logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15458 Items)

Bob Log III

Bob Log III: Bob deed het weer!

Geschreven door

Er werd afgetrapt met The Experimental Tropic Blues Band, een trio (twee gitaren en drums) uit Luik dat grossiert in snoeiharde bluestrash. Deze band bezit met Dirty Wolf en Boogie Snake twee extraordinaire zangers die er, ondanks een op dat moment nog zo goed als lege zaal, er meteen behoorlijk invlogen. Flink overstuurde blues, die meer dan eens uit de bocht ging, met duidelijke invloeden van de Jon Spencer Blues Explosion en Zen Guerrilla, werd afgewisseld met enkele stuiterende rock-'n-rollnummers. Soms stond hun podiumgekte het muzikale wat in de weg maar aan begeestering en branie ontbrak het deze groep beslist niet. Tijdens de afsluiter, een niet helemaal geslaagde noiseversie van "Garbage Man" (The Cramps) liet Dirty Wolf nog zijn broek tot op zijn enkels zakken om een demonstratie van de "electric dick" te geven.

Toen Hulkk op het podium verscheen dacht ik eerst nog: sympathieke kerels waarmee ik wel eens een pint zou kunnen pakken. Maar dat veranderde snel want hun muziek bleek niet meer dan een drol die dringend doorgespoeld diende te worden. Jesus, wat was dat? Belegen powerrock met haar op van zo'n 15 cm hoog, hardrock waarvan de houdbaarheidsdatum reeds dertig jaar verstreken was. Prompt kwam die oude maagzweer weer opzetten, een pint kunnen ze dus wel vergeten.

Intussen was er toch verrassend veel volk komen opdagen. Waarom nu juist, terwijl Bob Log III al zo'n tien jaar net hetzelfde doet, is me niet geheel duidelijk. Ooit was hij de helft van Doo Rag, die ik nog in de oude Democrazy zag, maar toen zijn compagnon er midden in een tour er de brui aan gaf, ging hij solo verder en werd een waar fenomeen. Gehuld in een flashy jumpsuit, het hoofd verborgen in een pilotenhelm en zingend door een oude telefoonhoorn trekt hij als one-man-band de wereld rond. Zo verscheen hij dus ook in Gent en gaf ons nog maar eens een flinke portie verhakkelde lofi deltablues waarmee hij het publiek moeiteloos kon opzwepen. Het mag dan wat brokkelig klinken, de man kan best wel overweg met een gitaar. Zijn fingerpickingstijl met slide vond ik redelijk indrukwekkend. Met de hulp van een drummachine en zijn voeten (minibasdrum, een tamboerijn en wat cimbalen) gaf hij het geheel een duivelse drive mee.
Hilarisch hoogtepunt was nog maar eens het moment waarop twee vrouwen mochten plaats nemen op zijn knieën terwijl hij gewoon verder speelde. Het blijft indrukwekkend wat de man doet maar na al die jaren kennen we de gimmick zo al een beetje, zeker? En bleef ik toch wat op mijn honger zitten. Wat verandering zou hem deugd doen, maar is dat met zijn formule wel mogelijk?
Toch blijft dit een aanrader en wie hier niet genoeg van krijgt kan deze zomer nog terecht in Dour of beter nog in Diksmuide waar hij op 20 juli gratis te bewonderen valt in de 4AD.

Organisatie: Democrazy, Gent

The Bony King Of Nowhere

The Bony King of Nowhere: begeestering in een fluwelen niemandsland

Geschreven door

Geen groep die het laatste jaar meer, door zij die de vinger aan de pols van het muziekgebeuren houden, in de mond is genomen als The Bony King of Nowhere. Twee jaar na hun overwinningen op het concours De Belofen en de demowedstrijd van de AB-muzikantendag bracht de band hun debuutplaat ‘Alas My Love’ uit. Hun warme en intimistische plaat werd door de verzamelde pers gelauwerd en de hemel in geschreven. ‘Alas My Love’ is een plaat vol breekbare en schitterend gearrangeerde songs geworden die tegelijk weemoedig en opgewekt, introvert en assertief klinkt. Het is een plaat geworden die je tegelijkertijd spontaan iets gelukkiger maakt, maar waar je ook heel erg stil kan van worden.

Ook live begeestert The Bony King door een ingetogen en sobere aanpak met daarin een unieke en atmosferische toets. Bijna alle nummers zijn doorspekt met een zorgvuldig uitgedacht instrumentarium die er voor zorgen dat je als aandachtige luisteraar steeds nieuwe laagjes ontdekt. Naast het fluwelen hoge stemgeluid van zanger Bram Vanparys zorgen de backingvocals van Cleo Janse voor een extra dimensie. O.a. de ingehouden percussie en de contrabas maken ‘het plaatje’ compleet.
Het optreden van de band was een uitstekende weergave van het album en lichtte een tip van de sluier van een grote toekomst. Een toekomst die er volgens ons wel eens eentje met internationale allures zou kunnen zijn. Zowat alle nummers van de debuutplaat passeerden de revue. Openingsnummer “The Sunset” was, net als op plaat, de ideale aanzet voor de rest van de set. Meteen werd het aanwezige publiek in een warme en mysterieuze droom ondergedompeld. Meteen na het ritmische dwarrelende “Everything I like” en het sluipende “There I am” was het de beurt aan het fantastisch mooie “Maria”, dat zwaarmoedige gevoelens illustreert in al zijn eenvoud en oprechtheid. Titelnummer “Alas My Love”, dat uitblonk in minimalisme, werd gespeeld op akoestische gitaar doorspekt met fantastisch handgeklap en deed heel erg denken aan de sound van Bon Iver. Daarna hoorden we het jazzy aandoende “Taxidream”, met een sublieme baslijn en sluipende drums, en het ingetogen en met ingehouden percussie doordrenkte “Favourite”. Na het fijne “Losing My Gravity” volgde met “The Darkness” een nummer dat niet op de debuutplaat staat. Na “Visitor” hoorden we “My Invasions”, dat anders klinkt dan de andere nummers met zijn repetitieve pianolijntje en heel dicht aanleunt bij Radiohead (denk aan één van de nummers op ‘OK Computer’). De stem van Vanparys klinkt hier minstens even gekraakt en weemoedig als die van grootmeester Thom Yorke.
Als toegift kregen we nog “Adrift” en met “Eleonore” opnieuw een nummer dat ook niet op de debuutplaat staat, maar die de potentieel mooie toekomst van de band alleen nog meer illustreert. Een toekomst die volgende week al begint in GO Racing te Gavere!

Voor The Bony King zagen we
Ansatz Der Maschine aan het werk. Dit is het project van Kortrijkzaan Mathijs Bertel. In 2004 kroonden zij zich tot ‘Het Jong 2004’, een wedstrijd uitgeschreven door CJP. Twee jaar later verscheen hun debuutplaat ‘The Postman is a Girl’ en in februari laatstleden verscheen de opvolger ‘Painting Bad Weather On Her Body’. Ansatz Der Maschine nam ons mee op een sfeervolle en verrassende elektronische ontdekkingstocht waarin het roer soms werd omgegooid met strijkers en blazers.

Organisatie: Nijdrop, Opwijk

Arsenal

Arsenal tekende de AB zomers

Geschreven door
Arsenal wist in geen mum van tijd twee keer de AB uit te verkopen. Na enkele try outs , de daaropvolgende clubtour in het voorjaar van 2008 en de intense festivalzomer, wou Arsenal met enkele guests, die meewerkten als gastvocalisten op hun platen, de tour van de derde cd ‘Lotuk’ mooi besluiten. En Arsenal slaagde opnieuw in een stomend multi-cultureel feestje , een opwindende livegig door de smeltkroes van exotische, dansbare pop tot een meer strakke aanpak en een sfeervol , ingetogen sound.

Arsenal zorgde voor de ideale ontlading na een stresserende werkdag met hun kleurrijke, zuiderse en zomerse catchy groovy popsound. Het publiek werd gaandeweg warm gemaakt met “Selvagem” en “Switch”, waarin een prachtrol was weggelegd voor vocaliste Leonie Gysel, naast John Roan, die de menigte graag opzweepte. Het trancy opbouwende “Shu qi ni de tou fa” met de Chinees Chi Zhang als eerste gast en een mooi uitgesponnen “Longee” volgden. Het vuur zat er pas echt in met het dansbare “Lotuk”, dat geïnjecteerd werd met elektronicableeps en onderhouden werd door een sterke samenzang Gysel – Roan. Ze zetten hun heerlijke, aanstekelijke zuiderse sound met pulserende beats en party gevoel verder op “Turn me loose”, met de raps van Mike Ladd (het aan Coldcut geïnspireerde “Walk a mile in my shoes” (zang Robert Owens)), “Estupendo”, “Mr Doorman”, “Saudade” en “Personne ne bouge”, gastrol Baloji, die het nummer live nog aantrekkelijker maakte. Iedereen wiegde mee, zwaaide met de handen of floot en zong vrolijk de refreinen mee. Tussenin zaten het ingetogen “Either” en “How come”, sober begeleid en gedragen door een harmonieuze zang.
Arsenal werd luidkeels onthaald en was onder de indruk van de respons. “Ongelofelijk” en “Brussels is a dancer” hitste Roan de massa op. We kregen een uitgebreide bis aangesmeerd met “The coming”, bepaald door de zang van Gabriel Rios, de dansbare meezinger “A volta” en het hemels fee-rijke “Who we are”, met – opnieuw - een glansrol van Leonie.
Iedereen zat op dezelfde golflengte, amuseerde zich kostelijk en kon er niet genoeg van krijgen; een reprise van “Lotuk” volgde, nog opzwepender en dynamischer, onder het elektronicasounds en beats van Hendrik Willemyns.

Arsenal bracht een unieke zomerse cocktail en speelde – opnieuw - een meer dan overtuigend concert. Een liveband bij uitstek die nooit verveelt, en ons totaal relaxt huiswaarts deed keren …Het enige minpuntje was de afwezigheid Mario Vitalino dos Santos, die op hun recentste album tekende voor de mooiste songs …

Mike Ladd, één van de gastvocalisten van Arsenal die avond, moest er met zijn funky, trippende hiphop elektronica er hard tegenaan om het publiek te boeien. Een showke tussendoor met z’n toetsenist gaf elan aan het geheel.

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel


Danko Jones

Spierballenrock en entertainment

Geschreven door

De Zweedse Backyard Babies mogen vanavond openen. Hun muziek getuigt niet bepaald van originaliteit en ligt ergens tussen garagerockland en hardrock city, maar het klinkt allemaal best wel cool en sympathiek. Denk aan geestesgenoten als The Hellacopters en je komt al aardig in de buurt (alhoewel de onvolprezen en helaas inmiddels begraven Hellacopters toch nog een afdeling hoger spelen). Best wel een aangename opwarmer.

Danko Jones is een rasperformer, een krak in het opzwepen van zijn publiek, een showman die overloopt van de goesting in rock’n’roll. Zijn publiek entertainen is minstens even belangrijk als het spelen van zijn gespierde energieke rocksongs. De man heeft humor, présence en een rock’n’roll hart. Die combinatie van entertainment en stomende no-nonsens rock is wat een Danko Jones optreden zo uniek maakt. De sound is strak, luid en hard, de songs zijn simpel maar efficiënt en gaan van hard-rock tot een enkele keer bijna speed-metal (een ontploffend “Sleep is the enemy” helemaal op het einde).
Danko’s gitaar heeft een hoop potige riffs in huis, zijn stem varieert van helder tot schreeuwend en de retestrakke drums en de soms zware distortion bass vormen de perfecte onderbouw voor de gevatte spierballenrock.
In de uitverkochte Handelsbeurs speelt het trio de gemeenste powersongs uit hun vier albums, met als hoogtepunten stampers als  “Play the blues”, “First date” en “Invisible” . De tracks uit de nieuwste “Never too loud” klinken op plaat soms net iets te braafjes, maar hier laten ze zich van hun gemeenste kant zien.
Danko Jones weet het op een podium altijd net iets heftiger, sneller en giftiger en te brengen, daarom is Danko Jones live oppermachtig. Waarvan akte.

Organisatie: Handelsbeurs, Gent

Briskey

Before-During-After

Geschreven door

Man van alle kunstjes binnen de muziekindustrie is Gert Keunen. Hij heeft met z’n project Brsiskey een nieuwe plaat uit. De derde trouwens na ‘Cucumber Lodge’(klemtoon op jazz/elektronica), ‘Scarlett Road-House’ (zwoel, sensueel, groovy, een fusion van jazz, bigband/blazers en latino).
’Before-During-After’ leidt het soundtracksfeertje van vroeger al ten dele in, want de cd lijkt een sferisch samenbrengen van ‘Goldfinger’ (Shirley Bassey) vs ‘Twin Peaks’ vs ‘Once Upon a time in America’ vs David Lynch en Ennio Morricone. Het onderstreept de muzikale kunde van Briskey in verschillende gedaantes. Een donker, traag slepend jazzy trippopgeluid, dat op de lange nummers “Spellbound” en “The man with an oiled mustache …” tot z’n recht komt. De vocals van Lady Linn en Dorona Alberts (ook al op de vorige plaat terug te vinden) passen ideaal binnen het Briskey decor, luister maar eens naar de adembenemende versies “Ossessione” en “After hours”.
Briskey leverde opnieuw puik werk af en gaat van een bigband filosofie naar een kortfilmproductie.

Info op http://www.briskey.be

Novac

Cellar Dwellar

Geschreven door

In ons landje bezitten we al enkele opmerkelijke potige rock ’n’ roll bandjes als Triggerfinger, Black Box Revelation en The Rones. Het West-Vlaamse trio Novac kan meedingen in dit genre, maar koos voor de meer subtielere, broeierige rockaanpak; de rauwe, ongepolijste , rommelige kantjes horen we eerder in het begin van de cd met “Led letter”, “Fontanella” en “Titled”. “Daylight savings”, “Either way” en de titelsong onderstrepen de catchy poprock. Op “Tainted” dwepen ze zelfs met trompetjes. De zang van Tom Vanlaere heeft veel mee van het plaatselijke Basics uit Tielt, maar valt soms wat te hoog uit, wat het rock’n’roll gehalte wat te braafjes maakt. Maar de band kan aardig doorgaan en heeft de kunst van het songschrijven onder de knie.

Info op http://www.novac.be

JJ Cale

Roll On

Geschreven door

JJ Cale, speciaal voor hem is de term laid-back uitgevonden. De man was een inspiratiebron voor Eric Clapton (die “After midnight” en “Cocaine” coverde en die songs op slag wereldberoemd maakte) en vooral Mark Knopfler (het debuutalbum van Dire Straits is over gans de lijn schatplichtig aan JJ Cale, en laat dit ook nou net toevallig hun allerbeste album zijn). In 1971 kwam Cale met zijn eerste plaat uit. Deze nieuwe ‘Roll on’ is pas zijn zestiende, en dat op de gezegende leeftijd van 71. Alles is op ’t gemak bij JJ Cale. Relax, baby, relax. En zo klinkt het ook, alsof Cale af en toe eens vanuit zijn hangmat komt om zich naar de studio te begeven  -biertje tussendoor-  en daar vanop zijn barkruk alweer een knappe song op tape te zetten.
Nieuwe fans zullen er niet bijkomen met deze plaat maar de bestaande fans (waaronder ene Tom Barman die zelfs zijn debuutfilm naar de JJ Cale song “Anyway the wind blows” noemde) zullen opgetogen zijn.
‘Roll On’ is zo’n typisch JJ Cale album geworden : gezapig, relaxed, bluesy en met lekker voortkabbelende ritmes. De sterke songs zorgen er voor dat dit zelfs een van zijn betere werkstukjes is geworden. In zijn geheel eigen stijl stoeit JJ Cale met country, blues, jazz, rock’n’roll en americana, zijn gitaar laat hij heerlijk drijven op de golven van de zomerse songs, zijn stem volgt gewoon steeds in dezelfde toonaard. De man weet als geen ander zijn vocale beperkingen in te passen in de muziek.
Zoals gewoonlijk laat Cale zich omringen met rasmuzikanten die zich volledig onderdanig maken aan de sound en de sfeer van zijn songs. Op de titelsong mag zelfs Mijnheer Clapton nog eens meedoen, het nummer is een opgewekte rocker, een meer dan geslaagde samenwerking van twee ouwe rotten. Al even vrolijk is het Zuiders klinkende” Fonda-Lina” en ook bij “Oh Mary” beginnen onze beentjes gewillig mee te schudden. Het akoestische “Leavin in the morning” gaat dan weer volop de Dylan toer op.
Zowat alles wat Cale op ‘Roll on’ doet stemt ons welgezind en roept onze goesting op om lekker te kuieren met een biertje bij de hand. Waar is mijn hangmat ?

Noah & The Whale

Peaceful, the world lays me down

Geschreven door

Het Britse Noah & The Whale verrast aangenaam met hun debuut ‘Peaceful, the world lays me down’. Ondanks de pessimistische ondertoon die we in de teksten horen van songschrijver Charlie Fink hebben we te maken met een gevarieerd klinkende poprockplaat met een foklkrandje. Broeierige, fijne pop met dromerige, frisse, speelse en vrolijke melodieën, waarbij de band zich ergens profileert tussen The Saw Doctors, The Waterboys, The Decemberists, Belle & Sebastian, het ouder werk van The Go-Betweens, The Pogues en een ‘60’s Beatles aanpak, door de aanstekelijke opbouw. Het instrumentarium als viool, harmonium en blaasinstrumenten als de backing vocals van Laura Marling zorgen voor een kleurrijk geheel. Er zijn groovy songs: “5 years time”, “Rocks & daggers” en de titelsong, afgewisseld met de sfeervolle “2 atoms in a molecule”, “Give a little love”, “Second lover” en de ingetogen afsluiters “Mary” en “Hold my hand as I’m lowered”. In “Jocasta” kun je het refrein zo meezingen en tot slot op “Shape of my heart” hoor je Balkaninvloeden.
Met deze is ‘Peaceful, the world lays me down’ een tof, afwisselend en een prettig in het gehoor liggende plaat geworden.

Cut Copy

In ghost colours

Geschreven door

Het uit Melbourne afkomstige trio Cut Copy komt aandraven met een pak zweverige, aanstekelijke, zomerse electropopnummers, die ze op sterke wijze combineren met een vleugje disco en house. Een paar tracks krijgen zelfs een krachtiger rockgroove mee en/of worden de pedaaleffects eens stevig ingedrukt (zoals op “Unforgettable season” en “So haunted”).
Het trio zweert aan de ‘80’s electro, verwerken LCD Soundsystem, Daft Punk en Air en doen vocaal als qua sound soms ook denken aan Daan. Een paar instrumentaaltjes zetten steeds aan tot overtuigende songs. Luister maar eens naar “Lights & music”, “Hearts on fire”, “Strangers in the wind” en “Nobody lost, nobody found”.
Cut Copy klinkt misschien gerecycleerd, maar ze slaagden in een overtuigende plaat door aan de songs een handige hedendaagse draai aan te geven.

Iglu & Hartly

& Then Boom

Geschreven door

Iglu & Hartley: een niet alledaagse groepsnaam van een vijftal uit het zonnige Californië verbaast met aanstekelijke, vrolijke, ontspannende en een zwoel dromerige sound. Inderdaad, de groep maakt een zonnige cocktail van groovy, funkende en  trippende raprock, waarin we invloeden horen van Beach Boys, Beastie Boys, Eminem, Arsenal en ‘80’s synthpop.
Een consistent album trouwens, misschien een beetje veel van hetzelfde, maar goed in elkaar gestoken poppy songs, waarbij “In this city” en “Out there” zich weten te onderscheiden. De harmonieuze samenzang van de raps van Jarvis Anderson en Sam Martin geven elan. Volmondig ondersteunen we Iglu & Hartly als Surfer Boys met een hippie randje.

Judas Priest

Metal Gods Judas Priest are VERY alive!

Geschreven door

Na AC/DC, Metallica bracht de nieuwe lente nu ook het Priest Feast tot in ons land. Een feest niet voor watjes maar voor echte mannen met een goed stel oren!
Theoretisch kan je het pakket Testament, Megadeth & Judas Priest best homogeen noemen. De praktijk leert ons echter dat er ook binnen het metal genre aardig wat richtingen zijn die niet meteen compatibel zijn met elkaar. Ondergetekende mag dan een Judas Priest liefhebber zijn, van de opwarmbands Testament & Megadeth heb ik echt geen kaas gegeten!

Het feestje van onze ‘Metal Gods’ begon al om 19u00. Vorst zat op dat vroege uur al nokvol, al ging het hier over een Vorst Nationaal Club optreden waarbij de bovenste cirkel van de zaal ontoegankelijk bleef.
Eerst was het de beurt aan de Trash Metal sensatie uit San Francisco, Testament. Een band die in het verleden bijzonder veel formatiewissels kende en waarvan gitarist Eric Peterson & zanger Chuck Billy de enige getrouwe zijn sinds de oprichting in 1983. In 2008 bracht de band het album ‘The Formation Of Damnation’ uit en daar werd dan ook regelmatig naar gerefereerd. Testament ‘is not my cup of tea’ zodat ik wijselijk een echte beoordeling overlaat aan de echte kenners. Nee, in mijn testament zal deze band zeker niet voor komen. Maar de fans waren dolenthousiast met Testament’s komst want er werd volop geheadbangd, vuisten gingen in de lucht en met de regelmaat van de klok gingen enkele habitués tot crowdsurfen over. Wat mij opviel was dat de geluidsbalans sterk in het rood ging. Hier geen decibelbeperking maar wel ‘very loud & heavy’! Soms pijnlijk voor mijn ongeoefende oren.

Na Testament was het de beurt aan Dave Mustaine’s band Megadeth. Tijdens hun passage als headliner op het Schwung Festival van 2007 kon de band mij niet overtuigen en ook nu kon een uurtje Megadeth mij maar matig boeien. Mustaine richtte na twee jaar actief lid te zijn geweest van Metallica (hij werd ontslagen wegens excessief drank- en drugmisbruik) in 1983 Megadeth op. De band zou populairder worden dan Metallica maar ondertussen weten we dat dit alvast te hoog gegrepen was.
Fans heeft Megadeth nog steeds in grote getallen want ‘the crowd went crazy’! Sterke momenten waren er tijdens “Symphony Of Destruction”, “Holy Wars” en het mooie “A Tout Le Monde”. Voor de rest speelde de band te vaak in de automatische piloot modus.

Judas Priest bestaat ondertussen reeds meer dan 35 jaar. Priest wordt vaak aanzien als één van de grondleggers van de Heavy Metal en verkocht meer dan 35 miljoen albums! Ondertussen zijn de leden er echt niet jonger op geworden waardoor ik mij ernstig afvroeg wat Judas Priest anno 2009 nog kon betekenen. In 2004 kwam er een reünie toen Rob Halford opnieuw werd ingelijfd en Tim ‘Ripper’ Owens aan de deur werd gezet. Gelukkig maar, want de twee studioalbums die Owens met Judas Priest opnam beschouw ik als de minste platen uit hun ganse oeuvre. Sinds ‘Angel Of Retribution’ uit 2005 zit Priest terug op het juiste spoor en hun recentste dubbele conceptalbum ‘Nostradamus’ is één van de allerbeste metalplaten van 2008.
Onder oorverdovend gebrul werd de introtape “Dawn Of Creation” ingezet. Meteen viel de hoogbouw ‘on stage’ op, waardoor de sfeer uit de jaren ’80 helemaal terug was. Helemaal bovenaan zat drummer Scott Travis en op een ander platform verscheen Rob Halford (gekleed in een zilveren cape) om de opener “Prophecy” op ons los te laten. Het was een erg sterke, imposante en theatrale start. Jammer dat de set niet bestond uit meer ‘Nostradamus’ songs want ik hou wel van de vernieuwde symfonische Priest. Wel kregen we een soort ‘best of’ vol Priest klassiekers. “Metal Gods”, “Eat Me Alive”, “Between The Hammer And The Anvil”, “Breaking The Law” deden ons metalhart sinds lang weer bloeden.
Opmerkelijk was dat “Death” uit het nieuwe ‘Nostradamus’ zeer lauw werd ontvangen. Blijkbaar is niet iedereen even gek van de nieuwe symfonische aanpak. Rob Halford die aanvankelijk erg goed bij stem was, liet op het bloedmooie “Angel” horen dat hij niet alleen kan schreeuwen. Het werd het enige rustpunt van de ganse avond. Af en toe zong hij er wel eens ferm naast en ook de geluidstechnicus verdoezelde zo hier en daar een foutje met een overdaad aan echo. Bassist Ian Hill en de gitaartandem K.K.Downing & Glenn Tipton bleken de ‘tand des tijd’ wat beter te hebben verteerd want op hun heavy melodieuze gitaarspel viel niets aan te merken, behalve dat het goed was. Het showgedeelte bleef beperkt tot: schitterende backdrops, het neerpoten van enkele Priest vlagen, enkele voor senioren gemaakte decorstukken op maat van Mister Rob Halford, een mooie lichtshow, de gekke podiumwandelingetjes van Halford en de verplichte clichématige Priest motor act tijdens de Fleetwood Mac cover “The Green Manalishi”. Naar het einde toe kreeg Halford zijn stem het steeds moeilijker zodat er na slechts 100 minuten een einde kwam aan de set via een tweede encore ronde met “You’ve Got Another Thing Comin’”.

Het Priest Feast was duidelijk een voltreffer voor de doorwinterde metal liefhebber. De ouwe rotten in het vak kunnen het nog steeds (al spelen ze tegenwoordig wel een klasse lager) maar het respect voor deze band is nog steeds bijzonder groot.
The Metal Gods are VERY alive’!!
Setlist *Dawn Of Creation *Prophecy *Metal Gods *Eat Me Alive *Between The Hammer and The Anvil *Devils Child *Breaking The Law *Hell Patrol *Death *Dissident Agressor *Angel *The Hellion *Electric Eye *Rock Hard,Ride Free *Sinner *Painkiller
*Hell Bent For Leather *The Green Manalishi (With the 2 pronged Crown)
*You’ve Got Another Thing Comin’

Organisatie: Live Nation

Cut In The Hill Gang

Cut In The Hill Gang feat. Johnny ‘Soledad’ Walker: leven na de Soledad Brothers

Geschreven door

We hebben er (te) lang op moeten wachten maar bijna vier jaar na de split dook er nog eens een Soledad Brother op in België. Zanger-gitarist Johnny Walker kwam zijn nieuwe groep voorstellen in 't Manuscript, dat na The War On Drugs opnieuw met een fantastische groep kon uitpakken. De verwachtingen waren hooggespannen want de Soledad Brothers, die ik maar liefst tien keer aan het werk zag (en ik heb me nooit één seconde verveeld tijdens die optredens), waren een tijdlang één van de beste livebands die men op deze planeet kon vinden.

Rauwe blues hoeft geen bas, dat wisten mannen als Hound Dog Taylor al, en deze keer koos Walker resoluut voor twee gitaren en drums. Na een korte vingeroefening op de snaren werd de set geopend met de Diddley-Dixon klassieker "Diddy-wah-diddy", meteen gevolgd door opnieuw een cover : "Sugar never tasted so good" (te vinden op de eerste White Stripes-plaat) dat opgefleurd werd met een washboard. Maar daarna hoorden we vooral nieuwe nummers, de meeste stevig verankerd in zompige blues met veel slidegitaren. Maar de prangende vraag bleef natuurlijk: "Zijn ze even goed als de Soledad Brothers?". Het klonk in ieder geval toch anders. Die swingende souplesse van vroeger is er nu wel uit. De sound is wat harder en hoekiger en gitarist Brad Meinerding dreigde zich zelfs een paar keer vast te rijden in al te klassieke bluessolo's. Maar meestal liet hij zijn gitaar heerlijk laag brommen en klonk hij schitterend. Een bijzonder spaakzame Johnny Walker deed er alles aan om het publiek voor zich te winnen en daar slaagde hij uiteindelijk ook in. Hij maakte het zich wel niet erg makkelijk door slechts drie, en dan nog flink herwerkte, "Soledad"-songs te spelen. Iemand riep "Jon Spencer" maar wat we hoorden was toch veel beter en eerlijker dan wat die de laatste tijd uitspookt.

Hoewel we een stevig en gedreven optreden zagen waar weinig op aan te merken valt bleef er toch een zweem van heimwee naar de Soledad Brothers hangen. Misschien is het een kwestie van wennen en de kans bestaat dat we nog dit jaar de gelegenheid daarvoor krijgen want er zijn reeds plannen voor een nieuwe tour.

Organisatie: De Zwerver, Leffinge

Pendragon

Pendragon brengt PURE music te Lille

Geschreven door

Vorig jaar in oktober hield de ‘Pure tour’ van Pendragon halt in Verviers. Wegens tijdsgebrek kon ik er toen niet bij zijn. Gelukkig kreeg ik nu een herkansing want de Britse neo-progressieve rockband maakte terug even de stap over de plas voor een optreden in Nederland en een gig in het Noord-Franse Lille.

Le Splendid zat al afgeladen vol toen het Franse Amartia mocht openen. De band heeft net een nieuw album uitgebracht met als titel ‘Delicately’. Uit deze nieuwe plaat werden ook de meeste songs gespeeld. Amartia staat voor een mix van progressieve rock, mainstream rock en metal. De frontzangeres is niet meteen een lust voor het oog maar een mooie stem heeft ze wel. Toch miste haar stem wat ‘power’ waardoor de mooiste momenten toch uit instrumentale hoek kwamen. Vooral de gitarist toverde enkele erg lekkere melodieuze solo’s uit zijn mouw. Bijgebleven zijn het sterke “Not A Detail” en het instrumentale “Hightech Human”. Amartia speelde een leuke set die door het chauvinistische Franse publiek erg werd gesmaakt. Persoonlijk vond ik het slechts bij momenten boven de middelmaat uit steken.

Erg lang moesten we niet wachten op Pendragon. Na een imposante, bombastische intro begroette Nick & Co ons met “Eraserhead”, niet meteen een van mijn songfavorieten.
Bovendien klonk in deze aanvangfase het geluid nergens naar en had de band duidelijk moeite om de juiste balans te vinden. Gelukkig sleepten de geluidsproblemen niet al te lang aan en hadden we tegen de ‘oldie’ “The Walls Of Babylon” al een deftiger geluid.
Helemaal op niveau zat de band pas toen de “Comatose” suite op ons werd afgevoerd. Een subliem werkstuk uit het nieuwe ‘Pure’ dat volgens Nick een allereerste keer live werd gebracht. Als zanger zijn de capaciteiten van frontman Nick Barett aardig beperkt. Hij is dan ook geen geweldig zangtalent. Dit is een barrière die ik bij elk Pendragon concert eerst moet proberen te overwinnen. Maar als je verder kijkt en je focust op Barett’s geweldige gitaarspel gaat de wondere wereld van Pendragon echt helemaal voor je open.
Pendragon bestaat ondertussen dertig jaar. Met ondermeer “The Mask” en “Queen Of Hearts” werd geput uit het rijke archief. De band had er duidelijk zin in want het spelplezier stroomde van het podium af. Bassist Pete Gee speelde erg strak en keyboardwizard Clive Nolan “Cool as always” speelde zich meerdere malen in de kijker. Toch was het vooral nieuwkomer Scott Higham die met zijn mokerslagen op de drums het Pendragon geluid extra schwung gaf. Een fenomenale drummer en duidelijk een aanwinst voor de band. Ook het nieuwe en sterke album ‘Pure’ werd aan het Franse publiek voorgesteld. Het ganse album haalde de setlist en zat mooi verweven tussen andere klassiekers zoals “Nostradamus” (de Stargazing song) en “The Voyager”.
“It’s Only Me” uit het nieuwe album sloot de reguliere speeltijd af. In deze laatste song liet Nick Barett nogmaals horen waarom hij tot de top behoort. De song bevat een sublieme, bloedstollende gitaarsolo die de vele Franse, Belgische en zelfs Engelse fans naar ‘Prog Heaven’ katapulteerde. Dit noemt men eindigen in schoonheid. Pendragon bleef echter terugkeren en deed dit met een song voor ‘the youngsters’: “Indigo”. Verfrissend, vernieuwend en hedendaags…Pendragon anno 2009!
Het lange epos “The Wishing Well” uit ‘Believe’ sloot dit fascinerende optreden af na ruim twee en een half uur!

Na het optreden schafte ik mij aan de verkoopstand de nieuwe DVD-CD box aan “Concerto Maximo”. Een absolute aanrader voor de fans en een schitterend overzicht van de bands carrière. Van mij mag Pendragon er nog eens dertig jaar bij doen!!
Setlist: *
Eraserhead *The Walls Of Babylon *Comatose *The Mask *Queen Of Hearts *The Freak Show *Breaking The Spell *Nostradamus *The Voyager *It’s Only Me *Indigo

*The Wishing Well
LIVE REPORT VIDEO LINKS ON YOU TUBE
Part 1
http://www.youtube.com/watch?v=-Ex3NklCKd4
Part 2
http://www.youtube.com/watch?v=Up3Iw9tc7oM
Part 3
http://www.youtube.com/watch?v=PUliaNXfsR0

Organisatie: Verone Productions, Lille

Bart Peeters

Bart Peeters – De Hemel in het Klad

Geschreven door

Bart Peeters is van alle markten thuis en beschikt over een grenzeloze creativiteit. De bijna dolle vijftiger onderscheidt zich als tv presentator, acteur, entertainer en zanger/multi-instrumentalist.
Qua muziek ruilde hij Engelstalig werk voor het Nederlands. Hij is toe aan de derde cd in de reeks, na de vorige veroveringstocht ‘Slimmer dan de zanger’. ‘De Hemel in het Klad’ lijkt dit doodleuk te herhalen. Maw hij maakt z’n sterke reputatie als Vlaamse zanger meer dan waar. Samen met z’n lievelingsmuzikanten brengt hij opnieuw een subtiele mix van pop, folk, kleinkunst en chanson, waarin een vleugje jazz, funk, afro, tango en hiphop te horen zijn, in een uitgebreid instrumentarium van gitaar, accordeon, viool, klokkenspel, derboeké (variant op de djembé ) en allerhande tierlantijntjes.
Peeters geeft persoonlijke indrukken weer, neemt de samenleving onder de loep, geeft kwinkslagen en maakte er een luchtige en integere cocktail van in z’n bindteksten. Ongelofelijk tot wat hij als cabaretier en muzikant allemaal in staat is …

We waren opnieuw onder de indruk van een bijna drie uur durende show (korte pauze tussenin!), waar de klemtoon viel op het recente materiaal. We hoorden een boeiende afwisseling qua stijl en dynamiek. Iedereen had de songs sterk onder de knie, wat zorgde voor een uiterst geslaagd optreden.
We hoorden de kleurrijke wereldmuziek van “Het is niet wat het is” …, een mambo “Arbeidsongeschikt”, “Heist-aan-Zee” op z’n Ladysmith Black Mambazo, de zwierige aanpak op “Er is geen één zoals jij” en de jazzygroove van “Hoe doen die dat”.
… En inderdaad, uit wat hij toch allemaal energie put: “Andersom(zon)dag” was spelen met woorden en klanken, “Miere miere, mugge, mugge” liet een ‘Villa Politica’ Peeters horen en ook het caféetje om de hoek, “O California”, in z’n eigen gemeente Boechout, kreeg een song. “Zo van die zomerdagen”, “Ontdooi me” en “Voir un ami pleurer”, eerbetoon aan Jaques Brel, bracht ons tot de intieme kant van Bart in sfeervol, ingetogen en sober gehouden materiaal.
Peeters & Band wisten het publiek in hun greep te houden; het volksfeest en het meezinggehalte kon niet ontbreken in de show, want we werden aangepord tot handjeszwaaien en –klappen op de levendige songs “Leve de deejays” (persiflage op Indeep’s “Last night a dj saved my life”), “Messias” en “I’m into folk”. ”Slaapwals” en het kwetsbare “Sint-Franciscus” verhaal besloten een mooi, overtuigend concert.

Peeters kent als geen ander de klappen van de zweep … Hij is in vijf jaar tijd één van de ‘hotte’ Nederlandstalige artiesten geworden. Peeters & Band boden kwaliteit met een rits goede, afwisselende songs en onderhielden een nauwe band met het publiek. Wat legt deze man de lat toch hoog …

Organisatie: Arenbergschouwburg, Antwerpen

Animal Collective

Animal Collective: eigenzinnig, nerveus, rommelig en aanstekelijk

Geschreven door

Cultband Animal Collective heeft al een pak platen uit , maar kwam pas écht in de belangstelling met het in 2006 verschenen ‘Feels, ‘Strawberry Jam’ in 2007 en het recente ‘Merriweather Post Pavilion’. Het NY-se trio klinkt toegankelijker binnen die muzikale spacecake van grillige freefolk, psychedelica en avantgarde. Ze nestelen zich ergens tussen Flaming Lips, Mercury Rev en ’60’s Beach Boys. Een prettig gestoord hypnotiserende, freakende danstrip, muzikale gekte, waarin ruimte is voor avontuur en improvisatie.

Live dompelden ze hun nummers onder in een dosis eigenzinnigheid en nervositeit. Ze kregen soms een pompende elektronische beat en ‘base’ mee. Een charmant klanktapijt van weirde trips onder een bevreemdend, harmonieus, hoger stemmenwerk door elkaar.
Op het podium hing een grote witte bol en was er een gamma van elektronica-apparatuur, sobere percussie, cimbalen en 6 versterkers, wat hun sound kleurrijk, bezwerend en opwindend maakte. Maw het trio zorgde voor een kakafonie van elektronisch vernuft, dat zowel hyperkinetisch, aanstekelijk als neurotisch, hectisch of subtiel sfeervol en dromerig klonk.
De meeslepende thrillers “Summertime clothes” en “My girls” klonken intenser door de beats’n’pieces en konden rekenen op een sterke respons. ”Daily routine” waande ons op de grote bidplaats te Mekka. Er waren de heerlijke lounge trips van “Also frightened” en “Fireworks”, die door hun jam een dosis experimenteerdrift hadden.
Het draaide ‘em om de klankkleur bij het trio, want live kenmerkten ze hun songs door dromerige subtiliteit en avontuur. Het grootse “Brother sport” op plaat klonk aanstekelijk, dreigend en vrolijk dansbaar tegelijkertijd en sloot ‘en verve’ na een klein anderhalf uur de set af.
Ze breidden er nog een bezwerende brij aan met “Banshee beat” en “Lion in a coma”, die op het eind voorzien was van een krachtige, groovy beat.

Animal Collective bracht een wereld van psychedelische klanken in een gezonde dosis rommeligheid en improvisatie; melodie, beats en onverwachtse wendingen in een hemels directe stemmenpracht. Maar hun elektronisch vernuft en kunde deden ook wisselende meningen opborrelen.

Pantha du Prince mocht de weirde psychedelica trip van Animal Collective inleiden. De Duitser groef in het verleden van de minimal van LFO en Pan Sonic en gaf aan z’n knisperende elektronica pulserende, krachtige beats en een toegankelijke, aanstekelijke, dansbare groove.

Neem gerust een kijkje naar de pics onder live foto’s

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Starsailor

All the plans

Geschreven door

Het Britse Starsailor heeft met ‘All the plans’ een plaat uit, die het midden houdt van de vorige drie cd’s. Een verzameling van maar liefst 14 songs die wat uitbundiger, directer kunnen klinken of die bol staan van dramatiek door de semi-akoestische aanpak, toetsen en pianopartijen, gedragen door de gekwelde, emotievolle stem van de immer sympathieke zanger/gitarist/songschrijver James Walsch.
Starsailor doet waar ze goed in zijn. De groep eigent zich een plaatsje binnen de scène van Coldpaly, Elbow, Muse en Keane, draagt bands als het onvolprezen James en Ash diep in het hart en is inspiratievol voor jonge wolven als Air Traffic en Melee.
Starsailor verrast misschien niet echt, maar staat wel garant voor subtiele poprock en fraai gedragen ballads. Uit het rijke luistervoer halen we volgende nummers als vaandeldrager voor hun sfeervolle en goed opbouwende pop: “You never get what you deserve”, “Listen up”, “Darling be home soon”, “Tell me it’s not over” (wat een rockende single!) en de titelsong.

Juno Reactor

Gods and Monsters

Geschreven door

Juno Reactor bestaat onderhand vijftien jaar. Ze begonnen op het toch wel legendarisch Novamute-label, maar zijn nooit de underground ontstegen. Gezien hun psychedelische goa-trance van de eerste platen, nog sterk met het travellers-milieu geassocieerd, is dat ergens ook weinig verwonderlijk. Muziek voor ingewijden, in zekere zin. Mensen worden ouder en dan wordt hun muzikale horizon vaak wel breder. Dat hoor je duidelijk aan hun ondertussen toch alweer zevende plaat, die ‘Gods en Monsters’ heet. Daarop tappen ze uit een heleboel stijlvaatjes, van drum ’n bass over dub tot wat we maar ‘wereldmuziek’ zullen noemen. Ook het lijstje muzikanten dat een muzikale bijdrage tot de plaat levert is behoorlijk indrukwekkend, volgens de persinfo gaat het dus om goed volk als Ghetto Priest, Steve Stevens, Sugizo, Budgie en de Zuid-Afrikaanse Amampondo’s.
Ondertussen zijn ze stilistisch al ver afgedwaald van goa-trance en nog afgezien van een oordeel over dit of welk genre dan ook, dient worden gezegd dat ze daarbij een essentieel element van hun aantrekkingskracht lijken te hebben verloren, met name de opwinding. De songs die je op ‘Gods en Monsters’ te horen krijgt zijn vakkundig gemaakt en eten stilistisch van verschillende walletjes maar deze plaat klinkt nergens gevaarlijk, wat bij een underground-act zou moeten. Monsters ben ik nergens tegengekomen en als er al ergens goden rondwaren is het de gedegenereerde soort. Nochtans zijn er goede songs te horen op de plaat, zoals opener “Inca Steppa”, hoewel ook daar de vocals niet echt overtuigen, of “Las Vegas Future Past”. Soms zitten er te veel ideeën in één song en vaak pakt de mayonaise niet. Uiteindelijk is dit gewoon geen rave meer maar meditatieve muziek, die wat te weinig ballen heeft om echt indruk te maken. De ravers van weleer hebben zich blijkbaar teruggetrokken in de chillout-zaal, hebben de LSD voor een beschaafd gebruik van tetra-hydro-cannabinol ingeruild, zijn aan kinderen toe en onderhand vaak moe. Het besluit moet zijn dat deze plaat niet slecht is, maar dat dat voor een band met een reputatie als die van Juno Reactor wat minnetjes is.

 


 

U2

No line on the horizon

Geschreven door

Vier jaar na ‘How to dismantle an atomic bomb’ en een wereldtournee komt het Ierse U2 met nieuw werk aandraven. Al dertig jaar leveren zij rock met een grote ‘R’ af. Melodieus spannende, broeierige pop, snedige rock en ontroerende, hartverwarmende, sfeervolle songs blijven het handelsmerk van het kwartet. ‘No line on the horizon’ zet het eerlijke herkenbare rockgeluid van de vorige platen verder, maar laat af en toe het avontuurlijke karakter van ‘Achtung Baby’ en ‘Pop’ horen, maw U2 biedt een sound met dezelfde bestanddelen en probeert zichzelf te herontdekken. “Get on your boots” refereert naar de experimentjes van de eerder vernoemde platen. “Stand up comedy” en de titelsong laten een rockband ‘pur sang’ horen. De andere songs verrassen muzikaal niet echt, maar klinken uiterst sfeervol en zijn subtiel uitgewerkt; onderhuids horen we wat invloeden van hun verblijf in Marokko door de Oosters aandoende strijkers. Politiek, religie en love & peace zijn en blijven de vaste thema’s die Bono aanhaalt; “Cedars of Lebanon” , de intieme afsluiter, zorgt voor kippenvel.
U2 klinkt niet overweldigend op die nieuwe plaat, maar beantwoordt aan de ingewortelde voorwaarden van goed, prikkelend, consistent en aangrijpend.

A Place To Bury Strangers

A Place To Bury Strangers

Geschreven door

Het uit NY afkomstige trio A Place To Bury Strangers grijpen terug naar de ‘90’s ‘Wall of Noise’ van My Bloody Valentine en Swervedriver, nemen elementen van de dreunende neurotische synthi van Suicide , de wave rock van J & Mary Chain en de noisepop van Sonic Youth. Een aanstekelijke mix waarbij de pedaaleffecten gretig worden ingedrukt en de fuzz, distortion, wahwah galm en noisegolven ons om de oren vliegen. De klemtoon komt op een stofzuigersound met enkele uitschieters: “Missing you”, “Don’t think lover”, “The falling sun”, “Another step away”, “My weakness”, “Ocean” en “Never going down”. En toch vinden we in hun ‘total sonic annihalation’ popmelodieën terug, zoals op “To fix the gash in your head”, “I know I’ll see you”, “Get on” en de single “Breathe”. Of zoals op het eind met het uiterst sfeervolle “Sunbeam”. Jesus & Mary Chain heeft na hun “Never understand” twintig jaar later z’n opvolger onder deze Bury Strangers.

Cheap Time

Cheap Time: meubelen gered tijdens de bisronde

Geschreven door

Wat gebrek aan ervaring en een kort voordien nog gewijzigde setlist zorgden ervoor dat de motor van The Tubs soms wat sputterde. Maar ondanks wat haperingen had dit Gentse viertal genoeg sterke nummers meegebracht om ons te overtuigen. Vuile rock-'n-roll met tentakels in de blues, country en soul die me meermaals deed denken aan het recentere werk van Jack Oblivian. Hier en daar moet er nog wat aan gesleuteld worden maar het potentieel is er. Deze jongens hebben de juiste attitude en een veel betere smaak dan de gemiddelde Studio Brussel-luisteraar, getuige hiervan hun cover van Nathaniel Mayer's "Village of love". En met hun zanger hebben ze werkelijk een oertalent in huis. Het zou dan ook bijzonder jammer zijn mochten ze na een paar maanden terug in de vergetelheid belanden.

Het verschil met de hoofdgroep, het trio rond Jeffrey Novak uit Tennessee, was groot. Cheap Time is een groep die er "staat", hun motor kende dan ook geen problemen. Hun debuut op ‘In The Red’, een label dat nog steeds tot de verbeelding spreekt gezien het volle huis, vond ik nochtans maar aan de middelmatige kant. Live viel het dus heel wat beter mee hoewel ik ook nu weer enkele songs veel te licht bevond. Vooral die paar nummers waarin de zanger zijn teksten als aftelrijmpjes debiteerde zou ik het liefst in de vuilnisemmer zien verdwijnen. Cheap Time zweert bij korte (garage)punksongs met glaminvloeden (er was dus niet alleen de fysieke gelijkenis van de bassist met Marc Bolan) die regelmatig ook (en helaas) het popzwerk opzoeken. Gelukkig was er ook nog plaats voor iets ruiger werk en tijdens de zeer uitgebreide bisronde was de pop er helemaal uit verdwenen en werd ik er zowaar nog wild van ook. Helemaal op het einde viel verdomd nog Hawkwind uit de kast en hoorden we nog een rammelversie van "Silver machine" en een gitaarjam, geïnspireerd op "Brainstorm". Plots leek het leven heel wat aangenamer...

Organisatie: Pit’s Kortrijk

Franz Ferdinand

Gretige Franz Ferdinand zet l’Aéronef bijna in lichterlaaie

Geschreven door

Het is een ongeschreven wet in de muziekgeschiedenis: trends komen en gaan, de ene revival volgt de andere op, maar allen zijn ze van relatief korte duur en doorgaans overleven enkel de bands van het eerste uur. Pakweg vijf jaar terug waren de sympathieke Schotten van Franz Ferdinand bijna in hun eentje verantwoordelijk voor een hernieuwde interesse in de new wave en punkfunk van eind jaren ’70/begin jaren ’80. Na hun inmiddels klassieke titelloze debuut (’04) volgde al snel de fraaie doch minder bewierookte opvolger ‘You Could Have it so Much Better’ (’05). Terwijl volgelingen als Kaiser Chiefs en Bloc Party aan de lopende band nieuwe nummers brouwen blonk Franz Ferdinand de jongste jaren echter vooral uit in afwezigheid.
Onder hooggespannen verwachtingen verscheen dit voorjaar dan eindelijk de zogenaamde ‘moeilijke derde’: zou Franz Ferdinand definitief opteren voor een imago als feel-good singles band of werd dit het album van de radicale stijlverandering? Bij beluistering van ‘Tonight: Franz Ferdinand’ blijkt dat de waarheid ergens in het midden ligt: de groep heeft een arsenaal synths laten aanrukken wat hier en daar heeft geleid tot voorzichtig experiment, maar zoals voorheen blijven de songs catchy as hell. Het publiek lijkt de band alvast niet vergeten getuige de resem uitverkochte shows die de vier Glaswegians de jongste weken langs Europese steden afwerken. Afgelopen maandag stond Franz Ferdinand na jaren afwezigheid nog eens oog-in-oog met hun Franse fanlegioen in een tot de nok gevulde l’Aéronef.

De band mag dan al worden vereenzelvigd met de popwave scene uit de donkere 80ies, toch zijn muzikale zwaarmoedigheid en teksten-met-een-boodschap aan de Schotse meisjesidolen nooit echt besteed geweest. Franz Ferdinand is immers één van de weinige gitaarbands die het publiek kost wat kost aan het dansen wil krijgen, wat meteen ook lukte met de veilige opener “Do You Want To” en de huidige single “No You Girls”. Frontman Alex Kapranos en de zijnen hadden duidelijk zin in een stomend feestje waarbij nummers uit ‘Tonight: Franz Ferdinand’ in een verschroeiend hoog tempo werden afgewisseld met materiaal uit de eerste twee albums. De aanstekelijke mix van vrolijke gitaren en spaarzame synths tijdens de nieuwe nummers “Twilight Omens”, “Turn it on” en “Bite Hard” miste zijn effect niet: zonder dat de groep daar veel moeite moest voor doen werd het publiek spontaan meegesleurd door Franz Ferdinand’s heropgefriste groovy sound, en hier en daar spotten wij zelfs een eenzame skydiver.
Tussendoor werd gretig teruggegrepen naar ouder werk. Uit het vorige album herkenden we enkel “Walk Away” en “The Fallen”, maar het gros van de oudjes bleek afkomstig uit het titelloze debuut: “Auf Achse”, “The Dark of the Matinee”, “Take Me Out”, “40’” en “Michael”.
Zoals het elk geslaagd feestje past moet muziek primeren over woorden, en dat had de groep duidelijk goed begrepen. Kapranos & co bezondigden zich niet aan opjuttende taal of overbodige bindteksten, en konden hierdoor een strak tempo aanhouden doorheen de set. Elk feestje mag overigens ook al eens een buitensporigheid kennen; na een set van 12 puntige en meezingbare popsongs gooide de groep eensklaps het roer om tijdens “Lucid Dreams”. Dit nummer is met voorsprong het meest experimentele en atypische nummer uit de gehele Franz Ferdinand catalogus en mondde live uit in een minutenlange electrotrip waar Kapranos en gitarist McCarthy lekker loos konden gaan op een batterij analoge synths. Zowaar een mooie apotheose om een toen al geslaagde live come-back mee af te sluiten.
In de enige bisronde volgden nog het zeer hippe “Ulysses” en “What She Came For” uit het recente album en met het onvermijdelijke “This Fire” stak de groep l’Aéronef voor de laatste keer die avond in lichterlaaie.

Zou het dan toch geen toeval geweest zijn dat vlak na het aanfloepen van de zaallichten ook het brandalarm spontaan van zich deed horen? Kapranos sloot af met de sympathieke groet “We are Franz Ferdinand, vous êtes Lille!”. Hij, de groep en het publiek zijn bij deze gerustgesteld en gewaarschuwd: Franz Ferdinand is terug van weggeweest en dat zal menig festivalganger deze zomer geweten hebben!

Opwarmer van dienst was het Berlijnse trio Kissogramdat behoorlijk wat publieksrespons kond losweken dankzij hun catchy songs waar ritmische gitaren in duel gingen met analoge synths. Waar hebben we dat nog gehoord? Juist: zie hierboven. Franz Ferdinand had als voorprogramma een band geprogrammeerd wiens sound mooi aansloot bij hun eigen opgefriste geluid. Enkel tijdens de laatste nummers kon het jonge trio afstand nemen van Kapranos & co toen ze mooie dingen deden met Wagneriaanse symfo, Kraftwerk-on-speed en weerbarstige gitaren. Een band die we gerust nog wel eens willen terugzien; hoe ver ligt Berlijn trouwens verwijderd van Kiewit?

Neem gerust een kijkje naar de pics van hun optreden in de AB, Brussel onder live foto's

Organisatie: FLP (ism Aéronef), Lille

Pagina 463 van 499