Het Depot Leuven - concertinfo 2026

Het Depot Leuven - concertinfo 2026 events 02 + 03 + 04-04 Metejoor (ism Live Nation) 05-04 Dub unit 06-04 The Damned 08-04 Luna 10-04 What-U-On-About: Enei, Simula, Skeptical 11-04 The Perfect Tool, Bulls On Parade 14-04 Klaas Delrue 50 17-04 Avaion 18-04…

logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Deadletter-2026...
Gavin Friday - ...

Pro-Pain

Straight To The Dome

Geschreven door

Pro-Pain is zo een band die je na al die jaren niet meer kan verrassen, iets wat je zowel negatief als postief kunt opvatten. Wij opteren voor dit laatste, aangezien de Amerikanen ons sinds onze tienerjaren geregeld van een kwaliteitsvolle mix van metal, trash en typische New York Hardcore voorzien.  Ook op ‘Straight To The Dome’, hun dertiende (!) full album is dit niet anders. De snelle metalriffs, stevige breakdowns en felle vocalen van opperhoofd Gary Meskill spatten 35 minuten lang grandioos door je speakers en sturen je nekspieren alle richtingen uit.
Opener “Straight To The Dome” laat meteen duidelijk zien dat de heren in topvorm zijn, een heerlijke NYHC-song die zo uit de catalogus van een andere hardcore-grootheid als Sick Of It All lijkt te komen.  De New Yorkers blijven daarna een constant niveau aanhouden doch we stippen graag nog enkele opmerkelijke tracks aan.  Zo is “Bloodlust For War” van het snelste wat  Pro-Pain ooit componeerde.  Verder laten “A Good Day To Die” en vooral slotsong “Zugabe!” (met duilijke oi-invloeden) horen dat de New Yorkers niet bang zijn van enig geëxperimenteer.
De vele fans van Pro-Pain kunnen zo met gerust gemoed het nieuwe werk van hun helden aanschaffen!

NOFX

Self Entitled

Geschreven door

Punkrock is in essentie een jongerenbeweging waar het draait om energie, vlammende gitaren en een gezonde dosis agressie.  Een mens zou denken dat de passie voor dit genre afneemt met de jaren maar als er één band is die ons  het tegendeel blijft bewijzen, dan is het NOFX.  Meer dan 30 jaar geleden startten Fat Mike en de zijnen met het maken van complexloze punk die verschillende generaties van jongeren zou aanzetten om zelf een bandje ter starten.  Het commerciële succes van Green Day of The Offspring werd wel niet bereikt, maar net dat maakte de band bij veel liefhebbers nog populairder.
‘Self! Entitled’ laat alvast horen dat het viertal nog steeds jong van hart is en flink van zich afbijt.
Muzikaal wordt er als vanouds gekozen voor snedige, catchy en uiterst melodieuze  poppunk in combinatie met de typerende, lijzige strot van het zwaargewicht himself.  Ook tekstueel is het weer genieten van de satirische kijk van NOFX op thema’s als moslimsterrorisme, echtscheidingen en drugsverslaving bij rocksterren. 
Knallers zijn wat ons betreft opener “72 Hookers”, het snelle en  vermakelijke “Ronnie & Mags” en de ballade “I’ve Got One Jealous Again, Again” waar Fat Mike het over zijn eigen echtscheiding heeft.  Echt mindere songs zijn er niet waardoor het gehele album zich lekker laat beluisteren.  Een prima plaatje dus van deze kwieke veteranen!

Jake Bugg

Jake Bugg

Geschreven door

De wereld heeft nood aan een nieuwe Dylan, zeker nu de ouwe met het bedenkelijke ‘Tempest’ een laatste weinig hoopgevende stuiptrekking heeft gelost.
Er staat er hier eentje aan de deur te kloppen. De piepjonge Britse singer/songwriter Jake Bugg heeft met zijn veelbelovende titelloze debuutplaat een sterk visitekaartje afgeleverd. In eigen land heeft hij een duwtje in de rug gekregen van NME en van Noel Gallagher, wat hem uiteraard geen windeieren heeft gelegd. Hij was er zonder die omhooggevallen referenties ook wel gekomen, want er schuilt een berg talent in deze jonge snaak.
Het is haast niet te geloven dat zo een snotneus kan teruggraven naar een akoestisch en primitief geluid via poedelnaakte songs die op een ambachtelijke manier zijn gesmeed.
De uiterste fris klinkende uptempo songs (“Lightning bolt”, “Two Fingers” en “Taste It”) zitten vooraan en verraden een gezonde liefde voor Britpop, Jake Bugg zijn vocale prestaties neigen soms naar Alex Turner (Arctic Monkeys) en dat zit die nummers als gegoten.
Het is pas na een vijftal songs dat de Dylan in Bugg naar boven komt, en die doet dat heel overtuigend. Het bloedmooie “Broken” is om stil van te worden, het is een wonder dat zo een parel uit de mouw van een achttienjarige wordt geschud. In de folkblues van “Trouble town” en het krakende “Fire” (waarin de geest van Robert Johnson rondhangt) graaft hij nog dieper in het verleden, naar de tijd dat zelfs zijn grootvader nog in korte broek rondliep. Melancholische en uiterst knappe ballads als “Ballad of Mr Jones” en “Slide”, waarin Bugg’s stem hemels klinkt, doen ons denken aan het uiterst prachtige en helaas ook zwaar onderschatte I Am Kloot, ook zo een groepje die niet hoog oploopt met de nieuwste trends en het begrip song hoog in het vaandel draagt.
Enkele uitschuivers niet te na gelaten (een matig “Seen it all” en een melig “Simple as this”)  is dit een waarlijk knap debuut waarin Jake Bugg zichzelf in één ruk promoveert tot één van de meest beloftevolle singer/songwriters van zijn generatie.
U kan er getuige van zijn tijdens een intiem concertje op 3 maart in de Botanique. Maar eerst het plaatje aanschaffen (en laat die laatste van Dylan maar in de bakken zitten, hij is uw zuurverdiende centen niet waard).

Laura Gibson

La Grande

Geschreven door

Beetje in één adem noemen ze we ze op,  Liz Green, Gemma Ray, Cold Specks en Laura Gibson, een lichting vrouwelijke (Amerikaanse) sing/songwriting die met goede platen afkomen …
Laura Gibson , uit Portland Oregon, draait al een tijdje mee en heeft een handvol platen uit en heeft op de recente cd ‘La Grande’ leden van de Dodos, The Decemberists en Calexico kunnen strikken. Als vaste tendens  horen we sfeervolle, dromerige, ingetogen, gevoelige en rustig voortkabbelende songs, bepaald door akoestisch gitaargetokkel, licht huppelende ritmes en desolate, Ennio Morricone- of sprookjesachtige klanken,  maar de fraaie composities kunnen ook weelderig gearrangeerd zijn (o.m. aangevuld met fagot, trompet, steelpedal en toetsen) . “Lion/Lamb”, “Skin warming skin”, “Feather lungs”, “Crow/Swallow” en “Milk-Heavy, Pollen-Eyed” zijn er enkele om in te lijsten.
Charmerende, elegante huiskamerpop, niet benauwd van een extravert tintje …

Jarboe

Jarboe betovert met uitgeklede pareltjes

Mongolito dompelt ons zondagavond een half uur onder in een dark ambient bad dat dampend van intrigerende duisternis en bevreemdend druppelend kaarsvet de doemsdag even doet vergeten. Wie Dog eat Dog, Mucky Pup en zijn 10000 Women Man kent, weet dat Mark De Backer al wat zieltjes heeft veroverd.
Maar hij staat dit keer in de schemering van zijn eigen schaduw met zijn pasgeboren Acedia. De Servaisiaanse projecties zorgen voor een naadloze Beeldenstorm waardoor het alles behalve ‘another night to forget’ wordt.
De eenmansformatie katapulteert, met wit masker en zwarte donkere hoed, onze geest van “V for Vendetta” naar de dag der dagen om vervolgens moeiteloos alle frequenties van onze auris te verleiden met een onvervuld verlangen naar meer van die intrigerende sets vol prachtige, donkere soundscapes van de Brusselse ambient bard.
Wie zich de passage van Year of No Light nog herinnert en met weemoed terugdenkt aan hun Vampyr-set zal ook deze hypnotiserende Lugubrum als een delicatesse binnenhalen.
Het weze duidelijk: Mongolito heeft er een fan bij!


Jarboe, de vrouwelijke constante bij Swans van 1984 tot de split in 1998, is een getalenteerde zangeres en een bekwaam orgelspeler. Met Michael Gira (Swans-opperhoofd) deelt ze – naast het bed – ook het zijproject (The World of) Skin tijdens de hoogdagen van Swans en sinds de split-up concentreert ze zich enkel nog op haar solocarrière en collaboraties met o.a. Neurosis. Ondanks ze geen deel meer wil uitmaken van Swans sinds de recente reünie, zingt ze alsnog twee songs in van het recente album ‘The Seer’ (2012) van Gira & co. Tegenwoordig gaat ze door het leven onder het pseudoniem Living Jarboe waarmee ze al enkele weken doorheen Europa trekt.

Zondag start het concert enigszins verwarrend. Onder een volledig verduisterd hoofdpodium komt een donkere, vrouwelijke gestalte het podium opgewandeld, volledig gewikkeld in stukken stof en het hoofd en gezicht bedekt met een voile.
De onherkenbare figuur neemt plaats achter de elektrische piano en start een beklijvend pianorecital om dan op het einde plots haar gezicht te onthullen en ons verbijsterd en met open mond ‘aan de grond nagelt’. Dit is Jarboe niet!?! Het blijkt Renee Nelson te zijn, die Jarboe vanaf de tweede song “The Child’s Right” met volle passie begeleidt en nu en dan voor een engelachtige tweede stem instaat. We horen beklijvende stripped-down versies van “Please Remember Me” van The World Of Skin en “Blood Promise” en “Saved” van Swans. Jammer dat een groot gedeelte van het publiek het nodig vindt om constant te kwebbelen aan de toog van de Beursschouwburg. Dit begint echter op de zenuwen van vooral Renee Nelson te werken dat ze het niet kan laten om het achterste gedeelte van het publiek terecht te wijzen. Met een kwade blik zet ze “Otherside Of the World” in en door de emotie krijgt dit oorspronkelijk Swans-nummer nog meer kracht dan voorheen. Als tijdens “Song For Dead Time” het geroezemoes achteraan de zaal terug de bovenhand krijgt, zet dit echter kwaad bloed bij Jarboe en Renee Nelson zodat ze besluiten slechts nog één krachtig “When She Breathes” te brengen om daarna stante pede het podium te verlaten om niet meer terug te keren.

Jammer dat door een respectloos gedeelte van het publiek dit voor de rest meer dan schitterende concert een abrupt einde kent. Wij blijven hierdoor een beetje op onze honger zitten maar kunnen de beslissing van het duo volledig begrijpen. Volgende keer de toog (met het respectloos gedeelte van het publiek) en de zaal (met het muziekminnend gedeelte) van elkaar scheiden met een geluidsabsorberend doek en we zijn al een heel stuk verder!
Nu vallen er zelfs nog woorden buiten na het concert, tussen musicminded people en respectloze tooghangers.
Jammer, want Jarboe en Renee Nelson zijn twee klassenvrouwen en topmusici die het overgrote gedeelte aan Swans-songs van de té korte set nieuw leven in bliezen door ze tot op het bot uit te kleden om ze in een schitterende naakte versie aan ons terug te geven in de vorm van muzikale pareltjes.


Set list Jarboe: [1] Carver (Renee Nelson solo) [2] The Child’s Right [3] Please Remember Me [4] Blood Promise [5] Saved [6] Otherside Of The World [7] Song For Dead Time [8] When She Breathes


Organisatie: Beursschouwburg, Brussel

Chris Isaak

Chris Isaak – Met nadruk en klasse teruggrijpen naar eigen invloeden

Geschreven door

De Amerikaanse zanger en liedjesschrijver Chris Isaak groeide op in het Californische Stockton. Als kind graaide hij graag in de platencollectie van zijn ouders en kwam aldus onder de indruk van artiesten als Elvis Presley, Jerry Lee Lewis, Carl Perkins en Roy Orbison. Ook zijn bewondering voor John Fogerty stak hij nooit onder stoelen of banken.
Toen Isaak besloot zijn bokshandschoenen op te bergen – zijn meermaals gebroken neus draagt nog steeds de sporen van dit verleden - en na zijn studies te hebben afgerond, besloot hij zich toe te leggen op een muzikale carrière. Hij schuimde gedurende enkele jaren bars en clubs in San Francisco en L.A. af totdat hij via producer Erik Jacobsen een platencontract kon versieren bij Warner Bros. Records. Het prachtige ‘Silvertone’ (1985) was hiervan het eerste resultaat en daaruit bleek hoe groot zijn muzikale invloeden waren op zijn eigen werk. De plaat bulkte van de rock-‘n-roll, rockabilly en blues uit de jaren ’50 en vroege jaren ‘60 maar kreeg een eigentijdse toets via teksten voortkomend uit eigen hart en ziel.
Ondanks het aandringen van de platenmaatschappij om stijlveranderingen door te voeren, bleef Isaak zijn eigen ding doen zonder daarbij in de valkuil te trappen en te verdrinken in pure nostalgie.
En het heeft hem geen windeieren gelegd. Reeds vanaf zijn tweede album verkreeg hij meer internationale airplay met « Blue Hotel » maar een echte hit scoorde hij met « Wicked Game ». Dit wereldnummer is terug te vinden op het album ‘Heart Shaped World’ uit 1989 maar de doorbraak kwam er pas twee jaar later toen David Lynch een instrumentale versie ervan gebruikte in zijn cultfilm ‘Wild At Heart’ (ook op de soundtrack van ‘Blue Velvet’ (1986) stonden overigens twee tracks van Isaak te prijken). Het nummer mét vocalen werd vervolgens opgepikt door radiostations en de nog steeds tot verbeelding sprekende zwart-witte, door Herb Ritts geregisseerde sensuele video waarin Isaak innig topmodel Helena Christensen – die ogen! – mocht omarmen op een strand, zorgde voor het extra promotiewerk.
De rest is geschiedenis. Zijn naam als artiest en status als sekssymbool waren nu definitief internationaal gevestigd en aan populariteit heeft Isaak nimmer moeten inbinden. Het bewijs hiervan is onder meer terug te vinden bij concertprogrammatoren die wanneer ze Isaak boeken, doorgaans ook meteen het bordje ‘uitverkocht’ mogen bovenhalen. Dit was bijvoorbeeld twee jaar geleden het geval in de Brusselse AB en afgelopen zondag waar Isaak in dezelfde zaal aantrad, deed hij deze prestatie nog eens over.

Toch wel opmerkelijk voor iemand die in ruim twintig jaar geen echt grote hit meer heeft gescoord, zijn setlist doorheen tournees nauwelijks wijzigt en zijn concerten voorziet van gimmicks en satire die uit het boekje komen.
Waar ligt het dan aan? Natuurlijk komen er veel toeschouwers – hoofdzakelijk vrouwen – zich verlekkeren aan de looks van Isaak maar nog veel belangrijker en er toe doende is dat deze crooner een fantastische zanger is, prachtige nummers heeft neergepend en zijn groep die ruim een kwart eeuw met hem samenspeelt, rasmuzikanten bevat. Bovendien is het showgehalte steeds hoog en mag er tussendoor hard gelachen worden. Vooral de zelfspot en satire vieren steeds hoogtij.
Daarbij moet gezegd dat ook al is alles steeds goed ingestudeerd (gesynchroniseerde swingende pasjes, bassist Rowland Salley die de hoofdvocalen mag overnemen tijdens « Best I Ever Had », Isaak die de groepsleden en publiek uitdaagt met rake oneliners, reeds vroeg in de set de zaal instapt en zich tot aan de mengtafel onder het publiek begeeft, een oefening die gitarist Hershel Yatovitz overigens mocht overdoen tijdens « Live It Up »), de groep brengt het met zoveel branie en met een brede glimlach dat het publiek het gevoel krijgt dat het enkel voor hen op die specifieke avond weggelegd is. En datzelfde publiek gaat steevast snel door de knieën en laat zich gedwee onderdompelen in deze op en top Amerikaans ogende show. Zo liet Isaak de aanwezigen in de AB in de waan dat de groep extra lang zou spelen omdat ze niet zoveel in Brussel kwamen maar in werkelijkheid stond er zelfs een nummer minder op de setlist ten aanzien van vorige concerten tijdens deze tour - voor de liefhebbers: « That Lucky Old Sun » (oorspronkelijk van Ray Charles) werd geschrapt. Isaak is niet voor niets ook deeltijds acteur.
Het concert afgelopen zondag lag in het verlengde van zijn vorige passage maar bevatte deze keer grosso modo twee grote onderdelen. Vooreerst werd een soort ‘best of’ aangeboden, terwijl nadien het eind vorig jaar uitgebrachte album ‘Beyond The Sun’ centraal stond.
Na een instrumentale intro verscheen – ook al is hij intussen 56 geworden - een nog steeds erg fris ogende Isaak, vetkuif onlosmakelijk incluis en gehuld in een lichtblauw pak dat Elvis Presley moeiteloos had kunnen dragen tijdens zijn Las Vegas shows. De groepsleden daarentegen droegen een maatpak dat gelijkenissen vertoonde met de outfit van de begeleidingsgroep van wijlen James Brown gedurende de jaren ‘60.
Opener van de avond – en kan het nog symbolischer? – was het uptempo « American Boy » en dit effende het pad voor een wisseling tussen ballades en rocknummers. Als hoogtepunten – al moeten we zeggen dat echte inzinkingen niet te bespeuren waren – vielen er bijzonder fraaie en loepzuivere versies te noteren van « Blue Hotel », « San Fransisco Days », « Somebody’s Crying » (wat een melodie), « Wicked Game » (inderdaad een klassieker ten top), « Dancin’ »(nog steeds onverwoestbaar en vergezeld van een lang, toonvast vocaal einde), « Notice The Ring » (met een uitwisseling aan stijlen gaande van rock-‘n-roll tot free jazz en waarbij onder meer percussionist Rafael Padilla en toetsenist Scott Plunkett hun kwaliteiten mochten etaleren) en het broeierige, mysterieuze door bassist Rowland Salley ingezette ‘Baby Did A Bad Bad Thing’. Bij dit laatste, bluesy nummer haalde Isaak zijn diepste stem boven en werd onderstreept dat het geen verwondering mag heten dat Stanley Kubrick dit aanwendde om te laten fungeren in zijn donkere, raadselachtige film ‘Eyes Wide Shut’ uit 1999. Ook mochten daarbij als vertrouwd twee dames het podium op om hun sensuele (dans)troeven uit te spelen. Eentje droeg een t-shirt met als opschrift ‘What The Hell’ waarop Isaak ad rem reageerde en als grap vertelde dat zij bij haar thuiskomst zou kunnen vertellen: “Mam, I went to a concert and I fell in love with a man on the stage. But don’t worry mam, it’s not a musician. It’s a bass player”.

De tweede helft van het concert stond dus in het teken van zijn recentste album ‘Beyond The Sun’, dat – zoals de titel aangeeft – opgenomen werd in de oorspronkelijke Sun Studio’s te Memphis en waarop eer betoond wordt aan muzikale helden die er onder toezicht van platenbaas Sam Phillips hun eerste opnames maakten. Waar Isaak de covers op de plaat braafjes binnen de lijntjes kleurt en aldus te dicht blijft aanleunen bij de originelen zonder zijn versies als bijzonder te laten klinken laat staan de originelen te overtreffen, was dit euvel minder groot tijdens zijn concert in de AB. Daar kregen ze wel meer punch en wonnen ze aan impact.
Er werd voorzichtig aangevat met wat mooie gospel en doo-wop tijdens « Doin’ The Best I Can » (Elvis Presley). Nadien werden versies gebracht van « Ring Of Fire » (Johnny Cash), het ooit van de radio verbannen « Dixie Fried » (Carl Perkins), « Can’t Help Falling In Love » (Elvis Presley) en « It’s Now Or Never » (idem) waar de combinatie van drumborstels, contrabas, piano en de stem van Isaak – die sowieso nauwelijks dichter bij Presley kan geraken – uitstekend werkte.
Nadien werd er ook nog wat meer stevige rock-‘n-roll uit de kast gehaald tijdens « Live It Up », eveneens terug te vinden op ‘Beyond The Sun’ maar wel van de hand van Isaak, en een bijzonder snedig « Miss Pearl » (een parel van de nagenoeg vergeten Sun artiest Jimmy Wages). Bij dit laatste mocht Scott Plunkett zijn kunsten opvoeren en helemaal loos kon hij gaan tijdens « Great Balls Of Fire » (Jerry Lee Lewis) waar hij een nagenoeg perfecte imitatie weggaf van ‘the killer’ zelve, inclusief het aanslaan van de toetsen met behulp van voet en knie en de piano die als apotheose via namaakvlammetjes en ingebouwde rookelementen ‘in vlammen’ opging.  
Als eerste toegift werd gekozen voor een flard « Super Magic 2000 », een mooi voorbeeld van  instrumentale surfrock, waarna Isaak het podium betrad in zijn bekende zilveren glitterkostuum. Tijdens « Oh, Pretty Woman » (Roy Orbison) verrees een reusachtige pin-up (in ballonvorm weliswaar) en gedurende « Big Wide Wonderful World » mocht Yatovitz nog enkele fraaie bluesakkoorden uit zijn gitaar toveren en Plunkett zijn orgel laten brullen. Afsluiter was het gospelachtige « Worked It Out Wrong » waarbij Salley, Yatovitz en drummer Kenney Dale Johnson als begeleidend koortje dienden en waarbij ondanks hun grappige bewegingen de pastiche nooit de ernst overheerste. En dit was toepasselijk op het hele concert. De herkenningsfactor was hoog en er viel veel te lachen maar bovenal werd er met klasse gezongen en gemusiceerd zodat alle aanwezigen met een warm gevoel naar huis konden gaan.

Op deze verkiezingsdag werden op dat tijdstip regionale overwinningen gevierd, wonden gelikt en de eerste coalities gevormd maar in de AB ging de stem van het publiek unaniem naar Chris Isaak en zijn begeleidingsgroep.

Setlist : (Intro), American Boy, Pretty Girls Don’t Cry, Blue Hotel, We’ve Got Tomorrow, I Want Your Love, San Fransisco Days, I’m Not Waiting, Somebody’s Crying, Wicked Game, Best I Ever Had, Dancin’, Notice The Ring, Baby Did A Bad Bad Thing, Doin’ The Best I Can, Ring Of Fire, Dixie Fried, Can’t Help Falling In Love, It’s Now Or Never, She’s Not You , Live It Up, Miss Pearl, Great Balls Of Fire
Super Magic 2000, Oh, Pretty Woman, Big Wide Wonderful World, Worked It Out Wrong

Organisatie: Live Nation

Captain Beefheart

Captain Beefheart's Magic Band - … En magisch was het …

Geschreven door

 

Captain Beefheart's Magic Band - … En magisch was het …
Captain Beefheart's Magic Band

Honkeyfinger, een one-man-band uit Bethnal Green (oost Londen) , had de ongelooflijke eer om deze avond te mogen openen en had voor de gelegenheid een extra gitarist meegebracht. Beiden gezeten op een stoel, brachten ze opengereten blues voorzien van een shot psychedelica. Honkeyfinger liet zijn lapsteel kermen, zelf het ritme aangevend via een hi-hat en een stomp box terwijl hij geregeld gebruik maakte van zelf ingebrulde of ingespeelde loops.
Na een tijdje wisselde hij zijn lapsteel voor een mondharmonica die hij al evenzeer molesteerde. Zijn stem deed wat denken aan Left Lane Cruiser, maar dan met iets minder power en muzikaal ging het ook wel wat die richting uit maar dan wel gecombineerd met wat hallucinante middelen. Of te situeren ergens in de buurt tussen Bob Log III en Ignatz. Vreemd, soms wat haperend in de startblokken of wat te weinig uitgewerkt, maar steeds boeiend.

Na Honkeyfinger had ik het gevoel van ‘dit kunnen ze me alvast niet meer afpakken’ want na de euforie, toen ik het nieuws vernam dat de Magic Band naar de 4AD kwam, had ik toch flink wat reserves opgebouwd. Captain Beefheart is één van de grootste iconen (voor mij zelfs de allergrootste) uit de rockgeschiedenis maar zelf zou hij er om de gekende redenen niet bij zijn en DE Magic Band was dit uiteraard ook niet, het had hoogstens een versie van de Magic Band KUNNEN zijn. Terwijl mannen van het eerste uur, John 'Drumbo' French en Rockette Morton (Mark Boston) toch nog een hele tijd samen bij Beefheart hebben gespeeld was Denny Walley's periode bij de groep van veel kortere duur en was er toen van Rockette Morton al lang geen sprake meer. Bovendien konden de geposte filmpjes op YouTube van enkele recente optredens me ook al niet bekoren.
Maar dat zal wellicht aan de inferieure kwaliteit gelegen hebben want vanaf het eerste nummer, "Steal Softly Thru Snow" uit "Trout Mask Replica" greep deze Magic Band me bij mijn nekvel om niet meer te lossen. John ‘Drumbo’ French liet het drummen over aan Craig Bunch (die dat met verve deed) om zich volledig op de zang te concentreren en wierp zich meteen op als leider van de groep. Nu, als er één iemand dat mag is hij het wel omdat hij het, zij het ook met een paar onderbrekingen, het langst heeft volgehouden bij de veeleisende meester. Terwijl zijn rasperige stem, die evenwel nooit het machtige orgaan van Don Van Vliet, dat bijna vier octaven bestreek, kon benaderen, als surrogaat uitstekend dienst deed. Naast hem bleken gitarist Denny ‘Feelers Reebo’ Walley en bassist Rockette Morton (die bassolo zien we even door de vingers) nog steeds uitstekende muzikanten terwijl de onvoorstelbaar gretige, 'nieuwe' gitarist, Erik Klerks, misschien nog het meest uitblonk.
De songkeuze lag allesbehalve voor de hand. Er werden maar liefst vier nummers geplukt uit het, weliswaar als meesterwerk beschouwde, maar toch bijzonder weerbarstige ‘Trout Mask Replica’ en uit het al even ontoegankelijke ‘Lick My Decals Off, Baby’ kregen we "The Smithsonian Institute Blues" te horen. Maar die hoekige, onconventionele songs deden absoluut niet onder voor het meer bluesgerichte werk uit de albums ‘Clear spot’ en ‘The Spotlight Kid’, die tevens ruim aan bod kwamen. Zelfs de allereerste single, de Bo Diddley-cover "Diddy Wah Diddy" werd van onder het stof gehaald. Na zowat een uur lasten de heren een pauze in om wat in het publiek te gaan keuvelen. Nooit eerder gezien!
Na die onderbreking ging "Drumbo" zelf achter de drums zitten en kregen we een reeks magistrale instrumentals, waaronder "Suction Prints". Misschien wel het beste deel van de avond hoewel, even later, "The Floppy Boot Stomp" (waarvoor Beefheart, volgens John French, de tekst reeds schreef tijdens de ‘Trout Mask Replica’-opnames, hoewel de song pas tien jaar later op plaat verscheen) voor een zoveelste hoogtepunt zorgde. Zo zou ik nog een tijdje kunnen doorgaan met het opsommen van al die fantastische nummers (ja, "Electricity" zat er ook tussen) en dan werd er nog zoveel niet gespeeld (de laatste twee platen lieten ze links liggen).

Dat zegt veel over het indrukwekkende nalatenschap van Captain Beefheart dat na meer dan dertig jaar nog steeds even fris en essentieel klinkt. Deze Magic Band bracht dit werk met bijzonder veel respect, liefde en passie voor een eensgezind, laaiend enthousiast publiek dat duidelijk wist waarvoor het gekomen was (en dat ook kreeg). Concert van het jaar? Wellicht.
Merci, 4AD!
Voor diegenen die dit misten : er zou voor volgend voorjaar dan toch nog een nieuwe tour in de steigers staan!

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/captain-beefhearts-magic-band-13-10-2012/

Organisatie: 4AD, Diksmuide

Get Well Soon

Get Well Soon – Bombastische romantiek

Geschreven door

Get Well Soon is het muziekcollectief van de Duitse songschrijver en instrumentalist Konstantin Gropper. Get Well Soon combineert invloeden uit de klassieke muziek met de aanstekelijkheid van Arcade Fire en de melancholie van Beirut. Op 27 augustus brachten ze hun derde album ’The Scarlet Beast O' Seven Heads’ uit, dat bleek voort te borduren op zijn twee voorgangers. Het is een plaat die niet vies is van enige theatraliteit en volgepropt is met duizend en één instrumenten.

David Lemaitre verzorgde  het voorprogramma van Get Well Soon en deed dat met verve. De muzikale omlijsting was minimaal, en juist daardoor klonken de songs enorm organisch. De band was bovendien zeer origineel in het gebruik van instrumenten: een xylofoon, rammelaars en een suitcase voor te drummen.  Tot het gebruik van ijsblokken in een glas toe! De zanger had bovendien een hemelsmooie stem die herinneringen opriep aan Nick Drake, maar dan iets minder monotoon.  De band is op dit moment aan het werken aan hun eerste full cd. Een belofte voor de toekomst en een naam om te volgen. We zijn nu al fan.

Zoals verwacht klonk Get Well Soon grootser en filmischer dan het voorprogramma. Ze begonnen echter nog rustig met “Prologue”, een mooie ballade die vooral gedragen werd door de diepe en indringende stem van Gropper. Daarna kregen we het bombastische “The Last Days of Rome” te horen, waarin Gropper bijgestaan werd door de betoverende zang van zijn zus Verena.  Hier werd het duidelijk dat het hebben van een zeskoppige band een enorm groot voordeel kan zijn. Instrument per instrument viel in, en zo bekwamen ze een enorm vol geluid. Hierin bestaat dan altijd het gevaar dat het allemaal wat rommelig begint te klinken, maar Get Well Soon slaagde erin om gracieus die valkuil te ontwijken. De band bracht uiteindelijk een heel afwisselende set die nergens stilviel. Nu en dan eens ingetogen, maar het merendeel van de tijd uitbundig, catchy en bombastisch, weliswaar steeds met een melancholische toets. Het absolute hoogtepunt van de set was het  meeslepende en tragische “I Sold My Hands For Food So Please Feed Me”.  Een meesterlijke compositie die minutieus opbouwde naar een grootse finale met schurende gitaren en dramatische samenzang.  

Zowel David Lemaitre als Get Well Soon zorgden voor een fantastische en gevarieerde muziekavond. Wel jammer dat de zaal maar voor een derde gevuld was, deze artiesten verdienen immers een groter publiek. Volgende keer misschien beter een kleinere zaal dan de Handelsbeurs uitkiezen. Al blijft het natuurlijk één van de gezelligste concertzalen in de buurt.

Organisatie: Democrazy, Gent (ism Handelsbeurs)

Blaudzun

Blaudzun – Nederland heeft een Grote Meneer …

Geschreven door

 

Blaudzun, de naam zegt waarschijnlijk nog niet iedereen iets, maar velen onder ons zullen zijn muziek herkennen als ze die horen. Tijd dus om de man eens te gaan bekijken. In de MaZ in Brugge wordt hij voorafgegaan door Flying Horseman. Deze bonte groep brengt iets wat tussen ‘Woven Hand’ en ‘Gravenhurst’ ligt… Vaak aangenaam aan het oor, af en toe wat zwaar, steeds melancholisch. “Als dit spek naar je bek is, binnenkort komt er een EP”, zo vertelde frontman Bert Dockx.

Blaudzun laat even op zich wachten. Om iets over 22u komt hij samen met zijn gevolg het podium op; met kop en schouders steekt hij er bovenuit. Hun set gaat behoorlijk stevig van start en met de tweede track “Solar”, in Vlaanderen een veel gedraaid nummer, scoren ze meteen. De set gaat alle kanten uit. Eens stevig, dan weer intiem. Zeker wanneer zanger Johannes zich, gewapend met niks dan een ukelele, in het publiek waagt en ons moeiteloos het zwijgen oplegt met een porseleinen versie van “Wolfs behind the glass”. Het wordt echter geen enkel moment agressief en het publiek is dan ook aan de bühne gekluisterd, al heeft dat misschien ook een klein beetje met de meer dan bevallige violiste te maken ... Een bijzonder man, Johannes Sigmond, maar wat een muzikant. Gezegend met een stem die meer dan eens aan Tracy Chapman doet denken en songs die rechtstreeks uit de hemel lijken te zijn neergedaald, palmt hij samen met zijn ijzersterke (het mag gezegd) muzikanten alles in wat op zijn weg komt.
Het is dan ook allesbehalve een verrassing dat de zaal op het einde van de set unaniem naar meer vraagt. En of we meer krijgen! Eén van de jongste toehoorders wordt uit de zaal geplukt, een shaker in zijn hand geduwd, prompt gepromoveerd tot extra percussionist voor afsluiter “Elephants” en mag het kleinood zelfs meenemen naar huis. Zeker weten dat hier een slagwerkertje ontstaan is…

Blaudzun bewijst met de vingers in de neus dat hij niet enkel letterlijk een grote meneer is. Als dit niet genieten was, dan weet ik het ook niet meer …

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/flying-horseman-13-10-2012/

http://www.musiczine.net/nl/fotos/blaudzun-13-10-2012/

Organisatie: Cactus Club, Brugge

Fu Manchu

Fu Manchu - plays ‘The Action Is Go’ - door het duivelse oog van de Californische storm

Geschreven door

The Shrine stak vrijdagavond in een uitverkochte Trix Club het vuur aan een lont die gedurende de volledige avond zou blijven knetteren als een volle open haard met iets teveel droog brandend hout. De streekgenoten van Fu Manchu brachten een groot half uur harde rock met een hoek af (denk Thin Lizzy meets Valient Thorr). Niet origineel, maar dat zou het langharige trio en een groot deel van het publiek worst wezen. Ze speelden hun gebalde set zonder veel poespas en warmden ons terdege op voor de hoofdvogels van de avond: Fu Manchu!

Het uit Orange County (Californië) afkomstige Fu Manchu hadden we vorig jaar al aan het werk gezien in de Muziekodroom in Hasselt wanneer ze hun ‘In Search Of…’ - album uit 1996 volledig kwamen spelen en we waren toen al lyrisch over hun doortocht. Deze keer was hun volgend album ‘The Action Is Go’ uit 1997 aan de beurt. Een mijlpaal in de geschiedenis van de stonerrock en origineel met Brant Bjork van Kyuss op drums!

Dat de Trix Club uitverkocht was, verwonderde ons niet, want een avondje Fu Manchu ontgoochelt nooit. Toen de helden rond 21h45 het podium betraden, werden ze door een uitzinnig publiek verwelkomd wat alleen maar voor lachende gezichten op het podium zorgde.
En er werden van in het begin van de set al direct wat uppercuts links (“Evil Eye”) en rechts (“The Action Is Go”) uitgedeeld. Het publiek in de eerste rijen ging zo wild tekeer dat we ons pintje stevig moesten vasthouden, wilden we niet dat het gele gerstnat ongewild de bodem van de Trix Club raakte. Frontgitaristen Bob Balch en Scott Hill (zang) hadden er voor het laatste concert van deze tour enorm zin in en dat werkte zo aanstekelijk dat we ons zonder schroom lieten onderwerpen aan de wall of sound die de heren op het podium voortbrachten.
De ritmesectie ondersteunde deze krachtsontwikkeling met een groovy bas (Brad Davis) en een gretig van de cowbell gebruik makende drummer (Scott Reeder – naamgenoot van de bassist van Kyuss). Fu Manchu heerste gedurende de volledige set. De volgorde van de songs op het album werd live volledig gerespecteerd. Alleen werd na “Nothing Done” de naald omhoog gezet (geen “Swami’s Last Command” en “Module Overload”) en verlieten de helden het podium.
Maar niet voor lang daar het publiek de longen uit het lijf schreeuwde voor nog meer Californisch natuurgeweld. Een geschreeuw dat werd beloond met twee kopstoten van encores: het groovy en catchy “Hell On Wheels” en een verpletterend “Mongoose”.

Toen was het genoeg voor de Amerikanen en werd de stekker er voorgoed uitgetrokken. We mochten weer maar eens deel uitmaken van een memorabel concert en waren daar allesbehalve rouwig om. Temeer we achteraf ook nog eens deel mochten uitmaken van het afscheidsfeestje van deze tour. We kregen zelfs 1 cowbell en een paar Vans sneakers als aandenken mee naar huis en konden ons geluk niet op!
Op naar de volgende ‘Fu Manchu plays…’ met misschien het integraal spelen van het ‘King Of The Road’-album uit 1999 of het ‘California Crossing’-album uit 2001. We kunnen nu al niet wachten!

Set list: [1] Evil Eye [2] Urethane [3] The Action Is Go [4] Burning Road [5] Guardrail  [6] Anodizer [7] Trackside Hoax [8] Unknown World [9] Laserbl’ast [10] Hogwash [11] Grendel, Snowman [12] Strolling Astronomer [13] Saturn III [14] Nothing Done *** Encores: [15] Hell On Wheels [16] Mongoose

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/fu-manchu-12-10-2012/

Organisatie: Heartbreaktunes (ism Trix, Antwerpen)

Pagina 683 van 964