kampt, daardoor toch nog de mogelijkheid vindt om op een podium te staan, nemen we dat er maar al te graag bij.

The Ex was in de Botanique de groep met de langste carrière en dat, in tegenstelling tot The Jesus Lizard en Mclusky, zonder enige hiatus trouwens. Ontstaan in 1979 uit de Amsterdamse kraakbeweging en nog steeds actief. Hoewel de pauzes tussen de nieuwe releases wat langer zijn geworden, betekent dat niet dat The Ex in de tussentijd stilzit.
Zo wisten ze vorig jaar nog zonder nieuwe plaat de 4AD uit te verkopen. De meeste bands met zo'n lange staat van dienst beperken zich live tot een soort 'best of' of voeren in het beste geval één van hun commercieel succesvolste platen integraal nog eens uit. Zo niet The Ex. Zij hadden het lef om hun gloednieuwe plaat van begin tot eind te spelen. ‘If your mirror breaks’ heet die plaat en ze is opgedragen aan Steve Albini, met wie ze ooit samenwerkten.
De set werd, net als het album dus, geopend met "Beat beat drums", een op een Bo Diddley beat gestoeld nummer dat barstte van de ritmes en waarin Terrie Hessels zijn gitaar bespeelde met een drumvel. Later zou hij zijn instrument ook nog te lijf gaan met een metalen schepje, een schroevendraaier en een drumstick. Samen met Andy Moor en Arnold de Boer bemande hij het drie-gitaren offensief dat soms meedogenloos beukte om op het andere moment subtiel te fonkelen. Daarbij kwamen geregeld Afrikaanse invloeden bovendrijven, niet vreemd natuurlijk na hun collaboraties met de Ethiopische jazz saxofonist Getatchew Mekurya of het Congolese Konono N°1. De ruige, onconventionele drums van Katherina Bornefeld zorgden voor de stuwende kracht. Eenmaal kwam ze vanachter haar drumstel naar voren om "Wheel" te zingen, zeker niet het beste nummer van de avond, maar toch een welgekomen rustpunt. De andere songs werden door De Boer wat monotoon gezongen maar wisten telkens te boeien met een intrigerende woordkeuze.
Eén van de hoogtepunten vond ik het sensuele en geduldig opgebouwde "Circuit breaker" met de herhaalde vraag " What could I keep inside".
Ze eindigden zoals begonnen: met een onstuitbare ritmische uitbarsting waar het spelplezier van afspatte: "Great!". Na 46 jaar klinkt The Ex nog altijd even urgent.

The Jesus Lizard vond in 1987 zijn oorsprong in Austin, Texas maar de vier verhuisden al snel naar Chicago, Illinois waar ze gelijkgestemde zielen als Steve Albini (nog maar eens hij) en de mensen van Touch And Go Records troffen. Met ‘Goat’ ('91) en ‘Liar’ ('92) maken ze twee baanbrekende platen die hen een cultstatus opleveren. Ze tekenen zelfs voor het grote Capitol Records maar na het vertrek van drummer Mac McNeilly in '96 gaat het enkel nog bergafwaarts tot de onvermijdelijke split in 1999. Vanaf 2006 komt de groep af en toe terug samen voor zogenaamde re-enactments. Vorig jaar maakt de groep dan totaal onverwacht na 26 jaar een nieuwe plaat: ‘Rack’. Niet meteen een hoogvlieger maar dat kan je van nogal wat platen van The Jesus Lizard zeggen.
De groep is altijd in de eerste plaats een liveband geweest met het ongeleide projectiel David Yow als aantrekkingspool. De vraag die velen zich dan ook stelden was of David Yow, die zich in het dagelijkse leven bezig houdt met het retoucheren van filmposters, op zijn 64ste nog even destructief tekeer zou gaan.
En daar was hij dan, David Yow, in een rood hemd en een aan flarden gescheurde jeans, met een karakterkop waaraan Stephan Vanfleteren een kluif zou hebben. De rest van het gezelschap hield het bij stemmig zwart. David Yow verwelkomde ons met "We are Kings Of Leon", net als Mclusky dat eerder deed op de avond. Maar nu was het zeker niet de eerste keer dat Yow zijn groep aankondigde met een andere naam.
The Jesus Lizard opende meteen met één van hun beste nummers, "Seasick", gedreven door het steeds herhaalde "I can't swim", uit het befaamde ‘Goat’. Later zouden nog vier nummers uit die plaat uit '91 volgen. Bij de tweede song, "Gladiator", dook hij, de titel indachtig, het publiek in voor een rondje crowdsurfen. Niet zonder enige moeite bereikte hij opnieuw het podium waar hij toch even op adem moest komen terwijl zijn fluimen alle kanten op vlogen. De rest van de set bleef hij naar zijn lichaam luisteren  en hield hij het veilig op de planken, hoewel het af en toe toch leek te kriebelen.
Intussen gingen gitarist Duane Denison en bassist David Wm. Sims te werk als precisiechirurgen en samen met met krachtdrummer Mac McNeilly - terug op het oude nest - leverden ze bijzonder strakke noiserock af.
Je kon hen misschien een gebrek aan variatie verwijten maar dat werd ruimschoots gecompenseerd door de hoge intensiteit. Die messcherpe gitaar bleef zich vastbijten in mijn nekvel terwijl het charisma van een duidelijk ouder geworden David Yow nog steeds zijn gelijke niet kent.
Hoogtepunten waren "Monkey trick", volgens Yow hun beste nummer en "Mouth breather" dat werd opgedragen aan Steve Albini. Na vijftig minuten verdween hij, kushandjes werpend, achter de coulissen waarna ook Sims en Denison volgden terwijl McNeilly verbeten een drumsolo afwerkte. Het bleek om een korte adempauze te gaan. Na enkele minuten keerde de groep terug om er nog eens vol voor te gaan. Het werd een feest van herkenning met uitzinnige versies van onder meer "Thumper" en "Fly on the wall". Dit mocht wat mij betreft nog een tijdje doorgaan maar met "Chrome" kwam er definitief een einde aan.
Dit keer kregen we geen kushandjes, maar losgepeuterde valse tanden toegeworpen. De oude vos is zijn streken zeker nog niet verleerd.

Neem gerust een kijkje naar de pics @Kristof Acke
https://www.musiczine.net/index.php/nl/component/phocagallery/category/7509-les-nuits-botanique-2025?Itemid=0

Organisatie: Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Botanique)

Les Nuits Botanique 2025 - Jay-Jay Johanson – Efterklang - Michelle Gurevich – Groovy sounds van weemoed en melancholie

Geschreven door

Les Nuits Botanique 2025 - Jay-Jay Johanson – Efterklang - Michelle Gurevich – Groovy sounds van weemoed en melancholie
Les Nuits Botanique 2025
Botanique
Brussel
2025-05-17
Erik Vandamme

Na twee hardere dagen met de 'metal dag' op donderdag en de 'rock' avond op vrijdag maakten we ons op voor een kalmere maar niet minder intense dag in de prachtige Botanique. Met publiekstrekkers Efterklang en Michelle Gurevich maakten we ons op voor een dagje groovy sounds van weemoed en melancholie die een mysterieus kantje durft te ademen.

De deuren van Botanique gingen al vrij vroeg in de namiddag open. Wij waren net te laat voor Jacob Alon in Museum, maar nog net op tijd voor Dressed Like Boys (****) die op de Fountain Stage de zon wat feller deed schijnen in ons hart. Dressed Like Boys is het solo project rond DIRK. zanger en bassist Jelle Denturck wiens vocals helder genoeg zijn voor een eerste kippenvelmoment. Hij heeft enthousiaste muzikanten rond zich en de eerste aanwezigen kunnen lekker swingen, of er is die groovende weemoed te horen. Hun speelsheid siert, oorstrelend klinkt die piano en gitaar.
Jelle is een klasse entertainer, wat hij al bewees bij het sublieme DIRK. Vanuit zijn geaardheid reflecteert hij op thema's als seksualiteit, identiteit en de voortdurende strijd van de queer gemeenschap door de geschiedenis heen. Het komt vaak tot uiting in zijn bindteksten, maar ook in zijn songs. Geslaagd alvast.

Helaas overlappen de concerten in de Museum en de Orangerie elkaar. Het is soms kiezen. Wij kozen voor Clément Nourry (****), bekend als oprichter van de groep Under the Reefs Orchestra; Clément zet een solo-avontuur verder, waarbij hij de wereldlijke aspecten van de elektrische gitaar verkent. 'Dit project markeert een nieuwe stap in de alliantie tussen fingerpicking en klanktexturen', staat te lezen in de bio. Hij start met intiem getokkel op zijn gitaar en verkent de vele aspecten van het instrument op een interessante, experimentele manier. Een deel van het publiek zit gewoon op de grond te genieten, anderen beginnen te headbangen en er zijn die genieten in stilte van zijn brede, veelzijdige sound.
Clément laat zijn gitaar spreken in allerlei vormen, integer en gedreven . Een pak emoties borrelen op. Het zweeft wat over ons heen en kan bevreemdend klinken.
Hij is een talentvolle virtuoos. Te ontdekken.

Oi Va Voi (*****)  is een band uit Londen van Joodse oorsprong, al . Hun muziek is een mengsel van klezmer, Oost-Europese muziek en dance. We worden jaar bezig. Er is wat folk in vervat. We waren onder de indruk van het mooie trompet geschal van David Orchatn en van de violiste Sarah Anderson, die een uur lang alles uit de kast haalden van invloeden uit Oost-Europa. De hemelse tweestemmigheid sierde. Zangeres Elisabeth Leondaritis met haar engelenstem en de zalvende vocals van klarinet speler Stephen Levi wisten te raken.
Verder een verbluffend samenspel van al de muzikanten, dat ons overtuigde. Wat een deugddoende trip!

Over naar Museum voor een artieste die we al een tijdje op de voet volgen, maar nog niet live hadden gezien, Benni (****1/2). We citeren: ''Haar liedjes komen voort uit een wereld die zowel utopisch als authentiek is. Haar reis is geworteld in een unieke ervaring van tien maanden zingen en wandelen in de straten van Nieuw-Zeeland.''
Benni is een getalenteerde muzikante/zangeres en entertainster die zowel het zeemzoetigere als het rauwe van de muziek omarmt, ze onderstreept het met zalvende songs maar durft - samen met haar muzikanten - ook wel lekker uithalen, waarbij de registers worden opengetrokken. De diversiteit in aanpak en het bevreemdend, experimenteel kantje maken haar een bijzondere artieste. Aan de verwachtingen van dit concert werd moeiteloos voldaan.

Entertainment ook bij de charismatische Jay-Jay Johanson (*****), die met z’n warme stem het publiek inneemt Hij wordt begeleid door een sterke drummer en pianist. Muzikale spanningsvelden opzoeken is de grondslag man’s werk. De scherpe ritmiek en de experimentjes zorgt voor sentiment in die songwriting. Er schuilt hier enorm veel emotie en eerlijkheid in het songmateriaal. Je wordt meegedreven in die leefwereld. De set eindig met de outtro van “My Way”, in de versie van Sid Vicious. Het tekent ook de vriendelijke eigenwijsheid van Jay Jay Johanson. Mooi.

Die eerlijkheid hoorden we ook bij Jawhar Feat. Aza (****) in de Orangerie. Met zijn nieuwste plaat ‘Khyoot’ keert de in Tunesië geboren singer/songwriter terug naar zijn eerste liefde, met name een folkloristisch album met een verzameling lichtgevende liedjes geschreven voor twee stemmen; Jawhar's etherische, aardse stem wordt vergezeld door de delicate, gracieuze stem van zangeres Aza. Hij wordt verder bijgestaan door zijn twee trouwe leden, pianist Eric Bribosia en multi-instrumentalist Yannick Dupont.
We krijgen een emotioneel beladen set van persoonlijke verhalen. Hij weet gevat, gemeend in te spelen op de reacties van het publiek . Iedereen geniet van die folklore sfeer, met een knipoog naar de cultuur uit Tunesië. Met als gevolg een culturele totaalbeleving die ons bekoorde.

Het absolute hoogtepunt kregen we van Efterklang (*****) die ergens een Massive Attack doet opborrelen, ook al zijn ze muzikaal verschillend. Efterklang blijkt het Deense woord voor 'weerkaatsing' te zijn, een gevoel dat overheerste. Hun toegankelijk experiment raakte diep door de brede klankkleur; de realiteit ging hierdoor niet verloren. Efterklang zorgde een uur lang voor een spirituele totaalbeleving. Efterklang behield moeiteloos de aandacht in de intieme momenten, op hun zwevende psychedelische sounds en in hun creativiteit. Intens als magisch klonk het geheel. Een onvergetelijke trip.

Keuzes maken , altijd moeilijk … we zakten eerst af naar de Museum voor Lael Neale (****); de muziek van Lael Neale valt te omschrijven als folk, met een indietouch en wat alternatieve rock. Het durft poëtisch te klinken. Herkenbaar an sich, waarbij de fantasie wordt geprikkeld, omgeven van haar ontroerende vocals. Een uiterst genietbare, betoverende set.

Verder in de Orangerie was er Jeffrey Lewis & The Voltage (****). We zagen veelzeggende cartoons op het scherm, die muzikaal en vocaal werden begeleid. Er viel een politieke boodschap te noteren, die ons deed nadenken; het klonk vaak humoristisch, zelf relativerend en realistisch. Maar Jeffrey Lewis & The Voltage zijn niet specifiek een protestzang groep. Er is wel die brede sound met hypnotiserende visuele effecten. Het optreden was een goede mix van akoestische folk en een rauw garagegeluid.

De Canadees-Russische Michelle Gurevich (****1/2) wou oorspronkelijk films maken. Na een decennium in die wereld te vertoeven, besloot ze haar talent te verleggen naar muziek, en begon ze in haar slaapkamer liedjes te schrijven. Iets wat ze tot op de dag van vandaag nog steeds doet.
De zin voor drama brengt ze live met een filmische aankleding. Soms zoekt ze de intimiteit op, maar vaak laat ze het wild enthousiast publiek ook zweven over een een wolk van weemoed. Haar invloeden haalt ze uit haar Russische roots. Je hoort het duidelijk in de teksten tekst. Rokerige ballads met scherpe kantjes. Eenvoud en poëzie vinden elkaar, met een knipoog naar Patti Smith.
Elementen van chanson, artpunk, folk, barokpop en blues, ondersteund van haar diepe, bezwerende stem sieren. Michelle Gurevich brengt dus tragikomische liedjes over de liefde en de dood. Een volleerd Chansonnier die weet te raken. De response was groot.

We besloten nog even een kijkje te nemen in de Museum waar Abdullah Miniawy (****) ietwat later dan gepland aan zijn set begon. Zijn instrument stond in de zaal opgesteld, en niet op het podium waardoor het publiek rondom hem plaats nam. Een bevreemdend, oorverdovende klankentapijt en een bulderende stam vanuit het diepte, overheerste. Hij wist een 'rave' gevoel te creëren,  met een donker, luguber kantje.  Hij prikkelde de fantasie en liet veel aan de verbeelding over.

We hadden een fijne dag beleefd van groovy sounds van weemoed en melancholie …

Organisatie: Botanique, Brussel  (ikv Les Nuits Botanique)

Bonnie Prince Billy

Bonnie ‘Prince’ Billy - Het concert was veel beter dan de plaat

Geschreven door

Bonnie ‘Prince’ Billy - Het concert was veel beter dan de plaat

Met Will Oldham gaat tegenwoordig alles prima, zeker nu hij naast zijn ruim dertigjarige muzikale carrière intussen ook de rol van echtgenoot en vader heeft opgenomen. Die nieuwe status als familieman laat wel wat sporen na op de grillige Americana van zijn nom de plume Bonnie ‘Prince’ Billy. De weinig toonvaste DIY zonderling van weleer lijkt op de jongste paar platen baan te hebben geruimd voor een keurig articulerende vijftiger die hoop boven wanhoop verkiest. En alsof dat nog niet genoeg is sloeg de songwriter uit Louisville vorig jaar zijn tenten op in Nashville om er met ‘The Purple Bird’ een gepolijste country plaat in te blikken.

Welke richting Oldham ook uitgaat, zijn publiek blijft hondstrouw en wordt bovendien steeds talrijker. Omdat De Kreun te klein leek voor zijn doortocht in de Vlaamse ‘Wild West’ werd uitgeweken naar de nabijgelegen Depart zaal, maar ook die locatie hing al snel het ‘sold out’ bordje uit. Wie net als ondergetekende een beetje had gevreesd voor de stereotiepe clichés van het genre werd meteen gerust gesteld: in Kortrijk vielen geen cowboyhoeden, geruite hemden of line dancers te bespeuren. Integendeel, het openingsnummer “Boise, Idaho” stond mijlenver van de netjes afgeborstelde classic country van de nieuwe plaat. We kregen nauwelijks toonvaste vocals, jankende gitaren en rommelige percussie - kortom, alle ingrediënten die van lo-fi dé meest ontwapenende muziekstroming van de jaren ’90 maakten. Alle vooroordelen overboord dus: dit was de onversneden versie van Oldham zoals we hem kennen sinds zijn begindagen als Palace (Brothers/Songs/Music), en waarmee hij nog altijd stevig verankerd zit in onze topcategorie ‘eigenzinnige treurwilgen’.

Die treurnis zit overigens vooral in de teksten, niet in de performance. In Kortrijk treffen we een bijzonder goedgemutste versie van Bonnie ‘Prince’ Billy, die dolt met het publiek en maar wat graag de artistieke kwaliteiten van zijn drie begeleiders bewierookt. Met multi-instrumentalisten Jacob Duncan en Thomas Deacon heeft Oldham zowat een halve brassband mee op tour. Door hun injecties van klarinet, saxofoon, trompet en dwarsfluit krijgen de sobere Americana liedjes niet alleen een andere vorm, maar ook flink wat meer glans.
Het resultaat neigde de ene keer naar etherische Anglo-folk (“Downstream”), een andere keer naar een dronkenmanwals (“Guns Are For Cowards”). Het typeert Oldham ten volle dat hij in dat laatste nummer een heikel onderwerp als het recht op wapendracht in zijn thuisland aankaart met - jawel - een kermisdeuntje.
Het werd zo mogelijk nog gezelliger in Depart toen ook het Australische voorprogramma Mess-Esque zich bij Oldham & co op het podium voegde. Het Dylanesque “Strange Trouble” - in Kortrijk fraai aangekleed met backing vocals van zangeres Helen Franzmann, die onvermijdelijk deden denken aan Emmylou Harris - rekenen we zeker tot de hoogtepunten van de set.
Uiteraard was er herkenningsapplaus toen de back catalogue van Palace Music in een zoete countrysaus werd gedoopt met “New Partner” en “Brute Choir” - beiden uit Oldham’s samenwerking met wijlen Steve Albini, ‘Viva Last Blues’ (’95) - en met de monumentale single “Gulf Shores”. En ook zijn wellicht enige pensioennummer - met dank aan Johnny Cash - spaarde Oldham niet op tot de encores. Tijdens een verstilde, bijna onherkenbare versie van “I See A Darkness” hoorde je elke bierbeker vallen.
Net voor het doek definitief viel, werd het publiek nog verwend met een versie van Sally Timms’ en Jon Langford’s alt.country classic “Horses”. Toen iemand als ultieme uitsmijter om ‘A song for Gaza!’ riep, repliceerde Oldham gevat ‘They all were! Weren’t you listening?’.

En zo viel na anderhalf uur alles ineens op zijn plaats: de krakkemikkige treurwilgmuziek van Bonnie ‘Prince’ Billy is als een pleister op de wonde voor alle miserie in de wereld.

Organisatie: Wilde Westen, Kortrijk

Les Nuits Botanique 2025 – Osees - SLIFT – Wat een energiebommetjes

Geschreven door

Les Nuits Botanique 2025 – Osees - SLIFT – Wat een energiebommetjes
Les Nuits Botanique 2025
Botanique
Brussel
2025-05-16
Erik Vandamme

Na twee avonden op Les Nuits Botanique kunnen we stellen dat het concept van een thema avond een succes is. Ook al moeten we toegeven dat bij de afsluiters sommige zalen vol staan, waardoor een deel van het publiek het optreden niet meer kan zien wegens 'volzet'.
Op donderdag was dat al het geval bij Wiegedood, dat euvel merkten we ook bij SLIFT in de Orangerie op de tweede festivaldag. Op een bepaald moment ging het zelfs ietwat de grimmige tour op. Het was de avond vol energiebommetjes …

De eerste vulkaanuitbarsting kwam van  onze eigen Belgische Peuk (*****). De band rond brulboei en top gitarist Nele Janssen heeft ondertussen al bewezen uit een speciaal hout gesneden te zijn. Als openingsact op de Fountain Stage, weten ze meteen de aandacht op te eisen. Een wervelwind aan riffs hoorden we. Nele haar charisma en vocals zijn mee bepalend.
Peuk drijft het tempo zodanig op, wat zorgt voor een muzikale rollarcoaster. De variaties in de sound houden het boeiend. Wat hen uniek wel maakt.
Na al die jaren wordt het hoog tijd dat Peuk ook op grote festivals de erkenning krijgt die ze verdient. Op Les Nuits Boutanique wisten ze iedereen compleet van de sokken te blazen. Eén van de hoogtepunten trouwens.

Ook Giac Taylor (****) is voor ons geen onbekende. Op Desertfest wist hij vorig jaar nog te overtuigen. "Giac Taylor bracht ons op Vulture Stage , op bijzonder aanstekelijke, grauwe wijze, niet vies van wat humor compleet overslag" Ook in Orangerie bracht Giac Taylor een razendsnelle set, met een ferme hoek af. Met een spervuur aan riffs werden de dansspieren aangesproken. Ze hadden wat tijd nodig om hun publiek in beweging te brengen, maar door het niet aflatend enthousiasme kregen ze het publiek mee. Energiek dus!

De Franse formatie Kap Bambino (***1/2) is er ook één met een hoek af . Dit is het duo Orion Bouvier en zangeres Caroline Martial. Hoewel vanavond de gitaren centraal stonden op Les Nuits, bleken ze een beetje de vreemde eend in de bijt met hun opzwepende beats en elektronica. Hier werden de dansspieren aangesproken. Caroline zocht letterlijk haar publiek op. Ze danste door de voorste rij en liet hen lekker springen en dansen.
Kap Bambino deed bij sommige gitaarliefhebbers op deze 'rockende avond' wat de wenkbrauwen fronsen. Ze halen hun energie uit een sterke opzwepende sound en de energieke dame die haar hoge vocals  en aanstekelijke moves voorop plaatst. De pompende beats en de zangeres met een punk attitude, die danst als een hyperactief konijn naar alle hoeken van het podium,  tekenen voor een ware rave party op de Fountain stage. Goed zondermeer.

Nog meer gekheid in de Orangerie met Créme Solaire (***1/2). Dit is het Zwitserse duo rond Rebecca Solari, zangeres en een unieke performster/dichteres van het absurde (kun je wel zeggen) en Pascal Stoll, muzikant-extraordinaire, die thuis is in het ontketenen van massieve beats, harde in-your-face bonkende en dromerige soundscapes met onstuitbare refreinen. Die muzikale omlijsting zorgt voor opzwepende, vaak oorverdovende beats die zorgen voor de obligate moves. Zangeres Rebecca doet ergens denken aan Nina Hagen, een volledig losgeslagen deerne die haar publiek aanport, zelf gaat crowdsurfen én hen met spotlight in de hand gaat opzoeken.
Knettergekke beats, dans en zang. Spijtig wel dat Créme Solaire voor een halfvolle zaal speelde, maar het werd een dansfeestje met een hoekje.  Ook een vreemde eend in de bijt , wat steeds mooi is op een festival als les Nuits.

Dé publiekstrekker waren wel Osees (*****) met een knallende, energieke en verbluffende set van een uur. Vanaf de eerste tune werd de aandacht gescherpt, de gensters vlogen naar alle kanten uit, mede door de verdienste van de spring in-t-veld, zanger John Dwyer. Als zanger/gitarist kan hij scherp uithalen, hij heeft ook een ongelofelijk charisma dat iedereen beroert. Ryan Moutinho en Dan Rincon zijn de twee drummers die hun drumstel bijna tot gor meppen tot de zweetdruppels in het publiek terecht komen. Verder een verbluffende bassist Tim Hellman en een scherpzinnig spelende Thomas Dolas op synthesizer .
Osees zijn een sterk geoliede machine, ze zijn op elkaar ingespeeld. Band als publiek staan op dezelfde golflengte. Moshpits en crowdsurfing volgt . Wat een tempo en energie. Schitterend.

In de Orangerie was SLIFT (****1/2) begonnen. We bleven wat op veilige afstand op de achtergrond toekijken, en wanren , bleven onder de indruk. Knetterende drums, en oorverdovende kanonschoten en psychedelica erbovenop. De riffs doorkliefden ons. Het was een apocalyptisch aanvoelende set  
SLIFT wist ons eerder dit jaar al omver te blazen … ''een langgerekte pletwals die maar niet leek te stoppen, zette SLIFT zijn muzikale tocht verder. Ondergaan was de boodschap, het bracht ons in een andere wereld; een hypnose van hun intense muziek, visuals en effects. Het balanceerde telkens tussen registers open trekken en intimiteit. Een boeiende, gevarieerde aanpak.", schreven we toen. Op Les Nuits bevestigden ze. Ze waren het perfecte sluitstuk na die heerlijke Osees. Maar ze mochten wel op de buitenstage wel staan ipv een overvolle Orangerie, het enige kleine minpuntje aan deze boeiende en sterke festivaldag.

Organisatie: Botanique, Brussel (ikv Les Nuits Botanique)

Les Nuits Botanique 2025 - Zeal & Ardor/Wiegedood - Een Helse marathon

Geschreven door

Les Nuits Botanique 2025 - Zeal & Ardor/Wiegedood - Een Helse marathon
Les Nuits Botanique 2025
Botanique
Brussel
2025-05-15
Erik Vandamme

Les Nuits Botanique is dit jaar in een ander kleedje gestoken. Geen losse concerten in de verschillende zalen, maar telkens een heuse thema avond. Op de eerste dag kregen we vooral een metal avond. Hoewel je de bands op de affiche niet allemaal in dat hokje kan duwen, werd het een bonte avond voor de liefhebbers van het hardere genre. Een podium in open lucht, de gekende locaties als de Orangerie en Museum vormen het festival tot één gebeurtenis voor gelijkgestemden.
We maakten ons op voor een Helse Marathon die zou eindigen met het optreden van twee uur Wiegedood ..

Eerst was er Villenoire (****) die in het Museum hun debuut 'Whorn' kwamen voorstellen. Het zorgde voor een eerste uppercut in de maagstreek. Deze band is misschien wel het best bewaarde geheim van Brussel. De leden van VILLENOIRE hebben met bands als Arkangel, LETHVM, Death Before Disco, Zaccharia en electric)noise(machine al wereldwijd op de grootste podia gestaan.
Villenoire zit puur technisch goed in elkaar. Hun virtuositeit combineren ze met een duivelse speelsheid, vuurkracht en rauwheid.

In de blakende zon was het voor een band als Elder (****) bijzonder moeilijk om grip te krijgen op de massa. De band komt het best tot zijn recht in het donker. De spraakzame frontman porde zijn fans aan en duwde samen met de band het gaspedaal compleet in. Psychedelische uitstapjes en diverse gitaaruitbarstingen hoorden we , wat het geheel sierde. Elder kreeg voldoende response voor hun niet aflatende doorzetting met die groovy psychedelische stonertrip.

Over naar de Orangerie. Met LLNN (*****) stond een band op het podium die een erg interessante ontdekking werd. De uit Kopenhagen afkomstige band is al sinds 2014 bezig.
Hun muziek wordt omschreven als donker, heavy en post-apocalyptisch. Een aparte muzikale trip door de grauwe riffs en de weerbarstige vocals. Zanger/gitarist Christian Bonnesen heeft een rauwe en meedogenloze stem. Een allesvernietigende wervelstorm kregen we. Wat een mokerslagen.

Terug naar de Fountain Stage waar een van de publiekstrekkers Zeal & Ardor (*****) waren. Een ondoordringbare muur van riffs hoorden we, ondersteund van verbluffende vocals. Zeal & Ardor weet op hun manier de duisternis te houden en té omzeilen door de dosis toegankelijkheid. Sommige songs kon je moeiteloos meebrullen. Tussen donker en licht met een doom injectie, zijn ze te situeren. Een overtuigende variëteit. De muziek sprak voor zich, want aan bindteksten doet de band zelden.

Green Milk From The Planet Orange (***) was voor ons geen onbekende. "De aanstekelijke gitaarlijntjes werden mooi ingekleurd met Oosterse kunst, wat het plaatje compleet maakt. De golvende sound , de toegankelijke refreinen en de ondoordringbare geluidsmuren intrigeerde. Dot Japanse jolijt was dus de moeite. Een ontdekking …" , schreven we over hun optreden op Desertfest vorig jaar. Op Les Nuits Botanique waren de meningen uiteenlopend. De ene fronste de wenkbrauwen, de andere ging lekker mee in de trip naar die Japanse oorden. Helaas waren we niet volledig overtuigd. Wij zaten ergens tussen beide gevoelens in; soms klonk het ietwat te gezapig, maar toch hielden we wel van dat Oosters tapijtje. De dosis absurditeit en experiment sierden.

Liturgy (****) overtuigde volledig in de Orangerie. "Liturgy is het project van Haela Ravenna Hunt-Hendrix, wiens smachtende, energieke ‘transcendentale black metal’ zich bevindt in de ruimte tussen metal, kunstmuziek en heilig ritueel, staat te lezen in de bio.
De rituelen vinden we o.m. in de vocals, intiem dreigend drijft de zangeres ons tot een mate van waanzin. De instrumentatie werd volledig opengetrokken. Geen moment van rust werd gegund. Wat een intensiteit en mokerslagen van Liturgy, nauw gerelateerd aan Black Metal, die hier meer 'upbeat ' klint (tav die kenmerkende downbeat en vunzige sound). Een muzikaal positieve ervaring alvast.

Ondertussen stond een massa volk te wachten aan het Museum voor de ultieme marathon … naar de Hel. Twee uur lang Wiegedood (*****). Hun muzikaal rituele aanpak is iets unieks in een onaardse wereld. Ingetogen, verschroeiend klonk het. Een voortdurend op- en afbouwen van een ondoordringbare, donkere geluidsmuur hoorden we. Hier sprak opnieuw de muziek voor zich. Wat een prestatie , maar niet voor eenieder bestemd …
Wiegedood was een rituele totaalbeleving die de meest gruwelijke beelden doet opborrelen. Wij hielden het bijna twee uur lang vol, muziek voor de donkere zielen. Een helse marathon.

Organisatie: Botanique, Brussel ism Metadrone (ikv Les Nuits Botanique)

Elder

Elder - Psychedelisch uitstapje

Geschreven door

Elder - Psychedelisch uitstapje
Elder + Temple Fang

De Nederlanders van Temple Fang zitten er niet om verlegen om hun songs minutenlang te laten rondzweven of uitweiden, getuige de nieuwe plaat ‘Lifted From the Wind’ die zo een dikke 75 minuten duurt en amper 5 songs bevat.
Live resulteert dit in een psychedelische trip waarin lange smeulende passages na ettelijke minuten omslaan in hevige gitaaruitbarstingen, een beetje zoals bij de Duitse collega’s van Samsara Blues Experiment.
Een lang zweverig epos als “The River” klinkt even afwisselend als overtuigend en een fel rockend “The Radiant” is dan weer snediger, feller en naar hun maatstaven bondiger en korter (maar toch nog altijd een dikke 7 minuten).
Heerlijke kennismaking met deze psychrockers die naarmate hun set vordert meer en meer grip krijgen op het publiek. Een band die we met alle plezier nog wel eens willen tegenkomen.

Elder komt ter gelegenheid van de 10e verjaardag van ‘Lore’, samen met ‘Dead Roots Stirring’ en ‘Reflections Of a Floating World’ één van hun beste albums, de plaat integraal opvoeren. Zo blijkt nog maar eens hoe sterk, gevarieerd en gelaagd dit album wel is.
Elder walst met speed, klasse en gedrevenheid doorheen de 5 lange en avontuurlijke songs die dit geweldige album rijk is. Een fijne aaneenschakeling van striemende riffs, zweverige psychedelica, gutsende stonerrock, welgekomen tempowisselingen, snedige solo’s en adembenemende symfonische uitweidingen.
Een song als “Lore” bijvoorbeeld draagt al dat moois in zich en passeert halverwege dan nog eens met brio in krautrockland, het typeert een band die het voortdurend spannend houdt en in elke song steeds verassende accenten legt.
Na het ‘Lore’-luik knoopt Elder er als toemaatje nog een stomende versie aan van “Halcyon”, een stevig pareltje uit ‘Omens’.
Dit is alweer een bruisend concert van deze onderlegde stonerrockers en een prachtig eerbetoon aan een almachtig album. Maar nu wordt het stilaan tijd om eens met nieuw werk op de proppen te komen.

Organisatie: Grand Mix, Tourcoing

Ciska Ciska

Biotope -single-

Geschreven door

We hebben er onze hersenen even voor moeten pijnigen en daarna geduldig door onze archieven moeten snuisteren, maar de bloedmooie single “Biotope” is niet de allereerste release van Ciska Ciska. Wel de eerste officiële release, maar in 2018 hadden we haar reeds opgemerkt (toen nog als Ciska, enkelvoud) met haar ‘First Tracks’. Daarop deed ze ons denken aan Florence & The Machine, SX en High hi.

Nu, zeven jaar later is er “Biotope”, de betoverende officiële debuutsingle van de 25-jarige Oostendse/Gentse singer-songwriter. Geïnspireerd door alt-country-iconen als Julia Jacklin en Adrianne Lenker (Big Thief), laat Ciska haar gouden stem en subtiel gitaarspel samenvloeien in een mooie moderne popsong. Het is heel dreamy folkpop met een lichte al-country-vibe en veel etherisch mysterie (zoals soms bij Heather Nova).
“’Biotope” schrijven deed me beseffen dat ik geloof in de schoonheid van het leven, ook wanneer die ver weg lijkt.’ De productie van het nummer is van Pieterjan Coppejans (zie ook o.a. Sylvie Kreusch en Eefje De Visser), die momenteel ook de debuutplaat van Ciska Ciska in goede banen leidt.

Ciska werd dit jaar uit meer dan 400 inzendingen gekozen als winnaar van de jaarlijkse open call van vi.be voor Best Kept Secret in Nederland (vorig jaar was dat Lézard) en ze speelt daar op zaterdag 14 juni. Zopas nog opende ze - solo - voor jazzlegende Jamie Cullum in de iconische Koningin Elizabethzaal in Antwerpen. Om maar te zeggen dat er grootse dingen zouden kunnen gebeuren voor deze jongedame. Zeker ben je natuurlijk nooit, maar voor Ciska ziet het er goed uit.
https://open.spotify.com/intl-fr/album/4BmVz5436mMpbUegwu09xd?si=1&nd=1&dlsi=596fbe49c2c34d10

D:Zine

Illuminate My Darkness EP

Geschreven door

Sedert 2019 speelt D:Zine in een vernieuwde samenstelling. Recent hebben ze ook een nieuwe drummer geïntroduceerd. We merkten onlangs op een optreden dat deze verandering de nodige push en dynamiek gaf aan de performance. De EP bevat vijf nummers waarvan mensen die al regelmatig hen live aan het werk zagen de meeste songs zullen herkennen.

De EP start met het titelnummer en dat is meteen een sterke opener. Zelfs één van de beste songs. Gedreven zang, mooie intro, gitaar, synths en een ritmesectie. Het uptempo nummer zit goed in elkaar en klinkt catchy. Met “In Black” zakt het tempo en krijgen we een donker nummer te horen. Heel degelijke song.
“Sleeping Giant” heeft een goede intro en wordt verder ook prima opgebouwd. Een fijn nummertje. “Milkmen” begint goed en heeft een mooie melodielijn maar ik verlies na een tijdje een beetje de aandacht.
Er wordt afgesloten met “Sad Hatred”. Net als “Illuminate My Dreams” is dit een sterk nummer. Het doet qua sfeer, met die strijkers, gitaar en zo, wat denken aan de “Desintegration”-era van de The Cure.

Met ‘Illuminate My Darkness’ tonen ze wat je kan verwachten op een optreden van hen. De EP bevat twee tot drie heel sterke nummers. Echte opvullertjes staan er niet tussen. Het is mooi opgenomen en gemixt in hun eigen home studio. Alles klinkt zoals het moet klinken. Ik zou zeggen: ontdek ze eens op deze EP of live.

New Wave/electro/rock

Augustijn

En/Of

Geschreven door

Het vijfde album van Augustijn is een ferme lel om de oren geworden. Het wordt netjes opgedeeld in een ‘luchtige’ en een eerder ‘ernstige’ kant, maar deze keer klinken ook de meer luchtige songs eerder ernstig. Ook dit album heeft hij opnieuw helemaal zelf ingezongen en ingespeeld, al is er een mooie bijrol voor Marjan Debaene (op “Chaos”).
Het album heet ‘En/Of’. Augustijn ging na vier solo-albums te rade bij zijn vader. Moet hij vooral zijn fans pleasen of gewoon zijn eigen goesting doen. Het antwoord van Willem kan moeilijk meer West-Vlaams zijn. Hij raadt zijn zoon aan om beide te doen. Vrij vertaald: genoeg fans tevreden houden om te overleven als artiest, genoeg je eigen ding doen om jezelf niet te verliezen.
Een vlotte meezinger als “Ja Santé” (van op ‘Kweethetnie’), dat staat er niet meteen op ‘En/Of’, maar we gunnen het elke song van dit album dat hij alsnog zou uitgroeien tot een meezinger. Dit lijkt het meest persoonlijke album tot dusver. Tussen de grapjes en knipogen, tussen het spelen met het dialect, tussen de schijnbaar vrolijke en eenvoudige melodieën horen we hoe Augustijn zich steeds meer blootgeeft: het verlies van zijn zicht (op “Zien”), zijn hoogsensitiviteit (op “Dun Vel”), de uitdagingen van samenleven (op “Chaos”), zijn zoektocht naar erkenning op zoveel verschillende niveaus (op “Succes” en “Pardon”), … En hij graaft nog dieper in zijn ziel op “Zelve”, “Relatief” en “Besten”. In verhouding tot zijn eerdere albums, is dat veel.
De maatschappij in zijn algemeenheid krijgt eveneens – en opnieuw – een spiegel voorgehouden, onder meer op onder meer “Hel” (hoe we kleine mankementjes opblazen tot wereldrampen), op “Zot” (over ‘geloven in’), op “Oor” (over hoe een catchy beat vandaag superbelangrijk is in popmuziek) en op “Minder”. Taal is nog een terugkerend thema bij Augustijn en dat krijgen we hier opgediend bij “Ja” (over hoe je in het West-Vlaams een bevestiging kan vervoegen als een werkwoord en dat losjes voortbouwt op het eerdere “GVD Joat”) en bij “Zing”.

De algemene toon van ‘En/Of’ is ernstiger, maar er zitten nog genoeg knipogen en grapjes in om er geen emmer van ellende van te maken. Augustijn verpakt bijna alles in blinkend roze snoeppapier of hangt er een gele cadeau-strik rond om. Het is niet ‘een lach en een traan’, eerder een aangehouden glimlach, van monkelend tot grijnzend, van begripvol tot meelevend. Zo moet dit album ook binnenkomen bij de luisteraar.

https://www.youtube.com/watch?v=NyaqsC6Nxuk

Pagina 52 van 963