logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15418 Items)

10 Days Off 2011: DAY 02: Jesse Rose - Simian Mobile Disco - Zombie Disco Squad

Geschreven door

10 Days Off 2011: DAY 02: Jesse Rose - Simian Mobile Disco - Zombie Disco Squad
Dag twee van 10 Days Off! … Met vandaag op het programma: Le Petit Belge & Le Cheval, Zombie Disco Squad, Simian Mobile Disco, Jesse Rose & Maxim Lany! …

Le Petit Belge & Le Cheval is een dj – producer duo afkomstig uit Gent, een thuismatch dus. Met reeds een aantal mooie referenties, (oa. Remixes voor Armand van Helden & Steve Aoki) en optredens in Spanje, Frankrijk, Zweden & Portugal gaf dit – in de gaten te houden – duo de aftrap voor dag 2. Wat meteen duidelijk was, het publiek had er vanavond erg veel zin in! Ze begonnen met goed dansbare groove en schakelden iets later met ‘Hungry For The Power van Azari & III) over naar het lichtjes hardere en donkere werk.

Het Brits duo Zombie Disco Squad (kortweg ZDS) maakte zijn opwachting in een goed opgewarmde Vooruit. Een mix van House tot Crunck, en van Miami bass tot Salsa. Elektronische muziek in een blender! De Britse heren, die releases hebben op labels als Made To Play, Sound Pellegrino, Dirty Bird & Institubes, wisten zonder enige moeite de sfeer vast te houden.

Na ZDS was het de beurt aan de hoofdact van vanavond: Simian Mobile Disco! Een garantie voor ambiance. Mijn 1e kennismaking met de eveneens Britse formatie kwam er in 2009 met het (goed ontvangen) album ‘Temporary Pleasure’. Geen tijdelijk genot, want amper een jaar later kwamen ze met een zo mogelijk nóg beter album: ‘Delicacies’. Hierop laten ze horen dat ze van alle markten thuis zijn, deze keer werd het een album met een duidelijk harde(re) sound. En hard is hoe ze hun set begonnen. Pompende technobeats die de Vooruit op haar grondvesten deed daveren! Na een goed halfuur kwamen duidelijk de elektro invloeden naar boven, progressieve techno met ingeweven elektro bleeps. Een matig tot goede set van Simian Mobile Disco met een sterk begin, een soms wat ééntoning middenstuk, maar dat werd dan met verve rechtgezet met een beresterk laatste half uur.

Vervolgens kwam (voor de 3e opeenvolgende keer) Jesse Rose, labelbaas van ‘Made To Play’ en ‘Front Room Records’. Als resident van de legendarische Panorama Bar kent Rose ongetwijfeld de knepen van het vak. In 2009 bracht hij met “What Do You Do If You Don’t” zijn debuutplaat uit. De Britse dj had voor ons een heerlijk groovende set in petto & deed zijn naam als grondlegger van de Fidget House alle eer aan. Goed dansbare beats met ‘catchy vocals’ zorgden ervoor dat niemand op de dansvloer stil bleef staan. Hier en daar was helaas wel een onzuiverheidje te horen, waarschijnlijk veroorzaakt door een technisch mankementje. Een goede beurt van Jesse Rose, al vond ik het slot te rommelig klinken.

Maxim Lany kreeg vanavond de eer om af sluiten. De Gentse dj producer van ‘We Play House’ en zijn eigen ‘Lany Recordings’ was met zijn groovy house een waardige afsluiter van dag twee.

Organisatie: 10 Days Off, Gent

Dourfestival, Dour 2011 - indrukken zaterdag 16 juli 2011

Geschreven door

Dourfestival, Dour 2011 - indrukken zaterdag 16 juli 2011
De derde dag zal zeker in het geheugen gegrift staan, want rond 21h Dourtijd gaan na een druilerige, regenachtige dag de hemelsluizen open en wordt het terrein omgedoopt tot een modderpoel en vijver . Op die manier hebben we The Herbaliser aan onze neus zien voorbijgaan; in een koers noemt zoiets ‘temporiseren’ … Inderdaad, het is van toen Destiny’s Child’s Dour (2000) hier kwam aanmodderen geleden dat deze taferelen nog te zien waren … de dames bleven dan wel schoon, maar wij (nu) …
Niet getreurd, we zijn doorwinterde modderratten en hebben het volgende klaar …

In de verte zagen we het beloftevolle The Amplifetes uit Zweden die hun synths heerlijk  kruisten met aanstekelijke gitaarpop. Een vleugje Hot Chip en freefolk integratie. Toegegeven, al veel gehoord zulke bandjes, maar altijd wel leuk.
 
Les Ogres de Barback
trok al meteen onze aandacht op dag 3. Hun muziek heeft iets van Onze Nieuwe Snaar mee (door geen enkele Franstalige ami gekend btw!) en voelt de Zuiderse cultuur van Marseille, les Misérables en onze J Brel aan. Ze hebben altijd een indrukwekkende constructie staan op het podium en acrobatie sierde hun Franse zigeuner/chanson/hippop. Er valt altijd wel iets te beleven met die Fransen.

Architecture In Helsinki staat in het najaar in de Vk* . Na het aantrekkelijke debuut van deze Aussies, zakte hun zwierige, frisse en dromerige danspop wat in elkaar . Ze dobberden wat rond en brachten geen aanstekelijke popsongs meer, maar met het recente ‘Moment bends’ kan daar terug wat verandering in komen . Enkele oudjes werden zelfs moderner aangekleed, waren springerig, sprankelend, dansbaar en kregen een disckokitsch tune. De man- vrouw zang werkte. Top was hun Londonbeat’s “I’ve thinking of you.
Architecture In Helsinki verwerkt invloeden van een Los Campesinos, Metronomy en gooit er nu nog de Scissor Sisters bij. Door onze Franstalige vrienden wordt dit leuke bonte gezelschap ferm gesmaakt.

‘A tribute to Bob Marley’ laten we niet zomaar aan ons voorbij gaan. Een eerbetoon aan de grootmeester … Groundation wou er een feestje van maken. Ze doen dit voor hun publiek, de fans, hun ‘king of reggae’ en symbool van de rastafaribeweging en ook een beetje voor elkaar, want dan is iedereen samen om op tour te gaan; vooraan stegen de temperaturen in de barre omstandigheden. We hoorden enkele classics – “ Could you be loved” – ‘They made the sun shinin’”, vrienden!

Een ander feestje was aan de gang in La Petite Maison met Fool’s Gold . We waren al onder de indruk van eerdere gigs van dit onderschatte viertal. Een stomende set leverden ze af met hun muzikale smeltkroes aan stijlen , die het nauwst aan afroworldpop leunen. Muzikale veelkleurigheid, een opzwepende percussie, sambaballen, twinkelende gitaren, energieke gitaarriedels, blazers en … springende groepsleden die zelfs door de knieën gingen. Gevolg: een enthousiast publiek. “Suprise Hotel” en “Nadine” twee instant classic hits fungeerden als rode draad door hun set! Een concert to remember!

Altijd wel gedacht dat Saul Williams iets Duivels had, want na z’n set begon de regenleute … En toch klinkt de militante hiphopper/ poe-eet klinkt met de jaren muzikaal gematigder … meer band , meer muziek, prikkelende songs en minder ‘spoken words’/vurige raps.

Een aparte combinatie was 13 & God, The Notwist vs Themselves. De muzikale wereld samenkrijgen van indiepop, knisperende elektronica en snedige hiphop is geen evidentie . Soms vonden ze elkaar in die dromerige, slepende, groovende, dreunende indie-elektronica en hiphop, andere keren prikkelde de verscheidenheid en zoekende eenvormigheid onvoldoende. Wel leuk om ze eens bij elkaar te plaatsen, maar of de formule blijft aanslaan …

Saul Williams gaf na z’n set al eerder de aftrap , want toen we nog een glimp wouden oppikken van The Herbaliser moesten we het op een lopen zetten door de regenval. Maar ok we konden bekomen op Horace Andy die de ambetantigheden zalfde door dansbare reggae/ dancehall/dub grooves. Fijne set, maar een beetje teveel van hetzelfde …

Een stukje IamX leert ons dat ze erg populair zijn bij onze Franstalige vrienden. Heftig donderende en bezwerende Elektrorock met een galmend industrial pepersausje en een zanger die z’n publiek trachtte op te zwepen na deze fikse plensbui. We herkenden alvast “Nature of inviting”, “Cold red light” en “President. Een aangename kennismaking.

Een wrange nasmaak hield ik na de gig van Suede. Onmiskenbaar samen met Curve bepalend in de nineties door hun muziek-met-een-donker randje, die op hun beurt bands lanceerden als Elastica, Placebo en nu terug ‘hype’ en ‘hip’ worden door de heropleving van de huidige waverock van Editors, Interpol en White Lies.
Maar vanavond was de Suedemania zoek, een matige belangstelling; de band speelde nochtans op hun best, energiek  en emotievol, maar Anderson en de zijnen waren waarschijnlijk vergeten dat het publiek nog moest recupereren. Geen enkel ‘warm’ woordje kon er van af om de vonk te doen overslaan. Het leek dan maar op een routineuze klus afwerken.
We hielden van hun glamrockend concert, strak , direct, power en gevoelig, met o.m. “She”, “Animal nitrate”, “Trash”, “Can’t get enough”, “So young” en “Beautiful ones”; het kitscherige, ingetogen “Saturday night” die nog in het KC de elementen samenhorigheid, hart - breken & -verwarmen bood, kon bijgevolg vanavond hier niet prikkelen. Spijtig, want Suede kon ‘de new generation’ naar zich toe trekken.

Booka Shade warmde ons dan maar op met hun elektronic/techhouse en trance . Tja dit smaakte naar meer en brengt Underworld, Chemical Brothers dichter bij de huidige dance van o.m. Digitalism. Fijn dansbaar setje van de heren.

Dat deed The House Of Pain in zekere zin ook; net als eerder geprogrammeerde hiphopbands spreken zij verschillende generaties aan . Zanger en frontman Everlast, al serieus getekend door het leven, houdt van een Cypress Hill, Public Enemy en Fun Lovin’ Criminals. Met een live band , DJ Lethal terug in de gelederen en een extra MC speelden ze een goede, gevarieerde set tussen pop, rock, hiphop en country. Af en toe hoorden we tunes van eerder voorgenoemde MC  vrienden . 
Het waren niet allemaal “Jump arounds”, “Put your head on”, “Dany boys” en “Back from the dead”’s,  maar ook een handvol poprockend materiaal hoorden we als “Just another victim” en “Put on your shit kickets”. Tja, Everlast, FLC en Johnny Cash, die hebben wel iets gemeen. Toffe set. We misten wel het gekende HOP- logo …

Dourfestival, Dour 2011 - indrukken vrijdag 15 juli 2011

Geschreven door

Dourfestival, Dour 2011 - indrukken vrijdag 15 juli 2011
Op dag 2 waren er interessante acts te noteren van Ice Cube, Mogwai en het herenigde Pulp. Een gevarieerd aanbod van goede bands & artists die dan door de beats & pieces en visuals van Vitalic kon worden besloten .

Een eerste halt hadden we met Two Gallants en het deed band & publiek deugd elkaar terug te kunnen zien . Een intens doorleefde melodieuze rauwe rock’n’roll sound, beheerst en even uit de bocht. Het duo is er terug bij, deed ons huiveren en liet enkele oudjes als “Steady rollin’” (kan niet gemist worden tijdens een livegig) en “Despite what you’ve been told” op ons los. The God Machine van Robin Proper-Sheppard hoorden we deels in de eerste songs.
Uiterste genietbare gitaarpartijen, een schuurpapieren stem, een snijdende mondharmonica en bezwerende, opzwepende drums. Heerlijk wat het duo presenteerde. Hier kunnen The Kills een puntje aan zuigen en onze Black Box vrienden zouden net als ons even content zijn, om het Two Gallants duo op zo’n gemotiveerde wijze te zien spelen.

We hoorden even de tunes van het Franse Jamaïca. Net op de tijd om “I think I like U 2” te horen, een fijn nummertje van een even fijne gitaarpopband.

We konden niet omheen onze Franstalige vrienden Yew – de leden hebben een goede band opgebouwd en hun aanstekelijke, opzwepende en frisse folkrock werkte. Het kwintet haalde nog een paar muzikanten en vocalisten en bouwde in de ietwat grote tent een fijn feestje, waar Festival Dranouter mag gecontacteerd worden om het beloftevolle Waalse bandje te programmeren tijdens de nachturen. The Whiskey Priests, The Pogues, Dubliners en Altan vlogen om de oren. Gezellige dansbare muziek van een erg amicale band!

Het Britse Qemists hebben hun live reputatie alle eer aangedaan. Een explosief, energiek optreden met dansbare grooves, zonder de new rave van dubstep te vergeten . Ze kunnen het heel vlotjes integreren in die mix van rock, hiphop, elektronica en drum’n bass . Gitaar, bas, drums, keyboards, laptop en het opwindende duo , zangeres Jenna G en MC Dan Arnold, zorgden voor een feestje in de dancehall … Knap done, hoor …

‘Hiphop is in the house’, dierbare vrienden . Gisteren nog een (overtuigende) set van Cypress Hill, dan vandaag al overdag met Ice Cube .En morgen is er dan de House Of Pain … En overmorgen Public Enemy, netjes verdeeld dus … Ondanks de vele eenvormige ‘old skool’ gelaagde hiphopbeats en diepe basstunes zorgde hij en z’n MC ervoor dat het publiek vooraan goed waren opgewarmd, de left,  right en backside hebben het geweten. Spectaculair is het allemaal niet meer, getuige ook de laatste cd ‘I am the West’, maar het is altijd wel leuk om deze hiphopstyle en beats terug te horen.

Andere koek was Kylesa. In de Vk* intrigeerden ze in het voorjaar en al even gemotiveerd en overtuigden klonken ze in de kleine La Petite Mason dans la Prairie. Inderdaad, ze hebben een fantastische mokerslag van een plaat ‘Spiral Shadow’ en het kwintet met twee drummers speelden een prachtige mix van metal, grunge, stoner en indie. Een frontman (zanger/gitarist Philip Cope) én een frontvrouw (zangeres/leadgitariste en vrouw met ballen Laura Pleasants) verdeelden de vocals netjes onder mekaar en zorgden voor een knappe variatie van schreeuwerige en puntige vocals. Songs met een sterke opbouw en vele tempowisselingen, krachtig, energiek en vettig rockend! Wat een power …Waaw!

Mogwai moet het eerder hebben van de angst met Satan en hen plaatsen op een hoofdpodium vóór het avond wordt, is wel raar. De spanningsboog en broeierige intensiteit die ze weten op te bouwen met hun postrock deed de aandacht eerder verslappen en zakte dus wat ineen bij het daglicht. Ze behielden weliswaar het gelaagde gitaargordijn, de repetitieve opbouw en de klankkleur; de recentere songs hebben dan ook een melodieuzere ondertoon, zwellen aan , maar exploderen niet echt meer .  Plus dat ook de elektronicaritmes een ingangspoort hebben gevonden .
Opgelet, Mogwai viel niet echt uit de boot hoor, maar overdag werkt het minder, enkel met die typische “Mogwai fear Satan” en “Glasglow mega snake” was het volledig uitgewerkt volgend de oude formule van verschroeiende gitaren, drums,  gitaarxplosies, feedbackgeraas, noise , delays en pedaaleffects …

Godfathers/pioniers van de post-, sludge en experimentele metal worden ze omschreven, Neurosis met name. Geen hapklare muziek maar dit gezelschap, die al van ’85 bezig is, voegen er duistere soundscapes en samples aan toe . De bijhorende visuals tonen aan dat Neurosis geen daglicht verdraagt. Punt uit. Neurosis biedt een filmische, huiveringwekkende trip met hun slepende en krachtige melodieën en grauwe vocals. Neurosis  is een intense (pijnlijke) ervaring, en ze zijn net als Isis, Sunn O))) en Amenra uniek in hun stijl.

Pulp onder spil Jarvis Cocker, heeft de brug nog niet kunnen slaan met de jongere generatie. Dus het was rustig aan de mainstage. Dat belette niet dat de nostalgische Pulp sound er eentje was om van te snoepen .
Een praatvaardige Cocker zei dat het van ’94 was geleden dat ze hier nog waren en vroeg zich af wie er nu nog bij was. En hop “Do you remember the first?” … Luchtige, sfeervolle songs sieren het werk; Een collectie tijdloze ‘Britpop’ songs, tussen meligheid en cynisme (the words of friend Gust!), die respect afdwingen en met een mooie orkestratie en gepaste hoeveelheid beats ingevuld worden.
De dartelende ‘middle-class hero’ Cocker entertainde z’n publiek als een stand-up comedian, en betrok het publiek steevast bij de niet makkelijke songs. Maar met z’n uitgebreid collectief zorgde hij voor enkele prachtmomenten als “Disco 2000”, “Feeling called love”, “Underwear”, “This is hardcore” en “Common people”. Kitsch , glamour & glitter ontbraken niet met torenhoog hun naam en flikkerlichtjes.  We hielden van deze de man-van-alle- kunstjes. Fijne comeback – fijne set …

Een stukje Deerhoof namen we er nog graag bij om dag 2 te besluiten . Inderdaad de Amerikaanse band die het eerder houdt op een avontuurlijk geluid, met de nodige experimentjes en onder de Japanse kreetjes van Satomi Matsuzaki, zijn nog altijd even bizar, maar de toegankelijkheid sijpelt meer door . En dat maakte het ons even wat makkelijker om de nacht in te gaan, niet …

I Like Trains (iLiKETRAiNS)

He who saw the deep

Geschreven door

Het Britse ILikeTrains uit Leeds maakte het ons nu wat makkelijker met de schrijfwijze van de groepsnaam. Muzikaal zijn hun spoorstellen gesmeerd met een nieuwe cd ‘He who saw the deep’, de tweede volwaardige cd van het kwartet; de mistroostige, droevige en donker bezwerende wavepostrock blijft het uitgangspunt. Ze leunen aan The National, White Lies, Interpol en hun soulmate Editors; maar in het ILT - kader kun je niet omheen Tindersticks, Nick Cave en Joy Division. De postrock van Godspeed, Explosions in the sky, Oceansize en Sigur Ros dwarrelt in hun songstructuur.
Algemeen klinken de songs toegankelijker en fascineren ze echter met een repetitieve opbouwende, meeslepende en zweverig golvende sound, dromerig en minder gitzwart; ook de verzorgde, uitgewerkte en aanzwellende soms galmende gitaarlijnen – riedels, treffende percussie en sombere toetsen bepalen de toon. Ze worden gedragen door de baritonzang en uptempo klaagzang van David Martin, kenmerkend voor dit geluid. De voortkabbelende ritmes, de broeierige spanning  en het bedwelmende geluid zijn het sterkst op “A father’s son”, “Sea of regrets”, “Doves” en de titelsong. Tav oudjes “A rookhouse for Bobby”, “Voice of reason” en “Terra nova” van het debuut klinkt de nieuwe plaat minder intrigerend, maar de band overtuigt voldoende voor een eerbaar plaatsje binnen de wavepop.  

Lykke Li

Wounded Rhymes

Geschreven door

Twee jaar terug werd de Zweedse schone Lykke Li (Zachrisson) ingehaald als één van de nieuwe opkomende sensaties binnen de electro . Tot op zekere hoogte  … Het debuut ‘Youth Novels’ had een handvol leuke electropopsongs die naast de groove elektronicabeats zorgden voor sfeerschepping, “Breaking it up”, “Everybody but me” en “Dance, dance, dance”. Technisch vernuftig zitten haar songs wel in elkaar en binnen het genre probeert ze het boeiend te houden door voldoende variaties aan te bieden, gelinkt aan indie, dromerige soms donkere trippop en semi-akoestisch materiaal, gedragen door haar hemelse, kinderlijk aandoend stemmetje, die na verloop van tijd wat kan irriteren.  Maar bon, opnieuw een handvol leuke songs vinden we terug als “I follow rivers”, “Rich kids blues” en “I know places” . De ‘60s style van een ‘My boy lollipop’ dringt door op “Sadness is blessing” en “Silent my songs”. Een gelaagd en geslaagd plaatje , maar het biedtt geen toegevoegde waarde!

Bright Eyes

The People’s Key

Geschreven door

Sing/songwriter Conor Oberst heeft al een pak platen onder Bright Eyes, maar nu was het toch een kleine vier jaar geleden dat hij terug met een eigen full band opereert . Tussen de vorige cd ‘Cassadaga’ en ‘the people’s key’ bracht hij twee cd’s onder eigen naam uit, was er Monsters Of Folk - project en hadden we z’n participatie in het artiestenproject tegen de anti-immigratiewetgeving.
Broeierige en meeslepende americana/country/folkpop blijft het muzikale credo van Bright Eyes, waarbij we enkele fijne songs noteren als “Firewall”, “Shell games”, “Jejune stars”, “Haile selassi” en “Triple spiral”. Sommige klinken wat rauwer. Ook het meer integere werk is beslist de moeite als “Approximate sunlight” en het dromerige “A machine spiritual in the people’s key” . Op “Ladder song” klinkt Oberst uitermate sober op piano.
De ‘open mind troubadour’ zorgt op die manier voor voldoende variatie maar onderscheidt zich niet van vorig werk , wat niet wil niet zeggen dat we  met mindere songs te maken hebben. Hij is in al z’n projecten zichzelf en denkt na over de kleine dingen (zichzelf ) en de grote dingen (wereld), en zet het om in puike songs. Goede plaat opnieuw .

Rock Zottegem 2011: vrijdag 8 juli 2011

Geschreven door

Rock Zottegem 2011: vrijdag 8 juli 2011
Met alweer een gedurfd uiteenlopende programmatie zijn de organistoren van Rock Zottegem 2011 er in geslaagd de twee dagen volledig uit te verkopen. Met op de affiche totaal contrasterende acts als De Jeugd van Tegenwoordig vs. Status Quo op vrijdag, of Channel Zero vs. Simple Minds op zaterdag, slaagde men er toch in 2 x 12000 festivalgangers naar Zottegem te lokken. Dit resulteerde in een kleurrijk pallet van concertbezoekers: Die-hard metalfans voor Channel Zero, de Vlaamse jeugd van tegenwoordig voor de Jeugd Van Tegenwoordig, grijzende rockers voor Status Quo en ook de occasionele festivalganger (voor Simple Minds of Levellers) vond hier dit weekend zijn gading!

dag 1: vrijdag 8 juli 2011
Vrijdag waren we nog net op tijd binnen om enkele dikke flarden van The Sore Losers te aanschouwen. Het luttele kwartuurtje dat we echter nog konden meepikken liet ons weliswaar naar meer smaken. We hoorden een band in topform, met tevens een pakket goeie stevig rockende songs onder de arm. Moeten we deze zomer zeker nog eens uitchecken! En dat Cédric Maes zijn gitaar lekker vettig kan laten scheuren, dat wisten we nog van zijn tijd bij het veel te vroeg ter ziele gegane El Guapo Stuntteam! Ondanks hun krachtige set konden de Losers het publiek niet tot voor het podium bewegen. Jammer, maar dit hebben Maes en de zijnen ongetwijfeld nog te goed, want er is overduidelijk nog een mooie toekomst weggelegd voor deze topband !

Wel veel (jong) volk vooraan voor de Jeugd van Tegenwoordig. In een mum van tijd kreeg deze bende de Vlaamse jeugd van tegenwoordig aan het hossen en springen, en ging het dak van de tent (?). Muzikaal stelt dit uiteraard niet veel voor, er wordt immers hoegenaamd NIETS live gemusiceerd, maar Zottegem lustte er wel pap van. Hoogtepunten uiteraard “Deze Donkere Jongen Komt Zo Hard”, “Hollereer”, “Sterrenstof” en zo nog een paar ...

Next up : Status Quo. De Quo fans hadden zich het afgelopen uur wijselijk achteraan in de tent (lees : aan de toog) verscholen, maar schoven nu ‘en masse’ naar voor, voor hun helden van de dag. De vele Quo Shirts op het terrein lieten ons immers al vermoeden dat deze band -uit de tijd dat de dieren nog konden spreken- wel degelijk nog een fervente fan-base hebben. Gitaristen Francis Rossi & Rick Parfitt runnen hun zaakjes met Quo immers reeds vanaf de late jaren 60. In den beginne – in volle psychedelica periode -  nog een typische 60’s band binnen dit idioom, die later in de vroege 70’s transformeerde in een goed geoliede boogie rock machine. En sleet zit er nog niet op ! Dik anderhalf uur Status Quo verveelt immers geen minuut. Alhoewel … correctie : toch 3 minuten, met name tijdens het nog steeds niet te pruimen gedrocht “In The Army Now”.
Voor de rest alles wat we wilden horen : De grootste hits + een knappe selectie uit het vroegere werk,  waarvan we vooral een schitterend “Mean girl” en een stomend “Big Fat Mama” onthouden ! De enkele songs uit de nieuwe CD ‘Quid Pro Quo’ die ook in de ring gegooid werden, konden weliswaar niet wedijveren met het oude werk, maar stonden toch behoorlijk hun mannetje ! En wie anno 2011 nog wegkomt met Chuck Berry als bis, kan niet anders dan stevig in zijn schoenen staan.

Ook stevig in hun schoenen: Papa Roach ! Frontman Jacoby Shaddix zette de tent binnen geen tijd naar zijn hand en liet die niet meer los. Hun 90’s nu-metal (toen noemde dat nog zo) slaat nog steeds aan en verwonderlijk hoe goed het jonge publiek hun repertoire kent.
De knaller “Last Resort”, een dijk van een song, dateert immers alweer van een dikke 11 jaar terug, maar toch wordt die woord voor woord meegezongen. Ook het recentere “Scars” (2005) bleek zo een meezinger van formaat. Dit alles heeft de band vooral te danken aan een sterke live act met een prominente hoofdrol voor Shaddix, die naast een krachtige stem ook perfect alle technieken beheerst – inclusief de juiste look en imago (heel belangrijk binnen dit genre !?) - om het publiek continu op te zwepen en er een broeierig feestje van te maken. Hoogtepunten : “Between Angels & Insects”, “Getting Away With Murder” en natuurlijk “Last Resort” !! Voor wie ze gemist heeft : herkansing in Dour dit weekend !!

Organisatie: Rock Zottegem, Zottegem

Rock Zottegem 2011: zaterdag 9 juli 2011

Geschreven door

Rock Zottegem 2011: zaterdag 9 juli 2011
… Dag 2 : Terug net iets te laat om de volledige set van The Van Jets mee te pikken, maar wat we alsnog mochten aanschouwen mocht er best wezen : o.a. een  heel sterk “Down Below” met knappe gitaar intro van Johannes Verschaeve en een gedreven “The Future” als finale !

Het uit Los Angeles afkomstige The Airborne Toxic Event zorgde hierna voor de verrassing van het festival. Een band die deels opereert in het kielzog van grotere namen als Editors of White Lies en dus tevens teruggrijpt naar de betere 80’s new wave, maar daarnaast op plaat ook soms verrast met een nogal orkestrale aanpak ! Dit laatste werd live achterwege gelaten, of gereduceerd tot de vioolpartijen van Anna Bulbrook, dit ten faveure van een meer rock georiënteerde aanpak. In combinatie met de passie en bevlogendheid van zanger / gitarist
Mikel Jollett resulteerde dit in Zottegem in een heel knappe strak gespeelde set met als hoogetpunten onder andere “Sometime Around Midnight”, “Gasoline” en als toetje nog een stukje Springsteen (“I’m on  fire”) en een lekker stampend “I Fought The Law”. Alweer een band om in de gaten te houden !

Nog meer violen op de planken bij de ervaren ratten van The Levellers. Een band die het zich kan permitteren om meteen in huis te vallen met zijn bekendste song, “One Way”, kan niet anders dan bol staan van zelfvertrouwen ! En of .... het werd meteen duidelijk dat deze heren nog steeds op het scherp van de snee spelen. Het ene moment stevig folky rockend, om meteen daarna de semi-akoestiche toer op te gaan (remember “What a Beautiful Day” ?). Zanger Mark Chadwicks’ stem is herkenbaar uit de duizenden, gewoonweg perfect voor dit genre, en bassist Jeremy Cunningham moet nog steeds zowat de lelijkste mens uit de hele rockbusiness zijn, wat uiteraard niets afdoet aan zijn muzikale kwaliteiten ! Absolute climax binnen een Levellers set is en blijft “Liberty Song”, simpelweg omdat dit een quasi niet te evenaren (folk) rock classic is ! Uitermate sterk en opwindend, alsof ze nagezeten werden door een horde wilde honden, was het sextet in de snelle folknummers, met telkens een glansrol voor violist/fiddler John Sevink ! Simpelweg genieten dus van onder andere het sublieme “Cholera Well” en hun versie van Charlie Daniels’ “The Devil Went Down To Georgia”, een vergeten Southern Rock classic uit 1979 ! (ooit ook door Primus van onder het stof gehaald, maar dan lichtjes anders geinterpreteerd).  The Levellers in Zottegem : Veni ! Vidi ! Vici !

Channel Zero kwam ook, zag ook en overwon Zottegem ook. Hun loeiharde set schoot meteen flink uit de startblokken met een fel “Suck My Eenergy”. Franky De Smet Van Damme had er duidelijk zin in en gierde en schreeuwde (en zong soms ook) als een bezetene ! Een paar weken geleden presenteerde de band hun nieuwe CD – de eerste met nieuwe gitarist Mike Doling (Ex Soulfly) - en stonden ze ook al op Graspop als vervanger voor Ozzy himself. De set van vanavond bestond dus voor een groot deel uit die nieuwe nummers, maar toch bleek duidelijk dat deze minder sterk zijn dan het vroege werk. ‘Oudjes’ als “Fools Parade” en eerste bis “Help” staken er mijlenhoog bovenuit. Het moet gezegd, die laatste is en blijft een wereldsong ! Afsluiter was een snoeihard “Black Fuel” en ik heb zo een sterk vermoeden dat heel Zottegem en omstreken hiervan kon mee ‘genieten’

Ondertussen reeds zondag en wachten op Simple Minds. Die hadden eerst nog iets af te handelen in Werchter en stonden hier dus vrij laat geprogrammeerd. Om kwart voor één maakten Jim Kerr en de zijnen (met nog steeds oudgedienden Charlie Burchill & Mel Gaynor in de rangen) hun entrée met een eerste classic “Waterfront” . Onnodig te zeggen dat vooraan in de tent nagenoeg de hele populatie gewisseld was. Wat volgde was een  knappe, zij het weing verrassende en routinematige ‘greatest hits’ set (hoe kan het anders, met zo een back-catalogue).
Als we toch songs moeten naar voor schuiven, dan houden we het bij “Someone, Somewhere in Summertime”, een alweer schitterend “Belfast Child” of de serieus opgepepte versie van “New Gold Dream”. Jammer genoeg weinig ouder werk – vooral “I Travel” misten wij – maar dat is dan ook maar een kleine smet op hun (2e) prestatie van die dag ! (Misschien toch even hun setlist eerder die dag op TW Classic checken ….)

Toch een waardige hekkensluiter voor een alweer geslaagd  en gevarieerd Rock Zottegem 2011 !! CU next year !

Organisatie: Rock Zottegem, Zottegem

Cactusfestival Brugge 2011: vrijdag 08 juli 2011 – Vrouwen charmeren

Geschreven door

Cactusfestival Brugge 2011: vrijdag 08 juli 2011 – Vrouwen charmeren
De 30ste editie van het Brugse Cactusfestival was uitermate geslaagd. Cactus wentelt zich in zijn relatieve kleinschaligheid. Ruim 25000 bezoekers over de drie dagen konden genieten van het brede muzikale recept van de organisatie. Wat steeds een groots succes blijkt … ‘See, Feel the world’ luidt hun credo, wat de versmelting betekent van verschillende culturen en muziek, hetgeen de variëteit onderstreept. De formule bleef ongewijzigd: één podium, diverse stijlen van muziek, heerlijke spijzen, animatie, sfeer, gemoedelijkheid en … kindvriendelijk.
… ‘the best European small festival’ … het is de crew van Cactus een hart onder de riem …
Veel goede muziek dus over de drie dagen én grote namen die niet teleurstellingen!

dag 1: vrijdag 8 juli 2011 – Vrouwen charmeren …
Feest Op Cactus! Lady Linn & Her Magnificent 7 zorgden meteen voor een feestje op Cactus. Inderdaad een leuke, ontspannende opener kan haast niet voor het amicale, pittoreske festival. De vrolijke tunes van het poppy ‘jumpin’ jive ballroom jazz’ ensemble zorgden voor de eerste zonnestralen aan de betrokken hemel. Een uiterst genietbare set van de charismatische band olv Lien De Greef, die in het werk van de twee cd’s grossierde. De aanstekelijke instrumentatie scoorde hoog op songs als “Little bird”, “I don’t wanna dance”, “Cry baby” en “A love affair”. Origineel was “Lady L on a Mission”, met een knipoog naar Katy B’s on a Mission”. De rij leuke songs gingen erin als zoetekoek, een voorname sfeermaker én als opener van het festival kan dit gelden!

Kate Nash - Het feminisme draagt ze sinds de laatste cd ‘My best friend of you’ torenhoog in het vaandel. Tekstvellen hieromtrent slingerde ze om ons heen, maar minder heftig en agressief als voorheen! Ze gaf muzikaal haar materiaal een verrassende wending … girl ‘power’ rock doordrongen van haar ervaring bij de punkband The Receeders, waar ze een flinke keel kon opzetten. Een ruwe bolster die de frustraties van haar af zingt, krijst en schreeuwt ( maar nét niet uitspat!) ten nadele van de frisse, onschuldige, dromerige ‘60s girl ‘bubblegum’ pop van het debuut ‘Made of bricks’.
Lady Linn had vanavond alvast de juiste hoeveelheid babbelwater en – muziek gegeven aan de Britse. De krolse kat in de opvallende outfit klonk bij haar vorige optredens (Bota en op Pukkelpop) maar matig; ze haspelde letterlijk haar songs af en keek bijna niet naar haar publiek. Op Cactus was het dus anders … een evenwichtige, enthousiaste dame die met haar ‘female’ begeleidingsband  prikkelde en de rocksongs dynamiek en pit bood. Als een wervelwind ging ze tekeer … Ze was strak, bedreven, punky op de gitaar, en hield de eerste rijen in haar klauwen op “Love you more”, “Do wah doo”, “Kiss that girrrl” en “Model behaviour”; “Foundations “en “Pumpkin’ soup” waren op hun beurt dan meeslepend en emotievol door het pianospel.
Ze amuseerde zich kostelijk en betrok de eerste rijen in het gebalde materiaal. Zo zagen we haar graag … Wat een ‘chinchilla’ …

Na zomerse en rockende tunes hadden we met de beeldschone feeërieke Schotse Isobel Campbell (ex Belle & Sebastian) en Mark Lanegan, de vrouw – man tegenstelling, een onmogelijke mogelijke samenwerking, die het rustpunt van de avond betekende. Al drie cd’s lang weten de ‘beauty & the beast’ te boeien.
De muzikale magie tussen beiden op plaat is op een podium en openlucht andere koek. Hun ‘nighttripsongs’ lieten de avondzon maar mondjesmaat toe. De lichtvoetige country van de laatste cd ‘Hawk’ en de dosis luchtigheid van swingende countrypop werden geweerd, en het duo hield het met de band op donker dreigende en dromerige, sfeervolle songs
bepaald door Lanegan’s grauwe, krakende zegzang en Campbell’s frêle, hemelse zang, backing vocal en neurie.
Druilerige, bezwerende americana in countryblues gedrenkt, doopten het Minnewaterpark om tot een soort ‘film noir’ soundtrack. Met de begeleidingsband werden een pak songs kort en kernachtig gespeeld, waaronder “You won’t let mee down again”, “Who built the road”, “The circus is leaving town”, “Back burner” en “Time of the season”.
… Een aparte Engelen – Duivels stijl van dit excentrieke duo … De organisatie heeft altijd ‘zoiets’ klaar die je op een hoofdpodium op een festival  niet direct te zien krijgt; het onderstreept de brede programmatie en diversiteit !

Even mooi ogend en ook uit Schotland afkomstig als Isobel Campbell is KT Tunstall die in een vorig leven deel uitmaakte van het worldfolkensemble Oi Va Voi. Ze bouwde al een aardige solocarrière uit en er de belangstelling was groot om Tunstall en Co aan het werk te zien.
Aanstekelijke, potige en hartverwarmende gitaarpoprock is de muzikale noemer van haar drie cd’s en de lekker in het gehoor liggende sound zorgde voor een puike respons. Live drongen de synths wat forser door.
Als een volleerde Melissa Etheridge palmde ze het publiek in met hapklare songs als “Other side of the world”, “Black horse & cherry tree”, “Lost”, “Saving my face” en “Suddenly I see. Binnen het rockconcept niet verrassend, maar een spannend opbouwende set leverde ze af!

Tot slot op de deze eerste avond hadden we de 66 jarige Bryan Ferry. Samen met Brian Eno heeft hij met Roxy Music een bepalende stempel gedrukt op de Britrock. De zanger van Roxy Music heeft al een stijlvolle solocarrière achter de rug en kan als geen ander de vrouwen charmeren.
Naast de talentrijke dames die we eerder op de avond zagen, kon deze succesvolle stijlicoon niet ontbreken! Hij is aan een volgende (derde?) adem toe en met zijn nieuwste album ‘Olympia’ trok hij met een uitgebreide band (ouwe getrouwen en jong talent!) dito backing vocalistes/danseressen op tournee.
Na veertig jaar krijgt hij nog steeds iedereen moeiteloos naar zijn hand. ‘A nice mixture’ serveerde Ferry en Co, van de romantica “Slave to love”, “Don’t stop the dance” naar de wisselend gespeelde covers “I put a spell on you”, “Just like torn thumb’s blues” (Dylan) , Neil Youngs “Like a hurricane” en “What goes on” (VU) tot overtuigende versies en synchrone dansjes op “Make you feel my love”, “Editions of you” en de RM classics “Avalon”, “Love is the drug”  en “Let’s stick together” . In de geest van RM en in kijker speelde de saxofoniste zich! Finaal besloten de tunes van “Jealous guy” (Lennon song btw!).
Ferry stond voor de dames garant als Elegante Schoonheid en Eenzame Klasse …

Organisatie: Cactus Club, Brugge

Cactusfestival Brugge 2011: zaterdag 09 juli 2011 - de vibe in de hangmat

Geschreven door

Cactusfestival Brugge 2011: zaterdag 09 juli 2011 - de vibe in de hangmat
Tweede dag van het Cactusfestival die aan een gezapig tempo op gang kwam, op een festival waar het sowieso al bijna even belangrijk is om wat in de hangmatten te chillen, een mojitootje of ontibetaanse Tibetaanse schotels te nuttigen of op de kinderen te letten die overal rondhangen. Dat en de aangename locatie zijn toch de sterkte van het festival, eerder nog dan de brede muzikale programmatie die dit jaar, misschien de laatste jaren een beetje aan eigenheid verloren heeft, omdat wereldmuziek misschien al andere nichefestivals gevonden heeft, omdat de tijden zo zijn, omdat er vooral muziek geprogrammeerd moet worden die aangenaam bij de zomersfeer past, en bij een breed publiek kan aansluiten.

Dat was zo’n beetje de indruk tot voor het schitterende afsluitende concert van een de bassen doorblazend Lamb, maar dat is voor straks.

Neen, eerst pintje gedronken tijdens het concert van Cold War Kids. Gitaarrock zou ik zeggen, uit LA dan nog, dus dan kan je niet zo heel veel verkeerd doen. Uitstekende stem van de leadsinger, eigenheid zou je zelfs kunnen zeggen. Ze lijken hard te werken, lijken het te menen, en volgens de bio timmeren ze al een tijdje aan de weg. Respect zonder meer. Goeie songs, niks al te memorabels, maar het is ook geen pretje om zo vroeg al een nog toestromend publiek in te pakken.

Janelle Monae heet een Prince-protegé te zijn en dat is in mijn ogen niet altijd een garantie, omdat hij zijn artiesten te vaak in hetzelfde vijvertje dat een muzikaal ghetto dreigt te worden zoekt en niemand nu eenmaal het talent van ‘His Royal Badness’ heeft. In ieder geval was het visueel een spektakel, met een veelkoppige band die soms haast een soort bigbandsound weet te creëren. Heeft volgens de persmap wat hitjes gescoord, maar niks wat bij mij beklijft. Nominaal zal dit wel soul zijn, maar laat net nu de ziel verstek hebben laten gaan. Op dat vlak bood het vond ik te weinig, maar het was wel heel leuke zomermuziek, zonder uitschieters, met Stevie Wonder en Jackson 5 covers, met leuke confetti en nog leukere ballonnen, enigszins uitzinnige vestimentaire attributen en een publiekinteractie waar het publiek dan wel pap van lustte. Feestje.

Tegen de vooravond kwam Triggerfinger op, en het is een beetje een raadsel in een mysterie in een enigma, of hoe gaat het citaat weer, wat die hier te zoeken hadden. Ze brengen een soort macho rootsrock die in bepaalde omstandigheden grappig zou kunnen zijn, of mits de nodige lichtheid ‘tongue in cheek’, maar dit stak zo hevig af bij de algemene programmatie, de sfeer van het festival, dat ik het allemaal niet goed snapte. Als je van het genre houdt zal het best nog wel iets hebben, maar toch al zeker geen grootse songs. Eerder iets voor zwetende achterafzaaltjes waar je mazout mag staan drinken tot je onmachtig jezelf beplast, Freddy Devadder-gewijs. Maar kom, ieder zijn lol.

Het contrast met Lyle Lovett kon haast niet groter zijn, hoewel ze uiteindelijk beide in de Americana-vijver vissen. De jongere generatie was ondertussen aan het bier, of voedsel aan het inslaan. Lovett en band is zo ongeveer country, zijn band lijken zo allemaal musician’s musicians en het arsenaal songs waar hij uit kan putten is toch heel rijk. “She’s no Lady” als afsluiter, wat me net iets te ironisch is qua tekst (het is gewoon waar). De tragere nummers als “I will rise up” genoten de voorkeur, uptempo heeft dit genre een te hoge hillbillyfactor.

Hooverphonic bracht een mooie doorsnee van een ondertussen al behoorlijk uitgebreid oeuvre en daar zitten toch een aantal miniklassiekers tussen. Nog altijd vind ik “2 Wicky” het beste, maar “Mad About You” en al die anderen waarvan de namen me soms een beetje ontsnappen staan garant voor kwaliteit. Het is sfeermuziek waar ik me graag met mate in onderdompel. Eerste keer dat ik Noémi Wolfs (de naam!) te horen kreeg en niks dan lof, sluit heel mooi aan bij de vroegere sound. Zonder meer een heel mooie stem. Uiteindelijk ook daarom dat Alex Callier een beetje minder mocht zeuren tussen de nummers in, en er hoeven niet te veel gitaren bij het Hooverphonicgeluid. En iemand mag hem wel eens het verschil tussen heten en noemen uitleggen.

Afsluiter was Lamb en dat werd wel degelijk het hoogtepunt van de dag. Volgens Lou Rhodes hadden ze in Slovakije de dag ervoor een uurtje geslapen, misschien dat ze daarom nog wat doof waren. De bassen stonden te luid maar tegenwoordig word je toch al verondersteld oordopjes mee te hebben, dus dat kwam allemaal in orde. Nieuwe nummers van een nieuwe CD konden nog niet helemaal beklijven, maar ik wil gerust na een nieuwe luisterbeurt mijn mening bijsturen. Wat veel gitaren, en bij bepaalde bands hoeven geen gitaren wat mij betreft. Bovendien waren de oudere nummers stuk voor stuk klassiekers, van “Gabriel” tot “Angel”, om de rillingen bij “Gorecki”, zo’n ‘lost classic’ uit de nineties, niet te vergeten.
Heel dankbare band, ze zijn blijkbaar net als het publiek aan de fase van koters toe en ja, dat werkte op een of andere manier. Ze houden van de sfeer, net zoals de toeschouwers en zullen dus wel blijven terugkeren, hoop ik.

Organisatie: Cactus Club, Brugge

Cactusfestival Brugge 2011: zondag 10 juli 2011 - Junip, Iron & Wine en Mogwai bezorgden Brugge de mooiste verjaardagsgeschenken

Geschreven door

Cactusfestival Brugge 2011: zondag 10 juli 2011 - Junip, Iron & Wine en Mogwai bezorgden Brugge de mooiste verjaardagsgeschenken
Toen we afgelopen zondagmiddag het Brugse Minnewaterpark betraden om ons op te maken voor de derde en afsluitende dag van het Cactusfestival merkten we op dat er al veel vroege vogels aanwezig waren en dan hadden we niet meteen onze gevederde vrienden in het vizier maar wel het aantal toeschouwers op die er op tijd bij waren om de eerste groep aan het werk te zien.

Intergalactic Lovers (***)
Verwonderlijk was de mooie opkomst op het vroege uur niet want met Intergalactic Lovers  stond één van dé Belgische beloftes op het podium. Sinds hun op diverse rockconcours bijeengesprokkelde overwinningen en hun eerder dit jaar uitgebrachte debuutalbum ‘Greetings And Salutations’, gaat hun naam vlot over de tongen en dit is ook de programmatoren van clubs, concertzalen of festivals niet ontgaan. Het aantal evenementen waar Intergalactic Lovers niet present tekenen, is wellicht op één hand te tellen.
Ook in Brugge klonk de bij wijlen donkere, dromerige en sensuele indiepop en –rock mede door vooral de aan Leslie Feist en Chan Marshall (Cat Power) verwante vocalen van de in het oog springende frontvrouw Lara Chedraoui overtuigend. Het openingsnummer van hun debuut, « Shewolf », was meteen ook het startschot van hun set en Chedraoui leverde geruggensteund door Maarten Huygens (gitaar), Raf De Mey (basgitaar) en Brendan Corbey (drums), een mooie prestatie af. Onder meer de singles « Fade Away » en « Delay » werden gezwind gebracht en vooral bij laatstgenoemde was de aanleiding tot heupwiegen laagdrempelig van aard.
De toekomst van deze vanuit Aalst opererende groep oogt veelbelovend.

Junip (****)
José González, de in Zweden geboren zanger met Argentijnse ouders heeft van eenvoud en soberheid zijn handelsmerk gemaakt. Met behulp van een akoestische gitaar, zachte vocalen en sporadisch wat geringe percussie heeft hij – mede door een Sony reclamefilmpje – harten over de hele wereld veroverd. Getuige vooral zijn totaal uitgeklede akoestische versie van « Hartbeats », oorspronkelijk uitgebracht door zijn landgenoten The Knife.
Mede door zijn crescendo gaande solocarrière dienden de activiteiten van zijn oorspronkelijke groep Junip waarvan González samen met Tobias Winterkorn (keyboards) en Elias Araya (drums) deel uit maakte, enkele jaren op non-actief gezet te worden. Pas vijf jaar na het debuut, de EP ‘Black Refuge’, verscheen vorig jaar dan toch het prachtige fullalbum ‘Fields’.
Er zou zelfs een tournee aan gekoppeld worden maar het Europese luik ervan, inclusief het geplande concert in februari van dit jaar in De Kreun in Kortrijk, diende noodgedwongen geannuleerd te worden ingevolge oververmoeidheid bij González.
Maar intussen gaat het met hem al heel wat beter want we zagen González enkele maanden terug aangevuld door het ensemble ‘The Göteborg String Theory’, nog schitteren als afsluiter van het Domino festival in de Brusselse AB.
En meer zelfs, voor wat betreft Junip kreeg ons land een herkansing doordat zij deze zomer niet alleen op Les Ardentes zouden aantreden maar daags nadien ook op het Cactusfestival geprogrammeerd stond.
Op het podium bleek het trio uitgebreid te zijn tot een vijftal en waar González doorgaans concerteert
in zijn typische introverte houding, deels voorovergebogen over zijn akoestische gitaar, bleek hij de nummers van Junip rechtopstaand uit te voeren en oogde hij zelfs erg opgewekt.
De extra inkleuring via percussie, synthesizer, moog, basgitaar en al dan niet elektronische drum gaf de nummers extra cachet. « Without You » klonk Oosters en bezwerend, « Far Away » was bijzonder ritmisch en « Always » voelde erg zomers aan en nodigde het publiek uit om languit en wegdromend in het park te gaan liggen. Waarop een deel van het publiek de daad bij de gedachte voegde. « In Every Direction » was dan weer een erg expressieve afsluiter met bepalende piano- en synthesizerklanken.
De groep speelde secuur en had duidelijk oog voor details, te rekenen vanaf iedere intro tot en met de bijhorende outro. Dit leidde tot een set die in alle betekenissen af was en Junip zorgde daarmee voor een eerste hoogtepunt van de nog prille dag.

Staff Benda Bilili (****)
Veel minder ingetogen maar des te uitbundiger en feestelijker ging het er na aan toe met het  Congolese Staff Benda Bilili. De kern van deze formatie bestaat uit mindervalide muzikanten die ingevolge polio gedwongen zijn tot een bestaan in een rolstoel of zich dienen te behelpen van krukken. Omdat geen enkele andere groep hen wou, besloten ze samen te spelen en werden ze omringd door enkele jongelingen die het harde straatleven van Kinshasa probeerden te ontvluchten. Eén van hen is Roger Lunda die via het bespelen van de zogenaamde Satongé, een zelfgemaakt instrument louter bestaande uit een blik met daaraan verbonden een stukje hout en één gitaarsnaar, sterk bepalend is voor het geluid van de groep.
Mede door Vincent Kenis, gespecialiseerd in Congolese muziek, werd hen de mogelijkheid geboden een album, getiteld ‘Très Très Fort’ (2009), te maken in de zoo van Kinshasa en deze  te laten verspreiden via Crammed Discs. De documentaire ‘Benda Bilili!’ die vorig jaar in de selectie van het Cannes filmfestival werd opgenomen, bezorgde hen een terechte en grotere  bekendheid.  
Vooraleer u als lezer denkt dat een concert van Staff Benda Bilili een meelijwekkende aanblik biedt, geven we meteen mee dat de groepsleden steevast het tegendeel bewijzen door met een brede glimlach en een ferme dosis expressie te musiceren aan de hand van - wegens geldgebrek - primitief ogende instrumenten. Dit alles werkt aldus zo aanstekelijk dat het hen na onder meer eerdere passages op enkele festivals wereldwijd, waaronder ook  Couleur Café van vorig jaar, weinig moeite koste om ook Brugge te laten onderdompelen in de rijkelijke combinatie van Congolese rumba, blues, funk en reggae.

Joan As Police Woman (***)
Ook de Amerikaanse Joan Wasser kende haar portie ongeluk toen haar toenmalige vriend, zanger en liedjesschrijver Jeff Buckley, na een zwempartij in de Mississippi vroegtijdig het tijdige voor het eeuwige diende te verruilen.
Na dit verlies maakte ze onder meer deel uit van Antony and the Johnsons en begeleidde ze ook Rufus Wainwright maar ze vond stilaan haar eigen weg en is sinds enkele jaren een eigen carrière aan het uitbouwen onder de artiestenbenaming Joan As Police Woman. Na eerder ingetogen platen als ‘Real Life’ (2006) en ‘To Survive’ (2008) verscheen dit jaar het hoopvolle en opgewekte ‘The Deep Field’ (2011). Daarop kiest ze ook voor een meer uitgebreide instrumentatie en gaat ze tevens meer de blues- en soulsfeer opzoeken.
En dit vormde ook de rode draad doorheen haar concert in Brugge. Of moeten we zeggen ‘witte draad’ want het trio trad nagenoeg helemaal in het wit op.
« The Action Man » klonk nog wat aarzelend maar met « Magic », « Chemmie » en « Flash » werd dit helemaal weggewerkt. Wasser bespeelde deels gitaar deels keyboards en klonk erg zelfverzekerd. Er werd ook ruimte vrijgemaakt voor interactie met het publiek, getuige het feit dat toen een fan een bordje omhoog hield met daarop gepend - zinspelend op haar artiestennaam - de boodschap dat hij schuldig was en ze hem in de handboeien mocht slaan, repliceerde dat hij haar maar beter niet uitdaagde. Ondertussen knipoogde ze naar haar begeleiders van dienst, drummer Parker Kindred en toetsenist Rob Gentry.
De stemvervormer waarvan ze op geregelde tijdstippen gebruik maakte, had voor ons echter niet gehoeven. Gelukkig waren er ook nog sporen terug te vinden van de melancholie van weleer en als dit werd gecombineerd met een hoeveelheid zachte soul gaf dit mooie resultaten zoals bij « Kiss The Specifics » en « Save Me » (opgedragen aan alle vrouwen, en dit naar aanleiding van het feit dat Snoop Dogg op Les Ardentes – waar Joan As Police Woman ook had opgetreden – opmerkelijke vrouwen bij zich had).
Nadat ze heel wat mensen uit haar entourage en de platenfirma dankte, sloot ze haar set met een strak en stevig « I Say Yes » af.

Gentleman & The Evolution (**)
Veel minder overtuigend was het concert van Gentleman & The Evolution. Frontman Tilmann Otto uit Duitsland houdt vooral van reggae en dancehall en wil dit aan de gehele wereld kenbaar maken. Alleen was het jammer dat dit alles nogal klinisch en te gepolijst klonk om te bekoren en daarbij heel wat goedkope clichés en te gekende gadgets uit de kast werden gehaald die het verjaardagsfeestje van Cactus – het festival was aan zijn dertigste editie toe -  geen extra glans verschaften. Vragen om met de handjes te zwaaien (had Regi Penxten daar geen eigendomsrecht op verworven?) en de oproep om het gebruik van marihuana te legaliseren, klonken iets te geprogrammeerd in de oren. Het gevolg was dat de door Otto geliefkoosde verruimende middelen hun doel voorbijschoten (of in casu –rookten) en dat behalve de eerste rijen het overgrote deel van het park verstoken bleef van de lust- of roesopwekkende effecten die de formatie hoopten te brengen.
Tilmann Otto kwam de plaat ‘Diversity’ voorstellen maar de diversiteit bleef uit. Ook de achtergrondzangeressen die met hun vocalen wat extra gelaagdheid aanbrachten konden de balans niet naar het positieve doen overhellen.

Iron And Wine (****)
Neen, dan kon het concert van Iron And Wine veel meer bekoren én verrassen. Want deze groep onder aanvoering van Samuel Beam, een Amerikaanse singer-songwriter, onderging de jongste jaren een opvallende gedaantewisseling. Zo is er sinds de plaat ‘The Shepherd’s Dog’ (2007) geen sprake meer van loutere lo-fi miniatuurtjes maar wordt gebruik gemaakt van een uitgebreider instrumentarium, een gegeven dat zich helemaal doorzette op de recentste plaat ‘Kiss Each Other Clean’ (2011).
Ook op het podium werd dit nog eens onderstreept en zelfs geaccentueerd doordat Beam met acht begeleidende muzikanten optrad. Dit bezorgde het songmateriaal een vollere en rijkelijkere klank. En dit pakte goed uit.
Een opvallende rol was er weggelegd voor de saxofoon of klarinet die bijvoorbeeld een mooie aanvulling vormde voor de twee achtergrondzangeressen tijdens « Summer In Savannah » of  « House By The Sea » met samenwerking van enige drums en percussie een mooi ritme aanmat.
Andere hoogtepunten waren onder meer « Walking Far From Home », het rustige « My Lady’s House » en « Wolves (Song Of The Shepherd’s Dog) » waarbij volgend op een subtiele intro een lang uitgesponnen instrumentaal tussenstuk, voorzien van elektronica, stevige gitaarpartijen en bijhorende wah wah effecten, zich aanbood maar de groepsleden er toch in slaagden om uiteindelijk het nummer in alle rust een zachte buiklanding te laten maken.
De passage van Iron And Wine was er eentje voor de fijnproevers.

Arsenal (***1/2)
Als u weet dat onze Belgische Arsenal in april van dit jaar in een mum van tijd vijfmaal de Brusselse AB liet vollopen nog vooraleer de nieuwe plaat ‘Lokemo’ het daglicht zag, zal het u wel aannemelijk klinken dat de groep rondom het producersduo Hendrik Willemyns en John Roan weinig of geen introductie behoeft.
Wat kan gezegd worden voor Intergalactic Lovers geldt evenzeer voor Arsenal. Tenzij u deze zomer een wereldreis maakt of blijft opboksen tegen een onoverwinnelijke festivalvrees, is de kans dat u als muziekliefhebber de groep ergens op een podium mist, nagenoeg onbestaande.
En waarom zou u ze eigenlijk willen ontlopen? Hun mix van warme, exotische en opzwepende geluiden en ritmes leunen zich uitstekend om live te brengen. En wat de groep zondag op de planken tentoon spreidde, vormde hierop geen uitzondering. Er mocht gedanst worden en naar believen gebeurde dit ook massaal bij nummers als « Estupendo », « Personne Ne Bouge », « Lokemo », « Saudade » (opgedragen aan Mario Vitalino Dos Santos die zich in het publiek zou hebben bevonden) of de nieuwe klassieker in wording « Melvin ».
Ook bij « Mr. Doorman » (met een mooie elektronisch intro die donderslagen imiteerden) en « One Day At The Time » was het een hele opgave om stil te blijven staan.
In tussentijd was er ook ruimte voor wat rustigere passages in de vorm van « Pacific » en « High Venus » uit de nieuwste plaat en voor een stevige versie van « Longee » met puik gitaarwerk van Bruno Fevery.
Arsenal kwam, speelde maar overwon net niet helemaal. Net als bij de gelijknamige Engelse voetbalclub die jaar na jaar bij de aanvang van de competitie in de Premier League als  gedoodverfd titelkandidaat naar voor wordt geschoven maar uiteindelijk de beker met de grote oren toch ziet ontglippen, was dit met ons muzikaal uithangbord niet anders. De groep leek ons iets te gretig om er een echt feest van te maken en draaide het geluidsvolume van de instrumenten aanvankelijk dermate open dat de mooie stem van Leonie Gysel hierdoor ongelukkig overspoeld werd en wat naar de achtergrond verdween.
Was dit erg? Neen. Zette dit een domper op de feestvreugde? Helemaal niet. Bovendien werd dit euvel na enkele nummers rechtgezet en vormde het slechts een detail in een voor de rest voortreffelijk concert waarbij deze keer geen beroep werd gedaan op enige gastzangers. Het  was louter net niet voldoende om de vier sterren binnen te rijven. Maar ach, niemand die daar wakker van zal liggen.

Mogwai (****)
Met het in 1995 opgerichte Mogwai als absolute headliner naar voor te schuiven hadden de organisatoren van het Cactusfestival het zichzelf niet gemakkelijk gemaakt. De Schotten mogen weliswaar rekenen op een trouwe aanhang maar grote bekendheid genieten ze nog niet bij het doorsnee publiek. Bovendien brengen ze een instrumentale postrock (enkele uiterst spaarzame door vocoder gestuurde vocalen buiten beschouwing gelaten) die melodieus maar bovenal loeihard gespeeld wordt en die aldus geen hapklare brok vormt.
Bovendien hadden ze hun reputatie in Brugge wat tegen want hun vorige passage op het Cactusfestival in 2007 was geen onverdeeld succes. Als vervanger van The Explosions In The Sky hadden ze toen af te rekenen met enkele technische problemen en waren ze duidelijk geïrriteerd door het feit dat tijdens hun concert The Gotan Project hun decor reeds aan het opbouwen waren.
Van dit laatste hadden ze deze keer dus geen last en ook de setting beviel hen uitstekend (zo lieten ze duidelijk verstaan dat ze verheugd waren om in het Minnewaterpark te mogen vertoeven en aldus hun support voor Skunk Anansie op het voormalige industrieterrein van het Neapolis Festival in Napels de avond ervoor, naar de vergetelheid konden spelen).
Het publiek reageerde erg enthousiast en de gevreesde uittocht kwam er niet. Heel wat mensen lieten zich onderdompelen in de bij momenten sferische wereld van Mogwai. En wie er bij was, zal het beamen:
Mogwai was op dreef, leidde elk nummer geduldig naar een  climax en leverde een glansprestatie af. Ook bewees het vijftal dat ze zichzelf met hun zevende, begin dit jaar uitgebrachte studioplaat ‘Hardcore Will Never Die, But You Will’ – hoe minutieus soms ook – blijven vernieuwen. Met recht en rede mogen ze dan ook nog steeds als vaandeldragers van de postrock beschouwd worden.

Samengevat vormden ons inziens op de afsluitende dag Junip, Iron And Wine en Mogwai de lekkerste kersen op de verjaardagstaart van het Cactusfestival editie 2011. Maar worstelt u met het antwoord op de zomervakantiepuzzel “Waar is dat feestje?” en dient een zevenletterwoord beginnende met een ‘A’ ingevuld te worden waarbij u als gouden tip meekrijgt: ‘bekende Londense voetbalclub spelend in rode uitrusting’, dan zouden wij u ten stelligste aanraden ‘Arsenal’ in te vullen. Gegarandeerd dat u in de prijzen valt.

Wie zich sowieso ook tot winnaar mochten kronen, zijn de mensen van het Cactus Muziekcentrum. Ondanks een grote concurrentie (datzelfde weekend vond ook Rock Zottegem en Werchter Classic plaats, alsook mocht er enkele dagen vooraf nog stevig in de portefeuille of portemonnee getast worden wou men ook de passage van Prince op het Gentse Sint-Pietersplein niet missen) blijven ze er in slagen om een mooie en opvallend gevarieerde affiche samen te stellen en mogen de ticketprijzen nog steeds als democratisch beschouwd te worden. Zeker als men voor ogen neemt dat er aan de bezoeker nog niks aangerekend wordt voor de gezellige sfeer en ontvangst, de kindvriendelijkheid en de prachtige locatie. Men moet het maar kunnen !

Organisatie: Cactus Club, Brugge

Sonisphere Festival 2011 – Metallica! Heerst op dag twee

Geschreven door

Sonisphere Festival 2011 – Metallica! Heerst op dag twee
Voor het eerst sinds jaren zijn het weer metalhoogdagen in Frankrijk, een tijdje geleden met Hellfest en nu streken ‘the Big 4’ neer op de gezellige site van Snowpark Amnéville.
Daar werden 2 grote podiums neergepoot tegenover elkaar: ' de scene Apollo' en 'de scene Saturn', door de korte change overs verveelden we ons geen moment en door de opstelling van de podia hadden we ons enkel om te draaien om de volgende bands aan het werk te zien.

Op het hoofpodium ( de scene Apollo) pikten we in bij Anthrax dat boegbeeld Ian Scott moest missen door z'n nakende vaderschap. Op deze tournee werd hij vervangen door een andere grootheid in het genre: Andreas Kisser van Sepultura.De '80s speed en trashmetal werd gretig onthaald door de voorste rijen en de charismatische frontman Joey Belladonna legde zoals steeds de nodige meters af op het podium. “Bring the noise”, “I am the law” en “Got the time” werden zoals steeds energiek gebracht en waren ideale opwarmers voor het lekkers dat nog komen moest.

Even later verscheen Volbeat strak in het zwart op de scene Saturn. Het Deense viertal dat een week geleden nog een goede beurt maakte op Graspop greep direct de massa naar de keel. Frontman Michael Poulsen bracht met hun uptemposongs en meezingrefreintjes het hele terrrein aan het springen en tussen de nummers door sprak Poulsen al van 'the big 5'...
De poppy, catchy metalsound met blues en rockabilly invloeden ging erin als zoete koek en live vertolkingen van “A New Day”, “Guitar Gangsters & Cadillac Blood” en “A Warrior's Call” werden van begin tot einde meegebruld. Ook covers van Johnny Cash “Sadman's tongue” en Dusty Springfields “I only wanne be with you” werden in een aangepaste versie op de playlist gezet.
Waar hun livesets vroeger iets harder waren horen we nu een meer volwassen, geëvalueerd Volbeatgeluid en aan hun fanshare te zien heeft hen dat zeker geen windeieren gelegd...

Onder aanvoering van Tom Arraya kwam Slayer opgedoemd uit de rookpluimen. De snelle, agressieve trashmetal is hun handelsmerk en ook hier werd verschroeiend uit de startblokken geschoten, met “War ensemble” en “Ditto head” in het begin werd de toon gezet voor een uurtje van het betere beukwerk. Met de volumeknop volledig open brachten ze een mix van recenter werk met o.a. “Hate Worldwide” en World Painted Blood” en hun klassiekers “Raining Blood” en “South Of Heaven”. 'Gitaarmonster' Kerry King gaf zich zoals steeds volledig en zweepte meermaals de eerste rijen op. Slotakkoord was “Angel of death” dat voor de nodige moshpits zorgde en een gepaste afsluiter was van een stevig headbangfestijn.

Door technische problemen begon Papa Roach met 20 minuten vertraging zodat hen slechts een set van 30 minuten restte. Kopstuk Jacoby Shaddix wist meteen wat hem te doen stond en nam het publiek direct op sleeptouw. Met “Getting away with murder”, “Scars” en “Between angels & insects” kregen ze de menigte direct op hun hand met hun nu metal. De band teerde lang op hun monstersucces van hun album ‘Infest’  maar bleek de voorbije jaren geen eendagsvlieg te zijn. Het korte intermezzo werd afgesloten door de luidkeels meegezongen klassieker “Last resort”.

Op de mainstage hadden Dave Mustaine en de rest van z'n kornuiten van Megadeth achter hun instrumenten plaatsgenomen. De coole, eigenzinnige frontman is zowel letterlijk als figuurlijk nog geen haar veranderd. Op zijn typische no nonsense manier en met z'n flying V omgord, gaf hij de start van een ‘greatest hits’ set van een uurtje. Met inmiddels 12 studio albums op de teller was er dan ook ruime keuze uit het oeuvre.
De set met o.a. ”Peace Sells”, “Hangar 18” en “Symphony of destruction” werden op routine afgehaspeld en de band gaf een gelaten indruk. Als voorproefje op het nieuwe album werd “Public enemy nr 1” gespeeld. Met hun 'Franse nummer' “A tout le monde” kenden ze een collectief meezingmoment en classic “Holy wars” is live nog steeds één van de beste metalnummers ooit gemaakt.

Vreemde eend in de bijt en headliner op de Saturn stage was TARJA. De klassieke sopraan – in een 'vorig leven nog actief bij Nightwish- is sinds ze na de nodige ruzies aan de deur werd gezet met het project Narja begonnen. Inmiddels werden 2 albums ingeblikt en komt het nieuwe project langzaam maar zeker van de grond. Met een opvallende rol voor de cellist brachten ze een sfeervol optreden en was duidelijk dat het merendeel van het publiek deze band nog moet ontdekken. Op de mooie vocale prestatie van Tarja Turunen was niets aan te merken en het lijkt ons slechts een kwestie van tijd voor ze in de desbetreffende milieus met deze sound haar stempel zal drukken.

En rond de klok ven elven was het dan uiteindelijk zover, op de tonen van “Ecstasy of Gold (Ennio Morricone) en met begeleidend filmpje uit ‘The Good, the Bad and the Ugly’ besteeg de formatie Hedfield-Ullrich-Hammett-Trujillo de bühne.
Metallica tekende voor een blitzstart met 'oude krakers' : “Hit the Lights-Master of Puppets-The Shortest Straw en Seek & Destroy”. Als eens heavy sneltrein walsten ze over de site heen, niets zou hen stoppen. Met de nadruk op de eerste 4 platen kregen we een echte 'old school set' voorgeschoteld. Het tempo was moordend en als een furieus stel bloedhonden hielden ze iedereen in hun greep. Slechts 2 maal werd gas teruggenomen met “The memore remains” en het vanonder het stof gehaalde “The Call of Ktulu”.
Met de nodige vlammen, vuurwerk en een wervelende lichtshow werd ook het showaspect niet vergeten. Hetfield orkestreerde, Trujillo begeesterde, Hammett soleerde en Ullrich had de grinta van in de grote dagen. Zowel ”One”, “Enter Sandman” of “Blackened” allen klonken ze even strak, snedig en tijdloos en brachten ze het volgelopen festivalpark in een dromerige extase. In de bisronde kregen ze nog hulp van Diamond Head & Anthrax bij “Helpless” en sloten ze af met “ Damage inc.” en een moddervet “Creeping Death”.
Metallica ‘30 years on the road, still going very strong’ …

Tracklist: 1.Hit the Lights, 2.Master of Puppets, 3.The Shortest Straw, 4.Seek & Destroy, 5.Welcome Home (Sanita.rium), 6.Ride the Lightning, 7.The Memory Remains, 8.All Nightmare Long, 9.Sad But True, 10.The Call of Ktulu, 11.One, 12.For Whom the Bell Tolls, 13.Blackened, 14.Fade to Black, 15.Enter Sandman, 16.Helpless (w/ Diamond Head & Anthrax), 17.Damage, Inc. 18.Creeping Death

Neem gerust een kijkje naar de pics

Organisatie: Sonisphere Festival

Gent Jazz Festival 2011 – Sonny Rollins

Gent Jazz Festival 2011 – Sonny Rollins
Na 10 jaar behoort Gentjazz terecht tot de 15 beste Jazzfestivals op wereldvlak. Dit ligt niet alleen aan de puike organisatie en de voortreffelijke locatie (eindelijk een stijlvolle betonnen inkom), maar vooral aan de uitgelezen ruime programmatie.

Gent Jazz Festival 2011 - Virtuoze jubileumeditie, eerste week

dag 1: donderdag 7 juli 2011
Als winnaar van jong Jazztalent Gent mocht Nathan Daems met zijn kwintet het festival openen. De band presenteert Oosters geïnspireerde toonladders met distortion en balanceert tussen uitdagend spannend, virtuoos vervelend en arty farty. Mits de nodige ervaring zullen deze knapen nog dolle jazzavonturen mogen beleven. Hou vooral zijn partner in crime en toetsenist Ottervanger in het oog.

Michel Portal  putte vooral uit zijn laatste Bailador. Klassiek geschoold en Afrikaans of mediterraans geïnspireerd wordt onze intussen 75 jarige Portal toch als een van de boegbeelden van de Europese Jazz beschouwd. Deze free jazz zit vol variaties in ritmes, open en gesloten momenten, stiltes en discussies met zijn trompetman Ambrose. Noteer dat Portal een uitstekend basklarinettist en sopraansaxofonist is. Ongetwijfeld een hartverwarmend en meeslepend concert voor de liefhebbers van die vrije stijlen. Take it or leave it. Helaas zat ik in de tweede categorie.
Michel Portal (rieten), Nasheet Waits (drums), Ambrose Akinmusire (trompet), Harish Raghavan (bas) en Bojan Z (piano)

De tent loopt voor de eerste keer vol voor levende legende Sonny Rollins. Deze tachtig jarige nog fris uitziende zilveren krijger mag samenwerkingen en vriendschappen met Miles Davis, Coltrane, Monk en Blackey op zijn CV schrijven en staat al zestig jaar op de planken. Er werd dus veel verwacht van deze eerste absolute topper. Helaas werden deze verwachtingen niet ten volle ingelost. Ok, Rollins is nog steeds niet van plan zijn puberteit in te zetten, maar ik had de indruk dat de band op automatische piloot aan het spelen was en dat Rollins moeite had om wat in zijn hoofd zat juist om te zetten. Er zit sleet op deze knar en zijn lichaam luister niet meer altijd. Soms was het trekken en sleuren en kon de gitarist Bernstein alles dragen. Toch konden we genieten van zijn rauwe noten, zijn up tempo krakers en van een toch wel stomend einde met zijn klassieker ‘ Don’t stop the carnival’.

Neem gerust een kijkje naar de pics op http://www.gentjazz.com

Organisatie: Gent Jazz Festival, Gent

Gent Jazz Festival 2011 – Dave Holland Quintet – Al Di Meola World Sinfonia

Gent Jazz Festival 2011 – Dave Holland Quintet – Al Di Meola World Sinfonia
Al Foster / George Mraz Quartet feat. Fred Hersch: A Tribute to Joe Henderson.  Tien jaar na de dood van legendarische saxofonist Henderson gaan de oude kompanen Foster (drums) en Mraz (bass) op de hort met een tribute band. Nemen ze dan ook nog eventjes dé pianist Hersch mee. U voelt hem al komen. Er zit hier alweer een hoogtepunt aan te komen. Het speelplezier druipt er gewoon vanaf en het is heus plezier om Foster aan het werk te zien. We horen heerlijk georkestreerde improvistatie – noemt het orde in de chaos – waarbij elk zijn ding mocht doen en ook deed. We krijgen pikante uitvoeringen van klassiekers zoals “Page one” en “Inner Urge”. Leuke bindteksten ook met van die typische droge, euch…Britse humor.(‘Ik was eigenlijk niet van plan iets te zeggen, maar nu er hier toch een micro staat, wil wel wat onzin verkopen’). Al Foster was ook nog fier en vrij om de jonge saxofonist (33) meteen eventjes op het niveau van Henderson himself te plaatsen.
Al Foster (drum), George Mraz (bas), Fred Hersch (piano), Eli Degibri (sax)

Een perfecte opwarmer voor de Britse bassist Dave Holland en zijn Quintet. Aangekondigd door Al Foster gaat de band perfect de draad oppikken die hun voorgangers hadden klaargelegd en daar een ongelofelijk stuk aan breien. Dus zowaar nog beter dan Al Foster. Het quintet speelt al lang samen en brengt  met een helvetische precisie de muziek van Holland, die je niet bepaald eenvoudig kan noemen. Deze zit namelijk vol met tempowisselingen, gelaagdheden en fantastische klanktapijten. Alles klinkt zo vol en warm, en toch spontaan. Met “The song of all toughts” horen we Potter een saxsolo van jewelste geven. Zijn longinhoud leek groter dan de tent zelf. Weeral het geluk dus een uniek pareltje van wat jazz moet zijn te horen.
Dave Holland (bas), Chris Potter (sax), Robin Eubanks (trombone), Steve Nelson (vibrafoon), Nate Smith (drums)

Al Di Meola gaat als virtuoos door het leven en is ook een beetje van alle markten thuis (check google). Na Metheney en Bonamassa weer een wereldgitarist op Gentse gronden. In zijn World Symphonia laat hij elektronica wel achterwege en speelt hij met zijn side kick Seddiki voornamelijk akoestisch. Toch blijft hij, geïnspireerd door flamenco en tango, aan een razend tempo noten op ons afvuren. Het werd voornamelijk een onderonsje tussen die twee, waardoor de pianist soms verweesd moest toekijken. Al Di heeft dan ook een leuk gevoel voor humor door zijn nummers aan te kondigen als grondig herwerkte en niet meer herkenbare songs van Lady Gaga. Di Maola is nog absoluut niets kwijt van zijn wonderbaarlijke gitaartechnieken.
Al Di Meola (gitaar), Gonzalo Rubalcaba (piano), Kevin Seddiki or Peo Alfonsi (gitaar), Gumbi Ortiz (percussie)


Neem gerust een kijkje naar de pics op http://www.gentjazz.com

Organisatie: Gent Jazz Festival, Gent  

Gent Jazz Festival 2011 – Mavis Staples – BB King

Gent Jazz Festival 2011 – Mavis Staples – BB King
Steven De Bruyn, Tony Gyselinck & Roland mochten de derde dag openen. Steven (El Fish) is de beste hormonicaspeler van het land, Tony een van de betere jazzdrummers en Roland is vooral gekend om Roland te zijn. Bij het begin vertelden ze dat ze geen reet hadden voorbereid en dat was er dan ook duidelijk aan te horen. Het concert leek me meer op een betaalde repetitie, we misten begeestering en de opener bouwde te traag op, zelfs op het vervelende en het tergende af. Dan eindelijk de pees erin met Up and Round, met een goedgestemde Roland. Ik had zelfs de indruk dat dit wandelend witte wijnvat deze keer nuchter was. Helaas moest de pees weer eraf en begon het trio aan een resem bewerkingen met een overdaad aan allerlei effecten van onder andere Nina Simone en Jimmy Smith nummers. Hun humor en spitante opmerkingen hebben niet veel kunnen goed maken. Op bepaalde momenten oversteeg het geroezemoes het concert en zaten mensen verveeld naar hun uurwerk te kijken. Laat dit een graadmeter zijn. Pas op het einde kwamen ze ietwat in vorm met een climaxje-mini-kippenvelletje-momentje.

Mavis Staples, ‘where the stones have no name’. Zoals iedereen weet is dit intussen 72 jaar oud besje een gospel en souldiva. Vijftig jaar geleden al een legende met The Staple Sisters. Met “You Are Not Alone” (Neen, niet Wacko Jacko) staat ze er helemaal terug. Met haar overigens schitterende band en achtergrondkoortje gaf ze een stomend gospelfeestje. We moesten en zouden met een goed gevoel de tent verlaten. Heel bevreemdend toch: op de site van een voormalig klooster voor een voor het grootste deel areligieus publiek openen met een heus gebed en meteen dat publiek mee krijgen, Hallelujah!  Staples is zeer gul met kippenvelmomenten en heeft een stem als een misthoorn (eat your heart out, Janice). De percussie en gitarist is op zijn minst fantastisch te noemen: less is more. De bassist Turmes alleen al is een weirde verschijning en de gitarist Holstrom weet als geen ander de juiste sound uit zijn Fender te toveren. Tijdens twee voorlaatste nummers hebben ze ons dan ook een soul en funklesje geleerd. Ik had plots door waar die jonge snaken van The Stones hun mosterd voor een aantal nummers op “Exile” en “Sticky” gehaald hadden. Eerder joeg Mavis al het publiek uit hun stoelen met beklijvende versies van “Wonderfull Savior” en “I’ll take you there”, luidkeels meegebruld door zowat de ganse tent. (Wist het publiek trouwens dat het aan een heuse eucharistie deelnemen was?). We eindigden met een Hallelujah: “Creep Along Moses”. De hamvraag: Werd BB King overbodig?  
Rick Holstrom (gitaar), Jeff Turmes (bas), Stephen Hodges (drums), Danny Gerrard (leader backing vocals).

Een uitverkocht Gentjazz mocht voor de tweede keer BB King ontvangen. En ik val al meteen met de deur in huis: De vorige passage was stukken beter. Eigenlijk kregen we weer krek hetzelfde voorgeschoteld, maar dan iets lauwer en trager (zelfs BB King wordt oud). Soms viel hij ons wat teveel lastig met zijn verhaaltjes en anekdotes uit het verleden en moesten wij maar luisteren als waren we kleine kinderen die onder zachte dwang en met een geveinsde interesse de oorlogsverhalen van grootvader ondergingen. Zelfs als die man een scheet laat, krijgt hij nog een staande ovatie.
Maar de muziek was er en dat blijft het belangrijkste. Het begon als iets zeer groots, de begeleidingsband alleen ( BB kwan pas na een half uur op) en is geëindigd in een heus bluesfestijn met de verplichte drum-, bas-, toetsen-, gitaar- en andere solo’s voor het publiek. En toen Zijne Ongeschiktheid Voor Fitnesszalen met zijn knokige vingers zijn zessnaar Lucille beroerde en zijn typische klank produceerde, wisten we al meteen hoe laat het was: Hij en alleen hij heeft de blues gemaakt. Zonder BB geen Stones, Beatles, Kinks,…zonder hem geen populaire muziek dus. 
Toch geen vijf sterren…..Of zijn we teveel verwend geweest in de eerste festivalweek?
BB King (gitaar & zang), Charles Dennis (gitaar), Toney Coleman (drums), Reginal Richards (bas), James Bolden (trompet), Stanley Abernathy (trompet), Melvin Jackson (saxofoon), Ernest Vantrease (saxofoon)

Neem gerust een kijkje naar de pics op http://www.gentjazz.com

Organisatie: Gent Jazz Festival, Gent

Gent Jazz Festival 2011 – Randy Brecker/Bill Evans Soulbop feat. Medeski, Martin & Wood

Gent Jazz Festival 2011 – Randy Brecker/Bill Evans Soulbop feat. Medeski, Martin & Wood
Randy Brecker/Bill Evans Soulbop feat. Medeski, Martin & Wood - Speels en groovy

Het was uitkijken naar dit concert op dag 4 van Gentjazz. De regen van gisteren is weggespoeld, en het festivalterrein ligt er heerlijk bij. Terwijl Terence Blanchard de tent nog aan het opwarmen is en menig jazzwezen aan het vollopen is met Duvel en andere Moortgatters, denk ik terug aan de momenten waarop ik het olijke trio reeds aan het werk zag (Gent Vooruit 2002, Gentjazz 2006 (?) met John Scofield). Ik kan me van deze heren vooralsnog geen teleurstellend concert herinneren.

Medeski, Martin and Wood
zijn een cultband uit New York. Doorheen de jaren zijn ze erin geslaagd – mede dankzij de uitbouw van een geheel eigen sound – een vaste schare fans te veroveren. Met hun hoekig, ietwat dwars en eigenzinnig geluid overschrijden ze jazzgrenzen en loeren vaak over het muurtje naar rock-, funk - en andere impulsen. Het is voornamelijk John Medeski (Hammond – en vele andere instrumentaria/toetsen) die de boel regisseert. Dat was ook vanavond niet anders.
Zijne heilige Drievuldigheid is aan het touren met twee ook niet van de minste: Bill Evans (sax) – die in een vorig leven nog met Miles op tournee ging – en Randy Brecker (Trompet), minder gekende broer van Michael, waarmee hij de Brecker Brothers vormde. Het is hun plaat, het onlangs uitgebrachte ‘Soulbop live’, dat ze promoten en de keuze voor MMW als ritmesectie is een schot in de roos.

Bill Evans ziet er uit als Mark Knopfler (met hoodfband) en is op sax en sopraan minsten even geweldig. Te pas en te onpas haalt hij zijn fluit te voorschijn en leidt de band in goede banen. Al moet gezegd dat dit schone schijn was. John Medeski neemt het roer vrij vlug over en geeft het doorheen het concert nooit meer af. Niet dat Evans en Brecker er niet meer toe deden, maar het waren voornamelijk MMW die indruk lieten en de tent deed ontploffen.
Waar tijdens het eerste nummer (de setlist hing niet uit backstage en nummers werden niet aangekondigd), iedere muzikant reeds de kans kreeg om zijn waar te tonen, was het bij het tweede serieus raak! Een onwaarschijnlijke groove van John Medeski zette een funky nummer in, waarbij hij improviseerde op Hammond, sequencer, Hohner en andere toetsentoestanden. Die man goochelt met klanken en soundscapes en maakt er een feestje van. Dit trio zou ook tijdens de tweede week van het festival zijn plaatsje moeten kunnen krijgen – voor een staand publiek. De ritmiek zet aan tot bewegen en dans.
Omdat ze de twintigste verjaardag van het bestaan van MMW vierden, werden de heren door Evans in de bloemetjes gezet. Billy Martin zet percussiegewijs in, en doet waar hij goed in is. Spelen met kralen, toeters en bellen en andere versieringen. Maar niet zomaar! Steeds afgemeten en rijmend met wat de andere heren in petto hebben, om dan vervolgens – op de tonen van de groove – een fenomenale basedrum te plaatsen, die het geheel draagt. Martin is zeer polyritmisch, swingt als een tiet (doet me soms denken aan Steve Jordan – u weet wel van John Mayer én van K. Richards met zijn expensive Winos). Een reggaegroove, en een op een vervaarlijk werktuig (het ziet eruit als een stofzuiger/ toetsenbord met brandslang) blazende Medeski, als background sound voor een nogmaals imposante rock/funk groove sluit de set af. Een witte wijn – of nee, twee - dringt zich op, na dit schitterend concert!. MMW=WAW!

Neem gerust een kijkje naar de pics op http://www.gentjazz.com

Organisatie: Gent Jazz Festival, Gent 

Les Ardentes 2011 – zaterdag 9 juli 2011

Geschreven door

Les Ardentes 2011 – zaterdag 9 juli 2011
Dat Carl Barât op de affiche van Les Ardentes 2011 stond was niet echt een verrassing. We herinneren ons immers allemaal wel nog de fantastische doortocht van Peter Doherty en zijn Babyshambles op hetzelfde festival een jaar terug.
De reviewer himself (een vurig Peter Doherty fan) was er natuurlijk ook bij, samen met zijn vader en diens paar kritische ogen+oren.  En het moet gezegd worden, zowel in mijn lijstje als hetgeen van hem staat Babyshambles geboekstaafd als 1 van de beste optredens ooit.
De organisatie besefte dus maar al te goed dat alles wat ook maar naar Peter Doherty rook, van goud waarde kon zijn.

Was het vorig jaar nog bloedend heet (ik heb het hier over temperaturen van om en bij de 40 graden), was het nu één uitgeregende bedoening.
Dat het festival een groot deel van zijn charme verliest in de regen werd al snel duidelijk door het aantal mensen dat naar Chapel Club stond te kijken. Je kon ze op 10 paar handen tellen.
Volgens het programmaboekje zou Chapel Club een mengeling tussen Echo and The Bunnymen, Joy Division en The Smiths zijn en laten net dat 3 van mijn favoriete groepen zijn.
Het programmaboekje loog niet, dit was wel degelijk onvervalste Engelse Post-Punk, waarin we ook een vleugje van de stage presence van The Horrors herkenden.
En dan hebben we het vooral over de gitarist die mij voordurend deed denken aan Joshua Hayward, zowel qua kledij, kapsel als gitaar(werk), en laten we eerlijk zijn, we zijn allemaal fan van (/verliefd op?) Joshua Hayward van The Horrors.

Toen Carl Barât begon was het volk als iets talrijker, maar niks vergeleken met de massale opkomst voor Babyshambles vorig jaar.
Carlos kwam het podium op met de boodschap dat zijn vingers ernstig verwond waren en dat hij bijgevolg minder gitaar zou kunnen spelen. Wat als gevolg had dat de nummers minder strak waren dan anders, aangezien Carl de leiding niet volledig meer in de vingers (ja, dit is een woordspeling) had.
Mij baatte het niet, de wonderschone solo-songs waren alweer bijzonder mooi live gebracht en de stevige up-tempo nummers van The Libertines en Dirty Pretty Things (met Carlos op gitaar!) waren het sein voor het publiek om zich volledig te geven.
Oké, nu ga ik te ver, afgezien van een aantal enkelingen (lees: de ‘diehard Libertines fans’) ging eigenlijk gewoon niemand uit z’n dak. Lag het aan het tijdstip (zo vroeg op de dag)? De zachte solo nummers die de vaart uit de set haalden? Het feit dat Carl niet zo bekend is als z’n maatje Pete?
1 ding kan je hem niet verwijten en dat is het respect dat hij heeft voor zijn publiek. Wie iets roept, krijgt meestal een antwoord, zo weten we nu ook dat zijn nieuwe E.P. ‘Death Fires’ hoogstwaarschijnlijk uitkomt op 16 juli.
Maar let’s face the truth, als de organisatie toch iets wil binnenhalen dat naar Doherty ruikt, halen ze best volgend jaar het onderste uit de kan om The Libertines te boeken, dan ruiken we Doherty zelf ook nog eens. (iedereen mag toch dromen, ja?)

1 van de leukste dingen op een festival is natuurlijk het ontdekken van bands. Chapel club was al een aardig begin, maar ook over The Subways stond er in het programmaboekje veelbelovende dingen. (op een festival is het programmaboekje als een bijbel/koran, mag het?). “beïnvloed door The Ramones, Sonic youth en The Smashing Pumpkins, maar het was «Supersonic» van Oasis dat hen aanzette tot het oprichten van een band.” Lezen we dat goed? Werd daar mijn favoriet Oasis nummer ooit vernoemd? Ik kon alvast niet wachten tot The Subways!
De roadie, mét Fred Perry polo, was alvast een mooi begin. De vocal checks werden gedaan d.m.v. het tellen tot 11 in “vlekkeloos” Frans. Frans met een accent Britser dan The Queen.
Brits! Wat heb ik toch met Britse groepen? En waarom kunnen slechts enkele Amerikaanse mij bekoren?
Waren het tijdens Carl Barât nog enkele verdwaalde punkers die wat pogoden werd nu de helft van het plein (en ik overdrijf niet) 1 grote moshpit.
This is it. 2 broers (de zanger-gitarist en de drummer) en een bassiste om u tegen te zeggen, met een mix van pop-punk, indie, grunge en een vleugje britpop.
Nog 1 klein ding: zou Les Ardentes volgend jaar alsjeblieft een handleiding willen maken met daarin het verschil tussen een wall of death en een circlepit?
Mijn vreugde was bijzonder groot toen de zanger een circlepit vroeg! Een circlepit! Hoe lang was dat niet geleden?
De teleurstelling was daarna echter nog groter toen bleek dat de helft helemaal daarvan nog nooit gehoord had en als een bende zotten naar elkaar begonnen te rennen, een wall of death dus.
GODVERDOMME!

Nog zo’n typisch Brits feestje was er tijdens Kate Nash. Ik was alweer verschoten van hoe ‘stevig’ het wel niet klonk live. Heerlijke nummers, heerlijke teksten (Londen cockney for the win!) gezongen door een (het moet gezegd worden) heerlijk wijf. Maar het was niet Kate’s schoonheid die de aandacht v/h publiek trok. Nee, het was de schoonheid van de bassiste.
Mijn voorliefde voor een menselijk wezen van het vrouwelijke geslacht met een basgitaar steek ik nooit onder stoelen of banken, maar deze bassiste sloeg echt alles.
Genoeg over de bassiste, terug naar Kate Nash en haar liefdesverhouding met het publiek. Een ‘I love you guys’ na ieder nummer werd steevast onthaald op een ‘We love you Kate, we do, we love you Kate we do, Oh Kate, we love you’ door het publiek.

Afsluiters Asian Dub Foundations en Pumpkin Soup waren dé absolute hoogtepunten van dit feestje.
Vervolgens spurtte ik naar de HF6 stage voor die andere Foundations. Asian Dub Foundation, zo’n band dat al veel gedaanteverwisselingen ondergaan heeft maar mij altijd weet te bekoren. Mede dankzij de punkinvloeden gecombineerd met dub beats en ragga en niet te vergeten de politiekgeëngageerde teksten. Helemaal terug met hun album ‘A history of Now’ is ADF in bloedvorm. Met in de setlist nieuwe songs “Urgency Frequency”, “Futureproof”, “History Of Now” en meest recente single “A New London Eye”, 1 van mijn lievelingsnummers van dit moment, helaas klonk het live minder stevig.
Hoogtepunt was alweer de afluister, “Free Satpal Spam” (Jump for justice! Jump for justice!).

Na ADF was het spurten (ik voel de krampen vandaag nog altijd) naar Cake op de main stage.
Van Cake heb ik slechts een handvol nummers kunnen meepikken, het beloofde niet veel goeds toen hij zei: “You’re such a terrible crowd, you’re so big and I can’t fucking hear you”, tja, dat heb je als ¾ van het publiek dat vooraan staat eigenlijk staat te wachten op Snoop Dogg.
Maar hét signaal om te vertrekken was toen hij het volgende predikte “There’s a lot of things going on, socialism versus capitalism, pro government or anti government.
I think capitalism is fine and the government does a lot of good things”. Ten eerste, we have no fuckin’ government en ten tweede voor een punker als ik is het uitdrukken van liefde t.o.v. the government not done.
Tja, zoals ik eerder al zei: Waarom kunnen slechts een aantal Amerikaanse bands mij bekoren?

Spurten dan maar, alweer, richting de hf6 stage voor Arno.
Arno, onze Belgische trots. Universeel, als je universeel kunt beschouwen als ‘bekend in Vlaanderen en Wallonië’, want het aantal artiesten die bekend zijn in beide landsdelen zijn beperkt.
Of Arno’s “Bonjour à tous les Belges” een sneer richting het verlangen tot splitsen van Bart De Wever en de zijnen was, wil ik graag geloven. Belgisch eenheidsgevoel was er toch vooral tijdens “Les filles du bord de mer”, het kippenvelmoment dat door iedereen, van de voorste contreien tot ver achter de P.A.-stand en misschien wel nog het meest aan de toog, werd meegezongen.

Het spurten was over, na 3 nummers meegepikt te hebben van Snoop Dogg slenterde ik naar de hf6 stage voor Sexy Sushi.
Sexy Sushi, met zo’n bandnaam weet je het al, dit wordt iets speciaals. En dat werd het ook, het raarste optreden uit mijn hele leven, 2 gemaskerde pornokings, een kamerplant en een zangeres met ontbloot bovenlijf (en 2 stickertjes in een kruis op haar tepel geplakt). De technobeats knalden door de speakers terwijl de zangeres stagedivede. En ja, je zag het al van ver aankomen, de jeugd van tegenwoordig, de plakkertjes op de tepels hielden het niet lang vol.
En ook haar broek hield het niet lang vol, alleen werd het de broekuitrekker onthaald met een harde knal op zijn kop als was ze Alice ‘you toch my bloody boobs, I kick you in the fucking nuts’ Glass van Crystal Castles.

Het feestje werd verder gezet door Kele, jawel, de zanger van Bloc Party. Kele, duidelijk verdikt en kaalgeplukt, had er zin in. De single ‘Everything you wanted’ kwam vroeg in de set maar Kele toverde nog enkele konijnen uit de hoed door het publiek te geven wat ze wouden.
‘I don’t know if everybody knows it, but I’m also the singer from another band…The Jackson Five’. Aan humor geen gebrek! Ook niet toen hij ‘Tenderoni’ een teddybeer aannam uit het publiek en die voordurend stevig tegen zich aandrukte.
We werden aangesproken met ‘Hello Festival’ en we waren een beter publiek dan ‘where we were yesterday’, het touren eist zijn tol zeker?
Afluister “Flux” was dan weer hét absolute hoogtepunt, in een quasi gelijkaardige versie (in tegenstelling tot “One More Chance”) als diegene van zijn ‘bijkomstig bandje’ The Jack..euh Bloc Party.

Een mooi einde van de geslaagde avond, ware het niet dat ik de nacht nog moest zien door te komen tot aan de eerste trein. Ik wil het wel, maar zal dan toch maar niet de DJ’s op het Elektropedia podium afbreken.

Organisatie: Les Ardentes, Luik

Liza Minnelli

Liza Minnelli It’s still Liza with a Z

Geschreven door

Het Kursaal, kwart over 8: la Minnelli komt als een echte diva het podium op. Meteen krijgt ze een eerste staande ovatie waar ze zichtbaar van geniet.

Liza gaf veel aan haar publiek en dat publiek gaf maar wat graag veel terug.
Een contrabassist, een pianist en drie blazers, allemaal zoals het hoort strak in het witte pak, vergezelden Minnelli als een doorwinterde band op een cruiseschip.
Met de opener, “Alexanders Ragtime Band”, hadden ze het publiek meteen op hun hand. Hier en daar een eerste knipoog naar “New York, New York” en  Liza die zich aan een danspasje waagt, meer moest dat niet zijn om het publiek uit de bol te laten gaan.
“Our love is here to stay” klonk als een belofte, net als de inleiding ervan: “Tonight, you, me, the guys and nobody else exists”. Het was maar één van de vele bindteksten die afgezien van veel vleierij ook een welgekomen rustpauze waren voor onze diva. De zwierigheid en de kracht is er op haar 65ste wat vanaf, maar de innemende présence is er nog steeds. Het tempo van “Say Liza” lag dan ook iets lager, maar de schreeuw “Liza Minnelli eveybody!” was nog steeds even overtuigend. Naar het einde toe versnelde ze even als toemaatje, al moest ze daarna uitpuffen met – naar eigen zeggen – roze gatorade.
Liza nam ook de tijd om ons wat meer over het ontstaan van enkele nummers te vertellen. Zo kregen we “My own best friend” uit de musical ‘Chicago’ en het van Charles Aznavour ontleende “What makes a man”. Dat laatste nummer gaat over een tijd waarin een man niet zomaar uiting kon geven aan zijn seksuele geaardheid zonder risico op lijf en leden. Bevreemdend hoe de actualiteit een extra - onbedoelde – weemoedige bijklank aan dit nummer gaf. Die weemoed werd ook nog versterkt door de prachtige solo van de sopraansax.
“Maybe this time” vormde een rustpunt voor het nummer waar er velen speciaal naar Oostende waren gekomen: “Cabaret”. Dat leverde fraaie taferelen op met een dansende Liza en een publiek dat haar pret niet op kon: “life is but a cabaret, old chum!”
Na dit hoogtepunt was het tijd voor een aantal nummers van haar laatste plaat. “Confession”, “You fascinate me so”, “He’s a tramp” en “I must have that man” klonken heel innemend. Liza Minnelli voelt zich duidelijk comfortabeler bij deze nummers die lager, ingetogener en rijper zijn. De nummers van ‘Confession’ passen beter bij haar stem zoals die nu is.
Bij “No moon at all” was er een glansrol weggelegd voor Billy Stritch, de pianist en zanger die Minnelli al 20 jaar bijstaat. “Time flies when you’re having fun”, zei Minnelli over de samenwerking en niemand die daaraan twijfelde.
Voor je het goed en wel besefte, leek de tijd ook vervlogen, want daar was al snel “New York, New York”. Frank Sinatra leende dit nummer ooit van Minnelli, maar dat het wel degelijk haar song is, was zeer duidelijk.

Een korte, maar intieme bisronde maakte een einde aan een nostalgische avond. Liza Minnelli pakte haar publiek in met “Everytime we say goodbye” en “I’ll be seeing you”, nam nog even een doos chocolaatjes en een bos bloemen in ontvangst en verliet met de brede glimlach van een echte diva het toneel.

Organisatie: Kursaal Oostende, Oostende

Cold War Kids

Mine Is Yours

Geschreven door

Het uit LA afkomstige kwartet Cold War Kids, onder de hyperkinetische zanger/pianist/gitarist Nathan Willet overtuigde sterk met hun debuut ‘Robbers & Cowards’, waarbij een handvol uitstekende singles te noteren vielen als “Hang me up to dry” en “We used to vacation”. Aanstekelijk, broeierig, intrigerend en toegankelijk materiaal tussen poprock, folk, soul en blues, door de broeierige opbouw, het tintelende gitaarspel en Willett’s gedreven vocals .
De opvolger ‘Loyality to Loyality’ was moeilijker, een groeiplaatje. De meeste songs hadden net iets te weinig vaart, waren slepender om in zijn algemeenheid te overtuigen. Een handvol songs konden het gekende CWK hitpotentieel niet omhoog krikken/
De derde cd ‘Mine Is Yours’ neigt terug naar die verdienstelijke eerste . . de songs zijn opener, minder zwaar en klinken aanstekelijk, warm door die pianopartijen en gitaarriedels. Dec eerste songs zijn om U tegen te zeggen: “Louder than ever”, “Royal blue” , “Finally begin” en de titelsong van de cd; dan zakt de cd wat ineen om dan naar het eind opnieuw sterk uit te halen met de afsluitende reeks “cold toes on the cold floor” en “flying upside down”. Intimiteit en extravertie kruisen elkaar voortdurend, het point final van deze CWK!

Elbow

Build a rocket boys

Geschreven door

Het charismatische Elbow van zanger/componist Guy Garvey uit Manchester is al zo’n vijftien jaar bezig en kreeg met de vorige cd ‘The seldom seen kid’ de verdiende erkenning. De sound is als een hypnotiserende luistertrip van broeierige popsongs, door diverse lagen opgebouwd; ze hebben een dromerige, melancholische, hemelse ondertoon, gedragen door de even weemoedige stem van Garvey .
Op de opvolger gaat de band op dezelfde leest verder van grootse dramatiek en romantiek, en barst af en toe open; het geheel klinkt nostalgisch, vertederend, ontroerend en onbezorgd. Fijnzinnige pop van uitgebalanceerde nummers, waarbij Garvey ons meevoert in z’n beleven, luister maar eens naar de acht minuten opener “The birds”. Ook “Lippy kids”, “Neat little rows”, “High ideals” en “Open arms” zijn fraai uitgewerkt en gearrangeerd door strijkers, twinkelende keyboardpartijen en de variërende zangpartijen.
De andere songs behouden een sfeervolle aanpak en kunnen sober en directer zijn.
Op die manier slaagt Garvey en Co erin voldoende afwisseling te bieden, die de plaat uitermate boeiend houdt.

Marianne Faithfull

Horses and High Heels

Geschreven door

In de loop van vijf decennia is Marianne Faithfull uitgegroeid tot één van de grote dames van de popmuziek.
Al een  pak platen lang houdt ze van pareltjes uit het popverleden. Ze krijgen een oppoetsbeurt en ze hier van Nat King Cole tot de Gutter Twins. Ze vult aan met een handvol eigen composities. Op die manier tuimelt ze in het hitarchief, en houdt zich levendig (jong) door voeling te houden met de huidige generatie artiesten. Ze gaat in zee met een keur aan gast- en sessiemuzikanten en deed net als de vorige cd uit 2009 ‘Easy come, easy go’, beroep op  producer Hal Wilner, die ook al achter ‘broken english’ stond.
Het is een mooie, afwisselende cd geworden; de songs hebben een broeierige ondertoon en zijn tot in de puntjes uitgewerkt; er is de aandacht voor subtiliteit, het geheel straalt een vaudeville stijl uit en balanceert tussen indringend gevoel en een optimistische stemming. Haar gruizige, grauwe, rokerige stem geeft kracht, emotionaliteit en kwetsbaarheid.
Naast een pak ingetogen, sfeervolle, dromerige songs zijn we toch onder de indruk van de popsongs als “Why did we have to part”, “No reason”, “Gee baby” en “Eternity” . Een grenzeloos respect verdient ze en dat heeft ze voor heel wat artiesten en bands. Klasse dus!

Pagina 405 van 498