logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15418 Items)

Heavy-D

Heavy-D - interview Heavy-D – geluidstechnicus tijdens PP&M festval 2013

Diep verborgen en vaak vergeten is er een persoon tijdens shows die onmisbaar is, maar toch even belangrijk als ieder ander bandlid. Zonder deze persoon zou de show hoogstwaarschijnlijk een ramp worden. Het is niet de barman (hoewel die natuurlijk ook onmisbaar is voor velen) maar de geluidstechnicus. Je weet wel, die kerel die achter dat paneel staat waarop er zich meer knopjes bevinden dan in het gemiddelde huis. Misschien is het voor u, beste lezer, onbekend wat een geluidstechnicus nu precies doet. Vandaar dat we Dieter “ Heavy-D” Bossaert tijdens PPM eens eventjes apart hebben genomen om hem zijn verhaal te laten doen. Helaas kwam de wet van Murphy lekker roet in het eten gooien en zorgde die ervoor dat mijn opnameapparatuur de geest gaf – en dat tijdens een interview met een technicus. Gelukkig hebben we het interview nog op de ouderwetse manier kunnen verder zetten.

Het leven van een geluidstechnicus heeft zijn up en downs, eentje van die downs is vaak dat je de geluidstechnicus hoort uitgescholden worden door de bands omdat het geluid niet goed genoeg is. Is dit iets dat je vaak overkomt en hoe ga je hiermee om?
Ja, dat gebeurt wel eens. Meestal is dat op de monitortechnieker gericht, maar als het op mij gericht is doet het me eigenlijk echt niets. Indien het terecht is kan ik er enkel maar uit leren en doe ik dat ook.

Bandleden hebben vaak een vast ritueel voor ze het podium opstormen en bereiden zich elk op hun eigen manier voor voor de show. Hoe bereid een geluidstechnicus zich hier op voor?
Een echt ritueel heb ik niet. Ik luister wat op mijn gemak naar de andere bands om het geluid van de zaal wat in te schatten, ik drink iets en rook een sigaretje. Ik zorg er ook voor dat ik eventjes kan zitten en dat het niet te druk rond me is, maar daarnaast doe ik niet echt iets speciaals.

De meesten onder ons krijgen al spontaan de rillingen als ze naar al die verschillende knopjes kijken en de verschillende manieren zien hoe ze van een show een ramp kunnen maken. Is er eigenlijk veel die mis kan lopen voor de technicus tijdens een show?
Simpel, letterlijk alles kan mislopen. Alles wat op elektriciteit werkt kan stuk gaan en alles wat ik gebruik werkt wel degelijk op elektriciteit. Er kan kortsluiting ontstaan, een mosher of crowdsurfer kan op de P.A. vallen, enz… De nachtmerrie van elke geluidstechnicus is dat er bier gemorst wordt. Eenmaal er bier op je installatie ligt mag je het meestal wel vergeten, vaak is dat het einde van de show.

Heb je als technicus de mogelijkheid om een band te weigeren? Ik kan me voorstellen dat er wel hoop eikels zijn die iedereen in de entourage het leven zuur maken?
Gohja, het staat mij vrij om te doen wat ik wil maar echt een band weigeren gebeurt nauwelijks. Ik zou wel eventueel weigeren het geluid te doen bij House, R&B,… maar daarnaast doe ik meestal alles.

Na wat rondgesnuffeld te hebben blijkt dat je eigenlijk heel bekend als technicus en dat je op tour met verscheidene grote bands gegaan bent, hoe is die bekendheid eigenlijk tot stand gekomen?
Mond op mondreclame, wat geluk en networking.
Ik deel bijvoorbeeld een groot aantal businesskaartjes per jaar uit en ook mijn facebook zorgt voor heel wat werk. Daarnaast heb ik gewoon ook wat geluk had dat ik het geluid voor specifieke bands mocht doen op het juiste moment. Andere ( lees: grotere bands) hoorden daar dan van en soms komt van het een het ander.

Zijn er bands waar je echt een moord zou voor plegen om het geluid voor te doen? Zoja, welke?
Pfff niet echt nee. Ik ben ook niet zo echt iemand die zot loopt van specifieke bands of ergens naartoe gaat om die ene band te zien. Het gaat mij om het totaalpakket. Zie nu Helloween die vanavond speelt, ik hoor ze wel graag maar toch ga ik ze niet zien. Ik zal ze nog wel eens kunnen zien. Ik ga gewoon naar huis straks.

Tenzij de band goedgemutst is en een applausje voor de geluidstechnicus vraagt krijgt een geluidstechnicus niet echt veel roem. In reviews zie je hoogstens staan dat het geluid goed was of dat het geluid klonk alsof het geluid van de band vermorzeld is terwijl de technicus eigenlijk wel een belangrijk persoon is tijdens de set. Heb je daar problemen mee?
Ik heb daar totaal geen problemen mee, ik blijf liever wat op de achtergrond. Mensen spreken mij soms aan en vragen ofdat ik het niet erg vind dat de hele band wordt voorgesteld en ikzelf niet. Het kan mij echt niet schelen, ik ben al blij als er in de review staat dat het geluid goed was. Het belangrijkste voor mij is dat de band en de managers het goed vonden, voor de rest hoef ik helemaal geen erkenning

Zijn er momenten die je echt bijgebleven zijn? Zowel positieve als negatieve natuurlijk.
De goeie momenten zijn natuurlijk als je in speciale zalen of uitzonderlijke locaties het geluid mag doen. Een zeer speciale gebeurtenis was toen ik onlangs het geluid mocht doen voor de Ijslandse Wacken metal battle in de grote zaal van het Symphonische orkest van Reykjavik. Dat was echt geweldig. Mee op tour gaan is ook altijd heel leuk. Mindere momenten? De frontline in Gent en ieder andere zaal ter wereld die daar op lijkt. Desondanks kan dat ook zeer leuk worden als de sfeer goed zit.

Wat moet een geluidstechnicus eigenlijk vooral doen tijdens de show, zijn er dingen waar specifiek opgelet moeten worden of spring je eigenlijk pas in als het misloopt?
Je hebt verschillende soorten geluidstechniekers. Je hebt er die enkel en alleen tijdens de show iets doen en voor de rest hun kont niet oplichten. Ik ben niet zo, ik help ook met de opzet. Ik heb altijd een kit bij als er een probleem is en na de show help ik ook wel met opruimen. Tijdens de show zelf moet je goed opletten, want – zoals ik al zei – alles kan mislopen. Als er een probleem is op het podium moet je wat geluk hebben, soms kan je via een microfoon praten met de stagemanager die het kan oplossen en anders mag je snel lopen naar het podium om dan hopelijk het probleem te kunnen oplossen

Je hebt al reeds het geluid voor een heel resem bands gedaan dus heb je ook een goed uitzicht over wat er een beetje rondloopt, wat is jouw mening over de metalscene van vandaag op vlak van bands?
Er lopen gigantisch veel jonge getalenteerde bands rond maar helaas is er ook veel te veel overgewaardeerde brol. Je hoort vaak dat de metalscene dood is maar dat vind ik zeker niet. Ze evolueert gewoon constant en festivals moeten dat ook doen. Je ziet nu tijdens PPM dat men heel wat verschillende bands geplaatst heeft en ook op grote festivals begint men heel wat metal te plaatsen. Ik vrees wel dat Graspop hier serieus door in de problemen zal komen. Veel grote namen gaan nu naar Werchter en Pukkelpop waardoor Graspop ofwel nog duurdere namen zal moeten boeken en de ticketprijs de lucht in moet jagen, ofwel meer kleinere bands zal moeten boeken en zo riskeren misschien minder volk te trekken.
We zien wel wat de toekomst brengt.

Is er een verschil in moeilijkheid voor het geluid bij bepaalde genres of ligt dat allemaal vrij gelijk?
Wel een geluidstechnieker is eigenlijk ook een muzikant en iedere muzikant heeft zijn eigen stijl. Dat heb ik ook, ik word vooral gevraagd om Black, Death en metalcore te mixen en dat merk je dan ook in mijn sound. Ik zal bijvoorbeeld ook het geluid doen van een bluesband, maar dan durft het wel eens gebeuren dat ze plots even met een death metal drumsound zitten.

Je hebt ook vaste bands welke?
Meestal boeken bands me als ze in Europa zijn en weten dat ik vrij ben, of ze boeken me als ze weten dat ik op een bepaald festival zal zijn waar zij moeten spelen. Daarnaast doe ik in het buitenland het geluid voor Vomitory en Pestilence. In het binneland ben ik vaste geluidsman voor Spoil Engine en Dyscordia. Ik ga ook soms mee op tour met tourmaatschappijen. Ik ga graag mee op tour, je ziet iets van de wereld, hebt weinig onkosten en je hebt elke dag variatie..

Zo, ik denk dat we hierbij eigenlijk kunnen afronden. Is er nog iets wat je wil meedelen met onze lezers?
Voor mensen die erover denken om hetzelfde te doen heb ik het volgende: Zorg ervoor dat je er echt door gebeten bent. Als dat niet zo is zoek je beter iets anders, het zijn lange dagen en ’t is zeker niet altijd maar feesten en plezieren.

Daarnaast: Bescherm je oren! Dit geldt een beetje voor iedereen. Ik ben bijvoorbeeld een voorstander van de 100db-wet. Pas op, ik ben voorstander tot in het uitvoerbare. In kleine zaaltjes of café’s is dit natuurlijk niet mogelijk want een akoestische drum gaat al hoger dan 100DB maar op grote shows of festivals is dit perfect doenbaar.

Wolf Eyes

De wolfsklauwen en – klemmen van Wolf Eyes

Geschreven door

Het Amerikaanse noise core trio Wolf Eyes uit NY is al zo’n vijftien jaar bezig met hun DIY praktijken . Naast eigen werk , oneindige reeks lp’s , split lp’s , cassettes en de incheck op allerhande projecten, hebben ze nieuw werk uit, ‘No Answer’ .
Hun tegendraadse , chaotische , verdwaalde  noise terreur is hard, meedogenloos, oorverdovend , messcherp, destructief en geschift. De nummers lijken op hol geslagen en gaan compleet uit de bocht .

Wolf Eyes is live een beleven en ervaren, pijn en genot , afzien en gelukzaligheid. Indrukwekkend wat een spanning en variatie hun instrumenten en elektronica te verduren krijgen , net als de zang , de screamos en de vocodervocals. Af en toe klinkt een lome, verdwaalde klarinet door . Slepende , loodzware ritmes , knoppengefreak – effects, dissonantie en ronkende geluiden zijn een welig vertier. Wolf Eyes drijft ergens tussen de experimentjes van Big Black , Swans , Black Flag, het oude Sonic Youth, Godflesh , God , Pain Teens en ga zo maar door .
Hun sound blijft door de jaren nog even opzienbarend , hard en extreem. Het is en blijft een test op de toegelaten Dbs voor het gehoor .
Wolf Eyes doet zijn naam alle eer aan , is gejaagd , onrustig , wacht ongeduldig op zijn prooi, houdt van het donker en trekt zich op aan een mistig, nevelig decor . Wolf Eyes is duister, filmisch, duivels en hallucinant .
Hun wolfsogen zijn letterlijk wolfsklauwen en - klemmen,  houden je als een ‘big brother’ in de gaten, bespieden en laten je niet los; hun klauwen knijpen, krassen, schuren, scheuren en hakken. Een ideale soundtrack voor elke suspense tv serie, science-fiction en horrorfilm. Ze laten je verdwaasd en verweesd in het donker achter in een godvergeten verlaten dor bos .
Af en toe viel een toegankelijk randje van rave, beats en wave  te noteren, die de sound en het  lot verzachten , en zelfs in het tweede deel van de set uitnodigden tot een explosieve pogo . We laten in het midden welke songs ze voorstelden , gezien hun sound in zijn geheel moet gezien worden .

Na al die jaren zijn ze nog even indrukwekkend en extreem . Drone noise . Doe het hen maar na! 

Eerder werden we in een even aparte dissonante klankenwereld gedropt van André Stordeur die door een tweede persoon werd bijgestaan . In de voetsporen van een Pan Sonic , of is het omgekeerd - zo te zien aan de leeftijd van de twee heren! , hoorden we hier een huiverend elektronisch tapijt, een geluidsterreur van dreunende, donkere , neurotische , apocalyptische soundscapes , die het houdt op abstracte elektronica, avantgarde , drones  en ruis.
Ook hier flitsten beelden en suspense van talrijke science-fiction , horror films ons voor de ogen …

Neem gerust een kijkje naar de pics van hun set in Trix Antwerpen (met The Soft Moon op 18 april 2013!)
http://www.musiczine.net/nl/fotos/wolf-eyes-18-04-2013/

Organisatie: Magasin 4, Brussel

Agalloch

Agalloch neemt ons muzikaal sterk vast

Geschreven door

Ieder zichzelf respecterend fan van atypische en atmosferische black metal kent de Amerikanen van Agalloch. Zij brachten ons landje een bezoek op maandag 22 april in Aalter. Die datum deed menig werkend of schoolgaand metalhart breken maar bleek ideaal te zijn, gezien het ervoor zorgde dat het toch wel eerder kleine zaaltje niet stampvol zat. Er was dus ruimte genoeg om van de muziek te genieten.

Het Britse Fen was opener van dienst (als je op een avond waar 2 bands spelen al van openers kunt spreken natuurlijk). Deze jongens brengen atmosferische black metal overgoten door een post-rock sausje om u tegen te zeggen. Ik was onder de indruk van hun albums tot nog toe , dus ik zag het zeker zitten om ze eens live te zien. Ze zetten de toon voor de avond al stevig in maar helaas niet zonder enkele probleempjes. Alhoewel Fen op zich vrij goed speelde , waren er doorheen de set enkele geluidsproblemen. De zang stond veel te luid waardoor de rest van de instrumenten naast de drum op sommige momenten amper hoorbaar waren.
Naast die kleine probleempjes slaagde Fen er wel in om een kanjer van een set neer te zetten. Er werden vooral songs gespeeld van hun laatste 2 full-CD’s ‘Epoch’ en ‘Dustwalker’, maar daar hoor je mij niet over klagen – het zijn namelijk excellente platen. Ze slaagden erin om mij zelfs min of meer in een soort van trance te krijgen tot op het moment dat bassist Grungyn even alleen mocht zingen. In dat korte stukje zaten helaas serieus wat valse noten. Naast dit euveltje was het een zeer goeie set en (hoewel ik al uitkeek naar Agalloch) mochten ze van mij toch iets langer spelen dan drie kwartier.

Als bands worden afgedaan als de beste van een bepaald genre ga ik er meestal van uit dat dit erg overdreven is. Dit was ook het geval bij Agalloch. Zelf was ik niet zo bekend met hun materiaal en had naast wat individuele songs nog nooit echt de moeite gedaan om een volledig album uit te luisteren. Toen ik van verschillende mensen hoorde dat dit zo ongeveer de beste Amerikaanse black metal band ooit moest zijn dacht ik dat het wel wat overdreven was. Wat heb ik mij gruwelijk vergist.
Al van bij de intro slaagde Agalloch er in om mij op mysterieuze wijze vast te grijpen en met open mond naar het podium doen gapen. Vervolgens werd ik bijna volledig onbewust van mijn omgeving en werd ik meegesleept in hun muziek. Ik kan met een gerust hart zeggen dat dit één van de beste shows was die ik al heb meegemaakt.
Doorgaans heb ik het concentratievermogen van een hamster – je mag het al een mirakel noemen als een band mijn aandacht een half uur lang volledig weet te behouden - , maar Agalloch slaagde erin om dit 2 uur lang te doen en mij dan nog hongerig achter te laten naar meer.
Enige storende factor waren enkele mensen in het publiek zelf die het blijkbaar nodig vonden om naast mij volledig vooraan te staan en bijna de gehele set door zaten te praten terwijl dit net het soort band is waarbij dit extreem storend is.
Ach, nu ben ik eigenlijk gewoon maar aan het muggenziften om iets negatiefs te vinden. Het was gewoon uitermate goed en ik zal ze zeker nog eens proberen te zien als ze ons landje nog eens aandoen.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/fen-22-04-2013/
http://www.musiczine.net/nl/fotos/agalloch-22-04-2013/

Organisatie: JC Kadans , Aalter

Coeur de Pirate

Coeur de Pirate - Piratenhart verovert Brussel

Geschreven door

Coeur de Pirate is amper drieëntwintig maar behoort nu al tot het selecte kransje van wereldsterren aan het Franstalig popfirmament. De getatoeëerde schone – ze deelt de lakens met een tattookunstenaar – bracht vorig jaar haar tweede album ‘Blonde’ uit, een plaat waar poppy nummers en ballads elkaar afwisselen in een origineel retro-arrangement.

Het Koninklijk Circus is de laatste halte van een Europese tournee, getiteld ‘En tournée solo’, waarin ze gestripte versies van nummers brengt uit haar debuutelpee ‘Coeur de Pirate’ en ‘Blonde’.
Coeur de Pirate bevindt zich op de bühne voornamelijk achter een zwarte vleugelpiano en onder het zachte licht van een circuszeil van gloeilampen.  Met nummers als “Cap Diamant” en een akoestische versie van “Adieu” legt ze meteen haar hart op tafel, in zinnen zoals “Je crois bien que je suis seule à t'aimer, tes lèvres brûlent tant de mille mensonges”.
Het zijn vooral zielenroerselen die ze aanhaalt, met een stem die twijfelt tussen naïviteit en valse onschuld. Deze engelenstem leende zich ooit tot geschreeuw en getier in de post-hardcore band December Strikes First waarmee ze een aantal jaren geleden de straten van Montréal onveilig maakte. Niets van dat alles is echter nog van tel bij het aanhoren van “Ensemble”, een single die zelfs in de Verenigde Staten een bescheiden hit werd, en het bloedmooie “Saint-Laurent”.
Ze waagt zich even aan de akoestische gitaar voor de meezinger “Verseau” en de elektrische gitaar voor “Hôtel Amour”, maar hangt de instrumenten dan weer aan de haak om zich neer te vleien achter de toetsen voor onder meer “Ava”, “Francis” en “Place de la République”.
Onder de hoogtepunten van de avond tellen we de Engelstalige covers van “You Belong to Me” van Sue Thompson en de fantastische intieme versie van het experimentele “I Love You” van artistieke duizendpoot Woodkid.
Na een klein uurtje en twee bisnummers – waarvan er één een verplichte “Exercise de chorale” -  is het sprookje echter onherroepelijk voorbij.

De pianobegeleiding met eenvoudige akkoorden in mineur, die vaak doen denken aan het werk van Yann Thiersen, de vaak droefgeestige teksten en de wrange stem van Coeur de Pirate raken voortdurend nostalgische snaren, op gevaar van overbelasting.  Afzonderlijk zijn het allemaal pareltjes, maar na tien nummers kan je wel even naar adem happen.
Toch kan je alleen maar bewondering hebben voor deze moedige singer-songwriter uit Québec die in Brussel bewees over voldoende troeven te beschikken om zich ook zonder band muzikaal staande te houden.

Organisatie: Live Nation ism Botanique, Brussel  

Stiff Little Fingers

Stiff Little Fingers - The Irish Clash is nog niet rijp voor het museum

Geschreven door

In het Belfast van eind jaren ’70 had je als street kid op zoek naar wild muzikaal vertier maar weinig andere opties dan de militante en licht ontvlambare punk van Stiff Little Fingers. Wie zichzelf een beetje ernstig neemt als muziekliefhebber heeft op zijn minst één van de drie essentiële platen van dit viertal in huis: het rauwe debuut ‘Inflammable Material’ (‘79), de gepolijste maar zo mogelijk nog betere opvolger ‘Nobody’s Heroes’ (‘80) en de legendarische live schijf ‘Hanx!’ (‘80). Daarna leek het heilige vuur wat geblust, en dook de band onder leiding van de politiek incorrecte brulboei Jake Burns eerder sporadisch en in tal van verschillende bezettingen nog eens onder de spotlights.
Met de terugkeer van originele bassist Ali McMordie ligt Stiff Little Fingers de jongste jaren opnieuw goed in de markt van het live circuit. Om de opnames van de sinds lang aangekondigde nieuwe plaat te financieren trekt het Noord-Ierse gezelschap deze lente in full force door Europa. Lucky bastards als we zijn konden we een kaartje verzilveren voor de laatste avond van de ‘Up A Gear’ tour in de jarige 4AD club.

De hamvraag bij uitstek blijft of strijdvaardige bands als Stiff Little Fingers na al die decennia hun idealen nog geloofwaardig kunnen neerzetten, en welke songs de tand des tijds hebben doorstaan. Op die laatste vraag kregen vooral de talrijk opgekomen veertigers en vijftigers prompt een niet mis te verstaan antwoord. Oudjes “At The Edge” en “Wasted Life” werden retestrak en melodieus geserveerd, en brachten al meteen enige beweging in de voorste rijen. De grove korrel in de schuurpapieren strot van Jake Burns is met de jaren wel flink wat afgesleten, met als logisch gevolg dat songs uit de eerste platen een pak minder gevaarlijk en baldadig klinken als in ’79. Gebleven zijn de vinnige commentaren van de frontman op alles wat ruikt naar sociale onderdrukking en politieke hypocrisie, zelfs op de vrij potige nieuwe nummers zoals “Trail Of Tears” en “Welcome To The Liars Club”.
Vooral in hun begindagen kreeg Stiff Little Fingers door de Engelse muziekpers wel eens de nickname ‘The Irish Clash’ opgespeld. De groep liet die vergelijking allesbehalve aan zijn hart komen, temeer er toen wel meer groepjes kwamen boven drijven die zich bedienden van working class punk en een vleugje ska. Burns & co werden uiteindelijk dikke maatjes met wijlen Clash opperhoofd Joe Strummer, en droegen ook in de 4AD hun gevallen kompaan een warm punkhart toe getuige het ontwapenende “Strummerville”. Ook de olijke vrienden van The Specials kregen met een vertimmerde versie van hun “Doesn’t Make It Alright” een eresaluut. Het werd zo mogelijk nog luchtiger toen ook “Barbed Wire Love” uit de debuutschijf ‘Inflammable Material’ werd opgevist, volgens Burns één van de weinige pogingen van Stiff Little Fingers om een love song te schrijven die uiteindelijk een soort kruisbestuiving tussen punkrock en doowop opleverde.
Niet dat er tijdens de eerste concerthelft niets opwindends te beleven viel, maar ergens hadden we toch de indruk dat de groep zich een beetje had gespaard voor een soort grand final tijdens het laatste halfuur. Net voor de bisronde hadden de punkveteranen al een eerste splinterbommetje gedropt met een snedige versie van hun allereerste single “Suspect Device”. Vlak daarna werden de encores afgetrapt met alweer een tribute song, dit keer aan het adres van hun semi-legendarische tijdsgenoten The Ruts wiens “Staring At The Rude Boys” van onder het stof werd gehaald. Met een militant “Tin Soldiers” en hun all-time signature song “Alternative Ulster” werden de laatste adrenalinestoten uitgedeeld.

Slotsom: Stiff Little Fingers is meer dan een museum voor en door overjaarse punkrockers. Hun arsenaal aan klassiekers in het genre blijft onaangetast, en alhoewel de nieuwe songs een paar versnellingen lager schakelen blijft hun onderliggende boodschap brandend actueel.


Als opwarmer van dienst kregen we het Westvlaamse Unwanted Tattoo voorgeschoteld. Aan het roer van dit kwartet staan twee ‘ervaren’ dames op gitaar en bas die samen met hun twee mannelijke kornuiten ons een heerlijk potje psychobilly voorschotelden. Referenties naar The Cramps waren bijwijlen wel erg duidelijk, inclusief de obligate tijgervelletjes, maar het speelplezier droop er zo van af dat je dit moeilijk een bezwaar kon noemen.

Organisatie: 4AD, Diksmuide

Roadburn 2013 – dag 1 – donderdag 18 april 2013

Geschreven door

Roadburn 2013 – dag 1 – donderdag 18 april 2013

Roadburn 2013
013 – Het Patronaat
2013-04-18
Tilburg

We kunnen terug ons geluk niet op, daar we voor het tweede jaar op rij als gast van het 4-daagse Roadburnfestival zijn uitgenodigd in de Nederlandse studentenstad Tilburg. Een stad die jaarlijks halverwege april door een 3000-tal fans vanuit alle windstreken wordt overspoeld en waar het straatbeeld voor enkele dagen verandert in een overload aan zwarte kledij, lange baarden, lange haren en tattoos. Het is donderdagmiddag als we in het Mercury Hotel vriendelijk worden verwelkomd door de persverantwoordelijke , die ons het polsbandje overhandigt: de sleutel tot het heiligdom van het beste uit de psychedelische, stoner, doom, sludge en avant-garde scene.

Vooraleer we richting festival trekken, besluiten we nog even te pauzeren op één van de zonovergoten terrasjes, die zij-aan-zij de weg tussen het Mercury Hotel en zaal 013 flankeren. Het blijkt een goede keuze daar we per toeval een gezellige babbel kunnen slaan met Matt Pike van High On Fire. Die staat doodleuk aan de toiletten wat darts te spelen met een cola-light in de hand. Blijkt het dat zijn rehab van enkele maanden terug dan toch zijn vruchten heeft afgeworpen? Nee, want bij een beetje doorvragen, moet hij toch toegeven dat hij al eens gezondigd heeft wat de inname van alcohol betreft (vooral bij jetlags en de daaraan gekoppelde slapeloosheid). We nemen nog vlug een foto, laten de man rustig verder zijn pijltjes gooien en trekken richting hoofdzaal.

We willen namelijk Pallbearer aan het werk zien. De gehypte band uit Arkansas (USA) die al potten brak als voorprogramma van het legendarische Enslaved maakt meteen duidelijk dat ze niet gekomen zijn voor een rozenkransje! Van de typische zangstijl van zanger/gitarist Brett Campbell zijn we niet echt wild maar wat dit 4-tal aan heavy doom op ons af laat komen is pure klasse. Een groot uur headbangen (zowel op als voor het podium) zorgt terug voor het aansterken van de hals- en nekspieren. Dat er geen koppen rollen blijft een groot vraagteken. Luister eens naar hun debuutplaat ‘Sorrow and Extinction’ en je zult begrijpen wat we bedoelen.

Op Roadburn is het elk jaar kiezen of delen door het overaanbod aan goeie bands. We kiezen voor Blues Pills in een samengepakte Green Room. Het wordt de ontdekking van de dag. De groep bestaat uit 2 Amerikaanse ex-bandleden van Radio Moscow die de ritmesectie vertegenwoordigen, een Franse gitaarvirtuoos en een Zweedse schone met een stem als een klok. Dit stel jonge wolven in schaapsvacht brengt een set waarvan onze haren terug overeind komen als we eraan terugdenken. Terwijl bassist Zack Anderson en drummer Cory Berry de zware en kollosale ondertoon verzorgen, zijn het vooral het vurige gitaarspel van Darian Sorriaux en de verleidende kreten van Elin Larson (de nieuwe Janis Joplin) die onze aandacht trekken. Dit is heavy psych met een bluesy ondertoon om duimen en vingers bij af te likken!

Gravetemple wordt onze volgende keuze, temeer Attila Csihar en Stephen O’Malley van SunnO))) deel uitmaken van dit collectief. Samen met Oren Ambarchi vormen ze een experimenteel trio dat het moet hebben van een resem effectpedalen die Attila’s akelige stem in alle mogelijke richtingen vervormen, terwijl O’Malley en Ambarchi de 013-zaal fileren met zware drone metal. SunnO)))-light is misschien de beste omschrijving van dit uurtje ‘trommelvliezen-jennen’.

En dan is het tijd voor de hoofdact van de dag: High On Fire met onze vriend Matt Pike in een glansrol. Het drietal laat iets op zich wachten waardoor de spanning in een overvolle hoofdzaal alleen maar stijgt. Op de banner achter het drumstel prijkt de originele hoes van ‘The Art Of Self Defense’: een middeleeuwse kruisvaarder rond een vuur van zee kijkt ons dreigend in de ogen. Het is dit – door legende Billy Anderson geproduceerde - debuutalbum uit 2000 dat High On Fire op ons loslaat. Eens op het podium en op kruissnelheid verandert dit drietal in een 3-koppig vuurspuwend monster dat onder geen enkel beding meer te temmen valt. We onthouden verschroeiende versies van “10.000 years” en “Blood From Zion” en een zinderend “Master of Fists”. Matt Pike rijgt de riffs aan elkaar alsof het de gemakkelijkste zaak van de wereld is, terwijl drummer Des Kensel zich volledig uitleeft op zijn drumkit. We krijgen zelfs nog de bonustracks uit de re-issue van 2001 voorgeschoteld: “Steel Shoe” en de Celtic Frost cover: “The Ursurper”. Het moet allemaal in een razende sneltreinvaart de revue gepasseerd zijn, want de heren klokken een kwartiertje vroeger af dan gepland. Maar wat wil je van een niet in toom te houden furieus beest. Pure klasse.

De innerlijke mens moet tijdens dit festival ook wat versterkt worden en daarom trekken we de stad in voor wat spijs en drank, nog hevig nakaartend over het sublieme optreden van High on Fire. Het is pas tegen de klok van elf als we terug onze opwachting maken in de hoofdzaal om er nog een schitterende afsluiter voor dag 1 mee te pikken: The Psychedelic Warlords met bassist Alan Davey van het legendarische Hawkwind in de rangen. We worden van bij de start meegezogen in de spacerock van Hawkwind’s ‘Space Ritual’ album dat exact 40 jaar geleden (1973!) het daglicht zag en nog niets van zijn kracht moet inboeten. We laten ons gewillig de donkere nacht inglijden op de spacey tonen van dit meesterwerk dat bol staat van authentieke psychedelische rock.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/roadburn-2013/
Organisatie: Roadburn, Nederland

 

Roadburn 2013 – dag 2 – vrijdag 19 april 2013

Geschreven door

Roadburn 2013 – dag 2 – vrijdag 19 april 2013

Roadburn 2013
013 – Het Patronaat
2013-04-19
Tilburg

Op dag twee zijn we door de organisatie van Roadburn op de middag uitgenodigd voor een hapje en een drankje. Dit samen met zakelijk-gerelateerde vrienden van het festival: bookers, promotoren, hoofdjournalisten, vertegenwoordigers van record labels, festivalorganisatoren, managers, artiesten en bands met hun vertegenwoordigers. Kortom een bonte verzameling mensen die voor een informeel gesprek samen komen. Vooral de toespraak van artistiek directeur van Roadburn, Walter Hoeijmakers blijft ons bij. Het wordt één groot dankwoord aan de trouwe bezoekers die dit festival elk jaar weer mogelijk maken. We hebben later aan de bar nog een leuke babbel met Alexander Schulze, de manager van Kadavar, met wie we na dit onderonsje samen zijn band gaan checken in het Patronaat.

En Kadavar heeft er – ondanks het wegvallen van bassist Javier Mammut – duidelijk zin in.
Het Berlijnse trio kan het niet onder stoelen of banken steken dat ze de mosterd bij 70’s bands Black Sabbath, Hawkwind en Led Zeppelin gehaald hebben. Maar wie maalt hierom als al deze invloeden in een dergelijke mate worden omgebogen via een hedendaagse invalshoek tot nieuwe, fris klinkende songs die op geen enkel moment saai overkomen. Integendeel: het dwingt alleen nog meer respect af als je ziet hoeveel bloed, zweet en tranen dit gekost heeft.
Hoogtepunt van de set is ongetwijfeld het moment waar onze Brusselse Shazzula Vultura het drietal komt vervoegen bij “Purple Sage” uit hun titelloze debuutalbum, om er haar psychedelische kunsten op de theremin bot te vieren. Een schitterend begin van de dag!

We besluiten het Patronaat te verlaten en richting bar Cul-de-Sac te trekken waar het Nederlandse Radar Men from the Moon een thuismatch speelt. Deze driemans formatie bezorgt ons een instrumentale trip waarbij een groot stuk lokale spacecake bij verbleekt.
Lekker tijdloos wegdromen op de spacey songs van deze heerlijke band is een prikkeling voor alle zintuigen. Deze band – vorig jaar nog te bewonderen op Yellowstock Winterfest in Geel – laat ons telkens opnieuw met volle teugen genieten van hun magistrale sets en jullie krijgen ook de kans via deze opname van onze fotograaf: http://www.youtube.com/watch?v=dyTfIRhtnVE&list=UU0nJaZQLrAejGzcjVyktzRA

We moeten ons reppen naar de hoofdzaal van de 013 willen we Uncle Acid and The Deadbeats niet missen. We zijn juist op tijd binnen, want de ruimte stroomt in geen tijd vol nieuwsgierigen naar deze hippe Engelse band. Er valt letterlijk geen meter meer te bewegen. Opener “I’ll cut you down” hakt er meteen in en de hoge verwachtingen worden ingelost. Dat het podium voor het overgrote deel van de set verduisterd is, zal ons en de rest van het samengepakte publiek worst wezen. Als sardienen in een doosje worden we levend geroosterd door de opzwepende songs (“Death’s Door” uit hun debuut ‘Blood Lust’ om maar een voorbeeld te noemen) die van de main stage de zaal worden ingepompt. Na een uur kunnen we volledig uitgeput maar gelukkig na zoveel lekkers, terug naar lucht happen.

En dat doen we op een terrasje buiten waar we blijven plakken tot iets na negenen om dan plots het uurwerk in de gaten te krijgen en ons als de wiedeweerga naar Electric Wizard, de ‘must-see’ hoofdact van de dag te begeven. Opperhoofd, cultleider en curator van de dag Jus Oborn blijkt in goeden doen en samen met de ravissante gitariste Liz Buckingham aan zijn zijde, geruggensteund door ritmesectie Mark Greening (drums) en Glenn Charman (bass) worden klassiekers als “Return Trip”, “Witchcult Today” en “Satanic Rites of Drugula” ons om de oren gemept met een adembenemende kracht. We worden bijna verpulverd (letterlijk) in een te kleine hoofdzaal en halen met moeite verse zuurstof binnen. Maar alles voor de kunst natuurlijk. En Electric Wizard bewijst zonder moeite dat het met recht en rede de hoofdact in 013 is. Er volgen nog magistrale versies van een massaal meegebruld “Legalise drugs and murder”, een van acid doordrenkt “Dopethrone” en een orgastisch orgelpunt “Funeralopolis”.

Geradbraakt en nog volledig in trance verlaten we de 013 om nog vlug in het Patronaat een halfuurtje Goat mee te pikken. Dit is echter visueel buiten de waard (in dit geval buiten de security) gerekend. Ook deze zaal blijkt te klein voor de grote schare fans van de Zweedse alternatieve band. We horen dan ook enkel hun opzwepende voodoo-eske sound in de traphal. Jammer, want visueel blijkt Goat ook altijd verrassend uit de hoek te komen. Het geeft ons de gelegenheid om nog wat te bekomen van Electric Wizard. Een aangename bijkomstigheid bij de onaangename situatie waarin we ons begeven. Als je dan na het optreden ook nog eens de ‘big smiles’ op de gezichten ziet van de mensen die wel binnen geraakten, dan heb je alleen maar spijt dat je geen deel mocht uitmaken van dit hoogstwaarschijnlijk schitterend feestje. Het zal voor een volgende keer zijn…

Syndrome, het geesteskind van Mathieu Vandekerckhove, trad op in café Cul de Sac. Na een dag 013 brengt Syndrome een moment van bezinning. Syndrome roept een meditatieve staat op door aan te houden met een langzaam ritme waar minimale beweging het maximum uit dát moment haalt. Want het aanhoudend repetitieve ritme brengt je telkens terug naar het ‘nu’. Na dit enkele minuten vast te houden komt meer beweging in het nummer. Beweging wordt weergegeven in verschillende klankvormen die vanuit een voorgrond door andere klanken naar de achtergrond worden verdrongen om dan op het eind van de set samen te vallen als een implosie. De diepe bijna fluisterende stem van Mathieu kleurt het kader in met een levensadem en dit alles wordt versterkt door grauwe visuals die eenvoud uitademen. Het is mooi om te zien hoe Mathieu de trage, repetitieve bewegingen van het begin van de set aanhoudt doorheen de momenten waar er een hevig opbouw aan ritme is. (dank aan Fleur Coevoet)

Het Patronaat was de grond waar Amenra deze avond hun zwarte adem mocht uitblazen. De geschiedenis lijkt grotendeels uit de zaal te zijn verdwenen maar vlak naast het Patronaat straalt het zonlicht op de Sint Jozefkerk die een vreemde soort van bezieling rond zich heeft. Met de dualiteit van leven en dood, zon en schaduw nabij bewegen de zinderende tonen uit de instrumenten van dit tastbaar heiligdom dat Amenra werd gedoopt. Uit deze repetitieve stromen die je in leven bewegen als een moederschoot komt het geraas van zanger Colin H. Van Eeckhout alle evenwicht verstoren. De stroom wordt een vloed, het wordt harder, moedeloos zwaar tot de diepste diepte is betreden. Daar ontmoeten we het samenspel van licht en donker, daar, op de grens is het stil. Maar net voor die diepte wordt bereikt, worden we fysiek dooreen geschud door een daverende grond. Hoewel de fysieke ervaring een eigen dimensie kan geven aan een optreden houdt het eveneens het risico in dat de nadruk wordt gelegd op buiten en minder op binnen. Amenra stroomt het best van buiten naar binnen in een soort perfect evenwicht van het moment. Het publiek lijkt er klaar voor te zijn, en toch ook weer niet.  Het Patronaat was niet de meest idyllische locatie om een levensproject als Amenra te dragen. (dank aan Fleur Coevoet)

We besluiten dan ook in het Patronaat te blijven om er streekgenoten Amenra te bekijken. Beluisteren is het eerder want wat een zware set brengen de Westvlamingen. Swans + SunnO))) indachtig worden we vastgezet, gepijnigd en bijna vernederd door een volume waar de eleven-knop uit de versterker van Spinal Tap alleen maar kan van dromen. Al zal het eerder een nachtmerrie zijn. Beklijvend, beheerst, magistraal, begeesterd, sacraal zijn enkele woorden die spontaan in ons opborrelen bij het aanschouwen van dit vat vol ingehouden woede. En dit terwijl je achteraan in de zaal staat en je naast jou Matt Pike van High On Fire volledig uit zijn dak ziet gaan bij zoveel muzikaal geweld. Wat moet je nog meer hebben. De brandramen, voegen en bakstenen van het Patronaat zullen de doortocht van Amenra niet snel vergeten en wij zéker niet! Wat een afsluiter van dag 2! Een stevig slaapmutsje achteraf blijkt de beste remedie om alsnog de slaap te kunnen vatten!

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/roadburn-2013/
Organisatie: Roadburn, Nederland 

 

Roadburn 2013 – dag 3 – zaterdag 20 april 2013

Geschreven door

Roadburn 2013 – dag 3 – zaterdag 20 april 2013
Roadburn 2013
013 – Het Patronaat
2013-04-20
Tilburg

Zaterdag 20 april 2013 start zonnig en dat geeft ons zin om na het middageten een terrasje te doen. Dit blijkt achteraf iets uit te lopen waardoor we slechts rond 15h15 uit de zon gaan en de kleine, donkere Stage01 opzoeken om er Raketkanon te gaan zien. Het is wringen geblazen om een plaatsje te bemachtigen juist voor het podium maar het loont de moeite. Want de Belgen maken er 3 kwartier ongecontroleerde, stomende teringherrie die je brein in overdrive zet. Downtuned gitaargeweld (Jef Verbeeck), exploderend drumgeraas (Pieter Dewilde), weirdo spastische droney synths (Lode Vlaeminck) en last but not least de fucked-up vervormde voice van Pieter-Paul Devos (Kapitan Korsakov frontman) zorgen ervoor dat de kleine zaal voor de ene helft in rep en roer staat en voor de andere helft vol gapende mensen die geen enkel besef hebben waar ze zich bevinden. Noiserock met sludge-invloeden, experimentele gekheid en chaotische psychedelica zijn de basisingrediënten van Raketkanon (denk Melvins meet Tomahawk meet Butthole Surfers). Pieter-Paul kan het halverwege de set niet laten om het gapende gedeelte van de zaal wakker te gaan schoppen door er middenin een molenwiekende pogo in te zetten. Plots vallen er confetti en slingers uit de lucht. Kortom: een bizarre set maar wel eentje waar we pap van lusten. Check hun debuutplaat ‘RKTKN#1’ op de site en op Soundcloud en je begrijpt wat we bedoelen.

Ook vandaag is het terug kiezen of delen. Hierdoor missen we een groot stuk van de set van Camera en hebben we alle moeite om de Green Room binnen te geraken. Maar waar een wil is, is een weg en we bereiken zonder kleerscheuren het podium om er nog een half uur hun typische oer-Krautrock te ondergaan. En daar blijken de Duitsers uit het underground circuit van Berlijn heer en meester in te zijn. We laten ons dan ook gewillig meeslepen op een kosmische trip vol improvisatie. Heerlijk!

Als we buiten Shazzula Vultura en vriendin Regina Flaminica De Bestiis (van exotische namen gesproken) tegen het lijf lopen, kunnen we het niet laten om Shazz te feliciteren met het gave optreden van Kavadar (gisteren) en nemen wat sfeerfoto’s. Daarna trekken we nog samen richting Stage01 om er nog enkele nummers van Wo Fat mee te pikken. Lekker vettig swingende stoner rock waar je onmogelijk bij stil kan blijven staan. Luister eens naar “Lost Highway” uit hun The Black Code album van 2012 en shake those hips!

We zorgen dat we tijdig aan de main stage aanwezig zijn want we willen een 2de maal High On Fire door onze aderen laten stromen. In tegenstelling tot donderdag, waar ze hun debuutalbum volledig speelden, is deze set een mengeling van songs uit hun andere albums. Het wordt terug een uur martelen van de trommelvliezen met uitschieters “Devilution”, “Rumors of War” en “Frost Hammer”. Live is dit drietal nooit een teleurstelling. Een zee van langharig headbangende hoofden en opgestoken vuisten in een kolkende massa voor het hoofdpodium. Matt Pike amuseert zich terug te pletter en een lachende grijns komt meermaals te voorschijn op zijn bezweet gezicht. High On Fire was wederom fenomenaal en wij verlieten na een uur, volgepropt met adrenaline, met diezelfde grijns op ons gezicht, de hoofdzaal om aan ons avondeten te beginnen. Blijkbaar heeft dit wild optreden onze honger aangescherpt.

Godflesh willen we voor geen geld van de wereld missen. We waren al eens getuige van hun fenomenale set op Roadburn 2011, toen ze hun album ‘Streetcleaner’ volledig op ons los lieten. Vanavond is het de beurt aan een andere parel ‘Pure’, uitgebracht in 1992. Opener “Spite” wordt in onze gehoorgangen gespit en zet meteen de toon van de set. Industriële metal met de kracht van een dozijn bulldozers die na meer dan 20 jaar nog niets van kracht heeft ingeboekt. Hamer en aambeeld werken overuren en de trommelvliezen staan zo bol dat ze elk moment kunnen exploderen. Justin Broadrick & co laten het Roadburn-publiek een poepje ruiken en wil je jezelf eens onderdompelen in hun industrieel geweld: zet je hoofdtelefoon op en beluister ‘Pure’ op maximaal volume. Dan kom je ongeveer in de buurt van wat wij, zonder tegenzin, te verduren kregen op zaterdagavond. Pure klasse!

Bijna volledig gekraakt kunnen we het toch niet laten om het Schotse The Cosmic Dead nog te gaan checken in de Stage01. Nog een klein uurtje shaken op spacey stoner rock juist voor het slapengaan lijkt ons een goed idee! En deze band is daar het beste middel voor want we krijgen een trippy jam voorgeschoteld die ons brein alleen maar goede vibes bezorgt en zo trekken we rond 01h00 moe maar tevreden de donkere Tilburgse nacht in.

NAWOORD

Voor het derde jaar op rij terug deel te mogen uitmaken van dit bonte gezelschap was een godsgeschenk. We bedanken Walter en zijn crew van harte omdat we er terug mochten bij zijn en we kunnen nog altijd niet zwijgen over dit schitterend georganiseerd festival. We kijken nu al reikhalzend uit naar de editie van 2014. Voorlopig hebben we nog een beetje last van een Roadburnout, maar we kunnen niet wachten tot het terug zover is! Roadburn stole our heart again!

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/roadburn-2013/
Organisatie: Roadburn, Nederland
 

 

Buke and Gase

Buke and Gase - Te weinig urgentie

Geschreven door

Het Gentse Hear, Hear! (A Cheer) mocht het voorprogramma verzorgen in de kleine, maar gezellige zaal van Trefpunt en deed dat met verve. De band haalde vorige week nog de finale van ‘De Nieuwe Lichting’ op Studio Brussel, maar moest uiteindelijk de duimen leggen voor Tout Va Bien, Soldier’s Heart en Rhinos Are People Too. De indierockers brachten sprankelende en melodieuze huiskamperpop met fijne ritmes. Wij moesten –vooral door het dichtgeknepen stemgeluid – spontaan aan Alt-J denken, maar dan met minder elektronica en meer subtiel gitaarwerk. Ook de link met Pavement was snel gelegd door het losse karakter van de songs.

Buke and Gase is een Brooklyns duo dat erom bekend staat zelf zijn instrumenten te maken en daar  dan vervolgens zeer inventief mee weet om te springen. Zo had zangeres Arone Dyer een soort van tamboerijn op haar linkerschoen bevestigd. Hun songs – een mix van postpunk en mathpop- misten vaak enige vorm van structuur en sprongen alle kanten uit, waardoor je nooit wist hoe een nummer zou evolueren. Onvoorspelbaarheid troef bij deze band dus, en juist daardoor weet hun recentste album ‘General Doom’ wel te intrigeren. Live kwam hun show echter wat te monotoon over, werkte de scherpe stem van Dyer je al snel op de zenuwen en misten we een soort van urgentie. Bovendien hoorden we te weinig goeie songs. “Houdini Crush” en “General Doom” waren de zeldzame hoogtepunten, terwijl de rest van de nummers als onafgewerkte doorslagjes van die twee klonken. Helaas dropen wij na afloop teleurgesteld af naar huis.

Organisatie: Toutpartout (ism Trefpunt – Democrazy)

Karl Hyde

Karl Hyde – Eigenzinnig en heel ver weg van de dansvloer

Geschreven door

Karl Hyde, muzikale helft en vocalist van het legendarische Britse duo Underworld, hoeft  u helemaal niet te worden voorgesteld. Sinds de jaren '90 maakte hij zich onsterfelijk door zijn elektronisch huwelijk met Rick Smith. Een twaalftal albums en vermoedelijk evenveel grijze haartjes later besloten ze het  succeshuwelijk even een pauze te gunnen. The Boy Hyde had na het overweldigende wereldwijde succes duidelijk nood aan wat intimiteit. Terwijl Rick Smith zich engageerde voor de soundtrack van Danny Boyle's recentste film 'Trance' trok Karl Hyde zich terug in een slaapkamer aan de rand van Oost-Londen om zijn solodebuut 'Edgeland' in elkaar te knutselen. Het resultaat werd een donker en uiterst ingetogen album met verhalen over een soort niemandsland dat zich op de rand van de grootstad bevindt.

Karl Hyde gaf onze Brusselse Ancienne Belgique de kans om in een interessant anderhalf uur zijn geesteskind aan een select zittend publiek voor te stellen. Kleinschaligheid was datgene wat Hyde beoogde maar ik weet niet of hij echt zulke lage opkomst had verwacht. Geen volgestouwde tribune maar dat zal de heel expressieve, praatgrage Brit met de volste overtuiging aan zijn laars gelapt hebben. De man doet wat hij wou doen en met deze uiterst persoonlijke performance laat hij een kant van zichzelf zien dat mijlenver verwijderd is van de dansvloer.
Dreunende beats maken plaats voor een etherische electronica/ambient met een duidelijke klemtoon op oprechte, soms bizarre poëtische teksten. Waar hij vroeger als zanger moest vechten tegen het beukende elektronische geweld komt nu een heel pak ruimte vrij om te laten zien wat hij als vocalist in huis heeft. Een onderlaag van atmosferische soundscapes, eenvoudige shoegaze gitaarlijnen en subtiele noises die over de zanglijnen heen waaien, kunnen de invloed van producers Leo Abrahams en Brian Eno niet verborgen houden. 'Edgeland' - dat trouwens integraal wordt gespeeld - is een illustratie van een volwassener geworden en sensitieve Karl Hyde.
Niet alle fans van het eerste uur hebben dit vanavond even goed verteerd.  Toch werden de geduldigen onder hen op hun wenken bediend met een aantal opnieuw gearrangeerde en tot de essentie herleidde Underworld-classics zoals “Jumbo”, “Between Stars” en “Dirty Epic”. Nooit kregen de loepzuiver gezongen woorden in deze songs meer betekenis dan in deze lichtjes uptempo versies.

Hyde en zijn nieuwe vrienden reserveerden voor de bisronde het met Eno gecomponeerde en nog onuitgebrachte nummer “Up and Down”. “8 Ball”, een nummer uit de soundtrack van de film 'The Beach', werd tenslotte in een lekker groovende versie uiteengezet. Het publiek kreeg zowaar ineens zin in een feestje.

Een groot fan van dit nieuwe albummateriaal zal ik nooit worden maar de voldoening en de passie die Karl Hyde uitstraalt in dit zeer introspectieve en kwalitatieve werk dwingt mij zachtjes tot een oprechte appreciatie. Als Underworld-fan hoop ik toch stiekem op die beloofde, nieuwe samenwerking met zijn spitsbroeder Rick Smith.


Tracklist:
The Night Slips Us Smiling Underneath It's Dress / Your Perfume Was The Best Thing / Angel Café / Cut Clouds / Boy With The Jigsaw Puzzle Fingers / Slumming It For The Weekend / Shadow Boy / Sleepless / Out Of Darkness / Jumbo / Between Stars / Dirty Epic / Up and Down / 8 Ball

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Mr. Scruff

Mr. Scruff + Liquid Brother – Funkiness & Bass all over the place!!

Geschreven door

Warning!! Mr. Scruff is in town!! Wat vorig jaar nog als de nieuwe hype werd bestempeld, is vandaag eigenlijk al een traditie geworden. Scruff is voor het vijfde jaar op rij een graag geziene gast en ook gastheer in Gent. Al vier edities eist hij met de lokale Liquid Brother de volledige avond op en onderwerpt hij zijn publiek aan die onevenaarbare en zalige oormassages van hem. Elke editie was een schot in de roos, elke editie werd groter en raakte vlugger uitverkocht. Hoe kan het ook anders? Andy is op en naast het podium één brok positieve energie. Het totaalplaatje rond zijn leven als DJ, producer, cartoonist, absolute ambassadeur van de positieve vibes en zoveel meer is een onwrikbaar concept.  Zijn DJ-sets zijn telkens weer een verrassing. Je weet nooit wat je eigenlijk kan verwachten binnen zijn spectrum van funksouljazzafrobeatlatindubstepdeephousediscoreggaebreaks. De enige échte zekerheden tijdens zijn Keep It Unreal-dansavonden zijn dat hij iedereen moeiteloos meezuigt in zijn eclectisch wereldje van veelal Shazam-bestendige platen en schattige patatvormige cartoonfiguurtjes. En voor de Gentse editie is het voor de man ondenkbaar dat hij het podium niet deelt met zijn goede vriend Liquid Brother. Deze combinatie werkt gewoon en dat is vanavond meer dan tevoren ook gebleken. Beide heren hebben er een fameuze patat op gegeven!

Deze avond deed mij meteen terugdenken aan die ene avond dat ik het geluk had hem in zijn thuishaven aan het werk te zien op zijn maandelijkse feestjes in Band On The Wall.
Funkiness and Bass all over the place en minder eigen producties in de playlist!! Scruffy's party mood sloeg keihard over op de heupen van het gelukzalig glimlachende feestpubliek. Nooit hoorde ik zo een harde en uptempo set van hem. Op een gegeven ogenblik haalde hij de zelf die oude raveplaten uit zijn platenzakken. Het feit dat ik feestend op de dool ging en de meest amusante en absurde gesprekken hield met gelijkgestemde en licht aangeschoten feesters is een teken dat mijn dansavond geslaagd was. Voor het echt goed tot me doordrong hadden wij al zijn marathon gelopen. De beweeglijke joelende massa maakte mij attent op het einde van zijn set.

Liquid Brother ging lekker op het elan van zijn maatje verder. Liquid had zichzelf gisteren ongetwijfeld ondergedompeld in Scruff's vat der genialiteit. Zijn set was buitenaards goed.  De weinig vrijgekomen ruimte op de dansvloer vulde ik surfend op die laatste energieboost in, totdat er bij de het ochtendgloren aan mijn mauw werd getrokken. Het was welletjes geweest! Benen kapot en lichtjes hese stem maar toch het gevoel dat de batterijen goed opgeladen zijn geweest. Legendarische avond! Wat kijken we nu al uit naar hoofdstuk 6! Graag zelfde plaats, zelfde twee mannen op de affiche. Jullie zijn gewaarschuwd!!


Organisatie: Democrazy, Gent

The Soft Moon

The Soft Moon – Camera - Een avondje donkere en verslavende dwangbuismuziek

Geschreven door

The Soft Moon – Camera - Een avondje donkere en verslavende dwangbuismuziek

De voor ons nog onbekende Duitse krautrockers van Camera zorgen voor een opwarming van formaat met hun begeesterende, zweverige en lange songs die het beste van Neu! en Spacemen 3 naar boven brengen. Het trio brengt hun sinistere en sluimerende sound in het halfdonker, met enkel wat sobere blauwe en groene spots om hun wazige spacerock nog wat meer in de verf te zetten. Een ontdekking, absoluut.


Omdat het laatste album ‘Zeros’ tamelijk indrukwekkend is en een behoorlijk verslavende werking op ons heeft, vonden wij dat wij The Soft Moon, het geesteskind van Luis Vasquez, toch live even moesten gaan uitspitten.
Blijkt dat Vasquez, die zich op het podium laat bijstaan door een bassist en drummer, die bezwerende sound op een podium niet allen weet te evenaren, maar ook nog aan kracht weet bij te zetten. Nogal wat geluiden haalt hij uit zijn machinerie, maar toch blijft het geheel echt, rauw en vooral live klinken en wordt het soms gloeiend heet. Suicide, Joy Division, een gedrogeerde Cure en een flinke portie krautrock zijn de ingrediënten en er komt een kolkend brouwsel uit die ons voortdurend weet bij de nek te vatten. Vasquez gaat volledig op in zijn songs terwijl zijn kompanen er zeer stoïcijns bij blijven. De echo’s die hij uit zijn gitaar tovert hebben een repetitief en duister eighties karakter en de sound is bezwerend, donker en bij vlagen claustrofobisch, alsof Vasquez vanuit een dwangbuis zijn demonen op de wereld loslaat. Een optreden dat aan de ribben kleeft en ons een uur lang in een wurggreep houdt.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/the-soft-moon-18-04-2013/ ( gig in de Trix, 18 april 2013, samen met o.m. Wolf Eyes!)

http://www.musiczine.net/nl/fotos/the-soft-moon-19-04-2013/
http://www.musiczine.net/nl/fotos/camera-19-04-2013/

Organisatie: Grand Mix, Tourcoing

Nekka-Nacht 2013 – 20 jaar - 19 april 2013 – Sportpaleis Antwerpen – Sfeerverslag + Pics

Geschreven door

Nekka-Nacht 2013 – 20 jaar - 19 april 2013 – Sportpaleis Antwerpen – Sfeerverslag + Pics

Sfeerverslag: Nekka-Nacht bestaat 20 jaar en dat ging niet ongemerkt voorbij. Deze keer was er niet één centrale gast, maar een greep uit de centrale gasten van de voorbije edities: Frank Boeijen, Stef Bos, Johan Verminnen, Kadril, Yevgueni, Kommil Foo, Thé Lau en Raymond van het Groenewoud.
Kortom , een indrukwekkende lijst artiesten die we samen op één podium konden zien.

Er stond ook een klein podium opgesteld, waar wat meer intimistische performances waren , en dat een eindje in ’t publiek opgesteld stond.

Kadril mocht openen op ’t kleine podium en werd al snel bijgestaan op het grote podium door een voltallig meisjeskoor.
Presentator van dienst was Lucas Van den Eynde. Die zong de acts aan elkaar. Een 1e meezinger was “Mooie dagen” van Johan Verminnen. Na het duet met Jelle Cleymans was het tijd voor de uitreiking ‘Vlaamse cultuurprijs voor muziek’ door Joke ‘Decibel‘ Schauvliege. Winnaars waren Yevgueni. Zij brachten o.a. “Als ze lacht”, wat wederom uit volle borst werd meegezongen.

Tijd voor iets NL - Frank Boeijen mompelde z’n fans een warm “Kronenburger Park” toe. Compleet volgens het ‘jong-oud’ principe werd Jackobond erbij gehaald . In duet werd “Aanwezig” gespeeld en gezongen.
Een mooi ingetogen moment was er bij ‘pretraket’ Bart Peeters en Hannelore Bedert die samen op ’t kleine podium “Zonder woorden” brachten. En dan was de rust weg, Bart Peeters liet  het ganse Sportpaleis ‘graansveldgewijs’ mee wuiven met nummers als “Messias”, “Heist aan zee” en “Ik hou meer van folk”

Na de break kwam het jonge geweld van de Bandits en zij brachten een cover The Scene. Thé Lau knikte goedkeurend mee en viel halfweg in.
Waarschijnlijk het kippenvelmoment van de avond , werd veroorzaakt door Stoomboot, die in z’n eentje “Zotte Morgen” speelde,  een cover van de herstellende Zjef Vanuytsel. ’t Was zo stil dat zelfs de muizen eens kwamen piepen. Magisch !
Ook Stef Bos was ooit een centrale gast en hij nam die gelegenheid te baat voor enkele songs. “Wodka” werd ferm gesmaakt , alsook het duet met z’n leerlinge Mira aan de piano.
“Ruimtevaarder” van Kommil Foo bracht ons terug op ’t kleine podium en op het blokfluit signaal verhuisde het spektakel terug hogerop.

Afsluiter was Raymond van het Groenewoud. Dit betekende ‘Succes verzekerd’! Zwaaien met de bloemen, snipperconfetti en een taptoe van hééééél veel doedelzakspelers rondde de avond perfect af.

Nekka-Nacht: Tal van unieke duetten en beklijvende muzikale momenten, kortom een hoogdag voor het Nederlandstalige Lied!

Uitkijken naar volgend jaar nu met De Nieuwe Snaar als centrale gast. Zij zullen daar hun zwanenzang vieren.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/nekka-nacht-2013/

Organisatie: Nekka-Nacht

Snowbombing 2013 Een partytrip op het scherp van de sneeuw!

Geschreven door

Snowbombing 2013 Een partytrip op het scherp van de sneeuw!
Sowbombing 2013
april 2013
Mayrhofen
Oostenrijk
Lieven Van Keer

Voor wie er nog nooit van hoorde, denk aan een week boarden, beats, bier, babes, Britten, en beestenboel alom! Of zoals ze het zelf cryptischer omschrijven: The craft of daft… The art of noise… The business of snow… The spirit of place… Welcome to Snowbombing 2013!
Het was weer een jaar geleden, we hadden er weer lang naar uitgekeken en dan was het eindelijk weer zover… SNOWBOMBING here we come!!!

Vroeg vertrokken, rap alles pakken, auto ’s vullen en gas geven. Na drie plaspauzes,  twee “tankbeurten en evenveel Big Whoppers kwamen we dan toe in het voor ons reeds vertrouwde Mayrhofen.

Meteen eerste biertjes drinken bij Mo ’s. Appartementje gezocht en dan even bij onze buren, Scotland Yard, aperitiefje gaan drinken om dan opnieuw bij Mo ’s binnen te springen voor de jaarlijkse “Big plates”, rijkelijk gevulde schotels vol vettigheid. We konden er dus stevig tegenaan voor de eerste feestjes. Snowbombing was dan nog wel niet begonnen, maar wij wel!

Zondag was niet meteen een zondag. Er waren al vele dikke vlokken uit de lucht gevallen en het zag er niet meteen naar uit dat daar verandering in zou komen. De pittige pistes ruilden we dus in de late namiddag voor de Pilsbar.

Onze snaren waren dus al goed gespannen om de eerste keer naar de Racket Club te gaan. De eerste opslag kwam er van Bootleg Social. Tom Staar sloeg de bal zeker ook niet mis en Above & Beyond smashte alles kapot!

Mooie maandag was daar met een stralende zon en pak sneeuw op en buiten de poederige pistes, zaaaalig! Het was knallen op en rond de pistes, het was duidelijk: Snowbombing was officieel van start gegaan. Terrasjes zaten afgeladen vol en de bombing beats daverden door het skigebied. Afspraak eerste après-ski party was dus al snel in de pilsbar. Nadien belandden we in de Daily Après-ski waar de sfeer er al goed in zat. Scotland Yard riep ons dan voor een culinair hoogstandje, diner aan den toog gevolgd door denderende darts tegen Australië en Duitsland waarin de Belgen duidelijk de bovenhand hadden en de “Aussies” en de “Moffen” serieus afgedroogd hebben. Goed opgewarmd werden deze Belgische stieren dan nog gelost in de Arena waar geen enkele matador vat op ons kreeg.

Dansbare dinsdag was hoogdag, iedereen goed geluimd voor de streetparty die er zat aan te komen. Dagje boarden en dan naar beneden om onze stoute schoenen en andere verkleedkledij aan te trekken en na wat lanceershooters de straat op te gaan! The Cuban Brothers hadden, net als de menigte, knotsgekke kostuums aan.  Een kleine performance van niemand minder dan “Hans the butcher” himself was hilarisch. De slijmerige salami ’s van Hans vlogen door de felblauwe lucht. De Dub Pistols maakten het feestje compleet waardoor we goed in vorm onze verantwoordelijkheid namen en de Sportsbar omtoverden tot een danstempel. We rodelden met gevonden materiaal de berg af tot in de Racket Club om nog stevig te eindigen in de Schlussel waar Will Soul en Bicep ons nog van een frisse ziel in een fris lichaam voorzagen.

Weelderige woensdag startte weer met een schitterend dagje op de piste, voor de ene al wat vroeger als de andere. Na wat indrinken en opwarmen waren we weer klaar voor een stevig wedstrijdje tennis in the Racket Club. Het was een echte triller die door Carl Cox besloten werd met een goede spreiding en meerdere winners!

Denderende donderdag ging weer gepaard met veel zon, sneeuw, beats en bier. Na een kleine kroegentocht waren we klaar om aan onze love game te beginnen, die uiteraard in the Racket Club plaatsvond. Mistajam zorgde voor de opwarming. North Base maakte een ace en de Foreign Beggars bestookten de menigte met subtiele dropshots. Rudimental zorgde voor adembenemende rally ’s en Andy C maakte de love game proper af van op zijn baseline.

Vrolijke vrijdag was al onze laatste dag op de piste. De vermoeidheid begon hier en daar al zijn tol te eisen.. toch tijdig alle batterijen kunnen opladen op nog eens het beste van onszelf te kunnen geven. Vrijdag staat garant voor feest op een schitterende locatie. In het bos van Mayrhofen met de bergen op de achtergrond, de plaatselijke postkaarten zijn er niets tegen. Na verkennende penetratie in het bos kwamen we al snel Mistajam en Rudimental, ditmaal live tegen. Dan hield iedereen zich vast aan de takken van de bomen voor Kasabian die het bos en de bergen deden daveren. Dit was voor ons een mooie afsluiter en besloten het hier dan ook bij te houden. Met pijn in het hart, doch meer dan voldaan keerden terug. Tegenstander weggeblazen: game, set, match.. overtuigend gewonnen!!!

P.S.: Voor de twijfelaars: volgend jaar is het tijd voor de jubileumeditie: Snowbombing viert dan diens 10e editie. Niet te missen dus!

Org: Snowbombing - Globalpublicity

Bastille

Bastille – A Dirty Little Secret

Geschreven door

Dan Smith, ‘the new golden boy of Pop’, maakte op 17 april,  in de ABClub, een opmerkelijke halte  naar aanleiding van de release van ‘Bad Blood’,  de eerste plaat van het  Bastille-project. Op talrijke radiostations als StuBru, Pure FM , geïnjecteerd door talrijke  specifieke blogs, werd gehamerd op zijn komst, wat ervoor zorgde dat het concert in een mum van tijd uitverkocht was.

Zelf ontdekte ik Bastille uit de mixtape ‘Other’s People’s Heartache Part II’ en de singles  « Overjoyed » en « Pompeii », van ‘Bad Blood’. M’n aandacht werd getrokken en Bastille intrigeerde door dit materiaal .
Maar live bleek het toch iets anders en kon de set me van Bastille onvoldoende inpalmen . Dan Smith en z’n haarsnit op z’n Desireless konden mijn verwachtingen niet inlossen.
De show van de Londense  muzikanten liet me echter een bittere nasmaak. Geen paniek, de gig van ‘Bad Blood’ bood me toch enkele goede herinneringen, met net “Pompeii” met z’n Beirut tunes en “Things We Lost in The Fire “.
Op het podium had Bastille soms iets mee  van ‘Kinderen voor Kinderen’. De 30-plussers zochten hun toevlucht meer achteraan in de Vlub.  Vooraan werd Smith overmand door een horde meisjes , die duidelijk bij de leest en in vorm waren.
De set werd geopend met “Bad blood”, en meteen werd het nummer meegezongen door de horde jonge fans. Achteraan de zaal overviel de rage ons verrassend. De rest van het eerste deel is consistent, net zoals het zalvende timbre van de zanger. Het percussiewerk heeft iets van de synthpop van Ellie Goulding.

De volgende composities bleken sterker op plaat. Ze kunnen zich live niet echt onthullen, ze zijn eerder lineair en doen de spanning afnemen . De fans van hun kant, zingen de teksten maar mee en houden van de energie , de dynamiek en de gekke capriolen van de zanger . Terwijl wij spijtig genoeg hier afhaken .

Toegegeven, de pop van Bastille is fijnzinnig en doet het goed in de charts . Een handvol nummers hadden die vibe om in juiste stemming te komen; een nummer als
Things We Lost in the Fire” staat dan ook hoog aangeschreven .  Het is een soort pop die we letterlijk moeten voelen, beleven en  ervaren .
Bastille zal spelen in  de Marquee Rock Werchter, zondag 7 juli

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/bastille-17-04-2013/
http://www.musiczine.net/nl/fotos/stavroz-17-04-2013/

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Redouane Sbai - Vertaling: Gerrit Van De Vijver en Johan Meurisse

Wallace Vanborn

Wallace Vanborn - The Night all hell broke loose

Geschreven door

Wallace Vanborn - The Night all hell broke loose
Wallace Vanborn
Depot
Leuven
2013-04-17
Wouter Verplancke

Breng Ian Clement, Sylvester Vanborm en Dries Hoof samen in een ruimte en ze worden Wallace Vanborn, een genadeloze beukende rock machine. Deze keer kwamen ze de boel slopen in het Depot, de foyer was hun strijd toneel.

De zaal was tot de nok gevuld met een overwegend mannelijk publiek, bruisend van testosteron, klaar voor één van de hardste Belgische bands. “White River” werd stevig ingezet, de zaal werd bij de haren gesleurd en niet meer losgelaten voor het komende uur. Hoewel het nummer op de cd behoorlijk rustig is, was het er in het Depot meteen ‘boenk’ op. Na het eerste nummer schreeuwde de zaal voor luider en harder, spijtig dat ons Joke Schauwvliege vorig jaar afkwam met wat regels.
“We are what we hide” sleurde ons mee in een stroomversnelling, de ritmische stukken aangevuld met de rauwe stem van Clement deed het mannelijk testosteron bokken en headbangen tot het zweet doorheen de zaal parelde. “Marching sideways”, gekenmerkt door de hoge zanglijnen, werd goed ontvangen en uitbundig meegezongen.
Zelden zo’n ambiance en sfeer geweten die zo z’n favoriete band ontving en een band die zo van katoen gaf als deze avond.
Tijdens de strakke drumtrack kwam de zaal volledig los en werd hier en daar een poging gedaan tot het placeren van een moshpit. De enige pauze die ons gegund werd, was tijdens de gitaarwissel. Na een pauze van een goeie minuut vloog de band er weer in, dit maal kregen we “Cougars”, hun laatste single. Onmiddellijk gevolgd door “Atom Juggler” een nummer van hun eerste plaat. Dit vormde een belangrijk keerpunt tijdens de show, en vanaf nu werd het publiek ook getrakteerd op de oudere songs.  Tussenin ergens, “Jealousy” (een voorlopige titel) , een nieuw nummer; het eerder melodische nummer kon al rekenen op hier en daar sporadische headbang; Ian zag dat het goed was.
“Cowboy Panda’s Revenge” was een knaller en sloot het geweldige concert af; een laatste keer alles geven zowel op als vóór het podium. Het zweet liep letterlijk van de muren.

Ik durf eerlijk bekennen dat in al die jaren in het Depot het nog nooit zo hard gerockt heeft als met Wallace Vanborn. Elke fan , waaronder mezelf, kijkt uit naar hun volgend Depot optreden!

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/wallace-vanborn-17-04-2013/

Organisatie: Depot, Leuven

Counting Crows

Counting Crows - Maar bij vlagen de magie van weleer

Geschreven door

Wij kunnen zo wel enkele redenen bedenken waarom het concert van Counting Crows, ooit toch wel een grote groep, bijlange niet was uitverkocht. Hun laatste twee platen werden straal genegeerd door de Europese pers en media, hoewel ‘Saturday Nights & Sunday Mornings’ uit 2008 tot hun allerbeste werk behoort, een hit hebben ze in eeuwen niet meer gehad en airplay op zenders als Studio Brussel was er de laatste jaren al helemaal niet.

Het publiek bestond vanavond uit overwegend dertigers en veertigers die de glorieperiode van Counting Crows in de jaren negentig van dichtbij meemaakten, ondermeer een paar legendarische passages in Werchter.
Vandaag mochten we vaststellen dat er nog geen sleet zat op de Crows, dat de heren bijzonder goed musiceerden, maar dat er helaas ook te weinig scherpe kantjes aan hingen. De band klonk soms te gelikt en speelde af en toe op automatische piloot, met een paar aangename uitzonderingen zoals ondermeer een scherp en strak “Catapult”. Zonder Adam Duritz zou dit eigenlijk maar een doordeweeks Amerikaans groepje zijn. Het was immers weer Duritz die met zijn fantastische stem, zijn imposante afro kapsel, zijn hoog entertainmentgehalte en zijn nonchalante maar uiterst sympathieke présence de groep naar een hoger niveau tilde. Zeer voorspelbaar, maar alweer bijzonder indrukwekkend, was nog maar eens zijn moment suprème “Round Here”, de song waar iedereen zat op te wachten. Ontelbare keren moeten Counting Crows die song al gespeeld hebben, maar telkens legt een bezielde Duritz er zoveel emotie in dat hij de song na al die jaren nog steeds boven zichzelf doet uitgroeien. Ook vanavond weer was “Round Here” het absolute hoogtepunt.
Duritz schitterde overigens ook nog in “Rain King” en in “Goodnight LA” waarin hij op zijn eentje achter de piano postvatte en meteen de gans Lotto Arena muisstil kreeg, de song vloeide over in een begeesterend “Long December”, nog zo een klassieker uit de gloriedagen.
Amper één song uit de nochtans schitterende plaat ‘Saturday Nights & Sunday Mornings” kregen we, het mooie en ingetogen “Le Ballet d’Or”. Jammer vonden wij dat, die plaat zal blijkbaar voor altijd een verborgen pareltje blijven. Bovendien staan er ook een paar snedige rocksongs op, en net die verbeten rock waartoe de Crows zeker in staat zijn (we hebben het hen al eerder zien doen), mistten wij vanavond een beetje.
Bij momenten was de magie van de betere dagen wel nog aanwezig, maar die momenten waren schaars. Toch was het uiterst aangenaam te mogen vaststellen dat de groep er zichtbaar echt kon van genieten. Het speelplezier droop er af en de band liet de reacties van het steeds enthousiaster wordende publiek graag op zich afkomen.
Als we er even hun setlists van de laatste dagen op nagaan, dan zien we trouwens dat ze elke avond voor een pak andere songs kiezen, zo houden ze zichzelf scherp en houden ze de spanning er in.

Gemengde gevoelens dus. Counting Crows zijn nog niet afgeschreven, maar een nieuwe vlam zou geen kwaad kunnen.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/counting-crows-17-04-2014/

Organisatie: Live Nation

Kid Cudi

Indicud

Geschreven door

Ayo wassup?! Terug met een nieuwe hiphopreview.  Deze keer Kid Cudi’s derde soloplaat, ‘Indicud’.
Cudi is redelijk gerespecteerd in the game. Zijn eerste twee platen waren gek depressief, maar ook gek sterk, zijnde ‘Man on the moon I’ en ‘II’. Cudi gebruikte zijn drugs om in dat diepe, enge plekje te kruipen en zo zijn album te creëren. Die shit was dope volgens Kanye (West), dus tekende hij hem onder zijn label G.O.O.D Music. (*Begin April zei Cudi vaarwel tegen dit label en zal hij zijn eigen oprichten met King Chip, genaamd: Wicked Awesome.) Dan eind 2011 begin 2012 maakte hij WZRD met Dot Da Genius, die heel, maar dan ook heel slecht onthaald werd door de hiphopcommunity, wat logisch was want het was helemaal geen hiphop. Cudi was een mengsel aan het maken van prog-rock and neo-hiphop. De dude rapte er niet eens in. Mensen begonnen nog al wat twijfels te krijgen rond Cudder, maar dan liet hij weten dat  hij aan iets nieuws werkte … ‘Indicud’, de reïncarnatie van Kid Cudi… Benieuwd? Ayo, lets get into the album.
De plaat begint effectief als een of andere sci-fi film. De intro heet “The Resurrection of Kid Cudi”. Het thema van dit album is dus herboren Cudi, tegen zijn haters.  Hij doet wij hij wil, hints de naam INDI-cud. Individueel dus. Keep up. Na één keer te beluisteren was ik niet ondersteboven geblazen zoals ik verwacht had. Verdorie, mijn hoge verwachtingen toch. De singles “Just What I am” en “King Wizard” hadden mij nochtans officieel gehyped! Versta me niet verkeerd I fucks with Cudi, de kerel heeft overdosis aan talent.
Maar deze plaat presteert in het totaal concept onder de verwachtingen. Hij produceerde nochtans zelf het hele album. Maar Cudi zijn productie is slechts semi-goed. Hij is te repetitief in zijn soorten samples en tonen. Diezelfde synths blijven maar terugkomen. Op 70% van deze plaat lijkt er wel een ruimteschip voorbij te tjeezen.
Kijk als je naar Cudi luistert moet je weten dat hij zijn hooks ZAL zingen. (zijn refreinen). Sommige mensen kunnen dit smaken, sommige niet. Dit is heel objectief. De eerste 13 nummers zijn effectief  een goeie mix van de rap en hooks die we van Cudi willen horen. Er zijn van beide uitschieters wel, maar het is ok. “Immortal” en “Unfuckwittable” zijn zo zang-achtig uitschieters. No worries ze klinken goed. Ook “Red Eye”. Een collab met HAIM. Een driekoppig joods Californisch meidengroepje die funky en melig tegelijk zijn. Een beetje Fleetwood Mac meets folkrock en rnb. Ja, het werkt. (Luister er zeker eens naar; ze worden met hun single “Don’t save me” nu vaak op MNM en StuBru gedraaid.).
Maar verder met het album! Zoals ik al zei die zang-achtige platen worden in evenwicht gebracht door de echte hiphop en rap die we/de meeste willen. Zoals “Solo Dolo Pt II” met Kendrick-Fucking-Lamar. Het is niet van het hoogste niveau aangezien hier Cudi’s productie nogal warrig is, maar Kendrick redt de meubelen. Thanks bruh. “Beez ft de legendarische RZA  is mijn favoriete track. Sample is deftig,  en de RZA geeft het that raw wu-tang feeling which I LIKE. Buiten “Brothers”, die nog chill is… gaat het einde van dit album rechtstreeks naar mijn prullenmand. Shit, de laatste vijf nummers, heb ik al permanent verwijderd van m’n laptop.  Er valt niet over te praten en te schrijven. Het schaadt Cudi’s imago. “Afterwards” is een negen minuten lange track met Michael Bolton. Die man, uhum grandpa bereikte zijn hoogtepunt in de late jaren 80 ofzo. Gewaagde move van Cudi, maar het klonk raar en verkeerd. Zoals de rest van die nummers. Super sloppy productie, waarop gewoon geneuried wordt. Ik heb nog steeds nachtmerries van die verschrikkelijke bring your friends hook…

Conclusie: Dit album mocht maar twaalf platen tellen in plaats van achttien. Door die uitdovende kaars op het einde, drink je precies een een slappe ice-tea met een ijzeren bezinksel smaakje op het einde. Zo kan ik het vergelijken… raar maar waar.
QUOTERING: 5/10 Not Impressed. (Naar boven afgerond)

Sander, your Hiphopconnaisseur  

The Flaming Lips

Terror

Geschreven door

Dat The Flaming Lips nog steeds één van de creatiefste bands op onze planeet zijn bewijzen ze opnieuw met hun recentste worp ‘The Terror’. Na enkele toegankelijke albums rond de millenniumwisseling die ontzettend goed ontvangen werden, pleegden ze commerciële zelfmoord door onder meer een track van maar liefst 24 uur op te nemen. Deze jongens doen gewoon waar ze zin in hebben en beschouwen hoge verwachtingen gewoon als een extra reden om eens lekker tegendraads te doen.
The Terror’ is misschien wel hun sterkste werkstukje tot nog toe. Tijdens de eerste luisterbeurt blijft er haast niets hangen, maar toch heb je de drang om dit meteen daarna nog eens te beluisteren. De vage futuristische psychedelica vermengt met krautrockinvloeden kruipt langzaam onder je huid en het klankenpallet dat de band produceert is werkelijk enorm verslavend. Hoogtepunten zijn het lange en mysterieuze “Your Lust” dat strategisch in het midden geplaats is en “Butterfly”, “How Long Does It Takes To Die”, de track die nog het meest te bestempelen is als een echte song.
Maar eigenlijk mag je dit album enkel in zijn geheel beluisteren, of beter nog beleven. Verduister je kamer, laat je meevoeren op de donkere, psychedelische geluidswolkjes van The Flaming Lips en beleef een melancholische en  beklemmende trip die bij elke luisterbeurt anders is.
 

John Coffey

Bright Companions

Geschreven door

Nog enkele nachtjes slapen en punk- en hardcorefans uit alle hoeken van de wereld zakken opnieuw af naar Meerhout voor het jaarlijkse Groezrockfestival.  Ook Musiczine zakt met een ruime vertegenwoordiging af naar dit fijn feestje en zal op zaterdag ondermeer te vinden zijn aan de Etnies-stage voor het optreden van het Nederlandse John Coffey.
De band zal hier in Vlaanderen nog niet al te veel belletjes doen rinkelen maar neem van ons aan dat daar zeker verandering in komt.  ‘Bright Companions’ is na debuutschijf ‘VANITY’ hun tweede fullalbum en kwam eigelijk al in 2012 uit.  Toch vonden wij het meer dan de moeite om het plaatje alsnog te recenseren...
‘Bright Companions’ is  namelijk een zeer moderne, eigentijdse rockplaat waarin de band uit Utrecht verschillende genres versmelt tot een uniek geheel.  Rock, punkrock, rock-n-roll, hardcore, speedrock...  John Coffey mixt al deze  invloeden naadloos door mekaar en doet dat op een stevige maar vrij toegankelijke manier. Akkoord, het geluid van het vijftal zal deels door de bijwijlen stevige screams  van David Achter De Molen niet meteen door onze nationale radiozenders worden opgepikt maar toch hebben de meeste nummers de nodige klasse om  heel wat rockzieltjes te winnen.
De plaat kent 11 prima songs waarbij vooral “Bright Companions”, “Whispers” (wat een fantastisch refrein!!) en “Oh, Oh, Calamity” onze absolute  favorieten zijn.

Nog dit: deze plaat werd geproduceerd door Pelle Gunnerfelt die voorheen werkte met The Hives en Refused.  De muziek van John Coffey refereert sterk naar deze twee bands maar er zijn ook raakvlaken met groepen als Foo Fighters, Queens Of The Stone Age of The Ghost Of A Thousand.  Snel checken dus deze band en ... tot op Groezrock!

Gallon Drunk

The road gets darker from here

Geschreven door

De Londenaren Gallon Drunk van frontman James Johnston lieten enkele jaren op zich wachten . Ze waren de voorbije jaren in andere projecten verdiept , maar hebben nu hun zevende studioplaat uit . De band brengt deze plaat als eerbetoon voor de overleden bassist Simon Wring . De groep zit al jaren tussen Grinderman, Nick Cave en G Love in (trouwens Johnston heeft enkele jaren deel uitgemaakt van de begeleidingsband The Bad Seeds van Cave).
We hebben hier te maken met dampende , schurende, ruwe , ongepolijste rock met een ‘bruine kroeg’ bluesy tune , aangewakkerd door de slides , de orgeltunes, mondharmonica en blazers .
De sound kan gruizig, raspend en lieflijk, sensueel zijn . Op die manier staan “Hanging on” , “A thousand years”  en de  intens slepende , zalvende “Stuck in my head” en het afsluitende “The perfect dancer”, met o.m. backing vocaliste Marion Andrau wat tegenover elkaar . Maar dat maakt net Gallon Drunk zo mooi . Acht ronkende  ‘ruwe bolster - blanke pit’ songs. Sjiek!

Pagina 353 van 498