Botanique, Brussel - concertenreeks

Botanique, Brussel - concertenreeks 2026Stoned Jesus, Wheel, woensdag 1 april 2026, Orangerie, 20h Oliver Symons, zaterdag 4 april 2026, Witloof Bar, 20h Koma, woensdag 8 april 2026, Rotonde, 20h Son Little, vrijdag 10 april 2026, Orangerie, 20h Chalk,…

logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Search results (15418 Items)

Mø - rijzende popqueen

Geschreven door

Deens en razend populair in België. Dat bewees maandagavond nogmaals aan een uitverkochte en laaiend enthousiaste AB. De ene hit achter de andere werd gespeeld en het publiek danste totdat ze er bij neer vielen.

Iedereen kent Mø van haar featurings met onder andere Major Lazer en Justin Bieber, maar er is meer. Veel meer! Eerste hit “Don’t wanna dance” kon uiteraard niet ontbreken, en ook andere singles waaronder “Pilgrim” en “Kamikaze” kwamen aan bod.
Mø probeerde de Ancienne Belgique om te toveren tot danszaal, en dat werkte enorm goed. Overal zag je mensen springen en diegene die er in het begin precies niet zo veel zin in hadden, kreeg de Deense uiteindelijk toch in beweging.
Mø heeft charisma en uitstraling. Een popster herken je vaak aan de verschillende pakjes dat ze draagt, en dat maakt Mø net weer dat tikkeltje uniek. Geen pakjes, wel gewone kleren en uiteraard de kenmerkende lange vlecht op haar hoofd.
Hoogtepunt van de show was ongetwijfeld het tegenwoordig razend populaire “Final Song” waarop de AB nogmaals volledig uit zijn dak ging. Mø verdween nadien van het podium, maar niet finaal want ze kwam nog even terug voor een bisrondje. Nieuw nummer “Drum” werd nog snel aan het publiek voorgesteld en volledig afsluiten deed Mø met publieksfavoriet “Lean on”.

Na haar optreden werd heel duidelijk dat Mø het indieverhaal achter haar wilt laten en zich volledig wilt richten op de mainstream elektronica. Wat nog duidelijk werd is dat de wereld er een nieuwe popqueen bij heeft!

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/mo-03-10-2016/
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/moonlight-matters-03-10-2016/

Organisatie : Live Nation + Ancienne Belgique, Brussel

Mozes and the Firstborn

Mozes and the Firstborn - Moeder, waarom leven wij?

Geschreven door

Temidden het almaar onrustiger woeden der wereld heeft Mozes and the Firstborn zich met een nieuw elan uitermate succesvol weten te herlanceren. Na een relatief lange periode van nagenoeg volledige windstilte naar de buitenwereld toe jaagt het bevlogen Nederlandse viertal in 2016 de productiviteit ouderwetse hoogtes in, met als voorlopig resultaat - in een tijdspanne van een trimester of twee – alvast een ep (februari), een split-single (juli) en het fenomenale full album 'Great Pile of Nothing' (september) bij op de teller. “En daar houdt het hoogstwaarschijnlijk niet op,” aldus Melle Dielesen, “we hebben nog een aantal nummers opgenomen die hun plaats tot dusver niet vonden op één van deze releases en die we later op het jaar nog willen uitbrengen onder één of andere vorm.” Maar liefst drie keer, telkens naar aanleiding van één dezer sleutelmomenten, maakt de vriendelijke frontman tijd voor een praatje; een eerste keer in de al even sympathieke, middernachtelijke lobby van een Brussels hotel volgend op een geslaagd Belgisch live-tweeluik samen met Together PANGEA, en vervolgens twee keer op een drukkend warme zomeravond in de gezellige woonst die hij even ten noorden van Eindhoven betrekt en die tevoren zijn oma een dak boven het hoofd verschafte.
De kiem van de huidige erg vruchtbare tijd ontsproot in een mentaal uiterst donkere periode vol algehele vertwijfeling en existentialistische overpeinzingen waar Dielesen langdurig ten prooi aan viel. Als eerste nieuwe wapenfeit stuurde de band afgelopen winter het majestueus slepende 'Nowhere Bound' de wereld in.

Dielesen: De tekst van die song vat exact mijn emotionele wederwaardigheden van een gans jaar samen. Ik wist met name een hele poos totaal niet meer waar ik stond in mijn leven en vroeg me af of er überhaupt nog wel een punt aan was. Toen de wanhoop me overviel hadden we eigenlijk net een nieuwe langspeler volledig klaar, gemastered en al. Het voortbestaan van de band hing op dat moment aan een zijden draadje en we beslisten dan ook dat werkstuk niet op de markt te brengen.
Daarna heb ik heel lang mijn gitaar niet aangeraakt, omdat ik er simpelweg geen zin in had. Uiteindelijk heb ik mezelf zowat verplicht weer te gaan spelen, anders zou het er misschien niet meer van gekomen zijn. Om de roest wat uit mijn vingers te krijgen, besloot ik gewoon de meest clichématige rockriff die ik kon bedenken op de snaren te rammen. Dat klonk aanvankelijk nergens naar, maar toen ik er haast intuïtief een couplet aan toevoegde, kreeg ik eensklaps vertrouwen in de zaak en kwam ik al snel op dreef. In amper twintig minuten werd 'Nowhere Bound' aldus een feit, inclusief de volledige tekst. En dat betekende dan meteen een nieuwe start. Daarna bleven de nummers maar komen. Op een drietal maanden tijd hebben we er met de hele groep zowat dertig opgenomen, waaronder enkele herwerkte versies van songs uit het niet-gereleasede album.

Dat je in de videoclip van die comeback single rondloopt met een schedel in je handen valt hoogstwaarschijnlijk op te vatten als een verwijzing naar 'Hamlet'?
Dielesen: Vast en zeker. Vorige zomer las ik het stuk voor het eerst. Door het archaïsche Engels deed ik er behoorlijk lang over, maar het heeft niettemin een immense indruk op mij nagelaten. 'De centrale vraag in 'Hamlet' sluit natuurlijk nauw aan bij de problemen waar ik lang mee worstelde, en daar geeft de clip een knipoog naar. Dat ik me los daarvan verkleedde als een soort Engelse dandy vond ik dan weer gewoon grappig.

Daarenboven duikt nog een naar de ep-titel refererende Power Ranger op
Dielesen: De tv-serie was erg populair op het moment dat ik een jaar of vier à vijf was. Van mijn moeder mocht ik daar toen in feite nooit naar kijken omdat ik er wild en agressief van werd. Alsnog kwam het beeld tijdens het schrijven onlangs bij me op van de Power Rangers die me in moeilijke periodes bij de hand zouden kunnen nemen. Het heeft heel veel te maken met mijn jeugd. Uiteindelijk denk ik dat al mijn liedjes voor een groot stuk voortvloeien uit hoe ik ben opgegroeid. Hoewel ik natuurlijk best over bepaalde onderwerpen van buitenaf kan schrijven, stop ik er onvermijdelijk altijd iets van mezelf in.

Je formuleert het dan wel op een dusdanig poëtische manier dat het niet te eenduidig en vanzelfsprekend wordt?

Dielesen: Naar dat ideaal werk ik inderdaad toe. De laatste tijd ben ik me ook iets meer gaan concentreren op de teksten dan voorheen. Vandaar dat we de 'Power Ranger' ep hebben uitgebracht als boekje met, naast foto's en een downloadcode voor de muziek, veel aandacht voor de lyrics. Ook al klinkt het bijna als een gemeenplaats bij een tweede album, toch heeft dat aspect onmiskenbaar aan belang gewonnen.

Wat opviel bij de recente optredens was dat jullie, wetende dat de pletwals together PANGEA er zo meteen aankomt, zich niet laten opjagen en de nummers de tijd en ruimte geven volledig tot hun recht te komen. Dat jullie aan de verleiding kunnen weerstaan de snelheid wat op te voeren, lijkt een teken van groot zelfvertrouwen?
Dielesen: Dat doen we heel bewust. Onze drummer Raven is daar erg mee bezig. Het toeval wil dat hij ook helemaal instond voor het opname- en productieproces van de ep, en dat er wel wat parallellen vallen te trekken met Michel “Magic Stick” Schoots van Urban Dance Squad die zowel onze debuutlangspeler als diens opvolger die we dus niet uitbrachten heeft geproducet. Beide drummers hebben na een tijd bij hun eigen band de studioproductie in handen genomen, en beiden zijn enorm gefocussed op de clicktrack. Michel is echt extreem strak. Ooit heeft men gemeten welk publiek het meest in de maat meestampte en -klapte met een optreden en dat bleek dus bij Urban Dance Squad te zijn, op Pinkpop '92 als ik me niet vergis. Dat is een rechtstreeks gevolg van in alle omstandigheden heel cool te kunnen blijven. Wij hebben de keuze gemaakt dat eveneens na te streven, zelfs al speelt erna een band die de gashendel helemaal open draait en voel je dat via het publiek alvast aankomen.

Jullie hebben bijna anderhalf jaar lang weinig tot niets van zich laten horen, vooraleer plotsklaps met een ep en aangekondigde langspeler op de proppen te komen. Voelde je nergens de nood onder de aandacht te brengen waar je mee bezig was?
Dielesen: We hadden indertijd net extreem veel gespeeld, en op een gegeven moment hebben we echt even rust gepakt. We moesten overal wat afstand van kunnen nemen en alles eens van een andere kant bekijken. An sich hield de band zelfs even helemaal op te bestaan. Daarna hebben we de tijd genomen terug op gang te komen zonder dat op een bepaalde manier mensen meekijken. Als je iets via de sociale media bekend maakt, wordt dat immers meteen opgepikt en dikwijls buiten proportie opgeblazen, terwijl wij ons gewoon helemaal wilden concentreren op de muziek zoals wij die zelf voor ogen hadden. Daardoor kwam de ep best wel uit de lucht vallen.

Hebben jullie altijd zelfzeker jullie eigen ding gedaan, of heb je in het verleden wel eens een soort druk gevoeld om in een bepaalde richting te evolueren, bijvoorbeeld toen Mozes and the Firstborn bij garagelabel bij uitstek Burger Records aan boord ging?
Dielesen: Eigenlijk niet; nu ja, misschien een heel klein beetje helemaal in het begin. Ik herinner me dat we in een opwelling wel eens durfden roepen dat we zoals de Black Lips wilden klinken en soortgelijke shows geven, al hebben we dat nooit echt in de praktijk omgezet. Dat het garagerige er nu nog ergens wel inzit, wijt ik immers eerder aan andere zaken. 'Living Dummy' van together PANGEA was de eerste Burgerplaat die ik kocht en dat was voor mij iets heel nieuws, fris en opwindends dat me helemaal omver blies. Toen we wat later zelf bij Burger zaten was die invloed er waarschijnlijk een beetje ingeslopen. Ik heb altijd gevonden dat we niet per se een garageband hoefden te zijn omdat dat vaak nogal sound-gerelateerd is. Al vind ik dat gruizige weliswaar super tof, is het mij de laatste tijd volledig duidelijk geworden dat ik op zich gewoon steeds betere nummers wil maken met een iets ander geluid. Hoewel ik dat niet heel vaak doe, luisterde ik onlangs nog eens terug naar ons eigen debuut, waarbij ik constateerde dat dat ook al wel behoorlijk gecontroleerd klinkt. Terwijl we enerzijds heel veel geluk hadden dat Burger Records ons oppikte, en het geweldig is er deel van uit te maken, besef ik tegelijkertijd dat we anderzijds toch wat een vreemde eend in de bijt zijn. We zijn niet de meest typische band op het label. Dat is ook niet erg; ik hoef niet noodzakelijk in een bepaalde scene te zitten.

Sinds die introductie tot de typische Burgersound is together PANGEA tot op de dag van vandaag een belangrijke rol blijven spelen in jullie ontwikkeling. Hoe is dat eigenlijk allemaal zo gekomen?
Dielesen: Nadat ik 'Living Dummy' door toedoen van onze gitarist Ernst op de kop had getikt, draaide ik de plaat gedurende een jaar helemaal grijs. Vervolgens speelden we hier in Eindhoven in Altstadt als voorprogramma van Mikal Cronin. Die bleek Erik Jimenez (ondertussen ook bij Meatbodies) en Cory Hanson (nu Wand), die indertijd beiden in together PANGEA zaten, in zijn begeleidingsgroep meegebracht te hebben. We konden het meteen goed met elkaar vinden, ze kwamen de volgende dag bij mij thuis ontbijten en we hielden contact. Toen we merkten dat ze ten tijde van 'Badillac' gingen toeren in de VS, hebben we gewoonweg een email gestuurd dat we voor die concertreeks best graag wilden fungeren als opener. Ze reageerden onmiddellijk positief, en voila... Daarna hebben we hen in Amerika pas echt goed leren kennen.

Hadden zij er eigenlijk een hand in dat jullie bij Burger Records terecht zijn gekomen?
Dielesen: Neen, we tekenden daar al eerder bij. In 2013, toen ons debuut net uit was, speelden we tijdens Noorderslag een show samen met traumahelikopter uit Groningen. Die hadden Lee van Burger uitgenodigd via een soort van fonds. Blijkbaar lieten we een erg goede indruk na, want hij informeerde ons quasi meteen na het optreden dat ie ons graag wilde uitbrengen op cassette en vinyl. Sindsdien verzorgen zij dus onze releases in de VS, terwijl Top Notch dat voor Europa blijft doen. Geheel toevallig zaten we voor Amerika ook bij hetzelfde boekingskantoor (Billions) als together PANGEA, wat het samen op de affiche terecht komen natuurlijk vergemakkelijkte. Alle puzzelstukjes vielen dus eigenlijk op de juiste plaats. Later is ook het label dubbelshows gaan organiseren.

En inmiddels brachten jullie ook een split-single op de markt met Roland Cosio, de huidige gitarist van together PANGEA, die hiermee zijn solodebuut maakt. Zou je, om het ongenuanceerd te stellen, kunnen zeggen dat jullie twee nummers een prima beeld schetsen van Mozes and the Firstborns genre? Terwijl 'Marianne' zo uit de pen van Kurt Cobain had kunnen komen en zodus sterke nineties invloeden verraadt, gaat 'What Am I Worth' meer een in de sixties verankerde psychedelische garagerockrichting uit.
Dielesen: Zeker; ik ben alleszins een enorme Nirvana-fan. Verder waren we, zoals gezegd, bij ons debuut flink op het garage-, sixtiesachtige ding geconcentreerd, terwijl een nummer als 'Gimme Some' toch ook behoorlijk wat jaren 90-elementen bevat. Daarnaast kan je er tevens een sterke lofi-invloed in ontwaren. Voor een stuk zal dat er wel zijn oorsprong in vinden dat ik veel hield van groepen als Guided By Voices en Sebadoh, al vermoed ik dat het voornamelijk komt omdat ik destijds als preproductie veel zelf op viersporenrecorder heb opgenomen. Uiteraard hebben we uiteindelijk wel alles op computer gedaan, maar het geëxperimenteer dat eraan voorafging omdat we niet echt wisten hoe het allemaal werkte, heeft in zekere mate ook zijn stempel gedrukt op het totaalplaatje. Ondertussen is Raven studiotechnisch flink geëvolueerd, en daardoor klinkt alles nu wat minder lofi. Ik heb het gevoel dat we momenteel iets meer richting jaren 90-powerpop zijn opgeschoven. Recentelijk hebben we overigens veel naar Weezer, Pavement en The Brian Jonestown Massacre geluisterd. Niettemin willen we allerminst een retrogroep zijn en hopen we die invloeden in een modern kader te brengen. Er is sowieso nooit bewust over nagedacht.

Los van genre moge het duidelijk wezen dat 'Great Pile of Nothing' een themaplaat is. Terwijl songtitels als 'All Will Fall to Waste', 'It's Over' en 'Crybaby' weinig aan de verbeelding over laten, zijn de teksten al iets genuanceerder, en kan de zinderende emotionele lading van de muziek meerdere kanten uit.
Dielesen: Op een gegeven moment had ik de demoversie van de lp naar mijn vriendin gestuurd, en die schrok er ook wel even van hoe een heftige indruk enkel al het lezen van de achterhoes naliet. Het album gaat zeker over een crisis en hoe er mee te leven wanneer je middenin een depressie zit, maar tegelijkertijd ook over de manier waarop je daar uit kan komen. Wat ik zelf heel leuk vind om mee te spelen is de discrepantie tussen de eerder grimmige teksten, wat je op zich pas na een keer of drie à vier luisteren opmerkt, en onze muziek die vaak redelijk vrolijk, up tempo en melodieus is. Op die manier is het ook fijn om dingen van je af te schrijven. Het helpt alles een beetje in een relativerend perspectief te plaatsen.

Heb je het gevoel dat je het hele verhaal nu verteld hebt en iedereen het nodige wel uit de nummers kan halen, of wil je daar nog iets aan toevoegen?
Dielesen: Het is een momentopname uit mijn leven en evenzeer uit de geschiedenis van de band, en de aandachtige luisteraar kan zich wat dat betreft inderdaad een representatief beeld vormen op basis van de muziek. Verder staan we er trouwens stellig op dit ons derde album te noemen, vermits we wel degelijk onze moeilijke tweede hebben gemaakt, waarvan we het bestaan allerminst willen ontkennen. Alleen heeft niemand die gehoord. En dat zou nu dus wel zomaar kunnen. We bieden namelijk exact één exemplaar te koop aan op een drager naar keuze. Voor de prijs van dertigduizend euro kan je hier de unieke bezitter van worden. Tussen de definitieve beslissing om die plaat niet te releasen en het moment dat we weer op gang kwamen, heeft zoals gezegd een heel lange tijd gezeten. En dat was om persoonlijke redenen, niet om creatieve, met wel als gevolg dat ook de andere drie bandleden het afgelopen jaar op een bepaalde manier een klap opgelopen hebben. Waar mijn inzinking voor hen als een donderslag bij heldere hemel kwam, is de wijze waarop ze op de situatie reageerden me super veel waard geweest. Ze lieten me rustig de tijd nemen die ik nodig had, bleven ondertussen paraat, en wachtten geduldig af.

Sommige van de niet uitgebrachte nummers kregen een nieuw leven op je recente album. Thematisch is het niet vanzelfsprekend ze er zomaar even uit te halen. Is dit geen indicatie dat er bij jou al eerder iets aan het sluimeren was.
Dielesen : Ja, het was wel iets dat reeds langer speelde. Zowat het eerste lied dat ik voor onze tweede plaat schreef was met name de huidige titelsong. Dat heeft zeker te maken met een soort lichte paniek die ons wat overviel om met iets nieuws naar buiten te moeten komen. Bovenop ons management en de labels die vanzelfsprekend bepaalde verwachtingen koesteren, leggen we ons misschien zelf nog wel de grootste druk op vanwege onze torenhoge prestatiedrang. Momenteel zijn we aan het repeteren voor een concertreeks, en het valt op hoe relaxed we daar nu mee om kunnen gaan. Iedereen zit goed in zijn vel, omdat we duidelijk sterker uit de voorbije periode gekomen zijn. Het voelt wat aan alsof niets ons nog klein kan krijgen sinds we die horde hebben kunnen nemen.

Vonden jullie het eindresultaat van die tweede langspeler in feite tegenvallen, of heeft dat er niets mee te maken dat je die voor jezelf hebt gehouden?
Dielesen: In zekere zin wel. Terwijl Michel als producer van onze eersteling de volledige controle over het opnameproces in handen van Raven en mij legde, nam hij de opvolger volledig live op, zelfs de zang. We speelden de nummers allemaal samen in als band, en dan zat onze taak er zowat op. Dat voelde eerder vreemd aan, vermits de romantiek van de studio plotsklaps volledig verdwenen was, en daar waren we niet op voorbereid. We merkten immers dat dat aspect in wezen toch wel belangrijk is. Sinds we ten volle beseffen wat het inhoudt sluit ik het overigens zeker niet helemaal uit dat we ooit nog eens live gaan opnemen.

Nu je dan met 'Great Pile of Nothing' net een enorm sterke plaat in elk opzicht hebt afgewerkt, zal je in hindsight wel tevreden zijn dat je indertijd tot dat ongetwijfeld hartverscheurende besluit bent gekomen?
Dielesen: Inderdaad. Het was ook geen impulsieve beslissing, maar één die we met zijn vieren overvloedig bediscussieerd hebben. Wat ik in mijn eentje misschien niet had aangedurfd, lukte als band dus wel. Uiteraard ben ik super blij met hoe het huidige album is uitgedraaid. We zijn aan een nieuw hoofdstuk begonnen, terwijl we toch het goede hebben kunnen behouden van het debuut. Als een soort advies dat ik uit deze ervaring heb opgestoken raad ik mensen die ergens creatief bezig zijn dan ook ten stelligste aan niet te snel tevreden te zijn en enkel iets naar buiten te brengen waar je zelf helemaal achter staat. Uiteindelijk zal dat lonen, Dat geloof en hoop ik tenminste.

De kwaliteit van het afgeleverde werkstuk rechtvaardigt vast en zeker heel hoge ambities. In hoeverre zijn jullie daar mee bezig?
Dielesen: Ik kan eigenlijk weinig zeggen over hoe de ontvangst door media en publiek zal zijn, al heb ik wel het idee dat de reacties totnogtoe positief zijn. Als het opeens zou exploderen, zal ik uiteraard de laatste zijn om te protesteren, omdat ik weet dat we iets hebben gecreëerd waar we onze hele ziel in hebben gestoken. Met z'n allen zijn we een soort van enorme drempel over gegaan en dat is echt niet zonder slag of stoot gebeurd. Het zou natuurlijk heel mooi zijn als dat tevens weerklank kon vinden in de echte wereld, maar voor mij is het al een succes dat de plaat er überhaupt is, en dat het gevoel dat we met zijn vieren deelden voor de eeuwigheid vastgelegd is. Dat de nieuwe liedjes ondertussen in interactie beginnen te treden met die oudere songs maakt het heel bijzonder. Sowieso vormt de plaat voor mijzelf een heel emotionele verzameling nummers.

Terwijl je songschrijverij minder vrijblijvend lijkt dan in je beginperiode en ook de meer gelaagde gitaarsound overkomt als een significante evolutie, ligt het grootste verschil misschien nog in het verscheiden stemgebruik dat wordt gekoppeld aan een indringende diepgang.
Dielesen: Voor het eerst heeft Raven alle zang uitgezocht en beslist welke take goed was, omdat ik hem er volledig in vertrouw. Het is belangrijk dat ik daar nu niet langer over hoef te piekeren want van nature ben ik immers erg onzeker over mijn zang. Ik volg het nu wat meer op een afstand. Na de eerste plaat, toen we veel live gingen spelen, kwam ik in kleine zaaltjes geregeld in de problemen vermits mijn stem eigenlijk heel erg zacht is. Recentelijk ben ik me echt gaan trainen om harder te zingen en meer kracht in mijn vocalen te leggen. Uit de constant aanwezige angst om vals te zingen ben ik live oordoppen beginnen dragen zodat ik eigenlijk geen monitor meer nodig heb.

Een nummer dat er op een bepaalde manier uit springt is 'Mayday,' niet in het minst door de fragiele zangpartij waar toch behoorlijk wat lef voor nodig lijkt.
Dielesen: Dat is echt Corto's baby op het album. Hij was degene die het wilde opvissen uit de tweede plaat waar het in een hardere, meer rockgeoriënteerde versie op stond, en die er een nieuwe richting aan gaf door onder meer het accent van zijn bas een beetje te verschuiven. We hebben daar verschillende soorten vocalen voor opgenomen en uiteindelijk enkele heel zachte en breekbare overgehouden.

We hadden het al even over Shakespeare, en op school volgde je een filmopleiding. Put je ook inspiratie uit niet-muzikale disciplines, al is het maar het nastreven van een gelijkaardig effect op de toeschouwer?
Dielesen: De afgelopen twee jaar heb ik heel veel films van Andrej Tarkovski bekeken. Dat is een Russische regisseur die ook een boek heeft geschreven over dat soort zaken, dus ik ben daar wel mee bezig. Het was een enorme eye-opener niet alleen op het vlak van film, maar ook over hoe je naar kunst kijkt, wat kunst moet doen en welke rol een kunstenaar moet opnemen tegenover zijn publiek. Op die manier ben ik ook terecht gekomen bij Robert Bresson. Dikwijls blijf ik immers hangen bij artistieke verwezenlijkingen die op een gegeven moment op één of andere manier aansluiting vinden bij mijn persoonlijke leven, en elementen daarvan sijpelen logischerwijze ook geregeld mijn lyrics binnen. Ik lees en bekijk heel veel klassieke werken, want ik heb altijd wel een hang gehad naar dingen die voorbij zijn. Hoewel ik terdege besef dat dat niet per se zo is, zit ik op zich wel met het onderhuidse, wat pessimistische idee dat veel zaken van vroeger beter zijn. In dat opzicht heb ik duidelijk een romantische inslag, al merk ik wel dat ik vaak teruggrijp naar heel existentialistisch materiaal. Een boek dat mij zo onlangs enorm heeft beroerd in mijn dagelijkse leven is Dostojevski's 'Misdaad en Straf' waar het er af en toe heel heftig aan toe gaat, en waar ik me heel erg kon identificeren met hoofdpersoon Raskolnikov. Het is bijna een soort van koortsdroom waar je niet uit weg kan, en ik vond het fijn om daar een tijdje in te zitten. Uiteindelijk raak ik altijd makkelijk gecharmeerd door enorme loners, ook in de muziek.

Hoe ga je, tenslotte, eigenlijk om met de hedendaagse buitenwereld waar het er hoe langer hoe grimmiger aan toe gaat?
Dielesen: Ik ben nooit echt iemand geweest die veel bezig is met de actualiteit. Hoewel ik me er wel probeer toe aan te zetten, gaat het een beetje met vlagen. Op dit moment is het bijna teveel om te bevatten. We leven in een extreem enge wereld. Het is niet dat ik met een gevoel van angst zit om binnenkort bijvoorbeeld in Parijs of Brussel op te treden, daar ben ik niet mee bezig, maar het gegeven dat mensen toch op een bepaalde manier door en door slecht kunnen zijn raakt het kind in mij heel erg. Ik weet niet eens meer wat ik op al die gruweldaden moet zeggen, ik heb er echt geen antwoord op. En toch blijf je je druk maken als je met iets bezig bent en het draait niet uit zoals je wil, terwijl dat in het geheel der dingen eigenlijk slechts minuscule obstakels zijn. Het is dan ook een hele opgave vol voor iets te gaan en tegelijkertijd de vinger aan de pols te houden en voeling te hebben met de buitenwereld.  Ik kan me wel heel schuldig voelen omdat ik geen flauw idee heb wat te doen bij dat soort enorm grote problemen zoals mensen die uit hun huis wegvluchten om te kijken of ze er in Europa iets beters van kunnen maken. Uiteindelijk probeer ik gewoon voor mezelf in de kleine wereld waar ik in leef zo lief mogelijk te zijn voor iedereen om mij heen en me zo constructief als ik maar kan op te stellen. In die zin is mijn familie superbelangrijk voor me. Ik wil zo goed mogelijk zijn voor mijn omgeving en vrienden...

Op 21 okt , De Effenaar Eindhoven
Op 31 okt , AB, Brussel

Mike Watt

Mike Watt - Legende van de jaren tachtig

Geschreven door

Mike Watt en King Champion Sounds
N9
Eeklo
2016-10-01
Nick Nyffels

Een absolute legende van de Amerikaanse underground stond op zaterdag in de N9 in Eeklo: Mike Watt. Mike Wie? Wel iedereen kent een nummer van hem, maar niemand beseft dat het van Mike Watt’s Minutemen is: “Corona” uit ‘Double nickels on the dime’ uit 1984 is het kenwijsje van MTV’s Jackass met Johny Knoxville en Steve-O. Wij leerden Watt kennen in 1995 met zijn solo album ‘Ball Hog or Tugboat?’, zijn solodebuut dat hij opnam met de crème de la crème van de alternatieve scene: J Mascis, Frank Black, Evan Dando, Mark Lanegan, Dave Grohl, Flea en Eddie Vedder, om er maar een paar te noemen.
Sindsdien heeft Watt in verschillende bands en projecten gespeeld, onder meer met Wilco gitarist Nels Cline en ook als live bassist bij de reunie van The Stooges.

In Eeklo stond Mike Watt er als Il Sogno del Marinaio, ofte de droom van de zeeman, een trio dat hij met twee Italianen, Stefano Pilia en Andrea Belfi opgezet heeft. Watt, met zwarte ziekenfondsbril, introduceerde de band, en zei vereerd te zijn dat een select Eekloos publiek er voor had gekozen om op zaterdagavond naar zijn muziek te luisteren. Il Sogno del Marinaio speelde rock met een jazz insteek, veel instrumentale nummers, met veel dynamiek en tempowisselingen, en de kenmerkende met de deur in huis vallende basstijl van Watt: van zacht ging hij plots over naar hard, krachtig en dominant. Soms zong Watt, maar meestal was het dus instrumentaal, met veel gitaarsolo’s, hoekig, soms kubistisch van inslag en dikwijls met vijf nummers die  in een enkele song gedrumd werden. Je kon het een beetje vergelijken met het Belgische Stuff. Naast nummers in het Engels, kregen we ook nummers in het Italiaans, en omdat de drummer tegenwoordig in Berlijn woont, ook in het Duits. Toen de gitarist een snaar brak, bewees Watt ook een volleerde stand up comedian te zijn. Tijdens de bisronde kroop er een funkske tevoorschijn, Nile Rodgers zou er trots op geweest zijn.

De hoofdact vanavond King Champion Sounds is een Nederlands-Engelse band rond zanger G.W. Sok van The Ex, aangevuld met een aantal jonge honden. Mike Watt speelde op de laatste plaat van King Champion Sounds, maar kon vanavond niet mee spelen omdat ze vroeg de ferry moesten nemen voor hun volgende optreden in Sheffield. Waar Watt een heel diverse, grillige set bracht, was King Champion Sounds veel duidelijker en eenvormige van klank: GW Sok, zijn tekstvellen in de hand, declameerde zijn nummers in jaren tachtig stijl, ondersteund door een new wave bass, en dit contrasteerde met de vrolijke blazers. Dit was voer voor de dansvloer, feestmuziek voor fans van The Fall, Gang of Four, The Pop Group, Madness en ska in het algemeen.

Het voorprogramma had een link met de hoofdact: Deutsche Ashram is een Nederlands duo dat bestaat uit de gitarist van King Champion Sounds, Ajay Saggar, en zangeres Merinde Verbeek. De ritmesectie stond op de computer, en verder hoorden we een geluid dat het ging gaan zoeken bij Beach House, Mazzy Star en new waveklanken. Charmant.

Organisatie: N9, Eeklo

Lapsley

Lapsley – Meer dan de hipsterversie van Adele

Geschreven door

Holly Lapsley Fletcher, de frontvrouw van Lapsley, is amper 20 jaar. 20! Maar slaagde erin het de afgelopen twee jaar tot BBC Sound Of The Year te schoppen, ‘Long Way Home’ haar  full length debuutplaat te releasen en wereldwijd harten te veroveren. Oh, en daarnaast electroplaten te producen en al haar teksten zelf te schrijven.

Twee jaar geleden kostte het mij –omstreeks 15u op Pukkelpop- de grootste moeite mijn gezelschap mee te tronen naar Lapsley. Achteraf was iedereen, van dat gezelschap tot de voltallige Vlaamse pers, het erover eens: dit is een nieuwe popster in wording. Sindsdien maakte ze haar passage in verschillende Belgische zalen, op 31 maart van dit jaar stond ze al eens in de AB en nu afgelopen weekend nogmaals. Lapsley maakt mechanische soul en wordt ook weleens in het rijtje James Blake, The XX of Elliot Moss –waar het Belgische voorprogramma Yellowstraps ook duidelijk goed naar geluisterd had- genoemd.

Lapsley ziet er misschien uit als een Zweedse schone, ze is afkomstig uit Liverpool. Zelfs zonder haar mond open te doen doet ze al denken aan de hipsterversie van Adele, wanneer ze dat wel doet, is de vergelijking compleet. Maar Lapsley verdient meer dan een makkelijke vergelijking. Openen doet ze voorzichtig en met een nieuwe song. “Falling Short”, tweede op de setlist, knalt onmiddellijk. Het nummer ademt evenveel ballen als kwetsbaarheid. De doodse blik en droge vingerklik van Lapsley zorgen voor een afstand met het publiek. Maar wel eentje die ruimschoots goedgemaakt wordt door de soul in haar stem. En de clumseyness –“ik kan absoluut niet op hakken lopen”- die dienst doet als de perfecte bindtekst.
“Painter” schreef ze toen ze 17 was, zegt ze, terwijl ze plaatsneemt aan de piano en het nummer a capella aanvat. De volgende minuten zullen schommelen tussen de kinderlijke onschuld van een xylofoon en de verzwelgende dreiging van de drums. Een dreiging die tot kippenvel aanzwelt wanneer Lapsley zelf haar eerste stem ondersteunt met een tweede mechanisch, bijna buitenaards geluid.
Een trucje dat ze ook in “Station” herhaalt en het nummer naar een hoger niveau tilt. Een absoluut hoogtepunt. “Love is Blind”, meer naar het einde van de set geschoven omwille van zijn dansbaarheid, is een onmiskenbaar popnummer, maar scheert weinig hoge toppen.
De drie muzikanten, drie exacte kopietjes in het zwart, met ronde bril en opgekruld mutsje, verdienen ook wel wat lof, maar blijven jammer genoeg zo goed als onzichtbaar gedurende het optreden.

“Falling Short” en Painter werden in 2014 en 2015 al gereleased, haalden het nu ook op de debuutplaat en werden vlot meegelipt door het publiek. En met reden. Het zijn de sterkste nummers van de plaat. Of de eerste. De rest lijkt meer van hetzelfde. Binnen een spectrum van licht verteerbare pop, naar warm digitaal minimalisme. Van intiem tot een klein beetje saai. De set kabbelt voort. Op zang en beats is niets, of toch niet veel, aan te merken. Maar dat is het net. Liever een uitschuiver door een niet altijd weloverwogen risico, dan helemaal geen. Lapsley kan meer. Geef ze wat tijd, ze is amper 20.

Organisatie:
Live Nation + Ancienne Belgique, Brussel  

Moderat

Moderat - Beats voor de meerwaardezoeker

Geschreven door

De Berlijnse underground dance-scene wordt groot, dat kunnen we toch besluiten na het uitverkochte concert van Moderat in Vorst-Nationaal. Uitverkocht, wil in dit geval zeggen de kleine versie van Vorst, zonder de bovenste ring, maar niettemin blijft het een prestatie die we nooit verwacht hadden toen we Moderat de eerste keer zagen op Pukkelpop 2009. Hun debuutalbum hebben ze ook met de nieuwe plaat ‘III’ niet overtroffen, maar toch hebben ze hun aanhang gestaag weten uit te bouwen. Wat ons nog heel goed bijstaat van die Pukkelpop-passage waren de uiterst verzorgde visuals die de elektronica van Moderat naar een hoger plan brachten, en dit was ook de sterkte vanavond in Vorst.
Uiteindelijk is een elektronisch trio niet zo interessant om naar te kijken, dus sterke visuals zijn een must voor een boeiende concertavond. Net als Kraftwerk pakken Sascha Ring (Apparat), Gernot Bronsert en Sebastian Szary (beiden ook aan de slag als Modeselektor) met ‘Deutsche Grundlichkeit’ het design van muziek en beeld als een ‘Gesamtkunstwerk’ aan. Vóór aanvang van het concert vroeg Moderat om geen flits te gebruiken, om de sfeer van hun donkere projecties te bewaren zodat iedereen de Moderat-ervaring kon ondergaan. Voor een concertfotograaf was dit dus een heel ondankbaar concert, maar dat belette niemand in het publiek om toch uitgebreid foto’s en filmpjes te schieten met de smartphone tijdens het concert, die waarschijnlijk achteraf toch verwijderd werden wegens veel te donker en onscherp.

Moderat begon met “Ghostmother”, waarin Sascha Ring de eerste keer zijn ijle stem over de beats liet glijden, met passende beelden van schimmige, amorfe vormen die als het ware uit de duistere diepten van de zee opdoken. Mijn absolute favoriet, “ A new error”, met zwart-witte projecties van bewegende handen, werd ook door het publiek op herkenningsapplaus onthaald. De huidige single “Running” combineerde de elektronische Radiohead met acid house, beats voor de meerwaardezoeker dus, maar altijd dansbaar, een beetje als Underworld bij momenten, maar nooit met een simpele vierkwartsbeat, maar altijd met breakbeats die de bouwstenen zijn die deze producers naar believen toevoegden of weglieten, zoals een stel meesterkoks die hun kunnen etaleerden. “Rusty nails” was sensueel, ook door de projecties van spookachtige figuren in wapperend textiel. “Reminder” klonk als een samenwerking tussen Jonsi van Sigur Ros en Breakbeat Era.
Wij genoten vooral van de meer stevige nummers, omdat de zang van Sascha Ring in de rustige nummers op de duur toch wel wat eentonig klonk. Beelden van versplinterde betonblokken kondigden een stevige versnelling van het tempo aan, het publiek ging echt loos op een trance nummer dat sterk opbouwde en mij deed denken aan een mix van “King of Snake” van Underworld met “French Kiss” van Little Louis. Er zijn slechtere mash-ups denkbaar. “Last time” ging het in de jaren tachtig zoeken, bij Depeche Mode en Human League. “Les grandes marches” was het hoogtepunt van het concert, een langgerekte climax van de eerste tot de laatste minuut, gevolgd door een hard inkomend “Nr. 22”. De lichtshow speelde daar passend op in met vloeiende laserlijnen. We kregen ook nog een comic strip in de stijl van Charles Burns (voor wie deze comic tekenaar niet kent, de hoes van Iggy  Pop’s ‘Brick by brick’ is van hem) dat “Bad kingdom” illustreerde met een opeenhoping van clichés uit de film noir.
Het einde van het concert zakte een beetje in met “The fool” en “Intruder”, beiden iets te veel downtempo om het concert mee af te sluiten, gelukkig riep het publiek Moderat nog eens terug voor “Versions”, een stevige psychedelische stamper zoals we die kennen van The Orb.

Moderat bewees vanavond een grote zaal aan te kunnen. Festivalprogrammatoren, doe eens zot en zet die mannen eens als afsluiter op de main stage ipv voor de elfendertigste keer Chase & Status of Chemical Brothers te programmeren. ‘Moderat ist
fertig’!

Setlist: Ghostmother – A new error – Running –Abandon Window – eating hooks –Rusty  nails –reminder –animal trails – last time – Les grandes marches –nr. 22

Milk – bad kingdom – the fool – Intruder – Versions

Organisatie: Live Nation

Moose Blood

Moose Blood – Een draaikolk vol emoties

Geschreven door

Moose Blood zit momenteel erg in de lift. In eigen land, UK,  is de band de nieuwste trots voor de emotionele rockliefhebbers, in Europa is de band langzaam maar zeker aan zijn opmars bezig. De nieuwste plaat ‘Blush’ kwam uit op het befaamde Hopeless Records waar bands als All Time Low, Sum 41 en Yellowcard deel van uitmaken. Het resultaat is een toegankelijke plaat vol stadionanthems waarop het volledig publiek de nummer luidkeels kan meezingen. Voorlopig nog in een kleine zaal als La Péniche maar binnenkort in gigantische zalen.

De looks hebben ze alvast mee, vooral frontman Eddy Brewerton dan. Met een felwitte T-shirt, een lichaam vol tattoos en een zwarte muts is hij de droom van alle jongedames die vooraan post vatten. Naast dit idool staan nog drie muzikanten die een klein beetje verdwijnen in de spotlights, gericht op de frontman. Muzikaal start de set erg catchy met “Pastel” en horen we een streepje van The 1975. Een misleidend begin want niet veel later met “Honey” gieren de gitaren door de boot ; een orkaan-gevoel.
De pop punk van Moose Blood wordt met zoveel overgave gebracht dat het lijkt op emo rock als van Brand New of Modern Football. Op “Bukowski” begint het publiek voor het eerst gezamenlijk mee te zingen en dit blijven ze doen tot het eind van het concert. De stem van Eddy Brewerton is erg rauw, passioneel en bij de grote uithalen erg toonvast. Schreeuwen doet hij net niet maar in de luide refreinen neigt het er wel naar. In de ontroerende songs wenst hij het pijnlijke gevoel te associëren met zijn vocals.

De hartstocht van Brewerton maakt dit concert zo sterk. Nog meer valt het op bij de oudere songs als “Boston” en “Cherry”. “Cherry”  biedt zelfs rust in het concert, enkel zang en een kalme, rustgevende gitaar , die het nummer boordevol liefde en overgave biedt. Niet veel later volgen dan weer vette riffs, lekkere solo’s en een sound die de post rock fan siert, o.m. op een “I Hope You’re Missing Me”.
Naar het einde toe teert de band vooral op hun nieuwste plaat . Die songs hebben een grote meezingwaarde. De hechte schare fans schreeuwen hun geluk uit op “Sulk” of “Shimmer”. Ze beginnen te springen, gaan aan het dansen en zingen luidkeels mee. De band speelt de nieuwe duidelijk met een ‘happy feeling’ . Er valt zelfs een lach te bespeuren op de gezichten. Moose Blood sluit af met “Knuckles” , een bis-ronde  blijft uit .

Moose Blood - Een set van net geen uur , boordevol stevige songs en een gefascineerd zanger als emotioneel hangijzer.


Organisatie: Agauchedelalune, Lille

Nickelback

Nickelback – Haters krijgen lik op stuk

Geschreven door

Volgens sommigen verdienen ze de titel van meest gehate band ter wereld, volgens anderen zijn de Canadezen dan weer  één van de beste rockbands ter wereld. Een tot de nok gevulde Lotto Arena bewees ondanks al het namedroppen dat Nickelback nog een grote schare fans heeft in ons Belgenlandje.

Opwarmer van de avond is Monster Truck. De band afkomstig uit Hamilton, Ontario lanceerde met ‘Sittin’ Heavy’ (2016) een tweede album en mag die vanavond deels promoten. De band die deze zomer nog op de affiche van Graspop Metal Meeting prijkte, stelt niet teleur. Hun experimentele rock ’n roll met invloeden uit de hard and blues rock werkt aanstekelijk en het duurt niet lang voor de eerste hoofden gestaag het aangegeven ritme van drummer Steve Kiely volgen. Zanger en bassist Jon Harvey is goed bij stem en toetsenist Brandon Bliss neemt ons bij momenten mee naar de symfonishe rockwereld van Kansas. Mijns inziens een meer dan geslaagde opener die het afzakken naar de arena al waard maakt.

Rond 21.25 u., met een 25-tal minuten vertraging,  floepen de witte spots van de grote rondboog op het podium aan en maakt de duisternis plaats voor een zee van licht. Op het podium verschijnt de band waar de hele avond om draait: Nickelback. Een luid gejoel stijgt op vanuit het publiek en Chad Kroeger en co antwoorden met protest song “Edge of Revolution”. Het lied wordt met zoveel muzikale energie gebracht, dat de mensen op het middenplein bijna letterlijk en figuurlijk uit hun sokken geblazen worden.
Na een hartelijke begroeting door een fris ogende Chad, zonder golvende manen weliswaar, volgen “Something in your Mouth”, “Animals” en “Too Bad”.  Een eerste gevoelige snaar wordt beroerd door “Far Away”, gevolgd door “Photograph”. Romantiek wordt blijkbaar gesmaakt in het publiek en de sfeer doet bij momenten denken aan  een prom night.
Monsterhits als “How you remind me”, “Hero” (Chad Kroeger) en “Rockstar” kunnen (uiteraard) rekenen op veel bijval en zorgen ervoor dat menig stemmetje schor zal zijn de volgende dag.  
Na de geslaagde Foo Fighters cover “Everlong” drukken de Canadezen nog een laatste maal hun stempel met “Burn it to the Ground”.

Hoewel het lijkt alsof we het hoogtepunt van de charmerockers reeds een tiental jaren geleden gehad hebben, bewijst dit optreden dat de band nog steeds in staat is om een zaal in vuur en vlam te zetten. Dit was een meer dan geslaagd optreden waarmee Nickelback overtuigend ‘the haters’ lik op stuk geeft.

Neem gerust een kijkje naar de pics
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/monster-truck-30-09-2016/
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/nickelback-30-09-2016/

Organisatie: Live Nation

Yak

Yak - Wat een band!

Geschreven door

Yak kwam donderdagavond hun eerste album ‘Alas Salvation’ aan het publiek voorstellen. Een support act was er niet, maar wij vonden daar geen reden voor. Yak moest volledig in de spotlight staan om te overtuigen en niemand met een slecht gevoel naar huis te laten gaan. En dat gebeurde.

Yak zijn twee Britten en een Nieuw-Zeelander die in de UK al een fikse podiumreputatie hebben opgebouwd en die klaar zijn om nu ook de rest van de wereld te overtuigen. Na het beluisteren van debuut ‘Alas Salvation’, dat in mei uitkwam, ben je eigenlijk in drie woorden uitgepraat: Wat een plaat. Ook bij hun optreden in de Witloof Bar was dit niet anders. 3 kwartier vol noise, punk, pop, garagerock. Zolang het maar hectisch bleef. Nummers vol anarchie waaronder “Victorious”, “Roll Another” en “Curtain Twitcher” werden uit die eerste gespeeld. Punky, maniakaal, strofes- en een refreinuitspuwende zanger, drumstokken die hels tegen de drumvellen kletterden en simplistische gitaarrifs is wat je die avond kon zien. En dat allemaal op 1 podium.

YAK kwam, zag en overwon meer dan ooit. Dit optreden gemist? Dan krijg je sowieso een herkansing volgende festivalzomer, want deze band kan wel eens de underground revelatie van 2017 worden. Je bent gewaarschuwd!

Organisatie: Botanique, Brussel

Mitski

Mitski – Jonge dame met groeipotentieel!

Geschreven door

Mitski is de uitlaatklep van de Japans-Amerikaanse sing/songschrijfster Mitski Miyawaki . Zij is reeds aan haar tweede album toe en kan met ‘Puberty 2’ een doorbraak forceren in Europa . Terecht , gezien er in haar sobere, integere, rauwe sound een elegante schoonheid heerst, die raakt , lieflijk is, weet open te barsten en tot slot doelt op berusting . Live wordt ze geruggensteund door een getalenteerd gitarist en een geconcentreerde drummer .

Als bassiste is ze wat onwennig op de kleine stage van de AB Club, maar het warme onthaal , de respons bieden standvastigheid, en zijn stress reducerend. Haar diepe, indringende, zwoele  vocals, soms hoog uithalend, geven letterlijk diepte en zeggingskracht aan het materiaal. De indie-rockster  biedt een mooie afwisseling in het plaatwerk van ‘Bury me at make-out creek’, het debuut van twee jaar terug, en de recente plaat . De jonge dame  is al overal ergens geweest en tekstueel moet ze niet onderdoen, een gevoel van vervreemding , worstelen met de eigen identiteit en de verhoudingen met geluk pakken je emotioneel. 
De eerste songs “Townie” , “First love/late spring” en “I want you”, uit haar debuut, tonen haar muzikaal gelaat , innemend , een intense, broeierige spanning , sober opgebouwd , die (lichtjes) durft te exploderen .
Een goed uur lang worden we in dit muzikaal web verweven. Middenin de set verleidt ze ons met de “How deep is your love” cover van Calvin Harris + Disciples, die overtuigt door  het rinkelend gitaarwerk , dito solo. Het is de aanzet om extravert, gedreven  te klinken. “Once more to see you”, “Francis forever” en “I don’t smoke” zijn ingenieuze rockers en nodigen uit tot deze aanpak . We horen Pavement, Weezer, Fountains of Wayne , gekruid van een oud PJ Harvey- tune. De set boeit, intrigeert en wordt steeds sterker met “You best american girl”.  “Drunk walk home” is een spannende , rauwe melodieuze rocker, ze zingt , krijst en preekt . Deze plakt aan de ribben! Ze besluit alleen met elektrisch gitaargepingel van “A burning hill” en “Last words of a shooting star” , smachtend en uiterst gevoelig .

Mitski bracht een pak nieuwsgierigen naar de AB Club . Het is een getalenteerde dame , met een enorm groeipotentieel. Ze overwon de podiumongemakken en oversteeg  zichzelf in de gitaarsongs …

Organisatie: Ancienne Belgique , Brussel

The Ramona Flowers

Part time spies

Geschreven door

The Ramona Flowers uit Bristol kloppen aan als support van White Lies . Hun naam heeft het kwintet ontleend uit een Canadese stripreeks . Ze zijn onmiskenbaar verbonden met warme , luchtige 80s electrotunes , uit het nest van Giorgi Moroder, en ergens de groove van Human League , OMD,   en die verder de sfeer van een Kajagoogoo, Duran Duran en Alphaville ademt.  “Dirty world” en “Skies turn” zetten de toon van dit sfeervolle , groovy album . Het instrumentale “Midnight express” en “Designer life” zijn de uptempo nummers , die de dansspieren aanspreken . Verder sluimeren er pianoloops in het materiaal, die het geheel wat episch maken , zonder net theatraal te klinken .
The Ramona Flowers hebben dus voldoende muzikale rede om te overtuigen.

Anohni

Hopelessness

Geschreven door

Anohni is de nieuwe benaming van Antony Hegarty, die we kennen als de zanger/fenomeen van Antony & The Johnsons. Een transformatie is het niet direct. Hij is al openlijk transgender en had altijd een voorkeur aan vrouwelijke voornaamwoorden .
Muzikaal is hett anders dan zijn vroegere artists projecten. Er is de link met de dance elektronica van Hercules & The Love Affair,  die weliswaar luchtiger klonk en waar hij de zang eens deelde .
We horen een rits intense,  spannende , prikkelende , titelende, sfeervolle , donkere nummers, die avantgarde en een popgevoel ademen, donderende trippopbasses en sinistere elektronica bevatten in een lichte of loodzware  groove . Voor het producers – en synthwerk kreeg hij steun van Hudson Mohawke en Oneohtrix Point Never . Anohni is messcherp, luister maar naar “Obama”, politiek geladen en maatschappijkritisch  Hij draagt de wereld bijna letterlijk op zijn schouders, o.m. op “4 degrees” over de opwarming van de aarde . Pessimisme schuilt .
De songs zitten ingenieus in elkaar , zijn sfeervol , kleurrijk en durven uit de bocht te gaan door de beats en de experimentjes .”Drone bob me” en “Marrow”, net de opener en afsluitende track van de plaat zijn toegankelijk(er). Kortom , een muzikaal kunstwerkje hebben we hier met ‘Hopelessness’.

Whitney

Light upon the lake

Geschreven door

Het Amerikaanse Whitney uit Chicago draait rond ex Smith Westerns gitarist Max Kakacek en voormalig Unknown Mortal Orchestra drummer Julien Erlich . We horen hier heerlijk genietbare nazomerse pop  met een verkoelend briesje. Een close harmony poprock wordt verwezenlijkt door soulfulle , jazzy tunes van trompet en toetsen, in een gepaste dosis orkestratie. De hoge vocals doen de rest.
Een sfeervol dromerig geluid hebben , soms wat extravert als op “Follow” en de titelsong . De single “No matter where we go” betekent de doorbraak en refereert naar hun 60s helden The Lovin’ Spoonful en The Zombies.
Pure popsongs noteren we in een ongedwongen schoonheid, die ergens weemoed , verlating , en verdriet ademen.

Radio Moscow

Live In California

Geschreven door

Overdaad schaadt, ’t is maar hoe je het bekijkt. Dit is dan ook een live album van een groepje die zodanig met de seventies dweept dat een mens er stoned zou van worden.
Bands die in de studio al vrij gul zijn met gitaarsolo’s doen er sowieso live nog een flinke schep bovenop, zo ook Radio Moscow. Dit trio heeft zowat alle inspiratie gehaald bij The Jimi Hendrix Experience, Cream, Blue Cheer, Cactus en Grand Funk Railroad, allemaal groepjes die bij wijze van spreken al eens durfden doorjammen tot een stuk in de ochtend.
Gitaarbeul van dienst bij Radio Moscow is Parker Griggs die zich in zijn overtollige solo’s laat bijstaan door trouwe volgelingen bassist Anthony Meier en drummer Paul Marrone. Een beetje zoals Hendrix en zijn toegewijde Experience luitenanten Noel Redding en Mitch Mitchell, de heren vallen niet echt op maar ze vormen wel een onmisbare en verdomd sterke ritmesectie.
Griggs is hier natuurlijk de grote hoofdrolspeler, zijn vocale capaciteiten zijn op zijn zachtst uitgedrukt eerder beperkt en daarom laat hij wijselijk dan ook uitvoerig zijn instrument spreken. Als u niet houdt van een overvloed aan gierende gitaarsolo’s dan mag u vroegtijdig de les verlaten. Wij daarentegen lusten hier wel pap van, maar wij hebben dan ook een dik pak platen van Jimi Hendrix en Rory Gallagher in onze kast staan.
Er komt 14 songs lang flink wat vuur uit Griggs zijn gitaar, de riffs en solo’s stromen in dikke lagen van de muren en de wah-wah pedalen zijn continue in de weer. Hoogvliegers zijn de bluesy medley “250 Miles/ Brain Cycles”, het in psychedelica ondergedompelde “Before It Burns” en de stevige afsluiter “So Alone”.
Fans die zoeken naar nieuw of onuitgegeven Radio Moscow materiaal blijven wat op hun honger zitten, de songs komen voornamelijk uit ‘Brain Cycles’ (2009) en uit de laatste studioplaat ‘Magical Dirt’ (2014). Het enige unicum dat hier te rapen valt is “Chance Of Fate”, een cover van het obscure seventies powertrio Sainte Anthony’s Fyre (een bandje die u heus even moet checken, we hebben dat ook gedaan en hebben het ons niet beklaagd) .
Gedurende een dik uur en een kwart gaat Radio Moscow onverstoord door met dit soort langharige retro-rock. Een beetje te veel van het goede misschien, maar dat heb je met zulke live platen. Love it or hate it.

DIIV

DIIV - Psychedelische pop om bij weg te dromen

Geschreven door

Het Gentse Autumn Falls slaagde er ook dit jaar in om top bands naar België te halen. Eén van die bands was het New Yorkse DIIV , dat na 4 jaar eindelijk met een nieuwe plaat kwam. Ze stonden eerder dit jaar al op podia van de Botanique en Best Kept Secret en nu werd het tijd om het publiek in de Kreun te overtuigen.

Kent u dirk.? Neen, dat is niet de naam van de zanger. Wie dat wel is, is de groep die de eer had vóór DIIV te mogen openen. Dit 4-tal is je misschien wel bekend van Humo’s Rock Rally of Westtalent, waar ze telkens derde werden. dirk. speelt alternative/indie met een toch wel vrij ruw kantje. De vocals nemen live verschillende vormen aan en zorgen ervoor dat de band niet eentonig wordt. DIIV mag blij zijn met een support act als deze.

DIIV begon hun set vrij matig. Hoewel de bandleden enorm enthousiast waren en hun liefde voor België meteen uitten, kwamen de nummers niet meteen over. Eentje daarvan was “How Long Have You Known” uit hun eerste plaat ‘Oshin’. De toon werd uiteindelijk gezet nadat DIIV een nieuw nummer “Dopamine” speelde, waarop het publiek enorm enthousiast reageerde en zelfs zin kreeg om te dansen.
Wat is er fijner dan naar een optreden gaan met een goede setlist? De setlist van het optreden zelf kunnen samenstellen! Dit was zo bij het optreden van DIIV. Frontman Zachary Cole Smith vroeg enkele keren om verzoeknummers. Eén ervan was “Earthboy”, waarover hij een kleine anekdote begon te vertellen over een meisje uit Australië. De Kreun werd omgetoverd tot een zaal van zowel goede muziek als praatjes.

DIIV was zomers en tegelijkertijd kil … We kregen al heimwee naar de zomer, die eigenlijk na dit optreden officieel voorbij is …

Neem gerust een kijkje naar de pics

http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/diiv-26-09-2016/
http://musiczine.lavenir.net/nl/fotos/dirk-26-09-2016/

Organisatie: Kreun, Kortrijk

Deap Vally

Deap Vally - Nog even rock ’n roll als vroeger

Geschreven door

De VK mag door zijn subsidieprobleem dan wel in moeilijke papieren zitten, toch slagen ze er nog steeds in bands van formaat te programmeren. Zo zagen wij afgelopen vrijdag in hun zaal het ijzersterke Deap Vally.

Deap Vally bestaat uit Lindsey Troy (gitaar, zang) en Julie Edwards (drum). Ze maakten al enorme indruk als support van Queens Of The Stone Age, Band Of Skulls, Peaches en Muse, en nu is het tijd om in hun eentje de muzikale wereld te veroveren. Op debuutalbum ‘Sistrionix’ kwam de vuige bluesrock in een mix van funk en punk goed tot hun recht. De opvolger ‘Femejism’ volgde twee weken geleden en klinkt iets anders dan hun debuut. Elementen van Prog- en krautrock zijn te bespeuren.
Op plaat is deze band al enorm goed, maar we kunnen je verzekeren dat ze live je nog meer van je sokken blazen. Scheurende gitaren en kletterende drums die je meenemen op een muzikale trip die alleen maar genot toedienen. Oude nummers als “Gonna make my own money” en “Baby call hell” kwamen aan bod, maar ook een pak uit hun nieuwe plaat werden aan het publiek voorgesteld. “Smile More”, “Royal Jelly” en “Little Baby Beauty Queen” waren onze favorieten.

Deap Vally is momenteel nog klein, maar na het optreden in de VK werd het enorm duidelijk dat ze op doorbreken staan. En ja, de festivals zijn nog ver, maar we geven nu al de tip om deze band volgende zomer aan het werk te zien!

Organisatie: VK, Sint-Jans Molenbeek

Birdy

Birdy – Breekbare Engelenpop van een prima Muzikante

Geschreven door

Birdy – In 2011 vroegen we ons – terecht - af wie dat 15-jarig meisje was met breekbare stem, die Bon Iver’s “Skinny love” magistraal coverde. Het was de Britse Jasmine Van den Bogaerde, deels Belgische roots in Vlaanderen en Brussel, die de harten deed smelten.

Op Rock Werchter 2014 zagen we haar voor het eerst live schitteren in één van de twee tenten. Ze promootte de tweede plaat ‘Fire within’. Ik herinner mij nog erg goed hoe laaiend enthousiast het publiek was voor de jonge zingende nimf. Intussen heeft ze al een nieuwe plaat ‘Beautiful lies’ uit , die ze nu kwam voorstellen. Hopelijk kon ze de criticasters de mond snoeren, gezien de plaat maar flauwtjes werd onthaald. Eerlijk gezegd , zelf waren we ook een beetje bang voor de eentonigheid die in het materiaal en in de set kon schuilen.  Maar we werden verrast .

Grote witte linten hingen aan het plafond van het podium en werden met spots belicht . We waanden ons in een grot waar haar opkomst deed denken aan de verschijning van Maria … Haar 5 muzikanten namen in het halfdonker plaats op het podium. Daarna hadden we de jonge lady Birdy zelf die uit het donker kwam , met een fel wit licht op haar. Een aangename , sexy verschijning in glinsterende body met daarover een doorzichtige mantel. Wow!
Ze is aan haar piano verbonden en zou deze maar na een paar nummers verlaten. Ze kon duidelijk haar vrouwtje staan. Ze stak veel gevoel in het materiaal en in haar geliefkoosd instrument . Haar stem klonk goddelijk en stak moeiteloos boven de sound.   Beklijvende ballades wisselde ze af  met up-tempo nummers. Het publiek hield ervan.  Het was oorverdovend stil , toen “Skinny love” werd ingezet; geen hoest, geen GSM. De stilte paste perfect bij de song. Op “Wings” en “People help the people” gingen de kelen natuurlijk open, Birdy zelf bleef de hoogste noot zingen. Nieuw materiaal als “Keeping your head up” en “Wild Horses” werden smaakvol ontvangen. De cover “Running up that hill” van Kate Bush toont haar veelzijdigheid en onderstreept haar talent.
Een goed anderhalf uur had de beloftevolle dame ons in haar greep . Birdy en haar band kregen dan ook terecht minutenlang een staande ovatie!

Birdy , nog maar goed twintig , bewees wat een multi-talent zij wel is, een songschrijfster, muzikante en zangeres. Sterk!

Support was de Britse Lawrence Taylor. De jonge gast profileert zich ergens tussen Georges Ezra en Luka Bloom in en kon rekenen op een positieve respons . Persoonlijk kon hij mij onvoldoende overtuigen , een dertien in een dozijn songwriters , maar zijn pose en verschijning deden de jonge meisjesharten sneller slaan.

Organisatie: Live Nation

Dirty Hips

Crisis, What Crisis?!?

Geschreven door

We hebben ze graag, zo van die bands die in De Grote Zoektocht naar een ‘eigen geluid’ in verschillende vijvers gaan vissen om de vangst vervolgens in een melting pot te laten pruttelen tot de vibe goed zit. Met Dirty Hips heeft Limburg er zo een groepje bij. Het vijftal beroept zich op latin, bossa, cocktail jazz, boogie, bluesrock en pop als basisingrediënten en brouwt er op hun eerste full album ‘Crisis, What Crisis?!?’ een radiovriendelijk mengsel mee dat lekker ongecompliceerd wegluistert. Wie Santana en Los Lobos wel kan pruimen is hier aan het goede adres, al ontbreekt het de Hips voorlopig aan wereldsongs genre “Jingo” of “Kiko” om echt brokken te maken. Daarvoor klinkt de groep nog te vrijblijvend, is de productie een tikje té clean en lijken lyrics nog te veel op een noodzakelijk kwaad. Met deze worp bewijzen de muzikaal bijzonder goed onderlegde Dirty Hips dat ‘feelgood music’ geen scheldwoord hoeft te zijn, al kijken we nu al uit naar wat meer scherpe randjes op die ‘moeilijke tweede’.
Uitgebracht in eigen beheer, recorded at The Bad Hip studio aka Yellow Tracks

Pauwel De Meyer

Having Fun

Geschreven door

‘Having Fun’ is het derde solo-album van Pauwel De Meyer van Monster Youth. Op dit album heeft hij zijn Monster Youth-maatjes Koen De Gendt op gitaar en Klaas Borms op drums, zodat de grens tussen de twee bands wel heel dun wordt.
De muziek ademt wel een andere sfeer dan Monster Youth. Having Fun is ook minder folky dan voorganger ‘Hideaway’ en gaat meer op zoek naar de perfecte popsong, met veel rijkere arrangementen en meer aandacht voor sfeer en melodie.
‘Having Fun’ opent met “Lonely Boys”, wat een mooie aanzet is, maar geen volledige song oplevert. “Here Again”, de eerste single uit het album en samen geschreven met bassist Anton De Boes, gaat dan direct in de richting van de perfecte pop om uit te komen in de buurt van Wilco en My Morning Jacket. Zoals in wel meer songs op dit album krijgt deze track veel laagjes maar zitten er in de tekst weinig weerhaken, al is de sfeer wel altijd duidelijk.
“Nothing To Prove” en “Eiaha Ohipa” starten beide ingetogen, maar worden dan laagje per laagje instrumentaal ingekleurd naar een rockende finale. “Mom’s Car” opent met een prachtige gitaarlick die niet had misstaan op een vroeg Chris Isaak-album en scheert daarna langs invloeden als Buffalo Tom, Soul Asylum en The Jayhawks. Dit is een song die het zeker goed zou doen op Radio 1 en misschien zelfs ruimer kan aanslaan dan dat.
Het album van Pauwel De Meyer heeft nog enkele pareltjes: “Easy” is een beetje een verkoelde en tegelijk psychedelische versie van The War On Drugs, terwijl “Shana-Na” een onbeschaamd vrolijke kruisbestuiving is van The Beach Boys met Bon Iver.
‘Having Fun’ is een dromerig en bij momenten vrolijk album dat vaak heel dicht in de buurt komt van de perfecte popsong. De bescheiden rock-toetsen maken dat Pauwel De Meyer tegen heel wat genres aanschurkt zonder er resoluut eentje uit te kiezen. Bij de mooiste songs wordt het gaspedaal licht ingedrukt. Een perfect album om ’s nachts mee te nemen als je nog een lange rit op de snelweg voor de boeg hebt of om in de lente van de eerste zonnestralen te genieten.

Sarah Ferri

Displeasure

Geschreven door

De Gents/Italiaanse Sarah Ferri werd ontdekt met de Jonge Wolven – contest tijdens de Gentse Feesten, een wedstrijd die ze in 2008 won . Intussen hoorden we al een puik debuut , ‘Ferri-tales’ (2012) , een plaat sprankelende liedjes gedrenkt in een swingjazzy sfeertje . Op het vervolg , pas vier jaar later uit,  is ze gegroeid als muzikante en zangeres . We ervaren een Lana Del Rey sfeertje , een emotionele muzikale schemerzone die een dromerige , donkere melancholische invalshoek toont in de nummers, gedragen door haar hoog- laag stemtimbre. De songs voelen mysterieus, zwoel aan , zijn ingenomen , meeslepend, klinken sfeervol en hebben een intense broeierige spanning . Er schuilt ‘schoonheid’ en ‘fataliteit’ in het materiaal, wat de plaat sterk , mooi maakt!

Jack Garratt

Phase

Geschreven door

Jack Garratt is één van die fijne nieuwe ontdekkingen , waarvan je afvraagt waar die man je hele leven was . Hij doet het op z’n eentje , een do-it-all-alone , hij schreef , produceerde en speelde elk nummer op het debuut zelf in . De getalenteerde multi-instrumentalist brengt een amalgaan van stijlen, pop, indie, elektronica , r&b, trippop, drum’n’bass, postdubstep . Moeiteloos speelt hij de instrumenten bij elkaar , met z’n imposante drums , elektronica , gitaar en z’n indringende stem . Sjiek ! We horen van deze know-it-all een paar afwisselende heerlijke warme, koude (retro) gelaagde motiefjes , niet vies van bezwerende, bedwelmende , ronkende grooves en experimentjes , als “Weathered”, “Breathe life” , “The love you’re given” en “I know all what I do”. James Blake zweeft over sommige nummers heen . Tja , niet voor niks staat Garratt bovenaan de BBC Sound Of 2016 toplijst!

The Last Shadow Puppets

Everything you’ve come to expect

Geschreven door

The Last Shadow Puppets is een uniek samenwerkingsproject tussen Alex Turner en Miles Kane . In 2008 overtuigden ze erg sterk met ‘The age of the understatement’, orkestrale sixties in een Britpop elan. Een combo met violisten biedt net dat ietsje meer. De samenzang , de afwisselende zangpartijen en het indringend gitaargetokkel creëren een sfeertje van spaghetti westerns en Tarentino habit. De gevarieerde composities klinken lekker ouderwets, zitten ingenieus en subtiel in elkaar en zijn mooi uitgewerkt.
De opvolger is geen klassieker als hun debuut, minder indrukwekkend dus, maar de afwisseling is en blijft er met een rits sfeervolle en vaardige , zwierige nummers als “Aviation”, “Miracle aligner” , “The elements of surprise” , “Bad habit” en “Used to be my girl”. Ze tonen het zang- en compositorisch talent van de twee nogmaals aan . De andere songs klinken meer gewoontjes , maar raken door de integere, zalvende, groovende aanpak. Een uiterst beheerste , aangename afwisselende plaat dus .

Pagina 274 van 498