Masters@Rock Festival 2015 op 28 en 29 augustus 2015 – Geslaagd , gevarieerd tweedaags festival
Masters@Rock Festival 2015
Festivalterrein
Torhout
2015-08-28 & 29
Astrid De Maertelaere en Stan Vanhecke
Er stond wat druk op de ketel voor de organisatoren van Masters@Rock. Ze haalden meer toegankelijke namen naar het festival na het minder bezoekersaantal van vorig jaar, waarop slechts 5000 mensen aanwezig waren. De oppervlakte van het festivalterrein werd gehalveerd om het wat gezelliger te maken. Er werd zelfs gesproken over een mogelijk laatste editie van het nog jonge festival indien er minder dan 8000 toeschouwers werden gehaald.
Gelukkig konden we al vroeg vernemen dat de combitickets uitverkocht waren en we naar alle waarschijnlijkheid een zevende editie van het festival zullen krijgen. En hoe kon het ook anders. Een enthousiast publiek, een allegaartje van jong en oud, konden genieten van het laatste warme zomerweer met een frisse pint (of cola) in de hand en enkele fantastische streepjes muziek.
dag 1 – vrijdag 28 augustus 2015
Nochtans begon vrijdagavond nogal lauwtjes met het Brugse Vienna. Vienna is één van de Belgische bands die enkele jaren geleden werd opgemerkt door Maurice Engelen. Hij kwam later op de avond optreden met Praga Khan. Dat ze uit Brugge zijn, konden we al snel merken aan hun accent. Via Sonic Angel brachten ze hun enige album ‘One Heart at a time’ uit waar vrijdag hun beste poppunknummers werden uitgehaald.
Het is niet eenvoudig om met een gering publiek de sfeer in de tent te houden, maar we konden toch enkele op- en neergaande voetjes bespeuren. “One heart at a time” klonk goed, net als “Two Wrongs”. De zangeres heeft iets weg van Anouk of Avril Lavigne, maar dan zonder het echte hitgehalte.
Hoewel de zangeres met haar crop top goed haar mannetje kon staan, heeft de band op ons helaas geen blijvende indruk nagelaten. Al kregen we op het einde van de show wel even de toestemming om haar “ass” te checken.
Dan werden we toch gelukkiger als Compact Disk Dummies het podium kwam opgevlogen. De gebroeders Lennert en Janus Coorevits, respectievelijk 22 en 20 jaar jong, donderden zoals gebruikelijk door hun set heen. Deze jonkies zijn al vijf jaar bezig en bevestigden vrijdag hun muzikaal talent. Na een lang uitgesponnen intro en via een stevig “Ulysses” kregen we “What You Want”. Leuk, want een mens blijft niet graag op zijn honger zitten. De Dummies gingen dus vliegend van start, met een steeds op en neer gaande krullenbol van Lennert om ons te entertainen. Maar er was ook ruimte voor melodieuze diepgang, de synths en gitaren konden zich op de goede momenten ook eens inhouden. “Average Girl” was wat ons betreft één van hun best gebrachte nummers, het zat simpelweg sterk in elkaar. Toch was niet elk nummer even fantastisch. “Walls cavin’ inn” was wat chaotisch en vooral heel luid gebracht. Dat showbeest Lennert Coorevits doorheen het publiek ging, versterkte dat effect alleen maar. Daarna hoorden we “The Reeling”. Dat is en blijft natuurlijk een topper van formaat en iedereen hoopt natuurlijk dat de Compact Disk Dummies in de toekomst nog zo’n formidabele platen zullen maken. De set werd keurig afgesloten met de ondertussen bekende cover van “Toxic”. U weet wel, dat is eigenlijk het beste nummer van Britney Spears. Deze jongens maakten het nog (veel) beter.
Wij hebben dus enorm genoten van deze band. De Compact Disk Dummies zijn het levende bewijs dat elektro en rock perfect kunnen samengaan. We durven denken dat zelfs de echte rockers van de set genoten zullen hebben.
Dat zou voor Maurice Engelen wel wat moeilijker worden. Met Praga Khan staat hij al sinds 1989 op het podium. Hij verzorgde een optreden met twee gezichten. Enerzijds zijn er natuurlijk de oorwurmen van een songs die simpelweg iedereen te pakken krijgt. Praga Khan bewees nog altijd een steengoede danceact met een stevige ‘rave’kant te hebben. Aan de andere kant was er Maurice die zich als een gek gedroeg. In het begin van het optreden kregen we nog behoorlijk samenhangend materiaal met “We follow the sun”, “Love” en “Tausend Sterne”. En het moet gezegd, het leek erop dat het een dik feestje ging worden. Daarna ging het alleen maar bergaf met Maurice. Zijn evenwicht was het eerste die ging, samen met de zang. De 56-jarige was duidelijk met nog andere dingen bezig geweest dan zijn stem opwarmen. Zich overal aan vasthoudend geraakte hij nog bij “Breakfast in Vegas”, een hit die luidkeels werd meegezongen door het ondertussen talrijke publiek. Daarna was het tijd voor stagediven -uw reporter zorgde er persoonlijk mee voor dat Maurice niet op de grond terechtkwam- en keyboardslingeren.
Maar liefst zes keer moesten de fotografen zich bukken om een muzikale buil te vermijden. Daarna kwam één van de danseressen onder Praga Khan terecht. O ja, ondertussen konden we nog “Lonely” en “Luv U Still” horen, nummers die we zeker konden appreciëren. Als afsluiter kregen we “Power of the Flower” te horen.
Zo konden we nog ravend zoals in de jaren ‘90 de tent uit. En we konden zeker niet ontkennen, Praga Khan had voor een spektakel gezorgd, al was het niet volledig spek voor onze bek.
Onze favoriet van de avond was Arsenal die het zomerse festivalgevoel meteen terug naar boven bracht. De band viert dit jaar zijn 15de verjaardag en maakt van elk concert nog steeds een feest. Stilstaan was tijdens dit optreden geen mogelijkheid. De set begon met een nummer geschreven in samenwerking met Gabriel Rios: “The Coming”, in hun woorden ‘the new blues’. Daarna volgden de gitaarriffs in “Switch”, opnieuw met een aanstekelijk enthousiasme gebracht. Salsamoves werden ingezet met het Braziliaanse “Saudade” en “Estupendo”. De sfeer zat er goed in en de tent zong luidkeels mee, meer dan bij elke andere band op het festival. Wat opviel, nummers dat we nog niet kenden of niet meer kenden hadden vaak hetzelfde effect als de zogenaamde hits. Zo werd “Amelaka Motinga” terug van onder het stof gehaald, een nummer van hun eerste plaat uit 2003. Op het energieke “High Venus” zwaaide iedereen lustig mee en het exotische “Longee” werd ook ten zeerste geapprecieerd. “Temul” was een goed intermezzo naar de hits “Not yet free” en “Lotuk”. Telkens was er een enorme interactie met het publiek. En als de frontman zei dat ‘hij het één van de beste/leukste optredens van de zomer vond’, geloofden we hem zomaar, simpelweg omdat dat zeker ook voor de toeschouwers gold. Tijdens “Black mountain” was er sprake van ‘beautiful love’, zowel op het podium als in de tent. Als afsluiter kwam er een sterke liveversie van “Melvin” gecombineerd met “A volta” in a-capellastijl. Die song werd lang gerokken door publiek en band. Altijd leuk om zo’n speciale liveversie te horen te krijgen. Kortom, Arsenal mogen we Belgische trots noemen.
Het is natuurlijk niet gemakkelijk om na Arsenal op te komen treden. Het lukte The Subs maar deels om alles te laten ontploffen. Allereerst door de massale leegloop van de ietwat oudere muziekliefhebber. Anderzijds omdat het allemaal dat ietsje minder was. De band trapte het optreden af met “Trapped”. Onze ogen waren in eerste instantie niet weg te slaan van hun kleurrijke, shiny kostuumpjes. “Close to Faith” had nog niet die vuile elektronische klanken die we zo graag horen van The Subs. Met het nummer kregen ze niet de hele zaal mee.
Met “Concorde” ging de groep de Franse toer op en konden ze hun rockability showen met een elektronische gitaar. Dat lukte behoorlijk goed, wij hebben genoten van het eerder onbekende nummer.
Daarna kregen we enkele hits, die zorgden voor beweging bij het publiek. Eerst kregen we “Kiss My Trance” te horen. Daarna kregen we “Mitsubitchi”, echt het nummer dat we bedoelden met die viezige elektro. Met “Face of the Planet” er even achteraan zorgde The Subs voor een stevig middenstuk. Toegegeven, wij konden het niet laten ook even op en neer te gaan.
De band sloot af met “Pope of Dope”, al hadden ze intro en nummer gescheiden door “Fuck that Shit”. “Pope of Dope” klonk niet alles openrijtend, ook omdat enkele dames de groep op het podium mochten vervangen. Sympathiek, maar soms ook wat knullig en vooral de illusie doorprikkend dat er al te veel live werd gespeeld.
Het was een fijne eerste dag op Masters@rock in Torhout. Het absolute hoogtepunt was Arsenal, zelden zo genoten van een optreden. Het optreden van Praga Khan zal ons om andere redenen bijblijven. Compact Disk Dummies en The Subs waren ook zeker de moeite waard. Wij keken alvast uit naar dag 2 van dit gezellige festivall
dag 2 – zaterdag 29 augustus 2015
Zaterdag werd volledig rock-’n-roll ingezet door The Salvador Statement. Voor deze bende jonge knapen was hun optreden een thuismatch. De frontman, die overigens een visuele beperking heeft, is afkomstig uit het Torhoutse. Binnenkort mogen we hun tweede EP ‘The Pleasure Of Being Human’ verwachten. Op Masters@Rock gaven ze het beste van zichzelf met nummers als “W.O.S.A.E (Waste of Sperm and Eggs)”. Later in de set kwam er ook ‘eentje voor alle vrouwen’, een aangename cover van “Jungle Drum”, oorspronkelijk van Emiliana Torrini. En eerlijk als ze waren, kregen we te horen “Ik verkoop geen 10 miljoen platen dus ik ga niet liegen, jullie zijn het beste publiek”. Als mooie afsluiter kregen we nog een cover van “Livin’ la vida loca”. Of Ricky Martin graag mokka-ijs lust, laten we in het midden, maar The Salvador Statement ‘wil graag nen crème met mokka’. We hoorden dus een sterke set van een band die zeker en vast niet uit de toon viel op dit festival.
Wallace Vanborn paste perfect in het plaatje van Masters@Rock. De groep kan heel stevig gitaarspelen. Er kwamen een paar heel sterke nummers voorbij in de set van deze band. De zeurderige stem van frontman Ian Clement past daar uitstekend bij. We konden luisteren naar enkele sterke nummers als “We are what we hide”, “Wave Goodbye” en “Welcome to the Wastelands”. Wallace Vanborn stelde ook enkele nieuwe songs van ‘The orb we absorb’ , die zeker evenwaardig zijn. Maar als we op de site van de band lezen dat ‘they’ll be destroying whatever processed beats are the new flavor of the week with a timeless rock album aimed at opening minds and opening eyes’, dan lijkt ons dat meer dan een beetje te veel hooi op de vork. Hopelijk is het als een mopje bedoeld, want Wallace Vanborn klonk toch een beetje te onzuiver en eentonig om tijdloos te zijn. En anders hebben wij zeker en vast een te gesloten geest.
Bij The Kids hadden we eigenlijk een beetje hetzelfde gevoel, al hebben zij hun strepen natuurlijk al verdiend. Bovendien hebben ze een fantastische hit met “There will be no next time”, die overigens nog altijd luidkeels werd meegebruld door het publiek. Voor de rest raasden The Kids onder leiding van Ludo Mariman doorheen een set waarin de toeschouwers geen rust werd gegund. Met “No Work” en “Bloody Belgium” begon de punkgroep quasi perfect. Het publiek had er zin in en kreeg in tien minuten vier nummers te horen. Daar wrong echter ook het schoentje. Na een tijdje merk je al snel dat nummers wel erg gelijkaardig klinken, vooral wat de gitaarriffs betreft. Meestal wordt er dan een andere titel bovenop geplakt. “Fascist Cops”, “Money is All I Need”, “I Wanna Get a Job in the City” en “I don’t Care” zijn allemaal uitstekende nummers maar zijn wel erg in dezelfde trant. De rasechte fans van The Kids zullen dus de tijd van hun leven hebben beleefd. De rest heeft een leuk optreden gezien aan een waanzinnig tempo, weliswaar met weinig klankvariatie.
Daarna was het tijd voor het Oost-Vlaamse Bulls On Parade, een straffe Rage Against The Machine-tributeband uit het Gentse. Ze openden met een opdreunende radiostem die zo van een Martin Luther King-toespraak zou kunnen zijn. Daarna speelden ze onmiddellijk het nummer waar ze zichzelf naar noemden. De voorstanders van moshpits konden zich vervolgens uitleven tijdens “Sleep Now in the Fire”, “Bullet In The Head” en “Know Your Enemy”. Alle hitjes passeerden de revue. Bulls On Parade was aanwezig op de 1ste editie van Masters@Rock en kon ook dit jaar de Rage Against The Machine-fans terug bekoren. Last but not least, mocht ook “Killing in the Name” uiteraard niet ontbreken. Door hun enthousiasme vergaten we zelfs af en toe even dat we naar een coverband stonden te kijken.
Ook voor Dog Eat Dog was het al de tweede keer dat ze op het festival speelden. Met de energie die zij uitstraalden is het moeilijk te geloven dat ze dit jaar hun 25ste verjaardag vierden. Vroeger was hun harde rock/punkstijl met rap en een blazer eroverheen waarschijnlijk ongehoord. En eerlijk gezegd, vandaag houdt dat nog steeds behoorlijk stand. Door de tand des tijds lijkt het allemaal wat softer, zeker qua show en lay-out. Geregeld werden mensen op het podium uitgenodigd, eenmaal kwam een bebaard bandlid zelfs met kind op de arm meezingen. Dog Eat Dog bewees dus meermaals ‘het’ nog te hebben. In het begin deed het dat met “If these are good Times”. Het refrein klonk trouwens redelijk melodieus. Ondertussen wist frontman John Connor zich nog eens te bewijzen als uitstekende entertainer. De drummer kwam ook nog even meerappen, er gebeurde dus meer dan genoeg op het goed gevulde podium. Vooral het nummer “Cannonball” straalde veel rock uit, enkele extra gitaren werden daarvoor uit de kast gehaald. “Pull My Finger” gaf een beetje datzelfde gevoel. En dan zijn er natuurlijk nog die songs zoals “Who’s the King” en “Rocky”. Een licht saxofoongeluidje eroverheen en iedereen die nog steeds de lyrics staat mee te brullen, allemaal zuiver gebracht ook. Moeilijk om daar niet van te genieten. Dat daarna nog “Expect the Unexpected” en vooral “No Fronts” nog volgden, meer konden we niet dromen. En dan kwamen de jongens van Black Box Revelation en Golden Earring nog aan de beurt.
Op de valreep kon de organisatie nog een topband met Belgische oorsprong strikken. De Black Box Revelation is terug van even weggeweest en stelde afgelopen zaterdag enkele nummers uit hun nieuwe album ‘Highway Cruiser’ voor. Het duo ging van start met “Do I know you” en “Where has all this mess begun”. Dan werd het al snel tijd voor hun eerste hit “I think I like you”. Het nummer blijft aanstekelijk.
Na “Madhouse” werd dan eindelijk een tipje van de sluier van het vierde album opgelicht “Wild Horse”. Een zangeres van The Gospel Queens vervoegt het tweetal om de bluesy sound te versterken. De nieuwe plaat werd goed onthaald, wat wel opviel was het iets tragere tempo. Tijdens “Gloria”, een eerste, zomerse single uit de langspeelplaat, zorgde de background zangeres voor de nodige shalalalala’s. “Never alone, always together” bracht ons vervolgens terug in de vertrouwde sfeer. Tijdens “Pounding”, een verse on-the-roadplaat werd Jan in de spotlight geplaatst. ‘My heart is pounding for your love so sweet’ weerklonk het in de tent. Het nummer sloot mooi aan bij het vorige.
Na “Two Young Boys” beseften we echter dat het duo de tent niet volledig meekreeg. Hoewel we grote fan zijn van de BBR moeten we toegeven dat ze die dag misschien wel wat futloos bleken. Nochtans leek Dries zich tijdens “High On A Wire” wel volop te vermaken. “Riverside” was de volgende vintage plaat waar we kennis mee mochten maken, gevolgd door de bekende nummers “Gravity Blues”, “My perception”, “Sealed with thorns” en “Set your head on fire”. En al leken ze zich nog steeds niet volledig te geven, het tweetal doet letterlijk Masters@Rock’ eer aan. Mooie vooruitzichten alleszins voor Jan en Dries, die bij de volgende tournee van Seasick Steve het voorprogramma mogen verzorgen.
Na het 25-jarige bestaan van Dog Eat Dog, gaan we nog een stapje verder. De alombekende Nederlandse band Golden Earring viert in december dit jaar zijn 50ste levensjaar. Wij mochten alvast meegenieten van hun spectaculaire liveshow. De aandacht van het publiek werd al onmiddellijk opgeëist met “Another 45 miles”. Het ontroerende refrein weerklonk doorheen de tent. Dan volgden “Twilight Zone” en “Still Got The Keys To My First Cadillac”.
Dat de band nog lang niet uitgeblust is, is duidelijk. “When The Lady Smiles” was wellicht een van de grootste klassiekers die de afgelopen twee dagen werd gespeeld. Het is een song die iedereen nog kent, de Nederlanders brachten hem ook zoals het moest. Met een sterke Barry Hay als frontzanger bulkt de band nog steeds van het charisma. Op een gegeven moment kwam een kranige oude saxofonist het podium op. Hij blies de pannen van het dak in enkele nummers van de set. Na “When The Lady Smiles” kregen we nog “The Devil Made Me Do It” en “Going to the Run”.
Het was heerlijk om te zien hoe deze bandleden vol overgave gitaarsolo’s kunnen spelen. Dat werd nogmaals bewezen tijdens “Long Blond Animal”.
Tijdens “Radar Love” was de uitdrukking ‘old but gold’ wel van toepassing. Eerst dachten we dat de superhit van Golden Earring wel wat vroeg in de set was geslopen. Maar deze versie duurde maar liefst twintig minuten, inclusief mystieke intro met een dubbele basgitaar en een geniale solo van drummer Cesar Zuiderwijk dat van ongekend niveau was. Opbouwend maar zonder te vervelen kregen we uiteindelijk het refrein in stukjes in het nummer te horen. Fantastisch toch hoe Golden Earring een klassieker zo durfde om te vormen, met groot succes bovendien. Ook leuk voor de meeste mensen uit het publiek, die zo’n versie van “Radar Love” waarschijnlijk nog nooit hadden gehoord. “Jangalene” en “Holy Holy Life” waren prima afsluiters van een geweldig optreden.
Voor de echte doorzetters was er nog Dirk Stoops met een niet meteen ontvlammende DJ-set. Enkele nummers die we nog opvingen waren “Rhythm is a dancer”, “I love It”, “Scream & Shout”, “Hangover” en “I Like To Move It”. Maar eerlijk gezegd, het beste hadden we toen al even gehad.
We hebben ons stevig geamuseerd op Masters@Rock en hebben enkele schitterende bands aan het werk gezien. Wij kijken alvast uit naar een zevende editie.
Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/masters-rock-2015/
Organisatie: Masters@Rock, Torhout