logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Hooverphonic
Suede 12-03-26

The Dyeing Merchants

Tempest Roar

Geschreven door

Met ‘Tempest Roar’ zijn The Dyeing Merchants uit Victoria aan hun derde album toe. Ze eren de DIY ethiek en namen hun album op in de Fifty Fifty Arts Collective, een non-profit organisatie die door vrijwilligers gerund wordt en een platform voorziet voor onafhankelijke artiesten.
The Dyeing Merchants brengen aanstekelijke nummers, bruisend van energie, waar je niet op stil kan blijven zitten. Ze vallen moeilijk onder een bepaald genre te classificeren, maar brengen indie rock met experimentele invloeden. Met z’n doorrookte stem brengt Jzero Schuurman bezieling terwijl de gitaar en drum een verfijnde dialoog voeren. Hun muziek past in het intieme kader van een donkere kroeg, waar de lokroep van de nacht (en overmatig ethylalcoholgebruik) menig zielen beroerd. The Dyeing Merchants zijn het levende bewijs dat eenvoud siert. 
Op hun website http://thedyeingmerchants.com/  kan je terecht voor een voorsmaakje. Hun Facebookpagina http://www.facebook.com/pages/The-Dyeing-Merchants/ houdt je op de hoogte van aankomende optredens.

Kasan

Drown

Geschreven door

Kasan bracht eerder dit jaar hun eerste album uit onder de titel ‘Drown’. Ze zijn afkomstig uit Leipzig en mochten in het verleden al het podium delen met Caspian, Year Of No Light, God Is An Astronaut, en andere postrockgoden.
Ze beginnen hun album met “Drown” en eindigen met “Float”, woorden die ze muzikaal perfect weten te vertalen. De nummers tussenin kenmerken zich door een onheilspellende, dreigende toon en creëren een opbouw die tot de verbeelding doet spreken. Je waant je in een stormachtige oceaan, waar woeste golven je naar adem doen snakken en geen sprake is van redding nabij. Ze houden dit dan ook vast voor een gemiddelde duur van acht minuten per nummer.
Kasan brengt meer dan melodisch klinkende nummers. Ze verrassen de luisteraar bij elk nummer door een plotseling losbarsten van een stormvloed aan doom en metaal.  Het is een plezier te luisteren naar nummers met dergelijke variatie in ritme, zonder in een chaos te vervallen.
Op www.kasan.bandcamp.com kan je hun album gratis downloaden.

Torche

Harmonicraft

Geschreven door

… Een waardige opvolger voor het massieve brokstuk ‘Meanderthal’. Wederom weet Torche de melodie te behouden zonder de heavyness uit het oog te verliezen. Het is zware en compacte metal met poppy hooks en doet ons denken aan de betere Helmet of prille Soundgarden.
Het tempo wordt er in gehouden door de overwegend korte songs zonder veel adempauzes elkaar te laten opvolgen. De gitaren creëren loodzware riffs in “Letting go” en “In pieces” maar gaan geregeld ook voor een portie verfijning in “Snakes are charmed”, “Reverse inverted” en “Roaming”. Moordtempo songs “Walk it off” en “Sky Trials”, elk goed voor een dikke minuut straight in your face rock, dingen met zijn tweetjes naar de titel ‘bruutste oplawaai van het album’ en het instrumentale titelnummer lijkt ons een zeer geschikte soundtrack voor een tsunami. Helemaal op het einde mag het wat trager, maar daarom niet minder heavy, met de zware en logge sleper “Looking On”, het apocalyptisch einde van een bronstig album.
Torche smeden hun metaal op uiterst hoge temperatuur, ‘Harmonicraft’ is een gloeiend hete plaat.

White Rabbits

Milk famous

Geschreven door

Het NYse ensemble White Rabbits is toe aan hun derde cd en zijn een goed bewaard geheim binnen het indiepoplandschap . De broeierige songs hebben een evenwichtige opbouw en kunnen verrassen door de stuwende ritmes , de onverwachtse wendingen en de tempowisselingen, die zweren aan punkfunk , psychedelica en allerhande experimentjes. Geraffineerd, goed uitgewerkt materiaal en daar tekenen songs als “Heavy metal“, “Temporary”, “Hold it to the fire” en “It’s frightening” voor . Een eenvoudig verrassend popgevoel ontwikkelt zich bij deze band ,die opnieuw sterk voor de dag komt .

White Hills

Frying on this rock

Geschreven door

Vijf nummers maar vind je terug op ‘Frying on this rock’ van het Amerikaanse trio White Hills . Kan ook niet anders gezien deze radicalen er geen probleem mee hebben doodgemoedereerd een bezwerende song een kwartier lang uit te rekken en uit te mergelen. En daar houden we wel van . Eén hypnotiserende, psychedelische, kosmische trip, hallucinant, een LSD overdose zonder zelf aan de stuff te zitten. Fans van Hawkwind, het oude Monster Magnet, Black Mountain, Burning Brides en Warlocks hadden hier een vette kluif. Check er de al of niet instrumentale songs “Robot stomp” , “Pads of light” en “I write a thousand letters” op na. Het voortreffelijke gezelschap trok de aanmodderende spacerock/stonerpsychedelica naar een hoger niveau . Op de pics wordt White Hills aangevoerd door ene Dave W met de lange wapperende haren, strakke broek en een bloemetjeshemd , de bevallige Ego Sensation, een jonge Poison Ivy, een blonde , sensuele dame in rode mini-outfit en opvallende rode, hoge hakken, en drummer Lee Hinshaw , nog de meest gewone van de drie. En in die aanpak zijn ze niet vies een bulldozergeluid te injecteren op z’n Cosmic Psychos of die sober  te verfijnen in repetitieve, slepende ritmes .
White Hills: ‘dopeheads’ al 10 jaar bezig , maar ‘du grande’ stonerpsychedelica …

Björk

Biophilia

Geschreven door

Björk mengt sfeervolle, toegankelijke pop met geluidskunst onder haar frêle, ijle en hemelse zang. De aparte dame heeft nieuw werk uit , een goed vier jaar na ‘Volta’. Onmiskenbaar blijft de invloed van elektronicaspecialist Mark Bell (ex LFO), die haar popelektronica tot de verbeelding doet spreken: lyrische elfenpop, sprookjesachtig , soms met een grimmige toets door soundtrackachtige sferen , donkere (neurotische) drum’n’bass en junglebeats , maar die algemeen nergens uit de bocht gaan en uitermate licht, sfeervol en toegankelijk blijven . De 10 songs klinken gevarieerd en laten ruimte voor natuurlijke klanken uit de traditionele instrumenten als gamalan, een hang en een harp. En er is haar bepalende stem, solo of meerstemmig .
‘Biophila’ is een heel project geworden , want bij elk nummer hoort een app voor de iPad .En er is een plan op touw ism kunstenaars tot een tiental objecten bij de songs van de plaat . Een heel verhaal dus bij een  –opnieuw- overtuigende plaat .

Oscar & The Wolf

Summer skin EP

Geschreven door

Het kan snel gaan soms … De beloftevolle Brussels/Lommelse groep rond Max Colembie Oscar & The Wolf krijgt nu de verdiende erkenning . Was de vorige EP ‘Imagine Mountains’ nog in eigen beheer , nu konden ze aankloppen bij Pias en stond Robin Proper-Sheppard (Sophia) in voor de productie . Het kwartet dwarrelde bij hun eerste EP binnen de indiefolk, ‘Summer skin’ gaat verder en duidelijk breder . Dromerige , herfstige indiepop , een kleurrijk klankenpalet , prikkelende geluidslagen, synthbeats, en de aparte , unieke ongrijpbare stem van Colembie .
Het kwartet heeft er intussen een reeks supports opzitten , van Ben Howard, Mercury Rev, Julia Stone, Villagers , Warpaint tot recent nog Lou Reed . Dit terzijde hebben ze een beklijvend sfeervol en broeierig materiaal,  en met “Orange sky” een pracht van een nummer . In het oog te houden …
Info http://www.facebook.com/oscarandthewolf of http://www.oscarandthewolf.com

Sjockfestival Gierle 2012 – zondag 8 juli 2012 - The Jon Spencer Blues Explosion staat opnieuw op scherp

Geschreven door

Sjockfestival Gierle 2012 – zondag 8 juli 2012 - The Jon Spencer Blues Explosion staat opnieuw op scherp
Sjockfestival 2012

‘Your rock & roll highlight of the year’ stond er op de armbandjes, treffender kan ik het niet zeggen. Als er één festival is dat rock-'n-roll hoog in het vaandel voert dan is het Sjock wel en dat houden ze daar al 37 jaar lang koppig vol. Terwijl op zaterdag The Nomads en Hank 3 aan het feest waren koos ik er voor om op zondag te gaan want de line-up die dag leek ronduit indrukwekkend. Helaas kwam daar een behoorlijke deuk in toen maar liefst twee headliners wegvielen. Zowel The Blasters als The Sonics, die er enkele jaren terug één van de meest memorabele concerten ooit gaven, haakten voortijdig af. Het siert de organisatoren dat ze op een zeer korte tijd nog twee valabele vervangers (The Fuzztones en Ray Collins' Hot Club) vonden, toch bleef het een serieuze aderlating. Gelukkig bleken de weergoden de rock-'n-roll gunstig gezind : terwijl andere delen van het land af te rekenen hadden met hevige buien scheen het zonnetje een groot deel van de dag boven Gierle.

Toen ik arriveerde in de Titty Twister (de tent met het tweede en kleinste podium) werd ik meteen in de juiste stemming gebracht door het Britse trio Knocksville (uit Brighton). Hun stomende mix van blues, punk en rockabilly in een klassieke opstelling : gitaar, drums en staande bas (zonder staande bas geraakte je als groep de Titty Twister trouwens niet binnen) bleek een perfecte aperitief. En ze waren niet te beroerd om er meteen maar een cover van "Tainted love" door te jagen, wat de feeststemming er al vroeg in bracht.

Goed opgewarmd vonden we onze weg naar de Wrecker Stage waar onmiddellijk al één van de onbetwiste hoogtepunten te bewonderen viel. Thee Vicars, een piepjong trio uit het Britse Bury St Edmunds, bracht verrukkelijke garagerock en rhythm 'n blues in zuivere sixtiesstijl. Het was reeds de derde maal dat ik ze aan het werk zag maar dat kon niet beletten dat ze me andermaal overrompelden met hun jeugdig enthousiasme, alsof ze ter plaatse de rock-'n-roll opnieuw aan het uitvinden waren. Stuk voor stuk ook prachtige songs de refereerden naar The Kinks, The Sonics en talloze andere bandjes uit de pioniersdagen. Loepzuiver gezongen door bassist Mike Whittaker terwijl gitarist Chris Langeland de meer schreeuwerige songs voor zijn rekening nam. Naar het einde van de set toe klonk het wat steviger en mocht er al eens op de knieën uitgefreakt worden op gitaar en bas. Nu Billy Childish het vertikt om nog eens over te steken bieden Thee Vicars een (veel meer dan) aardig alternatief.

Bij Thee Spivs (Londen) was het uitkijken naar de vervanger van de boomlange en immer sympathieke bassist Dan May. Daniel Husayn heet de nieuwe man en hij bleek reeds volledig geïntegreerd. Thee Spivs gaven meteen hun "hit", "It's true", prijs in een set waarin ze de seventiespunk nieuw leven wisten in te blazen. Uiteraard klonk alles zeer Brits maar hier en daar vielen toch ook wat Ramones-invloeden te horen, al was het maar in de Bobby Freeman-cover "Do you wanna dance". Aanstekelijke punk onder een stralende zon met een delicieus "Radio" als uitschieter : wat moet een mens meer hebben?

Terug de tent in dan voor Voodoo Swing, een trio uit Phoenix, Arizona die reeds sinds '91 actief is maar nu pas voet aan de grond lijkt te krijgen in Europa. Vorig jaar mochten ze openen in de Titty Twister terwijl ze dit jaar, enkele plaatsen opgeschoven dus, het einde van een 41 dagen durende tour kwamen vieren. Een tour die hen ongetwijfeld langs veel bedompte kroegen heeft geleid, want wat waren die kerels blij dat ze op Sjock mochten spelen! En die dankbaarheid resulteerde in een spetterende show die bruiste van energie. Leeroy Nelson, steeds met een kamerbrede glimlach, roffelend op drums, zanger Shorty Kreutz rammend op zijn zo geliefkoosde Gretch-gitaar en een spectaculaire Tommy Collins op staande bas. Wat die laatste allemaal uitvrat met zijn instrument had meer iets weg van een circusact, maar hey, hier gebeurde tenminste iets op het podium! We kregen veel rockabilly, wat rock-'n-roll, een boogie en een mooi eerbetoon aan hun helden, The Blasters, wat meteen de pijn om hun afwezigheid wat verzachtte.

Na zes jaar stilte een reünie op Sjock, als dat niet mooi is. Bovendien bleek 50 Foot Combo zondag zelfs de enige Belgische groep. Met zijn zessen vlogen ze er als vanouds in met een imponerende dichtgeplamuurde sound terwijl er op een bekende film theme meer of minder niet gekeken werd. De ultieme partyband wellicht, alleen had ik daar 's namiddags op een festivalterrein niet echt behoefte aan. Zo'n instrumentale versie van "Jennifer Jennings" (uiteraard opgespaard voor de bissen in het geboortedorp van Louis Neefs) zal ik ooit de eerste keer wel leuk gevonden hebben maar nu zat ik er echt niet op te wachten. Het blijft natuurlijk een unieke groep en misschien had ik er wat meer van genoten mochten ze wat later op de avond in de tent hebben gespeeld en mijn hoofd wat minder helder was.

De gloriedagen van The Fuzztones lijken reeds een eeuwigheid achter ons te liggen maar hun eerste platen mogen nog steeds gehoord worden. De groep uit New York City begon vrij strak met wervelende garagerock, onveranderlijk voortgestuwd door het Hammond-orgeltje van Lana Loveland, inclusief twee Sonics-covers ( The Witch, Cinderella). Alleen begon dat orgeltje na een tijdje te vervelen, temeer omdat het inspiratieloze gitaarwerk van Rudi Protrudi, die voortdurend op zijn adem leek te trappen, geen tegenwicht bood. Ongeveer halverwege de set lieten ze het strakke tempo wat varen en stak bovendien een oud zeer de kop op. Protrudi begon aan zelfverheerlijking te lijden en maakte zich daardoor (voor mij toch) onuitstaanbaar. Jammer dat uitgerekend de oprichter en tevens enig origineel lid oorzaak was van het gedeeltelijk falen van The Fuzztones.

The Bellfuries uit Austin grossierden in rock-'n-roll en pop uit de fifties. Joey Simeone had een merkwaardige stem en ook de verfijnde gitaar mocht beslist gehoord worden, alleen klonk dit toch iets te braaf om me bij de les te houden of zaten mijn gedachten reeds bij het brute geweld dat nog komen moest.

Men zou het niet meteen zo denken maar ook The Jon Spencer Blues Explosion bestaat ondertussen reeds meer dan twintig jaar. De groep stond wel reeds een tijdje op non-actief maar na een drietal platen met het vrij vervelende Heavy Trash vond Jon Spencer de tijd rijp om het moederschip nog eens te laten opstijgen. Kwam Jon Spencer in tijden van crisis vlug wat poen scheppen? Dat zal ongetwijfeld meegespeeld hebben maar tevens stond hij bijzonder scherp, had hij er duidelijk zin in en ging hij tekeer zoals in de begindagen. De Blues Explosion fileerde de 'blues', draaide ze binnenste buiten en schudde ze vervolgens grondig door elkaar om zo met iets heel opwindends voor de dag te komen. Songs waren er nauwelijks te horen, wel briljante collages van riffs, flarden van nummers en noise-uitbarstingen terwijl de voortdurende tempowisselingen er steeds de spanning in hielden. Judah Bauer, met cowboyhoed en voortdurend soepel dansend op één tegel, toverde het ene schitterende motiefje na het andere uit zijn gitaar en vond daarvoor inspiratie in zowel country, blues als rock-'n-roll. Dat terwijl Spencer op zijn gitaar de lage, meer robuuste regionen opzocht waarbij hij de boel geregeld wat liet ontaarden. Daarbij kreunde en huilde hij als een in het nauw gedreven wolf. Sluitstuk was nog steeds de accurate Russell Simins op sobere drums. Wie deze Jon Spencer Blues Explosion al had afgeschreven kreeg een niets ontziende uppercut als antwoord.

Tot slot speelde de Duitse Ray Collins' Hot Club nog ten dans in de Titty Twister. Big band, early rhythm 'n' blues, hot swing, cool jive,... dat soort dingen. Voor de overlevers.

Organisatie: Sjock, Gierle  

Gent Jazz Festival 2012 - The Bad Plus - zelfrelativerend

Gent Jazz Festival 2012 - The Bad Plus - zelfrelativerend
Gent Jazz Festival 2012
 

Een heuse Cubaanse sfeer gisteren, toen we het festivalterrein opwandelden. Daar zat NINETY MILES voor iets tussen, een bont gezelschap die de fusie tussen Amerikaanse en Cubaanse traditionals ambiëren: Cubaanse kleuren en Amerikaanse swing versmelten moeiteloos in een muzikaal statement, dat alles zegt over de kracht van muziek en dat politiek en diplomatie in de schaduw plaatst.
De 90 mijl die de States van Cuba scheiden, wordt makkelijk overbrugd. Drie Amerikaanse topmuzikanten brachten een bezoek aan Cuba, en maakten er muziek met hun Cubaanse evenknie. Het resultaat mag gezien en gehoord worden. Ze brengen ballads, swing en standards van o.m. David Snchez, Stefon Harris en Christian Scott, maar evenzeer van Cubaanse musici.
Line up: Stefon Harris (vibrafoon, marimba), Nicholas Payton (trompet), David Sanchez (tenor sax), Edward Simon (piano), Ricky Rodriguez (bass), Terreon Gully (drums), Mauricio Hererra (percussie)

De passage van ROBIN VERHEYEN, maakte tevens indruk, al was het dan niet steeds op mij…  Dat hij een topmuzikant is, hoeft geen betoog. De Vlaming liet België al vlug voor wat het was en ging in New York zijn carrière een nieuwe wending geven. 
Met zijn New Yorks kwartet probeert hij een brug te slaan tussen de traditie van blues, bop en swing met improvisatie en nieuwe klanken. Met Ralph Alessi heeft hij een schitterende trompettist als sparringpartner; verder bestaat het kwartet uit bassist Drew Gress en drummer Jeff Davis (Ron Miles, Tony Malaby).

Topmoment en hét concert waar uw man vooral naar uitkeek, was dat van THE BAD PLUS, een piano powertrio dat het levenslicht zag in 2000 en dat tevens Newyorkse roots heeft. Een beetje een controversiële band, waar nogal wat rond te doen is geweest. The New York Times stelde dat deze band het best is in het mengen van de kwaliteiten en kenmerken van de jazz van na de jaren zestig en de indie rock. Toch zijn jazz en geïmproviseerde muziek de basis van wat dit trio doet. Getuige hun debuut ‘The Bad plus’ (2001), maar ok en vooral ‘These are the vistas’ (2003), waar ze zich specialiseerden in het ontbloten van songs uit pop, rock, indie en country. Met hun averechtse versie van Nirvana’s ‘Smells Like Teen Spirit’ maakten ze enige ophef. Ook songs van Aphex Twin, Blondie, Tears for Fears, Radiohead, David Bowie en zelfs Queen en Black Sabbath werden bewerkt.
Maar niets daarvan in de set van Gent Jazz. Daarvoor hebben ze recent werk genoeg uit de nieuwe ‘Never Stop’. Ze zijn op toer met Joshua Redman (zoon van Dewey Redman, legendarisch saxophonist), en zoals bassist Reid Anderson aankondigde, wordt de man drie weken gegijzeld door hen om op Europese tournee te gaan.
Het concert was te kort. Zelfs een staande ovatie was niet genoeg om de jongens terug op het podium te halen, tenzij dan om aan te kondigen dat de organisatie niet wou dat ze overtijd gingen.
Een schitterend kwartet, dat voornamelijk gevoed wordt door de kracht van het trio Bad Plus. Drummer Dave King doet op drums precies het tegenovergestelde van zijn stoere verschijning doet vermoeden: met een verfijnde techniek streelt hij zijn drumstel en zet samen met bassist Anderson de basis van de songs. Pianist Ethan Iverson – kale kop, zwart pak, gouden oorring – zorgt voor de saus op piano.

Al bij het derde nummer worden de bandleden aan ons voorgesteld. Ze doen dit later nog es over, en doen dit op een manier die ik op een jazzconcert nog nooit zag. Nonchalant, grappig, hier is duidelijk ‘een hoek af’. Maar dat maakt The Bad Plus tot wat ze zijn. Ze passen niet in het doorgaans stijve wereldje van ‘den jazz’.
“Love is the answer”, “2 P.M.”, “Who is he” en vooral “199, semi-finalist” maakten stevige indrukken los. Dat laatste komt uit ‘Give’, hun derde langspeler (2004). “People like you (Never stop)”, een fantastische ballad onderstreept nogmaals het eigen geluid van het trio. Joshua Redman zorgt voor de sax en bijhorende klankkleur. Deze man kan een stukje blazen, maar integreert zich volkomen in de sound van het trio.

The Bad Plus is heel zelfrelativerend. Ze staan op een podium met een soort van ‘whatever…’gevoel. Niets virtuositeit, niets ego, …., maar het muzikaal gevoel primeert. Spelvreugde voorop. TOP!

Neem gerust een kijkje naar de pics op http://www.gentjazz.com

Organisatie: Gent Jazz Festival, Gent 

Cactusfestival Brugge 2012 – zondag 8 juli 2012

Geschreven door

 

Cactusfestival Brugge 2012 – zondag 8 juli 2012
Cactusfestival Brugge 2012

Het terrein likte z’n wonden na de immense neerslag gisteren aan het Minnewaterpark. Foei , dit verdient een kleurrijk, pittoresk festival als Cactus niet …De organisatie deed er alles om het terrein toegankelijk te houden voor zijn publiek. Chapeau! In de eerste deel van de middag werden we nog af en toe geconfronteerd met een bui, maar bleef het weer wat hangen en kwam een verlegen zomerzonnetje piepen . Hoedanook , de sfeer op Cactus blijft iets unieks, en de bands zorgden voor een positieve bijdrage om het publiek een warm, aangenaam, deugddoend muzikaal gevoel te geven … en dat muziekminnende publiek is Cactus trouw en liet zich niet kennen …

Over naar de bands

Vroeg op de middag opende het beloftevolle Sx, rond Stefanie Callebaut , met hun betoverende, bezwerende en huiverende wave/electropop , waarbij al heel wat prijs werd gegeven van hun nakende debuut . Er valt naast  “Black Video” en “Graffiti”  veel leuks te horen; uitkijken dus naar een rits Sx shooters …

Dave Eugene Edwards heeft al een rijkelijk gevuld carrière . 16 Horsepower blies de americana nieuw leven in en met de ‘folknoir’ van Woven Hand houdt hij er een nog langere albumreeks aan over. De domineeszoon en religieus predikant Edwards biedt momenteel z’n geesteskind een verfrissende wind; hij beschikt praktisch over een nieuwe begeleidingsband (enkel de drummer is er nog bij) , en de donkere, dreigende, spannende songopbouw krijgt een fikse scheut rock toebedeeld . Weg zijn de barkruk,  de banjo en de bandoneon; elektrische gitaren prediken op bezielde wijze een  nobele zondagsmis in zwaarbewolkt weer. Woven Hand stelde hun Lichtpunt (TV1) op Cactus voor !
De intiem , sobere setting van het onlangs verschenen EPtje ‘Black of  the ink’ werd verpulverd onder de bezwerende en opzwepende ritmes .Het jonge bloed wil rocken , en Woven Hand rockte . Benieuwd hoe de nieuwe cd ‘The laughing stalk’ zal klinken . In de beginfase overdonderden “Beautiful axe” en “Sinking hands”.  “Speaking hands” op z’n beurt durfde ergens middenin te exploderen . “In the temple” was de nieuwkomer . Een rustpunt in hun woeste , onheilspellende prairie kwam met het sfeervolle “Kingdom of ice”. De vocale voordrachten en de onderhuidse spanning in de nummers zijn uniek en waren nu intenser, harder, bezetener en hechter. Wat een muzikaal onweer .

Het doet deugd, veel deugd bij zo’n festivalweer de retrosoulpop van de dertigjarige E. Nathaniel Dawkins aka Aloe Blacc te horen . Gezien hij in 2011 één van de zomersingles “I need a dollar” uitbracht , raakten de zonnestralen het publiek. Een combinatie van smachtende rock, dampende funkbeats en een swingende groove, die inwerkte op de dansspieren.
Aloe Blacc haalt de mosterd bij artiesten als Sam Cooke, Bill Withers, Otis Redding, Marvin Gaye, Stevie Wonder, Isaac Hayes, Prince en Michael Jackson.
Hij speelde in op het wisselende weer, omarmde en knuffelde z’n publiek met songs als “Take me back” , “You made me smile”, “Good things”, “Lovin’ you is killing me” en die hitsingle “I need a dollar”. Een soultrain , vol toeters en bellen, en niets dan lachende gezichten … de smileys overheersten alvast bij Aloe Blacc.

Een apart bandje is Blonde Redhead van Kazu Makino (een Engelse van Aziatische oorsprong) en van de tweelingbroers Amedeo en Simone Pace. Muzikaal is er sprake van dreampop  met weerhaken , ergens tussen Mazzy star , Bjork en Sonic Youth; stemmige en aanstekelijke gitaarpop, ondersteund van ‘70’s psychedelische elektronica (die wat meeheeft van de oude Franse b films) die durft rauw en gedreven te klinken . Bij onze Franstalige vrienden wordt deze band op handen gedragen, bij ons is de respons gematigder.
Hun warme , melancholische sound had te kampen met regenbuien , maar dat deerde het trio niet in de gretige aanpak. Een afwisselende gig waarbij de songs goed uitgebalanceerd zijn en niet vies zijn van de huidige shoegaze. Een aparte klankkleur dus, die elan krijgt door de tweestrijd tussen Kazu en Amedeo , en vocaal bepaald wordt door de frêle, hoge, breekbare stem van Makino en de neuzelende zang van Amedeo.
Ze grossierden in hun oeuvre van “Spring & by summer fall”, “Here sometimes not getting there”, “Spain”, “SW”, “Equally damaged”, “In particular” en “23”. Focus kwam gedurende de set op hun muziek , daarna pas wuifden ze en bedankten hun publiek.

Een handvol cd’s hebben ze al uit, de heren van Absynthe Minded . Ostyn beschikt over virtuoze muzikanten en levert steeds meer fijne, melodieuze popsongs af , die deels nog gebed blijven in gewaagde overtuigende uitstapjes richting jazz, swing, elektronica en Balkan .
En die popsongs ontbreken niet op een setlist tijdens de festival zomer . Het publiek heupwiegt en droomt weg bij songs als “Plane song”, “Envoi”, “My heroics part one” en de nieuwe single “Space”. En van die cd prikkelden de titelsong “As it ever was”, “You’ll be mine” , “Crosses” en “24/7”. Hier was veel volk voor gekomen en ze kregen een zelfverzekerd Absynthe Minded te horen .

Eén van Cactus lievelingen Explosions in the sky moest noodgedwongen hun tournee cancellen . Ze werden alvast waardig vervangen door het garagerockend/abilly duo, Alison ‘VV’ Mosshart en Jamie ‘Hotel’ Hince; The Kills. Live een knaller dus, die er nu terug bij zijn met een nieuwe cd ‘Blood pressures’. Een rauw, zompig, smerig , rammelend maar melodieus geluid heerste over het Minnewaterpark. Gejaagde, onrustige melodieën en ritmes, schurende en scheurende gitaren en een breder concept door live drums werd aangeboden,  die handig de elektronicabeats en de drumcomputer van de laatste cd’s omzeilen. Want vier live drummers mepten hoekig en synchroon op de trommels .
Ze speelden een boeiende, frisse, aanstekelijke, sprankelende set, met een zekere jeugdigheid en flair. Als vanouds  ging Hince de strijd aan met z’n gitaar, een referentie naar Gary Glitter en Link Wray was snel gemaakt. Alison, met haar blonde akajou/rode haren,  kronkelde over het podium, danste, hotste, maakte sensuele, erotiserende passen en stond gejaagd en lieflijk tegenover Hince.
Opwindend en doorleefd . Een “No wow” zinderde , die rauw en bitchy klonk. The Kills hielden het boeiend en spannend met toegankelijke, snedige  en broeierige rockers als “Future starts slow”, “Heart is a beating drum”,” Kissy kissy”, “Baby says” en “DNA”. Het meeslepende “Black balloon”, een sferisch nummer op plaat, kreeg iets bijzonders door de basstunes en drumtics. Een hitsende “Fuck the people” en een gevoelig exploderende “Monkey 23” besloten en gaven aan dat The Kills over de dynamiek , de energie , de attitude, de looks beschikken  om een rock’n’roll feestje compleet te maken . Het publiek reageerde  enthousiast op die rock’n’roll kills, -hooks en -licks van de twee …

De overzichtsplaat ‘Songbook’ van Chris Cornell vatte het vanavond mooi samen, een resem akoestisch ingehouden , uitgeklede songs zullen we te horen krijgen van een man, z’n gitaar en z’n stem . Cornell, die mee aan de wieg stond van de grunge  en er fijne samenwerkingen op nahield met Temple of the dog, Audioslave en Soundgarden, levert al een paar jaar solo materiaal (van erg wisselende kwaliteit) af.
Hij heeft ‘hét’ nog altijd, de krachtige uithalen van z’n helder , indringende, schreeuwende stem en de gevoelige, slepende als opwindende gitaartokkels . Het publiek had maar een paar songs nodig om overtuigd te geraken van mans werk. Misschien dat hij voor de doorsnee popliefhebber weliswaar hoog op de affiche stond,  maar solo bracht hij een boeiende prestatie met prachtversies van “Fell on black days” , “Black hole sun” , de Temple of the dog “Wooden Jesus” en “Hunger strike” of Audioslaves “I am the highway” . Songs met de  perfecte akkoorden .
Een ‘man met visie’, “Wide awake”, over  hoe de aanpak van de orkaan Katerina gebeurde. Een ‘kwetsbaar iemand’ ook  in de  9/11 song “Ground Zero” en “When I’m down “, de enige niet gitaarsong, op piano ingespeeld door een overleden vriendin.
Tussenin hoorden we z’n muzikale ervaringen . Coveraanbod was er voldoende, waarbij John Lennon’s “Imagine” en de Beatles  classic “A day in the life” de moeite waren. En dat z’n akoestische gitaar feller mag klinken , hoorden we in het broeierig opbouwende “Blow the outside world” van Soundgarden , met de  verbeten grunge trekjes van vroeger .

De rootsmusic van de Canadees Daniel Lanois en deels van z’n Black Dub project sloten de 31ste editie van het Cactusfestival af . Een veteranentrio die een link maken met Neil Young & Crazy Horse (niet vreemd eigenlijk!) door het doorleefde materiaal, de opstelling, de microfoons broederlijk dicht bij elkaar en de ruimte voor spannende en vurige improviserende solo’s. Lanois geeft z’n muzikanten de kans te schitteren . Een hecht gezelschap , waarbij de  zang en de gitaarklanken een aparte eigenschap blijven. Eerder stond Trixie Whitley nog op de affiche vrijdag en met haar aanwezigheid in België werden enkele Black Dub songs als het innemende “Surely” en een prachtig uitgewerkte “Ring the alarm” gespeeld: langzaam opgebouwd, knetterende solo’s en een steeds weerkerend refrein.
Prijsbeesten van de plaat ‘Acadie’ waren er ook , “The maker” , “Still water”en “Jolie Louise” in de bis  kwamen  in de spotlights. Een bloedstollende “Fire” gooide het trio er nog bovenop.
Cactus houdt er wel van om in hun 3daagse programma eens af te sluiten voor doorwinterde rockfreaks. Een gemiste kans voor wie dan al het festival had verlaten …

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/cactusfestival-2012/ (+ dank aan http://www.festivalnoise.be)

Organisatie: Cactus Club , Brugge

Pagina 698 van 964