logo_musiczine_nl

Cactus Club, Brugge - concerts

Cactus Club, Brugge - concerts 2026 02-04 The Hickey Underworld, Bed rugs 05-04 Breaking waves: Knives, The Rats 09-04 Tom Smith @Sint-Jakobskerk 11-04 Tortoise (ism Kaap) 12-04 The Tool Experience (FKA The Perfect Tool), Carneia (Org: Devil in a box) 13-04…

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Gavin Friday - ...
Deadletter-2026...

Forest Swords

Forest Swords - Tijd en ruimte, even van geen belang

Geschreven door

Het deed wat vreemd aan toen we rond 15u een mistige AB Club binnen stapten om ons vrijwillig van het heldere daglicht af te sluiten. We zouden immers getrakteerd worden op een Brits onderonsje ‘om ter donkerst’ tussen Forest Swords en voorprogramma patten. Beide heren wéten wat duistere electronica is en hebben genoeg vers en degelijk materiaal op zak om ons een interessante zondagnamiddag te bezorgen.

Het Londense electronicawonder patten, zonder hoofdletter, mocht de spits afbijten en zette meteen alle registers open. Met ‘ESTOILE NAIANT’ heeft deze Brit uit de Warp-renstal een nieuw album uit en die kwam hij hier even demonstreren. Terwijl de rest van het publiek nog langzaam aan het binnendruppelen was ondergingen de al aanwezige toeschouwers een bombardement aan flashende visuals en alles verpletterende geluidsmuren.
We zagen de Brit af en toe in z’n micro spreken en op een telecaster pingelen maar deze nuances gingen bijna volledig verloren in de noise. Wat definitie in de structuren was welkom geweest, en even de tijd om adem te halen ook. Als een bezeten voodoodokter zat patten aan knoppen te draaien en kanalen te schuiven en bleef hij de geluidssalvo’s maar afvuren. Na net niet te hyperventileren was de set gedaan en werd het opnieuw wat minder zwart voor de ogen. Spijtig, want op plaat werkt deze aanpak uitstekend. Live was het gewoon te veel van het goede. Toch in de gaten houden voor de toekomst.

De zaal was goed volgelopen toen Forest Swords het podium besteeg en de show kon beginnen. Geflankeerd door een stevig bebaarde bassist was Forest Swords, aka Matthew Barnes, er klaar voor ons mee te nemen naar een universum waar tijd en ruimte van geen tel meer zijn.

Beginnen deed het duo met 2 nummers uit de vorige, zeer degelijke EP, ‘Dagger Paths’. Meteen werden we meegezogen in een heerlijk psychedelisch bad van Oosterse gezangen, woestijnritmes en andere wereldse klanken. Eens “Ljoss”, de opener van de recentste plaat ‘Engravings’, van start ging was het volledige publiek al in een diepe trance gebracht. Prachtige visuals waar duidelijk veel tijd in was gestoken werkten het tripgehalte nog meer in de hand. Totempalen, vallende bloemen, headbangende meisjes, beelden van kosmos en autosnelwegen, het passeerde allemaal de revue. De melange aan invloeden bleef maar komen. Heerlijk surfend op dit rijke geluidspallet reisden we naar verschillende uithoeken van het muzikale spectrum; van relaxerende dub naar Massive Attack achtige triphop tot weidse filmarrangementen, de zaal liep er van over. Bovendien bewees Forest Swords meer te zijn dan enkel een knoppendraaier en haalde hij af en toe de gitaar boven om, vooral bij “The Weight Of Gold”, een heerlijke Morricone sound te creëren en anders nog wat postrock vibes uit te sturen.
Wat verder in de set konden we ons verwarmen aan de zalige gloed van het lekker nasmeulende “Friend you will never learn” en kregen we enkele nieuwe nummers voorgeschoteld. Het einde was misschien een tikkeltje abrupt en het deed ons toch wat verlangen naar meer.
Maar goed, no bad feelings na zo’n ijzersterke performance. Dankbaar dat er niets van de infrastructuur naar beneden gekomen was door de dreunende bassen konden we ons rond een uur of 5 nog laven aan een laatste pint. De Ronde van Vlaanderen hadden we dan wel gemist, deze zondagnamiddag was meer dan geslaagd!

Forest Swords is de juiste band op het juiste moment met z’n mysterieuze, weidse en zeer eigentijdse sound. Hier gaan we ongetwijfeld nog veel van horen, en zien.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Nick Waterhouse

Nick Waterhouse - Oneindig veel meer dan zwelgen in nostalgie

Geschreven door

De avond werd geopend door Thierry Steady Go!, naar verluidt de ongekroonde koning van de Brusselse soul. De man draaide zeldzame en naar alle waarschijnlijkheid erg kostbare 45-toerenplaatjes uit de jaren ‘50 en ‘60. Ideale stuff om het publiek op temperatuur te laten komen (voor zover dat nodig was) alhoewel ik een dj als voorprogramma een beetje vreemd blijf vinden.

De 27-jarige Nick Waterhouse (uit Los Angeles) kwam zijn nieuwste plaat ‘Holly’ voorstellen. Die klinkt wat gesofisticeerder dan zijn eerste ‘Time’s all gone’ en ik ben er nog niet uit of ik dit beter of slechter moet vinden. Wat ik wel weet is dat zijn concert in een helemaal volgelopen Orangerie een regelrechte voltreffer was.

Waterhouse had een uitgebreide groep (allen keurig in het pak) meegebracht : twee blazers (tenor sax en bariton sax), een congaspeler, een drummer, een bassist, een toetsenist en de schitterende backingzangeres Roberta Freeman. Ondanks dat vele volk bleef de muziek vrij transparant en waren het enkel de tenor saxofonist en de pianospeler die af en toe ruimte kregen voor een solospotje.
Al heel vroeg in de set kregen we twee hoogtepunten met “Time’s all gone” waarbij het kookpunt in de zaal een eerste keer bereikt werd en “Dead room”, dat vooruit gestuwd werd door een soulvolle piano, die me onwillekeurig deed denken aan James Leg. De muziek van Nick Waterhouse zou je kunnen omschrijven als een mix van authentieke rhythm ‘n blues en soul, gekruid met een mespuntje jazz. Retro, dat zeker maar hij is bijvoorbeeld ook niet te beroerd om een recent nummer als “It # 3” van Ty Segall te coveren. Alles werd bijzonder smaakvol gespeeld met veel zin voor details en nuance. Het enige wat men hem zou kunnen verwijten is dat hij het net iets te braaf bracht. Bij de wat steviger gespeelde songs of toen hij plots een oerkreet uit zijn strot ramde waren de reacties van het publiek meteen een stuk uitzinniger. Nu, het volk wat op zijn honger laten zitten kan eigenlijk ook geen kwaad. Tijdens het laatste nummer, een lekker stomend “(If) you want trouble”, gooide de groep dan toch alle remmen los en ging het er een stuk wilder aan toe.
Daarna was het een beetje bang afwachten want wat bisnummers betreft heeft Nick Waterhouse stilaan een wat kwalijke reputatie gekregen. Vorig jaar in Trix kwam hij ondanks lang en luidruchtig aandringen niet terug en onlangs op Motel Mozaïque in Rotterdam presteerde hij het om een bis van welgeteld anderhalve minuut te spelen. En zo zijn er nog verhalen. Ook hier werd er lang en hard geschreeuwd. Dat laatste vooral door het vrouwelijk gedeelte van het publiek dat een regelrechte aanslag op mijn zo al geteisterde trommelvliezen pleegde.

Uiteindelijk verscheen de band opnieuw op het podium, voor één of twee nummers wist Nick ons te vertellen. Het werden er uiteindelijk drie (!) met als laatste een weliswaar hertimmerde maar briljante versie van “Pushin’ too hard” (The Seeds) waarin zijn garagerockroots nog eens opborrelden.

Organisatie: Botanique, Brussel

Rodriguez

Rodriguez - de man achter de mythe

Geschreven door

Wie sinds jaar en dag al een plaat van Sixto Rodriguez in de collectie heeft zitten mag zich met recht en rede Een Muziekkenner noemen. De twee albums die deze illustere Amerikaanse troubadour met Mexicaanse roots in de prille jaren ’70 op het erg bescheiden Sussex label uitbracht werden weliswaar meteen de hemel ingeprezen door een handvol critici, toch gingen toen amper een honderdtal exemplaren van beide platen over de toonbank. De maatschappij kritische teksten verpakt in psychedelische en jazzy folk deuntjes leverden hem al gauw het etiket van ‘The Next Dylan’ op, maar nadat hij zijn C4 kreeg van Sussex verdween Rodriguez even snel als ie gekomen was terug in de achterbuurten van Detroit.

Sinds de release in 2012 van de intussen met awards overladen muziekdocu ‘Searching for Sugar Man’, verwijzend naar zijn signature song “Sugar Man”, weet intussen ook de rest van de muziekminnende planeet wie Rodriguez is en verkopen reissues van zijn twee studioalbums als zoete broodjes. Net als generatiegenoot Leonard Cohen voor hem heeft ook deze kranige zeventiger inmiddels zijn weg gevonden naar het lucratieve live circuit, en laat hij in no time de grootste concertzalen vollopen.

Bij aankomst aan een hopeloos uitverkochte AB stond dit keer geen tourbus aan de voordeur geparkeerd, maar wel een opzichtige promostand van Volkswagen die aan de tweedaagse (donderdag en zaterdag) doortocht van Rodriguez de nodige commerciële ruchtbaarheid moest geven. Sommigen zullen er al dan niet terecht een deuk in het imago van de zelfverklaarde working class hero in zien, wij waren vooral benieuwd hoe de man vocaal uit de hoek zou komen. Op basis van recente concertreviews werd het strot van Rodriguez immers unaniem afgekraakt als afgeleefd en versleten, dus het leek ons beter om met luttele verwachtingen de zaal in te trekken.
Lag het aan de sloten thee met honing die hij vlotjes naar binnen werkte of had de man gewoon een begenadigde dag? In ieder geval, iedereen was meteen gerustgesteld toen bleek dat de bijna 72-jarige Rodriguez als liedjesvertolker een zeer degelijke beurt maakte in de Brusselse concerttempel. Geflankeerd door zijn twee dochters werd de langzaam blind wordende Amerikaan schoorvoetend naar de micro geëscorteerd, op zich al goed voor een eerste emo moment, om vervolgens solo “Love Me Or Leave Me” in te zetten. Deze Broadway evergreen werd onsterfelijk gemaakt door ondermeer Nina Simone, in de AB bood de versie van Rodriguez een aardig voorsmaakje van het folkjazz recept waarop veel van zijn liedjes gebaseerd zijn. Er zouden nog meer covers volgen tijdens het verloop van de set, en jammer genoeg vertoonden ze niet allemaal evenveel affiniteit met Rodriguez’ eigen back-catalogue. Met speelse rockabilly versies van “Lucille” en “Blue Suede Shoes” wou de bejaarde Amerikaan waarschijnlijk hulde brengen aan nog een paar andere van zijn muzikale helden, maar zowel qua tempo als qua impact bleken het zowat de enige spelbrekers van de avond.
Veel beter kwamen Rodriguez en zijn driekoppige begeleidingsgroep dus uit de verf toen zowat elk nummer uit debuutplaat ‘Cold Fact’ (‘70) de revue passeerde. Gitarist Matthew Smith vulde hierbij de gaatjes die hier en daar tussen het rudimentaire gitaargetokkel van zijn baas gaapten vakkundig op, zoals tijdens de funky protestfolk van “This Is Not A Song, It’s An Outburst: Or, The Establishment Blues”, de melancholische crooners “Forget It” en “I Wonder”, of de huppelende psychedelica van “Inner City Blues”. Heel wat spaarzamer werd omgesprongen met de wat miskende tweede plaat ‘Coming From Reality’ (‘71), waaruit we enkel het naar de broeierige West Coast sound ruikende “Climb Up On My Music” en het aan Harry Nilsson schatplichtige “I Think Of You” optekenden.
In tegenstelling tot genre- en leeftijdsgenoot Dylan waagt Rodriguez zich nooit aan grote lappen tekst en ellenlange songs. De strakke opeenvolging van de vrij compacte nummers zorgde zo voor een dynamiek die je niet meteen van een illustere 70+ artiest zou verwachten. Enkel aan zijn pièce de résistance “Sugar Man” bleek wat gesleuteld om de grens van de 5 minuten te bereiken; straf trouwens hoe het nummer ook zonder de wenende blazers en psychedelische effecten van de studio versie moeiteloos overeind bleef.
Naarmate de avond vorderde werd Rodriguez steeds spraakzamer en spontaner, liet hij paar ontwapenende levenswijsheden los op het publiek (“Hate Is A Too Powerful Emotion For Someone You Don’t Like” kan zo in het citaten handboek van King en Mandela), en riep hij als eeuwige humanist op tot vrede in Oekraïne. Zijn hoge zwarte hoed ging meerdere malen af als publieksgroet, en dit terwijl het omgekeerde gebaar evenzeer op zijn plaats was. Tijdens de encores haalde de man zelfs de Belgische driekleur boven, een guitige geste voor het AB publiek dat duidelijk verschillende generaties overspande en waarvan de overgrote meerderheid ongetwijfeld pas onlangs met het intussen ruim 40 jaar oude oeuvre van Rodriguez in aanraking kwam.

Net als Frank Sinatra hem ooit voordeed verdween de kranige Amerikaan met een doorleefde interpretatie van Al Hoffman’s “I’m Gonna Live Until I Die” van de bühne. Het spreekwoordelijke doek lijkt dus nog niet gevallen voor Sixto ‘Sugar Man’ Rodriguez, een uitzonderlijke singer-songwriter die het reeds bij leven en welzijn klaarspeelt om uit te groeien tot een mythische figuur én er zelf nog kan van genieten ook.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/rodriguez-03-04-2014/
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/bird-03-04-2014/
Organisatie: Jazztronaut + Ancienne Belgique, Brussel

Ásgeir

Asgeir - Zwoele IJslandse lava vloeit door de Centrale

Geschreven door

De ‘Badly Drawn Boy’- look is in tegenwoordig: zowel Blaudzun, als de man die vanavond in de Centrale optrad, gaan goedgemutst door het leven. Asgeir Trausti Einarsson is momenteel de populairste artiest in IJsland , wat op zich niet zoveel voorstelt, als je weet dat er meer mensen in Antwerpen stad wonen dan in heel IJsland. Asgeir komt dan nog uit Laugarbakki, een gehucht op de duizend kilometer lange ringweg halfweg tussen Reykjavik en Akureyri, dat uit niet meer dan een benzinestation en enkele huizen bestaat. Asgeir liet zijn IJslands gezongen album ‘Dýrð í dauðaþögn’ door John Grant in het Engels vertalen, wat dan ‘In the silence’ werd, en ook in de sprookjesachtige video van “King and Cross”, mag Grant Monty Python-gewijs opdraven, enkel de kokosnoten ontbreken.

Asgeir heeft dus twee versies van elke song, een in het Engels en een in het IJslands, en zou vanavond afwisselend in de ene of de andere taal zijn nummers brengen. Dit was best interessant omdat iedere taal toch zijn eigen klankkleur heeft en de nummers toch net een andere emotionaliteit krijgen.
De set vanavond begon met een tapeloop met IJslands a cappella gezang, wat ietwat Gregoriaans aandeed, waarna vijf boerenjongens met cowboyhoeden het podium betraden, waarbij de bebaarde drummer in korte broek en Hawaiihemd de opvallendste verschijning was.
Asgeir begon eraan met “Head in the snow”, dat met zijn combinatie van falset en glitchpop klonk alsof Justin Vernon bij The Notwist aan het werk was. Einarsson speelde  afwisselend op keyboards, electrische en akoestische gitaar en ook de oudere broer van Asgeir die deel uitmaakt van de band wisselde tussen keyboards en gitaar. In totaal zaten er een drietal nummers in de set die niet op de plaat stonden, plus een heel originele bewerking van Nirvana’s “Heartshaped box” dat heel ingenieus in mekaar zat met rustige passages op piano waarna de volledige band inviel met een voorname rol voor de drumpartijen die deze donkere grungeclassic vertimmerden tot een tribal remix. Heel toepasselijk ook, het is nu 20 jaar na de dood van Kurt Cobain, en op weg naar de Centrale draaide Studio Brussel de vijftig favoriete platen van Cobain, met heel wat obscure punk en hardcore.
Het bereik van Asgeir’ stem was heel ruim, gaande van falset naar donker murmelend, maar altijd met een heel warme klankkleur en ook met het grappige IJslandse accent in de Engels gezongen nummers. Het publiek maakte het niet uit in welke taal er gezongen werd, het vroeg zelfs om de nummers in het IJslands te zingen toen Asgeir er om vroeg. De bekende nummers zaten aan het einde, met “King and cross” en in de bis mocht natuurlijk “Torrent” niet ontbreken, heel dynamisch door de afwisseling van falset en orkestrale stukken. Dit was een heel warm sfeervol concertje geweest, en pure reclame voor het zien van artiesten in een kleine zaal.

Setlist: Head in the snow - In the silence - Lupin intrigue Ocean Higher - Summer guest - Was there nothing - Going home - Heart shaped box Dreaming - Nu Han blǽs - King and cross - On that day Torrent

Organisatie: Democrazy, Gent

Mogwai

Mogwai - Vijf sterren post-rock

Geschreven door

Op de nieuwe plaat ‘Rave Tapes’ is voorzichtig wat elektronica binnengeslopen, maar van een echte stijlbreuk kunnen we nu ook niet echt spreken. Mogwai is een band die hoogstens wat evolueert binnen het post-rock genre en die gelukkig trouw blijft aan de waarden en de intense sound die hen kenmerkt, een geluid die ze met de klassieker ‘Young Team’ op de wereldkaart hebben gezet en sindsdien in een resem van indrukwekkende platen verder hebben uitgebouwd. Hun set in de l’Aéronef is niets minder dan een wonderlijke samenvatting van hun rijkelijke repertoire, met uiterst gevoelige episodes afgewisseld met geniale uitbarstingen en een paar elektronische uitstapjes.

In het begin van de avond is het vooral genieten van de innemende, rustige en subtiele Mogwai met onder meer de heerlijke mijmeringen “Heard about you last night”, “I’m Jim Morrison, I’m dead” “Take me somewhere nice” en het verrassende  oudje “Ex Cowboy”.
Later gaan onherroepelijk de geluidsmuren open, voor een eerste keer in “Mexican Grand Prix” en “How to be a werewolf”, twee kleppers uit die vorige plaat ‘Hardcore will never die, but you will’. Als de decibels naar omhoog gaan blijft de subtiliteit echter steeds aanwezig. Dat is wat Mogwai zo schitterend maakt, de groep kan achtereenvolgens heel verstild en snoeihard te keer gaan, maar steeds blijven ze loepzuiver verder musiceren en raken ze ons tot ver in de onderbuik. Zo wordt van het innemende intense pareltje “Friend of the Night” vlotjes overgeschakeld naar de verschroeiende brok hemels lawaai “Rano Pano”, een gerichte aanval op de trommelvliezen waarbij zowel de distortion- als de volumeknop volledig worden opengedraaid.
Vocale partijen zijn we niet gewoon bij Mogwai, maar de prachtige uitvoering die kippenvelsong “Cody” hier meekrijgt doet ons half verdoofd in de atmosfeer zweven. Dit bloedmooie rustpunt blijkt een verstilde voorbode te zijn voor een verschroeiende apocalyptisch finale die we enkel en alleen maar van een Mogwai in supervorm mogen verwachten.  Loeihard baant het Schotse gezelschap zich een weg doorheen een magistraal “We’re No Here” als afsluiter van de reguliere set. Dan is het onder luid applaus alleen maar afwachten op een zinderend vervolg.
De bisronde wordt ritmisch ingezet met het fijne “Deesh” uit die fantastische nieuwe plaat ‘Rave Tapes’ en daarna worden alle registers opengetrokken met een duo machtige klassiekers om U tegen te zeggen.  Vooreerst worden we nog volledig bedwelmd door een niet stuk te krijgen majestueus “Hunted By a Freak”. Daarna volgt natuurlijk het moment suprême van elke Mogwai set, de apocalyps, het muzikale orgasme, een uit al zijn poriën openbarstend “Mogwai Fear Satan”. Mogwai laat de bloedstollende song eerst in alle hevigheid ontluiken en vervolgens geleidelijk in fluwelen gitaren uitglijden, om die dan met een genadeloze oerknal terug open te rijten. Het is een extatisch moment van haast een kwartier waarbij de l’Aéronef in een hartstochtelijke staat van trance verkeert. Als de wereld dan toch moet vergaan, dan mag het van ons gerust op de tonen van “Mogwai Fear Satan” zijn.

Ze hebben ondertussen al een onaanzienlijke hoop volgelingen in het genre, maar vandaag lijkt eens te meer bewezen dat Mogwai nog steeds de terechte koningen van de post-rock zijn.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/mogwai-03-04-2014/
Organisatie: Aéronef, Lille

 

Band of Skulls

Band Of Skulls – Less is more

Geschreven door

Het leek lange tijd wel alsof Band Of Skulls was gedoemd tot het spelen van voorprogrammas en het deed dan ook deugd om ze nog eens in volle glorie te kunnen gaan bewonderen. Het brengen van potige, alternatieve rock in een minimale bezetting heeft sinds de komst van The White Stripes heel wat volgelingen opgeleverd. Denken we maar aan The Black Keys, het recente Rad Fru en ook onze eigenste Black Box Revelation voor wie - jawel - Band Of Skulls ook ooit als voorprogramma heeft gespeeld. Na hun geslaagde passage op Pukkelpop hebben ze hier in België een hele schare trouwe fans en het hoeft dus ook niet te verbazen dat het concert was uitverkocht.

Het begon alvast sterk met twee nieuwe nummers, maar we moesten toch even wachten tot het bekende I Know What I Am eer het publiek helemaal mee was. Onmiddellijk gevolgd door het uitstekende Get Yourself Together, eveneens uit het nieuwe album.
De stemmen kwamen er in het begin niet zo goed door, maar dat werd ruimschoots gecompenseerd door het enthousiasme van de bandleden en niet in het minst ook van drummer Matt Hayward, die tijdens het verloop van het concert steeds meer op Mick Fleetwood begon te lijken.
De klank werd steeds beter naar het einde toe en zeker tijdens de bisnummers zat het helemaal goed.
Russel had zoals steeds een ruime collectie gitaren meegebracht en het leek wel of de band gesponsord werd door Gretsch (inclusief drums). Hij kwam steeds meer onder stoom en wanneer je elk nummer van gitaar wisselt heb je geen stemproblemen en zit je safe denk je dan totdat er een snaar sprong tijdens Diamonds & Pearls. Toch bracht hij totaal onverstoord zijn bekende solo. Grote klasse.

Een geslaagde avond in een broeierige Orangerie. Het nieuwe album is een aanrader trouwens.

Setlist: Asleep At The WheelHimalayan - You're Not Pretty But You Got It Goin' On - I Know What I Am - Get Yourself Together - Brothers & SistersPatternsNightmaresBruises - I Guess I Know You Fairly Well - Hoochie CoochieFires - You Are All That I Am Not - The Devil Takes Care Of His Own - Holywood Bowl
- bis: Sweet Sour - Light Of The Morning - Diamonds & Pearls

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/band-of-skulls-02-04-2014/
Organisatie: Botanique, Brussel

Deep Purple

Deep Purple - No Image Just The Product

Geschreven door

Deep Purple - No Image Just The Product
Deep Purple
Lotto Arena
Antwerpen
2014-04-02
Arin Melis

Het was al 7 jaar geleden dat er nog nieuw studiowerk verschenen was, toen er eind april vorig jaar een nieuw album kon worden toegevoegd aan de collectie. Met ‘Now What ?!’ brachten de Britse rock-dinosaurussen van Deep Purple wat de fans van hen gewoon waren: een ronkende combinatie van gitaar en orgel overgoten met hoge zangnoten.

Een band die al meer dan 40 jaar meespeelt in de hoogste rangen van de rockwereld, oerknallende klassiekers afleverde, maar nog steeds blijft touren met plezier en energie….??? Kan dit wel? Dat was de onderzoeksvraag waarmee we afzakten naar een onbegrijpelijk onuitverkochte Lotto-Arena in Antwerpen.

Het Gentse Horses On Fire viel de eer te beurt om ons op te warmen en deed dit met een mix van energieke explosieve alternatieve rock. De drie jonge mustangs waren zich goed bewust van het feit dat het publiek echt wel stond te wachten op Deep Purple en speelden een goede set en riepen de massa op om zich te laten horen voor Paice, Glover, Gillan, Morse en Airey.

Deep Purple: Uiteindelijk galde de openingstune “Mars, The Bringer Of War” van Gustav Holst uit de boxen terwijl het podium nog verstopt was achter een wit doek waarop paarse lichtstralen werden geprojecteerd. Duidelijk op wie we stonden te wachten. Toen het doek viel kregen we als eerste nummer “Après Vous” gepresenteerd. Geen knallende klassieker waarop we gehoopt hadden, maar een goede song uit het recente album.

Het was wachten tot het vierde nummer van de playlist vooraleer de massa echt volop kon meezingen. “Strange Kind Of Woman” zette de Lotto Arena voor het eerst in vuur en vlam. Gillan droeg voor de gelegenheid een t-shirt dat de illusie moest opwekken van een smoking te zijn. Eerder een vreemd beeld voor een oer-rocker die geassocieerd wordt met ruige biker-muziek.
Wat volgde was een afwisseling van nieuwe nummers met vooral veel solo-werk. Morse schudde enkele sterke noten uit zijn gitaar en deed dit met een ongeziene overgave. Ook Paice stelde zijn drumvellen flink op de proef en had zelf van kleur veranderende lichtgevende drumsticks meegebracht. Deze combinatie van nieuwe nummers met het vele en lange soleerwerk maakte het voor vele aanwezigen toch iets moeilijker om zich volledig te smijten. Bij momenten leek het alsof er op het podium meer plezier gemaakt werd dan in de zaal.
“Smoke On The Water” was als afsluiter van de setlist dan ook veruit het hoogtepunt voor de meeste aanwezigen. Het legendarische verhaal uit Montreux werd luidkeels meegebruld door een voor het eerst echt uitzinnige massa. De luchtgitaren werden uit de kast gehaald en de veelal oudere en te afgeborstelde heren toonden zich nog eens als de wilde rockhonden uit hun jeugdjaren. Mooi om te zien dat muziek deze spirit opnieuw naar boven brengt.
Laat dit dan ook de grootste verdienste zijn van een band als Deep Purple vanavond. Blijven touren met enthousiasme en plezier en zonder allures eenvoudigweg spelen wat ze willen. Gillan had dan ook gelukkig zijn kitsch-smoking shirt ingewisseld voor een eenvoudig t-shirt met als opschrift “No Image Just The Product”. Dit vat Deep Purple dan ook het best samen: trouw blijven aan wat je wil doen en graag doet.

De bisnummers maakten het uiteindelijk een voor mij geslaagde avond. “Hush” en “Black Night” blijven immers meesterwerken van rockgrootheden die mee aan de wieg stonden van de heavy metal en hardrock. Wat er ook mag beweerd worden door kritikasters dat Gillan’s stem de hoge noten niet meer aankan en dat Paice en Glover karikaturale rock-opa’s zijn geworden; ik vind dat ze respect blijven verdienen voor het onaflatend het beste geven van zichzelf.
“Gonna Be Hell … Hell To Pay” hopelijk tot gauw!

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/deep-purple-02-04-2014/
Organisatie: Live Nation

Bohren & Der Club of Gore

Bohren & der club of gore - Onderhoudende tristesse

Geschreven door

Geen vrolijke avond vanavond in de AB, want Bohren komt langs. Ik moet bekennen dat voor mij, tot mijn scha en schande, deze band een grote onbekende is. Maar op aanraden van enkelen heb ik mij toch eens de moeite getroost om naar de AB af te zakken voor een avondje heerlijke tristesse.

De toon wordt perfect gezet door de zaal. Deze wordt volgespoten met rook, zodanig dat de blik wordt onttrokken van hetgeen er op het podium gebeurt. Slechts 4 spotjes verlichten het podium minimal, waarbij de klemtoon wordt gezet op de contrabassist en de saxofonist. Het geheel krijgt de feel van een jaren 40 jazzbar, waar er van rookverbod geen sprake was en de muziek zich een weg moet banen door oude en nieuwe rook. Een goede atmosfeer om Bohren & der club of gore perfect te laten getijen.
Want ook die is ondoorgrondelijk als de rook in de zaal. Bohren werpt een laag mist op je trommelvlies en bouwt daar dan op verder. De ondertoon is altijd diep en monotoon. De contrabassist (electrisch) en de drummer voeren het tempo nooit op. Ze zetten een solide basis neer waarop de piano, het klokkenspel en zeker ook de saxofoon vrij mogen spelen. Die saxofoon is de ster van de avond. Het meest veelzijdige blaasinstrument wordt hier alle eer aan gedaan. De jazzy toon wordt hier heel duidelijk. Dit ondersteunt door de drone-like bastonen zorgen ervoor dat Bohren een totaal eigen geluid voortbrengt.

Bohren & der club of gore doet wat er van hen verwacht wordt. Niet meer en niet minder. Een donkere avond in de AB club.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel +Inspired By Black Metal (IBF)

Eagulls

Eagulls - Furieuze post-punk op de dokken

Geschreven door

Toch eigenaardig dat de programmators van de Botanique of AB niet tijdig bij de les waren om deze nieuwe hype te strikken. De potige debuutplaat van Eagulls werd namelijk op lovende recensies onthaald bij de betere pers (Pitchfork, Uncut, All Music, NME, Musiczine,…) , de band heeft er al een tournee opzitten als support act van onder meer Franz Ferdinand en kwam als één van de revelaties terug van het gegeerde SXSW showcase festival in Austin, Texas.  De eer bij ons was echter aan het bescheiden Subbacultcha om met deze nieuwste Britse post-punk revelatie uit te pakken.

We troffen Eagulls dan ook niet aan in een hippe club, maar wel ergens aan de ouwe Gentse dokken in een afgedankte loods die met behulp van enkele zwarte doeken en wat provisoir timmerwerk was omgebouwd tot een geïmproviseerde concertzaal, met een podium (nou ja, podium) van zowat twintig centimeter hoogte (hadden ze er Prince opgezet, hij kwam nog maar tot aan uw broeksriem). Beetje grappig ook dat zanger George Mitchell het publiek feliciteerde met ‘this brand new venue’, de man had zich waarschijnlijk wel iets anders voorgesteld bij een splinternieuwe concertzaal.
Eigenlijk was dit een ideale locatie voor de gruizige post-punk van Eagulls. De jongens joegen in veertig verschroeiende minuutjes,  met de rookmachine op de maximumstand,  een portie venijnige songs door dat luizige kot. De gitaren gingen hard, snedig en liepen over van reverb en distortion. De furieuze songs klonken als overstuurde lappen Joy Divison met een guitige scheut Killing Joke en een striemende streep A Place To Bury Strangers. Hoogtepunten waren de driftige tracks “Nerve Endings”, “Footsteps”, “Hollow Visions”, “Amber Veins” en “Possessed”, allemaal hevige uppercuts en instant post-punk classics als je ‘t ons vraagt.
Misschien moesten we hen als detailkritiek wat gebrek aan variatie verwijten, maar met een tomeloze energie en een frontale geldingsdrang klonk Eagulls in Gent uiterst overtuigend en was de hype gerechtvaardigd.

Net daarvoor hadden Ping Pong Tactics met hun gretig ontspoorde rammel-indierock al voor enig vermaak gezorgd.  Ze zweefden ergens tussen de ook al niet bepaald toonvaste Sebadoh en Mc Lusky in. De zang was bij momenten verschrikkelijk vals, maar het geheel kon ons toch bekoren als een sympathiek zootje rommel waarbij een stel puike songs achter de gitaarherrie verscholen zaten.
Het mocht ons dan ook niet verwonderen dat dit trio uitgekozen werd door niemand minder dan Mauro voor De Nieuwe Lichting van Stu Bru. Mauro heeft het niet zo voor gestroomlijnde rock.

Organisatie: Subbacultcha

Childish Gambino

Because the internet

Geschreven door

Childish Gambino is het alter ego van Donald Glover die in de VS ook al populair is als acteur in de comedyreeks ‘Community’ en ook zijn mannetje kan staan in standup comedian. Muzikaal is hij een aparte weg ingeslagen , wat bizar en bevreemdend binnen de r&b/hiphopscene.
Bijna twintig tracks kort -/longtracks sieren de plaat , waarbij ze in elkaar vloeien, broeierig, spannend dreigende en lome, relaxte beats, sounds en tunes bevatten, bepaald door een neurotische zangrap of gedragen door een reeks onnavolgbare raps .
Ook zijn er samenwerkingen , o.m. de feats met Chance the Rapper (“I. The Worst Guys”), “I. Pink Toes” met Jhené Aiko en “Earth – the oldest computer” met Azealia Banks .
Een bijzonder plaatje dus , niet echt in één adem te beluisteren, maar spitsvondig , avontuurlijk , boeiend … en vermoeiend binnen het genre . Da’s nu dus Childish Gambino!

Pagina 587 van 964