logo_musiczine_nl

Cactus Club, Brugge - concerts

Cactus Club, Brugge - concerts 2026 02-04 The Hickey Underworld, Bed rugs 05-04 Breaking waves: Knives, The Rats 09-04 Tom Smith @Sint-Jakobskerk 11-04 Tortoise (ism Kaap) 12-04 The Tool Experience (FKA The Perfect Tool), Carneia (Org: Devil in a box) 13-04…

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

avatar_ab_03
dEUS - 19/03/20...

Stan Van Samang

Stan Van Samang – Een feilloze show!

Geschreven door

30000 toeschouwers, een fantastische led-wall met verbluffend grafisch en visueel spektakel, een ontzaglijk goeie frontman, een geweldige live band , kicking-ass backingvocals, een super georganiseerde entourage.
Een uitzinnig publiek…..
Som dit op en vertel het aan je vrienden, en ze vragen je naar welke internationale artiest je bent geweest.
Gewoon, naar een Belgische artiest met internationale uitstraling…..

Wittekerke, nooit gedacht dat een ‘kunstmatig’ kustdorp aan de basis zou liggen van een Belgisch toptalent. Stan “ de stakke” voor de vrienden, Van Samang, sloeg geen stap over en bouwde zorgvuldig aan de carrière. Camera-bedrevenheid, podiumervaring, how to become a crowd pleaser…
En dat voel je nu in z’n shows dat alle elementen samenvallen en dat Stan de metier beheerst. En vooral, hij is al die jaren zichzelf gebleven. Geen artiestennaam, geen bling bling, dat zalige Vlaams-Brabantse dialect behouden. Het zijn allemaal elementen die meespelen waarom hij zo’n hoge aaibaarheidsfactor heeft. De “stakke’ is ene van ons.
Zo ook de show. Deze avond dvd-opnames, en dat voelde je. Er hing een opgewonden vibe in  de zaal. Stan begon in het tegenlicht van een super led-spot met “Scars”. Verdween daarna om dan aan een opbouwende aftelling te beginnen. Nooit gezien en zo slim de spanning opgebouwd. “Junebug” was de ideale opwarmer als meezinger, waar we vervolgens voor de eerste keer werden weggeblazen door de led-wall tijdens “Poison”. Daar ging het blazertje uit, wat het sein gaf tot een dans-en springfestival
J, ook al waanden we ons in de duinen. Om dan de zaal te bestormen tijdens “Second hand life”. Vriend Filip Peeters had Stan gevraagd om mee te werken  aan z’n nieuwe film ‘Wat mannen willen’, wat resulteerde in “Lucky me”. De bindteksten, nog steeds in dat zalige dialect, definiëren Stan ten voeten uit. “One for the road” was da aanleiding voor een verhaal rond 1000 pintjes en het ultieme excuus van de ‘allervoorlaatste’. Een adempauze kwam er met “Sirens”, “Thieves”,All-in my head” ( begeleid door Stan op de drum ), en “Everything starts with one”. Met “Hang on” neigt Stan zelfs een beetje naar de Editors door een zware bas te leggen in z’n stem.
Z’n afkomst van Wijgmaal werd nog eens benadrukt door Stan zelf met een lofrede gericht aan vrienden, kennissen en familie wat resulteerde in “Welcome home” gevolgd door de uptempo nummers “This time” , “Watcha gonna do” en “Is it over you”.
Grote vriend en medeontdekker  Eric Melaerts werd erbij gehaald om “Chasing cars” te begeleiden. Dat beiden een diepe respect voor elkaar hebben lieten ze duidelijk blijken. Ook bij “King in my head” en  “Some of us” bleef Eric Stan trouw bijstaan.
Dat Stan er graag iedereen bij betrekt en ook aantoont dat dit niet zomaar een vriendenbende is, wordt duidelijk bij het ‘STOMP’-achtige “When doves cry”, de cover van Prince. Heel origineel ( winkelkarren, vaten, emmers?? ) en prachtig qua opstelling en belichting.
Iedereen mocht dan op de stoelen met het aanstekelijke “A simple life”.  Hierna gevolgd door de aankondiging van de grote stap richting Sportpaleis. “I didn’t  know”  gooide nog wat olie op het vuur, en de set werd afgesloten met een andere versie van “Scars”.  
Het dak ging er dan bijna volledig af met “Goeiemorgend goeiendag”  en het prachtig bewerkte “Een ster”. Letterlijk, want de Lotto Arena hing er vol van tijdens de song.
Her en der werd al gesuggereerd dat er een overkill zou zijn aan Stan Van Samang. Ik kan deze mensen gerust stellen. Aan kwaliteit kan  je NIET verwend, noch verzadigd geraken! Laat een buitenlandse artiest deze show brengen, en het gaat de wereld rond. Als Stan dit doet, vraagt men zich af ‘hoe lang dit wel zal duren’… Ik ben er gerust op, deze ster is zich nog volop aan het ontwikkelen en slaat geen stap over. What you see is what you get. Stan is en  blijft zijn eigen aimabele zelve. (getuige z’n bindteksten J )

De 2 uur durende show werd moeiteloos gevuld, werd prachtig georkestreerd door de regie, een feilloos zingende frontman , geback-upt door krachtige background singers en een goed ingespeelde band. 
Stap voor stap groeiend, alsook de achterban. Nu spelend in de schaduw van het Sportpaleis, volgend jaar deze tijd in ….. de spotlights ervan. Ja , onze Stan, hij wordt GROOT!

Graag had ik nog de entourage en het management bedankt voor de luxe die we als fotograaf /reviewer mochten ervaren. Een vrije rondloop is een unieke ervaring en echt zelden meegemaakt. Ook hierin zie je de symbiose van zanger /management. Echt gewaardeerd!

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/stan-van-samang-09-10-2015/
Organisatie: Live-Entertainment

Palma Violets

Palma Violets - Leven na de dood

Geschreven door

In deze tijden waarin internetfenomen uiterst zelden langer dan een dag ‘viral’ blijven en waarin persoonlijke berichtjes amper 10 seconden duren alvorens ze voorgoed verdwijnen (‘snapchats’), kortom, in tijden die gekenmerkt wordt door een ongeziene vergankelijkheid en vluchtigheid, zou het in zo’n klimaat nog lukken om met je gitaargroepje het leven te veranderen van een generatie jongeren, zoals Arctic Monkeys, The Strokes en The Libertines dat gedaan hebben in het eerste decennium van de 21ste eeuw? Kregen de afgelopen jaren, vaak van de Britse pers, die sleutel in handen: The Vaccines, Howler en Palma Violets. Is het hen gelukt? Niet echt. In Palma Violets geloofde ik nochtans. Want toen ze voor het eerst kwamen piepen eind 2012 en ik in het zesde middelbaar zat kón je niet anders dan erin geloven. De bandleden deelden een huis in Londen, gaven er (uiterst rommelige) optredens en namen er hun debuutplaat op. Die plaat, ‘180’, noemden ze “a manifesto” en had als mantra “giving a fuck is back in, we’ll see you on the other side”. Het leek allemaal een beetje op het bohemien sfeertje dat ook rond The Libertines hing. Het mocht echter niet zijn, eerder dit jaar in mei kwam de tweede uit, ‘Danger in The Club’, een plaat die vrijwel geruisloos passeerde, ondanks de vele goudaders die ze wel degelijk aanboort.  Geen singles die opgepikt werden door de Studio Brussels van deze wereld, een passage voor een, eufemistisch uitgedrukt, halflege tent op Dour en het feit dat ze nu in de Orangerie van de Botanique geprogrammeerd stonden, daar waar ze twee jaar geleden nog in de AB stonden (een zaal die, toegegeven, ook toen een maatje te groot bleek), als voornaamste indicatoren.

Goed, mij hoort u niet klagen; de Orangerie is wel degelijk een fantastische zaal, ware het niet dat ze op 7 oktober amper half volgelopen was voor de Britse indierockers. De Violets lieten het zich echter niet aan het hart komen en deden, gelukkig maar, gewoon waar ze het allerbeste in zijn: een flink potje rammelen en er een dikke 18 nummers doorjagen aan een redelijk tempo.
Openen deden ze zowaar met een B-kantje, “Five Gold Rings”, waarna ze “Rattlesnake Highway” speelden, meteen goed voor de eerste crowdsurfer. Het werd toen al duidelijk dat de nummers uit de debuutplaat ‘180’ op meer respons zouden kunnen rekenen dan de nieuwe. Jammer eigenlijk, want nieuwer werk als “Girl, You Couldn’t Do Much Better On The Beach” en vooral het fantastische “English Tongue”, een nummer dat alles in zich heeft wat een rasecht anthem nodig heeft, waren zeker niet de mindere broertjes van de ‘180’-nummers. Ook mooi: Palma Violets is niet het soort band dat hun hitjes opspaart tot helemaal aan het eind: “Step Up For The Cool Cats” en “Best Of Friends” zaten, netjes na elkaar, al vrij vroeg in de set. Voor “The Jacket Song” (‘second-hand and made in Japan’) wisselden bassist Chilli Jesson en gitarist Sam Fryer van instrument en kwam de roadie een handje toesteken. Chilli grapte dat we die roadie “waarschijnlijk later nog wel zouden te zien krijgen”, waarna hij doodleuk de mondharmonicasolo speelde in het nummer erna: “Danger In The Club”. Altijd in voor een mopje, die Chilli. Eindigen deden ze even eigenzinnig als hoe ze begonnen waren, met een nieuw nummer dat niet op de plaat verscheen: “Ratway Rock Circus”.

De bisronde kwam traag op gang maar “14” maakte veel goed. Dat nummer leek de essentie van Palma Violets wel samen te vatten: de tekst bestaat uit 2 vrij simpele regels die een ode vormen aan de Londense bus 14 die hen na een nachtje stappen naar hun eigen Studio 180 brengt (Oh, 14, take me all through the night / Oh, 14, take me home) en de song rammelt langs alle kanten, maar het werkt wél. Stilstaan was geen optie. De muziekwereld zullen de jongens van Palma Violets niet veranderen, laat staan het leven van een generatie jongeren. Wél is het een band die steevast een glimlach op je gezicht zal toveren. En hoogstwaarschijnlijk is het fenomeen van (indie)bands die je leven veranderen, mede door de eerder aangehaalde vluchtigheid van het moderne leven, wel een stille dood gestorven. Maar “Death Is Not The End”, zoals ze zelf zongen in hun Dylan-cover (hier bij ons beter bekend in de versie van Freek De Jonge: “Er Is Leven Na De Dood”) die de set afsloot, want misschien is het feit dat Palma Violets nog gewoon een band is die keer op keer een aanstekelijk enthousiasme aan de man kan brengen, wel meer dan genoeg.

Organisatie: Botanique, Brussel

Richard Thompson

Richard Thompson – The Richard Thompson Electric Trio - Elektriciteit in de lucht en op het podium

Geschreven door

Heel even leek het er op dat de Engelse folkrock god Richard Thompson de herfst van zijn intussen zes decennia overspannende carrière enkel nog zou doorbrengen in het gezelschap van een akoestische sixstring. Voor de adepten van ‘s mans muzikale virtuositeit valt daar natuurlijk weinig op af te dingen, maar anderzijds leverde die unplugged strategie maar weinig bruisende platen meer op.
De jongste jaren lijkt de immer kwieke Thompson echter aan een onvervalste renaissance toe. Alles begon met zijn samenwerking met rootsmuzikant en -producer Buddy Miller wat resulteerde in het toepasselijk getitelde ‘Electric’ (’13), zowaar één van de meest stevige albums uit ’s mans oeuvre én een onverwachte late-career-highlight volgens de critici. Eén en ander inspireerde de 66-jarige Thompson om tijdens de opnames van de eerder dit jaar verschenen opvolger ‘Still’ opnieuw de krachten te bundelen met een Amerikaanse collega. Het alweer voortreffelijke ‘Still’ werd opgenomen ten huize The Loft in Chicago, sinds jaar en dag de muzikale speeltuin van Wilco-opperhoofd Jeff Tweedy. Dankzij die samenwerking met Tweedy mag Thompson zich trouwens weer een beetje ‘hip’ noemen, en dat straalt de man ook ontegensprekelijk uit tijdens zijn huidige tour.

Iedereen die ooit maar één foto van Richard Thompson on stage heeft gezien weet waar de man sinds jaar en dag imago-gewijs voor staat: de eeuwige baret die wel definitief vergroeid lijkt met zijn knikker, de mouwen van zijn doordeweeks hemd netjes opgestroopt, een warrig getrimde ringbaard en vooral, die brede glimlach telkens hij zijn fanlegioen onder ogen komt. En voor alle duidelijkheid, de fans die afgelopen woensdag de weg naar een aardig gevulde AB flex vonden kregen daar een ronduit v-e-r-b-l-u-f-f-e-n-d optreden te zien. U merkt het, dit was één van de zeldzame gelegenheden waar recensenten enig lyrisch taalgebruik achteraf niet hoeven te schuwen, want hoe anders kan je een bijna twee uur durende set omschrijven waarin enkel hoogtepunten te noteren vielen, waar songschrijverschap én muzikale virtuositeit constant de boventoon voerden, en waarbij nog maar eens bleek dat enkel tongue-in-cheek humor de mensheid nog kan redden?
Toegegeven, van een levende legende op leeftijd als Thompson zou je misschien een gezapige performance verwachten, maar niets bleek minder waar. De rijzige zestiger staat tegenwoordig immers op het podium als frontman van The Richard Thompson Electric Trio, een even hecht als virtuoos collectief dat wordt vervolledigd door
Davey Faragher (bas) en Michael Jerome (drums). Beiden zijn zondermeer bijzonder straffe muzikanten die eerder op de loonlijst stonden van de tourbands van respectievelijk Elvis Costello en John Cale. Met slechts drie man op het podium kregen creativiteit en subtiliteit bijna automatisch alle vrijheid, waardoor de live ervaring het beluisteren van platen in je luie sofa vér oversteeg. De interactie tussen een elektrisch fel van leer trekkende Thompson en zijn ritmesectie bereikte op die manier hét hoogtepunt der hoogtepunten tijdens het ruim 10 minuten durende opus “Hard On Me”.
Even verderop in de set zou de legende tijdens de toepasselijk getitelde medley “Guitar Heroes” trouwens laconiek bekennen dat ook hij als gitarist maar een nederige leerling is van zijn grote helden uit de jaren ’40 en ’50 waaronder
Django Reinhardt, Les Paul, Chuck Berry, James Burton en Hank Marvin.
Vanaf de openers “All Buttoned Up” en “Sally B”, respectievelijk geplukt uit zijn recentste twee platen, sneed Thompson al meteen één van zijn favoriete onderwerpen aan: wispelturige vrouwen. De man is wat dat betreft een bevoorrechte getuige, want veel van zijn beste platen uit de 70ies en vroege 80ies schreef Thompson bij elkaar tijdens zijn tien jaar durende echtelijke en muzikale partnership met folkzangeres Linda (Thompson) Peters. We weten al langer dat uit relationele miserie wel eens een meesterwerk wordt geboren, en het sierde Thompson dat hij zijn eigen muzikale verleden allerminst verloochent door twee nummers vanop de indringende vechtscheidingsplaat ‘Shoot Out The Lights’ (’82) in de setlist te houden. Was de sfeer doorheen de avond anders wel vrij ontspannend te noemen, dan werd die eensklaps een pak grimmiger toen “Did She Jump Or Was She Pushed” en “Wall Of Death” uit dat album werden opgediept. Met “For Shame Of Doing Wrong” haalde trouwens ook nog een derde nummer uit de officiële back-catalogue van Richard & Linda Thompson de set.
Toen zijn twee makkers even mochten uitblazen stond Thompson eensklaps op het podium in de gedaante waarin de meeste folkies hem ongetwijfeld het liefst zien verschijnen: solo en akoestisch. Het bleek het ideale moment om de muzikale erfenis aan te spreken die Thompson vijf albums lang tussen ’68 en ‘70 achterliet bij het door hem mede-opgerichte folkrockinstituut The Fairport Convention. “Meet On The Ledge” tekende misschien wel voor het breekbaarste moment van de avond, een ideale track voor straks op de soundtrack van Allerheiligen.
Wie bij het horen van de naam Richard Thompson enkel herinneringen kan ophalen aan zijn radiohitjes “I Feel So Good” en ‘I Misunderstood”, beiden geboren in ’91 op het album ‘Rumor And Sigh’, keerde van een kale reis terug. De eigenzinnige Brit koos met “1952 Vincent Black Lightning” wel een ander nummer uit die plaat, een technisch hoogstandje wat fingerpicking betreft waarvan de titel overigens verwijst naar de gelijknamige motorfiets die in de weegschaal komt te liggen wanneer de eigenaar ogenschijnlijk moet kiezen tussen een flirt of zijn dierbaarste bezit.

Tijdens de twee encores rondes had The Richard Thompson Electric Trio nog wat materiaal in petto uit de jongste worp ‘Still’, waaronder het naar Wilco neigende “Patty Don’t You Put Me Down” en de wulpse rocker “Fork In The Road” uit de bijhorende ‘Variations’ EP.
Het slotakkoord was voorbehouden voor een remake van “Take A Heart”, oorspronkelijk ingeblikt door het illustere Britse psych r&b gezelschap The Sorrows ergens midden jaren ’60 toen Thompson zelf nog een anonieme muzikant was.

Anno 2015 is Richard Thompson intussen uitgegroeid tot een grandioze gitaarheld, begenadigd songschrijver en stand-up comedian, een unieke combinatie van gedaantes die ons in de AB één van de beste optredens van het jaar heeft bezorgd.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Great Mountain Fire

Sundogs

Geschreven door

Die Brusselse scene houden we maar best in het oog hier in Vlaanderen . Een nieuwe lichting als Robbing Millions , BRNS en deze Great Mountain Fire , komt na Ghinzu en Girls In Hawaii .
‘Canopy’ was een uiterst gevarieerd , fris aanstekelijk plaatje, de opvolger legt de klemtoon op de psychedelica , zoals die al sterk doorsijpelde bij een Tame Impala. Zij hellen niet over naar de electrokitsch , maar onderhouden een stuwende funkende groove op “5-step fever” en “Four-poster ride” .
Het materiaal op de nieuwe zit dus meer in de sferen van de psychepop, kan een feestelijke kleur hebben , valt op door de subtiele melodietjes, en intrigeert door de verrassende wendingen en de broeierige spanning.
Kortom , deze ‘Sundogs’ is opnieuw sterk!

Jacco Gardner

Hypnophobia

Geschreven door

De 27 jarige Nederlandse multi-instrumentalist Jacco Gardner graaft in de late sixties en houdt het op gevoelige, dromerige poppsychedelica. De eerste songs “Another you” , “Grey lanes” , “Brightly” en “Find yourself” worden gekenmerkt door een aanstekelijke groove , daarna komt de (filmische) droomsound nog meer op het voorplan en zijn ze nog meer binnen de indiepsychedelica te situeren door de hypnotiserende tunes. Die muzikale indruk krijg je nog meer door de handvol instrumentals die we op de plaat terugvinden.
Op zich weet het materiaal voldoende te intrigeren en is dit dus wel best een mooi plaatje door die zweverigheid en onschuld .

Mumford & Sons

Wilder mind

Geschreven door

Mumford & Sons hadden een deugddoende (korte) pauze ingelast en zijn er nu terug met een nieuwe plaat ‘Wilder mind’ die hun neo –indiefolky sound op het achterplan heeft geduwd en plaats maakte voor aangename (radiovriendelijke) poprock . De banjo’s , mandolines en de speelse onbevangenheid zijn in een sfeervol, direct, gepolijst geluid gestopt.  Eerlijk gezegd dit was al deels te horen op de vorige cd ‘Babel’.
Tja de band rond Marcus Mumford was in korte tijd uitgegroeid tot een band van stadionformaat . Ten tijde van hun debuut ‘Sigh no more’ zat die neofolky sound meer dan ooit in de lift , door die treffende eenvoud , sobere elegantie en samenhorigheid. Ze tonen een ‘ordinary band van odinary boys’ en dat blijft hoedanook bewaard in hun rockend concept , “Tompkins square park” is de ideale opener en “Believe”, “The wolf” en “Ditmas” zijn de barometers in die poptenue. Er vallen enkele sfeervolle nummers te noteren ,en met een “Broad-shouldered beasts”, “Only love” en “Hot gates”, klopt men terug aan bij hun vroeger kenmerkend geluid
Een paar tracks zijn in een live versie te horen en worden naar een hoger niveau getild door hun gretigheid , enthousiasme , dynamiek.
Mumford & Sons mag dan nu een doorsnee pop/rock band zijn geworden , hun materiaal slaat aan , klinkt gestroomlijnd, is af voor de popliefhebbers en staat (live) garant voor ontspanning en extravertie.

Destroyer

Poison Season

Geschreven door

Destroyer is het alter ego van Dan Bejar die in een ander leven ook wel plaatjes pleegt te maken met het bandje The New Pornographers. Het zal u waarschijnlijk wel ontgaan zijn, maar de eigenzinnige songwriter heeft in amper 10 jaar tijd al evenveel soloplaten uitgebracht. En deze hier is misschien wel zijn ultieme meesterwerk. De plaat komt binnen via de grote poort, Bejar laat zich met de gloedvolle opener “Times Square, Poison Season I” al meteen van zijn meest orkestrale kant bewonderen.
Destroyer laat de blazers en strijkers royaal aanrukken, hij ontwikkelt met een uitgebreid instrumentarium een wonderlijke dramatiek zonder daarbij in pathos te verzuipen. Alles valt op ‘Poison Season’ wondermooi in zijn plooi, de gaatjes worden rijkelijk opgevuld met muzikale heerlijkheid maar nergens loopt er iets over. Net als ‘Berlin’ en ‘Transformer’ van Lou Reed ademt deze plaat de atmosfeer van de grootstad uit, het is een warme en avontuurlijke tocht waarop enorm veel te ontdekken en te beleven valt, een nachtelijke stadswandeling langsheen filmische klanken (“Bangkok”, “Midnight Meet The Rain”), gedempte jazz (“Archer On The Beach”), subtiele kamerpop (“Sun In The Sky”) en weidse rock (“Dream Lover”). De stuk voor stuk prachtige songs lijden allemaal een kleurrijk leven op zich, maar ze presenteren zich toch als één hecht geheel. Samen vormen ze een bijzonder mooi kleurenpalet dat glorieus is aangekleed met fluwelen gitaren, geraffineerde saxpartijen, levendige strijkers en vaak een wonderlijke piano. De plaat baadt in een seventies gloed maar staat toch met beide benen in het heden en heeft de grandeur van Mercury Rev, de finesse van The The, de melancholie van Bill Callahan en de drijfkracht van David Bowie in zijn meest creatieve periode.
In de categorie van fijnzinnige en hartveroverende plaatjes moet deze ‘Posion Season’ dit jaar enkel ‘Goon’ van Tobias Jesso Jr naast zich dulden en verkeert daarmee in zeer fijn gezelschap.

David Gilmour

Rattle That Lock

Geschreven door

David Gilmour is het soort muzikant die met de precisie van een gerenommeerd hartchirurg steeds de perfectie nastreeft. Om de zoveel jaren maakt de man wel eens een solo plaat die dan in weinig of niets verschilt van de dingen die hij gedaan heeft met Pink Floyd in de post-Waters periode. Met deze ‘Rattle That Lock’ is dat niet anders. Alles is netjes afgelijnd en niets wordt aan het toeval overgelaten. Gilmour is met zijn microscoop en zijn waterpas de studio binnengewandeld en heeft dagen gewerkt aan het opnemen van één noot.
De muziekpurist heeft zijn songs met de nodige vakkennis en virtuositeit op band gezet en heeft die nadien nog een tiental keren door allerhande scans gedraaid om er zich van te vergewissen dat er toch nergens een vuiltje is ingeslopen. De ingehuurde raspaardmuzikanten wijken geen millimeter af van hun op voorhand uitgekiende partituren en de gitaarsolo’s, die onmiskenbaar Gilmour klinken, komen er steeds netjes opgeblonken uit.
Het zou ons geen haar verwonderen mocht de man een volledige kuisploeg in dienst hebben alleen maar om zijn gitaren te ontsmetten.
Doorwinterde Pink Floyd fans zullen met ‘Rattle That Lock’ niet ontgoocheld zijn. Zij krijgen immers de kenmerkende sound en de technische krachttoeren die ze mochten verwachten. Ze zullen, onderuitgezakt in hun designsofa en met de peperdure Bose koptelefoon om de oren, volop kunnen genieten van een resem muzikale hoogstandjes.
Gilmour heeft met name jarenlange ervaring en technisch vernuft in deze plaat gepompt, maar helaas wat te weinig ziel. De plaat werkt bij ons nu ook niet bepaald op de zenuwen, maar ze heeft ons met uitzondering van het nachtelijke jazz uitstapje “The Girl In The Yellow Dress”, niet toevallig de enige song die on- Pink Floyd klinkt, ook nauwelijks aangegrepen.
Het is hoogwaardig muzikaal behang die weliswaar elke seconde getuigt van een uitmuntende competentie, maar die ook een slaapverwekkende impact heeft op een gewone sterveling. Wij hebben het album een tweede keer moeten opzetten omdat we de eerste keer iets voorbij halfweg al lagen te pitten.

Tame Impala

Currents -2-

Geschreven door

De Aussies rond Kevin Parker , Tame Impala zijn het clubcircuit ook ontgroeid. Ze zijn groot geworden . Hun retropsychedelica brengt verschillende generaties dichter bij elkaar . Een kosmische trip hadden we bij het vorig werk , de synths spreken nu nog meer op het recente ‘Currents’ , door de  grooves en (disco)beats, die de dansspieren aanspreken . De dikke laag galm en stoner aandoende gitaarsounds in hun kenmerkend muzikaal galacticastelsel is op het achterplan geraakt . Alle kleuren van de regenboog zie je bij deze muziek .
Naast de aanstekelijke singles “Let it happen” en “The less I know the better” , verder “The moment” en “Disciples” hebben we een rits gezapige , sfeervolle , rustige nummers . “Cause I’m a man” onderscheidt zich hier.
Psychedelica is en blijft de grootst gemene deler ; op deze derde zijn er dus wel minder muzikale weerhaken. Droom en dans worden met elkaar versmolten. Een breed publiek lijkt gewonnen …

Algiers

Algiers

Geschreven door

Het Amerikaanse trio Algiers komt sterk voor de dag met deze titelloze cd . We krijgen hier een mishmash aan stijlen,  van indie , trippop , funk,  elektronica , postpunk, afro en noise, die gospel als kenmerkende rode draad hebben .
Algiers bestaat uit een met gospel opgegroeide soul brother en twee postpunkkids . We hebben elf songs die weten aan te spreken ; ze kunnen grillig zijn of zitten subtieler in elkaar, hebben een lichte dreiging en wat galm, bombast en de gitaren  durven door te klinken .
Het zit er allemaal in en het komt er sterk uit .Mooie plaat!

Pagina 515 van 964