AB, Brussel programmatie + infootjes

AB, Brussel programmatie + infootjes Concerten 01-04-26 – Kofi Stone 01-04-26 – Klaas Delrue 50 01-04-26 - Nightlab 03-04 t-m 06-04-26 – BRDCST 2026 – jaarlijkse hoogmis voor muzikale avonturiers (curatoren: Keeley Forsyth, Ichiko Aoba, Stephen O’Malley)…

logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

dEUS - 19/03/20...
Suede 12-03-26

Loreena Mckennitt

Loreena McKennitt – Betoverend mystieke engel

Geschreven door

 

Jaren geleden - het zijn zelfs decennia - sleurde een stem van een Sirene ons de grote tent op Dranouter binnen. Het aanblik was - zo mogelijk - nog puurder dan de klank: een hoogblonde engel en een harp onder een fel witte spot. We waren verleid, verloren én gewonnen. Tot zover de herinnering die ons dwong om de Canadese Loreena McKennitt in het Koninklijk Circus voor een tweede keer te gaan aanbidden want voor het eerst in vier jaar (in 2008 was ze ook al op Dranouter) kwam ze terug naar België en Europa bij uitbreiding. Herinnering en belevenis, dat hadden wij en dat brengt McKennitt ook zelf: herinnering aan en herbeleving van een mystiek verleden op een manier waarin emotie en perfectie samenvloeien.

Het is meesterlijk wat ze doet. Zowat alles wat ze doet. Ze is zangeres, componiste, muzikante en zakenvrouw, want nadat ze in 1985 haar eerste album (‘Elemental’) ineen vouwde, volgde een carrière die de hoogte van haar stem nog overtrof. McKennitt is een van de meest succesvolle onafhankelijke muzikanten in Canada. Ze richtte snel haar eigen platenlabel Quinlan Road (1985) op en verkocht intussen haast 15 miljoen cd’s, met ‘The Visit’ (1991) als grootste slokop. Met haar jongste ‘The Wind that shakes the Barley’ keert ze terug naar de essentie van haar eerste album dat ze toen nog in cafés, clubs en op straat verkocht.
Het lijkt een sprookje, net als haar muziek, dat eerder ‘muzaïek’ benoemd kan worden. Ze put uit de Keltische traditie waar ze gedichten als een mozaïek met haar muziek in elkaar legt en oude teksten nieuw leven inblaast. Ze is een gigant in haar genre, al is dat genre moeilijk te labelen. Folk ja – en toentertijd stond ze perfect op het toen nog Folkfestival Dranouter – maar er schuilt zoveel meer in haar muziek. Invloeden en restanten van verschillende stijlen en culturen, zelfs Middeleeuwse en klassieke en mystieke snuifjes, al blijft de Ierse (en Schotse) ondertoon wel de leidraad. De Canadese heeft haar eigen roots ook in de highlands en trok er meermaals naartoe, zo vertelde ze glunderend in de Cirque Royal.
Melancholie is haar handelsmerk in dit alles.  Met de ‘Celtic Footprints Tour’, keert ze effectief terug naar de Keltische muziek van Ierland, Schotland en Engeland. Het valt ook op hoe verschillend haar publiek is, al is de doorsnee fan wel de veertig voorbij, zo stelden we vast begin april.
Haar achtkoppige orkest - onder wie gitarist Brian Hughes, violinist Hugh Marsh en de blootvoetse celliste Caroline Lavelle, de drie ‘vasten’ die mooi naast haar stonden opgesteld net voor de rest van de live band - opende met “Spered Hollvedel”, zonder Loreena zelf, die wat later on stage kwam en zich achter haar grote harp installeerde voor “Morrison’s Jig”.  De heel intieme sfeer werd meteen gecreëerd, mede door de sobere setting met occasioneel een sterrenhemel achter de band en vier kaarslichtbronnen – ook al uit een ver verleden maar met elektrische ‘kaarsen’ ­boven het podium. De lichtshow was minimaal, maar even gefocust als de sterke muzikanten.
La Loreena, die zich zelf grondig verdiept in haar songs, deelde haar historische kennis en betekenissen af en toe met haar Brussels publiek, ook in de vorm van levensanekdotes die zelfs grappig waren. Haar praatstem is trouwens al even breekbaar als haar sopraan zangstem en die blijft verbazend helder.

Zoals in een traditioneel theaterstuk splitste ze haar gig op in twee delen. In deel 1 spreidde ze al haar gamma uit van heel intriest (“The Emigration Tunes”) tot direct erna vrolijk opgewekt (“As I Roved Out”), zelf aan de accordeon meedansend. Net voor “The Bonny Swans” dat het eerste deel afsloot en een indrukwekkend duel was tussen de elektrische gitaar en de viool, stelde ze haar rist topmuzikanten voor.
Het tweede deel sloeg ze aan met de titelsong van haar laatste album “The Wind That Shakes the Barley”, heel intimistisch net als het daaropvolgende “Raglan Road”. Ze trok verder in het spoor van de Kelten en kwam uit in “Santiago” (De Compostella) waarin Hugh Marsh een indrukwekkend overrompelend stukje vioolvirtuositeit opvoerde.

Muzikale poëzie, dat is het wat McKennitt brengt en dat is zelfs letterlijk te nemen, want “Down by the Sally Gardens” en het ontroerende ‘Stolen Child’ zijn effectief gedichten van de Ierse poëet W.B. Yeats die uitvoerig gesitueerd werd. Tot driemaal toe kreeg ze van het Koninklijk Circus een staande ovatie. En wij stonden met plezier mee recht, maar dat had U wellicht al door. Betover(en)d, zo heet dat dan.

Setlist Deel 1: 1. Spered Hollvedel 2.
Morrison's Jig 3. Bonny Portmore 4. The Star of the County Down 5. The Highwayman 6. The Emigration Tunes 7. As I Roved Out 8. Down by the Sally Gardens 9. The Bonny Swans
Deel 2: 10. The Wind That Shakes the Barley 11. Raglan Road 12. All Souls Night 13. Santiago 14. Stolen Child 15. The Lady of Shalott 16. The Mummers' Dance 17. The Old Ways
Bis: 18. Never-ending Road (Amhrán Duit) 19. The Parting Glass 20. Huron 'Beltane' Fire Dance


Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/loreena-mckennit-07-04-2012/

Organisatie: Live Nation

 

Barrence Whitfield

Cool Soul Festival - Barrence Whitfield & The Savages - Soul... maar dan wel uit de garage

Geschreven door

Cool Soul Festival - Barrence Whitfield & The Savages - Soul... maar dan wel uit de garage

Wie bij het horen van Cool Soul dacht aan Michael Kiwanuka, Lee Fields, Charles Bradley, Eli 'Paperboy' Reed of Sharon Jones, toonaangevende namen die recentelijk het mooie weer maakten in de soul, kwam hier bedrogen uit. De organisatoren van dit festival, dat nog enkele andere steden in Frankrijk aandeed, zochten hun soul in de garage en het hoefde zelfs niet altijd soul te zijn maar de optredens waren er daarom niet minder dampend door.

Eerste vaststelling : de Zwitserse Mama Rosin was zonder dat er daar ook maar ergens melding van werd gemaakt uit de line-up verdwenen en blijkbaar vervangen door DJ J.L., een man uit de streek die zijn sixtiesplaatjes wat meer glans trachtte te geven door theatraal te staan meezingen.

Het festival ging pas echt van start met Wraygunn, een achtkoppig collectief uit Portugal rond de elastische zanger-gitarist Paulo Furtado. Ze brachten smeuïge garagesoul, die me meer dan eens deed denken aan The Make-Up, met veel aandacht voor de percussie (een drummer en een congaspeler). De zang, voorzien van een ferme Jon Spencer-tik, kon niet altijd overtuigen maar dat werd ruimschoots gecompenseerd door twee uitmuntende zangeressen : Raquel Ralha en vooral de van een echte soulstrot voorziene Selma Uamusse, die trouwens elk moment dreigde te bevallen Die twee gaven het geheel bovendien dikwijls een exotische toets door wat junglegeluiden te produceren en brachten me zo Paulo Furtado's verleden als The Legendary Tigerman voor de geest.

Na deze bruisende show was het reppen naar de Aeronef-Bar voor Lewis Floyd Henry, een geboren busker uit Londen die in het verleden een paar keer gearresteerd werd voor het decoreren van openbare gebouwen. Desondanks bleek dit een zeer minzame mens die met een mini-drumstel aan de voeten wel een kruising tussen Bob Log III en Jimi Hendrix leek. Maar die vergelijking doet eigenlijk wat tekort aan zijn kunnen want zijn rammelende muziek stuiterde letterlijk alle kanten uit. Zo gaf hij zelfs, de Wu-Tang Clan achterna, een heus en bovendien gesmaakt rapnummer ten beste. Onvoorspelbaar, chaotisch en boeiend van begin tot einde, wat kan een mens nog meer wensen?

Van The Dustaphonics had ik eerlijk gezegd nog nooit gehoord maar toen ik drummer Bruce Brand op het podium zag verschijnen wist ik meteen dat dit goed zat. Bij mijn weten heeft deze veteraan uit de Londense garage-scene nooit in een slechte band gespeeld. Zijn c.v. oogt dan ook indrukwekkend :Thee Milkshakes, Len Bright Combo, Thee Headcoats, Link Wray, Hipbone Slim & The Knee Tremblers,... Maar ook de rest van dit internationale gezelschap mocht er zijn : Michael 'Bluesmith' Jablonka (ook uit Londen) op bas, vergeleken met zijn ontplofte kapsel is de haartooi van Marouane Fellaini een lachertje. De bijzonder sensuele, tot onder de oksels getatoeëerde en in hotpants flanerende zangeres Kay Elisabeth uit San Francisco. En ten slotte leider van de groep, de Frans-Spaanse zanger-gitarist Yvan Serrano-Fontova, ook gekend onder de naam Healer Selecta en tevens werkzaam als producer en dj. Dit bonte allegaartje bracht een uitzonderlijk stomende mix van soul, garage, rock-'n-roll en surf. De immer lachende Serrano bleek een excellente gitarist en Kay Elisabeth had alles wat een queen of soul zich maar kan wensen. Een adembenemende dame! Serrano had het ook even over zijn samenwerking met de vorig jaar overleden cultactrice Tura Santana, vooral bekend om haar rol in ‘Faster Pussycat! Kill! Kill!’ van ‘sexploitation’ regisseur Russ Meyer, waar hij duidelijk trots op was. Na een voorbijgevlogen set van maar liefst 19(!) nummers lagen we net niet uitgeteld tegen dek, maar tijd om te recupereren was er niet want in de bar waren Bob & Lisa al bezig. The Dustaphonics waren werkelijk een revelatie.

Het echtpaar Bob (Vennum) en Lisa (Kekaula) uit Riverside, Californië kent u wellicht van The Bellrays maar af en toe trekken ze dus ook met zijn tweeën de wereld rond. En in die intimistische bezetting moeten ze absoluut niet onderdoen voor die Bellrays, die soms last durven te hebben van onverteerbare hardrockneigingen. Hier was daar dus geen spoor van te bekennen. Met die geweldige stem van Lisa (met alle respect voor de anderen toch de beste van de avond) was de gitaar van Bob als begeleiding meer dan voldoende. Tussen de songs door nam Lisa haar man voortdurend op de korrel wat de entertainingsgraad alleen maar verhoogde. Tussen het vele mooie eigen werk ontwaarde ik ook een cover van "Baby what you want me to do" van Jimmy Reed. Bob & Lisa : het leek bescheiden maar was daarom niet minder indrukwekkend.

Het was al een flink eind na twaalven toen Barrence Whitfield & The Savages op het podium verschenen. Deze groep ontstond in 1984 in Boston en maakte met platen als ‘Barrence Whitfield & The Savages’ en ‘Dig yourself’ nogal wat deining in rock-'n-rollmiddens. Helaas bleef de belangstelling hiervoor steeds ondermaats en verdwenen ze rond 1990 van de radar om in 2010 onverwacht opnieuw op te duiken.
Van de oorspronkelijke bezetting bleven naast Barrence zelf (echte naam Barry White, vandaar het pseudoniem uiteraard), Phil Lenker (bas) en Peter Greenberg (gitaar), beiden met een verleden in Lyres en DMZ, over. De gaten in de band werden vakkundig gedicht door twee uitstekende nieuwkomers : op sax Tommy Quartulli die je zou kunnen kennen van The Kings Of Nuthin' en drummer Andy Jody, die vorig jaar nog op tournee was met de geweldige James Leg.
Veel mooi volk op de planken en dat resulteerde in een set knetterende  rock-'n-roll. Soul was het niet maar daar maalde niemand om. Ze begonnen meteen met het prijsnummer uit hun vorig verschenen plaat ‘Savage Kings’, "Ramblin' Rose" waarin het gekrijs van Barrence het midden hield tussen Little Richard en Robert Plant.
De toon was meteen gezet voor een verpletterende reeks rock-'n-rollnummers, steeds in een hoge versnelling. "If you want a slow one, do something slow with yourself at home" dixit Barrence, suggestieve beweging incluis. Op zijn 57ste bleek hij nog steeds één brok dynamiet te zijn en die kilootjes overgewicht konden niet beletten dat hij voortdurend als een gek rondtolde over het podium. Een livebeest pur sang!
Alles klonk heerlijk ouderwets, vooral door die voortdurende vette saxstoten (dit hoor je nog zelden) en toch voelde je een energie als was hier een groepje aan het werk dat nog alles moest bewijzen. Hopelijk blijven ze dit keer wat langer de podia teisteren.
Deze tweede editie van het Cool Soul Festival bleek ondanks de wat ondermaatse opkomst een voltreffer waarop geen enkele act ontgoochelde.

PS : Bob & Lisa, Lewis Floyd Henry en Barrence Whitfield & The Savages zijn op 1 mei nog te zien op het  Roots & Roses Festival in Lessen!

Organisatie: Aéronef, Lille

Isbells

Isbells stelt ‘Stoalin’’ voor aan een uitverkochte Centrale

Geschreven door

‘Isbells’, het debuutalbum van de gelijknamige groep, werd onmiddellijk na de release in 2009 met veel enthousiasme onthaald. Met ‘Stoalin’’ hebben Gaëtan Vandewoude en de zijnen opnieuw een prachtige plaat klaar, die ze kwamen voorstellen op 3 april in De Centrale, Gent.

Mad About Mountains verzorgde het voorprogramma. Ex-Monzalid Piet De Pessemier maakte van de break van zijn vorige groep Krakow gebruik om een muzikale doorstart te maken, zij het nu geheel akoestisch. Begin 2012 werd het eerste album gereleased op Zealrecords.
Bij aanvang van de set koos De Pessemier ervoor om in alle rust te beginnen: voor hij vergezeld werd door de andere muzikanten, deed de zanger ons denken aan de sfeer die ‘Nebraska’ van Bruce Springsteen oproept.
Na een tweetal nummers werd de bezetting uitgebreid met een erg ingetogen drum en een langzame, melancholische baslijn die Myrthe Luyten (Astronaute) samen met de backing vocals voor haar rekening nam.
Daar deed het ons meer denken aan een akoestische versie van slowcoreband Low, doorspekt met country en americana. Volgens de teasers die op Youtube te bekijken zijn (tip!), wordt de mosterd verder bij Neil Young gehaald. MAM brengt beslist geen feelgood-nummers, maar de muziek lijkt wel recht vanuit Piet De Pessemier zijn hart te komen. Een bank vooruit daar dus, maar gelukkig was de set net op tijd gedaan voor we onze aandacht begonnen te verliezen.

Er zat genoeg druk achter Isbells: na een sterk debuutalbum met twee singles die beiden een hit werden, lag de lat hoog. Gelukkig kan ‘Stoalin’’ deze verwachtingen evenaren.
Als opener voor een uitverkochte Centrale werd gekozen voor de titeltrack van de nieuwe cd, waardoor hier ook een sobere start genomen werd.
Absoluut pakkend was “Letting Go”, dat vast en zeker gesmaakt werd door het grote aantal aanwezige koppeltjes in de zaal. Na de prachtige single “Illusion” was het tijd om de aanwezigen even te amuseren met een unplugged versie van “As Long As It Takes” (Isbells, 2009), waarbij het publiek als achtergrondkoor functioneerde. Dit werkte wonderwel doorheen het volledige nummer.
In “Elation” wijkt de groep af van de gekende folksongs, voor een fris popgeluid met gebruik van drumsynth die bespeeld wordt door Christophe Vandewoude, broer van. Op het album is in dit nummer ook kort een kinderkoor te horen.
Met “Erase and Detach” werd geëindigd, maar niet voordat de leden van Mad About Mountains opnieuw het podium opkwamen om samen in schoonheid af te sluiten. Ook op cd laat dit nummer een serieuze indruk achter, maar is de passage helaas van korte duur.
In de bisronde werd tot slot het verplichte “Reunite” (Isbells, 2009) nog even uit de kast gehaald.

Dat Isbells het nog steeds doet uit liefde voor de muziek en het samenspel, is te merken aan de gevatte oneliners die van tijd tot tijd in het publiek gelanceerd werden, tot opmerkingen over de kousenvoeten van bassiste/percussioniste Chantal Acda (“Anders kan ik niet tamboerijnen!”).

Wie het viertal nog aan het werk wil zien, kan de komende maanden op verschillende plaatsen terecht (Cactus, 4AD,…). Vooraleer ze deze zomer op het podium van Werchter 2012 staan, gaan ze in mei echter het vliegtuig op richting China, alwaar een kleine tour op poten gezet wordt. Naar eigen zeggen trekt de groep erheen zonder hoge verwachtingen, maar zelfs aan de andere kant van de wereld zal een beetje muziekliefhebber de schoonheid vast en zeker kunnen ontwaren in de parel die ‘Stoalin’’ geworden is.

Organisatie: Democrazy, Gent

Other Lives

Goedgevulde avond onder de radar: The Magnetic North - Deer Tick - Other Lives

Geschreven door

Met Deer Tick en Other Lives in één pakket biedt de Botanique een volstrekt unieke combinatie aan. Beide bands kennen elkaar niet , ook al zitten ze een beetje in het zelfde vaarwater van rockbands die hoog aangeschreven staan bij muziekliefhebbers maar vooralsnog onder de radar van het grote publiek opereren. Een geluk eigenlijk want beide bands tekenen - inclusief een zeer aangenaam voorprogramma - voor een lange maar prachtige avond in een uitverkochte Orangerie!

Met The Magnetic North als voorprogramma trapt de avond alvast op aandachtsvragende wijze af. Op het eerste zicht niet zo’n bekende naam maar eigenlijk verbergen zich achter deze bandnaam Erland Cooper en Simon Tong van Erland and The Carnival én de geweldige Hannah Peel. Ook al belandt hun album ‘Orkney: Symphony of...’  pas in mei in de rekken, vanavond laten ze reeds proeven van de sfeervolle indiepop die die plaat zal bevolken. Met een rijk instrumentarium sleuren ze het publiek mee in hun universum gewijd aan de Orkney eilanden. De stemmen van Cooper en Peel schurken gezellig tegen elkaar aan, folk verzoent zich met elektronica. Violen worden schrander gesampled, een muziekdoos in dynamisch contrast gebracht met stevige gitaren. Dit is wat ze noemen bijzonder beloftevol!

Tijd voor onversneden Hard- en Blues-rock (‘n Roll) dan met de 5 ruige mannen van Deer Tick (OK, 4 + 1 broekvent). Ongeleid projectiel met de scherpe schuurpapieren stem John McCauley III wordt, ondanks zijn licht beschonken toestand, voldoende in het gareel gehouden om het niveau een hele set hoog te houden. Het lolgehalte dat er ook op de laatste worp ‘Divine Providence’ al was en een iets andere kant van Deer Tick laat horen, spat er al af vanaf opener “The Bump”. Daarin wordt gretig “We’re full grown men but we act like kids” gezongen wat later in de set klinkt ongetwijfeld alweer een groepscredo “Let’s All Go To The Bar”. Op plaat is die lol misschien wat tegenvallend zeker in vergelijking met het andere meer intieme werk van vorige platen, live brengt het wel een brok spelplezier met zich mee. Toch zijn het net die oudere songs die zich het meeste staande houden. Niet in het minst Ashamed in een heel nieuwe versie waarin de piano en de sax een prominente rol krijgen toebedeeld. Afwisselend, luid en hard, en vast niet ieders meug maar al bij al toch een goed rapport.

Bij het soundchecken wordt het podium propvol instrumenten geplaatst. Is dit allemaal voor Other Lives? Jazeker, de heren en dame blijken namelijk ware muzikale veelvraten die in eenzelfde nummer verschillende instrumenten vlot door elkaar combineren. Zeg nu zelf, hoe vaak zie je iemand die met een gitaar op zijn rug en viool in de aanslag er ook nog eens stijlvolle trompetsolo uitperst?
Dit jaar mogen Other Lives op zondag in Werchter de Marquee openen voor de lieden die dan na 3 dagen festival zich daar nog toe kunnen bewegen. Een beetje een ondankbare positie maar het is niet anders. En er is de troost dat de ware magie van Other Lives nergens zo goed tot zijn recht komt dan in een donkere warme kleine concertzaal voor een geïnteresseerd publiek (of het zou door de autoradio ergens op een Amerikaans highway temidden van natuurpracht moeten zijn).
Dat het publiek vele fans telt blijkt nummer na nummer uit de positieve respons, nummers die vooral gepikt worden uit het steengoede, vorig jaar verschenen ‘Tamer Animals’. “For 12”, de beste song op die plaat steekt er vanavond niet bovenuit, al is dat absoluut de verdienste van het hoge niveau waarmee de rest van de songs wordt gebracht. Met het juiste gevoel voor pathetiek en wijdsheid maar tegelijk ook voldoende gevarieerd en intiem. Frontman Jesse Tabish mag in de bis met een solo gebracht “Black Tables” nog eens extra in de verf zetten dat Other Lives wel degelijk een klasseband is.

Een band die zijn stiel en stijl beheerst en zonder schroom naast namen als Bon Iver, Fleet Foxes en Arcade Fire kan gaan staan! Met een cover van Cohen’s “The Partisan” wordt zo een punt gezet achter een lange, goedgevulde maar zeer interessante concertavond.

Neem gerust een kijkje naar de pics
Other Lives http://www.musiczine.net/nl/fotos/other-lives-02-04-2012/


en verder
Deer Tick  -
http://www.musiczine.net/nl/fotos/deer-tick-02-04-2012/
The Magnetic North - http://www.musiczine.net/nl/fotos/the-magnetic-north-02-04-2012/

Organisatie: Botanique, Brussel

Emeli Sandé

Emeli Sandé in staat hoofdrol op zich te nemen

Geschreven door

Dé meest gehypte zangeres van dit moment is ongetwijfeld de Schotse singer-songwriter Emeli Sandé. Haar eerste wapenfeit “Heaven”, terug te vinden op de in 2012 uitgekomen cd ‘Our versions of Events’ werd grijsgedraaid op de radio. Voor de release van haar eerste plaat was Sandé al een gerespecteerd songwriter, ze schreef o.a. voor Britains got Talent winnares Susan Boyle en tieneridool Leona Lewis. Recent werd bekend dat ze de comeback van het meidentrio Sugababes in goede banen mag leiden.

Brussel betekende de charismatische nachtegaal met blonde bles haar voorlopig laatste tournéedag op het Europese vasteland en ze beloofde er een feestje van te maken. Starten deed Sandé met “Daddy”, ingeleid door piano en eindigend in een dramatisch hoogtepunt waarin de voltallige begeleidingsband – inclusief twee opvallende backingvocalistes – in werden meegetrokken. Nochtans was het meteen duidelijk dat er slechts één de eerste viool zou spelen die avond en dat was Emeli Sandé. Met een bereik van wellicht vijf octaven, heeft ze zonder meer het patent op de beste stem van het laatste decennium! Wat een kracht en finesse!
Die stem kon ze het best laten horen in de ballads, waarin ze zichzelf begeleidde op piano, zoals op “Suitcase” en “Clown”. Jammer dat deze nummers vaak iets te klef werden door de synthesizer – ik meende zelfs een orgel te horen – die eraan werden geplakt. Daarnaast haalde ze soms wel en soms niet overtuigend uit met de soul in “Tiger”, het reggaegesamplede “Where I sleep” en popnummers zoals “Breaking the Law”. Het best vond ik haar echter in de meeste dramatische nummers “My Kinda Love” en “Read All About It”.

Tegen die tijd was het grootste deel van de zaal al overstag gegaan, maar het was pas bij het laatste “Heaven” dat de toeschouwers uit hun zetels rechtsprongen en zich aan het dansen waagden. Afsluiten deed de sympathieke zangeres, na een korte maar krachtige set, met het bisnummer “Next to me”, één van de hoogtepunten van de avond.

Wie Emeli Sandé dit jaar nog aan het werk wil zien zal het kanaal over moeten of een ticket bemachtigen voor een Coldplay concert in de Verenigde Staten, waarvoor ze nog tot eind deze zomer het voorprogramma verzorgt. Nochtans heeft Emeli Sandé genoeg materiaal en power in huis om zelf de hoofdrol op zich te nemen. Wordt dus zeker vervolgd!

Organisatie: Live Nation

Primus

Primus - Virtuoze gekte en nostalgie

Geschreven door

Vorig jaar in juni waren we er ook als de kippen bij toen Primus een come back tournee pleegde, het blijde weerzien op het podium van de AB was een heuse belevenis.
Dus mochten we hun nieuwe doortocht zeker niet missen, temeer omdat wij ondertussen al sterk gebeten waren door de uitstekende nieuwe plaat ‘Green Naugahyde’ waarin Primus de supervorm van hun jongste dagen te pakken heeft. Bovendien had de band een drie uur durende show aangekondigd, dus zou er vanavond nog veel meer zijn om van te snoepen.

Het eerste uur bestond uit een reeks hoogstaande vroege Primus songs en klassiekers, met een setlist die, omwille van het fantastische repertoire van Primus, nogal onvolledig was. Maar ja, dat kon ook niet anders, we zouden wel goed geweest zijn voor een marathon van 5 uur.
Al gauw werd het duidelijk dat Primus hier weer even briljant en virtuoos stond te spelen als vorig jaar. De niet te evenaren baskunstjes van Les Claypool waren alweer buitenaards, de gitaar van Larry La Londe was zonder meer prikkelend, de drums van Jay Lane bekrachtigden het ‘back to basics’ gevoel. De vaak knotsgekke animaties en vreemde beelden op het scherm achter de groep, geposteerd tussen twee reusachtige astronauten, onderstreepten het gevoel van humor die Primus steeds gehad heeft. Het kwam de virtuoze muziek alleen maar ten goede.
Fans van het eerste uur werden flink verwend met een ferme greep uit ‘Frizzle fry’, ondermeer de geweldige titelsong uit die plaat en “John The Fisherman” kolkten als in the good old days. Nog veel meer moois was er, Primus spetterde op “Mr Krinkle”, “Fish On”, “Seas of cheese” en “My name is Mudd” (natuurlijk moest die er tussen). Een uit zijn voegen barstend “Wynona’s big brown beaver” was de geweldige afsluiter van het eerste deel. Na deel één was het al meteen duidelijk, de heren waren nog niks van hun pluimen en gekte verloren.

Een pauze is niet zomaar een pauze bij Primus. Tijdens de break werden er authentieke Popeye tekenfilmpjes afgespeeld, en dat was zonder meer geestig. Zoiets is inderdaad alleen maar mogelijk bij de mafketels van Primus. Toch niet toevallig, zo blijkt, want hoe meer we Popeye aanschouwden, hoe meer we merkten dat Claypool’s vocale prestaties sterk beïnvloed zijn door de spinazie vretende tekenfilmheld. Laten we het zo stellen, mocht Popeye ooit een zangcarrière ambiëren, dan was Primus zijn gedroomde begeleidingsband.

Deel twee was de integrale uitvoering van ‘Green Naugahyde’, die meer dan fantastische en wederom typische Primus plaat die hier magistraal werd vertolkt. We gaan nu niet te veel oplijsten, voor de setlist moet u er maar gewoon het album bij nemen (bijzonder knappe hoes trouwens).
Wel willen we kwijt dat Primus absoluut top was op hete knallers van songs als “Last Salmon man”, “Tragedy’s a comin’” en een zinderend “HOINFADAMAN” met een sublieme gitaarintro. In de outtro van “Eyes of the squirrel” waanden we ons even in de cockpit van de helikopter op Pink Floyds ‘Dark Side of the Moon’ dankzij de wervelende psychedelische trip die Primus hier produceerde.
Doorheen de ganse ‘Green Naugahyde’ blonk Primus uit in klasse en muzikale beheersing, zonder hierbij de intensiteit en die typische geniale waanzin uit het oog te verliezen.
Na die sublieme live vertolking zijn wij nog meer verknocht aan dit superplaatje, we blijven er trouwens bij iedere beluistering nieuwe ontdekkingen op doen.

In de bissen mochten de fans nog eens uitzinnig worden met een splijtend en hitsig “Jerry was a race car driver” en de denderende all time klassieker “Here come the bastards” er achteraan. Helaas was het liedje toen uit en hadden wij weer niet onze Puppies gekregen, wat dan ook de enige ontgoocheling van de avond was. Die godverdomse gelukzakken in de Trix hebben het wel gekregen, het leven is niet eerlijk.

Dit was een fenomenaal Primus, voor de leek misschien een beetje te veel van het goede, maar voor Primus fans als wij mochten ze gerust nog een uurtje doorgaan.  Volgende keer terug van de partij? Reken maar.

Neem gerust een kijkje naar de pics ( van de set in de l’Aéronef, Lille)
http://www.musiczine.net/nl/fotos/primus-31-03-2012/

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

The Stranglers

The Stranglers: Still Strangling Around

Geschreven door

De spits werd afgebeten door Horses On Fire, geen onbekenden. En dan heb ik het niet over het feit dat hun bassist de zoon is van mijn huisdokter en hun drummer de pizzabakker is van het Italiaans restaurant hier in Deinze, maar over het feit dat ze al passages op ‘De Wereld Draait Door’ achter de rug hebben en Faith No More mochten coveren op StuBru. De Triggerfinger invloed is duidelijk hoorbaar en daarmee geraak je tegenwoordig al een flink eindje.

Minder geslaagd was het voorprogramma dat The Stranglers zelf meegebracht hadden. Mike Marlin was helemaal niet slecht, maar een rip-off van The National met een scheut Elbow is het laatste waarop ik zit te wachten als voorprogramma van The Men In Black. De presentator vertelde trouwens dat de Mike tot voor kort nog een bureaujob had en bijgevolg dacht ik het hele optreden lang aan het nummer ‘Office Rocker’ van Cerebral Ballzy: “the offfice rocker is boring!”

The Stranglers moeten het al meer dan 20 jaar stellen zonder zanger/lead gitarist Hugh Cornwell, maar daarover zagen is verloren moeite: we weten het allemaal en het is nu eenmaal zo, it’s no use crying over spilled milk. Een opvallende afwezige dan weer was de 74jarige drummer Jet Black die, zoals bassist Jean-Jacques Burnel meedeelde, al sinds het begin van de Engelse tour in het ziekenhuis ligt because he’s had too much rock ’n roll in his life. Hij werd vervangen door z’n neefje, muzikaal gezien geen groot verschil, maar met z’n ongeveer 50 jaar jonger visueel gezien natuurlijk wel.

Post Cornwell Stranglers albums zijn meestal geen hoogvliegers en datzelfde geldt ook voor hun nieuwste: ‘Giants’. Desalniettemin kan je ‘Giants’ alles behalve een slechte plaat noemen en waren de nummers die de setlist haalden niet per se minderwaardig. Maar het publiek was vooral –en geeft hen eens ongelijk- gekomen voor het oudere werk. En dat weten The Men In Black ook gewoon zelf. Je zou zelfs kunnen stellen dat ‘Giants’ hun excuus is om nog eens te touren. Opnieuw: geef hen eens ongelijk!
Ze hakten er stevig in met 2 typische, agressieve Stranglers nummer: “Burning Up Time” en “Sometimes” om dan over te gaan naar wat waarschijnlijk hun beste song is: het bijzonder onderschatte “The Raven”. Opmerkelijk was dat bassist JJ Burnel in deze bezetting veel meer de leadzang voor zijn rekening neemt. Tijdens “Hey! Rise Of The Robots” en “Hanging Around” ontstond er wat amok in het publiek, amok die er het hele optreden lang zou zijn. Dat ligt voor een deel in de agressieve muziek die The Stranglers brengen (een soort oerkracht) maar ook door de podiumprésence van vooral Burnel, die als jonge knaap zo ongeveer alles kapot heeft gemaakt wat er kapot te maken viel. En een vos verliest zijn streken niet: ondanks de vele jaren (en kilootjes) die er bijgekomen zijn heeft Burnel niet ingeboet aan agressiviteit.
Wat toen volgde was en intermezzo met hun hitjes. Het drieluik “Golden Brown”, “Strange Little Girl” en “Always The Sun” kregen bijzonder veel respons van het grote deel van het publiek maar ik was meer verrast door het halen van de setlist van “Walk On By”, een cover van Dionna Warwick, een nummer dat ze normaal gezien zelden live spelen. Samen met het hitje “Peaches” (in België vooral bekend door het voetbalprogramma Extra Time op Canvas) schudden ze het publiek terug wakker. “5 Minutes” deed denken aan de hoogdagen van punk, bijzonder strak gespeeld, alweer die agressie en vechtpartijtjes in het publiek! De set werd afgesloten met, zoals wel vaker bij oude punksongs, de nog steeds representatieve nummers: “No More Heroes” en “Something Better Change”.

In de eerste ‘bisronde’ kregen we “Time To Die” en “Duchess”, waarbij Burnel de overige muzikanten terug op het podium riep because they’ve fucked up the last note. Dus speelden ze die laatste noot doodleuk opnieuw.
De 2de ‘bisronde’ bestond uit hun Kinks-cover “All Day And All Of The Night” (die in tegenstelling tot “Walk On By” geen meerwaarde biedt ten opzichte van het origneel) en afsluiter “Tank” uit hun beste plaat ‘Black and White’.

Organisatie: CC René Margritte, Lessines

Primus

Primus: Cartooneske bas-Bonanza à volonté

Geschreven door

Primus zijn weer helemaal terug na tien jaar weggeweest, met het sterke album ‘Green Naugahyde’ (groen kunstleder ofte zoals ze in onze contreien zouden zeggen, groene skai). We zagen ze vorig jaar in een uitverkochte AB, en toen we te horen kregen dat ze in de Aéronef zouden passeren, trokken we met heel veel goesting richting Frankrijk.

We wisten dat het een extra lange show zou worden, maar toch hadden we ons iets misrekend: toen we twintig na acht de lift van de Aéronef uitkwamen, zat Primus al een dik kwartier in de set, zodat we spijtig genoeg opener “Damned blue collar tweekers” misten. We waren niet alleen, ook de vele rokers werden door het vroege aanvangsuur verrast.
Niet getreurd, we murwden ons de zaal in tijdens “Wynona’s Big Brown beaver”, en konden meteen al vaststellen dat de podiumaankleding net dezelfde was als een jaar terug in de AB: een groot videoscherm, twee gigantische astronauten aan weerskanten, die ons gedurende het hele concert onderzoekend zouden aanstaren, en daartussen de drie masters of ceromony van het bandje genaamd Primus: Les Claypool, zwart uilenbrilletje en bolhoed, rechts, guitarhero, Larry Lalonde, links, en daartussen, drummer van het eerste uur, Jay Lane.
De visuele ondersteuning van de nummers was na een jaar touren, veel beter geworden: in mijn favoriet van deze avond, “Southbound Pachyderm” , kregen we animaties van een trampoline springende olifant, een surrealistisch en poetisch beeld wat tegelijk een perfecte illustratie vormde van Primus’ absurde gevoel voor humor. Die surrealistische beelden kwamen later op de avond nog terug met beelden van paardrijdende astronauten.Ik ben er nog altijd niet uit wat die betekenen, maar ik veronderstel dat Primus er net op uit was om met die beelden verwarring te zaaien.
Claypool speelde op drie verschillende bassen, en dus kregen we blokken van drie à vier nummers, die metdezelfde bas gespeeld werden. Die instrumentwissels haalden toch een beetje het tempo uit de set, vooral omdat Claypool het ook nodig vond om telkens een griezelig varkenskopmasker op te zetten iedere keer hij de staande bas ter hand nam. (Denk aan Orwell’s ‘Animal Farm’). De techniek waarmee Claypool die staande bas bespeelde was niettemin indrukwekkend: tegelijkertijd de strijkstok hanteren en de meest ingewikkelde pluktechniek toepassen, is iets wat maar weinigen gegeven is.
In “Mrs. Blaileen”, mocht Lalonde heel even zijn gitaarduivels ontbinden, de man is een schitterende gitarist, die zowel klassieke rockgitaarsolo’s als meer kosmische rockmotieven à la Pink Floyd uit zijn vingers tovert alsof het niks is. Voor de crowdsurfers, was dit het sein om uit de startblokken te schieten, en toen “My name is Mud” door de boxen knalde, was het hek helemaal van de dam. De aanwezige Jupiler zuipende en oerkreten uitbrakende Franse veertigers, dachten dat het pogo-feestje begonnen was, maar toen legde Primus het concert stil en was het pauze, waarin we getrakteerd werden op een drietal vintage Popeye cartoons.

Na een goeie twintig minuten kwam Primus terug, voor het tweede deel van hun drie uur durende set, waarin vooral de nummers van ‘Green Naugahyde’ aan bod kwamen. Dit laatste album is heel politiek en maatschappij-kritisch, Primus haalt hierin fenomenen als overdreven consumentisme,  reality-tv en politiebrutaliteit door de mangel, maar altijd met hun typische cartoonesk gevoel voor humor, wat je vanavond ook weer terug vond in de animaties. Naast die bijtende maatschappij-kritiek, kon er ook een tongue-in-cheek ode aan spaghetti-western bad guy Lee van Cleef van af, en mocht Claypool’s favoriet tijdverdrijf, de hengelsport, natuurlijk niet ontbreken. Het sterkste nummer van dit tweede deel, was ongetwijfeld ‘Tragedy’s a comin”. 
Na twee uur en drie kwartier was het tijd voor de bisronde, met de classics “Ground Hog’s day” en het op een luid gebrul onthaalde “Too many puppies”, met zijn anti-militaristische beelden van dood en verderf in de loopgraven.

Vorig jaar werden we verwend met “Pudding time”, “Jerry was a race car driver” en “American Life”, deze keer was “Too many puppies” de kers op de taart, we zullen nog een derde keer Primus moeten meepikken om “Tommy the Cat” of “Fish On” voorgeschoteld te krijgen: iedere avond is de setlist anders, en dat is, naast het sublieme bas-, gitaar- en drumwerk en de visuals, het sterke punt van een avondje met Primus anno 2012.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/primus-31-03-2012/

Setlist
Those Damned Blue-Collar Tweekers
Duchess and the Proverbial Mind Spread
Wynona's Big Brown Beaver
Southbound Pachyderm
Over the Falls
Mr. Krinkle
Mrs. Blaileen
My Name Is Mud

Interlude (Popeye's cartoons)

Prelude to a Crawl
Hennepin Crawler
Last Salmon Man
Eternal Consumption Engine
Tragedy's a' Comin'
Eyes of the Squirrel
Jilly's on Smack 
Lee Van Cleef 
Moron TV 
Green Ranger 
HOINFODAMAN 
Extinction Burst 
Salmon Men 

BISGroundhog's Day , Too Many Puppies 

Organisatie: Agauchedelalune ism Aéronef, Lille

Pagina 276 van 386