logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15378 Items)

The Virgins

The Virgins

Geschreven door

Het Amerikaanse The Virgins uit NY weten op aantrekkelijke wijze postpunk en indie te mengen in catchy poprock. De tien songs op de plaat refereren aan de punky attitude van The Jam, de ‘80’s van Talking Heads, Haircut 100, Prebaf Sprout en Aztec Camera. En trouwens, ze hebben een Strokes lookalike en sound.
Inderdaad, de band maakt een potpourri van deze verschillende invloedssferen tot een overtuigend geheel. “Rich girls”, “Murder” en “Hey hey girl” zijn in te lijsten nummers. Fris, aanstekelijk en groovy, alles zit erin om een verhoopte doorbraak te verzekeren …

The Prodigy

Invaders must die

Geschreven door

Het Britse The Prodigy had z’n roemrijke periode in the ‘90’s met platen als ‘Experience (92)’, ‘Music for the Jilted Generation (’94)’ en ‘Fat of the land (’97)’. “Out of space”, “Voodoo people”, “Poison”, “No good”, “Smack my bitch up”, “Breathe” en “Firestarter” zijn in ons geheugen gegrift. Een hardcore rave sound van breakbeats, bonkende en ronkende basses, scherpe gitaren en industrial, onder die vlijmscherpe schreeuwerige zegraps van Flint.
En dan was de inspiratie zoek en leek het liedje uitgezongen voor Howlett (productionele brein achter Prodigy), Maxim en Keith Flint (uitgangsbord van de band); de comeback van ‘Always outnumberd, never outgunned’ was een tegenvaller: weinig beklijvende, opzwepend en dynamisch boeiende songs + stuurloze, chaotische livegigs.
’Invaders must die’ brengt het er voorlopig beter van af en keert deels terug naar hun vroegere avontuurlijke dance sound, met songs als “Omen, “ Warrior’s dance”, “Run with the wolves”, “Worlds on fire” en de titelsong. Het afsluitende “stand up” klinkt mainstream, is het meest toegankelijke nummer en refereert aan het oude werk van Primal Scream en The Shamen. Kortom, ‘Invaders must die’ is een halfgeslaagde missie tot eerherstel van deze Britse raverockers.

Alela Diane

To be still

Geschreven door

Het gaat de vrouwelijke singer/songschrijfster Alela Diane voor de wind. Op anderhalf jaar tijd weet ze twee innemende, boeiende cd’s uit te brengen, waarvan het materiaal sterk ondersteund wordt door haar fluwelen heldere, emotievolle stem. Ze beschikt binnen deze nieuwe freefolkstijl, nu neofolk genaamd, over een trouwe fanshare. Haar dromerige weemoedige sound lijkt wel kampvuurmuziek, tussen droom en nostalgie, die huiselijkheid, bij het knetterende haardvuur, en een ‘hey ho’ samenhorigheid uitstralen.
De tweede cd ‘To be still’, volgt ‘The pirate’s gospel’ op en klinkt lichtvoetig en kleurrijker dan het sober gehouden debuut. Ze komt door de bredere aanpak zelfs in de buurt van de americana/countryrock van Emmylou Harris, één van de iconen van deze 25 jarige zangeres. Sfeervolle folkpop dus, waarbij het akoestische gitaarspel en haar vocals centraal staan, maar elegant en gepast worden ondersteund door banjo, fiddle en viool. Ook de vrouwelijke backing vocals geven zeggingskracht. Haar pa stond in voor een evenwichtige productie van het gevarieerde songmateriaal, van het broeierige “White as diamond”, “My brambles” en “Tattoed lace” tot het innemende van “Dry grass & shadow”, “Age old blue”, “Take us back” en “The older tree”.
’To be still’ bevat heerlijk gevoelige muziek, misschien minder pakkend dan op het debuut, maar nog altijd van het gehalte van gezelligheid, waar het ‘em tot slot om draait bij deze muziekstijl …

Franz Ferdinand

Tonight: Franz Ferdinand

Geschreven door

Het is een tijdje stil geweest rond het Schotse viertal Franz Ferdinand. In 2004 brachten ze hun titelloze debuutalbum uit waarmee ze de wereld veroverden en traden ze op als rookies op de grootste festivals. Ze bouwden een stevige live reputatie op. Amper een jaar later volgde hun tweede album ‘You could have it so much better… with Franz Ferdinand’. Voor hun derde album ‘Tonight: Franz Ferdinand’ namen ze ruim de tijd. Na hun laatste tournee lasten ze een pauze in en begonnen in 2007 met ‘Tonight…’ Benieuwd of het het wachten waard was.

We kunnen je alvast meegeven dat ze voor het grootste deel een andere weg hebben ingeslagen. Er zijn meer overheersende synthesizers te horen en de algemene sound is niet langer ‘alternative’ indie rock, maar valt eerder te klasseren onder poprock. Het tempo ligt ook iets lager. Dit alles bleek al uit de eerste single “Ulysses”. “No You Girl”, “Turn It On”, ”Bite Hard” en “What She Came For” zijn de enige vier liedjes die ons vaag deed terugdenken aan de vorige platen. “No You Girl” is de tweede single en is behoorlijk catchy, maar heeft niet het catchy niveau van “Take Me Out” en “The Dark Of The Matinée” van hun debuut of van “Do You Want To” van het tweede album … alle drie klassiekers, waarbij volledige festivalweiden spontaan op en neer begonnen te huppelen. “Turn It On” heeft de o zo typische gitaargeluiden van de groep weer. Op het einde van “What She Came For” bewijzen de Schotten dat ze nog steeds kunnen rocken als voordien, maar het is ook het enige nummer waar ze alles uit de kast halen. Een hoogtepunt op deze plaat is het fantastische “Lucid Dreams” dat kan vergeleken worden met het werk van Klaxons en LCD Soundsystem. De mooie, ingetogen afsluiter “Katherine Kiss Me” springt er uit met enkel een akoestische gitaar en de stem van zanger Alex Kapranos. De rest van de plaat overtuigt niet echt.
Franz Ferdinand doet een gewaagde zet en ze zullen hun fans niet volledig kunnen overtuigen, maar aan de andere kant kunnen ze ook een nieuw publiek aanspreken. Met “Lucid Dreams” kunnen er zeker nieuwe deuren geopend worden voor de mannen uit Glasgow.

Loney, dear

Vakkundige droompop van het Zweedse Loney, dear

Geschreven door

Vorig jaar maakten we kennis met het sympathieke Zweedse Loney, dear onder de charismatische, vriendelijke zanger/gitarist Emil Svanängen. Invloedrijk zijn de ‘60’s pop van The Beach Boys, Belle & Sebastian, Arcade Fire, Sufjan Stevens en de americana stijl van Bonnie’ Prince’ Billy. De man beschikt over een hemelse en gevoelige stem, die de beelden van de tv serie ‘Mash’ oproept. Scandinavische weemoed van dromerige, sfeervolle romantische indiepop, die lieflijk, ingetogen, hartverwarmend, uptempo en vrolijk klinkt.
Die muzikale variatie hoorden we terug in de bijna anderhalf uur durende set, waarbij de groep putte uit hun drie cd’s ‘Sologne’, ‘Loney, noir’ en de pas verschenen ‘Dear John’; net als bij Deerhunter komt de frisse rock en de zalvende elektronica meer op het voorplan, zonder in te boeten aan hun fijn opgebouwde, subtiele, sprankelende melodielijn. De kwalitatieve schoonheid van de aanzwellende partijen en de prachtige samenzang konden nog goed doorklinken, zoals op hun vorig optreden tijdens Les Nuits Bota, ondanks het krachtiger geluid. “Titans” en “Everything turns to you” gaven die aanzet. Maar al snel droomden we weg op de uiterst genietbare “Under a silence sea”, ”Hard days 1, 2, 3, 4”, “Airport surrondings” en “Violent”. Op het intieme en sober gehouden “Meter marks ok” porde Svanängen het publiek aan met enkele obligate ‘Nanaahs’ … alsof we op de golvende zee vaarden… “Carrying a stone” werd zonder versterking ingezet, en bouwde langzaam op naar een schitterende apotheose. En met “I love you” was er de ultieme liefdesverklaring naar z’n dankbare publiek. De subtiliteit van hun melodieuze pop kwam naar voor in puike versies van “Summers” en “I am John”, die door toetsen en xylo een kleurrijk geheel gaven.

Vakkundig liet Loney, dear hun afwisselend materiaal in elkaar overgaan, wat ons doet besluiten dat ze het ideale recept klaar liggen hadden van sprankelende, frisse en tedere pop.

Organisatie: Grand Mix, Tourcoing

Barzin

Peter Doherty: gevoelige zijsprong op eigenzinnige levenswandel van een rockicoon (in wording)

Geschreven door

Enfant terrible Pete Doherty kwam de laatste jaren met de regelmaat van de klok en om uiteenlopende redenen op de voorpagina’s van de tabloids terecht. Zijn drugsverslaving en mislukte ontwenningskuren, gevangenisstraffen voor het bezit van illegale roesmiddelen, zijn klantenkaart bij het gerecht en een jojo-relatie met model Kate Moss: allemaal extra-muzikale problemen die zorgden voor een erg ongeloofwaardige reputatie als betrouwbare performer en een hoop geannuleerde Babyshambles-concerten. Vandaag gaat het klaarblijkelijk weer de goede kant op met hem: met ‘Grace/Wastelands’ bracht hij een prachtig solo-meesterwerk uit dat nu al meer dan een maand in onze cd-speler is blijven steken en ook de gewoonte om steevast concerten te annuleren lijkt voorlopig verleden tijd. De plaat geeft de gevoeligere kant van Doherty weer met veel aandacht voor de totaalsfeer en tekstuele rijkdom waarbij zijn stem volledig tot zijn recht komt. Grace/Wastelands is een bijzonder consistente plaat geworden, een plaat die alles in zich heeft om binnen afzienbare tijd tot een klassieker te worden aanzien. Ze toont Doherty op een volwassen manier: Pete is Peter geworden.

Exact een jaar geleden, op 20 april 2008, annuleerde Pete Doherty nog een concert in Lille. We waren dan ook meer dan tevreden dat we hem gisteren voor het eerst (lees: na een reeks teleurstellingen door geannuleerde optredens in het verleden) eindelijk eens aan het werk konden zien! Voor de opnames van de plaat had Doherty met Mik Whitnall, Drew McConnell en Adam Ficek van Babyshambles en Graham Coxon van Blur een mooie band rond zich verzameld. In het prachtige Théâtre Sébastopol in Lille deed hij het, op en wel heel erg indrukwekkende manier, echter solo.
Wie kwam om het solodebuut van Doherty live te aanhoren kwam, wat ‘Grace/Wastelands’ betreft, van een kale reis terug thuis. Met enkel het frisse “Arcady”, single “Last Of The English Roses” (met twee balletdanseresjes als aanvullende artistieke act) en “Salome” (een nummer over de dochter van Herodias die verantwoordelijk was voor de dood van Johannes De Doper) deed hij niet veel moeite om te putten uit ‘Grace/Wastelands’. Over dit feit waren we enigszins teleurgesteld. Bijzonder leuk was echter dat we als fan van wijlen (volgens geruchten binnenkort weer te verrijzen?) The Libertines op onze wenken werden bediend door Pete(r) met prachtig semi-akoestisch uitgewerkte versies van “Can’t Stand Me Now”; “Music When The Lights Go Out”; “The Ha Ha Wall”; “The Man Who Would Be King” en “Up The Bracket”. Ook nummers van Babyshambles passeerden de revue: “Sticks & Stones”; “Killamangiro”; “Albion” en “Back from the Dead” vanop ‘Down in Albion’ en “There She Goes” en “Delivery” vanop ‘Shotter’s Nation’. Doherty putte dus ruim uit zijn bij het brede publiek bekende oeuvre. Daarnaast echter ook een aantal nummers die, behalve bij de echte fans, minder bekend zijn: o.a. “Don’t Look Back into the Sun”; “Conversation Diva”; “East of Eden”; “Darling Clementine” en “The Ballad of Grimaldi”.

Pete(r) Doherty bracht met prachtig semi-akoestisch uitgewerkte nummers bijna anderhalf uur lang een bloemlezing van zijn oeuvre over The Libertines naar Babyshambles en zijn solowerk en terug. Hoewel het een knap concert was in een prachtige setting bleven we toch ietwat op onze honger zitten wat het repertoire van zijn solodebuut ‘Grace/Wastelands’ betreft. Voor de rest absoluut geen klagen want dit was vakmanschap van een rockicoon (in wording)! Binnenkort is Peter Doherty te gast op Polsslag in Hasselt en is hij te zien in de Bota ikv 5 jaar Pure FM.

Support van dienst was Roses Kings Castles, een zijproject van Babyshambles-drummer Adam Ficek. We hoorden breekbare songs die heel wat bijval genoten bij het opgekomen publiek. Een knappe opwarmer voor zijn frontman.

Organisaitie: Agauchedelalune, Lille (ikv Les Paradis Artificiels)

Saga

Rob Moratti Saga’s nieuwe ‘leading man’ voor de toekomst?

Geschreven door

Toen Saga eind 2006 afscheid nam van frontman Michael Sadler werd de toekomst voor deze Canadese progrockers plotseling erg onzeker. De indrukwekkende afscheidstour maakte duidelijk dat Sadler na zovele dienstjaren niet zomaar vlug vervangen kon worden. Heel even dacht de band er aan om definitief het bijltje er bij neer te leggen. Met ex-Final Frontier zanger Rob Moratti vond men de oplossing voor de toekomst…of toch niet? Ik was dan ook erg benieuwd hoe het nieuwe Saga live zou klinken en hoe de fans Rob als nieuwe frontman zouden verwelkomen. Al moest ik daarvoor wel rijden tot in het Nederlandse Uden, waar in de gezellige rockpub ‘De Pul’ het eerste Nederlandse optreden plaatsvond van het vernieuwde Saga. Dat die avond ook het heropgerichte It Bites op de planken stond maakte het nog veel interessanter.

De club zat goed vol toen het Engelse It Bites stipt op tijd mocht gaan opwarmen. Eind de jaren ’80 had de band een bescheiden pophitje met “Calling All The Heroes”. Deze song, tot het vorige jaar verschenen album ‘The Tall Ships’, het enige songmateriaal waar ik reeds mee vertrouwd was. Het nieuwe album is echter bijzonder sterk en weet zowel pop als progrock liefhebbers erg te bekoren. ‘The Tall Ships’ haalde zelfs mijn persoonlijke album top 10 van 2008, dus dat zegt al heel wat!
De oorspronkelijk zanger/gitarist Francis Dunnery is er niet meer bij. Huidige ‘leading man’ van It Bites is echter niemand minder dan Kino & Arena man John Mitchell. Als je hem hoort zingen moet je wel toegeven dat hij aardig in de buurt komt van het originele pakket. It Bites speelde een veel te korte set. Maar misschien komt dit vanwege de aaneenschakeling van sterke momenten waardoor de 45 toegewezen minuten zo vlug voorbij waren. Vanaf het pompy “Kiss Like Judas” zat het meteen goed. Een stevige ritmesectie (Bob Dalton (drums) & Dick Nolan (Bass)), een verrassend sterke goede keyboardinvulling (John Beck) en de meesterlijke, supermelodieuze gitaarpartijen en vocalen van John Mitchell. Vooral zijn vocale prestaties zijn voor verbetering vatbaar. Maar de man gaat steeds beter zingen, al ziet hij zichtbaar af wanneer hij de hogere tonen probeert te halen. Een supersterk optreden en vooral een warm gevoel om meer! Hopelijk kan ik deze ‘men in white’ binnenkort eens in een full-headlining show zien.

Na een korte break was het langverwachte moment eindelijk aangebroken. Saga opende met de titeltrack uit het net uitgebrachte album ‘The Human Condition’. Een heavy ‘instrumental’ waarin Rob Moratti slechts enkele woorden mag zingen. Met “The Flyer” kreeg het publiek pas echt goed te horen hoe Moratti klinkt. Vol zelfvertrouwen zette de Canadees een voortreffelijke maar iets te heavy versie neer van deze Saga klassieker. Er werd tijdens deze song ook nog angstig gezocht naar een goed geluidsevenwicht maar toen “Wind Him Up” werd aangekondigd zat alles juist. Moratti werd door het publiek hartelijk ontvangen waarvoor Moog synthesizerwonder Jim Gilmour ons uitdrukkelijk voor bedankte. Pas toen “Step Inside” uit het nieuwe album aan bod kwam werd het voor iedereen duidelijk dat Saga toch wel koos voor een drastische vernieuwde aanpak. Een echte melodische rocksong met ballen waarin de zo typerende progressieve Saga elementen nog slechts minimaal aanwezig zijn. Doch mij kan het wel erg bekoren maar ik kan mij wel inbeelden dat niet iedereen even gelukkig is met deze nieuwe stijl. Bovendien is het even wennen aan de expressievere podiumperformance van Moratti, die als nieuwe frontman toch een beetje een stijlbreuk is met de andere heren in de band.
Met Moratti koos Saga ook voor een totaal ander stemgeluid, wat ook al weer een ernstige aanpassing vraagt. Maar eenmaal je accepteert dat dit de toekomst is kan je pas echt genieten en dat gebeurde vooral tijdens de echte Saga klassiekers zoals: “Humble Stance”, “You’re Not Alone”, die sterk door Moratti werden ingezongen.
Tijdens de nieuwe songs kon de man mij minder overtuigen en bovendien maakte hij ook enkele pijnlijke schoonheidsfoutjes. “This was a new song from my new album” zei hij wat ongelukkig en op een bepaald moment kondigde hij ook de verkeerde song aan. Op zich allemaal niet zo erg, maar het brengt de twijfelaars natuurlijk erg in verwarring. “Scratching The Surface” werd nog eens gebracht zoals het origineel werd opgenomen (met Jim Gilmour in de hoofdrol) en dat was mooi meegenomen.
Niet alleen het publiek reageerde fel enthousiast, ook de band liet zien nog steeds heel veel spelplezier te hebben ‘on stage’. De mokerslagen van drummer Chris Sutherland en de competente, vaak maffe gitaaruitspattingen van Ian Chrichton sprongen het meest in het oog en oor. Tijdens de finale zat alles goed met een onvergetelijk sterk “Careful Were You Step” en de allerlaatste encore “On The Loose”.

Ondertussen heb ik op de vele muziekfora zowel positieve als uiterst negatieve reacties gelezen op het debuut van nieuwe zanger Rob Moratti. Het zou het jammer zijn als de vele Saga fans nu reeds zouden afhakken. Moratti is Michael Sadler niet, maar hij heeft ook niet de pretentie om deze echt te doen vergeten.
Saga is gewoon aan een totaal nieuw hoofdstuk begonnen. Of Moratti’s toekomst echt bij Saga ligt is echter een dubbeltje op zijn kant. Zonder twijfel is Moratti een schitterende zanger en uiterst charmante frontman maar of hij de juiste man is op de juiste plaats……ja, ook ik heb zo mijn twijfels.

Setlist It Bites *Kiss Like Judas *Oh My God *Yellow Christian *Plastic Dreamer *The Wind That Shakes The Barley *Ghosts
*Calling Out The Heroes

Setlist Saga *The Human Condition *The Flyer *Wind Him Up *You Were Right *Book Of Lies *Now Is Now *Step Inside *Humble Stance *Scratching The Surface *Crown Of Thorns *You Look Good To Me *Don’t Be Late *You’re Not Alone *Careful Were You Step *On The Loose.

Simply Red

Simply Red: afscheid met hits in stijlvolle geschenkverpakking

Geschreven door

Op het ogenblik dat het uit Manchester afkomstige postpunk groepje The Frantic Elevators in 1982 haar vierde single uitbracht onder de titel “Holding Back The Years”, hadden ze reeds alle steun van platenfirma’s verloren en besloten ze de 7” op eigen kosten en in eigen beheer uit te brengen. Toen ook dit nummer enkel lokaal wat ‘bekendheid’ genoot en commercieel niks te betekenen had, besloot wat later de toen 22-jarige zanger/gitarist Michael James (‘Mick’) Hucknall dat het welletjes was geweest en hij beter andere horizonten opzocht. Hij nam contact op met een andere manager, Elliot Rashman, en samen werkten ze aan een nieuw project. Er werden gepaste, vakkundige muzikanten ingeschakeld en onder de naam Simply Red (u mag eenmaal raden waarnaar dit een verwijzing is) werd in 1985 een eerste album ‘Picture Book’ uitgebracht. Met singles als “Money’s Too Tight (To Mention)”, “Come To My Aid” en een meer soulvolle herwerking van – jawel! – “Holding Back The Years” betekende dit voor de groep meteen een international succes. Nadien zouden de hits zich blijven opstapelen en gingen er inmiddels al miljoenen platen van Simply Red over de toonbank.
In 2010 zal het dan ook precies 25 jaar geleden zijn dat de debuutplaat werd uitgebracht en om dit heugelijke feit te vieren, werd niet alleen besloten een verzamelalbum onder de titel ‘Simply Red 25: The Greatest Hits’ uit te brengen maar hieraan ook een wereldtournee te koppelen die louter hitsingles zou brengen.

De fans waren natuurlijk in hun nopjes maar tegelijk werd de euforie ook getemperd. Mick Hucknall liet namelijk weten dat het hierbij om een zogenaamde ‘farewell tour’ gaat. Met andere woorden: Simply Red houdt op te bestaan en het zijn de allerlaatste concerten die de groep aldus zal brengen. Ingegeven door deze berichtgeving, lieten de fans nog minder dan niks aan het toeval over en was ook het aangekondigde concert in het Antwerpse Sportpaleis al maanden uitverkocht.
De groep kweet zich afgelopen zaterdag van haar taak en leverde een mooi en stijlvol afscheidscadeau af. Het publiek kreeg namelijk een dwarsdoorsnede van de volledige carrière van Simply Red met daarbij (nauwelijks of) geen vullers.
Het concert werd geopend met “It’s Only Love” en “A New Flame”, allebei uit het album ‘A New Flame’ (1989). En meteen was duidelijk dat Mick Hucknall gekleed in grijs pak en roze hemd, binnen ieders verwachting opnieuw uitstekend stond te zingen. Het was bij momenten imponerend te horen hoe gemakkelijk en soms wel op croonerachtige wijze hij met zijn soulvolle stem de nummers extra in de verf zette. Dit kwam onder meer tot uiting in vooral de ietwat rustigere passages zoals “For Your Babies” (‘Stars’, 1991), “You Make Me Feel Brand New” (‘Home’, 2003) (een nummer waarmee The Stylistics in 1974 een grote hit mee scoorden) en natuurlijk “Holding Back The Years” uit ‘Picture Book’ (1985).
Mick Hucknall werd tevens geruggensteund door zijn intussen vertrouwd geworden achtkoppige begeleidingsgroep bestaande uit Ian Kirkham (keyboards en saxofoon), Kenji Suzuki (gitaar), Dave Clayton (keyboards), Pete Lewinson (drums), Steve Lewinson (basgitaar), Kevin Robinson (trompet en fluit) en de twee achtergrondzangeressen Sarah Brown en Dee Johnson. Allen kunnen een goedgevuld cv voorleggen en hebben dus al heel wat ervaring. Dat was duidelijk ook te horen bijvoorbeeld bij een bijzonder sterk gebrachte “Jericho” (‘Picture Book’).
In de eerste helft van het concert noteerden we enkel twee enigszins ‘mindere’ momenten, namelijk de coverversies van “The Air That I Breathe” (‘Blue’, 1998), geschreven door Albert Hammond en Mike Hazlewood en vooral een groot succes voor The Hollies in 1974, alsook “Go Now”, oorspronkelijk uitgevoerd door Bessie Banks maar beter bekend in de versie van The Moody Blues en nu speciaal in het kader van het album ‘Simply Red 25: The Greatest Hits’ ook door Simply Red opgenomen en op plaat gezet. Niet dat beiden slecht vertolkt werden, zeker niet, maar gezien de uitgebreide keuze aan te spelen nummers, leek ons twee van deze covers net teveel, haalden ze te lang het tempo uit de set en werden ze tevens wat te afgelijnd gespeeld.
Via “Thrill Me” (‘Stars’) werd opnieuw voorzichtig een aanval op de heupen van de toeschouwers ingezet maar het was bij “Fake” (‘Home’) dat het publiek massaal opveerde en aan het dansen ging. En met swingende versies van “Come To My Arid” (‘Picture Book’), “The Right Thing” (‘Men And Women’, 1987) en “Sunrise” (‘Home’) met die overbekende sample van Hall & Oates’ “I Can’t Go For That (No Can Do)” er subtieler dan op plaat in verwerkt, bleven de stoeltjes nagenoeg allemaal onbezet. “Fairground” (‘Life’, 1995) dat voorzien werd van een exotisch sambaritme en mooie beats, deed de temperatuur in de zaal zelfs nog meer stijgen.
Hierna verdween de groep van het podium en trakteerde het publiek op twee bisrondes van telkens twee nummers. Daarbij kwamen vooreerst “Something Got Me Started” (‘Stars’) en het vanzelfsprekende “Money’s Too Tight (To Mention)” (‘Picture Book’), opnieuw een cover en deze keer van The Valentine Brothers, aan de beurt. Een tweede bisronde ving aan met “Stars” uit het gelijknamige album en er werd afgesloten met een massaal meegezongen versie van “If You Don’t Know Me By Now” uit ‘A New Flame’. Dit nummer is intussen zodanig vergroeid met Simply Red dat het velen doet vergeten dat het geschreven werd door Kenny Gamble en Leon Huff en in 1972 een hitnotering opleverde voor Harold Melvin & The Blue Notes.

Mick Hucknall sloot aldus met Simply Red een mooi hoofdstuk af. Hij kan zich nu richten op het verder uitbouwen van een solocarrière. Drastische omwentelingen hoeft dit niet noodzakelijk met zich mee te brengen. Wie bijvoorbeeld kijkt naar de muzikanten die hun medewerking hebben verleend aan het album dat hij vorig jaar onder eigen naam heeft uitgebracht, ‘Tribute To Bobby’ (een verzameling liedjes ter ere van blueszanger Bobby Bland), zal daar nagenoeg dezelfde namen zien opduiken die ook op het podium van het Sportpaleis stonden. Simply Red verdwijnt dus niet meteen en degenen die hieraan toch twijfelen, kunnen nog steeds het zekere voor het onzekere kiezen en zich op 4 juli 2009 richting Vorst Nationaal begeven alwaar Simply Red nog een tweede afscheidsconcert in België speelt.

Of daar ook het Belgische Sweet Coffee het voorprogramma zal verzorgen, is niet zeker. In ieder geval mochten ze dit wel doen in het Sportpaleis en de set die ze brachten, ging wisselend van sensueel naar dansbaar. Het klonk allemaal erg goed en coherent. Er werd niet alleen teruggeblikt op hun vorige platen maar werd ook een voorproefje verschaft op het nieuwe, in september te verschijnen album ‘Face To Face’. De vooruitgeschoven single “Tomorrow” die mede door de extra reggae en ragga van gastvocalist Monday heel nauw aanleunt bij Groove Armada, stelde Sweet Coffee als laatste nummer in de set aan het publiek voor. Dit belooft voor de komende (festival)zomermaanden!

Setlist Simply Red: It's Only Love, A New Flame, Your Mirror, Home, Jericho, For Your Babies, Holding Back The Years, You Make Me Feel Brand New, The Air That I Breathe, Go Now, Thrill Me, Fake, Come To My Aid, The Right Thing, Sunrise, Fairground
Something Got Me Started, Money's Too Tight (To Mention)
Stars, If You Don't Know Me By Now

Neem gerust een kijkje naar de pics onder live foto's

Organisatie: Live Nation

Paul Kalkbrenner

Energieke DJ gig van DJ Paul Kalkbrenner

Geschreven door

2009 WORDT het jaar van DJ Paul Kalkbrenner. Hij verzorgde de soundtrack en speelde een hoofdrol in de film ‘Berlin Calling’; de single "Sky and Sand" betekende de doorbraak en wordt nu zowat overal grijsgedraaid. Een reden te meer waarom deze sympathieke Duitser de laatste tijd zoveel in ons land vertoeft. Hij stond een weekje eerder op het podium van het Karma Hotel festival in Oostende waar hij de klemtoon legde op een trancy psychedelisch setje.
In de Petrolclub te Antwerpen was hij de perfecte DJ op de ideale locatie. Een goed gevulde zaal zag en voelde het bewijs dat deze DJ, na ruim tien jaar op de achtergrond te hebben gewerkt, momenteel bij de groten van de hedendaagse elektro-scène mag gerekend worden. Hij creëerde een uitzinnig danslandschap door z’n energieke live-set. Een aanstekelijke sound, die door de gepaste opbouw, inwerkte op de dansspieren en waarin plaats was voor emotie en romantiek.

Ben Klock is ook afkomstig uit Berlijn, collega en vriend van Kalkbrenner én resident DJ in ‘Berghain, de technotempel bij uitstek. Hij bracht een gedreven technoset, straight forward, met een knipoog naar de Amerikaanse dance-scene. Een ‘fantasmatische’ gig na Kalkbrenner.

Organisatie: Petrolclub, Antwerpen

 

Slim Cessna

Slim Cessna’s Auto Club: Praise the Lord

Geschreven door

Het curriculum vitae van Kid Congo Powers ziet er zonder meer indrukwekkend uit. Lid geweest van The Gun Club en The Cramps, gitaar gespeeld op het absolute meesterwerk ‘The good son’ van Nick Cave en verder talloze andere collaboraties, o.m. met Divine Horsemen, Angels Of Light, Legendary Stardust Cowboy, The Knoxville Girls en Speedball Baby. En toch ziet de man er niet echt rock-'n-roll uit en leek hij eerder op een gesjeesde dichter met wat teveel tequila op. Met zijn Pink Monkey Birds bracht hij aangename rustig voortkabbelende rock waarin hij niet zelden de broeierige sfeer van het zuiden opzocht. Een echte zanger kan je hem bezwaarlijk noemen, meestal debiteerde hij zijn teksten, een beetje zoals André Williams dat doet. Het verleden werd niet uit de weg gegaan en we hoorden een wat mislukte interpretatie van "Sex beat" (The Gun Club) naast een dan weer zinderende ode aan Poison Ivy en The Cramps. Slecht was het zeker niet maar toch een beetje te tam om een zaal als de 4AD naar het kookpunt te brengen.

Er zat behoorlijk meer snee op Slim Cessna's Auto Club. Deze band uit Denver, Colorado kreeg vorig jaar met hun zesde (!) cd ‘Cipher’ (uit op Jello Biafra's Alternative Tentacles) onverwacht heel wat media aandacht. Het meesterwerk dat sommigen erin hoorden was het zeker niet maar de talloze goede liverecensies in de Amerikaanse pers (sommigen hadden het zelfs over de beste live act van Amerika) maakten me toch wel heel benieuwd. En op het podium klonk het inderdaad nog een stuk opzwepender. Alles draait rond het charismatische duo Slim Cessna en Jay Munly, twee lange bleke cowboys die zó de hoofdrollen in ‘Brokeback Mountain’ hadden kunnen krijgen. Met veel zin voor het theatrale bestookten ze ons met hilarische teksten waarin de heer regelmatig opdook. Maar in tegenstelling tot 16 Horsepower waarmee de groep regelmatig vergeleken wordt werd Jesus hier verre van serieus genomen. De rest van de Club bestond uit vier schitterende muzikanten (lap steel, staande bas, drums, gitaar/banjo) die connecties hebben met 16 Horsepower en Delta 72. Hun muziek laat zich nog het best omschrijven als americana met een flinke punkinjectie.
Heerlijk concertje maar onvergetelijk? Toch niet, daarvoor huppelde het net iets teveel en miste ik een beetje de ware spirit van de Amerikaanse folk.
.. En gans de avond stond bovendien wat in de schaduw van het net uitgelekte nieuws dat de Gories/Oblivians reünietour zijn weg nu toch zal vinden naar Diksmuide (op 13 juli) …

Neem gerust een kijkje naar de pics onder live foto’s

Organisatie: 4AD, Diksmuide

Micah P. Hinson

Micah P. Hinson: beloftevolle twintigers maken indruk

Geschreven door

Rijselaar Louis Aguilar opende de avond en kon als lokale belofte op aardig wat bijval rekenen bij het publiek. In het begin van de set weerklonken enige valse noten, een euvel dat nadien enkel nog opdook wanneer hij samen met de prettig gestoorde dame aan zijn zijde (een mengeling van Kate Pierson en Björk) vocaal moest optornen tegen de soms iets te luid afgestelde instrumenten. Verdienstelijk maar zeker niet onvergetelijk.

Hetgeen The Bony King of Nowhere nadien opvoerde, situeert zich duidelijk een klasse hoger. De vele optredens die Bram Vanparys en de zijnen recentelijk gaven, leidden ertoe dat deze groep nu al klinkt alsof ze jarenlang samen musiceren. Men is quasi perfect op elkaar ingespeeld en dus nu reeds - enkele weken na de debuutplaat - klaar om de hooggespannen verwachtingen ook live volledig in te lossen. Wat ook hoopvol stemt, is het feit dat ze een nieuw lied brachten dat heerlijk swingend klonk en menig danspasje ontlokte aan de muziekliefhebbers die vrijdagavond verzamelden in Le Grand Mix. Die ene song leverde het bewijs dat The Bony King of Nowhere niet gaat rusten op de vele lauweren die ze de voorbije weken toegespeeld kregen. Deze jongelingen zien in dat stilstaan achteruitgaan is en hetgeen ze nu op het podium brengen, doet ons al reikhalzend uitzien hoe ze muzikaal zullen evolueren.

Om tien voor elf was het dan de beurt aan Micah Paul Hinson, de hoofdact van de avond. Deze 28-jarige Texaan betrad het podium met zijn echtgenote aan de keyboards. De drummer was geen familie. Het is moeilijk om één noemer te plakken op de muziek die Hinson brengt: af en toe hangt hij de crooner uit, vaak zijn de country-invloeden prominent aanwezig, op andere momenten hoor je rauwe blues of barst hij los in schreeuwerige rock. Voorts riepen zijn gitaarspel en flair tijdens het optreden nu en dan echo’s op aan hetgeen Jeff Buckley liet registreren op ‘Live at Sin-é’.
Het 150-koppige publiek kon in het begin van de set genieten van bezielde versies van “You’re only lonely” en “Tell me it ain’t so”. Na een vijftal eigen nummers komt de croonende Elvis Presley in hem naar boven wanneer hij “Are you lonesome tonight” aanvatte. Slechts enkele noten ver liet hij dat plan echter varen om vervolgens “Suzanne” van Leonard Cohen te brengen. Blijkbaar had de platenfirma hem vorig jaar gevraagd om een cover-plaat op de markt te brengen, een voorstel dat (tot Hinsons grote frustratie) ingetrokken werd éénmaal ze het resultaat te horen kregen.
Misschien omdat de coverkeuze iets te divers (naast Presley en Cohen immers ook o.a. Leadbelly en John Denver) uitviel om aan de man te kunnen brengen?
Wat er ook van zij, de eigen nummers van Hinson waren sterk genoeg om op eigen benen te kunnen staan. Denk maar aan “Diggin’ a grave” (uit “Micah P. Hinson And The Opera Circuit”) en het beklijvende “When we embraced” (uit het recente Micah P. Hinson And The Red Empire Orchestra).
Na anderhalf uur sloot Hinson het optreden af met de John Denver-classic “This old guitar”, een keuze die bewees dat Hinsons liefde voor muziek hem nog meermaals op menig concertpodium zal doen belanden…iets wat wij volop toejuichen!

Organisatie: Grand Mix, Tourcoing

Razorlight

Overtuigende popband Razorlight

Geschreven door

Razorlight kwam met ‘Slipway Fires’ haar derde en tot nu toe meest toegankelijke plaat voorstellen in een uitverkochte AB. Opmerkelijk was dat het Brits-Zweedse viertal, dat voor de gelegenheid was aangevuld met een toetsenist, pas halverwege de set volop songs begon te plukken uit het nieuwe album. Met achtereenvolgens de nog steeds aan subtiliteit groeiende single “Wire To Wire” en het naar een climax opstuwende “Blood For Wild Blood” illustreerde Razorlight ook live de nieuwe koers die ze op ‘Slipway Fires’ inslaan: minder catchy gitaardeuntjes dan op het voorgaande titelloze album ‘Razorlight’, meer songs die opgebouwd zijn rond de vocalen van zanger Johnny Borrel. Geen slechte keuze als je weet dat deze charismatische frontman over een meer dan begenadigde stem beschikt.

Eerder had de groep al een verschroeiende start genomen met het aan The Police schatplichtige “Back To The Start”, het door de talrijk opgedaagde Britse jongedames extatisch onthaalde “In The Morning” en het naar een Libertines verleden ruikend “Stumble And Fall”. Wou Razorlight weerwraak nemen voor de soms als pathetisch en te gepolijste bekritiseerde sound van haar jongste worp? Nog vóór de eerste noot ingezet werd sloopte zanger Johnny Borrel de korte mouwtjes van zijn shirt nog verder op en deed hij meermaals tijdens de gebalde set denken aan de frontman van U2. Aan de jonge, energieke Bono ten tijde van ‘Under A Blood Red Sky’ welteverstaan, niet aan het pafferige mannetje met boxershirt dat we onlangs nog zagen opduiken op strandfoto’s in diverse kranten.
Door zijn denigrerende (ironische?) opmerkingen over het oeuvre van levende legende Bob Dylan was Johnny Borrel nog vóór zijn debuut al persona non grata bij een groot deel van de (vergrijzende) muziekjournalistiek. Met het solo ingezette “60 Thompson” en het heerlijke “Hostage Of Love” tijdens de bisronde bewees Razorlight evenwel opnieuw een uitstekend songschrijver in huis te hebben.
Toegegeven, nummers als “Burberry Blue Eyes” en “Tabloid Lover” klonken net als op de nieuwe plaat ook live te weinig geïnspireerd. Toch zat je na het concert jezelf af te vragen waarom de melodieuze popsongs van één van de betere hedendaagse groepen van over het Kanaal deze zomer geen prominente plaats gekregen hebben op de affiche van het beste festival ter wereld.

Organisatie; Ancienne Belgique, Brussel

The Pains Of Being Pure at Heart

The Pains Of Being Pure at Heart

Geschreven door

2009 biedt met A place to bury strangers, Crystal Antlers, Glasvegas en Vivian Girls een duidelijke revival naar de ‘90’s shoegaze van Swervedriver, My Bloody Valentine en Ride. ‘Nu-gaze’ luidt het credo! Maar in dit genre zijn we heel sterk onder de indruk van het beloftevolle NY-se kwartet The Pains Of Being Pure at Heart.
Zij weten op hun debuut op gepaste en gevatte wijze de shoegaze te combineren met de fuzz van Jesus & Mary Chain, ‘80’s The Smiths, de ‘90’s dromerige grungepop van Teenage Fanclub en de waverock van Editors. De klemtoon komt op een bedreven en meeslepende emotionele rocksound onder de zweverige zang van Kip Berman (zang/gitaar) en Peggy Wang-East (zang/keyboards). Luister maar eens naar “Come saturday”, “This love is fxx right”, “Everything with you” en het afsluitende “Gentle sons”. De band heeft de kunst goede, opbouwende popsongs te schrijven als opener “Contender”, “Young adult friction”, “Stay alive” en “Hey Paul”. Ook durven zij gas terugnemen , want een verademing binnen hun snedig rockconcept is “Teenager in love”, de ideale lover tienerdroom.
Het kwartet heeft zowaar een schitterende, afwisselende plaat uit, en slaagt erin om diverse invloeden van twintig jaar ver in een eigen unieke, overtuigende rocksound om te buigen!

Neil Young

Fork in the road

Geschreven door
’Rock’n’roll will never dies’ … woorden gegrift in ons geheugen van de onvermoeibare rockveteraan Neil Young. Hij slaagt er nog steeds in met een tweede generatie Crazy Horse leden en vrouwlief Pegi zorgvuldige en intens broeierige retrorock te bieden. ‘Fork in the road’ is één van z’n betere cd’s van de laatste jaren; een afwisselende plaat van bezielde strakke rock. En deze keer horen we geen uitgesponnen nummers die het begeesterende gitaarspel van deze rockicoon onderstrepen; enkel de titelsong overstijgt de vijf minuten grens. In de tien songs wordt z’n interesse voor antieke auto’s liefdevol bezongen. Z’n countryroots verloochent hij niet in het intieme “Light a candle”, die samen met “Off the road” de sfeervolle songs zijn op de plaat. Voor de rest horen we onderhouden gitaarrock om U tegen te zeggen, waaronder “When worlds collide”, “Johnny magic”, “Cough up the bucks” en de titelsong, onder mans doorleefde zang.

Beirut

March Of The Zapotec/Realholland People

Geschreven door

Toen eind 2007 ‘The Flying Club Cup’ uitkwam werd Beirut op slag beroemd. De single “Nantes” werd grijsgedraaid. Bij ons was ook de tijd van de eerste editie van Music For Life en “Nantes” werd het meest aangevraagde nummer van het evenement. Zach Condon, de singer-songwriter was zo overweldigd door het plotse succes dat hij abrupt zijn wereldtournee afzegde en ging bezinnen in Mexico. De muzikale duizendpoot (of miljoenpoot) kon niet stil blijven zitten en nam daar met de Jimenez Band, een 19-koppige Mexicaanse ‘funeral band’, enkele liedjes op. Toen hij terug thuis kwam, nam hij nog enkele nummers op in zijn eigen studio. Het resultaat: ‘March of the Zapotec and Realholland People’.
’March of the Zapotech’ is de eerste LP met het folkloristische Mexicaanse gedeelte. Het telt vijf nummers (zes als je de intro meetelt) en brengt de muziek die we gewoon zijn van Beirut. “La Llorona”, “My Wife”, “The Akara” en “The Shrew” zijn stuk voor stuk feel-good-nummers om vingers en duimen bij af te likken. Het melodramatische “On a Bayonet” hoort minder goed bij de rest maar is daarom zeker niet minderwaardig.

’Realholland People’ is de verrassende tweede LP. Geen volkse of minder gebruikelijke instrumenten, maar elektronische muziek die aan de jaren ’80 herinnert. “My Night with the Prostitute of Marseille” is het beste liedje van deze LP. “The Concubine” is ook prachtig, maar lijkt ons een vreemde eend in de bijt. Je zou bijna kunnen zeggen dat “The Concubine” op de eerste LP thuishoort. “No Dice” is een onnodige elektronische cover van “A Sunday Smile” die op ‘The Flying Club Cup’ stond. “Venice” en “My Wife, Lost in the Wild” zijn ietsje te duf.

Zach Condon levert hier een vreemde dubbel-LP af die misschien beter in twee delen zou verkocht worden. Het eerste deel zal de fans van het eerste uur zeker aanspreken en tevreden stellen, maar het tweede deel moeten ze er dan wel bijnemen.

Antony & The Johnsons

The crying light

Geschreven door

Antony Hegarty – aparte meneer – aparte zang – apart popgeluid –aparte cd hoes. Darmee is veel gezegd … een formule van gevoelige, klassieke ‘kamer’pop gebaseerd op het intense pianospel van Antony en een sobere begeleiding van viool, flutes, strijkers en een softe percussie in een toepasselijk decor van jaren ’30 geportretteerde figuren, dito klederdracht.
’The crying light’ is de langverwachte opvolger van ‘I am a bird now’. Eind vorig jaar hoorden we nog een tip van de sluier door de EP ‘Another world’, waarvan enkel de titelsong op de full cd is terug te vinden. We horen overwegend een innemende, tedere, breekbare, broze sound van prachtsongs waaronder “Epilepsy is dancing”, “One dove”, “Another world” en “Daylight and the sun”. Op “Aeon” en het afsluitende “Everglade” klinken weelderige arrangementen door, en op “Dust and water” stoeit hij met soundscapes. Z’n zachte, hoge vocals intrigeren en beklijven, en bieden een sterke emotionele waarde aan de songs.

A Storm Of Light

De geluidsbrij en lichtschuwte van A Storm Of Light

Geschreven door

Het Amerikaanse A Storm of Light kwam vorig jaar al langs op Pukkelpop (net gemist luidde het dan) en waren nu te zien voor twee concerten in ons landje. De band plaatst zich binnen de ‘alternative’ sound van postmetal, sludge, doom, drone, noise en fuzz. En in hun loodzware sound horen we zelfs een vleugje psychedelica. Het trio heeft ‘visual director’ Josh Graham achter zich , die al z’n strepen verdiende bij Neurosis en Red Sparowes.
Ze creëerden een muzikale wereld van opbouwende krachtige gitaarloops, fuzzende en noisy pedaaleffects, logge, monotone, slepende en bezwerende repetitieve (drum) ritmes en een diep dreunende bas, onder een haast onverstaanbare rauwe en zweverige zang.
A Storm Of Light refereerde ook nauw aan Justin Broadrick’s Godflesh, Michael Gira’s Swans en ons AmenRa. Op het podium zagen we traag lopende projecties van vulkaanuitbarstingen, stromende lava, woeste golven, ijsschotsen, poollandschappen en stofwolken.
Een uur lang ondergingen we de grauwe emotionele schoonheid van hun harde, meedogenloze en oorverdovende geluidsbrij. Lichtschuwte en A Storm Of Light waren met elkaar verbonden.

Een dreigende spanning ervaarden we ook bij het Belgische Kiss the anus of a black cat. Pathetische dreigende ‘dark’folk, onder de helder getormenteerde zang van gitarist Stef Heeren. Live klonk de band directer dan op plaat, waar de klemtoon ligt op meeslepende dramatiek en mystiek. Het kwartet nestelt zich ergens tussen The men they couldn’t hang, The Whiskey Priests, Woven Hand en My Morning Jacket. Het recente ‘The Nebulous Dreams’ stelden ze uitgebreid voor. Een band die niet misstaat in de clubtents van (folk)festivals …

Organisatie: VK Sint-Jans Molenbeek

Domino 2009: The New Wine, The Invisible, Micachu And The Shapes en The Whitest Boy Alive - The Whitest Boy Alive bouwt feestje op Domino 2009

Geschreven door

The Whitest Boy Alive mocht afgelopen dinsdag een alweer geslaagde, 13de editie van het Dominofestival afsluiten. Gedurende 7 avonden werd de AB ondergedompeld in een mix van te ontdekken groepen en klanken en tot op het laatst kreeg men de mogelijkheid te proeven van enkele nieuwigheden. Met The New Wine, The Invisible, Micachu And The Shapes en The Whitest Boy Alive stonden op de finaleavond namelijk niet minder dan vier groepen geprogrammeerd, de eerste twee maakten zelfs hun debuut op een Belgisch podium.

Het Noorse The New Wine werd door The Whitest Boy Alive gevraagd om tijdens de gehele tournee het voorprogramma te verzorgen en bijgevolg stonden ze ook in de AB geprogrammeerd. Op het ogenblik dat de vier jongeren uit Bergen aan hun set begonnen, kwam het publiek nog geleidelijk de grote zaal binnengewandeld maar Stian Iversen (gitaar/zang), Johan Hatleskog (basgitaar), Geir Hermansen (synthesizer/percussie) en Adrian SØgen (drums) lieten het niet aan hun hart komen en zetten met hun vrolijk aandoende nummers vol opzwepende elektropop, dansbare beats en de bij 80’s Italo Disco aanleunende rifjes al meteen aan tot heupwiegen. Het deed ons bij momenten vooral denken aan onder meer Tahiti 80, Phoenix of Chromeo maar bovenal leunde het erg dicht aan bij jawel, … The Whitest Boy Alive. Niets nieuws of wereldschokkend maar volstrekt passend bij het mooie lenteweer. The New Wine werkt volop aan een eerste album maar enkele nummers kunnen nu reeds in demoversie beluisterd worden op hun MySpace.

Hoewel ook The Invisible voor de eerste maal te zien en te horen was op een Belgisch podium, zijn de muzikanten die deel uitmaken van dit trio echter niet aan hun proefstuk toe. Gitarist/zanger Dave Okumu maakte deel uit van Jade Fox en verleende zijn medewerking aan onder meer Matthew Herbert, bassist/zanger Tom Herbert deed hetzelfde bij Acoustic Ladyland, Jade Fox en Polar Bear, terwijl Leo Taylor al gedrumd heeft bij onder meer Gramme, Zongamin, Matthew Herbert, Bugz in the Attic, Hot Chip en Nitin Sawhney.
Sinds 2006 spelen ze ook samen als The Invisible en het gelijknamige, uitstekende debuut van deze Londenaars verscheen  recent op Accidental Records, het label van Matthew Herbert die ook meteen de productie van de plaat op zich nam. Hij zorgde mee voor een broeierige, zwoele en donkere sound met flarden soul, funk, jazz, rock en Afrikaanse ritmes. Zelf typeren ze hun muziek als Experimental Genre-Spanning Spacepop maar over het kanaal ziet de pers voor The Invisible eerder een rol weggelegd als Britse tegenhanger voor TV On The Radio.
Live kwam dit alles iets minder krachtig en doeltreffend over. Waar de zachte, soulvolle stem van zanger Dave Okumu op plaat mooi zweeft boven en tussen de instrumentatie, was deze in de AB meer onderdrukt en kwam het concert als geheel iets minder beklijvend over. De drie groepsleden werden op het podium bijgestaan door een keyboardspeler en er zou kunnen verwacht worden dat dit het geluid nog voller en steviger zou maken maar dit bleek niet het geval te zijn.
Na een kort instrumentaal stukje werden meteen de twee singles “Monster’s Waltz” en “London Girl” (met een soort gitaarrif waarop Nile Rodgers een patent heeft) gebracht en deed de muziek gaandeweg meer vergelijkingen oproepen met !!! en Foals. Naar het einde toe nam The Invisible wat gas terug via zachtere nummers als “Baby Doll” en “Passion” om na drie kwartier af te sluiten met “Jacob & The Angel” mondde uit op enkele solo’s.  
Het was zeker goed te noemen maar we misten toch wel dat extraatje om het bijzonder te noemen, mede omdat de impact van de melodieuze climaxen vaak ontbrak. Er is zeker nog groeimarge en door hun tournee als voorprogramma van The Doves en Foals zullen ook hun concerten ongetwijfeld naar een nog hoger niveau getild worden. We zien The Invisible dan ook graag binnen enkele maanden terug wanneer hun set staat als een huis. Met een imposante verschijning als Dave Okumu mag dit geen probleem opleveren.

Vijftien minuten na The Invisible maakte het vorig jaar opgericht Micachu And The Shapes hun opwachting. Ook hier betreft het een trio uit Londen dat wordt aangevoerd door de tengere, pas 21 jaar oude dj/MC Mica Levi (aka Micachu), vergezeld van Raisa Khan (synthesizer/percussie) en Marc Pell (drums) als The Shapes. Hun debuutplaat ‘Jewellery’ verscheen eveneens zopas op het label van Matthew Herbert en hij verzorgde tevens de productie. In Engeland worden ze beschouwd als één van dé acts die in 2009 potten zullen breken en onder hun fans mag ook Björk gerekend worden.
Centraal staat de ‘chu’ een door Mica zelf geprepareerd gitaar waaraan een bassnaar toegevoegd en een pedaal bevestigd werd zodat er meer glijdende geluiden voortgebracht kunnen worden. Door dit instrument te bespelen met een soort hamerklap, wordt een scherp, hoekig geluid geproduceerd dat één van de handelskenmerken van de groep is geworden. De luid rammelende muziek die ze brengen, is te situeren binnen de elektronica, garagerock en  postpunk. Hun concert in de AB was van wisselend niveau. Bij momenten strak en snedig, maar veelal ook richtingloos waarbij enkel het produceren van noise het hoofddoel leek te zijn. De bijdrage van Dave Okumu op één nummer kon daar niks aan verhelpen. De sterkste momenten waren wanneer Raisa Khan de nummers wat opsmukte via synthesizer en ‘Wrong’ voorzag van extra percussie. Micachu And The Shapes hebben talent maar het komt er op aan hiermee niet losweg te woekeren.

Om stipt 22u verscheen tenslotte de groep waar nagenoeg iedereen voor gekomen was: The Whitest Boy Alive. Opererend vanuit Berlijn en onder leiding van de Noor Erlend Øye (1/2 Kings Of Convenience en onder meer de stem achter “Poor Leno” van Röyksopp) hebben zij natuurlijk veel minder introductie nodig dan de drie voormelde want met hun combinatie van rock, pop en subtiele elektronica hebben ze al meermaals het Belgische publiek op een dansen gezet.Enkele weken terug bracht het viertal hun tweede album ‘Rules’ uit en dat werd in de AB met uitzondering van “Timebomb”(maar daar is een bepaalde reden toe zoals straks zal blijken) en het meest rustige fragment “Rollercoaster Ride” integraal voorgesteld.

Het concert begon enigszins rustig met “Keep A Secret”. Vanaf deze jazzy opener was meteen duidelijk dat de nummers van hun nieuwe plaat coherenter klinken dan op het debuut ‘Dreams’ uit 2006 en dat door het intensieve tourschema de groepsleden nog beter op elkaar ingespeeld zijn. “High On The Heels”, “Dead End”, “Intentions”, “Promise Less Or Do More” en “Gravity” volgden elkaar op en zanger/gitarist Erlend Øye, bassist Marcin Öz, de steeds sober maar doeltreffend drummende Sebastian Maschat en toetsenist Daniel Nentwig zorgden voor een gepast ritme. Bovenal Daniel Nentwig blijkt live meer en meer een nadrukkelijke rol te vertolken met zijn Fender Rhodes en Crumar synthesizer.
De sfeer bij het publiek zat er van meet af aan in en Erlend Øye die oogt als een hippe nerd met zijn steeds te grote brilmonturen maar eigenlijk een entertainer eerste klas is, pikte hier snel op in via nog meer directe interactie met het publiek. Hij vroeg humoristisch wat aerobicoefeningen te doen, polste wie onder de aanwezigen Frans, Nederlands of Spaans sprak en toen een jongen op een van de eerste rijen met een kartonnen bord stond te zwaaien met daarop ‘Show Me Love’ geschreven, was het aan de heimelijke glimlach van de groepsleden te zien dat ze snel begrepen wat hiervan de bedoeling was. Erlend Øye nam het bord tot zich en zei dat iemand uit het publiek duidelijk eenzaam was en riep de toeschouwers op om hem wat liefde te verlenen. Meteen het sein om de 90’s hit “Show Me Love” van Robin S te spelen. Deze coverversie van The Whitest Boy Alive is intussen uitgegroeid tot een ware publieklieveling. Vaak wordt deze in hun set verweven met “Timebomb” maar door in te spelen op de situatie vlak voor het podium, werd deze passage achterwege gelaten.
Tot op de balkons werd meegedanst en dit was de aanzet tot één groot feest dat ononderbroken zou duren tot de laatste noot. De groep onderstreepte hiermee nog maar eens haar livereputatie en toonde duidelijk aan de kunst te verstaan om de vaak rustige nummers op plaat op een podium om te toveren tot meezingers van formaat. “Courage” vormde daar een goed voorbeeld van. Mede door het refrein dat ontleend is aan “Push Push” van Rockers Hi-Fi en het feit dat Daniel Nentwig uit zijn Crumar synthesizer nog wat techno beats toverde, werd hieraan een extra dimensie toegevoegd. Erlend Øye hoefde zich maar tot vooraan het podium te bewegen om het publiek verder op te zwepen.
Na “Above You” ging Daniel Nentwig nog wat verder met het improviseren op zijn Crumar synthesizer. Hij toverde er wat tunes uit die zouden passen bij de ‘Star Wars’ trilogie, herhaalde op elektronische wijze de trompetklanken die Erlend Øye nabootste en zette meteen de intro in van “Out Of Space” (bekend in de versie van The Prodigy maar eigenlijk grotendeels gebaseerd op de reggaeklassieker “I Chase The Devil” van Max Romeo).
Het prachtige en onvermijdelijke “Burning” uit ‘Dreams’ sloot het eerste deel van de set af en ook hier was het nog niet afgelopen met de speelsheid. De lichten op het podium werden even gedoofd en bij het terug aanfloepen bleek dat er onder de groepsleden een wisseling van instrumenten was doorgevoerd. Erlend Øye had plaats genomen achter de Fender Rhodes, Daniel Nentwig werd gitarist, Marcin Öz was aan het drummen en Sebastian Maschat bespeelde de basgitaar. Het publiek sloeg dit alles geamuseerd gade.
Tijdens de korte pauze kwam alleen Daniel Nentwig op het podium met in zijn hand een brief. Een meisje uit Stockholm had deze aan de groep overhandigd met de vraag om dit aan haar vriend in België af te geven. De overgelukkige mocht zich prompt een weg banen richting podium en de brief in ontvangst nemen. We hebben dit nog niet veel groepen zien doen.
Na dit intermezzo was het tijd voor enkele bisnummers. Vooreerst werd The New Wine er bij gevraagd om samen met The Whitest Boy Alive de Fred Falke remix van “Golden Cage” te vertolken en dit te verweven met “Around The World” van Daft Punk. Na “Fireworks” waarbij Daniel Nentwig rechtstaande op een stoel zijn Crumar synthesizer bespeelde, werd onderhuids nog eens blijk gegeven van enige correlatie met Daft Punk door het feit dat het ritme van “1517” volledig gelijklopend is met dit van “Harder, Better, Faster, Stronger”. “Hey, You, We Just Got Started. You Can’t End This Now” riep Erlend Øye ironisch want daarna was er nog maar plaats voor nog één nummer, zijnde “Island”.

Na één uur en twintig minuten wuifde de groep het publiek en het Dominofestival uit. Er waren enkele schoonheidsfoutjes te bespeuren, het enthousiasme van de groep en het bespelen van het publiek stond soms een feilloze set in de weg maar dit is in dit geval van geen tel en wordt ook niet van een groep als The Whitest Boy Alive verwacht. De talrijke toeschouwers waren naar de AB gekomen om een extra feestavond te beleven en via dit erg goede concert, hebben ze dit zeker en vast ook gekregen. Iedereen meer dan tevreden dus!

Op naar editie 14 …
Setlist The Whitest Boy Alive: Keep A Secret, High On The Heels, Dead End, Intentions, Promise Less Or Do More, Gravity, Show Me Love (Robin S Cover), Courage, Above You, Burning
The Golden Cage, Fireworks, 1517, Island

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel (ikv Dominofestival 2009)

Domino 2009: The Notwist wikt en weegt: van hard naar zacht, van integer naar opzwepend’

Geschreven door

Wie even Googled naar The Notwist komt naast de gelijknamige Duitse groep bijna even snel uit bij een resem andere muzikale projecten waarbij de broertjes Markus en Micha Acher afgelopen jaren hun artistieke ei kwijt konden. Bands als Lali Puna, Tied & Tickled Trio, Ms. John Soda, Console, Couch en 13 & God mogen dan al hun sporen hebben verdiend in de zogenaamde Weilheim scene (genoemd naar de thuisbasis van de Achers), het blijven illustere onbekenden in vergelijking met The Notwist. Het is dus niet te verwonderen dat omwille van hun drukke bezigheden met deze nevenprojecten de Achers slechts sporadisch een album uitbrengen onder de groepsnaam The Notwist; hun jongste werkstuk, ‘The Devil, You + Me’, werd vorig jaar zonder veel tromgeroffel op de wereld losgelaten, maar leverde de groep toch een plaats op als één van de headliners van het tiendaagse Domino festival in de AB.

Het imago van frontman Markus Acher vloekt op zowat alle vlakken met dat van de archetypische Duitser: hij neuzelt en fluistert, reageert verlegen op applaus en heeft al helemaal geen boodschap aan bindteksten. Verder dan de openingszin “Hello, we are The Notwist ... and this is our music” kwam Acher niet, maar zoals de man zelf aangaf is het de groep vooral te doen om hun muzikale prestaties. Het vijftal koos hierbij van meet af aan voor een ongewoon harde aanpak, waardoor de kenmerkende mix van melancholische indierock, subtiele electronica en knetterende samples bij aanvang van de set wat verloren ging. Zo kende het anders zo rustig voortkabbelend meesterwerkje “Pick up the Phone” een prettig overstuurde finale, drongen de bastonen tijdens “Where in This World” ongewoon brutaal door tot in de onderbuik, en verloor de groep zichzelf even in onnodig noise experiment tijdens een lang uitgesponnen “This Room”.
Acher & co namen na deze blitsstart even later gelukkig wat gas terug met het intieme “Sleep” en met een volledig omgebouwde versie van “Neon Golden”, het titelnummer van hun doorbraak album uit 2002. Gebruik makend van spaarzame gitaren, krakende samples en aritmische percussie mondde dit nummer uit in een verslavende repetitieve groove die ons prompt deed denken aan het meest toegankelijke werk van zielsgenoten Neu en Can. De groep maakte vervolgens een feilloos bruggetje naar “Pilot”, dat in vergelijking met de studioversie opnieuw volledig werd verknipt, in het midden een dub injectie kreeg en na een zoveelste tempowisseling vervolgens uitgroeide tot een groovy climax. Het breekbare titelnummer uit het jongste album, “The Devil, You + Me”, zorgde voor een intimistisch slot van de eerste concerthelft.
Ietwat onwennig doch duidelijk dankbaar door de massale publieksrespons keerde de groep tot tweemaal terug voor een bisronde. Hierbij kregen de iets oudere fans eindelijk ook iets te horen uit ‘Shrink’, het album waarmee The Notwist in 1998 definitief evolueerde van illustere Dinosaur Jr. adepten tot de nieuwe helden van de Duitse indierock. Naast het obligate “Chemicals” werd ook het openingsnummer uit dit album, “Day 7”, op herkenningsapplaus onthaald.

De knetterende beats van “Consequence” sloten na bijna twee uur de negende dag van het festival af met de hoofdletter D. De ‘D’ van de grensverleggende en gedurfde DOMINO affiche, de ‘D’ van de fluwelen Ayco DUYSTER die in de foyer mooie maar vooral duystere plaatjes draaide, en de ‘D’ van ‘The DEVIL, You + Me’ die alledrie een gezegende bron van inspiratie vormen voor de unieke doch onvoorspelbare live reputatie van The Notwist.
Tot op  het Cactusfestival deze zomer zondag 12 juli!

Neem gerust een kijkje naar de pics onder live foto’s

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel (ikv Dominofestival 2009)

Antony & The Johnsons

Antony & The Johnsons: onbeheersbare babbelzucht van Antony …

Geschreven door

Voorafgaand aan het concert bracht Johanna Constantine (een in de video van “Epilepsy is dancing” te bewonderen vriendin van Antony) een act die we kunnen omschrijven als een soort moderne solo-enscenering van Diaghilev’s choreografie bij Le Sacre du Printemps. Niet enkel Stravinsky weerklonk, maar vraag ons niet om namen te plakken op de andere muziek want die kunnen we met onze beperkte kennis niet thuisbrengen. Of we iets van die act begrepen hebben, valt trouwens sterk te betwijfelen. Het tweede deel had misschien de bedoeling om de link te leggen naar ‘I’m a bird now’ maar het zou best kunnen dat deze kunstenares totaal andere intenties had.

Na een kleine 20 minuten betrad uiteindelijk Antony het podium in gezelschap van  The Johnsons die bestonden uit een bassist, een drummer, een violist, een celliste, een violist annex gitarist en een gitarist annex saxofonist.
Na “Where is the Power?” (b-kant van de huidige single) en “Her eyes are underneath the ground” viel ons vooral op dat de strijkers nog niet 100% bij de pinken waren, iets waaraan de reguliere bezoeker van de prachtige Henry Le Boeuf-zaal zich ongetwijfeld meer zou ergeren dan de tolerante aanhang van Antony deed. Tijdens “Epilepsy is dancing” waren alle muzikanten echter al beter bij de les. De magistrale wijze waarop de ingetogen sax-solo gebracht werd tijdens “One dove”, bewees trouwens dat The Johnsons wel degelijk op niveau kunnen musiceren.
Pas vanaf “One day I’ll grow up” richtte Antony een woord tot de zaal. Het bleef echter niet bij ‘een woord’ want hij onderbrak dat mooie lied meermaals om uit te kunnen weiden over het feit dat het zogezegd door zijn vriend Jezus geschreven was. Tolerant als we zijn, bedekten we zijn gepalaver op dat moment nog met de mantel der liefde. Uiteindelijk deed hij immers niets meer dan de grapjas uithangen.
“Kiss my name” verliep vlekkeloos maar nadat Antony vervolgens in het begin van het volgende nummer in de fout gaat op de piano, acht hij het moment gekomen om nog eens in gesprek te treden met zijn publiek. De zaal zit verstomd te luisteren hoe Antony de heks in hemzelf naar boven haalt om de kleur van het publiek te kunnen voelen. Jaja, rond Pasen zijn de wonderen duidelijk de wereld nog niet uit….
Net als we hem van het gebruik van hallucinogene middelen durven te beschuldigen, herpakt hij zich met onder andere “Everglade”, “Another world”, “The crying light” en “Fistful of love”.
Vanaf “Hope Mountain” steekt Antony echter opnieuw een litanie af zoals blijkbaar enkele weken geleden ook in Antwerpen gebeurde. Minutenlang probeerde hij de opnieuw met verstomming geslagen zaal duidelijk te maken dat de wereld nood heeft aan meer vrouwelijkheid, een boodschap waarvoor een concertpodium ons inziens niet het meest gepaste forum is. We kregen zowaar medelijden met de muzikanten die deze uiteenzetting ongetwijfeld al meer dan beu gehoord moeten zijn. Een enkeling in de zaal reageerde enthousiast, maar dat waren vermoedelijk volgelingen die ook enthousiast zouden reageren als Antony zou verkondigen dat het gemiddelde van drie bladzijden koffie interplanetair gerelateerd is aan de vierkantswortel van de filosofische implicaties van de zwarte herdershond op een zondag…..
Het zou een goede zaak zijn als iemand uit de entourage van Antony mans genoeg zou zijn om de ballen te hebben om de om zijn muzikale merites bewonderde artiest op de man (nou ja) af te zeggen dat een podium geen preekstoel is. Na zijn geleuter voelden we immers vooral de behoefte aan de hemelse muziek waartoe hij wel degelijk in staat is.
Gelukkig werd onze ergernis toch nog getemperd door een zalvende drievuldigheid bestaande uit “You are my sister”, “Twilight” en “Aeon”.
In de bisronde trakteerde hij zijn (ondanks alles) trouwe publiek nog op “Cripple and the starfish” en “Hope there’s someone” waarna hij het tijd achtte om zijn ‘sacoche’ te pakken.

Samengevat kunnen we dus stellen dat we getuige waren van een optreden dat muzikaal gezien best wel zijn sterke momenten had maar dat spijtig genoeg ontsierd werd door een blijkbaar onbeheersbare babbelzucht, alvast één kenmerk dat hij in zijn streven om vrouw te worden meer dan voldoende onder de knie heeft….dit laatste uiteraard met een heel vette knipoog want we schrijven dit slechts om te lachen…of hoort (een mogelijks mislukte poging tot) humor evenmin als oeverloos gepalaver in muziek thuis? Misschien eens aan Zappa vragen…

Organisatie: Live Nation

Domino 2009: Mono, Health, Handsome Furs

Geschreven door

Handsome Furs is een Canadees echtpaar, ook wel tweederde van Wolf Parade, een andere Canadese indie band. We kregen een korte set (25 minuten) die naar meer smaakte. Drumcomputers en gitaar, een soort omgekeerde The Kills aangezien de man, Dan Broeckner, hier de vocals verzorgde in plaats van Alison Mosshart bij The Kills.

Het was heel rustig in de AB Box toen Health opkwam, maar dat zou niet lang zo blijjven. “Hi, we are Health from Los Angeles, California”, en weg waren ze voor een verschroeiend halfuurtje noise. Heel gezond voor de trommelvliezen was het niet, vooral de drummer was indrukwekkend met een salvo van dubbele basdrums waar Lars Ulrich goedkeurend zou bij knikken. De drummer mepte zowaar zijn cimbalen los. In heel wat nummers werd de drummer dan nog bijgestaan door de gitarist die een enkele drum martelde, terwijl de tweede gitarist panisch van links naar rechts schoot: Echte songs hebben we eigenlijk niet ontdekt, of het zou een  nummer met keyboards moeten geweest zijn dat naar “Baba O’ Riley” van the Who refereerde. Soms waren de jongens iets te veel met zichzelf bezig en te weinig met het publiek: of hoe moet je het noemen als er twee van de vier bandleden op hun knieën met de rug naar het publiek hun instrumenten aan het pijnigen zijn. “Hi we were Health from Los Angeles California”, na een halfuurtje was de orkaan uitgeraasd. Health lijkt me vooral een groep die live veel indruk maakt, maar waar je wellicht niet vrijwillig een volledige CD van uitzit op een zondagnamiddag.

De hoofdact van deze Domino avond, Mono, wordt wel eens de Japanse Mogwai genoemd. Dit viertal uit Tokio, kwam hun nieuwe album voorstellen, ‘Hymn to the immortal wind’. Dit vijfde album van Mono werd geproduced door Steve Albini en werd opgenomen met een strijkorkest. Een heel ambitieus album dus, van epische proporties, wat zich dan ook uit in de lengte van de nummers die gemakkelijk boven de tien minuten afklokken.
Mono had het strijkorkest thuis gelaten, maar dit zou zeker geen afbreuk doen aan de kwaliteit van hun filmische post-rock. Meestal begonnen de composities van Mono heel rustig op met een enkele gitaar, een xylofoon of keyboards, als een zomerbriesje om dan uit te groeien tot een taifoon van ware Katrina proporties. Nooit klonk die overgang van zacht naar luid echter als een goedkoop trucje, wat je soms aanvoelt bij de mindere post rock groepen. Lang uitgesponnen nummers dus, waar je zelf een verhaal kon bij verzinnen en waar hier en daar wel typische oosterse elementen in te bespeuren waren. In die zin staat Mono eigenlijk ook dichter Godspeed You Black Emperor dan bij Mogwai of 65 days of static. Na ruim anderhalf uur sloot Mono af, zonder ook maar een woord gezegd te hebben. Misschien spreken ze geen Engels, en kon er daarom misschien geen “Hi how are you” vanaf maar eigenlijk deed dat er niet toe, want de wervelende melodieën hadden voor zich zelf gesproken.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel (ikv Dominofestival 2009)

Pagina 459 van 497