logo_musiczine_nl

Democrazy Gent - events

Democrazy Gent - events Concerten Big next: Leather.Head, Rimov Rimov, Trefpunt, Gent op…

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15418 Items)

Down

Down - overweldigend

Geschreven door

Het was alweer van 2008 geleden dat we 'de heavy metal combinatie' in ons landje mochten aanschouwen, Down. De supergroep rond kopstuk Phil Anselmo ( Pantera) is back on track na ettelijke breaks en de nodige problemen die de laatste jaren rond de bandleden sluimerden.
Een net niet volgelopen Ancienne Belgique stond te trappelen van ongeduld om zich over te geven aan de verwoestende Down-storm.

Vanaf het startschot veranderde de zaal dan ook in een kolkende massa, de temperaturen gingen omhoog en het headbangfestijn kon beginnen. Anselmo – wat een formidabele strot heeft die macho toch- en de zijnen gaven direct plankgas en dropten met “Losing all” en “The Path” in de startronde de eerste van een reeks splinterbommen. Direct gevolgd door sentiment toen “Lifer” opgedragen werd aan de vermoorde gitarist van Pantera, Dimebag Darrel.
De wederkerende opruiende taal van de charismatische frontman inspireerde de zaal om nog harder op te gaan in de vibe en was de rode draad van een kat en muis spelletje met het publiek dat tot het einde zou aanhouden.
De slome Southern stonerrock met invloeden van blues en doom metal voorzien van de nodige groove klonk moddervet mede door Pat Bruders die op bass Rex ( Pantera) verving wegens een slepende ziekte. In het middenstuk kwamen favorieten “Ghosts along the Mississippi” en “New Orleans Is A Dying Whore” voorbijrazen en kwamen de invloeden van Black Sabbath en Deep Purple boven.

De band bleef doorbeuken en ramden op een goed uur 12 tracks – voornamelijk uit de eerste albums- door de boxen. Nadat “Big Phil” even had ‘geteasd’ met “Walk” kwamen de toegifts met “Stone the crow” en het onvermijdelijke “Bury me in smoke”.
Toen de rook om ons hoofd was verdwenen en de zaallichten aanfloepten konden we enkel concluderen dat we terug een memorabele avond hadden beleefd.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Chic

Nile Rodgers presents Chic - Disco demi-god predikt the boogie

Geschreven door

U moet het zich voorstellen, een aangenaam warme juni avond na een verlengd weekend, een afgeladen Ancienne Belgique en waarschijnlijk wel de helft van het meest briljante songschrijversduo uit de discoperiode die in het nieuwe millennium weer lustig aan het toeren is geslagen met een nieuwe generatie eersteklasmuzikanten.
Nile Rodgers met name dus, die nog altijd beter bekend is als het creatieve brein achter Chic. Niet de eerste keer dat hij de afgelopen jaren in België passeerde, dus wist je ergens ook wel wat te verwachten. Amerikaans entertainment op topniveau, erg professioneel maar met misschien niet genoeg soul om iedereen te overtuigen. De niet-overtuigden waren evenwel thuis gebleven en wie wel aanwezig was wou een feestje bouwen.

Geopend werd er met een uitgesponnen “Everybody Dance”, dan moet je met de handen klappen en zo. Niet de meest subtiele song, maar vreselijk effectief zoals de hele Chic-sound eigenlijk gebaseerd is op vreselijk simpele maar net daardoor zo briljante baslijnen. Meteen daarna al “Dance Dance Dance”, nog zo’n discostomper. Goed maar je kreeg zo’n klein beetje te veel het idee naar een vooraf perfect bij elkaar gedachte show te kijken. Ook al omdat meteen overgegaan werd op een medley van hits voor Diana Ross en Sister Sledge. Nu heb ik het zo al niet echt voor medleys, maar het was vervelend om schitterende songs als “I’m Coming Out” en “Upside Down” niet volledig tot hun recht te zien komen. Beter was een erg mooie versie van “I Want Your Love”. Rodgers en Bernards hebben in de jaren tachtig heel wat hits voor anderen geschreven, en daar put hij nu ook – terecht – rijkelijk uit, met onder meer een versie van “Like a Virgin” voor een volgens Rodgers niet zo bekende artieste en een door de drummer met verbazingwekkend op Bowie lijkende stem gezongen “Let’s Dance”.
Het ging maar door, hit na hit. De mooiste momenten vond ik “Thinking of You” wat ik sowieso al een van Chics sterkste nummers vind en een überfunky Chic “Cheer”.
Leuk maar een beetje melig was de contest waarbij 5 would-be sterren hun versie van “le Freak” mochten spelen met achteraf een applausmeting.
Dan toch liever de echte Chic die afsloten met het voor de hand liggende “Good Times”, met bassolo’s toe, die ze heel vlotjes lieten overgaan in een versie van “Rapper’s Delight”. De vent zal het gezien de royalty’s die het hem opgeleverd heeft, vast niet over malen dat Sugarhill wat al te graag leentjebuur was gaan spelen.

Het publiek had gekregen waarvoor het gekomen was en ging tevree naar huis. Een goed, maar geen onvergetelijk concert. En de volgende keer moet hij “Lost in Music” spelen.

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

The Raveonettes

The Raveonettes - Was het nu vijftig, zestig of tachtig met The Raveonettes

Geschreven door

The Raveonettes is zo één van die bands die van hun beperkingen hun troeven maken: zo nam het Deense tweetal al hun nummers op hun eerste twee platen in het zelfde gitaarakkoord op, een beetje zoals de Deense regisseur Lars Von Trier het Dogma-concept in zijn films toepaste: heel duidelijk vastleggen wat je niet gaat doen, om zo de volledige artistieke vrijheid te bereiken binnen een bepaald concept.
Binnen die beperkingen, is ieder album van The Raveonettes toch weer iedere keer anders, van het op Phil Spector geïnspireerde fifties en sixties vintage geluid op ‘Pretty in black’, het door drummachines gekaapte ‘Lust, lust, lust”, tot het bedriegelijk poppy ‘In and out of control’, waarin enkel de teksten (over moord, sex,drugs en inbreken in auto’s) het laagje glazuur op de songs als zwavelzuur wegbijten.

Twee jaar na ‘In and out of control’, is er nu ‘Raven in the grave’, met een ander geluid, veel meer op new wave en Jesus and Mary Chain geïnspireerd, en misschien wel de grootste verandering is dat dit een heel persoonlijke plaat lijkt: geen teksten over grootsteedse thema’s als sex, drugs en rock ’n roll (minder Quentin Tarentino pulp als het ware) , maar wel contemplatieve songs over spijt, stuk gelopen relaties, en hoe goede tijden niet terugkeren. Op een bepaalde manier sluiten deze Deense oudjes op hun laatste album, wonderwel aan bij jonge honden als The Pains of being pure at heart en Warpaint.
In Frankrijk zijn The Raveonettes blijkbaar niet zo populair als in België, de Grand Mix was vanavond maar matig gevuld. The Raveonettes waren vanavond uitgebreid tot een kwartet, in plaats van de drummachines van de vorige tournees, was de band nu uitgebreid tot een viertal, waarbij de twee extra bandleden naast gitaar, vooral in een dubbele drumbezetting opereerden. Het concert begon in het halfduister, met de openers van de laatste plaat, die vanavond de hoofdbrok van de set zou uitmaken. Neonkolommen lichten fel rood of blauw op, je waande je zo op een concert van The Cure ten tijde van ‘Pornography’.
De eerste vijf nummers klopte het plaatje echter niet, er was iets mis met de bas van Sharin Foo, en de nummers hingen als los zand aan mekaar, het was pas na een technische pauze, dat het concert echt uit de startblokken schoot met “Love in a trash can”. Vanaf dan zat alles juist, we kregen een triootje uit de nieuwe plaat: “Apparitions” met zijn Warpaint gitaar en basloopje, het epische “Evil seeds”  , een mentale danstrip, en het als Joy Division aanzettende “Ignite”. Bij momenten werd het optreden heel erg Jesus and Mary Chain, ”Just like Honey”, maar dan zonder de decibels in de rooie te jagen. Sharin Foo wekte withete noise op haar basgitaar op, endorfine voor de oren. Na de jaren tachtig shoegaze was het tijd voor wat garage rock: “My Tornado” kon goed doorgaan voor een trash-nummer van The Kills, terwijl “Attack of the ghost riders” en “Heart of stone” voluit de surf en rockabilly kaart trokken met veel reverb en de samenzang van Sune Rose Wagner en Sharin Foo. Het  wiegeliedje “My time’s up”, vaag aan Velvet Underground’s “Sunday Morning” refererend, was de perfecte afsluiter vanavond.

Ondanks de haperende start, was dit een leuk concert, waarop The Raveonettes hun vele gezichten lieten zien, ergens tussen vetkuiven, leren jekkers en vogelnestkapsels in, maar wel een concert dat ons niet zo van de sokken blies als de passage van het Deense duo op FIHP, toen ze echt Deens Dynamiet waren.

Setlist: Recharge
and revolt - War in heaven - Let me on out - Dead sound - Noisy summer - Love in a trash can Lust Apparitions - Evil seeds Ignite - The love gang - My tornado - Attack of the ghost riders - Heart of stone - My time’s up

Organisatie: Grand Mix, Tourcoing

The Raveonettes

The Raveonettes: cool as ice, black as hell

Geschreven door

‘Less is more’ … Het is een muzikaal credo als een ander, maar wel één dat in het wapenschild staat gegraveerd van bijzonder schoon volk als The White Stripes, The Kills, The Dresden Dolls, Matt & Kim, The DØ, Blood Red Shoes en een trits andere opwindende boy-girl combinaties die het begrip ‘rock’n’roll groep’ tot de wiskundige essentie herleiden. Van alle hedendaagse m/v duo’s lijken de Deense Raveonettes het meest openlijk te flirten met de muzikale erfenis van de 50ies en early 60ies. Of het nu een surfpunk uppercut, bubblegum pop of een Spectoriaanse ballad betreft, stuk voor stuk staan hun songs stijf van de reverb en krijgen ze close-harmony vocals mee van meesterbrein Sune Rose Wagner en diens bevallige sidekick Sharin Foo.
Op hun vijfde en jongste full album ‘Raven In The Grave’ lijken The Raveonettes nu ook de donkerste kant van de 80ies te hebben ontdekt, wat hen terug een stuk credibiliteit oplevert die ze wat hadden kwijtgespeeld na hun nogal vrijblijvende vorige worp ‘In And Out Of Control’ (‘09). Als opwarmer voor de festivalzomer, en Pukkelpop in het bijzonder, kwam het Deense duo afgelopen donderdagavond afgezakt naar de Gentse Vooruit voor een kort maar krachtig late night concert.

Anno 2011 zijn shoegaze, new wave en gothic met mondjesmaat binnen gesijpeld in het gitzwarte Raveonettes universum, maar gelukkig bleef de bijpassende eyeliner in de kast. Opener “Recharge & Revolt” plakte wat dat betreft meteen tegen onze trommelvliezen aan als een niet mis te verstane poppy knipoog naar My Bloody Valentine en Pale Saints. De twee extra personeelsleden, die vooral dienst deden als percussionisten netjes rechtstaand gepositioneerd tussen vier lichtzuilen, pasten perfect in het plaatje als was dit een showcase voor Top Of The Pops ergens diep in de jaren’80. Dat de onheilszwangere synths die prominent aanwezig zijn op ‘Raven In The Grave’ ‘ergens’ uit een doosje kwamen was daarentegen wel even wennen.
Ook verderop in de set had Raveonettes opperhoofd Sune Rose Wagner vakkundig een aantal referenties naar het donkerste decennium uit de popgeschiedenis verstopt. “Apparitions” leek ontsnapt uit het repetitiehok van The Cure ten tijde van de ‘Pornography’ sessies, tijdens de strakke intro van “Ignite” vreesden we even voor een Joy Division cover die er gelukkig dan toch niet kwam, en als er iets of iemand zich ooit mag vergrijpen aan het pastorale “Evil Seeds” dan mogen de winnaars gerust Siouxie & The Banshees heten. Sharin Foo, de vrouwelijke Raveonettes helft met de femme fatale looks, mocht van haar kant voor het eerst uitpakken op “War In Heaven”. Tijdens dit oppermelancholisch nummer droop de etherische schoonheid net niet van het podium, meteen goed voor één van de absolute hoogtepunten.
Naar goede Scandinavische gewoonte behield de groep de nodige cool op het podium; het al dan niet ter plaatse verzinnen van bindteksten of enig contact zoeken met de fans lijken niet echt besteed aan Wagner of Foo. Het publiek daarentegen reageerde hier en daar wel redelijk uitbundig, zeker toen bleek dat de oudjes “My Tornado” en het nog steeds onweerstaanbare “Attack Of The Ghost Riders” uit de debuut EP ‘Whip It On’ (‘02) op de setlist prijkten en nog niets aan rauwheid hebben ingeboet.
Het lieflijke slotakkoord “My Time’s Up” zou een toepasselijke afsluiter geweest zijn, maar Wagner & Foo zochten en vonden hierna ook nog een tweede adem. De nieuwe single “Forget That You Are Young” werd opgespaard tot in de bisronde, en tijdens de op een dreigende triphop beat drijvende afsluiter “Aly, Walk With Me” verloren Wagner en Foo uiteindelijk toch één keer hun cool en werd een beleefd robbertje met gitaar en bas uitgevochten.

Conclusie: The Raveonettes zijn klaar om op 19 augustus tegen pakweg middernacht de Marquee of Club tent op Pukkelpop gitzwart te kleuren. Allen daarheen, met of zonder eyeliner.

Organisatie: Democrazy, Gent

Danzig

Danzig - De kleine man met de grote stem kan het nog!

Geschreven door

Voor ‘Evil Elvis’ en zijn kompanen het podium betraden kregen we Diablo Blvd, de metalband van stand-up comedian Alex Agnew, voorgeschoteld. Ze kregen een schamele 30 minuten speeltijd toebedeeld, die ze vooral gebruikten om hun tweede langspeler ‘Builders of empires’ te promoten. Uit die platen kregen we stevige spierballenrock met tracks als de huidige single “Black heart bleed”, het snelle en agressieve “Endless reign”, het gelijknamige titelnummer, het opzwepende “Conquer all” en het gitzwarte “Between the hammer and the anvil”. Alex Agnew bedankte Glenn om te mogen openen voor zijn grootste idool. Van hun eersteling ‘The greater God’ hoorden we “Scarred and undefeated”, “Virus” en de afsluiter “Outcast”.
Degelijk optreden, goede uitvoering maar toch ontbrak het de band aan een eigen gezicht. Een euvel waar aan gewerkt kan worden.

Uiteraard waren de meeste gekomen om Danzig nog eens aan het werk te zien. Glen Allen 'Danzig Anzalone' was met legendarische bands als The Mifits en Samhain de grondlegger van de horrorpunk. In '87 richtte hij Danzig op waarbij de eerste vier albums van nog steeds staan als een huis. Hierop was het geluid meer gebaseerd op de vroege Black Sabbath en ook meer 'bluesy' van ondertoon. 
Daarna ging het compositorisch en kwalitatief wat minder voor de wind met experimentele uitstapjes richting industrial en gothic. Het vorig jaar verschenen negende album met de illustere titel ‘Deth red saboath’ was weer een stap in de goede richting. Zijn laatste passage op Belgische bodem dateerde immers al van Graspop '99!! En aangezien de kleine man met het grote ego en dito stem dit jaar 56 wordt zou het wel eens de laatste keer zijn. Verwachtingen waren dus hooggespannen.

De band die Glen Allen 'Danzig' Anzalone om zich heen had verzameld was niet mis: Tommy Victor (Prong, occas. Ministry) op gitaar, Steve Zing (Samhain, Son of Sam, The Undead) op bas en drummer Johnny Kelly (Type O Negative, Sevent Void). Een ‘allstar’bezetting dus.
Er werd afgetrapt met het filmisch, Wagneriaanse instrumental “Wotans procession” en het heftige en uptempo “Skincarver” (beiden van ‘Circle of snakes’). Daarna kregen we een prachtige en nostalgische reis door het roemruchte en duistere muziekverleden van de heer Danzig voorgeschoteld.
Enkele hoogtepunten waren: het zompige en duistere “Her black wings”, het sinistere “Twist of Cain”, “Bringer of death” en het luidkeels en magnifiek opgebouwde “How the Gods kill”. Klassiekers die de tand des tijds moeiteloos doorstaan hebben. Meteen viel op dat er weinig sleet op de stembanden van het gespierde Satanskind gekomen was, al liet hij de hoge regionen verstandelijk over aan het enthousiaste en talrijk opgekomen publiek. De band was goed op elkaar ingespeeld en hadden zichtbaar plezier op het podium.
Ook het nieuwe werk kon op redelijk wat bijval rekenen: het pikzwarte “Hammer of The Gods”, het nihilistische “Rebel spirits”, het bluesy “Juju bone” en het vertrouwd klinkende “On a wicked night”. Andere hoogtepunten waren het ooit voor Johnny Cash gecomponeerde “Thirteen”, “Do you wear the mark?” en natuurlijk “Mother”, de song waarmee hij zijn grootste bekendheid mee verwierf.

Na een toegift bestaande uit de oudjes “She rides” en “Long way back from hell” was de koek op en keerde we moe maar voldaan huiswaarts. Jammer genoeg geen “Dirty black summer”, “Am I demon?”, “Cantspeak” of “Tired of being alive”. Toch, dit is detailkritiek, we waren getuige van een indrukwekkende performance van een veteraan die nog niet uitgeteld is.
Evil Elvis is not dead!!

Organisatie: Heartbreaktunes (ism Trix)

The Cave Singers

The Cave Singers - Hoog tijd om uit hun hol te kruipen

Geschreven door

Het optreden van The Cave Singers in de Brusselse Botanique was volgens zanger Pete Quirck het laatste op het Europese vasteland, en wellicht ook één hun betere. Het vrolijk verwaaide en bebaarde trio uit Seattle wou er duidelijk nog eens stevig invliegen, en hun (dronken?) overgave werkte des te aanstekelijk bij het publiek. Zat iedereen elkaar bij het openingsnummer traditioneel nog wat twijfelend en voetstampend te begluren, dan zat al vanaf het tweede nummer vrijwel niemand meer neer op de houten trapjes van de Rotonde. The Cave Singers surfen tussen 2 muzikale golven die al opvallend veel bijval geoogst hebben bij de Belgische muziekliefhebber: langs de ene kant, de bezwerende bluegrass van pakweg 16 Horsepower, langs de andere kant de uitbundige folkrock van Mumford & Sons. Op hun nieuwe album ‘No Witch’ opteren The Cave Singers voor een donkere, psychedelische tussenweg, waarin ook echo’s van The Doors doorschemeren.
Ingetogen nummers als “Beach House”, “Haller Lake” en “Seeds Of Night” wisselden af met up tempo songs als “Summer Light” en “Dancing on Our Graves” , waarin het nasale stemgeluid van Pete Quirck en de opzwepende gitaar riffs van Derek Fudesco de toon zetten, maar het gejoel in de zaal pas echt opsteeg als Marty Lund zijn drums liet galopperen. Deze heren hebben overduidelijk de folk tijdsgeest mee om hun hol te verlaten en een breder (festival)podium te betreden!

Het zou al te gemakkelijk zijn om Bachelorette zo maar af te schilderen als het Nieuw-Zeelandse antwoord op Björk. De gelijkenissen qua stemgeluid waren weliswaar treffend, maar tussen de elektronische geluidscollages en intrigerende visuals door hoorde je even goed de naïeve sixties invloeden van Broadcast (“Her Rotating Head”) en de droompop van Beach House (”Donkey”).
Op verzoek van slechts één jongeman in het publiek was zangeres Annabel Alpers niet te beroerd om haar laptop opnieuw op te laden om nog een bisnummertje te spelen, wat haar op slag een stuk sympathieker maakte. Ondanks herhaalde publiciteit tussen de nummers door slaagde deze jongedame er (nog) niet in om veel volk te lokken naar haar CD standje na het optreden. Toch was de korte set te boeiend en gevarieerd om op basis daarvan een oordeel te vellen.

Organisatie: Botanique, Brussel 


The Blue Van

Love Shot

Geschreven door

Wat bezielt een bende jonge rockers om het roer volledig om te gooien en van potige garage rock met een sixties touch om te schakelen naar een soort verwerpelijke bombastische rock ? Lonkt de hitparade ? Zijn er vreemde hersenkronkels aan voorafgegaan ? Slecht spul gesnoven ?
Wij snappen er eerlijk gezegd niets van, maar wij menen ons The Blue Van te herinneren als stevige Deense rockers met een gezonde voorliefde voor The Who, The Kinks en The Nomads. Zo zagen wij hen in 2005 ergens op een zijpodium van Pukkelpop serieus van jetje geven, staat in ons rock’n’roll geheugen nog geboekstaafd als een stomend concertje. Maar de tijden veranderen blijkbaar.
‘Love Shot’ is reeds hun vierde album en ’t is een ongelooflijke stinker. De plaat staat vol met flauwe en melige FM rock, hersenloze glam-rock en werkelijk tenenkrullende slijmerige ballads die kunnen concurreren met het slechtste van Aerosmith en Journey.
Volgens de groep zelf is het een bewuste koerswijziging, volgens ons is het een ernstige dwaling waar ze hopelijk veel spijt zullen van krijgen.
Welgeteld één song (“Hole in the ground”) hebben wij ontdekt die de moeite waard is, doet ons trouwens sterk denken aan The Sore Losers. Die song hebben we op onze i-pod geslingerd, het plaatje zelf hebben we meteen de vuilbak ingekieperd en daarna grondig onze handen ontsmet.
Wat een draak van een plaat. Dit is erger dan nucleair afval. Laat ons hopen dat ze tot inkeer komen en terug richting vuile rock trekken, want dit is echt niet te harden.

Long

American Primitive

Geschreven door

LONG is het nieuwe groepje van Rubert Huber (Tosca) en Chris Eckman (The Walkabouts).  Beide bands worden gekenmerkt door een atmosferisch geluid. Tosca heeft het meer voor een zomerse lounge cocktail met lichte dance invloeden terwijl The Walkabouts altijd garant hebben gestaan voor sfeervolle Americana.
Fijn om te horen dat de combinatie op zich wel degelijk werkt. Het is niet zo dat een Tosca achtige song afgewisseld wordt met een Walkabouts track, hier is echt een nieuwe groep uit ontsproten met een eigen sound, en dat is een knappe prestatie. Sfeer is het codewoord en de elektronica vloeit mooi samen met de epische gitaren en piano’s. Vooral de instrumentale nummers “Stockerau” en “Longitude Zero” zijn fijne sfeerscheppers.
Verzachte en vaak zwoele vocals van Chris Eckman en de dames Anda Eckman en Chantal Acda stralen een gloed van warmte uit in subtiele songs als “Dust” en het adembenemend mooie “Night Fisherman”.
Zo bezorgt dit hele album ons een lekker humeurtje zonder uitspattingen, het klinkt met name steeds zomers zonder in een echte fiësta uit te barsten.
Het duo heeft tot slot nog een dromerige zonsondergang in petto met een ijl en wegdeemsterend “Run of days”, een knap einde van een mijmerend plaatje.

Taifun

Trondheim

Geschreven door

Een drietal maanden geleden schreven we op deze website een lovende recensie van  ‘Archipelagos’, een fijne verzamelaar  met daarop alle bands van het Luikse Honest House-label.
Taifun, een van die groepen komt nu met een eerste full album ‘Trondheim’.  Deze band is genoemd naar een song van Motorpsycho, een formatie die afkomstig is van ... Trondheim.  Opvallend is dat Taifun er duidelijk in slaagt een eigen smoel te etaleren, de muziek houdt ergens het midden tussen indierock, postrock en emocore. Slechts negen songs (waarvan sommige lang uitgesponnen zijn) die heel afwisselend zijn (soms snel, nerveus en hevig; op andere momenten heel rustig en ingetogen) en zeker weten te overtuigen.  Taifun refereert hierbij aan verschillende bands zoals (uiteraard) Motorpsycho, Modest Mouse, Sonic Youth, Reiziger  en Hitch en de vocalen doen ons bij momenten aan de jonge Tom Barman.  ‘Trondheim’ is zo een meer dan behoorlijke debuutplaat geworden die de status van Taifun duidelijk in de verf zet.

Foo Fighters

Wasting Light

Geschreven door

De ticketverkoop van Pukkelpop verloopt dit jaar als een Thalys… Dat eerst de donderdag-tickets uitgeput waren, had veel te maken met het optreden van Foo Fighters en dan vooral van Dave Grohl… In meer dan tien jaar wist dit behaarde fenomeen al een uitgebreid oeuvre te componeren waarmee hij festivalweides moeiteloos inpakt.  Stevige riffs gecombineerd met brullende, schreeuwerige vocalen waren en zijn de succesvolle ingrediënten die hiervoor verantwoordelijk zijn.
Zelf  onthouden wij vooral de eerste twee schijven van de FF: het titelloze debuut en ‘The Colour and the Shape’ draaien wij met alle plezier nog steeds op geregelde tijdstippen... De vier daaropvolgende platen konden wij jammer genoeg heel wat minder smaken.  De Foo Fighters slaagden er namelijk niet om zich opnieuw uit te vinden en opteerden steevast voor dezelfde mix van stadionrock en poppunk die we van hen gewend zijn.
Soit, de verwachtingen voor deze zevende waren in ieder geval hooggespannen... Alles werd opgenomen in de garage van Grohl, er werd beroep gedaan op producer Butch Vig en aantal andere oudgedienden uit het Nirvana-tijdperk (gitarist Pat Smear, ten tijde van ‘In Utero’ extra gitarist op tournee én bassist Krist Novoselic die hier opduikt bij “I Should Have Known”) en men beloofde een plaat vol smerige, ruige garagerock. 
We moeten jammer genoeg constateren dat we op ‘Wasting Light’ zeer weinig garagerock horen en dat Dave Grohl en de zijnen voor de zoveelste keer hetzelfde kunstje opvoeren.  Het zou overdreven zijn om ‘Wasting Light’ een slecht album  te noemen want heel wat songs  hebben natuurlijk wel aantrekkelijke refreinen en bevatten de nodige hitpotentie.   Hoogtepunten zijn  het emotionele “I Should Have Known” (deze song over Kurt Cobain bleef ons tot het einde boeien) en de razendsnelle punkrocksongs “Bridge Burning” en “White Limo” die de ideale soundtrack bij een helse rit op een rollercoaster zijn.
Jammer genoeg blijven de meeste nummers  slechts bij mondjesmaat echt hangen en is ‘Wasting Light’ daardoor een goede maar zeker geen uitzonderlijke plaat.

Guillemots

Walk the river

Geschreven door

Toch wel een speciaal en bijzonder bandje, het Britse Guillemots, de band rond Fyfe Dangerfield. Ze zijn toe aan de derde plaat en de  rijkelijk geschakeerde elektronicageluidjes, toetsen en pop, in het verlengde van ‘80’s freak Scritti Politti hebben een dromerig concept met een zekere dramatiek.
Een arty aardse sound zonder echt overdreven te zijn dus. Oorstrelende muziek, die net als de titelsong van de plaat ideaal past bij een picknick aan het water, gedragen door Fyfe’s unieke stemgeluid, dat ergens leunt aan Jeff Buckley, Damon Gough van Badly Drawn Boy en Robert Smith.
De opvolger van ‘Red’ en ‘Through the windowpane’ bevat een handvol prachtsongs als “Vermillion”, “I don’t feel amazing now”, “I must be al over” en de titelsong. Hoogtepunten zijn het uitgesponnen “Sometimes I remember wrong” en “Yesterday is dead”. Met een knipoog naar Alan Parsons. Verder geen uitschieters maar fijn gevarieerd, boeiend, avontuurlijk, sfeervol, dromerig relaxt en mooi materiaal. De multiculturele band heeft gewoonweg een goed en duurzaam album uit …

The Streets

Computers & Blues

Geschreven door

Mike Skinner en de zijnen zijn toe aan hun laatste cd. Het werd steeds meer een moeilijke bevalling. We hoorden vroeger al twee fijne platen ‘Original Pirate Material’ en ‘A grand don’t come’, dan begon het al wat stug te worden met ‘The hardest way to make an easy living’. Op de vorige cd ‘Everything is borrowed’ sijpelde de ideeënarmoede door.
De recente ‘Computers & Blues’ ligt in dezelfde lijn, goed, maar ook niet meer dan dat. Enkele gastvocalisten ondersteunen Skinner, wat elan biedt op deze mengelmoes van pop, hiphop, r&b, (dub)reggae en 2 step, o.m. Robert Harvey (van The Music) Clare Maguire en Laura Vane ( van The Vipertones).
Het tempo ligt beduidend lager dan vroeger; de sounds en bleeps zijn warm, licht, toegankelijk, sfeervol en dromerig.  Songs als “Puzzled by people”, “Without thinking”, “Soldiers”, “We can never be friends”, “Omg”, “Trying to kill me” en het afsluitende “Lock the locks” zijn nog steeds de moeite , maar algemeen werkt die mellow hihop en de raps minder aanstekelijk en treffend.
Ondanks het feit dat The Streets me door de jaren steeds heeft geboeid, zullen we Skinner wel missen, maar het is duidelijk dat het muzikaal kaarsje rustigweg uitdoofde.

Cold Cave

Cherish the light years

Geschreven door

Het Amerikaanse Cold Cave komt verrassend uit de hoek met ‘Cherish the light years’, catchy synthpop en electro-wave siert de plaat. Het is hun tweede plaat trouwens, gedragen door de sterk overtuigende vocals van Wesley Eisold. Hij graaft in die oude wave/electro van Suicide, Cabaret Voltaire, Depeche Mode, New Order, Human League, Heaven 17, Pet Shop Boys en verderop Erasure en zorgt dat de waverock van Editors, Interpol en White Lies een flinke groove krijgen … Aanstekelijk inwerkend op de dansspieren en mijmerend naar die goede jaren ’80 electrowave.
Op de opener “The great pan is dead” komt nogal wat shoegaze waaien, maar daarna is het bodymovin’ met de broeierige, dansbare synthpop van o.m. “Pacing around the church”, “Confetti”, “Catacombe” en “Underworld USA”.
De laatste songs zijn gevarieerder, wat breder en opbouwender, “Alchemy & you” met blazers, de dark wave van The Cure met “Burning sage” en een ware Human League song op het afsluitende “Vilains of the moon” met gepaste vrouwelijke backing vocals …
Goed dat Cold Cave hier rondloopt en een frisse bries biedt aan die huidige stijlrichting …

Moby

Moby - Niet het verhoopte dansfeestje, wel aardig concertje

Geschreven door

Dat het sympathieke kleine mannetje in een snel veranderende muziek- en dancewereld op vandaag niet meer ‘hot’ is, is een understatement. Sedert ‘Play’ uit 1999 heeft hij geen deftige plaat meer uitgebracht (opvolger ‘18’ was nog een commercieel succes, maar het was niet meer dan een lauw doorslagje van ‘Play’ en de platen die er op volgden waren zowaar nog zwakker, met als absolute dieptepunt het vehikel ‘Hotel’).
In de Botanique kwam Moby zijn nieuwste album ‘Destroyed’ voorstellen, een plaat die laat ons zeggen wel zijn momenten heeft, maar die alweer mijlenver staat van de klasseplaatjes als ‘Everything is wrong’ en ‘Play’.

Wetende dat de ukkepuk ondertussen een mega status verworven heeft -gewoonlijk speelt hij in immense zalen of op grote festivals voor duizenden toeschouwers- leek het ons toch wel bijzonder om hem te gaan bekijken in de gezellige Orangerie van de Botanique voor amper zeshonderd trouwe fans.
Een paar zaken werden ons meteen duidelijk : vernieuwend is de muziek van Moby al lang niet meer en de nieuwe songs zullen het niet tot klassiekers brengen. We troffen wel een uiterst enthousiaste Moby aan die genoot van elke minuut die hij op dat podium van die kleine zaal mocht staan. Speciaal voor het Belgisch volkje speelde hij de rocker “That’s when I reach for my revolver” die niet in de reguliere setlist was opgenomen en die voor ons meteen als één van de hoogtepunten van de avond kon doorgaan. Ook had hij er geen erg in om één song (“Natural blues”) in verschillende toonaarden twee keer na elkaar te spelen, en dit vooral om zijn zangeres een plezier te doen. En dit bracht ons meteen naar het volgende probleempje. De donkere dame was gezegend met een prachtstem, wat zowel haar sterkte als haar zwakte bleek te zijn. Ze overdreef nog geen klein beetje met het etaleren van haar vocale bereik, en dat was soms een zegen maar elders stond het dan weer de songs serieus in de weg. Moby zou het mens een beetje meer moeten intomen.
Voor het overige was de haarloze lilliputter zelf verduiveld goed op dreef en bleek hij ook een verbluffend gitarist te zijn die naast een paar hete funky riffs ook knappe solo’s uit zijn instrument toverde (heel even dachten we aan Prince). Ergens schuilt er een hevige rocker onder dat kale kopje, wat we nog meer moesten beamen nadat hij zich waagde aan een splijtende versie van “Whole lotta love”.
Moby had vanavond nogal wat het geduld van het publiek op de proef gesteld, hij was met aardig wat zwier aan zijn set begonnen, met ondermeer een hitsig “Go”, maar schakelde dan een versnelling terug waardoor het danslustige publiek een beetje op zijn honger bleef zitten. Maar het verhoopte dansfeestje kwam er op het einde dan toch met opzwepende dance tracks als “Disco lies”, “The stars” en als finale eindspurt het uitbundige feestje “Feeling so real”.

Eén en ander deed ons na dat bescheiden fuifje van twee uurtjes concluderen dat Moby ergens tussen dance, elektronica en rock zweeft (wij zijn benieuwd naar de dag dat hij eens een echte rockplaat zal maken), dat hij bijzonder sterke songs op zijn kerfstok heeft (“Why does my heart”, “Porcelain”, “In this world”, “Honey”, “Bodyrock” waren om van te snoepen) maar helaas ook enkele hele zwakke (“Lift me up” en “We are all made of stars” waren ook vanavond niet te pruimen) en dat hij op alle gebied en in elk genre zijn (kleine) mannetje kan staan. Chapeau !

Organisatie: Botanique, Brussel

tUnE-yArDs

Kleurrijk en begeesterende tUnE-yArDs

Geschreven door

Ferm gerespecteerd en warm onthaald werden ze, de uit Oakland afkomstige zangeres/multi-instrumentaliste Merrill Garbus en bassist Nate Brenner. Ze houdt er betreffende haar project tUnE-yArDs een speciale schrijfwijze op na. De sympathieke Garbus is toe aan haar tweede album, die het twee jaar geleden ‘BiRd BrAiNs’ opvolgt. Ze stoeit met allerlei geluiden, samples en stijlen waarin we folk, jazzy grooves, dampende funk, r&b, afro, hiphop en aanstekelijke drumloops horen. Het lijkt allemaal een beetje rommelig, een soort bizarre knutselpop met hiphopachtige beats, kleurrijk en ritmisch en die tot de verbeelding spreekt. De songs werden in een mooi lofi world concept gegoten.

Het duo schilderde enkele indianenstrepen over de kaken en op haar shirt waren enkele roze veren geprikt. Muzikaal stonden twee blazers het duo bij. Afwisselend materiaal van de twee cd’s hoorden we, met de smachtende “Gangsta” (single!), “Bizness”, “Real life flesh” en “My country” die het publiek in de AB Club ophitsten. In die broeierige, groovy songs ademde een kleurrijk Couleur Café door, doordacht en dansbaar, met verrassende wendingen.
Er was sprake van een gretig afwisselende aanpak. “Hatari” in de beginfase, solo ingezet op ukelele van Garbus, die even verderop breder en forser klonk door de ritmebox, afrobeats, gitaarloopjes en de vooraf opgenomen voicesamples, gedragen door haar bedwelmende, variërende zangpartijen. Ze beet fel van zich af. Met beperkte middelen een doeltreffend geluid produceren … “Powa”, “Fiya” en “Riotriot” volgden  … Doe het haar maar na … al of niet met meer world, percussie en blazers. De psychedelica drong meer door in songs als “Es-so”, ergens Stereolab en Laetitia Sadier.
tUnE-yArDs maakt een som van Soul Coughing, Zap Mama, Animal Collective, Stereolab en G Love en dompelt het onder in lofi.

Vol lof was het publiek voor de excentrieke, ritmische, kleurrijke sounds van het talentrijke tUnE-yArDs, die zelfs twee keer terugkwamen en met “Killa”, “Doorstep” en een lofi Seasick Steve song begeesterend klonken. Straf spul subliem gebracht. Chapeau!

Thousands, Kristian Gerrard en Luke Bergman, een duo uit Seattle, stelde als support hun debuut ‘The sound of everything’ voor, new acoustic movement en sing/songwriterpop in de voetsporen van Elliott Smith en Nick Drake … Sober ingehouden, breekbare pop en een integer, emotievol stemgeluid. ‘Skyhigh music’ omschreven ze het zelf. Mooi gevonden alvast!
 
Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Emmylou Harris

Emmylou Harris and her Red Dirt Boys – Tijdloze americana

Geschreven door

Emmylou Harris and her Red Dirt Boys
Een onvoorwaardelijk respect hebben we voor Emmylou Harris, de 64 voorbij en nog niks ingeboet van haar heldere, indringende, gouden fluwelen stem. Ze heeft de status van een levende legende, want in haar veertigjarige carrière heeft ze een eigen weg gebaand binnen de country, folk, pop en rock. Haar slepende americana/country klinkt hartverwarmend, broeierig, pakkend en beklijvend! Een paar jaar terug werd ze opgenomen in ‘The Country Music Hall Of Fame’.
Dankzij Daniel Lanois gaf ze in ’95 haar geluid een nieuwe dimensie, door een spannende dreiging, met de plaat ‘Wrecking Ball’. Deze ‘grande’ dame liet op de daaropvolgende platen een traditioneler geluid horen. Na ‘Stumble into grace’ en ‘All I intended to be’ heeft ze de opvolger klaar ‘Hard Bargain’, die welhaast een reünie is van een virtuoze groep oudgedienden, waarmee ze nu al jaren op tournee trekt. De zangeres pakt uit met haar akoestische gitaar en zorgt met de band voor een gestileerde geluid binnen de rootsrock. De sound raakt minder dan de periode van haar comeback.

Ze speelde met haar band een bijna twee uur durende set, stelde nieuw werk voor, groef met een paar songs diep in haar muzikaal verleden en plukte af en toe een song van haar rijkelijk gevulde oeuvre. Ten tijde van ‘Wrecking Ball’ bezorgde ze ons kippenvel, maar ook haar traditionelere aanpak bood intens pakkende momenten.
Ze slaagde erin de covers op de platen een eigen toets te geven, nauwelijks herkenbaar van het originele! En ze eert haar dierbare vrienden/artiesten o.m. Townes Van Zandt, Bob Dylan, Gram Parsons en Kate McGarrigle; live speelde ze met een breder instrumentarium “If I needed you” en “Pancho & lefty” (in de bis), verder een emotievolle “Every grain of sand” (Dylan) en ze voegde er nog een indringende en aangrijpende “The road” en “Darlin’ Kate” aan toe.
Een uitgebreid, afwisselend instrumentarium werd door haar geoliede begeleidingsband gehanteerd: naast drums en akoestische gitaren hoorden we mandoline, dobro, steelpedal, contrabas, viool en toetsen en de typische Nashville/Tennessee - slides ontbraken niet.
Ze was onder de indruk van het prachtige Concertgebouw en ook de Meifoor in Brugge bracht haar soms naar San Francisco.
Gevoeligheid in de luistersongs is en blijft het centrale gegeven in het songmateriaal of het nu innemend, breder of krachtiger klinkt. “Six white Cadillacs” opende de set en samen met “Get up, John”, “Luxury liner” en “Born to run” waren dit de meest snedige uptempo countryrockers. Verhaaltjes en indrukken vertelde ze met veel elan; de ‘on the road’ songs als “Big black dog”, “Home sweet home” sierden en intens pakkende momenten hadden we met “Orphan girl”, “Red dirt girl”, “Making believe”, “My name is Emmett Till”, ”The pearl” en “Going back to Harlam … Beklemmend materiaal en een beetje huiveren … Een Low Anthem profile schemerde soms door als ze met haar Red Dirt Boys netjes op een rij of dicht bij elkaar stond.

Eenvoudigweg een prachtprestatie en muzikale levenswijsheid dus, gebundeld in een tijdloos, melancholisch americanageluid!

Organisatie: Brugge Pluw & Concertgebouw (ism Greenhouse Talent)

Yusuf

Yusuf Islam - Intimistisch optreden voor een rustig genietend publiek

Geschreven door

Yusuf, bij het grote publiek nog altijd beter bekend onder zijn vroegere artiestennaam Cat Stevens, werkte donderdag het laatste optreden van zijn Europese tournee af.
35 jaar geleden was het dat hij nog eens in België was, eveneens in Vorst. Dat was in een periode dat zijn hits constant op de radio te horen waren. Niet te verwonderen dus dat het concert vooral bijgewoond werd door mensen die de jaren zeventig nog meegemaakt hebben. Toch waren er ook wat jonge tieners te bespeuren, die met hun ouders meegekomen waren. Ik ontmoette een Australiër die Cat destijds nog live meegemaakt had in Adelaide, en die nu in Leuven woont. In totaal daagde er 4.000 man op om de legendarische singer-songwriter aan het werk te zien.

Na zijn bekering tot de islam in 1977 nam Yusuf volledig afscheid van de muziekbusiness. In 2006 nam hij echter de draad terug op met de nieuwe cd ‘An Other Cup’, gevolgd door ‘Roadsinger’ in 2009. En tot onze vreugde begon hij toen ook terug te touren.
Rond 16 uur maakte hij tijd voor zijn fans in de foyer van de Amigo. Daar signeerde hij mijn cd met “Peace, Yusuf”. Want hij is natuurlijk nog altijd de troubadour van de vrede, en een vredevolle avond zou het worden. Op zijn 63ste ziet hij er nog heel kwiek uit, de dikke zwarte baard is alleen een grijze geworden. En zijn stem verzorgt hij even goed als die baard, want daar viel tijdens het dik twee uur durende optreden niets op aan te merken.
The artist formerly known as Cat kwam alleen op met zijn akoestische gitaar, in een stijlvol decor met twee lantaarnpalen en een videomuur die zijn songs zou ondersteunen met even brave beelden.
Na een vriendelijke begroeting trapte hij af met het prachtige “Lilywhite”, van zijn derde lp ‘Mona Bone Jakon’ uit 1970, waaruit hij wat later ook “Trouble” en “Pop star” putte, maar niet de hit “Lady d’Arbanville”. Dat album betekende een mijlpaal in zijn carrière. Nadat hij met zijn debuut uit 1967 onverwacht tot popster gekatapulteerd werd, en na de geflopte opvolger uit hetzelfde jaar ‘New Masters’, volgde een noodgedwongen stilte wegens tuberculose.
In 1970 ontpopte hij zich tot de folkrocker en singer-songwriter die hij wilde zijn, en hij perfectioneerde zijn stijl in zijn grootste succesplaten ‘Tea For The Tillerman” en ‘Teaser And The Firecat”.
De hits uit die albums kwamen later op de avond; eerst kregen we enkele nummers uit zijn sixtiesperiode. In een medley met debuutsingle “I love My Dog” bracht hij “Here Comes My Baby” en “The First Cut Is The Deepest”, beide originele nummers van hemzelf die grote hits werden in coverversies door respectievelijk The Tremeloes en Rod Stewart of P.P. Arnold.
“Moonshadow”, dat hij zelf zijn favoriete nummer noemt, kon natuurlijk niet ontbreken, en het kalme publiek toonde voor het eerst enig enthousiasme bij de hits “Father And Son” en “Peace Train”, het laatste weliswaar met een andere tekst. De oudere nummers werden afgewisseld met enkele songs van zijn twee albums uit de jaren 2000.
De Brit werd ondersteund door een solide backingband, die hij net voor de pauze voorstelde. Hij had onder andere Alun Davies (die reeds op al zijn seventiesplaten meespeelde) en een percussionist uit Ghana meegebracht. Zelf wisselde hij af tussen zijn gitaren en de piano. In zijn bindteksten weidde hij eventjes uit over zijn afkomst uit de Londense West End, en citeerde hij uit de musical ‘Moonshadow’ die hij aan het maken is.

Na 20 minuten pauze ging de bloemlezing uit zijn recente nummers verder. Meestal trage liedjes. Op de kwaliteit niets aan te merken maar veel opwindends zit er toch niet tussen. Het titelstuk van zijn laatste, “Roadsinger” en “The Rain”, eveneens daaruit, konden mij nog het meest bekoren. Van “Boots And Sand”, dat hij samen met Dolly Parton en Paul McCartney zingt, werd de videoclip afgespeeld, terwijl de man in de coulissen verdween. “Sad Lisa”, een pareltje uit ‘Tea For The Tillerman’ dat op niet veel verzamelaars terug te vinden is, en waarbij hij zichzelf op de piano begeleidde, was het hoogtepunt uit het tweede gedeelte. Ter afsluiting was het tijd voor zijn grote hits “Morning Has Broken”, “Wild World” en “Father And Son”, waarmee hij het publiek uiteindelijk uit de stoeltjes wist te lokken.

Omdat we zo braaf geweest waren, verdienden we twee bisrondes. We kregen onder andere “Bad Brakes”, als enige nummer uit zijn laatste seventies-lp ‘Back To Earth’, en de originele versie van “Peace Train”. “All Kinds Of Roses” uit zijn laatste album was een verrassende afsluiter.

Setlist: Lilywhite, The Wind, Blackness Of The Night, Trouble, Popstar, Where Do The Children Play, I Love My Dog + Here Comes My Baby + The First Cut Is The Deepest, Moonshadow, World Of Darkness, Peace Train (Blues Version), Matthew And Son, But I Might Die Tonight, Remember The Days Of The Old Schoolyard, Doors, On The Road To Find Out, A Bad Night
*Pauze*

Heaven/Where True Love Grows, Miles From Nowhere, Roadsinger, Foreigner Suite, Boots And Sand, Be What You Must + Sitting, Sad Lisa, Midday (Avoid City After Dark), Rubylove, Angelsea, Morning Has Broken, Wild World, Father And Son
*Encore 1*
Changes IV + My People + Bad Brakes, Peace Train
*Encore 2*
If You Want To Sing Out, Sing Out, Don”T Be Shy + Angelica, All Kinds Of Roses

Organisatie: Greenhouse Talent

Katy B

Katy B wordt een grote Lady !

Geschreven door

Velen hebben wel zo’n verhaal. Een megagroep die je ooit nog zag in een of ander donker zaaltje. Wel, Katy B passeerde even in de Botanique. De Rotonde was te klein, dus verhuisde de organisatie haar performance maar naar de Orangerie. Wij waren erbij. En achteraf wisten we: dit meisje wordt een grote madame !

“My first gig with a band in Brussels! My first gig with a band outside the UK ! I am ten times more excited than you !” En je merkte het, ze had er ongelooflijk veel zin in. Nog wat zoekend als leading head singer van een band en niet met een dj. Maar ze speelde al breed happend op haar publiek in. Een publiek dat haar eerste album ‘On a mission’ - pas twee maand uit -  al grondig uit het hoofd kende.
Katy B, de 21-jarige Kathleen ‘Katie’ Brien uit Zuid-London, is meer een product van de clubs die ze sinds haar zestiende frequenteerde dan een opgepolijste armatuur van de BRIT School waar ze (af)studeerde. De dansstijlen die ze in de Londense danstempels opsnoof, zaten begin juni allemaal in haar Brusselse passage: R&B, dubstep, funk en zelfs een vleugje Latijnse ragga. Met een stem die – zo omschreef men op StuBru dat de ‘coming star’ vier dagen laten in zijn befaamde Club 69 zou ontvangen -  klinkt als een klontje boter dat in een hete pan gekapt wordt.
Ze opende met “Louder” en zette meteen een youngster-statement: uitgaan voor een tiener is dé verlossende uitlaatklep voor het zich in crisis wentelende Engeland. "As I buy another round with my final twenty pounds … I just want it louder."  De (vooral jonge) crowd absorbeerde en retourneerde: Louder !
Haar recente hit “Broken Record” verschilde van de albumversie die we kennen, want ze liet zich flankeren door een duo blazers (saxofoon en trompet) en die zouden het hele optreden door een rol van betekenis vervullen. Wie inderdaad een avondje pure dance-pop  verwachtte zat er naast, want net door die band opent Katy B zichzelf als een muzikale artieste met open kleppen. En het staat haar.
“Perfect Stranger”, haar hit met Magnetic Man, en haar career-best single “Katy on a Mission” bleven dan weer dichter bij het origineel dubstep and funk. “Katy On A Mission” kondigde ze trouwens aan als het nummer waarmee alles begon en waardoor ze als een komeet naar de vijfde stek in de UK Singles Charts schoot. De song werd  geproduceerd door dubstepfenomeen Benga  2010.
Ze eindigde met “Lights on”, in de albumversie met Ms Dynamite de diva met wie ze twee jaar eerder op het Londense Jazz Festival optrad. Want tot voor een jaar geleden was Katy  een achtergrondzangeres, een backing vocal, iets wat in haar set in Brussel ontbrak. Maar de tape met de achtergrondstemmen, die telkens mee opgestart werd, stoorde allerminst.

"This is about being on the dancefloor, knowing everyone is feeling the same emotion as you …" We keken even rond en zagen dat het goed was. Meer dan goed zelfs ! De Botanique ging uit zijn dak. De Lady wordt groot, een moeilijke voorspelling is dat evenwel niet.

Setlist 1. Louder  2. Broken record 3. Henry 4. Easy please me 5. Disappear 6. Go Away 7. Witches 8. Perfect stranger 9. Why you always 10. Katy on a mission/ Blinded by lights 11. Hard to get 12. Lights on

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Botanique, Brussel


Pushking

The World As We Love It

Geschreven door

‘The world As We Love It’ is een plaat die al begin 2011 werd uitgebracht maar die ons toch opmerkelijk genoeg leek om alsnog te recenseren. Pushking is een Russische hardrockband die hoge toppen scheert in eigen land. Om ook buiten de landsgrenzen te scoren hebben ze voor deze ‘The World As We Love It’ alles uit de kast gehaald:  tal  van verschillende hardrockiconen leverden namelijk een bijdrage tot deze plaat.
Houdt u vast want hier volgt een greep  uit de indrukwekkende lijst: Alice Cooper, Paul Stanley (Kiss), Billy Gibbons (ZZ Top), Nuno Bettencourt (Extreme), Udo Dirkschneider, Steve Vai, Graham Bonnet, Joe Lynn Turner, Eric Martin, Steve Lukather, Jorne Lander en dan vergeten we nog een aantal anderen.  Al deze muzikanten horen we terug op een of meerdere van  de in totaal 19 nummers.
De songs op zich spelen allemaal op safe en zijn dus vrij braaf, je zou de plaat als een soort trip naar de jaren tachtig kunnen opvatten, de tijd dus waar glamrock en metalballads schering en inslag waren. Wij waren niet wild van meeste tracks maar  de vertolkingen van de verschillende sterren maken gelukkig veel goed.  Dit zorgt ervoor dat deze schijf verplichte kost is voor fans van genoemde muzikanten en van melodieuze hardrock uit de eighties.
Of Pushking echt de grote sprong naar het buitenland zal maken is een andere kwestie...    

The Low Anthem

Smart Flesh

Geschreven door

‘Oh My God Charlie Darwin’ werd een adembenemende doorbraak, emotionele schoonheid, breekbare alt.country/folk/americana/lofipop, die af en toe een rauw, ruw randje kreeg. De melancholie, de intimitiet en de rootsrock van hun ‘DIY’- aanpak nam een voorname plaats in. Wat een charme-offensief.
De opvolger biedt ook veel klasse door de variatie en het warme kamergehalte, maar overtreft de voorganger niet.
Maar geen nood … De muzikanten bieden verslavend inwerkende songs en kunnen ontroeren met hun breed arsenaal aan instrumenten zoals onder meer (akoestische) gitaar, klarinet, drums, contrabas, althoorn, xylofoon, viool en een oud, gerestaureerd orgel; ze geven ze hét juiste gevoel en ze wisselen die instrumenten af alsof het niks is; de vaandel qua vocals wordt dan gedragen door de weemoedige, genererende stem van Ben Knox Miller.
De plaat werd opgenomen in een pastasausfabriek en werd geproduced door Mike Mogis (Bright Eyes). Intieme americana, broeierige alt.country en neofolk, , melancho en (ietwat gejaagde) rootsrock , waaronder het dromerige “Ghost woman blues” die de aanzet geeft, verder “Apothecary love” en “Burn”, een rockende “Boeing 737”, een “Hey, all you hippies” met een Green On Red gehalte, ingehouden stemmenpracht op “Love & altar” en “Golden cattle”, een verdwaalde “Matter of time” en “I’ll take out your ashes” en tussenin een prachtig intermettzo van “Wire”.
Een mooie afwisseling horen we, kamermuziek met een pepersausje indien nodig, eenduidiger dan voorheen; ze intrigeren nog steeds door het bedwelmende karakter, de gemoedsrust en de uitbundigheid. Hier komen songwriters Dylan/Cohen, The Band, The Triffids, Green On Red en My Morning Jacket samen. Puik gedaan!

PJ Harvey

Let England Shake

Geschreven door

We zijn altijd benieuwd wat Polly Harvey weet te brengen van platen. Ze deed beroep op ‘usual suspects’ John Parish en voormalig Bad Seed Mick Harvey, die bij talrijke samenwerkingen met haar te horen waren. Als we even terugblikken over het muzikale verleden ging ze hard, zacht, snel, traag, donker, licht en mooi te werk … Grillig, melodieus, subtiel, sfeervol, lieflijk materiaal dat ze zingt, schreeuwt, declameert of kirt.
De nieuwe plaat is een intens broeierige plaat geworden … “This time I’ve been just looking out”, lezen we ergens in de bio en ze heeft het over de heroïsche als de gewelddadige kant van haar ‘country she loves’.
De songs kunnen elementair, groovy als kronkelend zijn, soms zoekend naar toegankelijkheid, met een typische Britfolky ondertoon én gedragen door een etherische zang, die durft over te helen naar Björk kapsones.
Meeslepende, kwaliteitsvolle songs dus met een dampende titelsong, een bezwerende “The glorious land” met hoorngeschal, een intense “On battleship hill”, de opbouwende, eenduidige “In the dark places” en “Bitter branches”, en de sober ingehouden “All & everyone” en “England” die breder durven te klinken.
Kortom doel - treffende contrasten schuilen er in de plaat die Polly Harvey nog steeds op een voetstuk plaatsen, een begenadigde talent met een conceptplaat over haar land …

Pagina 407 van 498