logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15418 Items)

Tenacious D

Tenacious D - Een collectieve zangstonde

Geschreven door

Tenacious D - Een collectieve zangstonde

Hoewel Graspop pas op donderdag zijn poorten openzwaaide voor het betere metalgeweld, moesten fans van het zwaardere genre dinsdag niet op hun honger blijven zitten. Niet enkel speelde KISS die dag in Paleis 12, enkele kilometers verder gaf Tenacious D van jetje in een broeierig en uitverkocht Vorst Nationaal.
Toegegeven, de deuntjes van de comedy rockband kunnen we bij momenten bezwaarlijk als metal beschouwen, toch wordt de band in de armen gesloten door de community.

In de zaal dan ook veel zwarte T-shirts en vooral mannen rond hun veertigste, die dus jonge kerels waren toen Tenacious D in 2001 hun gelijknamig debuut ‘Tenacious D’ de wereld instuurde. De band rond Kyle Gass en filmster Jack Black was in 2020 voor het laatst te gast in een uitverkocht Vorst Nationaal en liet ook nu weer een verpletterende indruk na.

Als opwarmertje (in een al hete tent) kregen we Steel Beans voorgeschoteld. Hoewel de naam anders doet vermoeden, was de psychedelische bluesrock van Jeremy DeBardi licht verteerbaar en werd zijn set goed gesmaakt door het reeds aanwezige volk. Wat opvallend is, is dat Steel Beans een eenmansproject is. Dat betekent dat DeBardi zowel de zang en het drum- en gitaarwerk voor zijn rekening nam. Als men in de toekomst dus zegt dat enkel vrouwen kunnen multitasken, volstaan volgende twee woorden als repliek: “Steel Beans”. Vooral Molotov Cocktail Lounge kon ons uitermate bekoren en deed bij momenten denken aan The White Stripes.

Met een kwartiertje vertraging was het dan tijd voor ‘The Greatest Band in the World’, of dat is toch hoe Tenacious D zichzelf omschrijft. Een goed bebaarde Jack Black uitgedost in een vlammende outfit en een eerder casual geklede Kyle Gass begroetten hun fans en bewapenden zich vervolgens met hun akoestische gitaren alvorens de set af te trappen. Dat de heren niet van plan waren om rustig naar een hoogtepunt toe te werken, werd duidelijk toen “Kickapoo” ingezet werd als opener. Dat de song, waarbij oorspronkelijk wijlen Dio en Meatloaf ook even hun zegje doen, een van de populairste nummers van ‘the D’ is, bewees de collectieve zangstonde die spontaan uitbrak. Een zangstonde die quasi niet meer stil viel tot het doek figuurlijk viel. Ongelofelijk om zien en horen hoe het publiek de teksten, en soms zelfs bindteksten, noot voor noot kon meezingen.
Na enkele nummers viel het Jack Black op dat ondertussen de eerste hittegolf van het jaar België aan het verschroeien was. “Shit, it’s hot in Brussels”, schreeuwde de acteur en probeerde tevergeefs zijn pens af te koelen door te wapperen met zijn shirt. Desalniettemin boette Tenacious D tijdens de ganse set niet in aan energie en vuurde de ene na de andere oorwurm richting publiek. Vooral “The Metal”, “Beelzeboss (The Final Showdown)” en slotnummer “Fuck Her Gently” deden het kwik in de thermometer nog wat extra stijgen.
Grappen en grollen konden natuurlijk ook niet ontbreken tijdens een optreden van een comedy rockband. De ganse set was dan ook doorspekt met doldwaze sketches en moppen. Zo was er bijvoorbeeld de nieuwe vuurwerkverantwoordelijke Biffy Pyro die er niet in slaagde om op het juiste moment vuurwerk af te steken en daarom steeds op zijn donder kreeg van Black: “You press that damn button when we demand pyro!” Slechts op het einde, en na enkele bemoedigende woorden van Black en Gass, slaagde onze vriend erin de gaskraantjes volledig, en op het juiste moment, open te draaien.
Ook de sax-a-boom, lees: een plastieken kindersaxofoon, was opnieuw van de partij. Een trotse Black probeerde te bewijzen dat hij nog steeds een feestje kon bouwen met het niemendal, waarop Gass hem overtrof met een uit de kluiten gewassen, stoffen versie ervan en Baker Street van Gerry Rafferty inzette. “The Max-a-boom”, riep Gass trots, waarop Biffy een vuurstraal lanceerde en Black vervolgens pisnijdig over het podium sakkerde.

In iets minder dan anderhalf uur kreeg Vorst een gevarieerde en ludieke set, waarbij het stevigere werk afgewisseld werd met de zachtere klassiekers en de nieuwe hits “Videogames” en “Wicked Game” (cover Chris Isaak).
Geheel vernieuwend was Tenacious D echter niet, maar dit deerde niet. De gekende feestformule en de meezingers zorgden opnieuw voor de nodige ambiance en vertier. En laat ons eerlijk zijn, dat is toch waarom we zo houden van deze band. Keep on rockin’, D!

Neem gerust een kijkje naar de pics
https://www.musiczine.net/nl/component/phocagallery/category/4982-tenacious-d-13-06-2023.html?Itemid=0

Organisatie: Live Nation

Triggerfinger

Triggerfinger - In vuur en vlam

Geschreven door

Triggerfinger - In vuur en vlam

Voor het verhaal van Triggerfinger (*****) gaan we ongeveer 25 jaar terug in de tijd, 1998 sloeg hun live performance in als een bom, de verdienste van drie muzikanten van wereldklasse: de charismatische frontman Ruben Block, de duivelse drummer Mario Goosens en Monsieur Paul, Lange Polle (Paul Van Bruystegem) die in 2003 de band vervoegde, en een blok graniet is op bas. De blindelingse afstemming en de speelsheid zorgden ervoor dat een optreden van Triggerfinger een beleving is die in je geheugen gegrift staat. Na al hun live performances worden we nog steeds even hard omver geblazen.
In een overvolle AB kwam Triggerfinger afscheid nemen van Lange Polle, die na twintig jaar de stekker er uit trekt om zich op andere projecten te concentreren. De band zal nu worden aangevuld door een andere muzikale grootheid, man-van-alle-kunstjes, Geoffrey Burton. Twee avonden lang zetten zij de AB in vuur en vlam.

In de categorie 'mogelijke opvolgers van Triggerfinger staan veel talentvolle bands aan de deur te bonken. Eén daarvan is Peuk (*****) die nu het voorprogramma van Triggerfinger speelden. Het trio bestaat uit jonge, talentvolle muzikanten die graag het gaspedaal diep indrukken en een ondoordringbare geluidsmuur weten op te bouwen. Ook in de AB voelde je de dosis adrenalinestoten. Ondanks de weinige interactie, laat dit trio z’n technische sterkte horen. Een kolkende, verschroeiende live set van zo’n half uur was meer dan voldoende om ons probleemloos te overtuigen

Triggerfinger trekt vanaf de eerste twee songs “I'm coming for You” en “First Taste” alle registers open. We zijn vertrokken voor een rollercoaster, een spervuur aan riffs en drumwerk, er is de niet-aflatende charismatische houding van Ruben die na zovele jaren nog steeds als een jonge wolf op dat podium staat. Hij is één met z’n publiek. Het helse tempo kon Triggerfinger niet steeds aanhouden. En dat hoefde ook niet. Op “By Absence of the Sun” mocht Lange Polle in de schijnwerpers staan, hij bewees nog maar eens wat voor een uitzonderlijk bassist hij wel is. Een lang, daverend applaus volgde.
“Flesh Tight” is een magisch zwoel, groovy nummer; de temperatuur steeg naar een kookpunt. “Black Panic” klonk verschroeiend. Triggerfinger deed de zaal ontploffen met een salvo strakke songs. wat stopte met “Is it”. Polle was zichtbaar geëmotioneerd. Iedereen droeg de man op handen.
In de bis volgde nog een mooi “Camaro”  en ”Man Down”, die warme Rihanna cover. Wat een portie rock-'n-roll kregen we hier.

Triggerfinger zette een overvol AB in vuur en vlam, al 25 jaar lang. Het verhaal van Triggerfinger is nog niet voorbij, en met Burton hebben ze een sterke opvolger van Polle. Duimen verder voor deze band.

Setlist: I'm Coming for You//First Taste//Let It Ride//Short Term Memory Love//By Absence of the//Sun//Perfect Match//Flesh Tight//Halfway Town//Lines//And There She Was, Lying in Wait//Black Panic//On My Knees//Colossus//All This Dancin' Around//Is It///BIS: Camaro//Man Down (Rihanna-cover)

Neem gerust een kijkje naar de pics @Dieter Boone
https://www.musiczine.net/nl/component/phocagallery/category/4939-triggerfinger-10-06-2023.html?ltemid=0
Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel ism Live Nation

John Fogerty

John Fogerty - Nostalgische avond vol fullforce Amerikaanse rootspop

Geschreven door

John Fogerty - Nostalgische avond vol fullforce Amerikaanse rootspop

De Europese run van John Fogerty loopt ten einde na Dublin, Manchester, Londen, enkele shows in Frankrijk, Noorwegen, twee keer Zweden en dan deze laatste twee shows in Antwerpen donderdagavond, en Grolloo (Nederland) op vrijdag voor het internationale bluesfestival!
Vanaf juni 2023 gaan John Fogerty en C° verder vieren in Amerika. Deze oertypische Amerikaanse CCR-man is duidelijk zijn (gekleurde) wilde haren nog niet kwijt.
Wat is er eigenlijk te vieren? Wel, zo’n 50 jaar geleden is John Fogerty door een louche platenmaatschappij zijn rechten verloren op zijn eigen nummers en die van CCR en nog maar onlangs in januari van dit jaar heeft hij eindelijk zijn rechten terug. Dit is natuurlijk een reden om te vieren en wij mogen van geluk spreken … we kunnen hier nu bij zijn …

Iets na acht komen de zonen van John met hun groepje Hearty Hear spelen, zelf voelen ze zich een ongelofelijke sensatie live volgens hun site, maar in het echt is het gezellig, een beetje achtergrondmuziek binnen de rootssound, te horen in dezelfde stijl als straks, maar echt goed was dit niet.

Klokslag 21u start een filmpje met een levensoverzicht van John Fogerty. Zo blijkt dat hij 8 jaar oud was als hij zijn eerste nummer maakte. Het is wel echt Amerikaans hoe dit filmpje is samengesteld maar ach het past bij de gehele avond.
Plots horen we van John, ik heb nu mijn nummers terug ‘And I’m going to sing every single one of them’, en dat doen ze ook, we zijn vertrokken voor een mooie nostalgische avond.
Er is volgens mij een gelijkenis met ABBA, The Beatles en CCR, ze bestonden allemaal niet echt lang maar maakten topnummers!
We vliegen erin met “Bad Moon Rising”, “Up Around the Bend”, “Green River”, “Born on the Bayou”, en een heel mooi met saxofoon meegespeelde “Rock and Roll Girls”.
Voor een hele avond leuks zijn we vertrokken: ‘How are you doing out there’ roept hij helemaal mooi naar ons toe, en er volgt een heel verhaal over zijn ‘The man & his guitar’;
Al meerdere jaren horen we dit maar het is een prachtig verhaal: zijn vrouw heeft dit voor elkaar gebracht, na meer dan 50 jaar heeft ze zijn originele versie (waar hij ooit mee op Woodstock speelde) teruggevonden, gekocht en onder de kerstboom gelegd. Als je dit verhaal hoort is het nog meer Amerikaanser dan het al kan zijn.
En dan volgt er tussen de nummers “Who’ll stop the Rain”, “Lookin’ Out My Back Door” en “Run Through the Jungle” het volgende : ‘Kennen jullie Eric, Jef en Jimmy ?’Het blijkt over Clapton, Beck, Page te gaan die goeie vrienden zijn (waren) en dezelfde gitaren gebruiken.
Fogerty heeft een volgend verhaal klaar … Celebration is meer dan gewoon vieren … Hij heeft na een scheiding, na door een hond gebeten te zijn en na het stoppen van CCR bizarre jaren gehad. Maar had John zijn vrouw niet tegengekomen 32 jaar geleden, dan was hij er al lang niet meer; die 32 jaren, het is als 32 dagen; de tijd vliegt als je plezier hebt.
“Joy of my life” was op zich een mooi ode aan zijn vrouw, erg goed gevonden, maar miste hier muzikaal nu net wat punch. We kregen dan “Fight Fire”, “It Came out of the Sky” en “Keep on Chooglin”, samen met een echte evergreen: “Have You ever seen the Rain”, kort weliswaar, maar heel herkenbaar en mooi.
Ik zag jonge dames met hun net iets te oude partners, maar nadien had ik pas door hoe heerlijk die dochters hun jong bejaarde papa’s meebrachten en genoten van die wonderschone rootsrock!
Het brengt ons tot “Fortunate Son”, alvorens we een hoteltafeltje zien op het podium met een grote fles Leffe. Zo wil hij samen met ons zijn winst op zijn eigen nummers vieren en … samen er één op drinken!
Er volgt een kleine pauze, “Proud Mary” kwam eraan, de song, zijn eigen parel, die hij meerdere malen opdroeg aan Tina Turner de laatste weken. Een mooi overtuigend eerbetoon.

Fogerty en band zijn uitermate tevreden van de Europese Tour en ze zijn nu klaar voor alweer een Amerikaans luik. Dit was vrolijke, goeie rootspop voor een vol Antwerps Sportpaleis.

Organisatie: Gracia Live

GA-20

GA-20 + Scott H. Biram - Eindelijk nog eens opwindende blues

Geschreven door

GA-20 + Scott H. Biram - Eindelijk nog eens opwindende blues

Met GA-20 en Scott H. Biram had de 4AD een gedroomde double bill beet. Twee acts met een bijzonder stevige live-reputatie die touren alsof hun leven ervan afhangt.

Bij Scott H. Biram mag je dat zelfs vrij letterlijk nemen want toen hij in 2003 na een frontale botsing met een vrachtwagen zowat verpletterd was, bevond hij zich nog geen twee maanden later al opnieuw op een podium, zij het in een rolstoel en met het infuus nog bungelend aan zijn arm. Nadat hij in 2006 zijn Belgisch debuut maakte in de Brusselse Beursschouwburg was hij een jaar later al eens te gast in de 4AD, toen in het voorprogramma van de Black Diamond Heavies.
Op die memorabele avond moest hij bij aanvang van zijn optreden het publiek nog vragen om wat dichterbij te komen. Die vraag hoefde hij dit keer alvast niet meer te stellen want intussen heeft hij een trouwe schare volgelingen die aan zijn lippen hangt.
Omringd door een resem versterkers wist The Dirty Old One Man Band, zoals de 49-jarige Scott H. Biram uit Austin, Texas zich wel eens laat noemen, een stevige en erg gruizige sound te creëren. Rammend op aftandse gitaren en af en toe briesend op de mondharmonica verkende hij het schemergebied tussen country, blues en hillbilly terwijl hij ook één keer het tempo flink de hoogte injoeg voor een dartelend bluegrassnummer. 
Zijn verwrongen songs met eigenwijze, duistere verhalen zingt hij met een akelig krassende stem. Daarbij geeft een nimmer aflatende stampende linkervoet de kadans aan op een stompbox.
Een paar keer bracht hij ook hulde aan zijn oude helden met covers van Mississippi Fred McDowell en Lightnin' Hopkins. De eerste bracht hij met een heerlijke bottleneck gitaar terwijl die van Lightnin' Hopkins, die hij trouwens vereeuwigd heeft met een tattoo op de arm, een rudimentaire uitvoering kreeg op een krakkemikkige heavy metal gitaar.
Het mooiste nummer vond ik het nieuwe "No man's land" waarin hij terugblikt op zijn jeugd en dat wellicht zal prijken op zijn, dit najaar te verschijnen, nieuwe plaat. Een intense set werd afgesloten met een begeesterende ZZ Top interpretatie. Dit was een halte in zijn 27ste (!) Europese tour en het einde lijkt nog lang niet in zicht.

Matthew Stubbs was dertien jaar lang gitarist bij blues harmonica veteraan Charlie Musselwhite totdat die laatste besloot om te gaan touren met Ben Harper en Stubbs een jaar op non-actief werd gezet. Om toch aan een inkomen te geraken besloot hij een groep te beginnen met zijn oude vriend Pat Faherty en GA-20, genoemd naar een Gibson gitaarversterker uit de jaren '50, werd geboren.
Na wat puzzelen volgde al snel de definitieve  bezetting met drummer Tim Carman. In die beginperiode grepen ze elke kans om ergens op te treden met beide handen aan en speelden zo telkens voor een publiek dat er geen flauw benul van had dat het blues hoorde want bluesclubs waren er blijkbaar niet in thuisstad Boston.
Toen hij na ieder optreden telkens moest uitleggen welke muziek ze speelden, bedacht Stubbs de slogan "If you don't like the blues you're listening to the wrong shit", die zelfs op een t-shirt werd gedrukt. Die t-shirt is intussen al lang uitverkocht maar die harde periode zal hen ongetwijfeld gesterkt hebben in hun idee hoe ze de blues moeten brengen. En die blues staat mijlenver van de Joe Bonamassa's van deze wereld, gelukkig maar.
De mannen van GA-20 openden hun set met het rauwe en wervelende "No no", dat voorlopig op geen enkel album verscheen en alleen als digitale single verkrijgbaar is. Daarna zakte het tempo flink voor "Just because", een cover van de, een paar jaar geleden, overleden Lloyd Price die meer gekend is van zijn hits "Personality" en "Lawdy miss clawdy".
De twee gitaristen, die elk om beurt op het voorplan traden, zorgden voor een magische wisselwerking. Links de statische Matthew Stubbs die zijn gitaar lekker vettig liet scheuren en net iets traditioneler klonk dan de man links. Pat Faherty, helemaal in het zwart en met een zonnebril onder de wilde krullenbol, etaleerde op zijn twee vintage gitaren, waaronder een zeldzame Stratotone Newport, een meer afgemeten en wat punkier stijl die soms aardig in de buurt van Wilko Johnson kwam. Daarnaast is hij met zijn schrille, door merg en been dringende stem een fascinerende zanger en een attractieve performer. Zo stuiterde hij af en toe als een springveer over het podium. Tijdens de apotheose sprong hij zelfs het publiek in om al gitaarspelend even door de knieën te gaan tot groot jolijt van enkele vrouwelijke fans. Daarna vertrok hij solerend door de zaal en zowaar naar buiten maar dat was zonder de geluiddichte deuren van de 4AD gerekend die het signaal tussen gitaar en versterker doorknipten.
Twee gitaristen en een drummer (Tim Carman die voorheen als sessiemuzikant en drumleraar aan de bak kwam deed het trouwens uitstekend), dat was ook de bezetting van Hound Dog Taylor (and The HouseRockers) één van hun grote voorbeelden. In 2021 maakten ze zelfs een tributeplaat voor hem, ‘Try it... you might like it!’waaruit we drie nummers hoorden. Het explosieve "Give me back my wig", het gruizig doordenderende "She's gone" en de ultieme  Hound Dog Taylor song "Let's get funky", vier en een halve minuut scheurend gitaargeweld met wat opzwepende kreten en de intensiteit van de Ramones.
Een andere opmerkelijke cover was "I don't mind" van James Brown, waarmee GA-20 nog maar eens bewees zoveel meer te zijn dan een doorsnee bluesband.
Maar ook met eigen nummers zoals "Fairweather friend", een melodieuze garage rocksong die van The Black Keys had kunnen zijn of het behoorlijk swampy klinkende "Dry run" kleuren ze buiten de lijntjes.
Bovendien blijft de groep voortdurend zoekende. Zo is Pat Faherty momenteel volop R.L. Burnside aan het ontdekken wat hier in het solo gebrachte "Come on in" resulteerde.

Dit was opnieuw een adembenemende set van een groep die ik reeds voor de vierde keer zag. De beste keer ook waarmee ik niet wil zeggen dat de vorige optredens minder waren. Maar dit was de eerste keer dat ik ze zag in een kleine club en dat bleek nog maar eens de meest geschikte plaats om live muziek te consumeren.

Organisatie: 4AD, Diksmuide

Peter Gabriel

Peter Gabriel - i/o Tour - Nog steeds creatief, eigenzinnig en absoluut i.o.

Geschreven door

Peter Gabriel - i/o Tour - Nog steeds creatief, eigenzinnig en absoluut i.o.

Aan een flinke dosis creativiteit heeft de bij pers en publiek gewaardeerde Britse artiest Peter Gabriel,  nooit een gebrek gehad. Evenmin aan durf en diversiteit. Terwijl hij zich als ex-frontman van de progformatie Genesis van de andere bands binnen het genre onderscheidde door heel wat theatrale elementen (zoals make-up, maskers en kostuums) aan de concerten toe te voegen, paste hij dit na zijn plotse vertrek, ook op zijn solowerk toe en nam het eclecticisme qua geluid en stijlen almaar toe. Via het album ‘So’ (1986) dat miljoenen keer over de toonbank ging, werd hij zelfs een echte wereldster mede gegangmaakt door innovatieve en vooruitstrevende videoclips (zie o.a. “Sledgehammer”) die het tijdens het toenmalige MTV-tijdperk uiterst goed deden. Ook componeerde hij enkele soundtracks en was hij één van de eerste Europese pop- en rockartiesten waarbij wereldmuziek steeds nadrukkelijker een symbiotische relatie met zijn eigen westerse werkstukken aanging.  

Maar even hoog als het inventieve, karakteriseert Gabriel zich ook als een bijzonder eigenzinnig artiest. Hij liet al meermaals optekenen dat hij zelf wil beslissen wat, hoe en wanneer hij iets wenst te doen zonder daarbij enige compromissen te hoeven sluiten. Via de oprichting van ‘Real World’, een eigen platenlabel waarbij hij wereldmuzikanten zoals bv. Nusrat Fateh Ali Khan, Geoffrey Oryema of Papa Wemba een platform tot grote(re) naambekendheid aanbood en het inrichten van een bijhorende studio, kon hij zich deze vorm van vrijheid nog meer als voorheen toe-eigenen. Het heeft hem qua carrière heel ver gebracht maar zijn attitude leverde ook maar al te vaak bepaalde frustraties en onbegrip op. Niet enkel bij collega’s en medemuzikanten, maar ook bij de fans.
Zo is het ruim negen jaar geleden dat hij nog in een België een concert gaf. Van september 2003 om precies te zijn toen hij in Vorst Nationaal optrad. En het laatste officiële album dat Gabriel uitbracht, ‘Up’, dateert ook reeds van 2002. Hierna volgden ‘louter’ een compilatiealbum (‘Hit’), enkele live-registraties,  liet hij nummers door anderen coveren (‘Scratch My Back’) en bracht hij bestaand werk in orkestrale versies uit (‘New Blood’).  
Eind dit jaar zou er eindelijk wel een nieuw album, ‘i/o’ (als de werktitel ook de eindtitel wordt tenminste, met Gabriel weet men nooit), het levenslicht zien. In aanloop hier naartoe brengt hij momenteel elke maand bij volle maan een nieuw nummer uit, telkens voorzien van een Bright-Side mix en een Dark-Side mix. Ook vond Gabriel tot grote tevredenheid van zijn fans, daarbij het moment passend om er alsnog een gelijknamige tour aan te verbinden. Deze bracht Gabriel afgelopen dinsdag ook naar het Antwerpse Sportpaleis.

Op de huidige ‘i/o-tour’ laat Gabriel zich opnieuw omringen door ‘oude’ getrouwen Tony Levin (bas), David Rhodes (gitaar) en Manu Katché (drums), alsook met enkele nieuwe leden zoals Josh Shpak (blaasinstrumenten), Don E (keyboards) en Ayanna Witter-Johnson (zang en cello). Deze fungeerden ook in Antwerpen (nog) steeds als een omkadering vol precisie en regelmaat. Maar ook de intussen 73-jarige Gabriel gaf blijk nog niks van de pluimen die hem als artiest steeds deden schitteren, verloren te hebben. Zijn afwezige haardos even buiten beschouwing gelaten.
Ook zijn voormelde inventiviteit en creativiteit waren meegereisd. Net als zijn eigengereidheid. Zo zou de helft van de set bestaan uit nummers uit het nog te verschijnen album. Een album dat zelfs nog niet vooraf besteld kan worden en waarvan slechts 6 nummers tot dusver bekend zijn. Als beproeving van het publiek kan dit tellen natuurlijk. Ook is het zo dat waar het gros van de artiesten in het Sportpaleis hun set zouden starten met een knaller van formaat om van bij aanvang de adrenaline doorheen de muzikale aderen van het publiek te laten stromen, Gabriel omhuld in nagenoeg complete duisternis, rustig het podium kwam opgestapt om verpakt in droge humor en enige zelfspot, verhalend uit te weiden over het ontstaan van de Aarde, de opkomst van dinosauriërs (om in één link en kwinkslag aandacht te vragen voor zijn jarige compagnon de route, Tony Levin) en het aanwenden van avatars in de muziekwereld. Al even sober zette hij samen met Levin, als rond een nachtelijk kampvuur onder spaarzaam licht en de afbeelding van een volle maan (opnieuw die verwijzing) gezeten, “Washing of the Water” (‘Us’) in waarna de overige bandleden hen kwamen vergezellen. Op dezelfde akoestische leest was “Growing Up” (‘Up’) geschoeid.
Daarna was het tijd om enkele nieuwe nummers op het publiek los te laten, steeds ingeleid door wat achtergrondinfo of toelichting bij de bron van ideeën. Zoals de AI technologie bij de eerste single van het nieuwe album, “Panopticom”. Door de wisselwerking tussen de gitaar van Rhodes en de bas van Levin neigde dit heel erg naar progrock. Het donkere, dreigende “Four Kinds Of Horses” mede door elektronica en strijkers, kronkelde als een slang behoedzaam maar gericht richting onze oren. Ook via de toevoeging van trompet bespeeld door Shpak, toonde Gabriel aan om na vier decennia nog steeds een meester te zijn in het verbinden van moderne en klassieke klanken. Dit was ook zo bij het meezingbare “i/o” (input/output), alwaar de trompet sfeerbepalend was.
Bij “Digging In The Dirt” (‘US’) mochten de registers de eerste keer opengetrokken worden. Door (opnieuw) een overstuurde trompet en enkele stevige gitaar- en baspartijen, neigde dit op bepaalde ogenblikken zelfs naar free jazz.   
Het melancholische “Playing For Time” met Levin op de Chapman Stick, stond tien jaar geleden bij de vorige Belgische passage reeds op de setlist maar bereikte pas nu door een tekstuele invulling, een definitieve status en zal aldus ook op het nieuwe album verschijnen. Al even nieuw waren “Olive Tree” (goed maar niet beklijvend)  en “This Is Home” met een mooie bluesy ondertoon.
Het eerste luik  van de set bereikte haar apotheose met een puntige versie van de crowdpleaser “Sledgehammer”, het eerste van vijf vertolkte songs uit ‘So’. Daarbij maakten de gesynchroniseerde bewegingen van Gabriel het geheel des te meer aanstekelijker en kon er opnieuw genoten worden van de bijzonder fraaie baspartij van Levin.
Na een ruime pauze bleken er enkele reusachtige panelen als een scherm tussen de band en het publiek opgesteld te zijn. Daarvan maakte Gabriel gebruik om tijdens “Darkness” (‘Up’) een schaduwspel op te voeren en tijdens het nieuwe, innemende “Love Can Heal” hierop met een soort spuitbus rode kleuren aan te brengen. Eveneens terug te vinden op het nog te verschijnen album ‘i/o’, kwam vervolgens het funky “Road To Joy” (gebaseerd op het locked-in-syndroom) aan bod dat door de inbreng van de gitaarsynthesizer van Don E, heel sterk aanleunde bij de jaren ’80.
Tevens uit de jaren ’80 was de instant klassieker “Don’t Give Up” die vanaf de eerste basaanslagen van Levin, meteen op heel wat herkenning en applaus mocht rekenen. En terecht, want hoewel de studioversie van dit duet met de onnavolgbare stem van Kate Bush uitgevoerd wordt, kweet Ayanna Wither-Johnson zich uitstekend van haar taak als vervanger van dienst. Daarbij gaf zij het nummer een extra soulinjectie die in deze helemaal niet misstond. Ook niet toen er als extraatje een uptempo slot aan toegevoegd werd.   

Wat in de tweede set volgde, was een afwisseling tussen nogmaals nummers uit het nieuwe, nog te verschijnen album en enkele classics. Tot de eerste categorie behoorden “The Court”, het bijna filmische “And Still” (ter nagedachtenis van Gabriel’s overleden moeder en waarbij integriteit centraal stond mede door inbreng van klassieke elementen zoals hoorn, cello en piano) en “Live And Let Live” dat gedragen door subtiele elektronica, uitmondde in een gospelsong. Reden om rechtop te veren was er dan weer bij nummers als “Red Rain” (‘So’) (dat door een erg strakke uitvoering toch wel wat subtiliteit van het origineel wegkaapte); het funky en dansbare “Big Time” (‘So’) en het onvermijdelijke “Solsbury Hill” (‘Peter Gabriel / 1’) dat door zowat de hele zaal luidkeels meegezongen werd.
“Solsbury Hill” verhief zich opnieuw als een van de absolute hoogtepunten van de avond maar werd naar onze mening nog net overtroffen door de eerste toegift, het ruim tien minuten durende “In Your Eyes” (‘So’), een vocale mede-hoofdrol voor Wither-Johnson incluis.
Ook de afsluiter, “Biko” (‘Peter Gabriel / 3’) was opnieuw van uitstekende makelij. Geïnspireerd door het overlijden van de Zuid-Afrikaanse anti-apartheidsactivist Steve Biko, die op 12 september 1977 overleed aan zijn verwondingen nadat politieagenten hem na zijn arrestatie zwaar en herhaaldelijk mishandelden. 43 jaar na releasedatum geldt dit nog steeds als een van de meest imponerende protestsongs en groeide dit uit tot één van de populairste songs van Gabriel, zelf een uitgesproken mensenrechtenactivist. De projectie van een reusachtige foto van Biko in combinatie met de rake drumslagen van Manu Katché die finaal en sologewijs a.h.w. het stoppen van het kloppen van een hart symboliseerden, waren impressionant.  

Tijdens deze i/o-tour kiest Gabriel niet voor de gemakkelijkste weg. Hij hult zich niet in nostalgie en herleidt de show niet tot een greatest hits. Integendeel, Gabriel blijft meer voor- dan achteruit kijken, zowel tekstueel als muzikaal, en etaleert dit door de helft van de setlist in te vullen met nummers die pas enkele maanden of zelfs weken op de wereld losgelaten werden dan wel waarvan de studioversie zelfs nog een goed bewaard geheim uitmaakt. Op die manier bleef het Sportpaleis jammer genoeg verstoken van prachtige liedjes zoals “Shock The Monkey”; "Games Without Frontiers”; “Lay Your Hands On Me”; “Mercy Street” of het opzwepende “Steam”. Niet alle nieuwe werk kon hiermee wedijveren maar daar tegenover staat dat Gabriel afgelopen dinsdag nog steeds goed bij stem was, zijn begeleidingsgroep de hele avond fantastisch en vakkundig musiceerde (en dit beloond zag met een herhaaldelijke en ruime appreciatie en dankbetuiging van Gabriel zelf) en ook de aangewende visuals van o.m. Maarten Baas, Cornelia Parker en Robert Lepage, er telkens toe deden zonder te vervallen in bombast. Door het theatrale met het muzikale te verweven, maakte Gabriel hiermee de cirkel rond.
Wat ons betreft, mag deze i/o (input/output) tour dan ook helemaal i.o. (in orde) genoemd worden.

Setlist
Set 1: Washing Of The Water / Growing Up / Panopticom / Four Kinds Of Horses / i/o / Digging In The Dirt / Playing For Time / Olive Tree / This Is Home / Sledgehammer
Set 2: Darkness / Love Can Heal / Road To Joy / Don't Give Up / The Court / Red Rain / And Still / Big Time / Live And Let Live / Solsbury Hill /
Encore 1: In Your Eyes
Encore 2 : Biko

Organisatie : Live Nation

Various Artists

Walhalla New Beat - A Compilation Of New’er Beat Tracks

Geschreven door

New beat werd indertijd door heel wat serieuze muziekliefhebbers verguisd – omdat er onder die noemer ook heel wat troep is gemaakt – maar vandaag kijken we met een andere bril naar die tijd en beschouwen we new beat al eens als het scharnier tussen new wave en techno en dance. Dat zie je onder meer aan de prijzen die vandaag betaald worden voor origineel new beat-vinyl. Er zijn ook een reeks nieuwe artiesten die zich toeleggen op het genre en die soms heel hard hun best doen om net zo te klinken als de acts van toen, door zich te beperken tot de apparatuur die toen beschikbaar was.

Walhalla Records telde alles bij elkaar op en komt met een verzamelaar (op vinyl) met een mix van artiesten van toen en nieuwkomers in het genre. En daar staan enkele leuke muzikale verrassingen tussen.

Walhalla Records weet hoe je een verzamelalbum interessant kan maken, getuige hun Underground Wave-reeks en andere verzamelaars met soms obscure new wave. Ergens verwachtte ik dan ook op deze verzamelaar een paar nog nooit eerder uitgebrachte of onbekende new beat-tracks of remixen te vinden uit de originele periode. Dat kan en mag uiteraard nog altijd.
De artiesten die er toen al bij waren zijn Sherman Productions (Herman Gillis, ook van Poésie Noire), Olivier Abbeloos (Jarvic 7, T99), NB DJ Tom (Tom Simoen van Natural Born DJ’s) en Schicksal (die al een album uitbracht via Walhalla). De nieuwe artiesten, die pas later new beat zijn beginnen maken, zijn  Pakrac, Q’PnZ, Belgica Erotica, Me And My Desire en The Logic Society.

Het zijn de anciens die muzikaal de grenzen van het genre oprekken, omdat zij net wel de nieuwe technologische mogelijkheden omarmen. Bij “No Name” van Olivier Abbeloos moet je niet veel moeite doen om in de beats een referentie te horen naar “Coïtus Interruptus” van Fad Gadget, maar dan in een 2023-jasje. Sherman Productions gaat op “Moeratov Cocktail” nog veel breder dan wat new beat ooit geweest is, maar wat een f*cking vette track is dit! “Perfect Low Beat” leunt dan weer een beetje dichter aan bij de originele sound, maar toch in een update naar vandaag. Hetzelfde geldt voor “Spectrum” van Schicksal waar new beat en EBM elkaar vinden. Mooi hoe de ritmes het van elkaar overnemen. Dit blijft nog heel dicht bij de originele sound en toch in een hedendaags jasje.
Q’PnZ en Belgica Erotica gaan als nieuwkomers naar de bron en blijven dicht bij de originelen, met vaak monotone beats. Belgica Erotica gooit er op “Enter The Darkroom” nog wat gesampelde erotische one-liners bij, wat kenmerkend was voor een aantal new beat-acts. Eén van zijn betere tracks overigens.
Ook de nummers van Me And My Desire en The Logic Society zouden het uitstekend gedaan hebben in de toenmalige new beat-discotheken. Pakrac is van de nieuwkomers de enige die een beetje buiten de lijntjes kleurt. Vormelijk klopt het plaatje, maar de sound is misschien niet die je meteen met new beat associeert.

Samensteller Lieven De Ridder verdient applaus voor het lef om dit te  doen en krijgt nog een extra pluim voor de keuzes die hij daarbij gemaakt heeft. De rehabilitatie van de new beat is ingezet en zelfs als dat niet het geval is, hopen we dat zijn Walhalla Records hier een lange reeks van maakt.  

Dance/Elektro
Walhalla New Beat - A Compilation Of New’er Beat Tracks
Various Artists

The Sonic Redemption

Cities Of The Black Sun -single-

Geschreven door

Dominique (Do) De Vos is van het soort dat moeite heeft om stil te zitten. Hij zit/zit onder meer in Motorcity Angels, Southern Voodoo, Buzzkill Baby, Satellite Sam, BadBart, Southern Heat en Marquido, maar we zijn er vast nog wel een paar vergeten in dit rijtje. Zijn nieuwe bandproject met The Sonic Redemption en de eerste Spotify-single klinkt supervet.
“Cities Of The Black Sun” bevat echo’s van Southern Voodoo en Motorcity Angels en dat maakt ons meteen blij. Smerige hardrock, Motörhead meets garage- en desertrock, coole macho-riffs die alleen wijdbeens kunnen gespeeld worden, meteen meezingbaar en catchy. What’s not to like? The Hives meets Monster Magnet meets The Dirty Denims.
Er komt een EP aan met nog meer van hetzelfde en dat is alvast iets waar wij naar uitkijken. De single vind je op Spotify.

The Pale Kokonuts

The Pale Kokonuts

Geschreven door

The Pale Kokonuts komen uit Wezeren (Landen) en brengen volgens hun Vi.be-pagina een mix van garagerock, pop en fusion, waarbij ze de mosterd halen bij White Denim, Ty Segall, Wand, The Raconteurs en Wilco. Dat klopt allemaal als we hun album beluisteren. In een wereld waarin alles al eens eerder gedaan is, weten The Pale Kokonuts ons nog te verrassen.
Het album werd geproduceerd door Alessio di Turi, de drummer van The Sore Losers. Albumopener “He’s The Man” is funky rock met naar het einde toe een gitaarsolo die van The War On Drugs zou kunnen zijn. “People From” start met een Wilco-vibe en wisselt die af met een paar Frank Zappa-momentjes om uit te komen bij het freewheelen van King Gizzard. “Jonnie” lijkt een mash up van The Electric Six en Brian Jonestown Massacre, maar misschien ook niet de hele tijd. De intro van “Back In White” speelt wat met die van AC/DC’s “Back In Black” maar gaat voorbij de intro helemaal zijn eigen weg, richting David Bowie in zijn Ziggy Stardust-periode.
Dat op het verkeerde been zetten gaat op voor het hele album: The Pale Kokonuts pikken zoete kersen uit de kersenboom van de hele muziekgeschiedenis en maken er hun eigen confituur mee, en geen twee potten smaken hetzelfde.
Het is intrigerend, swingend, catchy en vooral vrolijk-met-weerhaakjes.

Andries Boone

C.O.N.V.E.R.S.A.T.I.O.N.S

Geschreven door

Andries Boone heeft al aan verschillende projecten meegewerkt, als bandlid of gast. We denken aan Lenny & De Wespen, Little Kim, Guy Swinnen, Tom Helsen, Ballroomquartet en zelfs metalband Oceans Of Sadness (van Tijs Vanneste). Hij moet zowat de Peter Buck (van REM) van Vlaanderen zijn: als er een mandoline nodig is, is hij je man.

Met ‘C.O.N.V.E.R.S.A.T.I.O.N.S’ brengt Andries Boone zijn derde soloalbum uit. Het nieuwe album is het sluitstuk van een trilogie waarin de akoestische mandoline centraal staat, na ‘C.O.L.O.R.S’ uit 2019 en ‘T.I.M.E.L.A.P.S.E’ uit 2021. Op ‘C.O.N.V.E.R.S.A.T.I.O.N.S’ treedt de akoestische mandoline op dit derde album in dialoog met de elektrische mandoline. Boone levert zijn meest progressieve en filmische folkalbum tot nog toe af, gekruid met viool, accordeon, bass-synthesizer, doedelzak, drums en draailier.
Voor het progressieve aspect haalde Boone de mosterd bij grootmeester Mike Oldfield en diens album ‘Discovery’ en Pink Floyds ‘Wish You Were Here’.  
“White Smoke” zou je grofweg kunnen bestempelen als de instrumentale mandoline-versie van “To France”, de grootste hit van ‘Discovery’, maar daarmee doen we deze compositie te weinig eer aan. Boone steekt niet onder stoelen of banken waar hij de inspiratie haalde, maar doet er zijn heel eigen ding mee.
Zo zijn er wel meer nummers op dit album. Opener “Catharsis” is een huwelijk tussen Pink Floyd en Georges Delerue (of Francis Lai): progressief en filmisch tegelijk. Zonder vocalen en altijd je aandacht opeisend als luisteraar. Dat is een kunde en inventiviteit die we in Vlaanderen al lang niet meer op die manier gehoord hebben. Vooral het filmische karakter van sommige songs intrigeert mij, en als liefhebber van Ennio Morricone word ik met dit album op mijn wenken bediend.
De veldopnames van de Naskapi-indianen doen mij met heimwee terugdenken aan de opnames en concerten van John Trudell. Het zijn de enige vocalen op dit album, hoewel we met die albumtitel daar toch iets anders verwacht hadden. De gastmuzikanten zijn heel raak gekozen en de opname-technisch benadert dit de perfectie.
De basis van dit album blijft folk, maar dit album is zoveel meer. Dit is zowat het maximale dat je uit de mandoline kan halen. Met de ambitie om prog en cinematografische muziek te koppelen aan mandoline heeft Andries Boone de lat bijzonder hoog gelegd. Door zich ook nog eens te spiegelen aan de grootsten in het genre, geeft hij die ambitie nog meer allure. Dat hij dan zo vlot over de lat gaat, verdient een gouden medaille.  

Folk/Blues
C.O.N.V.E.R.S.A.T.I.O.N.S
Andries Boone

Augustijn

Vier

Geschreven door

Augustijn is daar met ‘Vier’. Zijn vierde solo-album en de albumtitel vertaal je vanuit het West-Vlaams als ‘vuur’. Een taalspelletje dat zijn vader ook al speelde voor diens vierde album. De appel en de boom.
Eerder hebben we Augustijn hier altijd aan de man proberen brengen als de West-Vlaamse versie van Elbow. Op ‘Vier’ stappen we daar voor het eerst van af, met wat tegenzin. Augustijn dan als de reïncarnatie van de (gelukkig) nog niet overleden Lieven Tavernier? Niet zo’n gekke vergelijking: beiden kunnen heel raak kleine situaties schetsen die je – als je dat wil – kan uitvergroten naar de hele maatschappij. Zonder grote woorden, maar met een lach en een traan kunnen beiden ons al eens een spiegel voorhouden. Eenvoud is nog iets dat hen verbindt. Ze zingen allebei ‘klein’, misschien vooral uit noodzaak, en hebben niet veel meer nodig dan een makkelijk-meelopende melodie.
“Upgepast” drijft op een wat grofkorrelige, licht-rockende elektrische gitaar en gaat grofweg over onze gezamenlijke angstpsychose die ons aangepraat wordt door de media en misschien ook door bezorgde ouders, en die een hoogtepunt bereikte in de coronaperiode. “Chanteur” begint als een Poetin-update van “Welterusten Mijnheer De President” van Boudewijn De Groot, maar neemt dan een bocht naar zelfreflectie. Augustijn die zichzelf als ‘maar’ een zanger beschouwt? Is dat niet teveel West-Vlaamse bescheidenheid?
“Vrede” combineert parlando met een doffe beat en zachte pianotoetsen die met zijn melancholie en aangevuld met vrouwelijke vocalen vaag wat doet denken aan een clubjazz-versie van “Iedereen Doet (Wat Ie Moet)” van one hit Belpop-wonder Waterlanders. “Ego” is één van de weinige songs op ‘Vier’ dat toch een beetje een zachte Elbow-toets heeft. Een knappe productie, muzikaal dan. In de tekst zien we de mens niet altijd van zijn mooiste kant.
“Steenkerke” rolt over een mooie, zuinige baslijn naar een melancholische melodie. Dit had een song van Het Zesde Metaal kunnen zijn, maar is tegelijk op-en-top Augustijn. “Bucketlist” is misschien wel de meest ingetogen, eenvoudigste song van het album. Muzikaal breekbaar en met een reeks ontwapende, liefdevolle bekentenissen in de lyrics. “Nie Van Hier” heeft een lichte dreiging in de intro en een vervormde stem in het refrein. Met een funky gitaartje erbij zou dit een nummer van Flip Kowlier kunnen zijn, maar Kowlier zou misschien niet hetzelfde onderwerp aanpakken. Allemaal sterke songs waar weinig op af te dingen valt.
Het bijna gefluisterde gezongen “Gie En Ik” gaat over een onbeantwoorde jeugdliefde en twijfelt muzikaal tussen melancholie en vrolijkheid. “Slapen” begint in de lyrics als een West-Vlaamse versie van “Een Nacht Alleen” van Doe Maar, maar gaat dan een andere richting uit.

We hebben het dus toch niet kunnen laten om voor bijna elke song naar andere artiesten te refereren. Onthou misschien vooral dat Augustijn op deze ‘Vier’ vooral zijn eigen ding doet en dat het die andere artiesten zijn die soms in zijn buurt komen. Op Planeet Augustijn klinken de muziekjes olsan fijn.

Enzo Kreft

Shelter

Geschreven door

Enzo Kreft maakt reeds synthwave sinds de jaren ’80. De onderwerpen uit die periode zijn vandaag opnieuw actueel: een kerndreiging uit Rusland, oorlog aan de grenzen van Europa, klimaatproblemen, vluchtelingen, inflatie, … Het enige verschil is dat we vandaag geen gigantische werkloosheid kennen, maar dat zit er misschien nog aan te komen. Alles komt dus terug en op het nieuwe album ‘Shelter’ geldt dat zowel voor de onderwerpen als de muziek.
Enzo Kreft is op muzikaal gebied een complete Einzelgänger. Net als op zijn vorige albums ‘Control’ en ‘Different World’ speelde en zong hij alles zelf in en deed ook nog eens de productie, de mix en het artwork. Voor één song heeft hij een quote geleend, maar voor de rest moest hij met niemand compromissen sluiten. Er is in het drieluik met ‘Control’ en ‘Different World’ iets nieuw in de sound van Enzo Kreft. Mogelijk is het een sample of een vervormde synth, maar op een paar nummers lijken we gitaar te horen.  Leuk!
Enzo Kreft grossiert op ‘Shelter’ opnieuw in catchy synth- en coldwave, met soms hints van EBM (de harde beats op “No To These Atrocities”) en new beat (op “Blood Diamonds”). Je zou referenties kunnen opnoemen van artiesten of bands die in de buurt komen, maar dit project gaat al zo lang zijn eigen weg dat niemand nog echt in de buurt komt. Het is best dansbaar, maar tegelijk ook donker, koud en vervreemdend.
In de onderkoelde, monotone lyrics gaat het over de invasie van Oekraïne (“Standing On The Soil Of Another” en “War Winter”), de Russische atoomdreiging (“Duck And Cover”), oorlog in het algemeen (“No To These Atrocities” en het uit één lyric-zin bestaande “The Power To Turn The Tide”), uitbuiting (“Blood Diamonds”) en vluchtelingen (“A Refugee Song” en “On The Run Looking For Shelter”). “Duck And Cover” drijft op een luchtige melodie en “Blood Diamonds” klinkt zelfs wat vrolijk, als tegengewicht voor de zware thema’s die bezongen worden. De spoken word van “War Winter” is gedurfd, maar werkt als confrontatie. “There Is No Tomorrow” is misschien wel de synthwave-vertaling van “De Bom” van Doe Maar.
De tracks die er wat bovenuit steken zijn voor mij “There Is No Tomorrow”, “Duck And Cover” en “100 Seconds To Midnight”.
‘Shelter’ is de perfecte soundtrack voor 2023.

Elektro/Dance
Shelter
Enzo Kreft

Exoto

Final Festering

Geschreven door

De Belgische oldschool deathmetalband Exoto brengt nog een laatste album uit voor de band helemaal opgedoekt wordt. Op ‘Final Festering’ horen we nochtans een band die nog helemaal niet uitgezongen/uitgespeeld is.
Exoto’s death metal is agressief, snel en technisch. Dat was zo in de begindagen en dat was zo toen in 2019 ‘Absolution In Death’ uitkwam, het eerste nieuwe studiomateriaal sinds de reünie. Aanhoudende nek-klachten bij zanger Chris zorgen ervoor dat dit het afscheidsalbum is, want repeteren en optreden lukt niet meer zoals het zou moeten. Oudgediende Phil Beans werd nog aan boord gehesen voor de opnames van deze laatste etterbuil van Exoto.
‘Final Festering’ is een ferme pets om je oren. Het is opnieuw strak, snel en technisch. Inzake techniciteit zijn er inmiddels genoeg  bands die nog meer noten in één seconde kunnen duwen, maar bij Exoto gaat techniciteit niet ten koste van agressie en ritme. Producer Yarne Heylen (Carnation) heeft puik werk geleverd met een heel heldere mix waarin elk instrument een duidelijk afgebakende eigen plaats krijgt en waarin het geheel heel bruut en solide klinkt. De intro’s, de solo’s, de riffs, de lyrics, … alles zit gewoon heel goed op dit album. Het knispert en het knalt in elke track.
Zanger Chris krijgt niet enkel punten voor zijn stemtechniek en volharding, maar ook als songschrijver. In deathmetal lijken heel wat lyrics een copy-paste of een herverpakking van alles wat al eerder bijeen geschreven is, maar deze Exoto-lyrics klinken authentiek en doorleefd. Over pijn en verlies (“Intertwined Souls”, “Mountains Of Pain”), over het katholieke geloof (o.m. “Zombie Zero” en “Crusade Of Deceit”), over apocalyptische toekomstvisies (“Postnatal Abortion”, “Final Festering”), …
De gitaren gaan soms agressief tegen elkaar op en vullen elkaar twee tellen later weer aan. Drummer Sepp Coeck levert op elke track het degelijke fundament: strak en stevig en – net als de bas -gevarieerd en met niet teveel overbodige details.

Een bijzonder sterk album om de Exoto-geschiedenis mee af te sluiten.
https://www.youtube.com/watch?v=mE8wPKEDxzU

Der Klinke

Facing Fate

Geschreven door

Sommige dingen nemen een speciale plaats in je geheugen of hart. Neem bijvoorbeeld Der Klinke. Ik was juist begonnen met schrijven en ik kreeg de aanbieding om Der Klinke te gaan interviewen, in hun repetitieruimte in Oostende, naar aanleiding van hun plaat ‘The Gathering of Hopes’. Als beginneling werd ik daar warm onthaald en maakte ik kennis met een band die ik op muzikaal vlak juist had ontdekt. Dat zijn van die dingen die je je hele leven bijblijven. Soms werd indertijd wat meewarig over de band gedaan maar ze deden gewoon verder op hun manier en tempo. En kijk: sedert enkele jaren worden ze nu juist geprezen voor hun eigenheid en omdat ze moeilijk in een hokje te plaatsen zijn. Hoe het kan verkeren.
Sedert juni werd ‘Facing Fate’ op de wereld losgelaten. Wanneer je de vinyl of cd in de hand neemt dan merk je meteen het professioneel ogende artwork op ( www.tikkels.be).
De vinyl bevat 8 tracks en op de cd versie staat als bonus de John Wolf-remix van “Who to Deny”. Die versie is ook terug te vinden op de gelijknamige single.
Er wordt meteen sterk geopend met “Dark Night March”. Een goed opgebouwd nummer met mooie synths en heerlijk baswerk. Vooral die warme en kabbelende bas doet de song leven. “The Shallow Shadow” (produced by John Wolf) was al gekend als single en bevat alle ingrediënten die we van Der Klinke mogen verwachten: dansbaar, een gothic aandoende bas, wave gitaren en synths. De mix van de vocals vind ik ook goed gelukt.
Op “Dancing Liberty” krijgen we terug een vintage Der Klinke te horen. Een nummer dat het op de wave-dansvloer goed zou kunnen doen. “Closing in” is iets donkerder dan de vorige twee tracks: fijn gitaarspel, synths en met guestvocals van Martin Bowes (Attrition). De man die ook ditmaal de mastering van het album heeft gedaan. “You’re Looking Good in an Elevator” is uptempo en catchy. Kortom een serieuze single-kandidaat. Een nummer waar Pat Pattyn (was drummer bij Nacht Und Nebel en momenteel nog steeds bij The Bollocks Brothers) aan de tekst meeschreef.
Ook op “All The Right Wrongs” passeert er een gast muzikant. Filip Heylens (o.a. zanger bij Wegsfeer) verzorgt hier de vocals en doet dat heel goed. Zijn stem past heel goed bij de eerder donkere sound. Ook heeft het refrein een catchy hook. “Absolutely Nothing” is een prima albumtrack. De “Who To Deny”-track zal bij de fans wel al goed gekend zijn en behoeft buiten wat complimenten nog weinig commentaar.
Hoeveel bands sluiten af met het titelnummer? Je kan ze op één hand tellen denk ik. Dat gezegd zijnde is “Facing Fate” wel een mooi opgebouwd episch nummer geworden. Een bas gedreven intro waar de andere instrumenten langzaam komen binnen gewandeld. Denk qua opbouw een beetje aan “Desintegration” van The Cure. Een toppertje waarmee een sterke plaat wordt afgesloten.
Het is een album dat mooi oogt en klinkt! 

Darkwave/electro
Facing Fate
Der Klinke

 

Alvvays

Alvvays - Een eerst keer in Brussel en meteen een voltreffer

Geschreven door

Alvvays - Een eerst keer in Brussel en meteen een voltreffer

Met één van de beste platen van 2022 onder de arm, zakte het Canadese Alvvays met ‘Blue Rev’ af naar Brussel voor een van de meest geanticipeerde concerten van dit jaar. Hun derde en dus meest recente langspeler is meer van wat hen uniek maakt: dromerige, speelse en lichte shoegaze pop, maar nog verder uitgediept met surfrock en 80's electro pop. U hoort het, Alvvays is binnen hun genre reeds een straffe band die nu pas voor het eerst op Brusselse bodem optrad.

Eerst was Katie Malco aan de beurt. Solo en gewapend met een Stratocaster bracht ze breekbare indie pop die uit dezelfde vijver vist als Phoebe Bridgers of Waxahatchee. Haar set kabbelde rustig terwijl de zaal zich goed vulde. Met halfweg een cover van Kate Bush’s "Cloudbusting" maakte ze voor het eerst indruk. Een cover die ze, voor de betere verstandhouding, heeft geschreven nog voor de ‘Running Up That Hill’-hype.
In het slot haalde ze al haar charmes naar boven waarmee ze tijdens de afsluiter het publiek volledig inpakte. Een mooi beschrijvend plaatje dat zo bij de keel greep. Katie Malco kreeg de zaal - als voorprogramma nota bene - stil en daardoor liet ze een blijvende indruk achter.

Gelukkig was er genoeg spanning om het podium over te laten aan het vijftal van Alvvays.
Tijdens de intro van pompende wereldmuziek werden de lichten voor het eerst getest. Het dan al enthousiaste publiek kreeg als opener “Pharmacist” en al meteen een eerste aardverschuiving met “After the Earthquake”. De intenties waren duidelijk: de nieuwe plaat ‘Blue Rev’ goed laten ronken. Toch was er met “In the Undertow” uit ‘Antisocialites’ (2017) al een eerste terugblik dat aanstekelijk werkte. De visuals waren tot op de puntjes uitgekiend waardoor “Many Mirrors” niet enkel voor het oor maar ook voor het oog strelend was.
De blitse 80s electro synthpop die de laatste plaat zo kenmerkt, zat helemaal vervat in “Very Online Guy”. Een gewaagd, ietwat vreemd nummer, maar live stond dit als een huis. Uit het niets kwam “Adult Diversion” uit hun allereerste titelloze plaat (2014). Al bijna een decennium oud, maar op dat moment klonk dit kraakvers.
Frontvrouw Molly Rankin was ook losgekomen en ging voor het eerst eens wild. Een tweede publiekslieveling was daar met “Not My Baby” waar Rankin zonder verpinken de hoge noten vlot haalde. De band hield alles strak bij elkaar en werkte steeds op naar die explosieve solo’s die Alvvays ook kenmerkend inzette.
Terug wat wilder, luider en sneller ging het eraan toe met “Hey”. Vervolgens was “Tom Verlaine”, een dikke knipoog naar My Bloody Valentine en Television, de ultieme indie pop song overgoten met een 80s synth-sausje.
Niet alleen blonken ze uit wanneer ze knalden en ronkten, maar ze waren ook groots bij de wat stillere momenten waar de spanning om de hoek loerde. “Belinda Says” was daar het treffend voorbeeld van waarmee het eerste half uur zo voorbij raasde.
Terug wat meer elektroshoegazing met “Bored in Bristol” en de treffende visuals. Het spookachtige van Twin Peaks loerde om de hoek bij de balad “Fourth Figure”. Daar was de synth outro het ideale opstapje naar het hoogtepunt van de avond met “Archie, Marry Me” dat niemand in de zaal onberoerd liet. Meteen erna en zonder aarzelen schoot de band “Pomeranian Spinster” op ons af, een opzwepende punk song die al eens aan Vaccines of The Strokes deed denken. Contrasterend waren het melancholische “Tile by Tile” en het zalig ronkende en drone-achtige “Pressed”. Nog enkele trapjes hoger qua beleving was het zachte en immens populaire “Dreams Tonite” dat na een lange zachte intro vervelde tot een pareltje waar iedereen meezong.
Opnieuw sterke visuals en vleugjes surfrock hoorden afsluiters “Easy On Your Own?” en in het veel te korte “Saved by a Waif”.
Op het prachtige “Velveteen” na voelde de bisronde misschien wel wat overbodig. Toch deden ze hun nieuw materiaal volledig uit de doeken en gezien de (te?) strakke tourschema, konden we het hen zeker vergeven.
Ze hadden voldoende pluspunten gescoord en spontaniteit getoond om er echt een geslaagd concert van te maken en het publiek met een gelukzalig gevoel achter te laten.

Setlist
Pharmacist - After the Earthquake - In Undertow - Many Mirrors - Very Online Guy - Adult Diversion - Not My Baby - Hey - Tom Verlaine - Belinda Says - Bored in Bristol - Fourth Figure - Archie, Marry Me - Pomeranian Spinster - Tile by Tile - Pressed - Dreams Tonite - Easy On Your Own? - Saved by a Waif  - - - Next of Kin - Velveteen - Lottery Noises

Organisatie: Botanique, Brussel

Odin Staveland

Odin Staveland - Ik ben geïnteresseerd in ideeën die fris aanvoelen, uitdrukkingen die dynamisch zijn, en dicht bij het alledaagse leven aanvoelen, maar toch een eigen wereld kunnen worden

Geschreven door

Odin Staveland - Ik ben geïnteresseerd in ideeën die fris aanvoelen, uitdrukkingen die dynamisch zijn, en dicht bij het alledaagse leven aanvoelen, maar toch een eigen wereld kunnen worden

Op ‘Hoohahs & Cat Calls’ zijn de Noorse muzikanten Odin Staveland en Bjørn Berge  een samenwerkingsverband aangegaan. Ze kennen elkaar uit de zeer populaire Noorse folk-pop/rock-band Vamp en tijdens jam-sessies waren ze samen vaak aan het 'fröbelen' met catchy deuntjes op gekke blues beats of jazzy melodietjes. Met hulp van bassist Kjetil Dalland en met gast-bijdragen van gitarist Amund Maarud, werkten ze hun vele losse vondsten uit tot eigen volledige tracks; 'our debut-album is loaded with strangely, animated yet very personal songs; we call it 'club blues' - there's always this catchy, poppy, positive and repetitive vibe'! Er is de gevarieerde aanpak in pop-rock-blues-folk, en we horen lekkere jams en improvisaties.
De recensie van deze plaat kun je hier nog eens nalezen: https://www.musiczine.net/nl/chroniques/item/90138-hoohahs-cat-calls.html
We hadden eveneens een fijn gesprek met Odin over deze release, uiteraard, maar polsten ook naar de verdere toekomstplannen

Als kennismaking, vertel eens wat meer over jezelf....
Wel, ik ben een kunstenaar, geboren en getogen in het stadje Haugesund in Noorwegen. Ik woonde enkele jaren in Bergen, Noorwegen. Ik reis veel met mijn muziek, zowel solo als met Vamp, maar ook als componist voor bijvoorbeeld theaterstukken en ik werk overal vandaan als het gaat om het schrijven en produceren van muziek en tekst. Dat omvat mijn eigen studio, andere studio's en portabelstudio’s. Ik hou van muziek omdat het overal in het leven is en alles kan zijn. Alles wat je wilt dat het is, en alles wat je niet wilt dat het is, en meestal ergens daartussenin. Ik heb mijn leven gewijd aan het maken van muziek en teksten en streef naar het creëren van een stijl die stijlbestendig is. Meestal neem ik dingen zelf op, maar ik werk nauw samen met een technicus en mixer, Kjetil Ulland. Hij kent me goed en vult mijn opnames en mixideeën en mixschetsen aan en levert fantastisch werk. Ik maak ook mijn eigen muziekvideo's, waar ik veel plezier aan beleef. Ik werk graag met audiovisuele uitingen.

In al die jaren denk ik dat de coronatijden slechte tijden waren voor jou als muzikant, of niet. Hoe heb je die tijden 'overleefd'?
Mentaal kon ik me redden door gelukkig een kleine studio in mijn huis te hebben. Zo kon ik creatief en productief blijven. En ook heb ik twee kinderen, en weet je, dat dwong me ook om me op constructieve manieren te concentreren. Kinderen verhogen de geest. Economisch gezien was het enorm moeilijk. Weet je, wanneer je grootste bron van inkomsten (concerten) illegaal wordt en verdwijnt, spreekt het vanzelf dat je gewoon in het moment moet leven en dag na dag nieuwe oplossingen moet zoeken om de rekeningen te betalen en eten op het bord te krijgen. Ik weet het niet, zoals het was voor iedereen met soortgelijke banen.

Als ik aan Noorse bands denk zijn het meestal bonkers, beren die aan Vikingen doen denken (cliché ik weet het, sorry daarvoor); jij vormt daar een mooie tegenwicht in... Een bewuste keuze? en waarom?
Mijn naam had me waarschijnlijk in de door jou genoemde richting moeten sturen, maar ja, dat heeft me nooit geïnteresseerd. Het is geen bewuste keuze, het is nooit in me opgekomen om iets stereotieps te doen. Ik ben geïnteresseerd in ideeën die fris aanvoelen, en uitdrukkingen die dynamisch zijn, en dicht bij het alledaagse leven aanvoelen, maar toch een eigen wereld kunnen worden.

Je verwierf bekendheid met de band Vamp... hoe bekend waren ze eigenlijk in Noorwegen? En hoe gaat het nu met de band?
Vamp is al bezig sinds 1991, en heeft in al die jaren een groot publiek opgebouwd. Het publiek op dit moment varieert van kinderen tot mensen in de 80. Het is een van de bekendste bands in Noorwegen. Het gaat nog steeds goed, zowel creatief als in termen van hoe goed de concerten worden bezocht. Het is echt ongelooflijk.

Het muzikale profiel van de band is een mix van Noorse traditionele volksmuziek gecombineerd met rock. Jullie zijn al bezig sinds 1990, wat zijn de 'hoogtepunten' en 'dieptepunten'?
Nou ik was 5 jaar oud toen de band begon, mijn vader begon ermee, dus ik weet niet hoe de hoogte- en dieptepunten aanvoelden in de eerste jaren. Ik begon muziek te maken voor Vamp in 2003. De band heeft drie verschillende leadzangers gehad, dus dat is natuurlijk behoorlijk uitdagend geweest. Hoe die overgangen op te lossen, en een nieuwe manier te vinden om verder te gaan. Dat gezegd hebbende, dat is misschien ook de reden waarom de band zo lang is doorgegaan. En ik denk dat de band die overgangen heeft gebruikt voor iets positiefs. Om er iets van te maken en het als een kans te zien. De band heeft grote hits gehad in Noorwegen in de jaren 90, 2000 en 2010, maar de belangrijkste kern van Vamp is de catalogus van songs die niet gericht zijn op hits, maar gewoon songs die zo goed mogelijk willen zijn. Ik vind het inspirerend dat de laatste plaat "Tiå det tar" (2021) het best ontvangen album van Vamp is. Dat is cool na al die jaren.

En voor jou als gewone muzikant?
Voor mij heeft het nooit gevoeld als hoogte- en dieptepunten. Ik heb mezelf nooit commerciële doelen gesteld, alleen creatieve door ideeën en mogelijkheden te onderzoeken en daardoor heb ik nooit die gevoelens gehad van een groot dieptepunt of hoogtepunt in mijn carrière. Er zijn natuurlijk hoogte- en dieptepunten geweest in de verkoop en streaming van songs en albums, en het ontvangen van prijzen en het niet in aanmerking komen voor prijzen, en goede en slechte critici, maar zoals gezegd is dat niet waar mijn focus ligt, het is op de proces van het creëren van dingen. En daarom heb ik nog niet echt het gevoel dat ik bepaalde hoogte- en dieptepunten heb gehad. Dat gezegd hebbende, voelde het als een enorm hoogtepunt toen ik ontdekte dat ik het echt leuk vond om soloartiest te zijn en wat dat betekende voor het openen van een hele nieuwe wereld van creatieve mogelijkheden. Als ik ooit een writers block of iets dergelijks krijg, zal dat natuurlijk een enorm dieptepunt zijn, maar dat is nog niet gebeurd.

Dit interview volgt op de samenwerking met topmuzikant Bjørn Berge.  Een magisch duo vormen jullie. Hoe waren de reacties op de release?
Dank je, ik ben zo blij dat je Hoohahs en cat calls leuk vindt. De reacties waren geweldig. Ik ben dankbaar dat velen het hebben gevonden, en er ook over hebben willen schrijven op een manier die ik inspirerend vind en me het gevoel geeft dat de ideeën van het album door veel luisteraars op een coole manier worden opgevat. Dat is geweldig.

Persoonlijk was ik onder de indruk van de pakkende ondertoon, en de positieve boodschap … Een bewuste keuze? Wil je een positieve boodschap uitzenden in moeilijke tijden?
Ik wilde een onsentimenteel maar onderhoudend stuk maken over veel van de uitdagingen waar ik dagelijks voor sta. En die uitdagingen zijn dezelfde die de meesten van ons tegenkomen, denk ik. Ik wilde een beetje over mezelf praten, maar ook over de giftigheid van mannelijkheid en thema's aansnijden als klimaatverandering, huidskleur, familie, liefde via de giftige toon van mannelijkheid. Het is een soort karakterstudie over een man met vele kanten, veel goede bedoelingen maar ook veel gebreken en onvolkomenheden. Ik hoop dat het als positieve boodschap overkomt, want zo is het bedoeld, en ik ben blij dat je dat hebt opgepikt! Maar het moest gewoon werken als een muziekalbum met tekst, zonder te proberen een boodschap op te leggen, dus de focus was om te proberen al deze dingen samen te voegen tot een ding dat zijn eigen ding is.

Er is de gevarieerde aanpak in pop-rock-blues-folk; we horen leuke jams en improvisaties. Een bewuste aanpak en waarom?
Ik probeer altijd een idee te volgen. Dus voor dit project was het idee om te praten over alledaagse gedachten en thema's door middel van mannelijkheid. En vanwege het budget van het project waren we beperkt tot Bjørn die gitaar speelde en ik de rest, dus dat zorgde natuurlijk voor een aparte werkstroom en het geluid dat daarop volgde. Ik probeerde Bjørns gitaarstijl mij te laten inspireren om er iets van te maken dat stijlvol was, macho, beat had, maar ook vrijheid, veel eenzaamheid en ruimte en veel rode vlaggen. Dingen die je niet moet doen. Ik ben erg geïnteresseerd in vorm, en experimenteer daar veel mee, maar ik verlies mijn interesse als iets te gevormd of gevangen of geforceerd aanvoelt, dus ik probeer vormen en ideeën te vinden waar lucht in zit en ruimte voor improvisatie, intuïtiviteit en leven in zit.

De speelsheid spreekt me enorm aan, op deze plaat, maar ik denk dat het live nog beter tot zijn recht komt. Zijn er plannen om als duo te toeren? Misschien ook in België?
Ik ben zo blij dat de plaat je dat gevoel geeft. Ik doe vier van de nummers op tournee met mijn band op mijn soloproject, en ze zijn zo leuk om te doen. En mijn band speelt ze geweldig. Ik hoop echt dat ik binnenkort met mijn band naar België kan gaan! Op dit moment zijn er geen toerplannen als duo, omdat we het allebei zo druk hebben met onze eigen projecten. Maar ik hoop dat het op een dag wel lukt.

Wat zijn de verdere plannen voor dit jaar?
Op dit moment leg ik de laatste hand aan mijn muziek voor een theaterstuk, dat op 3 juni in première gaat. Daarnaast werk ik parallel aan twee nieuwe soloalbums en een nieuw theaterproject, die volgend jaar verschijnen, en nog twee andere grote projecten die nog wat vroeg zijn om in het openbaar te bespreken, maar die op grote schaal zeer inspirerend zijn. In juli en augustus zijn er veel concerten met Vamp en enkele soloconcerten voor mij in Noorwegen. Volgend jaar zijn er meer concerten met mijn soloproject.

En in de toekomst, andere projecten, terug met Bjorn of een Vamp plaat? Vertel eens
Er zijn nieuwe Vamp albums onderweg, maar niet dit jaar. Mijn vader, de motor van de band, brengt wel een soloplaat uit, waarop ik gearrangeerd, geproduceerd en gespeeld heb.
Met mij en Bjørn, ik weet het niet, zou leuk zijn om er ooit nog een met hem te maken!

Zijn er nog ambities of doelen die je zou willen bereiken (buiten de wereldheerschappij want dat wil iedereen inmiddels wel)?
Haha, ja ik weet het. Wereldheerschappij is nooit een van mijn doelen geweest, maar ik wil wel zeker mijn werk aan zoveel mogelijk mensen laten zien. Ik wil gewoon zo goed mogelijk interessante projecten doen, en dan zien wat voor leven die projecten maken.
Een van mijn doelen is zeker om mijn muziek en creaties naar een breder publiek buiten Noorwegen te brengen, want tot nu toe heb ik alleen in het Noors geschreven, en dat maakt het een stuk moeilijker om met mensen buiten Noorwegen te communiceren. Dus ik ga vanaf nu in het Engels blijven schrijven en iedereen die dat wil de hand reiken.

Wat heb je liever, grote stadions of clubs? En waarom?
Als ik naar concerten ga geef ik absoluut de voorkeur aan clubs. Ik hou van een intieme ervaring, en wat de intimiteit doet met de muzikanten, het geluid dat werkt in een kleinere ruimte en het publiek. Dat geldt ook voor het spelen. Maar ik moet zeggen dat ik als artiest ook graag in stadions optreed. Dat biedt gewoon andere mogelijkheden als artiest. Wat jij en het publiek samen kunnen doen en hoe je de liedjes en teksten op het publiek kunt projecteren.

Bedankt voor dit interview ? hopelijk tot spoedig live in Belgie

Picidae

Picidae - Ik denk dat je zou kunnen zeggen dat we graag de andere randen van onze perimeters opzoeken, of het nu gaat om scherpere geluiden, ritmische elementen of lagen trompet

Geschreven door

Picidae - Ik denk dat je zou kunnen zeggen dat we graag de andere randen van onze perimeters opzoeken, of het nu gaat om scherpere geluiden, ritmische elementen of lagen trompet

Het Noorse duo Picidae, een vertaling van spechten,  weet met hun magische klanken een rustgevende sfeer te creëren. Het duo bestaat uit zangeres Sigrun Tara Øverland - ze speelt de lier, autoharp en gitaar -, en Eirik Dørsdal die trompet, elektronica, kalimba speelt en trouwens de vocals voor zijn rekening neemt.
Met hun nieuwste album ‘A Stray Labyrinth’ komen o.a. invloeden uit het Midden Oosten boven, het is vooral een zeer filmische plaat geworden, dromerig, sprookjesachtig en bevreemdend.
Zo interessant dat we graag er wat meer wilden over weten. We hadden dan ook een fijn gesprek met Eirik en Tara, en polsten uiteraard naar de verdere toekomstplannen.

Kunnen jullie jezelf voorstellen?
Wij zijn Picidae, een duo uit Noorwegen bestaande uit Sigrun Tara Øverland op zang, lier, autoharp, gitaren en diverse andere snaarinstrumenten. En Eirik Dørsdal op trompet, elektronica en synthesizer.

Jullie muzikale stijl is deels dromerig, maar grijpt ook terug op folklore; waar haalden jullie de inspiratie voor de eerste plaat?
We spelen al vele jaren samen en zijn in veel opzichten een combinatie van alles waar we in de loop der jaren naar hebben geluisterd en gespeeld.
Tara:
Ik ben opgegroeid in een gezin waar ze veel Keltische, Amerikaanse, Chileense en Noorse volksmuziek speelden, naast renaissance. Als tiener speelde ik ook in een paar rockbands en luisterde ik veel naar progressieve en alternatieve rock.
Eirik:
Ik heb een improvisatieachtergrond en componeer in veel verschillende genres. De laatste jaren speel ik steeds meer traditionele muziek en heb ik samengewerkt met muzikanten uit Noorwegen, Japan en Arabische landen.

Ik ben een liefhebber van Noorwegen, Denemarken en Zweden, de Scandinavische landen spreken tot mijn verbeelding; vind je daar ook inspiratie voor je werk en waar?
Ja, zeker weten!
Tara:
Ik schrijf veel over de natuur en veel van de nummers op het laatste album zijn geschreven in Vesterålen, in het noorden van Noorwegen, waar ik zeven jaar heb gewoond. Er zijn liedjes over de bergen daar, gekke poolstormen en de poollente die nooit komt, een soort wachtspelletje.
Eirik:
Ik woon op een plek dicht bij de natuur, bossen, de zee en een grote tuin. In deze omgeving wordt veel inspiratie opgedaan voor muzikale expressie.

Op de tweede plaat 'A Stray Labyrinth' haal je inspiratie uit de Oosterse cultuur; kun je dat wat meer toelichten? Muziek uit het Oosten is nog steeds onbekend terrein in onze Westerse cultuur; wat was jullie grootste inspiratiebron binnen die cultuur, personen of gebieden of mensen? Vertel ....
We hebben allebei een interesse voor verschillende muziekstijlen van over de hele wereld, maar het is waarschijnlijk Japan dat de laatste jaren onze duidelijkste inspiratiebron is geweest. We hebben vijf keer in Japan getoerd en zijn nu hier op tournee. Deze keer hebben we zelfs een Japans instrument gebruikt, de taishōgoto. We hebben ook het podium gedeeld met een aantal Japanse artiesten en deze keer heeft Eirik zelfs samengewerkt met Japanse traditionele muzikanten.

Ik vind de combinatie tussen wat vreemde geluiden en zang, met een emotioneel tintje erg interessant, is dat een bewuste manier van werken, of komt dat allemaal heel natuurlijk?
De twee belangrijkste vertellers in onze muziek zijn de stem en de trompet, en ik denk dat we soms wisselen tussen wie het verhaal vertelt. Misschien is het live zelfs nog moeilijker om de stem en de trompet van elkaar te onderscheiden. Maar ik vind dat een heel belangrijk onderdeel van ons geluid.

Ik hou van je prachtige, hemelse stem, ondanks het licht dreigende (zowel in de instrumentatie als in de vocals) heeft de muziek een zalvend effect op mijn ziel. Is dit een bewuste manier van werken?
Dank je wel! En haha, ik vind het leuk dat we zowel hemels als dreigend kunnen zijn! We zijn maar met z'n tweeën en met een akoestische sound zullen we nooit erg luidruchtig zijn, maar ik denk dat je zou kunnen zeggen dat we graag de andere randen van onze perimeters opzoeken. Of het nu gaat om scherpere geluiden, ritmische elementen of lagen trompet.

Jullie balanceren tussen donker en licht; is het de bedoeling om met donker en licht te spelen in jullie muziek, of is dit ook iets dat vanzelfs groeit?
Muzikaal gezien zou ik zeggen dat het vanzelf gaat, maar de muziek wordt natuurlijk ook beïnvloed door de teksten. En de thema's in de teksten op dit album zijn zowel leven als dood, natuur en mensen. En het leven is zoals je weet alles, zowel donker als licht - en alles daartussenin.

Picidae slaagt erin om de liedjes kwetsbaar en ingetogen prachtig te vertolken zonder me in slaap te sussen; heel opmerkelijk, hoe doe je dat?
Wat een leuke feedback om te krijgen! Ik denk dat het een beetje aan het format ligt. We hebben allebei muziek gespeeld die luidruchtiger is dan de onze, maar we genieten erg van het feit dat we maar met z'n tweeën zijn. En we zijn niet bang om samen te spelen - of samen stil te zijn. Misschien gebeurt er iets als je ook stilte en pauzes toelaat, en niet een constante grote stroom van geluid.

Bespeel je ook traditionele instrumenten, ik krijg de indruk dat je instrumenten hebt gekozen die je alleen in het Midden-Oosten vindt, of zet je ons hier op het verkeerde been?
Ik denk dat we je daar een beetje op het verkeerde been hebben gezet. Of in ieder geval tot op zekere hoogte! Er staan twee oosterse instrumenten op het album: een shruti-orgel uit India en een taishōgoto uit Japan. Voor de rest zijn de instrumenten voornamelijk Europees en Amerikaans, de autoharp en de dulcimer geïnspireerd op Merlin komen allebei uit Amerika. En het soort staaltongtrommel dat ik gebruik is daar ook nog niet zo lang geleden uitgevonden. Maar alles komt ergens vandaan. De lier komt oorspronkelijk uit Mesopotamië, dat in het huidige Irak ligt. En hoewel er enige discussie is over de oorsprong van de gitaar, komt die waarschijnlijk ook oorspronkelijk uit deze gebieden. Dus misschien heb je toch gelijk!
Eirik:
Mijn belangrijkste doel in deze settingen is nog steeds om mijn eigen instrument te gebruiken, maar wel zoveel mogelijk aan te passen. Ik heb de neiging om te proberen te klinken als de duduk of de shakuhachi, of soms iets anders, misschien een andere stem of iets dergelijks.

Hoe zijn de reacties tot nu toe?
We hebben heel mooie recensies en feedback gekregen, zowel in Noorwegen als in het buitenland, en dat betekent echt heel veel. Muziek maken is in zekere zin iets privé, dus als je het de wereld in stuurt en mensen waarderen het, dan betekent dat echt het meest.

Gaan jullie op tournee? België en Nederland?
We hebben dit voorjaar in Noorwegen getoerd toen de plaat uitkwam en zijn nu op tournee in Japan. We hebben een aantal concerten gepland in Noorwegen dit najaar, en we hopen ook ooit naar België en Nederland te komen, maar het hangt er allemaal vanaf of er een plek is waar we kunnen spelen. Op dit moment denk ik dat het gebied waar we de meeste interesse voor hebben, maar nog niet getourd hebben, de Benelux is. Dus ik hoop echt dat we dat voor elkaar kunnen krijgen!

Wat zijn de verdere plannen?
Ik hoop dat we geen 8 jaar hoeven te wachten voordat ons volgende album uitkomt, maar aan de andere kant heeft niemand gepland dat er een covid zou komen tussen onze laatste release en deze, dus wie weet!

Ik vind jullie muziek ook erg filmisch … Is er een ambitie om iets te doen in de richting van film of theater of tv-series; jullie muziek past perfect bij een film uit het Midden-Oosten
We hebben eigenlijk allebei afzonderlijk muziek gemaakt voor film, tv en theater, maar niet samen. Een van onze nummers is ooit gebruikt voor een Volvo-reclame, maar een film uit het Midden-Oosten is een geweldig idee!

Wat zijn jullie belangrijkste ambities als duo en als muzikanten? Is er een doel dat jullie voor ogen hebben (buiten wereldheerschappij, wat iedereen inmiddels wel wil)?

Haha, ik denk niet dat we nog wereldheerschappij verwachten. Maar het betekent echt veel voor ons dat mensen onze muziek ontdekken en waarderen.

Bedankt voor dit gesprek, hopelijk tot snel 'on stage' in België
Hopelijk tot ziens!

Hatis Noit

Hatis Noit - Ik probeer me te verbinden met iemands herinnering, emotie of strijd. De meest persoonlijke herinneringen van andere mensen zijn naast de eigen ervaring en de natuur ook een bron van inspiratie voor mij.

Geschreven door

Hatis Noit - Ik probeer me te verbinden met iemands herinnering, emotie of strijd. De meest persoonlijke herinneringen van andere mensen zijn naast de eigen ervaring en de natuur ook een bron van inspiratie voor mij.

Hatis Noit is een Japanse avant-garde artieste die hier de ultieme cultuurschok veroorzaakte. Met haar stem bereikt ze ongekende hoogten, ergens tussen opera en onaardse schoonheid. Ze combineert het met puur theater en avant-garde invloeden; ze beweegt zich mysterieus over het podium. Een confrontatie met een onbekende wereld. De fantasieprikkelende act in combinatie met haar brede vocals, tussen een diepe grom en intimiteit, is zoet en demonisch. Dit optreden was iets aparts, onaards en magisch mooi.
Je kan de BRDCST recensie hier lezen
Na de show hadden we een leuk gesprek met Hatis Noit, over haar muziek, cultuur, het album 'Aura' en de toekomstplannen.

Kun je iets meer over jezelf vertellen, hoe is het allemaal begonnen, je inspiratiebron enzovoort?

Mijn naam is Hatis Noit, ik kom uit Utoro (Japan) en woon sinds 6 jaar in Londen. Ik heb onlangs een nieuwe plaat uitgebracht, maar ik geef de voorkeur aan live optredens, dat is mijn favoriete onderdeel van muziek.

Je muzikale roots gaan terug naar Utoro, Shiretoko, waar je tot je zesde woonde … Een onbekend terrein voor ons, kun je daar iets meer over vertellen en in hoeverre ben je geïnspireerd door je afkomst?

Utoro, Shirtoko is omgeven door prachtige natuur en wilde dieren. Die plek was en is een inspiratie vanwege de prachtige omgeving, waar je in een totaal andere wereld terecht komt. Overal waar je kijkt is het alleen maar wilde natuur, koud in de winter en prachtig in de zomer het is als een paradijs op aarde. We kunnen er niet eens zomaar op uit, vanwege de omgeving. Het is zo kostbaar. Ongerept en magisch, je vindt er elke dag inspiratie. Zelfs ik verliet mijn geboorteplaats als een jong kind, dus ik heb niet echt duidelijke herinneringen. maar ik herinner me op een of andere manier die sfeer. Het is niet echt een visuele herinnering, maar iets wat ik na al die jaren nog steeds voel.

In een interview heb ik gelezen dat je een cruciale ervaring had na je terugkeer naar Shiretoko als volwassene, kun je daar meer over vertellen?

Toen ik als volwassene terugging naar mijn geboorteplaats, verdwaalde ik in het bos. Ik probeerde een natuurlijke warmwaterbron in het bos te vinden. Toen ik verdwaalde was het net voor zonsondergang, het werd donker. Het is iets kritieks om 's nachts in het bos te verdwalen. Dus het was ook eng. Ik hoorde overal het geluid van wilde dieren, zelfs achter me. Dus ik voelde het gevaar, verdwaald te zijn in het bos. In zekere zin was het angstaanjagend, maar aan de andere kant was het een buitengewone ervaring omdat ik ontroerd en verwonderd was door de sfeer in het bos. Mijn zintuigen werden helderder, ik was echt ontroerd door het geluid van het bos, van het donker worden. Het was een bijzonder gevoel naast de angst die ik ook voelde. Meestal denken we dat de natuur een object is, iets dat we als mens moeten beheersen. Maar verloren in het donker, voelde ik me alsof ik een deel van de natuur was, dat zijn we allemaal, dat was een confrontatie met mijn innerlijke zelf, dat was heel inspirerend. Het geeft me echt energie, om muziek te maken. die ervaring.

In hetzelfde interview las ik tijdens je bezoek aan Lumbinī in Nepal, de geboorteplaats van Boeddha, je een andere inspirerende ervaring vond. Kun je er meer over vertellen?

Ik was 15 of 16 jaar oud toen ik Lubini in Nepal bezocht. Ik was daar met mijn moeder, zij gaf daar les aan Japanse kinderen. We bezoeken inderdaad de geboorteplaats van Boeddha.  We bezoeken er een tempel. Het is helemaal geen toeristische plek, het is allemaal heel rustig en eenvoudig. In de ochtend hoor ik wat geluiden van buiten de tuin. Er was iemand aan het zingen, het was zo mooi en ook heel origineel, dus ik wilde zien wie daar aan het zingen was. Ik vond daar een kleine ruimte, waar een non zat te zingen voor een beeld. Ik ontdekte dat het geen zingen was, maar een boeddhistisch gezang. Ze had geen instrument, maar gebruikte alleen haar stem om me omver te blazen. Het was zo'n sterke ervaring, technisch kun je haar een goede zangeres noemen, maar de emoties in haar stem waren zo sterk dat het me echt inspireerde om het ook op die manier te doen. Het was sterk genoeg voor mij om te beseffen hoe bijzonder de stem kan zijn als instrument, op muzikaal en emotioneel vlak.

Ik was op BRDCST diep onder de indruk van je stembereik, een operastem schreef ik erover, zoveel emoties samenbrengen... heb je daar een speciale opleiding voor gehad, en zou je graag opera willen doen, want volgens mij kun je het aan

Ik ben niet echt een getrainde zangeres. Ik hou gewoon van zingen, toen ik een kind was klaagde mijn familie omdat ik altijd te hard zong (ha-ha) maar sinds die ervaring in Nepal ben ik meer en meer bezig met die speciale stijl lokalisatie. En vooral de volksmuziek. Maar heel erg verbonden met de lokale cultuur. Ik ben zo nieuwsgierig naar zang in andere culturen, sinds die ervaring daar. Ik wil er op de een of andere manier meer van leren, en het een onderdeel maken van mijn liedjes. Maar het komt allemaal vanzelf.

De stem is ondanks alles nog steeds het mooiste instrument ter wereld, en je gebruikt het ten volle; met mijn gehoorprobleem hoor ik veel dingen niet, maar voel ze, er zitten zoveel emoties in je stem verborgen, waarvan ik niet kan uitleggen wat ze betekenen; komen die emoties voort uit persoonlijke ervaringen en welke?

Elke emotie die we 'voelen' in ons leven, is zo belangrijk. Naast de natuur is het voor mij ook een inspiratiebron. Soms is het inspiratie van mijn herinnering in het verleden, maar soms probeer ik me te verbinden met iemand zijn herinnering, emotie of worsteling. De meest persoonlijke herinneringen van andere mensen zijn ook een bron van inspiratie voor mij... Dus het is niet alleen persoonlijke ervaring. Die herinneringen, mijn eigen en van anderen, bevatten ook zoveel informatie. Om de herinnering aan emotie op te roepen en te reconstrueren. Dat is een belangrijk onderdeel bij het maken van muziek. Daarom vind ik het altijd leuk als mensen na de voorstelling naar me toekomen en praten over wat ze persoonlijk voelden en wat ze zich herinneren van de voorstelling. 

Wat ik ook leuk vond aan het optreden, is dat iedereen zijn eigen persoonlijk verhaal kwijt kan in wat je zingt. Ik herinnerde me inderdaad mijn eigen ervaring live, de mensen naast me deden hetzelfde, je maakte het persoonlijk voor elk van hen, dus dat is een bewuste keuze denk ik?
Persoonlijk beschouw ik muziek als een soort therapie. Dus hou ik vooral de betekenis van het nummer open door geen tekst op mijn muziek te zetten. Op die manier kan iedereen zijn eigen herinneringen en ervaringen en zijn eigen individuele verhalen voelen in dat lied, en ik denk dat het voorzichtig opgraven van iets in jezelf op een veilige plek voor een tijdje en er weer naar kijken een therapeutische manier is om jezelf te helen. Ik laat bewust ruimte in mijn liedjes om dat te laten gebeuren.

Wat me het meest aantrok in BRDCST is de fantasierijke act in combinatie met de brede, uiteenlopende vocals, tussen een diepe grom en intimiteit, is lieflijk en demonisch. alsof ze het pad bewandelt tussen donker en licht; is dat een bewuste keuze, hoe moet ik dat zien?
Ik zie het niet zo als 'donker of licht', het zweeft altijd tussen die twee in het leven. Het is nooit 100% licht of 100% duisternis. We leven daar ergens tussenin, we zweven daar altijd tussenin. Ik geniet van het spectrum tussen donker en licht. Dus ik wil het niet omschrijven als pure duisternis of puur licht, ik zweef er de hele tijd tussenin.

Er is ook de combinatie van Westerse Cultuur en Japanse Cultuur in je optreden. Is dat een bewuste keuze?
Ik doe dat niet echt bewust, het komt vanzelf. Het is gewoon dat ik de wortels waarin ik leef voor een groot deel van mijn leven kan wegduwen. Als ik naar Europa vertrek, heb ik echt moeite om me te vestigen. Ik voel me nog steeds niet echt thuis. Dus ik voel me nog steeds een vreemdeling. Maar als ik terugga naar Japan, voel ik me daar een vreemde, na zes jaar in Londen te hebben gewoond. Dus die combinatie of mix van die culturen is iets dat natuurlijk in mijn leven, en ook in mijn muziek geïntegreerd is.

Jouw optreden op BRDCST was voor mij persoonlijk het beste concert van het weekend. Het vinyl was erg snel uitverkocht
? maar ik ben blij dat ik de cd kon kopen. Vorig jaar bracht je een nieuwe plaat uit 'Aura'. Een adembenemend album dat me tot tranen toe bracht, van vreugde en verdriet, zwevend tussen licht en duisternis... Hoe waren de reacties op deze plaat?
Ik kreeg geweldige reacties op het album, het kostte me vijf jaar om dit album uit te brengen, en ik was zo opgewonden. Het was zo'n lange reis om er te komen, op het punt dat ik dit album maakte. Dus ik was erg blij met al die lieve woorden en reacties die ik kreeg op dit album. Want het' vertelt zoveel over mijn verleden en leven. Sinds ik dit album opnieuw heb gemaakt, heb ik meer kansen gekregen, het opent andere deuren. Om op zoveel mooie plaatsen te spelen. Niet alleen in Europa. Ik ga naar Mexico dit jaar, vorig jaar ging ik terug naar Japan om op te treden. Dus het opent echt wat meer deuren in mijn leven, dit naar buiten brengen.

Er is ook iets spiritueels aan dit album, Het nummer "Inori" (gebed), is letterlijk een gebed en offer voor hen die zijn heengegaan, en raakt aan de oorsprong van het zingen. Je wilde iets spiritueels maken?
Elke muziek die ik maak is op een of andere manier verbonden met iets spiritueels.  Dat lied is gemaakt voor de mensen die in Fukushima zijn overleden en de mensen die ik ontmoet als ik daar woon. De verhalen die ik van hen hoor. Op een of andere manier voelde ik me verloren, wat kan ik voor hen doen. Ik voel me zo machteloos. Als ik zie wat daar gebeurd is, en zij nog steeds worstelen met de situatie daar. Dus dat lied 'Inori' is een echt gebed voor die mensen daar. Het enige wat ik kan doen is muziek maken, dus heb ik dit lied gemaakt. Ik kreeg zoveel feedback op dit lied, ook in Europa. Elke keer als ik dat lied uitvoerde, bracht het veel terug bij de mensen die het hoorden. Niet alleen over Fukushima maar ook over elke andere mentale onzekerheid of ramp.

Wat zijn de toekomstplannen?
Veel shows, nieuwe liedjes maken, onderzoek doen naar grote stemculturen en hopelijk daar op bezoek gaan om ze beter te leren kennen!

Wat zijn naast de verdere ambities en heb je ook een soort doel dat je wilt bereiken of ben je daar niet mee bezig?
Ik heb geen bepaalde ambitie, maar ik hou van optreden en speel veel op het podium. en wat samenwerken voor de show vind ik ook erg leuk. Mijn belangrijkste ambitie is dat ik dit heel, heel lang kan blijven doen... het is niet echt een ambitie, maar ik doe dit gewoon graag, en wil dit blijven doen zolang het duurt' met andere artiesten, of culturen of wat dan ook.

Bedankt voor dit interview ?

Goezot in ’t Hofke 2023 - Opwindende roots

Geschreven door

Goezot in ’t Hofke 2023 - Opwindende roots
Goezot in' t Hofke 2023
Oud-Turnhout
2023-06-04
Ollie Nollet

Dit was reeds de negentiende editie van Goezot in't Hofke, een gezellig festival, ver weg verscholen in de Kempen en waar men het bier nog in een glas serveert. Ik was er nooit eerder maar dit jaar stonden er met Daddy Long Legs en GA-20 twee van de meest opwindende rootsbands van het moment op de affiche waardoor een kennismaking met Goezot niet langer kon uitblijven.

Verslag van dag drie van dit event
Eerste band die ik zag waren The Deslondes uit New Orleans, een groep die me in 2015 al op Leffingeleuren wist te bekoren. Hun swampy country-soul werd afwisselend gezongen door bassist Dan Cutler, akoestische gitarist Riley Downing en gitarist/pianist Sam Doores, wat voor de nodige afwisseling zorgde.
Intussen zijn zowel Downing als Doores een solocarrière begonnen, maar dat had gelukkig geen gevolgen voor het voortbestaan van de groep. Naast de knappe songs en de stemmenpracht was er ook nog een glansrol voor John James Tourville die enkele stevige gitaarsolo's en een paar knappe lapsteel interventies uit zijn mouw schudde.
Hoogtepunten waren er in overvloed. Het rockende en met de heerlijk zware en in Duvel gemarineerde stem van Riley Downing gezongen "Les honkin' more tonkin' (de titel is ook verkrijgbaar als bumpersticker), de samen gezongen Joe Tex-cover "Yum yum" en het slepende "South Dakota wild one" waren er maar enkele van.
Eigenlijk hebben The Deslondes vier zangers maar drummer Cameron Snyder was er niet bij. Toch mocht zijn vervanger tijdens het afsluitende "Run wild when you're young", een oud rockabilly nummer van Jimmy Jay, ook eens de vocals voor zijn rekening nemen.

Constantine & The Call Operators uit Helsinki brachten soulblues die te glad gepolijst was om op veel belangstelling te kunnen rekenen. Toch hadden ze met Konstantin Kovalev een fantastische zanger in huis terwijl de warme orgelklanken me af en toe deden opveren. Bekendste nummer was de Dionne Warwick-cover "Walk on by", hier in de onvergetelijke versie van Isaac Hayes en op de wei vooral bekend van "2 wicky" van Hooverphonic.
Maar voor de rest een set om snel te vergeten. Daar kon zelfs de bassist, een Keith Richards lookalike, niets aan veranderen.

We keken toch even verbaasd op toen Oakley Munson, gehesen in een niet geheel onberispelijk wit pak, plaatsnam achter de drumkit van Daddy Long Legs (New York). Toch was de drummer van de Black Lips geen verrassende keuze om de pas vader geworden Josh Styles te vervangen daar hij producer was van de laatste Daddy Long Legs plaat, ‘Street Sermons’. Hij leverde trouwens een prima job met, net als Styles, in de ene hand een maracas en de andere een drumstick.
Ondanks het vroege uur wist een enorm enthousiaste Brian Hurd in geen tijd het publiek voor zich te winnen. Het werd een verschroeiende set waarin hij als een razende tekeer ging op zijn mondharmonica en enkele keren ook behoorlijk wat indruk maakte op zijn resonator gitaar. Eigen werk ("Nightmare", "Harmonica razor", "Death train blues",...) werd afgewisseld met enkele opmerkelijke covers: "Ramblin' gamblin' man" van Bob Seger, "High flyin' baby" van Flamin' Groovies en een fenomenale uitvoering van Link Wray's "Fire and brimstone".
Naast dat briesende natuurgeweld zagen we ook nog een eerder bescheiden Murat Aktürk excelleren op gitaar en de nieuwe man, Dave Klein, rammen op de piano hoewel dat laatste net als in l'Aéronef een aantal weken geleden nauwelijks hoorbaar was. Uiteindelijk werden we compleet murw gebeukt met een uitzinnig gebruld "Motorcycle madness".

McKinley James is afkomstig uit Webster, New York maar woont reeds geruime tijd in Nashville. Op zaterdag had hij al drie setjes van een goed kwartier, tussen de optredens op het hoofdpodium door, mogen spelen op de Swamp Stage maar nu wachtte hem dus het grote werk.
Normaal treedt hij op in een trio bezetting maar hier was het gebruikelijke Hammond orgel niet te bespeuren zodat hij het enkel met een drummer moest zien te rooien. En dat was zijn vader, Jason Smay, die je zou kunnen kennen van Los Straitjackets of de JD McPherson Band.
Nauwelijks 21 is hij, maar aan maturiteit had hij alleszins geen gebrek. Met een soulvolle stem, die me meermaals deed denken aan een jonge Van Morrison, wisselde hij potige rock-'n-roll af met gloedvolle soulslijpers. Al even indrukwekkend als zijn stem was hetgeen hij uit de snaren van Annie Mae (zijn gitaar) kneep. Wat klonk dat soepel en swingend! Brian Hurd werd ook nog even op het podium geroepen waar hij nog maar eens op zijn mondharmonica mocht uithalen tijdens "Baby how long" van Howlin' Wolf.

Veel leek er niet veranderd bij GA-20 uit Boston sinds ik ze eind vorig jaar zag in Roncq buiten die extra kilo's dan, die Matthew Stubbs nu moet torsen. Het drietal gooide meteen de beuk erin met het wervelende "No no" om daarna meteen wat gas terug te nemen met de magistrale Lloyd Price-cover "Just because".
GA-20 brengt blues zoals je ze nog zelden hoort: gegoten in korte, krachtige songs en vooral zonder overbodige ellenlange solo's. ‘Blues klinkt vervelend’ is de meest gehoorde kritiek op het genre maar bij GA-20 krijg je gewoon de kans niet om het vervelend te vinden. Bij de jachtige Hound Dog Taylor-cover "Give me back my wig" was het zelfs serieus naar adem happen.
Die Hound Dog Taylor maakte begin jaren '70 al blues met een zekere punkaanpak en is één van hun grote voorbeelden. Ze maakten zelfs een plaat, ‘Try it...You might like it!’ met enkel maar nummers van hem waaruit we nog "She's gone", "Sitting at home alone" en het onvermijdelijke "Let's get funky" (punkier kan de blues bijna niet klinken) hoorden.
Slechts eenmaal werd ons wat rust gegund toen gitarist Matthew Stubbs en drummer Tim Carman het podium verlieten op zoek naar een Duvel en de andere gitarist, Pat Faherty, ons een RL Burnside interpretatie ten beste gaf. Maar daarna werd het adrenalinepeil opnieuw de hoogte ingejaagd en bleef het vonken regenen met als moment suprême een gitaarspelende Faherty die door het publiek liep en zo de boel nog wat meer opjutte.

Afsluiter was de Nick Moss Band featuring Dennis Gruenling, een collaboratie waarvan binnenkort een derde plaat, ‘Get your back to it!’, op Alligator Records verschijnt. Hedendaagse Chicago blues  met naast gitarist Nick Moss nog drie schitterende muzikanten: contrabassist  Rodrigo Mantovani, drummer Pierce Downer en toetsenist Taylor Streiff. Talent zat, maar dat zorgde niet meteen voor sprankelende muziek. De nummers werden veel te lang uitgemolken en de solo's leken telkens schier eindeloos. Gelukkig bood de exuberante mondharmonica virtuoos Dennis Gruenling, getooid in een beeldig The Cramps t-shirt, voor wat tegenwicht. Hij zorgde voor wat rock-'n-roll animo, zeker in die drie nummers die hij zelf mocht zingen of toen hij het gezelschap kreeg van McKinley James, Jason Smay en de onvermoeibare Brian Hurd met wie hij kon duelleren. Dat laatste was een mooi moment om afscheid te nemen van dit bijzonder aangename en meer dan geslaagde festival.

Organisatie: Goezot in’ t Hofke, Oud-Turnhout

dEUS

dEUS - Rauw en lieflijk, sjiek na 34 jaar!

dEUS - Rauw en lieflijk, sjiek na 34 jaar!
dEUS en Meltheads

dEUS mag in ons eigen landje een goddelijke band zijn, in het buitenland moet er een tandje worden bijgestoken. Net over de grens in Lille, N-Frankrijk, was de zaal net zo goed als vol, terwijl hier bij ons een handvol AB concerten snel uitverkocht waren. Nu, in Lille waren er een pak (West-) Vlamingen.
dEUS is back en weet pure emotie en dramatiek om te zetten in een fris, extravert, spannend geluid, een kleine twee uur lang rauw en lieflijk.

dEUS heeft nieuw werk uit, ‘How to replace it’, tien jaar na ‘The following sea’. Tussenin was er wel eens een setje van dEUS in een ‘best of’ te bespeuren, verder werd Barmans Magnus opgeheven, en is het jazzalternatief Taxiwars nog steeds in de running.
Het nieuwe album biedt niks nieuws onder de zon , het is een typische dEUS plaat geworden , die verdriet, bitternis en liefde, vergevingsgezindheid samenbrengt in vertrouwde, broeierige indiepop en – rock.
dEUS klinkt gedreven, meeslepend, dromerig, gevoelig. dEUS wil zich ‘live-e-lijk’ bewijzen als een bende jonge wolven. Gepassioneerd, scherp en gretig gaan ze te werk. Een goed geoliede machine. dEUS is met vijf en zijn terug in de bezetting met Mauro op gitaar, die zorgt voor meer diepte en grauwheid in z’n kronkelende, dwarse capriolen. Ook de drums durven krachtiger, harder te zijn.
Here we go was het startsein van Barman en C° om die emotie in een fris, avontuurlijk geluid te laten horen. Het recente werk staat centraal. De titelsong en de single “Must have been now” hebben een sterke opbouw en hebben het van gitaarintensiteit en rollende drums, gedragen door Barmans doorleefde grauwe (zeg) zang. Per song geraken de vocals gesmeerd en zijn ze wat fijnzinniger. 
De spanning houdt aan met het gekende “Constant now” en het rockende “Girls keep drinking”, ruw, snedig en fel. “The architect” is hoekig en laat een dansbare groove op ons los. De dansspieren worden aangesproken. De band klinkt levendig en opwindend . “Man of the house” uit de recente plaat en het oudje “W.C.S.” boeien door de onverwachtse, verrassende wendingen, met een vleugje experiment en een vocoderstem.
Sfeervoller, intenser, pakkender klinkt het met die tweede single “1989” en “Pirates”, het drumspel is wat subtieler, het gitaarspel intenser en de keys/piano/viool krijgen wat meer ademruimte; Barmans stem weet te raken . “Faux Bamboo”, de huidige single zet die broeierige lijn grotendeels verder.
Vertrouwd klinken ze vervolgens met het afwisselende, mooi uitgesponnen “Instant street” , sfeervol ingezet en noisy exploderend op het eind; “Fell of the floor, man” prikkelt en tintelt.
Het is de aanzet naar een close harmony op de afsluitende drie, het nieuwe “Simple pleasures”, eentje die live mag ingelijst worden door z’n repetitieve opbouw en gitaarerupties, het doorleefde “4 mains” en het broeierige, knetterende “Sun ra”.
Wisselend, onvoorspelbaar en vertrouwd dus klinkt dEUS ook in de bijkomende nummers, we kregen er een viertal, het innemende “Love breaks down”, een intrigerend mooi “Bad timing” en tot slot de herkenbaarheid met de opbouwende lagen van “Roses” en “Suds&soda”, die definitief de band uitwuift

dEUS is back en hoe, ook al laat de nieuwe plaat weinig aan de verbeelding over, live spreekt de muziek, met de muzikanten op het voorplan, in een sobere lightshow. Live een beleven, zoals het hoort. Puike set, pure klasse. Sjiek na 34 jaar bezig zijn …

Support was Meltheads, een kwartet jonge, hongerige wolven uit Antwerpen, die imponeren met hun intens strakke, snedige, rechttoe-rechtaan postpunk en garagerock’n roll. Ze vuurden hun krachtige nummers op rollende wijze af. Bruisend, opwindende setje van deze vier gasten.
Wat een uitstraling en evenzeer een live beleven, met hun doorbraaksingle “Naïef “ in de frontline.

Neem gerust een kijkje naar de pics
https://www.musiczine.net/nl/component/phocagallery/category/4935-deus-02-06-2023.html?ltemid=0
Eerdere review/pics
Set Ancienne Belgique, Brussel maart 2023 + Pics @De Casino, Sint-Niklaas
dEUS - God is in the house (musiczine.net)

Organisatie: Aéronef, Lille

Rose City Band

Rose City Band - Laidback country-eske psychedelica

Geschreven door

Rose City Band - Laidback country-eske psychedelica
Rose City Band + Rosali

Woensdag was Rose City Band, één van mijn favoriete groepen, voor het eerst in ons land. Een gebeurtenis waar ik al enkele jaren vertwijfeld op zat te wachten en nu plaatsvond in café De Zwerver, een ideale plek waar de afstand tussen artiest en publiek zo goed als onbestaande is en waar je altijd kan rekenen op een optimale klank.

Voor deze tour nam Rose City Band ook een speciale gast mee op sleeptouw: Rosali (Middleman), een zangeres uit North Carolina die opereert vanuit Philadelphia. Deze Rosali was me niet onbekend. Haar vierde en laatste plaat, ‘No medium’ uit 2021, was me in positieve zin opgevallen, vooral omdat ze werd opgenomen met de groep van de door mij bijna verafgoodde David Nance. Hier moest ze het zonder de David Nance Group doen waardoor ik de Crazy Horse-achtige sfeer van die plaat miste. Maar de songs hielden ook in deze kale uitvoering stand dankzij de innemende zang van Rosali. Haar begeleidend gitaarspel klonk rudimentair en werd, gelukkig maar, wat opgepimpt door de pedal steel van Zena Kay. Niet dat ze een beroerd gitarist zou zijn. Ze verdiende haar sporen trouwens als gitariste van Long Hots en maakte ooit deel uit van het elektrische gitaartrio Wandering Shade van de door mij mateloos bewonderde Kryssi Battalene. Hier hield ze het bij een spaarzame begeleiding en het was dan ook geen toeval toen de voltallige Rose City Band haar bij de laatste twee nummers kwam bijstaan haar songs plots een stuk beter uit de verf kwamen. Achteraf wist ze me te vertellen dat er nog een tweede plaat met de David Nance Group is opgenomen. Hopelijk laat ze zich ooit eens verleiden om met die bezetting naar Europa te komen.

Ripley Johnson volg ik al sinds hij Wooden Shjips (genoemd naar een nummer van Crosby, Stills & Nash) oprichtte in San Francisco (2007). Niet veel later begon hij met zijn vrouw Sanae Yamada een tweede project, Moon Duo, verhuisde hij naar Portland, Oregon om uiteindelijk in 2019 met Rose City Band een derde avontuur te beginnen. Bij die drie bands benadert hij de psychedelica telkens vanuit een andere hoek. Bij Wooden Shjips ging hij richting garagerock, noise en stoner, Moon Duo klonk dan weer heel wat poppier en bij Rose City Band introduceert hij een oude liefde, country. Hoewel ik (vooral) Wooden Shjips en Moon Duo ook al uitstekende groepen vond van wie ik ook verschillende optredens zag, schat ik Rose City Band net een trapje hoger in.
Hoewel Ripley Johnson zonder twijfel de voorman is van Rose City Band (op de platen speelt hij overigens het overgrote deel van de instrumenten zelf) stelde hij zich bescheiden achteraan op. Alsof hij een statement wou maken waarmee duidelijk moest worden dat zijn medemuzikanten even briljant waren als hijzelf.
En meteen werd ook duidelijk dat dit absoluut het geval was. Wat een schitterend stel muzikanten: pedal steel gitarist Zena Kay die blijkbaar Barry Walker moest vervangen, drummer Dustin Dygvig, toetsenman Paul Hasenberg en bassist Dewey Mahood die ik ken van zijn succulente soloproject Plankton Wat en die ook nog in tientallen andere groepen actief is of was.
De groep begon uiterst relaxed  aan een set die onloochenbaar niet de bedoeling had om enkel en alleen de laatste en overigens uitstekende plaat , ‘Garden party’, te promoten maar was samengesteld uit nummers evenredig geplukt uit de vier platen die ze tot nu toe gemaakt hebben. Zelf omschrijft Johnson zijn muziek als porch music en dat is zeker een rake definitie. Laidback countryeske psychedelica waarbij het heerlijk weg zwijmelen was. Gelukkig gebeurde dat laatste niet echt dankzij de sprankelende interventies van zowel gitaar, pedal steel als toetsen die trouwens telkens konden rekenen op een applausje als was het een blues of jazz optreden.
Vergelijkingen zoeken met andere bands lijkt zinloos, dit klonk zo uniek. Toch moest ik even aan Pink Floyd denken, meer bepaald ‘Echoes’, bij de klanken die Paul Hasenberg uit zijn piano en Mellotron toverde maar de man had natuurlijk zelf al de aanzet gegeven door een ‘Pink Floyd live at Pompeii’ t-shirt aan te trekken. De uitgesponnen jams riepen op hun beurt vage herinneringen op aan Jerry Garcia's Grateful Dead maar ook niet meer dan dat.
Het onvergelijkelijke Rose City Band sleurde ons zachtjes mee in een kosmische trip waaruit je niet wilde ontwaken. Daarbij kwamen details en wendingen naar boven die ik op plaat nooit opmerkte. Toch kan ik me inbeelden dat niet iedereen zomaar in extase raakte. Het onthaastende karakter en de aparte, wat mompelende zang van Ripley Johnson maakten het misschien wat minder toegankelijk. Maar eenmaal die hindernissen genomen, bereikte je het walhalla. Een set met niets dan hoogtepunten maar als ik dan toch moet kiezen: "Slow burn" en "Reno shuffle" hadden misschien een wat dwingendere drive.
Helemaal op het einde kwamen we nog te weten waarom het podium versierd was met vlaggetjes en ballonnen: een jarige drummer.
Na een vrij lange set kregen we nog twee toegiften van de groep samen met Rosali waarbij die laatste nog een eigen nummer mocht zingen. Dit was nog maar eens een concertje in Café De Zwerver die lang in mijn geheugen gegrift zal blijven.

Organisatie: VZW De Zwerver - Leffingeleuren, Leffinge

The Mystery Plan

Haunted Organic Machines

Geschreven door

De uit North Carolina afkomstige indie pop band The Mystery Plan heeft een nieuw album uit, 'Haunted Organic Machines', via het Amerikaanse boutique label 10mm Omega Recordings. Met hun achtste full-length album en 13e grote release tot nu toe, zit de band op een vertrouwd als nieuwer terrein, van spacey dance grooves tot spookachtige, stemmige droompop.
Songs als “Big Bliss”, “What A day” en het magisch mooie “Inner Space” zijn rustgevend. De hypnotiserende, bedwelmende soundscapes doen je lekker zweven.
Het is e toegankelijk poppy geluid in het dreamgenre, die een ruim publiek kan aanspreken. Belangvol is de open minded van een sprookjesachtige wereld die open gaat.
Soms durft de band wel lichtjes experimenteren. "Late Night" is er met groovende keys, vervormde drums, bas, elektrische piano en een sax vullen de melodie aan, bepaald door Amy's etherische stem; het versterkt het sprookjesachtige karakter.
"I Think I'm Granola" is er eentje met een dromerig levensverhaal, veel echo en terug die mooie zang. "Snow Queen" begint met een aanstekelijke bas groove, dan met flute, gedragen door die mooie overtuigende vrouwelijke vocals.
Het is een veelkleurige, sprookjesachtige sound die tot de verbeelding spreekt. Muzikaal van deugdzame gemoedsrust tot een dansbare groove. Een fantasierijke wereld wordt gecreëerd.
Je lekker laten meedrijven op hun sound is de boodschap!

Tracklist: big bliss 04:23 what a day(disco) 06:31 innerspace 02:57 late night 04:35 I think I'm granola 03:38 snow queen 03:24 what a day 03:36 holding my interest 06:43

Dreampop Elektronica
Haunted Organic Machines
The Mystery Plan

 

Pagina 113 van 498