Het Depot Leuven - concertinfo 2026

Het Depot Leuven - concertinfo 2026 events 02 + 03 + 04-04 Metejoor (ism Live Nation) 05-04 Dub unit 06-04 The Damned 08-04 Luna 10-04 What-U-On-About: Enei, Simula, Skeptical 11-04 The Perfect Tool, Bulls On Parade 14-04 Klaas Delrue 50 17-04 Avaion 18-04…

logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Hooverphonic
avatar_ab_04

Howler

Howler – rock’n’roll hart op de juiste plaats …

Geschreven door

Howler, Hong Kong Dong en Hooded Fang
Een beetje ongelukkig zat ons eigen Hong Kong Dong geprogrammeerd tussen de twee buitenlandse garage rockende bands Howler en Hooded Fang . Geen nood, ze kregen heel wat jonge fans in/rond Oostende en uit de eigen streek van Gent op de been. De familie Zeebroek van Kamagurka , Boris en Sarah Yu , hebben met Geoffrey Burton (ex- Arno) een vriend en begenadigd gitarist bij en samen met nog twee andere leden, brengen zij een zomerse cocktail van pop, rock, electro , disco en funk in een glamoureus kitsch pakje . En ze zijn niet vies om wat Oosterse muziek in dit concept. We dachten aan een rockende Scissor Sisters , die aanstekelijke muziek en jeugdig enthousiasme versmolten en hiermee een sterke live prestatie neerpenden . Opwindende muziek , leuke acts , synchrone danspasjes en bewegingen, interactie met het publiek én een Sarah die als een krolse kat zingend en gillend bezig was. Hong Kong Dong ging alvast niet onopgemerkt voorbij . Het van You tube geweerde oude “Lesbians are a boy’s best friend” hoorden we, naast een rits songs van hun debuut ‘Sweet sensations’  . Band vol optimisme en met een positive vibe!

Net vóór hen zagen we nog een paar nummers van het Canadese Hooded Fang van Daniel Lee , die op tour is met Howler. Een geheel van frisse, aanstekelijke, fijne garagepoprockende songs met een‘60-sixties zomers tintje door de roffelende , hitsende, lieflijke ritmes en de scherpe, rauwe gitaren met verrassende breaks.

Tot slot het Amerikaanse Howler uit Minneapolis, die debuteren met ‘America give up’ . Ze zijn intussen gereduceerd tot een kwartet en brachten  op compromisloze wijze in een 45 tal minuten opwindende , treffende ‘60s/70’s rock’n’roll à billy. Ze halen de mosterd bij The Ramones, The Shangri La’s, The Libertines, BRMC en The Strokes en een huidige link aan de Britse Vaccines is niet vreemd .
De songs werden in een sneltempo gespeeld en de zanger/gitarist Jordan Gatesmith onderhield het contact met z’n publiek en gooide er wat leuke anekdotes tegen aan. De band heeft alvast meer potentieel dan die doorbraaksingle “Back of yr neck“, die deels  verbleekte door songs als “Wailing“, “This one’s different” en “Beach sluts”, ophitsende, frisse, strak gedreven korte songs , die het moeten hebben van wat rommelig-, onstuimig- en slordigheid .
De jonge buffels van Howler speelden hun songs met een vurige intensiteit en hebben het rock’n’roll hart op de juiste plaats.

Organisatie: de Zwerver, Leffinge (Leffingeleuren)

Beach House

Beach House - Aardig toeven in een sfeervol strandhuis

Geschreven door

 

Terwijl iedereen zijn strandhuis opzocht aan de Belgische kust, wrongen wij ons op drukke banen om het onze in Kortrijk te vinden.  Geen zon of strand in De Kreun, maar wel droompop van de bovenste plank alsook twee (gelukkig voldoende bemande) togen. Opgetogenheid alom dus.

Porcelain Raft fungeerde als opwarmer. Erg moeilijk kan je die taak in deze tropische tijden niet noemen. Tot onze frustratie verkeren we niet in de mogelijkheid om over het bewuste voorprogramma iets meer te vertellen want door die vermaledijde Pinksterweekendfiles waren we te laat op post om ons eigen oordeel te kunnen vellen. Waarvoor onze excuses.

Gelukkig waren we wel present toen Beach House op het podium verscheen.  De avond stond in het teken van ‘Bloom’, hun vierde plaat en opvolger van het door velen eind 2010 in hun eindejaarslijstje geslingerde “Teen Dream”.
Het concert opent met “Wild” en daarmee wordt het publiek meteen ondergedompeld in de zalig ijle sfeer die Victoria Legrand en Alex Scally (aangevuld met drummer Daniel Franz) moeiteloos weten te creëren. Heel even worstelt de geluidsman nog wat met de juiste mix maar tegen “Walk in the Park” is dit euvel al lang hersteld en demonstreert de lichtman dat ook hij zijn steentje weet bij te dragen aan het totaalplaatje, iets wat hij tijdens “Norway” nog eens dik in de verf zet.
We zijn nog geen tien minuten ver maar zien letterlijk en figuurlijk al sterretjes. Wanneer “Other People”, “Lazuli”, “Gila” en “Equal Mind” (de b-kant van de blauwkleurige Record Store Day-single “Lazuli”) ietwat makke versies krijgen, beginnen we echter te vrezen dat de warmte het geheel op een lome bedoening zal doen uitdraaien.
Vanaf “The Hours” blijkt Beach House echter voldoende geacclimatiseerd om niet meer te hervallen in het gewoon afhaspelen van hun materiaal. Gedurende “Silver Soul” wanen we ons opnieuw in hemelse sferen, het ligt dan voor alle duidelijkheid echt niet meer alleen aan die kerel van de belichting dat we sterretjes zien.
Nadat Legrand vroeg wie er in 2007 bij was toen Beach House (samen met o.a. Bony King of Nowhere) concerteerde in de vroegere zaal van De Kreun, trakteert ze de deze keer bevoorrechte getuigen (want de zaal was lang op voorhand hopeloos uitverkocht)  op een zinderend “Zebra”. Ook het nieuwe “Wishes” is puur genieten, vooral als na een tweetal minuten Scally een heerlijke gitaarlick uit zijn mouwen schudt.
Niet enkel een deel van het publiek maar ook de groep zelf had waarschijnlijk te kampen met verkeersproblemen, dat leiden we althans af uit Legrands “I hope that all the people made it through the traffic”. Haar bezorgdheid benadrukt ze vervolgens met het mooie “Take Care”, één van de zes parels uit ‘Teen Dream’ die in De Kreun heropgevist worden. Daar waar “Myth” als opener op de nieuwe plaat prijkt, krijgt het live zijn rol als afsluiter van de reguliere set. Tot onze tevredenheid kreeg de gitaar van Alex Scally in de geluidsmix nu wel een meer prominente plaats toebedeeld, voor het overige wordt bij Beach House live vooral de synthesizer door de boxen gejaagd.
De obligate bisronde trapt af met “Turtle Island” (net als het eerder gebrachte “Gila” afkomstig van “Devotion”). Tijdens “10 Mile Stereo” dachten we opnieuw dat het geheel beter zou klinken als de gitaar in de mix wat meer naar voren zou komen, maar dat is misschien een puur persoonlijke voorkeur want rondom ons zagen we alleen maar gelukzalig glimlachende gezichten. Nadat Victoria Legrand de volledig tot de kook gebrachte zaal bedankte “for sweating with us tonight”, trok men in afsluiter “Irene” nog eens alle registers open om aldus een waardig punt te zetten achter een geslaagd optreden.  

Het blijkt dat Beach House door de jaren heen geëvolueerd is van een gammele constructie (herinner jullie bijvoorbeeld de krakkemikkige indruk die ze vier jaar terug gaven als voorprogramma van Fleet Foxes) naar een groep die er stilaan staat als een huis. Het is nog veel te vroeg om van een monument te spreken, maar het potentieel is er - getuige ‘Teen Dream’ en het prachtig gearrangeerde ‘Bloom’ - op plaat alleszins wel.
Als Alex Scally nu nog op tafel durft te kloppen met de eis om zijn heerlijke gitaarspel live niet te veel te bedelven onder de keyboards van Victoria Legrand, dan zien hen ook nog op het podium tot een absolute topper uitgroeien.
In De Kreun zagen we - alles in het acht genomen - geen verpletterend optreden. Het was echter wel aardig toeven in het strandhuis dat we aan de vooravond van de Sinxen-driedaagse geboekt hadden. Zeker goed genoeg alleszins om Beach House een volgende keer opnieuw een (hopelijk dan wel minder letterlijk) warm onthaal te gunnen.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/beach-house-05-05-2012/

Organisatie: Kreun , Kortrijk

Blaudzun

Blaudzun – Groots muzikaal talent uit Nederland!

Geschreven door

De Nederlander Blaudzun aka Johannes Sigmond , overtuigt sterk met ‘Heavy flowers’ . Een handvol Nederlandse artiesten weten me nu écht te ontroeren , en daar behoort deze sing/songwriter, documentairemaker en wielerfanaat zeker bij , want hij schrijft klassesongs. Hij had eerder al twee platen uit en toerde vooral in eigen land met z’n broer en af en toe met band .
Een groots artiest in wording , die in ons landje amper heeft opgetreden (onlangs nog in de Vooruit café). Hij wenst hier ervaring op te doen, en in het najaar zal hij een heuse clubtour in ons landje ondernemen, o.m. Muziekodroom , AB; 4ad, Cactus, de Roma en Stuk . We waren alvast sterk onder de indruk, hij brengt 16 Horsepower, Grant Lee Buffalo en Clannad op één lijn door de innemende, opbouwende, broeierige songs, de emotievolle zang en de songteksten.

In de (vernieuwde) Nijdrop kwam hij met een heuse band aantreden , met zeven waren ze in totaal . De jonge Nand Baert lookalike (remember van Pool tot Evenaar) bracht op sober ingehouden wijze de songs , met een afgewogen rol voor de andere bandleden, of ze werden rijkelijker gearrangeerd met folky poptunes , waarbij ze naar een climax gingen door het bredere instrumentarium , alsof een Arcade Fire naast jou stond , met een ‘alles en nog wat ‘ instrumentenkeuze: banjo, mandoline, lapsteel, toetsen , ukelele, viool , accordeon en blazers . Ruim anderhalf uur behield hij de aandacht van het publiek en werd hij warm onthaald . Het deed Blaudzun en z’n band erg veel deugd .
Meteen werd van wal gestoken met die puike doorbraaksingle “Flame on my head”, die het sing/songwriterschap onderstreept . Een sterk op elkaar ingespeelde band speelde dan een broeierige “Who took the wheel” , en “We both know” explodeerde ergens halverwege . Drie knallers!
Ook in z’n stem stak hij voldoende afwisseling zoals op “Chant des Cigales” en “Wolf’s behind the glass” die eindigde op het getokkel op de ukelele .  De titelsong “Heavy flowers” had dan veel mee van het donkere, mysterieuze en mystieke van Wovenhand door de onheilspellende tokkels en de dwarrelende synths en accordeon . “Sunday punch” en “Jezebell” en een semi-akoestische “Street corner” raakten diep. “Quiet German girls” en “Sunshine parade” klonken  zwierig, dweepten met dubbele percussie en zetten aan tot handclaps . Een folky “Elephants” sloot de set af .
Blaudzun loodste ons moeiteloos door heen die bloedstollende pop. Hier werden ‘parels’ van nummers gespeeld. Majestueus, onthutsend en overrompelend!
De band won aan charisma en werd het podium op geroepen en speelde nog een paar sfeervolle songs o.m. de nieuwe single “Solar”, “Monday” en “Another ghost rocket”.

Een ‘wauw’ gevoel hielden we hier aan over . Hij komt deze zomer nog naar Festival  Dranouter en in het najaar moet je deze man  zeker checken in het clubcircuit die daar stond als een troubadour in een versleten ‘death to the pixies’ shirt, een zwart vestje en een amicale band als muzikaal vangnet .

Love Like Birds is het alter ego van de jonge sing/songschrijfster Elke De Mey, die net op StuBru de vi.be on air in de wacht sleepte . Haar intimistische, dromerige , breekbare songs ontroerden zowel solo als met de beperkte toevoeging van contrabas , drumtics en allerhande tierlantijntjes en geluidjes  . Heerlijk eerlijk materiaal , zowel van de EP als nummers die nog moeten verschijnen. Muzikaal en vocaal sterk gerespecteerd! De elegant gevoelige single “Heavy heart” werd op het einde gehouden .

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/blaudzun-24-05-2012/
http://www.musiczine.net/nl/fotos/love-like-birds-24-05-2012/

Organisatie: Nijdrop, Opwijk

Judas Priest

Judas Priest – Eeuwig Respect!

Geschreven door

 

Op 23 mei 2012 was de Lotto Arena, die zo goed als uitverkocht was, in Antwerpen de volgende stop van de Epitaph tour van Judas Priest, met Saxon en After All op de affiche als voorprogramma.

Na een kleine opzoeking op google blijkt dat de vertaling van Epitaph ‘grafschrift’ wil zeggen, en zoals al langer bekend is, bergt Judas Priest als band hun instrumenten voorgoed op, maar dus niet zonder nog een laatste groet te brengen aan hun fans over de ganse wereld!
Ik was present op dit afscheid in België van één der grootste heavy metal bands in de geschiedenis.

After All was opener van deze avond, met aanvangsuur rond 19u, maar helaas heb ik voor dit optreden verstek moeten geven, dus kan ik er spijtig genoeg niets over kwijt. De 2e band die op het programma stond, meer bepaald Saxon, kon wel over mijn aanwezigheid beschikken. Saxon werd reeds opgericht in het jaar 1976, en wordt ook beschouwd als één van de grote namen uit de NWOBHM stroming, net als Judas Priest. Alhoewel hun carrière niet zo rijk gevuld is qua fans als optredens in de wereld als de headliner van deze avond, kunnen deze Britten toch ook een grote groep trouwe fans op hun conto schrijven, en hebben ze maar liefst 19 studio-albums (dus zonder live platen en compilaties) ter wereld gebracht!!
Een kleine 50 minuten had Saxon om de zaal, vol liefhebbers van heavy metal, op te warmen, en dat lukte hen zonder problemen. Zanger Biff Byford, met bierbuik en nog steeds een massa weelderig lange grijze haren op zijn kruin, is een publieksspeler, en dus een meester in het betrekken van het publiek in zijn belevenis.
Nummers zoals  “Hammer of the Gods”, “I’ve got to rock to stay alive” en “To Hell and back again” waren de minder gekende nummers, maar het werd pas uitbundig toen de bekende hits aan bod kwamen. Zoals bv “Power and the Glory” van het gelijknamig album, een absolute meezinger waarbij talloze vuisten de lucht in gingen, “Strong arm of the law”, een beuker eerste klasse, en “Denim and Leather” waarbij de stem van Biff het moest ontgelden tegen het meezingend publiek.
Uiteraard was de setlist van Saxon enkel bestaande uit de meest favoriete nummers en dus konden “Wheels of Steel” en het prachtige geschreven “Princess of the Night”, tevens afsluiter van de show, niet ontbreken! Om af te sluiten nam Biff de microfoon om mee te delen dat dit nog niet het laatste is wat van Saxon gezien is, want dat ze momenteel bezig zijn met een nieuwe plaat. Goede vooruitzichten dus
J

Een half uur lang werd er druk gewerkt achter de coulissen om de show van Judas Priest voor te bereiden, tijd voor velen om dus eventjes het zweet van het gezicht te wrijven en lekker gerstenat in hun lijf te laten vloeien.
Op de tonen van “War Pigs” van Black Sabbath werd de zaal in het duister gehuld, om direct uit te pakken met “Rapid Fire”. Gehuld in een lange zwarte jas zong Rob Halford zijn fans toe, en qua showelementen waren 2 grote tonnen neergepoot links- en rechtsonder het drumstel van Scott Travis, gewikkeld in metalen kettingen, waar na verloop van tijd 2 gigantische priest-logo’s uit ontsproten.
Tijdens het optreden zelf verdween Halford ettelijke malen om van tenue te wisselen, waardoor hij soms wel wat gemist werd op het podium zelf om eerlijk te zijn.
“Metal Gods” volgde direct na “Rapid Fire”, het liedje dat de belichaming is van de frontman en waarmee hij constant aan verbonden is en zal blijven… Op de achtergrond werd meestal de hoes van het album waarvan de nummers afkomstig waren geprojecteerd, afgewisseld met filmpjes gelinkt aan het titelnummer.
Zo werd onder meer het nummer “Turbo Lover” van het album ‘Turbo’ opnieuw van onder het stof gehaald, “Heading out the Highway” van de plaat ‘Point of Entry’ en “Starbreaker” uit ‘Sin after Sin’. Nummers die volgens mij niet zo veel het daglicht zagen tijdens live-concerten.
Gepaard met vlammen bonkte “Judas Rising” uit de boxen, afkomstig uit het album ‘Angel of Retribution’, de plaat die destijds de wedergeboorte van Rob Halford bij Judas Priest weerspiegelt. Zoals wellicht wel bij de meesten gekend is stopte Rob na de tour van ‘Painkiller’ als frontman, om in 2004 terug aan te sluiten bij de groep. Dezelfde internationale reactie kwam tot stand zoals toen Bruce Dickinson terugkwam bij Iron Maiden, medegrondleggers van de NWOBHM-scene! De magazines stonden er vol van en onder het motto ‘The Priest is Back’ kon verder gewerkt worden na de tegenvallende albums ‘Jugelator’ en ‘Demoliton’ met zanger Tim ‘the Ripper’ Owens, zijn toenmalige plaatsvervanger.
Oké, genoeg historie nu, terug naar de show... Vele gekende nummers passeerde de revue zoals het lange “Victim of Changes” waar gitaristen Ian Hill, de alom gekende Glenn Tipton en Richie Faulkner de show stalen met hun techniek en samenspel, om dan uiteindelijk te eindigen met de lange en hoge uithaal van Rob.
“Diamonds and Rust”, een cover van Joan Baez, begon rustiger dan oorspronkelijk op het album “Sin after Sin” om dan in volle glorie uit te barsten in muzikaal genot. Machtig gebracht!
“Night Crawler”, opnieuw een enorme meezinger, “The Green Manalishi (with the two pronged Crown” “ (tevens cover van Fleetwood Mac) en “Blood Red Skies” hadden ook hun plaats op de setlist.
“Breaking the Law” werd volledig door het publiek gezongen onder zichtbare vreugde van de band, maar het dak ging er volledig af toen het vlugge nummer “Painkiller” ingezet werd door middel van een drumsolo.
Van hun laatste creatie ‘Nostradamus’ werd het nummer “Prophecy” gebracht, waarbij Rob zich had opgemaakt als de grijze ‘Darth Vader’, een nummer die bij de jongste fans met open armen werd aanhoord!
Als toegift kwam Rob het podium op met zijn motor, die de voorkant van de zaal onder de uitlaatgassen bedolf, om “Hell bent for Leather” in te zetten, gevolgd door “You’ve got another thing coming”.
Voor de 2e maal bedankte de band het publiek, maar drummer Scott had er blijkbaar nog zin in want hij begon zelf nog een bisnummer aan te vragen. Uiteraard was dit een ingestudeerde act, maar het publiek volgde de man blindelings en schreeuwde de muzikanten opnieuw het podium op.
De laatste vlammen en rookwolken schoten uit het podium om de laatste stappen van Judas Priest op Belgische bodem af te sluiten met de tonen van “Living after Midnight”, om dan te eindigen met een staande ovatie.
40 jaar Judas Priest, talloze hits, duizenden fans, miljoenen albums verkocht, oneindig veel optredens over gans de wereldbol, …de cijfers liegen er niet om, Judas Priest was geliefd, zal voor altijd in het geheugen gegrift staan, en hun liedjes zullen onsterfelijk blijven!! Helaas was vandaag duidelijk merkbaar dat de stem van de metal God niet meer is wat het geweest was, en dat hij soms moeite had om het tempo aan te houden, en hij veel gebruik maakte van echo’s in zijn zang. Spijtig genoeg staat de tijd niet stil, en kan niemand daaraan ontsnappen.

Rob en co, het ga jullie goed, jullie waren en zijn een inspiratiebron voor velen, en voor veel metal liefhebbers één van de bands waar het allemaal mee begon. Voor eeuwig respect!

Neem gerust een kijkje naar de pics via Sony Music
http://www.musiczine.net/nl/fotos/judas-priest-23-05-2012/

Organisatie: Live Nation

 

The Paladins

The Paladins - Hillbilly Hellride

Geschreven door

 

44 Rave komt uit de hoek waar er nog vette modderkluiven aan de blues hangen, waar de gitaren meer scheuren dan vloeien, waar de smoelschuiver vlijmscherp door het beendermerg snijdt. Meer R.L Burnside dan BB King, meer Red Devils dan Robert Cray, meer pitbull dan poedel. Bij 44 Rave komt de blues uit de met olievlekken besmeurde garage, niet uit de opgepoetste toonzaal.
In De Vooruit deden ze het basloos, wat het geheel gortig en smerig deed klinken. Daar hadden wij helemaal geen probleem mee, integendeel. Fijne band.

Met de opwindende rock’n’roll van The Paladins raakten wij vertrouwd toen ze in 1990 met het bruisende ‘Let’s Buzz’ op de proppen kwamen, tot op heden nog steeds hun beste album. In die tijd waren het ook hoogdagen voor de band, hun agenda was propvol, ze speelden voor vrij grote zalen en festivals en hun muziek raakte tot bij een breder publiek dan allen maar het selecte groepje van blues en rock’n’roll puristen. Het was een tijd waarin geestesgenoten als The Blasters, Tail Gators en Evan Johns &The H Bombs mochten meegenieten van het succes.
Anno 2012 is het wel even anders, de meeste succesvolle periode is al lang achter de rug en de Vooruit was, ondanks de uitmuntende live reputatie van deze zeer potente band, amper voor de helft gevuld. Dit wel met lui die stuk voor stuk een exemplaar van ‘Let’s Buzz’ in hun kast hebben staan, daar durven we onze kop op verwedden.

Op rock’n’roll staat echter geen leeftijd, en ook de muziek van The Paladins is tijdloos, getuige hun opwindende optreden van vanavond. De gedrevenheid en spontaniteit van de drie rasmuzikanten is er hoegenaamd niet op achteruit gegaan, het speelplezier droop er af. Hier zagen we drie gasten die echt graag op een podium staan, ongeacht of dat nu voor enkele duizenden of enkele tientallen fans is.
En ook al is de succesvolste periode al twintig jaar achter de rug, de formule is steeds dezelfde gebleven, namelijk een bruisende cocktail van eerlijke, spetterende en strakke blues en rock’n’roll met een ferme scheut ophitsende rockabilly. De band trad bovendien aan in de originele bezetting, met het trio waarmee in de gloriejaren het mooie weer werd gemaakt. Drijvende kracht Dave Gonzalez liet zijn gitaar meermaals subliem rollebollen en soleren, contrabas entertainer Thomas Yearsly (met lekker kitscherig Hawaï hemdje) promoveerde zichzelf tot publiekslieveling en drummer Brian Fahey mepte het boeltje strak bij elkaar.
De set werd ingezet met de surf instrumental “Powershake” en rolde gretig door met een rits tempo rockers als “Daddy Yar”, “Hot rod rockin’” en “Lil’ Irene”.
The Paladins rockten bedrijvig door tot het hek helemaal van de dam ging wanneer ze aan de klassiekers begonnen. Het alom fantastische “Keep on lovin’ me baby” was een fameuze killer en de temperatuur werd nog wat hoger gestuwd met “Mercy” en de all time klassieker “Going down to Big Mary’s”. Wat volgde was een explosief en uitermate geweldig “Follow your heart” met “Lets Buzz” daar direct achter aan. Het kookpunt was bereikt en The Paladins breidden er nog een heftige bisronde aan om het potje nog wat verder te doen kolken.

Een kleine twee uurtjes pure onversneden rock’n’roll, ze vlogen zo voorbij. Dat wil zeggen dat we een schitterend concertje gekregen hebben.
Let’s Roll, baby !

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/the-paladins-23-05-2012/

Organisatie: Democrazy, Gent

Cloud Nothings

Cloud Nothings - Heerlijk onstuimig en charmant!

Geschreven door

Cloud Nothings , de band rond Dylan Baldi uit Cleveland, wist al de aandacht te trekken met de vorig jaar verschenen titelloze plaat en het onlangs ‘Attack on memory’ , waarbij ze aanklopten bij Steve Albini.
Een leuke hoop ‘lofi’ rammelende grungy punkpopknallers leverden ze af, ‘nofi’ genaamd; ze brengen een ‘back to basics’ geluid, lekker rauw , hard, energiek, fris en aanstekelijk, gekenmerkt van een fijne melodieuze opbouw. Een jong dynamisch bandje dus , die me vorig jaar met het optreden met Yuck in de Bota wist te boeien . Een band naar ons hart dus, die een klein uur lang in de jongste dagen van The Ramones , Sonic Youth en Nirvana voort schuurde…

Openers “Stay useless” en “Fall in” zaten er meteen op en raakten diep ! Een strak tempo in de songs, die wat ruimte liet voor de instrumenten. Songs met de juiste punkattitude! En een zanger die kan zingen en brullen, een valse toon hier en daar inbegrepen; so what, niemand die erom maalde .
De derde, het instrumentale “Separation” werd tot op het bot uitgemergeld: een noisy intermezzo met feedbackgeraas , waarbij het kwartet volledig uit z’n dak ging, met een repetitief , diepe basstune en een wervelende ‘animal’ drums in hun nek . Of je werd volledig meegezogen op het uitgesponnen “Wasted days” . Tja, de link met een Sonic Youth in z’n beginjaren is hier gauw gelegd . Het jonge kwartet ging gretig te werk.
Ze hadden ook enkele broeierige pakkende melodieën klaar  als “Cut you” , “Our planes” en “No future/No past”, of een dreigend “No sentiment”, allen in een potig, luid rammelweb verweven . Nu net in het kader van 30 jaar Democrazy borrelden ‘the good old days’ op van de Reinaertstraat …

Cloud Nothings: onbevangen, speels, fris en opwindend. De kort, krachtige, snelle ‘ oudere’ “Can’t stop awake” en “Not important” sloten ‘en verve’ de muzikale tornado  af. Heerlijk onstuimig, charmant, rakend en beheerst zoiets!

Organisatie: Democrazy, Gent

Nazareth

Classic Rock 2012 - Nazareth roept herinneringen op …

Geschreven door

 

Bijna 45 jaar, met enkele onderbrekingen, timmert de Schotse hard rock band Nazareth reeds aan de weg. In de seventies waren ze behoorlijk succesvol. De tijd was toen rijp voor harde gitaarbands, denk maar aan Deep Purple, Led Zeppelin, Status Quo en zoveel anderen. Handelsmerk voor de meeste van die bands was natuurlijk één of meer loeiharde gitaren en vooral de hoge solozang. Ian Gillan, Robert Plant, en ook Dan McCafferty van Nazareth konden schreeuwen als de beste.
Vreemd genoeg was de grootste hit van de groep “Love Hurts”, een cover van The Everly Brothers. Een power ballad. Ook The Scorpions hadden hun grootste hits met zo’n nummers. En ook de hardrock groep Extreme is alleen nog bekend (onder niet-kenners) door hun ballad “More Than Words”.

Nazareth is één van die bands die koppig blijft voortdoen, ondanks de tanende belangstelling. Hopelijk doen ze dit voor de fun en niet voor de (financiële) noodzaak. Van de oorspronkelijke bezetting zijn alleen solozanger Dan McCafferty en basgitarist Pete Agnew overgebleven. En de eerste vraag is natuurlijk altijd: klinken ze nog steeds goed? Een terechte vraag na enkele zware teleurstellingen met oude groepen.
En dat zit goed, de band is nog steeds te genieten, ondanks het hoge volume (Joke (geen grap…)? Nooit van gehoord…). Enkel met oordopjes dus, hoewel nog steeds talloze fans koppig weigeren die te gebruiken en urenlang op enkele meters van de geluidsboxen blijven staan. Tinnitus, here we come…
Zanger McCafferty haalt nog steeds de hoge noten, maar zijn volume is niet meer zoals het was enkele decennia geleden. Maar met behulp van de elektronica valt dit wel te verhelpen. Daardoor leek het soms alsof hij met drie stemmetjes tegelijk zong. Maar geen enkele echte fan maalt hierom. De overige bandleden zijn goed, maar ook niet meer dan dat. Grappig was wel het vijfde (geheime) bandlid, dat een ganse song door verwoed achter een gordijn op een koebel stond te meppen.
Zo’n zaken pik je mee bij zo’n kleinschalige optredens. Er is contact met de groep, iedereen staat er met zijn neus op.
Maar toch voelt het een beetje triest dat zo’n legendarische groep, die miljoenen platen verkocht heeft, voor een paar honderd mensen moet spelen. Misschien waren ze toch beter met pensioen gegaan, dan konden ze straffe verhalen over vroeger vertellen aan de andere ouderlingen op het dorpsplein.

Ze speelden een niet zo lange set met de meeste van hun hits, afgezien van “My White Bicycle”, dat ze meestal wel spelen. En het slot, met “Love Hurts”, riep herinneringen op aan betere tijden, toen zo’n muziek nog fris en sprankelend was. In die tijd vulden groepen als Nazareth moeiteloos grote zalen. Nu is dat een heel stuk moeilijker …

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/classic-rock-2012-gistel/

Organisatie CC Zomerloos, Gistel 

Prong

Prong heerst over Trix met een verschroeiende versie van Beg To Differ

Geschreven door

Zaterdag liet Prong het meesterwerk ‘Beg To Differ’ nog eens integraal op het Belgische publiek los. Hun tweede album uit 1990 geldt nog altijd als een mijlpaal in het metalgenre. Prong blies begin jaren ‘90 met hun vernieuwende post trashmetal met industrial invloeden een nieuwe wind door de metalscene.
Tommy Victor (zang / gitaar) richtte de band op vanuit thuisbasis New York. Samen met drummer Ted Parsons (ex-Swans) en bassist Mike Kirkland sloegen ze na hun harde punk-hardcorestijl op hun eerste EP ‘Primitive Origins’ en hun debuutalbum ‘Force Fed’ een meer dan gesmaakte muzikale weg in met een mengeling van hardcore, trashmetal en industrial music. Hiermee beïnvloedden ze ook menige band. Jonathan Davis van KoRn en Trent Reznor van N.I.N. steken niet onder stoelen of banken dat ze de mosterd bij Prong haalden. De band kreeg echter nooit de erkenning die ze eigenlijk verdiende en bleef zo hangen in het undergroundcircuit. Het zal grondlegger Tommy Victor worst wezen.


Het was van 20 oktober 1990 geleden dat we Prong onder dezelfde ‘Beg To Differ-tour’-noemer in het uitverkochte en te kleine (meer publiek zonder kaart buiten dan gelukkigen in de zaal) Democrazy-zaaltje in Gent plat zagen spelen. En zaterdag was het niet anders in de Trix-zaal in Antwerpen. Een goed gevulde zaal kon er nog eens horen hoe verfrissend ‘Beg To Differ’ na al die jaren nog klinkt. De originele hoes van het ‘Beg To Differ’ album werd ontworpen door Brian ’Pushead’ Schroeder. Het hing uitvergroot boven de drummer in doekvorm dreigend te wapperen. Tommy Victor is het enige originele lid van de band dat de tand des tijds doorstaan heeft. Hij bleek – zoals altijd - het uithangsbord bij uitstek!
Opener en kopstoot van jewelste “For Dear Life” hakte erin als een bijl van een hyperactieve middeleeuwse beul. Dit kon tellen als verwelkominggroet. “Steady Decline” werd retestrak in onze maag gesplitst en bij titelnummer “Beg To Differ” en “Lost and Found” werd de chorus uit volle borst meegezongen vanuit het publiek.
Tommy Victor had er duidelijk zin in en liet geen kans onbenut om dit publiek nog wat meer op te jutten. Het langzaam opgebouwde en snedige “Your Fear” spatte finaal open als een rijpe zweer in een hevig headbangend publiek. Het voorzichtig aanzwellende “Take It Hand” ging al vlug over in hardcore van de bovenste plank om dan gas terug te nemen tijdens het chorusgedeelte, dat wederom door een uitzinnig publiek werd meegebruld.
Tijdens het instrumentale “Intermenstrual, D.S.B.” kon Victor zijn stembanden wat sparen. Dit in tegenstelling tot zijn gitaarsnaren, die met een brede grijns gefolterd werden alsof ze nog veel op te biechten hadden. Er volgden nog een mokerslag (“Right To Nothing”), een uppercut (“Prime Cut”) en een rechtse directe (“Just The Same”). We konden gelukkig nog tijdig recht krabbelen om te genieten van een magistrale versie van de Chrome-cover “Third From The Sun” en tevens het laatste nummer op hun Beg To Differ album.

Maar Prong zou Prong niet zijn als ze ons, naast enkele schitterende songs uit hun nieuwe album (‘Carved Into Stone’) ook nog op enkele klassiekers zouden trakteren bij de bisronde. Het nieuwe “Revenge… Best served cold” moest niet onder doen voor de klassiekers “Rude Awakening”, “Who’s fist is this anyway”, “Another Wordly Device” & “Snap Your Fingers - Snap your Neck”. En uitsmijter “Eternal Heat” van het nieuwe album liet de hel los in de Trixzaal, die ondertussen meer weg had van een oververhitte sauna.

Bezweet maar voldaan trokken we de nacht in na een klassiek avondje Prong om duimen en vingers bij af te likken. Deze pioniers blijven de heersers in het genre.


Organisatie: Heartbreaktunes (i.s.m. Rock Herk 30 years + Trix, Antwerpen)

Pagina 272 van 386