logo_musiczine_nl

Trix, Antwerpen - events

Trix, Antwerpen - events - 01 april: Dirty sound magnet - 01 april: Minding dolls, Stryke, Gloom - 02 april: Nova Twins - 02 april: Hifive: Lefty Parker - 02 april: Spoor series: Caroline De Meyer, Dennis Tyfus - 03 april: Deathcrash - 04 + 05 april: Samhain…

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15378 Items)

Circus Bulderdrang

Circus Bulderdrang is terug!

Geschreven door

Circus Bulderdrang is er na tien jaren van stilte terug. Een exclusieve reünie van het absurdistisch rariteitencabaret waar o.a Vitalski ( schrijver, dichter, stand-up comedian, …) en auteur Geert Beullens deel van uitmaken, hebben een show klaar waarvoor ze de mosterd haalden bij Jules Verne’s ‘Reis naar het middelpunt der aarde’. Niet iedereen van vroeger kan er nog bij zijn … IM de hilarische JMH Berckmans (cultschrijver, nachtraaf en verslaafd aan alkohol/sigaretten).
Maar het respect van het kwintet blijft. Deze Bulderboys bieden vier showgigs (telkens de eerste van de maand (1.2; 1.3; 5.4; 3.5)), btw op voorhand uitverkocht, om dan in oktober een megaspektakel op het podium te laten zien.
Hun reis vol zotte toeren is een absolute must om eens aan het werk te zien; we namen deel aan sessie drie, een gig vol waanzinnige voorstellingen, waarbij ze goochelden in sketches, tekstmateriaal, video-opnames, decor verbouwen, songs creëren en krankzinnige personages en creaturen. To do!

Organisatie: Arenbergschouwburg, Antwerpen

Sonic City Festival 2009: zaterdag 4 april 2009

Geschreven door

Sonic City is geïnspireerd op het ‘All Tomorrows Parties’ Festival en biedt een eigenzinnige kijk op het gedifferentieerde en rijke muzieklandschap. De tweedaagse happening biedt een gevarieerd avontuurlijk programma, een combinatie van enkele gevestigde waarden en aanstormend talent in de undergroundscène. Voor de organisatie van De Kreun is Sonic City een artistiek hoogtepunt.
Het festival vond voor het eerst plaats in het najaar van 2007. De opzet is dat een band het festival cureert. Bij de vorige editie waren dit Millionaire freaks Tim Vanhamel en Aldo Struyf. Met enig vrijblijvend uitstel kon Dälek, één van de meest gerespecteerde experimentele hiphoppers, de uitdaging aangaan. Een divers programma, wat succesvol werd onthaald door het publiek.
Btw de indie-rockers van Deerhoof nemen volgend jaar het curatorschap op zich …

Op zaterdag 4 april traden volgende bands op: Dälek, AmenRa, Candie Hank, Charles Hayward, 2nd Gen, Subtitle, Uniform en Zucchin Drive.
Op zondag 5 april konden we terecht voor Odatteee, Destructo Swarmbots, Guapo, Bong Ra, Zu, Action Beat, Small Silence en Earth

Dag 1 Sonic City: zaterdag 4 april 2009
De eerste drie bands lieten we over ons heen gaan, en sloten aan bij de cyber/industrial van het Britse trio 2nd Gen. Een aanstekelijk experimental stoorzendergeluid, waarachter intrinsieke schoonheid schuilde, door de waaier van elektronica, laptops, resonantie en ontstemde gitaarloops, wat deed denken aan Fxx Buttons. Maw een geheel van dronesoundscapes, noise, psychedelica, vette basses, neurotische sounds en industriële beats. Af en toe weerklonken grauwe screamo’s in de beste traditie van ‘80’s Swans Michael Gira.
Het publiek liet zich meeslepen in dit grotendeels instrumentaal bezwerend avant-gardistisch muzieklandschap, wat zorgde voor een uiterst overtuigend concert.

Charles Hayward is al van de jaren ’80 actief. Al ruim vijftien jaar is de man op gerespecteerde leeftijd solo actief. Een éénmansband op drums, die stoeit met elektronica en allerhande tierlantijntjes om zijn intense energieke drums een breder concept te bieden. De man heeft een indringende blik, wat zeggingskracht bood aan z’n dreunende spacey synths. Z’n declamerende brabbelende en onvaste zangstijl deed denken aan Gavin Friday, maar dan in de tijd van de Virgin Prunes. Hayward heeft al in het zaaltje in de jaren ‘80 langs geweest, toen het nog de Limelight heette. De magie van toen haalde hij aan in lang uitgesponnen songs van snedige drums, cimbaalgeroffel en mokerslagen, aangevuld met soms dreigende soundscapes.
Een overwegend donker, soms apocalyptisch geluid dat de kaart van de toegankelijkheid niet uit de weg ging. Hayward kreeg een sterke respons, en zoals het een waardige Brit beaamt, dankte hij z’n publek op een weledele, nobele wijze.

Eén van de alter ego’s van de Duister Patric Catani is Candie Hank. Deze jonge Beck lookalike was omgeven door een sliert elektronica. Op een videowall zagen we beelden van allerhande volumeknoppen, schuivers en fragmenten van zwart-wit weirde soms wansmakelijke science-fiction b- films uit de jaren stilletjes. Hij overweldigde met een wall van gabberhouse, hardcoretechno, ‘80’s Neue Deutsche Welle, trance en schlager, ergens tussen de terreur van Atari Teenage Tiot, T-Raumschmiere en Otto Von Schirach. De eerste rijen gingen maar al te graag uit hun dak op deze bonkende beats.

AmenRa, vaandeldragers van de postmetal/doom/sludge, is al toe aan hun vierde ‘Mass’ cd en beschikken over een trouwe fanbase. De groep was zowaar letterlijk sterven op dood, maar heeft zich waardig kunnen herpakken om er in te vliegen met een immens verpletterende sound, broeierig, donker, dreigend en … apocalyptisch; hard en zacht stonden in een continu spanningsveld. Een pikzwart duistere sound van diverse tempowisselingen, wat de ideale soundtrack leek voor de komende Kapellekensroute in de Mariamaand … een soort Vespers at Midnight onder volle maan op het uur van de weerwolf. Het roept beelden op van arachnofobia’s, tornado’s en tsunami’s. De strakke en krachtige gitaarstukken (dito soli), een log ronkende bas en het intense drumspel zijn afgestemd op de screams en cleane zang van Colin Vaneeckhout, die steeds met de rug naar het publiek stond en oogcontact hield met de drummer. Uit het recente album haalden ze o.a. “Silver needle, golden nail” en “Aorte, …”. Een klein uur lang hielden ze het publiek in hun greep in een donker decor van twee à drie witte spotlights en traag lopende projecties.

Tot slot mocht curator van dienst Dälek met z’n drieën optreden als headliner. Een bijzondere muzikale wereld van donkere hiphopsounds, trage, lome triphopbeats en noiserock onder de declamerende zegrap van Dälek himself. De drie heren Will Brooks (MC Dälek), Alap Momin (aka The Oktopus) en Hsi-Chang Linaka (aka Still) stelden in een verschroeiend tempo het nieuwe werk voor van ‘Gutter Tactics’: “Who medgar ever was …”, “No question”, “Armed with Krylon” en “We lost sight” bepaalden meteen die unieke sfeer in de songs en dompelden ons onder in dat broeierig spanningsveld, aangevuld met enkele classics van hun debuut ‘From filtry tongue of Gods & Griots’ (“Spiritual healing” en “Street diction”) en “Ever somber” uit ‘Abscence’. De titelsong van de recentste plaat besloot een eerste keer deze krachtige, intrigerende en boeiende set. Op “Atypical Stereotype” en “Classical homicide” in de bis werd het trio aangevuld met andere group members, die de songs nog wat meer dynamiek en intensiteit gaven. Ze besloten in een oorverdovende oase van noise en wahwah deze eerste Sonic City avond. Much respect for Dälek, die de hiphop een vernieuwend gezicht gaf …

Organisatie: De Kreun, Kortrijk (ism Hitch vzw)

Grandmaster Flash

Grandmaster Flash vs Diskobar Galaxie

Geschreven door

Grandmaster Flash heeft op het einde van de jaren zeventig zowat eigenhandig de hip hop uitgevonden toen hij als DJ breaks van disco nummers aan mekaar begon te mixen. Samen met The Furious Five is hij verantwoordelijk voor een aantal hiphop klassiekers zoals “The message”, “White Lines” en “Adventures of Grandmaster Flash on the wheels of steel”. Na meer dan 20 jaar is Grandmaster Flash terug met een nieuw album, ‘The Bridge: concept of a culture’, met daarop onder meer gastbijdragen van Q-Tip, KRS-One en Snoop Dogg.

Het Depot was uitverkocht deze avond en samen met het gemengde publiek waren we heel benieuwd naar wat we voorgeschoteld zouden krijgen. Met hip hop shows is het altijd afwachten, soms krijg je een wild feestje, soms gaat het om de hiphop skills, maar soms krijg je ook een Las Vegas playback show die meer om de merchandising en de zelfverheerlijking van de artiesten draait. Toen het voorprogramma ruw onderbroken werd en de volgende twintig minuten niks gebeurde, behalve het tonen van reclame boodschappen voor het nieuwe album, dachten we dat we begonnen waren aan een typische hiphop show van een arrogante artiest genre P. Diddy.
Dat hadden we gelukkig mis: Grandmaster Flash en zijn Master of Ceremony waren van plan vanavond de Belgische crowd te pleasen. Met Flash Gordon van Queen begon DJ Grandmaster Flash aan de set vanavond, en het publiek reageerde dolenthousiast. De MC jutte het publiek op met kreten als “Make some noise” en “Raise your hands in the air” en we waren vertrokken voor een gevarieerde DJ set van ruim anderhalf uur. Naast zijn eigen classics zoals “The Message” kwamen tal van hip hop classics voorbij, maar ook disco en funk nummers en zelfs “Apache” van The Incredible Bongo band. De echte hiphop heads zouden echter op hun honger blijven zitten, want het werd een echte eclectische DJ set. Zo waren we redelijk verbaasd toen achtereenvolgens Nirvana, Blur en The White Stripes passeerden, gevolgd door Daft Punk, “Put your hands up for Detroit” van Fedde LeGrand en nieuwe R&B hits. Sporadisch konden we een flard van een nieuw nummer van de plaat ontdekken.

Conclusie: we hebben ons echt geamuseerd, maar we maakten ons eigenlijk wel de bedenking dat de jongens van Diskobar Galaxie dit even goed kunnen. Grandmaster Flash bewees dat hij als vijftiger nog altijd vooral een steengoede party DJ is, en dat de hiphop skills toch vooral bij The Furious Five lagen, die vanavond niet aanwezig waren.

Organisatie: Het Depot, Leuven

The Experimental Tropic Blues Band

The Experimental Tropic Blues Band: Luikse furie!

Geschreven door

Hé, dat moet een eeuwigheid geleden zijn dat ik een Belgische groep binnen de acht dagen opnieuw ga bekijken. Maar voor deze Luikse furie mag je me altijd wakker maken (toch niet té bruusk wekken aub).

De mensen van Leffingeleuren hebben er een prachtige locatie bij. Het vernieuwde Zwerver-café (cap. tot 100 pers.) lijkt me bijzonder geschikt voor kleinere optredens: goeie klank, mooi podium en ook belangrijk: bier binnen handbereik. The Experimental Tropic Blues Band hadden de eer om als eerste het nieuwe podium te betreden en dat bleek een verdomd goeie keuze. Moeiteloos wisten ze het publiek voor zich te winnen met hun embryonale trash rock-'n-roll. Toegegeven : gitaarvirtuozen zijn het niet en hun Engels leek soms even gebrekkig als hun Nederlands.
Desondanks brachten ze een portie gloeiende rock-'n-roll waar men zijn vingers behoorlijk kon aan verbranden. Dit deed me vooral denken aan de beginperiode van de Jon Spencer Blues Explosion, met dit verschil dat er hier dan twee Jon Spencers op het podium stonden. Muzikaal stonden ze wat scherper dan vorige week in Gent waar het er een stuk chaotischer aan toeging.
Absoluut hoogtepunt was de André Williams cover "Pussy stank" waarin Boogie Snake enkele mensen liet meezingen (wat voor één keer eens niet vervelend was).
Terwijl Standard opnieuw sprankelend voetbal brengt zorgt dit opwindende trio ervoor dat Luik weer helemaal op de kaart staat. Houden zo!

US 3

US 3 nog steeds relevant in zijn genre!

Geschreven door

Het zwoele lenteweer had de studenten in Leuven naar de terrasjes gelokt, maar vanavond zouden we echter Het Depot induiken voor een concert van US 3. Er was vrij veel belangstelling voor deze Engelse Jazz rap band rond Geoff Wilkinson, wat wel verbaasde aangezien deze band haar populariteit toch vooral in het begin van de jaren negentig kende samen met andere Jazz rap groepen zoals Jazzmatazz., in navolging van de Engelse Acid Jazz scène die een paar jaar daarvoor opbloeide in Engeland.
De eerste twee platen van US 3, ‘Hand on the torch’ (1993) en ‘Broadway & 52nd’ (1996), waren opgebouwd rond samples uit de rijke Blue Note catalogus, waarvan “Cantaloup Island” van Herbie Hancock het bekendste is. Ondertussen zitten we al aan de zevende van US 3, hebben ze allang de Blue Note sample stal verlaten, en maken ze uitstapjes richting soul, funk; bossa nova en drum & bass.

US 3 was vanavond een achtkoppig gezelschap, twee jonge New Yorkse rappers, DJ First Rate, een trompettist (die verdacht veel op James May van Top Gear leek) en sax speler, een staande bas, keyboards en Geoff Wilkinson zelf.
Het optreden begon vrij mak, de eerste nummers bleven wat steken in de vroege jaren negentig en klonken wat stoffig.
Het was pas vanaf een fraai “I am thinking of your body” dat het concert goed op gang kwam. Vervolgens stal DJ First Rate de show met zijn scratch skills door zijn turntable als een volleerde Jimi Hendrix te behandelen: zo scratchte hij met de turntable op de rug; scratches met de tanden of de decks in brand steken kwam er niet aan te pas.
Herkenningsapplaus kwam er met “Cantaloop” en “I got it goin on”, waarin de rappers elkaar goed aanvulden. Daarnaast kregen we ook meer jazzy en soul nummers, en de gewone set sloot goed af met “You can’t hold me down”.
In de bis werden we nog getrakteerd op “Lazy Day”, zodat we met een smile Het Depot verlieten.

Een leuke set van ruim anderhalf uur waarin US 3 bewezen dat ze nog steeds relevant zijn in de eenentwintigste eeuw.

playlist: I let ‘em know, Got to make a livin, From the streets, The love of my life, I am thinking about your body, DJ First Rate scratch interlude, That’s how we do it, Gotta get out of here, Who got next?, Modern Fucking Jazz, Cantaloop, B-Boys, I got it goin on, Can I get it, Life love music, You cant hold me down, She’s with me
Bis: Lazy Day, Keep movin, Kick this

Organisatie: Het Depot, Leuven

Maxïmo Park

Maxïmo Park gaf de aftrap van hun nieuwe derde cd …

Geschreven door

De Britse band Maxïmo Park bracht een exclusief try-out concert, in afwachting van de release van hun binnenkort te verschijnen derde langspeler ‘Quicken the Heart’. De muziek met zijn prominente bas en keys is geënt op de post-rock van bands als The Cure of The Chameleons, maar waar generatiegenoten zoals The Editors of Appartment de Weltschertz van Joy Division evoqueren, mikt Maxïmo Park - net als bij Kaiser Chiefs - toch vooral op de heupen.
”Graffiti” en “Apply Some Pleasure”, de eerste en laatste songs van de set (beide uit het fantastische debuut ‘A Certain Trigger’) zijn de archetypes van de onweerstaanbare drive die de band neerzet.
De vele nieuwe songs lieten een iets grimmigere gitaarsound horen, maar de vocalen van de romantische dandy (sic) Paul Smith zijn nog steeds onmiskenbaar Maxïmo Park. Theatraal als steeds probeerde de frontman zijn band en het publiek bij de les te houden. Door het vele nieuwe werk was dit geen sinecure. Oudere songs als “Our Velocity” en “Books From Boxes” hielden er echter ruimschoots de sfeer in, en de band werd na afloop tot een grandiose bis verplicht. Dat belooft voor deze zomer.

Organisatie: Trix, Antwerpen

Archive

Controlling Crowds

Geschreven door

Het uit Londen afkomstige Archive, gecentraliseerd rond het duo Darius Keeler en Danny Griffith, is toe aan de zesde langspeelplaat. De cd ‘Lights’ met o.a. de single “Veins”, van twee jaar terug, gaf de uiteindelijke erkenning die de band verdiende. Archive heeft een geheel unieke sound van ritmisch, slepende melodieën, huiveringwekkende, sferische soundscapes, trippop, industriële beats en indierock; een aangrijpend, intrigerend concept en een spannend broeierig geluid. Radiohead, Jesus & Mary Chain, The God Machine, BRMC, Spacemen 3, Massive Attack, Portishead en Pink Floyd waren bands die ons voor de ogen flitsten toen we hun nieuw episch, avontuurlijk werkstuk ‘Controlling Crowds’ beluisterden, dat in drie stukken is onderverdeeld en ruim 78 minuten duurt.
Elke song grijpt bij het nekvel, luister maar eens naar de opener “Controlling Crowds” of de single “Bullets”. Nummers als “Razed to the ground” en “Funeral” lijken wel de ideale soundtrack voor een film noir. Kosten noch moeite werden gespaard, want we horen een klassiek orkest en een koor op “Whore” en “Chaos”. Ook in de zang durft men heen en weer te slingeren: van een hemels bezwerende zang op de meeste songs naar een rapzang op “Bastarddised ink”.
De band bezorgt ons nogal wat kippenvel en weet op elke song te boeien; we zijn danig onder de indruk, dat dit wel één van de platen van 2009 kan worden …

Deerhunter

Microcastle

Geschreven door

Het Amerikaanse kwintet uit Georgia, Atlanta, Deerhunter, wordt met deze nieuwe cd beloond voor het intense werk van de voorbije jaren. Hun snedige en meeslepende indierock (knipoog naar The Feelies van de jaren ’80), door de graatmagere zanger/gitarist Bradford Cox omschreven als ambient punk, klinkt aanstekelijk, broeierig, intens en door de toegevoegde synths kleurrijk en spannend. Alles is mooi gedoseerd in ritme, structuur en instrumentatie. Elf homogene, bezwerende en dromerige composities (de op soundscapes geënte korte opener “Cover me slowly”, niet meegerekend) gaan van zacht, ingetogen moeiteloos over in een steviger aanpak; in het eerste deel van de cd zijn dit “Never stops”, “Little kids” en de titelsong.
Na enkele sferische soms avontuurlijke tracks, start de band opnieuw met hun bezwerende, puike rocksongs, met het lange “Nothing ever happened” als hoogtepunt. Op de afsluiter “Twilight at Carbon Lake” durft men de pedaaleffects eens stevig indrukken. Op “Agoraphobia” komen zelfs blazers aan te pas.
Op ‘Microcastle’ is er voldoende variatie te horen; stof om te zeggen dat dit een erg consistente, overtuigende plaat is geworden. Mag de band terecht op meer belangstelling rekenen …

Razorlight

Slipway fires

Geschreven door

Het Britse Razorlight gaat van big naar bigger met de derde plaat ‘Slipway fires’. Muzikale noemer: toegankelijk gevarieerde poprock, soms aangevuld met piano, toetsen en strijkers. Het zijn songs die het moeten hebben van sentiment, melodieus, spannend, opbouwend en ingetogen. De commerciële potentie is groot , net als het ego van zanger Johnny Borrell. “Tabloid lover” en “You & the rest” zijn doorsnee popsongs, “Burberry blue eyes” heeft een sfeervolle opbouw en afsluiter “The house” is een snedige rocksong . Breder van opzet zijn “North London trash” en “Stinger” door piano en toetsen; “Nostage of love” is omfloerst door strijkers en met de ballad “Wire to wire” heeft de band een wereldhit op zak.Borrell mag nog spelen met z’n pose en imago, de groep heeft bereikt wat ze wou: bekender worden en een ruimer publiek aanspreken …

Barzin

Grace/Wastelands

Geschreven door

The Libertines worden vervangen door The geniale Babyshambles, Pete wordt Peter en gaat nu solo. Hij ruilt London in voor Parijs, waar hij niet gestoord door paparazzi en in alle ‘rust’ kan werken aan het meesterlijke Grace/Wastelands.
Ik ga er heel kort over zijn: met verbazend gemak en met de genialiteit van de eenvoud gaat onze voormalige junk en wandelend laboratorium zich naast de groten der aarde plaatsen: Lou Reed, Neil Young en Bob Dylan. Neen, ik overdrijf niet. Binnen veertig jaar zal met dezelfde gevleugelde woorden over Doherty worden gepraat. Punt.
Op Grace hoor je dus alleen maar uitschieters.
“Sweet By and By” is zijn ‘Goodnight ladies’, “Broken Love Song” laat E van Eels een deftig poepje ruiken, “Arcady” is nu al een sixties klassieker, en ga zo maar door.. Waanzin maakt plaats voor genialiteit.
Moet je dan Grace/Wastelands kopen? Drinkt een koe water?

Jason Mraz

Eén Jason maakt de lente wel

Geschreven door

Jason Mraz: America dweept met hem, Australië adoreert hem, maar Europa valt maar traagjes naar zijn voeten. Wie echter als neutrale toeschouwer-luisteraar (waren die er wel behalve ons?) op zijn gig was in Lille, moet zich gewoon leuk geamuseerd hebben. Poppy songs, schitterende muzikanten en een set die mee ‘schuifelde’ met de vogeltjes in de eerste lentedagen.

Jason who? Well, Mr A-Z. Mraz dus. Totaal onbekend is hij niet in onze contreien. In 2007 werd hij al opgevoerd in Werchter en daarvoor speelde hij al de grote zaal van de Amsterdamse Paradiso vol. Met zijn derde studio CD ‘We Sing. We Dance. We Steal Things’
trapte hij zelfs onze hitlijsten open met het speelse “I’m yours” waarin hij lekker ‘scat’, een woord dat zijn gelijke niet kent in het Nederlands maar kan omschreven worden als ‘met zijn stem als instrument spelen.’
Het is adembenemend te zien en vooral te horen welke klanken de man uit San Diego (USA) uit zijn strottenhoofd geperst krijgt alsof het de normaalste zaak van de wereld is. Zijn duet in Lille met de saxofonist zette de Zenith – zo mogelijk – nog meer in lichterlaaie.
Het moet gezegd, het fanpubliek van de Narcissus was er vooral één van jonge vrouwen (meisjes zelfs), die tijdens zijn performances in verre staat van seksuele ontbinding leken te raken. Of zijn de Franse mademoiselles nog iets ontvlambaarder dan de Belgische? Hij kreeg in elk geval de héle zaal en het dak bijna mee met de “Dynamo of Volition”.
Hoe dan ook, uit zijn laatste cd – een grappige mengeling van vrije energie met degelijke dosissen schoenblink – verving hij in de lichtgewicht jam “Live High” de beach guitars door nog meer zomerse beats.  Maar even goed ging het tropische sfeertje even liggen voor de R&B-song “Make It Mine”. En de man heeft ook een stemband of twee die neigen naar lekker soul.
Eindigen met een hit is altijd een vuile truc om je publiek minuten om een encore te laten joelen. En die bis-sessie begon met een schitterend instrumenteel vuurwerk van de blazers die er een pretty funky sfeertje in joegen. Daarna ging hij nog even intiem met “A beautiful mess” om er met “No stopping us” zijn band voor te stellen, kwistig de polaroid foto’s die hij terwijl nam, rondstrooiend. “You got it all” waren zijn slotakkoorden. En die kreeg hij van zijn publiek dankbaar terug.

Het lijkt allemaal zo gemakkelijk, hij bespeelt blijkbaar perfect de commerciële knopjes en het stoorde ons niet eens. De jonge God was de ideale gastheer van een privéfeestje waar je het gevoel krijgt dat je persoonlijk uitgenodigd was. Voor ons mag hij gerust naast Jack Johnson en John Mayer staan. Of misschien eens met zijn drietjes samen op een jamsessie voor wat zorgeloze fun en af en toe eens de gevoelige snaar van zijn gitaar en onze persoonlijkheid rakend. En daarna een pint aan den toog met ons, want intelligent, getalenteerd, vrolijk en zekerlijk relaxed is Mister  A-Z.  Of nog liever op een terrasje. Als hij de lente meebrengt.

Neem gerust een kijkje naar de foto's onder live foto's + deze van in de AB, Brussel

Organisatie: Agauchedelalune, Lille

Arsenal

Arsenal: Oooh zo geliefd!

Geschreven door

Als we even terug kijken in ons muzikaal kalendertje is Arsenal wel de band die we al het meest aan het werk zagen. Op een klein festivalletje, een grote wei of in een gezellige zaal, overal zorgde deze band al voor een apart gevoel. Je wist wat je te wachten stond en toch wil je er altijd opnieuw bij zijn. Raar misschien, maar Arsenal lijkt de juiste microbe in m’n venen.

Bij Arsenal is het meer dan duidelijk dat muziek cultuur is. Een geluid dat internationaal klinkt, ietwat afro/Brasil/pop. Met deze basis en een handvol exotische gastmuzikanten trok Arsenal nog een laatste keer naar de Belgische concertzalen om een zomers voorjaar in te luiden. Afsluiter van hun ‘Lotuk’ tournee was het intieme kader van de Gentse Vooruit. Al snel gaf zangeres Leonie Gysel haar visitekaartje af door haar hemels zangwerk bij het nummer "Switch". De handen gingen voor de eerste maal heen en weer bij "Shu qi ni de tou fa" dat gebracht werd door de Chinees Chi Zang. "Longee" en "Lotuk" gingen erin als zoete broodjes, de zaal ontplofte. Alles wat het duo Gysel - Roan ook maar zei of deed, het werd op applaus onthaald.
Een man die ook op applaus kon rekenen, in mindere mate weliswaar, was Mike Ladd; hij verzorgde samen met Balthazar al het voorprogramma. Mike Ladd, een gerespecteerd hiphopproducer joeg het tempo de hoogte in bij "Turn me Loose".
Tot tweemaal toe konden we heen en weer wiegen op het aanstekelijke "Estupendo". Tijd dan voor Baloji, de vroegere frontman van Starflam, die "Personne ne bouge" naar een immens hoger niveau tilde. Tussendoor was er een gepaste intimiteit om dan te komen waar het zowat mee begon bij het grote publiek, "Mr. Doorman" en "A volta". Dat zijn de nummer die we eerst linkten aan deze band. Als kers op de taart kregen we nog "The Coming" gepresenteerd door de enige echte halve Gentenaar Gabriel Rios. Met een stukje "Don't you want me" van Felix zette John Roan zijn glansprestatie als zanger en entertainer nog kracht bij.
Nog eens "A Volta" en we hadden dan al bijna 90 minuten dans-en luistergenot achter de rug.

Arsenal, warme band van exotische vibes en pop met een vleugje hiphop en house.

Organisatie: Democrazy ism Vooruit Gent

Scala

Scala feat Koen Buyse: popband met hemelse koorzang

Geschreven door
Het Aarschotse meisjeskoor Scala is het idee van de broers Stijn en Steven Kolacny. Olv van deze twee charismatische ‘koorleiders’ coverden ze op hun ‘On the rocks’ platen bekende rocksongs omgebogen naar de hemelse stemmen van het meisjeskoor en de piano, toetsen en elektronica van Steven, met Stijn als dirigent. Poprocksongs kregen een eigen unieke wending. Een eenvoudige, doeltreffende succesformule waarin de broers een vleugje humor staken. Vanaf de cd ‘It all leads to this’ stak Steven er een eigen identiteit in, met meer eigen songs. Het recente ‘Paper plane’ bevat enkel en alleen eigen nummers, wat een nieuwe, maar ook logische stap van de broers inluidt …

Scala werd door de jaren wisselend onthaald op hun formule , maar ze duwden de kritiek definitief van zich af, gezien het eigen materiaal deze avond centraal werd geplaatst en overtuigde. Scala is een popband geworden, met drums, toetsen en een koor. Bevriende gast was Koen Buyse, die ook een drietal nummers inzong. Deze voorstelling werd simultaan getolkt in de Vlaamse gebarentaal, een initiatief waar we toch naar opkeken. Respect! De grappige interventies van Steven tussendoor gaven nog wat elan.
Het frisse, sfeervolle en ingenomen materiaal, zowel Nederlands- als Engelstalig, mocht er duidelijk zijn, waaronder “It ‘ll never come back”, “Woorden”, “Kleine man” en “Little more each time, gevarieerde songs in tempo en die garant stonden in sfeer creëren. Hun nieuwe klanken, net als de choreografie, pasten mooi in de outfit van het koor.
Ook het gecoverde materiaal zat mooi vervat binnen de eigen hemelse pop: “Every breathe you take”, de classic “Nothing else matters”, die van een zachte naar een meer krachtige aanpak ging, en de twee songs van Pierre Rapsat, die zelfs door Steven’s elektronica een groovy beat kregen. Scandinavië werd hoog in het vaandel gedragen dor de broers; twee songs haalden ze aan die refereerden naar de sound dito vocalpracht van Karen Dreijer (van The Knife), Björk en Sigur Ros. En met Koen Buyse werd “King of the town”, uit het succesvolle ‘The place where you will find us’ (’02), en het intieme “Hurt”, sober begeleid (ode aan Johnny Cash en Trent Reznor’s NIN) gebracht.
Een ruime bis breidden ze aan hun voorstelling , waaronder KT Tunstall’s “The black horse & cherry tree”, een ingetogen Bruce Springsteen’s “Streets of Philadelphia” (opnieuw met Koen), een medley en Noordkaap’s “Ik hou van U”, waarop het publiek de kans kreeg het refrein zowel zacht als luidkeels mee te zingen.

Scala profileerde zich als een popband met een hemelse koorzang. Hun nieuw ingeslagen weg intrigeerde, ontroerde en moest niet onderdoen aan de vroegere succesformule.

Organisatie: CultuurCentrum Kortrijk


Bob Log III

Bob Log III: Bob deed het weer!

Geschreven door

Er werd afgetrapt met The Experimental Tropic Blues Band, een trio (twee gitaren en drums) uit Luik dat grossiert in snoeiharde bluestrash. Deze band bezit met Dirty Wolf en Boogie Snake twee extraordinaire zangers die er, ondanks een op dat moment nog zo goed als lege zaal, er meteen behoorlijk invlogen. Flink overstuurde blues, die meer dan eens uit de bocht ging, met duidelijke invloeden van de Jon Spencer Blues Explosion en Zen Guerrilla, werd afgewisseld met enkele stuiterende rock-'n-rollnummers. Soms stond hun podiumgekte het muzikale wat in de weg maar aan begeestering en branie ontbrak het deze groep beslist niet. Tijdens de afsluiter, een niet helemaal geslaagde noiseversie van "Garbage Man" (The Cramps) liet Dirty Wolf nog zijn broek tot op zijn enkels zakken om een demonstratie van de "electric dick" te geven.

Toen Hulkk op het podium verscheen dacht ik eerst nog: sympathieke kerels waarmee ik wel eens een pint zou kunnen pakken. Maar dat veranderde snel want hun muziek bleek niet meer dan een drol die dringend doorgespoeld diende te worden. Jesus, wat was dat? Belegen powerrock met haar op van zo'n 15 cm hoog, hardrock waarvan de houdbaarheidsdatum reeds dertig jaar verstreken was. Prompt kwam die oude maagzweer weer opzetten, een pint kunnen ze dus wel vergeten.

Intussen was er toch verrassend veel volk komen opdagen. Waarom nu juist, terwijl Bob Log III al zo'n tien jaar net hetzelfde doet, is me niet geheel duidelijk. Ooit was hij de helft van Doo Rag, die ik nog in de oude Democrazy zag, maar toen zijn compagnon er midden in een tour er de brui aan gaf, ging hij solo verder en werd een waar fenomeen. Gehuld in een flashy jumpsuit, het hoofd verborgen in een pilotenhelm en zingend door een oude telefoonhoorn trekt hij als one-man-band de wereld rond. Zo verscheen hij dus ook in Gent en gaf ons nog maar eens een flinke portie verhakkelde lofi deltablues waarmee hij het publiek moeiteloos kon opzwepen. Het mag dan wat brokkelig klinken, de man kan best wel overweg met een gitaar. Zijn fingerpickingstijl met slide vond ik redelijk indrukwekkend. Met de hulp van een drummachine en zijn voeten (minibasdrum, een tamboerijn en wat cimbalen) gaf hij het geheel een duivelse drive mee.
Hilarisch hoogtepunt was nog maar eens het moment waarop twee vrouwen mochten plaats nemen op zijn knieën terwijl hij gewoon verder speelde. Het blijft indrukwekkend wat de man doet maar na al die jaren kennen we de gimmick zo al een beetje, zeker? En bleef ik toch wat op mijn honger zitten. Wat verandering zou hem deugd doen, maar is dat met zijn formule wel mogelijk?
Toch blijft dit een aanrader en wie hier niet genoeg van krijgt kan deze zomer nog terecht in Dour of beter nog in Diksmuide waar hij op 20 juli gratis te bewonderen valt in de 4AD.

Organisatie: Democrazy, Gent

The Bony King Of Nowhere

The Bony King of Nowhere: begeestering in een fluwelen niemandsland

Geschreven door

Geen groep die het laatste jaar meer, door zij die de vinger aan de pols van het muziekgebeuren houden, in de mond is genomen als The Bony King of Nowhere. Twee jaar na hun overwinningen op het concours De Belofen en de demowedstrijd van de AB-muzikantendag bracht de band hun debuutplaat ‘Alas My Love’ uit. Hun warme en intimistische plaat werd door de verzamelde pers gelauwerd en de hemel in geschreven. ‘Alas My Love’ is een plaat vol breekbare en schitterend gearrangeerde songs geworden die tegelijk weemoedig en opgewekt, introvert en assertief klinkt. Het is een plaat geworden die je tegelijkertijd spontaan iets gelukkiger maakt, maar waar je ook heel erg stil kan van worden.

Ook live begeestert The Bony King door een ingetogen en sobere aanpak met daarin een unieke en atmosferische toets. Bijna alle nummers zijn doorspekt met een zorgvuldig uitgedacht instrumentarium die er voor zorgen dat je als aandachtige luisteraar steeds nieuwe laagjes ontdekt. Naast het fluwelen hoge stemgeluid van zanger Bram Vanparys zorgen de backingvocals van Cleo Janse voor een extra dimensie. O.a. de ingehouden percussie en de contrabas maken ‘het plaatje’ compleet.
Het optreden van de band was een uitstekende weergave van het album en lichtte een tip van de sluier van een grote toekomst. Een toekomst die er volgens ons wel eens eentje met internationale allures zou kunnen zijn. Zowat alle nummers van de debuutplaat passeerden de revue. Openingsnummer “The Sunset” was, net als op plaat, de ideale aanzet voor de rest van de set. Meteen werd het aanwezige publiek in een warme en mysterieuze droom ondergedompeld. Meteen na het ritmische dwarrelende “Everything I like” en het sluipende “There I am” was het de beurt aan het fantastisch mooie “Maria”, dat zwaarmoedige gevoelens illustreert in al zijn eenvoud en oprechtheid. Titelnummer “Alas My Love”, dat uitblonk in minimalisme, werd gespeeld op akoestische gitaar doorspekt met fantastisch handgeklap en deed heel erg denken aan de sound van Bon Iver. Daarna hoorden we het jazzy aandoende “Taxidream”, met een sublieme baslijn en sluipende drums, en het ingetogen en met ingehouden percussie doordrenkte “Favourite”. Na het fijne “Losing My Gravity” volgde met “The Darkness” een nummer dat niet op de debuutplaat staat. Na “Visitor” hoorden we “My Invasions”, dat anders klinkt dan de andere nummers met zijn repetitieve pianolijntje en heel dicht aanleunt bij Radiohead (denk aan één van de nummers op ‘OK Computer’). De stem van Vanparys klinkt hier minstens even gekraakt en weemoedig als die van grootmeester Thom Yorke.
Als toegift kregen we nog “Adrift” en met “Eleonore” opnieuw een nummer dat ook niet op de debuutplaat staat, maar die de potentieel mooie toekomst van de band alleen nog meer illustreert. Een toekomst die volgende week al begint in GO Racing te Gavere!

Voor The Bony King zagen we
Ansatz Der Maschine aan het werk. Dit is het project van Kortrijkzaan Mathijs Bertel. In 2004 kroonden zij zich tot ‘Het Jong 2004’, een wedstrijd uitgeschreven door CJP. Twee jaar later verscheen hun debuutplaat ‘The Postman is a Girl’ en in februari laatstleden verscheen de opvolger ‘Painting Bad Weather On Her Body’. Ansatz Der Maschine nam ons mee op een sfeervolle en verrassende elektronische ontdekkingstocht waarin het roer soms werd omgegooid met strijkers en blazers.

Organisatie: Nijdrop, Opwijk

Arsenal

Arsenal tekende de AB zomers

Geschreven door
Arsenal wist in geen mum van tijd twee keer de AB uit te verkopen. Na enkele try outs , de daaropvolgende clubtour in het voorjaar van 2008 en de intense festivalzomer, wou Arsenal met enkele guests, die meewerkten als gastvocalisten op hun platen, de tour van de derde cd ‘Lotuk’ mooi besluiten. En Arsenal slaagde opnieuw in een stomend multi-cultureel feestje , een opwindende livegig door de smeltkroes van exotische, dansbare pop tot een meer strakke aanpak en een sfeervol , ingetogen sound.

Arsenal zorgde voor de ideale ontlading na een stresserende werkdag met hun kleurrijke, zuiderse en zomerse catchy groovy popsound. Het publiek werd gaandeweg warm gemaakt met “Selvagem” en “Switch”, waarin een prachtrol was weggelegd voor vocaliste Leonie Gysel, naast John Roan, die de menigte graag opzweepte. Het trancy opbouwende “Shu qi ni de tou fa” met de Chinees Chi Zhang als eerste gast en een mooi uitgesponnen “Longee” volgden. Het vuur zat er pas echt in met het dansbare “Lotuk”, dat geïnjecteerd werd met elektronicableeps en onderhouden werd door een sterke samenzang Gysel – Roan. Ze zetten hun heerlijke, aanstekelijke zuiderse sound met pulserende beats en party gevoel verder op “Turn me loose”, met de raps van Mike Ladd (het aan Coldcut geïnspireerde “Walk a mile in my shoes” (zang Robert Owens)), “Estupendo”, “Mr Doorman”, “Saudade” en “Personne ne bouge”, gastrol Baloji, die het nummer live nog aantrekkelijker maakte. Iedereen wiegde mee, zwaaide met de handen of floot en zong vrolijk de refreinen mee. Tussenin zaten het ingetogen “Either” en “How come”, sober begeleid en gedragen door een harmonieuze zang.
Arsenal werd luidkeels onthaald en was onder de indruk van de respons. “Ongelofelijk” en “Brussels is a dancer” hitste Roan de massa op. We kregen een uitgebreide bis aangesmeerd met “The coming”, bepaald door de zang van Gabriel Rios, de dansbare meezinger “A volta” en het hemels fee-rijke “Who we are”, met – opnieuw - een glansrol van Leonie.
Iedereen zat op dezelfde golflengte, amuseerde zich kostelijk en kon er niet genoeg van krijgen; een reprise van “Lotuk” volgde, nog opzwepender en dynamischer, onder het elektronicasounds en beats van Hendrik Willemyns.

Arsenal bracht een unieke zomerse cocktail en speelde – opnieuw - een meer dan overtuigend concert. Een liveband bij uitstek die nooit verveelt, en ons totaal relaxt huiswaarts deed keren …Het enige minpuntje was de afwezigheid Mario Vitalino dos Santos, die op hun recentste album tekende voor de mooiste songs …

Mike Ladd, één van de gastvocalisten van Arsenal die avond, moest er met zijn funky, trippende hiphop elektronica er hard tegenaan om het publiek te boeien. Een showke tussendoor met z’n toetsenist gaf elan aan het geheel.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel


Danko Jones

Spierballenrock en entertainment

Geschreven door

De Zweedse Backyard Babies mogen vanavond openen. Hun muziek getuigt niet bepaald van originaliteit en ligt ergens tussen garagerockland en hardrock city, maar het klinkt allemaal best wel cool en sympathiek. Denk aan geestesgenoten als The Hellacopters en je komt al aardig in de buurt (alhoewel de onvolprezen en helaas inmiddels begraven Hellacopters toch nog een afdeling hoger spelen). Best wel een aangename opwarmer.

Danko Jones is een rasperformer, een krak in het opzwepen van zijn publiek, een showman die overloopt van de goesting in rock’n’roll. Zijn publiek entertainen is minstens even belangrijk als het spelen van zijn gespierde energieke rocksongs. De man heeft humor, présence en een rock’n’roll hart. Die combinatie van entertainment en stomende no-nonsens rock is wat een Danko Jones optreden zo uniek maakt. De sound is strak, luid en hard, de songs zijn simpel maar efficiënt en gaan van hard-rock tot een enkele keer bijna speed-metal (een ontploffend “Sleep is the enemy” helemaal op het einde).
Danko’s gitaar heeft een hoop potige riffs in huis, zijn stem varieert van helder tot schreeuwend en de retestrakke drums en de soms zware distortion bass vormen de perfecte onderbouw voor de gevatte spierballenrock.
In de uitverkochte Handelsbeurs speelt het trio de gemeenste powersongs uit hun vier albums, met als hoogtepunten stampers als  “Play the blues”, “First date” en “Invisible” . De tracks uit de nieuwste “Never too loud” klinken op plaat soms net iets te braafjes, maar hier laten ze zich van hun gemeenste kant zien.
Danko Jones weet het op een podium altijd net iets heftiger, sneller en giftiger en te brengen, daarom is Danko Jones live oppermachtig. Waarvan akte.

Organisatie: Handelsbeurs, Gent

Briskey

Before-During-After

Geschreven door

Man van alle kunstjes binnen de muziekindustrie is Gert Keunen. Hij heeft met z’n project Brsiskey een nieuwe plaat uit. De derde trouwens na ‘Cucumber Lodge’(klemtoon op jazz/elektronica), ‘Scarlett Road-House’ (zwoel, sensueel, groovy, een fusion van jazz, bigband/blazers en latino).
’Before-During-After’ leidt het soundtracksfeertje van vroeger al ten dele in, want de cd lijkt een sferisch samenbrengen van ‘Goldfinger’ (Shirley Bassey) vs ‘Twin Peaks’ vs ‘Once Upon a time in America’ vs David Lynch en Ennio Morricone. Het onderstreept de muzikale kunde van Briskey in verschillende gedaantes. Een donker, traag slepend jazzy trippopgeluid, dat op de lange nummers “Spellbound” en “The man with an oiled mustache …” tot z’n recht komt. De vocals van Lady Linn en Dorona Alberts (ook al op de vorige plaat terug te vinden) passen ideaal binnen het Briskey decor, luister maar eens naar de adembenemende versies “Ossessione” en “After hours”.
Briskey leverde opnieuw puik werk af en gaat van een bigband filosofie naar een kortfilmproductie.

Info op http://www.briskey.be

Novac

Cellar Dwellar

Geschreven door

In ons landje bezitten we al enkele opmerkelijke potige rock ’n’ roll bandjes als Triggerfinger, Black Box Revelation en The Rones. Het West-Vlaamse trio Novac kan meedingen in dit genre, maar koos voor de meer subtielere, broeierige rockaanpak; de rauwe, ongepolijste , rommelige kantjes horen we eerder in het begin van de cd met “Led letter”, “Fontanella” en “Titled”. “Daylight savings”, “Either way” en de titelsong onderstrepen de catchy poprock. Op “Tainted” dwepen ze zelfs met trompetjes. De zang van Tom Vanlaere heeft veel mee van het plaatselijke Basics uit Tielt, maar valt soms wat te hoog uit, wat het rock’n’roll gehalte wat te braafjes maakt. Maar de band kan aardig doorgaan en heeft de kunst van het songschrijven onder de knie.

Info op http://www.novac.be

JJ Cale

Roll On

Geschreven door

JJ Cale, speciaal voor hem is de term laid-back uitgevonden. De man was een inspiratiebron voor Eric Clapton (die “After midnight” en “Cocaine” coverde en die songs op slag wereldberoemd maakte) en vooral Mark Knopfler (het debuutalbum van Dire Straits is over gans de lijn schatplichtig aan JJ Cale, en laat dit ook nou net toevallig hun allerbeste album zijn). In 1971 kwam Cale met zijn eerste plaat uit. Deze nieuwe ‘Roll on’ is pas zijn zestiende, en dat op de gezegende leeftijd van 71. Alles is op ’t gemak bij JJ Cale. Relax, baby, relax. En zo klinkt het ook, alsof Cale af en toe eens vanuit zijn hangmat komt om zich naar de studio te begeven  -biertje tussendoor-  en daar vanop zijn barkruk alweer een knappe song op tape te zetten.
Nieuwe fans zullen er niet bijkomen met deze plaat maar de bestaande fans (waaronder ene Tom Barman die zelfs zijn debuutfilm naar de JJ Cale song “Anyway the wind blows” noemde) zullen opgetogen zijn.
‘Roll On’ is zo’n typisch JJ Cale album geworden : gezapig, relaxed, bluesy en met lekker voortkabbelende ritmes. De sterke songs zorgen er voor dat dit zelfs een van zijn betere werkstukjes is geworden. In zijn geheel eigen stijl stoeit JJ Cale met country, blues, jazz, rock’n’roll en americana, zijn gitaar laat hij heerlijk drijven op de golven van de zomerse songs, zijn stem volgt gewoon steeds in dezelfde toonaard. De man weet als geen ander zijn vocale beperkingen in te passen in de muziek.
Zoals gewoonlijk laat Cale zich omringen met rasmuzikanten die zich volledig onderdanig maken aan de sound en de sfeer van zijn songs. Op de titelsong mag zelfs Mijnheer Clapton nog eens meedoen, het nummer is een opgewekte rocker, een meer dan geslaagde samenwerking van twee ouwe rotten. Al even vrolijk is het Zuiders klinkende” Fonda-Lina” en ook bij “Oh Mary” beginnen onze beentjes gewillig mee te schudden. Het akoestische “Leavin in the morning” gaat dan weer volop de Dylan toer op.
Zowat alles wat Cale op ‘Roll on’ doet stemt ons welgezind en roept onze goesting op om lekker te kuieren met een biertje bij de hand. Waar is mijn hangmat ?

Noah & The Whale

Peaceful, the world lays me down

Geschreven door

Het Britse Noah & The Whale verrast aangenaam met hun debuut ‘Peaceful, the world lays me down’. Ondanks de pessimistische ondertoon die we in de teksten horen van songschrijver Charlie Fink hebben we te maken met een gevarieerd klinkende poprockplaat met een foklkrandje. Broeierige, fijne pop met dromerige, frisse, speelse en vrolijke melodieën, waarbij de band zich ergens profileert tussen The Saw Doctors, The Waterboys, The Decemberists, Belle & Sebastian, het ouder werk van The Go-Betweens, The Pogues en een ‘60’s Beatles aanpak, door de aanstekelijke opbouw. Het instrumentarium als viool, harmonium en blaasinstrumenten als de backing vocals van Laura Marling zorgen voor een kleurrijk geheel. Er zijn groovy songs: “5 years time”, “Rocks & daggers” en de titelsong, afgewisseld met de sfeervolle “2 atoms in a molecule”, “Give a little love”, “Second lover” en de ingetogen afsluiters “Mary” en “Hold my hand as I’m lowered”. In “Jocasta” kun je het refrein zo meezingen en tot slot op “Shape of my heart” hoor je Balkaninvloeden.
Met deze is ‘Peaceful, the world lays me down’ een tof, afwisselend en een prettig in het gehoor liggende plaat geworden.

Pagina 460 van 497