logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15418 Items)

Ani DiFranco

Which side are you on?

Geschreven door

Ani Difranco is een belangvolle vrouwelijker singer/songwriter, die er vóór 2006 steeds in slaagde om in een aanhoudend hoog tempo cd’s af te leveren. Maar sinds haar huwelijk met vaste producer Mike Napolitano en de geboorte van dochter Petah in 2007 doet de folky songschrijfster het beduidend rustiger aan .
Zestien platen en live registraties sieren haar rijkelijk gevuld oeuvre al. We horen een vrij toegankelijk, sfeervol geluid op de twaalf songs,  die sober en ingehouden kunnen zijn , maar ook breder en forser opgebouwd kunnen zijn. Fraaie composities, die niet vies zijn van een vleugje soul en jazz .
Naast de eigen composities  valt  ook een cover op , titelsong van de cd , een in ‘31 door Florence Reece geschreven nummer, dat indertijd populair werd door folkzanger Peter Seeger. En net die Seeger doet mee op de eigen gemaakte compositie , wat de versie alleen maar mooier maakt. Tekstueel blijft de links georiënteerde geladenheid behouden.

Cirkle J

Diggers

Geschreven door

We moeten bekennen dat we geen echte fan zijn van het zogeheten folkpunkgenre.  Misschien komt het omdat we net iets teveel bands hoorden die hun uiterste best deden om toch maar te klinken als grote voorbeelden  als Dropkick Murphy’s en Flogging Molly maar die desondanks amper wisten te boeien....  Bij de eerste tonen van dit mini-album hielden we bijgevolg ons hart vast maar na een tiental luisterbeurten blijkt dat onze vooringenomenheid zeer onterecht was. 
‘Diggers’ is na twee full albums een EP van Cirkle J (niet te verwarren met Cirkle Jerks), een vijftal uit het Nederlandse Utrecht.  De vijf tracks zijn voorzien van een zeer rijk instrumentarium (een dwarsluit, accordeon, een mandoline en een fantastische doedelzak passeren ondermeer de revue) en bovenal klinkt alles fris, opgewekt en energiek.  Het plezier spat van de nummers en het lijkt me dat deze band vooral live de nodige ambiance in een zaal kan brengen.  Met enkele potten bier in de hand en lekker meebrullen, fun lijkt verzekerd met deze Nederlanders!  Een aangename ontdekking, dit punkcollectief!

Biohazard

Reborn in Defiance

Geschreven door

Voor wie opgroeide in de jaren negentig met metal en hardcoremuziek behoort Biohazard ongetwijfeld tot zijn of haar favoriete bands.  Het viertal uit Brooklyn, New York maakte met Urban Discipline en State Of The World Adress twee werkelijke fantastische albums die gekenmerkt werden door een mix van snelle hardcore, groovy metal en wat hiphopelementen.  In die beginperiode bestond de band uit vier leden: Bobby Hambel, Evan Seinfeld, Danny Schuler en Billy Graziadei. Toen Bobby Hambel flink te kampen had met een aantal drankdemonen verliet ie het schip en begon het gelijk steil bergaf te gaan met Biohazard.  Er werden nog verschillende platen uitgebracht maar geen enkele kon ook maar enigzins tippen aan het werk uit de beginjaren.
Naar aanleiding van de twintigste verjaardag van Biohazard trad men gedurende enkele shows op in de originele bezetting en al snel groeide het idee om meteen een nieuwe plaat te componeren.  Na wat uitstel is er eindelijk ‘Reborn in Defiance’ en na de release ervan verliet zanger  (en pornoster ) Evan Seinfeld ook meteen weer de band.
Gelukkig is deze comeback-plaat flink te pruimen want Biohazard keert duidelijk terug naar de roots en benadert verduiveld dicht het geluid van de twee genoemde topplaten. 
Verwacht dus geen originaliteit maar wel verschillende sterke, snelle hardcoretracks zoals “Vengeance Is Mine”, “Decay”, “Killing Me”, “Reborn” “Come Alive” en “Skullcruscher”.  Er is ook weer volop ruimte voor de fantastische solo’s van Bobby Hambel en het is genieten van de typische samenzang van Evan en Billy. Verder zijn er ook enkele rustmomenten op de plaat zoals “Vows Of Redemtion” en het ietwat tegenvallende slotnummer “Seasons The Sky”.
Toch is dit eindelijk nog eens een goede Biohazard-plaat die de vele fans zal plezieren.

Kabul Golf Club

Le Bal Du Rat Mort

Geschreven door

Ons landje is ontegensprekelijk een kweekvijver voor getalenteerde, alternatieve rockbands.  Zo is er in Wallonië een heel sterke scène met avontuurlijke groepen als Volt Voice, Foxes In Boxes, Taffico, Taifun en Casse Brique.  Ook aan onze kant van de taalgrens moeten we niet onderdoen met formaties als The Rott Childs, Vandal X, Madensuyu, Kapitan Korsakov en Drums Are For Parades. 
Een nieuwe naam die je kunt toevoegen aan dit  indrukwekkende lijstje is die van Kabul Golf Club.  De vier heren van KGC komen uit Limburg en verdienden in het verleden hun sporen in  bands als Kindred, The Powerkrauts en Enemy of The Sun.  Leuk om te weten  is dat  zanger en gitarist Florent ook actief is als bassist in The Rot Childs.
Kabul Golf Club in een vakje stoppen is niet zo eenvoudig,  de muziek van het viertal houdt ergens het midden tussen noise, hardcore, alternatieve en zogeheten mathrock.  Invloeden kunnen ongetwijfeld gezocht worden bij grootheden als Shellac, At The Drive In, Fugazi en Blood Brothers (Te horen aan de gekken geluidjes op het einde van het tweede nummer (“Minus 45”) vermoeden we dat ook The Mars Volta wel zal gesmaakt worden door de band).   ‘Le Bal Du Rat Mort’ is in ieder geval  het eerste wapenfeit en telt vijf sterke en zeer gevarieerde nummers. Kabul Golf Club trakteert de luisteraar op  stevige, snelle gitaarrifs, een zeer venijnige bass, chaotische, stevige drums en last bust not least de geschifte, vervormde stem van Florent.  Het geheel klinkt strak, rauw en verdomd straf!
Dit eerste mini-album is wat ons betreft een stevige maar prettige  kennismaking met Kabul Golf Club.  We durven er wel wat geld op wedden dat we  nog meer zullen  horen van deze jongens.

Mayer Hawthorne

Mayer Hawthorne – afgewerkte soulpop

Geschreven door

Samen met Aloe Blacc en Plan B is de 32 jarige sing/songwriters uit Ann Arbor, Michigan Mayer Hawthorne één van de nieuwe soulwonders. Hij is aan z’n tweede cd toe, ‘How do you do?’ , die het veelgeprezen debuut ‘A strange arrangement’ , de EP ‘Impressions’ (met covers) en een live dubbelaar opvolgt.

Samen met de begeleidingsband The County, een formatie van wisselende muzikanten, knoopten ze onze ‘dancing shoes’ toe en zorgden voor een uiterst genietbare , relaxte, ontspannende en dansbare gig.
Hawthorne, een ‘Austin Powers’ lookalike met vlinderdas , kon op de grootste sympathie rekenen door dit lichtvoetig, aanstekelijk fris ‘feelin’ good’ Motown geluid en door z’n extraverte uitstraling. Het retrogeluid refereerde aan Smokey Robinson, Curtis Mayfield, Otis Redding, Stevie Wonder en Barry White, alsof het materiaal in de jaren ‘60 was geschreven en opgenomen. Bewondering dus voor een sing/songwriter en multi-instrumentalist die boeide door een pretentieloze directheid en eenvoud.
We hoorden een variatie van zwoele, zeemzoeterige  liefdesliedjes (al of niet gebroken hartjes!) , relaxte ‘West Coast’ soul tot dampende, opwindende ‘funksoulbrother’cocktails, en die qua vocals toonvast waren!
Inderdaad , dit was leuke, melodieuze, gepolijste ‘black’ soul en beach music! De tunes van de eerste songs “Maybe so , reggae no”, “Gangsta luv” en “Make her mine” brachten ons in de juiste mood . Af en toe breiden ze nummers aan elkaar, een soort medley, waarbij arrangementen weggeplukt werden van reeds gehoorde classics , maar wie maalt er om , hij bezorgde z’n publiek een fijn avondje fun, show en entertainment . Heerlijk zoiets.
Van de frisse, swingende “You make my dreams”, “Finally falling”, “Green eyed love”, “Get out my life woman” ging het naar de sexy soul van “I wish It would rain down”  en “Dreamin’ of” tot de gospelgetinte “One track minded” en de latinopop van “Rico suave” . Love, peace & soul , waarbij de schoentjes op het eind nog wat strakker aangetrokken werden met “Hooked”, “The ills” en “The pride is right” . Afgelijnd weliswaar, maar boeiend en knap gedaan !

Een aangenaam frisse set van lome ballads en energieke funky up tempo songs . Mayer Hawthorne trok onze aandacht. Feelin’ good music die de soul een warm hart toedroeg …

Eerder werden we opgewarmd door het Nederlandse Benny sings , rond Tim Vanberkenstijn, die al enkele jaren in het soulcircuit draait en songs brengt die een Manhattan sfeertje snuiven van jazz, soul en hiphop .

Organisatie: Aéronef, Lille

Joanna Newsom

Joanna Newsom - Sterke solo-set

Geschreven door


Ietwat ongerust begaven we ons naar een heel goed gevulde Ancienne Belgique om te aanhoren hoe Joanna Newsom het er solo vanaf zou brengen. Niet dat we haar platen niet weten te waarderen, integendeel, maar we vroegen ons af of haar magistrale muziek ook stand zou houden zonder de steeds mooi uitgekiende arrangementen. Zowel ‘Ys’ als ‘Have one on me’ ontlenen hun kracht immers in vrij grote mate aan de inbreng van straffe kerels als Van Dyke Parks, Jim O’Rourke, Ryan Francesconi en Neal Morgan.

Heel snel werd onze ongerustheid in de kiem gesmoord want het dertigjarige fenomeen ging overtuigend van start. Op enkele minuten tijd nam ze dus al onze twijfels weg. Na “Bridges and Balloons” imponeerde ze met een heel erg gedreven versie van “Have one on me”, een nummer dat - net als de driedubbele plaat waarop het als titelnummer prijkt – illustreert hoe gevarieerd deze dame kan zijn. Iets wat ze vervolgens extra in de verf zette door haar harp in te ruilen voor de piano.
Terwijl we tijdens de eerste twee nummers konden horen hoe ze vocaal aanleunt bij Kate Bush, Björk en Joni Mitchell, kregen we aan de piano een teug Tori Amos gepresenteerd. Newsom is aan de toetsen misschien niet zo virtuoos als laatstgenoemde, maar haar verdienstelijke pianospel rechtvaardigde na “Soft as Chalk” een stevig applaus.
Door regelmatig te switchen tussen harp en piano gaf ze de indruk zich oprecht bevrijd te voelen. Nu ze solo geen enkele rekening moet houden met andere muzikanten, kan ze volop de mogelijkheid aangrijpen om loos te gaan als het haar schikt. Ze was dus in haar schik en ook het publiek genoot volop, zodanig zelfs dat het applaus soms zodanig overweldigend werd dat Newsom zich vanuit verlegenheid toch nog wat op haar ongemak begon te voelen.
Ook over het tempo van dit optreden kunnen we niet klagen, tenzij dan dat op een mum van tijd alles voorbij bleek. Nadat ze ons verblufte met een machtige piano-outro, het enige moment trouwens waarop de geluidstechnicus zich even van dienst kon maken, liet de sympathieke deerne het enthousiaste publiek voor een eerste keer verbluft achter.
Geen paniek echter want vrij snel keerde ze op haar schreden terug om nog eens het beste van zichzelf te geven. Zelfs een plots afbrekende snaar kon haar niet uit het lood slaan. Ze lachte mee met het publiek maar speelde het lied ondertussen zonder de minste onderbreking uit. Gelukkig was er een vakkundige roadie beschikbaar die door de omstandigheden het moment van zijn leven beleefde want de kans lijkt ons onbestaande dat hij ooit nog zo luid aangemoedigd zal worden tijdens het verrichten van zijn werkzaamheden (in dit geval dus het herstellen van een harpsnaar). Eens die klus geklaard was, kreeg hij een applaus zoals zelfs Eddy Wally waarschijnlijk nooit gekregen heeft. Crazy!
Joanna Newsom vroeg vervolgens of het publiek zin had in een oud of een nieuw nummer. Op basis van de vele reacties beloofde ze om er voor het gemak dan maar twee te spelen.

Het optreden werd na anderhalf uur uiteindelijk afgesloten met “Clam, Crab, Cockle, Cowrie”. Vraag ons niet wat die laatste titel betekent. Het enige wat we ter afronding nog willen meegeven is dat we dolgelukkig waren om getuige geweest te zijn van een verrassend sterke performance. Newsom liet de twijfelaars in de Ancienne Belgique een poepje ruiken door voor eens en voor altijd duidelijk dat ze ook alleen op het podium haar mannetje kan staan. Respect!

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Raphael Saadiq

Ego speelt Raphael Saadiq parten in AB

Geschreven door

Raphael Saadiq heeft een cv waar u en ik jaloers op zouden zijn. De man speelde in succesvolle bands, schreef enkele billboard hits bij elkaar en werkte samen met zowat iedereen met 'soul' in de VS. Mary J. Blige, D'Angelo, Macy Gray, The Roots tot zelfs Whitney Houston en de The Bee Gees deden beroep op het kunst en vliegwerk van Saadiq. Z'n eerste solo album in 2005 was meteen goed voor 5 Grammy nominaties. Op papier een veelbelovende avond in Brussel …
Saadiq betrad het podium in de AB alsof hij reeds aan de bisnummers begon. Het applaus kon niet hard genoeg en er werden al wat handjes uitgedeeld met het publiek. Gelukkig speelde de band ondertussen een funky instrumental die meteen de muzikale toon voor de avond zette. Het optreden begon snedig met openers "Good Man" en "Heart Attack", nummers van de laatste plaat ‘Stone Rollin”’. Saadiq begon meteen het publiek te bespelen en ging verder met een, bijwijlen rommelige, funky medley die weliswaar eindige in een prima versie van "Radio".
Bij de volgende hit "Stone Rollin'" moest er meteen een heel stuk meegezongen worden door het publiek maar het hoogtepunt van de avond hadden we eigenlijk al achter de rug. Het ontbrak Saadiq verder aan voldoende inspiratie en performance om de juiste schwung langer dan één nummer in de set te houden en haalde de snelheid er telkens uit door allerlei manoeuvres. De man bracht enkele nummers uit eerdere albums waarbij vooral de dansroutine van de tamelijk gezette pianist iedereen zal zijn bijgebleven. Saadiq showde wat al te graag zijn gitaarskills én biceps.
"Don't Mess wit My Man" is waarschijnlijk z'n bekendste nummer al weten weinig mensen dat hij er voor iets tussen zat. Met de supergroep 'Lucy Pearl', met onder andere leden van 'En Vogue' en 'A Tribe Called Quest', scoorde hij in de jaren '90 deze instant classic. Het nummer werd misschien niet alle eer aangedaan door de zangeres van dienst maar het blijft wel een zalige riff.
Hoogtepunten waren telkens weggelegd voor de bandleden. De solo van gitarist John Smith, met volledige achter-de-rug-speel-techniek inbegrepen, was het strafste moment van de avond en achtergrondzanger DJ had een pak meer in zijn mars dan hij van meester Raphael mocht tonen. Verrassing van de avond kwam op de naam van de struise pianist die, naast aardige dansmoves, tijdens de bandvoorstelling op het einde ook nog over een heel grote soulstem bleek te beschikken. Saadiq zorgde nog voor een onovertroffen melige act door een meisje uit het publiek te kiezen, zich naast haar te vleien en een song voor haar te brengen maar het publiek stoorde zich er duidelijk niet aan.

Saadiq heeft talent zat, maar jammer genoeg stond zijn ego in de weg en hebben we daar in de AB dus veel te weinig van kunnen zien. Ergens zat er een zalige funky soul avond in…maar die kwam er jammer genoeg niet volledig uit.

Organisatie: Live Nation + Ancienne Belgique, Brussel

Lambchop

Lambchop – elegante ‘woonkamer’ pracht

Geschreven door

Lambchop, van sing/songwriter Kurt Wagner én al bijna twintig jaar bezig, heeft een eigen unieke weg geplaveid binnen de alt.country/americana. We horen een sfeervol, melancholisch, somber, dromerig geluid van rustig voortkabbelend materiaal …  Kamerpop, slowmotionmusic en elegante haardvuursongs van ‘Nashville’s most fxx –up country band’, het uitgangsbord dat Wagner en C° zich eigen hebben gemaakt .
De samenwerking met support Cortney Tidwell (onder de naam KORT) resulteerde al eerder in het wisselvallige ‘Invariable Heartache’ . Voor de nieuwe tour , vier jaar na ‘Oh (Ohio)’ maakt ze deel van het losvast collectief van de tandem Wagner en z’n pianist Tony Crow. ‘Mr M’ is aan de overleden sing/songwriter en goede vriend Vic Chesnutt opgedragen . Onder de zanger Wagner, met de neuzelende voordracht en mompelende bromstem, klinken de songs sentimenteel , plechtig en serieus, én toch … met een grappig, cynisch ondertoontje .

Live zien we een verfijnde statische aanpak , een zwaarmoedige sfeer , een ingehouden minimalisme, waarbij elk geluidje weloverwogen past binnen de outfit van de cd . Wagner beschikt over een goed op elkaar afgestemde band , een sextet , die het eerste uur volledig de nieuwe cd ten gehore bracht.
Een luisterend publiek respecteert de subtiele , stilistische sound  en draagt Wagner een warm hart toe .  Wagner , steevast met honkbalpet, bedankt op z’n beurt dan z’n publiek voor het geduld en de inleving . Na een pakkende zeurderige “Give it” intro voerde Lambchop ons mee in hun ontroerende rit waarbij de alt.country/americana deels in jazz en soul werd gedrenkt, zoals we vroeger al hoorden van een terug opgedoken Spain … Op die manier ging het van een “If not I’ll just die” naar het  breder klinkende “2B2” tot de gitaarslides en steelpedal  van “The good lifed is wasted” .
Beeldend …Een ingehouden klankenspectrum, een ‘easy listening’ ervaring, die ons eventjes doet relativeren, droom , fantasie , melancholie en tristesse . “Kind of”, “Gone tomorrow”, “Mr Met” , “Nice without mercy” en “Never my love” volgden. Tussenin hadden we het soundtrackachtige “Betty’s overture” .
Bij de voorstelling van de band werd het ijs doorbroken; Crow nam er even de muzikale spanningsboog en de verhalende tekstinhoud van Wagner  uit met wat ludieke, sappige en aangebrande verhaaltjes. Het zorgde voor ontnuchtering en een gezonde dosis relativering van de broze, kwetsbare muziek . Het was ook de aanzet om wat ouder materiaal van onder het stof te halen, “My blue wave”, “The man who loved beer” uit de doorbraakcd ‘How I quit smoking’ en het toepasselijke “Bon soir, bon soir” , van het debuut, die een ietwat voller geluid kreeg en de steelpedal liet doorklinken, aangevuld met een zalvend palet backing vocals. We hoorden een ‘close harmony’ met de oude sound van Cowboy Junkies. Deze songs herinnerden aan z’n optreden in de Bota een goede twaalf jaar terug , waarbij Yo La Tengo hen een goede  soundcheck afsnoepten .

Lambchop wuifde ons uit en besloot een hectische dag op rustige wijze. Na het sfeervolle “Guess I’m dumb” ( door Brian Wilson geschreven) toonde Lambchop zich van z’n extraverte kant met de  licht huppelende ritmes van “Up with people” en een dynamische versie van “Give it” die uitmondde in flarden “Once in a lifetime” van Talking Heads . Wagner veerde recht en porde het publiek aan tot handclaps … een mooi contrast tav de rest van de set , maar ook een bewijs om de gespannen inhoud een leuke,  luchtige tune te bieden … 
Op die manier slaagde Lambchop er in de sfeervol, sombere, elegante woonkamermuziek knetterende, dynamische  ritmes te geven .

Eerder zagen we nog enkele songs van Tidwell die door de Lambchop crew werd begeleid, lieflijk, indringend , maar ook bezwerend en duivels. Zo zie je maar …

Organisatie: Botanique, Brussel

Powerstroke

Powerstroke – interview nieuwe plaat ‘Awaken the beast’

Geschreven door

Powerstroke – interview nieuwe plaat ‘Awaken the beast’

Dag Mannen, hoe gaat het met jullie?
Hi, . Alles gaat goed hier. En met u?

Sinds enige tijd is er een nieuwe aanwinst aan de band toegevoegd, kun je wat meer informatie geven waarom hij tot de band is toegetreden, en wat zijn bijdrage aan de band is?
Sinds een paar maanden is Frederiek Nuyt in de band gekomen. Wij kennen elkaar al jàààren en we zijn goed bevriend. We waren eigenlijk al lang aan het twijfelen of we al dan niet een extra gitarist zouden aannemen om live een voller geluid te hebben. Uiteindelijk hebben we de knoop door gehakt en we hebben er nog geen seconde spijt van gehad.

De nieuwe plaat is er, de opvolger van ‘Once…We were Kings’. Hij kreeg de titel ‘Awaken the Beast"…is dit een verwijzing naar een nieuwe stap in de band, een soort heropleving, of ligt de naam gewoon aan het feit dat jullie nieuwe plaat sommige emoties moet doen opborrelen bij de luisteraars?
Met Awaken the beast'  kan je een beetje verschillende kanten uitgaan. In veel mensen zitten er veel opgekropte frustraties. En plots is er de spreekwoordelijke druppel die de emmer doet overlopen. En dan komt het beest in de mens los. En dat is niet altijd even fraai haha.

Zijn er enige zaken veranderd in vergelijking met jullie voorgaan album? Zo ja, wat precies?
We hebben de zaken professioneler en rustiger aangepakt. De productie is nu wel zoals we het wilden. Met dank aan Francis Snebbout (Oakwood production studio) die er veel tijd heeft ingestoken en Jacob Hansen die een zeer goede mastering heeft gedaan.

Kun je ons wat vertellen over de verschillende nummers op ‘Awaken the Beast’? Wat jullie aan een specifieke song goed vinden, waarover de teksten gaan, …
Onze teksten gaan vooral over zaken die we zelf mee gemaakt hebben, of over ons standpunt ten opzichte van bepaalde zaken, etc…. . Eigenlijk allemaal onderwerpen die uit het leven zijn gegrepen.
“Death By Broken Heart” is onze single. Dit is waarschijnlijk ons meest toegankelijke nummer en persoonlijk vind ik dat John zijn stem hier ongelooflijk gepassioneerd klinkt. Het geeft me keer op keer kippenvel als ik het nummer hoor:
Voor mij is “Good For Nothing” het beste nummer op de plaat. Waarschijnlijk omdat dit het simpelste nummer is. Als je het 2 keer hebt gehoord kan je het al meezingen. “Centerfold” en “Sense of Honour” zijn ook zo'n nummers. Eenvoudig maar catchy.
The Power and the strength” , “Hero Tolerance” en “Thumbs down” moeten het vooral hebben van hun kracht en groove. Headbang-songs zoals we zeggen.
The end of things to come” is een mix van alles wat we doen. Catchy, Groovy, Powerful & Basic.
Watch & Learn”  was het eerste nummer die we schreven voor deze plaat en hier kan je duidelijk nog  de manier van werken zoals op 'Once we were kings' herkennen. Hier komt de Thrash in ons een beetje naar voor.
Point of view gaat recht” vooruit. Niet teveel gezever…. Blazen die handel.

Hoe reageren de media en fans op jullie nieuwe plaat?
Tot nu toe krijgen we erg goede reacties en reviews. De nummers zijn ook beter geworden in vergelijking met onze debuutplaat. We hebben redelijk wat fans bij gekregen: Ook worden we nu ook iets serieuzer genomen. Maar daar zal onze prestatie op Wacken Open Air ook wel voor iets tussen zitten.

Jullie hebben een welgekende producer onder de arm kunnen nemen, meer bepaald Jacob Hansen…volgens mij geen evidentie om zo'n man te kunnen strikken!?! Hoe hebben jullie dit kunnen flikken?
Eerst ging Tom Klimchuck onze plaat mixen en masteren. Maar door een zware ziekte van Tom is alles op de laatste moment afgesprongen.
Dus zaten we met de handen in het haar. Ik ben een grote fan van de sound van de eerste 2 Volbeat platen. Dus trok ik mijn stoute schoenen aan en mailde naar Jacob wat promo-materiaal etc… door. Binnen de 20 minuten kreeg ik een mail terug. Hij zag het zitten ondanks hij geen tijd had. En wat ik belangrijker vond…. Hij vond ons goed: We spraken een betaalbare prijs af en hij deed een fantastische job.

Ik weet dat jullie goed contact onderhouden met de hardcore/metal band Pro-Pain. De frontman Gary Meskil heeft ook een bijdrage geleverd in de vorm van achtergrondvocalen. Hadden jullie dit idee al een tijdje in jullie hoofd zitten om hem hiervoor aan te spreken, of stond hij zelf te popelen om hieraan deel te nemen?
Eigenlijk is het een beetje per toeval gekomen. Gary logeerde bij mij thuis op het moment dat we in de studio zaten. Ik vroeg hem of hij op 1 nummer een soort duet wilde zingen met John. Hij hoorde het nummer (Sense of Honour) en hij was verkocht: In de studio zaten we ergens vast met een arrangement in “Point of View” en ik vroeg hem wat hij zou doen. 'Keep it simple, Marty' hoorde ik hem nog zeggen. Hij luisterde een paar keer naar het nummer en stelde voor om op dat nummer ook iets in te zingen. En het werkte perfect:

Powerstroke heeft reeds zijn kunnen mogen tonen op één der bekendste metal festivals ter wereld, nl Wacken Open Air. Kunnen jullie ons een beetje uitleg geven hoe jullie op de bandlijst terechtgekomen zijn, en hoe jullie dit allemaal ervaren hebben?
We hebben de Wacken Battle gewonnen en zodoende zijn we op Wacken beland. Eerst waren we om 11 uur in de ochtend geprogrammeerd. Maar een paar weken voor het festival vroeg de organisatie of we om 23h wilden spelen. Als laatste band net voor Mambo Kurt. We hadden de jackpot gewonnen. We speelden daar voor een overvolle tent en we hebben het volk daar niet teleur gesteld. Moshpits, circlepits…. Alles wat je maar wil. Het was de max haha.
We kregen  achteraf veel goede commentaar op onze show…. Wat kan je je nog meer wensen hé.

Merken jullie dat Powerstroke gegroeid is al band, en zo ja, kun je ons bepaalde zaken meedelen waarom?
Powerstroke is een meer volwassen band geworden in vergelijking met een aantal jaren terug. Onbewust eigenlijk. Maar door de tourtjes in het buitenland en optredens op grotere evenementen hebben we veel ervaring opgedaan en hebben we veel geleerd. Ook hoe we onze zaken aanpakken is professioneler geworden. Powerstroke is onze hobby…. Maar we willen het zo goed mogelijk doen. We worden er ook niet jonger op , dus als we het nu niet doen zal er het er nooit meer van komen haha

Zijn er nieuwe optredens, al dan niet met bekende bands in zicht? Zowel in het buitenland als in België…
We mogen tot nu toe niet klagen over het aantal optredens die al geboekt zijn.
Ondertussen blijven we kijken wat onze beste opties zijn. We kunnen met een paar bekende bands mee op tour, maar we willen niet zoveel betalen om mee te mogen. Het is soms te belachelijk voor woorden hoeveel bekende bands vragen. Maar er zijn mooie shows op komst waar ik nu nog niet veel over kan zeggen. We spelen gemiddeld 25 shows per jaar. Dus dat is niet zo slecht hé, voor een band die alles zelf regelt:

Altijd handig om mee te delen: waar kunnen de mensen terecht om Powerstroke te boeken?
Dat is nog steeds Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Is er nog iets dat jullie willen meedelen aan onze lezers?
Als je ziet dat we in je buurt spelen…. Check us out! Hoe meer zielen, hoe meer vreugde haha.
Keep Strokin' The Power!

Rammstein

Rammstein - Sie waren eine Wucht von Größe!!!

Geschreven door

Het Duitse Rammstein had België op 08/03/2012 gekozen als afsluiter van hun tour, en ging door in het Sportpaleis van Antwerpen. In een mum van tijd gingen de tickets de deur uit en gelukkig was ik bij één van de gelukkigen.

Na de openingsact Deathstars was het aftellen geblazen…en opeens kwam er beweging in het Sportpaleis. Langzaam maar zeker kwam de loopbrug uit het dak afgedaald, vergezeld van een duister deuntje en luchtflessen die af en toe stoom aflieten. Iedereen uiteraard gefascineerd naar de loopbrug aan het speuren om de muzikanten te aanschouwen tot plotseling de spot naar de achterkant van de zaal ging om daar Rammstein, die elk met een fakkel in de hand stapvoets richting het centrum van de zaal marcheerden, te verwelkomen.

De show was begonnen…eenmaal ze hun positie op het podium hadden ingenomen werd er afgeteld in hun moedertaal, om het openingsnummer “Sonne” te laten weerklinken. Lang moesten we niet wachten op bijkomende effects, want de spots boven het podium bestonden uit grote cirkelvormige ‘douchekoppen’ die konden roteren en bewegen van boven naar onder. Ook spots in de vorm van Rammstein’s logo waren aanwezig om het showelement extra in de verf te zetten.
Rammstein zou Rammstein niet zijn als er geen vuur aan te pas kwam, en bij “Wolt Ihr Das Bett in Flammen Sehen” werd het direct warm voor onze voeten. De vlammenzeeën schoten uit het podium en daarmee werd ook duidelijk waarom de artiesten uit voorzorg hun vaste posities op het podium hebben ;-) Er was meer 1 uitzondering betreft vaste posities, want de toetsenist Flake had zijn eigen loopband meegebracht om al joggend sommige nummers in te spelen.
Het was een ‘best-of’ tour, en hits als “Keine Lust”, “Sehnsucht”, “Asche Zu Asche’, “Feuer Frei, “Mutter”,” en “Links 2-3-4” stonden op de setlist, quasi ieder nummer voorzien van het nodige vuurwerk. Ze hadden zelfs raketten mee die over het publiek scheerden om met een luide knal terug richting het podium te ontploffen.
Andere hits die we aanhoorden waren, “Mein Teil”, “Du Riechtst So Gut”, de meezinger “Du Hast” en “Haïfisch” (waarbij toetsenist Flake crowdsurft in een rubberen bootje) .Tijdens “Mein Teil” wordt de toetsenist verplicht in een gigantische ketel te kruipen die schijnbaar wordt opgewarmd door de vlammenwerper die zanger Till (die zichzelfs reeds in een slagersschort heeft gehesen) heeft kunnen bemachtigen.
Het licht ging uit, en in het midden van de zaal verscheen gitarist Richard die rustig enkele deuntjes op een keyboard afspeelde. Ondertussen merkte het publiek op dat de loopbrug opnieuw naar beneden werd gehaald. Op de begintonen van “Bück dich” sleurde drummer Christophe Schneider de overige bandleden mee richting middenplein en op sm-wijze (met zo’n bal in de mond en aan de leiband) werden ze verplicht het mini-podium te beklauteren. Ondertussen had Till zich al kunnen vrijmaken om zijn stem te verlenen aan het nummer en om tussendoor zoveel mogelijk van zijn kameraden op zijn hondjes te nemen, uiteraard figuurlijk gesproken, om dan uiteindelijk zijn vulling over het publiek te lossen… “Mann Gegen Mann” en het ingetogen “Ohne dich” (fantastische meezinger) werden nog midden in het volk op het mini-podium gezongen om dan via de loopbrug richting hoofdpodium terug te keren. De Duitsers lieten uitschijnen dat het feestje afgelopen was, maar iedere concertganger weet uiteraard dat er nog iets extra’s te verwachten viel.
Als extra werden “Mein Herz Brennt”, “Amerika” en “Ich Will” gebracht. Wanneer de hit “Engel” als bisnummer wordt ingeluid krijgt Till zelfs reuzenvleugels op zijn rug gemonteerd die aan de uiteinden uiteraard voorzien zijn van vlammenwerpers. Zoals je wellicht al kunt voorstellen was de temperatuur in het Sportpaleis al ettelijke graden in de lucht gegaan.

Afsluiter was “Pussy” waarbij Till een schuimkanon in de vorm van een mannelijk lid bestuurt waarbij hij het publiek op de voorste rijen onder het schuim spuit, over interactie met het publiek gesproken opnieuw
J

Een zeer gesmaakt optreden met een zalige setlist en een showspektakel om U tegen te zeggen! Rammstein, Sie waren eine Wucht von Größe!!!

Organisatie: Live Nation

Rodrigo y Gabriela

Area 52

Geschreven door

Area 52 - Rodrigo Y Gabriela and C.U.B.A.
Het virtuoze Mexicaanse gitaarduo Rodrigo (Sanchez) y Gabriela (Quintera) zijn al zo’n twintig jaar samen. Ze beschikken over een sublieme techniek,  vingervlugheid en finesse. Ze staan garant voor een meesterlijk en geniaal gitaarschouwspel. Ze kwamen in de belangstelling bij ons in 2005 door hun flamenco-interpretaties van Metallica en Led Zeppelin nummers.
Ondertussen zijn ze een eigen weg ingeslagen. Ze houden van variatie en gaan op deze plaat breder met latino en jazz. Een kijk op Cubaanse muziek onder meer en ze palmen op die manier Havana in: Hun akoestisch en elektrisch gitaarspel wordt aangevuld met een dertienkoppig orkest, percussionisten, toetsenisten, blazers en strijkers . Overwegend zijn het lange broeierige nummers, die swingende opstoten kent  en niet vies zijn van Santana sentiment . Op z’n geheel boeiend, maar toegegeven, deels vermoeiende trip.

Little Trouble Kids

Adventureland

Geschreven door

Of ze nu Torhout of Gent in de aderen hebben, het duo Little Trouble Kids heeft een dijk van een nieuwe cd uit . We zijn onder de indruk van hun ‘Adventureland’, die eenvoudigweg door een gitaar van Thomas Werbrouck en de stompbox van de percussioniste Eline Adam worden bepaald. De rauwe energie, de ‘in your face’ - no-nonsens- rock’n’roll  klinkt broeierig en gestroomlijnd.
De poulains van Triggerfinger plaatsen zich meteen naast de oude White Stripes , The Kills en Blood Red Shoes en ademen de frisse aanstekelijkheid van de Ting Tings. Een live energie om U tegen te zeggen met twee harmonieuze stemmen . Luister maar eens naar de rauwe rockers “Left right left”, “Anyways” , “Straight a’s”, “Marching blues”, “Sacred bone”  en “Kids in amusement parks”. En ze kunnen zich moeiteloos in bochten wringen met een gevoelig “Drunken eyeball” of een noisy “Let’s get together” .
Geflipte garagerock, ruw, smerig maar  catchy, melodieus en treffend. Twaalf minimalistische nummers die een trip vormen in hun ‘Adventureland’ .
Dit verdient een dubbele Cheers als we hen op café tegenkomen!

Feist

Metals

Geschreven door

Leslie Feist uit Canada debuteerde in 2004 met ‘Let it die’, en zorgde samen met Joan Wasser (JAPW) en Cat Power voor een staalkaart van getalenteerd vrouwelijk singer/songwriterschap. Enerzijds horen we mooie, intieme, breekbare, dromerige songs bepaald door akoestische gitaar en piano , die opbouwend en forser kunnen zijn, gedragen door haar gevoelige stem , gelinkt aan Joni Mitchell.
Ze kwam in de spotlights door “1234” die in een Ipod reclame werd gebruikt en vervolgens met James Blake’s versie van haar “Limit to your love” .
De derde cd ‘The Reminder’ ging op die manier niet onopgemerkt voorbij en de recente vierde cd ligt in het verlengde met die vertrouwde aanpak van intens broeierig materiaal, dat laag per laag kan opbouwen  en kan ingekleed worden door blazers, toetsen, percussie en backing vocals . Het levert pareltjes van songs op, “The bad in each other” , “A commotion”, “Undiscovered first” , “Comfort me” en de single “How come you never go there” . Ook de sober gehouden, ingetogen nummers “Caught a long wind”, “Bittersweet melodies”, “Anti-pioneer”, “Cicadas & gulls” (link met Low)  en “Get it wrong, get it right” weten te raken.
Feist mag dan populairder en bekender zijn geworden, ze doet het volgens haar voorwaarden om te overtuigen . 12 nummers, 50 minuten puur sing/songwriter ‘vak’ manschap . Sjeik!

The Jayhawks

The Jayhawks - Vakmanschap is niet altijd meesterschap

Geschreven door

Minneapolis, Mon Amour: het zou een songtitel van Stijn Meuris kunnen zijn, maar het is bovenal een fraaie AB concertreeks die de spotlights richt op één van de belangrijkste epicentra van de Noord-Amerikaanse alternatieve rock scene. The Trashmen, The Replacements, Hüsker Dü, Soul Asylum, Babes In Toyland, Semisonic,...: iedere zichzelf respecterende rockadept weet intussen dat er iets bijzonders in het water van de City of Lakes zit. In bovenstaand rijtje passen ook The Jayhawks, een groep die zoals alle goede dingen in het leven in verschillende versies bestaat. Met zanger/gitarist Mark Olson aan boord was de band in de early 90ies verantwoordelijk voor een revival van de close harmony folkrock, zonder Olson werden The Jayhawks langzaam maar zeker een stuurloos schip onder het bevel van de overgebleven sterkhouder Gary Louris.
Een paar jaar terug kruisten Olson en Louris terug elkaars muzikaal pad, en voor ze het goed en wel door hadden , bevonden ze zich samen met een aantal andere originele Jayhawks kompanen in de studio om een nieuw album in te blikken. ‘Mockingbird Time’ is duidelijk meer dan een fraaie reünieplaat geworden, ze laat bovenal horen dat de tandem Olson-Louris nog een flink eindje kan meefietsen met de Fleet Foxes van deze wereld.

The Jayhawks kregen afgelopen dinsdag de eer om Minneapolis, Mon Amour op passende wijze af te sluiten, maar de diesel van Olson en Louris was duidelijk nog niet warm gelopen toen een slordig en futloos “Wichita” uit hun magnum opus ‘Hollywood Town Hall’ (‘92) werd ingezet. De elektrische gitaar van Louris miste de nodige punch en ook bij Olson was enige bevlogenheid aanvankelijk ver te zoeken. Na een middelmatig “Take Me With You (When You Go)” vreesden we zelfs heel even dat de mot er voor de rest van de avond zou blijven inzitten, ook al omdat de rest van de groep een bezadigde indruk gaf.
Eigenaardig genoeg keerde het tij pas bij de nummers uit de nieuwe plaat ‘Mockingbird Time’, zoals “Closer To Your Side” en het bescheiden radiohitje “She Walks In So Many Ways”. Voor het eerst zat de close harmony tussen beide frontmannen echt goed en deden ze hun reputatie van folkrocking Everly Brothers alle eer aan.

Geen mens die echter nog maalde om de valse start toen een heerlijk melancholisch “Blue” uit de boxen rolde. Met voorsprong de beste single die The Jayhawks op hun geweten hebben, en ook in de AB goed voor één van de hoogtepunten van de avond. De groep hield dit momentum vast met het innemende “No Place”, één van de oude Mystery Demos die vorig jaar aan de reissue van ‘Tomorrow The Green Grass’ werden toegevoegd. Met de nieuwe songs “Tiny Arrows” en “Black-Eyed Susan” bewezen Olson & Louris bovendien dat ze ook anno 2012 in de back catalogues van Flying Burrito Brothers, Byrds en Buffalo Springfield nog steeds genoeg ingrediënten vinden om hun eigen tijdloze countryfolk te brouwen. Klassieke oudjes als “I’d Run Away” en “Two Hearts” moesten qua spankracht en souplesse het zelfs afleggen tegen het nieuwe werk.
De gezapige countryboy Olson en de overgeconcentreerde Louris kon je de ganse set door moeilijk beschuldigen van overdreven enthousiasme. Daarvoor waren hun bindteksten immers te bescheiden en kleurden hun gitaren te weinig buiten de lijntjes om de overigens goed gevulde AB echt te doen vonken. Helemaal op het eind van de set vielen beide heren toch één enkele keer uit hun rol. Toen de guitige Chuck Prophet de rangen kwam vervoegen tijdens het obscure gospelcountry niemendalletje “Up Above My Head” waanden we ons heel even in de evangelische kerk, met Olson in de rol van publieksmennende predikant.

Tijdens de bisronde kregen zowel drummer Tim O’Reagan als Olson elk een vrijgeleide om met respectievelijk “From Tampa To Tulsa” en “How Can I Send Tonight (There To Tell You)” één van hun eigen schrijfsels te brengen. Oerdegelijke nummers, dat wel, maar het publiek bleef toch halsreikend uitkijken naar meer radiovriendelijk voer. Dat kwam er ook, met “Waiting For The Sun” en het van Grand Funk geleende “Bad Time” waarmee het doek definitief viel over Minneapolis, Mon Amour.
The Jayhawks daarentegen zijn, op grond van hun knappe come-back plaat, nog niet aan het einde van hun Latijn maar kunnen op het live front wel een dosis spierversterkende middelen gebruiken.


Opwarmer van dienst Chuck Prophet is voor vele Jayhawks fans ongetwijfeld een oude bekende. Sinds het verscheiden van Green On Red leverde de robuuste singer-songwriter een trits indrukwekkende soloplaten af die net als het werk van Olson en Louris stevig geworteld zijn in de Amerikaanse rock, country en folk traditie. Zonder zijn begeleidingsband The Mission maar met het nagelnieuwe album ‘Temple Beautiful’ onder de arm, opende een goed gemutste Prophet met “Let Freedom Ring”. In tegenstelling tot zijn makkers van The Jayhawks kreeg Prophet meteen de juiste live vibe te pakken, en stond die tijdens zijn halfuur durende set eigenlijk nooit meer af.
We noteerden “The Left Hand And The Right Hand” en “I Felt Like Jesus” als knappe nieuwe songs, maar het meest beklijvende moment had de Amerikaan opgespaard tot helemaal op het eind. Uit de vergeten parel ‘Age Of Miracles’ (‘04) diepte hij het funky ingekleurde “You Did (Bomp Shooby Dooby Bomp)” op, waarmee Prophet het duffe en kleurloze imago van het singer-songwriter metier met de nodige zin voor avontuur van tafel veegde. Nu enkel nog hopen dat de organisaties van Cactus en Dranouter ook meelezen, en het wordt weer een schitterende festivalzomer.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Hooverphonic

Hooverphonic With Orchestra – Wolfs in schapenvacht

Geschreven door

Hooverphonic With Orchestra – Wolfs in schapenvacht
Goede wijn behoeft geen krans, zeker niet als die jarenlang op eiken vaten gerijpt is. Al vijftien lentes was het een natte droom van Alex Callier om de Hooverphonicsongs een orkestjasje om te doen. Het werd een smoking, een gala-avond om u tegen te zeggen. En voor wie er nog aan twijfelde, een gloriërende Callier herhaalde het tot tweemaal toe: Noémie Wolfs is ‘The Voice of Belgium’.

Een applausjesfeestje, de hele avond lang. De complimenten vlogen op het podium van links naar rechts en van voor naar achter. Maar het was (meer dan) terecht. De vele muzikale vruchten van Hooverphonic werden uitgestrooid op een banket van klasse en intensiteit die de Antwerpse Koning Elisabethzaal achteraf spontaan recht deed veren.
Klasse dus. Zelfs de PA-man moest verplicht een kostuum aan, want de veeleisende frontman van Hooverphonic staat voor details, voor echtheid in zijn retrostijl, maar telkens ook voor klassiek. De hele groep en de dirigent in witte pakken met zwart hemd en dito schoenen, het 42-koppige orkest erachter in zwarte kostuums en de lady die de dans leidde zelf in een zwart-witte, visgraat-baljurk.
Ze stond er. Van minuut 1. Voor het gordijn zich opende, helemaal alleen, met de inzet van “Battersea” waarin pianist Remco Kühne inviel. De toon was gezet, maar die zou zich ontspinnen in hoogtes en laagtes, in breed en smal, in opzwepend en ingetogen.
Sensueel ook hoe La Wolfs als een diva voortschreed, haar staander streelde en schijnbaar hooghartig de zaal overgoot met klanken die bijna helemaal deden vergeten dat Hooverphonic vroeger Geike Arnaert was. Wolfs deed het met de juiste handjes, de juiste pasjes, de juiste hoofdbewegingen, maar vooral met haar juiste stem, soms gepast uitdeinend op een echo.
Het gordijn rolde open op “One, two, three” en we waren vertrokken voor een aaneenrijging van de bekende (en minder bekende) songs die stuk voor stuk een ander arrangement kregen. Soms gedurfd, af en toe braaf. Gedurfd was in elk geval de cover van “Unfinished Sympathy” van Massive Attack: Wolfs alleen met pianist Kühne voor het orkest.
We onthouden nog een knappe versie van het enige uptempo nummer “The World is mine” met de blazers in de hoofdrol en een zwoele “2 Wicky”, dat na anderhalf decennium onverslijtbaar mooi blijft, en “George’s Café”  met een westerkantje aan. Op “Jacky Cane” stapte de zaal klappend mee de intro in, wat de strijkers subliem overnamen.
Callier – samen met gitarist Raymond Geerts de enige authentieke Hooverphonic - kon het af en toe niet laten om eens om te kijken en triomfantelijk te glunderen toen hij zag dat het goed was. Hij viel in zijn vrij grappige bindteksten over het niveau van zijn eigen Nederlands en liet - op die tweede avond van hun reeks van zes die al allemaal uitverkocht waren - zijn cassante geest vechten met recensist Bart Steenhaudt , die hem had willen horen zwijgen in plaats van wauwelen en zingen. Maar ook met zijn leadzangeres die hem verschillende malen woordelijk prompt van het podium veegde.

Tot tweemaal toe bejubelde Callier zijn Wolfs in schapenvacht als ‘The Voice van Belgium’, waarna hij zich verontschuldigde bij zijn twee overgebleven kandidates in ‘The Voice Van Vlaanderen’ (Iris Van Straten en Joke Vincke) die in de zaal meegenoten. ‘Is het nu al gedaan? Zo rap?’, vroeg Iris zich na kop een uur luidop af toen de groepsleden zich voor een eerste keer terugtrokken.
Maar ze bisten nog intens met een breekbare versie van “Sometimes” en een super gestileerd “Eden” en “Renaissance Affair”. Een tweede bisronde begon met een instrumentaal nummer dat Callier deed terugdenken aan Serge Gainsbourg die hem ooit met het orkest-met-strijkers-virus besmette om dan helemaal af te sluiten met “Danger Zone”. Na een anderhalf uur, meteen een sollicitatie om de soundtrack van de volgende James Bond-film te mogen schrijven (had Callier zich halfweg al laten ontvallen).

Voor de (snelle) geïnteresseerden: op 26 oktober is er een extra gig in het Antwerpse Sportpaleis.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/hooverphonic-with-orchestra-07-03-2012/

Organisatie: Greenhouse Talent

Beirut

The Rip Tide

Geschreven door

Beirut heeft na de 2EP ‘March Of The Zapotec/Realholland People’ terug een cd uit, die nauw aansluit bij hun eerste twee platen ‘Gulag Orkestar’ (06) en ‘The flying club cup’ (07). De talentvolle sing/songwriter Zach Condon, uit Albuquerque, New Mexico brengt verschillende culturen samen van zigeunermuziek uit de Balkan, wereldse ritmes en melodieën, indiefolk, americana en pop.
Die ‘Balkan’ Pop wordt hier verder uitgediept en de folklore of de elektronica die we op de EP’s hoorden is tot een minimum herleid . Wat we horen zijn negen spannende, evenwichtige songs , ritmisch en melodisch. Ze zijn sfeervol en broeierig, krijgen kleur door de toevoeging van trompet – tuba- trombone en piano en worden gedragen door die melancholisch, dwarrelende stem van Condon. De single “Santa fé” springt er wat uit , maar het is aangenaam luisteren naar “A candle’s fire”, “Goshen” en de ietwat forsere opbouwende aanpak van “Payne’s bay” en “Vagabound” .
Heimwee muziek met een volkse component, die friste en luchtigheid uitstraalt. Het maakt van ‘The Rip Tide’ een uitermate puike plaat!

Iceage

New Brigade

Geschreven door

Het Deense Iceage heeft een debuut uit van twaalf songs; een debuut dat nog geen half uur duurt . Bijna allemaal twee minuten songs binnen een postpunk kader , die rauw, rammelend & noisy zijn, soms wat ontstemd, met een laag feedback erover . Kort, krachtig , energiek en fel, tuimelend in een bed van Wire, Black Flag, de wave van Joy Division en de grunge van Nirvana .
‘New Brigade’ kan worden geïnterpreteerd als één muzikale trip. Het is van een bandje die live lak heeft aan alles …

Tindersticks

Tindersticks - Tristesse met kleurschakeringen

Geschreven door

De lente hing in de Brugse lucht, maar binnen in het Concertgebouw klonk die avond muziek waarin de herfst maar geen afscheid wou nemen. De solo uitstapjes van zanger Stuart A. Staples, gevolgd door enkele personeelswissels, hadden sommigen nochtans doen twijfelen aan de toekomstperspectieven van Tindersticks. Maar al vanaf opener “If You’re Looking For A Way Out” kon iedereen opgelucht ademhalen: live hebben deze stijlvolle muzikanten nog altijd niets ingeboet aan ingetogen ‘pop noir finesse’ en ook de bariton van frontman Staples leek sensueler dan ooit te klinken.

Het kwintet uit Nottingham speelde die avond geen ‘greatest hits’ show, wel veel nieuwe nummers die stuk voor stuk illustreerden dat ze met hun jongste album ‘The Something Rain’ opnieuw een pareltje toevoegen aan hun rijk gevulde, melancholische oeuvre. Hoopgevend dat een band ook na negen studioplaten kan blijven boeien en een schare trouwe fans inspireren!
Door het subtiele samenspel van orgel, gitaar, bas en drum, die eerder gestreeld werd dan gemept, broeide onderhuids een jazzy sfeertje tijdens “Come Inside”. De uitnodigende nachttrompet op het eind van het nummer deed iedereen overstag gaan om aan te kloppen voor zoveel behaaglijkheid.   
Ook “Chocolate”, de opener uit het nieuwe album waarop toetsenist David Boulter een ranzig relatieverhaaltje debiteerde, klokte af op meer dan tien minuten maar verveelde geen seconde.
Wie trouwens beweert dat Tindersticks uitsluitend verzwelgt in deprimerende tristesse is ofwel van kwade wil of mag zich dringend een paar nieuwe oren aanschaffen. Het donkere kantje blijft steeds aanwezig, maar subtiele schakeringen verrijkten de sound van het gezelschap. Op “This Fire Of Autumn” bijvoorbeeld, dat met een licht funky gitaartje enige dans lust los bracht in de zaal, of op “Slippin’ Shoes” waarin zelfs een reggae geurtje op te snuiven viel.  
Het bezwerende, door een blazer aan flarden gereten “Frozen”, ook al uit de nieuwe plaat, bleek de ruggengraat van de set, waarin ook “Psychosis” (uit het ‘Waiting For The Moon’ album) als vanouds knipoogde naar The Velvet Underground en  Yo La Tengo. 
Toch was dit optreden niet geheel vrij van kleine minpuntjes. Al leent de muziek van Tindersticks zich niet echt tot luchtige intermezzo’s, iets meer interactie zou de afstandelijkheid met het publiek in het ruim bemeten Concertgebouw verkleind hebben. Bovendien gaven ze er inclusief twee bisrondes al na anderhalf uur de brui aan. Vanuit onze comfortabele fauteuils hadden we een half uurtje extra nochtans enorm geapprecieerd.
Al was het laatste bisnummer “Medicine” er wel eentje dat we iedereen willen voorschrijven en dat een uiterst aangename bijwerking had op ons gemoed.

Tindersticks, het blijft een verslaving waarvan het ondanks medicijnen moeilijk afkicken is.

Organisatie: Cactus Club, Brugge

The Fall

The Fall - Gek of geniaal ?

Geschreven door

De ultieme cultgroep, kunnen we misschien wel zeggen. Geen band die sinds 1979 al de ene plaat na de andere uitbracht (zo een dikke 40 stuks,’Ersatz’ heet de nieuwe), daarop steeds hun eigen halsstarrige zin deden, nooit geliefd geweest zijn bij het grote publiek, maar des te meer aanbeden door freaks en een hoop artiesten uit de alternatieve scene. Een invloedrijke band, altijd in de underground gebleven, daar waar het goed vertoeven is en een figuur als Mark E. Smith volledig zijn ding kan doen. Want, laten we duidelijk zijn, Mark E. Smith is The Fall. Verder is de groep een echte duivenpier geweest in al die jaren.

Mark E. Smith, 55 is ie al (ziet er wel enkele jaartjes ouder uit), moet zowat de meest geschifte  frontman zijn die we ooit op een podium gezien hebben. Hij zong niet één verstaanbaar woord, trok de meest waanzinnige smoelwerken (heeft die man eigenlijk wel tanden ?), had een soort onbegrijpelijke mimiek en gebarentaal (ergens tussen een spastische Joe Cocker en Mr. Bean), zat voortdurend aan de versterkers van zijn muzikanten te prutsen, bewerkte de drums met zijn micro en zong (of liever, bralde) geregeld door 2 micro’s tegelijkertijd. Gek ? zeer zeker, de man heeft zowat het profiel van de super alcoholicus. Geniaal ? Yep, dat ook.
The Fall was vanavond een strak spelende band met nerveuze gitaren, hakkende drums en af en toe nog wat overblijfselen van eighties keyboards. Met het geneuzel van Mark E Smith daarbovenop resulteerde dit in een smerig potje driftige postpunk. Nog steeds compromisloos, dwars en daarom vrij indrukwekkend.
Dit was zo een optreden die we gewoon moesten ondergaan, ons blind starend op die geschifte kerel op het podium en ons afvragend : is die gast nu gek, acteert hij dit of is hij gewoon ladderzat. Het juiste antwoord zullen we nooit weten, moet ook niet, voor ons is The Fall een legendarische band die best wel zijn geheimen en onzinnigheden kan hebben. Prettig gestoord, noemen we dat.

The Fall was tot op heden nog een blinde vlek op ons ondertussen al omvangrijk concert cv. We zijn sedert vanavond een heuse ervaring rijker, dit hebben we ook alweer gehad.

Organisatie: Aéronef, Lille

Neurotic Deathfest 2012 - 2 t/m 4 maart 2012

Geschreven door

Neurotic Deathfest 2012  - 2 t/m 4 maart 2012
Neurotic Deathfest 2012
Reeds voor de 9de maal sinds de eerste persoon een grunt uitspuwde op deze wereldbol was het tijd voor Neurotic Deathfest (2-3-4 maart) in Tilburg. Begonnen als een klein festivalletje, en nu ondertussen uitgegroeid tot een bekend fenomeen waar mensen uit verschillende werelddelen hun agenda op hebben afgestemd. Poppodium 013 is sinds enige tijd de uitvalsbasis waar death- en grindfanaten de liefde voor hun muziek kunnen opsnuiven, met een vijftigtal bands verdeeld over 3 podia.

Toen ik arriveerde was het reeds rond 20u (wegens file in Antwerpen en het zoeken van een deftige parkeergelegenheid), waardoor de 1e band die ik mocht aanschouwen Vomitory was. Deze Zweedse melodische death metal band had er duidelijk wel zin in en nummers als “Terrorize, Brutalize, Sodomize”, “Hollow Retribution” en “Regorge in the Morgue” werden goed onthaald. Het nadeel tijdens deze show was dat na een tijdje het ‘saai’ begon te worden doordat de zang meestal dezelfde toonhoogte haalde, en er te weinig variatie werd gebruikt om de toeschouwers gefocust te laten blijven. Spelen op automatische piloot zonder complexen dus. De zaal was redelijk gevuld, maar blijkbaar waren er nog enkele honderden festivaltickets overgehouden voor deze openingsdag, waardoor redelijk wat lege plekken waren.

Ik trok er mij weinig van aan, en maakte me klaar voor de Nederlandse death/doom band Asphyx. Deze Nederlanders speelden een thuismatch en kregen het publiek redelijk vlot mee in hun enthousiasme. Eind februari werd hun nieuw album “Deathhammer” uitgebracht en dit was dus een grote kans om deze te promoten. Asphyx werd opgericht in 1987, en uiteraard werden ook nummers van onder het stof gehaald zoals “The Rack”, “Diabolic Existence”, “Mutilating Process”, “Last one on Earth” en “Death…the brutal way” van hun voorgaand album. De sfeer zat er goed in en bij sommigen fans deed het ‘Dommelsch’ bier al goed z’n best ;-).

De afsluiter van deze redelijk korte vrijdagavond was DE band waar we reikhalzend naar uitkeken. Napalm Death bestormde het podium, en deed waar ze goed in zijn. Death/grind metal uit de boxen laten knallen en dit op kruissnelheid!! Hun nieuwe album getiteld “Utilitarian” was net ontsproten en vanuit de mond van Shane Embury (bassist) heb ik naderhand vernomen dat dit optreden een soort try-out was voor het promoten van de nieuwe plaat. Een try-out of niet, zanger Barney is de veralgemening van dit indoor festival, want zijn neurotische moves, zijn opborrelende energie tijdens de show en zijn contact met het publiek is subliem en uit de bol gaan is verplicht! Ouwe gouwe en nieuwe (re) hits stonden op de setlist zoals bv. “Scum”, “Suffer the Children”, “Siege of Power”, “Analysis Paralysis” (van hun nieuw meesterwerk), “Incinerator”, het kortste nummer ooit in de geschiedenis van metal nl.“You Suffer” (een kleine 3 seconden), en uiteraard de alom gekende cover “Nazi Punks Fuck Off” van Dead Kennedy’s. De moshpits rezen uit de grond, sommige verlieten al bloedend deze stomende arena, en anderen hadden de tijd van hun leven. Een terechte afsluiter op deze eerste dag! Chapeau!!

DAG 2 - De eerst band Psycroptic op dag 2 van ND was gepland om 15u, maar helaas kon ik niet aanwezig zijn want ik was al mijn opwachting aan het maken in de ‘second stage’ om de Belgische deathgrinders van Leng Tch’e aan het werk te zien. En ik moet zeggen: als ontbijt was deze band de vettigste die ik al heb gehad!! De zanger had vuur in zijn ogen, en waarschijnlijk nog overblijfsels van iets anders in zijn bloed
J, want hij ging tekeer als een beest. Het publiek werd uitgedaagd, de klank was hevig, en zelfs een toeschouwer mocht samen met de frontman een duetje doen. Hits als “1-800-Apathy”, “Derisive Consience” en de kraker “The Fist of Leng Tch’e” waren voor mij de beste nummers tijdens het half uurtje dat hen gegund werd. België boven zou ik zo zeggen ;-)

Vanuit de warme zaal ging ik naar het hoofdpodium om een blik op te vangen van Acheron. Totaal ongekend voor mij, en na een tiental minuten had ik al in het snotje dat deze muziek voor mij niet weggelegd was. Logge black/ death metal, anti-religieus, muzikanten die erbij stonden als waren ze standbeelden, …met daarbovenop nog een slechte klank ook…met als gevolg dat ik er rap de brui aan gaf.

Ik spoelde de slechte smaak weg met een jupiler op één der terrasjes om de hoek van de 013 om tijdig terug te staan vol goeie moed om het optreden van Origin te aanschouwen. Blijkbaar hadden de andere bands op de diverse podia niet veel om het lijf, want de zaal stond voor aanvang propvol voor deze Amerikanen die technische brutal death metal aan de man brengen. Hun optreden was hard en brutaal, zoals we gewend zijn van deze band. De zanger zocht nadrukkelijk de fans op, terwijl bassist Mike Flores zijn instrument alle hoeken van de kamer liet zijn. Voor diegenen die Origin nog nooit live hebben aanschouwd, kan ik u verzekeren dat hij de man is die direct in het oog springt!
Blijkbaar hadden ze veel verrassingen in petto, want één song werd opgedragen ter ere van iemands  verjaardag (die naam is mij helaas ontslipt), en ook een zangeresje mocht haar steentje bijdragen tijdens een nummer. Iedereen werd tijdens één van de laatste nummers met verstomming geslagen, want zanger Jason Keyser (pas sinds 2011 zanger van Origin) deed een aanzoek voor een ‘silence moshpit’…dus in feite een moshpit zonder klank. Grappig om te zien, maar ook niet meer dan dat. Alvast was dit een goed optreden en nummers als “Swarm & Soligia”, “The Aftermath”, “Purgatory” en “Conceiving Death” waren de smaakmakers i.m.o.

Volgende band op mijn te-zien-lijstje was de Duitse band Morgoth. Sinds vorig jaar is de reünie van deze band een feit en waarschijnlijk was dit de reden waarom deze band op het hoofdpodium geprogrammeerd stond. Buiten de opvallende groene lenzen van Marc Grewe vond ik deze old school death metal band flauw. Een tegenvallende prestatie, en naar de reacties dat ik opving tussen het publiek was ik blijkbaar niet de enigste.

Putrid Pile (een glimp heb ik hiervan opgevangen van deze soloartiest vergezeld van een drumcomputer en een micro waarin hij krijst) en Within the Ruins stonden geboekt in de kleinere zalen, maar ik koos vroeg positie om Anaal Nathrak mij te laten overtuigen van hun kunnen. Helaas was de klank opnieuw niet al te denderend (slechte geluidsman?) en maakte de drummer af en toe een foutje. De zanger rolde op en af het podium en kroop geregeld dicht bij de voorste rij fans om een groepszang te doen. Deze black metal/grind viel best te pruimen ondanks de mindere klank, en tijdens de hoge uithalen van zanger Dave Hunt (aka V.I.T.R.I.O.L.) schoot de naam van Tim ‘The Ripper’ Owens mij constant door het hoofd. Een duidelijke illustratie hiervan was hoorbaar in het liedje “In the Constellation of the Black Widow”.

In de 2e zaal was het tijd voor Carnifex. De screamy deathcore van deze mannen uit Californië is leuk te aanhoren in het begin wegens de snedigheid en de breaks, maar na een tijdje klinkt het allemaal hetzelfde. Een optreden om niet te lang bij stil te staan.

Na mijn avondmaal keerde ik terug naar de 013, want de tijd was gekomen om Suffocation los te laten in Tilburg…
Opnieuw een goed uitgekozen headliner om het hoofdpodium mee af te sluiten! In tegenstelling tot  sommige andere bands was de klank hier wel uitstekend. Een bomvolle zaal (wat had je anders verwacht), oude hitjes bij de vleet, hyperriffs, een fenomenale brulboei op het podium, …alle ingrediënten waren aanwezig om van deze show te genieten. Er werd bij de samenstelling van hun setlist vooral nummers gekozen uit hun 1e vier platen waarbij nummers als “Catatonia”, “Funeral Inception”, “Infecting the Crypts”, “Pierced from within”, “Effigy of the forgotten” en “Abomination Reborn” werden gespeeld. Tussen de verschillende songs door werden constant bijhorende verhaaltjes verkondigd, waarbij hij zelfs zijn dochter betrok om het onderwerp ‘teenagers’ aan te snijden. Ondanks de goeie show was er een minder kantje aan het optreden want Frank Mullen kondigde aan dat hij in de toekomst niet volledig kan deelnemen aan de komende tour en er reeds een vervanger werden gevonden. Hopelijk geen vooraf aangekondigd afscheid…

DAG 3 - Zondag was aangekondigd als bloody Sunday, want er zaten enkele pareltjes tussen de geprogrammeerde bands!
Ik trapte af met Debauchery, Duitsers met een mix van death en rock’n roll. Qua lyrics vond ik deze band niet veel voorstellen (vele zinnen werden tot vervelens toe herhaald), maar instrumentaal had deze band wel iets te bieden. De muzikanten, met bloed besmeurde gezichten, en de vrouwelijke gitarist die zelfs gekozen had voor rode haren, hadden er duidelijk wel zin in ondanks de weinige toeschouwers. Deze band bezit een lekkere groove maar is een band die nog zal moeten groeien in de toekomst.

Ik besloot het laatste nummer van deze Duitsers niet meer mee te pikken, maar mij onder de kijklustigen van het Belgische Aborted te voegen. Een strak plan, want deze set was overdonderend. Hun optreden was vooral gericht op hun nieuwe schijf “Global Flatline”, maar de meeste hits werden toch gespeeld! Smaakmakers waren “Dead Wreckoning” en het fantastische “The Saw & the Carnage Done”! Een verdiende plaats op het hoofdpodium en hoogstwaarschijnlijk zal deze band opnieuw wat zieltjes gewonnen hebben met deze dijk van een prestatie!

Misery Index speelde om 18u30, had een goed gevulde zaal voor zich, maar speelde helaas teleurstellend in mijn ogen. Routine, routine en nog eens routine, meer was er niet op aan te merken. Het hoogtepunt voor velen was dan waarschijnlijk de taart die zanger Jason Netheron in zijn smoel gedropt kreeg als verjaardagsgeschenk.

In de kleinere zaal was het de beurt aan Suicidal Angels, een Griekse thrash metal band waar ik helaas nog niks van gehoord had…en wat een geluk dat ik beslist had om deze band eens te checken!!
Combineer Kreator met Sodom, voeg een vleugje Slayer toe en de strakheid van Destruction, en je hebt deze destructieve engelen als resultaat. Qua volk waren er weinig mensen te bespeuren en deze hadden allemaal ongelijk (waarschijnlijk omdat dit een specifieke thrash band was en niet echt death-metal – kort gesteld het zwarte eendje van het weekend) ! Headbangen was verplicht op de tonen van deze muziek en de moshpits ontsproten in overvloed. De zanger klonk venijnig, de gitaarsolo’s vlogen rond je oren en de drums waren overdonderend…voor mij alvast de verrassing van de dag, en Suicidal Angels heeft er een fan bij!!!

Na deze topper ging ik richting Legion of the Damned. In een ver verleden was de naam van deze band nog Occult die black/thrash metal produceerde, maar sinds 2005 hebben ze niet alleen een naamsverandering ondergaan, maar werd ook het muziekgenre aangepast. Tegenwoordig valt deze band onder de noemer death/thrash metal.
Soit, na de bandhistorie, de muziek zelf die onder de loep werd genomen…op het eerste gehoor klonk het nog lekker weg, naarmate de nummers zich opstapelden vulde de zaal zich ook meer en meer…lekker uitbundige band, meer thrash gericht dan death, maar helaas ook spelend op automatische piloot, en dat was er ergens wel wat aan te horen. Weinig speciale dingen, voorgeprogrammeerde zinnetjes die verkondigd werden, gewoon hun set afhaspelen en meer niet. Ik vertrok bij hun gekende hit “Sons of the Jackal”, want ik wou paraat staan voor de brutale hamer van Blood Red Throne.

Blood Red Throne: Het was lekker warm in de zaal, want hij stond nokvol om deze Noren te aanhoren. Een bijna zo goed als volledig vernieuwde line-up sinds hun ontstaan in 1998, dus ik was eens benieuwd. Het optreden begon heel slecht, frontman Yngve Bolt Christiansen stond wat te zwalpen nog voor het optreden begon, zoop nog enkele Hollandse bierblikjes leeg en verkondigde bij de start dat iedereen die op dit festival aanwezig was moest blowen…dit gezegd zijnde weet ik ondertussen ook al dat hij niet ‘nuchter’ op de bühne stond. Het openingsnummer ging volledig de mist in, want de vocals kwamen onverstaanbaar uit de boxen (lees: veel te stil)! Dat is toch iets dat een band of hun geluidsman zou mogen checken voordat het optreden begint. Blijkbaar hadden ze het nog vlotjes door, zodat de ruige strot de boel kon beginnen opzwepen. Vanaf toen gingen alle registers open, schoot de zanger wakker en waren we vertrokken voor een vettig potje death metal, the way it should be
J, met voor mij de terechte uitschieter “Taste of God” die de grond deed daveren. Buiten de moeilijkheden in het begin was dit toch een heel geslaagd optreden van deze Noren.

Behemot was reeds begonnen, en hun motto was duidelijk: het oog wil ook wat. De micro-statieven waren gedecoreerd met beelden slangen, de schmink was zorgvuldig aangebracht in accessoire met hun kostuums en op de achtergrond waren diverse albumhoezen te aanschouwen die roteerden. De zanger Nergal kreeg in 2010 de diagnose dat hij leukemie had (zo wordt toch in diverse media verkondigd), waardoor er dus in de afgelopen tijd weinig of geen optredens van Behemoth te bezichtigen waren. Vandaag was hij dus wel van de partij, maar zijn stem heeft volgens mij nog wat te lijden onder zijn herstel. Volgens mij was echt iedereen afgezakt naar deze Poolse black/death metal keizers. Een best-off set werd gespeeld en hun optreden ging gepaard met een duister gevoel. Kippenvelmomenten waren aanwezig en iedereen luisterde vol bewondering naar hits als “Moonspell Rites”, “Lucifer”, “Slaves Shall Serve en “23 (the Youth Manifesto)”. Opnieuw een gesmaakt optreden!

Vlug een jupiler op het nabijgelegen terras gedronken, om de point final van dit weekend te ondergaan! Cannibal Corpse, de Amerikaanse death metal band die al meer dan twintig jaar meedraait aan de top, meer dan 10 studio albums uit hun hoed heeft getoverd, en in maart 2012 hun nieuw werkstuk getiteld ‘Torture’ zal uitbrengen. Wat kan een mens nog meer wensen om dit driedaagse evenement af te sluiten??!!
De show werd in gang gezet en het publiek ging in extase.
Onder de woorden van zanger George Fisher (aka corpsegrinder): ‘you’ve got to headbang and mosh, or I will come out there and make you, and you don’t want that’ gingen de poppen aan het dansen. De brute nummers “Make them Suffer”, “the Bleeding”, “Priest of Sodom” (opgedragen aan de zanger van Acheron), “Unleashing the Bloodthirsty”, “Scourge of Iron” en zoveel meer zorgen voor de nodige oorlog! Uiteraard waren de hitjes ook van de partij, en werden de fans uitgedaagd voor een potje ‘headspinning’ tijdens “Hammer Smashed Face”. Als almachtige heerser van deze techniek was het overduidelijk dat corpsegrinder het pleit beslechtte. Zoals bij ieder optreden werd ook het nummer “Fucked with a Knife” opgedragen aan alle vrouwen in de massa aanwezigen, gepaard met de boodschap dat hij bloedt uit zijn pik via het nummer “I Come Blood”. “Hammer Smashed Face” werd als laatste nummer aangekondigd, maar de echte fans van deze Amerikanen wisten uiteraard beter. “Stripped, Raped & Strangled” was uiteraard het ultieme hoogtepunt om de laatste band op het hoofdpodium uit te wuiven! Enig minpuntje tijdens dit optreden was het feit dat de gitaren wat beter in de mix mochten, want toen er zang bij te pas kwam vielen de gitaren minder op…

Mijn weekend zat erop, want de trip terug naar België ging nog wel efkes duren, maar voor diegenen die nog een allerlaatste uitleving wilden doen, kon terecht in de tweede zaal van de 013 voor een optreden van Prostitute Disfigurement!

Hierbij wil ik nogmaals op de fantastische organisatie van Neurotic Deathfest wijzen, want deze hebben alles opnieuw voor elkaar gekregen om dit geweldig indoor festival te laten slagen. Alle bands waren present, en het uurrooster werd stipt nageleefd!! Op naar volgend jaar en stay brutal!!

Organisatie: Neurotic Deathest (Nl)

Zita Swoon

Zita Swoon & Group meets de Afrikaanse cultuur

Geschreven door

Anderhalf uur konden we genieten van de versmelting tussen de Europese cultuur van Zita Swoon en de Afrikaanse van Burkino Faso en Mali. Een ontmoeting, een kruisbestuiving die z’n neerslag kende op de cd ‘Wait for me’ met zangeres Awa Démé en balafonspeler Mamadou Diabaté.
We hoorden een stemmig, warm, broeierig, aanstekelijk en energiek kleurenpalet door de afroritmes van de balafon (= een aparte houten xylofoon ) en de dragende stemmen van  Démé (energiek en krachtig) en van Stef Camil (licht krakende, hese stem). Wat werd omringd door een goed op elkaar afgestemde band , met enkele ZS leden , percussionist Amel Serra Garcia en Kapinga Gysel , vanavond op toetsen, die met haar indringende backing vocals kracht bijzette . Het materiaal kreeg verder klankkleur door een tweede percussioniste, Karen Willems (glansrol btw) en de bezwerende gitaarpartijen en - slides van Simon Pleysier.  
… Een Zita Swoon ‘World’ Group als resultaat …

Ze startten soundtrackachtig met de instrumental “Sia slide” op z’n Ry Cooder’s, die een bluesy background had en dan stapsgewijs de worldritmes liet doorsijpelen . Het broeierige , opzwepende “Sabadu” zette dan de toon . Een evenwichtige ontmoeting hadden we van beide culturen met “A ni baara” , “Ala non man di”  en “Nègèn”. “Tasuma/ji , halverwege de set , bracht een eerste échte beweging teweeg door het swingende ritme , waarbij Démé haar danskunstjes tentoon spreidde . Hoogtepunten waren de ‘final’ reeks van hitsende versies van “Taamala fisa”, “Aji majigin” en de instrumental “Ko bènna waati “. Een broeierige spanning dito verrassende wending op z’n Zita Swoon’s hadden we dan eerder in de andere songs, die zelfs een link maakten naar de zydeco/cajun, zonder te tornen aan de traditie van de afroworld.
… Zita Swoon Group was lerend … van een handvol nummers werd de betekenis uitgelegd , een respectvolle interactie tussen Stef Camil en Mamadou Diabaté, wat dankbaar onthaald werd .

Op die manier gidste de band ons doorheen het album ‘Wait for me ‘. Drie nummers kregen we erbij , met o.m.  een staaltje van Diabaté’s meesterlijke spel. Prachtig toch hoe de inspiratie en de opgedane ervaring van Stef Camil zo moeiteloos met wereldmuziek kon verweven zijn . Sjeik!

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/zita-swoon-group-04-03-2012/

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Pagina 388 van 498