Botanique, Brussel - concertenreeks

Botanique, Brussel - concertenreeks 2026Stoned Jesus, Wheel, woensdag 1 april 2026, Orangerie, 20h Oliver Symons, zaterdag 4 april 2026, Witloof Bar, 20h Koma, woensdag 8 april 2026, Rotonde, 20h Son Little, vrijdag 10 april 2026, Orangerie, 20h Chalk,…

logo_musiczine_nl

Trix, Antwerpen - events

Trix, Antwerpen - events - 01 april: Dirty sound magnet - 01 april: Minding dolls, Stryke, Gloom - 02 april: Nova Twins - 02 april: Hifive: Lefty Parker - 02 april: Spoor series: Caroline De Meyer, Dennis Tyfus - 03 april: Deathcrash - 04 + 05 april: Samhain…

Democrazy Gent - events

Democrazy Gent - events Concerten Big next: Leather.Head, Rimov Rimov, Trefpunt, Gent op…

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15418 Items)

Sweet Coffee

My moon (single)

Geschreven door

Sweet Coffee aka Raffaele Brescia en Patrick Bruyndonx zitten terug samen in de studio, werkend aan een nieuwe longplayer, ‘Our Moods’, dat einde 2012 wordt verwacht. Deze plaat wordt een gevoelsplaat waarbij ze volledig hun ding doen in de studio, los van alle formats, het pad van commercie verlatend en volledig binnen eigen beheer.

Hun nieuwe single “My Moon” is al op iTunes verkrijgbaar. UK-zangeres Jackie Jones, vocaliste bij de singles “Where Do We Go” en “Survive” van het vorige album ‘Face To Face’, leende opnieuw haar jazzy soulstem voor dit lekker moody nummer dat momenteel ook al airplay krijgt op Stubru. Meteen kijken we ook al uit naar ander werk dat op de plaat zal verschijnen. Hebben ze definitief de dancescene verlaten of zullen ze het toch niet kunnen laten om ook dansbare tracks op ons los te laten? Download “My Moon” via onderstaande link: iTunes – Music – Sweet Coffee – My Moon (New Single)

Barzin

Peter Doherty – What did you expect from Peter Doherty?!

Geschreven door

Peter Doherty mocht de ’30 jaar Democrazy’ concertreeks aftrappen in de Gentse Vooruit. Het was het 2de optreden op zijn minitour waarin hij de Benelux doorkruiste. Links en rechts had ik al opgevangen dat Peter’s optreden daags voordien in Luxemburg een complete ramp was geweest: drie kwartier te laat en slechts een handvol nummers op 2 uur. Zal hij het dan nooit leren?

Voorprogramma Tiny Legs Tim leverde aardig werk af, onder het goedkeurend oog van Doherty zelf. Midden in diens set stak hij zijn hoofd namelijk door het gordijn, wat wel eens kon betekenen dat hij stond te popelen om er aan te beginnen …

Niks was minder waar, ruim een halfuur te laat kwam hij het podium opgestrompeld in een veel te dikke winterjas en sjaal. Het duurde ongeveer een halve minuut vooraleer ik doorhad dat het getokkel op zijn gitaar de intro van “Last Of The English Roses” moest voorstellen. Na het nummer verontschuldigde hij zich met het excuus dat hij nog maar pas wakker was. Vreemd voor iemand die in de begindagen van Babyshambles tot 7 dagen aan een stuk wakker bleef bij wijze van wedstrijdje met toenmalig gitarist Patrick Walden. (voor de geïnteresseerden: Pete won en verklaarde later dat het much more hardcore is dan crack en heroïne). Vervolgens kreeg hij van een fan een schilderij.  En zo kreeg hij wel meerdere ‘cadeaus’ toegeworpen. Een greep: zeep (zo slecht zag hij er nu ook weer niet uit), brieven, een Russische medaille uit het communisme,… Die cadeautjes om de haverklap haalden de vaart, als die er al was, uit het optreden. En eigenlijk zou Pete op al die dingen niet mogen ingaan, maar zo is hij nu eenmaal, té goed voor z’n fans.
Na een aantal nummers hield hij het voor bekeken en verdween hij een klein kwartier. Het zag er echt naar uit dat het gedaan was. Maar hij kwam terug, deelde bekertjes uit aan iedereen op de voorste rijen en schonk rode wijn uit. Hij speelde een aantal Libertines-klassiekers als “Can’t Stand Me Now”, “Time For Heroes” en “Don’t Look Back Into The Sun” maar ook minder bekende nummers als “You’re My Waterloo”, “East Of Eden”, “Horror Show” en “At The Flophouse”.
Covers “Twist And Shout” en “The Needle And The Damage Done” behoorden tot de hoogtepunten.

Vlekkeloos gespeeld waren de nummers niet, maar je kan er niet omheen dat het desalniettemin ijzersterke songs zijn. Tegen het einde toe ging het ook allemaal de betere kant op en het leek erop dat hij zijn draai gevonden had en niet meer wou stoppen. En met een anthem als “Fuck Forever” krijg je gewoon altijd de zaal wel mee. Helaas had het overgrote deel van de zaal het dan al opgegeven. Enkel de trouwe (en bijzonder uitzinnige) fans op de voorste rijen zullen echt iets gehad hebben aan dit optreden. Mensen die hem nog niet goed kenden zal hij niet overtuigd hebben en nieuwe fans zal hij bijgevolg ook niet gemaakt hebben.
Na “Fuck Forever” zette hij zich neer om zowat alles te signeren wat hij toegestopt kreeg. Het ging van een concert naar een signeersessie, terwijl het ook al een beetje de vaart genomen had van een comedyshow. (Let’s face it: grappig is hij in ieder geval!) Het was misschien wel meer ‘An Evening with Peter Doherty’ dan ‘Peter Doherty in concert’ maar z’n trouwe fans, die altijd rekening houden met een ‘worst case scenario’, aanvaarden dat ook gewoon.

Peter had duidelijk nog geen zin om te stoppen en pakte zijn gitaar op voor het hoogtepunt. Het wondermooie “Albion”, Libertines klassieker “What Katie Did” en een nieuw nummer sloten de set af. Hij verontschuldigde zich voor het optreden en vroeg of we ‘please, please, please, please, please’ geen video’s op youtube wouden plaatsen en dat hij al ergere shows gegeven had dan deze … maar niet veel.
De slotsom? Peter zoals we hem kennen, want wie een cleane Pete verwachtte kwam bedrogen uit.
Maar eerlijk: ‘what else did you expect from Peter Doherty?!’

Organisatie: Democrazy, Gent

The Black Box Revelation

Black Box Revelation – Jim Jones Review - De gitaren doen het nog

Geschreven door

Jim Jones Revue - Ondergetekende had het immense geluk om  vorige week in Londen in The Venue JJR te mogen hebben doorstaan. Het vijftal, dat zijn naam ontleent aan de obscure sekteleider die begin jaren zeventig een dikke negen honderd volgelingen de cyanidedood injoeg, trakteerde ons op een stomende set waarbij er niet meer of minder blues en rockabilly à la Datsuns en Stooges wordt gespeeld. Noteer hierbij dat er in Londen nog geen Schauvlieghes rondlopen en JJR zich dus geen reet hoefde aan te trekken van het aantal decibels. U begrijpt nu al dat superlatieven zullen te kort schieten.
Bovendien beloofde de zanger dit netjes te zullen overdoen in Brussel. Daarin zijn  Jim Jones Review toch niet voor de volle pond in geslaagd. Reden: Hun set moest korter en stiller, waardoor de  volle ontploffing niet kon komen, en het publiek zat eerder te wachten op de thuismatch van Black Box.

Black Box Revelation: Stipt om negen uur stak BBR de AB in brand met het voor de hand liggende “Set your head on fire”. Wat meteen opviel (naast de muziek dan) was de subliem eenvoudige maar geniale decor en belichting. Met onder andere  “High on a wire”, “Gravity blues”, “Rattle my heart” zat het vuur goed in de lont en konden we met volle teugen genieten van het nieuwe Crazy White Man.
Ook dit is volgens hun gekend recept geschreven: een handvol akkoorden (maximum 4), een doorgedreven drum, een de-octaver voor de bas en enkele loops bouwen alles gelaagd op en Paternoster krast er een paar krijsende solo’s tussen.  
Je kan misschien likkebaardend de gitarist, die er duidelijk zin in had, bewonderen, ikzelf ben ervan overtuigd dat het de drummer is die alles rechthoudt. Achter de PA stond manager Jan Theys als een strenge maar goede huisvader goedkeurend te knikken.
Maar toch begon halverwege de geoliede machine eventjes te sputteren. Hun pogingen om ons van ons sokken te blazen zijn wel meer dan verdienstelijk, hun concept en uitvoering niet bijster origineel en er zijn bandjes genoeg die hetzelfde helaas iets beter doen. Dit zal hun definitieve doorbraak in het buitenland en andere continenten afremmen. Bovendien heeft  Jan Paternoster als gitarist net dat iets tekort om zich te meten met de grote helden, te beginnen met onze binnenlandse Mauro’s, Blocks en Clarysses. Bewijze hiervan het laatste en tevens langste nummer van de set “Sealed With Thorns”. Een overigens prachtig nummer volgens het hierboven beschreven klassieke BBR-recept, maar met in de lange solo mij toch iets te veel schoonheidsfoutjes.  

Een mooie thuismatch, geen hattrick. 

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel  + Live Nation

Dunk!festival 2012 – zondag 8 april 2012 – klassieker binnen het post - …genre

Geschreven door

 

Dunk!festival 2012 – zondag 8 april 2012 – klassieker binnen het post - …genre

Zondag kwamen we pas in de namiddag toe, maar nog net op tijd om Terraformer het beste van zichzelf te zien geven.
Niet op het podium deze keer maar gewoon tussen het publiek. Het was toen reeds de derde dag van dit 'zware muzieken' festival maar dat lieten de reeds aanwezige fans zeker niet aan hun hart komen. Een geslaagde passage van deze Belgische metalband.

Op deze Paaszondag stonden er wat meer klassieke rockbands (zang, gitaar, bass, drum en keyboard) op het programma, bands die live weleens een microfoon durven te hanteren en meer kiezen voor de traditionele songstructuur zonder de riffs, uitgesponnen solo's en gelaagde muziek uit het oog te verliezen natuurlijk .
Dit werd meteen duidelijk tijdens de shows van de Deense bands Sky Architects en Late Nite Venture. Die eerste band was wat mij betreft de ontdekking van dit festival. Qua sound deed deze band me soms denken aan Kings of Leon in hun beginperiode. De stemmen pasten goed bij de energieke songs vol luide gitaren, vette bass sound en loepzuivere drums, die op het einde van de nummers steeds weer leken te gaan ontsporen, maar door de bandleden toch netjes binnen de lijntjes werden gehouden. Knappe set van deze jonge Deense band die er zelf duidelijk ook heel wat plezier in had.
Late Nite Venture heeft al wat meer jaren op de teller staan en klinkt misschien iets minder explosief dan hun jongere landgenoten maar ook zij speelden een set vol goeie, steeds dreigender groeiende songs. Bovendien heeft deze bands al wat klassiekers op z'n naam staan waar ze live dan ook volop gebruik van maken. Geslaagde Deense doortocht op het Dunk!festival.

Daarna bleven we nog even in Scandinavië met de Noorse band The Samuel Jackson Five, een show waar ik al sinds vrijdag naar uitkeek, al was het maar voor de zalig gekozen groepsnaam. Net als z'n Deense halfbroers speelt ook deze band meer een vorm van klassiekere rock, mij deden ze soms zelfs aan Grandaddy denken. Er was veel aandacht voor de drums, percussie en de multi-instrumentalisten lieten zich op het podium volledig gaan. De band bracht hun experimentele stijl met veel verve en nam op die manier de hele zaal mee op een drukke maar meer dan geslaagde krachttour!

Dan was het de beurt aan Atlantis. Deze Nederlandse band is eigenlijk meer een one man project maar live komt de groep toch stevig en strak voor de dag. Ook deze band vormt hun songs laag na laag op om langzaam maar zeker tot een symbiotisch hoogtepunt te komen. Misschien toch wat meer voor de fans van het hardere genre die tijdens de optredens van de vorige bands wat op hun honger waren blijven zitten.

Dunk!festival liep stilaan ten einde, maar gaf er eerst toch nog eens een ferme lap op. De Australische band SleepMakesWaves stond voor het eerst op een Europees podium en was er dan ook op uit om een goede indruk te maken, onder meer door z’n bindteksten in het Nederlands te brengen.
De band was duidelijk blij met de mooie plek op de affiche, het aanwezige publiek en de organisatie van het festival. Op mij maakte deze band nu niet meteen een onuitwisbare indruk maar dat kan meer gelegen hebben aan een teveel aan luide gitaren, reverb en soundscapes dan aan de band zelf.

Afsluiter van Dunk!festival editie 2012 was een grote naam in het genre: 65daysofstatic. De band speelt al meer dan tien jaar zware instrumentele post rock waar vooral de live drums, beats en live sampling een belangrijke rol spelen. De band is misschien wat veel gehypt de laatste jaren maar bracht de zaal in Zottegem toch in vervoering. Het publiek trok zich van de wat commerciële houding van de band weinig aan en ging nog een laatste keer uit de bol. De band bedankte met een extra lange set en zorgde op deze manier voor een uitstekende afsluiter van deze driedaagse gitaarmarathon.

Besluit
Over het festival zelf vallen heel wat goeie dingen te zeggen. Het niveau van de bands die op het podium stonden was straf. Sterke muzikanten die er vaak volledig voor gingen en zelf ook helemaal opgeslorpt werden door hun muziek.
Bands die oprecht blij waren met de opkomst, de sound en de kans het Europese publiek live te bekeren.
Er was drie dagen lang gratis koffie, gratis camping, voldoende publiek en parking en echt steengoede muziek. Waarschijnlijk wel de belangrijkste waardemeter voor een festival. Misschien kan er nog wat vooruitgang worden geboekt qua catering en voorzieningen voor de fans die vaak ook uit onze buurlanden naar Zottegem kwamen afgezakt.
De geluidskwaliteit was echt heel goed, ook al staat er met de beperking van de decibels die voor de deur staat, een moeilijke periode te wachten voor de luidere muziekgenres. Misschien toch nog eens herbekijken die wetgeving…
Dunk!festival heeft terecht zijn plaats binnen de post-rock scène afgedwongen en zorgt hopelijk ook de komende jaren nog voor een pak hoogstaand gitaargeweld.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/dunk-festival-2012/

Organisatie: Dunk!festival, Zottegem

 

Isbells

Isbells – sfeervolle, catchy ‘mijmer’ songs

Geschreven door

De sympathieke bende van Isbells koelde de oververhitte kasseistroken van Paris-Roubaix af. Na de feestvreugde van zo’n helse rit voor onze Tom Boonen, konden we vanavond rustig  in een donker decor nagenieten. Stilletjes uitblazen met kaarslicht, een stukje kaas , een glaasje wijn én de muziek van Isbells op de achtergrond .

Isbells dwarrelt graag in de muzikale leefwereld van Crosby, Stills & Nash ; Elliott Smith, Nick Drake en José Gonzalez. En te situeren, ergens tussen Bon Iver, Iron & Wine, Kings of Convienence, Band Of Horses en Fleet Foxes; zijn ze toe aan de tweede cd , ‘Stoalin’ , die enerzijds akoestisch ingehouden klinkt, maar anderzijds net als Bon Iver durft elektrischer, frisser, krachtiger te gaan , en breder is gearrangeerd, ondersteund van een zachte, zalvende, meerstemmige en hemelse zang, aangevuld met ‘Duyster’-dame Chantal Acda .
Een herfstig klanken palet  en een haard/kampvuur gevoel blijft behouden door de dromerige, innemende, beklijvende songs. De elektrische gitaar, mandoline, steelpedal ( allemaal btw van Gianni Marzo!)  en een uitwaaierende blazer trekken op “Elation” en “Erasure & death” , niet toevallig op het eind van de set te horen, met dubbele percussie, een intens, stevig geluid open. Pakkende melodieën in rijk geschakeerde arrangementen .
Intussen ondergingen we de heerlijke pracht en sprookjesachtige sound van de tweede cd, van de  titelsong “Stoalin’” en “Falling in & out” , die ons lieten meedeinen op de golven van de zee, naar een broeierige “Heading for the newborn” en “Heart attack” , die elan kregen door de subtiele betoverende geluidjes op piano, vibrafoon om uiteindelijk te stranden op de single “Illusion”.  Alles kwam op z’n plaats hier en de gitaarslides en de blazer scherpten het aan.
Het kon nog warmer door de footticks op het podium , “Baskin’” die ze breiden aan “As long as it takes” . ‘Campfiresongs’ die zelfs geen versterking meer dulden .
Op de laatste songs haalden ze nog een krachttoer uit met de leden van Renée, die het samenhorigheidsgevoel onderling én met het publiek versterkte.

Op die manier waren “Reunite” en “Time is ticking” goede afsluiters, want de tijd tikte zachtjes voorbij met de aantrekkelijke, aangename , sfeervolle , catchy ’mijmer’ songs van Isbells ...

Ook de support Renée intrigeerde .Ze moet nog wat onwennigheid overwinnen als ze haar gitaar stemt, maar haar sing/songwriter popsongs zijn om U tegen te zeggen: intieme, breekbare ‘lofi’fluisterpop, met een zachte fluwelen , indringende stem . Songs die vanavond kleur kregen door een heuse band met cello, piano en drums .
Renée Sys heeft de kunst van het songschrijven onder de knie en brengt fijn gearrangeerde composities als “Elegant elephante” en “Belly dancer” . Avondlijke beelden en zachtjes tokkelende regendruppels tegen een zolderraam worden opgeroepen en de huppelende melodietjes op “Tik à tak” en “Dum dum dum” (die ze natuurlijk tot op het eind bewaarde) zorgden voor afwisseling …

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/isbells-08-04-2012/
http://www.musiczine.net/nl/fotos/renee-08-04-2012/

Organisatie: Cactus Club, Brugge

 

Dunk!festival 2012 – zaterdag 7 april 2012 – de Dag van ‘Ontdekkingen’

Geschreven door

Dunk!festival 2012 – zaterdag 7 april 2012 –  de Dag van ‘Ontdekkingen’
Dunk!festival startte in 2005 met slechts drie bands op de affiche, als support voor de lokale basketclub. Nogal een contrast met nu, waarbij in drie dagen tijd maar liefst 23 bands uit 11 verschillende landen het podium op mochten. Op 6, 7 en 8 april haalde VZW Lootgenot dus met Dunk!festival opnieuw heel wat klinkende namen in de postrockscene naar Zottegem.

dag 2 - zaterdag 7 april 2012
We kwamen net op tijd om nog het laatste nummer van het Duitse Kasan mee te maken. Wat we hoorden, klonk niet vernieuwend maar allesbehalve slecht. Hun nieuwe album is trouwens uit op Dunk!Records (waar we het later over zullen hebben).

Daarna was het de beurt aan Lento. Deze Italiaanse band opende met een stevig en energiek nummer, maar kon niet overtuigen. Het duurde even voor we doorhadden wat er precies schorde, maar dan werd het duidelijk dat de muziek noch structuur noch melodie bevatte. Akkoord, er zijn weinig conventies in het postrockgenre, maar wanneer een nummer té chaotisch wordt , dan is het gewoon niet aangenaam luisteren meer. De eer voor meest energieke podiumprésence ging alvast wél naar Lento, maar helaas vielen ze voor de rest een beetje uit de boot.

Na de doortocht van deze Italianen, was het de beurt aan een ander Zuiders land: het Portugese The Allstar Project had van ons een stuk hoger mogen staan in de line-up. De drie gitaren en een bas zorgen voor de verschillende lagen in de muziek, maar opmerkelijk hier was vooral de visuals die gesynchroniseerd liepen met de muziek. Deze waren overigens sterk politiek getint, met onder andere beelden van Amerikaanse staatshoofden, Afghaanse terroristen, armoede in de Derde Wereld, en ga maar door. Deze lijn werd doorgetrokken door in het begin van “Not All A Dream” een sample te gebruiken waarin een tekst van Lord Byron voorgelezen werd. Hier deed zowel de setting van het nummer als de muziek ons denken aan Explosions in the Sky, een van de grootheden binnen het genre. The Allstar Project brengt dezelfde uitgekiende composities zonder in herhaling te vallen, en speelde bovenal een heel strakke set.

Helemaal anders was Vessels. Deze heren uit Leeds (GB) laten zich niet gemakkelijk in een vakje steken. Op het podium zagen we naast enkele gitaren ook een oude Korg synth en twee recentere versies. Uitstekend om de gekende soundscapes te creëren, maar de meerwaarde van deze instrumenten werd pas echt duidelijk tijdens een cover van Nathan Fake. Voor iemand “Blasfemie!” roept: het vijftal bracht een uitstekende versie van “The Sky was Pink”. Het hoeft dan ook niet gezegd dat deze groep veel genres aan kan.
Na praktisch ieder nummer werden instrumenten doorgegeven, maar Vessels overtuigde vooral met het stevigere gitaar- en drumwerk, zonder toevoegingen van allerhande elektronica.

Beware of Safety deed hun naam alle eer aan, toen de elektriciteit in de volledige zaal uitviel tijdens het opbouwen. Het duurde even voor het euvel verholpen was, maar het was het wachten waard.
Van een fragiele melodie, vaak bestaande uit niet meer dan 3-4 noten, begint zich langzaam een volledig nummer te ontspinnen. Hoogtepunt is dan een erg donkere en melancholisch klinkende wervelstorm van overstuurde gitaren. Bassist Tad Piecka kwam bij de groep nadat ze hun eerste EP reeds uit hadden gebracht, maar past inmiddels volledig in het plaatje. Het was ook hij die even een nummer voorzag van tekst, met een schorre stem die van heel ver leek te komen. We hoorden dan ook duidelijk hardcore- en metalinvloeden in de muziek van Beware of Safety.

Het Mylene Sheath-label (bekend van oa. Caspian) stuurde naast bovenstaande groep nog een afvaardiging naar Zottegem, en wat voor een. If These Trees Could Talk werd door vele aanwezigen beschouwd als de kers op de taart op zaterdag. Red Forests, het nieuwste album, kwam begin 2012 uit en deze Amerikanen speelden voor de eerste maal in Europa.
ITTCT begrijpt heel goed wat de essentie van muziek is, zowel voor band als voor publiek. No-nonsense-gewijs speelden ze een dijk van een set, die overigens heerlijk lang duurde. Veel woorden zijn aan deze groep niet vuil te maken: wie geen emotie voelde bij de set op zaterdag, zat niet op zijn plaats.

De dag werd afgesloten door jong Belgisch geweld: Steak Number Eight trok alle registers open. Durfden enkelen het tijdens de namiddag nog aan om te zeggen dat deze groep eigenlijk buiten de categorie postrock valt (overigens, Pelican stond er ook op vrijdag…), dan bleef er van deze kritische geesten niet veel meer over na de doortocht van deze hoop razernij. Openen werd gedaan met een van de hitjes van het eerste album: “The Sea is Dying”. Gedurende de hele set maakte kunstenaar Kris Vandenberge kleine schilderijen met aquarelverf, en dit hele proces werd op de achtergrond geprojecteerd. Bijzonder sterk hoe grafische kunst de muziek in dit geval aanvulde.
Steak Number Eight heeft natuurlijk veel in de schoot geworpen gekregen via hun overwinning om Humo’s Rock Rally in 2008, maar daar teren ze al lang niet meer op. Met hun lange set op het einde van de tweede dag van Dunk!festival bewezen de West-Vlamingen dat ze kunnen blijven vernieuwen, en dat ze vooral het podium niet afgaan vooraleer ze elk drie liter zweet kwijt zijn.
Het nog aanwezige publiek smaakte Steak Number Eight zo goed, dat ze een dubbele bisronde moesten geven (en zelfs dan probeerde nog een enkeling hen opnieuw het podium op te krijgen).

Zaterdag was vooral een dag van ontdekkingen, zonder “grote” namen zoals Pelican op vrijdag en 65daysofstatic op zondag. Niettemin zat de sfeer en de muziek helemaal juist.

Voor wie niet kan wachten tot de editie van 2013 is er goed nieuws.
De organisatie plant op regelmatige basis kleinere shows in Zottegem, onder de naam Dunk!Lite. De eerste editie ging door in maart, hou de website in de gaten voor meer informatie en volgende shows. Daarnaast is er ook het record label, Dunk!Records, die albums van binnen- en buitenlandse bands in het genre uitbrengt. Daarnaast zorgen ze ook voor distributie van ander materiaal in België.
Alsof dat nog niet genoeg is, is er ook de jaarlijkse Dunk!Cinema, waarbij bands aantreden die ondersteund worden door visueel materiaal. Om op te volgen!

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/dunk-festival-2012/

Organisatie: Dunk!festival, Zottegem


Dunk!festival 2012 – vrijdag 6 april 2012 - Gitaargeweld op het 8ste Dunk!festival

Geschreven door

 

Dunk!festival 2012 – vrijdag 6 april 2012 - Gitaargeweld op het 8ste Dunk!festival

Reeds voor de 8ste keer was Zottegem tijdens het paasweekend ‘the place to be’ voor postrock fans aller landen. In tegenstelling tot andere festivals die eerder voor een gevarieerd aanbod gaan kiest Dunk!festival resoluut voor postrock en de aangrenzende subgenres. Met paasmaandag voor de deur kan je er drie dagen aan een stuk terecht voor binnenlands maar vooral ook buitenlands rock talent. Het genre kan rekenen op een stevige schare fans met een groot deel van het publiek dat zelfs uit de buurlanden naar Zottegem komt afgezakt. Dit heeft Dunk!festival vooral te danken aan de sterke internationale uitstraling van de affiche met als hoogtepunt zelfs enkele exclusieve shows op het Europese vasteland.

Het lokale Stories From The Lost was niet meteen een geslaagde opener. Met misschien wat te weinig ervaring op grote podia miste de band vooral kracht en precisie om een goede indruk te maken. Maar leuk van de organisatie om lokaal talent deze internationale affiche te laten aanvoeren.
Daarna was het de beurt aan Mosquito. Dit Leuvense duo bestaande uit een gitarist en een zanger/drummer liet een stevige indruk na. De jongens speelden goed samen en amuseerden zich rot op het podium. Snedige vette gitaarriffs en dito drumwerk zorgden voor een krachtige sound die toch met de nodige finesse werd gebracht. En meer dan geslaagde passage van deze jonge groep!

Een mooi Belgisch visitekaartje want de rest van de avond was internationaal gekleurd met op kop de Duitse band Omega Massif. De band speelt stevige instrumentale downtempo rock die wat mij betrof toch niet helemaal kon overtuigen. De band heeft weliswaar een pak ervaring en bouwt de set mooi op naar een hoogtepunt maar onderweg werden toch te veel schoonheidsfoutjes genoteerd die vooral in de tragere stukken en tempowisselingen naar boven kwamen.

This Will Destroy You was de band die het meeste fans op de been bracht op vrijdagavond. Deze groep uit Texas brengt een mix van ambient en experimentele trash en behoort al enkele jaren tot de top binnen zijn genre. De nummers bouwen zich mooi op van trage dynamische intro's over simpele, mooie melodieën tot heuse 'wall of noise'-achtige proporties. De opbouw van de show was goed en na ruim een uur was de band zeker en vast enkele fans rijker, mezelf inbegrepen. Misschien wat minder ruw en luid dan de andere namen op de affiche en met een eigen orgel-sound en digitale sample box overstijgt deze band het post-rock etiket en zorgde voor hét optreden van deze eerste festivaldag in Zottegem.

Afsluiter op deze eerste avond was de Amerikaanse band Pelican. Deze post-metal band uit Chicago speelt al geruime tijd samen en speelde live een instrumentale mix van oude hits en nieuw materiaal dat niet enkel de fans van het genre kon bekoren.
Het talrijk opgekomen publiek was ook met deze band helemaal mee en zorgde voor alweer een steengoed optreden op het mooie podium van het Dunk!festival.
Een mooie afsluiter van de eerste, kwalitatief hoogstaande avond op het Dunk!festival …

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/dunk-festival-2012/

Organisatie: Dunk!festival, Zottegem

 

Loreena Mckennitt

Loreena McKennitt – Betoverend mystieke engel

Geschreven door

 

Jaren geleden - het zijn zelfs decennia - sleurde een stem van een Sirene ons de grote tent op Dranouter binnen. Het aanblik was - zo mogelijk - nog puurder dan de klank: een hoogblonde engel en een harp onder een fel witte spot. We waren verleid, verloren én gewonnen. Tot zover de herinnering die ons dwong om de Canadese Loreena McKennitt in het Koninklijk Circus voor een tweede keer te gaan aanbidden want voor het eerst in vier jaar (in 2008 was ze ook al op Dranouter) kwam ze terug naar België en Europa bij uitbreiding. Herinnering en belevenis, dat hadden wij en dat brengt McKennitt ook zelf: herinnering aan en herbeleving van een mystiek verleden op een manier waarin emotie en perfectie samenvloeien.

Het is meesterlijk wat ze doet. Zowat alles wat ze doet. Ze is zangeres, componiste, muzikante en zakenvrouw, want nadat ze in 1985 haar eerste album (‘Elemental’) ineen vouwde, volgde een carrière die de hoogte van haar stem nog overtrof. McKennitt is een van de meest succesvolle onafhankelijke muzikanten in Canada. Ze richtte snel haar eigen platenlabel Quinlan Road (1985) op en verkocht intussen haast 15 miljoen cd’s, met ‘The Visit’ (1991) als grootste slokop. Met haar jongste ‘The Wind that shakes the Barley’ keert ze terug naar de essentie van haar eerste album dat ze toen nog in cafés, clubs en op straat verkocht.
Het lijkt een sprookje, net als haar muziek, dat eerder ‘muzaïek’ benoemd kan worden. Ze put uit de Keltische traditie waar ze gedichten als een mozaïek met haar muziek in elkaar legt en oude teksten nieuw leven inblaast. Ze is een gigant in haar genre, al is dat genre moeilijk te labelen. Folk ja – en toentertijd stond ze perfect op het toen nog Folkfestival Dranouter – maar er schuilt zoveel meer in haar muziek. Invloeden en restanten van verschillende stijlen en culturen, zelfs Middeleeuwse en klassieke en mystieke snuifjes, al blijft de Ierse (en Schotse) ondertoon wel de leidraad. De Canadese heeft haar eigen roots ook in de highlands en trok er meermaals naartoe, zo vertelde ze glunderend in de Cirque Royal.
Melancholie is haar handelsmerk in dit alles.  Met de ‘Celtic Footprints Tour’, keert ze effectief terug naar de Keltische muziek van Ierland, Schotland en Engeland. Het valt ook op hoe verschillend haar publiek is, al is de doorsnee fan wel de veertig voorbij, zo stelden we vast begin april.
Haar achtkoppige orkest - onder wie gitarist Brian Hughes, violinist Hugh Marsh en de blootvoetse celliste Caroline Lavelle, de drie ‘vasten’ die mooi naast haar stonden opgesteld net voor de rest van de live band - opende met “Spered Hollvedel”, zonder Loreena zelf, die wat later on stage kwam en zich achter haar grote harp installeerde voor “Morrison’s Jig”.  De heel intieme sfeer werd meteen gecreëerd, mede door de sobere setting met occasioneel een sterrenhemel achter de band en vier kaarslichtbronnen – ook al uit een ver verleden maar met elektrische ‘kaarsen’ ­boven het podium. De lichtshow was minimaal, maar even gefocust als de sterke muzikanten.
La Loreena, die zich zelf grondig verdiept in haar songs, deelde haar historische kennis en betekenissen af en toe met haar Brussels publiek, ook in de vorm van levensanekdotes die zelfs grappig waren. Haar praatstem is trouwens al even breekbaar als haar sopraan zangstem en die blijft verbazend helder.

Zoals in een traditioneel theaterstuk splitste ze haar gig op in twee delen. In deel 1 spreidde ze al haar gamma uit van heel intriest (“The Emigration Tunes”) tot direct erna vrolijk opgewekt (“As I Roved Out”), zelf aan de accordeon meedansend. Net voor “The Bonny Swans” dat het eerste deel afsloot en een indrukwekkend duel was tussen de elektrische gitaar en de viool, stelde ze haar rist topmuzikanten voor.
Het tweede deel sloeg ze aan met de titelsong van haar laatste album “The Wind That Shakes the Barley”, heel intimistisch net als het daaropvolgende “Raglan Road”. Ze trok verder in het spoor van de Kelten en kwam uit in “Santiago” (De Compostella) waarin Hugh Marsh een indrukwekkend overrompelend stukje vioolvirtuositeit opvoerde.

Muzikale poëzie, dat is het wat McKennitt brengt en dat is zelfs letterlijk te nemen, want “Down by the Sally Gardens” en het ontroerende ‘Stolen Child’ zijn effectief gedichten van de Ierse poëet W.B. Yeats die uitvoerig gesitueerd werd. Tot driemaal toe kreeg ze van het Koninklijk Circus een staande ovatie. En wij stonden met plezier mee recht, maar dat had U wellicht al door. Betover(en)d, zo heet dat dan.

Setlist Deel 1: 1. Spered Hollvedel 2.
Morrison's Jig 3. Bonny Portmore 4. The Star of the County Down 5. The Highwayman 6. The Emigration Tunes 7. As I Roved Out 8. Down by the Sally Gardens 9. The Bonny Swans
Deel 2: 10. The Wind That Shakes the Barley 11. Raglan Road 12. All Souls Night 13. Santiago 14. Stolen Child 15. The Lady of Shalott 16. The Mummers' Dance 17. The Old Ways
Bis: 18. Never-ending Road (Amhrán Duit) 19. The Parting Glass 20. Huron 'Beltane' Fire Dance


Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/loreena-mckennit-07-04-2012/

Organisatie: Live Nation

 

Karma Hotel 2012 - Muzikale zeebries van Pop en Dance

 

Karma Hotel 2012 - Muzikale zeebries van Pop en Dance

De vijfde editie van Karma Hotel, het indoorfestival van muziekclub De Zwerver en Vzw Jong Oostende, vond plaats  in de schitterende setting van het Kursaal van Oostende.
Traditioneel één van de openers van het festivalseizoen , waar bands nieuw werk vooruit schuiven en hippe, nieuwe acts en trends een plaatsje krijgen.
In 3 zalen worden live acts en artiesten in al hun diversiteit geprogrammeerd en is er ruimte voor dj's en producers.
Wij waren na de geslaagde vorige edities terug op post om naast de frisse zeelucht een portie ‘high quality music’ op te snuiven.

Openers op de mainstage was het Leuvense AKS of Addicted Kru Sound. Het zestal had Selah Sue nog in de rangen en doet het nu met de bevallige Lola als frontdame.
En Lola past perfect in dit collectief en met haar indrukwekkende stem en charismatische verschijning pakte ze moeiteloos de vollopende zaal in.
Met hun eclectische mix van funk, drum 'n bass, electro, breakbeat en dubstep ademden ze een rauwe energie uit , die met de nodige uitspattingen resulteerde in een intense en stomende live set. De band -vooruitgeschoven in de recentste poulains van StuBru- bewees met hun eerste single "Give it back"  van zich af te bijten als nieuwkomer en heeft met "Out of control" een 2de single uit. Het catchy nummer, die de sax duidelijk laat horen, -geldt als voorloper van de weldra te verschijnen EP.
AKS biedt live een 'feelgoodparty', en de strakke performance gaan hand in hand samen met muzikale intensiteit en schoonheid ! Check hen alvast komende zomer!

Het Brusselse BRNS -lees Brains- trapte af in de Delvaux zaal. De band werd eind vorig jaar opgepikt door StuBru met het aanstekelijk zomerse "Mexico" . De compacte setting oogde intiem. Hun  veelzijdige, meeslepende sound sierde.  De verwevenheid met postrock en electro leidde tot een dansbare cocktail die Fugazi en Battles opriepen ...
De singles "Mexico" en "Here dead he lies" , die elan krijgen door de  percussie,  zijn visitekaartjes voor de op stapel staande EP. BRNS zijn frisse debutanten en zwoele sfeermakers, kortom een band met overtuigingskracht.

Eén van de toppers is School Is Cool, die ijzersterk openden met “The World Is Gonna End Tonight”. Vervolgens brachten ze met “Car, Backseat, Parking Lot” een absurd verhaal over een dame die vermoord werd in een ondergrondse parking. Ze puurden uit hun debuutalbum ‘Entropology’. De enthousiaste bende, met duracell konijnen Nele Paelinck en Andrew Van Ostade, boeide en intrigeerde. Ze staan vol zelfvertrouwen op het podium en ze zijn op elkaar afgestemd. Nummers als “In Want Of Something” en “Warpaint” zijn echte pareltjes en werden terecht warm onthaald. Afsluiten deden ze met “New Kids In Town”, het nummer waar het toen allemaal mee begon. Een 50 minuten durende show die telde, en hun sterke live reputatie verder uitbouwt.

Het Gentse Kapitan Korsakov bouwde ook een straffe live reputatie uit. Vóór de second stage troepten de jongeren samen om de smerige noiserock van het trio te ondergaan.
Met "Cancer" en "Cosy bleeders" werden de distortionpedalen ferm ingedrukt. De band had er duidelijk zin in , speelde strak en gedreven en putte vooral uit het nieuwe album ‘Stuff & such’. Een gedreven band dus en een frontman, Pieter-Paul De Vos, die als een bezetene tekeer ging . De vette riffs waren duidelijk een meerwaarde.
Halverwege werd wat gas teruggenomen, o.m. met de nieuwe single "Piss where you please"; drummer Jonas wisselde z'n drumkit voor een mandoline; het was een aangenaam rustpunt die een andere kant van KK liet zien.
Het was echter van korte duur want met "When we were hookers" en "Don't believe the hope" trokken ze opnieuw alle registers open. KK won een pak zieltjes en kwam erg overtuigend voor de dag!

Het Fins/Franse The Do heeft wel iets met Florence and the machine. Het duo Olivia Merilahti en Dan Levy waren gemotiveerd en speelden de nummers in een behoorlijke trancestijl. Het duo had een drummer, gitarist en een saxofoonspeler mee. De sax bood een warme klankkleur en gaf hun aparte sound dàt tikkeltje meer. Hun betoverende folkpop had met“On My Shoulders” een hoogtepunt.

Het gitaargeweld na Kapitan Korsakov werd overgenomen door The Hickey Underworld. De Antwerpenaren stelden hun tweede album ‘I'm Under The House, I'm Dying’ voor. Opener “Whistling” was de barometer, de gitaren sloegen om de oren en produceerden een ongelofelijke wall of sound. Energiek! In een hels tempo werd de ene song na de andere afgevuurd. The Hickey Underworld verwende met heerlijke snedige, harde en rauwe songs en de schreeuwerige zanglijnen grepen naar de keel. Spijtig genoeg stonden ze deels gelijklopend met het hippe ’t Hof , waardoor heel wat jongeren The Hickey verlieten. Maar het bracht hen niet van hun stuk en ze hadden nog kleppers klaar als “Future Words”,”Blonde Fire” en “Flamencorpse”.

De mainstage was inmiddels goed volgelopen om 't Hof Van Commerce 2.0 aan het werk te zien. Na overtuigende sets op hun try out in Nazareth en op Novarock zijn Kowlier, Buyse en DJ 4T4 terug op post . En hoe …Met een uitgekiende setlist van oude krakers en nieuw werk uit ‘Stuntman’ hadden ze in ‘no time’ het publiek naar hun hand! Op het podium zagen we o.m. 2 grote hoofden, vlaggen en arenden. Het is de band menens en ze zetten de puntjes op de ‘i’. Nieuwe tracks als "Kwik lik Pélé" en "Voe de show" werden positief onthaald en het is duidelijk dat de songs op ‘Stuntman’ al goed gekend zijn.
De interacties van Buyse en Kowlier hitsten het publiek op en de beats’n’pieces  van 4T4 werkten aanstekelijk en op de dansspieren.
Klassiekers "Niemand grodder" en "Kom mor ip" werden niet vergeten . De sfeer kon niet meer stuk . Wat een frisse vibe! Tot slot hadden we nog "Stuntman, "Wupperbol" en "Dommestik en levrancier", die in een nieuws jasje werd gestoken.
't Hof Van Commerce staat garant voor Feest! Feest! Feest!

In de Delvaux zaal pikten we nog een stukje Mickey Moonlight mee. De Britse DJ en producer kennen we van zijn nummer “Interplanetary Music”. Als remixer deed hij al dingen voor Franz Ferdinand, Tame Impala en Justice. Vorig jaar kwam  zijn eerste album uit, dat hij vanavond kwam voorstellen. De clubby sound en de melodieuze synthesizers vielen op. Een ideale opwarmer voor de grote dance kleppers .

Tijd nu om de ‘dubstep’ debatten te openen, gezien een reusachtige DJ booth met een leger ledbars het podium kwamen opgerold.
De Brit Caspa en zijn compagnon Rod Azlan trokken de party op gang. Iedereen was al meteen te vinden voor de  junglebreaks, electro en dubstepbasses. Wat een plezier om dit te zien exploderen. De collega's Jakwob en Camo & Crooked volgden en hielden dié ‘positive’ vibe aan , en deden de late annulatie van Kavinsky vergeten.

Neem het aan, de Muzikale Zeebries van Pop en Dance van de 5de editie van Karma Hotel was uitermate geslaagd!

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/karma-hotel-2012/

Organisatie: VZW de Zwerver, Leffinge + Jong Oostende

 

Rewind Easter Festival 2012 – New-Wave Classix Part One

 

 

Rewind Easter Festival 2012 – New-Wave Classix Part One

Na drie succesvolle edities van het Gentse Rewind-mini-Fest werd de muziekliefhebber die ‘wave’ en ‘electronic music’ in alle diversiteit een warm en vooral ook donker hart toedraagt dit jaar nog meer op de wenken bediend. De organisatoren beslisten namelijk het festival te voorzien van een dubbele uitbreiding. Niet alleen werd geopteerd om qua locatie een interne verhuis door te voeren waarbij de Balzaal van de Gentse Vooruit ingeruild werd voor de ruimere Concertzaal maar ook werd het programma nu verspreid over twee avonden met telkens niet minder dan acht groepen. Op 6 en 7 april jongstleden mochten groepen als respectievelijk Chameleons Vox, Clan Of Xymox, Project Pitchfork en The Neon Judgement, Covenant en D.A.F. als publiekstrekker fungeren.     
Of er afgelopen weekend niet enkel paaseieren maar ook boeiende concerten te rapen vielen, verneemt u via onze korte beschouwingen van de tweedaagse, met hierbij alvast een terugblik op dag 1.

dag 1 – vrijdag 6 april 2012
Erato
De Belgische formatie Erato werd in 1993 opgericht in Schepdaal en zij hebben inmiddels vier albums op hun actief, zijnde ‘A Killed God’ (1996), ‘The Irreplaceable One’ (2001), ‘III’ (2002) en ‘NAiVe’ (2009). Na reeds het podium te hebben gedeeld met onder andere The Sisters Of Mercy, Skeletal Family en het Australische Ikon mochten ze de eerste dag van Rewind-easter-Fest openen. Zij brachten een mix van hedendaagse donkere rock en gothic en new wave uit de jaren ’80.

Schmutz
De Belgische groep Schmutz mocht vorig jaar 30 verjaardagskaarsjes uitblazen. Slechts één volledig album (‘Lipservice’) (1985) brachten de Limburgers uit met daarop nummers als “Straight From The Heart”, “Turn The Pages”, “Hold Me” en hun onvervalste klassieker “Love Games” die anno 2012 nog wel eens op de radio te horen valt. Tanend succes deed de groep naar de achtergrond verdwijnen en een vervolgverhaal op de debuutplaat bleef uit. Heel sporadisch werd er opgetreden maar het vertrek van diverse groepsleden en de dood van toetsenist Carlo Peeters in 2006, deden de fundamenten verder afbrokkelen. Er vond uiteindelijk toch een renovatie plaats waarbij Schmutz terug in originele bezetting op enkele revivalfestivals te bespeuren viel en exact vijf jaar nadat Peeters het leven liet bij een motorongeluk, werd zelfs nog een nieuwe single “On The Edge” uitgebracht.
Hun concert afgelopen vrijdag werd aangevangen met “Turn The Pages” en ook “Very Clearly”, “Straight From The Heart” en “Grab You” uit ‘Lipservice’ passeerden de revue maar wat opviel was dat het indertijd kenmerkende geluid van de groep, met name het veelvuldig gebruik van echo op zowel gitaar als toetsen, live minder sterk uit de verf kwam en bij “Love Games” klonken de synthesizerklanken veel te vlak om te beklijven. Wel mooi om horen was dat er nog plaats was voor het gitaargetinte oudje “Life Is A Merry Go Round” (1982).
Een set vol pit, overgave en enthousiasme en een gewoon fijn weerzien met Schmutz. Niet meer, maar zeker ook niet minder.

Department S
Ooit gestart als een punk/ska combo (Guns For Hire) onderstreepte de Engelse formatie Department S met een strakke en snedige set veel
meer potentieel te hebben als dat ene nummer “Is Vic There?” (1980) - hun debuut overigens - dat steevast op de beter New Wave compilaties te vinden is en in de jaren '80 op Belgische Thé Dansants (voor de jonge lezers: zo werden de fuiven toen meestal genoemd) samen met “I Can't Live In A living Room” (Red Zebra), “Love Will Tear Us Apart” (Joy Division), “The Magnificent Seven” (The Clash), “A Forest” (The Cure) en “Temple Of Love” (Sisters Of Mercy) , één van zeldzame alternatieve momenten waarop de pogo aan de orde kon komen.
Een kort bestaan (1980-1982), perikelen met een platenfirma waarbij hun debuutalbum ‘Sub-Stance’ tot in 2003 letterlijk in de kast bleef liggen en het vroegtijdig (1991) aan aids overlijden van zanger en frontman Vaughan Toulouse nekten het voortbestaan van de uit Leeds afkomstige groep die pas in 2007 weer een teken van leven gaf. Toetsenist Eddie Roxy transformeerde zich tot zanger en net als twee jaar terug tijdens Sinner’s Day in Hasselt kweet hij zich ook in Gent vocaal uitstekend van zijn taak als vervanger. Met onder meer straffe versies van “Going Left Right”, “Age Concern” en “I Want” en enkele nieuwe nummers zagen we een oerdegelijke, overtuigende en broeierige set van het kwintet waarbij ze via een cover van Pink Floyd’s “Lucifer Sam” ook nog eens onderstreepten niet vies te zijn van wat psychedelische rock.

Cassandra Complex
We herinneren ons nog levendig de hyperkinetische set van de Cassandra Complex in de Brielpoort in Deinze tijdens het Futurama festival in 1987. Inderhaast opgeroepen als hoofdact ter vervanging van het in allerlaatste instantie annuleren van P.I.L. probeerden ze met alle voorhanden zijnde middelen de ontgoocheling weg te spelen bij het publiek dat massaal was gekomen voor Lydon en kompanen. Het merendeel van de aanwezigen droop niettemin af en de weinigen die bleven, hoorden de drummachines ratelen en knetteren met een snelheid en geluidssterkte die zelfs afgetrainde trommelvliezen vervaarlijk deden buigen.
Intussen zijn we een kwarteeuw verder en gaat het er bij de Cassandra Complex veel gemoedelijker aan toe. Er worden al eens wat boeken en columns geschreven door medeoprichter Rodney Orpheus en concerten zijn op enkele handen te tellen. Ook dit jaar zullen ze niet meer te zien zijn op een podium en hun aantreden op het Rewind-easter-Fest vormde een uitzondering. Voor de fans is het goede nieuws dan weer dat de reden moet gezocht worden in het feit dat er gewerkt wordt aan een nieuw album. Ook mogen zij zich verwachten aan geremasterde heruitgaven van ouder, intrigerend werk als ‘Grenade’ (1986) en ‘Theomania’ (1988).
Wie vreesde dat het bezoek van de Cassandra Complex aan de Arteveldestad herleid zou worden tot een gezondheidswandeling, werd meteen ‘gerust’gesteld via nummers als “Datakill”, “Voices” en vooral “The War Against Sleep”. Ook het overige materiaal klonk speels en onbezonnen en vertoonde nog heel wat positieve weerhaken om hun combinatie van goth-rock-wave-electropunk spannend te houden. Young Gods, Borghesia en Suicide (wiens paranoia instant klassieker “Frankie Teardrop” adembenemend op het einde van hun set werd gecoverd) loerden steevast om de hoek.
Wellicht werd de tijdsindeling door de sympathieke lui van de Cassandra Complex niet secuur in de gaten gehouden maar “Moscow Idaho” bleef tot ieders verbazing (noodgedwongen) in de coulissen achter.    

The Beauty Of Gemina
The Beauty Of Gemina brachten begin dit jaar ‘Iscariot Blues’ uit, hun vierde studioalbum. Daarop balanceert deze Zwitserse formatie nog steeds tussen dark rock en wave, industrial en gothic rock. Een opvallende rol is telkens ook weggelegd voor de mooie, donkere stem van zanger, gitarist en keyboardspeler Michael Sele die vocaal op bepaalde ogenblikken ook wat doet denken aan Andrew Eldritch. Niet zelden is hij bepalend voor de nummers en tilt hij ze zelfs naar een hoger niveau. En nu net daar schortte het bij hun concert. Omdat de stem van Sele niet goed afgemixt was en wat verloren ging onder de drums van Mac Vincens, de basgitaar van David Vetsch en de gitaar van Dennis Mungo, boette de set heel wat aan impact in. Dit was bijvoorbeeld het geval bij “Voices Of Winter” en “Haddon Hall”, allebei afkomstig van het nieuwe album.
Pas halfweg de set werd dit bijgesteld en kon er genoten worden van fraaie versies van “Dark Revolution” (met een vleugje blues), een dreigend “Suicide Landscape” en “The Lonesome Death Of A Goth DJ” (dat raakvlakken vertoonde met Moby en Nitzer Ebb). Afsluiter “Rumours” deed ons tenslotte vergeten dat de synthesizerklanken soms iets te veel neigden naar jaren ’90 eurodance.
The Beauty Of Gemina is creatief in het genre maar ze overtuigden niet zoals vorig jaar op het Kortrijkse Shadowplay festival. 

Chameleons Vox

In hun thuisstad Manchester behoorden The Chameleons midden de jaren ’80 tot de meest bepalende groepen en deden de toen vermaarde Hacienda club louter op basis van mond tot mond reclame in een mum van tijd uitverkopen. Maar buiten die grenzen bleven ze een vrij goed bewaard geheim en dienden ze het te stellen met een cultstatus. Ook al brachten ze met 'Script Of The Bridge' (1983), 'What Does Anything Mean?' (1985) en 'Strange Times' (1986) drie prachtige, door critici lovend onthaalde albums uit, ze konden de kwaliteit niet verzilveren in een globaal commercieel succes. Een vergelijking met de bevriende formatie The Sound ligt voor de hand. Ook zij hadden groot moeten worden maar werden het niet, en dit terwijl hedendaagse groepen als Editors of White Lies volop in de door hun voorbeelden aangelegde vijver aan het vissen zijn en met hun vangst wél op de grootste podia staan te prijken.
Gelukkig kon Mark Burgess, frontman van The Chameleons, het grillige van de muzieksector relativeren en is hij in tegenstelling tot de betreurde zanger van The Sound, Adrian Borland (die in 1999 zelfmoord pleegde), solo dan wel via een (zij)project blijven musiceren. In die zin speelt hij sinds 2009 onder de naam Chameleons Vox met enkele andere muzikanten waaronder een tweede origineel lid van The Chameleons, drummer John Lever, live de nummers van The Chameleons.
En hoe! Vanaf opener “Swamp Thing” volgde vrijdagavond het ene hoogtepunt na het andere zich op. De warme, in melancholie gedrenkte stem van Burgess is nog steeds intact (wat hij via enkele hoge uithalen mocht demonstreren tijdens “In Answer”) en de postpunk werd bezield, afwisselend atmosferisch en snedig maar bij momenten ook uitgesponnen op uitstekende wijze gebracht. Niet enkel de gitaren waren hiervoor verantwoordelijk maar ook de drumslagen waren geregeld sturend zoals tijdens “A Person Isn't Safe Anywhere These Days”, “Soul In Isolation” (met die onmiskenbare intro) en bij de absolute climax “Second Skin”.
Daarbij bleken noch de muziek noch de vaak poëtische teksten aan waarde, actualiteit of intensiteit te hebben ingeboet en had het concert - ook al werd het vrijdag in een Rewind-format gegoten - niks nostalgisch in zich. Of misschien toch een beetje, namelijk toen flarden tekst uit “Transmission” van Joy Division doorheen “Singing Rule Britannia” verweven werden.     
Jammer dat “Up Down The Escalator” de setlist niet haalde maar we hopen dat dit wordt goedgemaakt als Chameleons Vox nog eens ons land mogen aandoen voor een volwaardige set. Bij deze richten we een vriendelijk verzoek aan alle programmatoren want het concert van Chameleons Vox was vrijdag voorbij vooraleer men het goed en wel besefte.

A Clan Of Xymox
Wie er wel in slaagde om hun plaatselijke thuisstad te ontgroeien en wereldwijd succes te scoren is het in 1984 te Nijmegen opgerichte Clan Of Xymox (dat ook een tijdje onder de noemer 'Xymox' door het leven ging).
Door enkele contacten en voorprogramma’s met Dead Can Dance konden ze hun eerste twee albums ‘Clan Of Xymox’ en ‘Medusa’ op het vermaarde 4AD label uitbrengen. Opener van hun concert in Gent “Stranger” en ook “A Day” etaleerden meteen deze gerechtvaardigde keuze want in beide gevallen gaat het om darkwave van prima kwaliteit die repetitief en opbouwend van structuur is.
Op Rewind-easter-Fest trad het als gothic geschminkte A Clan Of Xymox als trio op, zijnde oprichter Ronny Moorings (zang en gitaar), Mario Usai (gitaar) and Sean Göbel die sinds vorig jaar de toetsen en de computer is komen bedienen. Bassiste en vriendin van Moorings, Mojca Zugna, was er niet bij omwille van de geboorte van hun dochtertje vorig jaar. 
Net zoals tijdens de carrière van de groep waarbij in de hoop om het commercieel succes aan te houden ook uitstapjes richting acid beat en met rock vermengde eurohouse ondernomen werden, was ook de set in die zin gevarieerd en dynamisch. Persoonlijk opteren we nog steeds voor de eerste twee platen maar “Jasmine And Rose” uit ‘Creatures (1999) en “Love Got Lost”, “In Love We Trust” en “Emily” uit ‘In Love We Trust’ (2009) bekoorden evenzeer. Dit in schril contrast met hun versie van ‘Heroes’ van David Bowie die we liever met de zwarte mantel der liefde zouden willen bedekken. Maar ook dit liet de trouwe aanhang vlot aan zich voorbijgaan en de Nederlanders werden op een stevig en verdiend applaus getrakteerd.

Project Pitchfork
Als afsluiter van de eerste dag fungeerden het uit Hamburg afkomstige Project Pitchfork die met hun combinatie van ruwe, industrieel getinte elektronische muziek vermengd met techno en electronic body music - zie bijvoorbeeld ‘Alpha Omega’ uit het gelijknamige album (1995) waarbij het leek of Front 242 hun opwachting hadden gemaakt om de groep te begeleiden - de Concertzaal bij momenten omtoverden in een undergroundclub.
Tijdens pakweg “Conjure” uit ‘Lam-‘Bras’ (1992) en “Steelrose” uit ‘Eon:Eon’ (1998) was erg duidelijk te merken dat de groep heel goed geluisterd heeft naar Skinny Puppy (check bijvoorbeeld maar eens hun absolute klassieker ‘Assimilate’ uit 1985). Net als bij hun grote voorbeelden is ook bij Project Pitchfork de donkere diepe zang een van de sterke wapens waarmee uitgepakt wordt en kan men niet om de theatrale podiumprésence van de charismatische frontman Peter Spilles heen.
Van het vorig jaar verschenen album 'Quantum Mechanics' hoorden we “Lament”, “Run For Cover” en “The Queen Of Time And Space” maar het was toch vooral de als toegift gebrachte  splinterbom “Fire And Ice” uit het debuut ‘Dhyani’ (1991) die ons al deed uitkijken naar dag 2 van het Rewind-easter-Fest editie 2012.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/rewind-easter-fest-2012/

Organisatie: New-Wave Classix (Amusez-Vous)

 

 

Rewind Easter Festival 2012 – New-Wave Classix Part Two - EBM

 

Rewind Easter Festival 2012 – New-Wave Classix Part Two - EBM
Op dag 2 van het Rewind Easter Festival stelde de organisatie voor een sterk gevulde Vooruit   de EBM in al z’n aspecten centraal.

Al meteen werden we in de excentrieke wereld ondergedompeld van Sigue Sigue Sputnik . Tja? De new wave heeft ook z’n leuke kanten gekend, als de elektro hier de bovenhand kreeg. De single “Love Missile F1-11” is in het geheugen gegrift , en werd ook als soundtrack voor de film van ‘Ferris Bueller’s Day Off’ gebruikt, en door Giorgio Moroder geproduceerd. In de SSS -elektrosound is disco en kitsch verweven; een glamour & glitter show , die zanger Martin Degville (nu wel niet echt de beste zanger btw!)  in de spotlight plaatste. Als een ware Divine’s “Shoot your shot” heeft hij allerlei pluimage aan, met tijgerpakje en Lesley-Ann Poppe borsten . Als een fiere haan op het podium vuurde hij met de drie andere leden een rits aanstekelijke songs af , “Seks Bomb Boogie”, “Hey Jayne Mansfield” en natuurlijk “Love Missile F1-11”, die de eerste rijen tot pogoën bewoog . De sound’n’beats en de trancy, schurende ritmes waren alvast de moeite.

Het Belgische duo Absolute Body Control (Ivens – Van Wonterghem) verraste aangenaam en kon rekenen op een sterke respons . Terecht, want hun synth’n’grooves  en ritmisch opbouwende , pulserende elektronica zette aan tot een danspas . Een aanstekelijke, opborrelende stijl die moeiteloos gelinkt kon worden aan Neon Judgement , fris ademend, maar minder duister . Vertrouwd, maar creatief, want ze staken voldoende variatie in hun minimal EBM/industrial . Sinds de heroprichting in 2007 en de nieuwe plaat ‘Shatterd illusion’ gaat het duo een tweede jeugd tegemoet en overtuigde o.m. met “Melting away”, “Sorrow”, “Into the light” en “Give me your hands”. En dan nog te weten dat ze zoet zijn met andere projecten als The Klinik , Dive en Sonar.

Een paar jaar terug was er het unieke optreden van de Amerikaanse Crash Course In Science, die zich totdantoe nog niet op het Europese vasteland hadden gericht. Het trio verweeft hun elektronische muziek met industrial, punk en rock en brengt een ‘arty’ performance op het podium . Ondanks de summiere releases zorgen ze ervoor dat hun sound , die niet vies is van ontregelde geluiden en een experimentje meer of minder, de ideale soundtrack vormt voor de ‘Day after’ door de slepende, dreigende, dreunende tunes, die  draaglijker worden door de fijne act en de fluoriserende lichtjes en attributen die de zangeres/keyboards bij zich had. Ze zou zelfs niet misstaan op het Lichtfestival in Gent ll. Van deze kunstzinnige en visuele  muzikanten konden nummers als “Cardboard lamb”, “Kitchen motors” en “Flying turns” niet ontbreken. De beperkte man/vrouw zang namen we er maar bij 

Een van onze trotsen Dirk Da Davo (3D) en TB Frank beleven met The Neon Judgement de ‘time of their life’. Hun elektronische sound was inspirerend voor industrial, elektrowave en new beat en liet in een volgende fase country elementen toe . Het duo is samen met Front 242 opnieuw immens populair in de Rewinds  en dan kan je niet omheen knallers als “The fashion party”, “TV treated” en “Tomorrow in the papers”, die de ganse zaal in een fijne wavedans bracht. Ze grossierden in het rijkelijk gevulde oeuvre en lieten latere songs als “Miss Brown” en “Chinese black” toe, die de creatieve geest van het duo onderstreept . De liveset werd enorm sterk ontvangen  . Een dolenthousiast publiek geeft hen ook een onvergetelijke avond. De dertig jaren dat het duo al actief is zal hen deugd doen!

Ook de ‘late nineties’ elektronica van het Zweedse Covenant werd sterk ontvangen . Het trio was z’n fans enorm dankbaar voor het sterke onthaal en de respons . Een boeiende set van toegankelijke Hitech dance/elektronica . Ze hebben een nieuwe plaat uit, ‘The modern ruin’, die ze voorstelden met o.m. “Judge of my domain”, “Dynamo clock”, “Kairos”, “The beauty & the grace” en de titelsong . De bariton zang was donker, indringend en helder en deed denken aan Matt Berninger van The National . De broeierige, bezwerende , opzwepende en pompende beats , niet vies van een vleugje house en techno , ratelden om ons heen en leverde verder nog pareltjes op als “Stalker” , “The passion game“ en “We stand alone” . ‘They shared the passion with the public’ . Professioneel klasse in het genre en meer dan af!

Die dartelende EBM sound kon worden verdergezet met de closing act DAF (Deutsch-Amerikanische Freundschaft) van de muzikale autodidact Gabi Delgado- Lopez. De ‘Neue Deutsche Welle’ kreeg elan en DAF was erg invloedrijk voor latere bands op dancegebied, ‘Alles ist gut’, ‘Gold und liebe’ en ‘Für immer allen’ , beginjaren ’80 , zijn begrippen. DAF, met de ontketende zanger , die als een duracell konijn heen en weer hotste en de afkoeling van plastic flessen water letterlijk over zich goot . De muziek was op tape vastgelegd en drummer Görl vulde aan . DAF heeft ups en downs gekend , maar is sinds 2009 terug een onafgebroken duo.
Meteen werden we overdonderd met “Verschwende deine jugend”, “Ich und die Wirklichkeit” en “Der Mussolini”. De zweetparels en de adrenaline droop letterlijk van het lijf van Gabo . Een dansend, pogoënd publiek ging er volledig in op . Middenin de set werd wat gas terug genomen en klonk het minder strak en ophitsend . “All gegen alle” gaf opnieuw vaart en de integere “Der Räuber & die Prinz” en  “Sato-sato” kregen verbeten muzikale trekjes.  DAF is ook na dertig jaar niet afgeschreven en zorgde voor de nodige dynamiek en opwinding.
Mooi om op die manier een leuke nostalgische tweede Rewind dag te besluiten …

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://www.musiczine.net/nl/fotos/rewind-easter-fest-2012/

Organisatie: New-Wave Classix (Amusez-Vous)

 

Barrence Whitfield

Cool Soul Festival - Barrence Whitfield & The Savages - Soul... maar dan wel uit de garage

Geschreven door

Cool Soul Festival - Barrence Whitfield & The Savages - Soul... maar dan wel uit de garage

Wie bij het horen van Cool Soul dacht aan Michael Kiwanuka, Lee Fields, Charles Bradley, Eli 'Paperboy' Reed of Sharon Jones, toonaangevende namen die recentelijk het mooie weer maakten in de soul, kwam hier bedrogen uit. De organisatoren van dit festival, dat nog enkele andere steden in Frankrijk aandeed, zochten hun soul in de garage en het hoefde zelfs niet altijd soul te zijn maar de optredens waren er daarom niet minder dampend door.

Eerste vaststelling : de Zwitserse Mama Rosin was zonder dat er daar ook maar ergens melding van werd gemaakt uit de line-up verdwenen en blijkbaar vervangen door DJ J.L., een man uit de streek die zijn sixtiesplaatjes wat meer glans trachtte te geven door theatraal te staan meezingen.

Het festival ging pas echt van start met Wraygunn, een achtkoppig collectief uit Portugal rond de elastische zanger-gitarist Paulo Furtado. Ze brachten smeuïge garagesoul, die me meer dan eens deed denken aan The Make-Up, met veel aandacht voor de percussie (een drummer en een congaspeler). De zang, voorzien van een ferme Jon Spencer-tik, kon niet altijd overtuigen maar dat werd ruimschoots gecompenseerd door twee uitmuntende zangeressen : Raquel Ralha en vooral de van een echte soulstrot voorziene Selma Uamusse, die trouwens elk moment dreigde te bevallen Die twee gaven het geheel bovendien dikwijls een exotische toets door wat junglegeluiden te produceren en brachten me zo Paulo Furtado's verleden als The Legendary Tigerman voor de geest.

Na deze bruisende show was het reppen naar de Aeronef-Bar voor Lewis Floyd Henry, een geboren busker uit Londen die in het verleden een paar keer gearresteerd werd voor het decoreren van openbare gebouwen. Desondanks bleek dit een zeer minzame mens die met een mini-drumstel aan de voeten wel een kruising tussen Bob Log III en Jimi Hendrix leek. Maar die vergelijking doet eigenlijk wat tekort aan zijn kunnen want zijn rammelende muziek stuiterde letterlijk alle kanten uit. Zo gaf hij zelfs, de Wu-Tang Clan achterna, een heus en bovendien gesmaakt rapnummer ten beste. Onvoorspelbaar, chaotisch en boeiend van begin tot einde, wat kan een mens nog meer wensen?

Van The Dustaphonics had ik eerlijk gezegd nog nooit gehoord maar toen ik drummer Bruce Brand op het podium zag verschijnen wist ik meteen dat dit goed zat. Bij mijn weten heeft deze veteraan uit de Londense garage-scene nooit in een slechte band gespeeld. Zijn c.v. oogt dan ook indrukwekkend :Thee Milkshakes, Len Bright Combo, Thee Headcoats, Link Wray, Hipbone Slim & The Knee Tremblers,... Maar ook de rest van dit internationale gezelschap mocht er zijn : Michael 'Bluesmith' Jablonka (ook uit Londen) op bas, vergeleken met zijn ontplofte kapsel is de haartooi van Marouane Fellaini een lachertje. De bijzonder sensuele, tot onder de oksels getatoeëerde en in hotpants flanerende zangeres Kay Elisabeth uit San Francisco. En ten slotte leider van de groep, de Frans-Spaanse zanger-gitarist Yvan Serrano-Fontova, ook gekend onder de naam Healer Selecta en tevens werkzaam als producer en dj. Dit bonte allegaartje bracht een uitzonderlijk stomende mix van soul, garage, rock-'n-roll en surf. De immer lachende Serrano bleek een excellente gitarist en Kay Elisabeth had alles wat een queen of soul zich maar kan wensen. Een adembenemende dame! Serrano had het ook even over zijn samenwerking met de vorig jaar overleden cultactrice Tura Santana, vooral bekend om haar rol in ‘Faster Pussycat! Kill! Kill!’ van ‘sexploitation’ regisseur Russ Meyer, waar hij duidelijk trots op was. Na een voorbijgevlogen set van maar liefst 19(!) nummers lagen we net niet uitgeteld tegen dek, maar tijd om te recupereren was er niet want in de bar waren Bob & Lisa al bezig. The Dustaphonics waren werkelijk een revelatie.

Het echtpaar Bob (Vennum) en Lisa (Kekaula) uit Riverside, Californië kent u wellicht van The Bellrays maar af en toe trekken ze dus ook met zijn tweeën de wereld rond. En in die intimistische bezetting moeten ze absoluut niet onderdoen voor die Bellrays, die soms last durven te hebben van onverteerbare hardrockneigingen. Hier was daar dus geen spoor van te bekennen. Met die geweldige stem van Lisa (met alle respect voor de anderen toch de beste van de avond) was de gitaar van Bob als begeleiding meer dan voldoende. Tussen de songs door nam Lisa haar man voortdurend op de korrel wat de entertainingsgraad alleen maar verhoogde. Tussen het vele mooie eigen werk ontwaarde ik ook een cover van "Baby what you want me to do" van Jimmy Reed. Bob & Lisa : het leek bescheiden maar was daarom niet minder indrukwekkend.

Het was al een flink eind na twaalven toen Barrence Whitfield & The Savages op het podium verschenen. Deze groep ontstond in 1984 in Boston en maakte met platen als ‘Barrence Whitfield & The Savages’ en ‘Dig yourself’ nogal wat deining in rock-'n-rollmiddens. Helaas bleef de belangstelling hiervoor steeds ondermaats en verdwenen ze rond 1990 van de radar om in 2010 onverwacht opnieuw op te duiken.
Van de oorspronkelijke bezetting bleven naast Barrence zelf (echte naam Barry White, vandaar het pseudoniem uiteraard), Phil Lenker (bas) en Peter Greenberg (gitaar), beiden met een verleden in Lyres en DMZ, over. De gaten in de band werden vakkundig gedicht door twee uitstekende nieuwkomers : op sax Tommy Quartulli die je zou kunnen kennen van The Kings Of Nuthin' en drummer Andy Jody, die vorig jaar nog op tournee was met de geweldige James Leg.
Veel mooi volk op de planken en dat resulteerde in een set knetterende  rock-'n-roll. Soul was het niet maar daar maalde niemand om. Ze begonnen meteen met het prijsnummer uit hun vorig verschenen plaat ‘Savage Kings’, "Ramblin' Rose" waarin het gekrijs van Barrence het midden hield tussen Little Richard en Robert Plant.
De toon was meteen gezet voor een verpletterende reeks rock-'n-rollnummers, steeds in een hoge versnelling. "If you want a slow one, do something slow with yourself at home" dixit Barrence, suggestieve beweging incluis. Op zijn 57ste bleek hij nog steeds één brok dynamiet te zijn en die kilootjes overgewicht konden niet beletten dat hij voortdurend als een gek rondtolde over het podium. Een livebeest pur sang!
Alles klonk heerlijk ouderwets, vooral door die voortdurende vette saxstoten (dit hoor je nog zelden) en toch voelde je een energie als was hier een groepje aan het werk dat nog alles moest bewijzen. Hopelijk blijven ze dit keer wat langer de podia teisteren.
Deze tweede editie van het Cool Soul Festival bleek ondanks de wat ondermaatse opkomst een voltreffer waarop geen enkele act ontgoochelde.

PS : Bob & Lisa, Lewis Floyd Henry en Barrence Whitfield & The Savages zijn op 1 mei nog te zien op het  Roots & Roses Festival in Lessen!

Organisatie: Aéronef, Lille

Mariee Sioux

Gift for the end

Geschreven door

De 27 jarige folky singer/songschrijfster Mariee Sioux uit Nevada City heeft een nieuwe plaat uit, die al wat breder durft te gaan en meer variatie biedt in die freefolky ‘kampvuur’ stijl.
De sobere, dromerige sound blijft behouden , met haar akoestische gitaar en haar innemende stem, maar toetsen en backing vocals vullen aan  en maken het sfeervoller, frisser en eleganter.
De songs zijn onmiskenbaar  verbonden aan de Sioux, ‘Native Americans’ traditie ( = van de oorspronkelijke bewoners van Noord-Amerika) . Natuurbeelden  en weidse vlaktes flitsen door het hoofd . Een lieflijke, vredige sound en muzikale rust horen we in de 8 songs , waarbij enkele mooi uitgediept worden ,tussen droom en nostalgie. Een gedifferentieerde, niet vervelende aanpak, met respect voor de oertraditie, in een tijdsduur van een kleine 45 minuten. Haar hartsvriendin Alele Diane kan daar nu een puntje aan zuigen .

Diagrams

Black Lights

Geschreven door

Diagrams is het nieuwe muzikaal project van Sam Genders , die een time-out met Tunng heeft ingelast en zich opnieuw concentreerde op z’n job in het onderwijs.  Het kriebelt , de folky tunes van Tunng werden opzij geplaatst en er is de focus op dromerige , gedreven indierock . Het nieuwe project is al bij al ok, de songs klinken fris en optimistisch en ondanks het feit dat ze vakkundig goed in elkaar zitten, zijn het “Tall buildings” en “Appetite” die ons hier het sterkst  raken.

Buraka Som Sistema

Komba

Geschreven door

Ze zorgden een paar jaar terug met de cd ‘Black Diamond’ voor een verfrissende en vernieuwende wind binnen het danslandschap. Hun muziekstijl ‘kuduro’ genaamd, emigreerde van Angola naar de buitenwijken van Lissabon, is een losgeslagen mix van reggae, dancehall ,ragga, electro, drum’n’bass, house, trance, Brasil en Cariben. We horen  hard pompende, opzwepende  ritmes, bongo’s en Afrikaanse invloeden op de achtergrond, met onverwachtse wendingen, explosies , rapsalvo’s en een prachtig zangerig Portugees en Engels, broeierig, aanstekelijk, opwindend en … dansbaar .
Een tweede album is klaar ‘Komba’, die toegankelijker klinkt, gladjes met Westerse dance en dubstep . Het charismatische gezelschap houdt het ritme hoog en spreekt de dansspieren aan. Er is geen nummer te vinden waar je daadwerkelijk rustig bij in de stoel kunt zitten .
Op die manier ga je van de aantrekkelijke single “Up all night”,  naar het zwierige “Hypnotised” en van het pompende “Lol & pop” gaat het naar het afro- mindende “Candonga” tot het trancy opbouwende “Komba”. Een paar niemandalletjes zijn er ook , maar die verbleken in de totaliteit van wat Buraka weet aan te bieden . Op plaat klinkt het nog wat terughouden, maar live knallen deze songs en word je in een maalstroom meegesleurd. Buraka zorgt voor stomende taferelen en tekenen dat ze een blijvertje zijn; Uniek!

Dry The River

Shallow bed

Geschreven door

Enorm gerespecteerd wordt het debuut van deze Londenaren . En terecht,  hun sfeervolle broeierige poprock verweeft folky elementen en de melodielijnen klinken zwierig als meeslepend. De intense songs kunnen aanzwellen,  zijn rijk gearrangeerd en worden gedragen door de indringend stem van Peter Liddle (denk aan Elbow Guy Garvey en Jeff Buckley) en aanvullende, meerstemmige zang. De songs zijn  meer dan af en met “The chambers & the values”, “No rest” en “Weight & measures” toont Dry the river potentieel uit te groeien tot een grootse band .

Lonely Drifter Karen

Poles

Geschreven door

Lonely Drifter Karen is een productie van de Oostenrijkse zangeres Tanja Frinta en de Spaanse toetsenist Marc Melià Sobrevias, aangevuld met de Franse gitarist en multitalent Clément Marion. De talrijke omzwervingen en opgedane ervaringen zorgen voor een muzikale smeltkroes van mooie , intrigerende songs , die balanceren tussen vrolijkheid en tristesse . Sprookjesachtig en grimmig tegelijkertijd . Het getalenteerde trio biedt handvol aanstekelijk , broeierig en dromerig materiaal als “Three colors red”, “Comet”, “Henry distance” en “Velvet rope”. Ingenieus spannend en mooi uitgekiend! In het sfeervolle kader heerst een folky/trippopsfeer en voelen we onderhuids invloed van Beach House, Fever Ray en Blondie . Dit derde plaatje is alvast een must!

Isbells

Isbells stelt ‘Stoalin’’ voor aan een uitverkochte Centrale

Geschreven door

‘Isbells’, het debuutalbum van de gelijknamige groep, werd onmiddellijk na de release in 2009 met veel enthousiasme onthaald. Met ‘Stoalin’’ hebben Gaëtan Vandewoude en de zijnen opnieuw een prachtige plaat klaar, die ze kwamen voorstellen op 3 april in De Centrale, Gent.

Mad About Mountains verzorgde het voorprogramma. Ex-Monzalid Piet De Pessemier maakte van de break van zijn vorige groep Krakow gebruik om een muzikale doorstart te maken, zij het nu geheel akoestisch. Begin 2012 werd het eerste album gereleased op Zealrecords.
Bij aanvang van de set koos De Pessemier ervoor om in alle rust te beginnen: voor hij vergezeld werd door de andere muzikanten, deed de zanger ons denken aan de sfeer die ‘Nebraska’ van Bruce Springsteen oproept.
Na een tweetal nummers werd de bezetting uitgebreid met een erg ingetogen drum en een langzame, melancholische baslijn die Myrthe Luyten (Astronaute) samen met de backing vocals voor haar rekening nam.
Daar deed het ons meer denken aan een akoestische versie van slowcoreband Low, doorspekt met country en americana. Volgens de teasers die op Youtube te bekijken zijn (tip!), wordt de mosterd verder bij Neil Young gehaald. MAM brengt beslist geen feelgood-nummers, maar de muziek lijkt wel recht vanuit Piet De Pessemier zijn hart te komen. Een bank vooruit daar dus, maar gelukkig was de set net op tijd gedaan voor we onze aandacht begonnen te verliezen.

Er zat genoeg druk achter Isbells: na een sterk debuutalbum met twee singles die beiden een hit werden, lag de lat hoog. Gelukkig kan ‘Stoalin’’ deze verwachtingen evenaren.
Als opener voor een uitverkochte Centrale werd gekozen voor de titeltrack van de nieuwe cd, waardoor hier ook een sobere start genomen werd.
Absoluut pakkend was “Letting Go”, dat vast en zeker gesmaakt werd door het grote aantal aanwezige koppeltjes in de zaal. Na de prachtige single “Illusion” was het tijd om de aanwezigen even te amuseren met een unplugged versie van “As Long As It Takes” (Isbells, 2009), waarbij het publiek als achtergrondkoor functioneerde. Dit werkte wonderwel doorheen het volledige nummer.
In “Elation” wijkt de groep af van de gekende folksongs, voor een fris popgeluid met gebruik van drumsynth die bespeeld wordt door Christophe Vandewoude, broer van. Op het album is in dit nummer ook kort een kinderkoor te horen.
Met “Erase and Detach” werd geëindigd, maar niet voordat de leden van Mad About Mountains opnieuw het podium opkwamen om samen in schoonheid af te sluiten. Ook op cd laat dit nummer een serieuze indruk achter, maar is de passage helaas van korte duur.
In de bisronde werd tot slot het verplichte “Reunite” (Isbells, 2009) nog even uit de kast gehaald.

Dat Isbells het nog steeds doet uit liefde voor de muziek en het samenspel, is te merken aan de gevatte oneliners die van tijd tot tijd in het publiek gelanceerd werden, tot opmerkingen over de kousenvoeten van bassiste/percussioniste Chantal Acda (“Anders kan ik niet tamboerijnen!”).

Wie het viertal nog aan het werk wil zien, kan de komende maanden op verschillende plaatsen terecht (Cactus, 4AD,…). Vooraleer ze deze zomer op het podium van Werchter 2012 staan, gaan ze in mei echter het vliegtuig op richting China, alwaar een kleine tour op poten gezet wordt. Naar eigen zeggen trekt de groep erheen zonder hoge verwachtingen, maar zelfs aan de andere kant van de wereld zal een beetje muziekliefhebber de schoonheid vast en zeker kunnen ontwaren in de parel die ‘Stoalin’’ geworden is.

Organisatie: Democrazy, Gent

Emeli Sandé

Emeli Sandé in staat hoofdrol op zich te nemen

Geschreven door

Dé meest gehypte zangeres van dit moment is ongetwijfeld de Schotse singer-songwriter Emeli Sandé. Haar eerste wapenfeit “Heaven”, terug te vinden op de in 2012 uitgekomen cd ‘Our versions of Events’ werd grijsgedraaid op de radio. Voor de release van haar eerste plaat was Sandé al een gerespecteerd songwriter, ze schreef o.a. voor Britains got Talent winnares Susan Boyle en tieneridool Leona Lewis. Recent werd bekend dat ze de comeback van het meidentrio Sugababes in goede banen mag leiden.

Brussel betekende de charismatische nachtegaal met blonde bles haar voorlopig laatste tournéedag op het Europese vasteland en ze beloofde er een feestje van te maken. Starten deed Sandé met “Daddy”, ingeleid door piano en eindigend in een dramatisch hoogtepunt waarin de voltallige begeleidingsband – inclusief twee opvallende backingvocalistes – in werden meegetrokken. Nochtans was het meteen duidelijk dat er slechts één de eerste viool zou spelen die avond en dat was Emeli Sandé. Met een bereik van wellicht vijf octaven, heeft ze zonder meer het patent op de beste stem van het laatste decennium! Wat een kracht en finesse!
Die stem kon ze het best laten horen in de ballads, waarin ze zichzelf begeleidde op piano, zoals op “Suitcase” en “Clown”. Jammer dat deze nummers vaak iets te klef werden door de synthesizer – ik meende zelfs een orgel te horen – die eraan werden geplakt. Daarnaast haalde ze soms wel en soms niet overtuigend uit met de soul in “Tiger”, het reggaegesamplede “Where I sleep” en popnummers zoals “Breaking the Law”. Het best vond ik haar echter in de meeste dramatische nummers “My Kinda Love” en “Read All About It”.

Tegen die tijd was het grootste deel van de zaal al overstag gegaan, maar het was pas bij het laatste “Heaven” dat de toeschouwers uit hun zetels rechtsprongen en zich aan het dansen waagden. Afsluiten deed de sympathieke zangeres, na een korte maar krachtige set, met het bisnummer “Next to me”, één van de hoogtepunten van de avond.

Wie Emeli Sandé dit jaar nog aan het werk wil zien zal het kanaal over moeten of een ticket bemachtigen voor een Coldplay concert in de Verenigde Staten, waarvoor ze nog tot eind deze zomer het voorprogramma verzorgt. Nochtans heeft Emeli Sandé genoeg materiaal en power in huis om zelf de hoofdrol op zich te nemen. Wordt dus zeker vervolgd!

Organisatie: Live Nation

Other Lives

Goedgevulde avond onder de radar: The Magnetic North - Deer Tick - Other Lives

Geschreven door

Met Deer Tick en Other Lives in één pakket biedt de Botanique een volstrekt unieke combinatie aan. Beide bands kennen elkaar niet , ook al zitten ze een beetje in het zelfde vaarwater van rockbands die hoog aangeschreven staan bij muziekliefhebbers maar vooralsnog onder de radar van het grote publiek opereren. Een geluk eigenlijk want beide bands tekenen - inclusief een zeer aangenaam voorprogramma - voor een lange maar prachtige avond in een uitverkochte Orangerie!

Met The Magnetic North als voorprogramma trapt de avond alvast op aandachtsvragende wijze af. Op het eerste zicht niet zo’n bekende naam maar eigenlijk verbergen zich achter deze bandnaam Erland Cooper en Simon Tong van Erland and The Carnival én de geweldige Hannah Peel. Ook al belandt hun album ‘Orkney: Symphony of...’  pas in mei in de rekken, vanavond laten ze reeds proeven van de sfeervolle indiepop die die plaat zal bevolken. Met een rijk instrumentarium sleuren ze het publiek mee in hun universum gewijd aan de Orkney eilanden. De stemmen van Cooper en Peel schurken gezellig tegen elkaar aan, folk verzoent zich met elektronica. Violen worden schrander gesampled, een muziekdoos in dynamisch contrast gebracht met stevige gitaren. Dit is wat ze noemen bijzonder beloftevol!

Tijd voor onversneden Hard- en Blues-rock (‘n Roll) dan met de 5 ruige mannen van Deer Tick (OK, 4 + 1 broekvent). Ongeleid projectiel met de scherpe schuurpapieren stem John McCauley III wordt, ondanks zijn licht beschonken toestand, voldoende in het gareel gehouden om het niveau een hele set hoog te houden. Het lolgehalte dat er ook op de laatste worp ‘Divine Providence’ al was en een iets andere kant van Deer Tick laat horen, spat er al af vanaf opener “The Bump”. Daarin wordt gretig “We’re full grown men but we act like kids” gezongen wat later in de set klinkt ongetwijfeld alweer een groepscredo “Let’s All Go To The Bar”. Op plaat is die lol misschien wat tegenvallend zeker in vergelijking met het andere meer intieme werk van vorige platen, live brengt het wel een brok spelplezier met zich mee. Toch zijn het net die oudere songs die zich het meeste staande houden. Niet in het minst Ashamed in een heel nieuwe versie waarin de piano en de sax een prominente rol krijgen toebedeeld. Afwisselend, luid en hard, en vast niet ieders meug maar al bij al toch een goed rapport.

Bij het soundchecken wordt het podium propvol instrumenten geplaatst. Is dit allemaal voor Other Lives? Jazeker, de heren en dame blijken namelijk ware muzikale veelvraten die in eenzelfde nummer verschillende instrumenten vlot door elkaar combineren. Zeg nu zelf, hoe vaak zie je iemand die met een gitaar op zijn rug en viool in de aanslag er ook nog eens stijlvolle trompetsolo uitperst?
Dit jaar mogen Other Lives op zondag in Werchter de Marquee openen voor de lieden die dan na 3 dagen festival zich daar nog toe kunnen bewegen. Een beetje een ondankbare positie maar het is niet anders. En er is de troost dat de ware magie van Other Lives nergens zo goed tot zijn recht komt dan in een donkere warme kleine concertzaal voor een geïnteresseerd publiek (of het zou door de autoradio ergens op een Amerikaans highway temidden van natuurpracht moeten zijn).
Dat het publiek vele fans telt blijkt nummer na nummer uit de positieve respons, nummers die vooral gepikt worden uit het steengoede, vorig jaar verschenen ‘Tamer Animals’. “For 12”, de beste song op die plaat steekt er vanavond niet bovenuit, al is dat absoluut de verdienste van het hoge niveau waarmee de rest van de songs wordt gebracht. Met het juiste gevoel voor pathetiek en wijdsheid maar tegelijk ook voldoende gevarieerd en intiem. Frontman Jesse Tabish mag in de bis met een solo gebracht “Black Tables” nog eens extra in de verf zetten dat Other Lives wel degelijk een klasseband is.

Een band die zijn stiel en stijl beheerst en zonder schroom naast namen als Bon Iver, Fleet Foxes en Arcade Fire kan gaan staan! Met een cover van Cohen’s “The Partisan” wordt zo een punt gezet achter een lange, goedgevulde maar zeer interessante concertavond.

Neem gerust een kijkje naar de pics
Other Lives http://www.musiczine.net/nl/fotos/other-lives-02-04-2012/


en verder
Deer Tick  -
http://www.musiczine.net/nl/fotos/deer-tick-02-04-2012/
The Magnetic North - http://www.musiczine.net/nl/fotos/the-magnetic-north-02-04-2012/

Organisatie: Botanique, Brussel

Primus

Primus - Virtuoze gekte en nostalgie

Geschreven door

Vorig jaar in juni waren we er ook als de kippen bij toen Primus een come back tournee pleegde, het blijde weerzien op het podium van de AB was een heuse belevenis.
Dus mochten we hun nieuwe doortocht zeker niet missen, temeer omdat wij ondertussen al sterk gebeten waren door de uitstekende nieuwe plaat ‘Green Naugahyde’ waarin Primus de supervorm van hun jongste dagen te pakken heeft. Bovendien had de band een drie uur durende show aangekondigd, dus zou er vanavond nog veel meer zijn om van te snoepen.

Het eerste uur bestond uit een reeks hoogstaande vroege Primus songs en klassiekers, met een setlist die, omwille van het fantastische repertoire van Primus, nogal onvolledig was. Maar ja, dat kon ook niet anders, we zouden wel goed geweest zijn voor een marathon van 5 uur.
Al gauw werd het duidelijk dat Primus hier weer even briljant en virtuoos stond te spelen als vorig jaar. De niet te evenaren baskunstjes van Les Claypool waren alweer buitenaards, de gitaar van Larry La Londe was zonder meer prikkelend, de drums van Jay Lane bekrachtigden het ‘back to basics’ gevoel. De vaak knotsgekke animaties en vreemde beelden op het scherm achter de groep, geposteerd tussen twee reusachtige astronauten, onderstreepten het gevoel van humor die Primus steeds gehad heeft. Het kwam de virtuoze muziek alleen maar ten goede.
Fans van het eerste uur werden flink verwend met een ferme greep uit ‘Frizzle fry’, ondermeer de geweldige titelsong uit die plaat en “John The Fisherman” kolkten als in the good old days. Nog veel meer moois was er, Primus spetterde op “Mr Krinkle”, “Fish On”, “Seas of cheese” en “My name is Mudd” (natuurlijk moest die er tussen). Een uit zijn voegen barstend “Wynona’s big brown beaver” was de geweldige afsluiter van het eerste deel. Na deel één was het al meteen duidelijk, de heren waren nog niks van hun pluimen en gekte verloren.

Een pauze is niet zomaar een pauze bij Primus. Tijdens de break werden er authentieke Popeye tekenfilmpjes afgespeeld, en dat was zonder meer geestig. Zoiets is inderdaad alleen maar mogelijk bij de mafketels van Primus. Toch niet toevallig, zo blijkt, want hoe meer we Popeye aanschouwden, hoe meer we merkten dat Claypool’s vocale prestaties sterk beïnvloed zijn door de spinazie vretende tekenfilmheld. Laten we het zo stellen, mocht Popeye ooit een zangcarrière ambiëren, dan was Primus zijn gedroomde begeleidingsband.

Deel twee was de integrale uitvoering van ‘Green Naugahyde’, die meer dan fantastische en wederom typische Primus plaat die hier magistraal werd vertolkt. We gaan nu niet te veel oplijsten, voor de setlist moet u er maar gewoon het album bij nemen (bijzonder knappe hoes trouwens).
Wel willen we kwijt dat Primus absoluut top was op hete knallers van songs als “Last Salmon man”, “Tragedy’s a comin’” en een zinderend “HOINFADAMAN” met een sublieme gitaarintro. In de outtro van “Eyes of the squirrel” waanden we ons even in de cockpit van de helikopter op Pink Floyds ‘Dark Side of the Moon’ dankzij de wervelende psychedelische trip die Primus hier produceerde.
Doorheen de ganse ‘Green Naugahyde’ blonk Primus uit in klasse en muzikale beheersing, zonder hierbij de intensiteit en die typische geniale waanzin uit het oog te verliezen.
Na die sublieme live vertolking zijn wij nog meer verknocht aan dit superplaatje, we blijven er trouwens bij iedere beluistering nieuwe ontdekkingen op doen.

In de bissen mochten de fans nog eens uitzinnig worden met een splijtend en hitsig “Jerry was a race car driver” en de denderende all time klassieker “Here come the bastards” er achteraan. Helaas was het liedje toen uit en hadden wij weer niet onze Puppies gekregen, wat dan ook de enige ontgoocheling van de avond was. Die godverdomse gelukzakken in de Trix hebben het wel gekregen, het leven is niet eerlijk.

Dit was een fenomenaal Primus, voor de leek misschien een beetje te veel van het goede, maar voor Primus fans als wij mochten ze gerust nog een uurtje doorgaan.  Volgende keer terug van de partij? Reken maar.

Neem gerust een kijkje naar de pics ( van de set in de l’Aéronef, Lille)
http://www.musiczine.net/nl/fotos/primus-31-03-2012/

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Pagina 386 van 498