logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15418 Items)

Kaiser Chiefs

The Future Is Medieval

Geschreven door

Omdat Kaiser Chiefs er zelf niet uit kwamen welke van de nieuwe songs ze uiteindelijk op het album zouden zetten hadden zij op voorhand een twintigtal tracks op hun website gepost om zo de fans zelf de kans te geven hun eigen compilatie er uit samen te stellen. Beetje onnozel, als je ’t ons vraagt, want die fans willen natuurlijk alles downloaden en hebben dan ook weinig behoefte aan elimineren van songs van hun favoriete band. Maar wij wel !
Uiteindelijk ligt er nu een nieuw album in de winkels met daarop 13 tracks, maar nog wat meer eliminatie zou niet misstaan hebben. Wij zouden na wat grondig speurwerk geopteerd hebben voor een EP’tje met 6 sterke songs en that’s it.
U zal vergeefs zoeken naar fuifnummers van het kaliber “Ruby”, “Never Miss a beat” of “Oh My God”. Een dingetje als “Long way from celebrating” heeft wel wat hitpotentieel in zich, het is een fijne song maar uitzinnig op en neer wippen ga je hier niet bij doen. Verder krijgt u frisse eighties pop met “Things Change” en gezwinde feelgood pop met het knappe “Starts with nothing”. Het vinnige rockertje “Dead or in serious trouble”spreekt ons nog het meest aan en ook opener “Little shocks” en “Child of the jago” zijn van die typisch lekkere opzwepende Kaiser Chiefs nummertjes.
Tot zover het koren, want verder treffen we helaas nogal wat kaf aan op dit nieuwe album. Het Madness beestje duikt op in “When all is quiet” maar de song valt te licht uit en kan geenszins tippen aan de briesende topsongs dan deze grote voorbeelden. Het synthesizer niemendalletje “Heard it break” staat hier ook maar wat onnozel te wezen en het supermelige “Coming up for air” is zowaar nog slapper, om nog maar te zwijgen over de flauwe afsluiter “If you will have me”.
De songs die het album niet haalden hebben wij ook gehoord en het was ons meteen duidelijk waarom ze in de kast zijn blijven steken. Mogen ze veel stof vergaren.
Voor het bouwen van een vet feestje op hun optredens blijven Kaiser Chiefs dus aangewezen op hun eerdere hits, maar de heren hebben er met deze half geslaagde nieuwe plaat toch een handvol dingetjes bij om hun legendarische live sets nog wat meer kleur te geven. Op naar de AB in november.

Ozzy Osbourne

Diary Of A Madman (Reissue)

Geschreven door

Een van de betere platen in de hardrockgeschiedenis is Ozzy’s ‘Diary Of A Madman’ uit 1981.  Het betreft de tweede soloplaat van Osbourne en die is in dertig jaar ondertussen al meer drie miljoen keer over de toonbank gegaan.  De heruitgave ervan gebeurde al eens in 2002 maar dat gebeurde wel zonder de originele drum- en bastracks.  Op deze reissue is dit wel het geval, wat de echte fans ongetwijfeld toejuichen en misschien zal aansporen om deze klassieker opnieuw in huis te halen. Sowieso is ‘Diary Of A Madman’ een zeer interessant plaatje voor de echte metalfan.  Enerzijds komt dat doordat Ozzy een van de beste zangers uit de metalgeschiedenis is (z’n vocalen hier zijn van het beste dat hij ooit uitbracht), anderzijds komt dat door het fantastische gitaarwerk van de geniale Randy Rhoads, de toenmalige veelbelovende gitarist die kort na de opnames veel te vroeg stierf in een vliegtuigongeluk. Op nummers zoals “S.A.T.O.”, “You Can’t Kill Rock and Roll”, “Tonight” en de titeltrack is het echt genieten geblazen van de mans gitaarwerk. 
Deze nieuwe heruitgave heeft uiteraard nog een aantal  extra’s en dat is hier in de vorm van een live cd.  We horen elf nummers die opgenomen werden tijdens verschillende show van de Blizzard of Ozz-tournee.  Het is vooral Rhoads die hier de show steelt.  We horen op deze opnames trouwens verschillende Black Sabbath-klassiekers zoals “Iron Man”, “Children Of The Grave” en “Paranoid”, wat natuurlijk een extra reden is om deze dubbelaar een plaatsje te geven in je metalcollectie!

Black Joe Lewis & The Honeybears

Scandalous

Geschreven door

Een onbeschaamd retro plaatje waar het zweet met emmers van af druipt. Deze Amerikaanse bende serveert pure soul, hete funk en opzwepende blues met vette kwinkslagen naar James Brown, J. Geils, Black Keys, Dirtbombs en prille Stones. De gitaren zijn heet en dirty en een swingend blazerskwartet hitst de boel nog meer op. De plaat heet ‘Scandalous’ en is inderdaad schandalig goed, ze ademt gewoon een live gevoel en bruist als een goed getrainde aspro in een glas tequila.
Het is gewoon onmogelijk dat u de benen en de rest van uw al dan niet potente ledematen stil houdt op stampers als “Mustang ranch” en “You been lyin’”. De funk en soul hebben de tijd van hun leven in “Livin’ in the jungle”, “Booty city” en in een supergroovy “Scandalous” en de blues klinkt op zijn vetst in “Messin’” en “Jesus took my hand”.
Als er ergens een podium is in de buurt die deze ophitsende bende wil ontvangen, dan vliegen we daar als de bliksem naar toe. En ’t is toch wel van dat, zeker, op 29/09 in zaal l’Aeronef te Lille. We zijn al weg.

Miles Kane

Colour of the trap

Geschreven door

Nadat zijn bandje The Rascals maar niet van de grond kwam maakte Miles Kane met zijn maatje Alex Turner van Arctic Monkeys onder de naam The Last Shadow Puppets het voortreffelijke plaatje ‘The age of the understatement’ dat prompt naar de hoogste regionen van de hitlijsten stootte.
Nu Turner alweer volop ondergedoken is in zijn Arctic Monkeys vond Kane de tijd rijp om The Rascals maar te laten voor wat ze zijn en bokste hij een eerste soloplaat in elkaar.
Het ding gaat zeer aardig en veelbelovend van start met het felle “Come closer”, maar al snel blijkt dat Kane na die blitse start het tempo en niveau niet kan blijven aanhouden. Het ondermeer door StuBru grijsgedraaide “Rearrange” blijven wij een zaag van een song vinden en na ettelijke beluisteringen houden we hardnekkig vast aan onze eerste indruk: foute singlekeuze. Het wordt nadien zelfs nog meliger met slappe kost als “My Fantasy”, “Counting down the days” en als pijnlijk dieptepunt de stroperige smartlap “Take the night from me”.
Pas op de tweede helft van het plaatje worden de meubelen gered met ondermeer het fleurige Britpop deuntje “Quicksand” en het wel zeer Arctic Monkeys-achtige “Inhaler”. En onze kop eraf als “Kingcrawler” geen afleggertje is van ‘The age of understatement’, maar dan wel één van het betere soort waardoor wij ons luidop zouden durven afvragen waarom zo een knappe song die plaat niet heeft gehaald. Ook “Telepathy” is een okselfrisse popsong met fijne sixties gitaartjes en “Better left invisible” rockt dankzij een ‘Cold Turkey’ riff wel echt lekker door.
Speciaal om ons te kloten sluit Kane zijn album af met “Colour of the trap”, alweer een onuitstaanbare draak van een song.
Van een tweeslachtig plaatje gesproken.

Sinead O’Connor

Onze Sinead op retour …

Geschreven door

Net twee jaar terug was Sinead O’Connor te gast in het OLT Rivierenhof, Deurne, met een spaarzame begeleiding van een gitarist en een multi-instrumentalist, die de songs elan gaven door piano, toetsen, accordeon en soundscapes. De locatie vormt nog steeds de ideale plek om haar oeuvre optimaal tot z’n recht te laten komen … alleen dame O’Connor is er ouder op geworden, én haar stem durft al onvast te klinken, in die zin een lichthese stem, een valse noot en een gekuch, dat haar hemelse, indringende, emotievolle  zang doorprikt. Ook was ze soms niet meer mee in de tekst of was ze woorden, zinnen vergeten. Als mens is ze duidelijk geëvolueerd, meer relativerend, berustend, goedgemutst, goedlachs, nonchalance en laconieke invallen. Nee, er is geen sprake meer van grilligheid of perfectionisme zoals in een vorig decennia. In witbroekpak, halflange zwarte haren, een bril en zelfs met lipstick kwam ze het podium op , met haar begeleiding. We waren al verbaasd op deze verschijning, maar ze is ook nog fors bijgekomen, dat al of niet te maken heeft met de problemen met één van haar jongste kinderen en haar wisselvallige stemming. Dit is Sinead O’Connor muzikaal en als mens.

Ze grossierde in haar rijkelijke oeuvre van haar succesvolle platen ‘I do not want what I haven’t got’, ‘Universal Mother’, ‘Faith & Courage’ en ze kon niet omheen haar beste plaat ooit gemaakt (zegt ze) ‘Theology’. Het debuut ‘The lion & the Cobra’, met o.m. “Troy” werd terzijde gelaten. En we konden een glimp horen van het langverwachte nieuwe werk, waar ze al enkele jaren rustigaan mee bezig is. Ze bedankte telkens haar publiek voor het warme onthaal en lachte de schoonheidsfoutjes weg …
Was het nu een goed optreden? Dit is O’Connor niet meer op het scherpst van de snede … een deel oud getrouwen zullen afhaken van ‘overbodig geworden’ en ze zal er alvast geen nieuwe fans mee bijwinnen; de nieuwe songs zijn doorsnee en raken en beklijven minder.
En Sinead en haar stem zijn onmiskenbaar aan elkaar verbonden, wat momenteel geen cohesie meer vormt … Toch slaagt ze nog erin voldoende te ontroeren door de sobere omlijsting, “Something beautiful”, “The healing room” en “The emperor’s new clothes” zetten de wisselvallige set met akoestische en elektrische gitaren in. Een krop in de keel bezorgde ze ons op “I am stretched on your grave”, acapella en een eerbetoon aan Amy Winehouse; bloedstollend mooi; het was muisstil, ondanks dat haar stem haar parten speelde. Ze kon de song niet beëindigen omdat de emotie te hoog was. Eigenaardig genoeg was ze op haar best op het directe “Whomso ever dwells” en het gevoelig pakkende “Never get old”. Het nieuwe werk van o.m “The real VIP” was breder door soundscapes en vocaal grauw, rokerig en doorleefd, tja … op zijn  Marianne Faithfulls bijna. De Ierse kilte voelde je op “Very far from home”, de accordeon drong door op “Petit poulet” en een boombalswing volgde op “Red football”.  
Voldoende variatie was dus te horen tijdens de bijna twee uur durende set . de intieme “3 Babies” en “Nothing compares to U”, in een ietwat gewijzigde muzikale versie (piano –akoestisch gitaargetokkel), gaven kippenvel …

Introspectie en emotionaliteit zijn nog steeds op hun plaats bij de artieste … het opbouwende “Thankyou for hearing me” uit ‘Universal Mother’ werd mooi uitgesponnen en besloot traditioneel de set.

Het warme hart van de fans tekende voor een bis van drie songs met favorieten van de ‘Theology’ plaat (2007), “The glory of Jah” (uit het boek ‘Samuel’) en “33”. “The last days of our acquaintance” was vocaal sterk en liet ruimte voor ‘oohoohs en aahaahs’ van het publiek. Intieme pracht, puur en oprecht, maar die een gevoelig, maar ietwat verwarrend, wisselvallig optreden besloten.

Een onderschat Vlaamse band is Dez Mona, de band van Gregory Frateur; vandaag was hij in sober gezelschap van de contrabassist Nicolas Rombouts. Binnenkort is hij met band en orkest te zien om het nieuwe werk ‘Saga (opera) elan te geven, o.m. in de Flagey en in de Singel. ‘Saga’ bestaat uit 14 stukken.  Dez Mona zweeft ergens tussen avant garde, neoklassiek, gospel, jazz en pop en zit in het wereldje van Kurt Weill, Bertold Brecht, Beth Gibbons, Gavin Friday en Anthony & The Johnsons; de beklijvende stem werd vanavond enkel door een intrigerende contrabas begeleid, donker, dreigend, grauw en indringend; een intieme en aparte sfeer creëerde het duo, doorspekt van speelsheid en relativering. Intussen werkt Dez Mona aan de muziek voor ‘Une Estonienne à Paris’, een film van Ilmar Raag, die in het voorjaar van 2012 wordt gereleased. Bezige bijen dus …

Org: OLT Rivierenhof, Deurne (ism Arenberg, Antwerpen)

Sziget Festival 2011 – overzicht 10 t/m 15 augustus 2011

Sziget Festival 2011 – overzicht 10 t/m 15 augustus 2011
Inleiding
Op voorhand werd onze interesse instinctief gewekt door een omschrijving in het programmaboekje waarin sprake is van de ‘speciale, unieke sfeer’ op Sziget, het zevendaags muziekfestival dat doorgaat op Obudai Sziget (Hongaars voor “eiland”) in het midden van de Donau die Boedapest in twee stadsdelen splitst en dat ieder jaar wint aan (internationale) populariteit. Een sfeer die misschien nog het best te verwoorden is als ‘hedonistisch’. Wél, na onze eerste visite valt daar wat ons betreft weinig, zelfs niets op af te dingen. Hier maakt het niet echt uit of je een fan bent van reggea, blues, Britpop, drum&bass of klezmer, er moet en zal  vooral stevig gefeest worden, zelfs tot in het persdorp toe, wat toch vrij uitzonderlijk is bij dit laptop minnende volkje.    
Met liefst 13 podia verspreid over het ganse eiland wordt het oriëntatievermogen serieus op de proef gesteld, maar als het even dreigt mis te gaan doemt er steeds een vriendelijk bevrouwde infostand op die je direct opnieuw op het juiste pad zet.  Dé grote troef van dit festival ligt dus duidelijk in haar veelzijdigheid: de Main Stage was deze editie met groepen als Kasabian, Kaiser Chiefs, Pulp, The Prodigy en White Lies vooral een Brits uitstalraam, maar ook liefhebbers van Zweedse metal of een Oekraïense travestietenshow komen hier aan hun trekken. Een speciale vermelding gaat uiteraard naar de Roma stage, hét tolerante uitgangbord van het festival dat deze editie haar tienjarig bestaan mocht vieren maar desondanks helaas nog steeds politiek gecontesteerd wordt.
De ambitie van de organisatoren is duidelijk: het grootste festival van Europa worden. Door een gevarieerd muzikaal aanbod, maar ook door een prijzenpolitiek die naar Belgische normen (nog) bijzonder schappelijk is. Voor 530 Hongaarse florint (nog geen 2 euro) krijg je een halve liter Dreher pils getapt, waarvoor je zelfs geen cash geld of bonnetjes hoeft boven te halen want alle transacties worden hier handig afgehandeld met een oplaadbare betaalkaart. Al gaan de echte kenners natuurlijk voor het ruime assortiment aan ‘palinka’ (Hongaarse degistief) die in royale porties geschonken worden.
Last but not least, dit festival is perfect combineerbaar met een bezoek aan het fraaie Boedapest. Betaalbare accommodatie is er in overvloed en pendelen naar het festival met het openbaar vervoer gaat snel en goedkoop, de ganse dag en nacht door.

Woensdag 10 augustus 2011
De late namiddag vlucht vanuit Charleroi en enkele vervelende ongemakken (geblokkeerde bankkaart, geen gsm bereik) bij aankomst in Budapest  Nyugati palyaudvar (Budapest West Station) zorgden ervoor dat er op woensdag enkel nog een ‘late night programme’ kon afgewerkt worden.

Gelukkig net op tijd nog voor het Britse Hurts dat opvallend veel bijval oogstte en duidelijk een gevoelige snaar raakte in de overvolle A38-wan2 Stage.  Deed deze theatrale ‘80’s synthpop met een vette knipoog naar Depeche Mode de door economische rampspoed geteisterde Hongaren nostalgisch terugdenken aan ‘betere tijden’? Na eerdere succesvolle passages zoals in Werchter dit jaar blaken deze gestyleerde heren van zelfvertrouwen, getuige hun doorbraaksingle “Wonderful Life” die ze tot groot jolijt al meteen na het openingsnummer op het publiek loslieten. GSM toestellen en aanstekers zetten de bomvolle tent in lichterlaaie tijdens “Illuminating” en ook tijdens “Stay” ging ouderwetse romantiek in de lucht. “Better than Love” was de verwachte, extatische afsluiter van een set waarop rondom ons uitbundig en zonder gêne gedanst, gedronken en gevreeën werd. Van een beloftevolle aftrap gesproken!     

Ook Ambivalent katapulteerde ons op opwarmer voor Richie Hawtin in de Burn Party Arena terug in de tijd, meer bepaald naar begin jaren ’90, de hoogdagen van de minimal techno. Er was bijna geen doorkomen aan tussen de zwetende, dansende lijven die hun primitieve instincten zorgeloos botvierden op aanstekelijke, tribale ritmes en grooves. Uiteraard liet dit onszelf ook niet onbewogen en zo gingen wij al meteen stevig feestend de eerste nacht in…  

Donderdag 11 augustus 2011
De Britse electropopband La Roux heeft nog maar een plaat uit (‘La Roux’, 2009) waarvan de goed meezingbare singles meer dan behoorlijk scoorden in de Europese hitlijsten. We verwachtten ons dan ook niet aan grote verrassingen in de set maar keken vooral uit of het hoge stemgeluid van Ellie Jackson ook life stand zou houden. En dat deed het.
Na de eerste twee sobere opwarmertjes dachten we even dat de band tegen haar zin zo vroeg op het hoofdpodium was gepland (16u30). Die vrees was ongegrond, want met “Quicksand” was het startschot gegeven voor het eerste feestje van die dag. Na “I’m Not Your Toy” volgde al direct de bandvoorstelling: 1 man aan de drums, 1 vrouw en 1 man aan de keyboards. Allemaal in hetzelfde ruimtepakje. Tijdens “Fascination” en “Colourless Colour” ging het publiek pas goed uit de bol. Jacksons hoge tonen bleven loepzuiver maar ze leek zich nog altijd in te houden en zich te verbergen achter haar Lennon-achtige zonnebril. Vooraleer haar twee grootste hits op de massa los te laten, gooide de band er nog een cover van The Rolling Stones tussen (“Under My Thumb”): het had zo uit hun eigen repertoire kunnen komen. Met “In For The Kill” en “Bulletproof” stond niemand nog stil op de wei. We kregen eindelijk de bleekblauwe ogen te zien van de zangeres, die zelf met een big smile begon rond te springen en de elektrodrums te lijf ging.

Het is al een tijdje geweten dat het Amerikaanse avant garde duo Xiu Xiu geen hapklare brokken serveert en van experimenteerdrang zelfs haar handelsmerk maakt (hun laatste worp ‘Dear God, I Hate Myself’ is grotendeels gecomponeerd met een Nintendo), maar op Sziget viel de set toch wel erg zwaar op de maag . Of waren het de Balaton Grill vleessnacks van de avond tevoren die ons nog steeds parten speelden? We namen ons nu al voor om ze vanavond alleszins door te spoelen met een flinke scheut palinka. Qua overgave, kabaal en energie moet dit gezelschap niet onderdoen voor pakweg Battles of The Kills, maar in tegenstelling tot laatstgenoemden ontbreekt het Xiu Xiu toch aan voldoende sterke songs om een festivalpubliek te boeien. Gevolg: een zeer bescheiden opkomst bij het begin van de set dat helaas nog bescheidener was op het einde.     

Twee Sloveense vlaggen wapperden fier aan de verre horizon. Waren we na een tijdje zoeken dan toch eindelijk op de European Stage beland? Elvis Jackson illustreerde dat ook foute muziek zijn plaats verdiend op Sziget. Daar zorgde niet enkel de weinig subtiele mengeling van metal, ska en reggea voor (dikwijls zelfs binnen eenzelfde song), ook de geruite kniebroeken en roze plastronds van dit viertal zou grote sier kunnen maken op een volgend Eurovision songfestival. Niet dat dit het publiek een moer kon schelen, er werd zelfs gecrowsurfed op luchtmatrassen. Met de oproep “fuck the army” en “fuck weapons” vond de zanger de tijd gekomen om nog wat stichtende moraal bij te brengen. Maar vooral zijn voorstel op het einde van de set om punkrock in te ruilen voor de “weed business” leek ons het beste idee van deze jongeman in jaren.     

In februari 2011 zagen we Goose aan het werk in de AB: een zeer geslaagd optreden, maar de band leek toch meer gemaakt voor de festivals. In de Party Arena op Sziget stelden ze dan ook niet teleur. De play list had geen verrassingen in petto en de singles “Synrise”, “Can’t Stop Me Now”, “Bring It On” en “Words” werden netjes verspreid op het publiek losgelaten. Rond ons hoorden we zowel Nederlanders, Italianen, Engelsen en Fransen meebrullen. De band is 11 jaar na zijn debuut duidelijk in heel Europa doorgebroken.
Bij de life-act van Goose horen uiteraard flitsende lichteffecten. Tussen en achter de bandleden flikkerde strak verticaal, horizontaal en diagonaal wit licht aan en uit. De repetitieve ‘teksten’ werken enorm verslavend en als zanger Mickael Karkousse en paar keer op de boxen gaat staan en met de vuist in de lucht de massa opjut, is het kot te klein. Hij kreeg de hele zaal (letterlijk) op de knieën, om ze op zijn teken weer allemaal te doen recht te springen. Het dak ging er helemaal af toe gitarist en drummer er een apocalyptisch einde van maakten.

Kasabian is één van de weinige Britse bands die erin geslaagd zijn om hun buitensporig gehypete beginjaren, die niet zelden gepaard gaat met een flinke portie arrogantie, succesvol van zich af te schudden en een breder publiek aan te spreken. Ook in Hongarije bleken deze met coole zonnebrillen uitgeruste heren bijzonder hot. “Where did all your love go”, “Underdog” en “Empire” waren nummers die live stuk voor stuk een ondubbelzinnige party spirit uitademden, en moesten niet veel onderdoen voor wat The Happy Mondays en The Stone Roses een twintigtal jaar geleden op dit vlak al presteerden. Het massaal meegescandeerde bisnummer “Fire” deed de Main Stage zelfs voor het eerst echt ontploffen die dag. Kasabian was van alle Britse bands dit jaar wellicht de meest perfect gecaste dit jaar op Sziget.      

Het laatste kwartiertje van Crystal Castles meepikken volstond om te weten dat dit geschifte en chaotische duo uit Canada nog steeds de absolute top is binnen het electropunk genre. Voor zover Ethan Kath vanachter zijn knoppen de bomvolle tent al niet platwalste met door merg en been snijdende beats, dan bracht een gillende, kermende, kreunende Alice Glass (een mens durft zich niet voor te stellen welke handelingen die allemaal verrichtte daar op dat donkere, nevelige podium) het publiek in totale vervoering. Tijdens “Not In Love” werd Robert Smith van The Cure live geen seconde gemist en dat is toch geen geringe prestatie. 

The Chemical Brothers deden donderdag als hoofdact op de Main Stage wat van hen verwacht werd: in afwezigheid van politieke regelneven een audiovisueel bombardement loslaten die de decibelmeters deden tilt slaan tot ver achter het podium. Het vakmanschap droop van de set, maar echt verrassen doen Tom Rowlands en Ed Simons niet meer na hun talrijke doortochten in binnen- en buitenland de voorbije jaren. Op “Hey Boys, Hey Girls” brak ook op Sziget een euforisch dansfestijn los, zelfs tot op de vuilniscontainers die her en der opgesteld stonden voor andere doeleinden. Op het moment dat slotnummer “Block Rocking Beats” als een tsunami over de weide rolde was het publiek al lang platgewalst, gelukkig met minder dodelijke afloop.     

In tegenstelling tot Goose, is Gotan Project dan weer een band die je liever in een concertzaal ziet, dan op een festivalwei. Gelukkig stonden ze om 21u30 geprogrammeerd, bij duisternis is het nog altijd makkelijker om sfeer te scheppen. Toch bleken sommige nummers te subtiel om in open lucht echt goed tot hun recht te komen.
Voor wie het nog niet wist: Gotan is Argentijnse slang voor Tango en dat is ook basis voor alle nummers. Dat ze niet vies waren van jazzy en elektronica invloeden wisten we al, maar nu had de band ook hier een daar een stukje rap ingelast, een geslaagde cross-over. Over het algemeen bleef de muziek echter een kabbelend beekje.
De projecties op de schermen toonden achtereenvolgens een taxi door de stad, een trompet en een tangodanseres, veel meer variaties kregen we niet te zien. Halfweg het optreden deed de zangeres een poging tot interactie met het publiek en ook de man aan de toetsen probeerde iedereen in de handen te doen klappen. Vergeefs, zo bleek want een pak mensen verlieten het terrein. Een half uur voor tijd begon de bisronde al. De hits “Santa María” (de Buen Ayre) en “Peligro” staken er wel bovenuit, maar dit blijft muziek voor in een zaal.

Ietwat gemengde gevoelens tijdens 2manydjs, onbetwistbare hoofdact in de Burn Party Arena die avond. Nationale fierheid natuurlijk, omdat deze Gentenaren er ook tot in Boedapest in slagen om de absolute party climax te belichamen, met afgesloten toegang tot de nochtans reusachtige tent nog voor het begin van de set. Anderzijds besloop ons al vlug het gevoel dat we dit al eens eerder gezien en gehoord hadden, om niet te moeten zeggen dat het krek hetzelfde klonk als op de Lokerse Feesten een week voordien. Kan natuurlijk ook moeilijk anders met hun Radio Soulwax show waarbij de inventieve op platenhoezen gebaseerde visuals tot op de milliseconde gesynchroniseerd zijn met de muziek. Maar stonden deze broers niet geprogrammeerd als ‘live act’? Het zal de feestvierders in de tent in ieder geval worst geweest hebben. 2manydjs waren de absolute party top in de Burn Party Arena deze editie en de golf waarop deze heren nu al enkele jaren surfen lijkt nog lang niet aangespoeld.            

Vrijdag 12 augustus 2011
Van de karrenvracht aan UK bands die op de Main Stage van Sziget geserveerd werd bleef British Sea Power wellicht de vreemdste eend in de bijt. Naar muzikale referenties als Doves, Razorlight en Pulp hoefde je tijdens de set nochtans niet ver te zoeken, vooral het hitpotentieel blijft in vergelijking met deze tijdsgenoten helaas nog steeds ondermaats. In combinatie met de vroege programmering liet zich dat jammer genoeg ook voelen op de weide. British Sea Power had best enkele energieke nummers in petto en slaagde erin om geleidelijk wat meer volk naar de Main Stage te lokken. Toch bracht enkel de knappe single “Waving Flags” een bescheiden apotheose, wat té mager is voor ganse festivalset.        

Drie Nederlandse Limburgers van amper 20 jaar op Sziget, dat schepte verwachtingen.  DeWolff (spreek uit: ‘Die Wolf’ volgens de vele Hollanders die ons pad kruisten) zou ons terugbrengen naar de jaren ’60, zo werd ons toevertrouwd. De kostuums en de haartooi zaten al goed, maar wie zich aan swingende rock ‘n’ roll verwachtte, was eraan voor de moeite.
De gebroeders Van de Poel gingen wild tekeer op de orgel en de gitaar: nu eens speelden ze een partijtje vraag en antwoord op hun instrumenten, dan weer leken de toetsen of de snaren gewoon losgeslagen. Drummer Robin Piso gunde het publiek geen moment rust. Bij momenten dachten we tijdens een trage, bombastische drum en een wat hoge zanglijn even aan invloeden van Muse. Maar na “Don’t You Go Up The Sky”, “Fishing Night at Noon”, “The Thrills That Come Along With The Landing Of A Flying Saucer” en andere psychedelische pareltjes werd het duidelijk: hier stonden tegelijk The Doors, Led Zeppelin en Jimi Hendrickx voor ons! De voorste rijen kregen de jonge zanger van heel dichtbij te zien toe die ze helemaal op het einde nog aan een crowdsurf waagde.

In de Balkan moet blijkbaar sprake zijn van een heuse ska revival want ook KILLO KILLO Banda uit Servië tapte op de Europe Stage uit dit vaatje. Met “I will fight for my right not to fight” maakte dit bonte gezelschap uit Novi Sad komaf met het vooroordeel dat deze kandidaat lidstaat uitsluitend bevolkt wordt door agressieve vechtersbazen, al kregen gelukkig ook luchtiger, minder politiek geladen songs als “I like to ride my bicycle” een uitlaatklep. Op een gegeven moment telde de zanger niet minder dan 4.000 toeschouwers voor het podium , al lag 40 volgens onze nuchtere berekeningen veel dichter bij de waarheid. Typische Balkan humor zeker?     

The Haunted uit Zweden was een goede aanleiding om ook eens kennis te maken met de metal stage van Sziget. Blijkt dat The Haunted eerder al in het voorprogramma van metal grootheden Slayer en Napalm Death mochten spelen, maar wat  ons vooral opviel is dat de decibels op deze stage een ongelimiteerde vrijheid toebedeeld kregen. Zelfs van op respectabele afstand waren onze oren ons dankbaar om een plaspauze in te lassen in de naburige bosjes. De gespierde death metal kerels uit Göteborg zullen ons dit niet al te kwalijk kwalijk nemen zeker?   

De Deense elektronica artiest Trentemoller leek op voorhand goed te beseffen dat een live dj act doorgaans maar een troosteloze en vervelende aanblik biedt op een festivalpodium en had er daarom voor gekozen om een stevige live band met drums, gitaar en bass rond zijn keybords op te trommelen. Een schitterende keuze, want de energieke, opbouwende set nam de ganse party arena op sleeptouw en verveelde geen seconde.  Het was geen geringe uitdaging om de naakte ambient platen “The Last Resort” en “Into the great wide yonder” van een party jasje te voorzien, maar live lukte het wonderwel.
We stonden net iets te ver van het podium om te zien of het wel degelijk Ane Trolle was die de vocals voor haar rekening nam op doorbraaksingle “Moan”, maar de publiekrespons was er in ieder geval niet minder om. Uiteindelijk was het de schitterende chill out classic “Miss You” die het publiek collectief in  de hoogste sferen bracht. 

Geen idee onder welke noemer we de muziek van Dylan Kwabena Mills aka Dizzee Rascal zouden plaatsen. Rap komt waarschijnlijk het dichtst in de buurt na een blik op het podium: groene pet, maagdelijk wit t-shirt en een buddy met een oversized rood t-shirt (hé is dat niet de vlag van Hongarije of zoeken we het nu te ver?).
Tussen de hits door is een groot deel van de set voorzien om het publiek te bespelen/op te jutten, al dan niet met dooddoeners als ‘Give me ooh’ (publiek ‘ooh!’) of het deuntje ‘It’s the sound of da police’ (Publiek: u-uh), gevolgd door ‘Jump, jump, jump!’. Maar het werkt wel.
Halverwege het optreden kwam er een guest singer bij, die tijdens “Dance Wiv Me” bewees dat hij qua stem eigenlijk veel meer kwaliteit in huis had dan Dizzee en zijn buddy. Echte rap is dit niet meer, eerder funky dance. Het geheel kreeg bijwijlen zelfs een boysbandgehalte.
Na anderhalf uur verdween iedereen van het podium om versterking te halen van een bevallige zangeres die haar talent liet zien tijdens “Holiday” en “Bunkers”.
Dat was ook nodig want Dizzee zelf was aan het eind zijn stem zo goed als kwijt. Leuk feestje al bij al.

Oi Va Voi (“O mijn God” in Hebreeuws) was die dag de sfeervolle en subtiele afsluiter op de World Music Main Stage, die tijdens de set wel verplaatst leek van de met maanlicht beschenen oevers van de Donau naar het Hebreeuwse centrum van Jeruzalem. Politiek geladen nummers als “Refugee” vatten de set goed samen: een melancholische ondertoets maar met hoop op beterschap, een duidelijke boodschap voor wie zich de moeite troost om echt te luisteren maar ook zonder dat door de subtiele crossover van klezmer, soul en dance ruimschoots aan zijn trekken komt en een schaars geklede frontdame die vocaal minstens even grote ogen gooit.. Klasse! 

De hoofdacts op de Main Stage waren bijna allemaal afkomstig uit de UK en The Prodigy waren daar dus geen uitzondering op. Met dat verschil, dat deze band toch al 20 jaar op hun teller heeft, wat niet gezegd kan worden van La Roux, Dizzee Rascal en Kate Nash.
De energie en de passie op het podium was er niet minder om: “Poison”, “Firestarter”, “Voodoo People”, “Breath”, “Smack My Bitch Up”, ze passeerden allemaal de revue. Even waanden we ons terug op Werchter in ’96. Het jonge volk rond ons moet toen net uit de luiers geweest zijn maar deze nummers behoorden duidelijk tot het collectief geheugen.
Eigenlijk klonken alle nummers vrij identiek als op de plaat, veel verrassingen had dit optreden dan ook niet in petto. Maar dat was ook niet waar het publiek zat op te wachten. Dat wou gewoon uit de bol gaan.

Met Giani Lincan in de Roma tent was je aan het juiste adres voor een stevige portie swingende zigeunermuziek die het publiek al van bij het begin in vervoering bracht. Deze Roemenen in kraakwitte hemden leken professionals met een natuurlijk instinct en charme om een publiek tot dansen aan te zetten met gypsy grooves en Django Reinhart ritmes. Stuwende kracht binnen het brede muzikale palet was het slag-snaar instrument die elke pendelaar vertrouwd in de oren moet klinken in de buurt van de stations in de Belgische hoofdstad.

Van Kode 9 hadden we als grondlegger van het hippe genre niets minder verwacht dan een uitbundige afsluitende dubstep party in de A38-wan2 Stage, maar dat viel toch wel ferm tegen.  Weinig respons van het publiek, wat eigenlijk best begrijpelijk was op deze ontoegankelijke DJ set die ondanks het ver gevorderd uur er maar niet in slaagde om op de dansheupen te werken. Gevolg was dat de stage wel omgetoverd leek in een gezapige nachtelijke biertent. Om mee in de sfeer te komen bestelden wij ons nog maar een halve liter Dreher pils.  

Zaterdag 13 augustus 2011
Het optreden van Kate Nash op de Main Stage zal meer bijblijven door het trouwaanzoek die ze van een jongeman uit het publiek kreeg dan omwille van het muzikale vernuft. Tijdens het eerste deel van de set wou de Britse deerne met haar 3 koppige damesband net iets te geforceerd haar brave meisjesimago van zich afschudden door met onverzorgde vuurrode lipstick enkele gammele punksongs op de verbaasde wei uit te schreeuwen. Er kwam amper verbetering in de set toen Kate Nash zelf achter de piano ging postvatten, maar toen kreeg ze dus die jongeman met het opschrift “merry me” op ontbloot bovenlijf in het vizier. Het publiek vooraan rook een ontluikende romance en toen hij gecrowsurfed werd naar het podium en mocht hij zich van een giechelende Kate  als een schoothondje neervlijen naast de piano. De arme Kate had de grootste moeite om ietwat geconcentreerd te blijven toen hij haar tijdens “Foundation” met doldwaze, kalverliefde blik strak zat aan te staren. “You made my day”, was haar antwoord, maar we zijn er helaas niet in geslaagd om te weten te komen of dit originele aanzoek nog een vervolg gekregen heeft backstage .Een eerder amusant dan goed optreden dus.

Dé party rockband van het voorbije decennium mocht uiteraard ook op Sziget niet ontbreken. Met “Everyday I Love you less and less”, “Never miss a beat” en “Everyday is average nowadays” nam Kaiser Chiefs een verschroeiende start. We hebben ze het al een paar keer eerder zien doen op grote festivalpodia, maar toch sloeg dit prettig gezelschap uit Leeds er toch opnieuw in om met veel overgave en branie de Main Stage tot een kookpunt te brengen. De Hongaarse hitte leek  geen vat te hebben op zanger Ricky Wilson die tijdens de set een halve marathon afwerkte op en naast het podium. Wat ook opviel was dat nummers als “Little shocks” en “Starts with nothing” uit de nieuwe plaat ‘The Future is medieval’ weliswaar minder meegebruld werden dan de klassiekers “I predict a riot” en “Oh my God”, maar des te meer diepgang en variatie in de set brachten.      

Wie ging met de eer lopen om het meest volk te verzamelen voor de al bij al vrij bescheiden Europe Stage? Het Belgische Triggerfinger leek wel een thuismatch te spelen. We hadden ze eerder al tegen het lijf gelopen tot in de sauna toe, maar tijdens dit optreden kregen we pas echt een goed zicht op het aantal Belgen en Nederlanders die deze zomer naar Sziget waren afgezakt. Een heuse kolonie!  Al kunnen we ons niet voorstellen dat pakweg de Kosovaren of  de Letten niet evenzeer voor de bijl gingen voor de gitaar riffs van“Let it ride” of “Love lost in love”. Even dachten wij halverwege de set een jankende weerwolf op het donkere podium te spotten, maar het was zanger Ruben Block himself die een geluidsspreker besprongen had en zijn bakkebaarden gevaarlijk liet wapperen in het maanlicht boven de bomen. Volgend jaar een groter podium voor deze heren! 

De muziek van 30 Seconds To Mars houdt het midden tussen hard rock, emo en progressive metal. Tijdens de zangpartijen (al dan niet met een spirituele inslag) werd het publiek getrakteerd op slow-motionbeelden van soldaten in oorlog, een brandend vuur. Tussendoor verschenen in grote letters: Moment, Sun, Fight, Vector. We zoeken nog altijd naar een verband tussen de woorden. Om iedereen bij de show te betrekken werden enorme rode ballonnen op het publiek losgelaten. Enkele minuten later werd dan weer een pak confetti de lucht ingejaagd.
Het werd duidelijk: deze band zag het groots, het moest en zou een feest worden en daarbij zou Jared Leto het liefst in het middelpunt staan. Akkoord, de man heeft een goede stem en energie voor vijf en hij behield beide tot het einde van zijn ‘show’. Die zou hij leiden met een zwarte cape om zich heen en een mysterieuze reuze A in het decor. Halfweg het optreden liet hij weten dat hij eigenlijk op de plek stond waar Amy Winehouse had moeten staan. Met kreten als ‘Praise the Lord’, ‘Do a prayer’  en ‘Halleluya’ werd ook zij massaal herdacht op Sziget.
Verder bewees Jared Leto dat hij naast een begenadigd zanger ook iets van gitaar kent. Maar hij wou vooral ‘crazy’ zijn: het begon met 1 kerel met een hanekam op het podium te roepen en het eindigde met ongeveer 50 uitzinnige fans uit het publiek te pikken die er ‘as crazy as him’ uitzagen . De rest van het publiek werd nog getrakteerd op een lading slingers die als vuurwerk werden afgeschoten.

Een enorme massa was afgezakt naar de World music Stage om er hulde te brengen aan de Bosnische vaandeldrager van de Balkan muziek, Goran Bregovic. De naam van zijn ‘Wedding and Funeral Band’, waarvan de samenstelling live varieert tussen 10 en 37 groepsleden (op Sziget geraakten wij de tel kwijt),  vatte de sfeer van dit optreden perfect samen: soms feestend, soms melancholisch, waarbij het niet altijd duidelijk is of een trouwfeest aanleiding moet geven tot feesten of treuren, idem dito bij een begrafenis, en dat niet in het minst door de muzikale intermezzo’s van de 
Bulgaarse zangeressen Daniela Radkova-Aleksandrova and Ludmila Radkova-Traikova. Goran Bregovic slaagde er met zijn orkest in om de grenzen van het voormalige Joegoslavië zonder bloedvergieten te verleggen  tot in Boedapest en ver daarbuiten.    

Dat “gypsy” meer een state of mind is dan een nationale identiteit bewees het Gypsy Sound System. Het Zwitserse duo DJ Olive and Dr. Schnaps vond de gezapige koeienweiden en beboste gletsjerdalen van hun thuisland duidelijk te benauwend en zocht haar toevlucht in de Roma stage bijna drie uur lang tot uitbundige feestmuziek die op trouwfeesten gedraaid wordt van de Balkan tot in India. Een stevige aanrader aan de organisatoren van de nieuwjaarsreceptie van NV-A volgend jaar!

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Szigetfestival (http://www.szigetfestival.fr)

FeestinhetPark 2011: donderdag 11 augustus 2011

FeestinhetPark 2011: donderdag 11 augustus 2011
eVier dagen Feest in Oudenaarde … wat begon als een ééndagsfestival in het stadspark is in bij de zestiende editie uitgegroeid tot een gezellig 4-daags festival aan de Donkvijvers.
Het festival dringt zich meer en meer op en eigent zich een uniek plaatsje na de Lokerse Feesten, Festival Dranouter en vóór Pukkelpop.
De organisatie kon terugblikken op een gevarieerde, kleurrijke programmering van o.m. Sean Paul, Stephen Marley, Seasick Steve, Arno, Stereo MC's, Triggerfinger en Kruder & Dorfmeister, een muzikale smeltkroes dus; de samenwerking was er (opnieuw) met de Gentse scène en de Charlatan; en ook het eigen café Kaffee Hyppo kwam er nog eens bovenop, de stageplaats voor DJ talent van eigen bodem … een prachtig sfeerrijk decor (de opmerkzame indeling van de tenten op het terrein, met als voornaamste troef die aparte Igloo tent met zijn heerlijke projecties), de partysfeer, de ontspannen vibe en een fantastisch publiek dat de bands warm onthaalde.
Net als Festival Dranouter was er hier ook sprake van een Prédag, gratis voor de festivalbezoeker … wat al resulteerde in een goede 8000 man.
Verspreid over het hele weekend waren er net als vorig jaar ongeveer 40000 bezoekers. Een tevreden organisatie, ondanks dat de weergoden er die zaterdag terug een drassige boel van maakten. “Houdt dat nu eens nooit niet op?!” hoorden we terecht … Houten planken brachten soelaas voor de toegankelijkheid en een zonnetje begon te piepen … eindelijk … zucht … FihP zit er weer eens op dus …

dag 1: pré-dag - donderdag 11 augustus 2011
Een drugscontrole onderweg belette dat we de ganse set van Flip Kowlier konden zien.
Maar we waren nog net op tijd om enkele vurige songs te horen als “In de fik”, “Autoradio” en “Kom mor ip”. Met die song bracht hij een ode aan ‘t Hof Van Commerce, die aan nieuw materiaal werkt. Het resultaat kunnen we in 2012 verwachten. Met de Gentse Izegemnaar kregen wij al vroeg op de avond een vet feestje waar hij liet zien van alle markten thuis te zijn  en nog niet vergeten is hoe hij een publiek naar zijn hand kan zetten. Als afsluiter koos hij voor “Min Moaten” dat door een meebrullend publiek zeer warm onthaald werd …

Na het gesmaakte optreden van Flip Kowlier maakten wij ons op voor de Londense elektronische hip-pop formatie Stereo Mc’s. Dat de Britten er zin in hadden, was duidelijk toen ze al zeer vroeg de klepper “Connected” speelden. Het was mooi hoe zanger Robert Birch op het podium rondhuppelde als een jong veulen om het publiek op te hitsen. Dat de beste jaren van deze nineties band al ver achter de rug liggen was duidelijk, maar insruk maakten ze nog steeds. Hun sound, beats, grooves en lightshow werkten aanstekelijk op de dansspieren! Ze sloten af met het bezwerende en opzwepende “Step it up”, één van hun meest onderschatte hits.

Met Hermanos Inglesos staan er twee broertjes op de affiche van FihP die hun sporen in het Belgische Dj landschap al ruim verdiend hebben. Zo zijn ze regelmatig te gast op de hipste feestjes in binnen- en buitenlandse clubs. Het debuut ‘The Wander of You’ verscheen vorig jaar, volgestouwd met rustige als meer opzwepende, energieke electro house. Voor een volgelopen tent showden ze die draai en mix skills. Op het nummer “Wanderland” hoorden we duidelijk de stem van Lara Chedraoui (Intergalactic Lovers) en op “Take me down” ging het dak er af!

Op de tonen van voormalig ‘t Hof Van Commerce lid Kristof Michiels aka King Dj gingen wij een eerste geslaagde festival nacht in. Deze muzikale duizendpoot had een erg gevarieerde set samengesteld zodat hij voor iedereen iets goeds uit de platenbak graaide.

Op de eerste dag viel het hoge aantal bezoekers op en werd het al gezellig druk. Mooi zo!

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: FihP, Oudenaarde

FeestinhetPark 2011: vrijdag 12 augustus 2011

FeestinhetPark 2011: vrijdag 12 augustus 2011
Feestvierders, reggae en andere dancehallers konden hun hartje ophalen op deze tweede dag …

De jonge Waal Luca Di Ferdinando aka Highbloo begon in 2009 intens te knutselen met bleeps & beats, het resultaat was navenant ... Een dik jaar later werd hij ‘de poulain’ van de Partyharders Squad en met een pak straffe releases -waarvoor hij onderdak vond op het label van Dr. Lektroluv-, met als debuut EP ‘My Sitar’, in 2010 verschenen. In sneltempo vond hij z'n weg naar de top zowel als DJ en als producer. Als opener op vrijdag had hij dan ook weinig moeite om de Igloo Dome op temperatuur te brengen. Met een geduldige, gestage opbouw van zijn electrosound en geruggesteund door schitterende visuele effecten en projecties– gebracht door 5! beamers- bracht hij het jonge volkje reeds vroeg op de avond in extase. Met een verzorgde eclectische set vol variatie en technische hoogstaande mixen was de kop eraf, want later op de avond mochten we Highbloo nog aanschouwen bij The Subs.

Zoals ieder jaar probeert de organisatie vernieuwend te zijn. Op deze editie zorgden ze voor een nieuw 'platform' voor jonge dj's uit de streek en voor de residents uit Kaffee Hyppo. In een gezellige uithoek van het terrein en omgeven door de gloed van de Donkvijvers werd een sfeervolle, loungy setting neergepoot. Locals Dilly Boys & Friends mochten daar het bal (populaire) openen met hun typische Britpop sound. Het duo is sinds enkele jaren aan een opmars bezig en zijn gekend van hun sets op de 'Hindu nights' in de Make Up Club, in de Vooruit en ook van hun eigen feestjes 'Date with the night'. Met lagen soul, indie, rock en (andere) Britpopklassiekers zorgden ze voor een aangename sfeer op de enige 'buitenlocatie' van 'Het Park'. Ze genoten duidelijk van hun performance en de ruim aanwezige party animals dansten lustig op de door hen gecreëerde vibes.

De reggaetunes van Stephen Marley en de dancehall van Mr Vegas warmden ons op voor Sean Paul …

De Jamaicaan Sean Paul trad op in de Grand Mix van Stu Bru; toen we de tent naderden zagen wij dat deze bijna uit zijn voegen barste. Iedereen had hiervoor gecheckt! Met “We Be Burnin", "Baby Boy" en "Get Busy" heeft de 38-jarige energieke artiest hits genoeg om er een zeer exotisch en zwoel feestje van te maken. Maar het zwoele feestje bleef uit … Aan de talrijke toeschouwers zal het niet gelegen hebben. Ok, energie had de wild om zich heen zwaaiende Jamaicaan in overschot, maar het ganse optreden kregen wij het gevoel dat het een verplicht nummertje was. De schwung probeerden ze er op het eind nog in te krijgen door het tempo wat op te drijven en er “The Time (dirty bit)” van The Black Eyed Peas tussen te gooien. Als er sprake was van een hoogtepunt(je), dan best met “Temperature”, het nummer waar iedereen zat op te wachten …

Na de ietwat flauwe vertoning van Sean Paul keken we uit naar het elektronisch dansproject van de Duitser Florian Senfter, alias John Starligh aka Zombie Nation. Voor zijn show had hij een led constructie laten bouwen rond zijn draaitafel die ons beetje aan de kubus van Etienne de Crécy deed denken. De Duitser werkte een heel aangename set af en bouwde op naar “Kernkraft 400”, één van de hoogtepunten … ergens halverwege het nummer zorgde hij voor een pauze, en een dolenthousiast publiek kon de obligate “oh oh oohs” meebrullen. Zombie Nation had iedereen afgestemd op het feestje van The Subs …

Afsluiter op de 'mainstage' was het feestcollectief The Subs. Op een onheilspellende intro en tune, gehuld in monnikspijen, ontwaarden door nevel de silhouetten van het Gentse trio in de volgelopen Grand Mix. De klemtoon kwam eerst op het nieuwe album 'Decontrol' en daarna kozen ze voor een weldoordachte opbouw.
“The hype”, “Dry lemon” en “Don't stop” gaven meteen de juiste toon. De gekortwiekte kruin van Papillon viel op. Ook nieuwkomer Highbloo liet zich gelden door vanop de boxen z'n 'electronica' te hanteren. Kenmerkend voor de  ganse set was dat bijna alle nummers uit het debuutalbum in korte stukjes in de nieuwe tracks verweven zaten.
Ze zorgden voor herkenbaarheid en een verfrissende afwisseling tussen de nieuwe parels  “Itch” en “Hannibal and the battle of Zama”. De traditionals als “Fuck that shit”, “Mitsubitchi” en “Kiss my trance” werden mooi uitgesponnen en deden hun naam van ‘floorkillers’ alle eer aan. Er werd af en toe in de electrotracks ‘geteasd’ met flarden van het onvermijdelijke “The pope of dope” . De tent kolkte en de ‘electroravetrashpunksound’ kende z'n ultieme hoogtepunten met de 'sit & jumptrack' “My punk” en “The face of the planet”. Tot slot trakteerden ze ons op een volledige versie van “The pope of dope”. The Subs als partymachine en de scalp van FihP …

Organisatie: FihP, Oudenaarde

FeestinhetPark 2011: zaterdag 13 augustus 2011

FeestinhetPark 2011: zaterdag 13 augustus 2011
Het Leuvense zestal Addicted Kru Sound of kortweg AKS had de ondankbare taak om dag 3 in de Charlatantent te openen. De band oorspronkelijk gestart als dj-collectief, is de laatste jaren uitgegroeid tot een volwaardige band; tot voor kort nam Selah Sue de vocals voor haar rekening, maar door de sterke respons op haar eigen carrière, werd ze recent vervangen door Laura 'Lola' Groeseneken. Wat verwonderd door de puike opkomst, begon de band zonder complexen aan hun set. Met een mix van jungle, electro, dubstep, drum 'n bass en breakbeat zetten ze in een mum van tijd de Bar Bizar in lichterlaaie. De zangeres Lola trok de aandacht naar zich toe door haar warme vocalen en dito looks. Ook het gebruik van de sax bij het grootste deel van de nummers gaf een leuke speelse toets aan het geheel. De band genoot zichtbaar en het jonge publiek ging moeiteloos in de 'energieke roes' van hun sound. Eerder dit jaar verscheen de eerste EP, waarvan “Give it back” werd opgepikt door StuBru. Een aangename ontdekking!

De Kortrijkse indiepop band SX opende op zaterdag de Grand Mix; ze wonnen midden 2009 de publieksprijs in de finale van Westtalent (West-Vlaams muziekconcours). In januari 2011 pikte StuBru hun single “Black Video” op, met als gevolg dat het nummer niet meer weg te denken is. Op het festival kregen ze de kans dat ze meer zijn dan die groep van “Black Video”. SX roept met hun Orgelpads, synthesizers en reverb gitaren een dromerige sfeer op waarbij Stefanie Callebaut’s stem heerlijk door de tent zweefde. In z’n geheel mocht het  krachtiger en energieker zijn, want de spanning daalde en het was af en toe indommelen. Op die manier kunnen we ons de vraag stellen of SX net als Amatorski, zonder afbreuk te doen aan hun muzikale scherpte, thuishoort op een festival en niet beter tot hun recht komen in een concertzaal…

Even later kwam het zootje ongeregeld Does it offend you, yeah?. Remixes voor Muse en Bloc Party gaven het kwintet enkele jaren terug de nodige aandacht,  maar het was vanaf hun debuut ‘You Have No Idea What You're Getting Yourself Into’ dat het  in een stroomversnelling kwam. Begin dit jaar kwam de 2de langspeler ‘Don’t Say We Didn’t Warn You’ uit, die ze hier kwamen voorstellen. Met een 'je ne sais quoi' houding, die je enkel van Britse bands kan verwachten, en op de tonen van ‘Time to Say Goodbye’ van Andrea Bocelli/Sarah Brightman begonnen ze vol overgave aan hun set. De rauwe, poppy electropoprock klonk soms loeihard en frontman James Rushent ging als een bezetene te keer achter z'n mic. De eclectische sound klonk aanstekelijk en dansbaar; de meesten waren wat verbaasd en verdwaasd, gezien de eerste kennismaking met de band. De combinatie van synthriedeltjes, samples, strakke basslines van bassiste Chloe Duveaux en de de soms chaotisch en psychedelische uitspattingen, gaf een unieke live sound. Knaller “We Are Rockstars” besloot in stijl het uurtje 'raverock'.

Rond 20u stond Gabriel Rios  in de Grand Mix. Na een korte theatertournee in het voorjaar doet hij maar een paar festivalsets deze 'zomer'. De in New York residerende Puertoricaan verscheen strak in het pak op de buhne. Omringd door pianovirtuoos Jef Neve en percussionist Kobe Proesmans heeft de live bezetting een grondige new look ondergaan. De nadruk kwam op de laatste plaat ‘The dangerous return’, en in een gezellige setting was een volgelopen tent getuige van een zeemzoete Rios. “Dauphine” en “ Broad daylight” zaten voorin de playlist. Ze zetten de puntjes op de i. De charismatische zanger was ontspannen, relaxed en onderhield een strak tempo in het optreden. Slechts af en toe prevelde hij enkele lovende woorden en dankte voor de respons en appreciatie. “Straight song” en “You will go far” van de recente langspeler gooiden het juk van 'Latin artiest' definitief af.
Hij zette de evolutie van z'n sound in de verf. Rios en begeleiding speelden een glansrijke set , zonder bis weliswaar. En hij ontving, later op de avond, een gouden plaat voor ‘The dangerous return’.

Met argusogen keken we uit naar Seasick Steve die als vervanger fungeerde voor Pete Doherty. De 70 jarige bebaarde bluesmuzikant is na geslaagde passages op Werchter en Pukkelpop de laatste jaren een graag geziene gast in ons land. Vergezeld van z'n drummer Dan Magnusson mocht hij bij aanvang van z'n set op een warm onthaal rekenen. Steve Wold, die z'n gehele leven een rondzwervend bestaan kende, bracht op z'n 63ste maar z'n eerste plaat uit. Hij bracht door een show bij Jools Holland een kleine hype teweeg, en sindsdien gaat het hard voor de man.
Op z'n eigen manier zette hij door een zompige mix van blues, folk en country de Grand Mix naar z’n hand, door een ruim instrumentarium en met de 'Mississippi Drum Machine', een houten omgekeerde kist die als percussie diende, de 'One-stringed diddley bow' als het één-snaar-instrument, of de driesnarige gitaar (Three-String Trance Wonder), door den Steve bespeeld met een schroevendraaier.
Ook de 'spoken words' van de authentieke Amerikaan tussen de nummers in, zijn vaak hilarisch. Vast ritueel tijdens de set is dat een meisje - lukraak uit het publiek gekozen - bij hem op het podium komt en een persoonlijke 'lofzang' ontvangt op “Walkin' man”.
Een dik uur lang bleef Steve de bluesakkoorden uit z'n vingers schudden en drumde Magnusson als een gek, wat in het laatste nummer uitmondde in een trash van z'n drumkit. Check zeker het nieuwe album ‘You Can’t Teach An Old Dog New Tricks...’, treffender kan een titel niet! Seasick Steve was een volwaardige replacement voor de opgesloten Brit en één van de absolute hoogtepunten van deze editie!

Stevig shaken konden we op Les petits pilous die hun electro/house stevig door de boxen knalden. Het Franse duo, die meneer Boys Noize tot hun grootste fan rekenen, werkten al samen met The Subs wat de EP ‘My Body/Rototom’ opleverde. Deze kerels stonden een uur garant voor een stomende set en tekenden voor één van de vetste DJ sets van het weekend!

Om even op adem te komen na de uitermate geslaagde set van Les Petits Pilous trokken we opnieuw naar de Grand Mix. Daar was het aan Das Pop om de tent op zijn kop te zetten. De altijd even goedgezinde Bent Van Looy huppelde vrolijk rond en had er duidelijk zin in. Gehuld in een geel pakje was hij zijn modebewuste zelve. Een afwisselend overtuigend optreden en een goede mix van zowel oud werk, “Fool For Love”  als  het recente “Skip the rope” uit ‘The Game’, gingen als zoete koek naar binnen. De dobbelstenen die ze op Dour meehadden, waren opnieuw van de partij en werden tijdens het laatste nummer op een dolenthousiast publiek losgelaten. Ook een nieuwsgierige Seasick Steve zag dat het goed was en genoot van het enthousiasme. De heren zegden af voor Pukkelpop maar al wie hen vandaag aan het werk zag, zal er niet van wakker liggen …

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: FihP, Oudenaarde

FeestinhetPark 2011: zondag 14 augustus 2011

FeestinhetPark 2011: zondag 14 augustus 2011
Omstreeks 14u30 stak Steak Number Eight, de snoeiharde trots van Wevelgem, van wal in de Grand Mix. De jonge kerels die eind 2007 Westtalent op hun naam schreven en in 2008 op hun 15de de jongste winnaars werden van Humo’s Rockrally trokken ondanks het vroege uur al fel van leer. Met ‘When The Candle Dies Out uit’ brachten ze in 2008 een demo-album uit, opgedragen aan de overleden broer van zanger Brent Vanneste.
Begin dit jaar trokken ze samen met Mario Goossens (drummer Triggerfinger) de studio in om hun debuutalbum ‘All Is Chaos’ op te nemen. Dit album is een volwaardig album geworden vol steengoede postrock en sludgemetal songs. Na een korte mysterieuze intro trokken ze een song traag en gezapig op gang, die ergens halverwege totaal ontplofte. De rauwe kreten van de frontman gingen door merg en been en de emotie was af te lezen op het gezicht, wat zorgde voor kippenvel.
Steak Number Eight regen hun nummers vloeiend aan elkaar en lieten weinig ademruimte toe. Al snel was het duidelijk dat we hier één van de talentrijkste groepen in hun soort aan het werk zagen …

In de Bar Bizar gaf het Leuvense Undefined een release show, en kwamen op die manier hun debuutalbum ‘Crimes Against Logic’ voorstellen. Undefined bracht hip-hop, maar dan met unieke cross-over van dancehall, funk en reggae. Ook tekstueel wijken ze af en hebben ze geen directe link met het fenomeen hip-hop. Hun teksten zijn poëtisch getint en stralen een positieve boodschap uit. “Live It Up” was een eerbetoon aan hun zanger die begin 2009 om het leven kwam in een tragisch verkeersongeval. Undefined kon moeiteloos 40 minuten boeien en deed uitkijken naar meer…

We pikten nog even een laatste halfuur mee van Hookerz & Mc Nice in de Igloo Dome. Het duo gekend van de Gentse undergroundscène,  probeerde met hun drum'n’bass het toestromende jonge volkje wakker te schudden. De snelle mixen van Hookerz in combi met de enthousiaste Mc Nice misten hun effect niet, en vroeg in de namiddag heerste er al een uitgelaten sfeertje in de kleine clubtent. Wie hen nogmaals aan het werk wil zien; kan dit in de Decadence waar ze op de Steamfeestjes – het wekelijkse drum'n’bass concept- achter de decks staan.
Even later werden ze afgelost door dubstep pioniers Kastor & Dice die het over een andere boeg gooiden. Het duo is twee derde van het team achter de beruchte Untitled! evenementen en voorzien elke maand hun eigen 'dubsteptape' in Switch op StuBru. Met een mix van nieuwe dubplates afgewisseld met tijdloze klassiekers, zetten ze moeiteloos de Igloo in de fik. Met hun back2back set hielden ze het geheel spannend en toonden aan perfect op elkaar ingespeeld te zijn; foutloos werd alles gemixt!
De geüpgrade Igloo Dome toonde nogmaals z'n meerwaarde op het festival en was dè uitvalsbasis bij uitstek voor alle dubstep en drum'nbass fans.
Toen we even later naar het gezellige Kaffee Hyppo wilden gaan voor Backloop stonden we voor een gesloten doorgang... wegens het gestegen waterpeil van de overvloedige regen was het deze laatste dag gesloten.

Op naar de Grand Mix dan maar waar de feestbende van Shantel & Bucovina Club Orkestar ons stond op te wachten. Dj en producer Stefan Hantel ontdekte de magie van authentieke Balkanmuziek in de Roemeense provincie Bucovina, waar zijn roots liggen. Als dj Shantel mixt hij deze uitbundige Oost-Europese zigeunergrooves met eigenzinnige clubmuziek. Overal waar hij z'n 6 koppige groep meebrengt, is er steevast een swingend feestje, ook hier ging de tent massaal loos op de zwierige, aanstekelijke sound van de Balkanpop. Reeds van bij de opener “Mahala” was het partytime. Een ruime blazerssectie en een accordeonist zorgden voor een broeierig sfeertje en ambiance; hoogtepunt: “Disko Partizani!”, het lijflied van de band, waar ze een kat en muis spelletje speelden met het publiek.
De sfeermakers hielden het volk in hun greep met de poppy mix van gipsy, pop, dub en balkanbeats. ”Disko Boy”, “Opa Cupa” of “Gadja Dilo”, ze klonken allemaal even frivool, fris als feestelijk en brachten even de zomer  naar ons landje …

In de Bar Bizar speelde even later Hercules & Love Affair. Het danceproject van Andrew Butler scoorde in '08 een monsterhit, “Blind” waarop Anthony (van The Johnsons) de vocalen voor z'n rekening nam. Na de superlatieven van z'n titelloze debuutplaat kwam hij met het zopas gereleaste album ‘Blue songs’; voorzien van een bont allegaartje 'paradijsvogels' kwamen ze het Charlatanpodium op, geflankeerd door 2 dj’s, en vooraan 2 manvrouwen en een frêle jongedame achter de mics. Op een mix van disco en housetunes wisselden ze de zangpartijen af. Het kwintet ging op in hun dansbare sound. Maar ze kregen niet gauw het publiek mee … Moe? … Verzadigd?  Of stond iedereen al te wachten op Triggerfinger? Feit was dat de discopop maar matig werd onthaald en pas bij “Blind” een eerste piek had. Hoe de band ook probeerde, het bleef leuk en amusant maar de echte klik met het publiek kwam er helaas niet.

Triggerfinger is één van de revelaties dit jaar en prijkte terecht op de affiche van FeestinhetPark. Triggerfinger, die in 2004 debuteerde, bouwde gestaag aan z’n carrière en een ijzersterke live reputatie. Het was pas na ‘All This Dancin’ Around’ van 2010 dat het trio rond zanger/gitarist Ruben Block door iedereen werd opgepikt en de verdiende aandacht kreeg.
Ze worden vaak vergeleken met krachtige rock’n’roll groepen als Iggy, Led Zeppelin en de Queens, maar hebben er een eigen uniek herkenbaar geluid van gemaakt. En ze zijn populair!
Nergens was te merken dat ze nog maar net terug waren van het Hongaarse Szigetfestival. Ze openden sterk! Opnieuw bewees frontman Block dat hij een entertainer ‘pur sang’ is en in geen tijd het publiek naar zijn hand kan zetten.
Natuurlijk hebben ze met Mario Goossens één van de beste drummers; z’n drumsolo – die wel iets te lang duurde – toonde aan hoe het kwam dat hij eerder dit jaar een Mia kreeg voor beste muzikant.
Een uur lang was het heerlijk rocken en ze vuurden de ene na de andere song af! Het rockfeestje eindigde met het bloedmooie “Love Lost In Love”. Wat een live band . Dit triggerde naar meer …

Het festival werd met Arno beëindigd. De Arno statements kennen we onderhand wel. Na vier intense dagen dropen we af en genoten van de laatste ‘Olala’-tunes van onze Oostendse Brusselaar.

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: FihP, Oudenaarde

Ieper Hardcore Fest 2011 - 19de editie van Ieperfest is absolute topeditie!

Geschreven door

Ieper Hardcore Fest 2011 - 19de editie van Ieperfest is absolute topeditie!
Ieper Hardcore Fest 2011
Op vrijdag 12 augustus was Musiczine te gast in Ieper.  Voor de 19de keer al vond er het fijne Ieper Hardcore Fest plaats.  Wie aanwezig was of wie  in het verleden Ieperfest bezocht, zal beamen dat dit een van de best georganiseerde festivals is. 
Hoofpodium en Marquee staan vlak naast elkaar, geen enkele groep overlapt met een andere (de ene band start netjes  wanneer de andere gestopt is), geen ellenlange wachttijden aan de bar of aan de eetkraampjes (vanop de vele bankjes daar kun je lekker genieten van de optredens op de main stage),  een ruime(distro-) tent vol merchandising waar je bovendien ongestoord een praatje kunt maken met de meeste bands, camping en parking die letterlijk vlak naast de festivalsite liggen en dan hebben we nog niet gehad over het werkelijk verrukkelijke (weliswaar volledig vegetarische) eten dat ter plaatste bereid wordt…  Een dikke pluim dus voor de organisatie, Ieperfest is voor de bezoekers een verademing in vergelijking met vele  andere Belgische festivals.

Het belangrijkste item op een festival is natuurlijk de muziek en die is op Ieperfest meer dan de moeite waard.  Je zou kunnen stellen dat dit het ideale  festival  is voor de meerwaardezoeker binnen het hardere genre.  Zo  vinden we  uiteraard heel veel hardcore in al zijn varianten op de affiche maar daarnaast is er ook plaats voor ondermeer trash, grind, sludge en death metal, punkrock en zelfs postrock.  Naast zijn eigen favoriete bands kan de gemiddelde bezoeker op Ieperfest dus heel wat nieuwe zaken ontdekken.

De eerste band die wij op vrijdag meepikten in de gezellige Marquee was La Dispute.  Deze band uit Michigan wordt vaak in één adem genoemd met bands als Touché Amore (die we iets vroeger op de dag jammer genoeg misten), Make Do And Mend, Defeater en Pianos Become The Teeth.  Deze posthardcorebands noemen zichzelf  ‘The Wave’, wat ons betreft een leuke verzamelnaam voor enkele  van de meest fijne  en eigenzinnige bands die de VS de laatste jaren voortbracht  De heren van La Dispute haspelden op Ieperfest hun laatste show van een 3,5 weken durende tournee in Europa af maar leek ons desondanks nog zeer vitaal.  Hun fragiele, breekbare maar tegelijkertijd energieke en zeer experimentele muziek die refereert naar bands als At The Drive In, Thursday en The Mars Volta kon heel wat fans bekoren.  Het was vooral de kleine maar sympathieke frontman Jordan Dreyer die ons een prima indruk liet met zijn nerveuze vocalen die voortdurend balanceerden tussen zingen en extatisch roepen. La Dispute bracht zeer stevige versies van ondermeer “New Storms For Old Lovers”, “Edit Your Hometown”,  “Why It Scares Me” en “Sad Prayers For Guilty Bodies” waarbij ze ondersteuning kregen van  Jeremy Bolm, frontman van Touché Amore.  Een dikke show van een talentvolle formatie.

Op het hoofdpodium was het daarna de beurt aan Six ft Ditch, de hardcoreformatie uit het nabije Portsmouth.  Het was van 2007 geleden dat deze Britten nog present tekenden in Ieper en ze waren volgens eigen zeggen enorm blij terug te zijn.  De band staat garant een brutale portie murdercore  en het was duidelijk dat  heel wat aanwezigen hier duidelijk pap van lustten.  Six ft Ditch bracht op Ieperfest nogal wat songs van hun nieuwe album ‘Recreational Style’ waar de NYHC-invloeden duidelijk merkbaar zijn .  Het geluid van de band zat goed, de songs waren meer dan ok  maar jammer genoeg schoot de vlam nooit echt in de pijp.  Dit had alles te maken met de veel te lange pauzes tussen de nummers waardoor de vaart er nooit in kwam.

De sympatieke Zweden van Victims brachten in de Marquee een mix van metal en hardcore waarbij een band als Mothorhead nooit veraf was.  Jammer genoeg maakte het zaakje bitter weinig indruk op ons en na een handvol nummers trokken we richting Distro-tent om een praatje te maken met ondermeer de zanger van La Dispute die ons wist te melden dat hun vrienden van Defeater net afscheid genomen hebben van drummer Andy Reitz…

Ieperfest was enorm trots dat ze voor de eerste keer de legendarische heren van Strife op de affiche hadden.  Niet te veel lullen maar gewoon alles geven  lijkt ons het devies van deze heren uit Los Angeles.  Een absolute hoofdrol was er daarbij weggelegd voor zanger  Rick Rodney, een man die verdacht veel  leek op ene Sammy Tanghe uit het onvolprezen Eiland.  Rodney is ongetwijfeld een van de meest sympathieke frontmannen binnen de scène en werkelijk alles gaf die man op Ieperfest.  Dat hij daarbij op de  felbevochten Ieperse strijdvelden een stevige vleeswonde op zijn kale knikker opliep, was daarbij illustratief. Strife zorgde met hun  razendsnelle hardcoresongs  duidelijk voor een van de topmomenten van de dag .  Het ging er voortdurend lekker hectisch aan toe, vooral wanneer Rodney zelf de pit introk om z’n strijdliederen samen met de fans te brullen.

Aan Horse The Band om minstens even goed te doen in de Marquee… Strife evenaren was er misschien niet bij maar de show van deze Amerikanen was zeker de moeite waard. Horse The Band staat met hun nintendocore duidelijk voor een zeer  apart geluid.  Brute metalcore, jazzy geëxperimenteer en door videospelletjes beïnvloede deuntjes worden voortdurend afgewisseld.  Alle bliepjes en jengeltjes zitten bij deze muziek duidelijk perfect op hun plaats en alles wordt verweven in schitterende  riffs  en breaks wat ervoor zorgt   dat Horse The Band een unieke band is.  Het was voor de vele aanwezigen genieten geblazen met als absoluut uitschieter topnummer “Science Police” dat voor heerlijke vibes doorheen de tent zorgde. Heel opvallend  was ook  zanger Nathan die  ergens iets deed dat het midden hield  tussen grommen, krijsen en zingen .  De man met het onverstaanbare dialect kwam bij momenten nogal  vreemd over, deed fijne staaltjes body language  en trok  meer dan eens de petjes van voorbij rennende skydivers van hun hoofd.  Een geschift optreden van een geschifte band met al even geschifte muziek!

Sheer Terror  is een absolute pioneer binnen de New Yorkse hardcore-scène.  In hun carrière wist de band enkele legendarische albums te maken.  Vorig jaar maakten ze voor de tweede keer en na shows op verschillende continenten stonden ze nu  mooi op Ieperfest.  Wie denkt aan Sheer Terror, denkt vooral aan de zeer eigenwijze en cynische frontman Paul Bearer en ook in Ieper was de man niet anders. De fans konden genieten van de zware, lekker ouderwetse  hardcore van deze veteranen  met topnummers als “Love Songs For The Unloved”, “ Don’t Hate Me Because I’m Beatiful”, “Twisting and Turning” en “Bulldog”.   Tussen de songs door stal stand up comedian Bearer de show met zijn hilarische bindteksten, enkel een beetje jammer dat daardoor de vaart uit de show werd gehaald. 

Een beetje een vreemde eend in de bijt was het Britse And So I Watch You From Afar maar  dat kon de vele aanwezigen in de Marquee absoluut niet deren.  Dit kwartet uit Belfast heeft een ongelooflijke reputatie en bevestigde die probleemloos op Ieperfest.  Hun stevige, instrumentale combinatie van  postrock, mathrock en botte hardcore rolde als een tank doorheen de tent onder aanvoering van een waanzinnige drummer.  We werden werkelijk bedolven onder een mortiervuur van stevige gitaarbreaks en razendsnelle tempowisselingen.  De absolute sterkte van ASIWYFA is dat ze in deze lawine van geluid desondanks prachtige melodieën weten te verstoppen.
Deze show was alleszins een van de absolute hoogtepunten op Ieperfest!

Veel mensen waren duidelijk aan het wachten op de show van afsluiter Comeback Kid.  Deze Canadezen traden de voorbije jaren verschillende keren op in België en verwierven in die tijd een heuse fanbase.  Op Ieperfest bleek dat Comeback Kid door het vele touren een goed geoliede machine is geworden: maar liefst zestien nummers passeerden in sneltempo de revue en het viel op dat daar vrij weinig nummers uit hun laatste prima ‘Symptoms + Cures’ tussenzaten en opvallend veel van de oudere albums ‘Wake The Dead’ en ‘Turn It Around’.  Heel wat kids namen een duik van het podium, verschillende aanwezigen wilden daarbij  zanger Andrew Neufeld een handje helpen met het zingen in de microfoon maar die kon dat maar matig appreciëren.  Een klein minpuntje in deze overigens oerdegelijke show met als absolute uitschieters  de klassiekers “Lorelei”, “All in A Year”, “Because Of All”, “Wake The Dead” (waar Neufeld werkelijk overspoeld werd door een horde enthousiastelingen) en het daarbij aansluitende “Final Goodbye”. 

Een prima afsluiter dus van de eerste dag van het prima georganiseerde Ieper Hardcore Fest!  We geven nog mee dat begin 2012 de Wintereditie van dit festival plaatsvindt en meer bepaald op zaterdag 18 februari in JOC ‘Het Perron!

Organisatie: Ieperfest, Ieper

Binic Folks Blues Festival 2011 van 05 t/m 07 augustus 2011 - Uniek festival

Geschreven door

Binic Folks Blues Festival 2011 van 05 t/m 07 augustus 2011

Binic is een schilderachtig stadje van iets meer dan 3000 zielen gelegen in het hartje van de Côtes-d'Armor, net voorbij Saint-Brieuc. De streek kwam recentelijk in het nieuws wegens de massaal aangespoelde en blijkbaar giftige algen maar daar hebben we niets van gemerkt. Grootste troeven van Binic zijn het strand met zeezwembad, de jachthaven en sinds enkele jaren misschien ook wel het gratis Binic Folks Blues Festival.
Een ietwat misleidende naam (vandaar misschien die toevoeging van een 's' aan folk dit jaar?) want folk viel er niet te bespeuren tenzij je daar die enkele Australische singer-songwriters zoals Jamie Hutchings onder klasseert terwijl ze de blues meer in garagemiddens zochten. De unieke locatie (de twee podia staan aan beide uiteinden van een druk bezochte kaai vol restaurants, terrasjes en winkeltjes) zorgde voor een heel speciale sfeer die de grens tussen publiek en artiesten deed vervagen. Wanneer je langs de kaai wandelde moest je al echt moeite doen om geen muzikanten tegen te komen. Zo kon je er Johnny Walker maar liefst drie ‘galettes’ na elkaar zien verorberen, kersverse papa Brenn Beck kinderkleertjes zien checken in een boetiekje of James Leg er met een ongetwijfeld hardnekkige kater zijn ogen zien uitwrijven op zaterdagmorgen.
De meeste groepen speelden er trouwens elke avond wat ik op zich geen nadeel vond. Zo kon je er je favoriete groep meteen liefst drie keer aan het werk zien of kon je mits wat puzzelwerk alle groepen minstens één keer bewonderen. De affiche was volledig vrij van topnamen en de line-up leek eerder lukraak te zijn opgesteld. Zo vond de apotheose plaats op het kleinste podium (Place de la Cloche) terwijl de Franse one-man-band Chicken Diamond mocht afsluiten op het grotere Place Pommelec.

Op die Place Pommelec begon ik mijn driedaagse met Left Lane Cruiser en dat optreden alleen al leek me de verre verplaatsing te kunnen verantwoorden. Dit duo uit Fort Wayne, Indiana blijft me keer op keer verbazen. Met een verbeten intensiteit leken zanger-gitarist Freddy J. IV en drummer Brenn ‘Sausage Paw’ Beck de blues ter plekke opnieuw uit te vinden. Terwijl oudere nummers als "Big mama" en "Pork n' beans" het blijven doen kregen we ook enkele songs uit de nieuwe plaat (o.a. "Lost my mind") voor de kiezen en werd dit keer ook het hardere werk niet geschuwd. Met een verschroeiende slide, een onwaarschijnlijk rauwe stem en exploderende drums bewees Left Lane Cruiser één van de beste live-acts van het moment te zijn.

De Franse one-man-band Chicken Diamond was op zijn best als hij de blues van een flinke neut psychedelica voorzag. Behoorlijk meeslepend maar zijn covers van "Love in vain" (Robert Johnson) en "Waiting for my man" had hij achterwege mogen laten.

Daarna opnieuw een man alleen op het podium. Mark Porkchop Holder was me tot twee maal toe persoonlijk getipt door James Leg. Dit zwaargewicht (letterlijk) uit Chattanooga, Tennesseee zat in de allereerste versie van de Black Diamond Heavies maar moest al vlug om gezondheidsredenen afhaken. Waarna hij in de vergetelheid sukkelde tot hij nu plots weer boven water komt drijven en terecht. Dit natuurtalent bezorgde me meteen koude rillingen. Het ritme aangevend met een houten blok en een tamboerijn aan de voeten, soms uithalend op mondharmonica wekte hij met zijn National Steel gitaar de geesten van Robert en Blind Willie Johnson opnieuw tot leven terwijl hij voor ons ook nog een machtige cover van Johnny Cash' "Delia" haast achteloos uit de mouw schudde. Porkchop beschikt over een krachtige stem, misschien net iets te vlak, maar het is toch vooral op de gitaar, die reeds ferm aan het roesten was, waarschijnlijk door het zweet dat er voortdurend op droop, dat hij de ware meester is. Grappig moment : toen hij een gebroken snaar wou vervangen schoten meteen twee Franse vrijwilligers hem hierbij te hulp waarvan één bij gebrek aan iets nuttigers het publiek dan maar via de micro wat bezighield. Mark Porkchop Holder was beslist de ontdekking van Binic en hopelijk mogen we hem binnenkort ook eens verwelkomen in een Vlaamse club.

Johnny Walker zag ik maar liefst vier keer aan het werk (zijn collaboraties met andere groepen niet eens meegerekend) en dat was zeker geen keer teveel. Ondanks wat problemen met zijn been (waar op het podium overigens niets van te merken viel) voelde hij zich hier solo op het podium bijzonder goed in zijn vel. Hier geen Cut In The Hill Gang, Johnny viel volledig terug op het werk van de Soledad Brothers wat ik alleen maar kon toejuichen. Een subtiele gitaar en af en toe wat gepomp op de mondharmonica volstonden om zijn blues heerlijk te laten swingen en telkens weer wat dansers op zijn hand te krijgen. Naast de Soledad Brothers-nummers kregen we fijne covers van ondermeer Hound Dog Taylor, The Gun Club en Skip James. Tijdens "I'm so glad" van die laatste dat bijzonder hoog werd gezongen miste hij al eens een noot maar dat maakte hem alleen maar sympathieker. Na de wat tegenvallende Cut In The Hill Gang-concerten liet Johnny Walker de hoogtijdagen van de Soledad Brothers nog eens herleven. Schitterend muzikant.

Henry's Funeral Shoe uit Wales staat voor de broers Aled & Brenning Clifford. Zij vonden hoogstwaarschijnlijk hun inspiratie bij andere duo's, zoals The White Stripes of Le Chat Noir. Vette en soms behoorlijk heavy riffs, explosieve drums en een aparte, wat zeurderige stem volstonden moeiteloos om me bij de les te houden. Enige theatraliteit is hen niet vreemd en de zanger had de kniezwengel (wie kent die nog?) perfect onder de euh... knie. Voorzien van een humoristische toets dus en op 28 oktober mee te maken in de 4AD.

De jonge snaken van Radio Moscow (Ames, Iowa) houden het nog steeds bij de muziek van hun grootvader. Loodzware bluesrock met invloeden van The Cream en vooral Jimi Hendrix. Niet direct mijn cup of tea maar live was het er aangenaam een pint op drinken. Toen een jongen van de Franse band Dirty Deep wat op de mondharmonica kwam blazen was dat meer dan een welgekomen afwisseling.

Naar verluid waren Magnetix uit Bordeaux indrukwekkend maar ik zag slechts een flard wegens te lang op een terrasje gezeten.

Zeggen dat ik een fan ben van Black Diamond Heavies is haast een understatement en laat dat nu net de groep zijn waar ik enigszins gemengde gevoelens bij heb. Maar er zijn verzachtende omstandigheden. Vooreerst waren dit eigenlijk de Black Diamond Heavies niet maar James Leg met alweer een nieuwe drummer die op vrijdag voor het eerst samenspeelden. Bovendien had het organiserend comité ‘La Nef D Fous’ deze derde editie, na het succes van de Heavies vorig jaar, tot ‘James Leg’s Festival’ gedoopt wat de druk toch vrij groot moet hebben gemaakt. Tijdens de eerste avond zagen we James zijn Amerikaanse vrienden telkens enkele nummers vanop de eerste rij aanmoedigen. Je zou bijna denken uit een soort van verantwoordelijkheidsgevoel. De man werd voortdurend door talloze mensen aangesproken en leek werkelijk God daar in Binic. Had hij die druk wat weggespoeld met whisky? Feit was dat hij vrijdag behoorlijk beschonken op het podium verscheen en dat haalde de vaart volledig uit de anders altijd zo strak gespeelde set. Vanalles liep er mis en de hulp van Johnny Walker op het einde kon een uiteindelijke afgang niet vermijden. Erg pijnlijk.
Gelukkig kon hij nog revanche nemen en dat deed hij ook de tweede avond. Dit keer zoals in ‘the old days’ met vanaf het begin oude kompaan Mark Porkchop Holder op gitaar. Het bleef uiteraard rommelig, de mannen hadden in geen jaren meer samengespeeld, maar regelmatig vlogen er toch serieus vonken af. Soms liep het al eens fout : toen James "Georgia" inzette roffelde de drummer een andere drumpartij uit zijn sticks. Desondanks kregen we een meer dan behoorlijke set.
De derde avond begon James Leg (dit keer met Porkchop en Johnny Walker in de rangen) dan maar met het de vorige nacht de mist in gegane "Georgia" maar het nummer verdronk in de soep. Gelukkig beterde het geluid snel maar dan dook het spook van de whisky weer op. Op het podium alleen al dronk hij twee dubbele whisky's en twee flinke slokken uit een vanuit het publiek aangereikte fles. Dit keer kon hij echter terugvallen op een uitstekende Porkchop en Johnny Walker die het schip behoedden van kapseizen. Toen James even het publiek indook om daar wat mee te dansen werd nog maar eens duidelijk hoe populair hij daar wel is. Zo stormde een vrouw van reeds gevorderde leeftijd naar voor om hem toch maar eens te kunnen aanraken!

Na dit spektakel toonden Left Lane Cruiser hoe het echt moet. Strak zoals het hoort en dan ook een wereld van verschil. Als apotheose kwamen de Black Diamond Heavies Left Lane Cruiser vervoegen. Later kwamen ook nog wat Franse muzikanten meejammen. Leuk om te zien maar muzikaal stelt dit soort toestanden nooit veel voor. Ten slotte ging James Leg, intussen compleet lazarus, nog eens volledig uit zijn dak en speelde de bastoetsen met het klavier onder de arm en wat er al een tijdje zat aan te komen gebeurde dan ook : zijn zo gekoesterde Fender Rhodes ging tegen de vlakte. Het volk lustte er wel pap van maar voor mij hoefde dit allang niet meer. Het was een schitterend en uniek festival geweest, benieuwd of onze Franse vrienden hier volgend jaar een passend vervolg aan kunnen breien.

Organisatie: Binic Folks Blues Festival

Gösta Berlings Saga

Glue works

Geschreven door

Het geheel is meer dan de som van de verschillende delen, dat spreekwoord kun je perfect toepassen op dit derde album van de Zweden van Gösta Berlings Saga.  Deze formatie bestaat uit vier muzikanten (drummer Alexander Skepp, gitarist Einar Baldursson, bassist Gabriel Hermansson en David Ludberg die instond voor de synths en alle andere speciale geluiden) die allen een zeer uiteenlopende muzikale achtergrond en persoonlijkheid hebben.  Wie naar ‘Glue Works’ luistert, merkt  duidelijk dat er een bijzondere chemie ontstaat wanneer de heren samen aan het componeren slaan.
Gösta Berlings Saga is een moderne instrumentale band die diverse subgenres waaronder avant rock, post rock, minimalisme en progressieve rock in hun muziek tot één prachtige geheel verwerkt. 
Op dit album staan er slechts zeven tracks, enkele daarvan zijn zeer lang uitgesponnen maar weten de luisteraar geen enkele  seconde te vervelen, integendeel.  Vanaf de eerste noot van opener “354” wordt de luisteraar bij zijn nekvel gegrepen en dit blijft zo tot de allerlaatste seconden van “Sorterargatan 1”.  Het is niet zo simpel om Gösta Berlings Saga met een bepaalde band te vergelijken,  slechts  hier en daar horen we een aantal herkeningspunten. Zo start het twaalf minuten durende “Island” als een soort Apocalyptico-nummer om vervolgens een heel andere richting aan te nemen en het lijkt het alsof we naar de  Afghan Wighs uit de beginjaren luisteren. “Gliese 58lg” van zijn kant  had gerust niet misstaan op Radioheads ‘Kid A’.
Het is echter duidelijk dat deze band een unieke sound heeft en absoluut niet in een vakje is onder te brengen;  ‘Glue Works’ is wat ons betreft verplichte kost is voor de muzikale fijnproever!
 

Black Dub

Black Dub

Geschreven door

Black Dub – Daniel Lanois
Black Dub is het laatste project van muzikant en producer Daniel Lanois. Hij heeft voorname albums geproduceerd voor U2, Bob Dylan, Brian Eno en Neil Young. Zeer bekend is zijn productiewerk voor Robbie Robertson. Naast Lanois spelen mee, drummer Brian Blade, die nog met Herbie Hancock speelde, op bas Daryl Johnson en de Belgisch/Amerikaanse Trixie Whitley als uitstekende zangeres.
Beste tracks op dit album zijn “I believe in you”, “Surely”, “Canaan” en de twee typische Lanois instrumentals “Slow Baby” en “Sirens”.
Dit album is geënt aan vele muzikale stijlen, nl. folk, New Orleans jazz, soundscapes, dub en ambient.
Lanois vertelt zelf dat deze muziek diep geworteld zit in de Jamaicaanse dubcultuur. Hij heeft deze muziek geschreven vanuit een soulful dub perspectief.

The Feelies

Here before

Geschreven door

Betreffende het muzikale begrip indiepop, zijn The Feelies van Glenn Mercer en Bill Million uit NY City één van de meest bepalende. ‘Crazy Rhythmes’ (’80) en ‘The good life’ (’86) waren prachtplaten in het genre en staan in het geheugen gegrift door de twinkelende, onderkoelde en jangly gitaarpop en zweverige (anti) zang. ‘Only life’ (’88) en ‘Time for a witness’ (’91) zijn meer gewoontjes, maar nog steeds fijne platen.
En kijk, twintig jaar later is er een reünie van de band met Stanley Demenski; ‘Here before’ helt naar het oudere werkt over. Een gortdroge sound, een zweverige ondertoon , fijne, subtiele, geraffineerde melodieën en die typisch zeurderige, neuzelende zang zorgen voor een overtuigend album. “Nobody knows” en “Should be gone” geven de maat aan en de rest kent u wel naar het geliefde oud Feelies recept: broeierige en dromerige indiepop, met een licht twinkelende swing of een semi-akoestische gevoelige kwinkslag , die af en toe forser is als op “When you know”, “Time is right” en “Morning comes”.
The Feelies are back – we kunnen er alvast niet omheen en genieten ervan!

Moon Duo

Mazes

Geschreven door

Het uit San Francisco afkomstige duo Erik Johnson en Sanae Yamada is toe aan hun tweede cd, die ‘Escape’ opvolgt, die vier songs telde. Johnson maakt nog deel uit van een andere band Wooden Shjips, en laat af en toe ruimte voor zijn project Moon Duo.
Basis op het debuut was een zanderig gitaargeluid, fuzz,  psychedelica en hypnotiserende grooves. Op ‘Mazes’ klinkt het geheel meer gedoseerd, krijgen de toetsen een prominente rol en voegt het gitaargeluid er zich aan toe. Ook de soli en de pedaaleffects passen prima in het plaatje en zijn nergens overdreven. De drumcomputer bepaalt het tempo en het ritme is gevarieerder. De 8 repetitief opbouwende songs zijn vitaal en energiek, en kunnen soms lang uitgesponnen zijn als “Seer”, “When you cut” en “Goners”.
Het duo nestelt zich moeiteloos naast een Suicide, Spacemen 3 en zZz. Fijne ontdekking.

Lokerse Feesten 2011: DAG 09: Arsenal - Interpol - Sharon Jones & The Dap-Kings

Geschreven door

Lokerse Feesten 2011: DAG 09: Arsenal - Interpol - Sharon Jones & The Dap-Kings
Je kent dat gevoel, maandenlang kijk je uit naar de komst van die ene band die nog op je live palmares ontbreekt, en dan ... Wat? Hoezo, exit The Baseball Project, de miskende supergroep rond de veteranen Steve Wynn, R.E.M.’s Peter Buck en The Minus 5 opperhoofd Scott McCaughey die afgelopen zaterdag normaliter hun eerste optreden ooit op Belgische bodem zouden komen geven? Bij zulke laattijdige annuleringen is de kans bovendien wel heel erg groot dat een Belgische band in extremis wordt opgetrommeld om het gat in de programmatie op te vullen. En ja hoor, onze Amerikaanse helden werden uiteindelijk vervangen door Customs, met voorsprong de beste coverband die Interpol zich kan indenken. Maar omdat nu eenmaal niets boven het origineel gaat, en ironisch genoeg onze New Yorkse vrienden diezelfde avond ook naar Lokeren waren afgezakt, lieten we de opener deze keer rustig aan ons voorbij gaan en werd er ondertussen wat gekletst met een bijzonder sympathieke (andere) Geert in de perscabine.

Hun muzikale copycat daargelaten, de heren van Customs hadden er intussen wel mooi voor gezorgd dat de hemelsluizen boven Lokeren nagenoeg volledig werden dichtgedraaid tegen de komst van SHARON JONES & THE DAP-KINGS (****). Kijk, we gaan er geen doekjes omwinden. Ook al is mijn hoofdredacteur volledig weg van een souldiva als Joss Stone, het brave kind met de bambi-ogen wordt gewoon weggeblazen wanneer ze ooit het podium zou moeten delen met Sharon Jones. Dit 55-jarige blackalicious manwijf timmert al sinds de 70ies gestaag aan de weg die haar uiteindelijk tot aan de top van de retro-soul beweging heeft gebracht. Wie erbij was in Lokeren stond met open mond te kijken hoe werkelijk elke vezel in het potige lijf van Jones stijf staat van de funky soul. Ze onderscheidt zich met sprekend gemak van de meer statische neo-soul diva’s genre Stone of Badu door haar rauwe en agressieve stem en de wilde mimiek die ze al van kindsbeen af imiteerde van haar soulbrother James Brown.
We zouden bij zoveel lyrische lofzang op Jones bijna vergeten dat er verder nog tien man op het podium stond die zich laten aanspreken als The Dap-Kings, een uiterst hecht collectief van snarenplukkers, percussionisten, blazers en backing vocalisten dat ooit op een blauwe maandag werd ingehuurd door Amy Winehouse om een aantal nummers in te blikken voor haar opus magnum ‘Back In Black’. The Dap-Kings doen de retestrakke en rauwe Stax sound helemaal herleven en weten de vocale improvisaties van Jones moeiteloos op te vangen. Improviseren zit Jones namelijk in het bloed. Al wie zich te dicht richting frontstage waagt loopt immers het risico om uit de massa te worden geplukt en on stage een body-to-body met Jones te ondergaan. In het geval van een gezellige punk zorgde dit voor een sterk staaltje body talk, maar wanneer deze eer te beurt viel aan een bedeesde tiener tijdens “Be Easy” dreigde alles toch een beetje genant te worden.
Een in het zweet gewerkte Jones en haar mighty Dap-Kings hadden gerust ook de rest van de avond kunnen opvullen zonder dat de verveling ook maar even de kop zou opsteken, maar toen plots bleek dat er hen nog slechts anderhalve minuut restte moesten ze wat hals over kop afscheid nemen met een ingekort doch stomend “100 Days, 100 Nights”. We gunnen Aretha Franklin best wel nog een aantal jaartjes, maar wat ons betreft doet de voormalige Queen Of Soul beter nu al troonsafstand.

Een band als INTERPOL (****) zou dit jaar zeker niet hebben misstaan op Pukkelpop om het toch wat magere lijstje headliners aldaar wat aan te dikken, maar kijk, Chokri en Eppo werden in snelheid gepakt door hun Lokerse collega’s voor wat één van de absolute hoogtepunten van de festivaltiendaagse zou worden. Het New Yorkse postpunkgezelschap mag op haar jongste twee albums dan wel wat ter plaatse zijn blijven trappelen, met hun live reputatie is het sinds hun klassieke debuut ‘Turn On The Bright Lights’ (’02) enkel maar crescendo gegaan. Uit die eersteling kregen we al vroeg een snedig “Say Hello To The Angels” voorgeschoteld, trouwens het beste nummer dat Morrissey & Marr vergaten te schrijven. Andere klassiekers uit de Interpol catalogus zoals “NARC”, “Evil” en “C’mere” bewijzen nog steeds met verve dat je ook creatief met de erfenis van Joy Division en The Chameleons kan omspringen. En ja, zelfs nummers uit het toch wat middelmatige laatste album zoals “Barricade”, “Summer Well” en “Memory Serves” wist de groep moeiteloos in de set binnen te smokkelen zonder zichzelf in de voet te schieten.
In elk zichzelf respecterend  postpunk decor horen geen opruiende bindteksten of flauwe one-liners, en dat heeft frontman Paul Banks maar al te goed begrepen. Daar waar een genregenoot als Editors zich wel eens durft te buiten gaan aan stadiumposes blijft Interpol de nodige afstand bewaren tussen mythe en werkelijkheid. Een gitzwarte werkelijkheid, dat wel, waarin de jongste aanwinst en voormalig Animal Collective bassist Brad Truax nu ook volledig zijn draai lijkt te hebben gevonden.
De vijf kwartier die Banks & co toebedeeld kregen waren eigenlijk zo om, wat voor ons nog steeds geldt als het beste bewijs dat we hier een beklijvend optreden kregen voorgeschoteld. Banks nam voorzichtig afscheid door het publiek te bedanken voor hun warme ontvangst en de mededeling dat er nog ‘a couple more songs’ zouden volgen. Een understatement zo bleek, want het bleek te gaan om het indrukwekkende trio “Slow Hands”, “Not Even Jail” en “Obstacle 1”.
Chokri & Eppo, eat your heart out!

De meute langs de Grote Kaai was intussen flink aangedikt voor afsluiter ARSENAL (**) die hun feestje van een paar dagen voordien in de tent van Dranouter nog eens mochten komen overdoen. Toegegeven, de op exotische beats drijvende worldpop van Hendrik Willemyns en John Roan is niet onmiddellijk onze cup of tea. Het Lokerse publiek zal dit echter (paarden)worst wezen, want vanaf grijsgedraaide opener “Melvin” werd prompt een nationaal zangfeest ingezet en gingen de handjes vlotjes op elkaar. Arsenal vervulde dus perfect de rol van publiekstrekker op de voorlaatste dag van het Lokerse muziekfestijn, maar hun resem meezing anthems moesten het wat spankracht en intensiteit betreft toch afleggen tegen de memorable sets van Sharon Jones en Interpol. Minderheden met afwijkende meningen? Nu weten we eindelijk ook eens hoe dat voelt …

Organisatie: Lokerse Feesten, Lokeren

Festival Dranouter 2011: zaterdag 6 augustus 2011

Geschreven door

 

Festival Dranouter 2011: zaterdag 6 augustus 2011
Dag 3 is alvast in het geheugen gegrift, want een plensbui en een onophoudelijke regenbui zorgden ervoor dat het terrein een groots blubberbad werd en de parkings letterlijk hadden omgeploegd. De fijne muziek en de sfeer enerzijds en anderzijds de landbouwers met traktor hielpen er ons met plezier terug bovenop. Allé hop, als dit niet de juiste ‘krik’ was … “Raindrops keep falling on my head” … eigenlijk nee, dankjewel …  De bemoeilijkte toegankelijkheid zorgde ervoor dat de dagjesmensen en de late beslissers voor hun comfort kozen en niet meer afzakten naar het pittoreske Heuvelland …

Het begon nochtans erg zomers met de sympathieke Lady Linn Lien De Greef en haar Magnificent 7. Een nieuwe cd is uit en daar werd gretig uit geput  … ze verwerkt
jumpin’ jive, ballroom jazz, soul, reggae  en bebop in sensuele, broeierige, warme en aanstekelijke trendy jazzysoulpop. Ze bood een boombalswing van lekkere grooves, afgewisseld met enige ingetogenheid. Een gebroken teen en een verstuikte duim brachten haar niet uit haar lood. Zelfs in het coveraanbod hoorden we haar ervaring met Red D, “Katy B’s on a mission ” kreeg een handige alternatieve draai en swing. En Eddy Grants “I don’t wanna dance” vond ze opnieuw uit! Een fris, enthousiast speelkader hadden “Cry cry cry”, “A love affair” en “Here we go again” om de eerste plensbui te vergeten …

Behoorlijk onder de indruk waren we van Mercedes Péon, zangeres, doedelzakspeelster en percussioniste uit Galicië. Ze haalt invloeden aan van de Gallisische volksmuziek en voegt er een instrumentarium van synths, hobo, sampling en een tweede percussionist aan toe. Ze balanceerde tussen toegankelijkheid en experiment. Een trancy sound met repetitief opbouwende ritmes, folk, rock en haar aparte bezwerende soms hoog uithalende vocals. 

Balthazar kreeg naast Lady Linn veel volk op de been in de Kayam tent. Het Kortrijkse vijftal heeft met ‘Applause’ een overtuigende plaat uit en is praktisch met die andere rockband Intergalactic Lovers niet meer weg te denken op de zomerfestivals; een intrigerend broeierig werkstuk hebben ze uit, waarin naast de puike samenzang vooral de zweverige, diepgrauwe  zegzang van Maarten Devoldere opvalt. Ze stonden vroeger al eens in een kleinere tent.
Ze  gaven het volle pond. De bas dreunde sterk door, maar het spelplezier en het enthousiasme deed dit hekelpunt vergeten. We hoorden een gevarieerde set van singles “The boatman”, “I’ll stay here”, “Fifteen floors” en de snedige rocker “Hunger at the door”; huiveringwekkend klonk het afsluitende “Blood like wine”, die eindigde in een kippenvel acapella outtro …  Balthazar is een te koesteren belofte!

Het uitgebreide ensemble Sons of Noel and Adrian boeide eveneens. Ze staken heel wat avontuurlijke wendingen in hun traditioneel instrumentarium, aangevuld met accordeon en trompet; de pedaaleffects durfden wel eens sterk ingedrukt te worden. Op die manier hoorde je hoe traditie en een vleugje alternatief elkaar zo makkelijk vonden. Fijn concert van een fijne ontdekking …

Met hun doorwinterde en gevoelige countryrock begin jaren ’90 waren ze een van de vaandeldragers van de huidige americana/rootsrock. The Jayhawks van het songschrijversduo Louris - Olson hadden in de jaren ‘90 drie schitterende platen uit, waarvan het doorbraakalbum ‘Hollywood town hall’ het meest in het oog sprong. Na jaren hun eigen weg te hebben gegaan is het songschrijversduo terug bij elkaar met een nieuwe cd ‘Mockingbird time’ en wat is heerlijk genieten als die harmonieuze samenzang wordt ingezet en ondersteund wordt van het semi-akoestische gitaarspel, de toetsen en de bezwerende percussie; ze laten ruimte voor gepaste gitaarsoli en deden ons lekker wegdromen zoals op “Take me with you”; een g(®)limach verscheen toen ze “Waiting for the sun” speelden onder de zwaarbewolkte hemel. Voortkabbelende droomsongs die we verder hoorden met “Red light” en “I’d run away”. Van het nieuwe materiaal onthouden we vooral “She walks in so many ways”. Fijnzinnige set, maar jonge zieltjes hebben ze er niet bij gewonnen.

En de (plus) veertigers bleven in de Kayam tent om de originele line-up van Grant Lee Buffalo van Grant Lee Phillips aan het werk te zien, nog zo’n 90’s rootsicoon, die er een paar prachtplaten op nahield als ‘Fuzzy’ en ‘Mighty joe moon’. Nostalgie van een pak broeierige juweeltjes die subtiliteit en energiestoten versmolt, als “Shining hour”, “Jupiter & teardrops” “Mighty joe moon”, “Mockingbirds” en de doorbraak single “Fuzzy”. Het trio had er duidelijk zin in en speelde gemotiveerd. Het spelplezier droop er van af om het oude materiaal nog eens boven te halen. En de fans genoten . Phillips is een begenadigd gitarist en liet het hier gevat horen. Bassist/multi-instrumentalist Kimble stak de nodige dramatiek in de songs, en vooral toen hij op toetsen begon, steeg de factor emotionaliteit. En in die variatie vergeten we prachtsongs “Demon called deception” en een stevige “America snorring” niet!

Een reflectie  naar de traditionele folk hadden we met Ierse Guidewires, die wat multi culturele invloeden lieten doorsijpelen en ook de ‘Araborock’, een combinatie van Algerijnse raï, afro en rock; van de Algerijn Rachid Taha was leuk, een Arno rockende band, die de eerste rijen in beweging bracht. Ruig, bezwerend, kleurrijk en gevarieerd !

Iedereen was dan wel degelijk present in de Kayam voor de jonge schotse Amy Macdonald. Een paar jaar terug scoorde ze een grootse zomerhit “This is the life”, die we telkens meefloten, -neuriën, en die de basis vormde van haar aanstekelijke, meeslepende, frisse en sfeervolle poprockfolk. Ze is een grootse dame geworden met twee cd’s , was goed bij stem en beschikte over een goed op elkaar ingespeelde band. Ze maakte met de miezerige regen in Dranouter meteen de link met haar thuisland. “My ordinary Life”, “Mr rock’n’roll”, “Run” en haar doorbraaksingle hadden de juiste scherpte en vibe; luchtigheid, friste; maar ook het haardvuur mocht knetteren op “Don’t tell me it’s (not) over” en “Troubled soul”.  Amy pakte moeiteloos het publiek in; ze is duidelijk gegroeid op een groot podium en klinkt zelfverzekerd. “Born to run” van The Boss, eerst solo akoestisch ingezet, en een spannende opbouwende “Let’s start a band” besloten overtuigend het optreden .

Een wervelwind van flamenco tot metal vinden we in de eigen recensies als het over het  Mexicaanse Rodrigo y Gabriela gaat. De verrassende ritmes en frivole klanken door de vingervlugheid die het duo uit hun gitaren toverde, is gewoonweg meesterlijk. Meteen af aan word je meegesleurd in die gitaarfantasie; de afwisseling van het (ingetogen)  gitaargetokkel en de opzwepende melodieën, alsmede de lichtinval, de kleurschakeringen op achtergrondbeelden en de filmcamera aan de gitaar, zorgden ervoor dat de instrumentale set van het duo boeiend bleef.  Ze zijn enorm op elkaar ingespeeld, gaan tegen elkaar op en  geven elkaar de ruimte. Verveling bleef uit door de muzikale variatie en het verrassende klankenpalet.

Neem gerust een kijkje naar de pics van de bevriende collega’s Indiestyle http://www.pbase.com/pieter_73/dranouter_festival_2011 (Pieter V) http://www.musiczine.net/nl/fotos/dranouter-2011/

Organisatie: Festival Dranouter, Dranouter

 

Festival Dranouter 2011: zondag 7 augustus 2011

Geschreven door

Festival Dranouter 2011: zondag 7 augustus 2011
Na een helse zaterdagnacht in de modder, hoopten we op de afsluitende dag op beter weer en inderdaad ondanks de regen voordien hadden we net als de vrijdag een bewolkte dag en tussenin de zon; het terrein bleef grotendeels droog. We konden zonder moeite het terrein op om de artiesten aan het werk te zien, en maakten er een fijne familiedag van. Het was wel zo dat het vele dagjesmensen, (jonge) gezinnen en late beslissers weerhield de weersomstandigheid te trotseren. De trouwe Dranouter festivalganger kregen ze inderdaad nog niet klein. Al bij al opnieuw een geslaagde dag …

Katzenjammer was al meteen de vrolijke eend in de bijt op zondagnamiddag . Ze zijn zo beetje de vaste vrouwelijke gasten geworden van de organisatie, want ze werden al een paar keer gecontacteerd op het festival en in ‘t Folk. De vier Noorse deernes uit Oslo gaan een succesvol jaar tegemoet, want de fris sprankelende plaat ‘Le Pop’ werkt aanstekelijk; ze brachten hun eigenwijze en gevoelige folkloristische Scandinavische muziek onder in een onstuimige mix van klezmer, mariachi, hoempa, circusdeunen, zigeunermuziek en bluegrass. In het najaar zien we hen zelfs in de AB. Een nieuwe cd mogen we in het najaar verwachten en de dames stelden er al enkele songs van voor, die  in eerste instantie toegankelijk klinken en meer richting pop gaan. De speelse droomwereld en het entertainment gehalte blijft behouden . De dames als multi-instrumentalisten en hun elfen ’acapella’ zang, stoomde en naast een soort ‘french can can’ gevoel, staan ze garant voor enkele ingenieuze covers, waaronder Genesis’ “Land of Confusion. Verwarrend en verrassend klinkt hun kattengejank wel, met de opvallende balalaikabas in het vizier … Katzenjammer was leuk op deze afsluitende dag!

We kijken al uit naar de najaarsconcerten van CW Stoneking, de Australiër die getipt wordt als een van de doorbraakartiesten . Hij kwam al in de spotlights in de Bota en terecht , want de mengeling van de Dylans ‘subterranean homesick blues’’, 30’s doowop, jumpin jive en jazz zorgde voor een opvallende boombalswing. De ‘coole man in white’ met z’n doorleefde in whiskey gedrenkte stem tokkelde op banjo en gitaar en was aangevuld met blazers en een contrabas. Net als op de plaat wordt het als ‘Jungle blues’ omschreven, die de Clubtent in een authentieke jaren ‘30 nachtclub omtoverde. Invloeden van uit de oude doos van Robert Johnson, Leadbelly en Blind Willie McTell. Hij profileerde zich als een jonge Seasick Steve. dit was de Mississippi delta blues, letterlijk ‘from the graveyard …’.

Het Londense Oi Va Voi staat bekend voor hun broeierige mix van pop, folklore, zigeunermuziek, klezmer en jazz. De brede, sfeervolle aanpak, die opzwepender kan klinken, siert de band. Ze hebben trouwens al voorname artiesten voortgebracht als violiste Sophie Solomon en de zangeressen KT Tunstall en Alice MacLaughlan, die een solocarrière uitbouwden. Hun dromerige, aanstekelijke groovy sound op z’n Red Snappers overtuigde en kreeg elan met een zanger die hoog kon uithalen, en een zangeres die de soul op de juiste plaats had.

We namen nog iets mee van Villagers, het project van de Ierse sing/songwriter Conor J. O’Brien, Hij put trouwens  uit de traditie van de Brits/Ierse folkmuziek en de onvolprezen Elliott Smith. Hij is in één adem op te noemen met het werk van Bright Eyes en Bon Iver. Spijtig genoeg was hij nog onvoldoende gekend bij het Dranouterpubliek met z’n intieme, hartverwarmende muziek, gekenmerkt van een sterke opbouw. Ook John Grant, later op de avond, was iets apart! Hij speelde het materiaal van z’n ‘Queen of Denmark’ op piano en werd bijgestaan door een toetsenist. Grant, toch al getekend door het leven, bracht sober, elegant en ruw de songs, geflankeerd door z’n baritonzang.

De Ierse sing/songwriter Luka Bloom was de curator van het festival en had eerder het jaar al een succesvolle theatertournee op zitten. ‘Riverside’, ‘The acoustic motorbike’ en ‘Turf’ zijn alvast in het geheugen gegrift. De charismatische zanger/gitarist speelt solo alsof hij met twee gitaren tegelijk speelt. Hij was vandaag de eerste artiest die heel wat volk naar de Kayam tent dreef. “Love is a place I dream of” en “City of Chicago” effenden het pad van de puike set, de sober gespeelde “To make you feel my love” en “Diane” ontroerden, en toen een accordeonist, een violist en een tweede gitarist erbij kwamen, klonk het geheel intenser en traditioneler binnen de folkwortels. Het laat hem ook niet los wat er rond hem in de wereld gebeurt. Eva De Roovere kwam erbij voor “Sunny sailor boy” en een dynamisch “You couldn’t have come at a better time” besloot het fijne, heerlijke concert van de immer sympathieke troubadour …

De Leuvense sing/songschrijver Jonathan Vandenbroeck aka Milow is groot geworden. Op een paar jaar tijd krijgt hij het ticketje van headliner. Ook hij is zo’n beetje een vriend des Dranouters. Tot voor kort was dit het enige concert op een festival (zal nog te zien zijn op Pukemarock Puurs). Hij bracht uiterst genietbare, hapklare poprock (kon wel eens stevig uithalen), enkele neofolky ‘on the road’ en campfire songs die  van ‘7 tot 77’ konden boeien. De charismatische Milow deed vele harten smelten, had een goed spelende band achter zich en heeft met Nina Babet een sterke backing vocaliste . Tijdens de ‘Milow’ pop stond ‘North & South’ in de spotlights en hadden we een puike hitreeks als “You don’t know”, “Never gonna stop”, “You & me “(met een flard “You can call me All”), “Little in the middle” en “Ayo technology” , waarop de gsms en aanstekers de lucht ingingen. Massaal werden de refreinen meegezongen. Milow kwam heel sterk voor de dag!

Tot slot Ben Harper, die een tweede adem heeft herontdekt sinds hij met The Relentless7 een paar jaar terug een plaat opnam en op tournee trok. ‘White lies for dark times’ en het recente ‘Give till it’s gone’ bevatten snedige, energieke songs. De belangstelling was merkelijk minder dan bij de twee vorige artiesten in de Kayam. Hij gaf de songs met z’n slidegitaar een vinnige trek en gaf ruimte aan z’n bandleden . Gitaar en drumsoli drongen door in het strakke materiaal als “Number with no name”, “Faded”, “Burn to shine”, “Rock’n’roll is free” en “Diamonds on the inside”. Hij gaf met z’n (nieuwe?) begeleidingsband de songs extra geladenheid.
Harper besloot een drassige Festival Dranouter editie, die van de festivalganger veel energie had gevraagd.

Neem gerust een kijkje naar de pics van de bevriende collega’s Indiestyle http://www.pbase.com/pieter_73/dranouter_festival_2011 (Pieter V) http://www.musiczine.net/nl/fotos/dranouter-2011/

Organisatie: Festival Dranouter, Dranouter

 

Festival Dranouter 2011: donderdag 4 augustus 2011

Geschreven door

 

Festival Dranouter 2011: donderdag 4 augustus 2011
Eén van de pittoreske festivals dat we koesteren is ongetwijfeld Festival Dranouter; het festival straalt een erg warme, amicale en familiale sfeer uit. Een editie met een boeiende en uitdagende affiche , nieuwe milieu uitdagingen  en een sfeervolle terreinaankleding. Het festival is geëvolueerd. Het woord ‘folk’ verdween, blijft invoelbaar en kreeg een bredere perspectief onder ‘roots’, met aandacht voor de traditie . Op die manier blijft Festival Dranouter toonaangevend.
Het ‘vernieuwde’ Dranouter heeft aandacht voor de bron waar het festival met ‘the new tradition’ is ontstaan. Luka Bloom werd gekozen als gastprogrammator. Een sterk duidelijk statement voor zijn artistieke verdienste en zijn blik op de traditionele en hedendaagse muziek.
Festival Dranouter, dat een reputatie heeft van 'low impact festival', werd dit jaar nog door OVAM en Vlaams minister van Leefmilieu Joke Schauvliege verkozen tot één van de voorbeeldevenementen op dit vlak.

We waren al aanwezig op de ‘pré-dag’, donderdag 4 augustus … Tja, het festival is bijna een heuse vierdaagse is geworden. 15000 mensen hadden zich al een weg gebaand door de regenvlagen en de modder. Maar doorwinterde modderratten als we zijn, deze zomer zijn we nog niet uit ons lood geslagen …

Met 80000 waren ze in totaal over de vierdaagse; bijna een vijfde minder dan vorig jaar, waar de kaap van de 100000 bezoekers werd bereikt. Vorig jaar sloeg de vernieuwde formule aan en waren de namen misschien nog iets aantrekkelijker, maar voor dit weekend moeten we ook rekening houden dat de dagjesmensen en de late beslissers niet wouden geconfronteerd worden met de ‘slijke’ en kozen voor hun comfort …

Jan de Smet van de Nieuwe Snaar animeerde het publiek rijkelijk tussenin, want hij had bij elke présence van de bands in de grote tent wel iets klaar van gitaarriedel, mondharmonica en gevatte tekst . Wat een creatieve man …

Ons muziekparcours
pré-dag: donderdag 4 augustus 2011
Onder een zwaarbewolkte hemel kon Hannelore Bedert het festival aftrappen, met haar intieme, kwetsbare en meeslepende pop. Daar heeft ongetwijfeld de nieuwe plaat ‘Uitgewist’ mee te maken. Ze beschikt over een full band die sterk op elkaar is ingespeeld om de gevoeligheidsfactor van het materiaal beter in de verf te plaatsen. Een voller geluid en een bredere instrumentatie, zonder de zachte, zalvende pop intimiteit te verliezen, bepaald door haar emotievolle stem en charisma. Fijngevoelige pop die het festival opende …overtuigde ... het is niet iedereen meegegeven, maar Hannelore Bedert heeft naast de talrijke nominaties en prijzenkast haar al sterke podiumprésence op een groot festival mooi onderstreept.

De ‘brothers & sisters’ van de sympathieke Britse The Magic Numbers (four)  deden de buitentemperatuur wat stijgen met hun ‘feelgood’ indiepopfolk/countryroad, die de brug slaat van sixties Mamas & Papas met de huidige rits sing/songwriters (Bon Iver, The bony king of nowhere, …) en artists Fleet Foxes, Local Natives, Cloud control en The bewitched hands in het genre. Sfeervolle, dromerige, rustige songs die afgewisseld worden met enkele pittige rockers … een subtiele melodie onder een harmonieuze man/vrouw zang, Romeo Stodard en Angelo Gannon, en een springerige, uitgelaten bassiste. Het recente materiaal van ‘The runaway’ is minder aanstekelijk dan oudjes “Forever lost”, “I see you, you see me” en “Love me like you”, hoewel “Throwing my heart away” er aardig naast kan staan    Zo ‘Magical’ zijn ze dus niet meer …

Band of Gypsies Taraf de Haïdouks en Kocani Orchestra bood de kans om de cultuur van Zuidoost-Europa naar Dranouter te brengen. DJ Merdan Taplak liet het in zijn Balkan sets al horen waar de mosterd vandaan komt! Een uitgebreid Orkestar hadden we van blazers allerhande, violen, percussie , troms , flutes, contrabas, gitaar, een authentiek snaarinstrument en enkele vocalisten die melodieën van authenticiteit en opwindende gypsy lieten weerklinken en het combineren van over heel de Balkan en Turkije. Traditionele danspassen van een dame ademden familietradities en trouwfeesten uit, en leidden het plaatselijke Oogstfeest in!
Ze vierden hun twintigste verjaardag; feest en ontroering gingen hand in hand. Mooi om te zien. Bezwerend, intrigerend feestje dus!

Het meeste volk kwam voor een van de meeste ‘hotte’ bands in Vlaanderen Arsenal, met name, die de link maakten met zomerse popmelodieën van hippop, dance, groove en elektronica. Een zwoel feestje dus van de tandem Roan –Willemijns, die samen met zangeres Leonie Gysel en de band de zware ‘klijte’ grond droog stampten door o.m. “Estupendo”, “Switch”, “Saudade” “Lotuk”, “Melvin”, “Mr Doorman” en de huidige single “One day at the time”. We voelden een Zuiders ontspannend dansbaar geheel, fris en enthousiast met enkele sfeervolle stukken tussenin. …Summertime  in Dranouter … “Longee” … Eindelijk !

Neem gerust een kijkje naar de pics van de bevriende collega’s Indiestyle
http://www.pbase.com/pieter_73/dranouter_festival_2011 (Pieter V)
http://www.musiczine.net/nl/fotos/dranouter-2011/

Organisatie: Festival Dranouter, Dranouter

 

Festival Dranouter 2011: vrijdag 5 augustus 2011

Geschreven door

Festival Dranouter 2011: vrijdag 5 augustus 2011
De eerste officiële festivaldag Dranouter  - tweede als je pré-dag al opvolgde -  ondersteunde de bredere visie van de programmatie. Een 20000 tal bezoekers waren vandaag present.

Zule Max trok het FestiDranouter weekend op gang in de Kayam tent. Leuke boel allemaal, deze ‘all ladies’ Belgian/Cuban band die een groovy Cubaanse mengelmoes speelden van latin, salsa, reggae, son, merengue, afro en pop  … Pole Pole en Couleur Cafe in Dranouter. Als opener kon dit gelden, meteen het ingrediënt en een fijne formule
voor een zwoel feestje …

Intimiti konden terecht in de Club voor de hemelse pracht en ingetogen muziek van de gevoelige talentrijke sing/songwriter Bram Vanparys en z’n The Bony King Of Nowhere. Een volle tent voor deze melancholische subtiele pop! Met zessen stonden ze dikwijls op de stage om de subtiele klanken en fijngevoelige tunes en toetsen te laten horen van de ingehouden, sober gehouden songs die een Bon Iver/Bonnie Prince Billy/Iron & Wine/ Cowboy Junkies/Low uitstraling hebben, onder een harmonieuze samenzang, klaaglijke keelklanken en de zalvende, indringende stem van Vanparys himself. Treffende, emotievolle songs van de twee cd’s ‘Eleonore’ en ‘Alas my love’. Innemend, elegant en creatief. En dat hij een bezige bij is, konden we nog op het eind horen, toen hij trakteerde met een nieuw nummer!

Eva de Roovere ontpopte zich als volleerde radiopresentatrice en nodigde ons uit in ‘haar huis’ in de Kayam tent. We hoorden een afwisselende set van warme, hoopvolle en gevoelige, drieste songs, tussen kwetsbaarheid en opgewektheid. We werden met haar band meegenomen in die bagageruimte. De Nederlandstalige pop rockte eerst, haar grote hitje “Fantastig toch , slaap lekker” werd sober en aanstekelijk gespeeld , de blazerssectie werd bovengehaald op “Niemand zoals wij” , haar held The Lau kon niet ontbreken in “Rechttoe en frontaal” en ze liet de zon schijnen. Er was het ingetogen “Chocolat” in het Frans, en de smaakvolle “Keizer van de nacht”, “De jager” en “Zoals in dat ene liedje” konden een geslaagd optreden besluiten. Terecht dat Luka Bloom haar heeft binnengehaald om een nieuwe versie te zingen van “Sunny sailor boy”, maar dat zal voor dag 4 zijn …

Evan verderop waren we onder de indruk van Gabby Young & Other Animals met een niet alledaags instrumentarium van blazers en een contrabas, ondersteund van akoestisch gitaargetokkel en drums; we hadden een cabaret, vaudeville style van groovy en gypsy  jazzy/spaghetti western/boombal music. Zij dartelde en sprong in het rond als een Liza Minelli met haar glitterjurkje en palmde moeiteloos de Club in … “Who’s house are you in” werd luidkeels meegezongen en -geklapt. Lovende woorden hebben we hier te over. Puike ontdekking!

Ben l’Oncle Soul wordt in het eigen land Frankrijk op handen gedragen. Hier loopt het nog niet zo’n vaart met dit soulwonder, maar hij kreeg al enige terechte aandacht met z’n avontuurlijke bewerkingen van “Crazy” (Gnarls Barkley) en “Seven nation army” (White Stripes), die we ergens middenin de set hoorden. Ben had een veelkoppige band achter zich  van uitgebreide blazers, gitaristen, een toetsenist, drummer, bassist en twee mannelijke backing vocalisten/dansers die in hetzelfde ondervestje gekleed waren en die synchrone pasjes uitvoerden. De soul sound werd doorkliefd van dampende funk’n’grooves en z’n doorleefde , indringende stem. Fris, sprankelend, dynamisch en een ‘positive sound of music’! Cee-Lo Green, Aloe Blacc, Gnarls Barkley en Janelle Monae zijn belangvolle artiesten voor dit opkomend talent. We genoten van deze sfeerbrengers, die met het nodige spelplezier songs als “Soul man”, “Back for you” en “Ain’t off to the back” in een jam onderdompelden … Binnenkort in Vorst Nationaal ..  het gaat snel …

De Britse The Webb Sisters hadden intussen een nokvolle Clubstage kunnen warm maken voor hun sfeervolle sing/songwriterpop, die opmerkelijk klonk door de combinatie harp, mandoline, gitaar en percussie. Neem daarbij de gevoelige, emotievolle stemmen van de zusjes Charlie en Hattie Webb en je bent weg voor hun dromerige sound. Eerder hadden ze al optredens gedaan met Leonard Cohen en waren ze al mee met Jamie Cullum en Jason Mraz. Het eigen repertoire klonk ingetogen, innemend en aanstekelijk. Hoed af dus voor de origineel aangepakte cover van Cheap Tricks “I want you to want me” op het eind. Sjeik werk van de dames.

Hoewel we niet direct voeling hebben met het werk van Adamo, hebben we respect voor de bijna 70 jarige Franstalige vriend die samen met J Brel het Franse chanson bepaalde. Hij wordt alvast sterk gewaardeerd door Arno en Daan, die vanavond een nummer, “La nuit”, met deze voorname artiest meezong .
Hij had ook een veelkoppige band achter zich, speelde een verrassende set en grossierde door z’n repertoire: van de charme van “InchAllah”, “Vous permettez Monsieur”, waarbij menig slowdanspasje werd verzet, het handjes zwaaiende en meezingende “Les filles du bord du mer” en het innemende “Tombe la neige”. De man op een festival als Dranouter plaatsen was een goede, overtuigende zet en zorgde ervoor dat ons landje goed verenigd bleef!

En de ambiance kon starten in de Kayam tent want er werden enkele folky smartlappen door de DJ op ons afgevuurd, die luidkeels werden meegezongen … Schaakmat!

Tot slot Ozark Henry, het muzikale alter ego van onze Kortrijkzaan, sing/songwriter, Piet Goddaer. Ook al een beetje man des huizes daar in Dranouter … Zonder (te veel) woorden als “Merci” en Zonder de eigen stijl te verloochenen, hoorden we pittig gevoelige songs van een gretig spelende, gemotiveerde band (een nieuwe band trouwens door de nieuwe cd) die nergens vonken deed spatten, maar de M van Muziek op de juiste plaats in het hart droeg. Rockend en Hartverwarmend! Dat kregen we met “Intersexual”, “Sundance” en “Godspeed” in het begin van de set. Inderdaad, sfeervol, broeierig, vaardig, direct, puur en strak. ‘Hvelreki’ stond in de spotlights , maar classics als “Sweet instigator”, “At sea”, “These days” en “This one’s for you” zorgden voor de herkenbaarheid.  Stijlvol besloot hij de tweede dag !

Neem gerust een kijkje naar de pics van de bevriende collega’s Indiestyle http://www.pbase.com/pieter_73/dranouter_festival_2011 (Pieter V)
http://www.musiczine.net/nl/fotos/dranouter-2011/
Organisatie: Festival Dranouter, Dranouter

 

Pagina 403 van 498