Botanique, Brussel - concertenreeks

Botanique, Brussel - concertenreeks 2026Stoned Jesus, Wheel, woensdag 1 april 2026, Orangerie, 20h Oliver Symons, zaterdag 4 april 2026, Witloof Bar, 20h Koma, woensdag 8 april 2026, Rotonde, 20h Son Little, vrijdag 10 april 2026, Orangerie, 20h Chalk,…

logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Gavin Friday - ...
Hooverphonic

Christine & The Queens

Zieke Christine (and the Queens) brengt wat ‘chaleur humaine’ naar Brussel

Geschreven door

Zoals de titel al doet vermoeden, was het geen fitte Heloïse Létisser – alias genderbender Christine – die we vrijdagavond op de planken van Vorst Nationaal te zien kregen. Na het openingsnummer “Starshipper” verontschuldigde ze zich voor ontoereikend stembereik wegens ziekte, en later liet ze op haar Facebookpagina verstaan dat de show pas kon doorgaan na een verkwikkende dosis cortisone.
Niet dat ze er zelf geen zin in had: ze wilde coûte que coûte in Brussel het beste van zichzelf geven, om – dixit Héloïse – “terug te geven wat jullie me gedurende anderhalf jaar hebben gegeven”.

Christine and the Queens hebben dan ook op een erg korte tijd het hart van het Belgische publiek veroverd: eerst verzorgden ze het voorprogramma van Stromae, om in oktober 2014 zelf te touren met het debuutalbum ‘Chaleur Humaine’  (Because Music, 2014). De eerste stappen als hoofdact zette Christine hier in de Botanique, ze werd vervolgens  volwassen in de Cirque Royal en tijdens de hete zomermaanden bevestigde ze – met wisselend succes – haar status als electropop-koningin op de weides van Werchter en Pukkelpop. De zegetocht werd tenslotte bekroond met een uitverkocht Vorst Nationaal. Het is natuurlijk maar de vraag hoe vaak men met één album en één show kan blijven verrassen.
Maar Christine heeft duidelijk geen last van concertmoeheid en het ontbreekt haar allerminst aan enthousiasme. Melodieuze nummers geïnspireerd op de synthpop uit de jaren ’80 zoals “Half-Ladies” en “iT”, en de zware technobeats van “Pretty-Ugly”, worden afgewisseld met flarden uit monsterhits zoals “I Feel For you” van Chakha Khan en Technotronic’s “Pump up the Jam”.
De aanstekelijke choreografie van de Franse Marion Motin (zie ook Stromae) die Christine en haar vier dansers opvoeren, fungeert als een verlengstuk van de muziek en is erg boeiend om naar te kijken. Haar meest bekende “Christine”, die in het midden van de set valt, doet de zittende menigte op de flanken recht veren. De theatrale kant van Christine komt dan weer tot uiting in “Here” en de - met dichterlijke vrijheid aangepakte - cover van Michael Jackson “Who is it”, waarbij Christine, even alleen op het podium en onder het witgele licht van één spot haar hartenpijn uitschreeuwt. Via de videowall brengt ze ook andere muzikanten op het podium, zoals in het bedwelmende “No Harm is Done”, een duet met de jonge Amerikaanse rapper Tunji Ige. Het nummer werd uitgebracht ter promotie van de Amerikaanse versie van haar debuutalbum en beschrijft het moment “voordat er iets gebeurt, vooraleer we kiezen welk gevecht we zullen aangaan”.
Het nummer “Jonathan” bracht dan weer een semi-naakte Perfume Genius naar Brussel. Een rustpauze wordt ingelast tijdens “Chaleur humaine”, waarbij Christine met een boeket bloemen een ereronde maakt doorheen het publiek – als een soort (hopelijk tijdelijk) afscheid aan het Belgische publiek.
De bonustracks brengen de zaal nog één keer tot aan het kookpunt, met “Paradis perdus/Heartless” en “Saint Claude”,  de single die ze schreef voor een ietwat onhandige jongen waarvan ze erg veel van had gehouden (terwijl “Who is It” over een vrouw gaat).
De tweede bisronde werd afgesloten met de ballad “Nuit 17 à 52”, die vooral bezuiden de taalgrens veel airplay heeft gekregen. 

Hoewel ze door ziekte misschien niet voluit kon gaan in Vorst, entertainde Christine and the Queens anderhalf uur een erg uitgelaten publiek, en van stemproblemen hebben wij niets gemerkt. Het moet gezegd, de mix van dans, theater en muziek – handelsmerk van Christine & the Queens –  houdt de aandacht wel vast, en ook de sobere scenografie met Dan Flavin-gewijze TL-verlichting, brengen veel sfeer op het podium.
Als de muziek niet altijd even hard kan boeien – niet alle nummers zijn singlewaardig en ook de Engelse lyrics zijn vaak moeilijk verstaanbaar, wat soms vervelend kan zijn – is er nog altijd de erg expressieve présence van Héloïse Létissier om op terug te vallen. Het spel tussen het mannelijke en vrouwelijke, weerspiegelt in de androgyne look van Christine, haar oproep om samen de eigen voornaam te roepen zodat we uiteindelijk allemaal “Christine” worden, haar interesse voor de kleurrijke wereld van de gays en de transgenders – ze vermeldde zelfs de film ‘Paris is Burning’ als inspiratiebron – maken Héloïse Létissier ook buiten de concertzalen een boeiende artieste. En ze is nog maar 27! We zijn alvast erg benieuwd hoe ze, zowel muzikaal als persoonlijk, zal evolueren.

Neem gerust een kijkje naar de pics van haar set vorige week Zénith, Lille
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/christine-and-the-queen-26-09-2015/
Organisatie: Live Nation

Major Lazer

Major Lazer – Met dank aan het publiek …

Geschreven door

De eerste keer Major Lazer, daar kijk je naar uit. Na lovende recensies na hun passages op Pukkelpop en Rock Werchter de voorbije jaren, geloof je dat dit een feestje is dat je niet mag missen. Tel daarbij het publiek dat deze avond enkel en alleen voor Diplo en co naar Paleis 12 is afgezakt en je krijgt de perfecte basis voor een topavond.

Al bij de eerste beats die de groep loslaat op het publiek merk je dat de sfeer goed zit. Uitzinnig en klaar voor een feestje gaat het publiek mee op de bassen van Major Lazer. Bijna leek het erop dat ze meteen een grote hit “Bumayé” op de pompende massa zouden vrijgeven, met luid gejuich tot gevolg. Maar daar beslisten de mannen even anders over – “Hier zijn jullie nog niet klaar voor” was de boodschap.
Maar àlles werkte: de avond werd gevuld met een mix van eigen nummers en andere toppers van Martin Solveig, Macklemore en House of Pain. Het trio weet bovendien als geen ander hoe ze op het publiek moeten inspelen. Confettikanonnen, papiersnippers, occasioneel een “put your hands up!” – het publiek antwoordde op alles dankbaar met luid gejuich. Onuitputtelijke danseressen inclusief, volgens de band ook de beste danseressen ter wereld.
Op de tonen van Swedish House Mafia liet dj Diplo zich in een gigantische luchtbal opblazen, om zo over het publiek gerold te worden. Leuk idee, zij het dat het leek alsof hij gehaast was om zo snel mogelijk naar zijn podiumstek terug te keren. Een gemiste kans om een groter deel van het publiek te bereiken – de zaal was wel degelijk uitverkocht.
Misschien wou hij op tijd terug zijn om te genieten van de dames die nadien op zijn dj-booth de ziel uit hun lijf werkten. Begrijpelijk.
Tijd voor het vervolg op de echte Major Lazer Sound met “Roll the Bass” en “Jah No Partial”. In ontbloot bovenlijf – wij klagen niet - riep het brein van de groep op om zich van t-shirts te ontdoen. Wanneer hij erom vroeg, mochten de t-shirts in het rond gezwierd worden en zelfs in de lucht gegooid worden. Dat leverde vooral leuke beelden op vooraan in het publiek, waar verbazingwekkend veel t-shirts de lucht in gingen. De temperatuur in de zaal was intussen gestegen naar een niveau waarop het niet meer nodig is om die t-shirts terug aan te doen. Met een mix van Tove Lo en Diplo’s eigenste Bieber-product “Where Are Ü Now” werd daar verder op ingespeeld.
Diplo had duidelijk als missie om zijn jongste album te promoten. “Wie heeft Peace is the Mission al?”, luidde het. Misschien dat “Blaze Up the Fire” de twijfelaars wel nog kon overtuigen. En als dat niet hielp, moesten de vlaggen met “Peace is the Mission” erop hulp bieden. Al vlaggenzwaaiend liet hij het publiek even tot rust komen op het prachtige “Get Free” - ironisch genoeg een nummer dat niet op dat album staat.
Het tempo werd terug opgedreven met Sean Paul, Eva Simons – wiens nummer schaamteloos gepersonaliseerd werd tot “Hey Major Lazer” – en Dr Dre’s “Next Episode”. Opwarmers voor het kontenschuddende “Bubble Butt” én de megahit van House of Pain, “Jump”. Wie toen nog altijd stil stond, deed dat zeker niet meer toen – eindelijk!- “Watch out for this” uit de boxen schalde, met bijpassende glitterslierten. Niks werd gespaard om de springende massa op zijn wenken te bedienen. Jammer genoeg bleek ook hiermee het hoogtepunt van de avond bereikt te zijn.
Eventjes gingen de mannen het podium af voor een kledingwissel en nadien leek het alsof ze niet meer van plan waren om zich in het zweet te werken. Het recente en prachtige “Powerful” bracht geen hysterie teweeg, hier en daar werd het eerder binnensmonds meegezongen. Om terug wat beweging in het publiek te krijgen roepten de MC’s op om zich van links naar rechts te begeven. Op het reggae-achtige “Sound Bang” leek dat toch maar voor de helft van de zaal te lukken.
Na de vrouwelijke live-interventie op “Too Original” werd alles gehuld in een zwart-witte sfeer. In een zee van mist kregen we de melodie van dé megahit van 2015 te horen. “Lean On” deed de mist nog één keer optrekken en werd van begin tot einde meegezongen. De mannen van Major Lazer gaven nog even mee hoezeer ze van België hielden en bombardeerden ons land tot hun tweede thuis. Als dank werd nog een foto genomen en met het toepasselijke “All My Love” namen ze afscheid van hun fans.

Major Lazer toonde in Paleis 12 dat ze weten welke ingrediënten nodig zijn voor een feestje. Toch misten we nog een kers op de taart. Misschien waren het de hoge verwachtingen of de tempodalingen op het einde, maar we gingen niet naar huis met een ‘wow’-gevoel.
Major Lazer kon rekenen op een héél dankbaar publiek dat zich gemakkelijk liet meeslepen. Deze mensen waren gekomen voor een feestje, niet voor minder. De megahits konden onze honger stillen, maar een verlangen naar meer zat er voorlopig niet in.

Organisatie: Live Nation

Mad Dog Loose

Signs from the lighthouse

Geschreven door

Het Gentse Mad Dog Loose heeft anderhalf jaar de draad heropgenomen . We moeten al diep in de nineties terugblikken , toen we van de band nog hoorden ; en ze werden net als The Sands beloftevol onthaald in 96 met het album ‘Material sunset’. In hun dromerige, broeierige, innemende rauwe rock’n’roll hoorden we pareltjes als “Versa” en “Shiny side” . Hun songs konden rammelen , hadden een lofi inslag of vielen op door een bloedmooie melodie en intrigeerden door blues-, country- en folkinvloeden.
Het nieuwe materiaal lijkt een logische verderzetting , alsof die vijftien jaar aan hen is voorbijgegaan . We krijgen wel veertien songs te horen , en naast hun kenmerkende stijl durft men wel eens uit de bocht te gaan als op “Stationary ways“.
Oud en nieuw gaan hand in hand bij Mad Dog Loose -  een happy return!

Azealia Banks

Broke with expensive taste

Geschreven door

Azealia Banks - De jonge NY-se is geen doetje . Ze heeft al heel wat heisa veroorzaakt met andere artiesten , haar platenmaatschappij en zo verder . Altijd viel er wel iets te beleven.
Na heel wat omwegen is uiteindelijk haar debuut uit, met maar liefst zestien songs . Een felle trip binnen het hiphopgenre , een combinatie van aangename , groovy en snoeiharde beats , en haar denderende , onnavolgbare rapstijl . In het genre is er plaats voor veelzijdigheid , met songs die interessante wendingen ondergaan en sampling.
Alle elementen worden samengesmolten tot een uitgebalanceerd geluid , met natuurlijk de opmerkelijke “212” single met Lazy Jay . “Gimme a chance” bevat salsa  , en de electrogrooves vliegen om de oren op nummers als “Heavy metal and reflective”, “Soda” en “Yung rapunxul” . Soms zijn de songs zeer kaal en minimalistisch, evenveel worden de grenzen van het overvolle opgezocht en gaat ze zeer agressief te werk. Aparte lady!

Moon Duo

Shadow of the sun

Geschreven door

Leuk altijd die platen van Moon Duo , het project van songwriter/gitarist Eric Ripley Johnson, tevens frontman van Wooden Shjips en keyboardspeler/echtgenote Sanae Yamada . Praktisch elke song drijft op twee of drie akkoorden, maar het stoort niet, dit is nu eenmaal het soort bezwerende muziek die Moon Duo produceert.
Op deze plaat weten de twee lekker door te denderen , met aanstekelijk , smaakvol , sfeervol materiaal. De galmende , repeterende, slepende, opborrelende, zwierige gitaarmotiefjes en spacerockende keys zijn met elkaar verweven, onder zweverige zangpartijen . Negen nummers, die afwisselend in het genre klinken; “Wilding” , “Free the skull” en “Slow down low” zwieren het meest , de andere nummers hebben een nog meer voortdrijvende ritmische onderbouw . “Ice” is hier een heerlijk genietbare trip.
Inderdaad , Moon Duo bewijst dat de repetitieve muziek immer boeiend kan zijn, die V.U, Suicide en Wipers hoog in het vaandel draagt …

Los Lobos

Gates Of Gold

Geschreven door

Los Lobos is al lang geen grensverleggende band meer, en dat is ook hun bedoeling niet. De klasbakken graven op hun 17e studio album nog steeds in de wortels van de americana, rock, blues en tex-mex en ze wikkelen daarbij regelmatig hun muzikale brouwsels in een pittige tortilla. Hoewel ze in 40 jaar een zeer herkenbare sound hebben aangekweekt, blijven ze ons mateloos boeien en komen ze iedere keer met een stel kwieke songs aanzetten die barsten van het leven. Nadat hun laatste reguliere studio platen al bijzonder sterk uit de hoek kwamen (‘The Town and The City’ uit 2006 en ‘Tin Can Trust’ uit 2010) is ‘Gates Of Gold’ wederom een verbluffend staaltje van veelzijdige muzikale klasse en gevarieerd songschrijverschap. De plaat zet in met een klomp furieuze rock “Made To Break Your Heart” en gaat via de creatieve souljazz van “When We Were Free” richting potige boogie-rock met “Miss Treater Boogie Blues”, een song waar ze bij ZZ TOP een moord voor zouden plegen. Ook “Too Small Heart” is zo een hevige rocker die aantoont dat de heren op respectabele leeftijd zich nog als een stel gretige jonge wolven op hun instrumenten storten.
Uiteraard mogen ook nu weer de sombrero en de fles tequila uit de kast gehaald worden op het latino feestje “Poquito Para Aqui” en het authentieke volksliedje “La Tumba Sera El Final”. Voor de heren is het vandaar trouwens een klein kunstje om zich iets verderop volledig in de blues te gaan onderdompelen, een genre dat ze ook al moeiteloos in de vingers hebben getuige de vunzige bluessleper “I Believe You So”.
Het lijkt allemaal zo makkelijk en vloeiend in elkaar te lopen met deze alweer typische Los Lobos plaat, eentje waarin alle windrichtingen van de Amerikaanse rootsmuziek met een ongeziene passie en dynamiek worden verkend.

Keith Richards

Crosseyed Heart

Geschreven door

‘Crosseyed Heart’ is Keith ten voeten uit, losbandig, ongedwongen, beetje reggae, snuifje country, krakende en snedige rock, oude blues, schaamteloze ballades en vooral een hoop riffs die met verbazend gemak uit die typische losse pols geschud worden. De legende doet hier vooral zijn eigen goesting en vaart in de diverse watertjes waarin hij zich altijd al top heeft gevoeld, hij amuseert zich kostelijk en klinkt nergens berekend of geforceerd. OK, enkele songs vallen wat te lichtvoetig of te clean uit, soms zelf op het melige na, maar fuck it, dit is Keith, en Keith staat boven alles.
Wanneer de riffmeister op dreef is, is ie echt wel goed op dreef, het is smullen geblazen van de roffelige rock en de dirty riffs op “Heartstopper”, “Amnesia”, “Trouble” en “Substantial Damage”. We mogen ook al eens lekker in de sofa onderuitzakken met een whiskey in de hand op “Robbed blind” en “Love overdue” en het doet enorm deugd om met de authentieke titelsong en het vuile “Blues in The Morning” eens gortig in de bluesmodder te mogen ploeteren. Keith staat hier bovendien verdomd scherp te zingen, dat gortige rock’n’roll leven zit samen met ettelijke liters Jack Daniels helemaal in die gure stem vervat. Een stem om zangpuristen de gordijnen in te jagen, maar geen betere ‘slechte’ zanger dan Keith. In de stokoude klassieke ballade “Goodnight Irene” haalt hij ook nog eens een onvervalste Dylan persiflage uit zijn broekzak en zet hij den Bob fijntjes te kakken.
Het is genieten van dit rockicoon in al zijn gedaantes, de dingetjes waarop de stroop een beetje te breed wordt uitgesmeerd (“Suspicious”, “Illusion”, “Just A Gift”, “Lover’s Pea”) zien we dan ook met plezier door de vingers.
Keith is vooral zichzelf op ‘Crosseyed Heart’, en meer zouden we echt niet willen.

Blue Daisy

Darker than blue

Geschreven door

Blue Daisy is het project van de Londenaar Kwesi Darko uit Londen , muzikant , vocalist en producer . Hij beweegt en zit in de duistere trippopwereld van Tricky, Portishead , voegt er postdubstep op z’n James Blakes aan toe,  combineert het met elektronica- experimentjes op z’n Flying Lotus en houdt van het aparte filmisch theater van The Residents .
Hij weert allerlei demonen van zich af , vecht er tegen en dat hoor je in die donkere , lome , slowmotion aanpak. Op “Six days” en de titelsong injecteert hij het met een rockende aanpak. De huiver is niet veraf.
Een boeiend concept en een overtuigende plaat die we alvast te horen krijgen …
https://bluedaisy.bandcamp.com

Bruce Bherman

Chameleon

Geschreven door

Bruce Bherman komt aandraven met een beloftevolle EP , de songs ademen de sfeer van Lanegan – Campbell in de klankkleur en de sobere aanpak, met de vocale support van Leni Morrison … een doorleefde , deels rauwe (zeg) zang , in combinatie met een hemels , zalvende zang.
Jawel de songs zijn mooi verdeeld in een elektrische en akoestische reeks . ‘Chameleon’ kwam tot stand met Tim Coenen , die ook al instond voor materiaal van Admiral Freebee en Ericksson-Delcroix.
Sfeervol , dromerig broeierig materiaal , waaroverheen een americana en 60s sfeertje hangt . Naast Morrison komen nog een paar andere interessante guests aantreden .
Check gerust de sound en bio van deze Bherman …

http://wwwbrucebherman.com

King Dalton

Thilda

Geschreven door

Mooi volk is er te horen op King Dalton. Het is de band rond broertjes Pieter en Jonas De Meester (AedO), Jorunn Bauweraerts (Laïs), Tomas De Smet (Zita Swoon, Think Of One, Broken Circle Breakdown Bluegrass Band) en Frederik Heuvinck (A Brand). Jawel, zij samen zorgen voor een geluid die diverse stijlen van pop , rock , folk , funk en blues in een broeierige , sfeervolle als stuwende ritmiek gooit .
Het oude Moondog Jr en Zita Swoon lijkt een voorname referentie om hen muzikaal te situeren . Songs die een sobere als meer rijkelijk geschakeerde aanpak en klankkleur hebben . Intrigerend materiaal dus,  kortom , fijn , overtuigend wat deze band op ‘Thilda’ brengt .

Info http://www.kingdalton.be

Pagina 516 van 964