AB, Brussel programmatie + infootjes

AB, Brussel programmatie + infootjes Concerten 01-04-26 – Kofi Stone 01-04-26 – Klaas Delrue 50 01-04-26 - Nightlab 03-04 t-m 06-04-26 – BRDCST 2026 – jaarlijkse hoogmis voor muzikale avonturiers (curatoren: Keeley Forsyth, Ichiko Aoba, Stephen O’Malley)…

logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

The Wolf Banes ...
The Wolf Banes ...

Wovenhand

Refractory Obdurate

Geschreven door

Met de vorige plaat ‘The Laughing Stalk’ en de bijbehorende tournee was al duidelijk dat de melancholische folk meer en meer plaats moest ruimen voor vaak snoeiharde rock. Tijdens de optredens bleven zowel barkruk, banjo als trekzak achter de coulissen en stond Dave Eugene Edwards iedere avond wijdbeens een portie withete rock te serveren.

Op het nieuwe album is de lijn gewoon doorgetrokken. Hoewel  Edwards zijn inspiratie nog steeds uit de bijbel haalt klinkt zijn onvermurwbare muziek duivelser dan ooit, op ‘Refractory Obdurate’ laat hij zijn band op de meest furieuze en helse manier losbarsten.  “Good Shepherd”, “Field of Hedon” en “Hiss” zijn striemende lappen rock, zo hard als dit hebben we Wovenhand nog nooit meegemaakt. Toch weet de groep nog altijd dat typische bezwerende en verslavende geluid dat hen nu al jaren kenmerkt te behouden, alleen staan de gitaren nu nog een stuk luider.
De bezieling en intensiteit van “Corsicana”, “Masonic Youth” en “Salome”, de organische woestijnklanken van “Obdurate Obscura” en de indringende onweerswolken boven “El-bow”, het is allemaal fraais die er voor zorgt dat ‘Refractory Obdurate” de heftigste, meest extatische en misschien ook wel gewoonweg de beste plaat is in het indrukwekkende oeuvre van Dave Eugene Edwards (en dat is inclusief de sublieme werkjes van Sixteen Horsepower).
Als bezeten lui als Dave Eugene Edwards (of onze andere favoriete zwartgallige rockpriester Nick Cave) de heilige schrift zo fervent en meedogenloos blijven prediken, dan willen wij elke zondag naar de mis gaan, ook al zijn we atheïst tot in de toppen van onze tenen.

Eriksson Delcroix

For ever

Geschreven door

Eriksson – Delcroix – Partners en een Muzikaal duo , die nu hun eerste echte soloplaat uithebben , te situeren binnen de noemer van de rootscountryfolk . Niet direct vreemd eigenlijk , gezien Bjorn Eriksson een muzikale veelvraat is , een begenadigd gitarist die al een mishmash haalde uit z’n gitaar bij o.m. Zita Swoon en Admiral Freebee . Hij heeft ook nog z’n eigen band Maxon Blewitt , die al cirkelt in  dit genre. En onze hyperkineet bracht al met Nathalie Delcroix , die we natuurlijk kennen als één van de dames van Laïs , in 2007 een countryplaat uit onder The Partchesz .
In het verlengde van zijn verdienste bij en van The Broken Circle Breakdown , waarvan de film en de soundtrack vol bluegrass lovend werd onthaald , kristalliseerde hij met z’n partner verder het materiaal in een reeks pure, eerlijke, broeierige , innemende sfeervolle songs .
Een southern geluid , dat elan krijgt door het gitaargetokkel ,  de slides , de banjo en hun stemmen, die elkaar afwisselen of ondersteunen . Een beetje Howe Gelb meets Emmylou Harris.
Een boeiend album dat ingetogen pracht kenmerkt als “Home is where the angels roam” , “The sound of you” of “At the car graveyard”; verder hebben we uitgewerkte, vollere nummers  als “The last thing on my mind”, “The valley”, “Black jack david” en “Nashville Tennessee”,  die zich onderscheiden door  een huppelende ritmiek ; of er ademt een soundtrack gevoel door de twee instrumentals “Snakes” en “Riding on a snake with a bottle of tequila in my hand”, dat zelfs ruim zeven minuten duurt .
We houden van de samenwerking van deze partners in crime , die het countrystof nog wat meer doen opwaaien .

Pontiak

Innocence

Geschreven door

Het Amerikaanse Pontiak van de bebaarde broers Carney zijn niet aan hun proefstuk toe en hebben al een debuut en wat EP materiaal uit , maar komen nu terecht meer in de picture met hun potige seventies retro’stoner’rock, die een americana en een spacey, psychedelische inslag hebben.
We krijgen afwisselend werk te horen, wat betekent  broeierig opbouwend materiaal met vettige riffs en opzwepend , hitsend drumwerk , waarbij  pedaaleffects konden worden toegevoegd ; de eerste songs “Lack lustre rush”, “Ghosts” en de titelsong hebben meteen onze aandacht . Iets verderop overtuigen ze met “Surrounded by diamonds” en “Beings of the rarest” . Of we hebben een ietwat sfeervollere, dromerige , innemende aanpak , “It’s the greatest” en “Darkness is coming” , soms aangevuld met keys . Ook kan het tempo worden opgeschroefd, zoals op “Noble heads”, “Shining” en “We’ve got it wrong”.
Een reeks boeiende songs dus , die wel ergens een Death Above 1979 en Unsane oproepen,  puntig en gretig gespeeld, kortom deze band verdient onze aandacht !

St. Vincent

St. Vincent

Geschreven door

De samenwerking met David Byrne op ‘Love this giant’ heeft duidelijk z’n stempel gedrukt op het nieuwe werk van St.Vincent van  singer/songwriter Annie Clark uit NYC.
De nieuwe titelloze plaat heeft een sterkere ritmiek , groovet wat meer en het avontuur  is beduidend minder dan vroeger . Met songs als “Rattlsnake”, “Birth in reverse” en “Digital witness” klinkt het allemaal wat meer arty. Die toegankelijkheid dringt ook door in “Huey Newton” en “Every tear disapper” die een intens broeierige aanpak hebben ; nummers “Prince Johnny”, “I prefer your love” zijn ingetogener en zijn omgeven van aangename synths en toetsen .
Goudeerlijk materiaal dus , maar natuurlijk verliest St. Vincent zijn vroegere identiteit niet hoor, de eigenzinnigheid , de experimentjes en de verrassende wendingen van ‘hinkstapspringende’, verbeten melodieën noteren we zeer zeker bij een “Bring me your loves”. Op die manier hebben we een heel gevarieerd album , die ergens een link maakt naar Talking Heads, Goldfrapp, Tune-Yards en Marianne Faithfull , gezien verschillende elementen zijn samengebracht tot een homogeen geheel !

Labadoux 2014: Familiefestival bij uitstek - zondag 4 mei 2014

Geschreven door

Labadoux 2014: Familiefestival bij uitstek - zondag 4 mei 2014
Labadoux 2014
Festivalterrein
Ingelmunster

En ja hoor: op zondag stonden de parasols weer op het plein; de festivalsfeer was weer compleet. Meteen konden we ook gaan luisteren naar een groot kleinkunstenaar, Jan de Wilde. Op de eerste rij een stel guitige jongens van om en bij de 10 jaar die de ogen van de oude zanger doen twinkelen. De namiddag ging in crescendo verder met een tweede optreden van The Kilkennys die na de pubtent op vrijdag nu de concerttent op haar kop zetten. Deze Ieren worden een grote naam in Europa! Maar de pret kon niet op want de knotsgekke Camille o'Sullivan die twee jaar geleden nog ergens halfweg zaterdagmiddag kwam zingen, mocht dit jaar afsluiten. En wat voor een afsluiter werd het!

dag 3 - zondag 4 mei 2014
Anton Walgrave
Anton Walgrave is een typische musician's musician: op handen gedragen door collega-muzikanten, maar weinig of niet bekend bij het grote publiek. Nochtans zou hij geen onbekende mogen zijn voor wie regelmatig naar onze Vlaamse radiozenders luistert. Ook ons heeft hij nooit echt kunnen boeien en daarin herkennen we de tekorten die een krachtig medium zoals radio toch ook heeft. Want live is deze singer-songwriter echt de moeite waard! Wat we in de grote concerttent op dit vroege middaguur horen, klinkt dan ook zeer overtuigend. Walgrave kwam met zijn eersteling ‘The Hum’ al op de proppen in 2000. Intussen zijn we 5 cd’s later en is Walgrave de 40 gepasseerd. Zijn subtiel gitaarspel (dat soms aan –laat ons meteen een grote naam uit de kast halen- Richard Thompson doet denken) is intussen wat meer aangekleed met elektronica. Met zijn Engelstalige songs zou hij het UK een grote meneer kunnen zijn. Het concert op Lx was het laatste met dat trio. Nu volgt een break van enkele maanden…

King King
Op deze lazy sunday afternoon (ja de parasols stonden al op het grasplein tussen de tenten) stond nog een optreden op het programma dat je niet meteen met een zondagse koffietafel associeert. King King is niets meer of minder dan een stomende portie blues. Reeds buiten de pubtent klinken de ruige gitaarklanken alsof Stevie Ray Vaughn weer verrezen is. Dan is het toch even een verrassing als je daar een man in Schotse kilt ziet staan. Nee, we hadden ons niet voorbereid en wisten niet dat dit een groep uit Glasgow was. Intussen weten we dat Alan Nimmo met zijn maten in amper vier jaar tijd podia veroverden in West- en Oost-Europa en in thuisland Groot- Brittannië verkozen werden tot beste band in de 'The British Blues Awards' in 2012 en 2013. Nimmo en zijn jeugdvriend en  bassist Lindsay Colson brengen meer tijd samen door dan met hun eigen partners. Hij zegt: ‘Op het podium zijn we precies oud getrouwd koppel; we zijn op elkaar  ingespeeld en schrijven onze nummers samen.’ Daarnaast zorgt het orgel voor een rijk klankenpalet dat ook in de rustige nummers prachtig tot zijn recht komt. Nimmo neemt op zijn gemak songs van 10 minuten voor zijn rekening. Nog een naam om naar uit te kijken op de affiche van blues- en andere festivals! Op hun website zien we dat nog 3x naar ons land komen: 3/8 Gouvy, 3/10 Verviers en 5/12 in Geel. En tussendoor toeren ze in het UK met niemand minder dan John Mayall!

Jan de Wilde
En dan werd het tijd voor het enige optreden van dit weekend in het Nederlands (als we Kowlier in het dialect even buiten beschouwing laten). De gemiddelde leeftijd in de concerttent leek ons toch wat gestegen. Daarvoor waren de mannen op het podium ook verantwoordelijk. ‘Jan de Wilde en vrienden’ moesten we letterlijk nemen: geen studiomuzikanten, maar écht vrienden onder elkaar: Eddy Peremans, Jo Soetaert, Kries Roose, Mario Vermandel en Liesbeth De Lombaert (‘Niet omdat ze mooi viool speelt en zo prachtig kan improviseren, maar omdat ze zoveel mooier is dan de rest van de groep’, stelde de Wilde haar gekscherend voor.) Intussen is het alweer bijna 25 jaar geleden dat hij met ‘Hè Hè’ opnieuw in de hitlijsten terecht kwam. Niet in het minst met de songs van Lieven Tavernier. Al in de aankondiging maakte men allusie op “De eerste sneeuw”. Uit dezelfde plaat kwam het eerste nummer “Golden Retriever” dat niet over een hond gaat maar een liefdesliedje is.
De Wilde zag het niet meteen zitten om op te boksen tegen het ‘geluid’ van King King dat kwam overwaaien uit de pubtent. Gelukkig stopten die er juist mee toen hij zich bezorgd uitliet over de concurrentie voor zijn zachtere kleinkunstklanken. Ook tenten zijn niet zijn lievelingsplaatsen om op te treden. Maar nu hij een geluidstechnicus gevonden heeft die het geluid goed krijgt, ziet hij dat ook zitten.
Het publiek werd dan ook op zijn wenken bediend met heel wat bekend materiaal, aan elkaar gepraat op zijn eigen gemoedelijke manier. Echt iets voor een luie zondagmiddag! “Ik word graag wakker naast jou” zingt hij heel graag want Jan kan goed wakker worden… tot wel een uur lang. Zijn bekendste hit werd hem ooit voorgezongen in Zwitserland door iemand die een ‘folksong’ uit België kende: “Daar is de Lente”. Heel leuk vond hij dat maar de credits zou hij ook graag krijgen…
Hij speelde ook covers van Bram Vermeulen of de vertaling van “Tom Traubert’s Blues” van Tom Waits (beter gekend als "Waltzing Matilda”) met nog wat extra uitleg over dit soldatenlied. Als bisnummer bracht hij het ‘mooiste lied van Lieven Tavernier dat hij ooit op een begrafenis gezongen heeft’ (sic): “De verdwenen karavaan”. Een prachtig kippenvelmoment als afsluiter. Deze zanger moet van ons nog niet naar het ‘ouwezangershuis’! Alleen (nóg maar eens) jammer dat de lawaaimakers, achter in de tent, de vraag van de organisatie op het lichtbord buiten niet hadden gezien…

Brassaholic
De Balkan is niet alleen dat stukje Europa waar de twintigste eeuw begon en eindigde met oorlog. Serven en Kroaten, Bosniërs en Macedoniërs slaagden er in om hun kenmerkende gedrevenheid te kanaliseren in een muzikale kruisbestuiving om u tegen te zeggen. En die traditie werd door Brassaholic naar West-Vlaanderen verplaats.  Zij zijn een gereduceerde fanfare waarin alle ballast overboord gegooid werd en teruggebracht tot de essentie. “Rechtentechtendeure” zoals ze in het West-Vlaams zo plastisch weten te zeggen .Op Labadoux speelden ze een thuismatch! Veel volk, ambiance en een volle dansvloer die constant in beweging was. De typische Balkanmuziek met uitstekende blazers: Stan Bruwier (accordeon – zang) Heikki Verdure (trompet), Wim Dierick (Balkan tuba), Youri Debaere (trompet), Frederik De Smet (trompet), Pieter Abé (trombone), Dominiek De Decker (trombone), Tom Gistelinck (trombone), Griet Huysentruyt (basgitaar), Jurgen Verhulst (drums).

The Kilkennys
Reeds op vrijdagavond zagen we deze energieke Ieren aan het werk in de pubtent. Dat ze op zondag ook nog eens de concerttent mochten omver blazen met hun moderne folk is geen teken van bloedarmoede in het programma. Het is een buitenkansje voor wie er vrijdag niet bij was en zij die hen al zagen, kwamen met plezier nog eens afzakken naar de concerttent.  Van de presentator van dienst vernamen we dat de groep de zoon van een brouwer en van een cafébaas in zijn rangen telt. Blijkbaar hadden ze hun thuisreputatie ook in de Ingelmunsterse pubs reeds gevestigd. Ze vormden al een groep op zeer jonge leeftijd en toeren nu al meer dan 10 jaar.
Net zoals vrijdag presenteerden ze de zaal de strikvraag over het schip dat van Ierland naar Canada voer en gezonken is. En telkens mochten ze tot hun voldoening melden dat ‘Titanic’ het verkeerde antwoord was. “The Irish Rover” was waarschijnlijk een fictief schip, maar een mooi lied dat al tientallen keren opgenomen is: vorig jaar nog door de Pogues en The Dubliners. Eén van hen klinkt ook echt een beetje als Luke Kelly zaliger (van de Dubliners). De oude strijders van de Ierse folksong waren 2 jaar geleden nog op Labadoux om met de overlevenden hun 50-jarig jubileum te vieren. The Kilkennys lijken ons wel de waardige groep om de fakkel over te nemen. En ze slagen erin om op humoristische wijze de ‘oude’ muziek naar de jongeren van 2014 te brengen! De zaal zingt uitbundig mee met “Dirty Old Town” (nee, niet van de Pogues maar een song over zijn geboortestad door … Mooie quizvraag waarvan we het antwoord hier niet verklappen!) En zo klonken er meer klassiekers in de tent. “I’ll tell my ma” is nog zo’n lied uit de 19de eeuw dat wereldberoemd werd door Van Morrison en The Chieftains, op hun plaat ‘Irish Heartbeat’ in 1988.
The Kilkennys laten een frisse wind waaien door folkland. We hopen hen gauw nog eens terug te zien! En waarschijnlijk geldt hetzelfde voor the girls with a boyfriend, without a boyfriend of those who wished they were without a boyfriend. The charmeurs!

Camille o’Sullivan
We zagen deze knotsgekke maar fantastische zangeres reeds twee jaar geleden op een zaterdagmiddag in Labadoux. Dat ze terug gevraagd werd als afsluiter in de concerttent, verbaast ons niet. Als dochter van een Franse moeder en Ierse vader combineert deze diva Franse passie met Ierse muzikaliteit. Op het podium ontpopt ze zich tot een echte femme fatale pur sang. Haar fysieke verschijning laat niemand onberoerd, haar stem bezorgt je koude rillingen… en haar songkeuze is voortreffelijk. Wie zijn klassiekers kent, kan zich direct legendarische groepen en platen voor de geest roepen waaruit ze haar bloemlezing haalde. Met haar vuurrode schoenen start ze “In these shoes” van Kirsty McColl. Bij het tweede nummer ontkurkt ze een fles wijn met haar tanden waarna ze een sigaret opsteekt: “Rock 'n' Roll Suicide” van David Bowie. En dit werd lang niet de laatste song die ze uit ‘Ziggy Stardust ‘ plukte! Ze wordt helemaal de schat van het publiek als ze aandoenlijk met haar briefje in de hand een hele tekst in het Nederlands voorleest. Een rustmoment is aangebroken met “Marieke” van Brel en aan a capella versie van zijn “Amsterdam”. Dan trekt ze een gebreide muts aan en zet een ezelmasker op haar achterhoofd: met “God’s away on business” van Tom Waits schept ze een cabaretsfeer die doet denken aan Bertold Brecht. Haar stemtimbre varieert naargelang de song: de ene keer is ze Janis Joplin, de andere keer Norah Jones. Ook Nick Cave levert meer dan één song voor haar show: “God is in the house” en “The Ship Song” dat a capella wordt meegezongen door de hele tent: een ingetogen moment. Bob Dylan levert nog “Don't think twice, it’s alright” en uiteindelijk pakte ze iedereen in met een ijzingwekkende versie van “Suffragette City” en “Moonage Daydream” (ook van Bowie). Een klapper van een afsluiter voor een zeer geslaagd weekend!

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/labadoux-2014/
Organisatie: Labadoux, Ingelmunster

Labadoux 2014: Familiefestival bij uitstek - zaterdag 3 mei 2014

Geschreven door

Labadoux 2014: Familiefestival bij uitstek - zaterdag 3 mei 2014
Labadoux 2014
Festivalterrein
Ingelmunster

Zoals ze vrijdag beloofd had, zorgde het zonnetje voor een zonovergoten festivalterrein (met een frisse wind). Café Con Leche laat al een eerste zuiderse wind waaien in de grote tent. Flip Kowlier zorgde voor een uitverkochte concerttent en bediende zijn vrienden en buren (Izegem ligt hier een boogscheut vandaan) op zijn wenken! Kowlier en band speelden een ijzersterk concert, waarvan beter direct een live-cd was opgenomen! La Pegatina uit Barcelona als afsluiter van de avond, was een perfecte programmatie! Met een vijftal confettikanonnen schoten/sloten ze de avond af in een spetterende fiesta waarvoor het publiek helemaal uit de bol ging. Hun Spaanse zon zorgde voor Spaanse furies op de voorlinies...

dag 2 - zaterdag 3 mei 2014
Few Bits
Sinds 2008 scharen muzikanten Tim Coenen, Jules Lemmens, Peter Pask en Steven Holsbeeks zich rond singer-songwriter Karolien Van Ransbeeck die met haar oprechte teksten precies weet hoe je het publiek moet inpakken. De sfeer is intiem en subtiel. Ze toveren klanken uit hun (soms) luidruchtige gitaren die uit de trukendoos van Brian Eno lijken te komen. De band stond al in het voorprogramma van artiesten als Heather Nova, maar stond ook op de affiche van respectabele festivals als Les Nuits Botanique. In 2011 werd Few Bits uitgenodigd door Tom Van Laere (Admiral Freebee) voor zijn Radio 1 Sessie. Ze wonnen ook Vibe On Air op Studio Brussel met een live versie van hun nummer “Shell”. Op het einde van het optreden in Labadoux bleek de gitaar van Karolien nogal ontstemd te zijn. Ook hiermee kon ze het publiek een elleboogstootje geven: “Koop onze cd, dan kan ik een nieuwe gitaar kopen…”

Café con Leche
Deze elfkoppige band uit Gent zette de concerttent meteen om in een zwoel en bruisend, zomers terras. Madness meets Les Negresses Vertes! De blazerssectie bracht de nodige ambiance en die roodharige furie met haar flodderende jurkje voelde zich als een vis in het water. Het was echt genieten van het begin tot het einde van de ska-ritmes die in de jaren ’80 zo in waren en hier helemaal niet gedateerd klonken! Het publiek ging nu eens zitten en dan weer staan om mee te dansen. Maar het was echter niet allemaal pret en verzet: ook een Afrikaanse protestsong, met het thema liberté, kreeg zijn plaats op de playlist. En ook het bisnummer kon je serieus geëngageerd noemen: “Bienvenues en Belgique et en Europe”. (Als ze dat eens op Lampedusa mochten gaan spelen…) Als u hen op een
affiche ziet staan deze zomer, ga dan zeker luisteren én kijken!

Plantec
Vorig jaar kon je op de affiche van Labadoux niet naast de godfather van de Bretoense muziek, Alan Stivell kijken. Dit jaar kwam met Plantec, de volgende generatie aan de beurt. Met een melange van traditionele instrumenten (bombarde, akoestische gitaren) en moderne technologieën (synthesizers, ritmebox) weeft het drietal met Keltische composities een muzikaal tapijt tot een soort patchwork van stijlen. Als muzikale vernieuwers hebben de broers Yannick & Odran Plantec de juiste mix van verleden, heden en toekomst gevonden. Gabriel – DjiBriL- N'dombi staat met zijn rastakapsel grijnzend achter zijn synth annex laptop. Zo kondigt de gitarist een An Dro aan (typisch Bretoense dans) uit het dorp van hun grootmoeder en nodigt hij de danslustigen uit om avec le petit doigt de dans in te zetten. En dan hoor je eerst JeanMichelJarre-achtige klanken vooraleer de bombarde de melodie inzet. Een gewaagde combinatie, maar één die werkt! En het publiek ging massaal op de uitnodiging in!

Sharon Shannon
Iemand zei: ‘Er staan dit jaar niet veel grote namen op de affiche.’ Die kende deze Ierse muzikante niet, met haar schitterend spel op accordeon. Op Labadoux kwam ze haar nieuwe plaat met 21 nummers voorstellen: ‘21 – The Definitive Sharon Shannon’, een knipoog naar haar 21-jarige carrière. Op die cd werkten ook een aantal grote namen mee: The Waterboys, Jackson Browne en de onvolprezen Mundy, die zelf op Labadoux was. Kenners vonden het spijtig dat die twee niet samen op het podium gestaan hebben. Een mens kan niet alles hebben…
De kleine muzikante met de hoge hakken werd geflankeerd door drie rasmuzikanten die elk hun eigen solobeurt kregen. Zo zong gitarist Jack een eigen nummer dat meteen sterk genoeg klonk voor een solocarrière! De vrolijke Ierse dansjes volgden elkaar op en de planken voor het podium vormden meteen een dansvloer. Met een brede glimlach genoot Sharon duidelijk van de dansende menigte: ‘We’re gonna play a waltz! You know how to dance a waltz, do you?’ En zo sleurde ze de dansers mee in een steeds sneller wordend tempo dat voor de vingervlugge accordeoniste geen probleem vormde, maar een serieuze aanslag was op de fysieke reserves van de dansvloer en de dansers! Het was vooral een feest om ernaar te luisteren en … te kijken!

Prima Nocta
Ze werden aangekondigd als een stelletje ongeregeld en meteen verbeterde de zanger dit: “We hadden duidelijk gezegd: ‘Gents krapuul’ hé!” Met ontbloot bovenlijf ging dit vijftal het publiek te lijf met enorme trommels en doedelzakken uit vervlogen tijden. Ze creëerden een middeleeuwse sfeer die ons deed terugdenken aan het optreden van Corvus Corax, 2 jaar geleden in de concerttent van Labadoux. Ook zij brachten (net zoals Plantec) een ‘An Dro’ om met de pinkjes in elkaar gehaakt te dansen. Op het einde kregen ze iedereen letterlijk op de knieën om een toepasselijke ster uit de oertijd te gedenken; Ötzi! In de pubtent lustten ze er pap van, maar wij zakten af naar de concerttent waar een iemand klaar stond om aan een thuismatch te beginnen…

Flip Kowlier
Een uitverkochte zaterdag voor dé man van de streek! Dat vond niemand vreemd. Kowlier was in topvorm. Meteen gooide “Directeur” de circustent open. De jongste van Flip is nu al een hit die door menig festivalganger meegezongen werd. Intussen is er al een verzamelaar ‘10 jaar Kowlier’ uitgekomen. ‘Wat gaat de tijd toch snel’, denken de ouderen onder dan. Met een bloemlezing uit die 10 jaar ging het verder: “Mamanowwohommehon “ en “Bjistje “ werden opnieuw luidkeels meegezongen.
Hij pakte zijn publiek ook in met hartverwarmende peptalk: ‘Buutn is’t koud, maar binn is’t warme en in mijn herte: nen oven van liefde!’ (Geen keure dat de jonge vrouwen aan zijn voeten liggen.) Het feest ging verder met zijn jongste hit “Detox Danny”  en de oudere hits “Donderdagnacht “ en “Kwestie van organisatie”. Toch wel indrukwekkend als je zo op een rijtje hoort wat de jonge rapper de jongste jaren bijeen geschreven heeft. Poëtische momenten werden afgewisseld met agressief gitaargeweld bij de vuilgebekte “Welgemeende” en “Grotste lul”.  
Twee bisnummers maakten het festijn af: “In de fik” en –hoe kan het ook anders- “Min Moaten”. En hij denkt niet alleen maar aan “de cheque”… na het optreden stond hij nog ruim drie kwartier te signeren en had tijd en een luisterend oor voor het verhaal van elke fan. Of was het toch omdat hij het hele publiek benoemd had als ‘min moaten die minne schone merchandise (E) gaan kopen’? Kowlier is een fenomeen dat nog niet uitgezongen is. Dat is zeker…

La Pegatina
De laatste jaren werd het een gewoonte dat een Vlaamse kaskraker Labadoux afsloot. Maar dit was nog maar  zaterdag en even voor middernacht stond nog een Spaanse bende gekken geprogrammeerd. Wie dat schouwspel heeft bijgewoond, zal het niet gauw vergeten. Eén voor één renden de jonge stieren uit Barcelona de arena binnen en het optreden werd letterlijk op gang geschoten! Uit een vijftal confettikanonnen vloog een wolk papiertjes de zaal in. Het joelende publiek was meteen verkocht en de teksten waren van geen belang!
De muzikanten wisselden van plaats alsof ze een stoelendans uitvochten onder elkaar. Intussen bleven ze gewoon verder spelen in een opzwepend ritme zodat de afsluiting vóór het podium kreunde onder de druk van de spionkop vooraan in de tent. Security mensen hielden het zaakje bezorgd in de gaten, terwijl de Catalanen op het podium de temperatuur verder opvoerden. De koele Vlaamse lentenacht werd een mediterrane noche caliente. Toen we huiswaarts keerden dachten we even dat het kanaal ook al aan het dampen was…


Neem gerust een kijkje naar de pics

http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/labadoux-2014/
Organisatie: Labadoux, Ingelmunster

Labadoux 2014 – Familiefestival bij uitstek - vrijdag 2 mei 2014

Geschreven door

Labadoux 2014 – Familiefestival bij uitstek - vrijdag 2 mei 2014
Labadoux 2014
Festivalterrein
Ingelmunster

Vooraf hoorden we wat klagen: “Niet veel grote namen…” Het kan niet elk jaar 25-jarig jubileum zijn hé! En de programmatie viel reuze mee dit jaar! Er was voor ons heel wat nieuws te ontdekken!
Op vrijdag waren er optredens van o.a. The Kilkennys die we gerust de erfgenamen de Dubliners mogen noemen! Sharon Corr bracht bekend werk van de familieband maar ook mooie covers. En Meuris=Monza=Noordkaap=Stijn. Hij speelde alles wat we kenden in zijn eigen exuberante stijl.
Op zaterdag bracht Cafe Con Leche meteen de zomer naar de festivalweide, waarna de Bretoense broers Plantec en de Gentse middeleeuwers van Prima Nocta de pubtent aan het dansen brachten. Flip Kowlier speelde een West-Vlaamse thuismatch in de concerttent! De Spaanse feestband La Pegatina liet de concerttent ontploffen met confettikanonnen en een schitterende zuiderse party! Met hun aanstekelijke enthousiasme en vrolijke nummers waren ze misschien wel het hoogtepunt van het weekend te noemen. Maar zondag moest nog komen…
Door het fantastische weer op zondag liep de festivalweide al meteen aardig vol. Hoogtepunten waren er voor allerlei slag muziekliefhebbers! Intieme kleinkunstliedjes van Jan De Wilde & Vrienden, stomende Blues van King King en de decadente cabaretversie van wereldklassiekers door Camille O'Sullivan. Zij was de revelatie van Labadoux 2012 en bracht opnieuw een spetterende, eigenzinnige show om het weekend af te sluiten.

dag 1 - vrijdag 2 mei 2014

Labadoux 2014 start met minder gunstige weergoden dan de vorige edities. Maar tegen de avond maakt de ondergaande zon toch een belofte voor het weekend. Eerst druppelen de folkliefhebbers binnen. The Kilkennys brengen de pubtent in een perfecte Ierse sfeer. Sharon Corr zorgde voor een volle concerttent die enkele uren later vakkundig op zijn kop gezet werd door Meuris. Hij pakte Ingel en Munster -ja beide dorpen!- in met een razende race door zijn bijna 25-jarige oeuvre!

Mister & Mississipi
Deze groep kreeg de twijfelachtige eer om Labadoux te openen in de concerttent. Die zat dan ook maar halfvol... Nochtans speelden ze een mooie set. Deze vier jongeren van de Herman Broodacademie deden ons denken aan Intergalactic Lovers of London Grammar. De zweverige, soms symfonische klanken kunnen de zaal bekoren en stilaan raken alle stoeltjes bezet. De charismatische zangeres (met veertje op het hoedje) krijgt het publiek toch op haar hand. Ze staat er niet alleen voor en zingt soms in close harmony met de drummer -centraal vooraan geplaatst- geflankeerd door beide gitaristen die het klanktapijt weven waarop deze Mister en Mississippi hun liedjes laten dobberen. Van ons krijgen ze de prijs voor de origineelste groepsnaam van het weekend. De Vlaamse radiostations mogen deze jonge Nederlanders gerust wat airplay geven!

Blunt
In de pubtent werden deze West-Vlamingen intussen aangekondigd met een sneer naar de plaatselijke brandweer: komen ze nu uit Moorsele of Moorslede? Na een tiental jaar touren door België en de rest van Noord-Europa werd een wissel in de line-up doorgevoerd en staan ze er weer met een nieuwe plaat, Both Sides. De violist heeft enkele fijne Ierse reels in de strijkstok en de gitarist –met donkere bril- steelt samen met de bassist de show. De sfeer zat er helemaal in en uit het publiek kwam een compliment voor de zanger-toetsenman: “Je lijkt op Niels de Stadsbader!” Hij wist niet of hij hiermee gecharmeerd moest zijn of niet… De slidegitaar op de titeltrack van de nieuwe plaat doet zeker verlangen naar meer! Mocht u daar zin in hebben: op 07/06 zijn ze te horen in Kortrijk in het Begijnhofpark én ’s avonds in Ledegem! Later trekken ze naar Nederland en Duinkerken in Frankrijk. En wat dacht u van de doortocht van de Ronde in Lauwe? Daar spelen ze ’s middags en ’s avonds. Op hun
website geven ze te kennen dat er geen vervaldatum op de groep staat! Hun stevige folkrock blijft dus nog een hele tijd klinken! Gelukkig maar…

Maribold
In de Foyer, aan de andere kant van de Wantebrug, was intussen een jonge West-Vlaamse songer-songwriter aan het werk. Op een opvallend witte gitaar brengt hij kleine breekbare liedjes. Zijn stem doet ons wat denken aan Jake Bugg. Zelf zegt hij: ‘Mijn naam is een woordspeling van Marigold (goudsbloem) en Le moribond (de zwerver). Een soort fleurige zwerver misschien dan? Een excuus om de hedendaagse bard uit te hangen. Zwervend van kroeg tot kroeg, op zoek naar inspiratie.’ Hij heeft een afwisselend repertoire en een radiohit(je) zou een verdiend duwtje in de rug zijn. Hij had een gelegenheidsgroep mee die zichzelf The Moodkilling Melodies noemen. Volgende optreden: 15 Mei, Cultuurloft, Gent.

Mundy
Deze schitterende singer-songwriter is een gevierd artiest in Ierland en Engeland. Hij werkte samen met Oasis en Afro Celt System en stond met Sharon Shannon en Shane McGowan op het Glastonbury Festival. Geen gewone jongen dus! Voor België haalt Labadoux meteen een première binnen! Zoek eens zijn geboorteplaats Birr op: je merkt dat hij ongeveer in het geografisch centrum van Ierland geboren is!
In 2000 stond wijlen Warren Zevon nog op Labadoux. Van hem bracht Mundy Reconsider Me. Ooit wordt hij de waardige erfgenaam van Zevon! In zijn songs verweeft de Ier allerlei verwijzingen naar andere artiesten, bv. “LA Woman “ van de Doors of de gitaarriff van “The Boys are back in Town “ van Thin Lizzy. De 5-kopige band had al 8 maanden niet meer samen gespeeld. Dat was er in ieder geval niet aan te horen. Tussen de eigen nummers mengde hij meer covers zoals” I’m on Fire “van Springsteen. “You like Bruce” merkte hij aan de reacties van het publiek. En Mundy weet zijn songwriters wel uit te kiezen: Speciaal voor Lx sloot hij af met een Steve Earle song. De organisatie van Lx kennende, nodigen ze Mundy binnen enkele jaren zeker nog eens uit. Wie hem dit jaar gemist heeft, zorgt er best voor dat hij er dan wel bij is!

Harmony Glen
In de pubtent stond het podium vol Nederlanders die leken weggelopen uit een boek van Anton Pieck. In een zelfgemaakt plunje met uitgescheurde mouwen en talloze knopen uit oma’s naaidoos brachten ze een zelf gemixt stoofpotje van folk en rockabilly. De jonge zangeres/gitariste met het engelensnoetje werd geflankeerd door een lange accordeonist met een ziekenfondsbrilletje, een violist met de looks van een jonge Tom Waits, een banjospeler die nog het meest op Ian Anderson leek en een contrabassist die dan weer leek weggelopen uit een verhaal van Charles Dickens. De liedjes werden aanstekelijk enthousiast gebracht en de gasten in de pubtent dansten gretig op de vrolijke tonen. De danspasjes waarmee ze show gaven, deden het allemaal makkelijk lijken. Maar vergis je niet! Dit zijn echt rasmuzikanten die hun instrument beheersen.
Later stonden ze zelf in het publiek toen de Kilkenny’s bezig waren. Gewillig poseerden ze voor een jonge Vlaamse kunstenares in de dop die hen aan het portretteren was. Echt sympathieke gasten!

Sharon Corr
Met het vallen van de avond werd het tijd voor de grande dame van deze avond. Met trots kondigde men aan dat de organisatoren erin geslaagd waren haar in contact te brengen met een 83-jarig Vlaams familielid. Of waarin een klein festival groot kan zijn…
In 1990 traden de drie zusjes Sharon, Caroline en Andrea samen met hun broer Jim Corr voor het eerst op tijdens de audities voor de film ‘The Commitments’. (Een film voor muziekliefhebbers!) Vijf jaar later kwam hun eerste plaat uit en in 2006 The Ultimate Collection, waarna ze een rustpauze inlasten.
Sharon begon haar optreden met een trage versie van “Smalltown Boy” (Bronski Beat). Haar verfijnde choreografie met gestileerde handgebaren deed ons denken aan Indische danseressen. Gelukkig bleef het hier niet bij. Ook met haar viool kon ze de Ierse gigs en reels tot leven wekken, begeleid door het handgeklap uit de zaal. De hits van The Corrs zoals “Listen to the Radio “ en “So Young” vielen natuurlijk ook in de smaak. De tournee startte in Brazilië en uit dat land speelde ze een instrumental op haar viool. Ze wisselde eigen (nieuw) werk af met covers zoals “Dreams “ dat we kennen van Stevie Nicks bij Fleetwood Mac. Ondanks haar kribbig commentaar op de babbelaars achter in de tent, bracht ze nog een bisnummer met een vrolijke noot op de viool  The Joy of Life”. En daar draait toch om voor het festivalpubliek?

Meuris
Van bij het eerste nummer gooide zanger, schrijver, journalist, televisiemaker Meuris (Stijn voor de vrienden) alle registers open: “Panamarenko”. “Geef nooit op, Ingelmunster!” schreeuwde hij zich de longen uit het lijf. Als entertainer pur sang bespeelde hij zijn toeschouwers als een instrument. “U bent nu al té goed! Hou u nog wat in, spaar u nog wat! Vooral in tijden van crisis…” Maar op het podium werd nergens op bespaard: de ene hit na de andere werd herkend door het publiek dat zich ook niet inhield. Geef Stijn een tamboerijn en dat is alles wat hij nodig heeft om op het podium als een bezetene te keer te gaan. Een filosoof zei ooit: “Muziek maken houdt niets in: je moet tegelijk beginnen en zorgen dat je tegelijk stopt”. Ook daarvoor is een tamboerijn handig! Stijn gooit hem in de nok van de tent en als hij hem weer in de hand heeft, klinkt meteen de laatste noot van het nummer! Visueel en circustechnisch sterk…
Het heeft geen zin om de nummers op te sommen die de revue passeerden, maar met een sterke bezetting achter zich en met de luchtgitaar (of de luchttrommelstokken) in aanslag brengt Stijn Meuris zijn oeuvre van bijna een kwarteeuw tot leven. En het waren geen parels voor de zwijnen! De tent schreeuwde om meer en kreeg dat ook. “We hebben nog zoveel steengoede nummers”, opende hij het bisgedeelte, “zoveel geniale nummers…” Waarom zou hij vals bescheiden zijn? Een gigantisch optreden werd passend afgesloten met … “Gigant

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/labadoux-2014/
Organisatie: Labadoux, Ingelmunster

Groezrock 2014 - Tweedaags Punk Rock Hardcore Festival – zaterdag 3 mei 2014

Geschreven door

Groezrock 2014 - Tweedaags Punk Rock Hardcore Festival – zaterdag 3 mei 2014
Groezrock 2014
Festivalterrein
Meerhout

Capital of Hardcore Punkrock -  Een muzikale diversiteit en overaanbod aan fijne bands op 4 podia  
Met een heel strakke planning achter de hand wensten we zoveel mogelijk  bands op de diverse podia mee te pikken ; een overzichtelijke indruk van een goed gevuld Groezrock dag 2 .
Trouwens, de 23ste editie van het festival was  alweer een voltreffer : mooie dubbele affiche,  droog weer en in totaal 35.000 bezoekers!
“Hey ho let’s go! van Hans en Yentl

dag 2 – zaterdag 3 mei 2014

De dag begon met Get Dead op de Monster Main Stage.  Ik zag deze heren uit California ooit aan het werk op Brakrock in Duffel en was toen aangenaam verrast!  Dat was vandaag niet anders…met hun oprechte punkrock en heerlijke rauwe stem van frontman Sam King konden ze weer bekoren…ook al was er nog weinig volk in de reuzetent. 
Hun nummers ‘”Leave a message” en vooral  “This one’s for Johnny” zijn echte beauties!  Check hun CD  ‘Bad News’ out on Fat Wreck. (H)

Daarna was het de beurt aan Elway (US) een voor mij totaal onbekende band bestaande uit 4 jonge kerels met baard!  Ze beweerden al  7  jaar te bestaan en nog nooit voor zo’n groot publiek te hebben gespeeld.  Van zenuwen was anders niets te merken want hun pittige maar ook melodieuze punk rock was best genietbaar.  Het nummer “Ariel” is mij alvast het meest bijgebleven. (H)

Tijd voor The Smith Street Band uit Melbourne, Australië die op verbazend veel bijval kon rekenen.  Hun sound had vooral veel weg van stevige rock en minder van punk of punkrock.  Ik hoorde paar nummers van hun meest recente EP ‘Don’t fuck with our dreams’.  Heel verdienstelijk allemaal maar bij mij bleef het niet echt hangen…op de titelsong van die EP na misschien.  Binnenkort zou een full CD uitkomen. (H)

Opstaan en plots merken dat je niets meer hoort is niet echt fijn en al zeker niet voor een reviewer. In de EHBO dan te horen krijgen dat je een zware oorontsteking hebt en door de lange wachttijden heb ik helaas The Ignored grotendeels moeten missen. Spijtig want de melodieuze hardcore punk van deze jongens is zeker niet slecht en als ik zo de laatste minuten zag leek het echt wel een coole show. (Y)

Op naar de volgende dan maar, The Charm The Fury. Deze female-fronted metalcore band uit Nederland kan mij op album niet echt boeien. De muziek is niet slecht maar er is werkelijk niets bijzonder aan. Op het podium wordt er hier niet echt veel aan veranderd. Ze deden hun best en er zat passie in hun werk maar het raakte mijn koude kleren niet. Er was wel wat beweging merkbaar in het publiek maar dat bleef ook beperkt. Frontvrouw Caroline Westendorp deed enorm haar best en deed het ook best wel goed… tot ze haar clean vocals boven haalde want die waren echt niet goed naar mijn mening. Ook muzikaal was het niet echt veel soeps, goed gespeelde maar vrij middelmatige metalcore met wat rock-invloeden. De band begon over hoe blij ze wel niet waren dat ze vorig jaar nog op de piepkleine Macbeth stage moesten spelen en nu al op de Impericon stage stonden. Naar mijn mening stonden er op dit festival andere bands op die kleine stage die het grotere podium veel meer verdienden… (Y)

Vlug naar de Impericon Stage alwaar de 4 gasten van Apologies, I have none hun opwachting maakten.  De tent was toch al voor zo’n 2/3 gevuld en ik was benieuwd wat deze band te bieden had.  De set kwam vrij traag op gang en er zat, wat mij betreft, iets te weinig vaart in de nummers door de vele breaks, tussenstukken en tempowissels.  Ook de zuiverheid van de zang kon soms beter hoewel hij vol overgave op het podium stond.  Hoogtepunt zat op het einde van de set met het mooie nummer “Long gone” van de debuut CD ‘London’.(H)

Moments mocht een thuisshow spelen op de Macbeth stage en deed dat met glans, ik denk niet dat ik al van het gehele festival zoveel volk heb zien staan bij het kleinste podium. En dat verdiende deze band ook, toegegeven iets nieuws bracht deze jonge band niet aan maar het was gewoon goed. Helaas kon ik niet de volledige show meepikken omdat ik op dat moment weer achter pijnstillers mocht gaan lopen in de EHBO, spijtig want ik had het graag uitgekeken. (Y)

River Jumpers brengt vrij melodieuze en poppy punkrock, niet echt mijn ding dus. Desondanks zat er toch iets in deze gasten hun muziek die mij genoeg aansprak om terug naar de Macbeth stage te lopen en ze eventjes te bekijken. Spijt had ik daar niet van maar echt onder de indruk was ik ook niet. Het was wel beter dan doorsnee maar ook niet veel beter. Het probleem aan deze show is eigenlijk dat er geen dieptepunten of hoogtepunten waren en eigenlijk dus weinig memorabele momenten. Wat ik echter wel heb onthouden is dat het publiek ze duidelijk wel kon smaken en dat mijn apathie misschien wel voortkwam uit het feit dat’k net pijnstillers naar binnen had gegoten. Ik zal ze op een ander moment wel nog eens een kans geven. (Y)

Naar het schijnt is Done Dying een vrij legendarische naar de punk neigende hardcore band maar toch had ik voor dit festival nooit van ze gehoord. Een beetje beschaamd zakte ik dus af naar de Etnies stage om te merken dat ik blijkbaar niet de enige was want de tent was vrij leeg. Volledig onterecht trouwens want het was echt een goeie show. De lage opkomst deerde hen niet, integendeel ze maakten er lustig grapjes over en speelden vol vuur verder. Toch maar eens wat meer over opzoeken denk ik want het was echt goed. (Y)

Afhankelijk van wie je het vraagt zijn The Casualties de coolste band ter wereld of de grootste poserband ter wereld. Zelf vind ik ze best wel leuke songs hebben en kan ik het enorm clichématige imago en onderwerpen best wel vergeven. Naar het schijnt is deze band live een bom dus was het ook tijd om dat eens te bekijken. Dat bleek moeilijk te zijn want het geluid was echt niet goed. Achteraan in de tent hoorde je nauwelijks iets en zelfs helemaal vooraan was het nog steeds moeilijk om alle instrumenten en de vocals goed te horen. De show zelf was best wel goed maar indrukwekkend was het nu ook weer niet. Het was allemaal nogal vrij clichématig en ik had zo een beetje het gevoel dat het imago belangrijker was dan de muziek. Ondanks dit alles stond ik toch luidkeels mee te brullen bij “We Are All We Have” en kwam toch vrij tevreden de tent buiten. (Y)

Terug naar de mainstage waar het tijd was voor een bende echte old school punks : The Casualties.  Opgericht in 1990 ,  NYC, naar het voorbeeld van Exploited, GBH en zelfs Sex Pistols.  Zowel op het podium als op de weide waren de eerste immense hanenkammen en varianten zichtbaar…altijd leuk om zien en het beste bewijs dat punk nog lang niet dood is.  De sound was heavy en supersnel! Wat een tempo!  Een soort speedmetal met punkrefreinen waardoor de eerste crowdsurfers danig geactiveerd werden en de security mensen frontstage eindelijk wat werk kregen.  De ode aan de Ramones was heerlijk (met oa. “Rockaway Beach”) maar ook eigen nummers als “Punk Rock Love”, “Chaos Punx” en menig andere klonken nog steeds vet en gemeen.(H)

I Killed the Prom Queen mocht vervolgens in de Impericon tent spelen. Alhoewel deze band me mateloos verveelt op album met hun vrij saaie, vooral op breakdowns gerichte metalcore wou ik toch eens zien wat ze er live van brachten. Op Ieperfest had ik ze immers overgeslagen en toen bleek dat ze één van de beste shows van de editie hadden neer gezet. Op Groezrock deden ze dit alvast niet, het geluid zat niet zo super maar vooral de muziek op zich zat niet zo super. De ene breakdown achter de andere werd rond je oren geslagen, hier en daar wat clean vocals en dan eens een two-step stukje… Het publiek vond dit blijkbaar fantastisch maar ik stond toch maar wat te geeuwen. (Y)

Doomriders was ook één van DE bands die ik wou zien deze editie. Ze combineren stoner rock, hardcore en sludge tot een heerlijk smeuïg geheel en ook live slagen ze er in om dit te volbrengen. Net zoals Quicksand de dag ervoor leek de set eeuwig te duren in de positieve zin en ook hier was eeuwig nog te kort want ze waren fantastisch. Het grote publiek bleef echter weg en de tent was echt weinig gevuld. Niet dat het erg is want dit soort bands hebben geen groot publiek nodig om fantastisch te zijn live. (Y)

Eerste keer naar de Etnies Stage nu voor The Setup die met een portie keiharde kwaliteitshardcore in een mum van tijd de boel op stelten zetten!  Wat een energiebom was me dat!  Met een aaneenschakeling van agressieve en explosieve nummers die door de fans werden beantwoord met een spervuur aan stagedivers en moshpitters.  Het podium stond dan ook vlug vol met voorbijrazende fans en de zanger liet geregeld iemand meebrullen in zijn micro.  Een nummer dat mij is bijgebleven was “Young & Angry”, krachtig en compromisloos! Net als de band! (H)

Op het hoofdpodium was Snuff intussen van start gegaan.  Deze oudgedienden uit de UK bestaan al sinds 1986, weliswaar met de nodige periodes van inactiviteit en met wisselend succes. Toch mogen de heren beschouwd worden als één van de beste Engelse punkbands ever.  Al was het dan vooral ‘partypunk’ op Groezrock met geregeld keyboards en schuiftrompet die voor de nodige ‘ska’ invloeden zorgde.  Maar de muzikanten (met leadzanger on drums) hadden er zelf duidelijk plezier in en grapten erop los tussen de nummers door. 
Opener “Whatever happened to the likely lads” zette meteen de toon.  Het werd een zeer afwisselende set met oude en nieuwe nummers, met snelle punksongs (oa. Het nummer “Walk”) en eerder reggae-achtige deuntjes, met covers en met instrumentale nummers.  Beetje gedateerd misschien maar wel fijn optreden!

Op de Macbeth Stage (het kleinste podium en helemaal in open air) kon ik nog net een glimp opvangen van Blitz Kids, een zeer jonge band die als veelbelovend werd omschreven in sommige ‘vakbladen’ en wiens recente CD ‘The Good Youth’ heel wat persaandacht kreeg.  De nieuwe single “On my own” klonk wel fris maar miste toch wat ballen en zeker de nodige originaliteit om op te vallen tussen de vele bands op Groezrock.  Benieuwd of deze gasten gaan doorbreken bij het grote publiek, de magere opkomst tijdens hun korte set in Meerhout belooft alvast niet veel goeds. (H)

De tent van de Main Stage liep alweer aardig vol voor een band die al vele jaren meegaat : ALL (met leden van the Descendents in hun rangen, actief sinds 1987 en met een 10-tal CD’s op hun palmares).  Door de leeftijd klonk hun punkrock wat minder snedig als vroeger maar nummers als “Breakin’ up” bewijzen toch dat deze kerels uit het goede hout gesneden zijn.  Jammer dat er weinig of geen interactie was met het publiek en dat de zanger af en toe toch moeite had met zijn stemgeluid.  Had meer verwacht van dit optreden.(H)

Touché Amoré ging voor mij samen met La Dispute de strijd mogen aan gaan van ‘beste band op Groezrock’ en Touché Amoré gaat met hun show toch wel gaan lopen met de pluimen. In tegenstelling tot La Dispute ben ik niet zo vertrouwd met het songmateriaal dus echt overduidelijke favorieten heb ik niet maar ieder nummer die ze speelden sloeg in als een bom. De volledige tent stond in beweging en er werd onophoudelijk gecrowdsurft. De band amuseerde zich overduidelijk en ging helemaal mee in de energie van het publiek. Het is moeilijk om te beschrijven als je er zelf niet bij was, zo goed was het. Alvast toch maar een shirt gekocht na deze show. (Y)

Bury Tomorrow is net zoals I Killed the Prom Queen eerder deze dag een vrij stereotiepe metalcore band alhoewel hier meer de nadruk ligt op melodie. Dit kwam ook terug in hun show die wel goed was maar eigenlijk echt niet nieuws of boeiends bracht. Er stond best wel veel volk te kijken maar dat publiek was eigenlijk best wel tam, de band amuseerde zich echter wel. (Y)

The Ghost Inside was andere koek.  Na een korte intro stormden de 5 explosieve muzikanten op het podium om meteen te vlammen!  Hun moderne hardcore/screamcore/emocore werd enorm goed onthaald door de menigte en vooraan in de tent ging het er stevig aan toe.  Heel vette en soms loodzware sound, een zanger die furieus zijn kilometers afwerkt on stage, machtige versies van oa. “The great unknown”, “This is what I know about sacrifice”,…Groezrock daverde doorheen gans Meerhout! (H)

Cro-Mags was een beetje laag geprogrammeerd naar mijn mening. Deze gasten mogen zich gerust levende legenden binnen de NYHC noemen en de bomvolle tent kon je hier gerust als een bewijs voor zien. Ik had ze al eens eerder gezien op Ieperfest waar ze als headliner geboekt stonden en was toen zwaar onder de indruk van de fusie van Hardcore (punk) en crossover thrash metal. De show hier was ook wel goed maar door het feit dat ik volledig vanachter moest staan en weinig zag had wel als gevolg dat ik niet kon meegesleurd worden in het vuur van de show. De set kon ik echter niet volledig uitkijken want het werd tijd voor wat pijnstillers maar ik heb wel gehoord dat het blijkbaar net ietsje minder positief is afgelopen voor de frontman want na een mislukte stage-dive mocht hij zich even naar de EHBO begeven. (Y)

Waar velen allicht al heel lang naar uitkeken werd dit jaar gerealiseerd door Groezrock, Screeching Weasel naar Europa halen!  Niet te geloven dat mister Ben Weasel met zo’n staat van dienst nog nooit eerder in Europa speelde, laat staan in België!  De band bestaat al sinds 1986 en is ondertussen aan zijn 4de comeback bezig!
Na een streepje klassieke muziek als intro gaf Screeching Weasel meteen van jetje in ware Ramones stijl.  Een aanstekelijke sneltrein van punkrocknummers van maximum 2 minuten en meestal slechts evenveel akkoorden!  Heerlijk om zien hoe Weasel zich uitsloofde om de eerste doortocht in Europa niet onopgemerkt voorbij te laten gaan.  Het is onbegonnen werk de setlist hier weer te geven maar uit de talrijke songs waren dit alvast mijn favorieten : “I can see clearly now” (cover), “Veronica hates me” en “Cindy’s on methadone”.  Jammer dat de  speeltijd (50 min) zo snel was opgebruikt want de heren konden nog wel een tijdje doorgaan maar de oude punkrockers en Ramones fans die talrijk aanwezig waren in het publiek konden  toch al tevreden zijn met het unieke concert!  Enig minpuntje was het (te) lange intermezzo dat Weasel (verplicht?) besteedde aan het maken van publiciteit voor ‘Monster’ pepdrank, niet toevallig hoofdsponsor van het festival. (H)

Tijdens een hoognodig bezoek aan de gevarieerde drank –en eetstands hoorden we in de verte New Found Glory met succes zijn ding doen.  Klonk fris maar weinig origineel.  De gelijkenissen met bands als Zebrahead, Blink 182, Good Charlotte enz. zijn sprekend. Het zal de fans worst wezen! (H)

Modern Life Is War bracht een verpletterende show zoals verwacht. Deze band die een mix van hardcore, punk en een vleugje melodie brengt is immers gekend voor hun stevige shows. Ook hier was het volledige publiek in beweging, de één al wat meer dan de ander maar geloof me het was zo. Voor en op het podium was het een waar slagveld waar ook de band met veel plezier aan deel nam. Jammergenoeg was het zodanig druk dat ik niet volledig vooraan raakte maar gelukkig bevond ik mij plots bovenop het publiek waardoor ik alsnog vooraan raakte en ik kan je alvast zeggen dat ik mij daar goed geamuseerd heb. (Y)

Op de Macbeth stage mochten The Toasters afsluiten.  Op het eerste zicht een vreemde eend in de bijt tussen al dat punkrock en hardcore geweld!  Doch niet vergeten dat deze ska pioniers een enorme invloed hebben gehad op tal van bands die later ska invloeden introduceerden in het (punk)rock muziek!  De leuke mix van ska, rock en reggae ging er in als zoete koek en was eigenlijk een aangename verademing onder de frisse avondzon!  Check ondermeer op  youtube nummers als “Two tone army” van deze authentieke band. (H)

Falling in Reverse, een band waar ik erg naar uitkeek, al was het maar omdat hun zanger geen gewone kerel is en omdat hun laatste CD ‘Fashionably Late’ me wel kon bekoren.  En ze losten de verwachtingen meer dan in!  Zanger Ronnie Radke, met speciaal kapsel en dito zwarte outfit, kwam als een nerveuze hond op het podium en gaf het beste van zichzelf!  In al zijn enthousiasme donderde hij op een gegeven ogenblik zelfs van het podium.  Opener “Rolling Stone” klonk al meteen geweldig! Lekker agressief  en toch poppy, een moderne mix van hardcore, rap, electro, grunts enz…die zorgen voor een geluid dat toch boven de middelmaat uitstijgt en de band een eigen herkenbare sound geeft!  Ook het nummer “Fashionably Late” klonk furieus en toch catchy en de tent die aardig was vol gelopen ging behoorlijk uit haar dak.  Volgens ik begreep was dit ook hun eerste concert ooit in Europa maar ik hoop dat dit niet het laatste zal zijn.  Wat mij betreft het hoogtepunt van de dag en het meest intense en aparte concert! (H)

The Hives was toch wel de band met het grootste Rock Werchter gehalte van de gehele editie. Niet dat ik daarmee wil zeggen dat het een commerciële brolband is die voornamelijk op mensen gericht is die niet teveel willen nadenken maar eerder omdat dit een band gemaakt is om op een gigantisch podium te staan. Muzikaal spelen ze gemakkelijk in het gehoor liggende rock met wat punkrock invloeden. Doorgaans niet echt mijn ding maar bij een show als deze wil ik graag een uitzondering maken. Die show was immers fantastisch en dan vooral door frontman Howlin Pelle. Deze Zweden hebben duidelijk kaas gegeten van hoe ze een publiek moeten opfokken en hun muziek is eigenlijk ook echt gemaakt om live te spelen want om eerlijk te zijn vind ik er op album niet echt veel aan. (Y)

Net zoals NoFx speelde The Offspring een album integraal, in dit geval is het album ‘Smash’ aan de beurt. Ik heb al reeds mijn mening gegeven over enkel klassiekers spelen dus ik ga het hier niet weer doen. Opvallend was wel hoe de The Offspring het volledig anders aanpakte dan NoFx. Bij The Offspring was er geen tijd voor gezever tussen de songs door en werd er gewoon lekker door geramd, bij iedere song werd het publiek een klein beetje meer gek om ten slotte volledig te ontploffen bij “Pretty Fly For a White Guy. Stiekem vind ik het toch wel een beetje spijtig dat ik vroeger niet meer naar The  Offspring heb geluisterd want ondanks het hoog meezinggehalte kende deze arme knul de meeste songs niet echt. (Y)

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/groezrock-2014/
Organisatie: Groezrock, Meerhout   

Groezrock 2014 - Tweedaags Punk Rock Hardcore Festival – vrijdag 2 mei 2014

Groezrock 2014 - Tweedaags Punk Rock Hardcore Festival – vrijdag 2 mei 2014
Groezrock 2014
Festivalterrein
Meerhout

Op vrijdag 2 mei en zaterdag 3 mei vond in Meerhout naar jaarlijkse gewoonte Groezrock plaats, de jaarlijkse hoogmis van iedere rechtgeaarde liefhebber van muziekgenres als punkrock, hardcore, emo, screamo en ska.  En wie aanwezig was kon (zoals gebruikelijk) genieten van een sterk , gevarieerd punk en hardcore feestje !

dag 1 - vrijdag 2 mei 2014

We gingen van start met Astpai. Deze heren spelen vrij straight-forward punkrock met een lichte toets melodieuze hardcore. Het eerste wat mij opviel was voornamelijk dat het waarschijnlijk de eerste keer was dat ze op een dergelijk podium stonden voor een publiek van die omvang want ze konden hun enthousiasme niet verstoppen. De tent was allesbehalve vol alhoewel er zeker wat volk aanwezig, maar dat volk bleef eerder kalm. Dit was ergens wel spijtig want alhoewel het nu muzikaal niet zo boeiend was, zou wat beweging wel gepast hebben. Tijdens de set hadden ze echter wel wat problemen met het geluid zoals de gitaar van de frontman die besloot dienst te weigeren waardoor we een nummertje drum&bass te horen kregen… (Y)

Devil In Me mocht hierna aan de slag gaan in de Impericon tent. Ik was enigszins wel verbaasd dat er al zoveel volk aanwezig was. Deze Portugese band speelt best wel genietbare melodieuze hardcore/metalcore maar ik dacht niet dat ze zo een grote aantrek hadden. Bon, de show zelf was best wel genietbaar maar ook vrij gewoontjes. De frontman sprong alle kanten uit en probeerde het publiek op te jutten, een ode aan de andere bands die nog zouden spelen en bedankingen aan de fans,… een vrij doorsnee metalcore show dus. De nummers die ze speelden sloegen echter wel aan. Op album kunnen ze mij soms wel eens vervelen maar live had ik niet echt de drang om weg te wandelen. (Y)

Stillbust was de eerste band die ik ging gaan zien op de Macbeth stage en dat was er al onmiddellijk eentje om u tegen te zeggen. Deze jongens brachten een soort van hardcore punk doorspekt met wat mathcore en het ging er enorm hard aan toe. Alhoewel dat er niet echt veel plaats is aan dit podium voor veel publiek was er toch wel redelijk wat volk aanwezig en die lieten zich ook ietwat gaan. Het kan natuurlijk altijd wat harder maar op zich viel het goed mee. Ik ga toch eens wat meer over deze jongens opzoeken want ze zijn echt wel goed. (Y)

Wisdom In Chains mag zichzelf gerust een legende binnen de hardcore noemen en het was dan ook vreemd om deze band zo laag op de affiche te zien. Ook had ik deze band eerder op de Etnies Stage gezien aangezien er daar geen barricade was voor het podium. Toen de tent echter vol begon te lopen zag ik waarom het hier was en niet in de kleinere tent. Al vanaf de eerste noot gaven zowel band als publiek zich volledig. De old-school hardcore met heel wat punk invloeden sloeg in als een bom en ook ondergetekende bleef hierbij niet onaangeroerd. Na een half uurtje was het jammergenoeg al voorbij. Ik blijf dus bij mijn woorden dat deze band gerust wat hoger mocht staan. (Y)

Gameface werd mij sterk aangeraden door een vriend alsook zouden ze enorm wilde shows geven en na ze snel eventjes te beluisteren besloot ik om toch eens te gaan kijken. Alhoewel ze op de mainstage stonden bleef de tent echter vrij leeg en ook van die wilde show was er niet bijster veel te merken aangezien de band er vrij rustig bij stond. Muzikaal was het allemaal best wel leuk, Gameface combineert punk, hardcore, emo en gewone rock waarbij het soms zelfs volledig de doorsnee rock tour uitgaat. Een beetje braaf maar best genietbaar dus. Ook dit was te merken op het podium, dit is de ideale band om rustig met een pintje in de hand te bekijken terwijl je rustig aan het wakker worden bent van de vorige nacht maar echt veel meer dan dat was het ook niet. (Y)

Voor ik vertrok naar Groezrock had ik een lijstje gemaakt van de bands die ik wou zien alsook eens naar de bands geluisterd die ik niet kende en de goeie aan het lijstje toegevoegd. Bayside zal wel één van deze bands geweest zijn maar ik kan mij echt niet herinneren hoe deze op mijn lijstje geland zijn. Muzikaal is het zeer brave punkrock gecombineerd met wat emo/indie invloeden die letterlijk niets nieuws aanbrengt. Gedurende de hele show is er geen enkel moment geweest waar ze langer dan 5 seconden mijn aandacht konden vasthouden. Niet dat het nodig was want het was nogal veel van hetzelfde. Slecht kon je het nu ook niet noemen maar het was gewoon zo onnoemelijk saai en braaf dat ik gewoon naar buiten gewandeld ben. (Y)

Kids Insane mogen zich gerust de helden van de Macbeth stage noemen want deze hardcore punk band uit Israhell (zoals ze het zelf noemen) zorgden voor een fantastisch feestje. Eigenlijk was het allemaal zo bijzonder niet maar die energie die ze met zich meebrachten en over straalden op het publiek was gewoon geweldig. Vooral de frontman die er een beetje uit zag en gedroeg als een boze peuter die geen koekje mocht van zijn moeder was de held van de show. Crowdsurfen, een leuke pit. Het was er allemaal. Een band om in de gaten te houden. (Y)

Saves the Day mag zich alvast bij Bayside aansluiten als geeuwmoment. Enkele nummers van deze band kon ik wel smaken maar alsjeblieft zeg, het klinkt alsof ze gewoon teren op de enkele goeie nummers die ze hebben en van daaruit alleen maar gelijkaardige songs verder bouwen. Bon, de Impericon tent liep wel aardig vol en ik zag bepaalde mensen wel uit de bol gaan dus de kans zit er in dat het aan mij lag maar dit was een band die ik gerust kon skippen en niets zou missen. (Y)

Tijd voor een andere legende binnen de hardcore, Terror. Om één of andere reden slaag ik er altijd in om deze band te missen terwijl ze waarschijnlijk 6 keer per jaar in België spelen. Vandaag was dus mijn kans en ik moet zeggen dat ik ietwat teleurgesteld was. Ok, Terror zal mij muzikaal nooit echt hard kunnen boeien, daarvoor zijn ze net ietsje te doorsnee ( wat eigenlijk niet hun schuld is omdat het gewoon HUN sound is die door talloze bands gekopieerd werd) en lijken de nummers iets te veel op elkaar. Maar ik had om één of andere reden meer vuur verwacht tijdens een Terror show. Pas op, die vlam was er wel en zeker in het publiek maar toch was het net niet wat ik gehoopt had. Een vriend van me stelde me achteraf wel gerust en zei dat het normaal inderdaad veel harder was dus hoop ik op een volgende keer beter. (Y)

Boysetsfire kon ik helaas niet volledig zien omdat ik een verscheurende keuze moest maken tussen deze band en La Dispute. Wat ik echter wel gezien heb bij deze band was dat het goed was. De band was in vorm en alhoewel ik I Am Heresy toch net ietsje liever hoor sloegen de nummers van deze band toch ook heel hard bij mij aan. Toen het moment kwam om te vertrekken twijfelde ik toch of ik niet nog even zou blijven. Dat deed ik uiteindelijk niet. (Y)

Terwijl Boysetsfire de mainstage aan het afbreken was stond het bonte gezelschap van INVSN stond op de Macbeth stage geprogrammeerd. Door hun goede recensies op Eurosonic dit voorjaar hadden we ze aangestipt. Na een valse start met geluidsproblemen namen de Zweden even later de handschoen op. Onder leiding van veteraan Dennis Lyxzén (Refused) gaf het zestal een alleraardigst visitekaartje af. Meeslepende postpunk/hardcore met die kenmerkende stempel van Lyxzén maakten van dit kijk- en luisterstuk een knalprestatie. Dat de band 3 dames in de gelederen had was mooi meegenomen. De band bracht reeds 6 albums uit onder de namen Lost Patrol Band en Invasionen. Eind vorig jaar werd dan definitief voor INVSN gekozen en brachten ze het gelijknamig album uit. Het werd een uiterst genietbare en gevarieerde set die iedereen kon boeien die de koude trotseerde . We checken ze graag binnenkort nog eens in een zaal. (J)

Mijn liefde voor La Dispute proberen te verbergen tijdens deze review zou wat moeilijk zijn dus ik smijt het er nu maar onmiddellijk al uit. Als ik een band moest aanduiden waarvoor ik afkwam was het wel deze. Ik moest mij dus dan ook persé vooraan gaan stellen en stond als een rasechte fanboy te popelen om ze te zien. Met pijn in mijn hart moet ik dan ook toegeven dat dit niet de beste show van Groezrock was. Neem me niet verkeerd, ze waren fantastisch. De band amuseerde zich en ook het publiek kwam helemaal gek ( vraag het maar aan de 600 stagedivers). Neenee, waar het schoentje bij mij vooral knelde was de keuze van de setlist. Ik wist wel dat ze niet alles zouden spelen dat ik fantastisch vond aangezien de meeste van die songs zich niet op het nieuwe album bevinden en ik nog niet zoveel naar het nieuwe album geluisterd heb. Doordat het nieuwe album nog maar net uit was , was het ook wel vrij logisch dat ze er wat nummers van zouden spelen. Toch was ik enorm teleur gesteld om te merken dat een nummer als “King Park” wat je toch wel een publieksfavoriet mag noemen niet gespeeld werd en ook hun eerste album ‘Vancouver’ gewoon volledig overgeslagen werd maar een kutnummer zoals “For Mayor in Splitsville” wel gespeeld werd. (Y)

Eén van de classic bands Madball zorgde voor een volgelopen Impericontent. Tijd voor een streepje, of zeg maar streep, onvervalste NYHC! Onder aanvoering van een opgefokte Freddy Cricien gaven ze het publiek waar het voor gekomen was: Old scool hardcore in your face! Een heuse greatest hits set werd het met af en toe een nieuwe track, want binnenkort wordt een nieuwe plaat opgenomen. “Set if off”, “DNA”, “100%” en “Pride” zorgden voor wervelende moshpits, het werd opeens een paar graden warmer in Meerhout. Met de hun kenmerkende drive beukten ze een klein uurtje alsof hun leven ervan afhing. De groovy breaks en singalongs brachten een nooit geziene unity onder de tough guys. Hun sterke livereputatie werd nogmaals bevestigd, Groezrock ging andermaal plat voor zoveel intensiteit en hardcoregeweld. Na bijna 25 jaar on the road 'hardcore still lives'! (J)

Op de mainstage had Alkaline trio inmiddels hun set afgetrapt. 2 jaar geleden scoorden ze hier ook een pak zieltjes en hun set op Pukkelpop vorig jaar was ook allerdaardigst. We lieten ons dan ook graag onderdompelen in hun melodieuze poppunkrock. Het explosieve geluid met flarden wave, powerpop en punk klonk catchy en deed de hoofden voor 'de monster stage' op en neer gaan. Niet te veel tierlantijntjes maar gewoon rechttoe rechtaan, Alkaline trio kweet zich op strakke wijze van hun taak. De geoliede machine van Matt Skiba, Dan Adriano en Derek Grant kende hoogtepunten met “Radio”, “Private eye” en “Warbrain” en leverde een pak crowdsurfers op. Al bij al geen overdonderende prestatie maar gewoon een uurtje feelgoodmusic. (J)

Nieuwsgierig waren we toen we in verte één man op de Macbeth stage zagen staan. Voor het enige outdoor podium stond tevens een pak volk, genoeg om even halt te houden. De Amerikaan Tim Barry was de entertainer hier. De sing/songwriter Barry -in een ver verleden frontman bij Avail- doet het nu dus solo. Met z'n akoestische gitaar brengt hij folkpop en dromerige countrysongs , die een lach en een traan bevatten.  Hij bleef iedereen begeesteren,  met de nodige 'spoken words' , over z'n levenservaringen als wereldreiziger . Reeds 4 platen bracht hij uit die enige weerklank hebben over de plas. Hier maakte hij eveneens een goede beurt, al was het maar door zijn charismatische zelve . (J)

Paint It Black is zo een band waarvan ik weet dat ik ze goed vind maar eigenlijk al jaren niet meer naar geluisterd had. Beter nog, dit was één van de eerste bands waar ik naar begon te luisteren toen ik mijn eerste voetstapjes zette in de hardere muziek maar onderweg was ik die ergens verloren. Ik was dus wel nieuwsgierig naar hoe deze hardcore punk band uit de VS het zou doen. Ik werd niet teleurgesteld, in tegendeel. Naast een resem aan goeie songs had Paint It Black ook een mening en die staken ze niet weg. Tussen de songs door hoorde je hun mening over hardcore en het fenomeen crowdkilling (vinden ze niet leuk), ongelijkheid tussen man en vrouw, homofobie, racisme, opkomen voor mensen die zich niet kunnen vinden in de traditionele genders,… alsook zelfs een pleidooi om gewoon met hen te komen praten als je het niet eens bent omdat ze open staan voor alle meningen. Sympathieke kerels. (Y)

Terug een vol 'huis' vóór de Impericon Stage waar Ignite in full force, mèt Zoli Teglas terug achter de mic, een 'ouderwets feestje' kon beginnen... Zoli, die met zijn cleane stemklanken zo bepalend is voor die Ignite sound, had er zin in. Na z'n rugproblemen en het zijsprongetje bij Pennywise is hij nu op het 'oude nest' en dat hadden we geweten. Massa's singalongs en sfeer in een broeierige sfeerte, deden ons weemoedig terugdenken aan the 'good old days'. En die herleefde want iedereen ging compleet loos op de melodieuze hardcore.
“Bleeding”, “ A place called home”, “Live for better days” en ook de cover “Sunday bloody sunday” mocht niet ontbreken op de playlist. Een 'best of set' , pur sang, werd gesteund door honderden 'gastzangers', én de band genoot. Passie en agressie gingen hand en hand, de happy faces waren niet te tellen. Ignite kwam, zag en overwon (opnieuw). (J)

Descendents mocht met de ietwat dubieuze eer gaan lopen dat ze de oudste band van het weekend waren. Toch leek de ouderdom deze kerels niet te tarten want ze gaven meer vuur aan hun show dan heel wat andere, veel jongere bands. Ik ben geen grote fan van deze band op album alhoewel ik ze wel fijn vind maar hun songs staan er zeker live. Het is moeilijk om te vertellen wat er juist allemaal goed was maar weet dit, het was goed en als je ze kan zien moet je dat zeker doen. (Y)

Quicksand was voor deze show volledig onbekend voor mij en ik kan mezelf er wel voor slaan. Serieus dit was ronduit fantastisch. Ze worden eigenlijk als inspiratiebron aangegeven voor heel wat alternatieve metal bands zoals pakweg Helmet. Dit kan ik niet ontkennen want hun sound heeft er wel iets weg van maar het was zoveel meer. Serieus als ik het als iets moet omschrijven dan zou het stoner punk met psychedelische invloeden zijn. De band zag er anders wel uit alsof er bepaalde substanties aan het werk waren. De show leek uren te duren in een positieve zin en van mij mocht het eigenlijk ook uren geduurd hebben. Toen ze plots te horen kregen dat ze zo lang mochten spelen als ze wilden kon mijn vreugde niet op. NoFx kon mij op dat moment echt niet meer schelen maar helaas besloten ze om dan nog twee nummers re spelen en dat was het. (Y)

Nofx speelde hun album ‘Punk In Drublic’ integraal. Ik ga eerlijk zijn, ik heb het nooit echt gehad voor shows waarbij een klassieker integraal wordt gespeeld. Het voelt dan zo een beetje aan alsof de band zelf toegeeft dat ze niet beter kunnen dan dat. Los daarvan heb ik eigenlijk geen flauw idee of ze ook wel degelijke alle songs van dit album gespeeld hebben want ik ken deze band niet zo erg goed. Wat ik wel weet is dat het een goeie band is. Wat mij voornamelijk opviel is dat naast de nummers ook publieksinteractie en humor een must is voor hun shows. Bij veel bands durft het wel nog eens irriteren als er teveel gesproken wordt tussen de nummers door, maar bij hen is het gewoon een deel van de act.
Jammergenoeg konden we de set niet helemaal bekijken vanwege het feit dat een gewonde vriend dringend moest geholpen worden maar ik had wel al het gevoel dat we over het toppunt van hun set waren na “Don’t Call Me White”.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/groezrock-2014/
Organisatie: Groezrock, Meerhout  

 

Revere

Revere – Een ontdekking meer dan waard!

Geschreven door

Dringend verzocht: Muziek draaien op de radio van het Britse Revere van Stephen Ellis . Op ongedwongen , speels spontane wijze gaat het septet te werk en krijgen we een portie indiepostrock met heerlijke tempowisselingen en verrassende onverwachtse wendingen, die spannend broeierig zijn en gaan van zacht naar hard. De songs worden mooi ingevuld met bredere arrangementen van viool, cello en piano/keys , die een folky bombastische, barokke  ondertoon kunnen hebben , maar dan net weer niet door het poppy, filmische karakter . De band speelt met melodieën en maakt er een reeks prachtige songs van , die live een extraverte push krijgen .

Revere ging enthousiast en begeesterend te werk en werd dan ook warm onthaald. Ze cirkelen ergens rond de sound van Ed Sharpe , Fanfarlo en in de begindagen van Arcade Fire  . Twee albums noteren we totnutoe van hen , ‘Hey! Selim’ en ‘My mirror/ Your target’ , die onbegrijpelijk geweerd blijven op de radio!
Een goed uur hielden zij ons bij de leest en genoten we ten volle van hun materiaal die kippenvel bezorgde . Na een lange intro op z’n Ennio Morricone’s trok “Code” , die een aanzwellende opbouw had , de set op gang. “I won’t blame you” en “Keep this channel open”, niet vies van wat wave , gaf aan waar het om draaide , met name een opwindend, dynamisch concert .
Revere trapte goed door op songs als “Throwing stones”,  “Don’t look up Hannah” en “Fold up your flag”. Enorm Sterk .. .én eigenlijk ook wel Gek! Elk instrument kreeg voldoende ruimte wat de song ‘an sich’ intenser en grootser maakte .
Af en toe was er een rustiger moment, “A road from the flood”, dat broeierig klonk en net niet explodeerde . Maar voor de rest niks dan vonken op het podium . De zanger Ellis was dan ook in het publiek te vinden  wat de set voeding gaf.
We kregen een schitterende finale met “We won’t be here tomorrow”, “These halcyon days” en “Maybe we should step outside” . Ze zijn niet vies van een cover; vanavond kregen we een orginele overtuigende versie van Depeche Mode’s “Enjoy the silence”. En ook de samenzang sierde, die indringend , helder en emotievol kon zijn .
Revere kan nauw gelinkt worden aan Stornoway
, Fleet Foxes, Mumford & Sons, Megafaun , Belle & Sebastian  en natuurlijk Arcade Fire .  En op z’n beurt refereren ze aan die ‘60s Britfolk van Steeleye Span en Fairport Convention . “What am I if I’m not even dust” en afsluiter “I bet you want blood” pasten mooi mee in dit plaatje en waren sterke troeven om een definitief streep te trekken onder de set.

Revere is een ontdekking en verdient aandacht en respons! Meer zelfs , deze gasten kunnen een groot podium aan . Hier waren we onder de indruk van. Beluister hun muziek en check hen ergens in het clubcircuit of bij een zomerfestival!

Ook het Nederlandse MOSS , al toe aan hun vierde plaat btw , speelde bijna een uur lang en hier kregen we een reeks afwisselende sfeervolle , broeierige rocksongs , met een americana inslag waarrond een melancholische mist hing . De Nederlandse bands Johan, The Serenes , Bettie Serveert uit de 90s en het gitaargetokkel van Pinback dwarrelde in hun sound . Een  goed in elkaar geknutselde set , die net als Revere overtuigend was!

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Pagina 582 van 964