Botanique, Brussel - concertenreeks

Botanique, Brussel - concertenreeks 2026Stoned Jesus, Wheel, woensdag 1 april 2026, Orangerie, 20h Oliver Symons, zaterdag 4 april 2026, Witloof Bar, 20h Koma, woensdag 8 april 2026, Rotonde, 20h Son Little, vrijdag 10 april 2026, Orangerie, 20h Chalk,…

logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Deadletter-2026...
Deadletter-2026...

Beirut

Beirut krijgt de motor nog niet op volle toerental

Geschreven door

Beirut is ongelooflijk populair in België, geen wonder dus dat de band rond Zach Condon in recordtijd twee concerten wist uit te verkopen in de Ancienne Belgique.
Het nieuwe album ‘No no no’ is nog maar pas uit, behalve de singles hebben we er nog niet veel van gehoord, maar wat we wel al gelezen hadden was dat de nieuwe plaat voornamelijk op piano en keyboards geschreven was. De vraag was dus of we een radicaal andere versie van Beirut mochten verwachten in de AB. De vraag stellen is ze beantwoorden, en nee, we kregen Beirut in hun typische klankkleur met blazers, ukulele en accordeon die in zes kwartier een bloemlezing gaven uit hun hele oeuvre gaande van de ‘Lon Gisland EP’, ‘Gulag Orkestar’, ‘The Flying Club Cup’ , ‘March of the Zapotec’, ‘The Riptide’ tot hun nieuwe ‘No no no’.

Een eerste indruk is dikwijls bepalend, en we schrokken toch een beetje tijdens het eerste nummer: “Scenic world” werd gedomineerd door een op hol geslagen beat uit de geprogrammeerde keyboards: stel je een Vlaamse artiest voor die in een bejaardenhuis Michael Jackson komt coveren en je kwam in de buurt. Gelukkig bleven die geprogrammeerde beats afwezig in de rest van het concert en zette Beirut hun kenmerkende vintage geluid neer met de melancholische stem van Zach Condon, de drie blazers, de accordeon en de ukulele.
Toch zat er iets niet helemaal juist tijdens het gehele concert: dit was duidelijke het eerste concert van de tour en je hoorde toch wel dat de band nog niet volledig gerodeerd was. Bij momenten had je de indruk dat de band in zijn repetitiekot bezig was, en ook Condon klonk soms aarzelend, terwijl hij normaal heel zelfverzekerd zingt. De warme gloed die zo kenmerkend is voor een concert van Beirut ontbrak vanavond, en de geluidsmix zat niet altijd goed: in verschillende nummers kwam de accordeon niet volledig door, wat toch wel jammer was omdat zo de typische zigeunerklank een beetje de mist in ging. “Nantes”, de publiekslieveling nummer een, zat heel vroeg in de set, en viel na het herkenningsapplaus een beetje plat.
De sterke momenten vanavond waren toch vooral de nummers die het dichtst bij de New Mexico roots van Beirut aansloten, Mexicana dus met de blazers op volle kracht in “Santa Fe” of het sfeervolle “Riptide”. El Mariachi gemixt met Gotan Project, zo klonk een ander nummer dan weer.
De nieuwe nummers die in de set gespreid zaten, klonken niet radicaal anders dan de rest van de set, wellicht door de kenmerkende stem van Condon en ze werden dus evengoed opgesmukt met blazers, wat ons doet vermoeden dat ze toch wel licht vertimmerd werden ten opzichte van de plaatversies die we nog niet gehoord hebben. Wel viel op dat een aantal van die nieuwe nummers toch maar gewoontjes klonk.

Was het dan een slecht concert? Nee, maar we hebben al beter gezien van Beirut. Als er iemand naar het tweede concert geweest is op dinsdag, laat gerust eens weten of de band al beter ingespeeld was.

Setlist
Scenic world- Elephant gun – Nantes- The akara – East Harlem- As needed – Perth –Santa Fe-  No no no – Postcards – Auguste Hollande – Riptide – The Shrew – At once – Prostitute – Fener-  Coček – After the curtain – So allowed
Bis: Pacheco – Gulag – In the mausoleum –Flying Club Cup

Neem gerust een kijkje naar de pics op 15.09
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/tigana-santana-15-09-2015/
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/beirut-15-09-2015/

Organisatie: Live Nation

Mac DeMarco

Mac DeMarco – Koning van de kamerpop

Geschreven door

Mac DeMarco is een Canadese singer-songwriter die zich specialiseert in het maken van absurde videoclips , vergezeld van dromerige nummers. Zijn carrière begon al op jonge leeftijd toen hij tijdens zijn schooltijd in verschillende groepen speelde. Maar hier vond hij niet echt zijn ding en besloot hij om een solocarrière op poten te zetten. Dit resulteerde in zijn eerste cd ‘Rock and Roll Nightclub’. Deze plaat werd opgemerkt door het label Captured Tracks en al snel tekende Mac een contract bij hen. Wat volgde waren twee albums die door alle critici geloofd werden. Onlangs bracht de man een mini-cd ‘Another One’ uit , die hij komt voorstellen in een tour doorheen Europa. Omdat Mac niet naar België komt, gaat België naar hem en namen we een kijkje in de Grand Mix.

Opener was mede-labelgenoot Dinner die met zijn gekke danspassen al meteen het publiek opzweepte. Dinner is het alter ego voor de Deense producer Anders Rhedin. De man is volop bezig met zijn debuutplaat, maar zijn eerste drie ep’s zijn redenen genoeg om toch al een volwaardig concert te brengen. Hij maakt gebruik van beats en vreemde lyrics, maar wat het meest opvalt zijn de opvallende danspasjes van Anders. De aandacht is dan ook voornamelijk op hem gericht aangezien hij zonder band optreedt. Als zanger doet hij denken aan Robert Smith, hierdoor krijgen we een zware stem te horen met lichte, funky beats. De energieke zanger slaagt er in om zijn energie, dankzij zijn gekke moves, over te brengen tot het publiek waardoor deze goed opgewarmd zijn om Mac DeMarco te verwelkomen.

Mac DeMarco besloot meteen om zijn set bedeesd op gang te schoppen met een nummer van zijn nieuwste cd. Met zijn typische klederdracht en kenmerkende pet betrad hij het podium, maar na één nummer verdween de pet al van zijn hoofd. Het publiek bewoog rustig en aftastend mee met de muziek van Mac. Tot er plots een meisje op het podium wordt geroepen om bellen te blazen voor Mac. Hij laat de dame crowdsurfen waarna er bij ieder nummer lustig gecrowdsurft wordt. Dit is vreemd aangezien de muziek die hij brengt zeer rustgevend is en ons doet denken aan een kalme en zomerse woestijn in Mexico, waar iedereen met een sombrero zit te luisteren naar gezellige muziek.
Toch besluit Mac om in het midden van zijn set een felle gitaarsolo in te zetten, dit zorgt er voor dat de toeschouwers alleen maar wilder worden. Sommige mensen moeten van het podium worden gehaald en anderen besluiten om eens van de grond te gaan. Ook de keyboardspeler, die al het volledige concert wordt geviseerd. De jongeman is nog maar nieuw bij de groep en dat moet ook voortdurend worden duidelijk gemaakt. Dit bewijst nogmaals dat de jongens zich amuseren als ze op het podium staan, er wordt gelachen en de hilarische opmerkingen vliegen in het rond. Ook de tourmanager bleek een grappige gast door de setlist te vervangen door titels van seksueel getinte films. Humor voor pubers zo blijkt, maar dan van een net iets hoger niveau.
DeMarco speelt zijn volledige nieuwe cd, omdat iedereen er kennis mee moet maken, zo zegt hij zelf. Het valt op dat deze cd rustiger is dan zijn vorige albums, waardoor er telkens rustpauzes worden opgebouwd tijdens deze liedjes. Maar toch blijven de Fransen even wild bewegen.
Op het einde van de set besluit Mac om zelf eens in de menigte te springen, hierdoor worden ze alleen maar gekker. We eindigen “Still Together” maar ervaren één zaak: live klinkt Mac DeMarco voller en volwassener dan op plaat en hiermee bewijst hij dat een stevige live-reputatie neerzetten zijn ding is.

Organisatie: Grand Mix , Tourcoing

Yevgueni

Yevgueni – Nederlandstalig lied en grandeur

Geschreven door

Yevgueni kreeg verdiend al de prijs van de Vlaamse Cultuurprijs voor Muziek in het Nederlandstalige Lied. Na een afwezigheid van bijna twee jaar komt de band rond Klaas Delrue nu terug op de proppen met een nieuwe langspeelplaat. Op reis in Zuid-Afrika kreeg Klaas Delrue de broodnodige inspiratie voor ‘Van Hierboven’. Deze werd door de pers en het publiek zeer goed ontvangen. Een uitgebreide tournee volgde, de culturele centra werden aangedaan en op die manier kwamen ze ook in Kruishoutem terecht.

Natuurlijk stond ‘Van Hierboven’ centraal. Hoogtepunten uit deze plaat waren "Het is niet veel", "Mensen zijn maar mensen",  "Ogen dicht" en “Naar huis" in een intieme setting met een orgeltje. 
Delrue is een geboren verhalenverteller en verschillende songs werden dan ook van nodige bindteksten voorzien
Tussenin werden klassiekers naar boven gehaald als "Pannekoeken", "Nieuwe meisjes" en "Niet met mij". Intense songs die warm werden onthaald .

Als groep is Yevgueni gegroeid. Terwijl ze bij vroegere  optredens soms nog  aan het kleinkunstidioom vasthielden, zagen we hier bij de potige nummers een  rockgroep staan die dynamiek en extravertie heeft . Het Nederlandstalig lied en grandeur! Kortom, een geslaagd optreden in De Mastbloem , Kruishoutem

(Pics homepag - Pieter Verhaeghe)

Organisatie: Cultuurkruis, Kruishoutem

Sufjan Stevens

Sufjan Stevens - De slappe koord tussen soberheid en bombast

Geschreven door

Onze favoriete schijf van 2005 bleek precies dezelfde als die van het gezaghebbende indie-webzine Pitchfork en zelfs die van de Humo redactie. Om maar te zeggen,  ‘Illinois’ van de Amerikaanse indiefolk held Sufjan Stevens bleek een album dat door de brede indie gemeenschap werd geapprecieerd, en intussen de status van classic album heeft verworven. In de daaropvolgende tien jaar ondernam Stevens zowat alles behalve een vervolg maken op de weelderig georkestreerde liedjesplaat die ‘Illinois’ in wezen eigenlijk is: hij ging de elektronische weg op wat o.a. resulteerde in het project Sisyphus met Son Lux, hij bracht een 5CD box uit met herwerkte X-mas standards, en hij werd vriend des huizes bij The National en was van de partij op hun doorbraakplaat ‘High Violet’.
Het overlijden van zijn moeder Carrie in december ’12 bleek een emotioneel zware dobber voor de diepgelovige Stevens die hem ook op artistiek vlak zou tekenen. Het lange en moeizame verwerkingsproces mondde dit voorjaar uit in ‘Carrie & Lowell’, een verzameling sobere liedjes waarin hij de complexe relatie met zijn door alcohol, drugs, schizofrenie en bipolaire stoornissen geteisterde moeder en zijn stiefvader Lowell op onnavolgbare wijze beschrijft. In bepaalde muziekmedia wordt nu al gefluisterd dat ‘Carrie & Lowell’ dé plaat van het jaar wordt, waarmee precies één decennium na ‘Illinois’ voor Stevens de cirkel opnieuw rond lijkt.

Het gebeurt niet vaak dat Sufjan Stevens een Belgisch podium opneemt in zijn tourschema, en als dat dan al gebeurt dan verkiest ie steevast de intimiteit van een concert- of theaterzaal boven het rumoer van een festivaltent. Afgelopen donderdagavond was de Brusselse Bozar het toneel van een beklijvend concert van het Amerikaanse jochie met de eeuwige pet dat net 40 is geworden. Maar het moet gezegd, toch leken onze eerste indrukken meer op die van de ontgoochelde fan die tot zijn verrassing moest vaststellen dat Stevens de intimiteit van zijn recentste werkstuk grotendeels had ingeruild voor overdadige bombast.
Wat dat betreft ondergingen openers “Death With Dignity”, “I Should Have Known Better” en “Drawn To The Blood” live allen hetzelfde lot. Bij aanvang van elk van die nummers werden we wel nog telkens aan onze roodfluwelen zetel genageld door de fluisterende engelenstem van Stevens die enkel werd begeleid door wat akoestische instrumenten, maar gaandeweg werden knisperende beats, pompeuze synthpartijen en double-track vocals in stelling gebracht die de emotionele opbouw onnodig fnuikten. Dat multi-instrumentalist Stevens en zijn vier kompanen allen uitstekende muzikanten zijn werd op die manier wel snel duidelijk, maar een van emotie doorwrongen plaat als ‘Carrie & Lowell’ heeft in de eerste plaats nu eenmaal meer nood aan een ‘less is more’ invulling.
Door zijn metgezellen even wandelen te sturen tijdens “Eugene” schoot Stevens eindelijk een eerste keer raak. De strak geregisseerde show waarin groepsleden van het ene naar het andere instrument holden werd hier even opzij gezet ten voordele van de singer-songwriter in zijn puurste vorm. Even later deed hij dat nog eens over met de vooruitgeschoven single “No Shade In The Shadow Of The Cross”, deze keer subtiel aangevuld met backing vocals van nachtegaal Dawn Landes.
Doorheen gans het eerste deel van de set, en vooral tijdens die schaarse solomomenten, konden we ons niet van de indruk ontdoen dat Stevens erg gespannen leek. Voor wie de thematiek van de nummers kent is dit wel begrijpelijk, want om dit soort van hoogstpersoonlijke en ingrijpende levenservaringen publiekelijk te delen met een groep vreemden moet je als performer ergens proberen laveren tussen artistieke diepgang en innerlijke weemoed. De projectie van homevideo fragmenten vanaf zijn kindertijd tot aan het afstuderen op high school maakte het geheel zo mogelijk nog persoonlijker, maar tevens toch ook wat luchtiger.
Wat in het eerste half uur minder of niet werkte sloeg daarna vreemd genoeg wel aan. Zo kreeg het anders zo fragiele “Carrie & Lowell” een orkestraal kleedje aangemeten dat nu wel als gegoten zat. In “All Of Me Wants All Of You” wordt de onnatuurllijke relatie tussen moeder en zoon het meest treffend verwoord, want een zin als ‘You checked your text while I masturbated’ verzin je niet zomaar. Het nummer dreef voor de gelegenheid op een poppy discobeat waarbij een voorzichtig heupwiegende Stevens zich zowaar even in het decor van Top Of The Pops leek te bevinden. Atypisch, maar het werkte wel. “Vesuvius”, één van de zeldzame tracks uit de vorige wat moeilijk verteerbare studioplaat ‘The Age Of Adz’ (’10), kreeg een progrock injectie die ons deed herinneren aan de hoogdagen van Genesis. De groep had het toppunt van haar neo-psychedelisch kunnen toen nog niet bereikt, dat was weggelegd voor het afsluitende “Blue Bucket Of Gold” waar Pink Floyd en Air de handen in elkaar sloegen om met een apocalyptische soundclash de traumatische jeugd van Stevens definitief naar het verleden te katapulteren. Het publiek bleef eerst wat verweesd achter, maar veerde luttele seconden later toch snel recht om het Amerikaanse gezelschap op een staande ovatie te trakteren.
Bij aanvang van de bissen bleek Stevens een onwaarschijnlijke metamorfose te hebben ondergaan. De eeuwige baseball pet en de jongensachtige glimlach waren terug, én voor het eerst die avond wisselde hij een woord met het publiek.
Terwijl het eerste deel van de set bijna integraal aan de nieuwe plaat werd gewijd kreeg het publiek nu nog een aantal oldies kado in een zichtbaar erg ontspannen sfeer. Met drie nummers spande ‘Illinois’ hier terecht de kroon. Niet dat we afbreuk willen doen aan de globale prestatie van Stevens & co, maar na anderhalf uur episch experiment klonk de kinderlijke eenvoud van “Concerning the UFO Sighting Near Highland, Illinois” en “John Wayne Gacy, Jr.” als een echte verademing. Tijdens het vanop ‘Michigan’ (’03) geplukte “For the Widows in Paradise, For the Fatherless in Ypsilanti” haalde Stevens zijn banjo boven, alleen een knetterend kampvuur ontbrak nog op dit oerdegelijke staaltje Amerikaanse folk.
Tijdens de ultieme afsluiter “Chicago” bekende Stevens ‘I made a lot of mistakes, in my mind, in my mind’. Een foute keuze is ook een keuze, denken we dan.

 Sufjan Stevens schuwde vanavond het risico niet: wat niet werkte maakte ons nieuwsgierig naar het waarom, terwijl in wat wel aansloeg de man een klasse apart blijkt te zijn. Het piekeren over dat eindejaarslijstje kan beginnen.

Organisatie: Bozar + Ancienne Belgique, Brussel

Iron Maiden

The Book of Souls

Geschreven door

Mijn wekker liep af en de spanning was al om te snijden toen ik mijn linkerbeen uit mijn bed sleurde…(4 september 2015) was de releasedatum van het 16e studioalbum van Iron Maiden – ‘The Book of Souls’. Mijn hart bonkte toen ik de cd enkele uren later in mijn handen mocht vasthouden want het moment was aangebroken om de eerste tonen van dit nieuw album van deze Britse band te aanhoren en dus te ontleden.

En laat ik direct met de deur in huis vallen: mensen die een nieuwe ‘The Number of the Beast’, ‘Powerslave’, ‘Somewhere in Time’, ‘Fear of the Dark’ etc verwachten, moet ik  helaas teleurstellen. De kracht die deze oude albums uitstralen en de ruwe, korte maar doordringende songs zul je niet terughoren op dit album. Neen, Iron Maiden is destijds begonnen met een andere koers in te slaan, en op ‘The Book of Souls’ hebben ze zich nog meer verdiept in lange, uitgesponnen melodische nummers die hun verhaal vertellen. Nummers die de lijn van 10 minuten overschrijden zijn op dit album geplaatst omdat de bandleden vonden dat de geschreven nummers deze tijdsduur nodig hadden om ze compleet te kunnen afleveren. Nog iets wat ik kwijt wil is het feit dat dit album een echte groeiplaat is, simpelweg door het feit dat na een eerste luistersessie ik toch wat vertwijfeld achterbleef, maar dit gevoel al na de 2e en 3e luisterbeurt wegebde, en na de 20e keer ik nog enkel positieve aspecten aan dit album overhoud omdat je constant nieuwe dingen ontdekt. Ahja, had ik al gezegd dat dit het eerste dubbelalbum in de geschiedenis van Iron Maiden is (op gebied van studioalbums dan wel te verstaan) en hij beschikbaar is in diverse versies waaronder de LP-versie die 3 vinyl-platen telt
J

Beginnen doen we met ‘disc 1’.
“If Eternity Should Fail” begint met een gesproken stem van frontman Bruce die de aanzet geeft…dit nummer zou normaliter gebruikt worden voor de volgende soloplaat van Bruce Dickinson, maar Steve Harris opperde en besliste dat dit de perfecte opener was voor de nieuwe Maiden plaat. Het vocaal bereik van Bruce past perfect bij dit nummer en zoals kenmerkend voor deze Britten is het refrein lekker meezingbaar. De duelerende gitaren komen al vanaf deze opener tot zijn recht en klinkt lekker in zijn geheel. De tekst gaat over machines die de ziel van de mensheid steelt, iets wat je duidelijk terughoort in het afsluitend deel van dit nummer.
“Speed of Light” was het eerste nummer die losgelaten werd op het internet om de fans een voorproefje te geven van het nieuwe album, maar achteraf gezien was dit in mijn ogen een vorm van misleiding, want dit nummer heeft alles wat de overige niet hebben. Een lekkere smerige strot van Bruce met aanstekelijk gitaar en drumwerk zoals in de oude dagen, een cowbell die je letterlijk van je stoel blaast en tevens heel uptempo. Dit is trouwens het kortste nummer van deze 1e cd. De video die gepaard gaat met dit nummer is lekker old school, want ze hebben er een vorm van Arcade game van gemaakt, waarbij Eddie op zoek moet gaan naar harten om het spel uit te spelen…jaja, de duivel moet hier onderdoen voor Eddie himself. Enigste wat mij een beetje een wrange nasmaak geeft is het feit dat ik gelijk iets mis in het refrein van dit nummer, maar ik kan niet direct mijn vinger op de wonde leggen…
Een lekker basgeluid zet nummer “The Great Unknown” in, waarbij opeens de drums mooi invallen en de stem die crescendo gaat. Dit nummer is goed opgebouwd en alle instrumenten komen goed tot hun recht, met dank aan de uitstekende productie van dit gehele album. Een solo weerklinkt in dit nummer om van te likkebaarden en eindigt opnieuw met instrumenten die geleidelijk aan faden. Niet echt mijn favoriet op dit album als ik moet eerlijk zijn.
“The Red and the Black” dan…de 1e keer dat ik dit nummer beluisterde bekroop mij een gevoel van herkenning…en na enkele luisterbeurten had ik door waarom…blijkbaar werd terug gekeken in hun discografie want er komen toch veel gelijkenissen terug van het nummer “The Rime of the Ancient Mariner”. Vooral de drumpartijen en de hakkende gitaarstukken geven dit geheim prijs. Soit, er is daar uiteraard niks mis mee, maar veel mensen vinden dit één van de beste nummers van dit album en de factor van- laat ik het een vorm van recyclage noemen- zal hierbij zeker parten spelen. Op vocaal gebied moet Bruce wat meer moeite doen mijn inziens en mochten ze van mij gerust het ‘who who who’ gedeelte weglaten. Voor de rest is dit inderdaad een supernummer, vooral de opbouw is weer van topkwaliteit, de gitaarpartijen zijn om van te smullen en kun je zoals we Maiden kennen na een tijdje meezingen met de gitaren. Het lange uitgesponnen instrumentale einde is puur genot en maakt van dit nummer dan ook een topper. De bas van Steve Harris sluit dit nummer na ongeveer 13 minuten in stijl af!
Disc 1 van ‘The book of Souls’ wordt afgesloten met het titelnummer, geschreven door Jannick Gers en Harris. Dit nummer start op een ingetogen manier maar wanneer de instrumenten invallen gaat dit gepaard met een donker randje. Dit nummer klinkt log, zwaar en straalt een soort van woede uit, iets wat ook hoorbaar is aan de stem. Toch is het vooral het tempo die de sfeer van dit nummer creëert. Duimen omhoog voor Nicko McBrain, want zijn drums klinken lekker strak en pompen doorheen dit nummer. Een mooi samenspel tussen de gitaren weerklinkt en sluiten deel 1 van dit album af. 

Disc 2
Ik kan al heel duidelijk zijn, dit is het beste gedeelte van ‘The Book of Souls’  volgens mij! Smaken verschillen en er zullen ongetwijfeld mensen zijn die mijn mening niet delen, maar dat is dus hun keuze. Opener “Death or Glory” laat direct een brok energie uit mijn boxen schalken. Op vocaal gebied is dit een mega nummer, strak en snel gespeeld door de band. Een oorlogsgetinte tekst zoals ze er al verscheidene hebben gemaakt in het verleden met gitaarsolo’s die je rond het hoofd gesmeten worden. Voor mij persoonlijk één van de beste nummers op deze plaat en live zal dit inslaan als een bom! “Shadows of the Valley” begint opnieuw met een heel herkenbaar stuk, namelijk deze van “Wasted Years” van album ‘Somewhere in Time’. Opnieuw een uptempo nummer die staat als een huis! De gitaren klinken subliem en de terugkerende instrumentale partijen zijn heel goed en geven extra cachet aan dit nummer. Dit nummer straalt passie en karakter uit en dit samen met de meeslepende tekst die overtuigend wordt gebracht door Bruce maakt dit nummer compleet. Mooi gedaan!
Het volgende nummer “Tears of a Clown” is een soort hommage aan de gestorven acteur Robin Williams. Dit nummer behandelt een treurig thema inzake depressies en wordt mooi weergeven in dit krachtig nummer met woorden en daden. Tegendraadse instrumentale stukken, aanstekelijk, meeslepend, heel goeie solo’s, sterke drumpartijen, … alles is te ontdekken in dit nummer die perfect aansluiten met het grote vocale bereik! Opnieuw een sterk nummer in mijn opinie!
“The Man of Sorrow” is als volgende aan de beurt en deze grijpt je naar de keel net zoals ik had bij “Afraid to Shoot Strangers” en “No Prayer for the Dying”. Het nummer begint ingetogen met Bruce die op een zeemzoete manier zingt en zijn emoties laat weerklinken uit het diepste van zijn longen. De riff die in dit nummer verwerkt zit klinkt tijdloos en bevestigt de kunde van de muzikanten. Luister naar dit nummer en voel je hart bonken in je keel. Prachtig nummer die bewijst dat dit album van diverse aspecten voorzien is.
Het laatste nummer, en tevens het langste ooit gemaakt door Iron Maiden heeft de titel “Empire of the Clouds” meegekregen. Dit nummer handelt over de ramp van zeppelin HMA R101, waarbij HMA staat voor “His Majesty’s Airship’. Een vleugelpiano wordt van stal gehaald en Bruce begint dit majestueuze nummer, die in het begin klinkt als een soort van ballade. Goh, ik kan niet voorstellen dat iemand ooit had verwacht dat Maiden zo’n nummer zou schrijven en op een album zou plaatsen, maar verdorie, ik ben heel blij dat deze heren dit hebben aangedurfd. Dit nummer is voor mij persoonlijk één van de uitblinkers van dit album want er valt op dit nummer heel veel te ontdekken. Denk hierbij maar aan de nog niet gekende pianokwaliteiten van Bruce, de strijkers die dit nummer vullen, gitaarloops die hun effect niet missen, de fenomenale instrumentale uitbarsting in het tussenstuk van dit nummer, de prachtige tekst, …kortom, teveel om op te noemen, laat staan te beschrijven. Dit nummer duurt 18 minuten, maar is voorbij voordat je het beseft! Neen, dit is niet aan iedere band besteed om zo’n uitdaging aan te gaan, maar Iron Maiden komt hier met gemak mee weg als je het mij vraagt! Gewoon luisteren naar dit kunstwerk en beseffen dat je hier met iets speciaals te maken hebt! Grandioos en subliem, krachtig maar soms ook eenvoudig, vakkundig top, …ja, dit is een meesterstuk!
Als ik dit album kort moet samenvatten dan kom ik bij het volgende terecht: Iron Maiden bewijst dat ze het nog niet verleerd zijn en hebben een album gemaakt die de langste tijdsduur uit hun carrière heeft, maar eindigt zonder dat je het beseft. Kortom, een album die de nodige variatie heeft en blijft boeien tot het einde. Ze hebben met ‘The Book of Souls’ ook durven experimenteren met “Empire of the Clouds” als grootste bewijs dat krachtige en historische feiten daadwerkelijk in een lang nummer mogen verwerkt worden, ook al moet je een andere richting dan je gewoon bent nemen om dit te verwezenlijken.  Ook hebben ze met dit album aangetoond dat het mogelijk is om bepaalde stukken uit oude nummers te hergebruiken om er iets moois van te maken en er zonder blozen mee weg te komen. Op instrumentaal gebied is dit een topalbum, vocaal gezien zitten er soms mindere delen in, maar dit zal makkelijk door de vingers worden gezien volgens mij. Ook extra punten voor de uitstekende productie van dit album!  Iron Maiden, u bent bedankt voor dit veelzijdig album!

Persoonlijke favorieten:
“Empire of the Clouds”, “Death or Glory” en als je met het nummer “The Man of Sorrows” bij mij emoties en kippenvel kan opwekken, dan kan ik niet anders dan dit nummer als beste te laten eindigen.  Respect!

Dommengang

Everybody’s Boogie

Geschreven door

Psychedelische bluesjams, die van Endless Boogie zijn daar absolute sterkhouders in, maar bij Dommengang kunnen ze er ook weg mee. Ze houden de songs wel iets korter, maar toch kan er nog vrij in rondgezweefd worden zonder echt goed te weten waar men uitkomt. Soms gaat het hard en rechtdoor, elders neemt het dan weer een hallucinerende omweg rond de kosmos.
“Hats Of To Magic” is een hitsige instrumentale jam die van ZZ Top naar Hawkwind gaat en weer terug. In het aanzwellende “Her Blues” voelen we Ten Years After overvloeien in The Doors en het mijmerende intermezzo “Wild In The Street Blues” komt uit een woestijn waar de kamelen zwaar aan de hasj hebben gezeten. “Extra Slim Boogie” had van Follakzoid kunnen zijn, mochten die ondertussen al de blues ontmoet hebben. Het opzwepende “Burning Of The Years” is Neu! die met Sonic Youth en Hookworms een potje poker speelt en de bevreemdende space rock op “CC” is Black Sabbath die de gitaren in Crazy Horse modus schakelt, ook weer een unieke ervaring.
Stevig, bezwerend en indrukwekkend plaatje die soms wel eens beïnvloed is door allerlei paddenstoelen of vreemde plantenextracten, maar het rockt en zindert dat het geen naam heeft.

Fidlar

Too

Geschreven door

De ongedwongen fun-punk van Fidlar’s debuut heeft een logisch vervolg gekregen op ‘Too’. Het tweede album staat weer vol met aanstekelijke skate-punk songs die zich zonder omkijken een weg banen doorheen een zorgeloos party-wereldje waar het bier rijkelijk vloeit. Deze keer zijn er wat Weezer extracten aan toegevoegd (“Why Generation”, “Sober”, “Bad Medicine”) die het geheel nog meer in het West Coast zonnetje zetten.
Net als op het debuut weet Fidlar compacte en pittige lellen van songs te produceren die op diverse podia weer voor menig moshpit feestje zullen zorgen (met “Punks” en “Drone” in de voorlinie). Wanneer ze iets serieuzer voor de dag proberen te komen vallen ze door echter de mand, deze band is niet gemaakt voor gevoelige songs, dingetjes als “Overdose” en “Stupid Decisions” zijn melige afleggertjes die ze beter aan anderen overlaten.
Toch weer een fijn en onbevangen plaatje.
Fidlar is punk in een Hawai hemdje, wat meteen ook hun gebeurlijke outfit verklaart, ga dat checken in de AB Club op 22/11.

Thunderbitch

Thunderbitch

Geschreven door

De groepsnaam doet een bronstige metalband vermoeden, maar dit is gewoon een zijstapje van Brittany Howard, de volumineuze Alabama Shakes frontdame met een stembereik van hier tot in Timbuktu. Op het soulvolle ‘Sound & Color’, de nieuwe van Alabama Shakes, komen weliswaar al haar talenten uitvoerig bovendrijven, maar hoe mooi ook die prachtige strot haar werk doet, toch is het allemaal wat clean en braafjes. Om zeurpieten als ons de mond te snoeren lost Howard dat op haar eigen manier op. Ze bedenkt het alter ego Thunderbitch, smeert haar stem met onverdunde motorolie, laat de hyena in zichzelf los en spuugt er in een half uurtje een stel teugelloze rock’n’roll songs uit. De soul maakt plaats voor rauwe rock en de kreukjes en plooien hoeven niet langer te worden gladgestreken, integendeel, er worden nog wat extra scheuren en barsten bij gemaakt.
“I Don’t Care”, “I Just Wanna Rock’n’Roll”, “Eastside Party” en “Wild Child” zijn snerende rock’n’roll beestjes die er met pure punkspirit worden uitgespuwd. “Closer” is een trage gemene sleper die rechtsreeks uit een smerige garage komt gekropen en “My Baby Is My Guitar” is een vuile blues die dwars door het beendermerg snijdt. Het album barst van de rauwe rock maar eindigt met een onbesuisde en hartstochtelijke soulsong “Heavenly Feeling”, een ruwe diamant die helemaal niet hoeft geslepen te worden.
‘Thunderbitch’ is een heftig plaatje en Brittany Howard is in alle opzichten een ferm wijf.

The Strypes

Little Victories

Geschreven door

Van ‘Snapshot’, het debuut van The Strypes, kon je moeilijk zeggen dat het een origineel werkstukje was, maar de spontaniteit en energie spatten er wel van af. De piepjonge band kwam niet bepaald met een nieuw geluid aanzetten maar ze brachten de erfenis van The Yardbirds en Dr. Feelgood op een heel vinnige manier terug naar een jong publiek.
Op de opvolger ‘Little Victories’ zeggen ze vaarwel tegen de snedige rock’n’roll en bluesrock van het debuut en lijkt het of ze van verschillende walletjes willen eten, met wisselend succes. Geen covers dit keer, de snotneuzen hebben er moedig voor geopteerd om volledig voor eigen songs te gaan,  maar ze vallen wat dat betreft een paar keer hard op hun bek. The Strypes lijden compleet aan gezichtsverlies door op een stel songs (“A Good Night’s Sleep And A Cab Far Home” en “Eighty-Four”) te nadrukkelijk Arctic Monkeys achterna te willen hollen en elders kiezen ze voor een goedkope soort rock met waardeloze hard-rock gitaarsolo’s. Een blèrende ballade als “I Wanna Be Your Everyday Day” had op hun sprankelende debuut nooit gekund, maar hier is die jammer genoeg representatief voor de alomtegenwoordige bloedarmoede die over ‘Little Victories ’heerst.
De bijtende rhythm and blues van de sprankelende eerste plaat komt maar heel sporadisch nog eens naar boven, dit is het geval op “Status Update” en met een beetje goede wil ook op openers “Get Into It” en “I Need To Be Your Only”, en dat is het zowat.
Nog een geluk dat wij hier de Deluxe Edition op de kop hebben getikt, met een paar bonustracks die plots wel de moeite waard zijn : “Fill The Spaces In”, “I Can’t Lie” (daar is plots terug dat rock’n’roll vuur van ‘Snapshot’), “Rejection” (fel rockertje), “G.O.V” (met een vleugje ska er in lijkt het wel Rancid in betere tijden) en een ultra korte punky cover van de MC 5 klassieker “Kick Out The Jams”. Deze laatste is nu niet de meest originele versie maar het toont wel aan dat The Strypes nog verdomd kwaad uit de hoek kunnen komen, als ze willen.

De plaat van de gemiste kans, maar als u ons niet gelooft mag u altijd naar de AB trekken op 21/10. We hopen voor u dat ze daar nog flink uit ‘Snapshot’ graaien, anders zou u zich wel eens lelijk bekocht kunnen voelen.

The Stanfields

Modem Operandi

Geschreven door

Twee jaar geleden waren wij zeer lovend over ‘Death & Taxes’, het derde full album van de Canadezen van The Stanfields. De formatie blonk toen uit door hun heerlijke mix van folk, hardrock en punk.  Het vijftal zat sindsdien niet stil en perfectioneerde en diversifieerde hun authentieke Keltische punksound.

‘Modem Operandi’ toont hoe ook rock-n-rolll, bluegrass, blues en zelfs stadionrock in de sound werden toegevoegd.  De acht composities zijn in ieder geval zeer afwisselend.  Zo is  de ruige opener “White Juan” ongetwijfeld de stevigste song op de plaat.  Met het  lang uitgesponnen “The Marystown Expedion” en de excellente folkpunksingle “Fight Song”  neemt men daarna flink gas terug en staan de Schotse en Ierse roots centraal . “Mainline” en ”Streets Of Gold” zouden zo uit het repertorium van Bruce Springsteen kunnen komen terwijl “Sunday Warships” een sterk rocknummer is met een vette knipoog naar Dave Ghrol en de zijnen.

Constante in iedere song zijn de heerlijke strot van Jon Landry en het gevarieerde instrumentarium.

Met ‘Modem Operandi’ is het duidelijk dat de toekomst er verduiveld mooi uitziet voor The Stanfields.

 

Pagina 518 van 964