logo_musiczine_nl

Zoek artikels

Volg ons !

Facebook Instagram Myspace Myspace

best navigatie

concours_200_nl

Inloggen

Onze partners

Onze partners

Laatste concert - festival

Hooverphonic
avatar_ab_21
Concertreviews

Spain

Spain – The blue moods of Spain - 30 jaar melancholie met Spain

Geschreven door

Spain – The blue moods of Spain - 30 jaar melancholie met Spain
Spain


De Kortrijkse Kreun was goed gevuld ter gelegenheid van het 30-jarig jubileum van Spain’s iconische album ‘The Blue Moods of Spain’. De band, onder leiding van de immer kalme Josh Haden, zette dit album integraal neer, en het was duidelijk dat de magie van de plaat, die ooit het slowcore-genre vormgaf, niets van zijn kracht had verloren.

Openers “It's So True” en “Ten Nights” vormden een dromerige, bijna hypnotiserende ervaring, waarbij Hadens zachte stem als een warm dekentje netjes dicht bij de albumversies bleef. In typische Spain-stijl waren de nummers sober, maar altijd met een vleugje weelderigheid in de solo’s. “Untitled #1” was een perfect voorbeeld van de minimalistische schoonheid die de groep zo uniek maakt. Het gebruik van stilte en herhaling creëerde een rustgevende sfeer die de fans in zijn greep hield.
Een hoogtepunt was “World of Blue”, dat met zijn veertien minuten het epicentrum van de set werd. De manier waarop de Amerikanen hun muziek langzaam opbouwen, met een onmiskenbare aandacht voor detail in elk instrument, was indrukwekkend. Vanaf dat moment was er ook ruimte voor improvisatie en creativiteit, getuige daarvan “Her Used-To-Been”, “Ray of Light”, en “Spiritual”, het nummer dat ooit door Johnny Cash werd gecoverd.
De bandleden zelf waren opvallend strak in kostuum, een klassieke en formele uitstraling die contrasteerde met de introspectieve, bijna droevige muziek. Dit gaf de show een ietwat ironisch tintje, alsof de sombere muziek verlicht werd door de formaliteit van hun verschijning. Het was dan ook een plezierige verrassing toen het concert eindigde met een luchtig meezingmoment.

Hun muziek is misschien niet voor iedereen, maar voor velen vormde deze performance een soort vertroosting. Afsluiter “Nobody Has to Know” vanop ‘She Haunts My Dreams’ demonstreerde dat ze ook nog ander topwerk hebben dat de tand des tijds met glans heeft doorstaan. Het Wilde Westen werd er zowaar helemaal stil van.

Pics homepag @Inge Vervaecke

Organisatie: Wilde Westen, Kortrijk

Beoordeling

Stereo Taxi

Stereo Taxi – Uitgebreid beloftevol combo speelt een energiek vinnige rockset

Geschreven door

Stereo Taxi – Uitgebreid beloftevol combo speelt een energiek vinnige rockset

Plaatselijk talent plaatsen we maar al te graag in de kijker , ééntje is Stereo Taxi , in een vorig leven Old Town Lewis, de Vlaamse versie van The Gaslight Anthem, Ze stelden hun debuut ‘Almer Street’ voor.
Benieuwd naar o.m. de naamsverandering bracht ik de zanger, de drummer en de bassist voor hun concert even samen voor een kort verhelderend gesprek …
De nieuwe naam was er gekomen wegens het dramatisch wegvallen van drie vaders van groepsleden o.a van kanker. De behandeling die werd opgestart ‘Stereotaxie’ bracht hun tot de naamsverandering, aldus de zanger.
Hun genre, ergens tussen garagerock, indierock en alternative, werd ook aangepast wist de Flea van de groep mij te vertellen. Met hun producer wisten ze het vele nieuwe materiaal tot de essentie te brengen om ze gaandeweg terug stuk voor stuk op te bouwen.
Dat merkten we inderdaad volop tijdens het concert. Goed opgebouwde nummers, duidelijke tekstliinen en geen overbodige inbreng van te veel instrumenten. Ze zijn nochtans met zeven (2 gitaristen, 1 bassist, een dame op keys, 1 drummer , 1 trombone- en 1 trompetspeler) en toch kende iedereen zijn plaats en de gepaste inbreng. Niet eenvoudig, maar hier merkten we dat deze groep al jaren bezig is en samenspeelt. Geen rommeligheid van door elkaar spelende ego’s. Mooi alvast , want we zien soms bij veel bekendere groepen van deze grootte en orde muzikale chaos.
De drummer verzorgt de lay-out van hun plaat. We zagen een reuzenrad met erbij het binnenwerk van een typmachine. “Spelen en wroeten met letters en woorden, wat maar blijft doordraaien en doorgaan tot er een plaat is” konden we hier als verklaring horen. Volledig mee eens als we de set zagen!

Het concert zelf gaf een erg energieke, vinnige indruk. De songs waren strak en rauw gespeeld in spannende tempowissels, goede zangpartijen en héél toepasselijke synth- en blazersinbreng. En de Flea van de groep, gelukkig had hij meer aan dan een kous, zorgde ondanks de krappe ruimte voor de dynamiek op het podium.
Regelmatig nodigden songs uit om mee te brullen altijd wel een meerwaarde om het publiek mee te trekken in hun muzikaal verhaal.
Twee bekende covers kregen we, “Don’t look back in anger” van Oasis en “Dancin’ in the dark“ van The Boss); ze pasten perfect in het rijtje eigen nummers.

Na een mooi, leuk, aangenaam uur was het helaas afgelopen. We waren onthutst van deze beloftevolle band. In een oogwenk voorbij kunnen we zeggen dat dit een verdomd goed combo is én er de publiekelijke oproep is om meer! Hou hen maar in het oog!

Neem gerust een kijkje naar de pics @Geert De Dapper
https://www.musiczine.net/index.php/nl/component/phocagallery/category/8798-stereo-taxi-01-11-2025?ltemid=0
Organisatie : Stereo Taxi

Beoordeling

The Young Gods

The Young Gods - The Young Gods speelden een heerlijke, eigentijdse set vol heimwee en jeugdsentiment

Geschreven door

The Young Gods - The Young Gods speelden een heerlijke, eigentijdse set vol heimwee en jeugdsentiment
The Young Gods en Das Kinn


Heerlijk nostalgisch eigentijds klonk het Zwitserse trio The Young Gods die moeiteloos nieuw werk ‘Appear Disappear’ verbindt aan hun begindagen eind80s en hun muzikale sterkte mid90s. In hun 40 jarige carrière tekenen ze sterk ge-krijt hun muzikale cirkel rond van fris meeslepende, pittige, spannende industrial rock. Puik concert zondermeer dus.

The Young Gods, laat ons even diep graven terug in de mid80s toen ze debuteerden met hun EP, het titelloze debuut en ‘l’Eau rouge” én live op het pre Pukkelpop festival, Futurama genaamd, stonden geprogrammeerd. We werden muzikaal overweldigd door hun boeiende carrousel van industrial rock, niet vies van wat wave en gothic. Het klonk iets unieks en aparts; een amalgaan van elektronische sounds, dwarrels, beats, ondersteund van zwevende, scherpe, rammelende gitaarloops en galmende, slepende, hitsende drums. Eromheen golvende soundscapes, ambientstukken en exploderende noise in een melodieus alternatief muzikaal verhaal. Samen met Swans en Einstürzende Neubauten bepalend voor die scene. Songs als “Envoyé”, “Jimmy”, “Did you miss me”, “Charlotte”, “l’Amourir”, “Longue route” wisten ons diep te raken. Verder stoomde het trio van Franz Treichler naar een hoogtepunt met ‘TV sky’ , met o.m uppercuts “Skinflowers”, “Gasoline man” en later nog “Kissing the sun”. Materiaal dat nét dat gewaagde alternatieve in een intrigerend melodieus dansbaar concept bracht.
En het moet nu toch wel lukken, in 2025 brengen de drie het oude samen in een nieuw plaat ‘Appear Disappear’. Net die memorabele beginperiode, ‘TV sky’ en het recente staan hier tijdens deze tour centraal in de anderhalf uur durende set. Niet dat de drie hebben stilgezeten, allerhande muzikale scenario’s en projecten brachten ze met regelmaat uit, maar eerlijkheidshalve met wat we nu live zagen en hoorden, kregen we het meest interessante oeuvre. Bijgevolg de waardig ouder wordende wave industrial rock liefhebbers werden hier op hun wenken bediend. The Young Gods zijn bij God nog lang niet versleten …

‘Appear Disappear’ verschijnt zes jaar na hun laatste werk vóór corona, het verhaalt de harde tijden waarin we leven, de rollercoaster die dagdagelijks op ons valt, ‘er zijn’, ‘aanwezig zijn’, meegezogen worden in de verwachtingen, af en toe eens tegen de schenen schoppen, en tot slot ‘eens ontvluchten’, ‘onthaasten’, ‘verdwijnen’ in ‘me-quality time’ als het nodig is.
De songs van dit overtuigende sterke nieuw album stonden voorop en sloten erg nauw aan hun succesvolste periode. Ze bouwden op, zwollen aan, klonken spannend, dreigden en durfden te exploderen of ze lieten ons even wegdromen in een grimmige wereld of sprookjesbestaan. We werden in hun greep gehouden, de dansspieren konden worden geprikkeld en de creativiteit, tempowissels sierden. Treichler verhaalt, zingt, declameert het allemaal wisselend in het Engels en in het Frans . Mooi dus.
We worden warm ontvangen bij hun return en we krijgen meteen een voorstelling van het nieuwe materiaal. De titelsong, “Systemized”, “Hey amour” en “Blackwater”, een eerste hoogtepunt, dat mooi lang uitgewerkt is en intens, broeierig, trance-huiverend, duister en filmisch klinkt; het schuurt en scheurt soms door de nerveuze ritmiek, alsof Halloween ons op de hielen zit. In de tempowissels durven de beats een EBM karakter te hebben. Het bundelt hun veertigjarige carrière samen. Ook “All my skin standing”, die volgde ,uit hun vorige ‘Data mirage tangram’ (van 2019) werd 10 minuten lang mooi uitgediept. Een ‘waauw gevoel’ hadden we.
Zalvend zachtmoediger klonk het tussendeel met “She rains” en “Intertidal” , de minimal sobere, dromerige aanpak was welgekomen. Het tempo werd dan opgedreven , een zwaardere , fellere electrogroove met twee kleppers van ‘TV sky’, “The night dance” en “Gasoline man”, die beiden een op herkenningsapplaus konden rekenen; het klonk melodieus opbouwend , groovy, expansief waarbij de dansspieren hier iets meer werden geprikkeld en aangesproken. Op even hoog niveau kwamen uitmuntende vurig meeslepende, gedreven nummers van hun recentste album aan bod als closing final; “Mes yeux de tous”, “Blue me away” en “Shine that drone”; de laatste werd hier in een neurotische 90s Eurodance trommel gemixt. Dit was een geslaagde drop, een back naar hun 80s roots.
In de bis nostalgie ten top met “Skinflowers”, “l’Amourir”, tussenin een nieuwtje “Off the radar” en op het eind de hoempapa/kermistune van “Charlotte/Did you miss me” op z’n Arno’s als het ware. Het Young Gods avontuur werd meer dan overtuigend besloten.
Ze mochten persoonlijk nog verder in hun backcatalogue grijpen, met een “Rue des tempêtes”, “Kissing the sun” of “Lucidogen”, maar het publiek was tevree én de band was tevree. De warme respons deed hen enorm veel deugd.
The Young Gods speelden een heerlijke, eigentijdse set vol heimwee en jeugdsentiment. Iets waar we nog even kunnen van nagenieten. St-Pieter in de hemel mag nog even wachten, want de hemelsluizen staan nog niet open voor deze zestigers.

Support was Das Kinn, die teruggrijpt naar die vergeten tijd van de ‘Neue Deutsche Welle’. Hij ademt in alles die sfeer uit, alleen op z’n keys. Het hedendaagse project van Toben Piel, de man achter Das Kinn, is een jong hart met een oude ziel en een liefde voor alles wat deze 80s sound en krautrock  op z’n Kraftwerk, DAF, Die Krupps en Front uitstraalt. Een ideale geleider op wat die avond volgde …

Lees gerust ook de review FR https://musiczine.net/index.php/fr/item/100591-l-aeronef-balaye-par-un-tourbillon-indus-the-young-gods

Neem gerust een kijkje naar de pics @Ludovic Vandenweghe  

The Young Gods
https://www.musiczine.net/index.php/nl/component/phocagallery/category/8789-the-young-gods-29-10-2025?catid=category

Organisatie: Aéronef, Lille

Beoordeling

Dressed Like Boys

Dressed Like Boys - Hartstochtelijke droom

Geschreven door

Dressed Like Boys - Hartstochtelijke droom

In volle ontbolstering groeit Jelle Denturck – beter bekend als Dressed Like Boys – uit tot een totaalartiest. Waar hij ooit zijn eerste stappen zette bij Protection Patrol Pinkerton en zijn wilde energie ontketende bij DIRK, toont hij nu zijn meest authentieke zelf. Met zijn soloproject verkent hij de grenzen tussen melancholie en hoop, tussen kwetsbaarheid en kracht.
Na een zomer vol concerten, met Pukkelpop als hoogtepunt, stond hij vanavond in een bijna uitverkochte Ancienne Belgique om zijn langverwachte debuutplaat eindelijk voor te stellen.

De aftrap was voor het Antwerp Queer Choir, een dertigtal zangers die de zaal in een mum van tijd inpakten. Hun enthousiasme, gedragen door piano en cello, was aanstekelijk. De set begon met Robyns “Dancing on My Own” en vloeide moeiteloos over in “Smalltown Boy” van Bronski Beat – twee nummers die meteen de toon zetten: fier, krachtig, open.
In hun eigen nummer “Some Parts Heal” lieten ze zien dat ze meer zijn dan een koor: dit was een groep mensen met iets te zeggen. De zang was raak, de tekst eerlijk, de uitstraling vol warmte. Met “Christine” brachten ze een subtiel eerbetoon aan queer-icoon Will Ferdy, waarin hun verschillende stemkleuren prachtig samensmolten. Het breekbare “When the Party’s Over” van Billie Eilish deed de zaal verstillen, waarna afsluiter “Pink Pony Club” de energie weer deed oplaaien. Wat een heerlijke, trotse opener.
Toen Jelle daarna het podium opkwam, keurig in beige wit kostuum, was de sfeer al perfect in balans tussen ontroering en verwachting. Hij ging rustig zitten achter de vleugelpiano, glimlachte even, haalde diep adem – en begon aan “Questions”. De eerste noten waren voorzichtig, maar zijn stem klonk meteen vol overtuiging. Een nummer over moed, twijfel en keuzes, dat hij zong alsof het enkel voor dat moment bestond. Er was iets ontwapenends aan hoe hij speelde: gecontroleerd en toch broos.
Vanaf “Finger Trap” kwam zijn vierkoppige band erbij, samen met vier leden van het Antwerp Queer Choir. Het geluid werd voller, rijker. “Healing” bracht gelaagde harmonieën en een subtiele gitaarsolo die elegant door de melancholie sneed. Tussen de nummers door sprak Jelle met openhartige rust. Al glimlachend vertelde hij dat hij in een droom beleeft dat plots weleens gedaan kan zijn.
Die dromerige sfeer zette zich verder door in “Our Part of Town”, waarin hij zijn roots eerde. De song begon experimenteel, bijna progrockachtig, maar ontplooide zich tot een weelderige wals waarin geluk en nostalgie elkaar vonden. De glimlach van de bandleden sprak boekdelen. Daarna barstte “Agony Street” los: Jelle liet de piano even achter zich en ontpopte zich tot een geboren frontman. Hij grapte dat hij crowdsurfen met een vleugelpiano ‘niet volledig uitsloot’, maar de speelsheid werkte aanstekelijk. Het publiek lachte, danste, leefde mee. Het contrast met het daaropvolgende “Lies” kon nauwelijks groter zijn – Jelle deze keer met gitaar, zijn stem breekbaar en oprecht. Een lied over het goedmaken van oude leugens, gezongen met zoveel eerlijkheid dat de zaal het precies kon voelen.
Halverwege de set groeide “Pinnacles” uit tot een sonisch hoogtepunt, met langgerekte gitaarsolo’s en een intens crescendo. Daarna mocht het Antwerp Queer Choir aansluiten voor “Nando” en “My Friend Joseph”, twee nummers waarin alles samenviel: muzikaal, thematisch en emotioneel. Hun samenzang vulde de zaal met warmte, en de glimlach van Jelle sprak boekdelen – dit was zijn familie, op het podium én in de zaal. Het was een feest van herkenning en aanvaarding, een moment van licht in een wereld die dat soms vergeet.
Dan sloeg de sfeer om, maar niet zonder reden. Met “Gregor Samsa”, opgedragen aan zijn overleden moeder, haalde Jelle even van streek – niet om te imponeren, maar om los te laten. De spanning in zijn stem, de aarzelende pianotonen en de stilte tussen de woorden maakten het nummer verpletterend mooi. Geen groot gebaar, geen theatrale emotie, maar pure menselijkheid. Even slikken, ook voor hemzelf.
De bisronde begon met “And Then I Woke Up”, een nummer dat hij solo bracht, zichtbaar ontroerd. Daarna volgde “Pride”, zijn ingetogen maar krachtige reactie op de gewelddadige feiten in de Gentse Overpoort. Geen woede, wel verdriet, en vooral hoop.
Voor de finale kwam iedereen nog één keer samen op het podium: band, koor en cellist. “Stonewall Riots Forever” deed de zaal ontploffen – een hymne van trots, strijdlust en liefde, gezongen met vuur en overtuiging. Het publiek, voldaan van geluk, applaudisseerde minutenlang.

Dressed Like Boys bracht in de AB een avond die verder ging dan muziek. Dit was een concert over eerlijkheid, aanvaarding en de moed om jezelf te zijn. Jelle Denturck liet zien dat zijn kwetsbaarheid geen zwakte is, maar zijn grootste kracht. Hij zong met zijn hart op de tong en een dankbaarheid die je onmogelijk kon negeren. Het voelde alsof hij eindelijk thuiskwam – en ons daar allemaal mee naartoe nam.

Setlist: Questions - Finger Trap - Healing - Our Part of Town - Agony Street - Jaouad - Lies - Pinnacles - Nando - My Friend Joseph - Gregor Samsa — And Then I Woke Up - Pride - Stonewall Riots Forever

Organisatie: Ancienne Belgique, Brussel

Beoordeling

Rick De Leeuw

Rick De Leeuw - Nee, nee, nee, niet naar huis toe

Geschreven door

Rick De Leeuw - Nee, nee, nee, niet naar huis toe
Rick De Leeuw + Drift

De Tröckener Kecks startten in 1980 als punkband in Amsterdam en stonden bekend om hun energieke concerten. In 2001 stopte deze Nederlandse rockband en hoewel heel wat fans er alsnog op hopen, zit een reünie er niet in. Ruim 20 jaar na de split van de Kecks kan je nu naar de ‘soloconcerten’ van Kecks-zanger Rick De Leeuw, met dan wel een volledig Belgische band. Tegenwoordig voelen die concerten echt wel aan alsof de Kecks opnieuw op het podium staan, werd ons ingefluisterd.
Wij gingen kijken en luisteren in de Schakelbox in Waregem.

Het was niet enkel Rick De Leeuw als hoofdact die ervoor zorgde dat we dit concert in onze agenda gezet hadden. De support kwam van Drift. Deze Nederlandstalige band zagen we eerder dit jaar nog als duo op het Serre Fest, met Tine als zangeres en Christophe op gitaar (en loops). We werden toen uitermate gecharmeerd door het bandconcept: ze lenen en bewerken melodietjes van andere songs en ze gooien er Nederlandstalige humor, sarcasme en absurditeit over waarmee ze in de buurt komen van Arbeid Adelt!, Hugo Matthijsen, Kamagurka en Aroma di Amore.
In de Schakelbox stond Drift voor het eerst met een bassist en drummer erbij. Even vreesde ik dat de lyrics daardoor zouden verzuipen in het geheel, maar dankzij een uitstekende mix van de geluidsmensen kon het publiek alles prima begrijpen.
Drift ademt – op het podium – chaos en absurditeit. De band komt op in badjassen, zonder dat dat aspect verklaard wordt. Voorts komen er nog een volledig geïmproviseerd openingsnummer, een berenmuts en een megafoon aan te pas en omdat er in “Dromendaris” niet veel gezongen moet worden, nodigt Tine drie mensen uit het publiek uit om op het podium een slow met haar te dansen.
De setlist in Waregem leek sterk op die op het Serre Fest en omvatte onder meer een cover van De Brassers (“En Toen Was Er Niets Meer”) en eigen werk als “Koken met Kerosine” (met eenzelfde muzikale progressie als “California Über Alles” van Dead Kennedys), “Dromendaris” en “Bedbeest”.
Afsluiten deed Drift met “Huiswijn”, een nummer dat muzikaal een beetje verwijst naar “Housewive” van Daan en dat in de lyrics wijn drinken aanprijst voor elke uitdaging van de huisvrouw, en zo een nieuwe betekenis geeft aan het begrip ‘huiswijn’, wat doorgaans een optie is op restaurant.
Als band klinkt het bij Drift een stuk organischer dan als duo. Nu we deze band gezien hebben in deze opstelling en met een perfect licht en geluid zijn we er nog zekerder van dat hier iets moois aan het bloeien is.
Setlist Drift: Niet Nat / Drift / Koken Met Kerosine / En Toen Was Er Niets Meer / Dromendaris / Bedbeest / Huiswijn

We moeten eerlijk toegeven dat we Rick De Leeuw na de split van de Tröckener Kecks wat uit het oog waren verloren. Hij was dan plots een dichter, een presentator op TV, een acteur, … en de duo-voorstellingen met toetsenist Jan Hautekiet waren een harde breuk met de rock ’n roll van daarvoor. De releases waren bovendien een heel stuk ‘zachter’ en braver. Dat we met de ‘zachte’ moeite hadden, heeft ons zelf ook verbaasd. Bij sommige van de songs van de Kecks (“Souvenir”, “Achter Glas”, “Geen Gewone Jongen”, …) dachten we: wat een mooi verhaal, maar met al dat geschreeuw en met al die versterkers op tien heeft waarschijnlijk niemand er iets van begrepen.
Inmiddels woont De Leeuw in Vlaanderen en met ‘Het Komt Allemaal Goed’ zit hij al aan het vijfde of zesde solo-album. Voor dit album heeft hij songs geschreven bij kunstwerken uit een Belgische collectie, opgenomen met nagenoeg dezelfde band als voor de albums ‘Zonder Omweg’ en ‘Lieg Me De Waarheid’. In de band zit onder meer Axl Peleman, de huidige bassist van De Kreuners en dat is dan weer de band die begin jaren ’90 van het van de Kecks geleende “Nu Of Nooit” een lokale wereldhit maakten.
Met de band erbij is het rock ’n roll-gehalte van De Leeuw opnieuw flink gestegen. De live-versies van de nummers van ‘Het Komt Allemaal Goed’ krijgen een flinke stoot power en adrenaline mee op het podium in Waregem. Hij geniet ook zichtbaar van het geluidsvolume dat de zaal in wordt geslingerd en leeft zich uit als het podiumbeest dat hij onmiskenbaar is. Zijn enthousiasme wordt beantwoord met nog meer enthousiasme uit het publiek. Op de voorste rijen staan een paar mensen met een oud Kecks-shirt en toch ook al een paar met een shirt van de Het Komt Allemaal Goed-tournee.
Rick De Leeuw wisselt sterk nieuw werk als “Bloedrode Maan”, “Te Weinig, Te Laat” en de niet-religieuze gospel “Zing Voor Mij” af met nummers van zijn vroegere band. “Met Hart En Ziel” zit al vroeg in de set en met “Niemand Danst Alleen” en “Een Dag Zo Mooi” bouwt hij in de finale op naar het orgelpunt met “Nu Of Nooit”, dat de Schakelbox doet ontploffen. Tegen dan heeft het publiek al spontaan meegezongen, het ritme meegeklapt en veel gedanst. Dat het Vlaamse publiek de Kecks-tradities niet vergeten is, wordt het mooiste bewezen als de band het podium afstapt en er uit honderden kelen gezongen wordt: “Nee, Nee, Nee, Niet Naar Huis Toe”. Je kan een band wel opdoeken, maar het geheugen van het publiek kan je niet uitwissen.
De toegift wordt ingezet met een opvallende cover van “Watskeburt?!” van De Jeugd Van Tegenwoordig. Dan volgt de rockende smartlap “Het Is Toch Je Kind” en nog twee oudjes: “Zou Je Niettegenstaande De Recente Gebeurtenissen Toch Nog Een Verblijf Op Amoureus Gebied In Overweging Willen Nemen Alsjeblieft” en “De Jacht Is Mooier Dan De Vangst”.

Met de ruggensteun van deze band benadert Rick De Leeuw heel dicht de energie van vroeger en bouwt hij tegelijk verder aan een mooi oeuvre aan lyrics. Deze Vlaamse (De) Leeuw moet nog lang niet naar huis toe.

Setlist Rick De Leeuw: We Vieren / Het Komt Allemaal Goed / Kijk Niet Om / Met Hart En Ziel / Bloedrode Maan / Zie Mij Graag / Meer Niet! / Zing Voor Mij / Te Weinig, Te Laat / De Een Na Laatste / Niemand Danst Alleen / Een Dag Zo Mooi / Nu Of Nooit / Het Is Toch Je Kind / Zou Je Niettegenstaande … / De Jacht Is Mooier Dan De Vangst

Organisatie: CC De Schakel, Waregem

Beoordeling

Imploders

Imploders - Hardcore punk volgens het boekje mist inspiratie

Geschreven door

Imploders - Hardcore punk volgens het boekje mist inspiratie

Laat ik maar meteen met de deur in huis vallen. Wie het vertikte om de regen te trotseren en thuis in de zetel bleef hangen, en zo waren er blijkbaar nogal wat, heeft niet zo heel veel gemist.

Foofer, een gloednieuw collectief uit Antwerpen, bestaande uit vier meisjes en een jongen, bracht huppelende lo-fi pop met wat punkinvloeden. De gitaar kwam nauwelijks in het stuk voor, in tegenstelling tot de bas die zich wel duidelijk profileerde. Verder hoorden we nog een goedkoop, klinkend orgeltje, moeizaam mee hinkende drums en een zangeres die met haar frivole, licht naar rap neigende zang het voortouw nam. Sympathiek, dat zeker, maar dit leek toch een band in een nog embryonale fase. Waarschijnlijk best te savoureren rond het haardvuur, maar te vluchtig voor een punkhol als The Pit's.

Eigenlijk heb ik weinig affiniteit met hardcore punk tenzij het om de pioniers van het genre gaat. De laatste keer dat ik in de buidel tastte voor een hardcoreplaat  moet in 2012 geweest zijn. Voor het debuut van Off! maar ook dat was een spin-off van Black Flag en Circle Jerks, twee van de baanbrekers uit het begin van de jaren '80. En laat Keith Morris, zanger van al die genoemde groepen, nu net de man zijn met wie Todd Faux, voorman van Imploders, voortdurend vergeleken wordt. Ruim voldoende om mijn aandacht te trekken. 
Imploders is een kwartet uit het Canadese Toronto dat net een tweede plaat uit heeft: ‘Targeted for termination’, goed voor twaalf nummers in 14 minuten. Volgens sommigen stond ons een klein bommetje te wachten. Dat bommetje was er misschien wel, ontploffen deed het in ieder geval niet. Nochtans deed Todd Faux, die zich meer tussen het volk of op de toog dan op het podium bevond, er alles aan om het vuur aan de lont te steken. Zijn snauwende zang bevatte ruim voldoende boosheid om me te bekeren, toch wisten de nummers me zelden te raken.
Imploders willen hardcore brengen zoals die klonk tijdens de gloriedagen en hebben daarbij lak aan originaliteit. Op zich is daar niets mis mee. Een goed glas wijn kan ook smaken zonder origineel te zijn. Helaas legden ze zichzelf daarbij zo veel beperkingen op, dat er nog maar weinig te beleven viel. Dit klonk strak, snedig en afgekloven tot op het bot en van die doctrine werd verder geen millimeter afgeweken. Met als gevolg dat ik het gevoel kreeg telkens naar hetzelfde nummer te luisteren. Het zegt veel dat ik de zeldzame backing vocals van bassist Mike Simpson (Chain Whip) als een verademing ervoer.
Dat het anders kon bleek tijdens het bisnummer waarin toch een zweem van variatie sloop en ik zelfs een tempowisseling meende te horen. Al kan dat laatste ook wishful thinking geweest zijn. In ieder geval was die bis het beste moment van de avond tenzij je het moment meetelt waarop de micro het begaf en Todd Faux als een vis naar adem leek te happen.
Het was een avond waarop de Imploders hun naam te weinig eer aandeden en het vergeefs wachten was tot de hel zou losbarsten.

Organisatie: Pit’s, Kortrijk

Beoordeling

The Chameleons (Vox)

The Chameleons - Post-punk erfenis met toekomstperspectief

Geschreven door

The Chameleons - Post-punk erfenis met toekomstperspectief

Wanneer de reikwijdte van een muzikale invloed op latere generaties omgekeerd evenredig blijkt met het commerciële succes, wordt een band al snel tot ‘cult’ bestempeld. Dat geldt ook voor de Engelse band The Chameleons die die reputatie al sinds de vroege jaren tachtig trots met zich meedragen. The Charlatans, Oasis, Smashing Pumpkins, Interpol – stuk voor stuk vermelden ze platen van deze mistroostige post-punk pioniers als life-changing albums. En zoals het echte culthelden betaamt, verliep hun parcours grillig, maar opgeven bleek nooit echt een optie. Na twee allesbehalve vriendschappelijke splits, een reeks weinig opvallende zijprojecten en zelfs een periode als eigen tribute band (ChameleonsVox), is het nu opnieuw de beurt aan The Chameleons v3.0.

Op deze druilerige herfstavond leek Kortrijk wel heel even op Manchester, de grauwe metropool waar het erfgoed van The Chameleons ooit uit de barsten en kieren van de post-industriële samenleving ontsproot. Frontman Mark Burgess is in interviews echter duidelijk: met het nieuwe album ‘Arctic Moon’ – hun eerste in ruim twee decennia  – wou zijn band nadrukkelijk géén herhalingsoefening afleveren.
Tijdens het concert in een aardig volgelopen De Kreun bleek dat voornemen stand te houden. De vijf nieuwe nummers op de setlist klonken onderling erg verschillend en verruilden het strakke post-punk keurslijf voor melodieuzere, soms lang uitgesponnen composities die uit uiteenlopende tijdsgewrichten leken te stammen. We noteerden 90ies indie rock bij opener “Where Are You?”, een subtiele knipoog naar stadsgenoten The Smiths (“Lady Strange”) en zelfs orkestrale 70’s pop (“Feels Like The End Of The World”). Degelijk comebackmateriaal, dat zeker, maar wellicht niet allemaal bestand tegen de tand des tijds. Een langere houdbaarheidsdatum lijkt weggelegd voor de bevreemdende psych-pop ode aan de Thin White Duke “David Bowie Takes My Hand” – waarbij Burgess heel even zijn trouwe bas verruilde voor een akoestische gitaar – én voor het door melomane influencers en wereldleiders aangespoorde “Saviours Are A Dangerous Thing”, dat moeiteloos het predicaat ‘vintage Chameleons’ verdient.
Maar eerlijk is eerlijk: deze ‘Arctic Moon’ tour trekt in de eerste plaats volk omdat de Engelse veteranen kunnen bogen op een muzikale erfenis om ú tegen te zeggen. Hun 42 (!) jaar oude debuut album ‘Script Of The Bridge’ blijft hierbij de onverwoestbare ruggengraat van elke Chameleons show. In Kortrijk passeerde zowat de helft van dat epos de revue, met smaakmakers als het door merg en been gaande “Pleasure And Pain”, het naar vroege U2 neigende “Second Skin” en de onvervalste post-punk evergreen “Up The Down Escalator” voorop.  Stuk voor stuk nummers die nog altijd staan als een huis, gedragen door de tegelijk onderkoelde en melancholische stem van de inmiddels 65-jarige Burgess, die de vele emotionele veldslagen in zijn working class hero bestaan moeiteloos heeft overleefd. In zijn schaduw doemde de sinds kort teruggekeerde gitarist van het eerste uur Reg Smithies op, die met hoorbare métier nog maar eens kwam bewijzen waarom hij geldt als de ware architect van het etherische Chameleons geluid.
Voor de meest indringende momenten van de avond greep de band terug naar haar laatste grote wapenfeit, ‘Strange Times’ uit 1986. Gedragen door onheilspellende percussie groeide “Soul In Isolation” uit tot een episch relaas over de moeizame zoektocht naar menselijke verbinding – een thema dat vandaag even relevant klinkt als toen. Burgess illustreerde dat treffend met een reeks citaten uit classics van Buffalo Springfield, The Doors en The Beatles, die hij ter plekke door het nummer heen weefde. Ook “Swamp Thing” riep met een eigenzinnige mix van neo-psychedelica en complexe arrangementen diezelfde grootse melancholie op die het oeuvre van The Chameleons zo tijdloos maakt.
Tijdens de encores waanden Burgess & co zich heel even opnieuw de brutale post-punk broekjes uit hun prille begindagen. Het claustrofobische, aan The Sound schatplichtige “Monkeyland” fungeerde als opmaat voor de dubbele uppercut waarmee de avond werd afgesloten: de weergaloze debuutsingle “In Shreds” en het ultieme mental support anthem “Don’t Fall”.

Ruim anderhalf uur laveerden de Engelse veteranen heen en weer tussen uiteenlopende muzikale gedaanten – van invloedrijke legacy act tot verkenners van nieuwe sonische horizonten. Juist – dáárom heten The Chameleons precies The Chameleons!

Pics homepag Anne-Marie Van Rijn

Organisatie: Wilde Westen, Kortrijk

Beoordeling

Brant Bjork

Brant Bjork Trio - Stonerpionier in bloedvorm

Geschreven door

Brant Bjork Trio - Stonerpionier in bloedvorm
Brant Bjork Trio

Het Zwitserse powertrio Dirty Sound Magnet hadden we in 2023 al eens aan het werk gezien in de Gentse Charlatan, dus we wisten al dat hier power en animo in zat. In tegenstelling tot de twee uur durende psychedelische rockshow van toen moesten ze nu de klus zien te klaren in amper 40 minuutjes.
Daarin werden een paar sterke nieuwe tracks geserveerd van het nog te releasen nieuwe album. En die nieuwe songs lagen gelukkig niet in het verlengde van de abominabele vorige plaat ‘Dreaming In Dystopia’. Met “Power Of This Song” zette Dirty Sound Magnet immers een vette poot in de blues en in “Dead Inside” werd er stevig door gerockt. Centraal stond alweer -hoe kan het ook anders- het verbluffende gitaarspel van de vingervlugge gitarist Stavroz Dzodzos. Eens te meer bleek dat die zijn kunstjes uitgebreider kon etaleren op een podium dan op de platen, getuige een uitgesponnen en alweer schitterend “Mr Roberts”, tot nader order nog steeds hun ultieme orgelpunt.
Wij snoven alweer wat Hendrix-lucht op en ook Jimmy Page was nooit ver af. Betere complimenten kan een gitarist zich niet voorstellen

Over naar een legende in stonerland, Brant Bjork. Vorig jaar kwam die in de Casino ook al een sterk concertje geven, en nu in het Wintercircus leek het zelfs nog iets straffer. Dat zal wel te maken hebben met de ideale akoestiek van deze nieuwe concertzaal, maar sowieso hadden wij de indruk dat Bjork er vanavond nog meer goesting in had.
Brant Bjork Trio liet er niet al te veel gras over groeien en stampte de ene na de andere potige en zompige rocksong in de zaal. De stonerlegende heeft in zijn lange carrière al aardig wat platen gemaakt, van degelijk tot zeer straf. Maar met dit energieke trio pompte hij in zijn songs extra spankracht, power en venijn waardoor die in hun live versie een stuk straffer, vinniger en struiser klonken.
Bruisende tracks als “Sunshine Is Making Love To Your Mind”, “Buddha Time”, “Backin’ The Daze” en “U.R. Free” waren overladen met vette riffs en een aanhoudende groove. Verder in de set ging het alleen maar crescendo met langere songs waarin Bjork zijn gitaar meer liet schitteren.
 Niet alleen Brant Bjork zelf stak hier in een bloedvorm, wij merkten ook een absoluut wonderlijke bassist Mario Lalli op, deze gaf de zompige sound van dit stomende trio nog extra dynamiek. Zo kreeg hij onder meer de hoofdrol in de intro van “Lazy Bones/ Automatic Fantastic” dat diep in de set in zijn lange versie wederom uitgroeide tot een absoluut hoogtepunt. Maar niet het enige, want ook “Low Desert Punk” was een krachtige stroomstoot, en met de geweldige afsluiter “Freaks Of Nature” werd een bruisende finale met een knal afgesloten. 

Organisatie: Democrazy, Gent ism VierNulVier, Gent

Beoordeling

Pagina 14 van 389