logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Hooverphonic
Deadletter-2026...
Concertreviews

Phosphorescent

Phosphorescent - Een versleten stem zonder missers

Geschreven door

Phosphorescent - Een versleten stem zonder missers

Phosphorescent mag dan al jaren meedraaien binnen de indie-folk en americana, toch blijft Matthew Houck een artiest die vooral op gevoel lijkt te varen. Zijn laatste plaat ‘Revelator’ uit 2024 laveerde opnieuw tussen dromerige melancholie, persoonlijke twijfels en warme arrangementen. Sindsdien werkte hij ook aan een soundtrack, maar in Trix leek het vooral een avond te worden waarin hij rijkelijk uit zijn eigen repertoire kon putten. Geen grote verrassingen dus, wel een nieuwe liveband en hopelijk opnieuw die typische warme sfeer waar Phosphorescent ondertussen om bekendstaat.

De opwarming werd verzorgd door Rich Ruth, die later op de avond ook mee op het podium zou staan bij Phosphorescent. Alleen tussen een indrukwekkende verzameling pedalen, elektronica en gitaren bouwde hij drie lange nummers op die balanceerden tussen ambient, jazz en psychedelische elektronica. Soms deed het denken aan Caribou of Tycho, al bleef het geheel wat abstracter en experimenteler. Onder dikke rookwolken en subtiel licht werkte hij met loops, samples en repetitieve gitaarlijnen naar sferische hoogtes toe.
Niet elk moment was even meeslepend, maar Ruth hield duidelijk strak controle over zijn soundscapes. Het publiek reageerde eerder voorzichtig enthousiast, al groeide het respect zichtbaar naarmate zijn set vorderde.

Phosphorescent zelf begon bijzonder sterk. Vanaf “C’est La Vie No. 2” viel meteen op hoe helder de soundmix zat en hoe goed de nieuwe liveband op elkaar was ingespeeld. De subtiele synths, gelaagde gitaren en losse ritmes gaven nummers als “Revelator” en “Wide as Heaven” extra ademruimte.
Houck bleek wel ziek te zijn: zijn stem kraakte geregeld en leek soms op de rand van instorten te balanceren. Toch gaf die extra korrel de songs vreemd genoeg nog meer doorleefdheid. Bovendien stonden er met de tweede gitarist, bassist en drummer bijzonder vaardige muzikanten op het podium, wat nummers als “At Death, a Proclamation” en “Around the Horn” een stevige psychedelische punch gaf.
Halverwege de set werd het iets losser en intiemer. Houck wandelde tijdens “There From Here” over het podium zonder gitaar en zocht zichtbaar het contact met het publiek op. “The Quotidian Beasts” was ondanks zijn bijna volledig versleten stem nog steeds indrukwekkend, mede dankzij een muisstille tussenpassage en een strak lichtspel. Uiteraard bleef “Song for Zula” hét emotionele ankerpunt van de avond, ook al miste de afwezigheid van viool ergens een extra laag magie.
In de bisronde bracht Houck met “Wolves” en “Endless Pt. 1” twee breekbare solomomenten, waarbij hij tussen bindteksten door even zijn draad leek kwijt te raken. Vermoeid, ziek of misschien gewoon wat loom: het maakte hem alleen maar menselijker.
Veel verrassingen bracht Phosphorescent uiteindelijk niet naar Trix, maar dat hoefde ook niet. De warme sfeer, het sterke samenspel en de broze schoonheid van Houcks songs bleven moeiteloos overeind. Zelfs met een stem die zichtbaar afzag, wist hij zijn publiek volledig mee te nemen in zijn melancholische universum.
Geen perfect concert misschien, wel een bijzonder innemende avond die zachtjes bleef nazinderen.

Setlist
C'est la vie no.2 - Revelator - Wide as Heaven - Terror in the Canyons (The Wounded Master) - New Birth in New England -  There From Here - At Death, a Proclamation - Around the Horn - Muchacho's Tune - The Quotidian Beasts - Song for Zula — Wolves - Endless, Pt. 1 - Tell Me Baby (Have You Had Enough) - Down To Go

Organisatie: Trix, Antwerpen

Beoordeling

The Spanks

The Spanks - Local Punkheroes - Tijdloze garagerock vol passie

Geschreven door

Local Punkheroes - The Spanks - Tijdloze garagerock vol passie

Rock-'n-roll brengt een mens nog eens ergens. Zoals in een godvergeten gat als Schuiferskapelle, deelgemeente van Tielt. Dirty Pik, voorman van The Dirty Scums, organiseert er af en toe, wanneer het hem uitkomt, een festivalletje in zaal Club 77. De release (de 31ste!) van de nieuwe Dirty Scums cd, ‘Before we die!’, vormde de perfecte aanleiding om nog eens enkele lokale punkgroepen op te trommelen.

De eerste twee bands liet ik aan me voorbijgaan en dat had ik met de derde groep net zo goed kunnen doen. Street Rock Rebels uit Maldegem bracht streetpunk, een variant van oi!, en dat is niet meteen het soort punk waar ik warm van loop. Maar met bassist UxJx - alias Jan Vandekerckhove, bekend van onder meer Liar en Congress - had de groep toch een prominent figuur in de rangen, wat mijn interesse wekte.
Hoewel het niet echt mijn ding was, kon ik deze simpele, strak gebrachte, meebrulbare punk best wat smaken. Soms kreeg ik wel de indruk telkens naar hetzelfde nummer te luisteren, iets wat bij "Ghosts & demons" zelfs letterlijk gebeurde. Daar viel nog mee te leven, in tegenstelling tot het oeverloze gezwam tussen de nummers door van Fred Van Opstal, die nochtans als zanger niet onverdienstelijk was, maar met zijn geleuter alle geloofwaardigheid te grabbel gooide.

Daarna liep het zaaltje plots helemaal vol voor The Dirty Scums, de langst onafgebroken spelende punkband van België en wellicht zelfs van West-Europa. Zanger-gitarist Dirty Pik, drummer Dirty Zjantie en bassist Dirty Keez werden als helden onthaald en de sfeer zat er meteen goed in.
Ik keek er wat verweesd naar want de gammele punk van de Tieltse sterren wist me nooit echt te raken. Nieuwe nummers als "Debbie Harry" leken kant noch wal te raken terwijl ik de oudere nummers vroeger zeker al beter gehoord had. Toen de groep de carnavaleske toer opging met nummers als "Rit'n zat te skit'n" en "Bob De Brouwer" haakte ik helemaal af. Ik had toch veel meer verwacht van een groep die al 45 jaar actief is.

Dat smaken verschillen werd duidelijk toen meer dan de helft van het publiek al vertrokken was voordat The Spanks aan hun set begonnen. Vooral de diehard punkers waren met de noorderzon verdwenen. The Spanks zijn dan ook geen punkband.
De groep uit Merchtem zag in 1984 het levenslicht nadat zanger Rik Tielemans en gitarist Jan Van Den Bergh The Nomads aan het werk hadden gezien. Samen met The Paranoiacs en The Mudgang vormden ze het hart van de toen bloeiende Belgische garagerockscene. The Spanks maakten drie albums waarvan ‘In your face’ uit 1990, verscheen op het befaamde Get Hip Records, het label van Gregg Kostelich, gitarist van The Cynics.
In 1992 houden ze er noodgedwongen mee op nadat de gitarist voor zijn job naar Madrid verhuist. Nadat zanger Rik Tielemans ernstig ziek wordt en bassist Willy Annaert sterft, lijkt het einde definitief. Maar wanneer Jan Van Den Bergh terugkeert uit Spanje, worden The Spanks in 2022 nieuw leven ingeblazen. Naast Van Den Bergh maakten ook drummer van het eerste uur Bart Teugels en de nieuwkomers Mike Du Bois (zang) en Willy Douterloigne (bas) hun opwachting.
The Spanks namen een wat aarzelende start en "Keep on hidin'" klonk zelfs wat braaf, al kan een half leeggelopen zaal die indruk versterkt hebben. Heel wild werd het nooit, maar gaandeweg werd het vuur toch steeds meer opgepookt. Wat kon ik mijn hart ophalen aan die met zorg gekozen covers van obscure nummers uit lang vervlogen tijden: "Good guys don't wear white" van The Standells, "Night of the phantom" van Larry & The Blue Notes, "Picture my face" van Teenage Head, "Dateless night" van Allen Page with The Deltones, "Long gone" van The Customs.
Tussen al dat moois verbleekten de eigen nummers zeker niet. Integendeel, "Baby please come back", de gloednieuwe single die net zo goed in de sixties gemaakt had kunnen zijn, zou zeker niet misstaan in dat rijtje. De bevlogen zang en de immer smaakvolle gitaar zorgden voor pretentieloze, tijdloze garagerock die me steeds meer in haar ban kreeg. Zeker toen klassiekers als "Strychnine" van The Sonics en "You're gonna miss me" van The 13th Floor Elevators de zaal in werden gevuurd.
Een enkele keer sloegen ze wat mij betreft toch de bal mis. "(What's so funny 'bout) peace, love and understanding" van Nick Lowe vind ik best een aardig nummer maar het aangemeten garagejasje zat niet echt als gegoten.
Ondanks het fel uitgedunde publiek en het feit dat ze eerder die avond al een set in Gent hadden gespeeld, maakten The Spanks nog tijd voor een uitgebreide bisronde met drie songs die voor eeuwig in mijn denkbeeldige jukebox gestationeerd blijven.
Nadat Mike Du Bois tevergeefs naar zijn mondharmonica had gezocht volgde alsnog een excellente cover van "It's all over now, baby blue" van Bob Dylan, die me deed denken aan de versie van Thee Cha Cha Chas, het duo uit Melbourne, van enkele jaren geleden.
Om het feest compleet te maken volgden nog "Have love will travel" van Richard Berry, vooral bekend in de versie van The Sonics, en "Teenage kicks" van The Undertones. Misschien wat veel covers, maar garagerockbands hebben eigenlijk nooit anders gedaan.
Met een energieke set waar de passie van afdroop, bewezen The Spanks dat ze er weer helemaal staan.

Organisatie: The Dirty Scums

Beoordeling

Nashville Pussy

Nashville Pussy - De betere ram-rock

Geschreven door

Nashville Pussy - De betere ram-rock

Het Luikse Acid Talk stak de vlam in de pan met een potje ophitsende psychrock à la Osees, Frankie & The Witch Fingers en Psychedelic Porn Crumpets. Zij deden dat wel op hun eigenste manier met lange songs voorzien van geflipte tempowisselingen en hallucinerende gitaren die al eens uit de bocht durfden te vliegen. Fijne band. Hier zat pit in.

Speedozer had hoegenaamd zijn naam ook niet gestolen, hier zat verdomme vaart achter. Het trio raasde doorheen een stel supersnelle, retestrakke en hondsdolle punk’n’roll songs. De volumemeter ging constant over de rooie, de splinterbommen van songs volgden elkaar in ijltempo op, tussenpauzes waren volledig uit den boze. Op het moment dat een normale mens zou denken ‘harder en sneller kan het echt niet meer’, stak Speedozer doodleuk nog een tandje bij. Geniale geëlektrocuteerde pokkenherrie, dat was het.

De teneur van ‘have fun, play fast and en drink beer’ werd fijntjes verdergezet door Nashville Pussy. Want voor geraffineerde of poëtische teksten was je uiteraard ook bij hen niet aan het juiste adres. Voor toogpraat over pussy, whisky, hell en fucking des te meer. Natuurlijk is de soundtrack die daarbij hoort een portie kolkende, vuile en harde rock’n’roll. En die kregen we met volle teugen in splijtende hard-rock songs die naar goede gewoonte gespeeld werden in een no-nonsens punkmodus, zoals in de tracks met fijngevoelige titels “Shoot First and Run Like Hell”, “Go Home and Die”, “Struttin’ Cock” en “Piece of Ass”.
Ook aan ontspoorde southern-rock en dirty-ass blues ontbrak het niet, getuige “Hate and Whiskey” en “Till the Meet Falls of the Bone” dat hier voor de gelegenheid een uitgestrekte versie meekreeg en voorzien was van een guitige klomp boogie-rock.
Nashville Pussy heeft in 8 jaar geen studio album uitgebracht, nieuw werk was er dus niet te bespeuren, wel 2 niet eerder gereleaste songs “Jacking Of and Taking Names en “King Shit of Fucking Mountain”. Daarop geen stijlbreuken, en dat is altijd goed nieuws voor een band als Nashville Pussy.
Dit is immers het soort band waarvan de fans verwachten dat elke nieuwe plaat exact klinkt als de vorige. En daar is niks mis mee, want zo zijn The Ramones, Motorhead en AC/DC groot geworden.

Geen verassingen dus, Nashville Pussy deed wat het al jaren doet en waarin het één van de besten is, namelijk onvervalste, wilde, bronstige en vettige rock’n’roll er op ramkoers doorjagen. Dikke fun.

Organisatie: De Casino, Sint-Niklaas

Beoordeling

Machine Head

Machine Head houdt Brussel drie uur draaiende op volle kracht

Geschreven door

Machine Head houdt Brussel drie uur draaiende op volle kracht

De verwachtingen waren hoog voor An Evening With Machine Head in een uitverkochte Ancienne Belgique, de Amerikaanse metalveteranen leverden gelukkig een optreden af dat die verwachtingen inloste.
Geen voorprogramma, geen lange wachttijden: drie uur lang stond alles in het teken van Machine Head en hun rijkgevulde catalogus.

Vanaf de eerste noten van “Imperium” zat de sfeer meteen goed. Het nummer werkte zoals het altijd hoort te werken: dreigend opgebouwd, om vervolgens vol open te barsten. Zonder adempauze volgde “Ten Ton Hammer”, meteen twee kleppers na elkaar die de zaal volledig mee hadden. De grote ledwand achter de band zorgde daarbij voor een sterke visuele ondersteuning. Geen overdaad aan effecten, wel knappe projecties, af en toe kracht bijgezet door CO2-fonteinen, die de songs extra diepgang gaven en de show een extra dimensie schonken.
Machine Head hield het tempo in het eerste deel van de set bijzonder hoog met onder meer “CHØKE ØN THE ASHES ØF YØUR HATE”, “Now We Die” en “The Blood, the Sweat, the Tears”. De set voelde bovendien doordacht opgebouwd aan: afwisseling tussen moderne nummers, oudere favorieten en langere epische composities zonder dat het optreden ergens inzakte.
Als je tijdens je tour telkens drie uur speelt, moet je als band natuurlijk zorgen dat je er zelf nog wat plezier aan beleeft. Af en toe zat er daarom wat variatie in vergeleken met eerdere optredens. “Desire to Fire” was een van die subtiele verrassingen in de set. Het nummer werd voor het eerst tijdens deze tour gespeeld en zorgde voor een uitbundige reactie bij de fans die de setlists van eerdere avonden kenden.
Ook “None but My Own” en “Take My Scars” werden enthousiast onthaald door een publiek dat duidelijk voor meer kwam dan enkel de bekendste singles.
Opvallend was hoe weinig bindteksten er eigenlijk nodig waren tijdens de lange set. Machine Head liet vooral de muziek spreken. Toch nam Robb Flynn uitgebreid de tijd voor een persoonlijk moment alvorens “Darkness Within” akoestisch te brengen. Hij vertelde hoe hij tijdens de coronaperiode begon met allerlei akoestische covers en eigen nummers op YouTube te posten en dat deze versie daarvan het resultaat was. Verder biechtte hij op dat het nummer gaat over een periode waarin hij vier à vijf maanden vastzat in een zware depressie. Dit samen met het nummer zorgde voor een ingetogen moment midden in een verder bijzonder intens optreden.
Niet veel later sloeg de sfeer opnieuw volledig om tijdens “ØUTSIDER”, een nummer vanop de laatste worp ‘Unatoned’ (2025). Op vraag van Flynn ging de volledige zaal neerzitten, waarna iedereen tegelijk recht sprong zodra het nummer losbarstte. Wat volgde was pure chaos in de beste betekenis van het woord. De energie in de AB was op dat moment indrukwekkend en bleef ook tijdens “Locust” en “Bulldozer” overeind.
Eén van de aangename verrassingen van de avond was zonder twijfel “BØNESCRAPER”, ook te vinden op ‘Unatoned’ (2025). Live werkte het nummer bijzonder goed, met een refrein dat meteen bleef hangen en opvallend luid werd meegezongen. Mocht dit gelanceerd worden als nieuw WK-nummer, dan zeggen wij alvast geen neen!
Opvallend was wel wat niét gespeeld werd. In tegenstelling tot het optreden in Tilburg de dag ervoor, verdwenen de covers van “Sweet Dreams (Are Made of This)”en “Hallowed Be Thy Name” uit de set. Mogelijk had dat te maken met het feit dat Robb Flynn enkele dagen eerder in het ziekenhuis belandde met longproblemen (“My lungs were burning, man”). Daardoor voelde de bisronde ook net iets minder sterk aan dan mogelijk was geweest. Waar enkel “Halo” als afsluiter overbleef, had een combinatie van “Davidian” én “Halo” als echte encore misschien nog beter gewerkt.

Dat neemt niet weg dat Machine Head in Brussel een ijzersterk en goed opgebouwd optreden neerzette. Drie uur lang kreeg het publiek een set vol hoogtepunten, gebracht door een band die duidelijk weet hoe ze een zaal als de AB in beweging krijgt zonder te moeten terugvallen op overbodige franjes.

Setlist: Imperium - Ten Ton Hammer - CHØKE ØN THE ASHES ØF YØUR HATE - Now We Die - The Blood, the Sweat, the Tears - Is There Anybody Out There? - Desire to Fire  - None but My Own - Take My Scars - SLAUGHTER THE MARTYR - Blood for Blood - Game OverOld - Darkness Within (akoestisch) CatharsisØUTSIDERLocustBØNESCRAPERBulldozer - From This DayDavidian - Halo

Organisatie: Live Nation ism Biebob

Beoordeling

Tamikrest

Tamikrest bewijst live waarom desert rock springlevend is

Geschreven door

Tamikrest bewijst live waarom desert rock springlevend is

Tamikrest bewees dinsdagavond in de intieme setting van de AB Club opnieuw waarom de groep veel meer is dan zomaar het kleine broertje van Tinariwen. Wat begon als een ingetogen desert-blues-set groeide langzaamaan uit tot een bezwerende trip waarin Saharische tradities, psychedelische rock en pure groove naadloos in elkaar overvloeiden.

De geschiedenis van de band hangt onvermijdelijk over hun muziek heen. De leden groeiden op in het noorden van Mali, in een regio die al jaren geteisterd wordt door conflict en onzekerheid. Die achtergrond hoor je in hun nummers: melancholie en strijdlust zitten voortdurend onder de oppervlakte. Toch klinkt Tamikrest nooit zwaarmoedig. Integendeel, hun muziek ademt vrijheid, beweging en verbondenheid (passend voor een band waarvan de naam verwijst naar een “oversteek” of “verbinding”).
Vanaf de eerste nummers bouwde de groep geduldig de spanning op. De repetitieve ritmes en kronkelende gitaarlijnen werkten hypnotiserend. Frontman Ousmane Ag Mossa stond centraal met zijn warme stem en karakteristieke gitaarspel, ergens tussen traditionele Toeareg-melodieën en classic rock in. Invloeden van Hendrix, Pink Floyd of zelfs Knopfler doken geregeld op, maar Tamikrest heeft die invloeden volledig naar zijn eigen universum vertaald.

Live komt hun muziek veel krachtiger binnen dan op plaat. Waar sommige studio-opnames soms wat ingetogen kunnen klinken, ontvouwden de nummers zich hier als lange, ademende jams. De gitaren werden scherper en de ritmes almaar meeslepender. Tegen het midden van de set was stilstaan geen optie meer. Alles draaide om sfeer en collectieve trance.

Ook opener Termal Raison paste perfect bij de avond. Het Brusselse duo bouwde met repetitieve ritmes, drones en subtiele spanningsbogen een set die ergens tussen krautrock, folk en minimalisme zweefde. Geen traditionele support-act dus, maar een zorgvuldig gekozen opwarming voor wat daarna zou volgen.

Tamikrest klinkt tegelijk eeuwenoud en verrassend modern. Blues, funk, psychedelica en Toeareg-tradities vloeien zo natuurlijk samen dat je vergeet hoe uniek die combinatie eigenlijk is.
In een tijd waarin “wereldmuziek” vaak gereduceerd wordt tot een marketinglabel, toont Tamikrest hoe grensoverschrijdende muziek echt kan klinken: eerlijk, intens en volledig zonder berekening.
Na ruim anderhalf uur liet de band een AB Club achter die duidelijk genoten had. Geen groot spektakel, geen overdaad aan woorden of effecten, wel rituele en oerdegelijke woestijnrock. Moet er nog zand zijn?

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Beoordeling

Bella and The Bizarre

Bella and The Bizarre - Tussen camp en elementaire rock-'n-roll

Geschreven door

Bella and The Bizarre - Tussen camp en elementaire rock-'n-roll
Bella and The Bizarre + Straight Shooter

Tributebands? Daar loop ik normaal in een grote boog omheen maar voor Straight Shooter maak ik graag een uitzondering. Je kunt iemand die een eerbetoon aan Greg Cartwright brengt moeilijk van plat opportunisme verdenken, want de man blijft bij het grote publiek nog steeds een nobele onbekende.
Straight Shooter is het geesteskind van Steven Gillis, die zijn sporen verdiende bij onder meer Fifty Foot Combo, Thee Andrew Surfers en Blackup. Verder bestond de bezetting uit gitarist Felix Gillis (zijn zoon) en bassiste Stella Lemmens, beiden actief bij Thee Deadly Comments, en drummer Lion De Clerck die we kennen van Harvesters en Leopard Skull.
Het Gentse kwartet opende de set met een viertal nummers van Reigning Sound waarbij ik meteen antwoord kreeg op mijn grootste vraag vooraf: "Zou de stem van Steven Gillis wel geschikt zijn voor dit project?". Ja dus, want ze kwam verrassend dicht in de buurt van die van Greg Cartwright en dan was het natuurlijk dubbel zo jammer dat de vocals zo diep in de mix verdwenen. Ook de fijne tweede stem van Stella Lemmens was nauwelijks hoorbaar. Gelukkig was dit het enige minpunt en heb ik verder niets dan lof.
Er werd bijzonder strak gespeeld. Geen geleuter tussen de nummers die elkaar in een razend tempo opvolgden. Het werd uiteraard een feest van herkenning met niets dan parels: "Straight Shooter", "We repel each other" en "Reptile style" van Reigning Sound; "The way I feel about you" van Compulsive Gamblers en "Mary Lou" (oorspronkelijk van Young Jessie) van Oblivians waren er maar enkele van.
Even moest ik me toch achter de oren krabben toen ik plots "Hey Sailor" van The Detroit Cobras hoorde. Maar al snel begon het me te dagen: Greg Cartwright speelde ooit een blauwe maandag bij The Detroit Cobras. Op zich heeft hij niets te maken met deze cover van "Hey Sah-Lo-Ney" van Mickey Lee Lane, maar het blijft een fantastisch nummer en het was wel Greg Cartwright die de dood van Detroit Cobras-zangeres Rachel Nagy in 2022 wereldkundig maakte.
De knap opgebouwde set mondde uit in een zinderende finale met eerst drie Oblivians nummers,  "Part of your plan", "Big black hole" en "Bad man", gevolgd door "You got me hummin'" van Reigning Sound.
Kon Straight Shooter tippen aan het origineel? Dat niet, maar wie de nummers niet kende, werd zonder twijfel omver geblazen door deze compromisloze garagerock. En nu de inspiratie van Greg Cartwright, die zich tegenwoordig wegcijfert in andermans groepen (Laundry Bats en het dodelijk saaie The Hypos), lijkt te zijn opgedroogd is dit een welgekomen alternatief.

Bella Khan is de dochter van de stilaan legendarische King Khan, die in The Pit's enkele onvergetelijke passages op zijn naam heeft staan. Ik zag haar eerder enkele nummers zingen bij een concert van haar vader maar verder was dit voor mij compleet nieuw. The Bizarre bestond uit een gitariste, een bassiste en een drummer terwijl Bella zelf ook gitaar speelde. De Berlijnse zangeres verscheen in een opzichtige lange jas en het vervolg liet zich raden.
Na enkele nummers werd het te warm en moest de jas plaats ruimen voor een luchtigere outfit. Bella kwam zeker wat gecultiveerder dan vaderlief voor de dag, al leek haar broek zo uit de garderobe van King Khan te komen, die er ongetwijfeld nog de schaar in zou zetten. Het openingsnummer dreef op bekoorlijke grooves van jaren '60-meidengroepen waarna werd overgeschakeld naar stevige elementaire rock-'n-roll.
Met "Wo bleibst du?" probeerde Bella het zelfs even in het Duits, iets wat ik al lang niet meer gehoord had. Het durfde soms wat rommelig te klinken maar de soulvolle, gepassioneerde zang maakte veel goed.
Naarmate de set vorderde zakte het tempo en nam het campgehalte toe. Soms balancerend op het randje maar het bleef steeds genietbaar. Iemand maakte de vergelijking met Tav Falco's Panther Burns en daar had hij beslist een punt: diezelfde zwijmelende camp die er net niet over ging.
Het theatrale werd allerminst geschuwd, zo schoof Bella even haar gitaar opzij om zich over te geven aan een soort slangendans.
Voor de twee bissen werd het tempo opnieuw opgeschroefd met nummers die het midden hielden tussen punk en exotica.
Tijdens de slotsong droeg Bella, zelf juwelenontwerpster, een prachtige juwelensluier die naadloos aansloot bij haar Oosterse roots.
Toen ik na afloop de setlist kon inkijken viel me nog iets vreemds op. Van de debuutplaat uit 2024 op In The Red Records was geen spoor te bekennen. "Delusions", de tweede single, bleek het enige gekende nummer.
De rest bestond waarschijnlijk uit materiaal van de nieuwe plaat die er zit aan te komen. En dat zou mits wat schaafwerk best wel eens een mooie kunnen worden.

Organisatie: Pit’s Kortrijk

Beoordeling

Thee Vibrafingers

Thee Vibrafingers - Met fuzz doordrenkte garage rock-'n-roll

Geschreven door

Thee Vibrafingers - Met fuzz doordrenkte garage rock-'n-roll

Met Thee Vibrafingers en Oil City Band had de boEgie woEgie een mooie double bill op de agenda maar die spatte jammer genoeg uiteen toen die laatste groep in laatste instantie om medische redenen moest afzeggen. En laat Oil City Band nu net de band zijn waar ik het hardst naar uitkeek.

Gelukkig hadden Thee Vibrafingers genoeg referenties om me toch uit mijn kot te lokken. Deze Franse groep uit Tours bestaat intussen al meer dan dertig jaar en haalde destijds haar inspiratie bij uit het juiste hout gesneden groepen als The Cramps, Teengenerate, Oblivians en The Stooges. Erg productief waren ze niet. Slechts vier albums brachten ze uit, maar dat volstond ruimschoots om hun kontobsessie te etaleren met titels als "Play in your ass!" en "Back from your ass!".
Hun recentste plaat verscheen vorig jaar en heet dan weer ‘Don't push me, asshole!!!’.
Hoogstaande poëzie hoefden we dus niet meteen te verwachten, rock-'n-roll des te meer. Gehuld in witte smokingjasjes en getooid met Afropruiken betraden de vier het podium waarna zanger Vinz meteen al zijn duivels ontbond. Hoewel hij toch niet meer van de jongsten is, stuiterde hij als een waanzinnige in het rond, zich van niemand of niets iets aantrekkend. Terwijl hij over het podium rolde of door het publiek scheerde, serveerde de rest van het orkest met fuzz doordrenkte garagepunk.
De rammelende lo-fi rock-'n-roll, gebracht met het nodige enthousiasme, had eigenlijk alles in zich om er een memorabel feestje van te maken. Toch leek er iets te ontbreken om dat helemaal waar te maken. Bij momenten klonk het toch wat te braaf en dat was vooral te wijten aan de stem van Vinz. Die klonk wat zwak en toen hij het op een schreeuwen zette, was hij vaak nauwelijks nog hoorbaar. Stemproblemen of gewoon een slechte microfoon? Wat ook niet bepaald meehielp, was de wel erg bescheiden opkomst. Desondanks wisten Thee Vibrafingers een spetterende finale uit de brand te slepen. Die begon met het Franstalige "Baba", gevolgd door een overtuigende cover van "Do you wanna know" van The Kids (gaat er altijd in!) die eindigde met een tuimelperte over de monitor van Vinz.
Uiteindelijk werd er afgesloten met publieksfavoriet "Put your finger in your ass", een nummer uit hun allereerste plaat en het sein voor Vinz om met een enorme rubberen middelvinger het publiek in te duiken waarbij ik toch iets verdachts tussen de billen voelde.

Organisatie: boEgie woEgie, Menen

Beoordeling

Caroline

caroline - Complexiteit met een warme gloed

Geschreven door

caroline - Complexiteit met een warme gloed
caroline

Met ‘caroline 2’ (2025) bevestigt het Londense achttal caroline hun status als een van de meest avontuurlijke indiebands van het moment. De groep vermengt folk, postrock, elektronica en experimentele structuren tot een gelaagd geheel dat tegelijk chaotisch en verrassend toegankelijk klinkt. Ook live blijft die aanpak overeind.
In het Wintercircus stelde de band hun nieuwe plaat voor in een set die even uitdagend als meeslepend was.

De avond werd geopend door Gentenaar Abel Ghekiere, die samen met drie muzikanten een sfeervol halfuur neerzette. Vogelgeluiden, zachte klarinetpartijen, viool en subtiele folk smolten samen tot een warme en organische sound. “Tussen de zee en de bomen” balanceerde mooi tussen spoken word en melancholie, terwijl “caroline” langzaam openbrak in een intense climax. Het thuispubliek reageerde zichtbaar enthousiast op deze ingetogen opener.

caroline zelf koos voor een opvallende podiumopstelling: acht muzikanten in een halve cirkel rond een vintage versterker. Vanaf “Song Two” zat de focus meteen goed. Met feedbackexperimenten, complexe ritmes en onverwachte instrumentkeuzes bouwde de band laag per laag spanning op. “U R UR ONLY ACHING” en “Dark Blue” waren vroege hoogtepunten waarin breekbare samenzang en explosieve postrock perfect samenkwamen. Ook het nieuwe materiaal klonk live opvallend krachtig en goed uitgewerkt.
Toch zorgde die experimenteerdrang soms voor afstand. Samples, feedback en ongewone songstructuren overheersten geregeld de subtiele melodieën of vocals. Tijdens nummers als “Beautiful Ending” en de vreemde “Coldplay cover” dwaalde de aandacht hier en daar af, ondanks het indrukwekkende muzikale vakmanschap. caroline bleef boeien, maar maakte het het publiek niet altijd gemakkelijk.
Naar het einde toe viel alles mooi samen. Het uitzinnige “Skydiving onto the Library Roof” en het langzaam ontplooiende “Two Riders Down” brachten opnieuw volledige focus in de zaal.
Afsluiter “Total Euphoria” vat de avond misschien nog het best samen: complex, schurend en chaotisch, maar tegelijk verrassend meeslepend.

caroline bracht zo een uitdagend maar bijzonder sterk concert waarin hun nieuwe plaat volledig tot leven kwam.

Setlist: Song two - U R UR ONLY ACHING - Dark blue - When I get home - Tell Me I Never Knew That - Beautiful ending - Skydiving onto the library roof - Two riders down - Coldplay cover - Good morning (red) - total euphoria

Organisatie: Democrazy, Gent

Beoordeling

Pagina 1 van 388