Botanique, Brussel - concertenreeks

Botanique, Brussel - concertenreeks 2026Stoned Jesus, Wheel, woensdag 1 april 2026, Orangerie, 20h Oliver Symons, zaterdag 4 april 2026, Witloof Bar, 20h Koma, woensdag 8 april 2026, Rotonde, 20h Son Little, vrijdag 10 april 2026, Orangerie, 20h Chalk,…

logo_musiczine_nl

Democrazy Gent - events

Democrazy Gent - events Concerten Big next: Leather.Head, Rimov Rimov, Trefpunt, Gent op 1 april 2026 Dressed like boys, Frans Kalk, Ha Concerts, Gent op 2 april 2026 Luna, Line, Club Wintercircus, Gent op 2 april 2026 Wild style: a night w/ Grandmaster Caz,…

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Stereolab
avatar_ab_15

Metronomy

Love Letters

Geschreven door

Het Britse Metronomy van ‘do-it-all’ Jospeh Mount (zanger/toetsenman/componist/remixer) is al een tiental jaar bezig en op de eerste cd’s vielen ze op als een doorsnee electropopband . De speelse benadering van pop en retro-elektronica gaf een relaxt , ontspannend , groovy, dansbaar gevoel .
Metronomy evolueerde en op de belangvolle derde plaat ‘The English Riviera’ werden meer soulvolle 70s softrock en dansbare pastichepop toegevoegd. Een breder kleurenpalet alvast dat vintage, verfrissend klonk .
Die aanpak wordt duidelijk verdergezet op de nieuwe cd ‘Love letters’, die binnen het genre heel wat variatie biedt. Allerhande stijlen en muzikale vondsten  worden hier vermengd in die synthpop . De eerste songs “The upsetter”, “I’m Aqarius” en “Monstrous” zetten de toon . De titelsong als “Boy racers” grooven nog eens als vanouds .
Metronomy is één van die onderschatte bands die vroeger in de voetsporen trad van Klaxons en The Rapture , maar nu een sterke eigen identiteit heeft ontwikkeld .

Spain

Sargent place

Geschreven door

Na een lange pauze was Spain er anno 2012 terug bij met de vierde reguliere plaat ‘The soul of Spain’. Josh Haden, frontman, zanger en bassist , debuteerde in 96 met ‘The blue moods of Spain’ .
Eventjes een korte terugblik om Spain te kunnen situeren …De ‘Soul of Spain’ isz te plaatsen ten tijde van bands als Cowboy Junkies, Low, 3 Mile Pilot (nu als Black Heart Procession), Codeine en Smog ; ze lagen aan de basis van de slowcore,  minimalistisch, traag slepend materiaal, gekenmerkt van repetitieve ritmes en licht aanzwellende melodieën; een concept dat loungy, weemoedig, sober, elegant en emotievol klinkt met een melancholische zang,  soms poëtisch en meditatief door (de  eenvoudig gehouden) teksten, die een religieuze inhoud hebben . Een eigen unieke, karakteristieke sfeer wordt dus opgeroepen; we hoorden efficiënt gearrangeerde, rustgevende composities , die soms met soul, blues en (de latere) americana worden omgeven .
Al op de vorige cd hoorden we een balans van die mijmermelancholie en toegankelijk , poppy onderkoelde, fraaie soms rijkelijk gecomponeerde songs . Die warme nostalgie horen we zeer zeker op de nieuwe plaat , die nog een live in een Californische radiostudio opgenomen ‘The morning becomes eclectic sessions’ (met zeven oude Spain nummers) opvolgt .
De ingetogen broeierige, spannende sound met die repetitieve ritmes en hun opbouwend karakter als op “Love at first sight” en “It could be heaven” zijn het meest sierlijk. Overtuigende intimiteit ervaren we even zeer bij een “The fighter” en het afsluitende “Waking soul” . Op “Sunday morning” durft de band zelfs wat meer push’n’grooves te bieden .
Voor de rest wisselt Spain tussen puntige, vaardige en sfeervolle, traag slepende nummers, die goed zijn , maar niet altijd die gevoeligheid scherpen .
Goede album dus , maar ‘de soul of Spain zit ‘em nog steeds in die jaren ’90 …

The Scene

The Scene - Thé Lau is van de wereld en de wereld is van Thé Lau!

Geschreven door

The Scene - Thé Lau is van de wereld en de wereld is van Thé Lau!
Thé Lau/The Scene
Lotto Arena
Antwerpen

Het kwam de laatste tijd al meermaals in de media, Thé Lau is ongeneeslijk ziek en daarom werden hem, bij wijze van eerbetoon, nog een aantal afscheidsconcerten gegund in Nederland (oa. Pinkpop) en België. 

De data in NL en de AB te Brussel waren in een mum van tijd uitverkocht en daarom werd een extra concert toegevoegd in Antwerpen.  Dankbaar dat ik er bij kon en mocht zijn trok ik afgelopen zaterdagavond toch met gemengde gevoelens naar de Lotto Arena.  The Scene was een band die in mijn studententijd (eind jaren 80, begin jaren 90) hun hoogdagen beleefde en in die tijd niet weg te denken was op de affiche van zowat elk toenmalig festival in Vlaanderen.
Nummers als “Blauw”, “Iedereen is van de wereld” en “Rauw hees teder” of “Rigoureus” kenden enorm veel bijval op radio, televisie en op ontelbare podia …Het zijn stuk voor stuk nummers waarmee ik opgroeide en die ik tot op de dag van vandaag moeiteloos woord voor woord kan meezingen.
Gemengde gevoelens dus…omdat ik echt wel uitkeek naar een avond nostalgie en een brok eerlijke en eigenwijze rockmuziek in de moedertaal…maar ook besefte dat het de laatste keer was dat ik een feest met Thé Lau zou meemaken.  Maar ik had me vooral voorgenomen mateloos te genieten en hoopte dat ook de frontman van The Scene dit zou doen!  Later op de avond zou blijken dat dit zonder moeite werd gerealiseerd…
De Lotto Arena was niet helemaal uitverkocht maar veel scheelde het toch niet.  De merchandisingstand deed alvast gouden zaken en het viel me meteen op dat de gemiddelde leeftijd van het publiek zich situeerde rond de 40 à 45 jaar.  Eindelijk was ik eens omgeven van leeftijdsgenoten.

Van het voorprogramma Neeka kon ik nog net de 2 laatste nummers meepikken : “I don’t need a lover” en “Deeper Well”.  Klonk heel mooi en puur. De zang deed me denken aan een kruising tussen Heather Nova en Sharleen Spiteri.  Basspeler van dienst was meneer Paul Van Bruystegem, een echte vakman…vooral gekend van Triggerfinger en The Wolfbanes en vorige week nog 55 jaar geworden.

Iets voor 21u00 betrad The Scene het podium, als laatste en onder een luid en warm applaus maakte Thé Lau zijn opwachting.  Het stond toen al in de sterren geschreven dat dit een speciaal, emotioneel en gelukkig ook hartelijke concert zou worden.

Opener “Slapen” en het daaropvolgende nummer “De Dood” van de nieuwe CD ‘Platina Blues’ klonken meteen zeer aangrijpend, aangezien het thema en de tekst van de songs akelig realistisch zijn.  Maar Thé was goed bij stem, de rust zelve en wou er meer dan ooit een mooi feest van maken.  Amper te geloven dat deze sympathieke kerel volgens de dokters allicht nog slechts tot het einde van het jaar te leven heeft.  Nooit zo gehoopt op een medische dwaling als nu.
Maar, het voornemen in gedachten, het moest een feest worden en zo geschiedde. “Blauw” zat na “Samen” en “Geloof” al vrij vroeg in de set en zorgde voor een eerste climax.  Het overgekende nummer werd uit volle borst meegezongen door werkelijk gans de menigte en toverde zowaar een prachtige glimlach op het doorgroefde gelaat van de frontman.  Dit deed zichtbaar deugd!
Als eerst ‘gastmuzikant’ mocht Stef Kamil Carlens komen ‘meevieren’.  Samen werden 2 nummers aangesneden het ingetogen “Mooi” en het oudere maar beter gekende “Rauw hees teder”.  Stef deed zijn uiterste best en de wisselwerking met Thé Lau was knap maar niet altijd evident.
Midden het optreden, na “Rij rij rij” en na gelukwensen voor onze Rode Duivels, werd wat gas teruggenomen en was het tijd voor enkele nummers die misschien minder voor de hand liggen maar eens te meer de eigenzinnigheid en de unieke sound van The Scene en Thé Lau benadrukten. “Rivier” (met strijkerskwartet nadrukkelijk aanwezig) en “Kleine Stille Strijd” zijn mij alvast het meest bijgebleven en zorgden soms voor een mooi rustpunt, ook bij het publiek.
Speciaal uit Nederland kwam ‘Lange Frans’ daarna Thé Lau een hart onder de riem steken.  De boomlange rapper haalde in Nederland een megahit met het nummer “Zing voor me” waarbij Thé Lau het refrein voor zijn rekening nam en de combinatie van beide heerschappen wonderwel klonk en scoorde.  De innige omhelzing na het nummer zorgde voor kippenvel.
Tijdens het daaropvolgende nummer “Zuster” werd terecht bassiste Emilie Blom uitvoerig in de bloemetjes gezet!  Ze draait al 30 jaar mee met The Scene en Thé Lau bedankte haar daar oprecht voor. De blikken die beide geregeld uitwisselden op het podium gaven telkens weer blijk van een innige, solide band en een oprechte waardering voor elkaar.
De laatste gast op het podium was de ‘lokale wereldster’ Tom Barman.  Hij verzekerde Thé Lau dat het helemaal geen toeval was dat The Scene zo populair is in België.  Samen brachten ze 2 nummers waarvan het eerste voor mij een verrassing was : “Serpentine” van dEUS  maar dan voor de gelegenheid vertaald naar het Nederlands door Dhr. Lau zelf.  Beklijvend mooi en best wel aangrijpend.  Het publiek werd er even stil van.  Ook het nummer “Open” werd herschapen in een prachtig duet maar deze keer met luide vocale steun van het enthousiaste publiek.
En toen was het tijd voor de apotheose, voor het lijflied van The Scene en voor het echte afscheid : “Iedereen is van de wereld” werd ingezet en werkelijk alle aanwezigen in de zaal reageerden uitzinnig, emotioneel, warm en hartelijk.  Je kon op Thé Lau zijn gezicht aflezen dat het hem echt wat deed en hij genoot enorm van het moment dat het publiek de zang volledig overnam en zijn nummer uit volle borst scandeerde.  Intussen hadden ook weer alle gasten postgevat op het podium en werd een laatste keer het refrein ingezet…onbeschrijfelijk mooi en intens!

Moeilijk te omschrijven wat het doet met een zanger die één van zijn laatste optredens speelt maar Thé Lau bedankte alle aanwezigen uitgebreid en vertelde dat hij zich deze ‘warme spreekkoren’ nog lang zou herinneren.  En ik hoop uit de grond van mijn hart dat hij gelijk heeft! Voor mijn part nog hééééééél lang…
Op 21 juni volgt het definitieve afscheid in de AB , Brussel!

Bekijk op youtube zeker eens de enig mooie versie/livebeelden van “Iedereen is van de wereld” van deze mooie avond
http://www.youtube.com/watch?v=BsTw4oCAD4s

Neem gerust een kijkje naar de pics

http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/neeka-14-06-2014/
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/the-scene-14-06-2014/

Organisatie: Live Nation – CulturaVOF

Elbow

Elbow - Excellente live reputatie nog maar eens bevestigd

Geschreven door

Guy Garvey, de immer sympathieke knuffelbeer die wel eens een pintje lust, was wederom bijzonder goedgemutst. Hij had redenen, in België is Elbow buitengewoon geliefd en kan de fel gekoesterde band niks verkeerd doen, het publiek droeg hen vanavond eens te meer op handen. Garvey’s humeur zal enkele uren later misschien wel wat de dieperik in gekelderd zijn toen Engeland op het WK jammerlijk de boot in ging tegen de Italianen, maar daar hadden de concertgangers geen boodschap aan.

Bij ons heeft Elbow zo ondertussen al een goddelijke status verworven, een beetje zoals Coldplay en Editors, ook twee bands die een tweejaarlijks abonnement hebben in Werchter en daar altijd een op voorhand gewonnen match spelen. Toch even ter verduidelijking, wat betreft die twee laatste groepjes hebben wij al lang het schip verlaten, maar tot Elbow voelen we ons nog altijd aangetrokken omdat de band, ondanks het mega succes, toch nog steeds eigenzinnige plaatjes maakt die nog niet door het grote geld beïnvloed zijn. Zo ook ‘The Take Off And Landing Of Everything’, een integere en gevoelige plaat die niet zomaar direct al zijn geheimen prijsgeeft.

Het is een gave van Elbow om de intimitiet van hun platen te kunnen overdragen naar een mega zaal van dit kaliber, met uitzondering van The National kennen wij niet zo gek veel andere bands die dat met evenveel branie voor mekaar kunnen krijgen. Ook nu lukte het Elbow weer, het was genieten van de innemende pracht van hun bekoorlijke songs die aangekleed werden met heerlijk vloeiende strijkers. Bij andere bands zorgt een strijkensemble nogal dikwijls voor overbodige stroop, maar bij Elbow legde het nog wat meer emotie in de op zich al zeer intieme songs.
Eén gevaar, met al die rustige emotievolle momenten leek Elbow toch een beetje het publiek in een weliswaar comfortabele slaap te sussen. Garvey en de zijnen koesterden de warme ontvangst en brachten een wondermooie en fluweelzachte set met een handvol pareltjes als “The Bones of You”, “The Loneliness Of a Tower Crane Driver” (prachtig, de krop in de keel), “Mirrorball” en “New York Morning”, maar het vuur die eigenlijk pas op het einde kwam mocht van ons toch iets vroeger zijn aangestoken. De zaal kwam immers pas echt op dreef met een uitmuntend “The Birds”, met de opwindende sound van een overheerlijk “Grounds for Divorce” en met een verrukkelijk “Starlings”, drie uitblinkers die het tempo  de hoogte injoegen en voor extra welgekomen animo zorgden. De verplichte nummertjes “Lippy Kids” en “One Day Like This” , met de verwachte interactie van het publiek, wakkerden dat  vuur nog wat meer aan en Elbow had alweer met de vingers in de neus een onsterfelijke live reputatie bevestigd.

Tijd voor enige conclusies :
Eens te meer bleek dat hun meesterwerkje ‘The Seldom Seen Kid’ een plaat is die ze nooit meer zullen overtreffen,  het waren alweer de sterkhouders van dat album die de hechte lijm vormden voor deze behaaglijke live set.
Guy Garvey is op zich een perfecte entertainer en een wonderlijke zanger. Zijn bandleden speelden onfeilbaar, maar het was wederom Garvey die als geen ander het publiek volledig wist in te palmen, en dat heeft hij voor een groot deel te danken aan zijn wondermooie, bijzonder warme en heldere stem.
Hoe mooi, hartelijk en innig een Elbow concert ook mag zijn, het wordt op de duur toch een beetje doorzichtig.  Om maar te zeggen, wij hebben hier van begin tot eind van genoten maar zitten niet echt te popelen om er de volgende keer terug bij te zijn, want verrassend kan je Elbow al lang niet meer noemen, voorspelbaar wel. Maar goed, voorspelde klasse blijft nog altijd klasse, natuurlijk.

Organisatie: Live Nation

Pond

Pond - Geniale psychedelische waanzin

Geschreven door

Het Australische Pond is de band van zanger/gitarist Nick Allbrook, die samen met drummer Jay Watson ook deel uitmaakt van de tourband van Tame Impala. Qua sound mag je het ook wel in dezelfde richting gaan zoeken maar Pond is duidelijk nog een graadje onstuimiger, uitzinniger en intenser.

Met Pond lijkt halve gek en podiumbeest Allbrook al zijn duivels te kunnen ontbinden, het ontketende kereltje begeeft zich meermaals in het publiek, laat zich er gewillig over de grond rollen of gaat zonder problemen een rondje skydiven met gitaar en al. Samen met een bijzonder strakke en wilde band zorgt dit voor een zinderend en stormachtig concertje waar wij helemaal ondersteboven van zijn.
De driftige psychedelische rock stroomt voorbij in een onrustig beekje waar voortdurend vervaarlijke rotsblokken in neervallen. De onbesuisde energie en stootkracht van Pond gaan richting Thee Oh Sees, de geflipte sound neigt naar King Crimson en Pink Floyd (Syd Barret periode) maar dan met ontspoorde Black Sabbath gitaren en de furie heeft veel van weg van de ook al compleet geschifte Flaming Lips.
Pond serveert ons een stel dolgedraaide songs die diverse richtingen uitgaan, songs die eerst sidderen om dan te gaan ontploffen (“Whatever happened to the Million Head Collide”), die wild om zich heen rocken (“Xanman”) of die kostelijk uit de bocht gaan (afsluiter “Midnight Mass” waarin Pink Floyd, Sonic Youth en Flaming Lips in een bad LSD ondergedompeld worden).

Dit is een uurtje van de meest sprankelende en geflipte waanzin die we de laatste tijd al mogen beleven hebben. Een uitverkochte en uitgelaten AB Club is hier getuige van een sensationele live trip, genaamd Pond. Deze jongens willen wij hier de volgende keer in de grote zaal zien, ze breken het kot af.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

The Kooks

The Kooks – een positief ‘young at heart’ – gevoel …

Geschreven door

We waren benieuwd hoe The Kooks het er zouden van afbrengen , gezien na de eerste twee platen ‘Inside In/Inside Out’ en ‘Konk’ , deze ooit beloftevolle Britse band maar matig werk meer uitbracht. ‘Junk of the heart’ had bijna niks meer van de onschuldige , broeierige rock’n’roll met aanstekelijke, pakkende refreinen van vroeger.
Maar misschien komt er verademing met de nieuw in september te verschijnen plaat ‘Listen‘. Ze stelden er een viertal nummers van voor die een evenwicht bieden tussen hun gekende dynamische , springerige rock, beïnvloed door dampende funk , r&b, gospel en elektronica. Door hun jeugdig enthousiasme van weleer werden ze vanavond naar een hoger niveau getild. De band rond zanger/gitarist Mike Pritchard ging gretig te werk , speelde vrolijk, ontspannend en gemotiveerd!

We hebben het zeer zeker nog anders geweten toen ze tienerhartjes sneller deden slaan en er maar wisselende sets op nahielden . The Kooks mogen dan een terugslag kennen, ze timmeren aan de weg en knokken live met een uitgebalanceerde, gevarieerde set . Toegegeven, de dipjes met een rits minder spannende songs waren er, maar in het algemeen hadden we een best interessante , overtuigende set .
Meteen bij de leest waren we met de nieuwe single “Down”, die duidelijk extravert klonk; de gitaren kregen meer ruimte en de tv schermen op het achterplan waren een goede vondst . Samen met het poprockende “Ooh la” en het krachtige “Always where I need to be” hadden we een sterk begin.
Pritchard hotst heen en weer , zingt, knauwt , krijst, en betrekt z’n publiek (= een beetje alle leeftijden , maar met de enthousiasmerende  jongeren vooraan! ) bij de nummers . Broeierige, zelfzekere poprock’n roll vingen net die moeilijkere momenten op, o.m. in het eerste deel van de set was dit met “See the world”, “She moves in her own way” , “Eddie’s gun”, “Sway” en het sobere ingetogen – solo - gespeelde “Seaside” (dat niet kon ontbreken!) op akoestische gitaar.  “It was Londen” , “Westside” of een “Forgive & forget “dobberden wat rond , maar de ritmische aanstekelijke grooves en de live boosts zorgden voor het sterkere gevoel. “You don’t love me” op z’n beurt intrigeerde door de doo-wops. Het nieuwe “Around town” klonk heerlijk; naast de sfeervolle dance-elektronica eisten de gitaren hun recht op.  Mooi!
Het kwintet schuifelde naar een mooie finale reeks, “Do you wanna” , wat luidkeels werd meegezongen , een snedige “Sofa song”  en het positieve popgevoel van “Junk of the heart (makes me happy)” . Tot slot “Naieve” , die de band in het verleden  groter, groots heeft gemaakt en de Lotto Arena kon uitverkopen …

Vanavond was De AB Box voldoende , maar The Kooks klauteren uit het diepe dal   … én dan zien we net die sympathieke gasten , die hoop en een positief ‘young at heart’- gevoel uitstralen …

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Alkerdeel + Gnaw Their Tongues

Dyodyo Asema

Geschreven door

‘Dyodyo Asema’  werd iuitgebracht ter ere van de vijfde verjaardag van het Gentse platenlabel ‘Consouling Sounds’ door twee bands van het label, Alkerdeel en Gnaw Their Tongues.
Het resultaat werd uiteindelijk één enkele  19 minuten lange kolos-track, die pas 8 maanden later dan het verjaardagsfeestje werd uitgebracht . Maar geen nood, want hij blijft zeker nog dubbel zo lang aan uw  ribben plakken !
Het Belgische Alkerdeel sloeg de handen in elkaar met het Nederlandse Gnaw Their Tongues om samen deze compositie te maken. Het is dus geen  ‘split’, maar een heuse en zeer geslaagde collaboratie, waarbij beide bands op verrassende wijze  naadloos samenvloeien.
Hoe klinkt nu een bastaardskind van twee ‘metal’-bands die elk apart al garant staan voor loodzwaar en emotietergend materiaal ? Wel, ...  duisterder, homogener, vuiler en dreigender dan verwacht. Heel interessante en mooie opbouw doorheen gans het nummer.  
De duistere kolos wordt  zeer traag met een onheilspellende drone riff en veel noise op gang getrokken. Net voordat je beseft dat zoveel traags nooit meer goed kan komen, breekt er een as of twee en begint het gevaarte in denderende vaart, in de slechtst mogelijk richting te o0nstporen. Een spervuur van Black Metal en Noise en chaos  tot het onontwijkbare fatale einde ...  of om het iets modieuzer te zeggen :  ‘Valar Morghulis!’.

Alkerdeel (zang, gitaar, bas, drums) en Gnaw Their Tongues (electronica, samples, toetsen, ... en al het nodige om tot een goede morbiede saus te komen) bewijzen hiermee dat er best nog heel wat vernieuwende dingen mogelijk zijn binnen de Black Metal-scene.
Black Metal in de ruime zin van het woord eigenlijk. Alkerdeel zweeft tussen de Black Metal – Raw Sludge – zware Doom en Drone Metal, terwijl Gnaw Their Tongues ergens tussen de Black Metal – Avant Garde Metal – Noise en Experimentele Metal zit. Sla dat allemaal samen en er komt ‘Dyodyo Asema’ uit (= ‘bloedzuiger’ in het Surinaams, de roots van Mories van Gnaw Their Tongues.

Ook de presentatie van dit naar de pest geurende kleinood kreeg zijn verdiende aandacht. In de traditie van de echte DIY-mentaliteit ontwierp Pede (zang , Alkerdeel) de  albumart en een atypische videoclip (https://www.youtube.com/watch?v=lYM0ygH_fzk).  Voor de vinylversie krijg je op de A-side het nummer zelf op zwarte vinyl, en de B-side  is geëtste zwarte vinyl, zonder audio en limited tot 250 exemplaren. (http://consouling.be/)

De fans van Mories konden na 9 jaar wachten dan toch uiteindelijk eens Gnaw Their Tongues voor de eerste (en laatste ?) keer live aan het werk zien. Op 03 mei 2014 brachten Gnaw Their Tongues en Alkerdeel hun ‘Dyodyo Asema’ live in de AB , Brussel binnen het project ‘Inspired By Black Metal’.

Tot slot werd ook nog een speciale gezeefdrukte editie op textiel van  ‘Dyodyo Asema’ gemaakt ter gelegenheid van  Record Store Day 2014. Dit is een zeer gelimiteerde versie van 25 kopieën.
Dit alles maakt van ‘Dyodyo Asema’ een aanrader  mét ziel én diepgang.

Graham Parker

Graham Parker & The Rumour - Geen greintje aan klasse ingeboet

Geschreven door

Graham Parker & The Rumour - Geen greintje aan klasse ingeboet

Na maar liefst 35 jaar heeft Graham Parker zijn ouwe makkers van The Rumour nog eens bijeengeroepen, in 2012 kwam daar een nieuwe plaat ‘Three Chords Good’ van plus een tournee in eigen land. Op het Europese vasteland moesten we wachten tot in 2014 om deze krasse knarren over de vloer te krijgen. De AB, met voor de gelegenheid allemaal zitplaatsen, bleek de uitgelezen locatie.

De nieuwe plaat ‘Three Chords Good’ was -hoewel heus niet slecht- niet de reden waarom een resem kloeke veertigers en vijftigers naar de AB waren getrokken. Parker beperkte zich tot een viertal songs daaruit, met als uitschieters een rockend “Coathangers” en een in een reggae sausje gedropt “Snake Oil Capital of the world”.
Wat alleman zich natuurlijk wel afvroeg was hoe die all-time klassiekers uit de jaren zeventig nog voor de dag zouden komen. Algauw werd iedereen gerustgesteld, want Graham Parker and The Rumour waren nog even potent als weleer, en na een veel te lange pauze van 35 jaar was het te merken dat de heren er enorm veel plezier aan beleefden om nog eens samen loos te kunnen gaan. Hun fysieke gezapige leeftijd konden ze niet verbergen, maar hun herboren jeugdig enthousiasme zorgde samen met een aanzienlijke muzikale bagage voor een excellente en fonkelende set.
Er werd, tot groot genoegen van de fans, rijkelijk geput uit hun twee beste platen, ‘Howlin’ Wind’ uit 1976 en ‘Squeezing Out Sparks” uit 1979.
In een kleine twee uurtjes passeerde werkelijk alles wat Graham Parker en The Rumour zo uniek maakte, de heerlijke witte soul van “White Honey” en “Howlin’ Wind”, de minzame pracht van “You Can’t Be Too Strong” en “Watch The Moon Come Down”, de lekker stomende rock’n’roll van “Soul Shoes”, de fifties swing van “Lady Doctor”, de furieuze rock van “Discovering Japan” en de fijne naar Costello neigende betere pop van “Local Girls” en “Nobody Hurts You”.
Met uitzondering van het uiterst genietbare halve hitje uit de jaren tachtig “Get started, Start A Fire” kregen we hier louter songs die Graham Parker samen met The Rumour heeft ingeblikt, inclusief een gloednieuw en bijzonder aardig “Flying To London” die hij aankondigde als ‘a song from an album that doesn’t even exist’.  
Een attente en vaak amusante Parker was nog steeds gezegend met die soulvolle stem en ook The Rumour klonk nog even viriel, de fraaie band musiceerde met evenveel kunde als bezieling. Hier stonden een bende oudjes op het podium die er echt goesting in hadden, en die geestdrift werd probleemloos overgezet naar een dankbaar en enthousiast publiek.
Het onverwoestbare “Don’t Ask Me Questions” werd tot helemaal op het einde opgespaard en deed als verwacht iedereen uit zijn stoel opveren. Omdat het publiek er maar niet genoeg kon van krijgen werd er tot slot nog een heftige portie onvervalste rock’n’roll doorgejaagd met een lekker gedreven “Soul Shoes”.

Dit was nog een keertje één van die reünies waar het spelplezier het duidelijk haalde van het winstbejag. Het zou ons trouwens sterk verwonderen of deze fijne heren vette winsten hebben opgestreken met hun muziek, want zoals zo vaak is kwaliteit geen garantie voor miljoenenverkoop. Bij Graham Parker &The Rumour, die altijd op handen werden gedragen door critici en door de betere muziekliefhebbers maar niet door de grote massa, is dat zeker het geval.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Arcade Fire

Zinderend Arcade Fire!

Geschreven door

Het Canadese collectief Arcade Fire van Win Butler & Régine Chassagne, is op tien jaar tijd een grootse band geworden ! Het spelenthousiasme van de neofolky/indie band zagen we nog met hun debuut in het Koninklijk Circus tijdens Les Nuits Bota ; intussen is de band gegroeid en hebben allerhande stijlen en stemmingen zich in de sound vermengd en komt de band met grootse projecten.
‘Reflektor’ verscheen een goede drie jaar na ‘The suburbs’ en heeft een  reeks subtiel uitgewerkte, toegankelijke singles uit. De sound klinkt uitermate spannend , broeierig en brengt gevoelsaspecten als euforisch , opgewekt, loos gaan en  introvert, ingetogen,  onheilspellend tesamen.

Arcade Fire heeft gestadig aan z’n carrière gewerkt . Het spontane , speelse en losse  van de beginperiode maakte plaats voor professionaliteit. Nog steeds overtuigen ze met consistent , evenwichtig en standvastig materiaal , die de kunst van het songschrijven hebben.
Ook live hebben ze dezelfde lijn. Waar het succes op een groot podium wel eens kon rommelen en onverschilligheid, gelatenheid en vermoeidheid binnen slopen, is de band deze valkuilen nu voorbij , zijn ze zeer goed uitgerust en is elk optreden er één om tegenaan te gaan. Maar goed ook , als je de status hebt gekregen als één van de meest belangvolle en hipste bands van de laatste tien jaar . Muzikaal hebben ze dan ook een broeierig, dynamisch, dromerig geluid dat indierock, folk aan psychedelica, disco, kitsch en bombast linkt.
Een totaal concept is het geworden , een visueel spektakel van videowalls , schermen , mime, confetti en een extra podium , die de nummers naar een hoger niveau moeten tillen . 
En dié nummers hadden wat om zich , met een pak mensen en hun instrumenten: blazers, violen, troms, accordeon en ga zo maar . De songs werden mooi uitgediept en twee uur lang konden we genieten van Arcade’s Fire muzikale wereld, die hun veelzijdigheid onderstreepte.
Steeds opnieuw weten zij  speelsheid en uitbundigheid te combineren met ingetogenheid en dramatiek, die net een gepast laagje bombast en kitsch kunnen verdragen .

In het begin moest de geluidsafstemming nog wat gebeuren, maar daar zal het Sportpaleis als zaal wel voor iets hebben tussen gezeten . “Normal person” en “Rebellion lies” misten op die manier finesse en gevoeligheid , maar met “Joan of arc” en “Rococo” kwam het allemaal goed. We hoorden wat voor een ruimte de instrumentatie kreeg, de aanzwellende opbouw, de tempowisselingen en de afwisselende en aanvullende zangpartijen. Oog voor elk detail , dat op z’n plaats viel!
De herkenbaarheid van hun materiaal was goed verdeeld en  hield duidelijk het enthousiasmerende  publiek bij de leest , met singles als “The suburbs”, “Ready to start”, “We exist” , “No cars go” en “Afterlife” . Régine Chassagne kwam in de spotlights met het zwierige, groovy “Haiti”, die ergens Talking Heads deed opborrelen; ze kreeg zelfs een second stage toebedeeld op “It’s never over (oh Orpheus)”.
Arcade Fire kon het uitermate boeiend houden. “Sprawl II” refereerde wel ergens aan Blondie  en een stomend furieus “Reflektor” - waarop het uitgebreide ensemble zich nog eens lekker kon laten gaan - sloot het sterke optreden af .
Een pastiche op “ça plane pour moi” volgde . Tja , elke internationale band heeft wel ooit van dit nummer gehoord , zo te zien . Na een stevige “Power out  (the neighborhood)” volgde aanstekelijker werk door de groovy tunes .

De spontane bende is duidelijk een wereldband geworden , die met “Wake up” iedereen nog eens deed recht veren en de “ooh en de aahs” door de zaal lieten galmen.
Arcade Fire gaf een zinderend optreden, blonk uit in kwaliteit  en deed zijn naam alle eer aan!  

Organisatie: Live Nation

Frantix

My Dad’s A Fuckin’ Alcoholic

Geschreven door

Binnen de muzikale rockgeschiedenis neemt het Amerikaanse Frantix wel een heel special positie in!  Het viertal uit Colorado ontstond begin jaren tachtig als een unieke punkband met een nogal chaotische live-reputatie. 
Frantix maakte in de paar jaren die het bestond twee EP’s en een democassette.  Al deze uitgaves vind je  samen met enkele live tracks op deze verzamelaar.  De groovy, ietwat bombastische muziek van Frantix wordt gekenmerkt door de combinatie van stuiterende bas en simpele drums met  de ouderwetse punkstrot van Marc Deaton. 
De teksten en de muziek matchen perfect en ademen een authentiek, nihilistisch punkgevoel uit de lang vervlogen eighties uit.   Oude punkfans zullen met  “Face Reality”, “My Dad’s Dead”, “New Questions” en “Paths Unknown” ongetwijfeld vingers en duimen aflikken. 
Even opmerkelijk is hoe het de band nadien verliep.
Frantix evolueerde namelijk in de grungeband The Fluid en zou de eerste groep zijn die tekende bij  het befaamde Sub Pop-label.  Hoe het de jaren nadien met grunge en het label verging, is bekend...

Pagina 575 van 964