logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15418 Items)

John Cale

M-idzomerfestival 2011 - Pretentieloze passage van waardig ouder wordende John

Geschreven door

M-idzomerfestival 2011 - Pretentieloze passage van waardig ouder wordende John Cale

Na een geslaagde eerste editie waarop we o.a. Mercury Rev zagen schitteren, bundelden de organisatoren van het M-idzomerfestival (Het Depot, 30cc en M) opnieuw de krachten voor drie dagen boordevol concerten, comedy, performance, dans, spoken word en beeldende kunst. Dat deze boeiende formule gesmaakt wordt, bewijst de massale opkomst op de uitverkochte openingsdag van editie 2011. Aangezien we letterlijk ogen en oren tekort kwamen, zullen we ons in deze bespreking beperken tot het muzikale luik. Weet echter dat ook de vele andere activiteiten, t.t.z. de brokjes die we ervan konden meepikken, ons best bevielen. Om nog maar te zwijgen van het voorrecht om ook dit jaar gratis de in het Museum lopende exposities te mogen bezichtigen. Nooit gedacht bijvoorbeeld dat de romantische kijk van de maker van de Pin Up Club ons ooit zo up zou ‘cheeren’! Maar bon, we dwalen af. Laten we ons vanaf nu maar concentreren op het muzikale menu.

Opener Anton Walgrave beet reeds om 18u de spits af, tot onze frustratie een uur dat in de ogen van onze werkgever te vroeg is om ter plekke te kunnen geraken. De gelukzakken die wel in verlof zijn (alhoewel, gelukzakken mogen we hen volgens de toogfilosofen die we de laatste weken over het klimaat bezig hoorden niet noemen), kregen een selectie te horen uit de naar verluidt uitstekende nieuwe plaat (‘As You Are’). Bij aankomst op de festivalsite hoorden we een aantal mensen luidop beweren dat het beste van deze driedaagse toen al gepasseerd was. De kans is reëel dat dit groepje Leuvenaars jeugdvrienden van Walgrave betrof, dus hun loftuitingen kunnen een ‘ietsiepietsie’ subjectief gekleurd zijn. Rep u eind augustus naar Lovendegem en vel na het Boombalfestival-optreden van Anton Walgrave uw eigen oordeel. (En geef ons daar enen als dank voor deze tip!)

Over Hannah Peel kunnen we kort zijn: een nogal fletse bedoening. Omdat u ongetwijfeld wat meer van ons verwacht, staan we toch iets langer stil bij haar optreden. Op basis van het vele goeds dat – voor alle duidelijkheid: terecht! - te lezen valt over haar debuutplaat (‘Broken Wave’), hadden we gehoopt u te mogen melden dat iedereen mocht (of zelfs moest) weten dat deze Noord-Ierse redhead een onvergetelijke indruk gemaakt had.
Helaas, dat deed ze dus niet. Wel kunnen we u mededelen dat het M-museum bulkt van de kunst maar dat we tijdens haar concert voortdurend moesten denken aan “Wat is kunst?” van Noordkaap want “die blik in haar ogen, dat is kunst!”.
Heerlijke Hannah is immers wel degelijk een streling voor het oog. Voor het oor ook trouwens, maar haar in folktronica gedrenkte lieflijke liedjes werden live iets te steriel afgehaspeld om ons koude rillingen te kunnen bezorgen. Dit laatste werd dan nog extra bemoeilijkt omdat we de ganse tijd zowaar van zonlicht mochten genieten. (Inderdaad, u leest het goed: de zon scheen!)
In theorie lijkt niemand ons meer geknipt om op de affiche van de Feeërieën te prijken dan de sprookjesachtige Hannah Peel. Ze zal dan echter wel uit een ander vaatje moeten tappen dan hetgeen ze in de stad van ’s lands grootste brouwerij aansloeg.
Omdat we ondanks deze mindere beurt toch blijven geloven in deze jongedame, gunnen we haar een herkansing. Om het in de woorden van de enkele Leuvense proffen die we tussen het publiek ontwaarden te zeggen: kom eind augustus nog maar eens terug voor een tweede zit. Een kans die ze volgens de eeuwige optimist in ons vast en zeker met beide handen zal grijpen. Wedden dat we onze rode Bic dan wel ongebruikt kunnen laten? Aarzel dus niet om u op woensdagavond 24 augustus naar het Warandepark te begeven. (En vergeet ons daar niet te trakteren als dank voor deze tip!)

De 69 jaar geleden geboren John Cale verwierf aan de zijde van Lou Reed een mythische status als spil van The Velvet Underground. Zijn ervaringen in artistieke milieus (zoals de legendarische Factory van Andy Warhol) zorgden ervoor dat Cale zich in het M-museum als een vis in het water voelde, iets wat hij trouwens duidelijk liet merken door niet enkel vroeger dan voorzien maar zowaar ook in korte broek op het podium te kruipen. Alsof hij in vakantieplunje een privé-setje wilde spelen voor zijn vrienden.
En vrienden had hij in Leuven te over want het was duidelijk dat de absolute meerderheid voor good old John gekomen was. Opener “Frozen Warnings” werd opgevolgd door “Chinese Envoy”, “Darling, I need you” en een gezapige versie van “Amsterdam”. Een zeer eigenzinnige cover van het door Elvis Presley onsterfelijk gemaakte “Heartbreak Hotel” zette meteen een punt achter het eerste gedeelte van het concert, een deel waarin Cale wat van zijn experimentele kant liet zien door het gebruik van allerlei elektronica.
Nadien omgorde de frontman zijn akoestische gitaar. Terwijl hij samen met drummer Michael Jerome en de begenadigde gitarist Dustin Boyer in “Set me free”,  “Things” en “Sold Motel” nog een beetje met de handrem op tewerk ging, stak men vanaf “Cable Hogue” een stevig tandje bij. Zelfs vocaal durfde hij zich in dat laatste nummer even volledig laten gaan, dit terwijl de man zich meestal beperkt tot zijn karakteristieke nasale zang. Niet dat we plots één of andere Tom Jones hoorden (de echte stond op datzelfde moment trouwens een 15-tal kilometer verder van jetje te geven op Suikerrock, een afstand die zelfs voor die klok uit Wales niet te overbruggen blijkt), maar af en toe slaagde Cale er toch in om gepassioneerd en overtuigend te klinken. Ook “Dancing undercover”, “Whaddya mean by that?” en “Catastrophic” werden geserveerd met de gedrevenheid van een jong rockgroepje. Het stemde ons dan ook droef toen het drietal na “Guts” en “Satellite Walk” the guts had om er zonder veel boe of ba een punt achter te zetten .
Gelukkig was Cale voldoende gecharmeerd door het dankbare applaus van zijn vele (oude en ondertussen ook nieuwe) vrienden om nog even terug te keren voor een met ambient-achtige gitaarklanken gelardeerde versie van “Gravel Drive”. We hoopten met dit heel sfeervolle nummer vertrokken  te zijn voor een lange bisronde, maar niks was minder waar want na slechts 75 minuten - en in onze ogen dus veel te vroeg! – hield Cale het definitief voor bekeken. Maar bon, eigenlijk mogen we niet klagen want zijn laatste woorden waren “I’m glad the rain stayed away” en dat konden de 1.500 aanwezigen enkel maar beamen.
Belangrijker dan die klimatologische meevaller echter was het feit dat er volop te genieten viel van een ouderwets pretentieloos rockconcert. ’s Mans soms nogal arty farty reputatie kennende is dat allesbehalve een evidentie. We zijn dus blij dat we ingegaan zijn op de tip van de kerel die ons maanden terug informeerde dat John Cale nog eens naar België kwam. We mogen niet nalaten om die kerel uit dankbaarheid hiervoor nog enen te trakteren. Een mens moet zijn vrienden immers koesteren! En waardig ouder worden!! Good old John gaf ons donderdag alvast het goeie voorbeeld voor elk van die twee levensopdrachten. Tot spijt van die fans die gehoopt hadden op een avond vol compromisloze avant-garde.

Organisatie: M-idzomer (Het Depot, 30cc en M), Leuven

Buffalo Tom

Skins

Geschreven door

Na het beluisteren van de nieuwe cd ‘Skins’, hun reünie in 2007 met ‘Three easy pieces’ komen de leuke herinneringen naar boven van het ouder werk ‘Let me come over’ (1992), en ‘Big red letter day’ (93).
Buffalo Tom onder Bill Janovitz, Chris Colbourn en Tom Maginnis uit Boston, blijft om van te houden met hun popgrungy songs, die een melancholische ondertoon hebben en bepaald worden door het gruizige stemgeluid van Janovitz (die nu als makelaar door het leven gaat). Fijn gevarieerde, afwisselende poprock! Natuurlijk ontbreken die hartbrekende songs en de rechttoe – rechtaan songs, meestal van Colbourn, niet.
Nergens gaat de band uit de bocht zen ze leveren op die manier een boeiende plaat af met o.m. “Arise, watch” die de toon zet, het broeierige “She’s not your thing”, het bijtende “Down” en het meeslepende “The big light” . “Don’t forget me” is een duet met Tanya Donelly (waar is tijd van Throwing Muses/Belly).
Niet verrassend, maar een Buffalo Tom die opnieuw een goed plaatje heeft afgeleverd.

Beady Eye

Different gear, Still speeding

Geschreven door

Is er nog leven na Oasis van de broers Liam en Noel Gallagher? Zo te horen wel, want de rusteloze Liam heeft met de leden van Oasis, met de nieuwe captain/gitarist Andy Bell aan het roer een wisselende, gevarieerde Britpoprock plaat uit. De cd klinkt niet echt verrassend en er zijn geen wereldhits van de hand van broer Noel te bespeuren.
Een nieuw muzikaal avontuur en hoofdstuk dus, Beady Eye van Liam met het debuut ‘Different gear, Still speeding’, die over een hecht musicerende band beschikt. Toetsen, gitaarslides, elektrische en akoestische gitaren zitten gepast in de song en vullen mooi aan; ook Liam’s stem is wonderwel goed, en minder zeurderiger dan we laatst al horen op de Oasis platen.
De sound kan rocken, opwindend en snedig zijn en er zijn enkele intimistische pareltjes te vinden . “Four letter word”, “The roller”, “Millionnaire”, “Beatles & the Stones” (hoe kan het ook anders!) en “Bring the light” zijn hier de puike rockers en met “For anyone”, “Wigwam”, “The beat goes on” en vooral “Morning son” hebben we de overtuigende sfeervolle ingenomen popsongs.
Toegegeven, geen songschrijverstalent en minder subtiliteit, maar al bij al een goed album. Cheers Liam.

Low

C’mon

Geschreven door

Het Amerikaanse Low graaft met de nieuwe cd ‘C’mon’, vier jaar na de forser klinkende platen ‘Drums and Guns’ (07) en zes jaar na ‘The great destroyer ‘(05), terug naar de wortels van de slowcorepop. Inderdaad , we horen de intrinsieke schoonheid van ‘Things we lost in the fire’ (’01) en de plaat tipt (even) aan het wondermooie ‘The curtain hits the cast’ (96) . Verrassend klinkt het door de jaren misschien niet meer maar deze onthaastingspop is en blijft iets unieks, door de subtiel opbouwende,  aanzwellende melodieën, beheerst gespeeld, of de sober gehouden instrumentatie en de warme, mooie stemmen van het echtpaar Alan Sparhawk (zang/gitaar) en Mimi Parker (zang/drums). De ruis, noise van de krachtiger worden melodieën en de elektronica worden dus op het achterplan geplaatst. Spaarzaam komen de elektronicatoetsen van de derde nieuwe man Steve Garrington door. “Nightingale” - songs zoals het in een van de nummers wordt vernoemd, horen we , en met “Nothing but heart” als absoluut hoogtepunt …langzaam, rustig innemende start, om dan op te bouwen naar een prachtige finale van de drie instrumenten.
Lapsteler Nels Cline van Wilco hielp zelfs mee om de dromerige sound nog meer elan te geven.
Low zorgt voor puike songs, en komt – opnieuw - aandraven met een wonderschoon album …Diep inademen… en … uitademen. Zucht …

Joss Stone

Joss Stone - hartverwarmend in de regen

Geschreven door

Als je de cd en live reviews van de inmiddels 24jarige soulpop diva Joss Stone hier op nahoudt, dan weet je onderhand wel dat ze bij me enorm hoog aangeschreven staat. De lieve, mooi ogende Britse dame heeft het eigenlijk wel allemaal … de soulpop, de krachtige, heldere, indringende en zelfverzekerde emotievolle stem, charisma, spontaniteit, de ‘positive way of thinking’, een nimmer verdwijnende glimlach, de dialogen met het publiek, de ontspannende, gevoelige teksten, het grappig uit de hoek komen en haar oprecht- en uitgelatenheid.
En ze heeft al heel wat op haar palmares staan met talrijke awards. Ze is toe aan haar vijfde album; ‘LP 1’ is pas verschenen, in een productie van Dave Stewart (spil van ex Eurythmics), die ze vanavond even in de ‘regen’ spotlights plaatste.

Joss Stone geeft veel … van zichzelf en … krijgt (veel) … hartverwarmend applaus. Ze geniet als haar publiek geniet … Het doet haar en de veelkoppige, mooi uitgedoste  band met backing vocalistes enorm veel deugd. Joss Stone is en blijft, ondanks haar grote status op jonge leeftijd, ‘back on earth’. Wat een personaliteit en wat een stem; een klasse apart, buiten categorie. Ik gooi met witte rozen zoals zij doet op haar concert, een concert waarvan we bijna niks voelden van de gietende regen in het Rivierenhof.
Ze palmde mijn soulmate en mezelf moeiteloos in. Twee uur toegankelijke, sfeervolle, broeierige soulpop, met uitstapjes naar funk, gospel en hiphop, fris, freakend en gevoelig … Een Motown sound anno 2011 met in het achterhoofd de pas overleden Amy Winehouse en ons eigen Selah Sue, die we hier tocfh wel misten deze avond!
Kijk het concert was ‘super duper’ great … We hoorden een afwisselende set met enkele tops van haar vroeger werk, die soms in een aanstekelijke, creatieve jam werden ondergedompeld o.m. “Super duper”, “Baby baby baby”, “Put your hands up”, “Fell in love with a boy”, “Tell me about it” en in de bis “Don’t cha wanna ride” met “Turn the lights down”; het  recente materiaal klonk directer en liet wat meer pop doorsijpelen als “Somehow”, de eerste nieuwe single, “Last one to know”, “Boat yard”, “Don’ start lying to me” en “Drive all night” … fijne sfeervolle popsongs met een gevoeligheidsfactor, die in het rood kwam op het pakkende “Take good care” … een akoestische gitaar en haar emotievolle stem, om kippenvel van te krijgen! Dit moment was even slikken hoor en net als de regen ophield, kwamen de tranen in de ogen …Brrr … ‘She had me’ (was ook opener van haar set); ze had het publiek naar haar hand gezet en bracht ons in een wereld van romantiek en verleidelijkheid door haar charisma van een ‘love & peace’ attitude.

Een heerlijk, aangenaam geluid, hoe instrumentatie en zang bij elkaar pasten … En de witte rozen? Spijtig genoeg konden we er geen bemachtigen, maar haar concert was opnieuw in het geheugen gegrift …. ‘Every body walks hand in hand’ … “Free us (me)” (ook te horen) terecht!

We werden opgewarmd door Jim Cole, die ook al kon beschikken over een uitgebreide band …”They want to party with us” ... Ze deden hun best met enkele opzwepende soulpopsongs, met een funky groove als de single “So lonely” en “Baby it’s true”. En ze konden rocken met een QOSA pastiche “No one knows”. Prima band, goed op elkaar ingespeeld en een Cole die z’n uiterste best deed om de buitentemperatuur te doen stijgen!

Organisatie: OLT Rivierenhof, Deurne (ism Arenberg, Antwerpen )

Tomorrowland 2011 – vrijdag 22 juli 2011

Tomorrowland 2011 – vrijdag 22 juli 2011
‘Yesterday is History, Today is a gift, Tomorrow is Mystery’

Voor de eerste maal in zijn korte geschiedenis, is Tomorrowland al toe aan een driedaagse. Het festival bevestigde nog maar eens zijn naam van snelst groeiend festival ter wereld. 180.000 tickets in amper 5 dagen, allemaal de deur uit! Na 3 weken hard werken, was het Recreatiedomein De Schorre omgetoverd tot een sprookjesachtig decor, geïnspireerd op het sprookje Alice in wonderland. Er waren 14 podia, ongeveer 300 dj’s passeerden de revue.
Er werd 3 dagen regen voorspeld, maar uiteindelijk (op een regenbui de zaterdagavond na) bleven de hemelsluizen gesloten. Drie dagen knalden de beats door de boxen … Tomorrowland … Het Recreatiedomein als droomweide  
De zevende editie  had een rits aan headliners, dj’s en artiesten, die het beste van zichzelf gaven en  het publiek in extase brachten, Faithless (Soundsystem), Swedish House Maffia, Carl Cox, Netsky, Martin Solveig, Tiësto,  David Guetta, Paul Van Dyck en de 2 many DJ’s.


dag 1 – vrijdag 22 juli 2011
Na het ontcijferen van het grondplannetje, konden we onze weg uitstippelen.  Fred Baker was de eerste in de rij artiesten en dj’s, d
e Belgische dj/producer van wiens hand het nog altijd gekende liedje “Eisbaer” komt. Dit was een hit in 1997, met meer dan 300 000 verkochte singles. Zijn dj-set was hier iets rustiger. Een matig gevulde tent voor de opener van Tomorrowland in de Trance Addict tent … Het moest allemaal nog wat op gang komen …

Dan maar richting Mainstage waar Alesso al een half uurtje het beste van zichzelf gaf. De 18-jarige jongeman, die al een aantal keer heeft samengewerkt met de leden van Swedish House Maffia, is het volk al aan het klaarstomen voor zijn vrienden die later op de avond geprogrammeerd stonden. Met zijn commerciële set kon hij het toch al talrijk opgekomen volk bekoren.

Dan een stevige wandeling om Youssef nog voor drie kwartier aan het werk te zien. Hij draait op de Carl Cox & Friends Castle. Leuke techno set in een mooie decoratie. Op deze locatie mag even later onze Belgische techno-dj Marco Bailey de draaitafel overnemen. Hij zorgt voor een opzwepend sfeertje voor het publiek. MB blijft een groot man in zijn genre! Wel jammer dat hij zo vroeg stond te spelen.

Terug naar de Mainstage, waar stilaan de grote namen kwamen. Onderweg halt gehouden bij de overdekte dansvloer van Café D’Anvers. Daar waren Seth Troxler & Bill Patrick begonnen aan hun feestje. Zij waren een hele funky soul set aan het spelen. Er hing een zeer relaxte sfeer en er werd lekker gedanst. Een echte Ibiza sfeer wel!

Bij de aankomst Mainstage was ondertussen Dirty South al begonnen. Deze man is vooral bekend als producer, maar nog meer voor zijn goede remixen. 1 van zijn laatste remixen is deze van Dirty Money Feat. Skylar Grey – “Coming Home”. Deze plaat is tijdens de driedaagse meermaals uit de boxen geknald!. Hij was voor de verrassing van de dag! Wat een sfeer wist hij te creëren met zijn set! Hij wist naadloos het ene dansbaar plaatje aan het andere te mixen. Wat hij bracht werd zeer gesmaakt en het publiek toonde dit ook, het stond in vuur en vlam! De “Heeeeey, hooooow’s” weergalmden, iedereen ging synchroon van links naar rechts, springen en dansen… Feest dus …

Daarna ging het opnieuw richting Trance Addict, waar Ferry Corsten plaats had genomen achter de draaitafels. Blijkbaar is trance muziek niet meer in. Er was weinig volk te bespeuren in de tent, dus weinig ambiance voor deze dj, die toch wereldtop was in het genre. Zijn laatste award dateert ondertussen al van 2007 (Beste Trance dj Ibiza). Zijn laatste single die de Ultratop 50 haalde was “Fire”, intussen al ruim vijf jaar oud. Persoonlijk hadden we meer verwacht van de set; hij probeerde het publiek te bespelen met zijn Vocal Trance. Enkel de ‘die hard’ fans apprecieerden het muzikale concept, maar de meeste stonden erbij en keken er naar.

De fans wilden de laatste sounds horen en een laatste glimp opvangen van Sister Bliss en Maxi Jazz als Faithless Soundsystem.  Maxi Jazz predikte en Sister Bliss mixte, reeg het bekende materiaal aan elkaar . Als een “Muhammed Ali” dweepte zij van classics “Insomnia”, “Salva mae” naar “Mass destruction”, de recentste single “Not going home” tot de verhevenheden van “God is a dj” en “We come 1”. Iedereen kon lekker meeklappen, schreeuwen en dansen op die efficiënt meeneuriënde  elektronicatoetsen en zalvende beats in een web van lasers, stroboscoops, vlammen en vuurwerk. Voor de laatste keer zorgden ze voor een leuk, ontspannend avondje. Heerlijk dus … 

Dat web van lights en andere effecten gaf de aanzet voor dé headliner van de dag, de Swedish House Maffia. We zagen hoe de ‘nieuwe goden’ het publiek in een andere dimensie en hogere sfeer brachten. Na 10 minuten  hadden we al “From Miami to Ibiza” , het officiële startschot om er een spetterend feestje van te maken. Het Zweedse dj trio, Sebastian Ingrosso, Steve Angello en Axwell, zorgden voor een overtuigende commerciële set. Daarbij hoorden we remixen van o.a. oldies REM – “Losing my religion”, RHCP – “Otherside”, sijpelde o.m. Coldplay’s – “Every teardrop is a waterfall” en Example’s “The way you kissed me” door en speelden ze de nieuwe single “Save the world”.…
Schitterend gewoon! Een zeer gesmaakte set! Dit is ‘hype’n’hot’!

Het was al een pijnlijke keuze tussen SHM en Carl Cox. De lokroep van het vuurwerk bij zijn kasteel was te groot en na een uurtje SHM konden we er ons niet van weerhouden het laatste deel van zijn set bij te nemen. De Britse House-Techno dj is de grondlegger van de Jungle en drum’n’bass, die nu is versmolten met de dubstep, de hype van 2010. 3 jaar geleden stond hij hier nog op het hoofdpodium, dit jaar had hij zijn eigen stek om er samen met zijn vrienden een lap op te geven! En we waren meer dan overtuigd! Het psychedelische tintje in z’n techno set gaf kleur en vormde op die manier de  ideale afsluiter van een eerste (zware) dag …

Organisatie: Tomorrowland

Tomorrowland 2011 - zaterdag 23 juli 2011

Tomorrowland 2011 - zaterdag 23 juli 2011
‘Yesterday is History, Today is a gift, Tomorrow is Mystery’

De tweede dag startte aan het kasteel, de plaats waar we dag 1 eindigden.  Het concept van I love the 90’s  was er neergestreken  en dj Ward gaf de aanzet. Hij is vooral gekend van de I love the 90’s parties en de Q parties. Midden de jaren 2000 vormde hij samen met Peter Luts de dj-formatie ‘Groovewatchers’. Hun bekendste nummertje was “Up & Down”. Hij zorgde hier voor een retro-house setje. Een genre rekening mee te houden, gezien het de laatste jaren in de lift zit en dit was te zien aan de ambiance van het talrijke publiek op het ‘vroege uur’ . Om 21h30 was  hij zelfs opnieuw aan het werk!  

Vervolgens zagen we Above & Beyond, 2 vrolijke gasten achter de draaitafels … De Cosmic Gate was gestart en Tomorrowland zal het geweten hebben! Weinig een duo gezien die zelf zeer veel plezier beleefden! Ze bouwden een feestje voor zichzelf, het publiek was er voor te vinden en feestte mee. De Duitse formatie, bestaande uit dj Bossi en Nic Chagall, hebben ook hun eigen muziek geproduced. Met het bekendste liedje “Fire Wire” hebben ze nog de top 10 gehaald in de hitlijst van het Verenigd Koninkrijk. De 2 heren hebben al op elke feestje, festival of discotheek gespeeld en stonden vandaag mooi op Tomorrowland. Hier speelden ze een setje doordrenkt van de trance. Ze gooiden het ene nummer na het andere in de arena en het publiek ging helemaal uit de bol!


Daarna terug naar I love the 90’s, waar dj Ward een setje van 3.5 uur besloot (respect!) en hij plaats maakte voor  de Marshall Masters, bij ons in de jaren negentig vooral bekend met  liedjes “Don’t touch that stereo” en “I like it loud”. Marc Acardipane, zijn echte naam, is één van de grondleggers van het hardcore genre. De ganse Thunderdome- en gabbers hype is daaruit voortgevloeid. Hij heeft het allereerste hardcore nummer geproduced: “We have arrived”, maar wel onder een andere naam, Mescalinum United. We hoorden geen al te verrassende set. Zijn meest gekende nummertje moest voor de ambiance zorgen, maar na 10 keer “I like it ‘LOUD’” te hebben geroepen, had een mens er wel genoeg van. Velen zochten andere beats op. Zijn set duurde dan ook maar een half uur. Achterna gezien niet echt verwonderlijk, gezien hij bijna continu dezelfde liedjes speelde, telkens in een andere remix.

Na een goed avondmaal (Btw de catering op Tomorrowland is trouwens subliem!) trokken we naar 1 van de kleinste podia op Tomorrowland, Cafeina. Daar heerste een apart ‘clubbing’ sfeertje. De Nederlandse dj Gregor Salto houdt er iets unieks op; moeiteloos voegde hij er een reggae vibe of een jazz tintje aan toe. Hij bracht voldoende afwisseling en kleur aan de voornamelijk op house gevulde set …

Dezelfde lijn was er met de Shapeshifters. Zij waren aanwezig op Krush club invites defected in the house. Shapeshifters zijn een Brits duo (Simon Marlin & Max Reich), die hun grootste hit hadden in 2004 … “Lola’s theme” stond toen 19 weken in de Ultratop 50. De set was alvast andere koek, meer ‘deep house’, de ideale ‘uitblazer’ om het geweld aan de Mainstage te trotseren .


De eerste grote regenbui verwelkomde Martin Solveig op de Mainstage. Zijn “Hello” opende de set, en deed de plensbui vergeten ! De Franse dj heeft al een pak wereldhits op z’n naam. In het begin van zijn set gebruikte hij er enkele om het publiek warm te krijgen, o.m. “Hello”, “Big in Japan” en “Ready to go”. Dan haalde hij verschillende stijlen en invloeden, van hiphop, rock en R&B, aan om zijn set compleet te maken. Vernuftige mixes, technisch onderlegd, en de ene wat meer geslaagd dan de andere.

De regen was al verminderd toen Dimitri Vegas & Like Mike er aan begonnen. Zij hadden dit jaar de eer om de officiële Tomorrowland anthem te maken, getiteld “The way we see the World”, in samenwerking met Afrojack en Nervo. De Belgisch/Griekse tweelingbroers hadden hun dikke Adidas jackets aangetrokken om de Mainstage in vlagen volledig plat te spelen. Telkens Like Mike de micro naar zijn mond bracht, mocht je er prat op gaan dat er een dansbaar nummertje zou gespeeld worden! Zelfs de hiphopstyle in hun set, werd helemaal goedgekeurd door het publiek. Maar toen ze Edith Piaf’s “Non je ne regrette rien” speelden, waren we eventjes verbouwereerd … gingen ze hier uit de bocht?
Beiden hebben op Tomorrowland al een grote status opgebouwd, wat dan makkelijk door de vingers kan worden gezien. Klap op de vuurpijl was het spetterende vuurwerk die de performance helemaal compleet maakte! “Leave the world behind” van de Swedish House Maffia sloot af en effende het pad voor dj Tiësto.


Dj Tiësto is overgestapt naar een House repertorium in plaats van z’n vroeger gekende Trance stijl. Op Tomorrowland bleek duidelijk waarom, gezien House commercieel gezien veel aantrekkelijker is geworden dan trance. Tijs Michiel Verwest (echte naam van Tiësto) is al enkele jaren de titel van beste dj ter wereld kwijt en op de Mainstage ervaarden we het pijnlijk. Hij is gekend voor zijn spectaculaire intro’s maar vanavond was het allemaal zeer braafjes en pover! De anders generieke dj stond veel stil en er zat geen schwung in. Een routineuze set die weinig Tiësto-voeding had van vroeger. Ziekjes? Hij probeerde zich te herpakken met zijn eigen “Love comes again” maar het kalf was al half verdronken en de sfeer was er deels aan. Ok, de remix van Eurythmics – “Sweet dreams”, voorbij halfweg,  injecteerde opnieuw om het publiek te entertainen en te bewegen , om er toch nog een geslaagde afsluiter van te maken. Met een paar van zijn eigen creaties als “Lethal industry”, “Traffic” en “Adaggio for strings”  was de sfeer en de set weer optimaal en konden we moe, uitgeregend én voldaan naar ons tentje dansen .

Organisatie: Tomorrowland

Tomorrowland 2011 – zondag 24 juli 2011

Tomorrowland 2011 – zondag 24 juli 2011
'Yesterday is History, Today is a gift, Tomorrow is Mystery'

Piepkleine zonnestraaltjes kruisten het pad van de voorspelde regen. Op de manier konden we ongestoord ons muzikaal danstraject afleggen.

We startten in het sprookjeskasteel waar vandaag Paul Van Dyk presents Evolution zou afsluiten. Ons eerste optreden was Rank 1. Het Nederlandse duo bestaande uit Piet Bervoets en Benno De Goeij ontstond in 1998. In 2000 kwam hun eerste grote plaat uit, ‘Airwave’. In vele landen is dit een nummer 1 hit geworden. Veel meer zijn ze gekend voor hun remixen. De meest gekende hiervan is deze van Cygnus X – “Superstring”. De laatste tijd toert Piet Bervoets alleen rond als Rank 1 dj … Ook op Tomorrowland dus … Hij begon met een sterke intro. Vlotte mixen hoorden we en hij bracht een combinatie van trance, hard trance en vocal trance. Geassisteerd door 2 dansende elfjes kreeg Piet het publiek aan het dansen. De laatste festivaldag was ingezet!

Om de laatste slapers uit onze ogen te halen trokken we naar de Q-dance. Daar was Technoboy al een tijdje bezig. Met een gemiddelde van 140 tot 160 beats per minuut, mag je er zeker van zijn dat die laatste slapers verdwenen waren! De beats knalden uit de boxen, de reusachtige clown als decor was indrukwekkend en de man met de micro zweepte de meute nog meer op. Het jonge publiek kwam hier duidelijk aan hun trekken. Jump, tekstyle en hardstyle waren de voornaamste kenmerken.
De clownsneuzen en de plastieken hamers die ze hier uitdeelden zag je overal aan elk podia. Zo zag je wie zich op de dreunende bassen van Q-dance had gewaagd aan een bijhorend jumppasje. Na een kwartiertje kwamen onze trommelvliezen (zelfs met gehoorbescherming!) in opstand en zijn we een stapje verder gegaan.

Om even tot rust te kunnen komen na dit muzikaal gedreun, zijn we naar de tent van M-Nus gegaan. Daar was Heartthrob bezig. De Amerikaanse dj had er zin in en trakteerde ons op een heuse techno set. Toch was de sfeer relaxed en kwam de muziek soms loungy over. Dit was ‘onthaasten’ en ‘chillen’. Een mooie lichtshow was al mogelijk op dit moment van de dag in de tent …

Dan naar Smash the house. Onze eigen ‘waar zijn de handjes’ dj Regi kwam opdraven. Moet deze man nog voorgesteld worden? Hij, de frontman van Milk Inc. die nu al een paar jaar het Sportpaleis met ongeveer 16000 mensen heeft doen ontploffen … Niets aan te merken van zijn commercieel gericht Milk Inc; op Tomorrowland haalde hij vooral zijn vocals, dubstep, groove en house platen boven. Hij creëerde een leuke en hippe sfeer op zijn ‘klein eilandje’. Klein minpuntje was dat hij een te grote naam op een te klein podium was. Op en rond het ‘klein eilandje’ hadden veel mensen postgevat en was de doorgang uitermate moeilijk.

Dan holderdebolder richting Mainstage waar Chuckie als op 2 na laatste het avondgedeelte voor zijn rekening nam. De zon begon er helemaal door te komen, al was er toch een koude Noordenwind te voelen. Toch waren er nog altijd ‘die hards’ aanwezig die in ontbloot bovenlijf aan het feesten waren. Deze Nederlandse dj, met Surinaamse roots heeft niet echt gekende nummers uitgebracht. Zijn ‘Nu ga je dansen kl**tz*k” wordt op het einde van een boerenfuif al eens gespeeld om de laatste dronken bezoekers aan het dansen te krijgen. Op Tomorrowland zorgden zijn house beats ervoor dat de Mainstage in vuur en vlam stond. Hij is een echte publieks-dj. Hij voelde perfect aan wat het publiek graag wou en zweepte ze echt op. Hij had in zijn set zoveel zelfvertrouwen gekregen, dat hij er zelfs een elektronische drumsolo tegenaan gooide! Het startsein van de ‘Mexican wave’ door het veld en de Mainstage volledig klaar te maken voor de ‘Ster van de Dag’ ( of van de 3 dagen?), David Guetta …

Inderdaad, Mister Tomorrowland himself, David Guetta … De Franse dj (die eigenlijk half Belg is, want zijn moeder is een Belgische) had bij ons zijn grootste successen in 2009. Met zijn “Sexy bitch” stond hij 37 weken in de Ultratop 50 met zelfs een nummer 1 notering. We waren wat terughoudend en op onze hoede wegens misschien wat te overroepen, maar meteen werden we overtuigd van het tegendeel! Hij hitste meteen de menigte op, hij verwelkomde ons persoonlijk en vroeg om ‘Zijn Feestje’ nog beter te maken dan zijn ‘Beste Feestje’ dat hij ooit gehad had van Tomorrowland 2010! Hij haalde alles uit de kast en bracht z’n  publiek in extase. Hij speelde het veld letterlijk plat. Hij stopte de muziek even en vroeg iedereen te zitten. Gedwee werd hij aanhoord! … Hij liet de beats weer uit de boxen knallen en het was net alsof een doelpunt gescoord werd in een voetbalmatch! Iedereen schreeuwde het uit, sprong recht en begon weer te dansen!
Hij bracht ook nog enkele nummertjes uit de binnenkort nieuwe CD. “And the crowd just loved it”!
In de 3 dagen hadden we nooit zoveel volk gezien aan de Mainstage. Er kwam zelfs extra security aan te pas om alles in goede banen te leiden. Jammer voor de StuBru luisteraars want die konden niet genieten van de show, gezien er geen toelating was stukken van z’n set uit te zenden.

Afsluiten deden we bij Paul Van Dyk en niet bij de 2Many DJ’s. De Duitse levende trance-legende mocht zijn eigen feestje komen afsluiten in het fabuleus kasteel. Daar had hij de leden van zijn eigen ‘Evolution’ label uitgenodigd en hen gevraagd een stevig feestje te bouwen. Bij ons is hij niet zo gekend, enkel zijn nummer “For an angel” werd een hit.
Hij begon met een kwartier durend vuurwerk, dat synchroon met de muziek, de lucht werd ingeschoten. Wat een spektakel! Anderhalf uur zweefden we  tussen de trance, vocal trance en techno die Van Dyk uit zijn mouw schudde. Het publiek genoot er intens van, gezien dat het ook de laatste momenten van Tomorrowland 2011 waren.
De bars gingen al vroeg dicht en er kon enkel nog geluisterd en gedanst worden op z’n muziek. Hij bouwde op naar een climax, kippenvel kregen we, de haren op de armen kwamen recht en … hier en daar zag je al een traantje rollen, tot plots… er een elektronisch defect optrad in het mengpaneel van de dj. Tot 3x toe! De defecten zorgden voor een abrupt einde van dat feestje. Een forse domper op de feestvreugde dus, maar ok, moe, voldaan verlieten we het natuurdomein …

Deze editie was uitermate geslaagd! Recreatiedomein De Schorre is en blijft een toplocatie om het festival in te organiseren. De verschillende soorten muziekstijlen en - genres vormen  een surplus. De catering en de diversiteit van ‘festivalfood’ was leuk en van erg goede kwaliteit. De vele bars en de eetgelegenheden op het domein maakten het je makkelijk. De security, in grote getale aanwezig, en de politie boden een veilig gevoel.
Enkele groeipijnen moeten nog doorprikt worden aan het groot geworden festival , o.m. aan de ingang schuilden er onduidelijkheden, wat wat wrevel veroorzaakte. Ook de wegbewijzering in Boom zelf kon beter … ‘Richting Sounds en beats’, zeker? Tot slot, valt er te werken aan de hoge consumptieprijzen?, tja dit ‘beestje’ kennen we ook bij de andere grootse festivals …

Organisatie: Tomorrowland

Bon Jovi

Bon Jovi Beach: strandfeestje met een sputterende hitjukebox

Geschreven door

Bon Jovi Beach: strandfeestje met een sputterende hitjukebox
Bon Jovi supports by Billy The Kill & Arid
Zo’n 30.000 fans (velen al Bon Jovi fan van het eerste uur) vonden op weliswaar een kille maar vooral mooie en droge zomeravond de weg naar het strand van Zeebrugge voor het exclusieve concert van Bon Jovi voor de Benelux en Frankrijk. De organisatoren hadden al een ganse week gewerkt aan de opstelling van het reusachtige podium waarbij tegen eventuele stormschade men ook een dam van zo’n 400 meter moest aanleggen. Het strand waar vroeger de befaamde Beach Festivals plaatsvonden, werd voor die ene avond omgedoopt tot Bon Jovi Beach.
Bon Jovi verkocht wereldwijd al meer dan 120 miljoen albums en is ook vandaag nog steeds een grote band. Volgens Billboard magazine was hun ‘The Circle’ tour van vorig jaar dé tour die wereldwijd het meest opbracht. Financieel is de band dus zeker nog niet op zijn retour, muzikaal zeer zeker wel. Hun doortocht in ons land gebeurde dan ook zonder echt veel glans en met een te hoge voorspelbaarheidsgraad.

De band zat nog in hun privé-vliegtuig toen de eerste band al het publiek mocht opwarmen. De luisteraars van radiozender MNM kozen voor Billy The Kill, een jonge band uit het Waasland. Deze powerrock band stond al eerder in het voorprogramma van o.a. Channel Zero en mocht dus nu voor een commerciëler publiek spelen. Aardig waren hun nieuwe single “Go On” en een sterke coverversie van “Shine” ‘original by Collective Soul’.

Ruim voor op schema (zo rond 18:30) mocht dan ook nog Arid het hardrockminnende publiek toespelen. Het is niet de eerste keer dat Jasper Steverlinck en de zijnen mochten openen voor Bon Jovi. Vele toeschouwers hadden dan ook zoiets van….weeral Arid, waarom niet eens een stevige (hard)rockband?!. Een vrij ondankbare job want veel meer dan een beleefdheidsapplaus konden ze van het ongeïnteresseerde publiek niet krijgen.

Stipt op tijd begon rond 20 uur de Amerikaanse rockmachine Bon Jovi aan hun show. Wat onverwacht werd er geopend met “Happy Now” uit hun recentste album (2009) ‘The Circle’. Niet meteen een song om meteen het publiek bij de keel te grijpen. Het daaropvolgende “You Give Love A Bad Name” deed dit echter wel. Een song van in de tijd toen Lady Gaga gewoon nog Madonna was, grapte Jon. “Blood On Blood” & “We Weren’t Born To Follow” bouwden de energie verder op maar nadien sputterde de jukebox wat. Grote hits werden afgewisseld met niemendalletjes wat meer dan eens de vaart uit de set haalde. Het vaste viertal Jon Bon Jovi, Richie Sambora, David Bryan & Tico Torres werden live bijgestaan door bassist Hugh McDonald (al sinds 1994 bij de band) en een extra gitarist: Bobbie Bandiera.
Die extra gitarist bleek geen overbodige luxe want soms klonk de gitaarsound iets te dun ook al gaf mister Sambora opnieuw het beste van zichzelf. Eerder begin mei moest Richie Sambora omwille van gezondheidsredenen al eens de tour verlaten. Dat Sambora eigenlijk onmisbaar is voor deze band bewees hij tijdens “I’ll Be There For You” en even later in de finale met een verbluffende versie van “Wanted Dead Or Alive”.
Verder gebeurde er op het podium veel te weinig. De band die ook wel faam verwierf omwille van zijn gigantische stadionrockshows vol spektakel blijkt anno 2011 vooral een band die het moet hebben van zijn songs. De kolossale videoconstructie met zijn 500 videoschermen bleek het enige showelement te zijn. Bovendien konden we pas laat op de avond van de mooie videomuur genieten omwille van het lange daglicht tijdens de show. Verder had de band ook weer van die belachelijke afdakjes geplaatst op het podium om te kunnen schuilen tegen de regen (die niet kwam).
Nee, qua showgehalte is Bon Jovi zeker niet meer wat ze ooit geweest zijn. Er werd vandaag erg statisch gespeeld waarbij men slechts een fractie van het podium durfde te gebruiken. Muzikaal konden we zeker niet klagen want hoewel de set wat op en af ging, was het geluid over het ganse strand erg goed. Jon was vrij goed bij stem, de band speelde strak en het publiek maakte er toch een echt feest van. Doch na zo’n twee uur en een mooie ‘encore’ ronde met o.a. het verrassende “Never Say Goodbye” hielden de heren uit New Jersey het voor bekeken.

Tijdens het optreden in het Koning Boudewijnstadion van 2008 vertoonde de band al wat ouderdomsverschijnselen. Anno 2011 kunnen we stellen dat het ouderdomsproces zich verder heeft ontwikkeld. De band mist duidelijk frisheid! De meest gehoorde kritieken na het optreden variëren van leuk, aardig tot teleurstellend. Doch de wat sputterende Bon Jovi hitmachine gecombineerd met een grote dosis nostalgie en een mooie bloedrode ondergaande zon maakten er toch een geslaagd strandfeestje van! Meer moet dat (soms) niet zijn …

Setlist: *Happy Now  *You Give Love A Bad Name  *Blood On Blood  *We Weren't Born To Follow  *Lost Highway  *Whole Lot Of Leavin'  *It's My Life  *The More Things Change  *Raise Your Hands  *Captain Crash & The Beauty Queen From Mars  *Bad Medicine (/ Hot Legs)  *Bed Of Roses  *I'll Be There For You  *Who Says You Can't Go Home  *I'll Sleep When I'm Dead  *Garageland  *Have A Nice Day  *Keep The Faith
*Wild Is The Wind  *Never Say Goodbye  *Wanted Dead Or Alive  *Livin' On A Prayer

Neem gerust een kijkje naar de pics (onder pics festivals - Zeebruges Beach 2011)

Organisatie: Greenhouse Talent

Shadowplay Festival 2011 - 22 t/m 24 juli 2011

Geschreven door

Shadowplay Festival 2011 : vendredi 22, samedi 23 et dimanche 24 juillet - version fr
In Goth we trust

Difficile de ne pas appréhender ce type d’événement sans craindre d’être confronté à moult clichés du genre. Grand messe pour Geeks et vielles carcasses décharnées, tout festival gothique rallie immanquablement son lot d’étranges créatures qui y voient l’aubaine d’une exposition sous la lumière des projecteurs de leurs plus beaux ( ?) atours. Courtrai n’a, bien sûr, pas failli à la règle. Mais au final, de cette affiche étalée sur trois jours, peu de groupes portaient réellement l’étiquette de croque-la-mort. Oui, noir était la couleur prédominante, et oui, l’ambiance était crépusculaire. Mais au final, l’éclectisme était bel et bien de rigueur en ce week-end de fin juillet.

Alors que le temps oscillait tangiblement vers des températures plus automnales (et donc ‘halloweenesques’) qu’estivales, le public encore épars déambule sur les aires de l’immense bâtiment qui longe l’autoroute locale. Premier constat, l’endroit semble disproportionné au vu des spectateurs présents. Partagé entre deux entrepôts, ce vendredi soir, le lever de rideau n’a pas rameuté une armée entière de sombres silhouettes.

Prêtant une oreille plus que distraite aux Diary Of Dreams, dont l’artificielle parure cache mal un goût prononcé pour la tendance ‘Eurovision’ de type kitsch, mon regard balaie l’obscurité et s’attarde sur quelques créatures rescapées des rayons du soleil.

Derrière moi, dans les larges allées séparant les deux sites, flânent les esprits chagrins, au milieu d’échoppes diverses. Marchands de fringues et de disques, chapeaux hauts de forme et corsets sexy, t-shirts de groupes tailles bébé et autres accessoires sado-maso se mélangent dans un joyeux capharnaüm.

L’ambiance va s’électriser, quand monte sur les planches l’improbable Johan Van Roy, l’homme derrière Suicide Commando, groupe qui se revendique fièrement d’une Electro-Indus nationale dont les racines tortueuses étranglent sans concession les mœurs écœurantes d’un conformisme engoncé. Agitateur trublion, doublé d’un bouffon malin, le leader charismatique ne ménage pas ses peines et exalte le public au travers d’un set énergique et sans temps mort.

Imparables brûlots incendiaires, « Bend, Torture, Kill », « See you in hell » ou encore « We are the sinners” s’enchaînent avec en toile de fond les images crues et étrangement attirantes qui défilent à l’arrière du podium.

Foncièrement provocatrice et délibérément malsaine, l’imagerie SC qui entoure l’univers mutilateur de ce projet lie véritablement la musique à son propos. Et renforce sensiblement l’effet attraction-répulsion qui caractérise le tout.

L’un des moments forts de cette édition, qui pour le reste s’étendait paresseusement jusqu’à son apothéose de dimanche soir.

Ni les sets en demi-teinte (paradoxe gothique ?) de Fields of Nephilim, de Fixmer / Mc Carthy (Nitzer Ebb) ou encore la prestation tristement mollassonne des Cranes, dont l’aura se dilue comme la mémoire dans le temps, ne sont venus bouleverser mes états d’âme (maudite).

La surprise de ces trois jours a incontestablement été Clan Of Xymox, que le concert a largement sorti de l’oubli au sein duquel il était tombé depuis quelques années. On peut même affirmer que la musique du groupe n’a pas pris une ride. ‘We could be heroes, just for one day’, susurre gravement la voix de Ronny Moorings, sur le “Heroes” de Bowie. Paroles d’absolue vérité qui sied donc au combo batave.

Si auparavant, Vive La Fête avait imparablement mis le feu aux poudres, en dispensant comme d’habitude, un set puissant, énergique et bon-enfant, il semblait évident que l’événement attendu par tous était le retour de Peter Hook et ses musiciens pour cet hommage ultime (NDR : et qui d’autre de mieux que lui était le mieux placé pour le rendre ?) à Joy Division.

C’est que le retour du citoyen de Lancastre, au sein d’une formule ressassant un passé hanté par le spectre de Ian Curtis, amène fort logiquement à se poser des questions quant au bien fondé de l’entreprise.

Projet vénal ou réel désir de se faire plaisir tout en contentant deux générations orphelines d’un des plus grands groupes de l’histoire ?

Il allait nous en donner la réponse ce soir.

Peter Hook n’a rien perdu de sa hargne, de sa verve, ni de son envie d’en découdre. Lui qui assenait des coups de basses sur les coins de gueule dans l’ambiance surchauffée des salles acquises à sa cause, lui qui n’hésite pas à dégommer quelques bonnes vannes à l’encontre de ses anciens camarades de jeu, assure toujours avec autant de brio, du haut de ses cinquante-cinq ans.

Pourquoi bouder son plaisir ?

Une bonne reprise de Joy Division reste et restera toujours une reprise de Joy Division. Mais quand Hooky est derrière la basse, c’est quand même une part de l’âme de Joy Division que l’on peut tâter.

C’est vrai, New Order n’était pas avare sur ce plan. Mais ici, s’affiche la volonté de ressusciter l’espace d’un moment, l’esprit de cette époque, en piochant dans le répertoire du groupe de Manchester.

On ne reviendra jamais en arrière, et personne n’est là pour refaire l’histoire. Ce qui nous est offert ici est un instantané, dont le seul but est de rendre justice à une musique qui ne méritait pas de mourir si jeune.

En toute honnêteté, et sans artifice, Peter Hook and The Lights rejouent ce qui à nos oreilles, sonne comme un catalogue de classiques indémodables.

A l’heure ou la énième compilation des morceaux de JD (combinée à ceux de New Order) est tombée dans les bacs des disquaires, le Mancunien redonne l’illusion que l’histoire ne s’est pas arrêtée un dix-huit mai mille neuf cent quatre-vingt. Ou plutôt elle nous permet d’imaginer qu’il est possible de se replonger plus de vingt et un an en arrière.

C’est vrai que ce n’est pas Joy Division, quand Peter Hook chante, bien sûr, on ne peut s’empêcher de faire la comparaison, mais quand la basse résonne aux premières mesures de « Transmission », nul ne pourra jamais empêcher des centaines de poils de se hérisser sur la peau.

C’était écrit dans les paroles de Ian Curtis. La suite n’est qu’un vol suspendu dans l’air du temps.
‘A legacy so far removed, one day will be improved’ (extrait de “A means to an end”)

Au final, cette édition n’était peut-être pas la meilleure et le cadre peut-être pas le plus approprié, mais pour ces coups d’éclats, elle valait assurément le (large) détour.

voir site fr
http://www.musiczine.net/fr/festivals/festival/shadowplay-festival-2011-vendredi-22-samedi-23-et-dimanche-24-juillet

Organisation: Shadowplayfest ism Peek-A-Boo)

Boomtown 2011 : een kort overzicht 21 en 22 juli 2011

Geschreven door

Boomtown 2011 : een kort overzicht 21 en 22 juli 2011
Boomtown heeft al een paar jaar nu z’n vaste stek gevonden op de Kouter en in de Handelsbeurs. En de formule slaat duidelijk aan. Belgisch talent en muzikale ontdekkingen luidt het credo! Regen en koude, temperaturen van maar 15° midden juli, konden de muziekliefhebbers niet deren; soms hadden we hallucinante beelden van mensen die zich goed hadden beschermd tegen de regen  en zagen we een zee van opengeklapte paraplu’s. Inderdaad, Boomtown 2011 was dit jaar iets bijzonders.

We kruisten tijdens deze Gentse Feesten even Boomtown …

Even bijzonder muzikaal was De IJslandse muzikant/klankenfreak Olafur Arnolds, de ‘Residence Artist’ die drie dagen na elkaar een uur optrad. Net als Johann Johannsson fabriceert hij muzikale scheppingen en creaties. De schetsen, de uitleg, de loops en het pianospel is ‘iets bijzonders’ dus, waarbij hij alles vastlegde. Hij zal die opnames dan gebruiken als sampling in nieuwe tracks. Sterk staaltje postklassieke sounds, op zoek naar de volmaakte schoonheid …

Vóór de Bony King of Nowhere optrad, hadden we een ‘flash support’, The Rose Wall was een jonge singer/songwriter uit het Gentse die een prachtige warme stem had. Hier zullen we zeker nog meer van horen.
The Boney King Of Nowhere  speelde in een volle Handelsbeurs een thuismatch. Zelf gaf de frontman Bram Vanparys toe dat hij het vreemd vond om voor zijn stadsgenoten op te treden. Een subliem optreden hoorden we van de gevoelige sing/songwriter. Knusser kon niet het in de zaal bij deze sfeervolle, intimistische pop.
Piano, synths, de akoestische gitaar en bezwerend zalvende drums sierden het fijne werk op gepaste wijze. … “Maria” en “The sunset” …, Bon Iver keek om de hoek en zag wat The Bony King – Vanparys - deed, goed was.

Tu Fawning is één van de nieuwe revelatie uit Portland, Usa. Deze groep speelde eerder al een opgemerkt optreden in de Café Video in Gent. Een aparte sound en een niet voor de hand liggend instrumentarium, broeierig, spannend, spooky en onrustwekkend. Muziek met weerhaken van het echtpaar Repp/Haege, die een ontdekking waard waren op Boomtown!

Organisatie: Boomtown, Gent

Vanth

Parallel Overdrive

Geschreven door

Als er één band is die niet voor 1 gat te vangen is, dan is het wel Vanth.  Deze drie Italianen brengen met ‘Parallel Overdrive’ een eerste ep uit in eigen beheer en lijken nogal wat te twijfelen over de muzikale richting die ze willen uitgaan.  Dit  mini-album bevat namelijk vijf nummers die zeer sterk afwisselen.  Openingsnummer “Move” start als een elektronisch popnummer in de stijl van Shameboy waarna Vanth plots richting industrial rock uitgaat.  Vanth gaat in dit nummer lekker up tempo , de lage vocalen zijn zeer meezingbaar en het lijkt alsof we naar een band als HIM beluisteren.  Ook “Closed To The World” heeft een strak tempo, bevat verschillende synths en  neigt naar stevig rock. “Duality” is de hardste track op het album met een prominente rol voor de gitaren, is net als de eerste twee songs vrij melodieus en best verdienstelijk. ”Come Sweepers Come” is de enige ballad op de plaat en wat ons betreft ook het sterkste nummer.  Afgesloten wordt er met  “Th3 Music That I N3v3R Had”, een instrumentale song die  naast donkere synths ook wat drum’n bas in zich heeft.  Afwisseling troef dus maar wat de vijf nummers wel gemeen hebben is een donkere, gothic ondertoon. 
‘Parallel Overdrive’ is zo dus een mooi visitekaartje in de zoektocht naar een platenmaatschappij.

Channel Zero

Feed’Em With A Brick

Geschreven door

Zo plots Channel Zero er midden jaren negentig mee ophield, zo plots herrezen ze vorig jaar uit het niets…  Dat ze live nog steeds staan als een huis, konden we vorig jaar duidelijk zien op de reünieschows in de AB en in iets minder mate op Graspop...
Een heel belangrijk verschil tussen het huidige en het oude CZ is natuurlijk de exit van voormalig gitarist Xavier Carion en de intrede van  diens plaatsvervanger Mike Doling (ex-Snot en ex-Soulfly)...  Dat Carion een uiterst belangrijke rol speelde bij het componeren van de succesnummers, werd zeer duidelijk  tijdens een (volledig aan Channel Zero gewijde) aflevering van het onvolprezen Belpop.  Dat gegeven en het zeer matige nummer “Black Flower” (dat je voor een prikje kon kopen tijdens de AB-shows) deed ons allesbehalve het beste vermoeden voor de comeback-plaat van het jaar.  
Met een bang hartje schoven we ‘Feed’Em With A Brick’ dus in onze platenspeler maar na een tiental luisterbeurten kunnen we het grootste deel van onze scepsis overboord gooien. De oude metalsound uit de jaren negentig werd onder aanvoering  van nieuwe songsmid Doling en producer Logan Mader (ex-Machine Head) flink opgepoetst en er werd geopteerd voor een mix van moderne, heavy  metal met een flinke portie trash en klein scheutje hardcore.   ‘Feed’Em with A Brick’ werd daardoor  een  zeer stevige én fijne metalplaat die bovendien (en dat lijkt ons toch het belangrijkste)  verschillende goeie nummers bevat die zich al heel vlug in je hersenpan nestelen.  Opener “Hot Summer” is wat ons betreft een van de beste CZ-nummers ooit en heeft enkele strakke rifs, een ongelooflijke groove en een straffe Franky DSVD die duidelijk in topniveau is. De stem van Belgiës meest bekende brulboei klinkt trouwens de hele plaat enorm catchy en transparant en het is duidelijk dat hij met de jaren alleen maar beter is geworden.  Ook “Guns Of Navarone” is een absolute voltreffer, rolt als een sneltrein door je speakers en heeft een simpel maar zeer doeltreffend refrein.  Andere splinterbommen op deze plaat zijn “Electric Showdown”, “Ammunition”,“Hammerhead” en “War is hell”.  Het is gegarandeerd onmogelijk om bij deze topnummers je nekspieren stil te houden.  Twee absolute hoogtepunten zijn verder nog het aanstekelijke “Side Lines” en het grungy “Ocean” waarbij de band bij momenten flink wat gas terugneemt.  Zoals we in het verleden al gewoon waren, betekent dit niet dat Channel Zero dan minder indrukwekkend wordt, integendeel.  “The Ocean” is misschien wel het beste nummer op de plaat en kenmerkt alle ingrediënten die van dit viertal zo’n topband maakt: de ratelende drums van Phil Baheux, de funky baslagen van Olivier De Martino, de spetterende gitaren inclusief geschifte solo’s van Doling en de oerschreeuwen van de Smet van Damme. 
Afwachten of  ‘Feed’Em With A Brick’ dezelfde status zal verwerven als ‘Unsafe’ en ‘Black Fuel’ maar wat ons betreft is dit plaatje een kopstoot van jewelste!

Lords Of Altamont

Midnight to 666

Geschreven door

Lords Of Altamont uit California staan met hun vierde plaat nog altijd garant voor vettige garage rock naar de goede geest van bands als MC 5 (de hoes liegt er niet om), The Stooges, The Nomads, The Hellacopters en The Mooney Suzuki. Er wordt meestal rechtdoor gebeukt met fuzzy gitaren, vuile orgelpartijen en roffelende drums, en dat met in motorolie gemarineerde songs als “I’m alive, “Get in the car”, “Ain’t it fun” en “Synanon kids”. Ook een aangename motherfucker van een song is het in de sixties gedrenkte psychedelische “Save me from myself”, sluimerende bass gevolgd door een vuile riff en dan die frontman Jake Cavaliere die herhaaldelijk “I’m comin’ back for more” er overheen schreeuwt. Yeah !
 “Gettin high (on my mystery plane)” is misschien een beetje een te opvallende rip off van “TV Eye” van The Stooges, maar we vergeven het hen graag want dit is het soort vunzige straight forward rock die dezer dagen te weinig gemaakt wordt.
Lekker smerig, zo lusten wij onze garage rock het best.

Middle Class Rut

No name no color

Geschreven door

The White Stripes ! Jane’s Addiction ! Fugazi ! At The Drive In!
Zo, een beetje namedropping, gewoon om uw aandacht vast te krijgen. Weet u meteen in welke richting u het moet zoeken bij Middle Class Rut. Er zijn ergere dingen om mee vergeleken te worden, denkt u ook niet ?
Middle Class Rut is een duo uit Sacramento, Zack Lopez op gitaar en Stean Stockham op drums. Op hun debuut ‘No name no color’ gaan ze gretig aan de slag met de hierboven vermelde invloeden om tot een set uiterst energieke en soms extreem vurige songs te komen. Lopez zijn gitaar heeft zo te horen meerdere malen geflirt met het exemplaar van Jack White en zijn stem ligt bij vlagen akelig dicht bij die van Perry Farrell, er is dus wel nog wat werk aan de winkel om de grote voorbeelden iets meer op afstand te houden. Het duo slaagt er wel in om een vol en krachtig geluid te serveren. Er zijn volgens ons in de studio nogal wat keyboards en extra gitaren aan toegevoegd, benieuwd dus hoe ze hier live zullen mee wegkomen.

In ieder geval, de twee wildebrassen hebben op ‘No name no color’ een handvol verdomd snedige songs neergepoot zoals “Busy bein’ born”, “Sad to know” en een superheet “USA”.
Met onze ogen dicht dachten we nog een beetje te veel dat we naar de nieuwe Jane’s Addiction zaten te luisteren (is trouwens gepland voor september) maar er zitten tonnen potentieel in dit bandje. Dat eigen smoelwerk komt er dus nog wel, geloof ons.

The Pains Of Being Pure at Heart

Belong

Geschreven door

‘Nugaze’! was het credo toen het titelloos debuut van het NY-se kwartet verscheen. Op gevatte en gepaste wijze combineerden zij de ‘90s Swervedriver, My Bloody Valentine en Ride met de fuzz van Jesus & Mary Chain, ‘80’s The Smiths, de ‘90’s dromerige grungepop van Teenage Fanclub en de waverock van Editors. Onstuimige en meespelende emotionele shoegazepop van zoete popsongs onder een gruizige laag gitaren, onder de zweverige zang van Kip Berman (zang/gitaar) en Peggy Wang-East (zang/keyboards).
De tweede plaat werd onder handen genomen van Flood en Alan Moulder en dan is er net als bij Glasvegas zeer zeker een glad randje te bespeuren. Inderdaad, de songs zijn verfijnder, subtieler, braver en uitgekristalliseerd. Sfeervolle, dromerige pop, radiovriendelijk, suikerzoet en minder korzelig, rock en rauw. De zang komt op Kerman terecht en Wang’s zang is op het achterplan verdwenen.  De titelsong, opener van de cd , “Even in dreams” en “My terrible friend” leunen nog het nauwst aan het debuut, maar met “Heart in your hreartbreak” is de nieuwe Pains Of Being Pure at Heart geboren …
Charmante plaat dat wel, maar de nieuwe songs beklijven minder; we hielden meer van het ruwer randje waarin de pedaaleffects eens stevig konden worden ingedrukt …  

Glasvegas

Euphoric Heartbreak

Geschreven door

Twee jaar terug werd de Schotse band van James Allen, Glasvegas aanzien als de nieuwe hype bij de Britse pers. Bon, hun debuut was er eentje om van te snoepen met prachtsingles “Geraldine”, “It’s my own cheating heart  …” en “Daddy’s gone”. De epische sound en afgelijnde aanpak binnen de wave- glamrock sierde hen, linkte aan het onvolprezen Sheila Divine, breidde Jesus & Mary Chain aan sixtiespop en zorgde ervoor dat ze plaatsje bemachtigden binnen het concept van Editors, White Lies, Interpol en The National.
Spil Allen (beetje Joe Strummer lookalike) had alvast een moeilijke periode achter de rug . Het toeren, de  verslavingsproblematiek en de wisselende stemming deed de band bijna uiteenvallen, maar met een gewijzigde bezetting komt hij nu gelouterd uit deze psychische en muzikale strijd. ‘Euphoric Heartbreak’ stond onder productionele leiding van Flood en kan niet gelikter en meer uitgekristalliseerd zijn dan nu. Een beetje teveel van het goede , want de cd helt letterlijk over naar pompeuze stadion/glamwaverock, die een U2 en Coldplay overstijgen. De sound baadt letterlijk in een elektronisch tapijt van de Pet Shop Boys; meeslepende, broeierige, sfeervolle songs die op zich niet slecht zijn, met “Euphoric take my hand” als top; ze zijn behoorlijk geforceerd, klinken wat hol, maar raken minder en blijven niet hangen dan de nummers van het debuut.
Glasvegas is een heel ambitieus project, maar of ze fans zullen bijgewonnen hebben, is een andere zaak. Benieuwd hoe dit zal aflopen …

Cloud Control

Bliss release

Geschreven door

Het Australische kwartet Cloud Control debuteert met een sterke plaatje in de voetsporen van Fleet Foxes, Local natives, Bon Iver en Iron & Wine. De drie heren (en 1 dame)  is geen fletse formule van baarden, samenzang en houthakkershemden . Nee, ze kruiden hun americana /folkpop met de zweverige droompop van Clap your hands say yeah en The bony king of nowhere en bieden de frisheid en vrolijkheid van The Magic Numbers, The Bewitched Hands en Vampire Weekend. Op die manier heeft het viertal een gevarieerde, boeiende cd uit.
10 songs die balanceren tussen een verkwikkende blijmoedigheid en melancholie, aanstekelijk, catchy, warm en beklemmend. Het klinkt naturel, het spelplezier druipt er van af, de  zangpartijen zijn heerlijk en de meerstemmige zang (man – vrouw) geeft elan en kleur . Een alles vertederende schoonheid dus … We houden er van; daarvoor zorgen o.m. “Meditation song”, “There’s nothing in the water we can’t fight”, “Ghost story”, “This is what I say”, “Just for now” en “Hollow drums”. Zonder al te veel muzikale omlijsting, kunstjes of productionele rompslomp. ‘Pur sang’ dus …

Kentucky Dare Devils

Yes but no

Geschreven door

De Westvlaamse Kentucky Dare Devils hebben hun rock’n’roll graag rauw en ongeschoren.
Op hun EP ‘Yes but no’ tappen ze uit een vaatje van harde en ongecompliceerde rock en hier en daar wat stonerrock. De prijs der originaliteit zullen ze er niet mee winnen, maar het geheel klinkt wel fris en spontaan. Qua straight edge rock doen ze ons wel eens denken aan die heerlijke Sore Losers (die wel nog een klasse hoger spelen), vooral de titelsong heeft diezelfde drive meegekregen. Ook “Hard to please” rolt lekker door en heeft een lichte Queens of the Stone Age toets, net als afsluiter “Shrew to tame”.
Best wel een aardig rockplaatje, dus. Gedreven, potig en rechtdoor. Nu nog wat meer aan een eigen smoel werken en het boeltje nog iets vettiger doen klinken en ze komen er wel.

Info http://www.kentuckydaredevils.com

The Narcotic Daffodils

The Narcotic Daffodils

Geschreven door

Het sprookje van deze nieuwe Brusselse groep begon op het Brussels Jazz Marathon in 2009 en vanaf de eerste ontmoeting werd het overduidelijk dat de Hongaarse zangeres Irène Csordas de vrouw was die deze band de nodig kleur zou bezorgen. Het is meteen een vrouw die van vele markten thuis is en dat merk je ook meteen als je deze mini-cd in je speler schuift want dit plaatje is er ééntje dat vele stijlen huisvest.
Na te hebben opgetreden op talrijke podia (groot en klein) werd het tijd om het fameuze ei te broeden en het is er meteen eentje geworden die we met liefde omarmen. Niet in het minst door opener "Back from Calcutta...with Mister Jacky" dat onmisbaar zijn basklanken gevonden heeft in die van grootmeester Jah Wobble.
Blues krijg je met "Heels", "Riding the drag" flirt met rockabilly en het mooiste nummer is zonder twijfel "Happens all the time" dat ons herinnert aan de hoogdagen van Jefferson Airplane (bij manier van spreken dan want zo oud zijn we nu ook weer niet!).
Enige misser is afsluiter "The crazy dwarf" maar daarover gaan we niet mekkeren want na het beluisteren van deze cd zijn we overtuigd dat dit niet alleen een "must hear" is, maar bovendien ook een "must see"!

Info http://www.thenarcoticdaffodils.be

Dourfestival Dour 2011 - zondag 17 juli 2011

Dourfestival, Dour 2011 - zondag 17 juli 2011
Op dag 4 Dour had de organisatie enkele loodzware bands geprogrammeerd in La Petite Maison, ideaal om de drie voorbije Dourdagen wat verteerbaarder te maken en té houden. We waren hier op post die zondagnamiddag …

Russian Circles maakt een muzikale trip binnen de postmetal/’70s hardrock, met diverse tempowisselingen, vingervlugheid en ja zelfs sober gehouden interacties. Russian Circles maakte een link naar Kylesa, die een paar dagen eerder al optrad (in deze tent). Een donker, dreigende ondertoon had het materiaal; de variatie intrigeerde en zorgde voor prikkeling.

Iets later kwam hadden we het oorverdovende Japanse Boris; ze klonken soms ook spacey en met overwaaiende zweverige vocals. Zij gingen alvast breder te werk met slepende melodieën en opbouwende ritmes in een doomsfeertje. De zang van de bassiste Takeshi vulde aan, zorgde voor verademing en bood meer ruimte voor een etherisch geluid, iets zachter en dromerig. Stevig en heavy wel, die aan Steak Number 8 en het oude Nederlandse Gore deed denken. Puik materiaal door de broeierige melodie, de tempowisselingen en de gretig ingedrukte pedaaleffects; de drums kregen nog wat elan door een gong.

De wilde bizons van Karma To Burn kon het rijtje van stevige en heavy bands besluiten. Na negen jaar stilte zijn ze er terug bij en hoe … een onverslijtbaar concept van titelloze instrumentale heavy rocksongs ergens tussen Sabbath en Kyuss. Pure brute power van de heren! Benen in spreidstand, de gitaararmen de hoogte in en spelen maar! Zij deden wat stof opwaaien met hun beukende en rammende sound, gitaarriffs en mokerslagen. Meedogenloos en compromisloos gingen de heren te werk. Indrukwekkend. Met een knipoog aan het Australische Cosmic Psychos met hun bulldozerrock, woest, strak, fel, gedreven  en verbeten! Letterlijk werd je omvergeblazen… Moet er nog ‘Karma To Burn’ zand zijn? Wat een monstersound van het geweldig trio …

Intussen waren we de andere podia niet vergeten hoor  The Bewitched Hands doet die andere Franse sensatie Phoenix wat verbleken. Het sextet uit Reims brengt iets ‘niet typical’ Frans en brengt popsongs met een zekere vrolijkheid en bloemetjestapijt. Huppelende melodieën, meerstemmige zang, enthousiaste bandleden en een spring-in-‘t-veld backing vocaliste … songs  met een zekere zwierigheid en een onderhuidse melancholie, o.m. met “Happy with you”, “Ah ah ah”, “Birds and drums” en “Hard to cry”. Het uitgebreide collectief pint zich aan freefolkende poppsychedelica, haalt ‘60s pop aan en refereert aan het leuke en het spelplezier van o.m. The Magic Numbers. Bij onze Franstalige vrienden zijn ze al redelijk populair, want eerder in het voorjaar overtuigden ze al in de Bota. Op Werchter had je Grouplove in deze stijl, op Dour The Bewitched Hands …

Rohff, een Frans-Comorese rapper die in Frankrijk ook wel bekend staat als lid van het rapcollectief Mafia K'1 Fry, is erg populair bij onze Franstalige vrienden wat duidelijk te zien was aan een volgestouwde Magic Soundsystem tent. Ska sijpelde door in de opzwepende ontspannende hiphopsound. In zijn teksten was er plaats voor humor en durfde hij wel eens uit te halen naar de autoriteiten. Een uur lang kregen we een Rohff te zien, lustig over het podium huppelen en die zonder enige moeite de hele tent kon boeien.

Met Metronomy kregen we een electro band uit Devon, Engeland te zien die naast het remixen van enkele singels voor U2 en Britney Spears nog niet veel op hun palmares hebben staan. De Britten van Metronomy stonden garant voor een uurtje zomerse luchtige (experimentele) elektronische indie pop rock, waarbij de keyboards een hoofdrol speelden. Een kleurrijk klankenpalet, groovy, aanstekelijk en dansbaar die het publiek in extase bracht … Met het donkere “ She Wants” trokken ze meer de kaart van de New Wave en refereerden ze aan Joy Division en The Cure. Deze band waren we dankbaar  met zijn zomerse sound na dagen  miezerige regen.

Heel wat interessante ‘old skool’ hip-hopbands stonden er op Dour … Public Enemy kon het rijtje besluiten. In tegenstelling tot wat hun groepsnaam doet vermoeden zijn ze zeker niet de ‘vijand van het publiek’ en konden ze de wei aardig laten vol lopen; zij waren eind de jaren ’80 één van de bepalende bands in het genre met hun ‘It takes a nation of millions to hold us back’. De kerels uit Long Islands, New York gingen er helemaal voor en huppelden zeer energiek van de ene kant naar de andere kant van het podium. Ze haalden heel wat songs uit die spraakmakende hiphopplaat. “She watch Channel Zero” kon de set in sounds en beats openen, verder hadden we “Bring the noise”, “Don’t believe the hype , “Cold lampin’…”, “Terminator x to the edge of panic” en “Fight the power”. Ook mocht de DJ zijn draai en scratch skills eens showen, naar een hoogtepunt bracht hij het met “Smells like teen spirit” van Nirvana. En dan was er nog de ‘garde civile’ van Public Enemy, maar minder in een security outfit dan vroeger. We hoorden geen songs meer in de stijl van de vurige “Black steel” of “Night of living baseheads”; ze zijn, net als wij, nu ook  ruim twintig jaar verder. De ‘jus’ was een beetje verdwenen. Chuck D showde met z’n uurwerk en Flavor Flav klauterde op de boxen die aan de zijkant van het podium stonden om zo het publiek aan te porren er een dik feestje van te maken!

Voor een rock-'n-rollfeestje moest je in de Club Circuit Marquee zijn, daar stonden Laura-Mary Carter en Steven Ansell van de Blood Red Shoes. Met hun grunge, noise rock en indierock was de toon meteen gezet voor een erg strak optreden. Verwonderlijk is het hoe enkel een gitaar en een drum zo een ‘wall of sound’ kunnen produceren, ook de perfecte samenzang konden we best pruimen. De Blood Red Shoes brachten een zeer gevarieerde set, gedoseerd opgebouwd naar een climax, met nummers als “Light it up”, “Say something say anything” en “You bring me down”; een razende orkaan, die beheerst invloeden aanhaalt van een Nirvana en Sonic Youth. Na een hels uur ging de muzikale storm van de ‘hard-zacht’ dynamiek wat liggen en konden wij op adem komen. Wij zagen alweer een geslaagde set van een energiek duo, die ons steeds doet verlangen naar meer!

CocoRosie – Er was ongelofelijk veel volk opgedaagd in La Petite Maison om het kunstminnende cabaretier CocoRosie aan het werk te zien, het NY-se collectief van de zusjes Casady. Ze dompelden ons onder in hun unieke, wondere sprookjes-/droomwereld, ver weg van alle beukende gitaren, pompende beats, raps, reggae en dancehalls. Ze hebben zo hun eigen dancehall, maar tijdens deze tour werd het uiterst sober gehouden, met een soort ‘Unplugged’ tour, een pianist/beatmaker en een vrouwelijke beatboxer vulden de zusjes aan. Een verstilde sound, vol eigenaardigheden en subtiele geluidjes, gedragen door de schitterende vocals van Sierra’s operastem, die steeds dieper weet in te dringen en Bianca’s rauw raspende stem, die geëvolueerd was naar een fraaie soms emotievolle hoge zang. Tja, een weird klankenpalet van knusse, iets–niet-van-deze-wereld freefolk/elektronicableeps. ‘Knuffelrock’ gehalte hoorde ik ergens. Inderdaad tot op zekere hoogte , een schoonheid door het ingehouden geluid, de rustige sfeerschepping en de projecties op het achterplan. Als dartelende veulens huppelden de twee zussen over het podium en maakten ze talrijke regendansjes . Aangepaste, verknipte versies en flarden van oudjes hoorden we als “Werewolf”, “Promise”, “Rainbowwarriors”, “Beautiful boys” en “Japan”, die ze combineerden met de fijne ingetogen pracht van het huidige ‘Grey oceans’ als “Lemonade”, “The moon askes the crow”, “Hopscotch” en “Fairy paradise”.
De gemoedelijke, sfeervolle aanpak sierde hen. De respons was enorm en de band bedankte uitgebreid z’n publiek! Kijk, CocoRosie is en blijft iets bijzonders en magisch. Een unieke ervaring …

The Drums waren één van de afsluiters op het festival (Marquee), de Amerikaanse indie’wave’pop band onder leiding van Jonathan Pierce, die met zijn blonde haren verdacht veel aan onze Bent Van Looy doet denken, alleen dan zonder snor. Al gauw werd het duidelijk dat we de hoge verwachtingen konden opbergen, want Jonathan en de zijnen stonden zeer emotieloos te spelen, en het geheel klonk erg rommelig. Reden zal te vinden zijn in de even rommelende band en wisselende bezetting tijdens hun uitgebreide tour. Er werden enkele nieuwe nummers voorgesteld, die nog niet stekeligheid bevatten van hun debuut. De handvol hits “Let's Go Surfing" en “Forever & Ever Amen” zorgden voor wat verademing en konden op enig enthousiasme rekenen. Tegen het eind van het optreden liep de tent al behoorlijk leeg zodat Dour wat in mineur eindigde in de Marquee. Wij hopen nu maar dat The Drums zich kunnen herpakken zoniet dreigt een korte historiek …

‘Feest Feest Feest’ met de Disko Partizani, de Balkanpop van Shantel & Bucovina Club Orkestar. Het uitgebreide collectief dweept de massa op in de Dance Hall. Strijkers, blazers en een accordeonist vullen de band aan, backing vocalistes dito danseressen geven elan en de Duitser, spil Shantel, brengt met z’n bende een zotte boel. Een uitzinnige, extatische set, rondedansjes en polonaises à volonté … op het podium en in het publiek. Even vergaten we de koele avondtemperaturen en het slijk . ‘Jiehaa - Gypsy Fiest(ah)’ …

Op de Mainstage besloot het Australische Pendulum, met een uiterst opzwepende cocktail van drum’n’bass en dance-rock. Bij de jongeren ‘hip’ alvast. Pompende beats, hitsige, explosieve ritmes en bezwerende snedige rockmelodieën … Dansen en uitfreaken was de boodschap voor de vele jongeren die zich vóór het podium hadden geschaard. Een beetje glam en kitsch peperde het geheel en moest de nachtelijke kilte een paar zomerse temperaturen geven. Veel poeha van de zanger (met Belgische roots?) die er een onvergetelijk avontuur wou van maken in z’n eerste passage op het festival. De live act van Pendulum was er letterlijk één van huppelende kangoeroes … Niet direct onze ‘cup of tea’, maar de wil der jongeren is (soms) …  en dit hebben we (even) ervaren en geproefd.

En daarmee zit Dour er voor ons op … Vier dagen fijne muziek, een muzikale ontdekkingstocht en  windowshopping … smileys, regen , wind, zonneschijn, modder, vermoeidheid, verzuchtingen, … Exit Dour 2011. Tot volgend jaar!

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Dourfestival, Dour

Pagina 404 van 498